17 GREX en bestemmingsplan Hart van Haghorst (4a Toelichting ontwerp-bestemmingsplan - met wijzigingen)
Tekst van het document
5.12
Mer-beoordeling
In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten merplichtig zijn, of mer-beoordelingsplichtig. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarde opgenomen. Het bevoegd gezag moet bij dergelijke activiteiten, voor zover deze niet aan de drempelwaarde voldoen, nagaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling moeten hierbij in beschouwing genomen worden. Deze omstandigheden betreffen:
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|55
• • •
De kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van de potentiële effecten.
Beoordeling De ontwikkeling waarbij een MFA en nieuwe woningen worden ontwikkeld valt onder “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” zoals opgenomen in bijlage D onder D11.2 in de bijlagen behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. Geen van de genoemde drempelwaarden uit kolom 2 wordt overschreden. In eerste instantie is dan ook slechts een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. De volledige aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat het plan gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in deze aanmeldnotitie voldoende in beeld gebracht. Conclusie Uit de aanmeldnotitie blijkt dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|56
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen en de systematiek uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
6.1
Verbeelding
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
6.2
Planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.
2. 3. 4.
6.3
Inleidende regels: dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels: in dit hoofdstuk worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen nader verklaard. Algemene regels: in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. Overgangs- en slotregels: binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen, welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mogen worden uitgevoerd. Voorwaarde is dat er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingsplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
Toelichting op de bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|57
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor openbare nutsvoorzieningen. Gebouwen zijn in deze bestemming uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met dien verstande dat een maximale goot- en bouwhoogte geldt van respectievelijk 3 en 5,5 meter. De bouwhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2 meter. Artikel 4 Groen Gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor parken, plantsoenen, groenstroken en beplantingen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Voor kunstuitingen geldt een maximale bouwhoogte van 12 meter en voor verlichting en speelvoorzieningen is een maximale bouwhoogte van 6 meter opgenomen. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt de maximale bouwhoogte 2 meter. Artikel 5 Maatschappelijk De gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn aangewezen voor educatieve voorzieningen, sociaal-culturele voorzieningen, publieke- en maatschappelijke voorzieningen, maatschappelijke ondernemingen, sportvoorzieningen en horeca tot ten hoogste categorie 1. Hierbinnen mogen gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij het bebouwingspercentage en de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan ter plaatse is aangegeven.
Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd. Voor bijbehorende bouwwerken geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 5,5 meter. Overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter. Deze bouwhoogte geldt (met uitzondering van erfafscheidingen) tevens voor alle overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor erfafscheidingen geldt een maximale bouwhoogte van 2 meter. Artikel 6 Verkeer – Verblijfsgebied Met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ worden de wegen, voet- en fietspaden, pleinen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer in het plangebied geregeld. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 7 Wonen De bestemming ‘Wonen’ is toegekend aan die gronden waarop ingevolge dit bestemmingsplan direct woningen kunnen worden gebouwd. Middels een aanduiding wordt aangegeven welk(e) woningtype(n) zijn toegestaan. Ter plaatse van het figuur 'gevellijn' mag de voorgevel van hoofdgebouwen uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd.
De diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 17 meter (voor vrijstaande (geschakelde) woningen) en 13 meter (voor overige woningtypen) bedragen. Voor de gewenste flexibiliteit is voor de bouwdiepte van de hoofdgebouwen een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan met de maatvoering is aangegeven.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|58
Voor bijbehorende bouwwerken geldt dat deze uitsluitend op een afstand van ten minste 3 meter achter de voorgevel van hoofdgebouwen mogen worden gebouwd. Hierbij bedraagt het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten hoogste 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf; dit tot een maximum van 100 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven. Artikel 8 Leiding – Brandstof Met de bestemming ‘Leiding – Brandstof zijn de aangewezen gronden mede bestemd voor ondergrondse buisleidingen, het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen. Binnen een afstand van 5 meter van weerszijden van de leiding mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. Op de overige binnen deze bestemming gelegen gronden mogen geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd. Artikel 9 Waarde – Archeologie 4 De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarde voor uitsluitend vindplaatsen van jagerverzamelaars en middelhoge/onbekende archeologische verwachtingswaarde.
Het is niet toegestaan om bouwwerken te bouwen, waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van meer dan 2.500 m² voor zover bij de bouw grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm. Op basis van een archeologisch onderzoek kan hier eventueel van worden afgeweken. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 11 Algemene bouwregels Hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan. Artikel 12 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik en de uitzonderingen en afwijkingen hierop. Daarbij zijn er regels voor mantelzorg en het gebruik van aan huis verbonden bedrijven opgenomen. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – straalpad’.
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet hoger worden gebouwd dan 35 m boven NAP. Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|59
Artikel 15 Algemene wijzigingsregels Deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. Artikel 16 Algemene proceduregels In de algemene procedureregels is de procedure op de voorbereiding van een besluit tot afwijking of nadere eisen opgenomen. Artikel 17 Overige regels In deze regels is opgenomen welke parkeernormen gelden en dat voldoende parkeerruimte dient te worden gerealiseerd en in stand moet worden gehouden. Onder voorwaarden is het mogelijk om van de parkeernormen af te wijken, mits voldaan wordt aan de gestelde criteria. Daarnaast is opgenomen dat gebruik conform de bestemmingen ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en ‘Wonen’ alleen is toegestaan indien conform gemeentelijk beleid en het waterbeheerplan van het waterschap compenserende waterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 18 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is. Als aan specifieke voorwaarden wordt voldaan dan kan deze ontwikkeling worden voortgezet. Artikel 19 Slotregel In dit artikel is vastgelegd hoe de planregels dienen te worden aangehaald.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|60
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Op grond van artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Van een dergelijk project of ontwikkeling is in dit geval geen sprake, omdat het niet voldoet aan onder andere het begrip bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en zoals aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan diverse instanties, waaronder rijks- en gemeentelijke instanties. Ook zijn omwonenden en/of bewoners van het plangebied in de gelegenheid gesteld om een inspraak reactie in te dienen en wordt de omgevingsdialoog afgerond. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 ter inzage gelegen. In deze periode hebben belanghebbenden de mogelijkheid gehad om zienswijzen in te dienen. De ingekomen zienswijzen zijn beantwoord en opgenomen in de bijlage bij deze toelichting. De gemeenteraad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst