CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Vroonacker IV (9 Toelichting bestemmingsplan Vroonacker IV)

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Vroonacker IV29.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het afwaterend verhard oppervlak voor het gehele plangebied bedraagt daarmee:

De particuliere verharding watert af naar het HWA-systeem of direct naar het openbare groen/wadi. In de bepaling van de benodigde waterberging is het gehele particuliere verhardingspercentage meegenomen. De bergingsopgave bedraagt 4,36 x 60mm is 2.616 m3. Ook de centrale parkeervoorzieningen zijn meegenomen in het totale verhard oppervlak. Inmiddels is besloten om de parkeervoorzieningen uit te voeren met een waterdoorlatende verharding. Bij de toepassing van ‘groene parkeervakken kan 50% van de parkeerverharding in mindering worden gebracht. Dat betekent 4.303*50% = 2.152 m2 minder verharding en 129 m3 minder benodigde waterberging. Naast de benodigde waterberging vanuit het plangebied dient nog rekening te worden gehouden met waterberging vanuit het hemelwaterstructuurplan voor de kern Diessen. De benodigde berging wordt gecombineerd met de waterberging voor Vroonacker 4. Vanuit het hemelwaterstructuurplan is 558 m3 aan waterberging noodzakelijk. Ook het dempen van de B-watergang aan de zuidkant van het plangebied dient te worden gecompenseerd in de totale waterberging met 40m3. In totaal bedraagt de benodigde waterberging 2.616 - 129 + 558 + 40 = 3.085 m3. De centrale groenvoorzieningen bieden mogelijkheden voor een wadi. In verband met de hoge GHG is slechts een maximale waterdiepte van 0,30m gehanteerd.

Zie de bijgevoegde tekening met de locaties van de wadi’s en de bijbehorende inhoud. In totaal kan 3.304 m2 water worden geborgen in de wadi’s. Daarmee wordt voldaan aan de uitgangspunten van het waterschap. Hiermee wordt ca. 200m3 meer water geborgen dan strikt noodzakelijk is

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|75

Locaties waterbergingen

Rioleringsplan Uitgangspunt is aanleg van een gescheiden rioolstelsel. Het hemelwater dient zoveel mogelijk oppervlakkig af te stromen naar het groen of naar het HWA stelsel. In het plan dient voldoende tijdelijke waterberging aanwezig te zijn conform de richtlijnen van waterschap De Dommel. De waterberging wordt centraal binnen de plangrenzen gerealiseerd en niet individueel op de particuliere percelen. Uitgangspunten van het HWA zijn: Waar mogelijk in het groen afwateren zonder HWA riolering; In verlaagde groenvoorzieningen kan hemelwater worden gebufferd; Waar mogelijk IT-riolering toepassen (deels onder de GHG); Geen rechtstreekse lozing op de A-watergang; Minimale diameter HWA hoofdriool 400 mm; Gronddekking minimaal 1,00 m; Maximale putafstand 80 m; Transportcapaciteit wordt getoetst op bui 08 conform de Leidraad riolering (geen water op straat). Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor dit planvoornemen. Om voldoende watercompensatie te waarborgen, wordt de compensatie-eis van 60 mm vastgelegd in de planregels.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|76

5.17

Mer-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, in het andere geval dient een m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling. Beoordeling In het plangebied is sprake van de aanleg, wijzing of uitbreiding van een klein stedelijk ontwikkelingsproject. Het gaat in dit geval om het realiseren van woningbouw op het terrein aansluitend aan de wijk Vroonacker. Het bouwen van woningen valt onder activiteit D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. onder de term ‘stedelijk ontwikkeling’. De drempelwaarde voor een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit met D.11.2. in bijlage II van het Besluit, vermeld: • •

Een oppervlakte van 100 hectare of meer; Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen.

Het planvoornemen ligt ver beneden de drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. Hiertoe is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. PM. Deze is als bijlage 20 bij de toelichting opgenomen. De conclusie van de m.e.r.-beoordeling is dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van de woningbouwlocatie ten opzichte van gevoelige gebieden. Geconcludeerd wordt dat geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht en dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk wordt geacht. In de notitie wordt het bevoegd gezag geadviseerd te besluiten dat er geen MER behoeft te worden vastgesteld. NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|77

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen en de systematiek uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).

6.1

Verbeelding

Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.

6.2

Planregels

De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.

2. 3. 4.

6.3

Inleidende regels: dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels: in dit hoofdstuk worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen nader verklaard. Algemene regels: in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. Overgangs- en slotregels: binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen, welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mogen worden uitgevoerd. Voorwaarde is dat er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingsplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

Toelichting op de bestemmingen

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|78

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn aangewezen voor agrarisch gebruik, bescherming, instandhouding en versterking van de landschaps- en natuurwaarden zoals landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 14, beogen te beschermen, hobbymatig agrarisch gebruik, water en waterhuishoudkundige doeleinden, extensief recreatief medegebruik en daarbij behorende voorzieningen, erfbeplanting; onverharde paden. Artikel 4 Groen Gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor groen, hobbymatig houden van dieren, landschappelijke elementen ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ en een schapenstal ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – schapenstal’. Artikel 5 Verkeer – Verblijfsgebied Met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ worden de wegen, voet- en fietspaden, pleinen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer in het plangebied geregeld. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 6 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woningen aan huis verbonden beroepen, erven en tuinen, wegen en voet- en fietspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en groen- en speelvoorzieningen. Met de daarbij behorende hoofdgebouwen, onderbouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Van het totaal aantal nieuw te bouwen woningen in de gezamenlijke bestemmingen 'Wonen', ‘Wonen – 2’ en 'Woongebied' moet ten minste 20% sociale huur en 20% sociale koop zijn. Voor de situering van de woningen gelden de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan. Ter plaatse van het figuur 'gevellijn' mag de voorgevel van hoofdgebouwen uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd. De diepte van hoofdgebouwen mag ten hoogste 13 meter bedragen. bedragen. Voor de gewenste flexibiliteit is voor de bouwdiepte van de hoofdgebouwen een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. De afstand van vrijstaande en (twee)aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aangebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 meter te bedragen. Ook voor deze regeling is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, mits de afstand tussen hoofdgebouwen 3 meter bedraagt.

Voor bijbehorende bouwwerken geldt dat deze uitsluitend op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van hoofdgebouwen mogen worden gebouwd. Hierbij bedraagt het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf; dit tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|79

Artikel 7 Wonen – 2 De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woningen aan huis verbonden beroepen, erven en tuinen, wegen en voet- en fietspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en groen- en speelvoorzieningen. Met de daarbij behorende hoofdgebouwen, onderbouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Van het totaal aantal nieuw te bouwen woningen in de gezamenlijke bestemmingen 'Wonen', ‘Wonen – 2’ en 'Woongebied' moet ten minste 20% sociale huur en 20% sociale koop zijn. Voor de situering van de woningen gelden de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan. Daarnaast geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – onbebouwd erf’ het niet is toegestaan om te bouwen. Ter plaatse van het figuur 'gevellijn' mag de voorgevel van hoofdgebouwen uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)’ of ‘maximale bouwhoogte (m)’ aangegeven hoogte.

Artikel 8 Woongebied De voor ‘Woongebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen op woonerven, alsmede voor aan huis verbonden beroepen, erven en tuinen, wegen en voet- en fietspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en groen- en speelvoorzieningen. Met de daarbij behorende hoofdgebouwen, onderbouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Van het totaal aantal nieuw te bouwen woningen in de gezamenlijke bestemmingen 'Wonen' en 'Woongebied' moet ten minste 20% sociale huur en 20% sociale koop zijn. Daarbij geldt dat het beeldkwaliteitsplan leidend is. Per bestemmingsvlak ‘Woongebied’ dient minimaal 20% als groen ingericht te worden. Voor de situering van de woningen binnen de woonerven gelden de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 1. Daarnaast dient per bestemmingsvlak minimaal 20% als groen inrichting te worden; De woningen bestaan maximaal uit één of anderhalve bouwlaag met kap en zijn hoofdzakelijk georiënteerd op het erf. Daar waar achtertuinen en/of parkeerterreinen aan de groenbestemming grenzen moet in ieder geval een groene afscherming worden gemaakt conform principes van het inrichtingsplan.

Artikel 9 Woongebied – 2 De voor ‘Woongebied – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen op woonerven, alsmede voor aan huis verbonden beroepen, erven en tuinen, wegen en voet- en fietspaden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen en groen- en speelvoorzieningen. Met de daarbij behorende hoofdgebouwen, onderbouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het aantal woningen mag ten hoogste bedragen het ter plaatse van de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal (5 woningen). Daarbij geldt dat het beeldkwaliteitsplan leidend is.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|80

Voor de situering van de woningen binnen de woonerven gelden de stedenbouwkundige uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 1. Daarnaast dient per bestemmingsvlak minimaal 20% als groen inrichting te worden; De woningen bestaan maximaal uit één of anderhalve bouwlaag met kap en zijn hoofdzakelijk georiënteerd op het erf. Daar waar achtertuinen en/of parkeerterreinen aan de groenbestemming grenzen moet in ieder geval een groene afscherming worden gemaakt conform principes van het inrichtingsplan. Artikel 10 t/m 12 Waarde – Archeologie 1, 2 en 3 Overeenkomstig het archeologische beleid van de gemeente Hilvarenbeek zijn de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1 t/m 3’ opgenomen. Deze hebben als doel om bij meer omvangrijke werkzaamheden na te gaan of er sprake is van beïnvloeding van archeologische waarden. Hiervoor is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden die diepe(re) grondbewerkingen als gevolg kunnen hebben. Ook gelden vanuit dit oogpunt regels voor het bouwen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 13 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 14 Algemene bouwregels Hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan. Artikel 15 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik en de uitzonderingen en afwijkingen hierop. Verder zijn diverse voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. En worden en nadere regels gesteld ten aanzien van mantelzorg en het gebruik van aan huis verbonden bedrijven. Artikel 16 Algemene aanduidingsregels Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – akkercomplex' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud en herstel van de kenmerkende openheid van de complexen, het zo nodig ruimtelijke verdichten van de randen van de complexen en voor het behoud de nog aanwezige bolle maaiveldligging.

Artikel 17 Algemene afwijkingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan. Artikel 18 Algemene wijzigingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen en archeologische bestemmingen.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|81

Artikel 19 Algemene proceduregels In de algemene procedureregels is de procedure op de voorbereiding van een besluit tot afwijking of nadere eisen opgenomen. Artikel 20 Overige regels In deze regels is opgenomen welke parkeernormen gelden en dat voldoende parkeerruimte dient te worden gerealiseerd en in stand moet worden gehouden. Onder voorwaarden is het mogelijk om van de parkeernormen af te wijken, mits voldaan wordt aan de gestelde criteria. Daarnaast is opgenomen dat gebruik conform de bestemmingen ‘Verkeer – Verblijfsgebied’, ‘Woongebied’, ‘Woongebied – 2’, ‘Wonen’ en ‘Wonen – 2’ alleen is toegestaan indien conform gemeentelijk beleid en het waterbeheerplan van het waterschap compenserende waterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 21 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is. Als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan dan kan deze ontwikkeling worden voortgezet. Artikel 22 Slotregel In dit artikel is vastgelegd hoe de planregels dienen te worden aangehaald.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|82

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1 Financieel-economische haalbaarheid Het voorliggende bestemmingsplan is onderzocht op financiële uitvoerbaarheid. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van het exploitatieplan, behorende bij het bestemmingsplan. Er is actueel inzicht verkregen in de opbrengsten die gegenereerd worden en de kosten die gemaakt worden ten aanzien van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt door onderhavig bestemmingsplan. Wanneer deze kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd, is er sprake van een sluitend resultaat op de gemeentelijke grondexploitatie. Het bestemmingsplan is derhalve economisch uitvoerbaar. Daarbij wordt opgemerkt dat de kosten en opbrengsten van de gemeente in evenwicht worden gebracht door: a) het verhalen van kosten op grondeigenaren, wanneer deze overgaan tot zelfrealisatie van de ontwikkelingen/bouwplannen, die op basis van het bestemmingsplan op hun eigendom mogelijk worden gemaakt, b) door te sluiten anterieure overeenkomsten en c) door gronduitgifte van het gemeentelijk grondeigendom. 7.1.2 Verhaal van kosten In artikel 6.12, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de definitie van een bouwplan gegeven.

Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de bouw van 195 woningen, en betreft derhalve een plan waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld. Op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro kan (deels) worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. Voor het onderhavige plan is hier geen sprake van, en hierom is een exploitatieplan opgesteld. Met het vaststellen van het exploitatieplan bij vaststelling van het bestemmingsplan zal het gemeentelijk kostenverhaal publiekrechtelijk verzekerd zijn.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog In het kader van de planvorming voor deze locatie is door de initiatiefnemer, gemeente Hilvarenbeek, een omgevingsdialoog geïnitieerd. NieuwBlauw heeft de omgevingsdialoog voor de gemeente Hilvarenbeek ingericht en begeleid. Tussen 14 maart en 4 april 2022 konden respondenten de online omgevingsdialoog openen. Op 14 maart is er een livestream presentatie geweest. Dit was het moment dat de vragenlijst online is gezet. De vragenlijst is beschikbaar geweest voor iedereen, de link heeft op de gemeentesite van Hilvarenbeek gestaan. In het totaal hebben 156 respondenten de digitale omgevingsdialoog bezocht. De online omgevingsdialoog voor Vroonacker IV bestond uit een planuitleg en een mogelijkheid om op het plan te reageren. Het plan voor Vroonacker IV is in de omgevingsdialoog toegelicht via een videopresentatie en een tekstuele toelichting.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

|83

Respondenten hadden de mogelijkheid op 3 soorten icoontjes op de kaart te plaatsen en te voorzien van een opmerking. Met verplaatsbare icoontjes konden respondenten de volgende plekken op de kaart aanwijzen: positieve plek, verbeterplek en suggestie. Daarnaast konden respondenten een algemene opmerking achterlaten. In het totaal zijn 301 reacties gegeven: • 47 respondenten hebben in het totaal 88 positieve plekken op de voorbeeldverkaveling aangewezen. Bij 77 positieve plekken is een toelichting achtergelaten. • 47 respondenten hebben in het totaal 96 verbeterplekken op de voorbeeldverkaveling aangewezen. Bij 89 verbeterplekken is een toelichting achtergelaten. • 39 respondenten hebben in het totaal 70 suggesties op de voorbeeldverkaveling aangewezen. Bij 66 suggesties is een toelichting achtergelaten. • 47 respondenten hebben een algemene opmerking achtergelaten. De positieve reacties hadden betrekking op de verdeling tussen bebouwing en groen, de kinderboerderij, opzet van de erven waarbij parkeren uit het zicht wordt gerealiseerd en de invulling van de groene gebieden.

De negatieve reacties hadden veelal; zorgen over de ontsluitingsroute via de Meiraap, met name zorgen over de veiligheid van jonge kinderen in de buurt, zorgen over de aansluiting van Vroonacker IV en de huidige bebouwing aan de Deusonelaan, zorgen over de huur/koop verdeling in het plan en zorgen over de ontsluiting van de erven. Suggesties hadden naast punten die reeds genoemd zijn bij de verbeterpunten betrekking op de invulling van de groengebieden met ideeën zoals: speeltuin, honden uitlaatveld en wandel- en fietsroutes. De opmerkingen geven aanleiding om het plan nader te bekijken en onder meer in gesprek te gaan met omwonenden aan de Deusonelaan. Ook zal naar aanleiding van de gemaakte opmerkingen enkele planonderdelen duidelijk(er) omschreven en gemotiveerd worden in de toelichting van het bestemmingsplan en nader onderzocht worden. Het complete verslag is als bijlage 21 bij de toelichting opgenomen. Procedure In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt het plan conform de inspraakverordening gepubliceerd in huis-aan-huisbladen en op de website van de gemeente gepubliceerd. Daarnaast wordt het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van het zgn. 3.1.1. Bro toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid wordt geboden om een reactie te geven op het plan.

Naar aanleiding van de vooroverlegperiode is het al dan niet noodzakelijk het bestemmingsplan aan te passen. Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode hebben belanghebbende de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. De ingekomen zienswijzen worden vervolgens betrokken bij hun besluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. De gemeenteraad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

NL.IMRO.0798.BPVroonackerIV-VG01

Bestemmingsplan Vroonacker IV, Diessen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16514754/1