CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualisatie APV 2026 (3 bijlage Was-wordt-tabel na cie 18-6-2026)

Gemeenteraad 8 juli 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Herziening APV 2026.15.454 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zaaknummer: 1059066

Bijlage 2 Was-wordt-tabel van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2026, inclusief toelichting Inhoudsopgave

Pagina

1. Openbare inrichtingen (structuren afdeling) 2 2. Uitbreiding exploitatievergunningen openbare inrichtingen weigeringsgronden 3 3. Uitbreiding exploitatievergunningen openbare inrichtingen wijziging en verval van de exploitatievergunning 7 4. Uitbreiding exploitatievergunningen openbare inrichtingen intrekkingsgronden 9 5. Aanpassing definitie artikel 2:12 openbare inrichtingen 11 6. Aanpassing definitie artikel 2:17 Handel binnen oprenbare inrichtingen 12 7. Vergunningstelsel voor smart- en headshops 13 8. Aanvulling van de vergunningstelsels met Bibob-weigerings- en intrekkingsgronden 20 9. Verbod op slapen op of aan de weg 34 10. Aanpassing APV naar aanleiding van wijziging Opiumwet (designerdrugs) 36

1

Zaaknummer: 1059066

1. Openbare inrichtingen (structuren afdeling) Oud Afdeling 4 toezicht op openbare inrichtingen Nieuw Afdeling 4a toezicht op openbare inrichtingen Was- wordt tabel Was Afdeling 4 toezicht op openbare inrichtingen -

Wordt Afdeling 4a toezicht op openbare inrichtingen Afdeling 4b. Exploitatievergunning smart- en headshops

Toelichting De afdeling inzake openbare inrichtingen bestaat uit een algemeen deel A en een bijzonder deel B. Deel B bevat, in aanvulling op het bepaalde in deel A, specifieke regels voor smart - en headshops. Deze aanvullende regels zijn nodig gelet op de aard van de activiteiten van smart- en headshops en de daarmee samenhangende risico’s voor de openbare orde. Met deze aanvullende regels wordt ondermijning tegengegaan en de landelijke lijn gevolgd om de gemeente weerbaarder te maken.

2

Zaaknummer: 1059066

2. Uitbreiding exploitatievergunningen openbare inrichtingen weigeringsgronden Oud weigering Artikel 2:13 Exploitatie openbare inrichting • 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. • 2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan/BOPA. • 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: o a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van het openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of o b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. • 4.Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting met een kleinschalig karakter die zich bevindt in een: o a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; o b. zorginstelling; o c. museum; of o d. een bedrijfskantine of -restaurant. • 5.De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan de openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: o a.

zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting: of o b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:7 of 2:13, tweede of derde lid. • 6.De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. • 7.Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Nieuw weigeringsgronden Artikel 2:13 Exploitatie openbare inrichting • 1.Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. • 2.De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan/BOPA. • 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:13 geheel of gedeeltelijk weigeren indien sprake is van een of meer van de volgende situaties: o a. naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie van de inrichting nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed, of; o b.

de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is ; o c. niet is voldaan aan de vereisten voor het indienen van de aanvraag; o d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. Hieronder vallen 3

Zaaknummer: 1059066

•

•

• •

mede het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd; o e. de exploitant en leidinggevende(n) niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c. en lid 2, van de Alcoholwet aan de leidinggevende(n) gestelde eisen. o f. de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees) voor verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet of artikel 10 Wet experiment gesloten coffeeshopketen gesloten is geweest; o g. dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; o h. de vestiging of exploitatie in strijd zijn met het omgevingsplan; o i. sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting met een kleinschalig karakter die zich bevindt in een: o a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; o b. zorginstelling; o c. museum; of o d. een bedrijfskantine of -restaurant. 5.

De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan de openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: o a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting: of o b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:7 of 2:13, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. 7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Was- wordt tabel Was •

Wordt 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: o a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van het openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig

•

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:13 geheel of gedeeltelijk weigeren indien sprake is van een of meer van de volgende situaties: o a. naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie van de

4

Zaaknummer: 1059066

wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. o

o

o

o

o

o

o

o

inrichting nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed, of; b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. niet is voldaan aan de vereisten voor het indienen van de aanvraag; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. Hieronder vallen mede het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd. e. de exploitant en leidinggevende(n) niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c. en lid 2, van de Alcoholwet aan de leidinggevende(n) gestelde eisen. f. de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees) voor verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet of artikel 10 Wet experiment gesloten coffeeshopketen gesloten is geweest; g. dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; h. de vestiging of exploitatie in strijd zijn met het omgevingsplan; i. sprake is van een situatie als bedoeld als bedoeld in artikel

5

Zaaknummer: 1059066

3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

Toelichting Met deze wijziging wordt het aantal weigeringsgronden uitgebreid. Hiermee krijgt de burgemeester meer mogelijkheden om aanvragen, indien nodig, te weigeren ter bescherming van de openbare orde. De aanvullende gronden sluiten aan bij de jurisprudentie en maken het mogelijk om gerichter op te treden bij ongewenste of risicovolle situaties, zoals bij een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Hierbij kan men denken aan een situatie dat ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mogelijk wordt misbruikt voor bijvoorbeeld criminele activiteiten, zoals witwassen of drugshandel. Met deze uitbreiding wordt ondermijning tegengegaan en de landelijke lijn gevolgd om het vergunningstelsel beter te waarborgen.

6

Zaaknummer: 1059066

3. Uitbreiding exploitatievergunningen openbare inrichtingen wijziging en verval van de exploitatievergunning Oud Nieuw Artikel 2:13a Wijziging en verval van de exploitatievergunning 1. Indien zich veranderde omstandigheden voordoen waardoor de exploitatie niet langer in overeenstemming is met de verleende vergunning, dient de exploitant onverwijld een ontvankelijke aanvraag in bij de burgemeester. 2. Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet binnen twee weken nadat de veranderde omstandigheden zich hebben voorgedaan is ingediend, kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:13 intrekken. 3. Een vergunning vervalt indien: a. gedurende een jaar, anders dan wegens overmacht, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. de exploitant de hoedanigheid van exploitant heeft verloren; c. een vergunning, strekkende ter vervanging van eerstbedoelde vergunning is verleend en door bekendmaking in werking is getreden; d. er sprake is van wijziging in de exploitatie doordat de aard van de inrichting is gewijzigd, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd. 4.

Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van dezelfde openbare inrichting wordt ingediend, blijft het bepaalde in het derde, onder b buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist. Was- wordt tabel Was -

Wordt Artikel 2:13a Wijziging en verval van de exploitatievergunning 1. Indien zich veranderde omstandigheden voordoen waardoor de exploitatie niet langer in overeenstemming is met de verleende vergunning, dient de exploitant onverwijld een ontvankelijke aanvraag in bij de burgemeester. 2. Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, niet binnen twee weken nadat de veranderde omstandigheden zich hebben voorgedaan is ingediend, kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:13 intrekken. 3. Een vergunning vervalt indien: a. gedurende een jaar, anders dan wegens overmacht, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. de exploitant de hoedanigheid van exploitant heeft verloren; c. een vergunning, strekkende ter vervanging

7

Zaaknummer: 1059066

van eerstbedoelde vergunning is verleend en door bekendmaking in werking is getreden; d. er sprake is van wijziging in de exploitatie doordat de aard van de inrichting is gewijzigd, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd. 4. Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van dezelfde openbare inrichting wordt ingediend, blijft het bepaalde in het derde, onder b buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist.

Toelichting Dit artikel regelt de verplichting om wijzigingen in de exploitatie tijdig te melden en, indien nodig, een aangepaste vergunning aan te vragen. Hiermee wordt geborgd dat de feitelijke situatie blijft aansluiten bij de verleende vergunning. Daarnaast wordt bepaald in welke gevallen de vergunning vervalt, bijvoorbeeld wanneer daarvan geen gebruik wordt gemaakt of wanneer de exploitant wijzigt. Dit draagt bij aan een actueel en betrouwbaar vergunningenbestand en voorkomt dat verouderde of niet langer passende vergunningen blijven bestaan. Met deze regeling wordt ondermijning tegengegaan en de landelijke lijn gevolgd om het vergunningstelsel beter te waarborgen.

8

Zaaknummer: 1059066

4. Uitbreiding exploitatievergunningen openbare inrichtingen intrekkingsgronden Oud Nieuw Artikel 2:13b Intrekkingsgronden a. als de exploitant of leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften van de vergunning; b. als de exploitant en leidinggevende(n) niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c. en lid 2, van de Alcoholwet aan leidinggevenden gestelde eisen; c. als er sprake is van een wijziging in de exploitatie en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:13a; d. als aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; e. als zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; f. als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob; g. als de exploitant of leidinggevende van de inrichting toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; h.

als de aan de burgemeester verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, hieronder vallen. Was- wordt tabel Was -

Wordt Artikel 2:13b Intrekkingsgronden a. als de exploitant of leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften van de vergunning; b. als de exploitant en leidinggevende(n) niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c. en lid 2, van de Alcoholwet aan leidinggevenden gestelde eisen; c. als er sprake is van een wijziging in de exploitatie en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:13a; d. als aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting;

9

Zaaknummer: 1059066

e. als zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woonen leefklimaat in de omgeving van de inrichting; f. als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob; g. als de exploitant of leidinggevende van de inrichting toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd; h. als de aan de burgemeester verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest, waarbij ook het Bibobvragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, hieronder vallen.

Toelichting Dit artikel bevat specifieke gronden voor het intrekken van de exploitatievergunning. Hiermee kan de burgemeester ingrijpen wanneer de exploitatie niet langer op een verantwoorde wijze plaatsvindt of wanneer de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat onder druk komen te staan. De intrekkingsgronden zien onder meer op het niet naleven van vergunningvoorschriften, wijzigingen in de exploitatie zonder melding, betrokkenheid bij of het gedogen van strafbare feiten en het niet voldoen aan de gestelde eisen aan exploitant en leidinggevende. Ook kan worden opgetreden wanneer zich feiten of omstandigheden voordoen die de vrees rechtvaardigen dat voortzetting van de exploitatie leidt tot verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat. Daarnaast is intrekking mogelijk indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. Deze wet maakt het mogelijk om op te treden wanneer er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning wordt misbruikt voor bijvoorbeeld criminele activiteiten. Tot slot kan de vergunning worden ingetrokken indien blijkt dat bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, waardoor een onjuist besluit is genomen. Hiermee wordt ondermijning tegengegaan en de landelijke lijn gevolgd om het vergunningstelsel beter te waarborgen.

10

Zaaknummer: 1059066

5. Aanpassing definitie artikel 2:12 openbare inrichtingen Oud 1. In deze afdeling wordt in ieder geval onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, smartshop, headshop of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken, zowel alcoholische als non-alcoholische, worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse wordt bereid of verstrekt. Nieuw 1. In deze afdeling wordt in ieder geval onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken, zowel alcoholische als non alcoholische, worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Was-wordt-tabel Was 1.

In deze afdeling wordt in ieder geval onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, smartshop, headshop of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken, zowel alcoholische als nonalcoholische, worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse wordt bereid of verstrekt.

Wordt 1. In deze afdeling wordt in ieder geval onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken, zowel alcoholische als nonalcoholische, worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

Toelichting De benaming smartshop en headshop zijn uit de algemene definitie van openbare inrichting gehaald, omdat voor deze inrichtingen in deel B een afzonderlijk definitie in artikel 2.18a is opgenomen.

11

Zaaknummer: 1059066

6. Aanpassing definitie artikel 2:17 Handel binnen oprenbare inrichtingen Oud De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt. Nieuw De exploitant van een openbare inrichting, smart- of headshop of een ander voor het publiek openstaand gebouw en daarbij behorend erf staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting, die shop of in dat gebouw en daarbij behorend erf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt. Was-wordt-tabel Was Artikel 2:17 Handel binnen oprenbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

Wordt Artikel 2:17 Handel binnen openbare inrichtingen, smart- of headshops en andere voor het publiek openstaande gebouwen De exploitant van een openbare inrichting, smart- of headshop of een ander voor het publiek openstaand gebouw en daarbij behorend erf staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting, die shop of in dat gebouw en daarbij behorend erf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Toelichting Dit artikel betreft een verbod van heling. In een aantal grote steden doet zich het verschijnsel voor dat drugverslaafden naar bepaalde cafés gaan om daar gestolen goederen aan de man te brengen. Artikel 2:17 sluit aan op het in artikel 14 Alcoholwet neergelegde verbod tot het uitoefenen van de kleinhandel. Dit laatste verbod ziet echter slechts op verkoophandelingen. Omdat artikel 2:17 een verbod bevat voor de exploitant (en niet voor de handelaar), kan dit artikel niet worden gebaseerd op artikel 437ter of artikel 437 van het WvSr. Het artikel is vastgesteld op basis van artikel 149 van de Gemeentewet, terwijl de strafsanctie is gebaseerd op artikel 154 van de Gemeentewet. Het in dit artikel besloten liggend verbod van heling geldt ook voor smart- en headshops en voor andere voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Jurisprudentie ABRvS 15-07-1996, AB 1996, 414. Sluiting café in verband met heling; burgemeester moet aan het sluitingsbevel ten grondslag liggende feiten voldoende aannemelijk maken. Pres. Rb. Rotterdam 07-04-1995, JG 95.0202. Terechte sluiting snackloket in verband met heling. Bekendmaking van de sluiting dient geen enkel doel.

12

Zaaknummer: 1059066

7. Vergunningstelsel voor smart- en headshops Oud Nieuw Afdeling 4b. Exploitatievergunning smart- en headshops Artikel 2.18a Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder : a. inrichting: Een smart- dan wel headshop. Onder een smartshop wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel een niet voor publiek toegankelijke ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet smart-, ecodrugs, smartproducts en/of nieuwe psychoactieve stoffen, gerelateerde literatuur en accessoires worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd, opgeslagen, gedistribueerd of voorhanden zijn. Onder een headshop wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel een niet voor publiek toegankelijke ruimte, waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, substanties, voorwerpen of gegevens, die gebruikt kunnen worden voor het gebruik van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet en die verwant zijn aan de drugscultuur, gerelateerde literatuur en accessoires worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd, opgeslagen, gedistribueerd of voorhanden zijn. b.

Exploitant: exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon (hun gevolmachtigde), voor wiens rekening en risico een smart- of headshop wordt uitgeoefend. c. Beheerder/leidinggevende: de natuurlijke persoon die feitelijk leiding geeft aan de exploitatie van de een smart- of headshop, daaronder begrepen degene die de algemene of onmiddellijke leiding heeft. Artikel 2.18b Aanvraag exploitatie smart- of headshop 1. Het is verboden een inrichting te exploiteren als smart- of headshop zonder vergunning van de burgemeester. 2. In de aanvraag voor de vergunning en in de vergunning worden in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en de beheerder/leidinggevende; b. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of beheerder/leidinggevende; c. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder/leidinggevende gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; d. voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd; e. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; f. het nummer van inschrijving van het bedrijf in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; g.

een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 3. De burgemeester kan indien hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd. 4.Per bedrijf wordt niet meer dan één aanvraag gelijktijdig in behandeling genomen. Artikel 2.18c Weigeringsgronden exploitatievergunning smart- of headshop 1. De burgemeester kan een vergunning weigeren als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag 13

Zaaknummer: 1059066

zijn overgelegd, daaronder vallen of als niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:18b gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag. 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de inrichting als smart - of headshop in strijd is met het Omgevingsplan of indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de exploitant of de beheerder/leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend. 3. De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitant of de beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:18d van deze verordening gestelde gedragseisen. 4. De burgemeester kan de vergunning weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van deze inrichting. 5.

Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester in elk geval rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting als smart- of headshop. 6. De burgemeester kan de vergunning tevens weigeren, indien dit nodig wordt geacht in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten 7. De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien één of meer exploitanten of beheerders/leidinggevenden van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting binnen drie jaar voor indiening van de aanvraag om een vergunning een inrichting heeft geëxploiteerd als smart- of headshop of daar leiding aan heeft gegeven, die op grond van het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13 b Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. 8. De burgemeester kan de vergunning weigeren in de gevallen bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. 9.

Een vergunning ten aanzien van een als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 2:18e, derde lid, van deze verordening is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd. 10. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2.18d Gedragseisen 1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:18b van deze verordening moet de exploitant en de beheerder/leidinggevende aan de volgende eisen voldoen: a. hij dient niet onder curatele te staan dan wel uit ouderlijk gezag of voogdij te zijn ontzet; b. hij dient niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn; c. hij dient de leeftijd van éénentwintig jaren bereikt te hebben. Artikel 2.18e Intrekking vergunning exploitatie smart- of headshop 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 wordt een vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken, indien niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:18d van deze verordening gestelde gedragseisen of het bepaalde in artikel 2:18f van deze verordening niet in acht wordt genomen. 2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester de vergunning van een smart of headshop als bedoeld in artikel 2:18b ook intrekken, als sprake is van een of meer van de volgende situatie(s): a. aannemelijk is dat de exploitant of de beheerder/leidinggevende betrokken is bij of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 13b Opiumwet ; of 14

Zaaknummer: 1059066

b. aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of c. zich een incident gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en/of drugshandel heeft voorgedaan in of bij de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting; d. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon en leefklimaat daaronder begrepen; of e. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met de voorschriften die verbonden zijn aan de in artikel 2:18c genoemde vergunning; of f. de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of g. er in het bedrijf strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of h. zich in of vanuit het bedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het bedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf; of i.

er sprake is van een wijziging in de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 2:18b is verstrekt en dit niet is gemeld als bedoeld in artikel 2:18g; of j. sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur; of k. de gegevens die zijn verstrekt voor het verkrijgen van de vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat bij kennis van de juiste en volledige gegevens een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen. Hieronder vallen mede het Bibob-vragenformulier en andere in het kader van de aanvraag overgelegde documenten. 3. Als de vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, kan de burgemeester bepalen, dat een nieuwe vergunning voor de exploitatie van dezelfde smart - of headshop gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan worden geweigerd. Artikel 2.18f Aanwezigheid leidinggevende smart- of headshop Het is verboden de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende of de exploitant of beheerder aanwezig is. Artikel 2.18g Wijziging of verplaatsing vergunning exploitatie smart- of headshop en vervallen vergunning 1.

Als er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging in de vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop of verplaatsing van de smart- of headshop dient te komen, dient de exploitant of de beheerder/leidinggevende onverwijld een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van een smart - of headshop bij de burgemeester in te dienen. 2. Indien deze aanvraag niet binnen twee weken nadat de veranderde omstandigheden zich hebben voorgedaan, is ingediend, kan de burgemeester de verleende vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop intrekken. 3. Een vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop vervalt indien: a. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. de exploitant of de beheerder/leidinggevende deze hoedanigheid heeft verloren; c. een vergunning, strekkende ter vervanging van eerstbedoelde vergunning is verleend en door bekendmaking in werking is getreden. 4. Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant of de beheerder/leidinggevende deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie 15

Zaaknummer: 1059066

van dezelfde smart- of headshop wordt ingediend, blijft het bepaalde in het derde, onder b buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist. Was- wordt tabel Was -

Wordt Zie alles onder kopje nieuw

Toelichting Afdeling 4b. Exploitatievergunning smart- en headshops Artikel 2.18a Begripsomschrijvingen Smartshops zijn winkels en groothandelsbedrijven die smart- of ecodrugs (truffels, cactussoorten, herbals, energizers, stackers, happy caps, afrodisiaca en extacy-vervangers ), smartproducts verkopen (smartdrinks, voedingssupplement, energydranken , stimulerende, hallucinogene, euforiserende en ontspannende middelen, etc). Tegenwoordig komen daar ook de zogenaamde nieuwe psychoactieve stoffen (NPS) bij, ook wel designerdrugs, legal highs en research chemicals genoemd. Het betreft legale middelen, die niet voorkomen op lijst I (harddrugs) of lijst II (softdrugs) van de Opiumwet, maar zijn ontworpen om de effecten van illegale drugs na te bootsen. Een headshop is een winkel of groothandel, die zich kenmerkt doordat zij benodigdheden verkoopt voor het gebruik van soft- dan wel harddrugs. Te denken is aan zaken als waterpijpjes, bongs, shisha's, screens, jointvloeitjes, wietpijpen, grinders, vaporizers, tipjes weegschalen en gripzakjes. Een headshop verkoopt ook aanverwante artikelen zoals boeken, kleding, sierraden, beeldjes van sprookjesfiguren en psychedelische posters.

Indien het assortiment van een inrichting niet uitsluitend maar in overwegende mate bestaat uit de in 2:18a sub a bedoelde artikelen, wordt een inrichting aangemerkt als een smart- of headshop, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat de inrichting als zodanig wordt geëxploiteerd. Dit kan blijken uit de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel of uit feiten en omstandigheden, zoals (niet limitatief): naam van de inrichting, veelal gerelateerd aan de drugscultuur, presentatie en inrichting van de inrichting en reclame-uitingen of de uiting op de website. Het vergunningstelsel ziet niet alleen op voor publiek toegankelijke winkels, maar ook op opslag -, distributie- en andere bedrijfsruimten van waaruit smart- of headshopactiviteiten plaatsvinden. Hiermee wordt voorkomen dat dergelijke activiteiten uitsluitend via magazijnen, opslaglocaties of webshops buiten het bereik van de vergunningplicht plaatsvinden. Voor de uitleg van het begrip “leidinggevende” en “bezoeker” is aangesloten bij de definitie uit artikel 1 van de Alcoholwet. Artikel 2.18b Aanvraag exploitatie smart- of headshop Eerste lid Artikel 174 van de Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het toezicht op de voor het publiek openstaande gebouwen.

Deze vergunning wordt daarom door de burgemeester verleend en dient ter handhaving van de openbare orde.

16

Zaaknummer: 1059066

De Dienstenrichtlijn eist dat een vergunningstelsel niet discriminatoir, noodzakelijk en proportioneel is. De Dienstenrichtlijn is van toepassing op smart- en headshops. Voor wat betreft de noodzakelijkheid moet een gemeente afwegen of er dwingende redenen van algemeen belang zijn die een vergunningstelsel rechtvaardigen. Het belang voor een dergelijke exploitatievergunning is gelegen in de overlast die er mogelijk vanuit gaat voor de omgeving en de eventuele aantrekkingskracht van dergelijke ondernemingen voor het criminele circuit. Vergunning voor onbepaalde tijd Op grond van artikel 1:5 gelden vergunningen voor onbepaalde tijd. Dit geldt ook voor de exploitatievergunning voor smart- en headshops. Indien de gemeente niettemin een tijdsduur wil verbinden aan de vergunning van bijvoorbeeld vijf of tien jaar, dan is het alleen op gronden ontleend aan dwingende reden van algemeen belang geoorloofd een termijn te stellen. De rest van het artikel Dit artikel bevat de vergunningplicht voor het exploiteren van een smart- of headshop en regelt welke gegevens bij de aanvraag moeten worden overgelegd. De opgesomde gegevens stellen de burgemeester in staat om de identiteit van de exploitant en beheerder/leidinggevende vast te stellen, de rechtmatigheid van het verblijf en de arbeid te beoordelen en inzicht te krijgen in de aard en locatie van de bedrijfsactiviteiten.

Het derde lid biedt de mogelijkheid om, indien nodig, aanvullende gegevens te verlangen, bijvoorbeeld in het kader van een integriteitsbeoordeling op grond van de Wet Bibob. Met het vierde lid wordt voorkomen dat meerdere aanvragen voor één inrichting gelijktijdig in behandeling zijn, wat bijdraagt aan een overzichtelijke en doelmatige vergunningprocedure. Artikel 2.18c Exploitatie smart- of headshop Eerste lid Het eerste lid maakt het mogelijk de vergunning te weigeren indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke situatie niet overeenkomt met de aanvraag, bijvoorbeeld bij onjuiste of onvolledige gegevens. Hieronder vallen ook bescheiden die zijn overgelegd in het kader van de Wet Bibob. Daarnaast kan weigering plaatsvinden indien niet is voldaan aan de indieningsvereisten van artikel 2:18b. Tweede lid Als het omgevingsplan vestiging van een smart- of headshop ter plaatse niet toelaat, ligt het niet voor de hand om wel een exploitatievergunning te verlenen. Er kan immers toch geen gebruik van worden gemaakt wegens strijd met het omgevingsplan. Strijd met het omgevingsplan is daarom als imperatieve weigeringsgrond opgenomen. Blijkens jurisprudentie is dit aanvaardbaar omdat een dergelijke bepaling geen zelfstandige planologische regeling bevat.

Weliswaar brengt dit mee dat de burgemeester treedt in een beoordeling van het geldende omgevingsplan, maar dit laat de bevoegdheid van het college bij de toepassing van het geldende omgevingsplan onverlet. Van een doorkruising van de Omgevingswet is geen sprake. Verplichte verklaring omtrent gedrag De exploitatievergunning is persoonsgebonden. De persoon van de leidinggevende speelt immers een belangrijke rol in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt. Om die reden heeft de raad van de gemeente Hilvarenbeek ervoor gekozen om de verplichting op te nemen voor de aanvrager om een recente VOG voor de leidinggevende te overleggen. Leidinggevende kan de aanvrager zelf zijn, maar ook iemand die bij hem in dienst is. Een VOG wordt aangevraagd bij de gemeente waar men staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Het Centraal Orgaan VOG geeft de verklaring namens de Minister van Justitie af. Derde lid 17

Zaaknummer: 1059066

De vergunning dient geweigerd te worden als niet voldaan wordt aan één of meer van de gedragseisen, zoals opgenomen in artikel 2:18d. Vierde, vijfde en zesde lid Omdat de weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 1:6 voor de smart- of headshop ruim zijn geformuleerd, is bepaald dat het hier om de openbare orde gaat en om het woon- en leefklimaat. Het begrip openbare orde moet wel binnen de kaders van de Dienstenrichtlijn worden geïnterpreteerd. Woon- en leefsituatie in de omgeving De exploitatievergunning is primair een overlastvergunning: zij biedt de mogelijkheid preventief te toetsen of de exploitatie van een smart- of headshop zich verdraagt met het woon- en leefmilieu ter plaatse. Daarbij is van belang in welke mate van het bedrijf zelf overlast is te duchten, maar ook in welke mate de komst van het bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de buurt zullen aantasten. Met welke aspecten de burgemeester in elk geval rekening moet houden, staat omschreven in het zesde lid. De weigeringsgrond woon- en leefmilieu valt onder de ‘rule of reason’ en mag daarom (bij een ondernemer die zich hier vestigt met een smart- of headshop) ook op grond van de Dienstenrichtlijn als weigeringsgrond worden gehanteerd.

Zevende lid De vergunning kan eveneens geweigerd worden, indien er in de afgelopen drie jaar problemen zijn geweest met de leidinggevende van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting op het vlak van de openbare orde. Beoogd wordt hiermee te voorkomen, dat een vergunning verleend zou moeten worden aan een leidinggevende van wie duidelijk is, dat hij niet in staat is op een juiste wijze leiding te geven aan een openbare inrichting. Achtste lid Een vergunning kan ook worden geweigerd in het geval aan de voorwaarden van artikel 3 van de Wet Bibob is voldaan. Negende lid Een vergunning kan ook worden geweigerd in het geval een eerdere exploitatievergunning voor een smart- of headshop op grond van artikel 2:18e van deze verordening is ingetrokken en wel gedurende een bij het intrekkingsbesluit vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar. Tiende lid Dit artikel valt onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn. Hier is er vanwege dwingende redenen van algemeen belang voor gekozen om de lex silencio positivo van toepassing uit te zonderen. Het zou met name vanwege aspecten van openbare orde en milieu onwenselijk zijn als smart- en headshops zonder een op de inrichting afgestemde vergunning kunnen openen.

Artikel 2.18d Gedragseisen Met het stellen van de in dit artikel opgenomen wordt beoogd te verzekeren dat de leidinggevende van de smart- of headshop van voldoende "kaliber" zijn om de shop op een goede wijze te leiden. Artikel 2.18e Intrekking vergunning exploitatie smart- of headshop Intrekking van de vergunning is mogelijk, als niet meer voldaan wordt aan één of meer van de op grond van artikel 2:18d gestelde eisen of het bepaalde in artikel 2:18f niet in acht wordt genomen. Daarnaast is intrekking mogelijk als aannemelijk is, dat de leidinggevende betrokken is bij of ernstige nalatigheid verweten kan worden bij activiteiten als bedoeld in artikel 13b Opiumwet of zich in of bij een smart- of headshop een incident gepaard gaand met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en/of drugshandel heeft voorgedaan. Intrekking van de vergunning is ten slotte ook mogelijk als dit anderszins noodzakelijk is het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen.

18

Zaaknummer: 1059066

De burgemeester kan verder ook optreden indien de exploitant of beheerder/leidinggevende betrokken is bij, of nalatig is ten aanzien van, activiteiten die een gevaar vormen voor de openbare orde of een bedreiging voor het woon- en leefklimaat. Tevens is expliciet opgenomen dat intrekking mogelijk is bij overtreding van vergunningvoorschriften, slecht levensgedrag, het plaatsvinden van strafbare feiten, of andere feiten en omstandigheden die de vrees wettigen dat voortzetting van de exploitatie ontoelaatbare risico’s met zich brengt. Verder is geregeld dat wijzigingen in de bedrijfsactiviteiten zonder melding, alsmede het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens bij de aanvraag, grond kunnen vormen voor intrekking. Dit omvat mede de gegevens die zijn verstrekt in het kader van een toets op grond van de Wet Bibob. Ook kan de vergunning worden ingetrokken indien zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 3 van deze wet. De opsomming van intrekkingsgronden biedt de burgemeester een breed en samenhangend instrumentarium om op te treden tegen ongewenste of risicovolle situaties binnen de exploitatie van smart- en headshops, met het oog op de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat.

Op grond van het derde lid kan bij intrekking van de vergunning bepaald worden, dat gedurende een alsdan te bepalen termijn van maximaal vijf jaar geen nieuwe vergunning verleend zal worden voor dezelfde smart- of headshop. Deze bevoegdheid komt overeen met een soortgelijke bevoegdheid die is opgenomen in artikel 27, tweede lid, van de Alcoholwet. Artikel 2.18f Aanwezigheid leidinggevende smart- of headshop Op grond van dit artikel is het verboden een smart- of headshop geopend te hebben zonder dat daar een bevoegde leidinggevende aanwezig is. Deze bepaling komt overeen met de regels, die gelden voor openbare- en sexinrichtingen. Bedoeling is te verzekeren, dat er te allen tijde bekwame leiding aanwezig is Artikel 2.18g Wijziging of verplaatsing vergunning exploitatie smart- of headshop en vervallen vergunning Dit artikel legt de verplichting op de leidinggevende om wijzigingen tijdig door te geven. Voldoet hij niet aan deze verplichting dan kan de vergunning door de burgemeester ingetrokken worden. Als een nieuwe vergunning verleend wordt ter vervanging van een bestaande vergunning vervalt laatstgenoemde vergunning van rechtswege op grond van het bepaalde in het derde lid.

Het vervallen van de vergunning is vorenbedoelde zin is ook aan de orde indien gedurende een jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning (tenzij er sprake is van overmacht) en de leidinggevende deze hoedanigheid heeft verloren (het vierde lid geeft hier een uitzondering op).

19

Zaaknummer: 1059066

8. Aanvulling van de vergunningstelsels met Bibob-weigerings- en intrekkingsgronden Was-wordt-tabel Was Wordt Specifieke evenementen - categorie vechtsportwedstrijden, vechtsportgala’s en evenementen van motorclubs Artikel 2:9 Evenementen Artikel 2:9 Evenementen 2.Onder evenement wordt mede verstaan: 2.Onder evenement wordt mede verstaan: o f. een door de burgemeester o f. vechtsportwedstrijden, vechtsportgala’s, aangewezen categorie evenementen van motorclubs; vechtsportwedstrijden ofgala’s; Artikel 2:10 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder melding of zonder in afwijking van een evenementenvergunning van de burgemeester een evenement te Artikel 2:10 Evenementenvergunning organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen. 1. Het is verboden zonder melding of zonder 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, in afwijking van een evenementenvergunning bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en van de burgemeester een evenement te basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond daaraan deel te nemen. van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag basishulpverlening overige plaatsen.

worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 3.De aanvraag voor een evenementenvergunning dient: van het Besluit brandveilig gebruik en a. voor een regulier (A-evenement) uiterlijk acht weken van tevoren te basishulpverlening overige plaatsen, worden ingediend waarbij de burgemeester binnen 6 weken op een aangeleverd voor zover voor het evenement aanvraag voor een evenementenvergunning beslist; een gebruiksmelding zou moeten worden b. voor een aandachts-evenement (B-categorie) uiterlijk twaalf weken gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van tevoren te worden ingediend, waarbij de burgemeester binnen 8 van het Besluit brandveilig gebruik en weken op een aanvraag voor een evenementenvergunning beslist; basishulpverlening overige plaatsen. c. voor een risico-evenement (C-categorie) uiterlijk twintig weken van 3.De aanvraag voor een tevoren te worden ingediend, waarbij de burgemeester binnen 16 evenementenvergunning dient: weken op een aanvraag voor een evenementenvergunning beslist. a. voor een regulier (A-evenement) uiterlijk 4. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de acht weken van tevoren te worden ingediend organisator ten minste 3 weken voorafgaand aan het evenement waarbij de burgemeester binnen 6 weken op daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

een aanvraag voor een 5.De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de evenementenvergunning beslist; melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding b. voor een aandachts-evenement (Bis te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare categorie) uiterlijk twaalf weken van tevoren veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. te worden ingediend, waarbij de 6.Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:9, burgemeester binnen 8 weken op een tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden, aanvraag voor een evenementenvergunning vechtsportgala’s, evenementen van motorclubs of slipjachten. beslist; 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een c. voor een risico-evenement (C-categorie) vergunning voor een vechtsportevenement of evenementen van uiterlijk twintig weken van tevoren te worden motorclub als bedoeld in artikel 2:9, tweede lid, onder f, weigeren ingediend, waarbij de burgemeester binnen indien: 16 weken op een aanvraag voor een a. de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht evenementenvergunning beslist. van slecht levensgedrag is; 4. Geen vergunning is vereist voor een klein b.

in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van evenement, als de organisator ten minste 3 de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar weken voorafgaand aan het evenement bestuur.

20

Zaaknummer: 1059066

daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 5.De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 6.Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:9, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s of slipjachten. 7.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:9, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 8.Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 9.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Speelgelegenheden Artikel 2:25 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan/BOPA. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

8.Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 9.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:25 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen. 3.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan/BOPA; of c. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur; of d. de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

21

Zaaknummer: 1059066

Toezicht op campings en recreatieparken Artikel 2:27d Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd indien: a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:31c gestelde eisen; b. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met het omgevingsplan/BOPA of de provinciale omgevingsverordening; c. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; d. de exploitant van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige ver- storing van de openbare orde met zich zal meebrengen; e. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten.

Artikel 2:27g Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 wordt de vergunning ingetrokken indien: a. De exploitatie van de camping of recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen; b. De exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:31c onder sub a en b gestelde eisen.

Artikel 2:27d Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning, als bedoeld in artikel 2:27b, worden geweigerd indien: a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:27c gestelde eisen; b. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met het omgevingsplan/BOPA of de provinciale omgevingsverordening; c. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; d. de exploitant van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige ver- storing van de openbare orde met zich zal meebrengen; e. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; f. niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:27b gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; g. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, daaronder vallen; h. indien de exploitant en de beheerder/leidinggevende niet 18 jaar of ouder zijn of niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, lid 1, aanhef en onder b. en c.

en lid 2, van de Alcoholwet aan beheerder/leidinggevende gestelde eisen; i. de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; j. de exploitant of beheerder/leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag het bedrijf een bedrijf of inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest; k. naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie van het bedrijf nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; l. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. Artikel 2:27g Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 wordt de vergunning, als bedoeld in artikel 2:27b, ingetrokken indien: a. De exploitatie van de camping of recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen; b. De exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:27c gestelde eisen; c. in het geval de exploitant of beheerder/leidinggevende niet meer voldoet aan de eisen als genoemd in artikel 2:27d, onder h; d. indien de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd

22

Zaaknummer: 1059066

met de voorschriften die verbonden zijn aan de in artikel 2:27b genoemde vergunning; of e. indien de exploitant of beheerder/leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of f. indien er in het bedrijf strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. indien aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of h. indien zich in of vanuit het bedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van het bedrijf gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf; of i. indien sprake is van een wijziging in de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 2:27b is verleend, waardoor de exploitatie niet langer in overeenstemming is met de vergunning, en de exploitant deze wijziging niet binnen twee weken aan de burgemeester heeft gemeld; j. indien de bedrijfsmatige activiteiten in strijd zijn met het omgevingsplan; of k.

in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur; l. als de aan de burgemeester verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, hieronder vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17164510/1