CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Beverakkers V (Toelichting)

Gemeenteraad 16 april 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Beverakkers V.32.907 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 23/79

herbegrenzing is mogelijk op basis van art. 5.3 Iov. In zo’n geval verzoekt het college van burgemeester en wethouders Gedeputeerde Staten om de begrenzing van het werkingsgebied te wijzigen. Wel dient op basis van art. 5.3, lid 1 en lid 4 Iov verantwoord te worden dat de herbegrenzing past binnen de herbegrenzingsvoorwaarden. Hieraan wordt verderop getoetst. Bij herbegrenzing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar is de ontwikkeling mogelijk indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.43 Iov: ad a. binnen Stedelijk Gebied is feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar. Op basis van het “Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2030” blijkt dat de gemeente Hilvarenbeek, buiten twee woningen, geen inbreidingslocaties in Biest-Houtakker voor ogen heeft om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik is het niet vanzelfsprekend om gaten in bebouwingslinten of andere open, groene plekken in te vullen als daar de mogelijkheid zich voor doet. Er biedt zich op dit moment geen mogelijkheid voor en daarnaast is het evident om de bestaande kwaliteiten van het dorp te respecteren. Derhalve wordt geconcludeerd dat de voorziene ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren is. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een kwalitatieve afronding van het woningbouwgebied ‘Beverakkers’.

Het betreft dan onder meer het creëren van een geleidelijke overgang tussen dorp en landschap. Het onderhavige planvoornemen is derhalve niet enkel ingegeven vanuit woningbouw. Vanwege de locatie-specifieke kenmerken is de ontwikkeling in zijn geheel, vanuit kwalitatieve overwegingen, niet op een andere locatie te realiseren en derhalve ook niet binnen het Stedelijk gebied. Ad b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden. Gelet op de doelen benoemd onder a en de grootte van het plan, behoort transformatie van cultuurhistorische waardevol of geschikt leegstaand vastgoed voor deze ontwikkeling niet tot de mogelijkheden. Ad c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Zoals in paragraaf 3.2.3 uiteengezet, past de woningbouwontwikkeling binnen de regionale woningbouwafspraken. Ad d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting dient rekening te houden met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Onder de beoordeling van de herbegrenzingsvoorwaarden, verderop in deze paragraaf, komen deze aspecten integraal terug.

Artikel 5.3, lid 1 wijziging grenzen van werkingsgebieden Toetsingskader De mogelijkheid tot herbegrenzing van een werkingsgebied is in artikel 5.3, lid 1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant als volgt opgenomen: Artikel 5.3, lid 1 Iov: Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de in deze verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet: a. de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; b. de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; c. de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; d. er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing;

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 24/79

e.

de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld.

Beoordeling In onderhavig geval wordt aangesloten bij het geval genoemd onder c. (de wijziging past binnen de basisprincipes van de verordening). Voor wat betreft het vereiste dat de wijziging dient te passen binnen de basisprincipes van de Interim omgevingsverordening is van belang dat vanuit de basisprincipes geldt dat alle aanwezige waarden betrokken worden bij de planontwikkeling en dat daarmee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke inrichting en het stedenbouwkundig ontwerp (principe behoud door ontwikkeling). Door de basisprincipes uit artikel 3.5 ‘Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit’ consequent te doorlopen, worden diverse aspecten die van belang (kunnen) zijn, inzichtelijk, waardoor ook aandacht geschonken wordt aan grote opgaven die spelen zoals duurzame energie, klimaatadaptatie en leegstand. Aan artikel 3.5 wordt verderop getoetst. Voor de wijziging van de grenzen van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar, gelden daarnaast specifieke voorwaarden genoemd in artikel 5.3, lid 4. Aan dit artikel wordt navolgend getoetst. Artikel 5.3, lid 4 wijziging grenzen van werkingsgebieden Toetsingskader Voor het wijzigen van de begrenzing van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ geldt in aanvulling op artikel 5.3, lid 1 dat: a. de wijziging past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b.

de wijziging nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt; c. de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Beoordeling Ad. a. De wijziging dient te passen binnen de regionale afspraken. Zoals in paragraaf 3.2.3 uiteengezet, past de woningbouwontwikkeling woningbouwafspraken.

binnen

de

regionale

Ad b. De wijziging is nodig vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt. Directe aanleiding voor de beoogde wijziging van de begrenzing van Verstedelijking afweegbaar vormt het feit dat binnen de huidige begrenzing van dit werkingsgebied een ondergrondse persleiding is gesitueerd, waardoor vanwege bijbehorende beperkingen een restgebied ontstaat dat minder geschikt is voor de realisatie van woningen. Om die reden is op deze locatie een verbindend landschapspark tussen de nieuwe dorpsrand en het omliggende landschap voorzien om zo de overgang naar het buitengebied te verzachten. Om in de woningbehoefte te voorzien is het noodzakelijk voor het wegvallende gedeelte een alternatieve locatie te zoeken, aansluitend aan de bestaande ontwikkelingen van Beverakkers. Deze uitbreiding kan gezocht worden in het aangrenzende gebied ten noorden van de Eekhof. Deze zone is gelegen in het kleinschaligere akkerlandschap, waardoor deze een andere overgang vraagt dan het open akkerlandschap. Op deze plaats kan aangesloten worden op de bestaande historische houtwallenstructuur.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 25/79

Uitwisseling Verstedelijking afweegbaar en nieuwe zichtlijnen.

Uitsnede visiekaart uit de ontwikkelingsvisie.

Met de beoogde stedenbouwkundige invulling, geënt op verplaatsing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar, vormen nieuwe zichtlijnen de verbinding tussen Beverakkers en het omliggende landschap. Een centrale groenzone als ‘spin in het web’ zorgt voor verbindingen door de wijk heen. Zichtlijnen vanaf de Eekhof en Beverstraat kijken uit op het achterliggende landschap. Bestaande en historische landschapsstructuren begeleiden deze zichtlijnen. Er ontstaat een fijnmazige dorpse structuur waarbij de verbinding met de omgeving sterk beleefbaar is gemaakt. De beoogde herbegrenzing leidt tot de navolgende visiekaart. De uitgangspunten voor de visie zijn: • Voortborduren op en afronden Beverakkers IV met behoud zichtlijnen op buitengebied; • Vanuit het groene hart groene zichtlijnen creëren richting buitengebied (inclusief zicht op karakteristieke landschapsboom ten zuiden van de Beverstraat); • Creëren nieuwe dorpsranden aansluitend bij bestaande landschappelijke structuren en waarden;

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 26/79

•

• •

Dorpsranden vormgeven door kleinschalige bebouwing (zuidzijde door beperkt aantal woningen gescheiden van elkaar dooreen groene spie, aan de westzijde door kleinschalige bebouwing in twee erven waarbij achteren zijtuinen de overgang naar het buitengebied vormgeven); Creëren open landschapspark tussen nieuwe dorpsrand en Beverstraat op de overgang dorp/akker/beekdal; Versterken akkerrand (Beverstraat en begeleidende sloot).

De beoogde ontwikkeling leidt daarmee tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige kwaliteit. De onderbouwing is tevens (uitgebreider) opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. Ad c. De gewenste uitbreidingsrichting dient aanvaardbaar te zijn. De aanvaardbaarheid van een uitbreidingsrichting wordt bepaald door de in de omgeving aanwezige waarden. Hiervoor geldt dat de voorgenomen functiewijziging wordt afgewogen in relatie tot de algemene visie en het te voeren ruimtelijke beleid. De milieuplanologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is beschouwd in hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. Er is geen sprake van aantasting van in de omgeving aanwezige waarden. Zo is geen sprake van significante aantasting van cultuurhistorische waarden, staat de Wet natuurbescherming het planvoornemen niet in de weg en worden omliggende bedrijven niet gehinderd in hun bedrijfsvoering. Ook is de ontwikkeling van de woningen hydrologisch-neutraal te realiseren. Met de provincie Noord-Brabant heeft reeds afstemming plaatsgevonden omtrent de herbegrenzing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar ten behoeve van onderhavig initiatief. Daarbij is de voornoemde ontwikkelingsrichting aan de provincie voorgelegd.

Resultaat daarvan is dat de provincie te kennen heeft gegeven mee te willen werken aan deze herbegrenzing, mits de hierboven genoemde verantwoording wordt geaccepteerd. Het besluit van Gedeputeerde Staten op het herbegrenzingsverzoek wordt genomen nadat onderhavig bestemmingsplan als ontwerp ter inzage is gelegd. Het voornemen tot herbegrenzing wordt geïntegreerd in de bekendmaking van het ontwerp bestemmingsplan. Conclusie Er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd onder artikel 5.3, lid 4 Iov. Hieruit blijkt ook dat de wijziging van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar past binnen de uitgangspunten van de Interim omgevingsverordening. Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel en artikel 3.44 Samenloop Verstedelijking afweegbaar met andere werkingsgebieden Toetsingskader Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken, stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied en borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.

Als Verstedelijking afweegbaar samenvalt met de Groenblauwe Mantel of Attentiezone Waterhuishouding, geldt dat de duurzame stedelijke ontwikkeling plaatsvindt in samenhang en in evenredigheid met een groene en blauwe landschapsontwikkeling binnen het gebied of de naaste omgeving en geen betrekking heeft op een te ontwikkelen of een uit te breiden zwaar bedrijventerrein. Beoordeling De locatie waar het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar wordt toegevoegd, is gelegen binnen de Groenblauwe mantel. Voor deze alternatieve locatie is gekozen omdat deze locatie is gelegen in het kleinschaligere

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 27/79

akkerlandschap, waardoor deze een andere overgang vraagt dan het open akkerlandschap. Hier kan aangesloten worden op de bestaande historische houtwallenstructuur. Op deze locatie worden de woonerven verweven met de bestaande historische houtwalstructuren en bomenrijen die daar nog aanwezig zijn. Op basis van het landschappelijk inpassingsplan worden deze verder versterkt en aangevuld, waarbij enkele doorzichten naar het landschap behouden blijven. In de huidige situatie is dit gebied in gebruik als akkerland en kent derhalve, uitgezonderd de benoemde houtwallenstructuur, nauwelijks ecologische en landschappelijke waarden. Door hier woningbouw toe te staan, kunnen landschappelijke waarden worden gerealiseerd in het landschapspark en blijven zichtlijnen behouden, waardoor indirect wordt bijgedragen aan de bescherming van landschappelijke waarden en kenmerken. De stedelijke ontwikkeling vindt in zijn geheel plaats in samenhang en evenredigheid met een groene landschapsontwikkeling en heeft geen betrekking op de ontwikkeling van een bedrijventerrein. Daarmee is de ontwikkeling passend binnen de Groenblauwe mantel.

Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Toetsingskader In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. Beoordeling De ruimtelijke situering is als volgt: • de ontwikkeling ligt volledig buiten het NNB; • de minimale afstand tussen het NNB en de dichtstbijzijnde (meest zuidoostelijke) woning bedraagt circa 35 meter; • de dichtstbijzijnde straat voor bestemmingsverkeer ligt op circa 25 meter van het NNB; • Het landschapspark zorgt voor een betere overgang tussen natuur en wonen dan de huidige agrarische gronden. • het betreft een reguliere woonwijk zonder intensieve functies; De belangrijkste potentiële verstoringsbron betreft verkeer van en naar de woonwijk. Het planvoornemen (70 woningen) genereert een maximum aantal voertuigbewegingen per etmaal van 506 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit betreft hoofdzakelijk personenauto’s met lage snelheden (max. 30 km/u) op een lokale woonstraat.

Gezien de beperkte verkeersintensiteit, het lokale karakter van de weg, de afstand van circa 25 meter tussen de weg en het natuurgebied, zal het geluidsniveau in het natuurgebied beperkt toenemen. Structurele verstoring van fauna door geluid is daarom niet aannemelijk. Artikel 3.16 noemt lichtverstoring expliciet als mogelijke vorm van externe werking. De verlichting in een woonwijk bestaat voornamelijk uit openbare straatverlichting en beperkte verlichting bij woningen. Deze verlichting is doorgaans naar beneden gericht en wordt gedeeltelijk afgeschermd door bebouwing, tuinen, erfafscheidingen en de opgaande begroeiing het landschapspark. Nieuwe bewoners kunnen leiden tot een beperkte toename van recreatief gebruik van nabijgelegen natuurgebieden. Gezien de omvang van de wijk blijft deze toename echter beperkt. Het betreft bovendien extensieve vormen van recreatie zoals wandelen of fietsen, die in de meeste natuurgebieden reeds onderdeel vormen van het reguliere gebruik. De ontwikkeling leidt daarom niet tot een significante toename van verstoring door betreding.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 28/79

Artikel 3.16 noemt ook mogelijke verstoring door fysieke barrières of obstakels. De voorgenomen ontwikkeling doorsnijdt het NNB niet, realiseert geen infrastructuur of bebouwing binnen het natuurgebied en creëert geen fysieke afsluiting van migratieroutes. De ontwikkeling wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld, dat wil zeggen dat het hemelwater binnen het plangebied wordt opgevangen en wordt vastgehouden. De bescherming van de waterhuishouding ter plaatse van de nabijgelegen natuur is daarmee verzekerd. Andere potentiële effecten zoals schaduwwerking, windturbulentie of emissies zijn bij een kleinschalige woonwijk niet relevant of verwaarloosbaar. Conclusie De externe werking van het NNB vormt geen belemmering voor de vaststelling van het plan. Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen).

Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. Het waterschap De Dommel zal daarom om advies worden gevraagd. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op relevante wateraspecten met betrekking tot het planvoornemen. Artikel 3.29 cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart en stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt nader ingegaan op relevante cultuurhistorische waarden binnen en rondom het plangebied. Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat:

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 29/79

2.

▪ nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; ▪ er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel.

Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Ad c) - meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Voorwaarden ad a: a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit betreft het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Van beide is geen sprake. De geplande nieuwvestiging is echter mogelijk op grond van bepalingen uit de Interim omgevingsverordening, namelijk art. 3.43 Iov (in combinatie met herbegrenzing van het Verstedelijking afweegbaar). b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken voor de woningen is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 30/79

Voorwaarden ad b: a. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting wordt ingegaan op deze effecten. b. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd, anders dan een in- en uitrit en een interne ontsluitingsweg. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in hoofdstuk 2. Voor het overige heeft het planvoornemen geen negatief effect op een natuurnetwerk, het energienetwerk en waterwegen. c. Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Het planvoornemen ziet toe op de realisatie van woningen. Daarbij zal sprake zijn van landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap (zie navolgend). Voor het overige wordt geen effect verwacht op de bovenste laag. Voorwaarden ad c: Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Navolgend wordt onder de verantwoording van artikel 3.9 gemotiveerd dat wordt voldaan aan de verplichting tot kwaliteitsverbetering van het landschap, hetgeen kan worden aangemerkt als meerwaardecreatie. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Toetsingskader Art.

3.9 Iov schrijft voor dat een bestemmingsplan moet aangeven hoe een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. De toelichting dient dan ook een verantwoording te bevatten van de wijze waarop de kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd. Deze kwaliteitsverbetering dient binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied te passen. Dit kan bijvoorbeeld verzekerd worden middels landschappelijke inpassing, het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen of het slopen van bebouwing. Beoordeling en conclusie De totale investering aan kwaliteitsverbetering wordt bepaald op basis van een percentage van de waardeontwikkeling van de gronden. De berekening kwaliteitsverbetering is bijgevoegd als bijlage 4. Hieruit volgt dat een bedrag à € 53.916,10 geïnvesteerd dient te worden. Als onderdeel van de kwaliteitsverbetering zal deze waarde worden geïnvesteerd binnen het plangebied door middel van een goede landschappelijke inpassing. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zoals toegelicht in paragraaf 2.4. De aanleg- en beheerkosten van de landschappelijke inpassing bedragen € 26.448,- (nader uitgesplitst in bijlage 4). Het restant zal worden gestort in het gemeentelijke groenfonds.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 31/79

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 Toetsingskader Op 25 februari 2010 heeft de gemeente Hilvarenbeek de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Hilvarenbeek van belang zijn. Uiteraard wil de gemeente ontwikkelingen voorkomen die afbreuk doen aan de toekomst van de gemeente. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. Bij sommige van deze ontwikkelingen zal de gemeente zelf als initiatiefnemer fungeren, bij andere ontwikkelingen is de gemeente afhankelijk van initiatieven van derden, zoals ondernemers, woningcorporaties, instellingen en burgers. In de structuurvisie wordt eerst voor de gehele gemeente een visie gegeven met betrekking tot het ruimtelijke karakter, wonen en de woonomgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit en bereikbaarheid. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie zijn deze aspecten per kern beschreven. Het ruimtelijk karakter van de 6 dorpen en het buitengebied van de gemeente vormt een belangrijk onderdeel van een goede woon- en leefomgeving en daarmee van het woongenot in Hilvarenbeek.

De gemeente streeft ernaar om het ruimtelijk karakter van de diverse dorpen en het buitengebied te behouden, maar ook daar waar mogelijk te versterken. De gemeente heeft de wens om middels nieuwe woningbouwplannen in de kernrandzones het ruimtelijk karakter ter plaatse te versterken. Voor het beoordelen van initiatieven van derden zijn de beleidsuitgangspunten uitgewerkt in toetsingscriteria per kern.

Uitsnede van de zoneringskaart toetsingscriteria behorend bij de Structuurvisie van de gemeente Hilvarenbeek. Binnen de rode contour is het plangebied gesitueerd.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 32/79

Beoordeling Onderhavig plangebied ligt op de structuurvisiekaart voor Biest-Houtakker in een gebied dat is aangeduid als ‘zoeklocatie nieuwe ontwikkeling’. Deze zones zijn afkomstig uit het uitwerkingsplan Hilvarenbeek-Oisterwijk van de provincie Noord-Brabant van 21 december 2004. In deze uitwerking van het streekplan zijn deze gebieden benoemd als "transformatie afweegbaar". Door de gemeente wordt niet gestuurd op kwantiteit, maar op kwaliteit. De gemeente wil zich in de toekomst meer richten op onder meer ouderen en starters. Daarnaast wil de gemeente meer en gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (huur en koop) en betaalbare woningen. Door het realiseren van een woningbouwprogramma bestaande uit diverse woningtypen in diverse prijsklassen wordt met het planvoornemen hierbij aangesloten. De nieuwbouw voorziet doormiddel van een landschappelijke inpassing in de versterking van de visuele relatie met het buitengebied. De openbare ruimte zal eveneens worden ingericht met groene structuren. Deze maatregelen zorgen ervoor dat het plangebied een leefbare en fijne woonomgeving wordt waarbij ook een goede balans wordt geboden tussen woningvoorraad en woningbehoefte. Conclusie Voorliggend planvoornemen geeft invulling aan de visie en uitgangspunten die zijn opgesteld voor het plangebied, zoals neergeschreven in de Structuurvisie Hilvarenbeek.

3.4.2 Woonvisie 2020-2030, Addendum Woonvisie en Regionale Woondeal Toetsingskader Op 4 juli 2019 heeft de gemeente Hilvarenbeek de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. Hiermee heeft de gemeente haar beleid op het brede vlak van ‘wonen’ opnieuw bepaald. De Woonvisie van 2009 wordt van de hand gewezen. De gemeente Hilvarenbeek vindt het belangrijk dat voor alle inkomensgroepen voldoende mogelijkheden zijn om een passende woning te vinden. Voor mensen met een laag inkomen is het van belang dat er voldoende betaalbare huurwoningen beschikbaar zijn in de gemeente. De praktijk van de laatste jaren is dat de gemeente Hilvarenbeek met een sterk vestigingsoverschot te maken heeft. Dit zorgt voor een toenemende druk op de woningmarkt. Het gaat daarbij vaak om kapitaalkrachtige gezinnen. Het gevolg is dat starters hierdoor het onderspit delven. Ze hebben vaak te weinig vermogen om te concurreren op de woningmarkt met doorstromers en gezinnen. Daarnaast constateert de gemeente dat steeds meer senioren overwegen om de komende periode te gaan verhuizen. Daarbij is het wel van belang dat er voldoende passend woningaanbod voor deze doelgroep voorhanden is. Veel ouderen zoeken een kleine, levensloopgeschikte woning. Het liefst een grondgebonden woning met een tuintje.

Een groep die vaak tussen wal en schip in valt op zoek naar een betaalbare huurwoning, is de groep spoedzoekers zonder urgentieverklaring. Dit zijn bijvoorbeeld mensen die in een scheiding liggen of jonge starters, die niet lang genoeg ingeschreven staan om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen. Dit soort spoedzoekers krijgt vaak geen urgentieverklaring, omdat er geen sprake is van een levensbedreigende situatie of acuut probleem. Ook voor deze doelgroep wil de gemeente voldoende geschikte woningen realiseren. De gemeente Hilvarenbeek vindt het belangrijk dat er voor alle doelgroepen in de samenleving een plek is om te wonen in Hilvarenbeek. Jong, oud, rijk, arm, met of zonder beperkingen moet hier een woning naar zijn of haar wensen en mogelijkheden kunnen vinden. Dit houdt in dat de gemeente de komende jaren vooral woningen willen toevoegen in marktsegmenten die nu nog te beperkt aanwezig zijn. Daarbij gaat het om starterswoningen die structureel in het betaalbare segment blijven. De kwaliteit van de woningen zijn hierop aangepast. Het gaat dan om kleine woningen met één, hooguit twee slaapkamers, zodat een huishouden de woning ook weer gaat verlaten bij gezinsuitbreiding en de woning weer beschikbaar komt voor een starter.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 33/79

Addendum Woonvisie Hilvarenbeek Actueel streefwoningbouwkader Op 17 mei 2023 is het addendum op de woonvisie vastgesteld met een geactualiseerd streefwoningbouwprogramma, uitgaande van de geconstateerde behoefte, de gerealiseerde woningen in de afgelopen jaren en de richtlijnen vanuit de nationale Woon- en Bouwagenda en de Regionale Woondeal SRBT. In het addendum wordt verwezen naar de regionale Woondeal. Hieruit volgt voor de gemeente Hilvarenbeek op de korte termijn (2022-2026) een opgave van 435 woningen, gemiddeld zo’n 87 woningen per jaar. De cijfers uit de Woondeal betekenen het kwantitatieve uitgangspunt voor de woningbouwopgave voor de eerstkomende jaren. Het streefprogramma vormt daarmee een uitwerking van de Woondeal. Gezien onderhavig plan een ‘bestaand’ plan betreft, geldt ten aanzien van de Woondeal voor onderhavig bestemmingsplan een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat onderhavig plan al bij de gemeente in behandeling was voordat het Addendum werd vastgesteld.

Beoordeling In de gemeente Hilvarenbeek kunnen enkel de inbreidingslocaties niet voorzien in de behoefte. Er wordt daarom ingezet op een niet-traditioneel ingevulde, kwalitatieve afronding van de dorpsranden, zoals Beverakkers V. Ook het gemeentelijke beleid geeft ruimte aan woningbouw aan de randen van de kernen, in het bijzonder ook voor plannen die een programma met betaalbare woningen realiseren (omdat inbreidingslocaties daarvoor over het algemeen te klein zijn). Nieuwe woningbouwinitiatieven worden (kwalitatief) getoetst aan de beoordelingscriteria uit de Woonvisie 20202030: • Locatiecriteria: De verkaveling en bebouwing sluiten aan op de bestaande verkaveling en bebouwing uit Beverakkers IV. Hiermee voorziet het plan in zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan versterkt de ruimtelijke kwaliteit door de realisatie van een nieuw landschapspark richting het buitengebied. • Stedenbouwkundige criteria: De bebouwing is in massa, dichtheid en karakteristiek passend bij de omgeving en in relatie met het landschap. Om de overgang van stad naar land geleidelijk te laten verlopen zijn voorzijdes van woningen hoofdzakelijk gericht op het buitengebied. Aan de zuidzijde, tegen het landelijk gebied, wordt voorzien in een landschapspark.

Met de beoogde stedenbouwkundige invulling, geënt op verplaatsing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar, vormen nieuwe zichtlijnen de verbinding tussen Beverakkers en het omliggende landschap. Een centrale groenzone als ‘spin in het web’ zorgt voor verbindingen door de wijk heen. Zichtlijnen vanaf de Eekhof en Beverstraat komen kijken uit op het achterliggende landschap. Bestaande en historische landschapsstructuren begeleiden deze zichtlijnen. Er ontstaat een fijnmazige dorpse structuur waarbij de verbinding met de omgeving sterk beleefbaar is gemaakt. Aan de westzijde is de bebouwing enigszins intensiever. Deze zone is gelegen in het kleinschaligere akkerlandschap, waardoor deze een andere overgang vraagt dan het open akkerlandschap. Hier wordt aangesloten op de bestaande historische houtwallenstructuur. • Invulling kwalitatieve behoefte: Uit de Woonvisie 2020-2030 blijkt dat in de kern Biest-Houtakker ten opzichte van de gehele gemeente voornamelijk vraag is naar koopwoningen tot een prijs van € 285.000,-. In de kern is er ook meer vraag naar dure koopwoningen (t.o.v. de gemeente) en minder vraag naar goedkope huur. Het planvoornemen voorziet in een gedifferentieerd woningbouwprogramma. Om adequaat in te spelen op de

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 34/79

specifieke vraag naar woningen is in onderhavig bestemmingsplan flexibiliteit aangebracht in de toegestane woningbouwtypologie. Hierdoor kan worden gebouwd naar de op dat moment daadwerkelijke behoefte. Het plan past op basis van deze uitgangspunten binnen de kwalitatieve behoefte aan woningen. Voor Beverakkers V is een stedenbouwkundig plan opgesteld met daarin de volgende woningtypen: 40 rijwoningen, 8 benedenbovenwoningen, 16 twee-onder-één kapwoningen en 4 vrijstaande woningen. Hierbij is sprake van een gedifferentieerd woningbouwprogramma bestaande uit diverse prijsklassen, waaronder aanbod in de sociale sector en betaalbare woningen. In navolgende tabel is het overeengekomen woonprogramma opgenomen. Woonprogramma Sociale Huur Betaalbaar

Woningtype Huur <808

Overige

Huur >1021 Eengezinswoning 355.000-414.100 Overig

Huur 808-1021 Beneden bovenwoning 1 a 2p <236.000 Eengezinswoning 236.000-355.000 Levensloopgeschikt <355.000

Aantal 14 0 8 14 4 0 8 20

Percentage 21% 38%

41%

Door het realiseren van een woningbouwprogramma bestaande uit woningen in het huur- en koopsegment en in diverse prijsklassen wordt met het planinitiatief een diversiteit aan type woningen gerealiseerd, aansluitend bij de woningbehoefte van onder andere starters en ouderen (prijspeil 2023). Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om bij nieuwe initiatieven aan te sluiten op het geactualiseerde streefwoningbouwprogramma. De verhouding koop- en huurwoningen en de verschillende segmenten binnen het planvoornemen voldoen aan het streefprogramma. Ten aanzien van sociale huurwoningen ambieert de gemeente vooral grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren. Daarnaast dient op basis van de Woonvisie 2020-2030 bij een project van meer dan 20 woningen minimaal 15% in het sociale segment (huur < € 720, koop < € 200.000) te worden gebouwd. Bij het planvoornemen is dit het geval. Op basis van het Addendum op de Woonvisie geldt echter dat in afwijking van deze maatregel de percentages in het streefwoningbouwkader in beginsel voor alle woningbouwplannen als uitgangspunt genomen dienen te worden. Daarbij wordt echter opgemerkt dat het streefwoningbouwkader bij de meeste segmenten (uitgezonderd de opgave voor sociale huur) enige flexibiliteit biedt om meer of minder woningen te realiseren.

De daadwerkelijke realisatie kan dus nog verschillen, afhankelijk van de woonwensen en economische ontwikkeling (inclusief financiële mogelijkheden van woningzoekenden), zolang de totale realisatie van middeldure huur en betaalbare koop op minimaal 40% van de totale woningbouwopgave uitkomt. Daarmee wordt geconstateerd dat met het aangepaste streefwoningbouwkader wordt voldaan aan de richtlijnen van de regionale Woondeal. Met onderhavig planvoornemen wordt voldaan aan de inspanningsverplichting om bij de percentages uit het aangepaste streefwoningbouwkader aan te sluiten. Vanwege de financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het planvoornemen is, gelet op de marginale afwijking ten opzichte van het streefwoningbouwkader, tussen initiatiefnemer en gemeente bovenstaand woonprogramma overeengekomen. Het realiseren van minimaal 14 woningen in de categorie sociale huurwoning is door middel van artikel 6.4.1 gewaarborgd in de regels. Dit betekent een minimum aandeel van 21% sociale huurwoningen. Het aandeel middeldure huur / betaalbare koop betreft daarmee 38% en het aandeel overig 41%.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 35/79

Bovendien is door middel van artikel 6.4.1 het realiseren van minimaal 8 gestapelde woningen (beneden bovenwoningen) in de categorie goedkope sociale koopwoning en minimaal 6 grondgebonden woningen in de categorie betaalbare sociale koopwoning gewaarborgd. Voor de woningen in de categorie sociale betaalbare koopwoning is in de anterieure overeenkomst opgenomen dat deze wel onder de doelgroepenverordening valt, maar tevens de hardheidsclausule van toepassing is. Voor deze woningen geldt een afwijkende maximale verkoopprijs. De maximale verkoopprijs voor deze woningen is voor 2023 vastgesteld op € 300.000,-. De maximale verkoopprijs wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de volgende berekening, met de door het Rijk jaarlijks vastgestelde betaalbaarheidsgrens: € 236.600,- + betaalbaarheidsgrens = X / 2 = maximale verkoopprijs VON. Conclusie Met onderhavig planvoornemen wordt voldaan aan de inspanningsverplichting ten aanzien van het streefwoningbouwprogramma conform de Woonvisie van de gemeente Hilvarenbeek en de Regionale Woondeal. 3.4.3 Concept-Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2030 Toetsingskader Bij de vaststelling van de ‘Woonvisie 2020-2030’ is ook een uitvoeringsprogramma opgesteld. Het Uitvoeringsprogramma legt de wijze uit waarop initiatieven worden beoordeeld. Het Uitvoeringsprogramma geeft nu nog een globaal beeld van het aantal en type woningen per kern.

Wat vooral zichtbaar wordt zijn de kansrijke locaties per kern. Kansrijk in die zin dat de locatie geschikt wordt bevonden voor woningbouw en dat de invulling stedenbouwkundig inpasbaar is of inpasbaar kan worden gemaakt.

Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2030.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 36/79

Beoordeling Het Uitvoeringsprogramma geeft een globaal beeld van het aantal en type woningen per kern. Wat vooral zichtbaar wordt zijn de kansrijke locaties per kern. Kansrijk in die zin dat de locatie geschikt wordt bevonden voor woningbouw en dat de invulling stedenbouwkundig inpasbaar is of inpasbaar kan worden gemaakt. In Biest-Houtakker zijn drie locaties ingebracht en beiden zijn positief beoordeeld. Buiten deze locaties zijn er vooralsnog geen inbreidingslocaties aan te wijzen. Dit betekent, wil de gemeente voldoen aan een (organische) groei van Biest-Houtakker, de gemeente voortvarend moet gaan werken aan de uitbreiding van Beverakkers. Het plangebied vormt concreet onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2030. De omvang van het aantal woningen op deze locatie werd geraamd op 30-40 woningen, afhankelijk van het stedenbouwkundig plan. Het aantal woningen in onderhavig bestemmingsplan is ten opzichte hiervan enerzijds toegenomen doordat de Regionale Woondeal tijdens de totstandkoming van het plan is vastgesteld en het plan hier op is afgestemd. Anderzijds was het plangebied vanwege de herbegrenzing beter te verkavelen, waardoor het feitelijk aantal woningen beperkt is toegenomen. Conclusie De gemeente Hilvarenbeek heeft een afweging gemaakt van geschikte woningbouwlocaties in Hilvarenbeek. Het plangebied is gelegen op een kansrijke locatie voor woningbouw.

Voorliggend planvoornemen is passend binnen het ‘Concept-Uitvoeringsprogramma Woningbouw 2020-2030’. 3.4.4 Beeldkwaliteit / Nota Ruimtelijke kwaliteit (Dorps bouwen) Toetsingskader Vanuit de Nota Ruimtelijke kwaliteit geldt voor ontwikkelingsgebieden als uitgangspunt dat het beleid met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit de ambities van de gemeente voor het gebied moet weergeven in heldere en goed gefundeerde beeldkwaliteitseisen, geformuleerd in een beeldkwaliteitplan. Ook bij nieuwe ontwikkelingen liggen de uitgangspunten en regels in de nota Dorps Bouwen uit 2013 aan de basis van het beeldkwaliteitplan. Beoordeling en conclusie Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is een beeldkwaliteitplan opgesteld met de concrete gebiedsspecifieke criteria voor het plangebied. Het beeldkwaliteitplan zal separaat worden vastgesteld en is als bijlage 5 opgenomen bij deze toelichting. 3.4.5 Omgevingsvisie Hilvarenbeek; ‘Samen gezond groeien!’ Toetsingskader De gemeente Hilvarenbeek heeft op donderdag 25 september 2025 haar nieuwe Omgevingsvisie vastgesteld. Het is een lange termijnvisie tot 2050. De Omgevingsvisie Hilvarenbeek ‘Samen gezond groeien’ beschrijft hoe de gemeente zich de komende decennia wil ontwikkelen op het gebied van wonen, natuur, duurzaamheid en economie.

De visie is samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners opgesteld en zet in op het behouden van de groene, kleinschalige en leefbare omgeving, met aandacht voor gezondheid, kwaliteit van leven en gemeenschapszin. In Hilvarenbeek staat gezondheid hoog in het vaandel. De gemeente ziet een gezonde leefomgeving als de basis voor het welzijn van haar inwoners. De visie “Samen gezond groeien” benadrukt dat gezondheid niet alleen draait om medische zorg, maar verweven is met de inrichting van onze leefomgeving. Een belangrijk onderdeel hiervan is de aandacht voor mogelijke risico’s uit de omgeving, zoals spuitzones rond agrarische percelen en de invloed van geitenhouderijen op de luchtkwaliteit en volksgezondheid. De gemeente

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 37/79

streeft ernaar dat wonen, werken en agrarische activiteiten in balans zijn. Dat betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig gekeken wordt naar voldoende afstand tussen gevoelige functies zoals woningen en locaties waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Hilvarenbeek is van nature een gezonde gemeente. Uit onderzoeken van de GGD blijkt dat inwoners relatief gezond zijn, mede dankzij de groene omgeving, sterke sociale samenhang en actieve gemeenschappen. Toch blijft de gemeente alert op factoren die de gezondheid kunnen beïnvloeden: van geur- en fijnstofoverlast tot geluid en verkeer. Door samen te werken met inwoners, agrariërs en andere partners zet Hilvarenbeek in op een toekomst waarin gezondheid, natuur en leefbaarheid hand in hand gaan. Woongebieden Voor woongebieden zijn de volgende thema’s het meest relevant: • De focus ligt op het realiseren van voldoende passend woningaanbod om zo plaats te bieden aan de jongere generatie. Dit is cruciaal voor de ontwikkeling van Hilvarenbeek, omdat zij bijvoorbeeld zorgmedewerkers en mantelzorgers zijn. • De gemeente Hilvarenbeek zet in op het behoud van het dorpse karakter om ervoor dat zorgen dat kernen hun eigen identiteit behouden en de kernen niet aan elkaar groeien. Hierbij staat ook de aansluiting en overgang van de kernen en het landschap centraal.

• De gemeente hanteert de hoogste ambitie om overlast van bijvoorbeeld geur te verminderen. Dit doen ze door in het omgevingsplan beperkingen op te leggen aan agrariërs. Dus niet in dit deelgebied. Ook willen ze – gelet op evenwichtige toedeling van functies aan locaties – geen veehouderijen of andere niet-inpasbare bedrijven (bedrijven die niet voldoen aan de door de gemeente gestelde geurnormen) in of nabij kernen. Op deze locaties is ruimte voor alternatieve functies zonder hinder voor de omgeving zoals wonen of maatschappelijke voorzieningen. • De gemeente heeft een lagere ambitie voor een natuurinclusieve agrarische sector omdat landbouw in de kernen nauwelijks voorkomt en alleen aan de randen van de kernen. Buitengebied Rondom de grote kernen en de natuur moeten de geuroverlast en stikstofuitstoot worden verlaagd. De impact van de agrarische sector op de leefomgeving is in 2050 verlaagd waardoor er winst is gehaald voor de gezondheid van mens, plant en dier. Rond de kernen is meer recreatie, hebben agrarische ondernemingen een nevenfunctie en zijn agrarische locaties omgevormd tot kleine landschappelijke clusters met woningen. De agrarische sector is anno 2050 in balans met de bodem- en watersysteem en de gezondheid van mens, plant en dier. Zo is de teelt passend bij de locatie.

De schadelijke uitstoot rondom woonlocaties en natuur is verminderd (zie paragraaf 5.2, Omgevingsvisie Hilvarenbeek). Agrarische sector Over de agrarische sector stelt de omgevingsvisie duidelijk dat over de gehele lijn het terugdringen van schadelijke uitstoot voor natuur én mens de ambitie is. Vooral vlak bij de kwetsbare natuurgebieden en woonkernen. Het grondgebruik moet meer in balans komen met de potentie van het plaatselijke bodem- en watersysteem. Onder meer door toepassing van de best beschikbare technieken om de kwaliteit van de leefomgeving te ontzien. De gemeente biedt bijvoorbeeld geen ruimte voor agrarische activiteiten met een negatieve invloed op de lokale leefomgeving, zoals bijvoorbeeld lelieteelt. Ter bescherming van de gezondheid van mens, plant en dier; ‘In kwetsbare natuurgebieden en nabij woningbouw verminderen we de milieudruk en belastende bedrijfsactiviteiten.’ (zie paragraaf 6.3.4, Omgevingsvisie Hilvarenbeek

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 38/79

Gewasbeschermingsmiddelen In de omgevingsvisie gaat de gemeenteraad ook in op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in relatie tot de te realiseren doelen uit de visie. Deels zal dat nog uitgewerkt moeten worden in een programma, maar de bescherming van de gezondheid van bewoners staat voorop. In de visie is vastgelegd dat spuitvrije zones worden geïntroduceerd ter bescherming van nieuwe gevoelige functies, zoals wonen. Daar is zelfs een afstandsnorm van 50 meter bij genoemd voor gronden waar chemische gewasbeschermingsmiddelen niet (meer) mogen worden gebruikt. Andere vormen van gewasbescherming mogen wel (zie paragraaf 6.3.4, Omgevingsvisie Hilvarenbeek) Beoordeling In de omgevingsvisie heeft de gemeente Hilvarenbeek een aantal woningbouwlocaties aangewezen. Deze woningbouwlocaties geven invulling aan de bestaande behoefte en de wens om te groeien en woningen te bieden, passend bij de schaal van de gemeente en goed verdeeld over de verschillende kernen. De (grotere) woningbouwlocaties zijn in de omgevingsvisie opgenomen en ook op de visiekaart concreet aangegeven. In de omgevingsvisie is Beverakkers V als woningbouwlocatie Biest-Houtakker opgenomen in het woningbouwprogramma van de gemeente (zie de figuur hieronder).

Uitsnede van de Omgevingsvisiekaart ter hoogte van Biest-Houtakker bij de Omgevingsvisie van de gemeente Hilvarenbeek. Beverakkers V is weergegevens met het icoon ‘Woningbouwplannen >50 woningen’.

De woningbouwopgave is groot, en er is vooral behoefte aan betaalbare en passende woningen voor zowel jongeren als ouderen. De ontwikkeling van Beverakkers V speelt hierin een belangrijke rol. Door het realiseren van een woningbouwprogramma bestaande uit diverse woningtypen in diverse prijsklassen wordt met het planvoornemen voldoende aanbod voor de jongere generatie ontwikkeld. De nieuwbouw voorziet doormiddel van een landschappelijke inpassing in de versterking van de visuele relatie met het buitengebied. De openbare ruimte zal eveneens worden ingericht met groene structuren. Deze maatregelen zorgen ervoor dat het plangebied een leefbare en fijne woonomgeving wordt waarbij ook een goede balans wordt geboden tussen woningvoorraad en woningbehoefte. In de structuurvisie neemt Hilvarenbeek de beleidsmatige keuze om woningbouw meer ruimte te geven boven het gebruik van bestrijdingsmiddelen op agrarische belendende percelen. Middels een gebiedsaanduiding ‘overige zone – spuitvrije zone’ op de agrarische gronden rondom het plangebied wordt de gezondheid van de te realiseren gevoelige functies (woningen) verzekerd.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 39/79

Conclusie Voorliggend planvoornemen geeft invulling aan de visie en uitgangspunten die zijn opgesteld voor het plangebied, zoals neergeschreven in de Omgevingsvisie.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 40/79

4

Planologisch relevante (milieu)aspecten

4.1 Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een (ontwerp-)bestemmingsplan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van het gepleegde onderzoek. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens worden behandeld: • bodem; • waterhuishouding; • cultuurhistorie; • archeologie; • ecologie; • akoestiek; • bedrijven en milieuzonering; • geurhinder & veehouderij; • externe veiligheid; • kabels en leidingen; • luchtkwaliteit; • milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling. 4.2 Bodem Toetsingskader Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd.

Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. Beoordeling Door Bodex Milieu BV is in maart 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Rapportage daarvan is als bijlage 6 gevoegd bij deze toelichting. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar geacht.

Er zijn vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met betrekking tot de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 41/79

Conclusie Uit verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor de beoogde woonfunctie. 4.3 Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Beleid provincie Noord-Brabant Vigerend is het regionaal water- en bodemprogramma 2022-2027 van 3 december 2021. Het RWP zet uiteen hoe de provincie Noord-Brabant de komende jaren gaat werken aan voldoende water, schoon water, veilig water, vitale bodem en klimaatadaptatie. In het RWP wordt voor het thema water en vitale bodem nadere uitwerking en invulling gegeven aan de Brabantse Omgevingsvisie.

Het RWP geeft invulling aan het op orde houden van de basis van het natuurlijk water- en bodemsysteem en is mede gebaseerd op wettelijke regels en beleid. Dit is onder andere vastgelegd in de wettelijk omschreven rollen en taken in het waterbeleid in Nederland, dat uitgaat van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Beleid waterschap De Dommel Het plangebied is gelegen binnen het stroomgebied van waterschap De Dommel. De visie van waterschap De Dommel is vervat in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het Waterbeheerprogramma schetst de visie en ambities van het waterschap voor de lange termijn (2050). Dit Waterbeheerprogramma is een echte koersverandering van het waterschap. De Dommel is op een andere manier gaan denken over omgaan met water. Dat is nodig om goed in te kunnen spelen op de veranderingen in ons klimaat en in onze omgeving. Met dit waterbeheerprogramma start het waterschap met de watertransitie, waarbij drie richtinggevende principes zijn ontwikkeld: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de legger.

De Keur waterschap De Dommel 2015 bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord-Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 42/79

van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: a. het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; b. de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; c. de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. d. de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel: Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: a. de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; b. de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; c. daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Voor het overige zijn er in de keur diverse regels opgenomen om gebieden met een specifieke functie te beschermen, zoals de attentiegebieden en invloedsgebieden Natura 2000. Er geldt een specifiek beschermingsregime, afhankelijk van het type gebied en de ligging in of nabij een beschermd gebied. Beleid gemeente Hilvarenbeek Voor het water heeft de gemeente binnen de bebouwde omgeving de zorgplicht voor overtollig hemelwater, afvalwater en grondwater. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor het beheer van de overige, niet-primaire watergangen welke tot haar eigendom behoren. De gemeente Hilvarenbeek heeft het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Vgrp) opgesteld waarin o.a. wordt beschreven hoe de gemeente invulling wil geven aan de zorgplicht en naar welke toekomstige situatie het streeft met betrekking tot de waterhuishouding. Deze situatie heeft de gemeente Hilvarenbeek uitgewerkt in 8 streefbeelden die hieronder worden benoemd.

• oppervlaktewater en grondwater beheren van voldoende goede fysisch/chemische, ecologische en fysieke kwaliteit; • water in een optimale kwantiteit, niet te veel en niet te weinig; • veilig water voor de volksgezondheid; • water dat bijdraagt aan een positieve beleving van de leefomgeving; • een doelmatig en duurzaam beheer van de afvalwaterketen; • inzameling en transport van afvalwater en hemelwater (riolering); • een beïnvloeding van riool en oppervlaktewater (interactie), die niet leidt tot wateroverlast; • de zuivering van het afvalwater inclusief slibverwerking. De gemeente schrijft voor dat voor alle ruimtelijke plannen een watertoets uitgevoerd moet worden. Voor het verwerken van hemelwater is de voorkeurvolgorde van toepassing; infiltreren, retentie binnen het plangebied, retentie buiten het plangebied of berging in bestaand watersysteem. Bij uitbreidingen van het woongebied binnen de bebouwde kom eist de gemeente een compensatieberging van minimaal 30 mm bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 250 m2. Bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 250 m2 stelt de gemeente geen compensatieverplichting.

datum referentie

16 maart 2026 210798_AdB_RAP_0001_v5.0

P 43/79

Beoordeling De Keur kent diverse verbodsbepalingen voor handelingen in het watersysteem. Deze handelingen mogen enkel worden verricht indien een waterwetvergunning is verleend, of indien wordt voldaan aan algemene regels. Uit de kaarten behorende bij de Keur waterschap De Dommel volgt dat de locatie gelegen is binnen een attentiegebied en binnen een invloedsgebied Natura 2000. Het invloedsgebied Natura 2000 betreft een zeer ruim gebied en omvat grote delen van West-Brabant. Dit zijn de gebieden rond Natura 2000-gebieden waar significante effecten van de verruiming van agrarische grondwateronttrekking niet kan worden uitgesloten. Voorliggend initiatief betreft geen grondwateronttrekking. Derhalve is de ligging binnen dit invloedsgebied niet relevant voor het initiatief. Voor de attentiegebieden zijn de ‘natte natuurparels’ geprojecteerd, waaromheen een zone van gemiddeld 500 meter is getekend. Voor zover deze beschermingszones buiten de GHS-natuur zijn gelegen neemt het waterschap voor alle ingrepen ruimte voor maatwerk. Alleen déze beschermingszones worden op de keurkaart aangeduid met de naamgeving: ‘attentiegebieden’. In de ‘attentiezone waterhuishouding’ mogen ingrepen geen negatief hydrologisch effect hebben op de waterhuishouding. Als ingrepen wel een negatief effect hebben, is een vergunning niet mogelijk, tenzij er compensatie plaatsvindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16821567/1