15 definitieve REKS (3 bijlage definitief bod REKS)
Tekst van het document
69
REKS Bod 1.0 H8 Impact op het elektriciteitsnetwerk
De totale impact op tijd, ruimte en kosten op basis van benodigde uitbreidingen en nieuwe stations voor Enexis is hieronder weergegeven.
Uitbreiding van 6 stations is noodzakelijk. De uitbreidingen van de stations waar een knelpunt voor 2025 verwacht wordt aan Enexis-zijde zijn al gepland.
Figuur 8.1 Verwachte knelpunten in Waalwijk
‘s-Hertogenbosch West
HS/MS-stations December 2020
Geertruidenberg
Oosteind Geen knelpunt verwacht (1 station) Tilburg West
Knelpunt verwacht na 2025 Tilburg Noord
Boxtel
Tilburg Centrum
(2 stations) Knelpunt verwacht in 2025 of eerder (6 stations) Er is nu geen transportcapaciteit
Tilburg Zuid
beschikbaar (0 stations) Uitbreiding van bestaande HS/MS-station (6) Nieuw te bouwen HS/MS-station (2)
2x
6x
– 5 - 7 jaar per station
– 4 - 6 jaar per station
– Ruimtebeslag: 30.000 - 90.000 m3
– Ruimtebeslag: situatieafhankelijk
– > €50 miljoen
– €42 - 60 miljoen
Nieuw HS/MS station
Uitbreiding HS/MS station
70
REKS Bod 1. 0 H8 Impact op het elektriciteitsnetwerk
Realisatie van 2 nieuwe stations is noodzakelijk. Omgeving Geertruidenberg/Moerdijk (regio West-Brabant) Naast een knelpunt op station Geertruidenberg ontstaat in de regio WestBrabant ook een knelpunt op station Moerdijk. In deze omgeving moet daarom gekeken worden naar de realisatie van een nieuw station. Hiervoor zijn nog geen concrete plannen of afspraken. Het is daarom onzeker of dit vóór 2030 gerealiseerd kan worden. Het gebied tussen de regio’s HvB, NOB en MRE Omdat de capaciteit in het gebied tussen Hart van Brabant, Noordoost Brabant en Metropoolregio Eindhoven beperkt is, moet gekeken worden naar de realisatie van een nieuw station. Hiervoor zijn nog geen concrete plannen of afspraken. Het is daarom onzeker of dit vóór 2030 gerealiseerd kan worden.
Zon op dak biedt voordelen, maar heeft ook impact. Zon op dak wordt aangesloten op het midden- en laagspanningsnet en heeft als voordeel dat opwek en (lokaal) verbruik dicht bij elkaar ligt. Als dit echter op grote schaal plaatsvindt, zullen ‘overschotten’ ontstaan die worden teruggevoerd naar het bovenliggende net. Meer dan de helft van het totale vermogen van de REKS 1.0 in Hart van Brabant bestaat uit gebouwgebonden zon. Uitbreidingen in de onderliggende netten zijn noodzakelijk voor de realisatie van de REKS, en vormen daarmee ook een groot onderdeel van het totale werkpakket van Enexis.
Het bouwen van een nieuw station is een langdurig proces. Men dient rekening te houden met het vergunningenproces vanuit een gemeente. Advies van de netbeheerders aan overheden is om het bestemmen en vergunnen van de initiatieven gelijk op te laten lopen met de realisatie van de daarvoor benodigde infrastructuur. Daarnaast is afstemming tussen de grensregio’s met betrekking tot nieuw te realiseren stations aanbevolen.
Clustering van projecten Door clustering van projecten, zijn deze van voldoende omvang om direct aangesloten te kunnen worden op een HS/MS-station. Dit schept bovendien meer ruimte op de onderliggende netten. Voor optimaal gebruik van het net en realisatie van besparingen, zie ook ‘systeemefficiëntie’.
71
REKS Bod 1.0 H8 Impact op het elektriciteitsnetwerk
Conclusies en aanbevelingen op netimpact TenneT Uitbreiding hoogspanningsnet is noodzakelijk voor REKS-realisatie. Voor 8 stations geldt dat er op dit moment onvoldoende teruglevercapaciteit beschikbaar is om het REKS-bod te faciliteren. Voor de stations Boxtel, Geertruidenberg, Tilburg West, Tilburg Zuid, ‘s-Hertogenbosch West en Waalwijk levert dit op korte termijn al een knelpunt op (in 2025 of eerder).
Netvisie TenneT en Enexis als input voor programmering REKS. Welke stations op welk moment meer teruglevercapaciteit beschikbaar krijgen moet nog verder uitgewerkt worden in de toekomstige netvisie van TenneT en Enexis voor Noord-Brabant. De REKS is input voor deze netvisie, en de netvisie wordt vervolgens opgenomen in het Investeringsplan van TenneT. Doordat de netvisie nog niet uitgewerkt is, is het nog onzeker of het REKS-bod vóór 2030 door TenneT kan worden gefaciliteerd. De tijdslijn en planning die volgt uit de netvisie zijn daarom essentieel voor de programmering van de REKS.
Systeemefficiëntie Door in te zetten op systeemefficiëntie zijn besparingen mogelijk. De belangrijkste aanbevelingen voor onze regio zijn:
Bestaande infrastructuur optimaal benutten In de regio Hart van Brabant kan gekeken worden naar het verplaatsen van zoekgebieden naar station Oosteind en Tilburg Noord, hier is nog ruimte beschikbaar voor duurzame opwek.
Transport minimaliseren door combineren energievraag en -aanbod Op station Oosteind en Tilburg Noord is de (toekomstige) energievraag dominant, op Tilburg West en Waalwijk is energieaanbod dominant. Het verplaatsen van initiatieven van Tilburg West naar Oosteind, en van Waalwijk naar Tilburg Noord zorgt voor een evenwichtigere verdeling.
Evenwichtige verdeling wind en zon Wind heeft meer vollasturen, en daardoor een lager aansluitvermogen voor dezelfde hoeveelheid energie. In Hart van Brabant zien we op de meeste stations overwegend zon, hier is nog winst te behalen. De totale verhouding zon/wind in de regio is 80/20 (op basis van opgesteld vermogen), een optimale verhouding van wind en zon ligt rond de 50/50.
72
REKS Bod 1.0 H8 Impact op het elektriciteitsnetwerk
Clusteren en gezamenlijk aansluiten van wind en zon (voor initiatiefnemers) Een klein aantal grootschalige projecten in plaats van meerdere kleine projecten kan veel besparen op ruimte, maatschappelijke kosten en uitvoeringscapaciteit voor het realiseren van de aansluitingen. Daarbij kan nog meer winst behaald worden met het gezamenlijk aansluiten en aftoppen van clusters. Met cable pooling kan zon en wind op één aansluiting gecombineerd worden, en kan gericht gekeken worden naar het afregelen van de gezamenlijke piek. De regio kan hierin helpen door voorwaarden en mogelijkheden te scheppen. Met 30% individuele curtailment van zonne-opwek is rekening gehouden in de REKS-analyse (zie ook convenant Stroom Betaalbaar op het Net).
Storingsreserve benutten (voor de netbeheerder) Het gebruik van de ‘vluchtstrook’ is al meegenomen in de REKS-analyse, hierdoor ontstaat op station Geertruidenberg meer ruimte voor duurzame opwek.
Figuur 8.2 Netbeheerder RES-Regio
Bestaande infrastructuur optimaal benut Transport minimaliseren door combineren energievraag en -aanbod Evenwichtige verdeling wind en zon (idealiter een 50/50) en waar mogelijk op één aansluiting
Systeem efficiëntie
Storingsreserve (redundantie) gebruiken voor het transport van duurzame opwek
Wind-Zon initiatiefnemers
Clusteren en gezamelijk aansluiten van wind en zon (cable pooling) Afspraken maken over het aftoppen
Samenvatting aanbevelingen systeemefficiëntie
73
REKS Bod 1.0 H8 Impact op het elektriciteitsnetwerk
8.3 Case-studies In het kader van een innovatieve netwerkstudie in Hart van Brabant zijn twee casestudies uitgewerkt om te verkennen op welke wijze systeemefficiëntie zou kunnen worden bereikt. – Casestudie 1 betreft het gezamenlijk aansluiten van een zonneveld en de windmolens in knooppunt De Baars op het station Tilburg Zuid inclusief het toepassen van ‘curtailment’ (aftoppen van de productie) – Casestudie 2 verkent de mogelijkheden van het maken van waterstof uit opgewekte elektriciteit in Haven 8 in Waalwijk. De casestudies zijn nader uitgewerkt in bijlage II van dit bod. De overall conclusie is dat gezamenlijk aansluiten (studie 1) een aanzienlijke kostenbesparing oplevert maar dat waterstofproductie in Haven 8 (studie 2) nog niet leidt tot een haalbare businesscase.
Hoofdstuk 9
Klimaatadaptatie
75
Hoofdstuk 9
Klimaatadaptatie 9.1
Inleiding
Het klimaat verandert. Het wordt warmer, droger en natter en extremen komen vaker voor. Hierdoor krijgen we vaker te maken met wateroverlast en droge en hete zomers. De gevolgen zijn nu al merkbaar via materiële, economische en volksgezondheidsschade. Klimaatadaptatie betekent dat we onze omgeving en ons gedrag aanpassen aan het veranderende klimaat. Om een prettig leefbare omgeving en een sterke economie en landbouw te behouden moeten we nu aan de slag. In 2014 is de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie vastgesteld, waarin gemeenten en andere overheden het doel hebben meegekregen om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te hebben. Daarnaast is in dezelfde Deltabeslissing aangegeven dat in 2020 klimaatbestendigheid in beleid en handelen verankerd moet zijn bij alle overheden. Om verantwoordelijke overheden houvast te geven bij het invulling geven aan de Deltabeslissing is op Prinsjesdag 2017 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie gelanceerd. Het Deltaplan kent zeven ambities, tussendoelen en een planning om te komen tot een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting in 2050. Het proces van klimaatadaptatie in de regio Hart van Brabant volgt de zeven ambities van het Deltaplan. Daarbij wordt continu de verbinding gelegd met de processen die bij de lokale overheden plaatsvinden.
De eerste ambitie, “kwetsbaarheid in beeld brengen” voor de vier klimaataspecten overstromingen, wateroverlast door hevige neerslag, hitte en droogte, heeft de regio begin 2020 afgerond. Op basis van de stresstesten en de eerder opgestelde klimaatonderlegger zijn klimaatdialogen gevoerd met een aantal relevante stakeholders. De klimaatdialogen hebben een vervolg gekregen in de verschillende gebiedsopgaven. Samen met de stakeholders wordt gewerkt aan een klimaatadaptatiestrategie en een uitvoeringsagenda. Het Rijk heeft een impulsregeling gemaakt met als doel de versnelling van de aanpak van ruimtelijke adaptatie door decentrale overheden financieel te ondersteunen. Daarbij wordt uitgegaan van regionale maatregelenprogramma's per werkregio (of indien gewenst een samenstel van werkregio's), gebaseerd op een regionale visie. Voor de regio Hart van Brabant komt ca. € 4 miljoen beschikbaar ten behoeve van de uitvoering van maatregelen uit de regionale uitvoeringsagenda. Het gaat daarbij vooral om watergerelateerde maatregelen, aangezien de middelen afkomstig zijn uit het Deltafonds. Vanuit de regeling kan 30% van de kosten van de maatregelen gedekt worden. Ook de provincie werkt aan een regeling voor medefinanciering van de maatregelen/projecten.
Eventueel overblijvende kosten zullen gedekt moeten worden door de verschillende stakeholders of door de op te richten uitvoeringsorganisatie.
76
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
9.2 Klimaatonderlegger en stresstest Binnen dit kader heeft de regio Hart van Brabant een klimaatonderlegger opgesteld en lokale en regionale stresstesten laten uitvoeren. Daarmee zijn de kwetsbaarheden op de vier klimaatthema's wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen op regionale schaal in beeld gebracht, geven we inzicht in de mechanismen die daaraan ten grondslag liggen en schetsen we een beeld van mogelijke oplossingsrichtingen. De klimaatonderlegger onderscheidt vier klimaateenheden. Op hoofdlijnen kunnen die gekoppeld worden aan één of meer kwetsbaarheden: – Het laagland gekoppeld aan overstromingen vanuit de Maas. – De beekdalen gekoppeld aan wateroverlast vanuit de beken. – Hittestress op de hoge zandgronden en in de versteende bebouwde omgeving. – Droogtestress op verschillende plekken in de regio. Iets verder ingezoomd komen de volgende kwetsbaarheden in beeld: – Een aantal stedelijke gebieden (in Heusden, Tilburg, Gilze en Rijen, Goirle, Waalwijk, Oisterwijk en Loon op Zand) zijn gevoelig voor wateroverlast. Uit de analyse blijkt ook dat in de gemeenten Dongen en Hilvarenbeek minder locaties voorkomen die gevoelig zijn voor wateroverlast. – Droogtegevoelige gebieden liggen rondom Waspik-Zuid en 's-Gravenmoer, een aantal agrarische percelen ten zuiden van de A59 ter hoogte van Capelle, een aantal natuurgebieden en gebieden rondom Heusden.
– Hittestress komt vooral voor op bedrijventerreinen, een aantal natuurgebieden, het vliegveld Gilze en Rijen en sterk verstedelijkte gebieden, zoals het centrum van Tilburg. – Bij doorbraak van primaire waterkeringen blijkt het noorden van de regio (Waalwijk en Heusden) gevoelig voor overstromingen (variërend van 2 tot 5 meter). – Analyse van het regionaal watersysteem laat zien dat met name het oosten en zuiden van de regio gevoelig is voor wateroverlast. Hiertoe zijn waterbergingsgebieden ingericht en gereserveerd. Dat laatste betekent dat er voorwaarden gesteld kunnen worden aan ontwikkelingen in de reserveringsgebieden voor waterberging.
77
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
9.3 6 gebiedsopgaven Op basis van de klimaatonderlegger en de stresstesten zijn zes gebiedsopgaven geformuleerd die zijn uitgewerkt. Klimaatadaptatiemaatregelen kunnen vervolgens gekoppeld worden aan energietransitie. Voorbeelden van zo’n koppeling zijn: – Zonnevelden die gecombineerd worden met het creëren van waterberging. – Aquathermie die ingezet wordt voor verduurzaming van de gebouwde omgeving, maar ook kan leiden tot vermindering van de hittestress in steden (onttrekking van warmte uit oppervlaktewater in de zomer) en verbetering van de waterkwaliteit in stedelijk water. – Een gebiedsaanpak voor de beekdalen die leidt tot minder verdroging, maar ook tot minder hittestress in de stad. Zo hoeft minder koeling toegepast te worden, wat leidt tot energiebesparing.
Figuur 9.1 Zes gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie
6
1 Brongebied - Doorlatende en deels ondoorlatende zandgronden - Beekdalen en flanken
5
2 Systeem Voorste stroom
4
- Beekdalen en flanken - Hoge doorlatende zandgronden 3 Beekdal Donge-systeem - Laagland
3
- Beekdalen en flanken
2
4 De woeste gronden - Beekdalen en flanken - Hoge doorlatende zandgronden 5 Landbouwgebied jonge
1
ontginningen - Laagland 6 Overstromingsgebied van de Maas - Laagland
78
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
Klimaatadaptatiemaatregelen kunnen bijdragen aan CO2-reductie door: – Vastleggen van CO2 door herstel van de humusrijke bodem. – Voorkomen van oxidatie van humusrijke bodem door water vast te houden. – Creëren van koeltegebieden en hitteschilden. – Voorkomen van hitte-eilanden. – Duurzame landbouw. – Omvormen van naaldbos naar gemengd loofbos. – Aanplant van bos. Per deelgebied (de klimaatonderlegger onderscheidt vier klimaateenheden) kunnen daarnaast algemeen geldende principes worden opgesteld, die bij iedere ontwikkeling worden gehanteerd of als onderdeel van een afwegingskader. Deze principes hebben betrekking op integraal waterbeheer, herstel van brongebieden, duurzaam bodembeheer, omvormen van naaldbossen naar gemengde bossen of klimaatrobuuste loofbossen, vergroening, klimaatcorridors en klimaatgericht bouwen. Naast koppeling van concrete maatregelen is de koppeling van beide processen interessant. Zo kunnen we stakeholders gelijktijdig benaderen voor beide onderwerpen. Ook kunnen we in een gezamenlijke gebiedsaanpak maximaal inzetten op zowel energietransitie als klimaatadaptatie.
9.4 Uitvoeringsagenda De regio is op dit moment bezig met het opstellen van de uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie. Daarin wordt het volgende proces doorlopen: – Opstellen van een Plan van Aanpak per gebiedsopgave (voorjaar/zomer 2020); – Voeren van dialogen met gebiedspartijen over knelpunten, oplossingen en maatregelen (najaar/winter 2020); – Opstellen van een lijst van maatregelen per gebiedsopgave (begin 2021); – Prioriteren en verder uitwerken van de verschillende maatregelen per gebiedsopgave, inzicht in kosten en dekking ervan (begin 2021); – Prioriteren van maatregelen op regioniveau (voorjaar 2021); – Uitvoeren van de van maatregelen op basis van cofinanciering, onder andere vanuit Impulsregeling Klimaatadaptatie. – Bij de afronding van dit definitieve bod waren de eerste drie onderdelen van dit proces uitgevoerd. Bij de afronding van dit definitieve bod waren de eerste drie onderdelen van dit proces uitgevoerd. De regio heeft procesafspraken gemaakt over de wijze van prioritering van de verschillende maatregelen.
79
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
9.5 Uitwerking op gebiedsniveau Deelgebied 1 Brongebied Het brongebied ligt op de hogere zandgronden waar beken ontspringen. Voor de regio Hart van Brabant ligt dit gebied aan de zuidzijde nabij de Belgische grens. Het gebied is door de Belgische grens en Tilburg gesplitst in een westelijk en oostelijk deelgebied. Het westelijk deel van het brongebied wordt meegenomen in deelgebied 3. Het oostelijk deel gaat ter hoogte van Tilburg/Goirle over in deelgebied 2. Verspreid in het gebied komt kwelwater naar boven. Het gebied gelegen ten westen en zuiden van de kern Hilvarenbeek bestaat overwegend uit bos, afgewisseld met percelen met een agrarische functie of heide. Dit zijn dan voornamelijk uit naald- en loofbossen en jaarlijks wisselende teelt. Op de hoger gelegen zandgrond liggen natuurgebieden Gorp en Roovert en De Utrecht, en lopen en ontspringen beken. Daarnaast kent dit gebied grote waarde voor de natuur, landschap en recreatie. Door de overwegend schrale zandgronden en het hoogteverschil van zuid naar noord is het waterpeil tijdens extreme weersomstandigheden moeilijk te reguleren. Bij regenval wordt het water nauwelijks vastgehouden en verdwijnt het snel uit het gebied en in droge perioden is dit snel merkbaar met de grond die niet voldoende vocht kan naleveren en het droogvallen van vennen.
Het hogere deel wordt gekenmerkt door tientallen regelbare en vaste stuwtjes om het waterpeil in droge perioden beter te kunnen reguleren. Ondanks dat hebben de agrariërs en beken in het gebied watergebrek tijdens langdurige droogte. Het gebied bestaat uit zandgrond met een redelijk productiepotentieel. De grond weerbaarder maken en bodemleven stimuleren bieden hier verbetering in.
Maatregelen en projecten – Goed bosbeheer om het brandgevaar in de natuur te verkleinen. – Klimaatadaptieve inrichting en maatregelen om hittestress te voorkomen, deze maatregelen worden op dit moment verder uitgewerkt. – Weerbaarder maken van de grond en het bodemleven stimuleren om de afname van bodemstructuur tegen te gaan. Met de juiste gewasrotatie, het inzaaien van groenbemesters en het toevoegen van organische stof in de vorm van vaste mest en compost. Daarbij bossen omvormen naar rijkstrooiselsoorten. – Continue wateraanvoer voor het gebied. Dit kan door een betere afstemming van het beschikbare water met bovenstrooms gelegen Belgisch brongebied. Maar ook door nieuwe bronnen benutten zoals water vanuit bedrijventerrein, duurzame landbouw, waterberging op hoger gelegen delen. Daarnaast kan het aanwezige kwelwater wellicht beter benut worden.
80
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
– Overleggen ten behoeve van aanpassingen aan stuwen, peildrainage en subirrigatie. Inzetten van de flanken beekdalen voor waterberging, oppompen en hoger bufferen van water in gezamenlijke buffers. – Waterbesparing bij industrie bekijken. – Omvorming van naaldbos naar loofbos om verdamping van gewassen te begroten. – Beregenregime aanpassen of irrigatie om verdroging tegen te gaan – Verbeteren van groeicondities van biotopen, circulaire landbouw, natuurinclusieve landbouw om de afname van biodiversiteit tegen te gaan. Dit kan door voorwaarden te koppelen aan vergunningen. – Juiste teelt op juiste plaats om aan te sluiten bij de natuurlijke condities van een gebied.
Deelgebied 2 De Leije/Voorste Stroom Deelgebied De Leije/Voorste stroom is het gebied tussen de kernen van Tilburg/ Goirle, Hilvarenbeek en Oisterwijk. Het betreft een breed beekdal (300 m - 1000 m breed), met aangrenzend goed doorlatende dekzandruggen (podzolgronden) waarin slecht water wordt vastgehouden. Verder van het beekdal liggen de betere landbouwgronden (enkeerdgronden). Door diepe ontwatering is het gebied verdroogd, landbouw zonder beregening is niet mogelijk. Ook het beekdal zelf is verdroogd door aanpassingen van het peilregime in het verleden. In natte perioden stroomt het brede beekdal nog wel “van nature” onder. Maar water wordt (te) snel weer afgevoerd. De gronddruk in het gebied is groot. Agrariërs
Figuur 9.2 De Leije/Voorste Stroom, Bron: Ellen van de NKBV-zwerftochten
81
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
zien rode ontwikkelingen (woningbouw, bedrijventerrein) oprukken in het buitengebied vanuit de stad, natuur ziet te weinig mogelijkheden voor een duurzame ecologische ontwikkeling en ondernemers zien trage overheden die voortvarende ontwikkeling onmogelijk maken. Ook de druk op het landelijk gebied voor de energietransitie baart de verschillende partijen zorgen. Toch is er een sterke roep voor een gezamenlijke en integrale aanpak vanuit alle stakeholders. In het gebied zijn er op veel onderdelen maatregelen te nemen die de gevolgen van de klimaatontwikkeling kunnen opvangen.
Maatregelen en projecten – Vooral verbetering van de bodem lijkt een kansrijke optie waarvoor al initiatieven in samenwerking natuur en agrarische sector lopen. – Toekomstige bosontwikkeling en omvorming van naald- naar loofbos lijkt zinvol op de schrale podzolgronden om het bergend vermogen van het gebied te vergroten. – Het beekdal zelf is geschikt voor vernatting door het vergroten van de sponswerking, waarbij extensivering van de landbouw dan noodzakelijk is. Vernatting zal niet alleen meer water kunnen leveren in benedenstroomse delen, maar ook de dekzandflanken minder draineren. – Voor extreem natte perioden kan het beekdal nog beter ingericht worden voor wateropvang door meer ruimte ervoor te reserveren. Verder zijn er veel kleinere en middelgrote initiatieven die in fasen verschillen van idee vorming tot uitvoeringsgereed. Deze initiatieven worden op dit moment verder uitgewerkt.
Deelgebied 3 Donge-systeem Het gebied is gelegen met als centraal punt de gemeente Gilze en Rijen en dan met uitlopers naar Tilburg (Stadsbos 013), Riel, Alphen en Dongen. Het gebied kenmerkt zich door de hoger gelegen bossen en lager gelegen beekdalen van de Donge en de Wouwervallei. Het gebied kenmerkt zich veelal door agrarische functies, maar heeft ook een sterke link naar de leisuresector die steeds meer in opkomst is. De dorpskernen zijn kleinschalig, met uitzondering van Rijen. Verder kenmerkt het gebied zich door de aanwezigheid van de vliegbasis Gilze-Rijen. In het oosten en zuiden van het gebied liggen vooral bossen, zoals het Chaamsebos en de bossen rondom ’t Zand in Alphen. Dit ligt dicht bij het Natura 2000-gebied Riels Laag dat een kwetsbaar gebied is in verband met de drinkwaterwinning in Tilburg van Brabant Water. Ecologisch gezien liggen de EVZ’s Groote Leij, Hultense Leij, Gilzer Wouwerbeek, Oude Leij en de Boomkikker in het gebied. De grootste klimaatknelpunten liggen sectoraal bekeken op het gebied van droogte/waterbeschikbaarheid in de agrarische en leisuresector. Daarnaast is hittestress een groot knelpunt vanwege de aanwezigheid van grote bedrijventerreinen en de aanwezigheid van een vliegbasis.
82
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
Maatregelen en projecten – Bewustwordingsacties zoals klimaatsafari’s op bedrijfsniveau, wijkniveau, bedrijventerreinen met stakeholders zoals woningbouwstichtingen, ondernemersverenigingen, energiecoöperaties, landbouw, eisure etc. – Het project Brabant Bodem verder uitrollen over dit deelgebied. – Water vasthouden onder sportvelden. – Water vasthouden op hoger gelegen zandgronden. – Water afkomstig van de RWZI’s en proceswater bedrijven gebruiken om de bodem aan te vullen of de landbouw en natuur te voorzien van water. – Bekenstelsel optimaliseren door water meer vast te houden en de biodiversiteit te vergroten. – Maaibeleid en onderhoud aanpassen: onderhoud aan bermen en waterlopen ecologisch uitvoeren. – Aanleg nieuwe beleefbare bossen en hierdoor hittestress verminderen en de beleving van het buitengebied vergroten. – Natuurontwikkeling in en/of tegen bebouwd gebied realiseren. – Verdienmodel uitwerken voor wind boven bos. – Energieopslag in combinatie met de aanleg van natuur/bos. – Diversiteit van groen aanleggen bij nieuwe natuur om zo aan plaagbestrijding te doen, zoals bij de prossessierups.
Deelgebied 4 Woeste gronden Gebied 4 bestaat uit de woeste gronden aan de noordzijde van Tilburg. Het gebied kenmerkt zich door beekdalen en hoge doorlatende zandgronden. De afwatering in het gebied loopt richting het westen en oosten. Er is in het gebied nauwelijks sprake van wateroverlast. Delen van het gebied zijn echter nat en drassig. Het gebied grenst aan de noordzijde aan het nationaal park De Loonse en Drunense Duinen en de natte natuurparel De Brand ligt ook in het gebied. Daarnaast liggen er verspreid over het gebied verschillende kleinere natuurgebieden en landschapselementen die her en der aan elkaar verbonden zijn of worden via (natte) ecologische verbindingszones of stapstenen. Knelpunten in het gebied zijn vooral dat er geen wateraanvoer is in Loon op Zand, verdroging van het gebied en de droogte in de Loonse en Drunense Duinen, waarmee deze gevoelig zijn voor bosbranden.
83
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
Figuur 9.3 Plangebied Lanschapspark Pauwels
Maatregelen en projecten Het deelgebied overlapt met het gebied van Landschapspark Pauwels, waarin verschillende partners (gemeenten, provincie, waterschappen, ZLTO, Natuurmonumenten, Brabants Landschap en de Efteling) samenwerken aan een aantal opgaven. Verschillende maatregelen en projecten op het gebied van klimaat zijn in dit gebied reeds in gang gezet: Waterlandschap De inrichting van een waterpark en waterlandschap in het gebied. Dit waterlandschap strekt zich uit van de rioolwaterzuivering bij de Spinder richting het Noorderbos en de Noorderplas tot aan het agrarisch gebied ten westen van de Kalverstraat. Ook in het gebied tussen de noordelijke stadsrand en de ringweg wordt wateropvang gerealiseerd. In het waterlandschap wordt zowel het overtollige regenwater uit Tilburg vastgehouden, als de afvoer (effluent) van de RWZI verder gezuiverd en gebufferd. Hiermee wordt het regenwater uit de stad benut als bron voor het (tegengaan van verdroging in het) agrarisch gebied. Water naar Loon op Zand De mogelijkheden worden verkend om water te laten stromen richting het dorp Loon op Zand en de Blauwloop. Hiervoor wordt onderzocht of het water van de Zandleij richting Loon op Zand kan gaan stromen en hier kan dienen als waterbron voor het agrarisch gebied, voor het vullen van de grachten rond het Witte Kasteel en voor het tegengaan van de verdroging van de natuurgebieden.
Klimaatslimme en duurzame landbouw Gekoppeld aan (in elk geval) het waterlandschap wordt ingezet op klimaatslimme landbouw en het verduurzamen van de landbouw. Ook het project Brabants Bodem en de biodiversiteitsmonitor die vanuit dit project is ontwikkeld sluit hierop aan en wordt ingezet in het gebied.
84
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
Versterken natuurgebieden en ecologische verbindingen De natuurgebieden worden versterkt door het herstellen van stuifduinen in de schil rondom de Loonse en Drunense Duinen en het vernatten van Huis ter Heide, bijvoorbeeld door het dempen van een sloot (inmiddels uitgevoerd). Daarnaast worden ecologische verbindingen gerealiseerd tussen Loonse en Drunense Duinen en Huis ter Heide (droge verbinding) en tussen Huis ter Heide en De Brand (natte verbinding). Als onderdeel hiervan wordt een recropassage (een recreatieve en ecologische verbinding) onder de N261 gerealiseerd. Hiermee wordt zowel een ecologische verbinding tussen Huis ter Heide en De Brand gerealiseerd als een recreatieve verbinding door Pauwels van oost naar west. Streven is beter voorbereid te zijn op onbeheersbare natuurbranden. Hiervoor worden de adviezen vanuit de taskforce natuurbranden: https://www.ifv.nl/ kennisplein/Paginas/door-het-vuur-voor-veilige-natuur.aspx benut. Bij (her) inrichting van het gebied wordt rekening gehouden met de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de mogelijkheden voor evacuatie. Versterken natuur en landschap in agrarische gebieden Natuur- en landschapselementen op de agrarische gronden worden gestimuleerd.
Dit gebeurt bijvoorbeeld via de stimuleringsregeling landschap van de provincie en door het geschikt maken van erven als leefgebied voor bepaalde soorten via het project ErvenPlus (een project vanuit Brabants Landschap). Daarnaast wordt ingezet op het aanplanten van bomen, bijvoorbeeld in het geboortebos, maar ook op initiatief van derden. Ook brede kruidenrijke bermen dragen bij, terwijl deze gelijktijdig het gebied aantrekkelijker maken voor recreatief verkeer. Educatie en bewustwording Gericht op educatie en bewustwording worden de mogelijkheden verkend om klimaat te verbinden met recreatieve activiteiten, bijvoorbeeld bij de educatieve boerderij De Pauwelshoeve. In het gebied wordt de klimaatboom gerealiseerd. Dit is een kruising tussen een speeltoestel en een kunstobject. Spelenderwijs leren de bezoekers hier meer over de effecten van klimaatverandering en wat je zelf kunt doen om hierop te anticiperen.
Deelgebied 5 Jonge Ontginningen Het gebied is gelegen ten westen van Kaatsheuvel en ten noordoosten van Dongen en heeft een overwegend agrarische functie. In het gebied liggen de kernen De Moer en Dongen-Vaart. Het gebied bestaat voornamelijk uit gemengd agrarisch gebied met aan de westzijde een aantal grote kassencomplexen. Ten zuiden, op de hoger gelegen zandgrond ligt natuurgebied Lobelia met kwetsbare natte natuur in de vorm van vennen. Het gebied wordt aan de oostzijde omrand
85
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
met bosgebied Huis ter Heide, de Efteling en aan de zuidzijde liggen bedrijventerreinen de Wildert met Ardagh Glass en Coca Cola en Vossenberg met onder andere Tesla en Fuji. In het noorden ligt het gebied lager en is het natter, maar het overgrote deel van de gronden bestaat uit humusarme zandgronden die in zuidelijke richting oplopen. Het gebied is betrekkelijk laat in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. Hierdoor hebben zich geen humusrijke, vruchtbare en watervasthoudende landbouwgronden kunnen ontwikkelen. Dit betekent in de praktijk dat het water in natte periodes onvoldoende wordt vastgehouden of zelfs tot wateroverlast leidt. In droge perioden treedt er snel verdroging op door de extreem doorlatende bodem. Hier ondervindt zowel de natuur als de landbouw hinder van. Doordat de zandgronden hier snel hun verdampend vermogen verliezen, warmt dit gebied ook nog eens gemakkelijk op. De grootste opgaven voor dit gebied zijn: 1 De kwetsbare waterhuishouding in het gebied verbeteren zodat er minder extremen ontstaan. Piekafvoeren en droogte voorkomen in het middengebied en een constante watertoevoer van gebiedseigen water voor het lager gelegen veengebied. 2 Verkoelen van de kernen door te zorgen voor een groener en koeler buitengebied met klimaatbuffer rondom dorpen en de bedrijventerreinen: een robuuste, groene, natuurlijke, koele rand rondom de stad en dorpen.
Figuur 9.4 Maatregelen jonge ontginningen
86
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
Maatregelen en projecten – Minder grondwateronttrekking door grote bedrijven op hoger gelegen gebieden door meer proceswater te hergebruiken. Hierdoor blijft het grondwater langer op peil en beschikbaar voor de landbouw. – Watersuppletie in het gebied voor landbouw en natuur door het benutten van de continue stroom aan proceswater van een aantal grote ondernemingen op het hoger gelegen bedrijventerrein Vossenberg. – Watersuppletie verdroging van het bosgebied tegengaan en daarmee omvorming van naaldbos naar loofbos mogelijk te maken. – Watersuppletie in het gebied voor landbouw en natuur door een deel van het effluent van de RWZI Tilburg Noord terug te brengen in het gebied door herstel van oude waterlopen. – Water vasthouden op hoger gelegen zandgronden door toevoeging van extra natuurwaarde op plaatsen waar nu slechts de minimale natuurontwikkelingsopgave is gepland. – Herstel van landschapselementen in het agrarisch gebied voor schaduw voor vee en vorming van klimaatkamers. – Toevoeging van meer natuurinclusieve landbouw voorkomt onttrekking van grondwater door beregening en zorgt voor meer CO2-opname. Bedekte landbouwgronden vormen een goede opname van regenwater en een betere verdamping. – Hemelwater vanuit stedelijk gebied benutten voor berging en infiltratie in landelijk gebied. – Aanleg van groene/blauwe buffers aan de randen van verstedelijking.
Deelgebied 6 Overstromingsgebied Dit deelgebied omvat de gemeenten Heusden en Waalwijk, in de klimaatonderlegger beschreven als het Laagland. Hierin is de geschiedenis in het landschap door de aanwezigheid van verschillende landschapselementen nog op sommige punten aanwezig. Wat veel prominenter en duidelijker zichtbaar aanwezig is, is het menselijk ingrijpen in het systeem. Heusden is omringd door dijken waarmee het water lokaal “gestuurd” werd. De aanwezigheid van wielen, inundatiesluizen, het Drongelens kanaal met zijn dijken en de gegraven Bergse Maas zijn daar voorbeelden van. In Waalwijk zijn de veenontginningen nog duidelijk zichtbaar in het natuurgebied de Westelijke Langstraat in de vorm van het karakteristieke slagenlandschap. Vanwege de ligging in de polder heeft Heusden een grote uitdaging en kwetsbaarheid op het gebied van water. De watergangen in het poldersysteem zijn van oorsprong ontworpen voor het landelijke gebied. Door verstedelijking is dat systeem onvoldoende berekend op het huidige klimaat. Dat uit zich in sterke fluctuaties in het poldersysteem wat “verdronken” riooloverstorten tot gevolg heeft. Dat zorgt voor wateroverlast in het bebouwde gebied.
87
REKS Bod 1.0 H9 Klimaatadaptatie
Hoewel in de regionale stresstest in Drunen zuidoost een specifiek gebied aangegeven wordt, speelt dit op vele locaties in de kernen Drunen, Vlijmen, Nieuwkuijk, Haarsteeg en Elshout. Ook in Waalwijk is aandacht nodig voor het watersysteem. Naast knelpunten op het gebied van wateroverlast zijn er problemen op het gebied van verdroging, onder andere in de Loonse en Drunense Duinen, waardoor het gevaar op branden toeneemt. Ten slotte is hittestress een item. Het gebied kent een aantal grote bedrijventerreinen waar hittestress aan de orde is.
Maatregelen en projecten – Maatregelen in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma. Het gaat dan niet alleen om waterveiligheid bij de Bergse Maas maar ook op de toevoerwateren zoals het Drongelens kanaal. – Maatregelen om wateroverlast te voorkomen en zoveel mogelijk de negatieve gevolgen van riooloverstorten te vermijden. – Waterbergingsopgaven, onder andere in samenhang met de realisatie van de hubs voor duurzame opwek. – Robuuste groene toevoeging tbv Loonse en Drunense Duinen. – Werken aan biodiversiteit in landbouw maar ook in het openbaar groen. – Koelteprojecten in en bij woonkernen en grote industriële terreinen. – Vergroening en waterberging op bedrijfsterreinen. De maatregelen en projecten uit de verschillende gebiedsopgaven worden verder uitgewerkt tot concrete uitvoeringsprojecten. Met het oog op indienen van een aanvraag voor de Impulsgelden van het Rijk zal een regionale prioritering in projecten plaatsvinden. Officieel valt de gemeente Heusden in een andere werkregio voor klimaatadaptatie. Maar de opgaven in deze gemeente die belangrijk zijn voor de regio Hart van Brabant zullen integraal onderdeel worden van het uitvoeringsprogramma Hart van Brabant.
In grote lijnen komt het erop neer dat in het zuiden van het gebied vooral wordt ingezet op het vasthouden van water, in de gebieden die de overgang vormen van hoog naar laag de aandacht zit op voorkomen van hittestress, het verbeteren van de waterhuishouding en een betere verdeling van water en in het noorden van de regio op het voorkomen van wateroverlast. Meer generieke maatregelen die voor het hele gebied een toegevoegde waarde hebben zijn het verbeteren van de bodemstructuur, het aanplanten van bomen en het omvormen van naaldbos naar loofbos. Daarnaast is er nog veel winst te behalen in het vergroten van de bewustwording over de gevolgen van het veranderende klimaat en het bieden van een concreet handelingsperspectief voor inwoners en bedrijven.
Hoofdstuk 10
Monitoring
89
Hoofdstuk 10
Monitoring In de energietransitie is de monitoring tot op heden lastig gebleken. Enerzijds hebben we te maken met verschillende partijen die op hun eigen manier de eenheden van cijfers presenteren én op verschillende niveaus monitoren (impact, outcome, output, etc.). Anderzijds hebben we te maken met verschillende kengetallen (bijvoorbeeld wattpiekvermogen van zonnepanelen) waarover nog geen algemene consensus is. Tot slot komen de toonaangevende monitors (zoals de klimaatmonitor) pas redelijk laat met cijfers, waardoor het lastig sturen is op de actualiteit. Binnen de regio Hart van Brabant hebben we vooralsnog afgesproken om als uitgangspunt de klimaatmonitor te nemen en de forecast op te halen bij de verschillende gemeentes en deze samen te brengen. Dit in afwachting van verdere nationale en provinciale ontwikkelingen. Door de eerder genoemde complexiteit is de provincie Noord-Brabant bezig met verschillende gemeenten en RE(K)Sen om tot een monitoringsinstrument te komen. In 2020 is al intensief samengewerkt inzake de verschillende kengetallen, scope en presentatie van de monitor. Vooralsnog is de planning dat vanaf het tweede kwartaal 2021 de testfase kan starten. De monitor is dan operationeel en gevuld met bestaande data. De monitor wordt dan uitvoerig getest en becommentarieerd door de verschillende aangehaakte partijen.
Waar nodig kan de provincie verbeteringen aanbrengen. Vanaf het derde kwartaal is de monitor operationeel toepasbaar en wordt deze verder verrijkt met input van de verschillende gemeenten en RE(K)Sen waarmee inzicht wordt gegenereerd over projecten die in de pijplijn zitten. Daarnaast kunnen er ook meer gedetailleerde overzichten worden toegevoegd of andere dwarsdoorsnedes. Tegelijkertijd zijn we via de provincie ook aangehaakt bij de landelijke ontwikkelingen van de klimaatmonitor rondom de RE(K)S. En zo bouwen we in gezamenlijkheid aan de monitor. Met bovengeschetste werkwijze willen we dus zoveel mogelijk actief aanhaken bij lopende ontwikkelingen om daarmee zo snel mogelijk te komen tot een eenduidige monitoring.
Hoofdstuk 11
Innovaties en waterstofstrategie
91
Hoofdstuk 11
Innovaties en waterstofstrategie Het REKS-bod is een momentopname. Er vinden vele innovaties plaats die de energietransitie en de aanpassingen aan klimaatverandering gaan ondersteunen en hopelijk ook versnellen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan nieuwe technieken voor duurzame productie en opslag van elektriciteit en aan nieuwe bronnen voor het verwarmen van gebouwen. Het is belangrijk om het beleid steeds te laten mee bewegen met de ontwikkelingen die plaatsvinden. We zullen in de regio dan ook alert zijn op deze ontwikkelingen om ze zo snel mogelijk te kunnen implementeren in beleid en uitvoering. Tegelijkertijd moeten we niet wachten met het nemen van maatregelen tot alle nieuwe technieken uitgekristalliseerd zijn. We moeten ons richten op het nemen van ‘no regret’- maatregelen. Die investeringen doen die sowieso nodig zijn, ook al zouden we beleid wijzigen vanwege (technologische) ontwikkelingen. Om een goed beeld te krijgen van dergelijke maatregelen en om nieuwe innovaties goed te volgen willen we in Hart van Brabant een innovatiegroep instellen, waarin het bedrijfsleven een belangrijke rol krijgt. Vooruitlopend op deze groep heeft de regio een waterstofstrategie opgesteld (zie hieronder). Ook zijn al innovaties verkend in het kader van de innovatieve netwerkstudie (zie hoofdstuk 8).
Ten slotte neemt de provincie deel aan een Alliantie Energieopslag van waaruit diverse innovaties op het gebied van opslag van duurzame energie worden gestimuleerd. Het gaat dan om demonstratieprojecten als: – De hydrozine generator,
– Green Energy Hubs in Brabant,
– De ijzerpoeder brander,
– Het project GREEN2HUB, en
– Metal Energy Carriers,
– Het Future Fuels Lab.
– Direct Air Capture, Vanuit Hart van Brabant volgen we deze ontwikkelingen en zullen waar mogelijk nauw betrokken worden. Het waterschap Brabantse Delta heeft onderzoek gedaan naar Power to Gas, een proces om elektriciteit om te zetten naar gas in combinatie met een RWZI. Dit kan een oplossing zijn voor netwerkproblemen: teveel geproduceerde elektriciteit kan dan omgezet worden naar gas. Ook wordt het onderwerp kernenergie passief gevolgd in de regio; hierbij wordt allereerst gekeken naar de uitkomsten van mogelijk nieuw onderzoek op provinciaal en Rijksniveau naar de kansen voor kernenergie in Nederland.
92
REKS Bod 1.0 H11 Innovaties en waterstofstrategie
Waterstofstrategie In de strategie wordt ingegaan op de mogelijkheden voor waterstof in de regio en de te nemen vervolgstappen. Hierbij zijn de kansen voor waterstof onderzocht binnen de industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en voor congestie op het elektriciteitsnet.
Figuur 11.1 Toepassingsmogelijkheden waterstof
Industrie
Mobiliteit
Electriciteit
Gebouwde omgeving
Waterstof wordt
Waterstof is een van
Naast auto’s op
Waterstof kan met
Waterstof kan
nu vooral gebruikt
de weinige manieren
waterstof zal
brandstofcellen
gebruikt worden
als grondstof in de
om hoge temperatuur
waterstof vooral
omgezet worden in
om woningen en
chemie, met name
warmte (>300 ºC) op
interessant zijn voor
elektriciteit. Deze
bedrijfspanden te
voor de productie
te weken zonder CO2
zwaarder vervoer
kan opgeslagen
verwarmen.
van kunstmest en
uitstoot.
als vrachtwagens en
worden als buffer.
bij de raffinage van
schepen.
aardolie.
Industrie In de regio Hart van Brabant zijn zes bedrijven die tot de top 200 gasverbruikende bedrijven in Nederland gerekend worden: Trobas Gelatine, Ardagh en Coca Cola (Dongen), IFF en Agristo, (Tilburg) en Desso (Waalwijk) – zie figuur 11.2. Deze bedrijven zoeken naar mogelijkheden om hun energiegebruik te verduurzamen en hun CO2-uitstoot te verminderen. Figuur 11.2 grootverbruikers gas in Hart van Brabant
93
REKS Bod 1.0 H11 Innovaties en waterstofstrategie
Gebouwde omgeving In Hart van Brabant is er bij uitstek de mogelijkheid om te experimenteren en later op grotere schaal waterstof toe te passen voor verwarming van de gebouwde omgeving. Samen met het initiatief om een waterstofhub nabij de Amercentrale in Geertruidenberg te creëren kan de restwarmte die vrijkomt bij het maken van waterstof dienen als voeding van het Amerwarmtenet. De geproduceerde waterstof kan in het bestaande gasnet worden ingevoegd of in een nieuw aan te leggen waterstofnet ten behoeve van het aardgasvrij maken van woonwijken die niet op of moeilijk op een warmtenet kunnen worden aangesloten. In samenwerking met Enpuls/Enexis zou in samenspraak met woningcorporaties, gemeenten en andere partijen nagedacht kunnen worden over een dergelijke proeftuin in Hart van Brabant, in samenwerking met de universiteiten en hogescholen in Brabant.
Mobiliteit Waalwijk en Tilburg zijn uitgeroepen tot dé logistieke hotspot van Nederland. Hierop kan door de beoogde rol voor waterstof bij de heavy duty-mobiliteit aangehaakt worden. Er wordt door de regio in samenwerking met de twee gemeenten en een aantal toonaangevende transportbedrijven gezocht naar een coalitie van potentiële gebruikers om zo in Tilburg en Waalwijk waterstoftankstations te realiseren en te exploiteren. Dit kan een vliegwieleffect creëren voor duurzame distributie bij de daar gesitueerde logistieke dienstverleners. Ook de innovatieve kracht van Brabantse ondernemers maakt de regio uitermate geschikt als partners en toeleveranciers bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld brandstofcelsystemen en toepassingen met die systemen. Nu al zijn Brabantse bedrijven als VDL en E-Trucks actief rond de ontwikkeling van bussen, vrachtwagens en vuilniswagens op waterstof. De gemeente Tilburg werkt aan de Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek en gemeente Waalwijk richt zich op het energieneutraal maken van een nieuwe binnenvaartterminal. Hier kan waterstof ook een rol vervullen.
Capaciteit elektriciteitsnetwerk Met het REKS-bod wordt de situatie op het net nog kritischer en ontstaan er serieuze congestieproblemen. Enexis heeft op basis van het voorlopige REKSbod in beeld gebracht wat de impact van de energiehubs is op het huidige elektriciteitsnetwerk in de regio Hart van Brabant (zie figuur 11.3). Om over voldoende netcapaciteit te beschikken voor het REKS-bod moeten onderstations worden uitgebreid (geel gearceerd) en nieuwe onderstations worden bijgebouwd (rood vlak geel gearceerd).
94
REKS Bod 1.0 H11 Innovaties en waterstofstrategie
Figuur 11.3 WW
GT
HTW
HTN
Impact van de energiehubs op het elektriciteitsnetwerk
OTD BD
TBW
PCH
TBN TBC
BXT
TBZ
Stations Tekort of vrije ruimte Tekort na uitbreiding Vrije ruimte na uitbreidingen Vrije ruimte
Het omzetten van duurzame elektriciteit naar een (tijdelijke) tussenopslag (bijvoorbeeld batterijen of eventueel waterstof) op locaties dichtbij de productiefaciliteiten verlicht de noodzaak tot verzwaring van aansluitpunten op de elektriciteitsinfrastructuur. De locatie van waterstofproductie-installaties is cruciaal voor de energiestromen in het systeem en de hoeveelheid duurzame energie die kan worden opgeslagen met waterstof als energiedrager. De in strategisch gelegen REKS-hubs gegenereerde waterstof (bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen) kan worden gebufferd, worden getransporteerd naar gebruikers of worden ingevoerd in een (nationaal/regionaal) waterstofnet. Bij de ontwikkeling van de hubs binnen de REKS zal, gezien de benodigde verzwaring van het net op sommige beoogde hub-locaties, ook gekeken moeten worden naar de wijze waarop duurzaam opgewekte elektriciteit naar een (eventueel) tijdelijke opslag kan worden opgenomen om daarmee de aansluitingscapaciteit (en dus investering) te beperken. Elektra omzetten in waterstof is niet voor de korte termijn (dagen) of voor kleine hoeveelheden. Het kan een oplossing zijn als overschotten van elektriciteit worden omgezet naar waterstof.
Het beschikbaar krijgen van waterstof kan ook een raakvlak mogelijk maken met mobiliteit of de gebouwde omgeving, waarbij deze groene waterstof ingezet kan worden voor mobiliteit of het verwarmen van huizen. Hiermee wordt de hubfunctie van de REKS versterkt. Op dit moment loopt er een discussie over de locatie voor de aanlanding van de aansluiting van off-shore windparken in Nederland op het elektriciteitsnet. Waar op korte termijn deze aanlanding niet in de nabijheid van de regio Hart van Brabant (Geertruidenberg) lijkt te komen, zijn er op middellange termijn kansen om deze aanlanding voor nieuwe windparken wel te realiseren. Aansluiten op deze lobby, mede voor de productie van groene waterstof, positioneert de regio Hart van Brabant.
95
REKS Bod 1.0 H11 Innovaties en waterstofstrategie
Transitie naar groene waterstof Bij het benutten van kansen moet op den duur gebruik worden gemaakt van waterstofproductietechnieken waarbij geen CO2 geëmitteerd wordt (groene waterstof) en zal ook de transitie van CO2-emitterende productieprocessen voor ‘grijze’ waterstof naar ‘groene’ waterstof doorlopen moeten worden.
Waterstofladder Net als voor de inzet van zon wordt voor de inzet van waterstof gewerkt met een waterstofladder. Waterstof kan in verschillende functies worden toegepast. Daarmee is waterstof niet voor elke toepassing de meest voor de hand liggende oplossing om te verduurzamen. Tegelijk speelt waterstof voor andere toepassingen een cruciale rol om klimaatdoelstellingen te halen. Daarbij speelt dat op dit moment lang niet alle waterstof duurzaam is. Groene waterstof is wel duurzaam maar vooralsnog schaars. Er zal op alle mogelijke fronten ingezet moeten worden om ons energiesysteem te verduurzamen, en waterstof is daar een onderdeel van. De REKS zal slimme keuzes moeten maken over hoe en waar de regio Hart van Brabant (groene) waterstof gaat inzetten. Aan de hand van een waterstofladder kan deze afweging worden gemaakt.
Figuur 11.4 Voorbeeld waterstofladder (bron: Natuur en Milieu)
96
REKS Bod 1.0 H11 Innovaties en waterstofstrategie
Vervolgstappen Op korte termijn worden de volgende stappen ondernomen: 1 Er wordt gewerkt aan coalitievorming van publieke (o.a. provincie, BOM) en private partijen ten aanzien waterstofontwikkelingen in de regio op de vier benoemde thema’s. Dit consortium zou verbonden kunnen worden aan de ontwikkelorganisatie REKS, om in te spelen op kansen voor waterstof binnen de hub-ontwikkeling. 2 Er zal een diepgaande inventarisatie worden gemaakt van de lopende en potentiële projecten/pilots en waterstofplannen in de regio. Op basis hiervan kan een visie en daaraan gekoppeld een meerjarige programmatische aanpak opgesteld worden die richting geeft aan de (kennis)ontwikkelingen voor waterstof. Onderdeel van dit programma is het definiëren van pilots binnen de vier thema’s industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit en infrastructuur en het vinden van de benodigde subsidies en andere middelen om waterstofprojecten van de grond te krijgen.
Hoofdstuk 12
Koppeling met andere maatschappelijke opgaven
98
Hoofdstuk 12
Koppeling met andere maatschappelijke opgaven In het REKS-bod richten wij ons vooral op de duurzame opwek van elektriciteit en op de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Maar het klimaatakkoord kent ook nog andere tafels. Afspraken aan die tafels hebben ook invloed op bijvoorbeeld duurzame opwek en warmte in de regio. De komende tijd zullen we de andere tafels steeds meer gaan betrekken bij de uitwerking en uitvoering van de plannen. De eerste stap is een verkenning naar de samenhang met mobiliteit (12.1). We zijn ook aan het kijken naar de samenhang met belangrijke andere maatschappelijke thema’s. In 12.2 is wat geschreven over de samenhang met het arbeidsmarktbeleid.
12.1 Mobiliteit Regio Hart van Brabant heeft in 2020 de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit opgesteld, als verdere uitwerking van de Strategische Meerjarenagenda (SMA). In de Regionale Beleidsagenda Mobiliteit is een visie opgenomen die zich richt op 2030. Dat is de stip op de horizon die is vertaald naar vijf centrale ambities. Eén daarvan heeft een sterke koppeling met energie en duurzaamheid: schoon, stil en gezond. Deze ambitie is als volgt geformuleerd: het mobiliteitssysteem heeft geen negatieve effecten meer op de leefomgeving doordat het schoon en stil is en biedt mogelijkheden voor gezonde verplaatsingswijzen; keuzes zijn afhankelijk van gebied en gebruiker. Naast schoon, stil en gezond hebben we voor de komende 10 jaar de volgende ambities geformuleerd: – veilig, – inclusief, – robuust en betrouwbaar, en – slim en efficiënt. Deze ambities sluiten naadloos aan op de visie die de deelnemers aan de landelijke mobiliteitstafel voor 2050 hebben geformuleerd: zorgeloze mobiliteit, voor alles en iedereen in 2050. Geen emissies, uitstekende bereikbaarheid, toegankelijk voor jong en oud, arm en rijk, valide en mindervalide. Betaalbaar, veilig, comfortabel, makkelijk én gezond. Slimme, duurzame, compacte steden met optimale doorstroming van mensen en goederen.
Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd.
99
REKS Bod 1.0 H12 Koppeling met andere maatschappelijke opgaven
Ambitie schoon, stil en gezond Om deze ambitie te realiseren zijn de volgende doelstellingen voor 2030 geformuleerd: – We dragen vanuit mobiliteit bij aan de landelijke CO2-reductiedoelstelling van 49% in 2030 (ten opzichte van 1990). – We dragen vanuit mobiliteit bij aan de landelijke CO2-reductiedoelstelling van 16% in 2023 (ten opzichte van 1990). – Voor de uitstoot van overige emissies geldt: – 2023 voldoen aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen. – 2030 voldoen aan de WHO-advieswaarden. – Meer fietskilometers in 2030 ten opzichte van 2021 (SMA: 20% meer fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017). – Meer vervoer van goederen over water en spoor. De ambitie en doelstellingen kunnen we alleen bereiken door in te zetten op een integrale benadering van het mobiliteitssysteem, waarbij alle modaliteiten en de infrastructuur optimaal worden ontwikkeld en benut én uiteindelijk alle modaliteiten schoon zijn. Ook moet de inzet gericht zijn op het verminderen van het aantal reiskilometers (bijvoorbeeld meer thuiswerken). Hiermee wordt niet alleen voldaan aan de afspraken van Parijs, maar wordt ook een significante bijdrage geleverd aan de terugdringing van overige milieuschade. In figuur 12.1 zijn de afspraken van de landelijke Mobiliteitstafel vertaald in woord en beeld.
Het is de bedoeling in 2021 samen met provincie Noord-Brabant en andere belangrijke stakeholders een regionaal programma schoon, stil en gezond op te stellen, waarin we verdere invulling geven aan duurzame energiedragers, elektrisch (personen)vervoer, verduurzaming logistiek en verduurzaming personenmobiliteit. Vooruitlopend op het maken van het programma schoon, stil en gezond zijn de volgende acties in de regio Hart van Brabant al in gang gezet: – Uitvoering geven aan het reeds vastgestelde regionale laadpalenbeleid in afstemming met de nieuwe aanbesteding laadinfrastructuur die onder regie van de provincie heeft plaatsgevonden en waaraan de meeste gemeenten in Hart van Brabant deelnemen. Meer laadpalen plaatsen met meer locaties voor sneller laden. – Het ontwikkelen van zero emissie-zones voor stadslogistiek en optimalisering van de bevoorrading buiten de steden. – Het verder elektrificeren en bevorderen van emissieloze voertuigen bij de regiotaxi’s en het reguliere busvervoer. – Het bevorderen van deelmobiliteit: autodelen, scooter delen, deelfietssystemen.
100
REKS Bod 1.0 H12 Koppeling met andere maatschappelijke opgaven
– Verkenning aanleg clean energyhubs in de regio. Een clean energy-hub is meer dan een tank- of bunkerfaciliteit voor nieuwe, duurzame voertuigen. We willen verkennen of er combinaties mogelijk zijn met andere toepassingen, zoals opgaven rond truckparking, duurzame wasplaatsen voor trucks, fooden vergaderfaciliteiten. – Het ontwikkelen van een hoogwaardig regionaal fietsnetwerk met daarin speciale aandacht voor snelfietsroutes, zodat meer mensen de fiets pakken in plaats van de auto. – Het stimuleren van meer mobiliteit over het spoor en water.
Extra duurzame opwek De verduurzaming in de mobiliteit leidt tot extra vraag naar duurzame elektriciteit. De komende tijd zal inzichtelijk worden gemaakt hoeveel extra dat is en wat dat betekent voor de plannen van duurzame opwek in de regio. Het resultaat van deze verkenning zal vertaald worden in de REKS 2.0.
Figuur 12.1 Schone mobiliteit in Hart van Brabant