17 bp De Welder 2 (33 Bijlage 32 Vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten)
Tekst van het document
Your safety is our concern
Historisch vooronderzoek OO Haghorst De Welder 2
Kennis- en adviescentrum
Detectie
Vliegtuigberging
Historisch vooronderzoek
Benaderen en veiligstellen
Archeologie
Risicoanalyse
Offshore
Sanering
Pagina 2 van 72
Voorwoord Achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten (OO) op uw projectlocatie, wat zijn de risico’s, waar liggen de verantwoordelijkheden? In de bodem waarop wij werken, wonen en recreëren is nog een aanzienlijke hoeveelheid OO uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog aanwezig. De aanwezigheid van deze oorlogsresten kan gevaar opleveren voor mens, dier en omgeving bij de ontwikkeling van infrastructurele werken en bouwprojecten. Ons team van gepassioneerde medewerkers kan voor u bepalen of een plangebied verdacht is op de aanwezigheid van oorlogstuig en zo ja, welke OO nog in de bodem aanwezig kunnen zijn. Om het uiteindelijke onderzoeksgebied te definiëren bepalen wij zorgvuldig zowel de horizontale als de verticale afbakening van het verdachte gebied. Onze toegevoegde waarde dient maar één doel: het beheersbaar maken van de risico’s die optreden, mocht een OO alsnog tot uitwerking komen. Wij nemen adequate maatregelen om deze risico’s aanvaardbaar te maken, zodat het restrisico zo laag is als redelijkerwijs mogelijk. Redelijkerwijs impliceert dat, dat het al dan niet nemen van de mogelijke beheersmaatregelen wordt bepaald door kosten van de maatregelen tegenover de voordelen van de te behalen risicovermindering.
Het vermogen te innoveren, technieken en equipment te ontwikkelen brengt ons dagelijks op een hoger niveau, waardoor u als klant verzekerd bent van de economisch meest voordelige uitvoeringswijze. Onze aanpak is succesvol gebleken, we passen deze dagelijks toe met een team van ruim 30 specialisten die zowel de land- als de waterbodem onderzoeken. Ons werkgebied is voornamelijk Nederland, België, Duitsland, de Noord- en de Oostzee. Met de nieuwste en meest geavanceerde technologieën en veel kennis van geofysica onderzoeken we nauwkeurig en doelmatig uw plangebied om uiteindelijk een certificaat af te geven zodat u veilig de geplande werkzaamheden kunt uitvoeren. Uw veiligheid is onze zorg, natuurlijk… BODAC B.V. The UXO Clearance Company
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 3 van 72
Projectinformatie Datum:
01-12-2022
Versie:
1
Documentnummer:
221201_H22047_VOB_01
Opdrachtgever:
Gemeente Hilvarenbeek
Goedgekeurd door
Naam
Functie
Datum
Bodac B.V.
Dhr. L. (Luc) van Rooi
Historicus
01-12-2022
Bodac B.V.
Dhr. M. (Martijn) van Bommel
Historicus
01-12-2022
Bodac B.V.
Dhr. R. (Roy) Maas
Projectleider
01-12-2022
Opdrachtgever
Mevr. M. (Maaike) van Dam-Vogels
Projectleider
-
Handtekening
-
Distributielijst Gemeente Hilvarenbeek Bodac B.V.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaand schriftelijke toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912). Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 4 van 72
Inhoudsopgave 1
Samenvatting
5
2
Inleiding
6
2.1 2.2 2.3 2.4
3
Projectscope 3.1
4
Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema Doelstelling Onderzoeksmethode Kwalificatie onderzoeksteam Onderzoeksgebied
Onderzoek conflictperiode 4.1 Eerder uitgevoerd onderzoek 4.2 Stafkaart Kadaster 4.3 Literatuur 4.4 Nationale archieven 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) 4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD) 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 4.5 Internationale archieven 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg 4.5.2 The National Archives (TNA) te Londen 4.5.3 The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C. 4.5.4 Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa 4.6 Analyse luchtfoto’s 4.6.1 Methodiek 4.6.2 Selectie beeldmateriaal 4.7 Conclusie onderzoek conflictperiode 4.7.1 Beeldmateriaal
5
Conclusie en advies 5.1
6
Advies en vervolgstappen
Leemten in kennis
6 6 7 8
9 9
11 11 13 15 15 15 15 16 16 16 16 19 19 19 21 21 21 23 23 24 25
30 30
31
Bijlage 1. Inventarisatiekaart en OO-Bodembelastingkaart
32
Bijlage 2. Indicatietabel en luchtfotoanalyse
35
Bijlage 3. Certificering
41
Bijlage 4. Uitgangspunten afbakening
42
Bijlage 5. Toelichting verplichte en aanvullende bronnen
50
Bijlage 6. Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal
53
Bijlage 7. Protocol Toevalstreffer OO
67
Bijlage 8. Hoofdgroepen van Ontplofbare Oorlogsresten
68
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 5 van 72
1 Samenvatting In opdracht van de gemeente Hilvarenbeek heeft Bodac B.V. een vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd ter plaatse van Haghorst De Welder 2 met kenmerk H22047. Naar aanleiding van de geplande bodemroeringen is een aanvraag gedaan voor deze bureaustudie. Is het onderzoeksgebied of zijn delen hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en is er daardoor een verhoogd risico op het aantreffen van OO? Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn er geen feitelijke indicaties gevonden voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het onderzoeksgebied. Derhalve is het hele onderzoeksgebied aangeduid als onverdacht. Zie hiervoor de OOBodembelastingkaart in Bijlage 1.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 6 van 72
2 Inleiding In de Tweede Wereldoorlog alleen al is naar schatting twaalfduizend ton aan explosieve stof door vliegtuigen afgeworpen. Ervaringscijfers geven aan dat ongeveer tien tot vijftien procent van deze afgeworpen Ontplofbare Oorlogsresten om diverse redenen niet zijn gesprongen. Daarnaast zijn grote hoeveelheden munitie door grondgeschut en handvuurwapens verschoten, waarvan eveneens een deel niet of slechts gedeeltelijk is gedetoneerd. Vooral op locaties waar destijds zwaar gevochten is, komen nog veel van deze ‘blindgangers’ in de bodem voor. Bodac B.V. maakt gebruik van academisch geschoolde medewerkers en moderne opsporingsmethoden om de OO te vinden en te verwijderen. Zo zorgen wij ervoor dat een veilig te bewerken (bouw)terrein overgedragen kan worden aan onze opdrachtgever.
2.1
Historisch vooronderzoek OO in het Certificatieschema
Naar aanleiding van de oorlogshandelingen, ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, bestaat er een mogelijkheid tot het spontaan aantreffen of toucheren van OO tijdens het uitvoeren van werkzaamheden in de (water)bodem. Hierdoor ontstaat een verhoogd veiligheidsrisico door het mogelijk ongewenst tot (uit)werking treden van dit militair wapentuig. Dergelijke ongecontroleerde uitwerkingsgevolgen kunnen dodelijk letsel en zware schade aan materiaal en omgeving tot gevolg hebben. Daarnaast kunnen spontane vondsten van OO resulteren in stagnatie en meerwerkkosten van de uitvoeringswerkzaamheden. Om bovenstaande situaties te voorkomen dient een werkgever de risico’s van de werkzaamheden vooraf te inventariseren en te evalueren. Deze zogenoemde risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) is zeker voor bouw gerelateerde activiteiten (werkzaamheden in of op de (water)bodem) noodzakelijk. 1 Tijdens het ontwerpen van het werk moeten de risico’s in beeld worden gebracht (V&G voorbereidingsfase), waaronder mogelijke OO in de bodem. Door de privatisering van het opsporen van OO, ontstond de behoefte aan normalisatie en regelgeving gericht op kwaliteit en veiligheid. Dit resulteerde in de certificatieplicht in het Arbobesluit.
Deze plicht resulteerde allereerst in het Beoordelingsrichtlijn van het Procescertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (BRL-OCE) en vervolgens in het Werkveld Specifiek Certificatie Schema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). 2 De aspecten vooronderzoek en risicoanalyse maakten deel uit van deze laatstgenoemde wet- en regelgeving. Hierin werden al een aantal eisen gesteld aan het onderdeel Historisch vooronderzoek. Vanwege de aangekondigde wetswijziging trachtte de Stichting Certificering Vuurwerk en Explosieven, in samenwerking met de VEO en andere belanghebbende partijen, vanaf 2015 de kwaliteitsborging van certificering te benadrukken. In deze wetswijzigingen werden het vooronderzoek en de risicoanalyse niet langer als noodzakelijk geacht om onder een wettelijke certificering te vallen. Naast het wettelijk WSCS-OCE, werd het besluit gemaakt om een privaat schema te ontwikkelen waarin de werkzaamheden van Vooronderzoek CE en Risicoanalyse CE zijn opgenomen. Het behandelvoorstel en eindconcept werden in 2017 voorgelegd aan het CCvD-OCE. 3 Vanwege de wijzigingen in het Arbobesluit op 28 november 2019 (waarin de term Conventionele Explosieven is vervangen door de term Ontplofbare Oorlogsresten) besloten de belanghebbende partijen om een vernieuwd certificatieschema aan het CCvD voor te leggen.
Dit resulteerde in het ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’. 4 Deze vrijwillige certificering valt dus niet binnen een wettelijk kader en derhalve zal de inhoud en methode van een Historisch vooronderzoek OO enigszins kunnen variëren. Per 1 januari 2021 is het nieuwe, wettelijk verplichte Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (opsporing) in werking getreden. Daarbij is (gelijktijdig) het vrijwillige Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten ingegaan. 5 Bodac B.V. zal dit Historisch vooronderzoek OO dan ook uitvoeren conform de meest recente versie van het certificatieschema.
2.2
Doelstelling
Bodac B.V. werkt voorliggende rapportage uit conform het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). Dit schema beschrijft de doelstelling van een Historisch Zie voor meer informatie: www.explosievenopsporing.nl Tot 31 december 2020 was het WSCS-OCE opgenomen in Bijlage XII van de Arbeidsomstandigheden met oude eisen van de certificering. 3 SCVE, ‘7SCVE-SEC.11124.V’ (29 mei 2017). 4 VOMES, ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’ (8 februari 2021). 5 ‘Certificatie Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten’, < https://www.vomes.nl/certificatie/certificatie-vooronderzoek-en-risicoanalyseoo/> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. 1 2
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 7 van 72 vooronderzoek OO en een Risicoanalyse OO. Het voorliggende onderzoek heeft als doel om te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van OO, en zo ja, om het verdachte gebied af te bakenen. Deze volgens het certificatieschema genoemde ‘onderzoek conflictperiode’ bestaat uit het inventariseren, analyseren en beoordelen van bronmateriaal. De gevonden geografisch herleidbare indicaties en contra-indicaties worden vervolgens getoetst op relevantie. Op basis hiervan zal gemotiveerd worden vastgesteld of er mogelijk sprake is van een op OO verdacht gebied, en zo ja, dan zal de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoedelijke munitieartikelen beschreven worden. 6 Wanneer duidelijk is welke OO te verwachten zijn wordt in een kort onderzoek ‘na-conflictperiode’’ aandacht besteed aan de naoorlogse ontwikkeling van het onderzoeksgebied. Dit wordt uitgevoerd op basis van naoorlogs kaartmateriaal, afkomstig van het Kadaster, DINO-Loket en het Algemeen Hoogtebestand Nederland. Wanneer gewenst door de opdrachtgever wordt een verdiepingsslag gemaakt in naoorlogs archiefmateriaal. Het verdachte gebied wordt vervolgens naast het naoorlogs ontwikkelde gebied gelegd om eventuele bodemingrepen op te helderen. Vervolgens wordt een horizontale en verticale afbakening van het (overgebleven) verdachte gebied opgesteld.
Het eindresultaat is een rapportage voorzien van een bijbehorende OO-Bodembelastingkaart (zie Bijlage 1). Mochten geen duidelijke verticale contouren van naoorlogse ontwikkelingen uit het dit vooronderzoek blijken, dan kan de opdrachtgever kiezen voor een Risicoanalyse OO. In deze verdiepende bureaustudie wordt archiefmateriaal aangaande naoorlogse ontwikkelingen bekeken. Deze worden naast de geplande werkzaamheden gelegd om een concreet vervolgadvies te geven.
2.3
Onderzoeksmethode
Leidraad voor het vaststellen van de onderzoeksmethode is het CS-VROO. Verder is voorliggend document opgesteld conform het DO BMS, P01500 documentbeheer en ISO9001 kwaliteitssysteem. Voor het opstellen van een conclusie is het bronmateriaal essentieel. De organisatie verzamelt indicaties en contra-indicaties aan de hand van literatuur- en archiefonderzoek en een luchtfotoanalyse. De onderzoeksmethode met betrekking tot de luchtfotoanalyse wordt in Paragraaf 4.6 uiteengezet. Inzake het bronmateriaal zullen verscheidene uitgangspunten geëvalueerd worden. Een toelichting op verplichte en aanvullende bronnen, beschreven in het CS-VROO, staan in Bijlage 5 van deze rapportage. Naar aanleiding van het CS-VROO zal beoordeeld worden of bepaalde oorlogshandelingen een relevante indicatie vormen voor de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Hier mag echter gemotiveerd van afgeweken worden. De gevonden indicaties en contra-indicaties uit voornoemd bronmateriaal dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van oorlogstuig in het onderzoeksgebied. Bij gebruikmaking van indicaties of contra-indicaties uit geschreven bronnen, behoren de verwijzingen ongewijzigd in de rapportage over te worden genomen.
Deze locaties moeten vervolgens vertaald worden naar een plaatsbepaling in de huidige topografie. Indien er onduidelijkheid is over de locatie van indicaties of contra-indicaties zal dit eveneens gedocumenteerd worden. Vervolgens zullen alle relevante indicaties beoordeeld worden op betrouwbaarheid. Gecontroleerd wordt of de informatie van desbetreffende indicatie uit een primaire of secundaire bron komt, of de informatiebron op zichzelf betrouwbaar is met betrekking tot de beschreven feiten en of de gevonden informatie overeenkomt met dezelfde OO-gerelateerde indicaties uit andere bronnen. Op basis van het onderzoek zal een conclusie worden getrokken of er binnen een onderzoeksgebied wel of geen verhoogde kans is op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Bij het vaststellen van de conclusie ‘verdacht’ of ‘onverdacht’ worden enkele uitgangspunten gehanteerd. Een verhoogde kans op OO wordt geconstateerd wanneer er specifieke meldingen zijn van de aanwezigheid van munitieartikelen of wanneer Bodac B.V. een beredeneerde inschatting maakt over de aanwezigheid van oorlogshandelingen. Aan voorgenoemde constateringen wordt de conclusie ‘verdacht’ gekoppeld. Benoeming van hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, verschijningsvorm, ontstekingsinrichtingen en aantal (afwerpmunitie) van de mogelijke OO is noodzakelijk.
Daarnaast hanteert de bureaustudie een horizontale en verticale afbakening bij een verdacht verklaarde locatie. Deze afbakeningen worden vastgesteld op basis van de ‘nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied’, behorende bij het CS-VROO. Deze nadere bepalingen, bekend onder kenmerk CS-VROO-02, stellen geen eisen aan de certificaathouder aangezien gemotiveerd van deze nadere bepalingen mag worden afgeweken. De horizontale afbakening wordt in het systeem ArcGIS Pro De gevonden indicaties zullen beoordeeld worden op de aannemelijkheid van de aanwezigheid van OO. Enkel door detectie kan de daadwerkelijke aanwezigheid van munitieartikelen vastgesteld worden.
6
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 8 van 72 verwerkt, waarbij Bodac B.V. gebruik maakt van het Rijksdriehoeksstelsel (RD) als coördinatensysteem. In de rapportage dient bij het bepalen van de verticale afbakening rekening te worden gehouden met hoofdsoort, gewicht en kaliber. Daarnaast zal, voor het berekenen van de indringingsdiepte bij afgeworpen munitie, gebruik worden gemaakt van het Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven. 7 Indien er sprake is van grondroering of grondverzet in de periode 1945 tot heden, dan zal dit meegenomen worden in het onderzoek na-conflictperiode. De uiteindelijke verdachte verticale afbakening zal uitgedrukt worden tot een diepte ten opzichte van NAP.
2.4
Kwalificatie onderzoeksteam
Het Historisch vooronderzoek OO en alle ArcGIS Pro werkzaamheden zijn uitgevoerd door historicus dhr. L. (Luc) van Rooi (MA) en historicus dhr. M. (Martijn) van Bommel (MA). Deze rapportage is in samenspraak en onder verantwoording van dhr. R. (Roy) Maas, projectleider van Bodac B.V., voltooid. Expertises conform deskundigheidseisen CS-VROO Dhr. L. (Luc) van Rooi MA
Dhr. D. (Daan) van Alphen MA
Dhr. R. (Rick) Dhr. M. (Martijn) Dhr. R. (Roy) Klein Gunnewiek van Bommel MA Maas MA
Historicus
Historicus
Historicus
Historicus
-
Deskundigheid ontplofbare oorlogsresten
-
-
-
-
-
Civiele techniek
-
-
-
-
-
Risicoanalyse
-
-
-
-
-
Luchtfotointerpretatie
-
-
Geografische Informatiesystemen
-
-
Naam
Functie
Dhr. D. (Dennis) Naumann
Projectleider Senior opsporing Deskundige OOO
Expertises Historisch onderzoek
Tabel 1: Expertises Vooronderzoek en Risicoanalyse.
7
Deltares, ‘Ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven’, 1210497-000, 2015.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
-
Pagina 9 van 72
3 Projectscope Ter plaatse van Haghorst zijn grondroerende werkzaamheden gepland, namelijk het bouwen van nieuwe woningen. Om een inzicht te krijgen in de mogelijke risico’s heeft de gemeente Hilvarenbeek aan Bodac B.V. opdracht verleend tot het uitvoeren van een Historisch vooronderzoek OO naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten (OO). Zoals gecommuniceerd met de opdrachtgever, middels de door Bodac B.V. opgestelde offerte, zal deze bureaustudie het kenmerk ‘H22047’ betiteld als ‘Haghorst De Welder 2’ krijgen. 8
3.1
Onderzoeksgebied
Teneinde een gefundeerde uitspraak te kunnen doen omtrent de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied is door Bodac B.V. een buffer geformuleerd met een straal van 150.00 m1. Binnen deze straal worden alle voor het onderzoek relevante gebeurtenissen meegenomen in deze rapportage. Het onderzoeksgebied valt onder de gemeente Hilvarenbeek in de provincie Noord-Brabant. Het onderzoeksgebied is gelegen onder de zuidelijke rand van het dorp Haghorst, aan het Wilhelminakanaal. Het betreft voornamelijk gras- en weiland met enkele begroeiing en de grond bestaat hoofdzakelijk uit zandgrond. 9 Voor deze rapportage zal de voormalige gemeente Diessen relevant zijn. Middels kaartmateriaal is het onderzoeksgebied met buffer op de navolgende pagina in kaart gebracht (220047_H221027_OG_01).
Email correspondentie tussen Mevr. M. van Dam (gemeente Hilvarenbeek) en dhr. L. van Rooi (Bodac B.V.) conform offerte met kenmerk 221004_C22320_OB_01 verzonden op 6 oktober 2022. 9 DINOloket – Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond, https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens (Geraadpleegd 30 november 2022). 8
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
14 1600 39 0400
39 0400
39 0200
Esri Nederland, Community Maps Contributors
39 0000
39 0200
38 9800
39 0000
38 9600
38 9800
38 9400
38 9600
38 9200
38 9400
38 9000
38 9200
38 9000
Verklaring Onderzoeksgebied 38 8800
Buffer Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
27-10-2022 220047_H221027_OG_01
Actueel
38 8800
2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
38 8600
0
50
100
Meters 150
Formaat: A3
Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek
Schaal: 1:5.000
Project: H22047
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Onderzoeksgebied
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 220047_H221027_OG_01
Acc.: R. Maas
38 8600
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
14 1600
Esri Nederland, Community Map Contributors
Pagina 11 van 72
4 Onderzoek conflictperiode Het onderzoek conflictperiode zal op basis van primaire en secundaire bronnen vaststellen of het onderzoeksgebied mogelijk betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Alvorens deze bronnen geraadpleegd kunnen worden, zal een inventarisatie plaats moeten vinden van de eerder uitgevoerde vooronderzoeken ter plaatse van het onderzoeksgebied.
4.1
Eerder uitgevoerd onderzoek
Conform het CS-VROO dient bij aanvang van het onderzoek te worden nagegaan of er in het verleden onderzoek is uitgevoerd naar de aanwezigheid van OO, en zo ja, te worden gerapporteerd op welke wijze(n) deze informatie is betrokken bij het onderzoek. Voor dit vooronderzoek is navraag gedaan bij de VEO Bommenkaart. De volgende rapportages hebben betrekking op delen van de buffer: Rapportages Derden
Bombs Away B.V., 21p157; - Conclusie: Het gedeelte onderzoeksgebied rondom Sluis IV bij Haghorst is verdacht bevonden op geschutmunitie. Bombs Away B.V. verwacht verschoten geschutmunitie met kalibers variërend van 75 mm t/m 105 mm op een maximale diepteligging van 0.75 m1-mv. AVG Explosieven Opsporing Nederland, RWS TB3, 2162055-VO-Cluster4.2-01. - Conclusie: Het gedeelte onderzoeksgebied rondom Sluis IV bij Haghorst is verdacht bevonden op hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, klein kaliber munitie, explosieve stoffen, toebehoren van munitie, vernielingsmiddelen en geschutmunitie. De zwaarste categorie munitie die AVG verwacht is geschutmunitie van 8,8 cm. Deze wordt verwacht op een maximale diepteligging van 2.50 m1-mv.
Verder heeft Bodac B.V. het eigen bedrijfsarchief geraadpleegd. Hierin herbergen meerdere soorten onderzoek, zoals historische vooronderzoeken, risicoanalyses en opsporingsopdrachten. Onderstaande opdracht is door Bodac B.V. in de omgeving van, het huidige onderzoeksgebied uitgevoerd: Rapportage Bodac B.V.
OCE Assistentie EOD Haghorst, 8-9-2011. - Conclusie: Bodac B.V. heeft in september 2011 de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) geassisteerd bij het ruimen van tien Duitse bommen op de bodem van het Wilhelminakanaal nabij de brugsluis van Haghorst. Het betroffen allemaal brisantbommen van 50 kg van het type ‘Sprengbombe Cylindrisch’. 10
Het kaartmateriaal op de navolgende pagina schetst een beeld van de eerder uitgevoerde onderzoeken in verhouding tot het huidige onderzoeksgebied (221027_H22047_EUO_01).
YouTube – Defensie ruimt bommen bij Haghorst, Ministerie van Defensie, https://www.youtube.com/watch?v=PQak0dvKpuI&t=40s (Geraadpleegd 31 oktober 2022). 10
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
14 2800
14 2700
14 2600
14 2500
14 2400
14 2300
14 2200
14 2100
14 2000 39 0200
39 0200
39 0100
Esri Nederland, Community Maps Contributors
39 0000
39 0100
38 9900
39 0000
38 9800
38 9900
38 9700
38 9800
38 9600
38 9700
38 9500
38 9600
38 9400
38 9500
38 9400
38 9300
Verklaring Onderzoeksgebied 38 9300
Buffer OCE Assistentie EOD Haghorst, 2011 AVG Explosieven Opsporing Nederland 38 9200
Bombs Away B.V., 21p157 Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
27-10-2022 221027_H22047_EUO_01
Actueel
38 9200
2. 3. Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
38 9100
0
30
60
Meters 90
Formaat: A3
Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek
Schaal: 1:3.000
Project: H22047
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Eerder uitgevoerd onderzoek
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221027_H22047_EUO_01
Acc.: R. Maas
38 9100
14 2800
14 2700
14 2600
14 2500
14 2400
14 2300
14 2200
14 2100
14 2000
Esri Nederland, Community Map Contributors
Pagina 13 van 72
4.2
Stafkaart Kadaster
Ten behoeve van het bronnenonderzoek is kennis van de toenmalige topografie ten tijde van mogelijke oorlogshandelingen noodzakelijk. Met behulp van topografische kaarten van het Kadaster en ArcGIS Pro kan de oude situatie geprojecteerd worden op de huidige locatie. 11 Daarmee kunnen verdwenen toponiemen uit het huidige straatbeeld achterhaald en gebruikt worden in het brononderzoek. Op het kaartmateriaal staan diverse toponiemen beschreven, zoals:
Hooghaghorst; Laaghaghorst; De Wouer; Wilhelminakanaal; Emmersche Weg; De Holle Reijt; Hahorstsche Dijk; Broekeind; Voerdijk; Diessensche Broeken; Koppelstraat; Kerkpad.
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog viel het onderzoeksgebied onder de gemeente Diessen. Derhalve dienen de archieven van deze gemeente geraadpleegd te worden, alsmede het provinciale archief van NoordBrabant. Onderstaande afbeelding geeft de topografische stafkaart weer die werd gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog (221027_H22047_HIS_01).
11
Kadaster, Stafkaart Hilvarenbeek, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 17 S.E.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
14 3000
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
39 0800
39 0800
39 0600
Esri Nederland, Community Maps Contributors
39 0400
39 0600
39 0200
39 0400
39 0000
39 0200
38 9800
39 0000
38 9600
38 9800
38 9400
38 9600
38 9400
38 9200
Verklaring Onderzoeksgebied
38 9200
Buffer Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
27-10-2022 221027_H22047_HIS_01
Actueel
2. 3.
38 9000
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
0
50
100
Meters 150
Formaat: A3 38 9000
Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek
Schaal: 1:5.000
Project: H22047
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Historische situatie 1944
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221027_H22047_HIS_01
Acc.: R. Maas 14 3000
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
38 8800
Esri Nederland, Community Map Contributors
Pagina 15 van 72
4.3
Literatuur
Voor het onderzoek is relevante literatuur geraadpleegd. Het betreft zowel standaardwerken als eventuele specifieke lokale en regionale schriftuur. In deze literatuur kunnen indicaties gevonden worden welke herleidbaar zijn tot het onderzoeksgebied. In het chronologisch overzicht in Bijlage 2 zal de relevantie en herleidbaarheid verder onderzocht worden. De lijst met geraadpleegde literatuur, websites en alle andere geraadpleegde bronnen is te vinden in Bijlage 6.
4.4
Nationale archieven
Ten behoeve van het onderzoek zijn nationale en internationale archieven onderzocht. In de archieven is voornamelijk aandacht besteed aan documenten van de luchtbeschermingsdienst, de stukken over aangetroffen/geruimde OO, oorlogsschaderapporten, oorlogsdagboeken, gevechtsverslagen van verschillende legeronderdelen en eventuele naoorlogse werkzaamheden. Waar aanwezig zijn relevante indicaties in het onderzoek meegenomen. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken bevindt zich in Bijlage 6. 4.4.1 Gemeentelijk en provinciaal archief In het gemeentearchief Regionaal Archief Tilburg zijn archiefstukken geraadpleegd, te weten 769 Inventaris van het archief van het Gemeentebestuur van Diessen, (1905) 1932 - 1980 (1990) en 1425 Inventaris van Gemeentebestuur Diessen, (1932) 1980 - 1996 (1998). In het Brabants Historisch Informatie Centrum te ‘sHertogenbosch zijn provinciale documenten ingezien. Er zijn diverse dossiers geanalyseerd uit het archief van het provinciaal Militair Gezag, zijnde 127 Militair Gezag in Brabant. Het Militair Gezag (MG) was het dagelijks bestuur van de in 1944 en 1945 bevrijde delen van Nederland namens de Nederlandse regering in Londen tot aan de overdracht van deze gebieden aan voorgenoemde regering. Het MG moest het door zuiveringen, collaboratie en oorlogshandelingen ontstane vacuüm in het burgerlijke gezagsapparaat opvullen.
Het orgaan hield zich bezig met herstel van het land en handhaving van de veiligheid. Onderwerpen als de luchtbeschermingsdienst, het herstellen van oorlogsschade en de explosievenopruiming vielen hier ook onder. Deze onderwerpen kunnen relevant zijn voor het onderzoek. Daarnaast zijn relevante oorlogsgerelateerde stukken van het Provinciaal Bestuur, zijnde 1148 Provinciaal Bestuur Noord-Brabant, 1920-1949, en stukken van de Commissaris van de Koningin in de provincie NoordBrabant, zijnde 1085 Commissaris van de Koningin CdK in Noord-Brabant, 1920-1969, geraadpleegd. 4.4.2 Nationaal Archief (NA) te Den Haag In het Nationaal Archief zijn documenten van het archief 2.04.53.15 Ministerie van Buitenlandse Zaken: Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, 1937-1946 geraadpleegd. In 1936 trad de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen in werking. Dat leidde tot de oprichting van de Inspectie Bescherming Bevolking tegen Luchtaanvallen, die tot taak had de gemeentelijke activiteiten op dit terrein te begeleiden en te controleren. In 1942 verving de Duitse bezetter de Wet tot Bescherming van de Bevolking tegen Luchtaanvallen door de Luchtbeschermingsverordening. Dit bracht de luchtbescherming sterker onder controle van de bezetter.
Tot de onderwerpen die aan de orde komen behoren rapportages over luchtactiviteiten en informatie over de organisatie van de luchtbeschermingsdienst. Naast bovengenoemd archief zijn documenten van de Korps Hulpverleningsdienst onderzocht, te weten 2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 1945-1974. Op 21 juli 1947 werd de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) enkel belast met ruimingen van militaire objecten, voorheen functioneerde dit orgaan ook in de civiele sector. Het Korps Hulpverleningsdienst was vanaf bovenstaande datum als aanspreekpunt en verantwoordelijke organisatie aangewezen voor het ruimen van explosieven in de civiele sector. Vanaf 1 januari 1948 werd zij eveneens verantwoordelijk voor militaire objecten. 12 Rond 1971 werden taken, zoals het ruimen van geïmproviseerde explosieven, overgedragen aan de Explosieve Opruimingsdienst (EODD). Met het raadplegen van dit archief tracht Bodac B.V. inzicht te krijgen in mogelijke ruimingen tussen 1946 en 1971. Specifieke informatie uit de periode waarin het Korps Hulpverleningsdienst actief was, is vermoedelijk wel gedocumenteerd, maar vervolgens vernietigd of niet zodanig gearchiveerd dat deze informatie nog vindbaar is. In het archief zijn derhalve alleen krantenberichten over de werkzaamheden van het Korps geraadpleegd.
Tevens is het archief 2.13.25 Archief van het Militair
12
J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004), 90.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 16 van 72 Gezag, (1939) 1943-1946 (1956) ingezien. Relevante indicaties over de luchtbeschermingsdienst van de vijftien secties van Nederland kunnen aanwezig zijn in deze documentatie. Ook het 2.13.71 Archieven van het Ministerie van Defensie te Londen 1940-1941 – Ministerie van Oorlog te Londen [1941-1945]; Departement van Oorlog: Bureau Londen [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) is gecontroleerd op relevante indicaties. Op 14 mei 1940 werd de zetel van de Nederlandse regering formeel in Londen gevestigd. Hiermee werd ook het ministerie van Defensie (later Oorlog) in Londen ondergebracht. Het ministerie hield zich bezig met luchtvaart, militaire operaties en inlichtingen uit Nederland. Informatie met betrekking tot deze taken kunnen relevant zijn voor deze bureaustudie. Aanvullend is ook het archief 2.13.137 Inventaris van de archieven van de Ordedienst en de Binnenlandse Strijdkrachten, en Afwikkelingsbureau, 1941-1956 geraadpleegd. In dit archief bevinden zich verzetsstukken m.b.t. Duitse troepensterkte op Nederlands grondgebied, mijnenvelden, luchtlandings- en afwerpterreinen en de verplaatsingen van wapens en munitie. Tot slot is het archief 2.13.210 Archief van de Commissie van Proefneming met hierin opgenomen afgedwaalde archiefbescheiden van onderdelen van de Artillerie- Inrichtingen en Artillerie onderdelen, (1814) 1867-1942 geraadpleegd.
De voornaamste taken van de Commissie van Proefneming waren het plannen, uitvoeren en verslag uitbrengen van de resultaten van fabricage, ontwikkelingsproeven van munitie en wapens. Daarnaast ontwikkelde en verbeterde de Commissie de beproevingmethoden en -procedures van wapens en munitie. In 1939 werd de Commissie in verband met het opheffen van de Normaal Schietschool uitgebreid en zij werd opgeheven met ingang van 15 juli 1940. 4.4.3 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) In het Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag is allereerst het zogenoemde bunkerarchief geraadpleegd, te weten 575 Bureau Inlichtingen/Duitse verdedigingswerken. Dit archief vermeld Duitse verdedigingswerken op nationaal niveau. 4.4.4 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en Genocidestudies (NIOD) In het Nederlands Instituut voor Oorlog-, Holocaust- en Genocidestudies te Amsterdam zijn meerdere archieven onderzocht, zoals 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West). Toen Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart zich in mei 1940 in Nederland vestigde liet hij zich bijstaan door vier Generalkommissare met bijbehorend apparaat voor belangrijke onderdelen van het bestuur. De Generalkommissar für das Sicherheitswesen was leider van de SS-organisatie in Nederland. Het archief betreft documentatie van deze organisatie.
Vervolgens is het archief 216k Departement van Justitie geraadpleegd. Behalve documenten, afkomstig van de afdeling Luchtbescherming, bevinden zich hier tevens rapporten, correspondentie van de afdelingen Politie, Marechaussee e.d. 4.4.5 Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) Ministerie van Defensie te Rijswijk In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog was de Mijn- en Munitie Opruimings Dienst (MMOD) verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie in Nederland. Het archief van het MMOD bevindt zich bij het Semi-Statisch Informatiebeheer van het Ministerie van Defensie in Rijswijk. Het archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingsrapporten van Nederlandse gemeenten. In sommige gevallen is deze informatie omtrent munitieruimingen in de naoorlogse jaren 1945-1947 eveneens aanwezig in de betreffende gemeentearchieven. Voor het huidige onderzoek is gezocht op vermeldingen van de, voormalige, gemeente Diessen. 4.4.6 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Ten behoeve van het onderzoek conflictperiode en na-conflictperiode is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) te Soesterberg bestudeerd. In 1971 heeft de EODD de taak voor het ruimen van aangetroffen OO van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken overgenomen.
Pas vanaf dit jaar zijn alle meldingen van aangetroffen en geruimde explosieven bijgehouden. Tot 1990 werden deze ruimingen ‘Melding Opdracht Ruimrapportage Afdoening (MORA’s) genoemd. Tegenwoordig worden de ruimingen omschreven als ‘Werkopdrachten’ (WO’s) of ‘Uitvoeringsopdrachten’ (UO’s). Een nadeel van deze bron is de onvolledigheid van meldingen of ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 bij de EODD of het SIB. Over de periode 2010-2020 zijn de meldingen digitaal raadpleegbaar bij de EODD. Voor deze bureaustudie is gezocht op vermeldingen van de (voormalige)
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 17 van 72 gemeenten Diessen en Hilvarenbeek en de plaatsen Haghorst, Baarschot, Middelbeers, Moergestel, Oisterwijk, Tilburg, Goirle, Westelbeers, Biest-Houtakker en Esbeek. Bodac B.V. heeft een overzicht van de EODD ontvangen van de UO’s/MORA’s binnen en rondom het onderzoeksgebied. Hierbij maakt Bodac B.V. gebruik van een buffer van 150.00 m1, welke overigens voor elke gevonden indicatie gebruikt wordt om de relevantie te bepalen. Deze meldingen ondersteunen het onderzoek door een nauwkeuriger beeld te creëren welke oorlogshandelingen (beschietingen, grondgevechten, bombardementen) in of in de buurt van het te onderzoeken gebied hebben plaats gevonden. Zowel in de database als op de ruimrapporten zelf zijn de locatieomschrijvingen dikwijls vrij summier beschreven. Dit betekent dat de betreffende locaties meestal slechts indicatief kunnen worden ingetekend op de inventarisatiekaart in Bijlage 1. Om het verschil in nauwkeurigheid enigszins aan te geven maakt Bodac B.V. onderscheid tussen munitieruimingen op adresniveau en op straat(naam)niveau. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat ook een munitieruiming op adresniveau als indicatief dient te worden beschouwd, omdat de exacte locatie meestal niet is te achterhalen uit de stukken. Om de gevonden plaatsaanduidingen te lokaliseren is gebruik gemaakt van Google Maps en ArcGIS Pro.
In Bijlage 6 Overzicht geraadpleegd materiaal is een tabel opgenomen met daarin de geraadpleegde MORA’s welke relevant zijn voor het onderzoeksgebied. Deze ruimingen zijn in het kaartmateriaal op de navolgende pagina inzichtelijk gemaakt (221028_H22047_EODD_01). Er zijn geen naoorlogse ruimingen door de EOD verricht in het onderzoeksgebied en de buffer. Er zijn in de nabije omgeving van het onderzoeksgebied wel enkele ruimingen verricht. Zodoende is er gevonden: Bij de sluisbrug in het Wilhelminakanaal tien Duitse brisantbommen (50 kg, S.C.) en twee bommen (nationaliteit en type onbekend) van 60 x 30 cm doorsnede, in de huidige dorpskern van Haghorst twee Britse handgranaten (Mills 36) en een twee ponder verschoten pantsergranaat en een Britse drie inch ‘Barrage’ raket aan de Lage Haghorst. Naast het overzicht van de UO’s heeft Bodac B.V. het mijnenveldregister onderzocht. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de strijdende partijen gebruik van mijnenvelden. Het type (antitankmijn of antipersoneelsmijn) en het aantal gelegde mijnen was afhankelijk van de functie van het mijnenveld. Mijnen werden onder andere gelegd voor de verdediging en vertraging van de opmars van troepen. In de jaren direct na 1945 zijn de Duitse en geallieerde mijnenvelden geruimd, waarbij niet altijd alle geplaatste mijnen konden worden terug gevonden.
Sindsdien zijn op of nabij de locaties van voormalige mijnenvelden nog sporadisch mijnen aangetroffen. In sommige gevallen werden zelfs grote aantallen mijnen gevonden, doordat de als ‘geruimd’ aangemerkte mijnen destijds niet zijn afgevoerd of vernietigd, maar ter plaatse begraven of gedumpt. De EOD beschikt over een collectie mijnenlegrapporten en mijnenruimrapporten uit de periode 1944-1947. Bodac B.V. heeft navraag gedaan of er ter plaatse van het onderzoeksgebied mijnenvelden zijn gedocumenteerd. Noordoostelijk in de buffer, richting het Wilhelminakanaal, lag in de conflictperiode een mijnenveld met dertien stuks Duitse Riegelmijnen (type 43). Deze zijn in maart 1945 geruimd door een Nederlandse eenheid. Het heeft geen relevantie tot het onderzoeksgebied en is puur contextueel meegenomen in het onderzoek. De mijnen zijn vermoedelijk tijdens de frontperiode van Haghorst, oktober 1944, gelegd door de aanwezige Duitse eenheden. Dit omdat de sluisbrug één van de weinige plekken tussen Tilburg en Oirschot was om het Wilhelminakanaal over te steken.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
14 2600
14 2500
14 2400
14 2300
14 2200
14 2100
14 2000
14 1900
14 1800
39 0100 39 0000
39 Esri Nederland, Community Maps Contributors 0000
38 9900
19751718 20111371 38 9900
38 9800
17 SE 21
38 9700
38 9800
20121558
38 9600
38 9700
38 9500
38 9600
38 9400
38 9500
38 9300
38 9400
38 9200
38 9300
38 9200
Verklaring Onderzoeksgebied 38 9100
Buffer
Ruiming met locatie op adresniveau EOD Mijnenvelden
38 9100
Versiebeheer
19891203
Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
28-10-2022 221028_H22047_EODD_01
Actueel
2.
38 9000
3.
20030075
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
0
30
60
Meters 90
Formaat: A3
38 9000
Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek
Schaal: 1:3.000
Project: H22047
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: EOD-meldingen
Tek.: M. van Bommel
14 2600
14 2500
14 2400
14 2300
14 2200
14 2100
14 2000
14 1900
14 1800
38 8900
Tekeningnaam: 221028_H22047_EODD_01 Acc.: R. Maas
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl; Esri Nederland, Community Map Contributors 38 8900
Pagina 19 van 72
4.5
Internationale archieven
Bodac B.V. beschikt over gegevens uit internationale archieven welke, conform CS-VROO, voor dit onderzoek zijn geraadpleegd. Het betreffen documenten uit het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau, The National Archives (TNA) te Londen, The National Archives and Records Administration (NARA) te College Park (Washington D.C.) en The Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa. 4.5.1 Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg Ten behoeve van het onderzoek heeft Bodac B.V. onderzoek gedaan in het Militärarchiv, dat ondergebracht is in het Bundesarchiv te Freiburg am Breisgau. Dit archief beschikt over documenten van het Duitse rijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Archiefstukken van organisaties als de Waffen-SS, Krijgsmarine en Wehrmacht zijn beperkt bewaard gebleven. Door verschillende oorlogshandelingen zijn de documenten ernstig beschadigd. 13 Derhalve blijven slechts enkele archieven over die van betekenis kunnen zijn voor het onderzoek. Een voorbeeld is de collectie van Lageberichte, te weten RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab en RM-7 Seekriegsleitung der Kriegsmarine. Deze dagelijkse rapporten gaven een korte beschrijving van oorlogshandelingen (voornamelijk bomafworpen) door heel Nederland voor de periode 10 mei 1940 tot 10 november 1941.
4.5.2 The National Archives (TNA) te Londen In The National Archives te Londen zijn verschillende collecties geraadpleegd voor deze bureaustudie. Allereerst beschikt Bodac B.V. over de zogenoemde ’Daily Logs’ van de 2nd Tactical Air Force (ook wel 2nd TAF genoemd). Zij was vanaf september 1944 tot en met mei 1945 actief boven het Nederlandse luchtruim. Naast de gegevens van de 2nd TAF zijn andere AIR-collecties geraadpleegd. Voorbeelden hiervan zijn het RAF Bomber Command, Coastal Command en Fighter Command. Daarnaast zijn er Operation Record Books (ORB’s) onderzocht van relevante Groups, Wings en Squadrons. Naast archieven over Geallieerde luchtstrijdkrachten beschikt TNA over zogenoemde ’War Diaries’ van Britse, Canadese en Schotse grondstrijdkrachten die ten tijde van de bevrijding van Nederland in Nederland operationeel waren. Uit de archiefstukken van de AIR- en WO-collecties kunnen gegevens gevonden worden omtrent aanvalsdoelen, gevechtshandelingen en de gehanteerde of gebruikte OO. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van een specifiek coördinatensysteem genaamd Nord de Guerre. Met dit systeem werd Nederland onderverdeeld in kaartvierkanten van 1000 bij 1000 meter met elk een specifieke codering en nummering van vier cijfers. Wanneer er gebruik werd gemaakt van zes cijfers dan besloeg dit een gebied van 100 bij 100 meter.
geallieerde stafkaarten, waarin dit coördinatensysteem staat aangegeven, zijn geraadpleegd om de desbetreffende relevante kaartvierkanten voor het onderzoek te achterhalen. Voor het onderzoek is de navolgende geallieerde stafkaart gebruikt:
Stafkaart Hilvarenbeek, Holland 1:25.000, G.S.G.S. 4427 (AMS M831), First Edition, sheet 17 S.E.
De volgende kaartvierkanten dekken het onderzoeksgebied af en zijn derhalve gebruikt tijdens het evalueren van de bronnen uit The National Archives (zichtbaar op de navolgende pagina):
QE2325 t/m QE2425; QE2324 t/m QE2424.
Bundesarchiv, ‘Militärische Unterlagen’, <https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zurBenutzung/benutzen-hinweise-militaerische-unterlagen.html> [geraadpleegd op 30 januari 2021]. Het archief geeft een uitleg over de beschadigingen: ’Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.’ 13
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
14 3000
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
14 1600
14 1400
14 1200
14 1000 39 1000
39 1200
39 1000
39 0800
Esri Nederland, Community Maps Contributors
39 0600
39 0800
39 0400
39 0600
39 0200
39 0400
QE2425
QE2325
39 0000
39 0200
38 9800
39 0000
38 9600
38 9800
38 9400
38 9600
38 9200
38 9400
QE2424
QE2324
38 9000
38 9200
38 8800
38 9000
38 8800
38 8600
Verklaring Onderzoeksgebied
38 8600
Buffer 38 8400
Nord de Guerre coördinaten Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
28-10-2022 221028_H22047_NG_01
Actueel
38 8400
2. 3.
38 8200
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
38 8000
0
90
Meters 270
180
Formaat: A3
Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek
Schaal: 1:8.000
Project: H22047
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Nord de Guerre coördinaten
Tek.: M. van Bommel
Tekeningnaam: 221028_H22047_NG_01
Acc.: R. Maas
38 8200
14 3200
14 3000
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
14 1600
14 1400
14 1200
14 1000
Esri Nederland, Community Map Contributors
Pagina 21 van 72 4.5.3 The National Archives and Records Administration (NARA) te Washington D.C. In de National Archives and Records Administration te Washington D.C. zijn manuscripten/interviews met de Duitse legerleiding aanwezig uit Record Group 549. Deze documenten geven een algemene indruk van de verdediging binnen en rondom het onderzoeksgebied. Verder zijn er zogenoemde ‘After Action Reports’ geraadpleegd van relevante Amerikaanse grondtroepen. Deze documenten zijn niet geraadpleegd, aangezien er geen sprake was van Amerikaanse aanwezigheid in het onderzoeksgebied. 4.5.4 Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa In de Library and Archives Canada (LAC) zijn diverse documenten aanwezig betreffende de grondtroepen van het Canadese leger. Deze documenten zijn niet geraadpleegd aangezien er geen sprake was van Canadese aanwezigheid in het onderzoeksgebied.
4.6
Analyse luchtfoto’s
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van uitgebreide luchtfotoanalyses om troepenbeweging te ontdekken, resultaten van bombardementen waar te nemen en nieuwe ‘targets’ e.d. te vinden. Het doel van de luchtfoto-interpretatie is – de in de geschreven bronnen gevonden – indicaties visueel inzichtelijk te maken, alsmede additionele informatie te vergaren. Met behulp van luchtopnamen is dikwijls vast te stellen of het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Sporen van kraters, beschadigde woningen, troepenverplaatsingen of stellingen (militaire vergraving) kunnen aanwijzingen zijn voor een mogelijk verdacht gebied. Op de volgende pagina is een kaart ingevoegd, 221104_H22047_LUFO_01, met daarop de ligging van geraadpleegde luchtfoto’s ten opzichte van het onderzoeksgebied. In bijlage 6 Overzicht geraadpleegd bronnenmateriaal is meer achtergrondinformatie over de luchtfoto’s te vinden.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
14 5000
14 4800
14 4600
14 4400
14 4200
14 4000
14 3800
14 3600
14 3400
14 3200
14 3000
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
14 1600
14 1400
14 1200
14 1000
14 0800 39 2600 39 2400
39 2600
39 2200
39 2400
39 2200
39 1800
39 2000
Esri Nederland, Community Maps 39 2000 Contributors
39 1600
39 1800
39 1400
39 1600
39 1200
39 1400
39 1000
39 1200
39 0800
39 1000
39 0600
39 0800
39 0400
39 0600
39 0200
39 0400
39 0000
39 0200
38 9800
39 0000
38 9600
38 9800
38 9400
38 9600
38 9200
38 9400
38 9000
38 9200
38 8800
38 9000
38 8600
38 8800
38 8400
38 8600
38 8200
38 8400
38 8000
38 8200
38 8000
38 7800
Verklaring Onderzoeksgebied
38 7800
38 7600
Buffer
38 7400
Versiebeheer Nr.
Datum
Tekeningnaam
Status
1.
04-11-2022 221104_H22047_LUFO_01
Actueel
38 7600
2. 3.
38 7400
38 7200
Maten in m, diameters en afm. bestratingsmaterialen in mm, hoogtematen in m t.o.v. NAP, tenzij anders aangegeven
38 7000
0
170
340
Meters 510
Formaat: A3
Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek
Schaal: 1:14.500
Project: H220447
Coördinatenstelsel: RD
Tekening: Luchtfotodekking
Tek.: M. van Bommel 38 7000
14 5000
14 4800
14 4600
14 4400
14 4200
14 4000
14 3800
14 3600
14 3400
14 3200
14 3000
14 2800
14 2600
14 2400
14 2200
14 2000
14 1800
14 1600
14 1400
14 1200
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl 14 1000
38 6800
Tekeningnaam: 221104_H22047_LUFO_01 Acc.: R. Maas
38 7200
Pagina 23 van 72 4.6.1 Methodiek Conform het CS-VROO worden de meest geschikte luchtfoto’s geselecteerd voor de interpretatie van het onderzoeksgebied. Tijdens de selectie houdt Bodac B.V. rekening met:
Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het te onderzoeken gebied; Dekking; Opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen; Kwaliteit fotobeeld; Schaal.
Luchtfoto’s zullen, op basis van de data van de oorlogshandelingen, met data van vóór, ten tijde en ná de gevonden indicaties geraadpleegd worden. Ten behoeve van de luchtfoto-interpretatie zal Bodac B.V. letten op de verschillende typen luchtfoto’s, de meest bruikbare foto’s zijn de zogenoemde ‘verticals’. 14 Met behulp van beeldparen kunnen verstoringen in de foto’s geanalyseerd en gedefinieerd worden. Het programma Photoshop wordt gebruikt om de foto’s bij te snijden en grijswaarden toe te passen. Door middel van het georeferentiesysteem ArcGIS Pro kunnen mogelijke indicaties op de juiste locatie gepositioneerd worden. 15 Niet alleen de selectie van foto’s kan invloed hebben op de luchtfotoanalyse. Een luchtfoto blijft een momentopname van de situatie van het onderzoeksgebied ten tijde van fotograferen. Niet alleen kunnen wolken, bebouwing, schaduwwerking, groei van planten of water (bijvoorbeeld inundatie) hinderlijk zijn tijdens de luchtfoto-interpretatie. Ook herstelwerkzaamheden of camouflage kunnen een vertekend beeld geven van mogelijke oorlogshandelingen. Tijdens de luchtfotoanalyse maakt Bodac B.V. een classificatie van objecten welke relevant kunnen zijn voor het onderzoek. Drie termen zullen de validiteit van een object of verstoring bepalen.
Het begrip ‘bevestigd’ wordt ingezet wanneer de betrouwbaarheid grenst aan zekerheid, waarbij de waarneming met een tweede bron bevestigd kan worden. Het begrip ‘waarschijnlijk’ zal ingezet worden wanneer er een overwegende zekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. Als er een overwegende onzekerheid bestaat over de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto, dan zal de term ‘mogelijk’ gebruikt worden. Indien een object met de betrouwbaarheid ‘mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van een verdacht gebied, streeft Bodac B.V. ernaar om aanvullende bronnen te raadplegen. 16 De luchtfotoanalyse wordt in tabelvorm opgenomen in Bijlage 2. Dit geschied op twee manieren. Ten eerste wordt een aparte kolom in de indicatietabel opgenomen, waarbij de luchtfotoanalyse wordt uitgevoerd met betrekking tot een specifieke indicatie. In dit geval wordt de luchtfoto gebruikt als ‘onderbouwende’ bron. Ten tweede worden indicaties die enkel herleidbaar zijn naar de luchtopname zelf in een aparte luchtfotoanalyse beoordeeld. Luchtfoto’s worden in dit geval als onafhankelijke bron beschouwd. Tot slot maakt Bodac B.V. gebruik van een bedrijfsspecifieke GIS-codering betreffende het onderzoek van bronnenmateriaal en de luchtfotoanalyse.
Met behulp van deze codering wordt getracht een koppeling te maken tussen de verschillende indicaties uit het vooronderzoek in relatie tot het kaartmateriaal. Indien relevante indicaties geografisch ingetekend kunnen worden, zal de GIS-code in Bijlage 2 beschreven worden. Er wordt bij het optekenen van de GIS-codering rekening gehouden met het verschil tussen indicaties afkomstig uit literatuur en archiefmateriaal, en indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse. Wanneer indicaties afkomstig zijn vanuit literatuur of archiefmateriaal wordt de GIS-codering gekoppeld aan de letter ‘A’ (archief). Voor indicaties afkomstig uit de luchtfotoanalyse wordt de letter ‘L’ (luchtfoto) gebruikt. Wanneer indicaties in beide bronnen voorkomen worden beide letters genoteerd. In de paragraaf 4.7 Conclusie onderzoek conflictperiode is een tabel opgenomen met daarin alle indicaties die als relevant voor het onderzoeksgebied zijn beoordeeld. 4.6.2 Selectie beeldmateriaal Voor dit onderzoek heeft Bodac B.V. een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtfoto’s in nationale en internationale archieven. In Nederland bestaan momenteel twee archieven die samen een vrij complete De kwaliteit van de luchtfotoanalyse heeft onder andere te maken met de opnamehoek en opnamehoogte van de foto’s.
Vanwege verschillende aspecten (kwaliteit luchtfoto, opnamehoek, brandpunt, snelheid vliegtuig en de beschikbare georeferentie punten) treedt er tijdens de georeferentie van luchtfoto’s een afwijking van vijf tot tien meter op. In dit onderzoek wordt een tolerantie gehanteerd van tien meter. 16 Het object met betrouwbaarheid ‘mogelijk’ zal door Bodac B.V. geverifieerd worden met behulp van andere luchtfoto’s met verschillende data. Daarnaast zal getracht worden om aanvullende indicaties uit het literatuur- en archiefonderzoek te vinden. 14 15
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 24 van 72 collectie beheren van relevantie luchtopnamen die gemaakt zijn door zowel de Britse als de Amerikaanse luchtmacht. Een deel van deze collecties bevindt zich in de afdeling Speciale Collecties, Bibliotheek Wageningen University (WUR) te Wageningen. Het andere deel beheert het Kadaster GEO-Informatie (KAD) te Zwolle. De luchtfoto’s uit beide archieven kunnen geleverd worden door de site www.dotkadata.nl. Naast de verplichte Nederlandse archieven beschikken ook internationale archieven over luchtfoto’s van Nederland. Bodac B.V. heeft derhalve de luchtfotocollecties van The National Collection of Aerial Photography (NCAP) te Edinburgh en het Laurier Military History Archives (LMHA) te Waterloo geraadpleegd. In Bijlage 6 wordt een overzicht gegeven van de geselecteerde en geanalyseerde luchtfoto’s. In Bijlage 2 worden de resultaten van de luchtfotoanalyse gepresenteerd in de indicatietabel en (indien van toepassing) separaat.
4.7
Conclusie onderzoek conflictperiode
Uit het onderzoek conflictperiode is gebleken dat er relevante en herleidbare indicaties zijn gevonden in de literatuur, archiefstukken en/of de luchtfotoanalyse. In Bijlage 2 is een overzicht in chronologische tabelvorm gegeven van de bevindingen uit het onderzoek. Van sommige indicaties is het niet mogelijk gebleken een exacte locatie vast te stellen. Deze zijn omwille van de historische context en/of relevantie wel opgenomen in het overzicht. Wanneer een gebeurtenis buiten de buffer van het onderzoeksgebied heeft plaatsgevonden, of als de precieze locatie niet bekend is, dan wordt dit vermeld. In het overzicht wordt tevens vermeld of een gebeurtenis als relevant of niet relevant kan worden beschouwd voor het onderzoeksgebied. Wanneer een indicatie ‘relevant’ is, wordt dit aangegeven met een semi-rode kleur. Bij een indicatie die ‘niet relevant’ wordt bevonden, zal dit aangegeven worden met een semi-groene kleur. Zodoende is visueel direct duidelijk welke indicaties een verdachte afbakening tot gevolg kunnen hebben. Middels een GIS-codering worden indicaties uit de indicatietabel en welke indicaties zichtbaar zijn op luchtopnamen, gekoppeld aan de inventarisatiekaart in Bijlage 1. Het kenmerk van de inventarisatiekaart is 221130_H22047_IVK_01. _H22047_GIScodering:
Datum:
Indicatie:
GIS-L-01
15-10-1944 Op de luchtfoto van 15 oktober 1944 zijn meerdere oorlogssporen waar te nemen. Zoals een geschutstelling, vermoedelijk Duits luchtafweergeschut (FLAK). Deze is ingetekend met giscodering GIS-L-01 op de inventarisatiekaart De stelling bevindt zich in het zuiden van de buffer. Er is geen informatie gevonden over deze stelling en of deze überhaupt in gebruik is geweest. Zodoende resulteert dit niet in een verdachte afbakening van het onderzoeksgebied. De stelling is hieronder te zien bij Figuur 7.
GIS-L-02
15-10-1944 De bovengenoemde stelling wordt vergezeld door enkele mangaten. Mangaten/schuilgaten zijn vergravingen waarin geschuild kon worden bij het gevaar van een luchtaanval. In de noordoostelijke hoek van de buffer zijn tevens vier voorbeelden van dit soort schuilgaten waar te nemen. Deze leiden niet tot het verdacht afbakenen van een gebied aangezien er geen munitie wordt verwacht in dergelijke militaire vergravingen. De mangaten zijn ingetekend met giscodering GIS-L-02.
GIS-L-03
15-10-1944 Op dezelfde luchtfoto zijn enkele onduidelijke verstoringen te zien, die mogelijk kraters kunnen zijn. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen. In het literatuur- en archiefonderzoek is niets gevonden omtrent het beschieten van het onderzoeksgebied en de buffer vanuit geallieerde hoek. Zo zijn in gemeentelijke archieven geen schademeldingen gevonden in het onderzoeksgebied en de buffer. Tevens zijn er ook geen beschoten coördinaten en/of ‘Fire Plans’ met betrekking tot het onderzoeksgebied gevonden in bestudeerde ‘War Diaries’. Daarnaast komen de solitaire liggingen van de verstoringen niet overeen met de doorgaans bekende geallieerde kraterpatronen. Mochten het kraters zijn, dan zijn het waarschijnlijk sporadische ‘lukraak’ afgeschoten Duitse projectielen; hierover is helaas geen informatie van beschikbaar. Zie voor een voorbeeld van een dergelijke verstoring Figuur 6. Op basis van enkel deze sporen in de buffer van het onderzoeksgebied kan geen verdachte afbakening worden gemaakt. Deze onduidelijke verstoringen zijn ingetekend met giscodering GIS-L-03.
GIS-L-04
15-10-1944 In het noorden van de buffer is een vermoedelijke wapenstelling waar te nemen, zie voor een voorbeeld hiervan Figuur 8. Er is geen informatie gevonden over deze stelling en of deze überhaupt in gebruik is geweest. Zodoende resulteert dit niet in een
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 25 van 72 verdachte afbakening van het onderzoeksgebied. De stelling is ingetekend met giscodering GIS-L-04. 31-12-1958 Tenslotte is er op oudejaarsdag 1958 een munitievondst gedaan aan de St. Josephstraat 14 in Haghorst, Diessen. Er zou een granaat op het erf van de heer L.C. van Hamont hebben gelegen en deze is verwijderd door een voorloper van de EODD. Deze ruiming is ingetekend op de inventarisatiekaart met giscodering GIS-A-05. De granaat is geruimd naast het onderzoeksgebied in de buffer. Onbekend is hoe de granaat daar is terecht gekomen en of dit het gevolg was van oorlogshandelingen. De granaat kan bijvoorbeeld elders gevonden zijn en meegenomen zijn door de vinder om aan de munitieruimingsdienst over te dragen. Enkel het adres en de ligplaats, ‘op het erf’, is te algemeen om een verdacht gebied op af te bakenen.
GIS-A-05
Tabel 2: Relevante of belangrijkste indicaties.
4.7.1
Beeldmateriaal
Figuur 1: Situatie tijdens de Meidagen van 1940: Een SS-regiment richt zijn pijlen op een Franse pantsereenheid bij Diessen. Bron: F. Janse, Tilburg 1940-1945. Jaren van verduistering (Tilburg, 1984).
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 26 van 72
Figuur 2: Duitse bom, gevonden in de gemeente Diessen, wordt in zee geworpen. Bron: Nationaal Archief (NA), 2.04.110 Archief Korps Hulpverleningsdienst van het Ministerie Binnenlandse Zaken, 1945-1974, inv. nrs. 20-22, Registers met krantenknipsels inzake explosieven, 1945-1959, inv. nr. 21, 1945-1947.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2
Pagina 27 van 72
Figuur 3: 1944: Oorlogsschade aan de kanaalzijde van Haghorst, vermoedelijk aan de noordelijke kant van het kanaal. Bron: Beeldbank Regionaal Archief Tilburg, www.regionaalarchieftilburg.nl.
Figuur 4: 1944: Oorlogsschade aan de ophaalbrug en de sluis bij Haghorst. Bron: Beeldbank Regionaal Archief Tilburg, www.regionaalarchieftilburg.nl.
www.bodac.nl Historisch vooronderzoek OO - Haghorst De Welder 2