20 Verklaring van geen bedenkingen zonneparkproject Oirschotsedijk (9 Ruimtelijke onderbouwing)
Tekst van het document
Deze factoren, aangevuld met een goede landschappelijke inpassing, kunnen ervoor zorgen dat de komst van het zonnepark een opwaardering voor het gebied betekent. Voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark is samengewerkt met Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw. Daarnaast heeft Kronos samengewerkt met de gemeente Hilvarenbeek en omwonenden om te zorgen dat alle betrokken partijen tevreden zijn met de landschappelijke inpassing. Uitgangspunten bij de uitwerking van het landschappelijk inpassingsplan vormden enkele principes, die in wat volgt kort beschreven worden. 1. Landschappelijke inpassingsmaatregelen en groenstroken zijn erop gericht ecologische meerwaarde voor omgeving te creëren; 2. Er dient een gedegen afweging gemaakt te worden tussen het zien en niet-zien van het zonnepark. In het ontwerp kan men via de Zandstraat de groene kamer betreden waarbinnen het technisch landschap te vinden is. 3. Bestaande bosblokken en landschapselementen blijven behouden; 4. Beplanting en soortenkeuze zal worden afgestemd op het soortenbeeld van de omgeving. Het zonnepark sluit door haar semi-industrieel karakter aan bij de gebouwen van het grootschalige landbouwbedrijf dat hier reeds gevestigd is. Door het volgen van de Zandstraat die door het park heen loopt krijgt men een inkijkje in een technisch landschap omringd door een groene buffer.
Het lineaire karakter is in de bijgevoegde lay-out te onderscheiden, en is één van de belangrijkste dragers van de blijvende landschappelijke impuls van het zonnepark.
26
KRONOS SOLAR Afscherming Qua beplanting wordt vooral aangesloten op de reeds aanwezige beplanting. Voor de omranding van het zonnepark wordt aan de oost en west zijde ingezet op een haag waarbij de planten dicht op elkaar worden gezet, door het juiste beheer en tijdig terug zetten slaat de beplanting aan de onderkant uit en wordt er een dichte massa gecreëerd. Voor de variatie kan er diversiteit aangeplant worden in de omranding zodat er een gemengd assortiment ontstaat. Verder dient er rekening gehouden te worden met het zandige/droge karakter van de grond. De westzijde zal 8 meter breed worden, aan de oostzijde wordt bij het hekwerk een 1 meter dikke verdichting gecreëerd. Beplantingssoorten zijn opgenomen in het Inrichting- en Beheerplan. Aan de noord en zuidzijde wordt het bestaande bos versterkt met een aanvullend bos en heggen zodat er extra afstand blijft vanaf de weg en bewoning. Duurzame energie maakt een integraal onderdeel uit van het Nederlandse landschap en de Nederlandse samenleving, en dit zal in de toekomst alleen maar groter worden. Zichtbaarheid vergroot de acceptatie van dit nieuwe landschappelijke element. Door een het zonnepark van buitenaf af te schermen wordt er via de Zandstraat een inkijkje geboden in de groene kamer, bij het inkijkje hoort natuurlijk ook een stukje informatie voorziening in de vorm van informatie panelen.
In het noorden van de Zandstraat is reeds aan beide kanten beplanting aanwezig (afbeelding 9), dit zal later overgaan naar een eenzijdige beplanting (oostkant) waarbij richting het westen een openblik behouden blijft. Aan de zuidkant van de Zandstraat komt men dan in de groene kamer terecht.
Afbeelding 9: de huidige Zandstraat zicht naar het noorden met beplanting aan beide zijde
27
KRONOS SOLAR
Afbeelding 10: Zandstraat met zicht naar het zuiden. Link de locatie van het zonnepark, recht de overgang tussen grasland en mais, tevens de grens tussen openblik en groene kamer
Noodzakelijke installaties Hekwerken zijn vanwege de veiligheid noodzakelijk, er wordt echter gebruik gemaakt van een hoogwaardig ree-vriendelijk hekwerk met een natuurlijke uitstraling. Deze zal bestaan uit een combinatie van ruwe duurzame houten palen met open en transparant gaas. De mazen in het gaas maken het mogelijk dat kleine zoogdieren het hekwerk kunnen passeren. De noodzakelijke installaties (netwerkstation, omvormers, e.d.) worden uitgevoerd op een verhoging van 20 cm, in gedekte kleuren met als hoofdtoon Dennengroen (RAL6009) en staan in een strak grit tussen de panelen waardoor ze meewerken in het ritme van het gehele zonneveld.
Afbeelding 11: Voorbeeld hekwerk en trafostation
3.5.
Meervoudig ruimtegebruik
Onder meervoudig ruimtegebruik wordt het gebruik van het land voor meerdere doeleinden verstaan. Voor het plangebied wordt voorzien dat het terrein wordt begraasd door schapen. Naast het begrazen door schapen (extensief beheer en verhoging van biodiversiteit) wordt er eveneens ingezet op een stukje recreatie. Vanaf de Zandstraat die dwars door het park loopt kan men een kijkje nemen in het zonnepark. Om crossbrommers etc. te voorkomen worden er op de Zandstraat een drietal poortjes geplaatst zodat enkel wandelaars er door kunnen. 28
KRONOS SOLAR Daarnaast worden de randen van het zonnepark ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. De aanleg van kruidenstroken en struweelhagen biedt veel mogelijkheden voor insecten en vogels die hiervan afhankelijk zijn als schuilgelegenheid en foerageergebied.
3.6.
Meerwaarde
Ecologische toevoeging Het zonnepark biedt ruimte voor natuurontwikkeling en biodiversiteit. Op de volgende manieren wordt een meerwaarde voor ecologie toegevoegd: • Recreatieve inkijk; • Reeën corridor; • Paneelhoogte 100 cm afstand van maaioppervlakte wat door het lichtinval de biodiversiteit onder de panelen bevorderd; • Inzaaien van het grasvlak onder de panelen met een weidemengsel aangevuld met kruiden en extensief beheerd door schapen; • Rondom het zonnepark wordt de ruimte tussen panelen en het hekwerk in een zone van circa vijf meter breed ingezaaid met een kruidenrijk mengsel dat een interessante habitat biedt voor insecten als vlinders en bijen; • Aanplanten van hagen die een beschermde leefomgeving biedt voor vogels en kleine predatoren; • Gedurende een periode van 25 jaar kan het aflaten van mestgebruik ervoor zorgen, dat de projectlocatie kan herstellen en er een ecologisch uitgebalanceerd gebied ontstaat.
Afbeelding 12: Voorbeeld wilde natuurlijke haag en kruidenbeplanting
3.7.
Conclusie
De inpassing van het zonnepark sluit aan op de locatiekenmerken van het jong ontginningslandschap. Het plaatsen dan wel versterken van de erfbeplanting zorgt ervoor dat de karakteristieke landschapskenmerken behouden blijven. Een voorzet voor de landschappelijke inpassing is in een inpassingsplan van Thus Landschapsarchitectuur & Stedenbouw bijgevoegd. Hierop is vervolgens met omwonenden en belanghebbenden verder besproken om zo tot de beste oplossing te komen voor het gebied.
29
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 4 – SECTORALE ASPECTEN 4.1.
Inleiding
Om te beoordelen of de aanleg van het zonnepark in overeenstemming is met de relevante weten regelgeving wordt in hier ingegaan op de diverse onderwerpen die daarbij van belang zijn. Op de volgende bladzijdes worden de volgende milieu- en omgevingsaspecten beoordeelt: - Milieueffectrapportage - Bodem- en grondwaterkwaliteit - Geluid - Luchtkwaliteit - Geur - Verkeer en parkeren - Duurzaamheid - Bedrijven en milieuzoneringen - Kabels en leidingen - Externe veiligheid - Brandveiligheid - Waterparagraaf - Wet natuurbescherming - Archeologie en cultuurhistorie - Lichtreflectie - Elektromagnetische straling - Warmteontwikkeling
4.2.
Milieueffectrapportage
Op 1 augustus 2018 is het ‘gewijzigde Besluit milieueffectrapportage’ in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.- beoordeling) van de bijlage bij het besluit. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben (ook wel genoemd de 'vergewisplicht'). Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, er moet worden nagegaan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd om te zien of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
30
KRONOS SOLAR De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project; • De kenmerken van de potentiële effecten. Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark op agrarische gronden. De realisatie van zonneparken wordt niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Het plan is daarmee niet m.e.r.-plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Eén en ander blijkt tevens uit dit hoofdstuk waarbij uitgebreid is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten.
4.3.
Bodem- en grondwaterkwaliteit
Bij de toetsing of een project uitvoerbaar is moet worden nagegaan bodemverontreiniging aanwezig is. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Daarnaast is ook gekeken naar eventuele uitloging binnen het park. De palen die de bodem beroeren zijn van staal. De draagconstructie waarop de panelen liggen, zowel als de behuizing van de panelen is van aluminium, deze staat niet in direct contact met de bodem. Kronos Solar heeft het LfL (Bayerische Landesanstalt für Landwirschaft) verzocht om een inschatting te maken van de mogelijke uitloging van de panelen/ behuizing. De uitkomst hiervan is dat de kans op uitloging nihil is en enkel kan voorkomen door dat er sprake is van extreme situaties of opzet (vandalisme). De bevestiging van het LfL is bij deze aanvraag bijgesloten Toetsing van de ontwikkeling Gezien de beperkte bodemroering (alleen de basisconstructies voor de zonnepalen en de stations) en het tot op heden agrarische gebruik is de kans zeer gering dat er bodemverontreinigingen aanwezig zijn en dat ze door de aanleg van het zonnepark verstoord zouden kunnen worden. Ten behoeve van de waterhuishouding is gekeken naar de grondwatertrappen in het gebied.
Het gebied wordt voor het grootste deel aangewezen als grondwatertrap VI (40-80cm gemiddelde hoogste grondwaterstand , >120cm gemiddelde laagste grondwaterstand). Een deel van het zuidelijk deel valt in grondwatertrap VII (80-140cm gemiddelde hoogste grondwaterstand, >120cm gemiddelde laagste grondwaterstand). Grondwater is geen belemmering voor de ontwikkeling van het park.
31
KRONOS SOLAR
Afbeelding 13: Grondwatertrap kaart, bron: Bodematlas Provincie Noord-Brabant
Qua bodemonderzoek wordt er uiterlijk drie maanden voor bouwbegin een bodemonderzoek uitgevoerd. Op dat moment is ook de finale en exacte locatie van de verschillende elementen binnen het zonnepark bekend. Daarnaast is het gelet op de doorlooptijd van de onderhavige vergunningsaanvraag meer voor de hand liggend om de nulmeting ook daadwerkelijk kort voor bouwbegin uit te voeren aangezien er anders nog geruime tijd tussen de nulmeting en de aanleg zou liggen. Vanuit het vooroverleg met het Waterschap dient opgemerkt te worden dat er een grote kans op overstroming is. Hier is rekening mee gehouden bij het ontwerp en de inrichting van het park door de meest noordelijke transformator stations zoveel mogelijk in het westen te plaatsen op 20cm hoogte t.o.v. het bestaande maaiveld.
4.4.
Geluid
In de Wet geluidhinder, en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen, is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen de waarden uit de Wet geluidhinder in acht dienen te worden genomen. De onderdelen van het zonnepark die in beperkte mate geluid produceren (de omvormers) zullen op minimaal 150 meter van woningen liggen. Toetsing van de ontwikkeling Het akoestische effect van een bodem wordt bepaald door de bodemfactor (Bf). De waarde bedraagt 0,0 of 1,0. Indien een bodemgebied zacht is (grasland, weiland, landbouwgrond) dan is de Bf 1,0. Als er sprake is van een harde reflecterende bodem (water, wegen) is Bf 0,0. In het geval van de zonnepanelen is er sprake van een gedeeltelijk reflecterende bodem. Doordat de zonnepanelen onder een hoek van 15 graden staan en er tussen de panelen ‘open ruimtes’ zijn (inclusief looppaden), is er sprake van een grotendeels reflecterend (80%) bodemgebied. De opstelling van de zonnepanelen maakt dat gesproken kan worden van een diffuus bodemgebied. Bij een 80% reflecterend bodemgebied hoort een bodemfactor van Bf 0,2. 32
KRONOS SOLAR Over het algemeen geldt dat de bodemeffecten bij de geluidbron en bij het ontvanger punt groter zijn dan de bodemeffecten in het middengebied. Een harde bodem bij de geluidbron of bij de ontvanger geef doorgaans een tot 3 dB hogere geluidemissie (bron) en geluidimmissie (ontvanger). In het onderhavige plan liggen er rondom het plangebied geen snelwegen, treinsporen of industrieterreinen. Hierdoor speelt de reflectie van geluid, en daarmee de impact van het zonnepark op de bodemfactor een zeer beperkte rol. VNG-publicatie “bedrijven en milieuzonering” Indien er sprake is van een wijziging van het bestemmingsplan, dient een beoordeling plaats te vinden op basis van een goede ruimtelijke ordening. In het onderzoek is hiervoor de systematiek van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” gehanteerd. Daarin wordt onderzocht of de geluiduitstraling door de komst van het zonnepanelenpark ter plaatse van de geluidgevoelige objecten op een aanvaardbaar niveau ligt. De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) geeft per bedrijfscategorie een “veilige” afstand voor het milieuaspect geluid, de zogenaamde richtafstand. Wanneer geluidgevoelige bestemmingen binnen deze richtafstand - gemeten vanaf de terreingrens van de inrichting - zijn gelegen, is de vestiging van de geprojecteerde inrichting alleen gemotiveerd mogelijk.
De VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ gaat uit van een tweetal omgevingstyperingen. Het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied en het omgevingstype gemengd gebied. Het omgevingstype rustige woonwijk dient aangemerkt te worden als een locatie waar uitsluitend sprake is van een woonfunctie met uitsluitend een wegenstructuur ten dienste van het plangebied en geen verstorende invloed heeft vanwege wegverkeer van nabijgelegen wegen. Bij een gemengd gebied is er sprake van een vermenging van de functie wonen en andere gebruiksfuncties zoals o.a. voorzieningen, winkels, horeca, kantoren en bedrijven. Daarnaast worden woongebieden direct gelegen langs hoofdontsluitingswegen aangemerkt als een gemengd gebied. In onderstaande tabel zijn de richtwaarden voor geluid voor beide omgevingstypen weergegeven. Deze richtwaarden zijn gebaseerd op het toetsingskader geluid zoals omschreven in voornoemde publicatie. Algemeen Rustige woonwijk Gemengd gebied
Richtwaarde in dB(A) (etmaal) Lar, LT LAmax 45 65 50 70
De activiteiten van een zonnepanelenpark vanaf 20 hectare is te vergelijken met elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA. Het park wordt dan ingedeeld in milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 m tot woningen van derden en geluidgevoelige bestemmingen in geval van omgevingstype “rustige woonwijk”. In geval van omgevingstype “gemengd gebied” kan de afstand van 50 meter met één afstandsstap worden verlaagd tot 30 meter. 33
KRONOS SOLAR
Het gebied wordt als rustige woonwijk gezien De woningen in de directe omgeving van het plangebied verder dan 30 meter van de mogelijke geluidsbronnen. De omliggende woningen in een straal van 500m van het park met hun afstanden tot de dichtstbijzijnde geluidsbron (transformator) zijn als volgt: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Ontginningsweg 19; 680 meter Ontginningsweg 21; 490 meter Ontginningsweg 40; 620 meter Oirschotsedijk 2; 250 meter Oirschotsedijk 4; 230 meter Oirschotsedijk 6; 320 meter Oirschotsedijk 6a; 350 meter Oirschotsedijk 8; 370 meter Oirschotsedijk 10; 500 meter Oirschotsedijk 7; 420 meter Oirschotsedijk 9; 450 meter Oirschotsedijk 11; 510 meter Zandstraat 6: 270 meter Heikant 3a; 490 meter Heikant 3b: 470 meter Heikant 5; 480 meter Heikant 7; 470 meter Heikant 9; 550 meter Heikant 9a; 550 meter Heikant 9b; 550 meter
Aangezien de geluidsbronnen vast staan binnen de inrichting en zich ook in de toekomst niet kunnen bewegen waardoor er een kortere afstand mogelijk zou zijn, is er gekozen om de afstand tussen bron en ontvangen aan te houden i.t.t. afstand gemeten vanaf de rand van de inrichting. Voor de onderzochte situatie geldt, zoals reeds gesteld, het omgevingstype “rustige woonwijk. Volledigheidshalve is de geluidbelasting in beeld gebracht en beoordeeld. De beoordeling van het geluidsaspect is terug te vinden in de bijlage. Hierbij is een model opgesteld in GeoMilieu. Uit dit model blijkt dat de voorgeschreven waarde niet worden overschreden.
34
KRONOS SOLAR
4.5.
Luchtkwaliteit
Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • Er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; • Een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • Een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; • Een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).30. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe uitstoot niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor de aanlegfase is er een beperkte toename in verkeersbewegingen en in de gebruiksfase zal er zeer incidenteel verkeer zijn in verband met beheer en onderhoud. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.6.
Geur
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen. Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark is geen geurgevoelig object. Daarmee kan verdere toetsing aan de Wet geurhinder en Veehouderij achterwege blijven en vormt het aspect geur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
4.7.
Bedrijven en milieuzoneringen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding verstaan, tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNGuitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.
35
KRONOS SOLAR Toetsing van de ontwikkeling De voorgenomen inrichting van de betrokken gronden als zonnepark levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. Wel worden transformators en omvormers geplaatst. Deze worden echter niet aan de randen van het plangebied gesitueerd. In de VNGuitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt dit onder de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tussen de 10 en 100 MVA’. De grootste richtafstand is die van geluid en bedraagt 50 meter. Voor de 6 omvormers is de vergelijking gemaakt met de activiteit ‘elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA’. Voor deze activiteit staat in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter. In het voorliggende plan liggen de dichtstbijzijnde woningen op een grotere afstand. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden.
4.8.
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen zijn onderverdeeld in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten), moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling omvat geen kwetsbare objecten en maakt ook geen nieuwe bronnen mogelijk met veiligheidscontouren. Om de veiligheid te waarborgen wordt rondom het zonnepark een hekwerk geplaatst, waardoor het niet openbaar toegankelijk is en enkel middels een afgesloten poort kan worden betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het park doelmatig geaard en worden elektriciteitskabels op voldoende ondergrondse diepte (bijv. 40 cm) aangelegd.
Uit de Risicokaart Nederland blijkt dat er zich in de directe omgeving van de projectlocatie een risicovol object bevindt. De contouren hiervan liggen niet over het plangebied. Het object betreft een bovengrondse propaangastank. Omdat een zonnepark een onbewoond bouwwerk is, vormt de aanwezigheid van deze zaken in de directe nabijheid geen risico. Externe veiligheid is dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
36
KRONOS SOLAR
Afbeelding 14: De planlocatie (in blauw) op de Risicokaart
4.9.
Waterparagraaf
Bij nieuwe projecten moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn: • Beleidsregels Waterschap • Omgevingsverordening Brabant • Hoogwaterbeschermingsprogramma Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang. Belangrijk uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten voor de waterhuishouding in en rond het plangebied, omdat de waterhuishoudkundige situatie nagenoeg ongewijzigd blijft. Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater binnen het plangebied zelf kan infiltreren. De panelen en de constructie worden uitgevoerd van nietuitloogbare materialen. Op basis hiervan is de conclusie dat er geen water(schaps)belangen in het geding zijn en dat de korte procedure vanuit de watertoets van toepassing is. Op onderstaande kaart zijn de beschermde gebieden volgens het Keur (2015) te zien. De planlocatie valt buiten het beschermde gebied, en tevens buiten het attentiegebied.
Qua grondwaterdeelgebied valt de onderhavige planlocatie in de Centrale slenk.
37
KRONOS SOLAR
Afbeelding 15: Kaart met beschermde gebieden volgens het Keur (planlocatie in roodl)
Langs de randen van het plangebied zijn B waterwegen terug te vinden. Voor de aanleg van het zonnepark wordt rekening gehouden met de minimale afstand tot dergelijke waterlopen. Voor het zonnepark wordt geen gesloten verharding aangelegd, afgezien van bouwwerken met technische installaties. Het regenwater stroomt van de panelen naar de grond, waar het onbelemmerd kan infiltreren. Voor de interne wegen wordt gebruik gemaakt van half verharding waardoor het water alsnog kan infiltreren. De beoogde ontwikkeling resulteert niet in afvalwater een scheiding van vuil water en (schoon) hemelwater is dan ook niet van toepassing. Voor hemelwater wordt uitgegaan van bergen en infiltreren. De reden dat er geen gebruik wordt gemaakt van bergen en hergebruik is omdat het zonnepark geen water in gebruik neemt.
4.10. Kabels en leidingen Middels een kadastrale KLIC melding zal gekeken moeten worden of er kabels en leidingen van derden in het plangebied aanwezig zijn om eventueel rekening mee te houden. Toetsing van de ontwikkeling In het plangebied zijn geen te beschermen kabels en leidingen aanwezig. De aan te leggen kabels ten behoeve van de netaansluiting zullen door de netbeheerder aangelegd worden. Het kabeltracé naar het onderstation ten behoeve van de aansluiting zal merendeels via de openbare weg plaatsvinden.
4.11. Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden met de provincie als bevoegd gezag. Deze wet omvat zowel de soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. Toetsing van de ontwikkeling Binnen het besluitgebied komen geen bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden voor. Al geruime tijd is het perceel als bouwland in gebruik (maïs en grasland). Daarnaast zijn er geen effecten vanuit het zonnepark op de omgeving waardoor eventuele bijzondere natuurlijke en/of landschappelijke waarden in de wijdere omgeving worden aangetast. Uitgangspunt is dat het terrein extensief gemaaid dan wel begraasd wordt door schapen. De randen van het zonnepark worden daarbij extra ingezaaid met een kruidenmengsel voor bijen en vlinders. 38
KRONOS SOLAR Gezocht wordt naar een imker om bijenkasten te plaatsen. Door dit extensief beheer ontstaat een gebied met kruidig grasland dat ruimte biedt voor meervoudig ruimtegebruik door toevoeging van natuurwaarden ten opzichte van het huidige agrarische gebruik. De projectlocatie is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura2000 gebied of dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Conclusie is dat zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. Voor de voorliggende planlocatie is tevens een ecologische quickscan uitgevoerd (EcoNatura, oktober 2019). Uit de quickscan zijn de volgende punten naar voren gekomen: De projectlocatie is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura2000 gebied of dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Conclusie is dat zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling. Rondom de planlocatie zijn mogelijke sporen van kleine marterachtigen aangetroffen.
Daar deze ruigtestroken rondom geen onderdeel van het plangebied vormen en in hun vorm behouden blijven zullen de eventueel aanwezige kleine marterachtigen geen negatieve effecten van voorliggend plan ondervinden. Daarnaast zal het veiligheidshek rondom integraal 10cm gelicht geplaatst worden en in het zonnepark zelf kruiden en vegetatiezones aangelegd worden. Daarmee wordt voldoende foerageergebied gerealiseerd. Doordat geen gebruik gemaakt wordt van kunstverlichting zullen vleermuizen eveneens geen negatieve effecten van de ingreep ondervinden. Bouw van het zonnepark zal buiten de broedperiode plaatsvinden (midden maart-juli). De landschappelijke inpassing als voorzien in het landschappelijk inpassingsplan (Cooperatie Landschapsplanning, oktober 2019) voorziet daarnaast in een gedegen afweging in enerzijds het behoud van bestaande natuurlijke elementen en anderzijds een verdere verbetering en versterking van de landschappelijk natuurlijke waarden. Hierop is reeds een toelichting gegeven in hoofdstuk 3.
4.12. Archeologie en cultuurhistorie Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. Toetsing van de ontwikkeling Voor de projectlocatie gelden twee archeologische verwachtingswaarden. Het gebied is deels aangemerkt als 'hoge archeologische verwachting voor uitsluitend vindplaatsen van jagerverzamelaars' en deels 'middelhoge/onbekende archeologische verwachting’. Bij de verwachting ‘middelhoge/onbekende verwachting' is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de ingrepen niet groter zijn dan 2.500m2 en niet dieper dan 50cm. Bij een 'hoge verwachting' ligt deze grens, buiten natuurgebied, hetzelfde.
39
KRONOS SOLAR
Afbeelding 16: Archeologische verwachtingskaart (planlocatie in rood)
Voor de bovenbeschreven waarden gelden de volgende onderzoek plichten: Aanduiding Hoge waarde uitsluitend vindplaatsen Jager-Verzamelaars Middelhoge/onbekende waarde
Vrijstelling in m² 2500
Vrijstelling diepte in cm 50
2500
50
Bij de bouw van het zonnepark blijft het totale oppervlakte aan bodemverstoring zeer gering. De grootste bodemverstoring wordt veroorzaakt door de kabelgeulen, deze zijn 0,6 meter breed en hebben een diepte van 1 meter. De overige bodemverstoring bestaat uit het plaatsen van de transformatorstations, het hekwerk en de onderconstructie die met palen in de grond staat. Voor de palen van de onderconstructie is gekozen voor een U-profiel waardoor het oppervlakte aan bodemverstoring zeer minimaal is (0,0007935m² per paal). Onderstaande tabel geeft de bodemverstoring per werkzaamheid aan met een diepte van meer dan 0,3m. Hierbij is voor zowel het aantal benodigde palen als het aantal meter kabels de hoeveelheid zeer ruim naar boven bijgesteld om er zeker van te zijn dat de voorgeschreven waardes niet worden overschreden. Werkzaamheid Onderconstructie (palen) Kabelgeulen CCTV Hekwerk (palen) Transformatorstations Inkoopstation Totaal
Aantal 17320
Bodemverstoring m2 0,0007935
Totaal m2 13,74
3476m 15 330 8 2
0,6 0,0625 0,01 50 18
2087 0,93 3,3 400 36 2540,97m2
40
KRONOS SOLAR
Afbeelding 17: Voorbeeld onderconstructie met betonvoeten
Voorts kan in het geval van een onverwachte, hogere archeologische waarde incidenteel gekozen worden voor een betonnen voetconstructie, zoals in bovenstaand afbeelding. Voor onderhavige planlocatie is tevens een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (Synthegra, oktober 2019). In het rapport wordt de aanbeveling gedaan, alvorens met de bouw van het zonnepark te beginnen een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit gezien de aard van de te verwachten archeologie, welke verspreid door het plangebied aangetroffen kan worden. Deze aanbeveling zal overgenomen/uitgevoerd worden. Cultuurhistorische status Binnen de projectlocatie ligt geen rijksmonument of gemeentelijk monument.
4.13. Verkeer en parkeren Na ingebruikname wordt het zonnepark incidenteel bezocht in het kader van beheer en onderhoud, dit is circa één keer per maand. Voor zover er al sprake is van een verkeer aantrekkende werking is deze zeer beperkt. Zowel de emissiewaarden als de geluidsoverlast kunnen gedurende de bouwperiode tijdelijk hoger uitvallen dan in de normale uitgangssituatie waarbij het akkerland regelmatig door tractoren bereden wordt. Deze zullen echter drastisch afnemen bij ingebruikname van het park, waarbij de incidentele onderhoudsbezoeken in sterk contrast staat tot het intensieve landbouwprogramma dat voorheen op de gronden werd uitgevoerd. Over de gehele projectduur genomen, zullen emissiewaarden en geluidsoverlast door het zonnepark afnemen t.o.v. de huidige situatie. Toetsing van de ontwikkeling Het zonnepark wordt ontsloten via de Zandstraat en Oirschotsedijk. Het betreft een verhard en deels onverhard stuk zandpad. Waar nodig zal dit onderhouden een half-verhard worden (gravel) om het gebied tijdens en ook na de bouw toegankelijk te maken voor bouw en calamiteitenverkeer. Tot het zonnepark zelf geschiedt met een interne onderhoudsweg welke uitkomt op de Oirschotsedijk. Het uitgangspunt is dat een ontwikkeling voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Op het park is voldoende parkeergelegenheid aanwezig voor het eerdergenoemde incidentele bezoek.
41
KRONOS SOLAR
4.14. Duurzaamheid Met de aanleg van het zonnepark wordt bijgedragen aan de ambitie van de gemeente Someren om te komen tot 100% duurzaam opgewekte energie in 2040. Daarnaast wordt meervoudig ruimtegebruik gestimuleerd door het versterken van de ecologische waarde (extensieve begrazing e.d.). Bij de aanleg van het zonnepark worden geen uitlogende materialen gebruikt.
4.15. Lichtreflectie Niet-technische samenvatting De schittering en reflectie die door een PV systeem wordt gegenereerd is aanzienlijk lager dan de schittering die afkomstig is van standaard glas, staal of andere veelvoorkomende reflecterende oppervlakken. De efficiënte productie van zonne-energie hangt samen met het absorberen van zoveel mogelijk licht. Doordat de reflectie minimaal is zijn PV modules ook zeer geschikt om op vliegvelden of langs snelwegen in te zetten (afbeelding 18, 19, 20).
Bij de plaatsing van een zonnepark is de lichtreflectie richting de omgeving vaak een punt van aandacht dat door omwonenden wordt genoemd. Lichtreflectie richting de omgeving is zeer beperkt en enkel onder een combinatie van meerdere factoren waarneembaar. De schittering en reflectie van een PV systeem zijn aanzienlijk lager dan de schittering en reflectie die wordt gegenereerd door standaard glas en andere veelvoorkomende reflecterende oppervlakken in de directe omgeving van een PV systeem. Het doel van efficiënte zonne-energie is het absorberen van zoveel mogelijk licht en tegelijkertijd het minimaliseren van reflectie. Daardoor produceren standaard zonnepanelen veel minder schittering en reflectie dan het glas van een standaard raam. De schittering en reflectie is eerder te vergelijken met dat van vlak water. In de onderstaande grafiek zijn de percentages aan gereflecteerde energie van de zon te zien ten opzichte van oppervlakken die veel voorkomen in woon/werkgebieden. De legenda aan de rechterkant laat de diverse oppervlakken zien, waarbij de bovenste het meest reflecteert.
Figuur 1: Vergelijking in reflectie voor veel voorkomende oppervlakken. Source: SunPower Corporation: “PV Systems: Low Levels of Glare and Reflectance vs. Surrounding Environment” provided with information e.g.by the University of Minnesota
42
KRONOS SOLAR Door de beperkte schittering en reflectie zijn zonneparken vaak terug te vinden in de directe omgeving van vliegvelden en snelwegen, zoals zichtbaar is in de onderstaande voorbeelden.
Afbeelding 18: Zonnepark op Airport Weeze, Duitsland
Afbeelding 19: Zonne installatie langs de “Brennerautobahn” in Italië
Afbeelding 20: Zonne installatie langs de A94 dicht bij Toging
Toetsing van de ontwikkeling Het valt niet te verwachten dat er sprake is van overlast door schittering dan wel reflectie.
43
KRONOS SOLAR
4.16. Elektromagnetische straling De uitzending van elektromagnetische velden door technische apparatuur kan effect hebben op mens en omgeving. Elektromagnetische velden worden door alle elektrische apparaten geproduceerd en zijn in elk huishouden aanwezig. Om de emissie hiervan zoveel mogelijk te beperken zijn tal van studies uitgevoerd en internationale en Europese richtlijnen opgelegd voor de productie van technische apparatuur. Binnen de context van elektromagnetische emissie is vooral de volgende richtlijn van belang: “EN61000-6-4:2007 Electromagnetic compatibility (EMC) - Part 6-4: Generic standards Emission standard for industrial environments (IEC 61000-6-4:2006 + A1:2010)” Kronos Solar maakt bij de bouw van zonneparken enkel gebruik van zogenoemde ‘Industrial grade’ componenten en elektronische apparaten die voldoen aan de Europese en internationale normen en richtlijnen en zijn daardoor als veilig voor gebruik aangemerkt. Het Fraunhofer Instituut (Europa’s grootste organisatie voor toegepast wetenschappelijk onderzoek) heeft de volgende tabellen gepubliceerd waarin de elektromagnetische emissie van PV-Systemen wordt geïllustreerd.
Fluxdichtheid van een fotovoltaïsch systeem Bron van emissie
Afstand
Fluxdichtheid (µT)
Type
Enkel aderige kabel, gelijkstroom, 3 Ampère Enkel aderige kabel, wisselstroom 0,3A/0,03A
10 cm 1m 10 cm 1m
6 0,6 06,/0,06 0,06/0,006
Gelijkstroom magnetisch veld Wisselstroom magnetisch veld
Tabel 1: Fluxdichtheid van een PV systeem Source: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, www.Photovoltaik-Web.de
In Nederland is het advies dat de fluxdichtheid niet hoger dan 0.4 μT mag liggen in gevoelige gebieden. Tabel 1 laat zien dat zodra de afstand groter wordt, de emissie zeer snel afneemt. Op één meter afstand zijn de waardes reeds zo laag dat ervan uit kan worden gegaan dat de emissie buiten het park nihil is. Het dichtstbijzijnde emissiepunt ligt vijf meter binnen het hekwerk van het park.
Veldsterkte van een fotovoltaïsch systeem Bron van emissie
Afstand
Veldsterkte (V/m)
Type
Zonnepaneel oppervlak, Transformator loze omvormer Zonnemodule gebied, omvormer met transformator
10 cm 1m 10 cm 1m
350 17 18 0,8
Wisselstroom elektrisch veld Wisselstroom elektrisch veld
Tabel 2: elektrische velden van een PV-Systeem Source: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, www.Photovoltaik-Web.de
Voor elektrische velden bij wisselspanning is de toegestane kracht maximaal 10V/m gedurende de nacht in een slaapomgeving en 20V/m gedurende de dag. 44
KRONOS SOLAR Tabel 2 laat zien dat zelfs in de directe omgeving van de elektrische componenten deze waarden reeds zeer laag zijn (1 meter – 17V/m) en bevindt zich tussen de toegestane waardes van 10V/m en 20V/m. Buiten het park zijn deze waardes nihil, doordat de afstand vanaf het dichtstbijzijnde elektronische component tot aan de omheining minimaal 150 meter is. De elektromagnetische straling van een zonnepark is enkel afkomstig van de inverters. De overige componenten in het park hebben geen significante straling. Marktleider SMA Solar Technology heeft een onderzoek laten uitvoeren om inzicht in het stralingsniveau van omvormers (de transformatorhuisjes die in een zonnepark worden geplaatst) te krijgen. De omvormers in een zonnepark zijn enkel gedurende de dag in gebruik en worden niet in de nabijheid van mensen ‘gebruikt’. Over het algemeen gedragen PV-omvormers zich niet anders dan typische elektronische huishoudelijke apparaten (zie hiervoor ook onderstaande grafiek). De PV-omvormers die Kronos gebruikt voldoen daarnaast altijd aan de strengste eisen (EG richtlijn van 12 Juli, 1999 - betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz — 300 GHz4 ).
In de bovenstaande grafiek zijn enkele elektrische apparaten met elkaar vergeleken op basis van de procentuele straling. De twee geteste inverters zijn aangegeven als Sunny Boy en Sunny Beam, twee omvormers die door marktleider SMA Solar Technology veelvuldig worden gebruikt voor zonneparken. Ook andere studies hebben deze uitkomsten bevestigd. Toetsing van de ontwikkeling Alle componenten en onderdelen die gebruikt worden voldoen aan de Europese en internationale richtlijnen. Het is niet te verwachten dat er sprake is van elektromagnetische emissie buiten het zonnepark.
4 http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:31999H0519&from=EN
45
KRONOS SOLAR
4.17. Warmteontwikkeling Niet-technische samenvatting Recente studies hebben onderzocht of er bij zonneparken sprake is van zogenoemde ‘hitte eiland effecten’. Er is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving omtrent hitte eiland effecten in Nederland. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven het zonnepark (1.9°C op 5-18 meter). Rondom het zonnepark zijn eventuele temperatuurverschillen te verwaarlozen.
Voor het onderwerp warmteontwikkeling is op dit moment nog geen wet- en/of regelgeving opgesteld. In verband met de zorgvuldige afweging is gekeken naar enkele studies die de mogelijke effecten in kaart brengen. Recente studies hebben onderzocht of grootschalige zonneparken kunnen leiden tot de ontwikkeling van een zogenaamd ‘heat island effect’. Uit een studie van de Columbia University5, New York, blijkt dat de luchttemperatuur door een zonnepark wordt beïnvloed. Uit de studie blijkt dat de lucht temperatuur direct boven de panelen gemiddeld met 1.9°C hoger uitvalt. Het temperatuurverschil vervalt bij een hoogte van 5 – 18 meter boven de panelen. Gelet op de directe omgeving van een zonnepark is uit de studie gebleken dat het temperatuur verschil in de eerste 100 meter zeer sterk daalt tot waardes tussen de 0,3°C – 0,5°C. De temperatuur verschillen rondom het park zijn deels, dan wel geheel te verwaarlozen afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. De enige significante warmteontwikkeling die plaatsvindt is te meten op de panelen waar het temperatuurverschil kan oplopen tot circa 30°C hoger dan de gemeten omgevingstemperatuur. Deze warmte ontwikkeling is te verwachten, alle oppervlakte die zon opvangen worden uiteindelijk warmer (bijv. auto, dak of zand). De uiteindelijk weerslag op de luchttemperatuur beperkt zich tot onderstaande waardes.
Bij de studie uitgevoerd door Columbia University dienen de volgende kanttekeningen gezet te worden. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van simulaties die geen rekening houden met omgevingsfactoren die bepalend zijn voor de locatie waarin het zonnepark geplaatst wordt. Daarnaast is bij de simulatie gekozen voor een opstelling die lager bij de grond staat dan de opstelling die in dit principeverzoek wordt voorgesteld. 5 Analysis of the potential for a Heat Island Effect in Large Solar Farms:
http://www.clca.columbia.edu/13_39th%20IEEE%20PVSC_%20VMF_YY_Heat%20Island%20Effect.pdf
46
KRONOS SOLAR Dit is een belangrijke kanttekening omdat een andere studie uitgevoerd door het National Center for Atmospheric Research6, heeft uitgewezen dat een zonnepark een verkoelend effect (0,26°C in bewoonde gebieden) kan hebben op de directe omgeving. De studie concludeert dat door de daling in luchttemperatuur veroorzaakt door een zonnepark, af te zetten tegen de hogere lucht temperaturen die veroorzaakt worden door ‘stedelijke ontwikkelingen’ het verschil nihil is. Op afbeelding 21 is het UHI (Urban Heat Island) effect van Someren te zien. In de kern van Someren zijn waardes tussen 1.2°C – 1.4°C terug te vinden. Verder richting het buitengebied nemen deze waardes af en komen ze rond de <0.2°C uit. Het Nationaal Georegister merkt bij het UHI effect op dat deze ’s nachts het sterkst is. Uit de onderzoeken naar mogelijke Heat Island effecten bij zonneparken is naar voren gekomen dat deze in tegenstelling tot Urban Heat Islands wel geheel afkoelen gedurende de nacht.
Afbeelding 21: Warmte-eiland effect rondom het zonnepark
Een verdere studie van het Frauenhofer Instituut7 geeft ook weer dat de donkere oppervlakte die terug te vinden zijn in een zonnepark een hogere absorptie graad hebben. Het Frauenhofer instituut heeft berekend dat de reflectiegraad (Albedo) van PV-module met een rendement van 17% vergelijkbaar zijn met een oppervlakte waarvan het Albedo 20% is. Ter vergelijking: asfalt heeft een Albedo van 15%, gazon van 20% en een woestijn heeft een reflectiegraad van 30%. Gelet op het huidige gebruik van de percelen waarbij grasland werd ingezet blijft het Albedo vergelijkbaar met de huidige situatie. Toetsing van de ontwikkeling Het is niet te verwachten dat er een zogenaamd ‘Heat Island’ effect zal optreden door de komst van een zonnepark.
6 Impact of solar panels on global climate: https://www.nature.com/articles/nclimate2843 7 Aktuelle fakten zur photovoltaik in Deutschland:
https://www.ise.fraunhofer.de/content/dam/ise/de/documents/publications/studies/aktuelle-fakten-zur-photovoltaik-indeutschland.pdf
47
KRONOS SOLAR
4.18. Mestbalans De gemeenten Hilvarenbeek stelt de volgende vraag aan Kronos Solar: Als de gronden waarop de ontwikkeling is voorzien, in de huidige situatie onderdeel zijn van grondgebonden veehouderij, moet u aantonen dat de ontwikkeling geen intensivering van de mestbalans (i.v.m. fosfaatoverschot) tot gevolg heeft. We missen een nadere onderbouwing dat het grondgebruik voor het zonnepark geen nadelige gevolgen heeft voor eigen gronden en gronden van derden zowel qua ruwvoer als mestverwerking. Naderhand heeft de gemeente desgevraagd nog de volgende aanwijzing toegevoegd: Geef aan waar de mest, die nu op betreffende gronden wordt verwerkt, straks naar toe gaat als er zonnepanelen staan. Anderzijds is ook mogelijk dat minder grond nodig is door vermindering van mestproductie (minder stuks vee). Beschrijf dat in uw onderbouwing. Toetsing van de ontwikkeling Kronos Solar huurt grond van grondeigenaren. De grond waarop het zonnepark zal worden gerealiseerd zal niet meer worden bemest. Daardoor wordt ecologische winst behaald. Van de beide grondeigenaren heeft een uitsluitend een akkerbouwbedrijf. De vraag van de gemeente is slechts relevant voor de andere grondeigenaar die een grondgebonden veehouderij heeft.
Deze grondeigenaar is zich er van bewust dat de mest die tot nu toe op de betreffende gronden werd uitgereden niet op andere gronden in hun eigendom kan en mag worden uitgereden, omdat dat niet past binnen de huidige wet- en regelgeving die de totale hoeveelheid uit te rijden mineralen reguleert. De grondeigenaar is er zich er van bewust dat hij voor de vrijgekomen mest andere bestemmingen zal moeten zoeken. Dat betekent dat hij ofwel mest naar andere gronden zal overbrengen binnen en buiten de regio, waar nog vraag naar mest bestaat, dan wel dat hij een groter beroep zal doen op fabrieksmatige verwerking van mest. De door u geschetste situatie dat extra mest op andere landerijen in eigendom van onze contractpartners wordt uitgereden zal zich in de praktijk niet voordoen.
4.19. Brandveiligheid In het uiterst zeldzame geval van de uitbraak van een brand in het zonnepark, zal de brandhaard hoogstwaarschijnlijk in de transformatorstations gelegen zijn. Deze stations worden altijd individueel voorzien van een noodschakelaar om de stroomtoevoer te kunnen stoppen. Ook wordt het station geïsoleerd van de panelenconstructie geplaatst en staan tevens op een betonnen of gravel ondergrond voorzien van een begroeiingsvrije strook van 1,5 meter. Daarom is het brandgevaar binnen een zonnepark veelal terug te dringen tot een individueel transformatorstation. De brandweer kan deze brandhaard blussen of alternatief de transformator gecontroleerd laten uitbranden. Het risico op brandgevaar is daarmee verhoudingsgewijs klein te houden, er bestaat een zeer kleine kans op verspreiding van de brand naar andere delen van het zonnepark of buiten de grenzen van het zonnepark. Aangezien het park 24 uur per dag 7 dagen per week wordt bewaakt (o.a. met camerabewaking) gaat in het onwaarschijnlijke geval van een brand direct een alarmmelding af. Daarmee kan vervolgens de lokale brandweer gealarmeerd worden. 48
KRONOS SOLAR De brandweer kan het terrein bereiken via de toegangsweg tot het park. Het park is via de normale onderhoudswegen toegankelijk voor de brandweer, de nieuwe aangelegde wegen zijn geschikt voor voertuigen met een massa van ten minste 14.600kg en 4,5m breed zijn. De wegen worden ook gebruikt voor de aflevering van bouwmaterialen in de bouwfase, waarbij is uitgegaan van vrachtverkeer met een gewicht van 40.000kg. Daarmee kunnen de transformatoren in geval van brand direct bereikt worden. Toetsing van de ontwikkeling Het valt niet te verwachten dat brand een risicofactor is voor het zonnepark. Voor het uiterst zeldzame geval zijn bovenstaande en de volgende maatregelen getroffen: • •
•
Het zonnepark is toegankelijk voor de brandweer middels een toegangscode of sleutelkastje. Er zullen in het park blusvoorzieningen aangebracht worden. Dit betreffen voorzieningen van 30 m3/hr, zodat de brandweer in geval van nood toegang tot water heeft in het zonnepark buiten de gangbare opstelplaatsen. De transformatoren kunnen onafhankelijk van elkaar uitgeschakeld worden. Daarmee kunnen compartimenten van het zonnepark afzonderlijk uitgeschakeld worden. Hiermee kan de brandhaard gecontroleerd worden.
Op de transformatoren en bij de ingang van het zonnepark kan een plattegrond gehangen worden, waarop aangegeven staat welke transformator voor welk compartiment van het zonnepark verantwoordelijk is.
49
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 5 - UITVOERBAARHEID 5.1.
Economische en financiële haalbaarheid
Wanneer er sprake is van een bouwplan als bepaald in de ruimtelijke wetgeving dan moet hiervoor in beginsel een exploitatieplan worden vastgesteld. Hiermee worden de gemeentelijke kosten geborgd. Hiervan kan worden afgezien als het kostenverhaal op een andere manier verzekerd is. De realisatie van een zonnepark is geen bouwplan als bepaald in de wet (het gaat om een bouwwerk, geen gebouw). De vaststelling van een exploitatieplan is bij de omgevingsvergunning dus niet vereist. Daarnaast wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente en ontwikkelende partij waarin het kostenverhaal (waaronder planschade) is geregeld. De financiële haalbaarheid van het plan wordt daarmee gewaarborgd. Kronos Solar werkt samen met gerenommeerde financiers. De middelen worden beschikbaar wanneer duidelijk is dat de benodigde vergunningen afgegeven zijn en de SDE++ subsidie verkregen is. Voor dat laatste is het eveneens noodzakelijk dat de gemeentelijke vergunningen zijn afgegeven. Om die reden wordt de gemeente verzocht de betaling van de bouwleges te verplaatsen naar het moment dat daadwerkelijk met de bouw van het project gestart wordt.
5.2.
Participatie
Een wezenlijk onderdeel van het draagvlak voor de opwek van duurzame energie wordt gevormd door de mogelijkheid voor burgers om in projecten te participeren. Dit is al vastgelegd in het Klimaatakkoord, en behoort inmiddels ook tot de standaard formuleringen in de verschillende RESsen. Uitgangspunt in het Klimaatakkoord is de mogelijkheid om 50% in medeeigendom te verwerven. Kronos wil meer bieden dan alleen participatie in de vorm van medeeigendom of in de vorm van profijt voor wie mee inlegt. Kronos is bereid om met de gemeente Hilvarenbeek heldere en afdwingbare afspraken te maken over participatie. Dat zal gebeuren in een overeenkomst die gesloten wordt voordat de bouw kan beginnen. Zo zal dat worden afgesproken in de Anterieure Overeenkomst die binnenkort zal worden gesloten/onlangs is gesloten8. Het aanbod van Kronos was al verwoord in de Ruimtelijke Onderbouwing die in juni/juli 2019 bij de gemeente is ingediend. Kronos werkt op veel plekken op dezelfde wijze. In veel gemeenschappen in Nederland bestaan al lokale energie coöperaties, waarin bewoners zich hebben verenigd. Kronos zoekt voor de participatie altijd bij voorrang samenwerking met lokale energie-coöperaties. Als er geen energie-coöperatie is bevorderen we de oprichting daarvan.
8 Deze tekst zal gebruikt worden voor de raadscommissie en voor de gemeenteraad. Bij de behandeling in
de gemeenteraad op 12 november moet sprake zijn van een gesloten Anterieure Overeenkomst. Bij de behandeling in de raadscommissie op 29 oktober kan sprake zijn van een nog niet-ondertekende ontwerp Anterieure Overeenkomst.
50
KRONOS SOLAR In Hilvarenbeek is sinds 2012 de energie coöperatie Hilverstroom actief. Bij het eerste planinitiatief in mei 2019 heeft Kronos reeds contact gezocht met Hilverstroom, en heeft samenwerking aangeboden. Inmiddels is een intentieovereenkomst gesloten, en wordt gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst. Kronos biedt aan dat, zodra de financiële kaders bij financial close (meestal enkele maanden voor start bouw) definitief zijn, door Hilverstroom als mede-eigenaar geparticipeerd kan worden. Inwoners van Hilvarenbeek kunnen dan participaties van aandelen kopen bij Hilverstroom. Hilverstroom vertegenwoordigt de participanten in de vergadering van aandeelhouders. Alle eigenaren, dus ook Kronos zelf, ontvangen een gelijk rendement. Dat rendement is afhankelijk van de markt. De verwachting is uiteraard dat een positief rendement over de looptijd van het park gerealiseerd kan worden. Maar het rendement zal jaarlijks fluctueren, zoals bij elke onderneming. Kronos realiseert zich dat niet elke burger vertrouwd is met een risicodragende participatie in een zonnepark. Dat mag geen absolute barrière zijn om te investeren in een zonnepark. Daarom biedt Kronos de mogelijkheid, als alternatief, om een deel van de inleg door burgers in te vullen in de vorm van obligatieleningen.
De inlegger krijgt dan over een afgesproken aantal jaren een vaste rente, en na afloop van de termijn wordt de gehele ingelegde som terugbetaald. De keuze tussen participaties of obligaties, of een mengvorm daarvan, wordt bepaald in overleg met de lokale partners. Hilverstroom heeft aangegeven geen voorstander te zijn van obligatieleningen, en in te zetten op participaties. Als Hilverstroom ook definitief onze samenwerkingspartner wordt zal de mogelijkheid voor obligaties in Hilvarenbeek niet aangeboden worden. Kronos wil meer dan alleen mede-eigendom. Daarom bieden we een breder scala aan. De precieze invulling, samenstelling en uitwerking van deze mogelijkheden wordt in samenspraak met de gemeente en waar mogelijk een lokale energie coöperatie Hilverstroom nader uitgewerkt: •
•
Mede-eigendom in het zonnepark: een lokale energie-coöperatie wordt voor 50% medeeigenaar van het park, den deelt ook voor 50% in de opbrengsten. Burgers kunnen participaties kopen via de lokale energie coöperatie. Er moet uiteraard wel voldoende animo zijn in de lokale gemeenschap om te participeren. Een energie-coöperatie kan bestaan uit een vereniging van burgers, maar ook uit een vereniging van agrariërs die samen investeren, of uit een vereniging van bedrijven. Mengvormen zijn uiteraard ook mogelijk. Er zijn ook situatie waarin het mede-eigenaarschap tijdelijk of definitief door een overheid wordt ingevuld, bijvoorbeeld als er (nog) geen coöperatie actief is die in het park wil deelnemen. Participaties kunnen binnen de coöperatie verhandeld worden. Een overheid die deelneemt kan haar eigendom op een later datum ook weer doorsluizen naar een coöperatie of naar participanten. Mede-investeren in de vorm van obligaties. Dit zijn leningen met een vaste looptijd en een vast rentepercentage. Het rentepercentage wordt uiterlijk vastgesteld bij financial close. Obligaties kunnen in principe verkocht worden aan derden.
Naast deze twee varianten op mede-investeren biedt Kronos nog een aantal mogelijkheden aan. •
Een gezamenlijke inkoopactie voor goedkope zonnepanelen. We doen dit bij voorkeur samen met de lokale energie-coöperatie. Kronos Solar geeft de inwoners van Hilvarenbeek de mogelijkheid om mee te doen in een collectieve bulk-inkoop. Kronos zorgt dat inwoners goedkope zonepanelen kunnen kopen, de lokale partner zorgt dat panelen worden geïnstalleerd en aangesloten. 51
KRONOS SOLAR •
•
•
5.3.
Kronos Solar zal tot 50 zonnepanelen per park doneren aan enkele maatschappelijke functies in de kern waar het park is gelegen. Bijvoorbeeld een verenigingsgebouw kan dan over gratis elektrische energie beschikken. De gebiedscoöperatie Haghorst heeft zich al gemeld met interesse om een aantal zonnepanelen te plaatsen op het nieuw te bouwen project in Haghorst. Kronos Solar biedt de scholen in Hilvarenbeek educatieve faciliteiten aan over duurzame energie. Gedurende de eerste tien jaar kan één dag per jaar worden besteed aan educatieve doeleinden zoals lessen op school, of voor het rondleiden van schoolklassen bij het zonnepark. Daarbij zal dan ook aandacht worden geschonken aan onderwerpen als de ecologische waarde en biodiversiteit van het zonnepark. Tijdens de aanleg van het park en tijdens het daarna volgende beheer zal de mogelijkheid geboden worden om lokale bedrijven, en waar mogelijk ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, via SROI (Social Return on Investment) te betrekken. Dat zou kunnen via de lokale sociale werkvoorziening. Te denken valt aan uitvoerende werkzaamheden (opbouwen van het park, omheinen, eventuele grondwerkzaamheden, beveiliging, huisvesting en catering voor de medewerkers tijdens de realisatiefase, onderhoud en beheer van het terrein daarna, of educatieve werkzaamheden).
Er hebben zich al bedrijven gemeld uit de directe omgeving die materialen wil leveren voor de bouw. Er heeft zich een lokale schaapsherder gemeld die graag op contract de schapen op het park wil houden. Het onderhoud van het park en de begroeiing zal bij voorkeur ook bij een lokale of regionale partner worden ondergebracht.
Juridische procedure
Bij de verlening van een omgevingsvergunning die strijdig is met het geldende bestemmingsplan is wettelijk vastgelegd welke stappen doorlopen moeten worden. Een permanente vergunning is eerst als ontwerp ter inzage gelegd. Tijdens die termijn heeft iedereen schriftelijke zienswijzen kunnen indienen tegen het voornemen tot het verlenen van de omgevingsvergunning. De zienswijzen en de gemeentelijke reactie daarop zijn bij de definitieve besluitvorming betrokken. Na het verlenen van de vergunning kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank tegen de verleende vergunning. Tot slot kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
52
KRONOS SOLAR
HOOFDSTUK 6 – AFWEGING EN EINDCONCLUSIE De aanleg van een zonnepark aan de Oirschotsedijk is strijdig met het geldende bestemmingsplan omdat het niet past binnen de agrarische bestemming. In deze ruimtelijke onderbouwing is onderzocht of de gewenste ontwikkeling past binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders. Met het initiatief wordt bijgedragen aan de doelstelling om in Hilvarenbeek in 2050 energieneutraal te zijn en tot 2020 50 hectare toe te staan. Daarnaast past het binnen de aangegeven ruimtelijke kaders en sluit de inrichting van het terrein aan op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Tegen de aanleg van het zonnepark zijn vanuit andere ruimtelijke en/of milieutechnische aspecten ook geen bezwaren. De locatie is geschikt omdat de ontwikkeling niet wordt belemmerd door reeds aanwezige, beperkende milieuaspecten en het geen hinder veroorzaakt op de omgeving. Het plan is economisch uitvoerbaar omdat er een overeenkomst met de ontwikkelende partij wordt gesloten over de kosten. Er zijn concrete voorstellen om het maatschappelijk draagvlak te vergroten en de wettelijke procedures worden doorlopen waardoor zienswijzen, bezwaar en beroep ingesteld kunnen worden. Op basis van bovenstaande is de conclusie dat met de aanleg van het zonnepark wordt voldaan aan de criteria voor een goede ruimtelijke ordening.
53
KRONOS SOLAR
BIJLAGEN
54
KRONOS SOLAR
BIJLAGE 1 – INRICHTINGSTEKENING
55