17 GREX en bestemmingsplan Hart van Haghorst (4a Toelichting ontwerp-bestemmingsplan - met wijzigingen)
Tekst van het document
1.
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Geldende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
3 3 4 5 6
2.
Bestaande situatie
7
2.1 2.2 2.3
Ligging in groter verband Ruimtelijke en functionele structuur Plangebied
7 7 8
3.
Toekomstige situatie
9
3.1 3.2
Plan Verkeer en parkeren
9 11
4.
Beleidskader
15
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
15 18 22
5.
Randvoorwaarden
28
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Inleiding Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Geluid Geur Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water Mer-beoordeling
28 28 29 32 33 37 40 41 43 45 50 54
6.
Juridische aspecten
56
6.1 6.2 6.3
Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen
56 56 56
7.
Uitvoerbaarheid
60
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
60 60
|2
Bijlagen Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Aanvullend onderzoek bedrijven en milieuzonering Bijlage 3: Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Bijlage 4: Standaard verantwoording groepsrisico Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 7: Aanvullend onderzoek ecologie Bijlage 8: Stikstofberekening Bijlage 9: Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghors-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|3
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om het ”Hart van Haghorst” te (her)ontwikkelen. Momenteel bevinden zich in het plangebied twee horecagelegenheden, een ontmoetingscentrum, een bassischool en een gymzaal, verspreid over vijf losstaande gebouwen. Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de bestaande gebouwen en de realisatie van een MFA en maximaal 23 wooneenheden. In het MFA worden een gym- en evenementhal, een dorpshuis met horeca, een basisschool en kinderopvang geclusterd in één gebouw met een footprint van circa 1.450 m2. Momenteel is de locatie grotendeels bestemd ten behoeve van ‘Horeca’ en ‘Maatschappelijk’. De beoogde ontwikkeling is op basis van het huidig planologisch kader niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologische kader om de beoogde realisatie van een MFA en woningbouw mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
In het noordoosten van de gemeente Hilvarenbeek ligt de kern Haghorst. Het plangebied heeft een centrale ligging binnen deze kern. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Ontginningsweg met aan de overzijde een groenstrook met water. Het plangebied wordt aan de oostzijde begrensd door de hoofdweg van Haghorst, namelijk de Sint Josephstraat. Hierbij zijn aan de overzijde van de Sint Josephstraat enkele woningen en een kerkgebouw gevestigd. Het plangebied wordt aan de oost- en zuidzijde grotendeels begrensd door een verkeersweg met aan de overzijde woningbouw. De nabije omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door grondgebonden woningen. Tot de (her)ontwikkeling behoren de percelen welke kadastraal bekend staan als gemeente Diessen, Sectie D, nummers 823, 1110, 1122, 1123, 1149, 1268 en 1338. Op de navolgende afbeelding is de ligging en begrenzing van het plangebied weergeven. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 7.700 m2.
Ligging en begrenzing plangebied NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|4
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kern Haghorst’, vastgesteld op 22 oktober 2009. Het plangebied kent op basis van het vigerende bestemmingsplan de enkelbestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Groen’, ‘Horeca’ en ‘Maatschappelijk’. Verder is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie-middelhoog’, de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – straalpad’ en de functieaanduidingen ‘nutsvoorziening’ en ‘bedrijfswoning’.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan
Enkelbestemmingen en functieaanduidingen De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca tot ten hoogste categorie D. Dit betreft een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café, feestzaal. Daarnaast zijn binnen het plangebied een tweetal (van elkaar losstaande) bedrijfswoningen toegestaan. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij een bedrijfswoning enkel is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. Binnen de bouwvlakken in het plangebied is een maatvoering opgenomen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5,5 meter en 9,5 meter. Het noordelijke bouwvlak mag volledig volgebouwd worden, terwijl voor het zuidelijke bouwvlak een maximum bebouwingspercentage van 80% geldt. Ter plaatse van de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Hierbij mogen gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij binnen het plangebied het volledige bouwvlak mag worden volgebouwd.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|5
De goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven maten. Voor een groot deel van het plangebied betreft dit een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 meter en 8 meter. Voor het deel aan de zuidoostzijde van het plangebied is een maximale goot- en bouwhoogte van 5 meter toegestaan. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen grond is, vanwege de aanwezige aanduiding ‘nutsvoorziening’, ter plaatse van het plangebied uitsluitend bestemd voor openbare nutsvoorzieningen, waaronder inbegrepen een bergbezinkbassin. Hierbij mag alleen gebouwd worden ten dienste van een openbare nutsvoorziening, waarbij gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd mogen worden. Hiervoor geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 meter en 5,5 meter. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 meter. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor parken, plantsoenen, groenstroken, beplantingen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming is het uitsluitend toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en kunstuitingen te bouwen. Dubbelbestemming Voor het westelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologiemiddelhoog’.
Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de aan de grond eigen zijnde voorkomende of te verwachten archeologische waarden. Op deze gronden mogen bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm, worden gebouwd. Ook is het mogelijk nieuwe bouwwerken te realiseren waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 500 m2 voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte afwijken, mits op basis van archeologisch onderzoek in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarde aanwezig zijn. Gebiedsaanduidingen Het plangebied kent op basis van het vigerend bestemmingsplan de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – straalpad’. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn mede bestemd voor een straalverbinding. In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) mag niet hoger worden gebouwd dan 35 m boven NAP.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. • Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. • Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen. NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|6
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven. In het derde hoofdstuk wordt het planvoornemen beschreven. Hoofdstuk vier gaat in op het geldende beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de randvoorwaarden aan bod. Hoofdstuk zes geeft de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid van het plan ter sprake komt.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|7
2.
BESTAANDE SITUATIE
2.1
Ligging in groter verband
Haghorst is één van de zes kernen binnen de gemeente Hilvarenbeek in de provincie NoordBrabant. De gemeente bestaat verder uit de kernen Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Esbeek en Hilvarenbeek. Haghorst ligt in het noordoosten van de gemeente. Op een afstand van circa 1,5 km ten noorden en oosten van het plangebied liggen respectievelijk de gemeente Oisterwijk en Oirschot. De kern Hilvarenbeek ligt circa 4 km ten westen van Haghorst. Aan de noordzijde wordt Haghorst via de Moergestelseweg ontsloten richting de A58. Via de Emmerseweg wordt de kern in zuidelijke richting ontsloten naar de N395 en de kern Diessen.
Ligging plangebied in groter verband (Haghorst rood omcirkeld)
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
Haghorst bestaat uit een compacte kern met duidelijke overgangen van het buitengebied naar de kern. Vanaf de ontsluitende wegen is het open agrarische landschap goed ervaarbaar. Het kanaal met de sluis neemt een prominente plek in binnen het dorp. Binnen de kern Haghorst is geen duidelijk centrumgebied aanwezig. De Sint Josephstraat is bepalend voor de ruimtelijke structuur. Deze doorgaande weg zorgt voor een tweedeling binnen de kern, waardoor aan beide zijdes van de Sint Josephstraat bebouwing aanwezig is.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|8
Het stratenpatroon is voornamelijk rechthoekig, waarbij de ontsluiting van de straten grotendeels gericht is op de Sint Josephstraat. De kern bestaat voornamelijk uit een grondgebonden woningen met een afwisseling van laagbouw in een of twee bouwlagen met kap. De woningen kennen een goothoogte tussen de 3 en 4 meter bij één bouwlaag en tussen de 4,5 en 6 meter bij twee bouwlagen. De bouwhoogte bedraagt maximaal 9,5 meter. Haghorst kenmerkt zich door relatief nieuwe bebouwing. Meer dan de helft van alle panden zijn in de afgelopen 30-40 jaar opgericht. De bebouwing wordt nieuwer in zuidwestelijke richting. De meest recente uitbreiding betreft ‘De Welder’ aan de zuidwestzijde van de kern. Binnen deze uitbreidingslocatie is veel variatie wat betreft woningtypes (gestapelde woningen, rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen).
2.3
Plangebied
Het plangebied ligt centraal binnen de kern Haghorst en wordt aan de noordzijde begrensd door de Ontginningsweg. De zuidzijde van het plan wordt begrensd door de Emmastraat en de westzijde door de Sint Josephstraat. De oostzijde van het plangebied wordt deels begrensd door de Heibocht en deels door de woonpercelen aan de Heibocht 2, 4 en 6 en de Emmastraat 3. Tot de woningbouwontwikkeling behoren de percelen welke kadastraal bekend staan als gemeente Hilvarenbeek, Sectie D, nummers 1110, 1149, 1338, 823, 1268, 1123, 1122. Binnen het plangebied zijn momenteel enkele centrumvoorzieningen van het dorp aanwezig, namelijk twee horecagelegenheden, een ontmoetingscentrum, een bassischool en een gymzaal. Deze voorzieningen bevinden zich verspreid over vijf losstaande gebouwen. Daarnaast is (centraal binnen het plangebied aan de zijde van de Heibocht) tevens een nutsvoorziening aanwezig. Op de onderstaande afbeeldingen is de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven.
Huidige situatie (plangebied rood omcirkeld) NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|9
3.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
3.1
Plan
Vanuit de Dorpscoöperatie van Haghorst is de wens geuit om maatregelen te nemen ten behoeve van de leefbaarheid van de kern Haghorst. Haghorst wil een levendig dorp blijven waar men prettig woont. Jongeren uit Haghorst willen graag in de kern blijven wonen en ouders brengen graag hun kinderen naar een school in het dorp. Tegelijkertijd is het de wens om het dorpse karakter van Haghorst te behouden. Enkele ambities om deze wensen te bewerkstelligen hebben betrekking op de herontwikkeling van het centrumgebied in Haghorst. Onderhavig planvoornemen voorziet in het mogelijk maken van de beoogde herontwikkeling van het dorpshart. Centraal in het dorp worden de centrumvoorzieningen van de kern geclusterd. De voorzieningen in het dorp bevinden zich momenteel binnen losstaande gebouwen verspreid over het plangebied. In de toekomstige situatie worden deze voorzieningen geclusterd binnen een multifunctionele accommodatie (MFA). De MFA biedt in de toekomstige situatie ruimte voor een gym- en evenementenhal, een dorpshuis en horeca, een basisschool en kinderopvang. De bundeling van deze voorzieningen maakt dubbelgebruik van ruimtes mogelijk. Een voorbeeld zou kunnen zijn dat de gymzaal van de school tevens gebruikt wordt als binnensportaccommodatie of ingezet kan worden bij andere bijeenkomsten. De bebouwing ten behoeve van de nieuwe MFA heeft een footprint van circa 1.450 m 2.
Gelet op de maximale bouwhoogte van het gebouw wordt aansluiting gezocht op de omgeving. De bouwhoogte bedraagt namelijk nergens meer dan 10 meter. Tevens wordt de accommodatie (evenals een groot deel van de omliggende bebouwing) voorzien van een of twee bouwlagen met een kap. Door de clustering van voorzieningen in een MFA ontstaat er aan de zuidzijde van het plangebied ruimte voor woningbouw. Met onderhavig planvoornemen worden maximaal 23 wooneenheden mogelijk gemaakt, waarbij sprake is van een variatie in woningtypes: aaneengebouwd (geschakeld), twee-aaneen en vrijstaand. De woningen worden voorzien van een of twee bouwlagen met kap en worden georiënteerd op de straat of op de open groenzones in het gebied. In hoeksituatie zal sprake zijn van een tweezijdige oriëntatie. Bij enkele hoofdgebouwen zijn zowel aaneengebouwde grondgebonden woningen als gestapelde woningen toegestaan (ter plaatse van de ‘specifieke bouwaanduiding – 2’). Het gaat hierbij om de zes woningen aan de zuidwestzijde van het plangebied (gericht op de Sint Josephstraat). Deze hoofdgebouwen bestaan uit twee bouwlagen met kap en zijn in beginsel bedoeld voor aaneengebouwde woningen. Door tevens gestapelde woningen toe te staan, is het echter ook mogelijk om senioren op de begane grond te huisvesten (levensloopbestendig) en starters op de verdieping.
Daarnaast wordt de mogelijkheid opengehouden om (indien wenselijk) een deel van het woningaanbod binnen het plangebied in te richten als woningen met een zorgcomponent. Bij het bepalen van de maatvoering van de toekomstige woningen wordt aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. De herontwikkeling en nieuwbouw wordt compact gehouden en wordt als integrale opgave beschouwd. Er zal een relatie gelegd worden met het plein aan de overzijde van de Sint Josephstraat, waardoor het plein een prominente plek krijgt in het dorp.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|10
Toekomstige planologische situatie
Voor de beoogde herontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, welke als bijlage bij de toelichting is opgenomen. Dit beeldkwaliteitsplan geeft voor verschillende schaalniveaus de uitgangspunten aan voor het te ontwikkelen stedenbouwkundige en architectonische ontwerp; het geeft de kaders voor de uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing en de buitenruimte (openbare ruimte – overgang openbare ruimte). De richtlijnen die in dit plan worden gesteld, kunnen als toetsingskader fungeren bij de beoordeling van de definitieve bouwplannen in het plangebied. Het ambitieniveau van bebouwing en inrichting van de buitenruimte, mag wat hoger zijn dan in het omliggende woongebied, zodat het Hart van Haghorst zich als zodanig onderscheidt. Dit betekent dat een hoofdopzet die eenvoudig is en aansluit op de bestaande structuur van toepassing blijft, maar dat er oog is voor kwaliteit/zorgvuldigheid/duurzaamheid.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|11
Stedenbouwkundige uitgangspunten
3.2
Verkeer en parkeren
De beoogde ontwikkeling dient niet te leiden tot verkeerskundige knelpunten en er dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien. Hierbij wordt voor het aspect parkeren getoetst aan het gemeentelijk Parkeerbeleidsplan. De verkeersaantrekkende werking wordt beoordeeld aan de hand van CROW-kengetallen. Verkeer De verkeersgeneratie voor het plangebied is berekend volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van ‘weinig stedelijk’ en de ligging ‘rest bebouwde kom’. Voor de functies dorpshuis en basisschool heeft de CROW geen kencijfers opgenomen. Daarom is de verkeersgeneratie van het dorpshuis bepaald op grond van de parkeerbehoefte, waarbij uit is gegaan van een turnover (aantal maal dat een parkeerplaats per etmaal wordt gebruikt) van 3. Op basis van parkeercijfers van verschillende gemeenten blijkt dat een maximum van 4 parkeerplaatsen per 100 m2 kan worden gehanteerd.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|12
Het dorpshuis krijgt in de toekomstige situatie een oppervlakte van 536 m 2. Dit komt neer op 21,44 parkeerplaatsen. Rekening houden met een turnover van 3 komt dit uit op een verkeersgeneratie van 128,6 mvt/etmaal. De verkeersgeneratie van de basisschool kan bepaald worden op basis van het aantal leerlingen. In de toekomstige situatie zijn er 6 leslokalen aanwezig. Uitgaande van maximaal 30 leerlingen per klas komt dit uit op een maximum van 180 leerlingen. Op basis van cijfers van het CROW blijkt dat circa 30% van de leerlingen met de auto naar school wordt gebracht en dat er per auto gemiddeld 1,33 leerlingen worden gebracht. Uitgaande van 2 dagdelen (tweemaal ophalen en tweemaal wegbrengen) wordt er uitgegaan van 4 verkeersbewegingen per etmaal per auto. In deze situatie komt het aantal leerlingen dat met de auto wordt gebracht uit op 54. Hierdoor kan de volgende rekensom worden gemaakt om de verkeersgeneratie te bepalen: 54 leerlingen / 1,33 leerlingen per auto x 4 = 162,4 mvt/etmaal. Voor de verkeersgeneratieberekening van de overige functies is gebruik gemaakt van CROWpublicatie 381. Hierbij is uitgegaan van maximaal 23 grondgebonden woningen, waarbij de onderverdeling in woningtypes is gebaseerd op het woningbouwprogramma in het meest recente ontwerp.
Op basis van de maximale normen zal het nieuwbouwplan 559,6 motorvoertuigen per etmaal genereren op een gemiddelde weekdag. Functie(s)
Verkeerkencijfers
Aantal
Maximale verkeersgeneratie
Gymzaal
10,8 mvt/etmaal (per 100 m2 bvo) Zie bovenstaande toelichting Zie bovenstaande toelichting 37,7 mvt/etmaal (per 100 m2 bvo) 8,6 mvt/etmaal (per woning) 8,2 mvt/etmaal (per woning) 7,5 mvt/etmaal (per woning) 6,0 mvt/etmaal (per woning)
308 m2 bvo
33,3
536 m2 bvo
128,6
6 leslokalen
162,4
198 m2 bvo
74,7
3 woningen
25,8
4 woningen
32,8
4 woningen
30
12 woningen
72
Dorpshuis/horeca Basisschool Kinderopvang Vrijstaande woning(en) Twee-aaneengebouwde woning(en) Aaneengebouwde woning(en) Appartement(en) Totaal
559,6
Het voornemen is om de functies binnen het plangebied te ontsluiten via de Sint Josephstraat en de Heibocht. Hierbij worden meerdere parkeerplaatsen gerealiseerd langs de Sint Josephstraat. De Heibocht (ten oosten van het plangebied) wordt enkele tientallen meters verlengd. Hier worden eveneens parkeerplaatsen gerealiseerd. Verwacht wordt dat deze wegen voldoende capaciteit hebben om de verkeersbewegingen te kunnen verwerken.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|13
Parkeren Voor het bepalen van de nodige parkeerplaatsen wordt in het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren Hilvarenbeek 2018’ door de gemeente Hilvarenbeek verwezen naar het ‘Parkeerbeleidsplan Hilvarenbeek 2015 - 2020’. De tabel hieronder bevat de berekening voor het aantal benodigde parkeerplaatsen aan de hand van het gemeentelijk parkeerbeleid voor de toekomstige situatie. De gemeente Hilvarenbeek hanteert in de basis de maximale norm. Binnen deze norm is het aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers opgenomen bij woningen. Dit is gesteld op 0,3 parkeerplaatsen per woning. Functie(s) Gymzaal Dorpshuis/horeca Basisschool Kinderopvang Vrijstaande woning(en) Twee-aaneengebouwde woning(en) Aaneengebouwde woning(en) Appartement(en) Totaal
Parkeerkencijfers
Aantal
Verkeersgeneratie
3,1 pp (per 100 m bvo) 4 pp (per 100 m2 bvo) 1 pp (per 100 m2 bvo) 1,5 pp (per 100 m2 bvo) 2,7 pp (per woning)
308 m2 bvo
9 pp
536 m2 bvo
21 pp
536 m2 bvo
5 pp
198 m2 bvo
3 pp
3 woningen
8 pp
2,6 pp (per woning)
4 woningen
10 pp
2,4 pp (per woning)
4 woningen
10 pp
2,3 pp (per woning)
12 woningen
28 pp 94
2
De voorgenomen woningbouwontwikkeling leidt tot een parkeerbehoefte van afgerond 94 parkeerplaatsen. Als bij een bouwplan sprake is van woningen met een eigen garage of oprit waarin/waarop de eigen auto geparkeerd kan worden, gelden andere rekenaantallen dan het aantal aanwezige plaatsen. Een garage wordt namelijk niet altijd gebruikt voor de auto en op een oprit wordt om verschillende redenen niet altijd geparkeerd. Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Opmerking
Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage of carport Dubbele oprit zonder garage Garagebox zonder oprit (bij woning) Garage met enkele oprit Garage met lange oprit Garage met dubbele oprit
1 2 2 2 2 3 3
1 1 2 0,5 1,5 1,5 2,5
Oprit min. 5,0m diep Oprit min. 4,5m breed Oprit min. 5,0m diep Oprit min. 4,5m breed
In de basis vindt parkeren plaats op eigen terrein, maar dit is niet voor alle functies mogelijk in dit planvoornemen. Voor een groot deel van de functies zal parkeren plaatsvinden in openbaar gebied bij nieuw aan te leggen parkeerplaatsen.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|14
In het plangebied is voldoende ruimte om de benodigde parkeerplaatsen te realiseren. Bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan wordt dit nader uitgewerkt. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de berekeningsaantallen voor parkeren op eigen terrein. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de omgevingsvergunning voor het bouwen pas verleend kan worden als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende parkeernormen.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|15
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing Door het nationale karakter van de NOVI en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.
Toetsing Door het nationale karakter van het Barro en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen. NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|16
Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch bindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is herzien en per 1 juli 2017 is de ‘Nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking’ in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Toetsing Het planvoornemen voorziet in meer dan 11 woningen. Daarbij wordt een nieuwe MFA gerealiseerd met een footprint van circa 1.450 m2. De jurisprudentie in oogschouw nemende is de ontwikkeling derhalve aan te merken als een ‘nieuwe stedelijk ontwikkeling’. Een onderbouwing van de behoefte aan het onderhavig voornemen op deze locatie is opgenomen. Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van het rechtstreeks mogelijk maken van maximaal 23 wooneenheden voorziet in een kwantitatieve behoefte. In de periode tot 2030 neemt de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Hilvarenbeek en de regio Midden-Noord-Brabant toe. Dit vraagt om een groei van de woningvoorraad. Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling kan een raming worden gemaakt van de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Hilvarenbeek van 570 woningen tot 2030. In de regio Midden-Noord-Brabant ligt de woningbehoefte in het landelijk gebied van de regio tot 2030 op 1.365 woningen, in de gehele regio zijn dat 21.595 woningen. Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit om in de groeiende woningbehoefte te voorzien.
Dit is ook het geval wanneer het beleidsmatige streven van 70% van de woningbehoefte als harde plancapaciteit wordt meegenomen. Dit betekent dat er ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe woningen.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|17
Daarnaast wordt tevens een MFA gerealiseerd binnen het plangebied. Accommodaties voor maatschappelijke functies worden in de jurisprudentie aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgesteld voor de realisatie van overige functies, zoals accommodaties voor sport en maatschappelijke voorzieningen. Beoordeeld dient te worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Bij dit planvoornemen is geen sprake van een nieuw beslag op ruimte. Met de voorgenomen ontwikkeling worden de reeds bestaande functies binnen het plangebied gebundeld in de vorm van een nieuw te bouwen MFA. Hierdoor worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt ten opzichte van de bestaande situatie. Daarbij zal de totale bebouwde oppervlakte van de aanwezige functies niet toenemen. Hierdoor is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Daarbij zijn de functies al geruime tijd aanwezig binnen de kern Haghorst, waardoor inmiddels de kwantitatieve behoefte wel voldoende is aangetoond. Kwalitatieve behoefte Op 5 juni 2019 is de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. In de Woonvisie wordt benoemd dat de woningvraag binnen de gemeente groter is dan het aanbod. Er zijn een aantal ambities gesteld.
We willen de komende jaren vooral woningen toevoegen in marktsegmenten die nu nog te beperkt aanwezig zijn. Het gaat hierbij om starterswoningen die structureel in het betaalbare segment blijven, kleine, levensloopbestendige woningen (zowel in de koop- als huursector) en grondgebonden woningen in de prijsklasse tussen € 200.000 en € 350.000, voor doorstromers. Om in te kunnen spelen op die behoefte moet er ruimte worden geboden om woningbouw op inbreidingslocaties en woningbouw aan de randen van de kernen te realiseren. De (her)ontwikkeling van het ‘Hart van Haghorst’ voorziet in de komst van grondgebonden woningen op een inbreidingslocatie, waarbij tevens een mogelijkheid is ingebouwd om de aaneengebouwde woningen op te splitsen in kleinere wooneenheden bedoeld voor senioren en starters. Door het realiseren van een woningbouwprogramma met een diversiteit aan type woningen in diverse prijsklassen, wordt aangesloten op het streefwoningbouwprogramma van de Woonvisie 2020-2030. Verder worden de centrumvoorzieningen centraal in het dorp geclusterd, waardoor dubbelgebruik van ruimtes (in tegenstelling tot de bestaande situatie) mogelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan het dubbelgebruik van een de gymzaal voor een school en als binnensportaccommodatie. Een nieuwe school trekt jonge gezinnen aan.
Door de bundeling van activiteiten wordt de levendigheid in het dorp geconcentreerd en zichtbaarder. Daarbij komt door de clustering van de centrumvoorzieningen ruimte vrij voor de realisatie van woningbouw op een inbreidingslocatie. Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de kern Haghorst, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Conclusie Gesteld kan worden dat het planvoornemen voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|18
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijn doelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave. Het gaat om de volgende opgaven: • Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie; • Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant; • Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad; • Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Om de doelen voortkomend uit de opgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma’s. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve Omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren.
In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|19
Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Bescherming Natura 2000 (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Landelijke kern (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Stalderingsgebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Verbod uitbreiding veehouderij (Rechtstreeks werkende regels: landbouw); • Geen Attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen); • Stedelijk gebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed); • Stalderingsgebied (Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen); • Norm wateroverlast Stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); • Normen wateroverlast (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid, -berging); • Beperking grootschalige logistiek (Rechtstreeks werkende regels & Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, veiligheid, -berging); • Vaarwegbeheer (Vaarwegbeheer); Diep grondwaterlichaam (art. 2.20) Boven, in of onder een diep grondwaterlichaam is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden.
Dit is niet aan de orde bij het planvoornemen en vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Stedelijke gebied (art. 3.42) Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b) het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a) bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b) bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d) houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e) geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f) draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|20
Onderhavig planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen binnen Stedelijk gebied. Daarbij worden de bestaande functies (horeca, basisschool, dorpshuis, gymzaal) gebundeld in één MFA, waardoor dubbelgebruik wordt gestimuleerd. Door de clustering van voorzieningen wordt er zorgvuldiger omgesprongen met het ruimtegebruik en ontstaat er tevens ruimte voor woningbouw op een inbreidingslocatie. Daarbij geeft de realisatie van nieuwbouw de mogelijkheid in de toekomst over te stappen op het gebruik van duurzame energie. Norm wateroverlast Stedelijk gebied (art. 4.2) Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijke plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Het plangebied is bestemd ten behoeve van de doeleinde bebouwing, waardoor rekening gehouden dient te worden met een norm van een overstromingskans op 1/100 per jaar. De normen drukken de hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming uit, ofwel het wenselijk geachte beschermingsniveau.
De normering bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag. De waterbeheerder geeft daarmee helderheid voor de burgers en de bedrijven over het restrisico en hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van roerende en onroerende zaken. In paragraaf 5.11 wordt nader ingegaan op het aspect ‘water’. Overige gebieden De overige gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen en vormen daarmee geen beperking op het planvoornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2). Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (artikel 3.5) Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6); De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7); Meerwaardecreatie (art.
3.8). Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. De ontwikkeling van onderhavig planvoornemen vindt plaats op een inbreidingslocatie binnen Stedelijk gebied. De bestaande bebouwing ter plaatse van het plangebied wordt gesloopt.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|21
Ter vervanging van de gesloopte bebouwing wordt de locatie herbestemd. Hierbij worden de reeds aanwezige voorzieningen in een compactere vorm geclusterd. Hierdoor ontstaat er ruimte om tevens woningbouw mogelijk te maken op de locatie. Zodoende kan gesproken worden van zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Hiermee wordt bedoeld dat er rekening wordt gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Hierbij kan gedacht worden het uitwerken van aspecten als archeologie, cultuurhistorie, bodem, duurzaamheid, etc. De lagenbenadering omvat de effecten op: -
De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: -
De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor de regeling Kwaliteitsverbetering landschap niet noodzakelijk is. Het planvoornemen voorziet in de herontwikkeling van een terrein. De voorzieningen op het terrein bevinden zich momenteel binnen losstaande gebouwen verspreid over het plangebied. Door de reeds aanwezige voorzieningen in een compactere vorm te clusteren ontstaat er meer ruimte voor andere functies waar behoefte aan is (zoals woningbouw). Hierdoor heeft het voornemen eveneens een meerwaarde doordat aansluiting gezocht wordt op de behoefte aan woningbouw binnen de gemeente Hilvarenbeek. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|22
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Hilvarenbeek, 2010 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 25 februari 2010 de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. Met de structuurvisie wil de gemeente regie voeren op de ontwikkelingen en processen die voor de toekomst van Hilvarenbeek van belang zijn. Ontwikkelingen die het goed wonen, leven en werken ondersteunen en verbeteren wil de gemeente kunnen faciliteren en stimuleren. In de structuurvisie wordt eerst voor de gehele gemeente een visie gegeven met betrekking tot het ruimtelijke karakter, wonen en de woonomgeving, welzijn en voorzieningen, economie en werken en mobiliteit en bereikbaarheid. In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie zijn deze aspecten per kern beschreven. De gemeente wil zich in de toekomst meer toespitsen op drie specifieke doelgroepen, te weten ouderen, zorgbehoevenden en starters. In het kader van de leefbaarheid wordt niet geënt op de kwantiteit, maar de kwaliteit. Met andere woorden: met een groei van het aantal inwoners alleen wordt de leefbaarheid niet gediend. Sociale binding van de inwoners met de gemeente en een woningbouwprogramma dat is afgestemd op de (ruimtelijke) karakteristieken van de gemeente is ook belangrijk.
Gelet op de demografische cijfers en het woonbeleid zijn de speerpunten van woonbeleid voor Hilvarenbeek gericht op het bevorderen van de diversiteit van het woningaanbod door middel van: • Meer en meer gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (zowel huur als koop); • Meer aanbod voor senioren (meer levensloopbestendige woningen in combinatie met • (Zorg)voorzieningen); • Bevorderen van betaalbare woningen voor starters; • Uitgangspunt is dat gebouwd wordt naar behoefte. Dit is vertaald in de woonvisie.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|23
Uitsnede Structuurvisie Hilvarenbeek - Zonering toetsingskader kern Haghorst
Toetsing Het plangebied is op de kaart van de Structuurvisie voor de kern Haghorst aangewezen als ‘centrumgebied’. Voor het centrumgebied wordt aangegeven dat nieuwe initiatieven voor het in stand houden van de in deze zone aanwezige voorzieningen altijd mogelijk zijn. Daarbij kan bij de ontwikkeling van nieuwe woningen in deze zone volstaan worden door het realiseren van woningen voor de actuele behoefte. De beoogde uitbreiding voorziet in de wens om het ”Hart van Haghorst” te (her)ontwikkelen. Momenteel bevinden zich in het plangebied twee horecagelegenheden, een ontmoetingscentrum, een bassischool en een gymzaal, verspreid over vijf losstaande gebouwen. Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de bestaande gebouwen en de realisatie van een MFA en maximaal 23 wooneenheden. In het MFA worden een gym- en evenementhal, een dorpshuis met horeca, een basisschool en kinderopvang geclusterd in één gebouw. Met onderhavig planvoornemen worden de aanwezige voorzieningen in stand gehouden. Daarnaast wil de gemeente zich in de toekomst meer richten op woningen voor onder andere ouderen en starters. Tevens wil de gemeente meer en gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (huur en koop) en betaalbare woningen.
Door het realiseren van het woningbouwprogramma, conform de Woonvisie, bestaande uit woningen in diverse prijsklassen, wordt met het planvoornemen een diversiteit aan type woningen gerealiseerd, aansluitend bij de woningbehoefte binnen de gemeente. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met Structuurvisie Hilvarenbeek. Woonvisie 2020-2030 De gemeente Hilvarenbeek heeft op 5 juni 2019 de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. De gemeente Hilvarenbeek blijkt een aantrekkelijke gemeente te zijn om te wonen. De woningvraag is daardoor groter dan het aanbod. Door de economische groei en lage rentestand is het aantrekkelijk geworden om te verhuizen. Er is daardoor een grote vraag naar woningen.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|24
De bouwproductie blijft hierbij nog achter. De Provincie Noord-Brabant gaat er vanuit dat met name de komende tien jaar de woningbehoefte nog zal toenemen (voor Hilvarenbeek ongeveer +500 woningen). Daarbij wordt er van uitgegaan dat het aantal vestigers en vertrekkers in de gemeente elkaar in evenwicht houden. De praktijk van de laatste jaren is echter dat de gemeente Hilvarenbeek met een sterk vestigingsoverschot te maken heeft. Dit zorgt voor een toenemende druk op de woningmarkt. De afgelopen jaren zijn er veel woningbouwinitiatieven bij de gemeente binnengekomen die in meer of mindere mate inspelen op deze woonwensen. Hierbij gaat het vaak om plannen voor inbreidingslocaties. Door deze plannen te ontwikkelen kan in een substantieel deel van de kwalitatieve woningvraag van woningen worden voorzien. Het is niet reëel om uit te gaan van alleen de lokale woningvraag. Er zal meer gebouwd moeten worden om zowel vestigers als eigen inwoners van voldoende woningaanbod te voorzien. Alleen dan kan het gevarieerde woningaanbod gecreëerd worden waarbij voor iedere doelgroep een woning binnen de gemeente te vinden is. Dit betekent dat de gemeente Hilvarenbeek de komende jaren dus meer ruimte wil geven voor woningbouw.
Ten behoeve van de gestelde doelen in de Woonvisie heeft de gemeente Hilvarenbeek enkele maatregelen opgesteld: • In elke kern van de gemeente moet ruimte zijn voor woningbouw om in te spelen op de woningbehoefte (mits aantoonbaar) en kernen leefbaar en vitaal te houden. • Om in te kunnen spelen op de grote woningvraag worden de plannen vooral getoetst op hun bijdrage aan de kwalitatieve opgaven binnen de gemeente. Met de Provincie en regiogemeenten wordt overleg gevoerd over de woningbouwopgave om tot zorgvuldig ruimtegebruik te komen. • De gemeente biedt ruimte om (waar mogelijk en passend bij de woonomgeving) woningbouw op inbreidingslocaties en (waar nodig om te voorzien in de behoefte en behoud van het woonmilieu) woningbouw op aan de randen van onze kernen te realiseren. Het afronden van Gelderakkers II vormt een belangrijk onderdeel in het bewerkstelligen van deze ambitie. • Nieuwe woningbouwinitiatieven worden kwalitatief getoetst aan de beoordelingscriteria. Het gaat daarbij om de volgende criteria:
Beoordelingscriteria bij nieuwe woningbouwinitiatieven
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|25
Toetsing Vanuit de gemeente is de wens om woningbouw voornamelijk toe te voegen op inbreidingslocaties en aan de randen van de kern. Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van woningbouw op een inbreidingslocatie. De aanbodzijde van de woningmarkt wordt hiermee vergroot, waardoor de woningen betaalbaar blijven/worden. Door het realiseren van een woningbouwprogramma met een diversiteit aan type woningen, wordt aangesloten op het streefwoningbouwprogramma van de Woonvisie 2020-2030. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden (kwalitatief) getoetst aan de beoordelingscriteria uit de Woonvisie 2020-2030: • Locatiecriteria: De ontwikkeling is gesitueerd in het centrumgebied van de kern Haghorst. Hiermee wordt aansluiting gezocht op de wens om woningbouw te realiseren op een inbreidingslocatie. Daarbij sluit de verkaveling en bebouwing ook aan op de bestaande verkaveling en bebouwing rondom het plangebied. Hiermee voorziet het plan in zorgvuldig ruimtegebruik. Ten slotte wordt in de Sociaal-ruimtelijke visie Haghorst benoemd dat de gronden in het centrumgebied va Haghorst geschikt zijn voor woningbouw. • Stedenbouwkundige criteria: De bebouwing is in massa, dichtheid en karakteristiek passend bij de omgeving en in relatie met het landschap.
• Invulling kwalitatieve behoefte: Uit de Woonvisie 2020-2030 blijkt dat er in de kern Haghorst behoefte is aan grondgebonden woningen (onder andere voor starters). Tevens is er behoefte aan levensloopgeschikte woningen voor senioren. Het planinitiatief voorziet in de realisatie van (betaalbare) grondgebonden woningen. Tevens biedt dit bestemmingsplan de mogelijkheid om (bij een aantal wooneenheden) gestapeld woningen mogelijk te maken, waardoor een levensloopgeschikte woning op de begane grond en een wooneenheid voor starters op de verdieping ontstaat. Hierdoor wordt aangesloten op de behoefte zoals omschreven in de Woonvisie. Het voornemen sluit aan op de wensen vanuit de Woonvisie. Sociaal-ruimtelijke visie Haghorst In september 2020 heeft de gemeente Hilvarenbeek een Sociaal-Ruimtelijke visie vastgesteld voor de kern Haghorst. Deze visie is tot stand gekomen door een samenwerking van de gemeente Hilvarenbeek, de Dorpscoöperatie Haghorst en NieuwBlauw. In de Sociaal-Ruimtelijke visie wordt de visie voor een leefbaar en levendig Haghorst geschetst. Haghorst wil een levendig dorp blijven waar men prettig woont. In de visie zijn 19 ambities benoemd die bijdragen aan het versterken van de leefbaarheid van Haghorst. In relatie tot onderhavig planvoornemen zijn de volgende ambities van belang: 1.
Woningbouw: voldoende woningen voor behoud van voorzieningen en om te kunnen voldoen aan de vraag. 2. Bouw van starterswoningen (betaalbare koop en sociale huur), en levensloopbestendige woningen (t.b.v. senioren). 3. Doorstroming bevorderen door starterswoningen klein te houden (en zeer betaalbaar). 4. Sterke horeca behouden in een MFA (Multifunctionele accommodatie). Momenteel zijn er twee horecabedrijven in het centrum van Haghorst gevestigd. Het doel is minimaal één sterk horecabedrijf te behouden voor de inwoners en toeristen. Het horecabedrijf moet dienen als ontmoetingscentrum voor de eigen inwoners en tevens voldoende aantrekkingskracht hebben voor mensen van buitenaf.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|26
5.
6.
Nieuwbouw school. Met het goedkeuren van de begroting heeft de gemeenteraad groen licht gegeven voor de bouw van een nieuwe basisschool. Door de school en gymzaal te koppelen met horeca ontstaat een MFA waarbinnen dubbelgebruik van ruimtes optimaal ingezet kan worden ten behoeve van sociale activiteiten in het dorp. Dorpshuis. Voor vele activiteiten in het dorp is een dorpshuis of ontmoetingsruimte nodig. In de nieuw te bouwen MFA moet hier ruimte voor beschikbaar zijn. Dit hoeven geen zelfstandige ruimtes te zijn maar kan ook goed in samenwerking met de school en het horecabedrijf. Een ideaalbeeld is een dorpshuis direct aan het plein om binnen- en buitenactiviteiten te kunnen combineren.
Uitsnede ambitiekaart Sociaal-Ruimtelijke visie Haghorst
De 19 ambities van Haghorst en de resultaten van de ruimtelijke analyses zijn ruimtelijk vertaald naar een ambitiekaart. Op deze kaart zijn zeven legendaeenheden opgenomen. • Centraal in het dorp ontstaat een kloppend hart waar de verschillende functies samen komen (school, MFA, horeca) • Er zal niet gezocht worden naar uitbereiding aan de oostzijde. Aan de oostzijde zijn geen aanleidingen voor uitbreiding. • Aan de westzijde zijn wel aanleidingen voor uitbereiding. Wonen en werken kan aan deze zijde naast elkaar ingepast worden in een woon-werk landschap. • De zone langs het kanaal nodigt uit voor recreatie. Het verbeteren van fietsinfrastructuur en het creëren van camperplaatsen kan de levendigheid versterken. • Tussen de Lage Haghorst en het nieuwe woon-werk landschap zal een landschappelijke buffer behouden blijven waardoor het lint Lage Haghorst niet vastgroeit aan de kern van Haghorst. • De sportvelden blijven behouden. • Lage Haghorst blijft als eenheid herkenbaar. NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|27
Het plangebied is aangewezen als ‘Hart van Haghorst’. Hierbinnen worden (centraal in het dorp) de centrumvoorzieningen van het dorp geclusterd. Horeca, de basisschool en een dorpshuis (in de vorm van een MFA) worden gebundeld zodat dubbelgebruik van ruimtes mogelijk is. Naast deze voorzieningen zal de ontwikkeling bestaan uit woningbouw. De herontwikkeling en nieuwbouw wordt compact gehouden en wordt als integrale opgave beschouwd. Er zal een relatie gelegd worden met het plein waardoor het plein een prominente plek krijgt in het dorp. De vrijkomende locaties van Den Deel, de school en gymzaal maken onderdeel uit van dit programma. Toetsing In de ambities voor de kern Haghorst wordt meermaals verwezen naar de gewenste functies binnen de MFA. Hierbij wordt het behouden van de horeca, de nieuwbouw van een school en de aanwezigheid van een dorpshuis/ontmoetingsplek genoemd. Daarbij is in de ambitiekaart een specifieke verwijzing gemaakt naar ‘Hart van Haghorst’. De ambitie op deze locatie is om de genoemde functies centraal in het dorp te clusteren/bundelen. Onderhavig planvoornemen voorziet in de uitwerking van deze ambities, waardoor aansluiting wordt gezocht bij de Sociaal-ruimtelijke visie Haghorst. De voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een bundeling van functies. Dubbelgebruik van ruimtes is hierdoor mogelijk. Een nieuwe school trekt jonge gezinnen aan.
Door de bundeling van activiteiten wordt de levendigheid in het dorp geconcentreerd en zichtbaarder. Hiermee sluit het planvoornemen volledig aan op de wensen binnen het aangewezen gebied ‘Hart van Haghorst’. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|28
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Inleiding
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieu hygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.2
Archeologie
Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet in werking treedt gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodem verstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.
NL.IMRO.0798.BPHartvanHaghorst-VG01
Bestemmingsplan Hart van Haghorst
|29
Het plangebied ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek in de volgende zone: •
Middelhoge/onbekende archeologische verwachting (categorie 6); o Ondergrens omvang: 2.500 m2; o Ondergrens diepte: 50 cm;
Voor de gronden binnen categorie 6 dient onderzoek plaats te vinden wanneer de bodemingrepen een oppervlakte hebben groter dan de genoemde ondergrenzen.
Uitsnede Archeologische Beleidskaart (plangebied donkerrood omlijnd)
De gronden zijn ter plaatse reeds geroerd. Het plangebied is gedeeltelijk bebouwd met horecagelegenheden, een ontmoetingscentrum, een bassischool en een gymzaal. Het merendeel van de grondwerkzaamheden zal plaatsvinden ter plaatse van de bestaande bebouwing en/of verhardingen. Echter is dit afhankelijk van het nog nader uit te werken (stedenbouwkundige)plan. Mochten de gronden ter plaatse toch dusdanig geroerd worden, dan is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Conclusie Het aspect ‘Archeologie’ vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen..