CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

16 bp Gelderakkers 2 (2a Toelichting en regels)

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Gelderakkers 2”.26.007 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Gelderakkers 2 Gemeente Hilvarenbeek Ontwerp

Bestemmingsplan Gelderakkers 2 Gemeente Hilvarenbeek Ontwerp

Rapportnummer:

P03247_5

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0798.Gelderakkers2-ON01

Datum:

25 mei 2021

Opdrachtgever:

Gemeente Hilvarenbeek

Projectteam BRO:

TA, AD, RG

Voorontwerp:

5 februari 2021

Ontwerp:

mei 2021

Vaststelling: Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan voor de ontwikkeling van maximaal 84 woningen op de locatie van Gelderakkers 2 te Hilvarenbeek.

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

1

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5 6

2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Landschappelijke context, -inpassing en stedenbouwkundig plan 2.2 Programma

6 7 10

3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

11 11

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

11 11 13 13 16

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid

16 17 19

3.3.1 Structuurvisie Hilvarenbeek 3.3.2 Woonvisie 2020-2030 3.3.3 Nota Dorps bouwen 3.3.4 Parkeerbeleidsplan 2015-2020 3.3.5 Nota energietransitie

19 22 24 24 24

4. PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1 Luchtkwaliteit

26 26

4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2 Geluid

26 26 28 28

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Bodem

28 29 29 29

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Externe veiligheid

29 30 30 30

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek

30 31

Inhoudsopgave

1

4.4.3 Conclusie 4.5 Bedrijven en milieuzonering

33 33

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Geur

33 34 34 34

4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Water

34 35 36 36

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Ecologie

36 37 39 39

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Cultuurhistorie

39 41 43 43

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Archeologie

43 44 46 46

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Verkeer en parkeren

46 47 49 49

4.11.1 Parkeren 4.12 Duurzaamheid 4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

49 52 52

4.13.1 Toetsingskader 4.13.2 Aanmeldingsnotitie m.e.r.

52 53

5. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 5.1 Algemene opzet 5.2 Toelichting op de regels

54 54 54

6. FINANCIEEL-ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

58

7. MAATSCHAPPELIJKE HAALBAARHEID 7.1 Wettelijk (voor)overleg 7.2 Inspraak 7.3 Terinzagelegging

59 59 59 59

Inhoudsopgave

2

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Onderzoek geurhinder veehouderijen Bijlage 5: Watertoets Bijlage 6: Quickscan flora en fauna Bijlage 7: Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 8: Archeologisch onderzoek 2010 Bijlage 9: Archeologisch onderzoek 2012 Bijlage 10: Archeologisch onderzoek 2014 Bijlage 11: Programma van Eisen opgraving Bijlage 12: Verkeersonderzoek ontsluiting Bijlage 13: Bijlage Verkeersonderzoek ontsluiting Bijlage 14: Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 15: Inspraaktabel voorontwerpbestemmingsplan Gelderakkers 2 Bijlage 16: Beeldkwaliteitplan Gelderakkers 2

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Om te kunnen voldoen aan de woningbouwbehoefte voor de gemeente Hilvarenbeek, en met name voor de kern Hilvarenbeek, is de gemeente Hilvarenbeek voornemens om aan de zuidzijde van de kern Hilvarenbeek een nieuwe woonwijk te realiseren door middel van uitbreiding. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is het bestemmingsplan ‘Gelderakkers’ opgesteld. Dit bestemmingsplan is op 27 juni 2013 vastgesteld. De totale ontwikkeling Gelderakkers bestaat uit 1 bestaande woning, 80 direct te realiseren woningen, een brede school en 84 woningen door middel van een wijzigingsbevoegdheid. Fase 1 (80 woningen en een brede school) is inmiddels (deels) gerealiseerd. Voor fase 2 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de realisatie van maximaal 84 woningen. Inmiddels zijn de plannen voor Gelderakkers fase 2 verder uitgewerkt en is duidelijk dat aan niet alle voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid kan worden voldaan. Het gaat onder andere om:  De inhoud van het hoofdgebouw dient ten minste 350 m³ te bedragen: de inhoud van de kleinere rij- en patiowoningen voldoet hier niet aan.  Er zijn maximaal 2 verkeersaansluitingen toegestaan. De ene verkeersontsluiting dient aan te sluiten op de Bolakker, de andere verkeersontsluiting dient aan te sluiten op de van Ryckelstraat.

Ter plaatse van de Langecruijsstraat is er voor gekozen geen ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer te realiseren vanwege de extra verkeersbewegingen die hier niet gewenst zijn. Wel worden aan de Langecruijsstraat parkeervakken gerealiseerd. Ter hoogte van de Willem Bonnaertsstraat wordt wel een langzaam verkeerontsluiting gerealiseerd.  Er zijn volgens de wijzigingsbevoegdheid 84 woningen toegestaan: 24 vrijstaande, 10 twee-aaneengebouwde en 50 aaneengebouwde woningen. Aan het aantal woningen wordt voldaan. Voor het noordelijk deel van Gelderakkers 2 is het stedenbouwkundig plan reeds uitgekristalliseerd. Het zuidelijk deel dient nog verder uitgewerkt te worden. Hier zullen grondgebonden woningen komen, maar de onderverdeling in woningtypologieën is nog niet duidelijk. Het is gewenst hier enige flexibiliteit in te hebben en niet de aantallen per typologie exact vast te leggen.  Parkeren is niet mogelijk binnen de bestemming ‘Wonen’. In het stedenbouwkundig plan zijn parkeerkoffers aan de achterzijde van de woningen voorzien. Binnen de bestemming Wonen van het vigerend bestemmingsplan zijn geen parkeervoorzieningen toegestaan. Om deze reden is ervoor gekozen om een bestemmingsplan op te stellen in plaats van een wijzigingsplan. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologisch kader om de ontwikkeling van de locatie mogelijk te maken.

Hoofdstuk 1

4

1.2 Ligging plangebied Het plangebied omvat de locatie Gelderakkers 2, gelegen tussen de Bolakker, Langecruijsstraat (woonwijk ‘De Drie Eilanden’) en Wagenmaker (Gelderakkers fase 1). Aan de zuidzijde grenst het gebied aan het buitengebied van Hilvarenbeek. Op navolgende afbeelding is de begrenzing van het plangebied globaal weergegeven. Het plangebied staat kadastraal bekend als Hilvarenbeek, sectie P, nummers 1742, 1743, 2425, 2572 (ged.) en 2906 (ged.) en kent een totaal oppervlak van circa 3,2 hectare. Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als grasland.

Figuur 1.1 Globale begrenzing plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Gelderakkers’, vastgesteld door de gemeenteraad van Hilvarenbeek op 27 juni 2013. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch’ en de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – geurzone’ en ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1’. Binnen deze laatste gebiedsaanduiding is een wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.3.1 van het vigerend bestemmingsplan) opgenomen voor het realiseren van maximaal:  24 vrijstaande woningen;  10 twee-aaneengebouwde woningen;  50 aaneengebouwde woningen.

Hoofdstuk 1

5

De bestemming mag binnen het wijzigingsgebied gewijzigd worden naar de bestemmingen ‘Groen’, ‘Verkeer-Verblijfsgebied’ en ‘Wonen’. Er dient voldaan te worden aan een aantal voorwaarden zoals geen belemmeringen vanuit het aspect geur, zoveel mogelijk aansluiten op het stedenbouwkundig plan van fase 1, een maximale goot- en bouwhoogte van 6 meter, respectievelijk 10 meter, milieuhygiënisch aanvaardbaar en het plan dient in overeenstemming te zijn met de geldende regionale woningbouwafspraken. Zoals reeds in paragraaf 1.1 aangegeven wordt niet aan alle wijzigingsvoorwaarden voldaan en daarom is ervoor gekozen een bestemmingsplan op te stellen.

Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Gelderakkers’

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de wijze van bestemmen aangegeven. In de laatste hoofdstukken komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Landschappelijke context, -inpassing en stedenbouwkundig plan Het verkavelingsplan van Gelderakkers 2 is een uitbreiding aan de zuidelijke rand van Hilvarenbeek. De verkaveling en bebouwing sluiten aan op de bestaande verkaveling en bebouwing ten noorden van het plangebied, op de Bolakker aan de westzijde aan op Gelderakkers fase 1 aan de oostzijde. Het plan zorgt voor een duurzame afronding van het stedelijk gebied, aansluitend op Gelderakkers fase 1, passend in massa en dichtheid bij de omgeving. Om de overgang van stad naar land geleidelijker te laten verlopen is een aantal maatregelen toegepast. Aan de noordzijde, tegen de bestaande dorpskern aan, is de bebouwing het meest geconcentreerd. Aan de zuidzijde, tegen het landelijk gebied, zijn de percelen groter en er is veel ruimte voor groen. De sloot die door het plangebied heen loopt is als natuurlijke drager door het plan verwerkt. Ook zorgt deze groenstrook voor een verbinding tussen de Bolakker in het westen van het plangebied enerzijds, en de Schoenmaker/Wagenmaker (fase 1) aan de oostzijde anderzijds. Centraal binnen fase 2 komt in noord-zuid richting een groenzone met een wadi te liggen. Tenslotte ligt er een brede groenstrook tussen fase 1 en fase 2. Op deze manier blijft een zichtrelatie bestaan tussen de bestaande woonwijk ‘De Drie Eilanden’ en het buitengebied.

Het groen in de wijk wordt richting het buitengebied groter en breder en vormt op deze manier de verbinding met het groene, open landschap. Positionering van de groene wiggen is zodanig gekozen dat een visuele relatie vanuit de bestaande kern op het landschap gewaarborgd is. Het plan versterkt de ruimtelijke kwaliteit en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

Hoofdstuk 2

7

Historische context: versterken en leesbaar houden van de

Visie zuidrand Hilvarenbeek: een kwalitatieve, rafelige

buurtschappen en gehuchten

dorpsrand, een groen kralensnoer dat de buurtschappen en gehuchten verbindt en robuuste groene inprikkers tot aan de bestaande bebouwing

Landschappelijke randvoorwaarden: Voorkomen harde be-

Een patchwork van bebouwing en landschap. Wonen vloeit

bouwingswanden als rand van het dorp, lange zichtlijnen

over in agrarische landschap door middel van inzet boeren-

noordzuid tot aan de bestaande bebouwing, handhaving en

erftypologie en geclusterd parkeren. Groen loopt tot aan de

opnemen bestaande sloten, beekdal versterken

voordeur.

Figuur 2.1: Landschappelijke context en inpassing Gelderakkers 2

Het geconcentreerde noordelijk deel van het plangebied bestaat uit hoofdzakelijk rijwoningen (aaneengesloten woningen) en sluit aan bij de bestaande woonwijk. Naar het zuiden en naar de randen toe, wordt de bebouwingsconcentratie minder, dat wil zeggen dat hier meer twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen zijn gelegen, waarmee de overgang naar het open buitengebied

Hoofdstuk 2

8

wordt gemaakt. Het zuidelijk deel van het plan wordt nog verder uitgewerkt. Het idee is dat hier voornamelijk levensloopbestendige (patio)woningen komen. In onderstaand stedenbouwkundig plan is zijn deze indicatief ingetekend, maar dit kan dus nog wijzigingen. In fase 2 zijn 84 woningen voorzien: vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, patiowoningen en rijwoningen in maximaal 2 lagen met kap. De bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 10 meter met een goothoogte van 7 meter. Om sturing te geven aan de beeldkwaliteit van het plan Gelderakkers 2 is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage.

Figuur 2.2: Stedenbouwkundig plan Gelderakkers 2 (indicatief)

Ontsluiting en parkeren De ontsluiting van Gelderakkers fase 2 vindt plaats via de Bolakker en via Gelderakkers fase 1 op de Gelderstraat. Ter plaatse van de Langecruijsstraat is er voor gekozen geen ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer te realiseren vanwege de extra verkeersbewegingen die hier niet gewenst zijn. Wel worden aan de Langecruijsstraat parkeervakken gerealiseerd. Ter hoogte van de Willem Bonnaertsstraat wordt wel een langzaam verkeerontsluiting gerealiseerd.

Hoofdstuk 2

9

Het parkeren zal voornamelijk plaatsvinden uit het zicht, in een tweetal parkeerkoffers aan de achterzijde van woningen. De toegang van de westelijke parkeerkoffer geschiedt via de Langecruijsstraat en de toegang van de oostelijke parkeerkoffer vindt plaats via de Wagenmaker. Tevens zijn er parkeerplaatsen voorzien aan de Langecruijsstraat.

2.2 Programma Onderstaande figuur toont het woningbouwprogramma van Gelderakkers fase 2 en de locatie van de te realiseren woningen. Het betreft koop- en huurwoningen in diverse prijssegmenten. Naast koopwoningen worden er ook koopwoningen voor starters gerealiseerd (CPO). Daarnaast worden er ook levensloopgeschikte woningen gerealiseerd. Woningcorporatie Leystromen zal een aantal woningen in de sociale huursector realiseren. Het programma voor het noordelijk deel ligt redelijk vast. Hier worden 46 rijwoningen, 2 twee-onderéén-kap woningen en 9 vrijstaande woningen gerealiseerd. In het zuidelijk deel (het witte blok) worden maximaal 27 grondgebonden woningen gerealiseerd. De aantallen per woningtypologie liggen nog niet vast, maar er kunnen rijwoningen, twee-onder-één-kap woningen, patiowoningen en vrijstaande woningen gerealiseerd worden. Naar verwachting worden hier voornamelijk levensloopbestendige patiowoningen gerealiseerd.

Figuur 2.3: Programma Gelderakkers 2 (indicatief)

Hoofdstuk 2

10

3.

BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking plangebied In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte1 staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan.

Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Tevens werkt het Rijk aan een eenvoudigere regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijk verantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:  een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;  over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed;  een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. 1

Vastgesteld op 13 maart 2012.

Hoofdstuk 3

11

Het Rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;  het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;  het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit bovenstaande drie doelen zijn de dertien nationale belangen naar voren gekomen. Hieronder zijn deze weergegeven.

 een excellent ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren;  ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie;  ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen;  efficiënt gebruik van de ondergrond;  een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen;  betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem;  het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen;  verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s;  ruimte voor waterveiligheid en duurzame zoetwatervoorzieningen en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling;  ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten;  ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten;  ruimte voor militaire terreinen en activiteiten;  zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en

infrastructurele besluiten. Doorwerking plangebied Het project behoort niet tot 1 van de 13 belangen waarvoor decentrale overheden geen beleidsvrijheid hebben. Het beleid inzake het mogelijk maken nieuwe woongebieden wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is voor de volledigheid nog toegevoegd aan dit bestemmingsplan, gezien de korte tijd tussen de inwerkingtreding van de NOVI.

Hoofdstuk 3

12

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Met onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavige ontwikkeling is dus in overeenstemming met het Barro. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen.

De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe wooneenheden mogelijk gemaakt.

Gezien het in dit initiatief om de toevoeging van maximaal 84 woningen gaat, is een toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk.

Hoofdstuk 3

13

Er is door BRO een onderbouwing Ladder voor duurzame verstelijking opgesteld.2 In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen. Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling De beoogde ontwikkeling van 84 woningen betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Passend binnen beleidskaders Geconcludeerd kan worden dat het beoogde initiatief past binnen de beleidskaders en tevens bijdraagt aan de beleidsdoelen van de provincie, regio en de gemeente.  Het provinciale en gemeentelijke beleid zet in op het realiseren van vraaggerichte woningbouwplannen, die aansluiten op de vraag van huishoudens.  Regionaal wordt ingezet op zowel inbreidingsmogelijkheden als uitbreidingsplannen. In de gemeente Hilvarenbeek kunnen enkel de inbreidingslocaties niet voorzien in de behoefte. Er wordt daarom ingezet op en niet-traditioneel ingevulde, kwalitatieve afronding van de dorpsranden, zoals Gelderakkers 1 en 2. Ook het gemeentelijke beleid geeft ruimte aan woningbouw aan de randen van de kernen, in het bijzonder ook voor plannen die een programma met betaalbare woningen realiseren (omdat inbreidingslocaties daarvoor over het algemeen te klein zijn).  Door de gemeente wordt niet geënt op kwantiteit, maar op kwaliteit. De gemeente wil zich in de toekomst meer richten op onder meer ouderen en starters.

Daarnaast wil de gemeente meer en gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (huur en koop) en betaalbare woningen. Door het realiseren van een woningbouwprogramma bestaande uit woningen in het huur- en koopsegment en in diverse prijsklassen wordt met het planinitiatief een diversiteit aan type woningen gerealiseerd, aansluitend bij de woningbehoefte van onder andere starters en ouderen.  Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om bij nieuwe initiatieven aan te sluiten op het streefwoningbouwprogramma van de Woonvisie 2020-2030. De verhouding koop- en huurwoningen en de verschillende segmenten binnen het planinitiatief voldoen aan het streefprogramma.  Ten aanzien van sociale huurwoningen ambieert de gemeente vooral grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren. Daarnaast dient bij een project van meer dan 20 woningen minimaal 15% in het sociale segment te worden gebouwd. Bij het planinitiatief is dit het geval.  Daarnaast worden nieuwe woningbouwinitiatieven (kwalitatief) getoetst aan de beoordelingscriteria uit de Woonvisie 2020-2030. Hiervoor wordt verwezen naar de bijlagen. Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen.

Hiervoor kijken we naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om het primaire verzorgingsgebied gemeente Hilvarenbeek en secundaire verzorgingsgebied regio Midden-Noord-Brabant. Op dit niveau worden tevens afspraken gemaakt over de woningbouwprogramma’s. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting en advies. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in de bijlage. 2

BRO, Ladder Duurzame Verstedelijking 84 woningen Hilvarenbeek, d.d. 1 december 2020

Hoofdstuk 3

14

Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van maximaal 84 grondgebonden woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte.  In de periode tot 2030 neemt de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Hilvarenbeek en de regio Midden-Noord-Brabant toe. Dit vraagt om een groei van de woningvoorraad.  Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling kan een raming worden gemaakt van de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Hilvarenbeek van 570 woningen tot 2030. In de regio Midden-Noord-Brabant ligt de woningbehoefte in het landelijk gebied van de regio tot 2030 op 1.365 woningen, in de gehele regio zijn dat 21.595 woningen.  Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit om in de groeiende woningbehoefte te voorzien. Dit is ook het geval wanneer het beleidsmatige streven van 70% van de woningbehoefte als harde plancapaciteit wordt meegenomen. Dit betekent dat er ruimte is voor de ontwikkeling van nieuwe woningen. De beoogde ontwikkeling van Gelderakkers 2 voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen verzorgingsgebied. Kwalitatieve behoefte Het initiatief om 84 grondgebonden woningen, waarbij wordt ingezet op een programma van koop- en huurwoningen in diverse prijssegmenten, voorziet in een kwalitatieve behoefte:  In de regio Midden-Brabant bestaat er een kwalitatieve mismatch tussen vraag en aanbod.

Dure segmenten blijven overheersen, terwijl de markt om meer goedkope(re) koop- en huurwoningen vraagt. Het initiatief speelt hierop in door sociale en middeldure huurwoningen en middeldure koopwoningen te realiseren.  Er is in zowel de sociale huursector als in de koopsector behoefte aan meer kleinere woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens, geschikt voor zowel starters en jongeren als ouderen. Het initiatief speelt daarop in doordat specifiek gericht wordt op onder andere op starters en ouderen. Ook wordt met het initiatief ingespeeld op de vraag naar levensloopgeschikte woningen (minimaal 17 woningen).  Daarnaast bestaat er vraag eengezinswoningen voor jongeren. In het bijzonder is er in de kern Hilvarenbeek een gebrek aan goedkope koopwoningen tot € 200.000. Door het realiseren van 24 (CPO-)woningen voor starters (goedkope koop, tot € 200.000) wordt in deze behoefte voorzien.  Het realiseren van twee-onder-een-kapwoningen is gewenst om doorstroming te bevorderen. De beoogde ontwikkeling voorziet in de toevoeging van minimaal 10 twee-onder-een-kapwoningen.  In het woonbehoefteonderzoek van de gemeente Hilvarenbeek blijkt dat ca. 6% van de respondenten behoefte heeft aan zelfbouw in de vorm van CPO. De beoogde ontwikkeling geeft hieraan gehoor door de realisatie van 24 CPO starters woningen.

 Het planinitiatief kan worden aangemerkt als een combinatie van een dorps en landelijk woonmilieu. Naar beide woonmilieus is veel vraag, waarbij het accent qua vraag ligt bij het landelijke woonmilieu. Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 84 woningen onaanvaardbare effecten zullen optreden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Daarnaast draagt het realiseren van woningen bij aan het creëren van een levendig woon- en leefklimaat in de gemeente Hilvarenbeek.

Hoofdstuk 3

15

Gesitueerd buiten bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied.  Het plangebied heeft in het bestemmingsplan ‘Gelderakkers’ (vastgesteld op 27-06-2013) de bestemming ‘Agrarisch’. Dit betekent dat het plangebied geen stedelijke functie heeft.  Het plangebied vormt met aan de noordzijde voornamelijk woonbebouwing en aan de andere zijden vrijstaande woningen en agrarische gronden een overgang tussen het dorp en het landelijk gebied. Het plan is aan weerszijden omringd door de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Agrarisch’.  Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Hilvarenbeek zijn geen andere locaties in het stedelijk gebied beschikbaar waar ruimte is voor de maximaal 84 grondgebonden woningen, die gerealiseerd worden om te voorzien in de woningbehoefte in Hilvarenbeek. In de gemeente Hilvarenbeek zijn nog twee woningbouwlocaties aangewezen, maar hebben een aanzienlijk kleinere omvang dan Gelderakkers 23. Het plangebied biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen aan de woningbehoefte in Hilvarenbeek, omdat er fysiek ruimte is en deze locatie aansluit aan andere woningen en daarmee aansluit aan het stedelijk gebied.

 Beleidsmatig wordt ruimte geboden om, naast woningbouw op inbreidingslocaties, ook woningbouw aan de randen van de kernen te realiseren. In de gemeentelijke Woonvisie 2020-2030 wordt het afronden van het project Gelderakkers 2 als belangrijk onderdeel gezien in het realiseren van deze ambitie.  Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de kern Hilvarenbeek, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. Hoewel de planlocatie officieel niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt, wordt de locatie deels omringd door bestaande stedelijke functies (o.a. basisschool en kinderopvang) wat de keuze voor deze locatie toch geschikt maakt.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: 'wat moeten we nog toevoegen', ombuigen naar het gesprek over: 'welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?'

3

Perspectief op Wonen en Woningbouw 2020, Hart van Brabant (2019)

Hoofdstuk 3

16

Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw! De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. We brengen met onze partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe we deze opgaven kunnen aanpakken. We dragen bij aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Doorwerking plangebied De ontwikkeling die met onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, betreft de herontwikkeling van agrarische gronden op de grens van bestaand stedelijk gebied en het buitengebied en borduurt voort op de ontwikkeling van Gelderakkers fase 1.

Met de voorgestane ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verbeterd. Het woongebied presenteert zich naar de al bestaande woonwijk ten noorden van het plangebied. Het gebied wordt ontwikkeld tot een aantrekkelijk, groen- en blauwstedelijke woonomgeving met een eigen karakter voor alle groepen in de samenleving, redelijk dicht bij het centrum van Hilvarenbeek. Ook is er sprake van een grote vraag naar woningen (zie gemeentelijk beleid). Deze ontwikkeling is dan ook in de geest van de provinciale omgevingsvisie. Ook moet de ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) is vastgesteld op 25 oktober 2019, de laatste wijziging dateert van 8 december 2020. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen (Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en Verordening wegen). De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale omgevingsvisie en structuurvisie. De onderwerpen die in de Verordening Ruimte stonden en nu dus in de Interim omgevingsverordening, komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant

Hoofdstuk 3

17

bevorderen. Dat betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant en dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik moeten toepassen. Hiermee wordt beoogd de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag op het buitengebied af te remmen. Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Dit betekent dat de realisering van woningbouw, bedrijventerreinen, overige stedelijke voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden (bestaand stedelijk gebied van de grotere kernen). Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden kan slechts als inbreiding of herstructurering in bestaand stedelijk gebied niet tot de mogelijkheden behoren. Zorgvuldig ruimtegebruik is dat als basisprincipe is opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit, is hierbij uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen Stedelijk gebied en dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera.

Het realiseren van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient binnen het 'Stedelijk gebied' plaats te vinden (artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling). In afwijking hierop geldt dat op gronden die zijn aangewezen als 'Verstedelijking afweegbaar', voorzien kan worden van de nieuwvesting van een duurzame stedelijke ontwikkeling, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar). Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar Het plangebied is in de IOV opgenomen als ‘Landelijk gebied’ met de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’. De voorwaarden die in artikel 3.43 worden genoemd zijn: a) binnen Stedelijk Gebied is er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar; b) transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden; c) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d) de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. Voor een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling binnen Landelijk Gebied mogelijk maakt, geldt ook artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap uit de IOV.

Tevens dient sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6). Doorwerking plangebied In de onderbouwing aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking (zie hiervoor paragraaf 3.1.4) komt de toetsing aan deze voorwaarden van artikel 3.43 IOV (afwijkende regels verstedelijking

Hoofdstuk 3

18

afweegbaar) aan bod. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Hilvarenbeek zijn geen andere locaties in het stedelijk gebied beschikbaar waar ruimte is voor de maximaal 84 grondgebonden woningen, die gerealiseerd worden om te voorzien in de woningbehoefte in Hilvarenbeek. In de gemeente Hilvarenbeek zijn nog twee woningbouwlocaties aangewezen, maar hebben een aanzienlijk kleinere omvang dan Gelderakkers 24. Het plangebied biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen aan de woningbehoefte in Hilvarenbeek, omdat er fysiek ruimte is en deze locatie aansluit aan andere woningen en de ontwikkeling Gelderakkers 1 en daarmee aansluit aan het bestaand stedelijk gebied. Beleidsmatig wordt ruimte geboden om, naast woningbouw op inbreidingslocaties, ook woningbouw aan de randen van de kernen te realiseren. In de gemeentelijke Woonvisie 2020-2030 wordt het afronden van het project Gelderakkers 2 als belangrijk onderdeel gezien in het realiseren van deze ambitie. De beoogde woningbouwontwikkeling past binnen de regionale afspraken die gemaakt zijn over woningbouw.

In hoofdstuk 2 (planbeschrijving) wordt onderbouwd hoe de ontwikkeling invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5 IOV) en hoe de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied (artikel 3.43, sub d IOV). Er wordt een onderbouwing gegeven van de stedenbouwkundige opzet, de geleidelijke overgang van stad naar land, hoe dit plangebied aansluit op het bestaand stedelijk gebied van Hilvarenbeek en de ontwikkeling Gelderakkers fase 1 en hoe de gemeente aankijkt tegen het zoekgebied, hoe deze ontwikkeling daarin past en hoe de ontwikkeling voorziet in de afronding van het stedelijk gebied. Hieruit blijkt dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6 IOV). Met de ontwikkeling van Gelderakkers 2 wordt ingezet op het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land. Met de ontwikkeling wordt de zuidelijke dorpsrand afgerond, waarbij rekening wordt gehouden met de geleidelijke overgang van stand naar land. De landschappelijke inpassing is opgenomen in het stedenbouwkundig plan (artikel 3.9 IOV). Het initiatief is in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Hilvarenbeek Alle dorpen hebben, historisch bepaald, een directe ruimtelijke en functionele relatie met het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. De dorpen kenmerken zich hierdoor als onderdeel van het landschap, niet als bebouwd gebied in het landschap. Een belangrijk aspect van het ruimtelijk karakter is

4

Perspectief op Wonen en Woningbouw 2020, Hart van Brabant (2019)

Hoofdstuk 3

19

de visuele relatie die de dorpen op veel plaatsen met het landschap hebben. Het behoud van deze relatie is een kerntaak van de gemeente. Het kleinschalig en divers karakter van de verschillende dorpen, komt uit het oorspronkelijk gebruik (agrarisch) van het landschap en is zelfs voor de grootse kern (Hilvarenbeek) nog steeds goed te herkennen. Het behoud van dit kleinschalig en divers karakter van de dorpen is een kerntaak van de gemeente. De gemeente ziet het als haar basisverantwoordelijkheid voor het behouden van de ruimtelijke karakteristiek van haar gemeente. Hierbij hanteert zij onderstaande criteria voor de dorpen:  Behoud van de waarden die kenmerkend zijn voor het ontstaan van de gemeente en specifiek zijn per kern. Van belang hierbij is de ruimtelijke structuur, beeldbepalende elementen, routing, zichtlijnen en cultuurhistorie. Uitgangspunt hierbij is onder andere het hanteren van een maximale bouwhoogte van 2,5 laag bij nieuwe initiatieven. Slechts onder voorwaarden, kan hiervan worden afgeweken. Van deze mogelijkheid is sprake indien dit bij de toetsingscriteria bij de zone benoemd is;  Behouden en versterken van de groene, kleinschalige en diverse uitstraling;  Sterke groene/blauwe randen rondom het bebouwd gebied en met een visuele relatie (openheid) met het buitengebied.

 Openbare ruimte die recreatief / functioneel bruikbaar is voor de inwoners van Hilvarenbeek alsook recreatieve bezoekers. Het moet voor iedereen fijn wonen zijn in Hilvarenbeek. Een leefbare en fijne woonomgeving betekent een goede balans tussen woningvoorraad en woningbehoefte. Daarnaast is kwaliteit van de woning en de woonomgeving van groot belang. De huidige woningmarkt van de gemeente Hilvarenbeek is voornamelijk gericht op gezinshuishoudens. De gemeente wil zich in de toekomst meer toespitsen op drie specifieke doelgroepen, te weten ouderen, zorgbehoevenden en starters. Het huidige woningaanbod biedt voor deze doelgroepen onvoldoende mogelijkheden een goede positie op de woningmarkt te verwerven; de gemeente wil hen daarbij ondersteunen. Gelet op de demografische cijfers en het woonbeleid zijn de speerpunten van woonbeleid voor Hilvarenbeek gericht op het bevorderen van de diversiteit van het woningaanbod door middel van:  meer en meer gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (zowel huur als koop);  meer aanbod voor senioren (meer levensloopbestendige woningen in combinatie met (zorg)voorzieningen);  bevorderen van betaalbare woningen voor starters.  Uitgangspunt is dat gebouwd wordt naar behoefte. Het vergroten van de diversiteit van het aanbod van de wijken draagt bij aan het stimuleren van de doorstroming.

Ten aanzien van CPO-projecten heeft de gemeente de ambitie om het CPO te stimuleren om starters meer mogelijkheden te bieden voor een betaalbare woning.

Hoofdstuk 3

20

Figuur 3.1: Ligging plangebied in Structuurvisie kaart wonen

Doorwerking plangebied Het plangebied is in de kaart wonen van de structuurvisie aangeduid als zoekgebied voor woningbouwontwikkeling. De nieuwbouw voorziet doormiddel van een landschappelijke inpassing in de versterking van de visuele relatie met het buitengebied waarbij de groene, kleinschalige en diverse uitstraling wordt behouden en versterkt. De openbare ruimte zal eveneens worden ingericht met groenen blauwe structuren. Deze maatregelen zorgen ervoor dat het plangebied een leefbare en fijne woonomgeving wordt waarbij ook een goede balans wordt geboden tussen woningvoorraad en woningbehoefte. Door de gemeente wordt niet geënt op kwantiteit, maar op kwaliteit. De gemeente wil zich in de toekomst meer richten op onder meer ouderen en starters. Daarnaast wil de gemeente meer en gedifferentieerd aanbod in de sociale sector (huur en koop) en betaalbare woningen. Door het realiseren van een woningbouwprogramma bestaande uit woningen in het huur- en koopsegment en in diverse prijsklassen wordt met het planinitiatief een diversiteit aan type woningen gerealiseerd, aansluitend bij de woningbehoefte van onder andere starters (CPO) en ouderen.

Hoofdstuk 3

21

3.3.2 Woonvisie 2020-2030 De gemeente Hilvarenbeek wil ervoor zorgen dat Hilvarenbeek een woongemeente voor alle doelgroepen is. Het is van belang om de woningproductie te versnellen en te vergroten. De gemeente richt zich met name op de betaalbare woningen voor starters en levensloopbestendige woningen. De gemeente stelt een aantal ambities:  De gemeente wil de komende jaren vooral woningen toevoegen in marktsegmenten die nu nog te beperkt aanwezig zijn. Het gaat hierbij om starterswoningen die structureel in het betaalbare segment blijven. Het gaat om kleine woningen.  Ook richt de gemeente zich op middeldure koopwoningen voor doorstromers. Het gaat vooral om grondgebonden woningen in de prijsklasse tussen € 200.000 en € 350.000.  Verder wordt ingezet op kleine, levensloopbestendige woningen, zowel in de koop- als huursector.  Er dient ruimte te zijn om woningen aan de randen van de kern toe te voegen om in te kunnen spelen op de behoefte.  Er wordt ruimte geboden om woningbouw op inbreidingslocaties en woningbouw aan de randen van de kernen te realiseren. Het afronden van Gelderakkers 2 vormt een belangrijk onderdeel in het realiseren van deze ambitie. Daarnaast streeft de gemeente Hilvarenbeek ernaar dat nieuwe plannen inspelen op de marktsegmenten die nu nog (te) beperkt aanwezig zijn in de gemeentelijke woningvoorraad.

Nieuwe plannen worden getoetst aan het streefwoningbouwprogramma.

Figuur 3.2: Streefwoningbouwprogramma gemeente Hilvarenbeek

Nieuwe woningbouwinitiatieven worden daarnaast (kwalitatief) getoetst aan de volgende beoordelingscriteria:  Locatiecriteria: levert het initiatief een bijdrage aan het oplossen van leegstand of een ander ruimtelijk knelpunt, versterkt het initiatief de ruimtelijke kwaliteit en voorziet het initiatief in zorgvuldig ruimtegebruik?  Stedenbouwkundige criteria: passen massa en dichtheid bij de omgeving, voorziet het initiatief in voldoende parkeermogelijkheden, een duurzame invulling van de ruimte en voldoet het initiatief aan de nota Dorps Bouwen?  Invulling kwalitatieve behoefte: voldoet het initiatief aan de geïnventariseerde behoefte uit de woonvisie, worden woningen levensloopgeschikt gerealiseerd en is er sprake van een vernieuwend/actueel woonconcept

Hoofdstuk 3

22

Ten aanzien van sociale huurwoningen neemt de gemeente Hilvarenbeek de volgende maatregelen:  De komende jaren worden 80 sociale huurwoningen gebouwd.  De gemeente richt zich vooral op het realiseren van (grondgebonden) levensloopbestendige woningen.  Bij woningbouwprojecten met meer dan 20 woningen moet minimaal 15% in het sociale segment worden gebouwd. Doorwerking plangebied In de gemeente Hilvarenbeek kunnen enkel de inbreidingslocaties niet voorzien in de behoefte. Er wordt daarom ingezet op en niet-traditioneel ingevulde, kwalitatieve afronding van de dorpsranden, zoals Gelderakkers 1 en 2. Ook het gemeentelijke beleid geeft ruimte aan woningbouw aan de randen van de kernen, in het bijzonder ook voor plannen die een programma met betaalbare woningen realiseren (omdat inbreidingslocaties daarvoor over het algemeen te klein zijn). Door het realiseren van een woningbouwprogramma bestaande uit woningen in het huur- en koopsegment en in diverse prijsklassen wordt met het planinitiatief een diversiteit aan type woningen gerealiseerd, aansluitend bij de woningbehoefte van onder andere starters en ouderen. Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om bij nieuwe initiatieven aan te sluiten op het streefwoningbouwprogramma van de Woonvisie 2020-2030. De verhouding koop- en huurwoningen en de verschillende segmenten binnen het planinitiatief voldoen aan het streefprogramma.

Ten aanzien van sociale huurwoningen ambieert de gemeente vooral grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren. Daarnaast dient bij een project van meer dan 20 woningen minimaal 15% in het sociale segment te worden gebouwd. Bij het planinitiatief is dit het geval. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden (kwalitatief) getoetst aan de beoordelingscriteria uit de Woonvisie 2020-2030:  Locatiecriteria: De verkaveling en bebouwing sluiten aan op de bestaande verkaveling en bebouwing ten noorden van het plangebied, op de Bolakker aan de westzijde ten noorden van het plangebied en op Gelderakkers 1 aan de oostzijde. Hiermee voorziet het plan in zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan versterkt de ruimtelijke kwaliteit doordat de sloot die door het plangebied heen loopt als natuurlijke drager door het plan is verwerkt.  Stedenbouwkundige criteria: De bebouwing is in massa, dichtheid en karakteristiek passend bij de omgeving en in relatie met het landschap. Om de overgang van stad naar land geleidelijk te laten verlopen is de bebouwing aan de noordzijde, tegen de bestaande bebouwing het meest geconcentreerd. Aan de zuidzijde, tegen het landelijk gebied, zijn de percelen groter en is er veel ruimte voor groen.

Door het realiseren van drie typen grondgebonden woningen (rijwoningen, twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen) die in verschillende bouwblokken ten opzichte van elkaar gepositioneerd zijn, is er sprake van afwisseling. Het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen. Uitgangspunt is dat het parkeren grotendeels buiten zicht plaatsvindt in de vorm van parkeerkoffers tussen de woningen. Hiermee is er sprake van een duurzame invulling van de ruimte en voldoet het planinitiatief aan de nota Dorps Bouwen.  Invulling kwalitatieve behoefte: Uit de Woonvisie 2020-2030 blijkt dat in de kern Hilvarenbeek een gebrek is aan goedkope koopwoningen (tot €200.000). Ook dienen er twee-onder-een-kapwoningen te worden toegevoegd. Het planinitiatief realiseert onder andere (goedkope) starterswoningen

Hoofdstuk 3

23

en twee-onder-een-kapwoningen. Daarnaast voorziet het planinitiatief in de toevoeging van minimaal 17 levensloopgeschikte woningen. Door de mix van huur- en koopwoningen in diverse prijssegmenten, gericht op diverse doelgroepen, waaronder ook CPO-woningen, is er sprake van een actueel woonconcept. 3.3.3 Nota Dorps bouwen In de gemeente Hilvarenbeek moeten onder meer de volgende regels van de Nota Dorps Bouwen (2013) in acht worden genomen:  Iedere plek heeft zijn eigen karakteristiek. Het initiatief moet passen in de omgeving.  De maat en schaal van de bouwplannen zijn van belang. In bestemmingsplannen is geregeld welke massa is toegestaan.  In dorpen vindt weinig herhaling plaats. Afwisseling van bebouwing is van belang.  De woningen zijn in beginsel grondgebonden.  Er is een sterke relatie met het landschap. Doorwerking plangebied De bebouwing is in massa, dichtheid en karakteristiek passend bij de omgeving en in relatie met het landschap. Om de overgang van stad naar land geleidelijk te laten verlopen is de bebouwing aan de noordzijde, tegen de bestaande bebouwing het meest geconcentreerd. Aan de zuidzijde, tegen het landelijk gebied, zijn de percelen groter en is er veel ruimte voor groen.

Door het realiseren van drie typen grondgebonden woningen (rijwoningen, twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen) die in verschillende bouwblokken ten opzichte van elkaar gepositioneerd zijn, is er sprake van afwisseling. Hiermee is er sprake van een duurzame invulling van de ruimte en voldoet het planinitiatief aan de nota Dorps Bouwen. 3.3.4 Parkeerbeleidsplan 2015-2020 De gemeente Hilvarenbeek hanteert het ‘Parkeerbeleidsplan 2015-2020’ welke zich richt op de parkeernormen. Dit document geldt als basis voor de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen dat een bepaald ruimtelijk initiatief behoeft. Ook dient de hoeveelheid aan extra verkeersbewegingen vastgesteld te worden. Hiervoor hanteert de gemeente de kencijfers uit de CROW publicatie 317, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Doorwerking plangebied De ontwikkeling Gelderakkers 2 dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen, conform de gemeentelijke parkeernormen. De toetsing aan deze normen is beschreven in paragraaf 4.12. 3.3.5 Nota energietransitie Hilvarenbeek wil een duurzame gemeente zijn. Maar duurzaamheid is een veelsoortig begrip, duurzaamheidsdoelen kunnen divers zijn en op verschillende manieren worden nagestreefd. In het vorige duurzaamheidsbeleid “Duurzaam Hilvarenbeek 2014-2015” koos de gemeente ervoor om op uiteenlopende terreinen doelen, acties en resultaten te benoemen.

Onze ervaring bij de uitvoering daarvan is dat als gevolg van die diversiteit de aandacht versnipperde en daardoor het resultaat op onderdelen

Hoofdstuk 3

24

achterbleef. Focus op het terugdringen van de uitstoot van CO2. We sluiten daarbij aan bij de Europese, landelijke en provinciale doelen. Waarbij we ons realiseren dat die doelen, zeker op de langere termijn, zeer ambitieus zijn: ten opzichte van 2014 40% minder CO2-uitstoot in 2030 en 80% minder in 2050. Onze nota Energietransitie kijkt minder ver vooruit en beslaat de periode 2017-2020. In die periode streven we twee hoofddoelstellingen na:  minder gebruik van energie door besparingsmaatregelen;  meer duurzame energie opwekken. Het gecombineerde resultaat van deze twee doelstellingen moet zijn dat in 2020 van de totale hoeveelheid energie die we in Hilvarenbeek gebruiken, 14% duurzaam opgewekte (en dus hernieuwbare) energie is. Ook worden nieuwbouwplannen getoetst aan het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit schrijft onder meer voor aan welke maat voor energiezuinigheid een nieuwbouwwoning moet voldoen. Die maat wordt uitgedrukt in een zogenoemde Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Hoe lager de coëfficiënt is, hoe duurzamer de woning is. Bij het verlenen van vergunningen wordt een norm van 0,4 gehanteerd wat betreft de EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt). Hierdoor ligt de lat voor duurzaamheid via het bouwbesluit al hoog. Het rijk is voornemens om vanaf eind 2020 ‘bijna energie neutraal’ tot norm te verheffen, wat neerkomt op een coëfficiënt dicht bij nul.

Voor nieuwbouw worden geen eisen gesteld aan het opwekken van duurzame energie. Wel is er voor bewoners van bestaande woningenpostcoderoosproject waarbij er geïnvesteerd wordt in de opwekking van duurzame energie op locaties van derden. Doorwerking plangebied In het plangebied worden 84 nieuwe woningen toegevoegd aan de woningvoorraad van de gemeente Hilvarenbeek. Deze zullen allen gasloos worden gerealiseerd. De woningen zullen voldoen aan de duurzaamheidseisen zoals deze zijn gesteld in het Bouwbesluit.

Hoofdstuk 3

25

4.

PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1 Luchtkwaliteit 4.1.1 Toetsingskader Hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Hierbij moet aannemelijk gemaakt worden, dat luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. De nieuwe regels maken onderscheid in projecten die wel en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Als een project NIBM aan de luchtkwaliteit bijdraagt, hoeft geen uitgebreid luchtonderzoek meer uitgevoerd te worden. In het Besluit NIBM is geregeld dat binnen de getalsmatige grenzen van de Regeling een project altijd NIBM is. Wanneer een categorie eenmaal is aangewezen, mag er zonder meer van worden uitgegaan dat deze bijdrage NIBM is. In de Regeling NIBM is met betrekking tot woningen het volgende opgenomen:  1.500 woningen (netto) bij minimaal een ontsluitingsweg;  3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling (voorschrift 3A.2).

4.1.2 Onderzoek Onderzoek NIBM toets De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie van 1.500 woningen). Desondanks is in het kader van dit bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek in de vorm van een ‘NIBM’ toets uitgevoerd. Hiermee is bepaald in hoeverre de ontwikkeling in betekenende mate zal bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Als basis voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten genomen:  628 motorvoertuigen per etmaal (gebaseerd op paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren).  Aandeel vrachtverkeer van 2%. Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2021 (worstcasescenario):

Hoofdstuk 4

26

Figuur 4.1: NIBM-tool: worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer

Berekend is dat de bijdrage van het plan aan de concentraties voor NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof) mogelijk in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 0,54 µg/m³ bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,11 µg/m³ bijdragen. Onderzoek NSL-Monitoringstool 2019 Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-Monitoringstool 2019. De beschouwde rekenpunten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven de totale concentratie in de nabije omgeving van het plangebied. Voor het jaartal 2020 bedraagt de hoogste totale concentratie NO2 16,8 µg/m³ en voor PM10 17,9 µg/m³. Voor PM2,5 geldt een hoogste totale concentratie van 11,0 µg/m³. Tabel 4.1: NSL Monitoringstool: rekenpunten met bijbehorende concentraties Id NO2 PM10 μg/m3 PM10 overschrijdingsdaμg/m3 gen Rekenpunt 15857681 16.1 17.9 6.3 Rekenpunt 15857666 15.8 17.8 6.2 Rekenpunt 15857662 16.8 17.7 6.2 Rekenpunt 15857682 16.0 17.9 6.3 Norm 40 40 35

PM2.5 μg/m3

Jaar

11.0 11.0 10.8 11.0 25

2020 2020 2020 2020

Wanneer het planeffect hierboven op wordt geteld worden de totale concentraties voor NO2 en PM10 respectievelijk 17,3 µg/m³ en 18,0 µg/m³. Deze concentraties blijven met de bijdrage van de ontwikkeling, ruim beneden de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Op grond van de gebleken samenhang tussen de concentraties voor PM10 (fijn stof) en PM2,5 (fijn stof) kan het volgende worden gesteld: vanwege het feit dat de concentratie voor PM10 voldoet aan de grenswaarde kan in voldoende mate aannemelijk gemaakt worden dat ook voor PM2,5 de ontwikkeling niet in betekenende mate zal bijdragen

Hoofdstuk 4

27

en dat de geldende grenswaarde niet zal worden overschreden. Ook in het prognosejaar 2030 zal worden blijven voldaan aan de grenswaarden. 4.1.3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de NSL-Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet inzicht worden geboden in de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader is de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten. Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor: de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt buiten beschouwing worden gelaten. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10871345/1