Begroting 2023 (3 boekwerk)
Tekst van het document
De inflatie in de Eurozone blijft doorstijgen. Dit zorgt voor koopkrachtdaling en dat zal zorgen voor vertraging van de economische groei. Volgens recente cijfers was de groei van de Nederlandse economie in 2021 3,9%. De onzekerheid voor 2022 blijft groot vanwege de oorlog in Oekraïne. De Nederlandse Bank (DNB) verwacht dat onze economie in 2022 groeit met 2,8%. De groei in 2022 is vooral te danken aan het zeer krachtige herstel eind 2021 na de coronacrisis. Naar verwachting komt de inflatie op ca. 9% uit in 2022 en ca. 4% in 2023. De BNG tekent aan: als de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne dieper zijn en langer aanhouden, dan leidt dit tot hogere energieprijzen en onrust op financiële markten. In dat geval zwakt de economie verder af en loopt de inflatie hoger op. Rente uitgangspunten Voor de berekening van de rentelasten en –opbrengsten hanteren we de volgende uitgangspunten:
72
Financieringsoverschot Financieringstekort (tot kasgeldlimiet) Financieringstekort (boven kasgeldlimiet) Omslagrente (kapitaallasten investeringen) Omslagrente (grondexploitatie) Projectfinanciering binnensportaccommodatie
2023 n.v.t. 0,50% 2,50% 0,80% 0,83% 1,66%
2024 n.v.t. 0,50% 2,50% 0,80% 0,83% 1,66%
2025 n.v.t. 0,50% 2,50% 0,80% 0,83% 1,66%
2026 n.v.t. 0,50% 2,50% 0,80% 0,83% 1,66%
Renteresultaat Het renteresultaat bestaat uit het verschil tussen de daadwerkelijk te betalen en te ontvangen rente en aan de exploitatie toegerekende rente. In hoofdstuk ‘algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien´ is het renteresultaat gepresenteerd vanuit de financieringsfunctie. Het resultaat is positief omdat de rente die we nu betalen lager is dan de rente die we standaard doorberekenen aan onder andere investeringen. Dit voordeel hebben we ingezet als algemeen dekkingsmiddel. In bijlage ‘berekening renteresultaat’ brengen we de totstandkoming van het renteresultaat in beeld.
73
Paragraaf 5
2.5 Bedrijfsvoering
In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. We gaan specifiek in op een aantal aandachtspunten in de bedrijfsvoering zoals de financiële besturing en beheersing, personeel en informatiemanagement.
Aandachtspunten bedrijfsvoering Besturing en beheersing Om u in staat te stellen uw kaderstellende en controlerende rol in te vullen, hebben we afspraken gemaakt over de jaarlijks door de organisatie op te leveren begrotings- en verantwoordingsdocumenten zoals de begroting, voorjaarsnota(+), najaarsnota en jaarstukken. De risicovolle processen beheersen we met behulp van de interne controles die we uitvoeren op basis van onze Interne Controle plannen. Organisatieontwikkeling Een van de uitgangspunten in het Samenlevingsakkoord is ‘modern bestuur, invloedrijke inwoners’. Wij willen een betrokken gemeente zijn die deskundig en tijdig inspeelt op vragen van inwoners en ondernemers. Een gemeente die in samenspraak en samenkracht de leefomgeving en leefbaarheid in de kernen voortdurend zo optimaal mogelijk maakt. Hiervoor is nodig dat de gemeentelijke organisatie aansluit bij de opgaven van de gemeente Hilvarenbeek, haar inwoners, ondernemers en partnerorganisaties. De wereld is tegelijkertijd in transitie en democratische vernieuwing staat hoog op de agenda in het samenlevingsakkoord. Daarbij hoort de vraag beantwoord te worden wat voor type gemeentelijke organisatie gewenst is. Wat vraagt dit in de komende jaren van de organisatieontwikkeling, van medewerkers, van de strategie en cultuur van de organisatie, systemen en werkwijzen.
Evalueren en mogelijk bijstellen van het programma organisatieontwikkeling “Samen Krachtig Vooruit” Het programma voor organisatieontwikkeling “Samen krachtig vooruit”, dat inmiddels enkele jaren loopt moet opnieuw tegen het licht gehouden worden en aangepast worden aan de ambities van het nieuwe collegeprogramma. In 2022/2023 starten we met de beantwoording van de vraag welk type organisatie we nodig hebben als we de bestuurlijke ambities in samenwerking met inwoners, ondernemers en partners willen realiseren. Hiervoor hebben we externe ondersteuning nodig. De kosten hiervoor zijn € 15.000 in 2023 en € 15.000 in 2024. Dit betekent ook een evaluatie en mogelijk een bijstelling van het programma organisatieontwikkeling “Samen Krachtig Vooruit”. Naar verwachting vergt dit een vernieuwd meerjarig ontwikkeltraject. In 2023 starten we met de uitvoering hiervan en dit loopt door in de komende jaren.
74
Cultuurontwikkeling Een belangrijk element in dit meerjarig traject is cultuurontwikkeling. Ontwikkelen van een organisatiecultuur is vaak moeilijk en langdurig en vraagt om externe ondersteuning. Kosten hiervoor zijn €25.000 in 2023 en € 10.000 in 2024. Vergroten van de strategische slagkracht Om onze strategische slagkracht te versterken hebben we in 2022 de topstructuur van onze organisatie gewijzigd. Met een structuurwijziging alleen ben je er nog niet Dit vergt een andere manier van sturen, ontwikkeling van leiderschap en een nadrukkelijkere positionering van (strategische) beleidsmedewerkers. Een leertraject hiervoor wordt gestart in 2022 en loopt door 2023 in 2024. Personeel en formatie Een van de uitgangspunten in het Samenlevingsakkoord is ‘modern bestuur, invloedrijke inwoners’. Wij willen een betrokken gemeente zijn die deskundig en tijdig inspeelt op vragen van inwoners en ondernemers. Om dit te bereiken, werken we voortdurend aan verbetering van onze dienstverlening. Hierbij is het van belang dat we over voldoende gekwalificeerd personeel beschikken. Het ambitieniveau en forse bezuinigingen in de afgelopen jaren hebben een sterke wissel getrokken op personeel en bemensing van de organisatie. Dit vraagt om keuzes maken in ambities voor de komende periode en een passende bemensing van de organisatie.
Daarnaast komt door de vergrijzing van ons personeelsbestand en de krapte op de arbeidsmarkt de bedrijfscontinuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening onder druk te staan. Werkdruk loopt op en ongewenste uitstroom stijgt. Huidige medewerkers worden actief benaderd voor een baan elders. Deze schaarste op de arbeidsmarkt heeft een langdurig karakter aangezien de beroepsbevolking daalt. Opstellen wervingsstrategie Dit vraagt ons om na te denken over het binden en boeien van onze medewerkers. Ook moeten we inzetten op onze wervingsstrategie om vacatures in te kunnen blijven vullen. Dit betekent onder andere meer aandacht voor employer branding, maar ook meer inzet op wervingscampagnes en bredere/andere inzet van wervingskanalen en -tools. De samenwerking met Goirle en Oisterwijk kan hierbij ook beter benut worden, bijvoorbeeld door de inzet van een recruiter voor de drie gemeenten. Zo kan volledige aandacht aan de werving worden besteed en kunnen vacatures snel en doeltreffend worden ingevuld. Daarnaast geven aandacht aan arbeidsmarktcommunicatie, doelgroepanalyse en -beleid, inzet van de juiste wervingstools en de versnelling van wervingsprocedures. Ook maken we meer gebruik van stagiaires en traineeships en gaan we actief aan de slag met leer- en loopbaanlijnen binnen GHO. We schatten in voor deze activiteiten in 2023, 2024 en 2025 € 12.000 per jaar nodig te hebben.
Formatie In onderstaande tabel zetten we de formatie exclusief bestuur af tegen de formatie 2022.
Reguliere formatie Griffiefunctie Garantiebanen Bovenformatief Totaal exclusief bestuur
raming begroting 2023 121,1 1,8 1,4 2,1 126,4
raming begroting 2022 118,1 1,8 1,7 2,4 124,0
Het verschil 3,0 fte bij reguliere formatie betreft 0,7 fte voor digitale communicatie (de taakstelling waarmee de functie online communicatiemedewerker in begroting 2022 verviel wordt anders ingevuld (VJN22/29) en komt daarmee terug in de formatie) en het uitbreiden van de formatie met 0,5 fte voor bodemtaken (VJN22/05). In de voorjaarsnota 2018++ is besloten om met 2,5 fte in GHO-
75
verband het gegevensmanagement voor de drie gemeenten uit te voeren, waarvan 0,8 fte voor onze gemeente. Deze formatie-uitbreiding zal nu geëffectueerd worden en was tot nu toe nog niet verwerkt in het cijfer voor de reguliere formatie. Daarnaast is er nog 1 fte voor datagedreven-werken vanaf 2023 aan de formatie toegevoegd in VJN2021. De 2,1 fte bovenformatief betreft de tijdelijke formatie van 0,6 fte evenementencoördinator VTH (t/m 2024), en verder 1,5 fte projectleiders met een vaste aanstelling waarvoor dekking is binnen projecten en GREX. De formatie en bijbehorende bruto salarislasten, inclusief bestuur, zijn als volgt over de programma’s verdeeld: Programma 1. Samenlevend 2. Belevend 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend 6. Overhead Investeringen Eindtotaal
Formatie (fte) 26,0 39,2 1,7 9,3 51,7 2,5 130,4
Brutosalaris 1.945.692 2.877.369 122.489 822.160 4.098.842 218.038 10.084.590
Ander systeem van functiebeschrijving- en waardering In 2023 stappen we over naar een ander systeem van functiebeschrijving- en waardering: HR21. De financiële middelen voor de implementatie zijn beschikbaar. Mogelijk heeft de overstap naar HR21 gevolgen voor de inschalingen van een beperkt aantal functies. Hybride werken We bouwen de regionale samenwerking met Goirle en Oisterwijk verder uit. Door samenwerking zijn we minder kwetsbaar. Ook biedt samenwerking kansen. Bijvoorbeeld voor loopbaantrajecten en uitwisseling van personeel. Zo blijven we een aantrekkelijke werkgever voor onze medewerkers en kunnen we medewerkers langer aan ons binden. Ook de mogelijkheid om hybride te kunnen werken maakt ons een aantrekkelijk werkgever, zowel voor onze huidige medewerkers als voor potentieel nieuwe medewerkers. Vanuit goed werkgeverschap faciliteren we de thuiswerkplek van medewerkers. In deze krappe arbeidsmarkt kan dat gezien worden als een aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde. Goirle en Oisterwijk hebben een structurele regeling voor hybride werken, waar wij vanuit de samenwerking maar vooral vanuit zorg voor onze medewerkers, bij aan willen sluiten. We faciliteren het hybride werken van medewerkers vanuit het oogpunt van personele zorg, maar ook om hen vanuit goed werkgeverschap langere tijd aan ons te binden.
De visie op hybride werken is recent vastgesteld, maar moet nog verder uitgewerkt worden. We zorgen voor goede facilitering van de thuiswerkplek van onze (toekomstige) medewerkers, zodat zij hun werk op een gezonde wijze kunnen uitvoeren. Dit doen we door onze tijdelijke regeling hybride werken die we in coronatijd hebben opgesteld structureel te maken. Ook zorgen we ervoor dat in de kantooromgeving voldoende faciliteiten zijn die digitaal vergaderen mogelijk maken. Die faciliteiten bestaan uit software (zoals de app MS Teams), apparatuur (zoals laptops en videoschermen) en geschikte ruimtes (zoals “belcellen”). Daarnaast wordt het gemeentehuis meer ingericht op de functies waarvoor men zeker naar kantoor komt, dus voor het ontmoeten en (creatief) samenwerken.
76
In 2022 wordt een plan gemaakt met bijbehorende tekeningen om de werkplekken aan te passen, afzonderingsplekken te maken (“telefooncellen”) en ontmoetingsplekken te maken. De eventuele kosten voor de aanpassingen volgen uit dit plan en zijn nog niet in onze begroting opgenomen. Contractbewaking Voor contractbewaking en andere administratieve werkzaamheden willen we een kostenbewaker gaan aannemen. Deze persoon ziet erop toe dat alle contractueel gemaakte afspraken worden nagekomen en met name welke in anterieure overeenkomsten gemaakt zijn. In de voorbereidende fase is er veel aandacht om alles goed vast te leggen in. Verder gaat deze nieuwe medewerker zich ook bezighouden met de energierekeningen en energieverbruik en de doorbelastingen daarvan, alsmede huurdoorbelastingen, parkeerontheffingen blauwe zone, bodemonderzoeken invoeren en verplichtingen aanmaken. Hiervoor is het noodzakelijk om een administratieve kracht in te zetten van voldoende niveau die ook de contracten goed kan lezen en begrijpen. We vragen om hiervoor € 35.000 beschikbaar te stellen om eind 2023 een eerste aanzet te maken. Informatiemanagement Visie en ontwikkeling digitale transformatie Door het Rijk wordt op dit moment een Strategische Visie op de digitale transformatie opgesteld. Digitalisering zorgt voor snelle veranderingen in technische mogelijkheden.
Inwoners, bedrijven, instellingen en overheid zijn bezig met de digitale transformatie en digitale middelen zijn inmiddels vitaal voor het functioneren van onze samenleving. De Coronapandemie maakte dat nog eens duidelijk. Voor de digitale transformatie is het belangrijk onze gezamenlijke digitale randvoorwaarden op orde te hebben. Bijvoorbeeld door ons ICT-landschap te vernieuwen waarbij we blijvend oog houden voor de inwoners. Dit vraagt daarnaast om investeringen in mensen, organisatie en cultuur en is een stevige veranderkundige opgave waar de overheid voor staat. In de strategie worden drie belangrijke punten genoemd: - verbetering van de dienstverlening aan inwoners en bedrijven; - de informatievoorziening door de overheid; - transparantie en openheid. Onze gemeente zal de komende jaren ook voor deze strategie gesteld staan. Platform ontwikkelingen Door de digitale transformatie zetten we in op een geleidelijke en gestructureerde transitie naar een toekomstbestendige ICT. Daarvoor gaan we gebruik maken van meer Office365 (O365) toepassingen. Zo is O365 o.a. de basis/het platform voor het nieuwe zaaksysteem Onegov voor het beheer van onze informatie dat we geïmplementeerd hebben. Dit platform kan ook toegepast worden voor onze telefonie, samenwerken, online werken etc. En het is het platform voor onze digitale werkplek.
Daarmee richten we ons ook op meer gebruik van Cloud oplossingen en aansluiting op Common Ground. Digitalisering is een structureel onderdeel van beleid en dienstverlening. Het moet daarin centraal staan want het biedt kansen op een goede uitvoering (bv met app's of robotisering) en handhaving van het beleid. De komende jaren zal deze digitale transformatie gestalte krijgen. Ontwikkelen en inrichten datagestuurd werken Om heldere beleidskeuzes te kunnen maken als het bijvoorbeeld gaat om jeugdzorg, inkoop van WMO-ondersteuning of onderhoud in de buitenruimte is goede (sturings)-informatie belangrijk. Het ontwikkelen van het beheer van data naar informatie die nodig is om operationele en strategische keuzes te maken (data gedreven werken) staat de komende jaren op de agenda. Om klaar te zijn voor de digitale toekomst bundelen we kennis, kunde en financiële middelen en werken we samen met de gemeenten Goirle en Oisterwijk (GHO) en onze IT-partner Equalit. Daarbij werken we aan een duurzame structuur en processen en stellen we meetbare indicatoren vast. In GHO-verband stellen we een team samen om dit vorm te geven. We ontwikkelen in 2023 een agenda met een routekaart met producten en diensten die we meten en dit passen we als GHO toe
77
Digitaal (samen)werken Technische ontwikkeling - en zeker ook de coronacrisis - heeft er in sneltreinvaart voor gezorgd dat we meer en meer digitaal werken. Vergaderingen worden digitaal of hybride georganiseerd en we gebruiken handige online tools om daar nieuwe elementen aan toe te voegen. Deze nieuwe mogelijkheden kunnen het digitaal (samen)werken makkelijker maken, maar vragen ook wat van onze organisatie in termen van digitale vaardigheden. Het is belangrijk om te zorgen dat onze organisatie stappen zet in het ‘nieuwe werken’. Dat heeft naast de vaardigheden van de medewerkers ook te maken met de voorzieningen die we daarvoor aanbieden als we hybride willen kunnen werken. Het ambitieniveau en de keuzes met betrekking tot dit onderwerp hebben een effect op hoe aantrekkelijk de gemeente als werkgever gezien wordt: we zullen daarin flexibel, faciliterend en modern moeten zijn. Grip op onze informatiehuidhouding Onze gemeentelijke taken en diensten zijn afhankelijk van processen, systemen en gegevens uit heel veel in- en externe processen en ketenpartners. Het is zaak om stevig te sturen op meer samenhang in onze informatiehuishouding als geheel. De gemeente wordt steeds meer een centrale informatieregisseur in het web van inwoners, bedrijven en ketenpartners. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkelingen in het sociaal domein en de digitale processen voor de Omgevingswet.
We moeten de juiste informatie opbouwen en het beheer onder meer object gerelateerd (op basis van geografie) faciliteren. Het is van belang dat we zorgen voor een goede uitwisseling en tegelijkertijd waarborgen we de veiligheid, kwaliteit, betrouwbaarheid en privacy. En de wijze waarop we beheren en archiveren moet daarop aansluiten. In 2023 richten we ons op het verbeteren van deze processen. Kwaliteitszorg applicatielandschap, processen en informatie. We consolideren het huidige landschap van applicaties en informatievoorziening en voeren in 2023 geen grote vervanging van software door. We richten ons op het verbeteren van de kwaliteit, processen en borgen van informatie. Daarbij werken we aan een basis op orde, beter grip krijgen op onze gegevens en daarmee de kwaliteit van de dienstverlening vergroten. En daarbij hebben we ook aandacht voor adoptie en borging in de organisatie van de grote veranderingen die het afgelopen jaar zijn doorgevoerd. Deze kwaliteitszorg/verbetering voeren we uit binnen de bestaande bedrijfsvoering. Consolideren en borgen in 2023 brengt geen extra kosten met zich mee. Capaciteit informatiemanagement en beheer zaaksysteem In 2023 zetten we, op het terrein van onze bedrijfsvoering, vooral in op het borgen en consolideren van grote (ICT)projecten zoals de invoering van de Omgevingswet, Regiesysteem Sociaal domein, belastingen, zaaksysteem.
En ook een aantal kleinere projecten zoals invoeren van de digitale handtekening. Verder moeten informatiewetten zoals WOO en WMEBV geïmplementeerd worden. Deze wettelijke taken zijn erg omvangrijk. De werkbelasting is daarmee hoog en om dit het hoofd te bieden vergt dit tijdelijk extra inzet van de informatie adviseurs. Met tijdelijke capaciteit voor i-advies, kosten € 78.000, zijn we in 2023 in staat om de projecten goed te borgen en de informatiewetten in te voeren. De 1e fase van de implementatie van een nieuw zaaksysteem is in 2022 afgerond. Daarna gaan we over naar de beheerfase en is functioneel beheer op de applicatie nodig. De functioneel beheerder zorgt dat het zaaksysteem optimaal functioneert en doorontwikkeld wordt op basis van de organisatie- en gebruikersbehoefte. Tot nu toe nam Equalit dat voor haar rekening. Maar door de grote afstand met de gebruikers (-organisatie) en onvoldoende kennis van de gemeentelijke diensten is gebleken dat dit niet voldoet. Dit kwam de kwaliteit en dienstverlening niet ten goede. Vanuit onze GHO-visie hebben we bepaald dat we deze taken in nabijheid uit moeten voeren. Om dit goed te organiseren en uit te werken is tijdelijke capaciteit nodig en samen met Oisterwijk willen we daarin voorzien met elk 0,5 fte. Dit kan door tijdelijke inhuur (€ 75.000) (2023). Door de samenwerking met
78
Oisterwijk bundelen we onze krachten en is het makkelijker om op de schaarse markt succesvol te zijn. Informatiebeveiliging en privacy Doordat enerzijds trends als digitalisering zich voortzetten in onze informatiesamenleving en anderzijds de digitale dreigingen jaarlijks toenemen, ligt de focus voor informatieveiligheid de komende jaren vooral op onze digitale weerbaarheid. De digitale weerbaarheid komt tot stand door te zorgen dat de betrouwbaarheid van de informatie(systemen) waarmee wij werken op orde is en blijft. Dit betekent dat de informatie beschikbaar, juist, volledig en actueel is, en dat tevens informatie op het juiste niveau is beveiligd. Door het op orde hebben en houden van onze digitale weerbaarheid wordt gestreefd naar het veilig en verantwoord gebruik van (persoons)gegevens, het voorkomen van schade door verstoring, uitval of misbruik van informatie(systemen) en, indien er toch schade is ontstaan, het herstellen hiervan. Verbetering proces informatievoorziening/beslisinformatie tussen organisatie, college en raad Organisatie, college en raad staan voortdurend met elkaar in verbinding doordat informatie wordt gedeeld om elkaar op de hoogte te houden of om beslissingen te kunnen nemen. Doel is om via een externe doorlichting van deze informatieprocessen te komen tot verbetering in de werkwijze.
Zodat (beslis)informatie tijdig, controleerbaar en compleet op het juiste niveau in de keten organisatie-college-raad aanwezig is. Daarmee zorgen we dat we effectiever zijn in onze onderlinge relaties en naar de samenleving toe. Kosten hiervoor zijn € 15.000.
79
Paragraaf 6
2.6 Verbonden partijen
Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. Dit zijn onder andere gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van de gemeente), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat we één of meer zetels hebben binnen de betreffende partij of dat we stemrecht hebben. Van een financiële band is sprake zodra we middelen ter beschikking stellen aan deze partij. Verbonden partijen zijn te verdelen in de volgende categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. In deze paragraaf lichten we de verbonden partijen uit waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. In onderstaande tabellen hebben we de begrote financiële gegevens van 2022 verwerkt voor zover ze bekend waren ten tijde van het opmaken van dit boekwerk. Wij hebben voorgesteld om voor de komende jaren aan de verbonden partijen aan te geven geen verhoging van de bijdrage te kunnen veroorloven en ons het recht voorbehouden bezuinigingsvoorstellen te doen wanneer de lokale financiële situatie daartoe aanleiding geeft. In onze begroting hebben we een taakstelling opgenomen voor de samenwerkingsverbanden; € 10.000 structureel welke kan worden ingevuld door een bezuiniging op de verbonden partijen.
Financiële risico’s bij de verbonden partijen Voor een aantal gemeenschappelijke regelingen draagt de gemeente financiële risico’s. Met de GGD, de Diamantgroep, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst is afgesproken dat de deelnemende partijen de financiële risico’s opvangen wanneer de organisatie zelf niet over voldoende weerstandscapaciteit beschikt. Specifieke risico’s staan uitgewerkt in de risicokaart. Voor de samenwerking met de Regionale ambulance voorziening, Regio Hart van Brabant en de verbonden vennootschappen draagt de gemeente geen financiële risico’s.
80
Verbonden partij Gemeenschappelijke regeling 1 GGD: Verplichte regeling in de publieke gezondheidszorg 1 Diamantgroep: Geeft uitvoering aan participatiewetgeving 2 Veiligheidsregio Midden-West Brabant: Verplichte regeling geeft uitvoering aan de wet veiligheidsregio’s 2 Omgevingsdienst Midden-West Brabant: Verplichte samenwerking geeft uitvoering aan vergunningsverlening, toezicht- en handhavingstaken op milieugebied 2 Regionale ambulance voorziening: Kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg regelen binnen budgettair kader 4 Regio Hart van Brabant: Bestuurlijke, ruimtelijke en economische versterking van de regio Vennootschap 5 Brabant Water N.V.: Borgt een optimale drinkwatervoorziening in haar voorzieningsgebied 3 5 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten: Draagt bij aan het laag houden van kosten voor maatschappelijke voorzieningen voor de burger 3
Taak veld
Bijdrage (belang)
Resultaat * € 1.000 Resultaat 2023
Eigen vermogen * € 1.000 01-01-2023 31-12-2023
Vreemd vermogen * € 1.000 01-01-2022 31-12-2022
7.1
€ 587.625 per jaar
0
€ 6.846
€ 6.846
€ 12.000
€ 12.000
6.4
Max. € 18.000 in 2023
€ - 536
€ 13.947
€ 11.188
€ 18.634
€ 18.341
1.1
€ 976.667 per jaar
€ 47
€ 5.659
€ 5.276
€ 59.576
€ 55.277
7.4
€ 606.605
€0
€ 2.829
€ 3.163
€ 3.004
€ 2.560
1.1
n.v.t. per jaar
€0
€ 14.260
€14.260
€31.336
€ 36.566
0.1
Hart van Brabant: Bijdrage €69.551 Midpoint: Bijdrage € 69.551
€ 149
0.5
n.v.t.
€ 674
€ 685
€ 523
€ 534
0.5
We verwachten over 2023 een dividend van ongeveer € 40.000
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€ 2.042
Voor Brabant Water staan de werkelijke cijfers van 2021 gepresenteerd.
81
Paragraaf 7
2.7 Grondbeleid
In de jaarlijkse grondnota leest u hoe we het grondbeleid inzetten om onze doelen te bereiken. Het BBV (Besluit Begroting Verantwoording) schrijft voor dat we een aantal onderdelen van de grondnota opnemen in onze begroting en in ons jaarverslag. Het gaat om de volgende onderdelen: - visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van doelstellingen van de begrotings-programma’s - aanduiding hoe de gemeente haar grondbeleid uitvoert (uitgangspunten) - beleidsuitgangspunten voor reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van grondzaken (financiële positie) - actuele prognose van de resultaten van de totale grondexploitatie en onderbouwing van de geraamde winstneming We gaan hier in deze paragraaf verder op in.
Visie op het grondbeleid Het Programma Grondbeleid: 1. is faciliterend voor onze volkshuisvestingsopgave 2. versterkt de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente 3. biedt mogelijkheden voor medefinanciering van overige gemeentelijke activiteiten. Een solide financieel beleid is hiervan onderdeel. Dat waarborgen we door twee keer per jaar de grondexploitaties te actualiseren en door de winstverwachtingen van het grondbedrijf aan de algemene dienst te ontkoppelen. Deze ‘ontkoppeling’ is ook uitgangspunt in deze begroting. Hieronder leest u meer over de andere uitgangspunten van ons grondbeleid.
Uitgangspunten grondbeleid Grondnota We stellen ieder jaar een grondnota vast. Het grondbeleid baseren we mede op het Samenlevingsakkoord 2022-2026 ‘SAMEN is van iedereen!’. Via de grondnota verfijnen we en stellen we het grondbeleid jaarlijks bij. In november 2021 is de laatste grondnota vastgesteld. Op 10 november 2022 leggen we de nieuwe grondnota 2022 ter besluitvorming aan u voor. Hierin staan de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitatie. We actualiseren de grondnota voorafgaand aan het samenstellen van de jaarrekening. Daardoor kunnen we eventuele consequenties van de grondnota in de jaarrekening verwerken. 82
Financiële positie We beschikken over een actuele inventarisatie en beoordeling van de grondexploitatierisico’s. De grondexploitatie heeft een eigen ‘algemene reserve’. Deze reserve dient als weerstandsvermogen om eventuele risico’s op te vangen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ leest u hier meer over.
Prognose grondexploitaties Winstverwachting In de Grondnota leggen we verantwoording af over onze exploitatieopzetten. De exploitatieopzetten zijn in het eerste kwartaal van 2022 herzien als onderdeel van het proces van de jaarrekening. Op basis daarvan presenteren we in deze begroting gebruikelijk de winstnemingen en verliezen zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Voor de nieuwe grondnota 2022 herzien we de exploitatieopzetten opnieuw. Dit kan leiden tot andere winstverwachtingen dan in onderstaande tabel gepresenteerd.
Plan
Totaal verwacht resultaat
Raming ongerealiseerde winsten
Winstrealisatie
tm 2020
2021
2022
Mierbeek
2.860.699
-11.168
105.177
Loosche Akkers
4.782.903
68.994
9.690
296.192
5.157.779
Vroonacker
1.188.402
473.129
278.074
81.159
2.020.763
De Welder
9.802
94.223
13.133
46.804
163.962
De Leeuwerik 3
884
30.194
2.252
5.073
38.402
Gelderakkers 1
722.251
535.555
274.577
95.170
414
512.512
566.565
95.035
96.121
1.270.647
683.316
1.036.909
566.565
95.035
96.121
13.233.813
Gelderakkers 2 Totaal
9.564.941
1.190.926
2023
2024
2025
2026 2.954.708
1.627.552
We benadrukken dat het in dit overzicht gaat om geraamde winstnemingen. Bij de jaarrekening beoordelen we of we daadwerkelijk winstnemen op basis van de Poc-methode (Percentage of completion). Nieuwe planontwikkelingen Bij de geraamde winstnemingen houden we enkel rekening met de plannen die zijn opgenomen in de grondexploitatie. We werken op dit moment aan diverse nieuwe planontwikkelingen waarvoor naar verwachting een grondexploitatiecomplex wordt vastgesteld. Te denken valt hierbij aan Vroonacker IV, De Welder 2, De Wingerd, Leeuwerik 3, Slibbroek Noord en mogelijk Hart voor Haghorst. Zodra een exploitatiecomplex is vastgesteld, nemen we de geraamde resultaten in de eerstvolgende begroting/jaarrekening mee bij de winstverwachtingen. Voorafgaand aan de vaststelling van deze begroting is voor de plangebieden J.F. Kennedylaan 1 en Gulden Akker 32 door de raad een grondexploitatiecomplex vastgesteld. Gezien de voorbereidingen van deze begroting zullen die winstverwachtingen bij de jaarrekening 2022 zichtbaar zijn. 83
Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 is grondexploitatie - als ondernemersactiviteit - belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In het hoofdstuk ‘overhead en vpb’ gaan we hier verder op in.
84
Financiële verdieping 3. Uiteenzetting van de financiële positie en toelichting
85
3.1 Overzicht van baten en lasten incl. meerjarenraming
In dit hoofdstuk staat het overzicht van baten en lasten voor de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024 tot en met 2026 centraal. We gaan in dit hoofdstuk in op de financiële consequenties die we hebben verwerkt ná vaststelling van de Voorjaarsnota(+) 2022. Daarna geven we het totaaloverzicht van baten en lasten weer inclusief de meerjarenraming. Grote verschillen tussen baten en lasten tussen begrotingsjaren ontstaan vaak door incidentele baten en lasten. De incidentele baten en lasten geven we weer in een overzicht. De provincie bepaalt onder andere aan de hand van dit overzicht of onze begroting ‘gezond’ - structureel en reëel in evenwicht - is. Met andere woorden: geeft onze begroting een rooskleurig beeld doordat we incidenteel meevallers hebben. Tot slot gaan we in op de uitgangspunten en grondslagen die we hebben gehanteerd in deze begroting. Financiële consequenties verwerkt in deze begroting Als uitgangspunt hanteren wij de saldi 2023 – 2026 van de voorjaarsnota(+) 2022 na besluitvorming. Na vaststelling van de voorjaarsnota(+) hebben we aantal mutaties verwerkt in onze meerjarenbegroting. Deze benoemen we hieronder. Bijgestelde begroting en meerjarenperspectief waarbij - = nadelig Saldi boekwerk Voorjaarsnota(+) 2022 A-01B Verleggen beheer en onderhoudskosten bij sportverenigingen A-02 Verwerking precariolasten Saldi na vaststelling Voorjaarsnota(+) 2022 1.
Reguliere Financiële technische mutaties begroting 2023 2. Nieuw ontwikkelingen begroting 2023 3. Dekking risico verlies hoger beroep precariobelasting 4. Collegeprogramma 5. Voorlopige dekking ‘ravijnjaar 2026’ met overschotten voorgaande jaren Totale mutatie begroting 2023 Saldi begroting 2023 -2026 Structureel saldo Incidenteel saldo
2023
2024
2025
2026
+791
+1.598
+93 +884 297 -163 -4.400 +4.400 -909
+93 +1.691 277 0
+2.130 -100 +93 +2.123 148 0
-280 -100 +93 -287 161 0
-1.020
-529
0
-775
-743
-150 -531
+150 +311
+109 +65 +44
+948 +937 +11
+1.592 +1.696 -104
+24 -111 +135
1. Reguliere financieel technische mutaties begrotingsboekwerk 2023 Jaarlijks stellen wij ons begrotingsboekwerk op waarbij we een aantal financieel technische exercities doen. Zo berekenen we onze rente opnieuw volgens de wettelijke richtlijnen, stellen we onze kapitaallasten bij, rekenen we de areaaluitbreidingen door. Deze financieel technische mutaties hebben we verwerkt in ons begrotingsboekwerk.
86
2. Nieuwe ontwikkelingen begrotingsboekwerk 2023 In deze begroting hebben we een aantal ontwikkelingen meegenomen die niet voorkomen in het collegeprogramma en waar we in de begroting van vorig jaar geen rekening hebben gehouden. Het gaat dan vooral om incidentele kosten als gevolg van projecten of een langere doorloop van projecten. Dit zijn de volgende ontwikkelingen: a. Tijdelijke capaciteit I-advies In 2023 zetten we, op het terrein van onze bedrijfsvoering, vooral in op het borgen en consolideren van grote (ICT)projecten zoals de invoering van de Omgevingswet, Regiesysteem Sociaal domein, belastingen, zaaksysteem. En ook een aantal kleinere projecten zoals invoeren van de digitale handtekening. Verder moeten informatiewetten zoals WOO en WMEBV geïmplementeerd worden. Deze wettelijke taken zijn erg omvangrijk. De werkbelasting is daarmee hoog en om dit het hoofd te bieden vergt dit tijdelijk extra inzet van de informatie adviseurs. Met tijdelijke capaciteit voor i-advies, kosten € 78.000, zijn we in 2023 in staat om de projecten goed te borgen en de informatiewetten in te voeren. b. Tijdelijke capaciteit functioneel beheer na implementatie nieuw zaaksysteem De 1e fase van de implementatie van een nieuw zaaksysteem is in 2022 afgerond. Daarna gaan we over naar de beheerfase en is functioneel beheer op de applicatie nodig.
De functioneel beheerder zorgt dat het zaaksysteem optimaal functioneert en doorontwikkeld wordt op basis van de organisatie- en gebruikersbehoefte. Tot nu toe nam Equalit dat voor haar rekening. Maar door de grote afstand met de gebruikers (-organisatie) en onvoldoende kennis van de gemeentelijke diensten is gebleken dat dit niet voldoet. Dit kwam de kwaliteit en dienstverlening niet ten goede. Vanuit onze GHO-visie hebben we bepaald dat we deze taken in nabijheid uit moeten voeren. Om dit goed te organiseren en uit te werken is tijdelijke capaciteit nodig en samen met Oisterwijk willen we daarin voorzien met elk 0,5 fte. Dit kan door tijdelijke inhuur (€ 75.000) (2023). Door de samenwerking met Oisterwijk bundelen we onze krachten en is het makkelijker om op de schaarse markt succesvol te zijn. c. Inventariseren risico-locaties betreft bodemverontreinigingen met lood We nemen deel aan het project Diffuus bodemlood van de provincie Noord-Brabant. Diffuus bodemlood is de term voor bodemverontreinigingen met lood die geen duidelijke kern of begrenzing hebben. Het project heeft als doel om te bepalen of en waar openbare (speel)locaties zijn met gezondheidsrisico’s door blootstelling aan lood. Deelname biedt de mogelijkheid van bodemonderzoek en het treffen van maatregelen door de provincie.
Samen met een aantal andere gemeenten hebben we voor de uitvoering van dit project de hulp ingeroepen van de OMWB. De kosten hiervoor zijn € 10.000 in 2023. 3. Dekking risico verlies hoger beroep precariobelasting Met de auditcommissie hebben we scenario’s besproken hoe we de resterende incidentele last van € 4,4 miljoen verwerken mochten we het hoger beroep van de precariobelasting verliezen. De conclusie is dat we de meerjarenbegroting zo min mogelijk structureel willen belasten om zoveel mogelijk structurele investeringsruimte te behouden. Daarom willen we de incidentele last onttrekken aan de algemene bedrijfsreserve en de reserve grondexploitaties. We doen dat op de volgende manier. We onttrekken: ▪ € 2,6 miljoen aan de algemene bedrijfsreserve. Daarmee resteert er zo’n € 1,2 miljoen in deze reserve begin 2023. Dit is voldoende om onze incidentele risico’s op de kunnen vangen, zie de risicoparagraaf van deze begroting. ▪ de overige € 1,8 miljoen aan de algemene reserve grondexploitaties. Daarmee resteert er nog € 2,2 miljoen in deze reserve eind 2023. Dit is voldoende om de risico’s van de grondexploitaties op te vangen, zie risicoparagraaf begroting.
87
4. Collegeprogramma In het collegeprogramma staan maatschappelijke doelen en ambities uit het samenlevingsakkood opgenomen die we komende jaren willen bereiken. Om dit te realiseren hebben we in het collegeprogramma ook opgenomen welke extra middelen we met deze begroting beschikbaar willen laten stellen. Daarbij hebben we het volgende afwegingskader gehanteerd: • We plukken het ‘laaghangend fruit’: dit zijn resultaten die we eenvoudig met weinig middelen kunnen realiseren; • Werk met werk / going concern: resultaten die we kunnen bereiken door dit mee te pakken in de going concern-werkzaamheden of door werk met werk te maken; • De belangrijkste - prioritaire - politieke ambities krijgen voorrang; • Wij zijn bij de uitwerking van de begroting 2023 en het collegeprogramma uitgegaan van de cijfers zoals bekend bij de meicirculaire. Dit betekent dat we onze ambities hebben uitgewerkt met inachtneming van ‘ravijnjaar 2026’ waar in gemeenteland over gesproken wordt. In dat jaar krijgen gemeenten significant minder middelen van het Rijk. Door het financieel gat vanaf 2026 is er geen ruimte voor ambities die structurele financiële middelen of capaciteit kosten tenzij we daar een ombuiging tegenover zetten; • Er zijn wel incidentele middelen beschikbaar voor de eerste jaren.
Omdat we aan het begin van een nieuwe bestuursperiode zitten zetten we deze in voor activiteiten die leiden tot het bevorderen van de samenhang tussen verschillende thema’s, het versterken van het netwerk en richting geven voor de komende jaren. • We gaan uit van de eerder genomen raadsbesluiten en kaders voor tariefsverhogingen van de lokale belastingen. Het financieel effect van het collegeprogramma ziet u terug in de bovenstaande tabel. Voor de ambities die we oppakken verwijzen we naar het collegeprogramma. 5. Voorlopige dekking ‘ravijnjaar 2026’ met overschotten voorgaande jaren We hanteren het uitgangspunt dat onze financiële basis op orde moet zijn. Daarbij hoort een duurzaam financieel beleid. Met een meerjarenbegroting waarin inkomsten en uitgaven reëel en structureel met elkaar in evenwicht zijn. Dit betekent dat volgens de richtlijnen van de provincie dat minimaal het eerstvolgende begrotingsjaar of het laatste begrotingsjaar uit het meerjarenoverzicht structureel sluitend moet zijn. Wij streven ernaar in alle jaren een positief begrotingssaldo te presenteren. Ondanks dat we met deze begroting geen extra lasten op het begrotingjaar 2026 leggen blijft jaar 2026 structureel negatief.
Er zijn enkele scenario’s hoe om te gaan met het niet structureel sluitende laatste jaar van de meerjarenraming: • Jaar 2026 blijft een negatief saldo houden; • Het inzetten van ombuigingen; • Het verhogen van inkomsten door bijvoorbeeld belastingen te verhogen; • Het incidenteel dekken van dit jaar met overschotten uit voorgaande jaren (via de algemene bedrijfsreserve). Dit is ook het scenario wat minister Slot aanhaalt in de Contourennota financieringssystematiek medeoverheden van 11 juli 2022. Ze geeft aan dat gemeenten de extra miljoenen die ze de komende jaren van het rijk krijgen in een spaarpotje kunnen stoppen. De opbouw van zo’n tijdelijke financiële buffer zou gemeenten door het magere jaar 2026 heen moeten kunnen helpen. Het college kiest voor dit laatste scenario. Dit doen we in afwachting van de septembercirculaire. Mocht met de septembercirculaire blijken dat we in 2026 toch meer financiële middelen ontvangen van het Rijk dan ontstaat er mogelijk een structureel positief saldo in 2026 en komt er wellicht ook meer ruimte om ambities te realiseren. Deze ambities zullen we dan met de voorjaarsnota(+) 2023, toevoegen aan het collegeprogramma en de begroting. Mochten blijken dat het Rijk niet over de
88
brug komt voor het laatste jaar dan wegen we de geschetste scenario’s opnieuw af met de voorjaarsnota(+) 2023.
Overzicht baten en lasten inclusief toelichting en meerjarenraming Hieronder is het overzicht van baten en lasten 2023 met de meerjarenraming 2024 - 2026 weergegeven. Ook hebben we de saldi weergegeven zoals bekend in ons boekwerk van de jaarrekening 2021 en de actuele begroting 2022. Het overzicht is op programmaniveau. Een financieel overzicht per programma uitgesplitst naar taakveld hebben we in dit boekwerk niet opgenomen.
89
Resultaat voor bestemming Baten en lasten ( x € 1.000) 1. Samenlevend Totaal 1. Samenlevend 2. Belevend Totaal 2. Belevend 3. Ondernemend Totaal 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend Totaal 4. Dienstverlenend 5. Algemene dekkingsmiddelen
L B L B L B L B L B L
5. Onvoorzien Totaal 5. Algemene dekkingsmiddelen 6. Overhead L B 6. VPB L Totaal 6. Overhead Resultaat vóór bestemming L B Resultaat vóór bestemming
JR2021 B2022 17.954 18.836 2.896 2.901 -15.058 -15.935 12.547 14.014 9.134 8.109 -3.413 -5.906 866 354 492 133 -374 -220 1.627 1.783 341 235 -1.286 -1.547 307 234 27.527 29.468 0 0 27.220 +29.234 6.181 6.686 150 64 0 0 -6.031 -6.622 39.482 41.907 40.540 40.909 1.058 -998
B2023 18.589 2.925 -15.663 15.677 10.540 -5.136 400 133 -266 1.915 216 -1.699 4.564 34.709 0 +30.146 6.936 118 0 -6.818 48.079 48.642 +563
B2024 18.401 2.917 -15.484 13.927 8.286 -5.641 365 133 -231 1.980 295 -1.684 761 31.748 0 +30.986 6.686 95 0 -6.591 42.120 43.474 +1.354
B2025 18.683 2.912 -15.771 10.766 4.977 -5.789 364 133 -231 1.865 295 -1.569 1.451 33.121 0 +31.670 6.729 95 0 -6.634 39.858 41.534 +1.676
B2026 18.681 2.912 -15.769 10.475 5.031 -5.444 364 133 -231 1.775 295 -1.479 2.345 31.676 0 +29.331 6.695 95 0 -6.600 40.335 40.142 -193
JR2021 B2022 26 0 186 329 +160 +329 1.386 991 1.648 1.115 262 +124 0 33 0 17 0 -16 2.204 129 1.048 689 -1.156 +560 3.616 1.152 2.882 2.150 -734 +998
B2023 0 140 +140 1.091 58 -1.033 0 0 0 0 439 +439 1.091 638 -453
B2024 0 140 +140 620 33 -587 0 0 0 0 39 +39 620 213 -407
B2025 0 140 +140 146 33 -113 0 0 0 150 39 -111 296 213 -83
B2026 0 140 +140 146 33 -113 0 0 0 0 189 +189 146 363 +216
JR2021 43.098 43.422 +324
B2023 49.170 49.280 +109
B2024 42.740 43.687 +948
B2025 40.154 41.746 +1.592
B2026 40.481 40.505 +24
Reservemutaties Baten en lasten ( x € 1.000) 1. Samenlevend Totaal 1. Samenlevend 2. Belevend Totaal 2. Belevend 4. Dienstverlenend Totaal 4. Dienstverlenend 5. Algemene dekkingsmiddelen
L B L B L B L B
Totaal 5. Algemene dekkingsmiddelen Totaal reservemutaties L B Totaal reservemutaties
Resultaat na bestemming Baten en lasten ( x € 1.000) Resultaat na bestemming Saldo na bestemming
L B
B2022 43.060 43.060 0*
*Het voorlopig positief saldo begroting 2022 is € 107.000. Positieve saldi storten we in de algemene bedrijfsreserve waardoor het saldo na bestemming op € 0 uitkomt.
90
Structureel en reëel evenwicht van de begroting Zijn we structureel en reëel in evenwicht? De provincie hanteert de richtlijn dat onze begroting reëel en structureel in evenwicht moet zijn. Reeel betekent dat de raming realistisch moeten zijn. Structureel betekent dat het structurele saldo in ieder geval of in het eerste begrotingsjaar of in het laatste begrotingsjaar positief moet zijn. In onderstaand overzicht ziet u dat we aan die richtlijn voldoen. Structurele en incidentele baten en lasten B2023 +109 +44 +65
Saldo totale baten en lasten Saldo incidentele baten en lasten Structureel saldo definitief
B2024 +948 +11 +937
B2025 +1.592 -104 +1.696
B2026 +24 +135 -111
Welke incidentele baten en lasten zijn in onze begroting opgenomen? U ziet dit in onderstaand overzicht terug. We lichten deze posten verder toe. Omschrijving Programma Samenlevend Reserve vrijwilligersfonds Programma Belevend Verkeerskundige ondersteuning Omgevingswet Kosten buitengebied Dekking kosten Buitengebied Energieloket Dekking energieloket via reserve Duurzaamheid Bijdragen ruimtelijke kwaliteit naar reserve Ruimtelijke kwaliteit Resultaat actualisatie wegbeheer naar reserve Openbare ruimte Rente Grondexploitaties in voorbereiding Dekking rente GREX via reserve Grondexploitaties Bijdrage reserve Grondexploitaties
2023
2024
2025
2026
10
10
10
10
-50 -3 -28 28
-50 -1 -28 28
-50
Lasten Grondexploitaties Baten Grondexploitaties Winstnemingen Grondexploitaties Claim precariobelasting Dekking claim uit algemene reserves
-4.431 5.468 -1.037 -4.400 + 4.400
2.685 3.252 -567
95 0 -95
96 0 -96
-150
+150
87 -104
25 +135
-25 -340 -40 40 -25 25 -50 -4 -28 28 400
-60 -40 40
Voorlopige dekking ‘ravijnjaar 2026’ met overschotten voorgaande jaren
Programma Algemene dekking en Overhead Onderuitputting kapitaallasten Totaal incidenteel besluitvorming vjn 2021
53 44
114 11
-28 28
Bijdrage vanuit reserve vrijwilligersfonds Met de vaststelling van de begroting 2020 besloot de raad jaarlijks een bedrag aan de reserve vrijwilligersfonds te onttrekken ten gunste van de exploitatie. Dit vanwege het feit dat verwacht wordt dat jaarlijks bij de jaarrekening blijkt dat er minder subsidies verstrekt wordt dan geraamd. Omdat reservemutaties naar de aard als incidenteel worden gezien, is deze reeks als incidenteel gerubriceerd.
91
Verkeerskundige ondersteuning (Voorjaarsnota 2021, nr. 22) Toelichting: Project landbouwverkeer ontwikkelt door naar concrete uitvoeringsplannen die we voor moeten bereiden. Vanuit centrumvisie gaan we een verkeerscirculatieplan uitvoeren, Hoge Zij afsluiten en zijn in het uitvoeringsprogramma meerdere verkeerskundige vraagstukken opgenomen. Daarnaast loopt het reguliere werk gewoon door. De gevraagde dekking was om deze piek op te kunnen vangen in 2021, 2022 en 2023. Omgevingswet (Voorjaarsnota 2020, nr. 38 en Voorjaarsnota 2021, nr. 37) Met de vaststelling van onder andere de voorjaarsnota 2020 respectievelijk 2021 besloot de raad extra middelen beschikbaar te stellen hiervoor. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele kosten. De incidentele kosten tot en met 2024 hebben betrekking op de implementatie en het opstellen van een omgevingsvisie. Kosten buitengebied en Dekking kosten buitengebied (Voorjaarsnota 2021, nr. 38) In het buitengebied spelen diverse ontwikkelingen, waaronder stikstof, PlanMER mestverwerking, energietransitie, andere economische dragers en multifunctionele landbouw zoals verblijfsrecreatie en de vraag wat we als gemeente en samenleving daarmee willen. Uiterlijk in 2023 moet bestemmingsplan buitengebied worden herzien en dit traject moet worden voorbereid. In de Omgevingsvisie zal dit onderwerp ook een plek moeten krijgen.
Zowel los als integraal zullen deze ontwikkelingen qua beleidsontwikkeling en ROV procedures de komende jaren ambtelijke inzet vragen. Meer dan nu vraagt het ook een integrale kijk. Hiervoor is extra capaciteit binnen afdeling Ruimte op het onderwerp Buitengebied in de vorm van ‘externe’ ondersteuning voor een dag in de week. Dat komt neer op 50 weken (400 uur x € 100 per uur) = € 40.000 voor de jaren 2022 tot en met 2024. De kosten dekken we uit de SRV-middelen (sanering varkenshouderijen) die we ontvangen. Energieloket en Dekking kosten energieloket (Voorjaarsnota 2020, nr. 31) In 2021 is gestart het energieloket, waarvan de kosten zijn geraamd op € 25.000 per jaar. Vooralsnog zijn hiervoor voor 3 jaar (2021-2023) middelen beschikbaar gesteld. De dekking vindt plaats door onttrekking aan de reserve Duurzaamheid. Daarna evalueren we het effect en de behoefte van zo’n loket. Bijdragen ruimtelijke kwaliteit naar reserve Ruimtelijke kwaliteit Ingeval van een verzoek door een initiatiefnemer tot wijziging van het planologisch regime ten behoeve van het toestaan van nieuwe woningen binnen het stedelijke gebied is door de aanvrager een financiële bijdrage verplicht. De bijdragen zetten we in voor het doen van gemeentelijke investeringen ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en daarmee het woon-, leef- en vestigingsklimaat in onze gemeente.
We begroten jaarlijks € 50.000 aan bijdragen die we ontvangen en wat gezien wordt als structurele inkomsten. Met de raad is afgesproken dat jaarlijkse bijdragen te storten in de daarvoor ingestelde Reserve Bijdrage Ruimtelijke Kwaliteit. Omdat reservemutaties naar de aard als incidenteel worden gezien, is deze reeks als incidenteel gerubriceerd. Resultaat actualisatie wegbeheer naar reserve Openbare ruimte De raad besloot met de vaststelling van het geactualiseerde beheerplan in de raad van 3 februari 2022, de besparingen aan de reserve Openbare ruimte toe te voegen. Omdat reservemutaties naar de aard als incidenteel worden gezien, is deze reeks als incidenteel gerubriceerd.
92
Grondexploitaties in voorbereiding (Grondnota’s, Begrotingen en Voorjaarsnota 2021, nr. 24) Er zijn op dit moment een aantal projecten in voorbereiding die kosten met zich meebrengen. Het gaat hier om ontwikkelingen die naar verwachting binnen afzienbare tijd moeten leiden tot de vaststelling van een bestemmingsplan voor woningbouw dan wel bedrijventerrein. Voor die plannen zal dan naar verwachting ook een gemeentelijke Grondexploitatie (GREX) worden voorgelegd ter vaststelling door de raad. Tot dat moment maken wij echter al wel (voorbereidings)kosten zoals adviesen onderzoekskosten, interne uren en kosten externe medewerkers. Deze kosten kunnen volgens het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) geactiveerd worden als immateriële vaste activa. De rentekosten die deze immateriële vaste activa met zich meebrengen, dekken we ten laste van de algemene reserve grondexploitatie. Bijdrage reserve Grondexploitaties Komt voort uit: Voorjaarsnota 2020, nr. 72 Toelichting: Door het grondbedrijf van de gemeente is een reserve opgebouwd door de verkoop van gronden. Periodiek bepalen we de ondergrens van deze reserve. De ondergrens is om de eventuele risico’s mee op te kunnen vangen. Een deel van de reserve wordt ingezet om het saldo van de begroting positief te beïnvloeden.
Lasten Grondexploitaties, Baten Grondexploitaties en Winstnemingen Grondexploitaties (Begroting) Het saldo van de ramingen grondexploitatie wordt gemuteerd op de balanspost ‘Voorraden’. Ook de grondexploitatie sluit met een saldo van € 0 en heeft dus geen invloed op het structureel begrotingssaldo. In de handreiking staat dat Mutaties grondexploitaties naar de aard van de raming incidenteel zijn. Het totaal van de lasten en het totaal van de baten grondexploitatie dient daarom in het overzicht van incidentele baten en lasten opgenomen te worden. Dit geldt ook voor de (tussentijdse) winstnemingen, die daarom ook in het overzicht van incidentele baten en lasten opgenomen te worden. Claim precariobelasting en dekking ‘ravijnjaar 2026’. Zie voor toelichting de inleiding van deze begroting. Onderuitputting kapitaallasten (Begroting 2023) We ramen de kapitaallasten van nieuwe investeringen met ingang van 1 januari volgend op het jaar waarin de investeringskredieten beschikbaar werden gesteld (t+1). Op grond van het toezichtkader van de provincie dienen we de kapitaallasten al met 1 januari van het jaar dat de investering plaatsvindt (t+0) mee te nemen in de bepaling van het structurele begrotingsresultaat. Daartegenover mag de gemeente in het planjaar (t+0) rekenen met een eenmalige onderuitputting op basis van dezelfde 50% van de structurele (afschrijvings- en rente) parameters.
Welke uitgangspunten gelden er bij de incidentele baten en lasten? In 2018 verscheen de notitie ‘structurele en incidentele baten en lasten’ van de commissie BBV, met als doel het onderscheid tussen structureel en incidenteel te verduidelijken. In de praktijk is gebleken dat de notitie tot verschillende interpretaties leed tussen gemeenten onderling en tussen de gemeenten en de toezichthouder. Door de gezamenlijke provincies als toezichthouder is in 2021 daarom een handreiking uitgebracht, met als doel scherper te definiëren wanneer baten en lasten als incidenteel beschouwd worden. Algemene uitgangspunten zijn: - Baten en lasten die zich vier jaar of langer voordoen zijn in beginsel structureel van aard; - Baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen zijn in beginsel incidenteel; 93
-
Baten en lasten komen in aanmerking om als incidenteel aangemerkt te worden als deze voor bepaalde tijd geraamd worden, er is een onvoorwaardelijke einddatum bekend; De incidentele baten en/of lasten moeten van materiële omvang zijn; Onttrekkingen en toevoegingen aan reserves zijn in beginsel incidenteel; De aard van de raming (soort of de eigenschap van een begrotingspost) gaat echter altijd boven de eerdergenoemde uitgangspunten.
Voor het begrip ‘aard van de baten en lasten’ geeft de handreiking de volgende uitleg: ‘De aard van de baten en lasten betekent in het kader van deze notitie dat de soort of de eigenschap van een begrotingspost binnen een taakveld in eerste instantie bepalend is of een post als incidenteel of structureel aangemerkt wordt’. Materiële omvang van de incidentele baten en lasten In het BBV is opgenomen, dat de belangrijkste incidentele baten en lasten afzonderlijk per programma in het overzicht van incidentele baten en lasten worden opgenomen en dat minder belangrijke posten als totaalbedrag opgenomen kunnen worden. De Commissie BBV adviseert om in de financiële verordening aan te geven wat een gemeente bij het bepalen van een incidentele post aanmerkt als een materiële beïnvloeding. De bedoeling hiervan is om de begroting en het overzicht niet nodeloos ingewikkeld te maken door een grote hoeveelheid kleine bedragen als incidenteel aan te merken. In onze financiële verordening is geen grensbedrag opgenomen wat als materiële beïnvloeding wordt aangemerkt. Wij gaan in de voorliggende begroting uit van € 25.000 als materiële ondergrens per incidentele baat of last, waarvoor we in ieder geval een afzonderlijke toelichting opnemen.
Uitgangspunten en grondslagen Het is gebruikelijk dat we onze begroting en meerjarenraming baseren op beleid dat eerder door uw raad is vastgesteld. De volgende belangrijkste uitgangspunten en grondslagen hebben we bij de uitwerking van deze begroting als uitgangspunt en grondslag gehanteerd: - Begroting is reëel en structureel in evenwicht. - Meerjarenramingen zijn sluitend - Raming van het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2022. - Raming van de lokale heffingen zie paragraaf ‘Lokale Heffingen’. - Gehanteerde rente, zie paragraaf ‘Financiering’ - Raming voor grondexploitaties en bijbehorende reserve, zie paragraaf ‘Grondbeleid’ - Raming reserves en voorziening, zie bijlage ‘overzicht reserves en voorzieningen’. - Raming investeringen, zie bijlage ‘overzicht investeringen’ - Toerekening van overhead: volgens de gebruikelijke berekening hanteren we op het uurtarief een opslag voor overhead van afgerond 109% in 2023. - Het resultaat muteren we conform bestaand beleid met de algemene bedrijfsreserve.
94
3.2 Meerjarige vermogenspositie (balansprognose)
Op grond van het BBV-artikel 20 en 22 is voor het begrotingsjaar en voor de drie daaropvolgende jaren een geprognosticeerde balans opgenomen. De activa bevat onze bezittingen. De passiva is de wijze waarop we dit hebben gefinancierd.
ACTIVA (stand 1 januari x € 1.000) Vaste activa Activa regulier Activa Binnensportaccommodatie
2023
2024
2025
2026
47.438 6.277
47.091 6.086
55.374 5.892
54.503 5.695
Vlottende activa GREX
4.369
1.213
-1.034
-522
0
0
0
0
58.084
54.390
60.232
59.676
Financieringsoverschot Totaal PASSIVA (stand 1 januari x € 1.000) Eigen vermogen Reserves
2023
2024
2025
2026
9.631
9.886
10.361
10.209
Vreemd vermogen Voorzieningen
10.902
10.093
9.540
8.979
Langlopende externe leningen Langlopende lening binnensportacc.
23.350 6.355
21.700 6.220
20.650 6.083
19.600 5.942
Vlottende passiva Financieringstekort
7.846
6.491
13.598
14.946
Totaal
58.084
54.390
60.232
59.676
95
Reserves en voorzieningen Op grond van het BBV-artikel 20 is een overzicht opgenomen van het verloop van reserves en voorzieningen. Het beleidskader voor reserves en voorzieningen is vastgelegd in de nota ‘reserves en voorzieningen gemeente Hilvarenbeek 2018’. Onderstaande teksten en cijfers zijn daarop afgestemd. Per 1 januari 2023 bedragen de reserves en voorzieningen in totaal ca. € 20,5 miljoen. We gaan hieronder nader in op de stand van de diverse categorieën reserves en voorzieningen. In de bijlage ‘reserves en voorzieningen’ is het overzicht van reserves en voorzieningen opgenomen op basis waarvan onderstaand overzicht is opgesteld. De staat van reserves en voorzieningen is op enig moment, namelijk 1 juli, in het begrotingsproces ‘bevroren’ om bepaalde berekeningen af te wikkelen zoals renteomslag en interne doorrekeningen. Wat in onderstaand overzicht nog wel verwerkt is dat is hoe we met de dekking van € 4,4 miljoen omgaan die benodigd is mochten we het hoger beroep precariobelasting verliezen. € 1,8 miljoen is onttrokken aan de algemene reserve grondexploitaties en € 2,6 miljoen aan de algemene bedrijfsreserve. Nog niet verwerkt zijn de doteringen van de positieve begrotingssaldi van deze begroting 2023 aan de algemene bedrijfsreserve. bedragen x 1.000
2023
2024
2025
2026
a.
Algemene reserve
1.206
955
972
835
a.
Algemene reserve grondexploitatie
b.
Geblokkeerde reserves
2.261 4.392
2.879 4.311
3.426 4.229
3.502 4.147
c.
Egalisatiereserves
0
0
0
0
d.
Bestemmingsreserves
1.772
1.741
1.734
1.725
Totaal reserves
9.631
9.886
10.361
10.209
Voorzieningen
10.902
10.093
9.540
8.979
Totaal reserves en voorzieningen
20.533
19.979
19.901
19.188
e.
Tabel - Reserves en voorzieningen naar de stand per 1-1 van enig jaar
Algemene reserves Hieronder vallen de algemene reserve en de algemene reserve grondexploitatie. Deze reserves worden ook gebruikt voor het bepalen van het weerstandsvermogen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Geblokkeerde reserves Eén reserve is geblokkeerd. Deze reserve is gevormd om de afschrijving van specifieke investeringen (deels) te dekken. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de bouw van cultureel centrum Elckerlyc. De afschrijvingslasten worden jaarlijks door deze reserve gedekt. Het is namelijk niet toegestaan de reserve in één keer in mindering te brengen op de investering. Egalisatierekeningen Onder de egalisatierekeningen vallen reserves die zijn bedoeld om schommelingen op te vangen in de exploitatie en/of tarieven. Wij hebben zulke reserves op dit moment niet.
96
Bestemmingsreserves Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Zo lang de bestemming van een reserve door de raad nog kan worden veranderd, is sprake van een bestemmingsreserve. Reserves rangschikken we onder het eigen vermogen van de gemeente. Stille reserves Er is sprake van een stille reserve indien activa op de balans staan die te laag gewaardeerd zijn. Met name activa die in de loop der jaren meer waard zijn geworden dan de historische kostprijs. Bij de stille reserves gaat het om alle niet-bedrijfsgebonden activa (activa niet voor de openbare dienst bestemd) die een hogere waarde hebben dan de boekwaarde die is gebaseerd op de historische kostprijs. De navolgende niet-bedrijfsgebonden activa kunnen worden genoemd: Pachtgronden In totaal is er een oppervlakte van ca. 19 ha grond in (erf)pacht uitgegeven (dit is exclusief de (weide)gronden in eigendom van de afdeling Biest). Ervan uitgaande dat de verkeerswaarde van een ha. pachtgrond in verpachte staat ca. € 37.500,- (de helft van de vrije verkoopwaarde) bedraagt, kan het potentieel pachtareaal vastgesteld worden op ca. € 0,7 miljoen. Bossen Het bosbezit bedraagt ca. 304,4 ha. Ervan uitgaande dat een ha. bosgrond tussen de € 6.000,- en € 7.500,- op kan brengen kan het potentieel worden bepaald op een bandbreedte tussen de € 1,83 en € 2,28 miljoen.
Gronden gelegen in oude bestemmingsplannen Onder ‘Gronden gelegen in oude bestemmingsplannen zijn diverse verhuurde perceeltjes opgenomen met een totale boekwaarde van € 1,-. Deze gronden met een totale oppervlakte van ± 0,3 ha. kunnen bestempeld worden als overhoeken. Daarvan is de actuele verkoopprijs voor de hoofdkernen vastgesteld op € 202,50 per m2 en voor de kleine kernen op € 162,50 per m2. Bij verkoop zou op basis van een gemiddelde prijs van € 182,50 per m2 een opbrengst behaald kunnen worden van ± € 0,54 miljoen. We maken hierbij de kanttekening dat de daadwerkelijke opbrengstrealisering echter afhankelijk is van de daartoe te maken kosten en van het tijdstip waarop de lopende contracten beeindigd kunnen worden in relatie tot de vraag in de markt. Verzoeken tot verkoop van overhoeken worden steeds beoordeeld op basis van een aantal criteria, zodat niet zondermeer elk verzoek tot een verkoop(opbrengst) zal leiden. Woningen/gebouwen We hebben nog drie woningen in eigendom waar geen boekwaarde tegenover staat. Uitgaande van een gemiddelde verkoopprijs per woning van ca. € 240.000,- kunnen we de potentiële verkoopopbrengst stellen op ca. € 0,7 miljoen euro. Bij de vaststelling van het meerjarenonderhoudsplan gemeentelijke gebouwen werd besloten deze panden zodra dit mogelijk is (vrij van huur) af te stoten.
Aandelen Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Wij hebben 23.510 aandelen bij de BNG. De aandelen BNG staan op onze balans voor een nominale waarde per aandeel van € 2,50 en een totaalbedrag van € 59.000. De werkelijke waarde is - mede vanwege de relatief hoge dividenduitkeringen van deze bank - vele malen hoger dan de aanschafwaarde.
97
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd vanwege verplichtingen, verliezen of risico’s waarvan de omvang onzeker is maar wel redelijkerwijs ingeschat kan worden. Voorzieningen zijn ook middelen die van derden zijn verkregen en die specifiek besteed moeten worden, maar die óf nog niet zijn besteed óf in termijnen ten gunste van de exploitatie komen. Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen van de gemeente. Loonkosten gerelateerde verplichten Voor arbeid gerelateerde verplichtingen - van jaarlijks vergelijkbaar volume - treffen we geen voorzieningen; die verwerken we als jaarlijkse last in de exploitatiebegroting. Dit is bijvoorbeeld het geval bij aanspraken op vakantiegeld of bij invoering van het Individueel Keuze Budget (IKB), waarbij werknemers al eerder aanspraak kunnen maken op het opgebouwde vakantiegeld. Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Het BBV verplicht met artikel 23 een overzicht per jaar van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves worden als incidenteel beschouwd, tenzij het gaat om: - reguliere onttrekkingen aan financieringsreserves c.q. dekkingsreserves (kapitaallasten) - onttrekkingen uit een daartoe toereikende (bestemmings-) reserve gedurende een periode van minimaal 3 jaar met als doel het dekken van structurele lasten.