CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Akkerstraat 2B (7 Toelichting bestemmingsplan)

commissie Ruimte 22 januari 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: OORDEELSVORMEN: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Akkerstraat 2B.29.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Pagina 50 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Figuur 27: Berekening kwaliteitsverbetering

Bovenstaande berekening laat zien dat de beoogde ontwikkeling geen bestemmingswinst tot gevolg heeft. Ondanks de omstandigheid dat in beginsel sprake is van een categorie 3 ontwikkeling, dient de beoogde ontwikkeling vanwege het feit dat een en ander bestemmingsverlies tot gevolg heeft als een categorie 2 ontwikkeling aangemerkt te worden. Hierdoor is in casu enkel landschappelijke inpassing vereist en is geen aanvullende kwaliteitsverbetering van het landschap benodigd.

Pagina 51 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

4 PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN 4.1 Inleiding Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente Hilvarenbeek is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen. In dit hoofdstuk wordt aangetoond dat in milieutechnisch opzicht geen belemmeringen bestaan voor het planvoornemen. Achtereenvolgens worden behandeld: • • • • • • • • • • • • •

bodem; waterhuishouding; cultuurhistorie; archeologie; natuur; flora en fauna; wegverkeerslawaai; bedrijven en milieuzonering; gezondheid; externe veiligheid; luchtkwaliteit; kabels en leidingen; milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.

4.2 Bodem Toetsingskader De bodemkwaliteit is in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. De bodem moet geschikt zijn voor de functie. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient voor vaststelling van een plan en/of het nemen van het besluit inzichtelijk gemaakt te worden of de bodemverontreiniging de voorgenomen functie- en/of bestemmingswijziging in het kader van gezondheid en/of financieel gezien in de weg staat. Hierbij dient inzichtelijk gemaakt te worden of sprake is van een te verwachten of feitelijke verontreiniging. Beoordeling Een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd binnen de planlocatie om inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie en of de bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de beoogde bestemmingswijziging. Het complete onderzoek is als bijlage aan de onderhavige toelichting opgenomen. In het onderstaande worden de conclusies weergegeven (in cursief). ‘Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het onderzoek stemmen niet overeen met de gestelde hypotheses.

De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende Pagina 52 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Conclusie De bodemkwaliteit staat de beoogde bestemmingswijziging niet in de weg. 4.3 Waterhuishouding Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie. Toetsingskader De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren.

De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Structuurvisie 2010 en de Verordening ruimte 2014. In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod: - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding. De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Regionaal Water en Bodem programma (RWP) 2022-2027. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen.

Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd betreft het: - voldoende water voor mens, plan en dier; - schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); - bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; - verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening.

Pagina 53 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie stelt. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen.

Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen.

Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Pagina 54 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek heeft de gemeentelijke regels inzake waterbeleid aangescherpt ten opzichte van de Keur van het waterschap. Waar binnen de Keur ontwikkelingen met een toename kleiner dan 500 m2 zijn vrijgesteld aan compensatie, zal het aangescherpt beleid vanuit de gemeente zich richten op daadwerkelijk nieuw verhard oppervlak en zullen kleinere oppervlakken ook een verplichting tot compensatie krijgen. Onder “nieuw verhard oppervlak” wordt het volgende verstaan: ‘oppervlak verstaan wat is ontwikkeld, herbouwd of opnieuw is aangelegd. Het te slopen verhard oppervlak wordt hiermee niet van het te compenseren oppervlak afgetrokken’. Beoordeling De beoogde ontwikkeling betreft de herbestemming van een agrarische verwante bedrijfslocatie, waarbij een huidige bedrijfswoning wordt herbestemd tot burgerwoning, een bestaande vergunde mantelzorgwoning blijft behouden en er wordt een boerderijvolume met twee wooneenheden gerealiseerd. Verder wordt overtollige bebouwing in de hoedanigheid van bedrijfsgebouwen, alsook voorzieningen in de hoedanigheid van buitenrennen en andere verhardingen gesloopt. Nu de beoogde ontwikkeling volledig binnen bestaande bebouwing plaatsvindt met sloop van overtollige bebouwing en voorzieningen, is in casu geen sprake van nieuw verhard oppervlak conform gemeentelijk waterbeleid.

Dit maakt een waterbergende voorziening conform gemeentelijk waterbeleid niet is vereist. Dit aspect is dan ook niet van toepassing op onderhavig planvoornemen. Wel wordt binnen de planlocatie op vrijwillige basis een poel aangelegd conform het landschappelijk inpassingsplan. Gelet hierop heeft de beoogde ontwikkeling een positieve bijdrage op het waterbergende vermogen en het watersysteem. Te meer nu de beoogde ontwikkeling een afname van het bebouwd oppervlak tot gevolg heeft. Conclusie Aangezien met de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een toename van het verhard oppervlak, zijn compenserende maatregelen niet noodzakelijk. 4.4 Cultuurhistorie Toetsingskader Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is artikel 3.1.6, lid 5 Bro toegevoegd. Wat eerst voor alleen archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging.

Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Beoordeling Met het planvoornemen wordt geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gesloopt, waardoor met zekerheid geconcludeerd kan worden dat geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing verloren

Pagina 55 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

gaat als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Navolgende afbeelding betreft een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant.

Figuur 28: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (planlocatie is indicatief aangeduid met een rode omlijning)

De planlocatie bevindt zich binnen een regio van cultuurhistorisch belang, te weten de Kempen. De cultuurhistorische waarde ten aanzien van deze regio wordt als volgt omschreven: ‘De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. Vooral de beekdalen zijn hier en daar buitengewoon goed bewaard gebleven. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Het beekdallandschap van de Dommel ten zuiden van Eindhoven is aangewezen als Belvederegebied, en is dus één van de meest waardevolle cultuurhistorische landschappen van Nederland’. De beoogde herbestemming en herontwikkeling van de locatie aan de Akkerstraat 2B te BiestHoutakker doet, gelet op diens aard en omvang, geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van de Kempen als regio van provinciaal cultuurhistorisch belang. Verder is de Akkerstraat aangemerkt als een lijn van redelijk hoge waarde. Ook ten aanzien van deze lijn van redelijk hoge waarde geldt dat de beoogde herbestemming en herontwikkeling, gelet op diens aard en omvang, geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van de Akkerstraat.

Immers, een en ander vindt volledig binnen bestaande bebouwing plaats, waardoor de beoogde ontwikkeling geen negatief effect heeft op het straatbeeld of anderszins. Pagina 56 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Tot slot dient opgemerkt te worden dat de planlocatie zich eveneens binnen een cultuurhistorisch landschap, alsook binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied bevindt, te weten ‘Landgoederen ten zuiden van Tilburg’, respectievelijk ‘Akkercomplex Biest/Westerwijk’. Ten aanzien van het cultuurhistorisch landschap ‘landgoederen ten zuiden van Tilburg’ is het cultuurhistorisch belang als volgt omschreven: ‘Het gebied bestaat uit een ensemble van oude en jongere landgoederen. Bijzonder voor dit gebied zijn de middeleeuwse hoeves en buurtschappen (met kleine akkercomplexen) die de kern vormden van de landgoederen of die daarin zijn opgenomen. Dun, Teulder, Gorp en Lamenakker zijn grotendeels) verdwenen buurtschappen met beboste akkercomplexen (wüstungen)’. Verder wordt het cultuurhistorische belang van het cultuurhistorisch waardevol gebied ‘Akkercomplex Biest/Westerwijk’ als volgt omschreven: ‘Het gebied bestaat uit het akkercomplex van de buurtschappen Biest, Driehuizen, Voort en Westerwijk. Het akkercomplex wordt doorsneden door het Wilhelminakanaal en de N269. Het bodemgebruik is grasland, bouwland en verschillende percelen boomteelt. Het is een akkercomplex met esdek, bolle ligging, openheid, steilranden en zandpaden. Over het akkercomplex loopt de Bosscheweg. Deze onverharde weg maakte onderdeel uit van de oude handelsroute van Hilvarenbeek naar 'sHertogenbosch.

Aan de noordkant van het akkercomplex staat een oude kapel een restant van het grotendeels verwenen buurtschap Westrik. Het gebied kent een samenhang met het beekdal Spruitenstroompje/Roodloop’. De beoogde ontwikkeling betreft de herbestemming van een agrarisch verwante bedrijfslocatie naar wonen. Hierbij wordt een bestaande bedrijfswoning herbestemd naar wonen en wordt een boerderijvolume met twee wooneenheden gerealiseerd. Een en ander vindt volledig binnen bestaand ruimtebeslag en bestaande bebouwing plaats, waarbij overtollige bebouwing wordt gesloopt. Gelet hierop doet de beoogde ontwikkeling geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van een kleinschalig akkercomplex, waarbij met diverse landschappelijke maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan de beleving van het akkercomplex als zodanig. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling een versterking van de cultuurhistorische waarde van het akkercomplex tot gevolg heeft. Conclusie De beoogde herbestemming en herontwikkeling van de planlocatie heeft geen negatief effect op de in de omgeving aanwezige cultuurhistorische waarden. 4.5 Archeologie Toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. De uitgangspunten van dit verdrag dienen te worden vertaald in nationale wetgeving.

In Nederland heeft deze vertaling plaatsgevonden in de Erfgoedwet, welke in werking is getreden op 1 juli 2016. Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ is in art. 9.1, lid 1 van de Erfgoedwet, welk artikel een deel van het overgangsrecht regelt, bepaalt dat tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt onder meer Hoofdstuk V, paragraaf 1 van de inmiddels vervallen Monumentenwet 1988 van toepassing blijft. In Hoofdstuk V, paragraaf 1 is vastgelegd dat een gemeente in de ruimtelijke besluitvorming (w.o. bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor planologisch afwijken) rekening dient te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artt. 38a t/m 41 Monw 1988). Daartoe kan de gemeente in dat besluit regels stellen, bijvoorbeeld tot het doen van Pagina 57 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

archeologisch onderzoek. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie (ECLI:NL:RVS:2011:BU7102, r.o. 2.9.7). Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop archeologische verwachtingswaarden zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld. Beleid gemeente Hilvarenbeek Het gemeentelijk archeologiebeleid is vervat in een archeologische verwachtingskaart en beleidskaart. In de toelichting bij de archeologische beleidskaart wordt aangegeven daarnaast aangegeven dat het bestemmingsplan het centrale juridische instrument vormt om archeologische monumenten te beschermen. Dat gebeurt door het opnemen van een dubbelbestemming. In het onderstaande is een uitsnede opgenomen van de archeologische beleidskaart Hilvarenbeek.

Figuur 29: Uitsnede Archeologische beleidskaart Hilvarenbeek (planlocatie is indicatief aangeduid met een rode omlijning)

Beoordeling De planlocatie is op grond van de archeologische beleidskaart Hilvarenbeek aangeduid als ‘hoge archeologische waarde’ (categorie 5). Het gemeentelijke archeologiebeleid is vervolgens verankerd in het vigerende bestemmingsplan voor het buitengebied. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” (en latere wijzigingen/herzieningen) is aan het plangebied de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 1” toegekend. Wegens de toekenning van de archeologische dubbelbestemming gelden ter plaatse diverse restricties ten aanzien van bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een diepte van 0,5 meter onder het maaiveld. Met het planvoornemen zijn geen bodemingrepen voorzien dieper dan 0,5 m en groter dan 500 m2. Bovendien blijft de dubbelbestemming ook in de beoogde planologische situatie gehandhaafd binnen de planlocatie, waardoor archeologische waarden ook in de beoogde planologische situatie beschermd blijven en/of nader moeten worden getoetst tijden de bouwfase.

Pagina 58 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Conclusie Met het planvoornemen zijn nauwelijks bodemingrepen voorzien, waarbij de ondergrens voor bodemingrepen nadrukkelijk niet wordt overschreden. Derhalve heeft het initiatief geen consequenties voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Daar komt bij dat de dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden gehandhaafd blijft. 4.6 Natuur Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur. De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb.

4.6.1 Relevante emissies Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Gelet op de aard van onderhavig initiatief is er geen sprake van relevante emissies of verstorende activiteiten. Bovendien is de afstand tot de beschermde gebieden dermate groot dat relevante deposities of overige effecten op de beschermde natuurgebieden zijn uitgesloten. Het dichtst gelegen Natura2000-gebied betreft Kempenland-West op circa 1.820 meter in overwegend zuidoostelijke richting. In het onderstaande is de ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven.

Pagina 59 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

1.820 meter

Figuur 30: Afstand planlocatie ten opzichte van omringende Natura-2000 gebieden

Op 1 juli 2021 is de Wet stikstof in werking getreden. Hierdoor was de realisatiefase (bouwfase) in principe vrijgesteld van beoordeling ten aanzien van stikstofdepositie. Echter, met de uitspraak van de AbRvS van 2 november 2022, 202107079/1/R4, heeft de Raad van State bepaald dat deze bouwvrijstelling geen stand kan houden. Dit betekent dat, in tegenstelling tot de Wet stikstof, de bouwfase wel meegenomen dient te worden bij de beoordeling ten aanzien van de stikstofdepositie. Ook dient de gebruiksfase beoordeeld te worden. Gelet op de aard van de ontwikkeling en de afstand van de planlocatie tot beschermde Natura2000gebieden kan met zekerheid gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling niet gepaard gaat met een noemenswaardige stikstofdepositie (niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar) op omringende Natura 2000gebieden. Volledigheidshalve en om bovenstaande aanname te staven is een AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie in de bouw- en gebruiksfase inzichtelijk te maken. Bouwfase Voor de aanlegfase (bouwfase) worden de verkeersbewegingen onderverdeeld in licht, middelzwaar verkeer (zoals personenauto’s, bestelbussen en vrachtwagens met 4 wielen) en zwaar verkeer (zoals vrachtwagens en trekkers).

Voor wat betreft deze verkeersbewegingen is uitgegaan van 224 lichte verkeersbewegingen per jaar, 224 middelzware verkeersbewegingen per jaar en 56 zware verkeersbewegingen per jaar en de bijbehorende koude starts. Voor de bestaande bedrijfswoning en mantelzorgwoning is rekening gehouden met 10 koude starts. Ten aanzien van de mobiele bronnen is uitgegaan van de inzet van onderstaande werktuigen. Pagina 60 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Figuur 31: Ingevoerde parameters mobiele bronnen

Hierbij dient opgemerkt te worden dat zowel ten aanzien van het aantal verkeersbewegingen als ten aanzien de inzet van mobiele bronnen in de aanlegfase is uitgegaan van een absoluut ‘worst-case’ scenario. De uitgevoerde AERIUS-berekening laat zien dat ook in het geval van bovenstaand ‘worst-case’ scenario de aanlegfase geen noemenswaardige stikstofdepositie (niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar) op omringende Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft. Deze AERIUS-berekening is als bijlage aan de onderhavige toelichting opgenomen. Verder kan hierbij opgemerkt worden dat op het moment dat een omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit bouwen wordt ingediend opnieuw een AERIUSberekening uitgevoerd zal worden. Volledigheidshalve kan hierbij opgemerkt worden dat de gemeente Hilvarenbeek door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant een Standaard advies met betrekking tot stikstofdepositie: voor de gebruiksfase en bouwfase van woningbouwplannen of -projecten op Natura 2000-gebieden op heeft laten stellen. In dit standaardadvies is de maximale stikstofdepositie in mol/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden per kern, uitgaande van standaard mobiele werktuigen opgenomen. De planlocatie bevindt zich conform dit standaardadvies binnen BiestHoutakker.

Een en ander laat zien dat in het geval binnen de kern Biest-Houtakker t/m 8 woningen worden gerealiseerd de stikstofdepositie niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Hierbij is het advies van de omgevingsdienst dat te overwegen valt om geen stikstofberekening voor de bouw- en gebruiksfase te verlangen. Dit omdat significante effecten op voorhand redelijkerwijs uit te sluiten zijn. Wanneer de realisatie van 8 woningen wordt afgezet tegen de beoogde ontwikkeling binnen de planlocatie kan, losstaand van bovenstaande AERIUS-berekening, met zekerheid geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen significant effect heeft. Het gemeentelijk Standaardadvies met betrekking tot stikstofdepositie is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

Pagina 61 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Gebruiksfase Het planvoornemen is eveneens doorgerekend middels AERIUS voor zover het de gebruiksfase betreft. Hierbij zijn ten aanzien van de gebruiksfase de volgende aannames gedaan: - één cv-installatie bestaand woonhuis; - één cv-installatie bestaande mantelzorgwoning; - Nieuwe woningen gasloos; - 21 verkeersbewegingen per etmaal (uitgaande van een worst-case scenario in alle richtingen gebaseerd op de CROW-normeringen, zie paragraaf 2.5). - 16 koude starts per etmaal De uitgevoerde AERIUS-berekening laat zien dat eveneens de gebruiksfase geen noemenswaardige stikstofdepositie (niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar) op omringende Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft. Deze AERIUS-berekening is als bijlage aan de onderhavige toelichting opgenomen. Conclusie Gelet op de aard van onderhavig initiatief is er geen sprake van een relevante toename van emissies of verstorende activiteiten. Bovendien is de afstand tot de beschermde gebieden dermate groot dat relevante deposities of overige effecten op de beschermde natuurgebieden zijn uitgesloten. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk effect tot gevolg op de Natura 2000gebieden en derhalve zijn er geen belemmeringen voor onderhavige plan. 4.7 Flora en fauna Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) is een wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur.

De Wet natuurbescherming is in werking getreden op 1 januari 2017 en vervangt daarmee het voorheen geldende wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De wet regelt ten eerste de taken en bevoegdheden ten behoeve van de bescherming van natuurgebieden en planten- en diersoorten. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG, 30 november 2009) en Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43/EEG, 21 mei 1992) als uitgangspunt genomen. Voor de soortenbescherming is wettelijk bovendien rechtstreeks verwezen naar het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten.

Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Pagina 62 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Beoordeling In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wet Natuurbescherming regelt de bescherming van circa 500 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wet Natuurbescherming is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Afhankelijk van de voorgestane activiteiten op de planlocaties en de aangetroffen soorten geldt een vrijstelling of dient een ontheffing te worden aangevraagd. Hierbij geldt dat de regeling strikter is bij een zeldzame soort en ingrijpende activiteit.

Vogels zijn in Nederland op gelijke wijze beschermd, waarbij geldt dat vooral in het broedseizoen (15 maart – 15 juli) sprake kan zijn van verontrusten, doden of verstoren van nestplaatsen. De soorten beschermende werking is dus rechtstreeks opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gelet op de aard van het planinitiatief, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de planlocaties beschermde natuurwaarden (rode lijst soorten) bevinden, die verstoord zouden kunnen worden door de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden. Een quickscan flora en fauna is uitgevoerd, waarbij een inventarisatie heeft plaatsgevonden naar de actuele aanwezigheid van beschermede soorten flora en fauna in en om de projectlocatie. Hierbij zijn tevens de verwachten effecten van de activiteiten op de projectlocatie beoordeeld. De complete quickscan flora en fauna is als bijlage aan de onderhavige toelichting gevoegd.

In het onderstaande worden de conclusies weergegeven (in cursief): ‘Uit de QuickScan is naar voren gekomen dat bij de uitvoering van de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten geen onevenredig negatief effect uitgeoefend wordt op de in de zoals in de Wet natuurbescherming omschreven beschermde Flora en Fauna op de projectlocatie en directe omgeving. Op de projectlocatie zijn geen vaste rust- en voortplantingsplaatsen aangetroffen. Er behoeft geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Een ontheffing noodzakelijk bij een negatief effect op beschermde soorten is niet noodzakelijk’. Conclusie Het aspect flora en fauna en de Wet Natuurbescherming staan de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 4.8 Wegverkeerslawaai Toetsingskader Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de

Pagina 63 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: • de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); • de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; • functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). Tevens is in de Wet geluidhinder geregeld dat als een ontwikkeling is gelegen binnen een als ‘woonerf’ aangeduid gebied, of in een zone nabij wegen waarvoor een maximaal snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Beoordeling De beoogde ontwikkeling betreft de herbestemming van een agrarisch verwante bedrijfslocatie naar wonen. Een bedrijfswoning wordt hiermee herbestemd naar burgerwoning en een bestaande mantelzorgwoning blijft behouden. Verder wordt een boerderijvolume met twee wooneenheden gerealiseerd.

Ten aanzien van de herbestemming van de bedrijfswoning naar burgerwoning en de bestaande mantelzorgwoning dient opgemerkt te worden dat een en ander reeds aangemerkt wordt als een gevoelige functie op grond van de Wet geluidhinder. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan hoeven bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in een geluidszone van bestaande wegen niet getoetst te worden (artikel 76 lid 3 Wgh). Als gevolg van de beoogde herontwikkeling is een akoestisch onderzoek dan ook niet noodzakelijk ten behoeve van de te herbestemmen voormalige bedrijfswoning en het behoud van de mantelzorgwoning. Daar komt bij dat de Akkerstraat ter hoogte van het plangebied een 30 km/u weg betreft. De Wet geluidhinder is niet van toepassing is voor 30 km/u wegen, omdat hier geen zones gelden. Wel is in het kader van de herbestemming van de bedrijfswoning naar burgerwoning het woon- en leefklimaat relevant in de afweging of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Derhalve is een en ander meegenomen in een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Voor een nadere motivatie zie de navolgende passages. Ten aanzien van de beoogde woningen in het boerderijvolume dient opgemerkt te worden dat een en ander aldaar wel gepaard gaat met de toevoeging van een gevoelige functie op grond van de Wet geluidhinder.

Derhalve dient het woon- en leefklimaat aldaar ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai inzichtelijk gemaakt te worden. Echter, de Akkerstraat ter hoogte van het plangebied betreft een weg waar een maximaal snelheidsregime van 30 km/u geldt. Aangezien de Wet geluidhinder niet van toepassing is voor 30 km/u wegen, omdat hier geen zones gelden, is een nadere beoordeling van de akoestische situatie in het kader van de Wet niet noodzakelijk. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ kan het noodzakelijk zijn om de geluidsbelasting inzichtelijk te maken. Aanleiding hiertoe bestaat onder meer in situaties waarbij op een weg hoge verkeersintensiteiten aanwezig zijn en waarbij de wegverharding bestaat uit materialen die zorgen voor geluidhinder, bijvoorbeeld klinkers. Ter plaatse van het plangebied is er sprake van wegen zonder een hoge verkeersintensiteit. Daarnaast bestaat de Akkerstraat ter plaatse van het plangebied uit asfalt (geen klinkers). Op basis van onderstaande uitsnede bedraagt de geluidsbelasting op de nieuwe woning 56 tot 60 dB op de voorgevel en 51 tot 55 dB achter de achtergevel (achtertuin). Om te bepalen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bestaat er geen wettelijk toetsingskader. Het aspect geluid vormt een onderdeel van een groter afwegingskader.

De methode ‘Miedema’, waaruit onderstaande tabel voortvloeit, kan een voorzet geven om toch een uitspraak te doen over de milieukwaliteit. Ter plaatse van de planlocatie is daarmee ter hoogte van de voorgevel sprake van een ‘matige’ milieukwaliteit en ter plaatse van de achtertuin is sprake van een ‘redelijke’ milieukwaliteit. Ter hoogte Pagina 64 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

van de achtertuin mag een langer verblijf buiten worden verondersteld waardoor geconcludeerd mag worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Figuur 32 Atlas wegverkeerslawaai en tabel 'Miedema'

Verder wordt in de regels van voorliggend bestemmingsplan aangesloten bij de bestaande regels in het buitengebied voor het bouwen van een woning. Zo bepalen de regels dat de afstand tot de as van de weg minimaal 15 meter bedraagt bij het bouwen van een woning. Hier wordt met de beoogde woningen in het boerderijvolume aan voldaan, waardoor kan worden aangenomen dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aanvullend is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het complete akoestische onderzoek is als bijlage aan deze toelichting opgenomen. De resultaten worden hieronder (in cursief) weergegeven: Uit de resultaten blijkt, dat de geluidsbelasting in 2033, ter hoogte van de planlocatie voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder. Een hogere waarde besluit is niet nodig. Met een cumultatieve ongecorrigeerde geluidsbelasting van minder dan 53 dB, kan met een standaard gevelwering van 20 dB worden voldaan aan een binnen geluidniveau van 33 dB van het Bouwbesluit 2012. Concluderende kan worden gesteld, dat het onderdeel wegverkeerslawaai, voor het plan voor de herbestemming van de locatie Akkerstraat 2b te Biest-Houtakker niet in de weg hoeft te staan. Conclusie Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.9 Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-handreiking) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De Pagina 65 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Beoordeling Beoordeling omgevingstype De planlocatie bevindt zich in het buitengebied van de kern Biest-Houtakker in de gemeente Hilvarenbeek en is gelegen aan de Akkerstraat. De Akkerstraat betreft een lokale doorgaande weg die onder meer ontsluiting biedt aan verkeer dat zich vanuit de kern Biest-Houtakker in de richting van de kern Hilvarenbeek begeeft en vice versa. De Akkerstraat laat zich typeren als een bebouwingslint nabij de kern Biest-Houtakker. Aan dit bebouwingslint bevinden zich onder meer agrarische bedrijven, agrarische gronden, woningen en niet-agrarische bedrijvigheid. De omgeving van de planlocatie laat zich, gelet op bovenstaande uiteenzetting, hoofdzakelijk kenschetsen als een overwegend gemengd gebied met onder meer verspreid gelegen woningen. Verder bevindt de planlocatie zich op betrekkelijk korte afstand van de N269, hetgeen de doorgaande weg betreft vanuit de kern Hilvarenbeek richting Tilburg en vice versa. Gelet op bovenstaande uiteenzetting laat de ligging van de planlocatie zich typeren als gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden uit de VNG-publicatie met één afstandsmaat verlaagd mogen worden. Gevoelig object Het planinitiatief betreft de herbestemming van een agrarisch verwante bedrijfslocatie naar wonen.

Een bedrijfswoning wordt hiermee herbestemd naar burgerwoning en een bestaande mantelzorgwoning blijft behouden. Dit plandeel gaat niet gepaard met een gevoelige functie. Hierdoor kan ten aanzien van dit plandeel met zekerheid geconcludeerd worden dat een en ander geen beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende bedrijvigheid tot gevolg heeft. Hierdoor kan een toetsing aan het aspect bedrijven en milieuzonering voor dit plandeel achterwege blijven. Vanuit een goede ruimtelijke ordening bezien wordt in het onderstaande toch in enigermate inzicht gegeven in het woon- en leefklimaat binnen de bedrijfswoning gestoeld op geldende richtafstanden. Verder wordt een boerderijvolume gerealiseerd met twee wooneenheden daarin. Gelet hierop gaat de beoogde ontwikkeling gepaard met de toevoeging van een gevoelige functie. Een en ander gaat niet gepaard met de komst van een milieubelastende functie. Hierdoor dient inzichtelijk gemaakt te worden of binnen de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de beoogde ontwikkeling een beperking tot gevolg heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijvigheid. Bedrijvigheid in de directe omgeving van de planlocatie betreft onder meer: Adres

Type bedrijvigheid

Milieucategorie 3.2

Grootste richtafstand 50 meter

Feitelijke afstand nieuw gevoelig object 57 meter

Feitelijke afstand bestaande gevoelige objecten 13 meter (bedrijfswoning) 43 meter (mantelzorg-woning)

Akkerstraat 4

Dierenpension met fokkerij als agrarische neventak

Akkerstraat 2A

Glastuinbouw

2

10 meter

143 meter

230 meter (bedrijfswoning) 210 meter (mantelzorg-woning)

Akkerstraat ong. (1)

Akkerbouw (grondgebonden veehouderij planologisch

2

10 meter

31 meter

100 meter (bedrijfswoning) 74 meter (mantelzorgwoning

Pagina 66 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Akkerstraat ong. (2)

toegestaan echter zonder milieutoestemming voor vee) Grondgebonden veehouderij / boomkwekerij

3.2

50 meter

52 meter

34 meter (bedrijfswoning) 68 meter (mantelzorgwoning

In het onderstaande is een uitsnede opgenomen van het bestemmingsplan “Buitengebied” waarop de omliggende bedrijvigheid is weergegeven, alsook een afbeelding van de beoogde verbeelding waarop de omliggende bedrijvigheid is aangeduid.

(2) Grondgebonden veehouderij / kwekerij

Dierenpension

(1) Grondgebonden veehouderij / kwekerij

Glastuinbouw

Figuur 33: Ligging planlocatie ten opzichte van bedrijvigheid in de directe omgeving (planlocatie is indicatief voorzien van een

rode omlijning)

Pagina 67 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Grondgebonden veehouderij

Dierenpension

Grondgebonden veehouderij

Figuur 34: Ligging planlocatie ten opzichte van bedrijvigheid in directe omgeving

Wanneer bovenstaande bedrijvigheid met bijbehorende richtafstanden wordt afgezet tegen de daadwerkelijke afstanden wordt tot de conclusie gekomen dat ten aanzien van de bedrijvigheid aan de Akkerstraat 2A te Biest-Houtakker ruimschoots wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. Ten aanzien van andere omliggende bedrijvigheid is dat niet het geval. 4.9.1 Akkerstraat 4 Voor wat betreft het dierenpension met fokkerij als agrarische neventak aan de Akkerstraat 4 dient opgemerkt te worden dat de te herbestemmen bedrijfswoning en de bestaande mantelzorgwoning reeds gevoelige objecten betreffen en hiermee een bestaande situatie betreffen die het bedrijf reeds beperken in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. De woning Akkerstraat 2 is het meest beperkend en ligt op een afstand van 11,6 m uitlopend naar ca. 39 m vanaf het einde bouwvlak van de bedrijfsbestemming Akkerstraat 4. Nu sprake is van een nieuw bestemmingsplan dient de bestaande situatie nader gemotiveerd te worden. In een gemengd gebied is voor het desbetreffende bedrijf sprake van een adviesafstand van 50 meter. De bestaande woning en mantelzorgwoning blijven op 11,6 meter, respectievelijk 43 meter afstand. De mantelzorgwoning wordt betrokken bij de nieuwe woonkavel.

Gezien deze binnen de adviesafstand is gelegen van Akkerstraat 4 wordt deze tevens bestemd als zijnde ‘bestaande mantelzorgwoning’ en wordt aldaar het oprichten van de nieuwe woningen uitgesloten.

Pagina 68 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Het bedrijf op Akkerstraat 4 betreft een kattenpension. De adviesafstand van 50 m is gebaseerd op het aspect ‘geluid’ op de gehele categorie gemiddelde “dierenasiels en -pensions”. Op locatie worden enkel katten gehouden (en bijvoorbeeld geen honden). Het houden van honden op locatie is eveneens niet mogelijk vanwege het ontbreken van een omgevingsvergunning voor de bijbehorende ammoniakuitstoot van honden. Als er bedrijfsmatig geen honden worden gehouden bestaat de meest kwetsbare geluidsemissie vanuit een dierenpension uit het aan- en afrijden van klanten en het dichtslaan van portieren van auto’s. Dit betreft op grond van de VNG-Handreiking een ‘ruimtelijk te onderscheiden bedrijfsonderdeel’ wat zich met name afspeelt rondom de voorzijde van de bedrijfsinrit. Deze is gelegen op ca. 32 m van de woning Akkerstraat 2. Uitgaande van een worst-case scenario is het aan- en afrijden van klanten en parkeren te bestempelen als categorie 2 bedrijvigheid (worst-case uitgaande van autoparkeerterreinen, parkeergarages). Binnen gemengd gebied geldt hiervoor een grootste richtafstand van 10 meter ten aanzien van het aspect geluid en een richtafstand van 0 meter ten aanzien van de hinderfactoren geur, stof en gevaar. Met een werkelijke afstand van 32 m wordt hier dus ruimschoots aan voldaan. De bestaande mantelzorgwoning wordt betrokken bij een van de nieuw te realiseren woningen.

De bestaande mantelzorgwoning ligt reeds op een afstand van 44 m van het bedrijf op Akkerstraat 4 en is daarmee niet meer beperkend voor het bedrijf dan de woning Akkerstraat 2 welke ligt op 39 m tot het einde van het bestemmingsvlak. Vanaf de feitelijke geluidproducerende bedrijfsactiviteiten (bedrijfsinrit) is sprake van een afstand van >70 meter voor bestaande mantelzorgwoning en de nieuw toe te voegen woningen. Hiermee wordt voldaan aan de adviesafstand voor het ter plaatse aanwezige (katten)pension). Hiermee is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie gewaarborgd. Tevens wordt het bedrijf op Akkerstraat 4 niet gehinderd in zijn bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden omdat de mogelijkheid binnen het nieuwe bouwvlak voor de nieuw op te richten woningen is gelegen op circa 58 m afstand van het bouwvlak van Akkerstraat 4. Mocht Akkerstraat 4 in de toekomst nog willen doorontwikkelen is dit dus een mogelijkheid gezien met de beoogde bedrijfsactiviteiten dan altijd buiten de adviesafstand van 50 m wordt gebleven. Aanvullend moet het bedrijf tevens op de bestaande woning en mantelzorgwoning reeds voldoen aan de geluidsvoorschriften uit het BAL. Daarbij wordt voldaan aan de overige adviesafstanden van geur, stof en gevaar.

Het naastgelegen (katten)pension moet in de huidige situatie volgens het omgevingsplan voldoen aan 50 dB op de gevel van de bedrijfswoning Akkerstraat 2. In de beoogde situatie verandert deze geluidsnorm niet en moet ook getoetst worden aan 50 dB op de gevel. De woning wordt dus niet “gevoeliger” door de verandering. Gezien de gehouden diercategorie (katten) en de afstand tot de ruimtelijk te scheiden bedrijfsonderdelen is het aannemelijk dat ook ter plaatse van de bestaande woning sprake blijft van een aanvaardbaar woon en leefklimaat. Daarnaast wordt het bedrijf ook in de huidige situatie reeds beperkt in zijn bedrijfsvoering gezien dezelfde geluidsnormen op de bestaande woning reeds van toepassing zijn.

Pagina 69 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Figuur 35 afstanden van bestaande en nieuwe woongevels tot het kattenpension Akkerstraat 4

4.9.2 Omliggende ongenummerde agrarische bouwvlakken, agrarische gronden van kwekerijen en waterbassins Omliggende bedrijfsactiviteiten moeten op de bestaande woning en mantelzorgwoning reeds voldoen aan de geluidsvoorschriften uit het BAL. Ten aanzien van de locaties wordt ten aanzien van de nieuwe gevoelige functie niet voldaan aan de geldende richtafstanden wanneer uitgegaan wordt van de maximale invulling en de aanwezigheid van een grondgebonden veehouderij. Hierbij dient opgemerkt te worden dat op beide locaties geen sprake is van een vigerende milieuvergunning voor het houden van vee. Hierdoor is een reële exploitatie van een grondgebonden veehouderij aldaar uitgesloten. Temeer nu externe saldering niet tot de mogelijkheden behoort. Dit maakt dat ten aanzien van beide locaties kan worden uitgegaan van de aanwezigheid van een grondgebonden akkerbouw/(boom)teeltbedrijf. Een dergelijk grondgebonden teeltbedrijf betreft categorie 2 bedrijvigheid waarvoor binnen gemengd gebied een richtafstand van 10 meter geldt. Nu hier in casu aan voldaan wordt, kan worden aangenomen dat binnen de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat beide locaties niet worden belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van het planvoornemen.

Tevens is daarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor deze objecten zekergesteld uitgaande van de standaard adviesafstanden van de VNG-publicatie. Pagina 70 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Aanvullend kan gesteld worden dat de nieuw op te richten wooneenheden in het boerderijvolume komen op 52 m afstand van de kwekerij ten noorden gelegen van de planlocatie. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de adviesafstanden. Ook aan de adviesafstanden ten aanzien van geluid rondom het waterbassin met pomp- en beregeningsinstallatie en eventuele voertuigen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering staat niet in de weg aan het planvoornemen. 4.10 Geurhinder en veehouderijen Geur kan hinder veroorzaken in de leefomgeving. Wanneer deze hinder inderdaad ondervonden wordt, kan dit zelfs invloed hebben op de gezondheid. Het is derhalve zaak geurhinder zoveel mogelijk te beperken, door regels te stellen aan de uitstoot van geuremissies en afstanden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Woningen zijn aan te merken als geurgevoelige objecten. Gezien het vigerende beleid is het belangrijk onderscheid te maken tussen geurhinder uit de agrarische sector en industriële geurhinder (geurhinder van bedrijven die niet behoren tot de agrarische sector). Van industriële geurhinder is geen sprake. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen nietagrarische bedrijven gelegen die noemenswaardige geurhinder tot gevolg hebben. Uitsluitend wordt binnen de locatie aan de Akkerstraat 4 een dierenpension met fokkerij als agrarische neventak geëxploiteerd.

Ten aanzien van de fokkerij dient opgemerkt te worden dat een fokkerij voor landbouwhuisdieren op dit perceel niet is toegestaan. Bovendien is ter plaatse ook geen sprake voor een vigerende milieuvergunning voor het houden van landbouwhuisdieren. Hierdoor kan worden aangenomen dat de fokkerij hier gaat over honden en katten. Dit maakt dat de Wgv niet van toepassing is. Enkel kan getoetst worden aan de geldende richtafstanden in het kader van bedrijven en milieuzonering. Hiervoor geldt een grootste richtafstand van 30 meter binnen rustig buitengebied en 10 meter binnen gemengd gebied voor geur. Ten aanzien van beide bouwvlakken binnen de woonbestemming wordt voldaan aan de geldende richtafstand van geur vanwege de ligging binnen gemengd gebied. Daar komt bij dat ten aanzien van het uiterst noordoostelijk gesitueerd bouwvlak sprake is van een bestaande gevoelige functie. De nieuwe gevoelige functie in de hoedanigheid van de te realiseren woningen binnen het boerderijvolume bevinden zich op een afstand van circa 60 tot 70 meter van de locatie aan de Akkerstraat 4, waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de geldende richtafstanden voor geur. Als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader voor vergunningverlening.

De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (oue/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 14 oue/m³ buiten de bebouwde kom. Voor veehouderijen waarvoor geen wettelijke geuremissies zijn vastgesteld, geldt een vaste afstand tot geurgevoelige objecten. De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige Pagina 71 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied. Voorgrondbelasting (oue/m³) < 1,5 1,5 – 3,5 3,5 – 6,5 6,5 – 10 10 – 14 14 – 19 19 - 25 > 25

Achtergrondbelasting (oue/m³) <3 3–7 7 – 13 13 – 20 20 – 28 28 - 38 38 - 50 > 50

Geurgehinderden (%)

Leefklimaat

<5 5 – 10 10- 15 15 – 20 20 – 25 25 – 30 30 - 35 > 35

Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht

Tabel 1: relatie tussen voor- en achtergrondbelasting conform Wgv

De gemeente Hilvarenbeek heeft een geurverordening vastgesteld met geurnormen die afwijken van de landelijke normen. Deze geurnormen zijn echter enkel van toepassing voor het verlenen van milieuvergunningen voor veehouderijbedrijven en zeggen volgens vaste jurisprudentie niet iets over het woon- en leefklimaat ten aanzien van een ruimtelijke procedure. Aan de geurnorm van gemeente Hilvarenbeek hoeft derhalve niet worden getoetst in onderhavig plan. 4.10.1 Geurgevoelige objecten Met de beoogde ontwikkeling wordt een agrarisch verwante bedrijfslocatie herbestemd naar wonen. Een bedrijfswoning wordt hiermee herbestemd naar burgerwoning en een bestaande mantelzorgwoning blijft behouden. Deze voormalige agrarische bedrijfswoning, alsook de vergunde mantelzorgwoningen betroffen reeds geurgevoelige objecten in de zin van artikel 1 van de Wgv. Verder wordt een boerderijvolume met twee wooneenheden gerealiseerd. Gelet hierop gaat de beoogde ontwikkeling gepaard met de toevoeging van een geurgevoelig object in de zin van de Wgv. Dit maakt dat inzichtelijk gemaakt dient te worden of ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en of omliggende bedrijven worden beperkt in ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de beoogde ontwikkeling.

4.10.2 Cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) Middels de geurkaart van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant kan de achtergrondbelasting van de planlocatie worden achterhaald. Op basis van de geurkaart, zie onderstaand, is sprake van een ‘goed’ woon- en leefklimaat met een geurbelasting van circa 3-7 ouE/m3 ter plaatse van de planlocatie. Gelet hierop is ter plaatse sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Pagina 72 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

Figuur 36: Kaart achtergrondbelasting planlocatie (planlocatie is indicatief voorzien van een rode omlijning)

4.10.3 Individuele geurhinder (voorgrondbelasting) Er bevinden zich in de directe nabijheid van de planlocatie geen veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld. Dit maakt dat een toetsing aan de voorgrondbelasting voor onderhavig planvoornemen niet aan de orde is. 4.10.4 Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende veehouderijbedrijven Het planvoornemen gaat, zoals in het vorenstaande reeds is aangegeven, gepaard met de toevoeging van één geurgevoelig object in de zin van de Wgv. Veehouderijen in de directe omgeving van de planlocatie betreffen uitsluitend veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld. Dit betekent dat alleen een vaste afstandsmaat van toepassing is. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de planlocatie zich binnen de verkeerskundige bebouwde kom bevindt. Uitgaande van de ligging binnen de bebouwde kom geldt een vaste afstandsmaat van 100 meter. Verder dient op grond van artikel 3 van de Wgv de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object minimaal 50 meter te bedragen met een ligging binnen de bebouwde kom. Hier wordt in casu ruimschoots aan voldaan. Gelet hierop kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende veehouderijen tot gevolg heeft.

Te meer nu er reeds woningen op kortere afstand van nabijgelegen veehouderijen zijn gelegen die maatgevend zijn voor diens ontwikkelingsmogelijkheden. 4.10.5 Conclusie Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat omliggende veehouderijen als gevolg van het planvoornemen niet worden belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Ook is ter plaatse van de planlocatie sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Pagina 73 van 87 Toelichting bestemmingsplan Akkerstraat 2B, Biest-Houtakker

4.11 Gezondheid Met de beoogde ontwikkeling wordt een agrarisch verwante bedrijfslocatie herbestemd naar wonen. Een bedrijfswoning wordt hiermee herbestemd naar burgerwoning en een bestaande mantelzorgwoning blijft behouden. Verder wordt een boerderijvolume met daarin twee wooneenheden gerealiseerd. Gelet hierop gaat de beoogde ontwikkeling gepaard met de toevoeging van een gevoelige functie. Hierdoor dient inzicht gegeven te worden in het woon- en leefklimaat binnen de planlocatie in het kader van volksgezondheid. Ten aanzien van eventuele gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijen in de nabijheid van het plangebied is een aantal aspecten van belang. In het bijzonder gaat het om eventuele risico’s als gevolg van varkens-, pluimveebedrijven (endotoxinen) en geitenhouderijen. 4.11.1 Endotoxinen (varkens- en pluimveehouderijen) De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16486276/1