CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026 (3 boekwerk)

Plenaire Commissie 22 oktober 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: OORDEELSVORMEN: Raadsvoorstel Begroting 2026.38.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

68

Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien ( x € 1.000)

Lasten

Baten

382

35.861

Uitkomsten decembercirculaire 2024 (knop 11)

0

63

63

105

147

147

Meer inkomsten toeristenbelasting Beekse Bergen (knop 12)

0

0

0

50

100

100

Lagere OZB inkomsten (knop 13)

0

-30

-30

-30

-30

-30

Compensatie Rijk (knop 14)

0

1.163

1.163

1.095

594

824

Volume-, prijs-, en loonindexatie (knop 22)

18

0

-18

-18

-18

-18

Starterslening (knop 47)

87

0

-87

-87

-87

-7

Saldi begroting 2026-2029

487

37.307

Saldi uitvoering bestaand beleid

Saldo 2026

2027

2028

2029

35.478 35.267 35.083 34.944

Mutaties voorjaarsnota 2025 Autonome ontwikkelingen

Nieuwe ontwikkelingen

36.819 36.632 36.039 36.210

Mutaties voorjaarsnota 2025 Autonome ontwikkelingen Uitkomsten decembercirculaire 2024 (knop 11) We informeerden de gemeenteraad met RIB2025-03 over de uitkomsten van de decembercirculaire algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarin gaven we aan dat we de resultaten 2025-2028 in de voorjaarsnota meenemen. Meer inkomsten toeristenbelasting Beekse Bergen (knop 12) Met de Beekse Bergen is een overeenkomst afgesloten die elke vijf jaren wordt geëvalueerd. In 2026 staat het volgende evaluatiemoment gepland. Bezien wordt welke mate van stijging van de toeristenbelasting mogelijk is. Lagere OZB inkomsten (knop 13) Aan de hand van uiteindelijke WOZ-waarden maakten we een confrontatie tussen de geraamde en werkelijke structurele OZB opbrengsten en de aftrekpost binnen de algemene uitkering. Het nettoresultaat hiervan bedraagt € 30.000 structureel nadeel. Compensatie Rijk (knop 14) Voor een nadere onderbouwing verwijzen naar bijlage 7.1

69

Prijs-, en loonindexatie (knop 22) Met de voorjaarsnota(+) indexeren we begrotingsjaar T+1. We houden begrotingsjaar T+1 als constante voor prijs-, en loonindexaties voor de daaropvolgende begrotingsjaren. We hanteren een stelpost in onze begroting waaruit we reguliere volume-, prijs- en loonindexaties dekken. De stelpost voeden we met de compensatie die we daarvoor ontvangen via de algemene uitkering. De compensatie die we eerder ontvingen voor de indexering 2025 wordt door het rijk naar boven bijgesteld. Dit komt overeen met een structureel bedrag van € 250.000 voor onze gemeente. We gaan er vooralsnog van uit dat het rijk dit bedrag ook daadwerkelijk beschikbaar stelt bij de meicirculaire 2025. Als het rijk andere keuzes maakt hierin gezien hun uitdagingen, heeft dat uiteraard ook weer invloed op de uitkomsten van de meicirculaire. Vooralsnog komt het totaal beschikbare bedrag voor compensatie uit op: • € 300.000 structureel vanaf 2025 • € 1.014.000 structureel vanaf 2026 voor indexaties boekjaar 2026. De budgetten zijn bijgesteld naar het verwachte niveau van 2026, waarbij zoveel als mogelijk het principe van indexering ‘nee, tenzij’ is gehanteerd. Dat betekent dat de indexering zoveel als mogelijk beperkt is tot die budgetten op basis van afspraken en onderliggende contracten.

Omdat we de indexeringen voor het jaar 2025 al verwerkt hebben en nu alsnog een hogere compensatie ontvangen, leidt dit tot een voordeel in 2025. De compensatie die we ontvangen voor 2026 is vooralsnog onvoldoende om de indexeringen te dekken. Volume- en prijsindexatie Beschikbaar vanuit bestaande stelpost Verwachte bijstelling nav meicirculaire 2025 Totaal beschikbaar Benodigde bedrag voor indexering Indexering salarissen eigen apparaat Diverse Sociaal Domein Diverse afdeling Ruimte Diverse afdeling Dienstverlening OMWB Veiligheidsregio Totaal Verschil

2025 +50 +250 +300

2026 +764 +250 +1.014

2027 +764 +250 +1.014

2028 +764 +250 +1.014

2029 +764 +250 +1.014

-40 -55 -95

-400 -415 -100 -85 -12 -20 -1.032

-400 -415 -100 -85 -12 -20 -1.032

-400 -415 -100 -85 -12 -20 -1.032

-400 -415 -100 -85 -12 -20 -1.032

+205

-18

-18

-18

-18

Nieuwe ontwikkelingen Starterslening (knop 47) Bij de vaststelling van de nieuwe verordening Starterslening is bepaald dat bij de voorjaarsnota een besluit genomen wordt over het beschikbaar stellen van nieuw budget. Daarmee kunnen de komende periode nieuwe startersleningen worden toegekend aan kandidaten die voldoen aan de voorwaarden van de nieuwe verordening. In het raadsvoorstel is daarbij uitgegaan van een extra in de regeling te storten bedrag van € 2 miljoen. Het direct toedelen van maximaal € 280.000,- uit de duurzaamheids-lening aan de Starterslening is reeds toe besloten. Het daarbij behorende financieel effect is ook in dit voorstel meegenomen. Aan het beschikbaar stellen van nieuw budget zijn per saldo extra lasten verbonden. Die komen voort uit rentelasten en beheerkosten. Hiervoor is geen dekking voorzien op voorhand. Wanneer de gelden niet beschikbaar gesteld worden heeft dat tot gevolg dat we minder goed in staat zijn om jongeren te behouden voor onze gemeente. Het budget voor de starterslening dan enkel nog uit de tot op heden daarin gestorte bedragen, gezamenlijk groot € 3,1 miljoen. Nieuwe aanvragen kunnen dan maar beperkt toegekend worden afhankelijk van aflossing van uitstaande leningen.

70

Hoofdstuk 6

1.6 Overhead en VPB

Dit hoofdstuk gaat over de overhead van de gemeente en de vennootschapsbelasting die we betalen over winstgevende ondernemingsactiviteiten.

Overhead en VPB Overhead De baten en lasten van onze overhead worden centraal opgenomen in en apart hoofdstuk. Dit wordt door de Wettelijke regels begroting (BBV) verplicht. Deze eenduidige werkwijze maakt een betere vergelijking met andere gemeenten mogelijk. Om verschillen in aanpak tegen te gaan, is er een algemene definitie van overhead voorgeschreven: •

Alle kosten die samenhangen met sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces.

De primaire processen vinden in de beleidsprogramma’s plaats. Dit zijn de activiteiten die onze externe klanten direct dienen. Uitgangspunt is dat we kosten zoveel mogelijk toerekenen aan de activiteiten uit de beleidsprogramma’s. Zo verantwoorden we de salariskosten van onze medewerkers die direct bijdragen aan een primair proces in de beleidsprogramma’s. Ook behoren ook de kosten van onder andere onderhoud van de openbare ruimte, zorg en het subsidiebeleid tot de primaire processen, en dus tot de beleidsprogramma’s. Overhead zijn de kosten voor de aansturing en ondersteuning van deze primaire proces. Denk daarbij aan kosten voor leidinggevenden, personeel van stafafdelingen en algemene personeelskosten zoals het opleidingsbudget. Maar overhead is meer dan alleen personeelskosten. Ook de huisvesting van het gemeentehuis, ICT het archief en kosten voor organisatieontwikkeling horen hierbij. Daarnaast rekenen we ook overhead toe aan projecten binnen de grondexploitatie en rehabilitatie projecten wegen en riolering. Bij het opstellen van de begroting maken we per medewerker een inschatting van het percentage van de loonkosten dat moet worden toegerekend aan de GREX/IMVA’s en kredieten. Op basis daarvan reken we de overhead toe middels de overheadopslag. In totaal gaat het om een bedrag van € 335.000,- aan overheadlasten aan GREX/IMVA’s en kredieten.

Het wordt daarom niet toegerekend aan programma 6 Overhead. Meer over de algemene bedrijfsvoering leest u terug in de paragraaf bedrijfsvoering van deze begroting.

71

Vennootschapsbelastingplicht Begroting 2026 Sinds 2016 geldt de wet ‘modernisering Vennootschapsbelastingplicht (Vpb) in 2016 voor overheidsondernemingen’. Daardoor zijn wij Vpb-plichtig voor het cluster Grondexploitaties én het cluster Afval opbrengst recycleerbare reststromen. Uit de beoordeling van de opbrengsten en kosten van de zonnepanelen blijkt dat deze activiteit structureel verlies oplevert. De verwachting is dat er in 2026 vier grondexploitaties worden toegevoegd: • De Leeuwerik 4De Wingerd • Slibbroek • Vroonacker 4 De volgende 9 grondexploitaties zijn al in ontwikkeling: • Loosche Akkers • Vroonacker 3 • De Welder • Gelderakkers 1 en 2 • De Leeuwerik 3 • De Gulden Akker 32 • J.F. Kennedylaan • Hart van Haghorst. De Vpb aangifte 2024 wordt in 2025 ingediend. De berekende winst is € 592.199,- waardoor het recht op verliescompensatie uitkomt op € 490.015,-. Er is geen voorlopige aanslag opgelegd voor 2025 of 2026.

Jaar 2016 (Restant) verlies 2016 2017 (Restant) verlies 2017 2018 (Restant) verlies 2018 2019 (Restant) verlies 2019 2020 (Restant) verlies 2020 2022 (Restant) verlies 2022

Restant te verrekenen verlies 224.638 221.511 100.391 75.746 186.163 6.094

Verrekend verlies -81.708

Resterend verlies 142.930 221.511 100.391 75.746 186.163 6.094

Resterend verlies voorgaande boekjaren per 31-12-2022

732.835

Berekend verlies 2023 (ingediend 10-09-2024) Berekende winst 2024 (fiscale positie dd 05-06-2025)

349.379 -592.199

Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de Vpb 1969

490.015

72

Kosten In de volgende tabel vindt u een overzicht van de begrote kosten en opbrengsten voor uitvoering van dit thema. In het overzicht geven wij expliciet inzicht in welke ontwikkelingen uit de voorjaarsnota 2025 in dit thema financieel landen. Ook de nieuwe ontwikkelingen die we in deze begroting hebben doorgevoerd en in dit thema financieel landen maken we hier inzichtelijk. Overhead ( x € 1.000)

Lasten

Baten

Saldo 2026

2027

2028

2029

Saldi uitvoering bestaand beleid

8.153

63

-8.090

-8.454 -8.264

-7.845

46

0

-46

-17

-17

-17

16

0

-16

-27

-28

-30

10

0

-10

-25

-25

-25

35

0

-35

-30

-30

-30

Nieuwe ontwikkelingen Bijstellen vervanging verlichtingsinstallaties en camerabewaking (knop 58) Case farmall 55C (knop 76)

15

0

-15

-15

-15

-15

3

0

-3

-17

-17

-17

SKV: Cultuurontwikkeling (knop 78)

30

0

-30

0

0

0

Zakelijke mobiele telefonie (knop 80)

20

0

-20

-21

-22

-23

Opleidingsbudget (knop 84)

8

0

-8

-8

-8

-8

Optimalisatie inhuur (beheers)proces (knop 85)

8

0

-8

-8

-8

-8

Aanpassing kilometervergoeding (knop 86) Aanpassing regeling goed en aantrekkelijk werkgeverschap (knop 87)

5

0

-5

-5

-5

-5

35

0

-35

-35

-35

-35

Vervallen taakstelling 110 bezuiniging fac.zaken

28

0

-28

-28

-28

-28

Extra overdekking hogere BCF Afval/ Riolering

0

50

50

50

50

50

Extra toerekening overhead naar afval/ riolering

0

100

100

100

100

100

Effect nieuwe doorrekening kap.lst/rente Personele uitgaven als gevolg van personele mutaties

-30

0

30

430

263

-142

55

0

-55

0

0

0

8.437

213

-8.224

-8.110 -8.089

-8.078

Mutaties voorjaarsnota 2025 Autonome ontwikkelingen Vervanging software voor geografische beheer (BAG & BOR) (knop 5) Archiefwet en Regionaal Archief Tilburg (RAT) (knop 15) ICT kosten voor innovatie en wetgeving (knop 16) Nieuwe digitale (samen)werkplek Equalit (knop 17)

Mutaties begroting 2026

Saldi begroting 2026-2029

73

Mutaties voorjaarsnota 2025 Autonome ontwikkelingen Vervanging software voor geografische beheer (BAG & BOR) (knop 5) In 2026 moeten we onze basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en basis-registratie openbare ruimte (BOR) applicatie vervangen door nieuwe applicaties. Onze leveranciers stoppen de ondersteuning op onze huidige applicaties in 2026. Dit betekent er geen garantie is dat ze blijven functioneren. Onze BAG en BOR applicatie zijn nu lokaal bij Equalit geïnstalleerd. Alle leveranciers bieden richting de toekomst alleen nog cloud applicaties aan. We verwachten voor de nieuwe cloud applicaties structureel hogere kosten dan voor de huidige (bij Equalit geïnstalleerde) applicaties. De kosten in beeld: • Incidentele migratie/implementatie kosten BAG en BOR • Structurele extra licentie kosten BAG en BOR Dekking: € 5.000,- uit bestaande budget door een aantal kleine besparingen. Risico's als niet: De BAG applicatie is noodzakelijk om de wettelijke taken (going concern) voor de BAG uit te voeren. Vervangen we de applicatie niet, dan voldoen we niet aan onze wettelijke taken. Daarbij gaat de kwaliteit van BAG informatie snel achteruit. Dit leidt bijvoorbeeld tot onjuiste Waardering onroerende zaken (WOZ) belastingheffing, vergunningverlening, toezicht, handhaving en beheer openbare ruimte.

De BOR applicatie is noodzakelijk om (met landelijke standaarden) grip te hebben op het onderhoud van gemeentelijke objecten in de openbare ruimte. Het niet hebben van deze applicatie betekent inefficiënte op deze taken en verslechtering van de openbare ruimte. Archiefwet en Regionaal Archief Tilburg (RAT) (knop 15) De nieuwe Archiefwet brengt nieuwe beheerverplichtingen. Het toenemende volume aan te archiveren analoge en digitale informatie zorgt aanvullend voor groeiende kosten. Vanuit het Rijk is geen extra compensatie voorzien. Gemeenten moeten de kosten om aan de nieuwe Archiefwet te blijven voldoen en de continue archiefgroei zelf dragen. Archivering organiseren we al volgens scenario 2 in een regionale samenwerking via het RAT. De kosten in beeld: • Het RAT brengt per 2026 voor het eerst kosten in rekening voor digitaal archief. Reden is dat kosten in 10 jaar met 400% zijn toegenomen en blijven groeien. • De archiefwet verkort de overbrengingstermijn naar een archiefbewaarplaats (= RAT) van 20 naar 10 jaar. Dit betekent eenmalig een dubbele overbrenging (gepland in 2027) met structurele (en groeiende) kosten als gevolg. • De Archiefwet verplicht archivering van de gemeentelijke website naar een archief bewaarplaats (= RAT). Dit is een eenmalige migratie vanaf Archiefweb. • De gemeente Tilburg voorziet in het verplichte archieftoezicht.

Zij brengen kosten voor deze diensten (regionale archivaris) per 2026 in rekening. We actualiseren de dienstverleningsovereenkomst met gemeente Tilburg voor het RAT in 2026 voor 2027. Als hier kosten uit voortvloeien, nemen we deze mee in de planning-en-controlcyclus (P&C) cyclus zodra ze te concretiseren zijn.

74

Dekking: Binnen de bestaande middelen voor archiefbeheer zijn geen dekkingsmogelijkheden. Door geen particuliere archieven (jaarlijks 5 miljoen a € 1000) op te nemen en onze website vanaf 2026 niet meer te archiveren (wettelijke taak) ontstaat e.en structurele dekkings-optie van € 4.000. We voldoen hiermee niet meer aan de wet, maar gebruik van digitale website archief is zeer beperkt. Risico's: Doen we deze investeringen niet, dan voldoen we op bovenstaande onderdelen niet meer aan de Archiefwet. Dan is onze informatie dus niet op orde en komen we onder provinciaal toezicht (meerjarig negatief oordeel). Hierdoor zijn we minder goed of niet in staat om verantwoording over onze acties en besluiten af te leggen. Het levert onze eigen organisatie bovendien veel extra zoekwerk en extra uren aan informatieverstrekking op (waar anders het RAT in voorziet). ICT kosten voor innovatie en wetgeving (knop 16) Als gemeentelijke organisatie zijn we continu in ontwikkeling. Dit is nodig om aan te passen richting onze lokale samenleving (scenario 2). Hiervoor maken de domeinen nieuw beleid en bedenken we innovaties om andere, snellere of betere dienstverlening te leveren. Daarnaast zoeken we als bestuur en organisatie ontwikkelingsopties om slimmer ons werk te doen en tot nog betere besluitvorming te komen. Daarbovenop zien we een aantal grote innovaties op ons afkomen.

Denk aan Cloud-ontwikkeling, AI-mogelijkheden en een groeiend aantal EU/NL wetten over digitalisering overheid en data vraagstukken (digital decade 2020-2030). Ook de samenwerkingsvorm Equalit moet zich adaptief organiseren. In 2025 vindt hiervoor een onderzoek plaats. Externe ontwikkelingen en organisatiewensen vragen dus continu om kleine en grotere ontwikkelingen in processen en applicaties. Hiervoor is budget nodig. De gemeentelijke ICT Benchmark van M&I Partners ondersteunt deze ervaring; innovatie en wetgeving zorgt voor groeiende ICT kosten van 4% tot 7% per jaar om waarde voor samenleving, organisatie en bestuur te bieden. De kosten in beeld: Budget, afhankelijk van organisatieprioriteit, in te zetten voor bijvoorbeeld: • Inrichting EU-wetgeving als SinleDigitalGateway, Digital Wallet, Open Data, etc • Vervroegde (of gedwongen) migratie naar cloud applicaties • Pilots AI-werkplekassistentie om kansen op productiviteitswinst te onderzoeken • Pilots Robotic Process Automation om kansen proces efficiëntie te onderzoeken • Aanvullende informatieveiligheid en privacy maatregelen. Als resultaat van de gezamenlijke Equalit onderzoeksopdracht vindt er in 2027 mogelijk een aanpassing van de Equalit samenwerkvorm plaats die tot kosten aanpassing leidt. Zodra deze concreet in beeld zijn, nemen we deze mee in de P&C Cyclus.

Dekking Er is geen dekking in het huidige ICT-budget voor wetgeving en innovaties. Zodra een innovatie/ontwikkeling succesvol is en structureel ingezet wordt, ontstaat een structurele ICT-kostenpost. Dit verklaart de trend van 4% tot 7% stijging ICT kosten per jaar. Het budget dat jaarlijks overblijft vloeit terug naar de algemene reserve. Risico's als niet: Dan is er geen of beperkte digitale- en dataontwikkeling van de organisatie. We onderzoeken en/of benutten de kansen die er zijn niet. Dit maakt ons inefficiënter in diensten richting de samenleving en partners (ten opzichte van andere organisaties) en op termijn een onaantrekkelijke(re) werkgever. Bovendien zorgt het dat we niet of trager voldoen aan EU/NL wetgeving met risico op bijbehorende consequenties.

75

Nieuwe digitale (samen)werkplek Equalit (knop 17) Het ICT-samenwerkingsverband Equalit past in 2025 en 2026 hun digitale werkplek voor alle deelnemende gemeenten aan. Deze nieuwe digitale werkplek ondersteunt de toenemende digitalisering beter en draagt bij aan modern werkgeverschap (in een krappe arbeidsmarkt en groeiend aantal samenwerkingen – scenario 2). De werkplek is van Microsoft, toegankelijk via elk apparaat en volledig gericht op succesvol samenwerken. Dit verhoogt de interne en externe samenwerkingskracht, efficiëntie en productiviteit van medewerkers. Daarbij is het de visie van de samenwerkende Equalit-gemeenten om elke gemeente in 2026 een eigen digitale werkplek omgeving te bieden in plaats van een gezamenlijke Equalit-omgeving. Dit is nodig vanwege wettelijke eisen op het gebied van veiligheid en privacy, voor Archiefwet e-mail archivering en bijvoorbeeld innovatie kansen op het gebied van AI-werkplekassistentie. Na splitsing ontstaat een lokale functioneel beheer taak per gemeente (naast het bestaande beheer bij Equalit). De kosten in beeld: • Implementatie vervanging nieuwe werkplek omgeving (voor rekening Equalit) • Inrichting en licenties werkplek omgeving gemeente Hilvarenbeek (of GHO) • Functioneel beheer eigen werkplek omgeving in GHO verband (3 keer 12 uur) Indien er extra kosten (concreet) in beeld komen, nemen we deze mee in de P&C Cyclus.

Dekking Equalit verzorgt de dekking voor de implementatie van de nieuwe werkplekomgeving. Uitgangspunt is de structurele kosten nieuwe werkplekinrichting en licenties binnen het huidige Equalit budget te bekostigen. In de begroting 2027 is meer duidelijkheid te geven over potentiële plus of min. Er is binnen de begroting nu geen formatie voor Functioneel Beheer beschikbaar. Risico's: De nieuwe werkplek is een keuze van alle Equalit deelnemers gezamenlijk. Gebaseerd op eerdergenoemde kansen. Kiezen we als Equalit samenwerking niet voor deze digitale werkplek ontwikkeling, dan ontstaan extra kosten voor Citrix licenties van naar schatting € 50.000 tot € 100.000 per gemeente. Kiest Hilvarenbeek om niet met deze werkplek ontwikkeling mee te gaan, dan is er een risico op een beperkter (of niet) werkende werkplek vanaf 2026. Bovendien volgt dan vanuit Equalit een kostenstijging om de oude werkplek in de lucht te houden. Nieuwe ontwikkelingen Krediet vervangen verlichtingsinstallatie en camerabewaking (knop 58) Verlichting Voor het vervangen van de verlichtingsinstallatie (verlichting en verlichtingssysteem), het inbraakalarm en het toegangscontrolesysteem is een investeringskrediet van € 184.000,- beschikbaar. Het vervangen van de huidige verlichting door led is wettelijk verplicht.

Daarnaast verkeren zowel het verlichtingssysteem als het inbraakalarm- en toegangscontrolesysteem in matige staat en zijn ze aan vervanging toe. Door deze werkzaamheden te combineren, kan efficiënt gewerkt worden: het plafond hoeft slechts één keer open voor de aanleg van de bekabeling. Uit een recente kostenraming blijkt alleen dat het huidige krediet niet toereikend is. Door stijgende materiaal- en arbeidskosten is een marktconform investeringskrediet van € 240.000,- noodzakelijk. Camerabewaking Door een steeds harder wordende maatschappij is betere beveiliging van het gemeentehuis noodzakelijk. Er zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig om de veiligheid van bezoekers, gemeentelijke medewerkers en politieke ambtsdragers te kunnen waarborgen. De veiligheid van het gemeentehuis kan

76

door middel van cameratoezicht worden verbeterd. Deze maatregel sluit aan bij een landelijke trend van gemeenten om een veilige omgeving te garanderen. De besluitvorming voor de aanschaf van de camera’s op korte termijn wordt aan het college voorgelegd. Simultaan wordt bij VJN de structurele kosten voor onderhoud en kapitaallasten opgevoerd. Na vijf jaar wordt er (op gebruik) geëvalueerd en indien nodig een meerjarenonderhoudsplan opgesteld. Case farmall 55C (knop 76) In 2025 staat de Case farmall 55C voor € 65 .000 in het investeringsplan. Het huidige materieel werkt niet meer naar behoren. Onderzocht is of er een elektrisch alternatief is. De kosten hiervan zijn echter veel hoger en de bedrijfsduur voldoet (nog) niet. Verhoging van het krediet met € 25.000 is het gevolg van kostenstijgingen. Dit resulteert in hogere kapitaallasten vanaf 2026 van € 3.000. Daarnaast dient het type 5080R vervangen te worden in 2026 voor € 100.000. Dit resulteert in kapitaallasten vanaf 2027 van € 14.000. Daarnaast dient er een rioolbus vervangen te worden in 2026 voor € 55.000. Samen Krachtig Vooruit (SKV): Cultuurontwikkeling (knop 78) In 2024 stelde we het nieuwe organisatie-ontwikkelprogramma Samen Krachtig Vooruit vast. Hierin verbeteren we de organisatie op het gebied van voortdurend ontwikkelen, eigenaarschap tonen, planmatig werken en leefwereld van de klant centraal stellen.

Onder de vlag het programma Samen Krachtig Vooruit hebben we de afgelopen twee jaar mooie stappen gezet. We zijn ons nu bewust van de gesignaleerde cultuurpatronen op de afdeling ruimte en in onze organisatie. We stonden in alle drie de afdelingen hierbij stil en bepaalden op individueel en op teamniveau vervolgstappen. Nu is het zaak hierop door te pakken zodat we werken volgens de nieuwe leidende principes als gewoonte aanleren. Onze dienstverlening zal daardoor verbeteren. Doen we dit niet vervallen we in de oude cultuurpatronen zoals ontdekt in het onderzoek ruimte. Zakelijke mobiele telefonie (knop 80) Vanuit de organisatie is er een toenemende vraag naar “een telefoon van de werkgever”. Dit wordt ondersteund door team informatieveiligheid en privacy. Werknemers gebruiken nu hun eigen mobiele telefoon voor zakelijke activiteiten. Redenen dit anders te doen zijn het flexibel (thuis)werken, geen vaste telefoons meer op kantoor en het groeiende aantal plaats-onafhankelijke (bel)contacten met inwoners, ondernemers en partners. Het gebruik van een privé telefoon is daarbij onveiliger voor de gemeentelijke informatie-bescherming en vergroot het risico op cybercrime op onze informatie. Het risico van het gebruik van onveilige apps in de privé situatie en een verkeerde omgang met (cloud) informatie is aanwezig.

Als werkgever kunnen we dit tegengaan met een zakelijke telefoon en niet afdwingen of tegenhouden op persoonlijke onbeheerde apparaten. Daarnaast zorgen privé telefoons voor vermenging van zakelijk en privé die leidt tot privacy problemen en tot verstoring van privé-werkbalans. Met name voor medewerkers met veel externe contacten, waarbij het privé mobiel nummer bekend raakt bij inwoners of anderen. Denk daarbij aan een burgerzaken medewerkers, jeugdconsulent of een vergunningverlener. In een recente peiling geeft 75% van de gemeentelijke medewerkers aan behoefte te hebben aan een zakelijke telefoon. 25% geeft aan dat niet te hebben. Het voorstel is om, net zoals in de andere GHO en Equalit gemeenten, de beheerde mobiele telefoons van Equalit in te zetten. Alternatief is om medewerkers zelf de keuze te bieden. Nadeel daarvan is dat maatwerk meerwerk vraagt.

77

Kosten in beeld Bij inzet in de loop van Q3 2025. - Leasen van zakelijke mobiele telefoons Equalit (vaste afschrijving 4 jaar) - Proces uitgifte en inname mobiele telefoons Dekking - Stoppen kosten voor BYOD - Stoppen kosten huidige onbeheerde zakelijke mobiele telefoons Risico’s Doen we dit niet dan accepteren we een groter veiligheidsrisico (met imago schade kans). Daarnaast blijven onze werknemers, in verband met privacy afwegingen, minder flexibel in het kiezen van communicatiekanalen met inwoners, ondernemers en partners. Door die privacy risico’s is ook de privéwerkbalans niet optimaal wat kan leiden tot onaantrekkelijk werkgeverschap (voor huidige en potentiele nieuwe medewerkers) Opleidingsbudget (knop 84) Een van onze strategische doelen is ‘We ontwikkelen onszelf voortdurend’. Om hier (meer) uitvoering aan te geven, stellen we voor om aan te sluiten bij het Learning experience platform van het Mobiliteitscentrum. Een leerplatform maakt het beheer en de organisatie van leerprogramma’s efficiënter en maakt een zeer divers aanbod aan professionele trainingen toegankelijker voor medewerkers. Ook andere gemeenten in de regio, waaronder Goirle en Oisterwijk, sluiten aan bij het leerplatform van het Mobiliteitscentrum, waardoor we samen profiteren van schaalvoordeel. Daarmee past het voorstel ook in scenario 2 Samenwerkend Hilvarenbeek.

We stellen voor om met ingang van 1-1-2026 bij het leerplatform aan te sluiten. Jaarlijkse structurele kosten bedragen € 8.000,-. Eenmalige aansluitkosten bedragen € 9.000,Er is geen dekking in het reguliere opleidingsbudget. De afgelopen jaren wordt het budget benut en in 2024 is het budget zelfs overschreden. We zijn bezig met een inhaalslag op leren en ontwikkelen. Ten opzichte van referentiegemeenten (<20.000 inwoners) heeft Hilvarenbeek een lager opleidingsbudget. Door middelen beschikbaar te stellen voor een leerplatform zetten we medewerkers meer in hun kracht op leren en ontwikkelen. Dit kan niet betaald worden uit het reguliere, relatief lage budget. We stellen wel voor de eenmalige aansluitkosten te betalen uit het organisatiebrede opleidingsbudget. Optimalisatie inhuur (beheers)proces (knop 85) Aanleiding We zetten externe inhuur (personeel niet in loondienst/ PNIL) in wanneer er sprake is van uitval van vaste medewerkers, bij onvoldoende capaciteit / opvang van piekwerkzaamheden of wanneer er expertise nodig is die binnen de organisatie ontbreekt. Het aantal te verwerken inhuuraanvragen vraagt relatief veel capaciteit en expertise van het team HR, zowel van de medewerker HR (0,66 FTE) als de HR adviseurs (1,7 FTE, wordt per juni 1,9 FTE).

Ter illustratie: in 2022 zijn er 34 aanvragen uitgezet via de Inhuurdesk FlexWestBrabant (FWB), in 2023 waren het er 27 en in 2024 waren het er 49. Het werkelijke aantal inhuuraanvragen ligt hoger omdat er ook een deel niet via de inhuurdesk FWB loopt, bijvoorbeeld omdat de inkoopwaarde klein is en inzet van FWB niet noodzakelijk is. Het voldoen aan de (veranderende) wet- en regelgeving die met inhuur van PNIL verband houdt, legt in toenemende mate druk op het HR team. Het beoordelen, begeleiden, ondersteunen van en adviseren op dit inhuurproces vraagt onevenredig veel tijd ten opzichte van andere HR werkzaamheden. Hierdoor loopt de werkdruk op en blijven andere belangrijke HR taken onverhoopt liggen.

78

In de voorjaarsnota van 2024 hebben we aan de gemeenteraad 1 extra FTE gevraagd ter uitbreiding van het HR team. Via de begroting 2025 is 0,5 FTE uitbreiding vastgesteld. Daar zijn we heel blij mee. Maar om de toegenomen taken en verantwoordelijkheden binnen het HR beter op te vangen, hebben we nog steeds zeker 0,5 FTE uitbreiding nodig. De beschikbare formatie van het team HR blijkt jaarlijks, ondanks de inzet van de huidige medewerkers, onvoldoende. Ter ondersteuning van de medewerkerstaken werken we structureel met een stagiair. De aanhoudende werkdruk bij de HR medewerker en adviseurs staat nog steeds onder druk. Enkele belangrijke opgaven en projecten schuiven nog op in de tijd. In GHO-verband kunnen we niet altijd mee. GHO HR capaciteit ter vergelijk: • Hilvarenbeek: 0,66 HR medewerker en 1,88 FTE HR adviseur • Oisterwijk 1,67 FTE HR medewerker en 2,83 FTE HR adviseur, en 0,95 FTE werving & selectie adviseur • Goirle: 1,67 HR medewerker, 2,67 FTE HR adviseur Optimalisatie inhuur (beheers)proces Als oplossing voor het beter beheersbaar maken en optimalisatie van het inhuurproces én tegelijk als gedeeltelijke oplossing voor het beschikbaar maken van capaciteit voor andere HR taken dan inhuur, zijn wij een pilot opgestart om een deel van het inhuurproces uit te besteden. Een win-win situatie. Wij zouden die uitbesteding vanaf 2026 graag willen voortzetten.

De inhuurdesk FlexWestBrabant biedt deze mogelijkheid, in 2025 start hiervoor een pilot. Bij uitbesteding worden taken als het opstellen en indienen van inhuuraanvragen, de eerste selectie van kandidaten en het beheer/controle van de digitale dossiers incl. opdrachtmutaties / -verlengingen overgenomen van van de HR medewerker. Door centralisatie van expertise bij FWB, wordt een duurzame kennisopbouw gerealiseerd, waarmee we altijd toegang hebben tot up-to-date informatie op het gebied van inhuur en compliance. Bovendien biedt de samenwerking voordelen op het gebied van bereikbaarheid (5 werkdagen bereikbaar) en de waarborging dat de processen altijd blijven doorlopen. Onze berekening is dat we door uitbesteding van het inhuurproces 0,25 FTE vrij spelen. De werkgeverskosten voor inzet van een HR medewerker voor 0,25 FTE zijn ca. € 23.000,- per jaar. Deelname aan de pilot kost in 2025 € 3.000,-. Naar verwachting lopen de kosten daarna op naar jaarlijks maximaal € 8.000,-. Dit is € 15.000,- minder dan wanneer we zelf uitbreiding van 0,25 FTE bekostigen. Het niet toekennen van budget voor optimalisatie van het inhuur(beheers)proces betekent dat de kwaliteit (beheersbaarheid en optimalisatie) van het inhuur(beheers)proces onder druk komt te staan en/of we andere HR taken en -projecten mogelijk niet of slechts gedeeltelijk kunnen uitvoeren.

Ook is er het risico dat de langdurig ervaren werkdruk in het HR team zal leiden tot uitval of vertrek. Aanpassing kilometervergoeding (knop 86) In de samenwerking GHO stellen we voor de reiskostenvergoeding voor de drie gemeenten aan te passen. We leggen we 2 formats voor: - format 1 aanpassing kilometervergoeding - format 2 aanpassing regeling goed en aantrekkelijk werkgeverschap Kilometervergoeding auto De huidige reiskostenregeling is verouderd (2007). De maximale onbelaste vergoeding op basis van de regeling van de Belastingdienst was € 0,19 per km. Deze vergoeding is verhoogd naar € 0,23 per km, maar nog niet verhoogd in onze lokale regeling. Goirle en Oisterwijk besloten de vergoeding te verhogen per 1 april 2025. Voor Hilvarenbeek stellen we voor deze verhoging per 1 oktober 2025 in te laten gaan. Deze verhoging voor de auto km-vergoeding bedraagt jaarlijks structureel € 3.000,-.

79

Daarnaast stellen we voor om de in plaats van de kortste route de snelste route woon-werkverkeer te vergoeden en bij een verhuizing de hoogte van de km-vergoeding aan te passen, ook als de medewerker verder van de werkplek gaat wonen. Kilometervergoeding fiets We stellen voor om ook de vergoeding voor het fietsen te verhogen van € 0,09 per km (spaarsysteem via Trappers) naar een vergoeding van € 0,23 per km met ingang van 1 oktober 2025. Medewerkers worden hierdoor gestimuleerd om meer te bewegen. We hebben hiermee aandacht voor de thema’s ‘vitaliteit’ en ‘duurzaamheid’. Kosteninschatting van deze verhoging voor de vergoeding van fietskilometers bedraagt jaarlijks structureel € 6.000,-. Dekking halen we uit twee posten waardoor structureel € 2.000,- gevraagd wordt voor ophogen kilometervergoeding fiets. Dekking Abonnement Trappers stopzetten bespaart € 1.500,- per jaar. Dekking voor de vergoeding van de fietskilometers kan deels gevonden worden in het vitaliteitsbudget. Hier kan jaarlijks € 3.000,- voor beschikbaar worden gesteld. Aanpassing regeling goed en aantrekkelijk werkgeverschap (knop 87) Naast een verhoging van de kilometervergoeding voor het woon-werkverkeer - zie format Reiskostenvergoeding (1) – stellen we in GHO-verband voor de reiskostenregeling ook op andere onderdelen aan te passen, in het kader van ‘goed en aantrekkelijk werkgeverschap’.

We streven naar een gelijke regeling voor GHO. In Oisterwijk is de nieuwe reiskostenregeling per 1 april 2025 vastgesteld. Goirle gaat voor een stapsgewijze aanpassing van de reiskostenregeling. Oisterwijk past de regeling aan door tot een maximum van 40 km enkele reis te vergoeden. Goirle gaat in eerste instantie per 1 april 2002 tot 25 km enkele reis vergoeden en zal op een later moment (streven is 2026) de vergoeding ophogen tot 40 km. Voor Hilvarenbeek stellen we voor de reiskostenvergoeding aan te passen per 1 oktober 2025 en Oisterwijk te volgen in de vergoeding tot 40 km enkele reis.Als we net als Goirle in eerste instantie tot 25 km vergoeden, vallen de kosten € 8.000,- lager uit. Krapte op de arbeidsmarkt dwingt ons om kritisch naar onze secundaire arbeidsvoorwaarden te kijken. Hierin kunnen we ons positief onderscheiden van andere organisaties/gemeenten in de regio. Ook werken steeds meer medewerkers binnen GHO voor twee of drie gemeenten. Binnen de GHOsamenwerking is daarbij niet wenselijk dat de vergoeding voor reiskosten verschillend is per gemeente. Bovendien is het praktisch lastig uitvoerbaar en uitlegbaar. Het gaat om structurele kosten. Het risico als we het niet doen is een verslechtering van onze positie op de arbeidsmarkt.

We kunnen niet achterblijven bij onze samenwerkende gemeenten Oisterwijk en Goirle en mogelijk andere organisaties in de regio die een hogere reiskostenvergoeding hanteren. Het is te verwachten dat deze investering leidt tot een besparing op onze inhuurkosten, omdat we medewerkers langer behouden en vacatures sneller kunnen invullen. Hierdoor hoeven we minder (lang) in te huren en kunnen we mogelijk ook besparen op kosten voor werving, inwerken en opleiden van nieuwe medewerkers. Deze besparing is lastig te becijferen. Eind 2024 heeft de OR een initiatiefvoorstel aan de WOR-bestuurder gestuurd met daarin het verzoek de reiskostenregeling aan te passen. Met de nieuwe reiskostenregeling komen we tegemoet aan dit initiatiefvoorstel van de OR.

80

Mutaties begroting 2026 Vervallen taakstelling 110 bezuiniging facilitaire zaken Wij hadden in de begroting een taakstelling opgenomen die we nu terugdraaien. Dat ligt aan twee elementen: Anders organiseren inkoop. In 2025 hebben we het inkoopbeleid geactualiseerd. Ook de aanbestedingskalender is op orde gebracht. Dit heeft extra uren en geld gekost. Het vervolg pakken we in 2026 op. Kort samengevat: we zijn onze kwaliteit aan het verhogen en daardoor is besparing op dit moment nog niet reëel. We zijn in overleg met Goirle en Oisterwijk over hoe we inkoop samen slim kunnen organiseren (uitbesteden of zelf doen). Verdere samenwerkingsmogelijkheden zijn voor een aantal bedrijfsvoering teams in 2025 onderzocht via gesprekken in GHO verband. Gezien de onzekerheid van de invulling van deze taakstelling herstellen wij deze post in de begroting, temeer omdat het niet aan de eisen van de toezichthouder voldoet (onvoldoende onderbouwd). Wel biedt dit nog kansen voor latere jaren. Extra overdekking door hogere BCF Afval en Riolering Van de 100% kostendekkende tarieven riolering en afval maakt ook de fictieve BTW-last deel uit. Sinds de invoering van het BTW-compensatiefonds in 2023 kunnen de gemeenten onder andere voor deze activiteiten hun BTW declareren bij het BTW-compensatiefonds. Het geld voor dit fonds komt uit het gemeentefonds.

Door het wegvallen van de kostenverhogende BTW kregen we minder kosten. Omdat we niet meer dan kostendekkende tarieven mogen heffen, nam ook de opbrengst af. Doordat we voor de kostendekkende tarieven geen BTW meer kunnen declareren is hiervoor de uitkering uit gemeentefonds verlaagd. Dus per saldo werden de gemeenten gekort voor het deel dat werd uitgenomen uit het gemeentefonds wat vervolgens niet meer via tarieven kon worden terugverdiend. Daarom werd de wet aangepast. Zodat dat de gemeenten de ‘fictieve’ btw-last mogen betrekken in de berekening van de kostendekkende tarieven. We hebben al een aantal jaren met een vaste fictieve btw-last gerekend. Gezien de gestegen kosten in de afgelopen jaren, hebben we zowel voor riolering als voor afval het bedrag dat we meenemen als btw-last in de berekening van de tarieven met € 25.000,- verhoogd. Voor Afval en Riool samen komt dit op een totaal bedrag van € 50.000,-. Dit bedrag komt als ‘overdekking’ tot uitdrukking als voordeel algemene dienst. Extra toerekening overhead naar afval en riolering Bestaand beleid is dat we loonkosten en overhead toerekenen aan kostendekkende activiteiten zoals riolering en afval conform de administratieve regels van de gemeenten (BBV). Omdat we in de begroting 2026 meer loonkosten toerekenen aan die activiteiten neemt ook de daaraan gekoppelde toerekening van overhead toe.

Deze extra loonkosten en overhead drukken dan niet meer als kosten op de algemene dienst en vormt daardoor een voordeel voor de algemene dienst. Effect nieuwe doorrekening kapitaallasten en rente In de begroting en voorjaarsnota 2025 gingen we uit van oplevering van de projecten school de Doelakkers en Hart van Haghorst (HvH) in 2026. Hierdoor zou de afschrijving van deze projecten starten in 2027. Op basis van nieuwe informatie is de verwachting dat de afschrijving voor HvH start in 2028, in geval van de Doelakkers in 2029. Doordat er geen afschrijving is voor deze grote projecten in de eerdere jaren, ontstaat er nu een voordeel in 2027 en 2028.

81

Personele uitgaven als gevolg van personele mutaties Medio 2026, na de gemeenteraadsverkiezingen, start de vertrouwenscommissie van de gemeenteraad met de werving van een nieuwe burgemeester. De verwachting is dat deze procedure in januari 2027 door de benoeming van een nieuwe burgemeester is afgerond.

Overige verplichte hoofdstukonderdelen per programma Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplicht ons de beleidsdoelstelling van een verbonden partij op te nemen in de programma indeling van het begrotingsboekwerk. Ook is het verplicht om enkele voorgeschreven beleidsindicatoren in de programma indeling van het begrotingsboekwerk op te nemen. Wij kiezen er voor deze informatie niet per programma maar centraal weer te geven. Wij verwijzen u hiervoor dan ook respectievelijk naar de paragraaf ‘verbonden partijen’ en de bijlage ‘beleidsindicatoren’.

82

Beleidsbegroting 2. Paragrafen

83

Paragraaf 1

2.1 Lokale heffingen

In deze paragraaf bespreken we de ontwikkeling van de lokale belastingen en wat dit betekent voor de belastingdruk. We sluiten af met ons beleid voor kwijtschelding. Eerst leggen we het verschil uit tussen algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies. Algemene belastingen De opbrengsten van de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. Dit zijn belastingen zoals de onroerendezaakbelasting (OZB), forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting. Bestemmingsbelastingen Bestemmingsbelastingen zijn bedoeld voor specifieke taken of voorzieningen die van algemeen belang zijn. Bij ons gaat het om de riool en waterzorgheffing en de afvalstoffenheffing. Volgens artikel 229b van de Gemeentewet mogen we niet meer heffen dan nodig is om de begrote kosten te dekken. Dit noemen we kostendekkendheid. De onderbouwing hiervan staat in de bijlage ‘Kostendekkendheid heffingen’. Retributies Retributies zijn kosten die je betaalt wanneer de gemeente een specifieke dienst voor je uitvoert. De belangrijkste retributies zijn leges. Je betaalt bijvoorbeeld leges bij het aanvragen van een paspoort of een omgevingsvergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen retributies niet hoger zijn dan de werkelijke kosten.

Lokale heffingen Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De OZB heffen we over onroerende zaken in de gemeente. Het gaat om twee belastingen; een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. Het gebruikersdeel van de OZB geldt alleen voor niet-woningen. Huurders van een woning betalen dus geen OZB. Jaarlijks vastgestelde indexatie We indexeren onze opbrengst volgens bestaand beleid jaarlijks met 2,25%. Waardeontwikkelingen Jaarlijks worden - op grond van de Wet waardering onroerende zaken - alle onroerende zaken gewaardeerd. De waardeontwikkeling verdisconteren we in het tarief. Bij een waardestijging verlagen we het tarief OZB om niet meer dan de gewenste geïndexeerde totaalopbrengst (exclusief areaal = volume-toename aantallen) te genereren. Dit uitgangspunt werkt

84

uiteraard ook andersom. Wanneer de WOZ-waarde daalt, moeten we met een hoger tarief de begrote totaalopbrengst behalen. Nacalculatie waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2024 Bij de bepaling van de tarieven 2025 hielden we voor de woningen rekening met een stijging van 3,5 % en voor niet-woningen een stijging van 1,25 %. Nu blijkt dat de gemiddelde waarde van de woningen steeg met 4,57 % en de waarde van niet woningen met gemiddeld 2,78 %. We verrekenen de afwijkende mutatie van de waarde woningen en niet-woningen met de tarieven 2026. Als we dit niet doen, dan sluit de OZB in absolute zin niet meer aan op de afgesproken indexering/verhoging. Verwachte waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2025 We rekenen met een waardeontwikkeling naar peildatum 1 januari 2025. De ontwikkeling voor onze gemeente is nog niet bekend. Vandaar dat we vooralsnog rekenen met de verwachte landelijke inschatting van het rijk bij de meicirculaire 2025 van de waardeontwikkeling. Dit leidt tot een waardestijging van 10,5 % voor de woningen en voor niet-woningen van 2,00 %. We maken dit onderscheid omdat de waardeontwikkeling van beide categorieën van elkaar verschilt.

Verhoging OZB tarieven naar aanleiding van knop 88 voorjaarsnota 2025 Met de vaststelling van de voorjaarnota 2025 besloot de gemeenteraad de OZB tarieven van alle categorieën (woningen-eigenaren, niet-woningen-eigenaren en niet-woningen-gebruikers) voor het jaar 2026 richtinggevend te verhogen met 5%. Tarieven 2026 Rekening houdend met het vorenstaande komen de tarieven 2026 uit op: Categorie Tarief 2026 Tarief 2025 Woningen Eigenaren 0,0848 % 0,0883 % Niet-woningen Eigenaren 0,2595 % 0,2505 % Niet-woningen Gebruikers 0,2169 % 0,2094 % Tabel - Tarievenoverzicht OZB

De berekening leidt tot een geraamde totaalopbrengst OZB 2026 van afgerond € 5.220.000. Toeristenbelasting Bij de voorjaarsnota 2020 heeft u gekozen om de toeristenbelasting stapsgewijs te verhogen met 17% per jaar tot en met 2025. Bij de begroting 2023 heeft u gekozen om de tarieven te bevriezen tot en met 2026. De tarieven bedragen: - € 1,90 per overnachting voor groepsaccommodatie; - € 1,90 per overnachting voor mobiel kampeeronderkomen en/of op vaste standplaatsen op een mini-camping; - € 2,15 per overnachting voor mobiel kampeeronderkomen en/of op vaste standplaatsen niet zijnde een mini-camping; - € 2,65 per overnachting voor overige accommodaties; - € 382,40 jaartarief mobiel kampeeronderkomen of stacaravan op vaste standplaats

85

Ontwikkeling Beekse Bergen Als we vooruit kijken zien we dat onze financiën onder druk staan. Dat betekent dat we zowel kritisch naar onze opbrengsten als naar onze kosten moeten kijken. Op verschillende onderwerpen werken we dit verder uit. Een van die onderwerpen zijn de belastingen bij Beekse Bergen. In 2016 zijn afspreken gemaakt over maximering van de toeristenbelasting en vermakelijkhedenretributie. Sindsdien is Beekse Bergen gegroeid en heeft de gemeente meermaals noodgedwongen de toeristenbelasting moeten verhogen. Gezien de afspraken over maximering bij Beekse Bergen zijn deze verhogingen vooral bij andere ondernemers in Hilvarenbeek (met vaak kleinschalige overnachtingsmogelijkheden) terecht gekomen. We gaan onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om dit in de toekomst gelijker/ eerlijker te verdelen over alle ondernemers in Hilvarenbeek. Forensenbelasting We heffen forensenbelasting van natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben, maar gedurende meer dan 90 dagen van het belastingjaar een gemeubileerde woning beschikbaar houden voor zichzelf of voor hun gezin. In de regel gaat het om eigenaren en gebruikers van recreatieverblijven, zoals vakantiewoningen of stacaravans. De forensenbelasting kent een laag en een hoog tarief. Welk tarief van toepassing is, dat hangt af van de WOZ-waarde van het object.

In de voorgaande belastingjaren gold voor objecten tot € 65.000 het lage tarief en voor objecten vanaf € 65.000 het hoge tarief. Voor 2026 handhaven we beide categorieën. In lijn met de toeristenbelasting verhogen we de tarieven voor 2026 niet. Laag tarief Hoog tarief

2026 € 382,40 € 792,40

2025 € 382,40 € 792,40

2024 € 382,40 € 792,40

2023 € 382,40 € 792,40

Tabel - Tarievenoverzicht forensenbelasting ten opzichte van vorige jaren

Vermakelijkhedenretributie De maatstaf voor de heffing is het aantal bezoekers van een vermakelijkheid dat de 20.000 bezoekers overstijgt. We verhogen het tarief met de standaard indexatie van 2,25 % en ronden het tarief naar boven af. We verhogen het tarief van € 0,19 naar € 0,20. Precariobelasting gebruik openbare ruimte Gemeenten kunnen precariobelasting heffen voor het gebruik van de openbare ruimte door particulieren en bedrijven. Denk bijvoorbeeld aan gebruik voor terrassen en reclameborden. Wij heffen vanaf 2015 precariobelasting voor terrassen op gemeentegrond. We verhogen het tarief met de standaard indexatie van 2,25%. Het tarief voor 2026 bedraagt daarmee € 23,30 per m2 per seizoen voor voorwerpen (stoelen, tafels, banken en andere voorwerpen) onder, op of boven een terras. Het maximumaantal m2 is 50. Marktgelden We verhogen het tarief met de standaard indexatie van 2,25% van € 70,75 naar € 72,30 per kwartaal per standplaats van vier strekkende meter. Riool en waterzorgheffing We belasten niet alleen de gebruikers van het rioolstelsel maar ook degenen die profiteren van onze hemelwaterafvoer en van de maatregelen die we nemen voor onze grondwaterstand. Dus ook eigenaren van panden, die geen gebruikers zijn. De riool en waterzorgheffing kent voor agrarische percelen een speciale regeling.

Al het water dat zij naar hun perceel toevoeren, lozen zij namelijk niet volledig via de gemeentelijke riolering. De gevolgen van de veranderde heffingssystematiek van de riool en waterzorgheffing voor de agrariërs minimaliseren we door een speciale regeling voor agrarische percelen te handhaven. We bepalen de riool en waterzorgheffing op basis van het gebruik, maar de

86

agrarische percelen plaatsen we standaard in de derde staffel van de riool en waterzorgheffing. Deze staffelcode is van toepassing bij een waterverbruik tussen 251 m3 en 500 m3 per jaar. De tariefstijging is in beginsel beperkt tot een trendmatige correctie van 2,25%. Dit is in overeenstemming met het in februari 2022 door de gemeenteraad vastgestelde nieuwe riool- en waterplan. De voorgestelde tariefsaanpassing, samen met de voorziene jaarlijkse onttrekking aan de egalisatievoorziening riolering, leidt net als voorgaande jaren tot 100 % kostendekkendheid. Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Eigenaren garageboxen Gebruikers afgevoerd water tot en met 130 m3 Gebruikers afgevoerd water van 131 tot en met 250 m3 Gebruikers afgevoerd water van 251 tot en met 500 m3 Gebruikers afgevoerd water van 501 tot en met 1.500 m3 Gebruikers afgevoerd water van 1.501 tot en met 5.000 m3 Gebruikers afgevoerd water van 5.001 m3 en meer

Tarief 2026 125,32 214,25 63,01 36,24 151,32 340,44 781,32 1.562,64 3.125,40

Tarief 2025 122,57 209,54 61,63 35,40 147,96 333,00 764,16 1.528,20 3.056,64

Tabel – Ontwikkeling Tarieven Riool en waterzorgheffing met 2,25%

Afvalstoffenheffing Met de opbrengsten van de afvalstoffenheffing dekken wij volledig (100%) de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Huishoudelijk rest- en gft-afval zamelen we in via afzonderlijke minicontainers, terwijl een aantal (appartementen)complexen gebruikmaakt van ondergrondse containers. PMD zamelen we in via afvalzakken. Daarnaast is er de milieustraat, waar huishoudens diverse afvalstromen kunnen aanbieden. In 2024 voerden we ingrijpende wijzigingen door in zowel de inzamelsystematiek als de inzamelfrequenties van verschillende afvalstromen zoals de invoering van aparte inzameling voor luier- en incontinentiemateriaal (10 wijkverzamelcontainers) en de plaatsing van GFE-cocons voor hoogbouwlocaties. Bij de vaststelling van de tarieven voor 2025 gingen we uit van veel aannames, omdat ervaringsgegevens over ledigingen, tonnages en verwerkingskosten toen nog ontbraken. Omdat het contract met de huidige exploitatie van de milieustraat op 30 september 2025 afloopt, hebben we een nieuwe aanbesteding doorlopen en inmiddels afgerond voor de periode 1 oktober 2025 tot 1 oktober 2029. Inmiddels is er ook data beschikbaar over het aantal ledigingen en tonnages door de nieuwe inzamelsystematiek.

In combinatie met de actualisatie van de tijdsbesteding en de nieuwe aanbesteding van de milieustraat, maakten we een actualisatie van de afvalstoffenheffing. Rekening houdend met het uitgangspunt 100% kostendekkendheid, komen we tot een tariefsverhoging van 3,48% in 2026 voor de tarieven afvalstoffenheffing. Verder voeren we in de loop van 2026 op de milieustraat enkele wijzigingen door. Zo vervallen of verplaatsen we bepaalde afvalstromen zoals Bouw- en Sloopafval, PMD, textiel, luier- en incontinentiemateriaal en fijn restafval. Ook gaan we in 2026 actief aan de slag met textielinzameling. We verwachten dit in 2026 budgettair neutraal te organiseren.

87

Risico: Er bestaat een mogelijk risico dat de overheid in de toekomst een CO₂-heffing gaat invoeren op de verwerking restafval. Dit kan, afhankelijk van de uitwerking, stapgewijs, in 2030 oplopen tot circa € 20 à € 30 per huishouden per jaar. Vooralsnog is hierover weinig duidelijkheid over. Zodra hierover meer informatie beschikbaar is, zullen wij hierop tijdig en actief inspelen en uw gemeenteraad er over informeren. Tarief 2026 Tarief 2025 Vast tarief per maand 14,50 14,00 Variabel tarief per lediging Restafvalcontainer 120 liter 11,60 11,20 Variabel tarief per lediging GFT-afval

2,60

2,49

Tarief per inworp 60lt zak in ondergrondse container

5,80

5,59

Tabel - Tarievenoverzicht afvalstoffenheffing, 2026 afgerond op € 0,10.

Leges De legesverordening omvat de belastingtarieven voor onder andere burgerzaken, de APV en de omgevingsvergunningen. Voor de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel is het van belang om de tarieven niet zodanig vast te stellen dat de geraamde baten uitkomen boven de geraamde lasten. We spreken ook wel over de opbrengstenlimiet ofwel de kostendekkendheid. Dit is expliciet bepaald in artikel 229b lid 1 Gemeentewet. De totale kostendekkendheid komt neer op 85%. Een overzicht van deze kostendekkendheid vindt u ook in de bijlage van deze begroting. We verhogen de legestarieven zodat de kostendekkendheid van de leges van 81 % naar 85 % gaat. Dit doen we om de kosten van de dienstverlening beter af te dekken. Per Hoofdstuk van de legesverordening doen zich op hoofdlijnen de volgende wijzigingen voor vanaf jaar 2026: Hoofdstuk 1: • De meeste tarieven zijn geïndexeerd. Bij o.a. reisdocumenten, Nederlandse identiteitskaart en rijbewijzen gelden wettelijke maximumtarieven. Er is gerekend met de voorlopige wettelijke tarieven per belastingjaar 2025 omdat de nieuwe wettelijke tarieven nog niet bekend zijn. • Het Reglement burgerlijke stand wordt geactualiseerd en treedt per 1 januari 2026 in werking. De besluitvorming loopt via een apart collegebesluit. Het aanpassen van het reglement heeft ook gevolgen voor paragraaf 1.1 van de tarieventabel van de Legesverordening 2026.

In de huidige tarieventabel (2025) zijn namelijk 20 artikelen met verschillende legestarieven opgenomen voor het onderdeel huwelijksvoltrekking/registratie partnerschap. Door de aanpassing van het reglement is dit teruggebracht naar 6 artikelen. • De nieuwe opzet van de mogelijkheden om te trouwen zorgt ervoor dat nieuwe legestarieven bepaald moeten worden. Gekozen is om de tarieven in eerste instantie te verhogen zodat deze meer kostendekkend zijn waarbij ook aansluiting is gezocht bij de tarieven van de omliggende gemeente Oisterwijk en Goirle. Nadien zijn ook deze legestarieven extra verhoogd vanwege het behalen van de extra legesinkomsten Hoofdstuk 2: • In de tarieventabel bijbehorend bij de Legesverordening 2026 is een nieuwe tussencategorie voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit opgenomen. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan. Uit de praktijk is gebleken dat de Bopa’s divers van aard zijn en dat de huidige legestarieven niet altijd in verhouding staan tot de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden. Gekozen is om een tussencategorie op te nemen voor gevallen die niet vallen onder de huidige bijlage A ‘Verplicht

88

bindend advies en verplichte participatie' en niet zijn opgenomen in het nieuw vast te stellen bijlage b ‘kleine Bopa’. Hoofdstuk 3: • De tarieven zijn geïndexeerd, met uitzondering van paragraaf 3.1. Hierbij is een lagere verhoging van toepassing nu elk afzonderlijke paragraaf in hoofdstuk 3 niet boven de 100% kostendekkendheid uit mag komen. Ontwikkeling totale belastingdruk In deze paragraaf vergelijken we de totale gemeentelijke lasten 2026 voor een gemiddeld gezin ten opzichte van 2025. Dit doen we voor zowel een eigenaar als voor een huurder van een woning. Bedragen x € 1 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Riool en waterzorgheffing OZB – eigenaar Totaal

Mutatie 2026 2026 2025 tov 2025 248 240 3,48 % stijging 277 271 2,25 % stijging 458 427 7,25 % stijging 983 938 4,80 % stijging

Tabel – Ontwikkeling Belastingdruk eigenaar woning

Bedragen x € 1 Afgerond op hele euro’s Afvalstoffenheffing Riool en waterzorgheffing OZB – eigenaar Totaal

Mutatie 2026 tov 2026 2025 2025 248 240 3.48 % stijging 151 148 2,25 % stijging Nvt Nvt 399 388 2,84 % stijging

Tabel – Ontwikkeling Belastingdruk huurder woning

Ter vergelijking: Volgens de Atlas Lokale Lasten van Coelo bedragen de gemiddelde lokale lasten in 2025 voor: - een meerpersoonshuishouden met een eigen woning € 1.052 - een meerpersoonshuishoudens met een huurwoning € 480 Uitgangspunten Bij de bepaling van de belastingdruk zijn we uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing

Vast tarief per maand Variabel tarief per lediging restafval Variabel tarief per lediging GFTafval Totalen afgerond

Tarief 2026

Tarief 2025

Aantal ledigingen

Totaal 2026

Totaal 2025

14,50 11,60

14,00 11,20

12 maanden 5,44

174,00 63,10

168,00 60,92

2,60

2,49

4,41

11,47

10,98

248

240

Tabel - Afvalstoffenheffing

89

Riool en waterzorgheffing We hanteren de staffel van 131 m3 tot en met 250 m3 waterverbruik als grondslag voor de berekening van de rioolheffing en gaan uit van een twee ouderhuishouden met één kind. OZB – eigenaar Voor de OZB-vergelijking rekenen we met de volgende uitgangspunten: - voor het jaar 2025 rekenen we met een gemiddelde WOZ-waarde van € 483.000 (ontleend aan voorlopige cijfers van het CBS naar de stand van juni 2025) - voor het jaar 2026 rekenen we met een gemiddelde WOZ-waarde van € 534.000 (WOZ waarde 2025 van € 483.000 verhoogd met 10,5% voorlopige inschatting waardeontwikkeling door het rijk ten tijde van meicirculaire 2025)

Gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid We voeren een actief kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en de riool en waterzorgheffing. De begrote kosten bedragen € 23.000 voor het kwijtscheldingsbeleid voor afvalstoffenheffing en de riool en waterzorgheffing (exclusief uitvoeringskosten).

90

Paragraaf 2

2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In deze paragraaf leest u hoe we omgaan met financiële risico’s en hoe we ons hiertegen wapenen. We doen dit met onze weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen die we achter de hand houden om onverwachte, grote kosten op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van ons bestaande beleid. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we risico’s kunnen opvangen met onze weerstandscapaciteit. In de nota ‘Risicomanagement & Weerstandsvermogen’ leggen we uit hoe we risicomanagement als vast onderdeel van onze bedrijfsvoering toepassen. Tot slot beoordelen we in deze paragraaf onze financiële positie aan de hand van vijf kengetallen.

Beoordelen risico’s Om te bepalen welke risico’s de meeste aandacht verdienen, geven we ze scores. We schatten in hoe groot de kans is dat een risico zich voordoet en wat de financiële gevolgen zijn als dat gebeurt. We gebruiken de volgende scoringstabellen. Kans Gering (minder dan 1 x per 4 jaar) Gemiddeld (ongeveer 1 x per 4 jaar) Hoog (minimaal 1 x per jaar)

Score 1 3 5

Financieel gevolg (bij omzetverwachting van € 50.000.000) Gering (< 0,1% omzet = < € 50.000 Beperkt (> 0,1% omzet < 0,5 % omzet = tussen € 50.000 - € 250.000) Groot (> 0,5 % omzet = > € 250.000)

Score 1 2 3

Omdat risico’s in de praktijk niet allemaal tegelijk optreden, nemen we ze niet allemaal volledig mee in onze berekeningen. We berekenen per risico een score door de kans dat het zich voordoet te vermenigvuldigen met de financiële impact. Aan de hand van deze score voorzien we het risico van een ranking met impactcategorie. Afhankelijk van de impactcategorie nemen we een risico volledig, voor een deel of niet mee in de berekening van ons benodigde weerstandscapaciteit.

91

Ranking Scores 10 en hoger

Scores hoger dan 5, maar lager dan 10

Scores van 5 en lager

Impactcategorie Hoog risico Voor het risico dient voor het volledige bedrag weerstandscapaciteit aanwezig te zijn (100%) Beperkt risico Voor een structureel risico dient voor een kwart (25%) van het bedrag weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Voor een incidenteel risico dient voor de helft (50%) van het bedrag weerstandscapaciteit aanwezig te zijn. Gering risico We achten het risico volledig te kunnen dragen binnen de reguliere bedrijfsvoering, dus niet opnemen (0%)

Opstellen risicoprofiel Ons risicoprofiel bevat alle risico’s die we binnen de organisatie in kaart hebben gebracht. We maken daarbij onderscheid tussen risico’s voor de ‘algemene dienst’ en risico’s die te maken hebben met grondexploitaties. De algemene dienst omvat alle gemeentelijke activiteiten, behalve grondexploitaties. In deze paragraaf geven we een samenvatting van de belangrijkste risico’s zoals die op 4 september 2025 bekend waren. Het volledige overzicht van alle risico’s vindt u in de bijlage ‘Risicokaart’ bij deze begroting. Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

Onderwerp Structurele risico's algemene dienst Huisvesting statushouders Vergoeding Gemeentelijke Opvang Oekraïners Jeugdhulpverlening (specialistische zorg) WMO middelen ontoereikend BUIG-middelen ontoereikend Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) Project Hart van Haghorst Toerekening uren aan investeringen en grondexploitaties Toenemende druk op gemeenten Algemene uitkering Impact cloud transitie (RV) Informatiewetten NL en Digital Decade 2030 EU (RV) Asielopvang Totaal structurele risico’s algemene dienst

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Risico € 400.000 € 100.000 € 200.000 € 160.000 € 110.168 € 48.000 € 50.000 € 94.000 € 127.000 € 150.000 € 12.500 €0 € 100.000 € 1.551.668

Incidentele risico's algemene dienst Onvoorzien uit reguliere bedrijfsvoering / Algemeen bedrijfsrisico Huur Nieuwe Erf Wachtgeldregeling wethouders Pensioenregeling wethouders Deelname Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf Niet voldoen aan privacywetgeving (RV)

€ 510.000 €0 € 50.000 €0 € 215.000 0

Totaal incidentele risico’s algemene dienst

€ 775.000

92

Nr. Onderwerp Risico’s grondbedrijf 1. Afzet gronden 2. Prijsrisico/inflatie 3. Geurcontour de Leeuwerik 3 4. Gemaakte kosten diverse IMVA’s

Risico € 162.500 € 92.500 € 82.500 € 200.000

Totaal risico’s grondbedrijf

€ 537.500

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarmee de gemeente onverwachte financiële tegenvallers kan opvangen, zonder dat we ons beleid hoeven aan te passen. We maken hierbij onderscheid tussen structurele en incidentele capaciteit. Hieronder lichten we dit verder toe. Structurele capaciteit Onze structurele weerstandscapaciteit bepalen we op basis van de onbenutte belastingruimte voor de onroerendezaakbelasting (OZB). We berekenen deze op twee manieren: • We vergelijken onze OZB-tarieven met het gemiddelde in Nederland. Dit verschil gebruiken we als structurele capaciteit. • Daarnaast laten we zien hoeveel OZB-opbrengst we zouden hebben als we het tarief hanteren dat geldt voor gemeenten met een artikel 12-status. Gemeenten met deze status staan onder financieel toezicht van het Rijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15965939/1