19 bestemmingsplan Esbeeksedijk 2A Diessen (4 toelichting)
Tekst van het document
Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht Elke ruimtelijke ontwikkeling kan negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Er zijn namelijk verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen hierbij een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen. Daar het hier niet gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en alle bouwwerkzaamheden die bij een ruimtelijke ontwikkeling komen kijken, kan er vanuit gegaan worden dat er geen toename zal zijn van de verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er met het initiatief geen sprake is van een negatief effect voor Natura 2000-gebieden. Er is derhalve op grond van de Wet natuurbescherming geen omgevingsvergunning in het kader van gebiedsbescherming noodzakelijk.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
21
Bescherming van soorten De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.
In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: • Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); • Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); • Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Op locatie zal geen nieuwe bebouwing wordt toegevoegd. Er zullen verbouwactiviteiten plaatsvinden bij het bijbehorend bouwwerk (voormalige stal). Deze zullen zodanig klein van aard zijn dat de verwachting is dat de natuurwaarden niet worden verstoord. Verboden handelingen dienen te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten is zonder ontheffing niet toegestaan.
Gezien het huidige gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten. Het perceel is reeds in gebruik als woning en bijbehorend bouwwerk. Tevens worden er geen extra bijbehorende bouwwerken gerealiseerd. Er zal wel verbouwd worden, maar de verwachte aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten is nihil. Gelet op de aard van het initiatief aan de Esbeeksedijk 2a te Diessen, een herbestemming, worden beschermde natuurwaarden niet verstoord. In de tuin is beplanting aanwezig, voor de woning is de tuin veelal ingericht als gazon. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Diessen/Baarschot. Het plangebied en de omgeving kenmerkt zich als het buitengebied waar landbouwgronden intensief zijn/worden gebruikt. De tuin van het plangebied is sterk gecultiveerd waardoor waterbiotopen of kruidenrijke vegetaties voor beschermde soorten niet te verwachten zijn. Gezien het huidige gebruik van het perceel voor bewoning/tuin, de omgeving en activiteiten daar, is de aanwezigheid en verstoring van beschermde of bijzondere soorten niet te verwachten. Gezien het voorstaande kan geconcludeerd natuurwaarden niet aan de orde is.
worden dat
het
aantreffen van beschermde
4.3 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet moet onderzocht worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
22
4.3.1
Cultuurhistorie en aardkunde
Uit de cultuurhistoriekaart van de Iov Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied ligt (zie Afbeelding 11). Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.
Afbeelding 11: Uitsnede themakaart ‘cultuurhistorie’ Vr Noord-Brabant 4.3.2
Archeologie
De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d.. In het bestemmingsplan “Buitengebied” is het plangebied grotendeels aangeduid als “WaardeArcheologie 3” (zie Afbeelding 12). Ontwikkelingen of uitbreidingen binnen deze aanduiding, waarbij gebouwen en bouwwerken groter dan 100m² zijn voorgesteld, dienen een archeologisch rapport te overleggen. Voor Archeologie 1 (klein gedeelte ten noordoosten van het bouwvlak) geldt dat de aangewezen gronden bestemd zijn voor de bescherming van de hoge verwachtingswaarde. Aangezien het plan geen extra bebouwing voorziet, is dit niet van toepassing.
Afbeelding 12: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied: Waarde Archeologie 3 aangegeven 4.4 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
23
-
Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.
De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten (geur, stof, geluid en veiligheid) en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Hier zijn dan ook kleinere richtafstanden te rechtvaardigen (behalve voor het aspect veiligheid). Het plangebied is conform de definitie in de VNG-publicatie gelegen in het omgevingstype ‘rustig buitengebied’. In de directe omgeving vindt geringe functiemenging plaats.
Tevens is er weinig verstoring door verkeer. Qua aanvaardbare milieubelasting is dit omgevingstype dus vergelijkbaar met een rustige woonwijk. OVERZICHT BEDRIJVEN: Adres Bedrijf Gijselsestraat 5 VAB Esbeeksedijk 2b VAB Brakenweg 4 Melkveehouderij Tongerloseweg 16 Varkenshouderij Baarschotenseweg Horecabedrijf 10 Esbeeksedijk 4 Varkenshouderij groepsaccommodatie
/
Afstand (m) 120 145 250 290 360
Mileucategorie Max. 2 Max. 2 3.2 4.1 2
Richtafstand 30 30 100 200 30
400
4.1
200
Wat betreft veehouderijen word in de volgende paragraaf getoetst aan de wetgeving die specifiek van toepassing is voor veehouderijen met betrekking tot het aspect geur. Er is niet veel bedrijvigheid in de omgeving. Ook voormalige agrarische bedrijven (VAB) zijn meegenomen in de tabel omdat deze in theorie omgevormd kunnen worden tot een bedrijfsbestemming. De dichtstbijzijnde VAB is aan de Gijzelsestraat 5 gelegen op 120 meter afstand. Dit valt buiten de richtafstand van 30 meter dat gegeven wordt voor milieucategorie 2 (maximaal mogelijk bij een bedrijfsbestemming). De dichtstbijzijnde bedrijvigheid is de veehouderij aan de Brakenweg 4 wat behoort tot milieucategorie 3.2. Conform de handreiking geldt voor een bedrijf in deze milieucategorie, liggend in een rustig buitengebied, een richtafstand van 100 meter. Het bedrijf ligt op circa 250 meter van het plangebied. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstanden voor een verantwoorde afstand. 4.5 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven.
Indirect heeft de Wgv ook consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen:
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
24
a. Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabij gelegen veehouderijen? b. Is ter plaatse van het plangebied een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd?
4.5.1 Omgekeerde werking
De beoogde burgerwoning heeft na 19 maart 2000 opgehouden onderdeel uit te maken van een veehouderij. Hierdoor is de woning niet te beschouwen als een geurgevoelig object maar kan de vaste afstand uit de wet geurhinder en veehouderij worden aangehouden. Ten opzichte van dit geurgevoelige object moeten alle veehouderijen derhalve een vaste afstand van tenminste 50 meter in acht nemen. Binnen een afstand van 50 meter van het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen. De afstand tot de dichtstbijzijnde (melk)veehouderij betreft circa 250 meter (Brakenweg 4). Daarom zal de gebruikswijziging met zekerheid geen onevenredige belemmering vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen veehouderijen. De toetsingsafstand voor die veehouderijen verandert immers niet. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij zijn er geen belemmeringen ten aanzien van het initiatief aan de Esbeeksedijk 2a te Diessen.
4.5.2 Woon- en leefklimaat
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur. Om dit te kunnen beoordelen is in eerste instantie aangesloten bij de richtafstanden die zijn gesteld in de VNGhandreiking. De dichtstbijzijnde veehouderij ten opzichte van het plangebied is gelegen aan de Brakenweg 4. Dit betreft een rundveehouderij. Hiervoor geldt op grond van de VNG-handreiking een richtafstand van 100 meter. De rundveehouderij is gelegen op een afstand van circa 250 meter ten opzichte van het plangebied. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij is gelegen aan de Tongerloseweg 16 op een afstand van 290 meter. Dit betreft een varkenshouderij. Voor dit bedrijfstype geldt een richtafstand van 200 meter. Er kan dus ruimschoots worden voldaan aan de richtafstanden ten opzichte van (intensieve) veehouderijen in de omgeving. Om het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur ter plaatse van het plangebied nader te beschouwen wordt ook gebruik gemaakt van de achtergrondbelastingkaart de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (01-01-2021) (zie Afbeelding 13). Deze kaart kan derhalve als recentelijk en accuraat worden beschouwd. Hieruit blijkt dat de achtergrondbelasting geur ter plaatse 3-7 OUE/m3 is. Dit is aan te merken als een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur.
Afbeelding 13: Uitsnede contourkaart geurgebiedsvisie
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
25
4.6 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) vormt sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zonering en geluidsnormen. In de Wgh is bepaald dat voor locaties in een plan waar woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen kunnen worden gerealiseerd, de geluidbelasting dient te worden onderzocht binnen de zones behorende bij verkeersbewegingen, spoorwegen en industrieterreinen. Met de beoogde ontwikkeling wordt echter geen nieuw geluidsgevoelig object opgericht. De bedrijfswoning betreft een reeds bestaand geluidsgevoelig object in het kader van de Wgh. Er hoeft derhalve geen onderzoek te worden gedaan naar de geluidsinvloed van industrieterreinen in de omgeving of omliggende wegen en spoorlijnen op geluidsgevoelige objecten binnen het plangebied. Er kan dus worden geconcludeerd dat er voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen zijn voor het initiatief. 4.7 Luchtkwaliteit In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit.
Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en sindsdien staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). In de Wet luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor luchtverontreinigende stoffen in het de buitenlucht. 4.7.1 Niet in betekenende mate Indien ontwikkelingen binnen het plangebied gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet aandacht worden besteed aan de gevolgen voor de milieukwaliteitseisen. Onderzoek moet worden verricht naar de gevolgen voor de in bijlage 2 van de Wet milieubeheer genoemde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht. Volgens de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 moeten de concentraties worden bepaald vanaf de grens van het terrein van de inrichting. Dit onderzoek kan echter achterwege blijven indien de nieuwe bestemming betrekking heeft op één of meer categorieën van gevallen als genoemd in de Regeling niet in betekende mate bijdragen. In die gevallen wordt aangenomen dat de toename van de concentratie in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide de 3% grens van de jaargemiddelde concentratie niet overschrijdt.
Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht, hoeft een plan niet langer meer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het Besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekenende mate bijdragen. Voor de volgende categorieën in de Regeling NIBM kan getoetst worden aan of een plan NIBM bijdraagt: - Categorie woningbouwlocaties; - Categorie kantoorlocaties; - Combinatie van woningbouw en kantoren; - Categorie inrichtingen. Het initiatief betreft het in gebruik nemen van een agrarische bedrijfslocatie incl. bedrijfswoning als burgerwoning. De ontwikkeling valt derhalve in de categorie woningbouwlocaties. Voor woningbouwlocaties geldt dat deze NIBM zijn wanneer het netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, in geval van één ontsluitingsweg (bijlage 3A, Regeling niet in betekende mate bijdragen). Aangezien het hier een herbestemming betreft wordt dus ruimschoots voldaan aan de NIBM-grens. Het initiatief draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtkwaliteit in de omgeving. De beoogde ontwikkeling heeft dus met zekerheid geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving. Er kan worden geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het initiatief.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
26
4.7.2
Woon- en leefklimaat
Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Daarnaast geldt vanaf 1 januari 2015 een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO 2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde fijnstofconcentratie binnen het plangebied is conform de GCN-kaart voor fijnstof PM10 18 μg/m3, voor PM2,5 11 μg/m3 en voor NO2 13 μg/m3, zie Afbeelding 14.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
27
Afbeelding 14: GCN-kaart fijnstof PM10, PM2,5 en NO2 Ten aanzien van de luchtkwaliteit zijn er dus geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. 4.8 Volksgezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt. Er zijn reeds diverse onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke relatie tussen (intensieve) veehouderij en volksgezondheid. De laatste onderzoeken dateren van 16 juni 2017 en 1 september 2018 en zijn vervolgonderzoeken op het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO), dat op 7 juli 2016 is gepubliceerd. In dit onderzoek is endotoxine in de (fijn)stof emissie uit intensieve veehouderijen een relevante component gebleken voor luchtwegklachten. gezondheidseffecten worden veroorzaakt door de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof uit de veehouderijen.
Endotoxine wordt gezien als een goede indicator voor blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Derhalve wordt een maximale endotoxinewaarde van 30 EU/m3 geadviseerd. Uit het vervolgonderzoek is gebleken dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of de dichtheid toeneemt. Bovendien moet iedere veehouderij voldoen aan wet- en regelgeving voor diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Indien een veehouderij niet voldoet, zal een vergunning dus niet verleend worden. Uit voorgaande paragraven blijkt dat voldaan kan worden aan de wettelijke grenswaarden. Daar deze grenswaarden nationaal zijn vastgesteld, mag er vanuit worden gegaan dat deze waarden de volksgezondheid afdoende beschermen. De bestaande woning aan de Esbeeksedijk 2a te Diessen verandert niet van functie en is en blijft een gevoelig object. Voor bedrijven in de omgeving vormt dit dan ook geen belemmering in hun ontwikkelingsmogelijkheden, zij zullen aan dezelfde milieuwetgeving moeten blijven toetsten.
Bij naleving van deze milieuwetgeving, het volledig benutten van de technische mogelijkheden en management van de hygiënebarrière worden de volksgezondheidsrisico’s bij toekomstige ontwikkelingen van agrarische bedrijven in de omgeving bovendien tot een minimum beperkt. In paragraaf 4.4 is reeds uiteen gezet dat de dichtstbijzijnde veehouderij ten opzichte van het plangebied is gelegen aan Brakenweg 4 op een afstand van circa 250 meter. Dit betreft een melkrundveehouderij. Voor rundveehouderijen geldt dat de effecten op de volksgezondheid naar de omgeving zeer beperkt zijn vanwege de beperkte emissies van met name fijnstof. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij is de varkenshouderij op te Tongerloseweg 16, op circa 290 meter. In de omgeving zijn geen geitenhouderijen gelegen.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
28
Gezien de grote afstand van het plangebied tot veehouderijen in de omgeving, kan dus worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect volksgezondheid geen onevenredige nadelige effecten zullen optreden binnen het plangebied. 4.9 Landschappelijke inpassing Omdat het een categorie 3 betreft (zie paragraaf 3.2), moet het plan voldoen aan de minimaal vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Daarmee moet voldaan worden aan artikel 3.9 van de Iov (kwaliteitsverbetering van het landschap). Er is een landschappelijke inpassingsplan opgesteld en verankerd in het plan. De bijbehorende kwaliteitsberekening is tevens opgenomen. De omgeving bestaat uit een kenmerkend kampenlandschap waarbij gebieden, erven en wegenstructuren doorgaans (gedeeltelijk) omzoomd zijn door heggen en/of houtwallen. Vandaar dat er voor gekozen is om langs de Esbeeksedijk struweelhagen te planten. Aan de west- en noordzijde van de woning blijven de zichtlijnen naar het achterliggende landschap gehandhaafd door bloemrijke kruidenranden. Voor extra kwaliteitsverbetering van het landschap worden bovendien fruitbomen, groepen van landschapsbomen en een rij knotwilgen voorgesteld op het perceel. Door deze landschappelijke inpassing wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken en sluit het aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving.
De kwaliteitsverbetering van het landschap en de basisverplichting van landschappelijke inpassing zijn vervolgens geborgd in de regels van het bestemmingsplan, waarmee de realisatie en de instandhouding planologische geborgd zijn. De financiële verankering van de uitvoering en instandhouding van het inpassingsplan is verder verankerd in de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente. Verder wordt verwezen naar de subparagraaf ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ in paragraaf 3.2.2. 4.10 Bodemkwaliteit Er is een bodemonderzoek op locatie uitgevoerd (zie bijlage 3). Hieruit blijkt dat de gemeten gehalte (grond) en de gemeten concentratie (grondwater) geen belemmering vormt voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie. Wel is in de bovengrond analytisch asbest aangetoond. Er is een bodemverontreiniging met asbest aangetroffen onder de druppellijn van het golfplatendak. Er is circa 15 m³ grond sterk verontreinigd met asbest. Bodemsanering dient te worden uitgevoerd gelijktijdig of voorafgaand aan de verwijdering van het asbestverdachte golfplatendak. Hiervoor dient een BUSmelding te worden opgesteld en de saneringswerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een erkende aannemer en milieukundig begeleid te worden door een BRL SIKB 6000 erkend bureau.
4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.
4.11.1 Regelgeving
De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor het plangebied kunnen zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
29
kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) binnen het invloedsgebied. In onderstaand kader worden deze risico’s nader uitgelegd. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd.
Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar. Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
4.11.2 Toetsing aan beleid
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) In de direct omgeving van de locatie zijn geen inrichtingen gelegen waar het Besluit externe veiligheid op van toepassing is. De locatie is niet gelegen binnen een beïnvloedingsgebied van bronnen waarmee bij het Besluit rekening gehouden dient te worden (zie Afbeelding 15). De voorgenomen splitsing van een bestaande woning en de bouw van een nieuwe woning heeft geen invloed op de externe veiligheid. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op het plangebied. Het plan voorziet wel in de realisatie van een nieuw kwetsbaar object omdat de toekomstige woning een burgerwoning betreft. Aangezien het plangebied niet binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden ligt zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen herbestemming. Gezien de aard en schaal van de voorgenomen activiteit is het Besluit externe veiligheid niet van toepassing.
De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, de opslag of het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook ontstaan bij de werkzaamheden geen gevaarlijke rest- of afvalstoffen. Daarom kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid vanuit inrichtingen.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
30
Afbeelding 15: Uitsnede risicokaart. Plangebied blauw omcirkeld
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het besluit externe veiligheid transportroutes stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo dient een basisveiligheidsniveau rond transportassen en een transparante afweging van het groepsrisico te worden gewaarborgd. Met dit besluit is ruimtelijk gewaarborgd dat het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten rekening moet houden met transporten van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Het plangebied is op ruimte afstand (+5km) gelegen van de dichtstbijzijnde transportroute (buisleiding). De beoogde ontwikkeling ligt daarmee buiten de invloedssferen van de transportroutes. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan ‘bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – […]’ opgenomen. De beoogde ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing. Ten aanzien van externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. 4.12 Verkeer en parkeren Het is van belang dat door de ontwikkeling geen overlast ontstaat qua verkeer- en parkeren in de omgeving. Het initiatief betreft een herbestemming waarbij er geen extra nieuwe woning wordt gerealiseerd. De locatie is gelegen aan de Esbeeksedijk.
Een verharde weg waar 60 km/u geldt. De Esbeeksedijk wordt voornamelijk gebruikt door bestemmingsverkeer en verkeer richting Esbeek of Baarschot. Het beschikt over voldoende capaciteit om vervoer van personen en goederen en een beperkt aantal transportbewegingen voor bedrijven af te wikkelen.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
31
Er is sprake van een beperkt aantal vervoersbewegingen. De Esbeeksedijk beschikt over voldoende capaciteit om de vervoersbewegingen, die niet zullen toenemen, af te kunnen wikkelen. Conform het bestemmingsplan Parapluplan parkeren Hilvarenbeek 2018 dient de ontwikkeling te zijn voorzien van voldoende parkeergelegenheid. De gemeente Hilvarenbeek heeft een parkeerbeleidsplan (d.d. 16 juli 2015) opgesteld. Voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied wordt er uitgegaan van een parkeernorm van tussen de 2 en 2,8 parkeerplekken. De parkeernorm van 0,3 geldt voor het aandeel bezoekers. Op het erf is er voldoende ruimte voor parkeermogelijkheden. 4.16 Spuitzones gewasbescherming Er zijn geen wettelijke bepalingen inzake minimaal aan te houden afstanden tussen grond waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen woningen. In het kader van een bestemmingsplan dient een afweging van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen plaats te vinden, inclusief het milieubelang, waarbij de aan te houden afstanden tussen de gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen gevoelige objecten zodanig gekozen dient te worden dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse aanwezig zal zijn. Ondanks dat er geen wettelijke afstand is voorgeschreven voor een spuitzone, wordt een afstand van 50 meter in het algemeen tot uitgangspunt genomen.
Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om drift te voorkomen of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen komt drift vrij. Drift is een term die gebruikt wordt voor de spuitvloeistof die tijdens de bespuiting buiten het te behandelen gebied terecht komt als gevolg van wind- en luchtstromen. Drift is hoger bij toepassing in fruitteelt dan bij de akkerbouw en lage bomenteelt, waarbij voornamelijk neerwaarts wordt gespoten. In de omgeving van het plangebied zijn enkele agrarische teeltbedrijven aanwezig die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. De grond ten westen van het plangebied ligt binnen de 50 meter tot de afstand van de woning. De kortst gemeten afstand tussen de woning en de grond waar eventueel gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt bedraagt circa 42 meter. Zoals eerder aangegeven geldt er geen wettelijke bepaling waarin een minimale afstand dient te worden aangehouden inzake spuitzones gewasbescherming.
Ook zal er een bloemrijke kruidenrand en boomgroepen tussen de woning en de betreffende agrarische grond komen te liggen (zie de landschappelijke inpassing in Afbeelding 16). Ten slotte is de agrarische grond direct rondom de woning in eigendom van initiatiefnemers zelf, dit is geen verblijfsgebied. Derhalve wordt geconcludeerd dat dit aspect geen gevolgen heeft voor de beoogde herbestemming aan de Esbeeksedijk 2a te Diessen.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
32
Afbeelding 16: Landschappelijke inpassing
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
33
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: -
Enkelbestemming: Wonen; Enkelbestemming: Agrarisch; Enkelbestemming: Groen; Voor een groot deel van het bouwvlak geldt de dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 3; Voor een klein deel van het bouwvlak geldt de dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 1; Gebiedsaanduiding: Overige zone – kampenlandschap; Gebiedsaanduiding Overige zone – beperkingen veehouderij; Voor bijna het gehele bouwvlak geldt de gebiedsaanduiding: Overige zone – zoekgebied watersystemen; Bouwvlak.
Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij de bestemmingsplannen Buitengebied en Reparatieplan Buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. De wijzigingen op de verbeelding zijn als volgt: - De enkelbestemming is Wonen in plaats van Agrarisch binnen het bouwvlak; - Er zijn op verschillende plekken de bestemming Groen opgenomen;
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
34
-
De functieaanduiding Specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf is niet meer van toepassing.
5.3 Toelichting regels De regels behorende bij dit bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, algemene gebruiksregels, bestemmingsregels en overgangs- en slotregels. De regels voor de bestemmingen uit het moederplan zijn ongewijzigd gebleven of aangevuld (voor de landschappelijk inpassing en de maximale oppervlakte van het bijgebouw). De regels die niet van toepassing waren, zijn verwijderd.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
35
6. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Esbeeksedijk 2a te Diessen betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan).
6.2.1
Vooroverleg
In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap de Dommel en provincie Noord-Brabant. Eventueel gemaakte opmerkingen zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast hebben initiatiefnemers een dialoog gevoerd met omwonenden. Een verslag van dit dialoog is bij de gemeente bekend.
6.2.2
Zienswijzen en beroep
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De provincie Noord-Brabant heeft een zienswijze ingediend op het ontwerp bestemmingsplan. Zij hebben twee gronden: 1.
Een toelichting op het bedrag uit de kwaliteitsverbetering van het landschap van € 120,- per m² bij ‘Bedrijfswoning – agrarisch + VAB (eerste 1.000 m2)’. Het bedrag van € 120,- per m² bij ‘Bedrijfswoning – agrarisch + VAB’ heeft de gemeenteraad van Hilvarenbeek vastgesteld bij de behandeling van de ‘Visie Vitaal Beeks Buiten’. Over de toe te passen waarden voor VAB-locaties is nog expliciet gediscussieerd binnen de raad. Het is expliciet de bevoegdheid van de gemeente om de te hanteren bedragen vast te leggen. Destijds is door het college en de raad overwogen dat een bedrijfswoning bij een vab-locatie door een ieder bewoond mag worden en deze derhalve veel meer courant is dan een agrarische bedrijfswoning en daarom ook een hogere waarde moet worden toegekend; niet € 90,- per m², maar € 120 per m². Overigens worden de gehanteerde bedragen al sinds april 2019 toegepast door de gemeente. 2.
Een toelichting op 50% van de kwaliteitsverbetering, naast datgene dat wordt uitgevoerd door initiatiefnemers. Initiatiefnemers voeren alles zelf uit op eigen grond (€20.193, terwijl ze slechts € 13.796 hoeven te investeren in het landschap). In Bijlage 2 van de ‘Visie Vitaal Beeks Buiten’ (Waardenormen bestemmingswinst en kwaliteitsverbetering) is een eis opgenomen dat ten minste 50% van de te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap door de initiatiefnemer zelf binnen het plan moet worden uitgevoerd. Daar wordt op gedoeld met de 50%-regeling. Aan deze eis wordt dus ruimschoots voldaan. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
36
Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
37
7. Planologische afweging Dit bestemmingsplan betreft de planologische verantwoording voor de voorgenomen herbestemming van het perceel aan de Esbeeksedijk 2a te Diessen. De ontwikkeling is niet rechtstreeks toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. Door middel van dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat met het initiatief geen nadelige gevolgen ontstaan voor milieu, mens en leefomgeving. Het initiatief is getoetst aan alle relevante beleidskaders op provinciaal en gemeentelijk niveau. Het beleid op provinciaal niveau vormt geen belemmering voor het initiatief. De herbestemming heeft weinig tot geen invloed op de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten, omdat er ruimtelijk niks verandert en in de buurt geen nadelige effecten ontstaan voor woningen en/of agrarische bedrijven. De dichtstbijzijnde (melk)veehouderij is namelijk op circa 250 meter gelegen. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap door een landschappelijk inpassingsplan. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het initiatief een verantwoord initiatief betreft. Daarom kunnen de voorgenomen ontwikkelingen aan de Esbeeksedijk 2a te Diessen doorgang vinden.
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
38
8. Bijlagen Bijlage 1: Berekening bestemmingswinst en kwaliteitsverbetering Bijlage 2: Bodemonderzoek
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
39
Bestemmingsplan - Esbeeksedijk 2a Diessen
40
Van Dun Ontwerp en Planologie is een handelsnaam van Van Dun Advies BV