15 definitieve REKS (3 bijlage definitief bod REKS)
Tekst van het document
Regionale Energie- en Klimaatstrategie
Warmte
Opwek
K limaat
REKS bod 1.0
Regionale Energie- en Klimaatstrategie
REKS bod 1.0
Hart van Brabant
3
Inhoudsopgave Voorwoord
5
1
Inleiding
8
2
Achtergrond en doelen van de REKS
12
3
Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak
16
4
Energiebesparing en aanpak zon op daken
22
5
Bepalen regionale opgaaf voor opwek van duurzame energie
27
6
Zoekgebieden voor duurzame opwek
29
7
Regionale Structuur Warmte
47
8
Impact op het elektriciteitsnetwerk
67
9
Klimaatadaptatie
75
10
Monitoring
89
11
Innovaties en waterstofstrategie
91
12
Koppeling met andere maatschappelijke opgaven
98
13
Organisatie
105
14
Uitvoering
108
15
Vragen aan het Rijk
112
Bijlagen
116
I
Bepalen regionale opgave duurzame opwek
II Case studies innovatieve netwerk
4
Losse bijlagen (de bijlagen kunt u downloaden op deze pagina) Grootschalige duurzame opwek – Ontwerpen aan het REKS bod – Ruimtelijke kwaliteit van herkenbare landschappen Regionale Structuur Warmte – Regionale Structuur Warmte Hart van Brabant – MKBA warmtetransitie West-Brabant en Hart van Brabant Doorrekening energiesysteem – Netimpactrapportage Enexis – Innovatieve netwerkstudie Innovatie – Position Paper Waterstof Klimaatopgave – Handleiding voor de klimaatonderlegger Hart van Brabant – Klimaatonderlegger Hart van Brabant – Klimaatstresstest Hart van Brabant Participatie en Communicatie – Rapportage burgerparticipatiemodellen voor wind- en zonne-energie – Internetenquête met infographic
5
Voorwoord Voor u ligt het definitieve bod Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) van Hart van Brabant. In het bod laten de negen samenwerkende gemeenten van Hart van Brabant, drie waterschappen en de provincie Noord-Brabant zien welke ambitie zij hebben voor de regio Hart van Brabant op het gebied van energiebesparing, opwek van duurzame energie en aanpassingen als gevolg van de klimaatveranderingen. Zaken die hard nodig zijn om de regionale opgaven waar wij voor staan te gaan realiseren. Bij het opstellen van de REKS is samengewerkt met woningcorporaties, natuurorganisaties, de agrarische sector, het bedrijfsleven, netwerkleveranciers en de verenigde energiecoöperaties. Vanuit 15 verschillende landschapsperspectieven is gekomen tot zoekgebieden waar regionale energiekristallisatiepunten komen. Daarnaast is rekening gehouden met regionale, subregionale en lokale projecten op het gebied van de opwek van duurzame energie. Al deze projecten zijn noodzakelijk om de regionale ambitie waar te maken. Binnen de REKS is balans gezocht tussen wind, zon op dak en zon op land. En deze is gevonden in regionale projecten voor de kristallisatiepunten en de gemeentelijke projecten voor zon op dak en zon op land. Het regionale afwegingskader zon op land geeft ruimte voor de ontwikkeling van gemeentelijke projecten binnen de gemeenschappelijk opgestelde en gedragen afspraken.
De combinatie van regionale en gemeentelijke projecten vormt een goede basis voor de toekomstige uitvoering. We zullen bij de uitvoering samenwerken met de netwerkleveranciers en energiecoöperaties en bij de ontwikkeling van projecten inzetten op betrokkenheid van inwoners en bedrijven. Bij het maken van het bod hebben we al aandacht gegeven aan participatie onder andere door het geven van diverse webinars waarin deelnemers konden meepraten over de plannen en door het houden van een internetenquête en het opzetten van een research community.
6
REKS Bod 1.0 Voorwoord
Met betrekking tot de klimaatveranderingen zijn in het bod zes gebieden omschreven en concrete acties benoemd. Samen met de waterschappen en de samenwerkende gemeenten zullen uitwerkingen plaatsvinden. Het voorliggende bod is ambitieus, maar door samen te blijven werken met partners, inwoners en bedrijven uit de regio uitvoerbaar. Tweejaarlijks zullen we beoordelen waar we staan en kijken waar bijstellingen noodzakelijk zijn. Dit past in de landelijke afspraken om tweejaarlijks de REKS aan te passen. Dit biedt ook de mogelijkheid om nieuwe technieken te integreren in de plannen. Na het maken van plannen zullen we gezamenlijk de schouders onder de uitvoering zetten. In het bod zijn eerste schetsen gegeven van een uitvoeringsorganisatie. De uitvoeringsorganisatie voorziet in een klein expertiseteam die de regionale projecten begeleidt en gemeentelijke projecten bijstaat met kennis en vaardigheden. In de uitvoering laten we ook graag inwoners en bedrijven mee participeren. De samenwerkingskracht van alle partijen heeft een bod opgeleverd dat de ambitie voor de komende jaren weergeeft maar ook zeker een goede basis vormt voor de uitvoering. Door de projecten samen met inwoners en bedrijven voor te bereiden en uit te voeren, komen we naar een duurzame en volhoudbare toekomst.
Gerard Bruijniks voorzitter stuurgroep REKS Hart van Brabant
Hoofdstuk 1
Inleiding
8
Hoofdstuk 1
Inleiding In de zomer van 2019 is het Klimaatakkoord tot stand gekomen, waarin partijen afspraken hebben gemaakt over de aanpak van de energietransitie in Nederland. Onderdeel van het akkoord is dat 30 regio’s in Nederland werken aan een Regionale Energiestrategie (RES). Al jaren eerder zijn er in enkele proefregio’s RES’en opgesteld. Eén van die regio’s was Hart van Brabant, bestaande uit 9 gemeenten in het midden van Brabant. Dit heeft in 2017 geresulteerd in een RES 1.0 met als ondertitel ‘Energieneutraal in 2050-vanaf nu ‘. De tussendoelstelling was om in 2030 de CO2-uitstoot met 49% verminderd te hebben. In maart 2018 hebben we een Regiodeal gesloten met daarin afspraken over hoe de energiedoelstellingen in gezamenlijkheid gerealiseerd kunnen worden. Aan het einde van 2018 is met nieuw elan gestart met het opstellen van een Plan van Aanpak voor een nieuwe RES in lijn met de landelijke discussies over het Klimaatakkoord. De provincie heeft kwartiermakers aangesteld die het Plan van Aanpak moesten opstellen en vormgeven. De regio heeft een nieuwe Stuurgroep ingesteld die breed is samengesteld. Naast gemeenten, provincie en waterschappen zijn ook vertegenwoordigd: Enexis als netbeheerder, Natuurmonumenten namens de terrein beherende organisaties, woningcorporaties en een vertegenwoordiger namens de 14 energiecoöperaties uit de regio Hart van Brabant.
Later is ook de ZLTO toegevoegd aan de Stuurgroep. Onder leiding van de Stuurgroep is in 2019 gewerkt aan het opstellen van een aantal producten dat gezamenlijk het concept-bod voor de RES vormt. Dit concept-bod is in het voorjaar van 2020 vastgesteld en in de zomer van 2020 aangeboden aan het Nationaal Programma RES (NPRES). Naast energietransitie (mitigatie) speelt op regionaal en lokaal niveau ook klimaatadaptatie een belangrijke rol. In het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moeten regio’s werken aan een stresstest, aan een klimaatdialoog en aan het opstellen van uitvoeringsplannen op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, verdroging en hittestress. De regio heeft ervoor gekozen de klimaatadaptatie te koppelen aan de energietransitie, zodat we in Hart van Brabant spreken over een Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS). Dat betekent dat in de REKS gewerkt wordt aan duurzame opwek van elektriciteit, aan verduurzaming van de gebouwde omgeving en aan klimaatadaptatie. In Figuur 1.1 is de ruimtelijke samenhang van deze elementen verbeeld: Het PBL heeft in februari 2021 een rapportage gepresenteerd over alle 30 concept-RES’en in Nederland en concludeert daaruit dat de verwachting is dat de optelsom van alle RES’en zal leiden tot de gewenste opwek van 35TWh.
9
REKS Bod 1.0 Inleiding
Vanaf de zomer 2020 is gewerkt aan het definitieve bod REKS dat nu voorligt. Op de volgende onderdelen is het concept-bod aangepast of aangevuld: – Er heeft een uitgebreid communicatietraject plaatsgevonden met daarin o.a. webinars voor de bewoners (per gemeente en per thema voor alle inwoners van de regio) en een regionale internetenquête. – Een verdere uitwerking van het onderdeel participatie heeft plaatsgevonden in samenspraak met de 14 lokale energiecoöperaties (LEC’s). In dit kader wordt gewerkt aan een Raamovereenkomst met de LEC’s die een apart besluitvormingstraject kent. – de Handreiking voor duurzame opwek met zonnevelden in het buitengebied is uitgewerkt tot een regionale strategie zonnevelden. – Er heeft een uitwerking plaatsgevonden van ‘wind boven bos’. – Er is een voorstel gemaakt voor inpassing van de REKS in de nieuwe omgevingswet. – De Regionale Structuur Warmte (RSW) is verrijkt met een Maatschappelijke Kosten- en Batenanalyse voor de warmtetransitie West-Brabant en Hart van Brabant die een aantal aanbevelingen voor het vervolg heeft opgeleverd. – Er is een verdere uitwerking gemaakt voor energiebesparing in de gebouwde omgeving en voor de aanpak van zon op daken.
Figuur 1.1 Duurzame opwek, warmtetransitie en klimaatadaptatie in Hart van Brabant
clusters in het noorden 20 windturbines
Noord-Brabant Overstromingsgebied van de Maas
‘s Hertogenbosch Breda
Tilburg Eindhoven
Landbouwgebied jonge ontginningen
clusters langs ring Tilburg en A58 20 windturbines
De woeste gronden
Energiehub met koppelkansen klimaat, recreatie, warmte, mobiliteit, energieopslag en energiedistributie: Cluster alleen windenergie Cluster alleen zonne-energie
S ysteem Beekdal Donge
S ysteem Voorste S troom
Cluster combinatie van wind- en zonne-energie Gebieden voor klimaatopgaven Warmtenet
clusters in nieuwe bosontwikkeling na 2030 10 windturbines
Brongebied
Mogelijke uitbreiding van het warmtenet Amercentrale Zoekgebied windenergie boven nieuw bos na 2030
10
REKS Bod 1.0 Inleiding
– Zes gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie zijn verder uitgewerkt door het voeren van klimaatdialogen en het opstellen van een lijst met projecten/ maatregelen per gebied. – Er is een innovatieve netwerkstudie en een geactualiseerde netimpact-analyse uitgevoerd. – Er is een waterstofstrategie opgesteld. – Er is een aanzet gedaan voor een regionale uitvoeringsorganisatie inclusief realisatie- en financieringsstrategie. Dit voorstel kent ook een apart besluitvormingstraject. – Er is een koppeling met de sector mobiliteit en het thema arbeidsmarkt uitgewerkt. – De lijst met ‘vragen aan het Rijk’ is aangepast.
Hoofdstuk 2
Achtergrond en doelen van de REKS
12
Hoofdstuk 2
Achtergrond en doelen van de REKS 2.1 Twee Klimaattafels De Regionale Energie- en Klimaatstrategie van Hart van Brabant geeft mede invulling aan afspraken die gemaakt zijn in het kader van het landelijke Klimaatakkoord. Daarbij ligt de focus op de tafels ‘duurzame elektriciteitsopwek’ en ‘verduurzaming gebouwde omgeving’. We hebben voorstellen uitgewerkt voor het opwekken van elektriciteit met zon en wind in de regio. Ook is er een Regionale Structuur Warmte (RSW) gemaakt, waarin vraag en aanbod van warmte in de regio aan elkaar gekoppeld zijn en waar verschillende strategieën beschreven staan voor de verduurzaming van woningen en bedrijven. In alle gevallen is het belangrijk veel aandacht te geven aan energiebesparing. In het kader van de REKS is daarom een apart hoofdstuk gewijd aan energiebesparing (zie hoofdstuk 4).
Andere klimaattafels Voor de regio zijn ook de afspraken die gemaakt zijn aan de andere tafels belangrijk. Als het gaat om land- en tuinbouw matchen we afspraken die aan die tafels gemaakt zijn met de hierboven beschreven opgave. Zo wordt de transitie van de landbouw, die ook voor Hart van Brabant belangrijk is, meegenomen in het bepalen van de strategie voor duurzame opwek. Wat betreft de mobiliteitstafel constateren we dat de verwachting is dat de elektriciteitsvraag sterk zal toenemen door elektrificatie van met name het wagenpark. Dat heeft consequenties voor de duurzame opwek van elektriciteit. Tenslotte kijken we naar de industrie en de glastuinbouw als mogelijke leverancier van restwarmte en zij worden daarom ook betrokken bij de RSW. We zullen de komende jaren steeds meer de integraliteit zoeken met andere sectoren en andere thema’s. In dit definitieve bod is reeds wat invulling gegeven aan de sector mobiliteit en aan het thema arbeidsmarkt.
Belangrijke elementen Bij de voorstellen die zijn uitgewerkt voor duurzame opwek en de RSW hebben in onze regio vier elementen een belangrijke rol gespeeld: – Fysieke leefomgeving. Doel is om zo veel mogelijk ruimtelijke kwaliteit te realiseren en te zorgen dat plannen en projecten ruimtelijk vertaald kunnen worden naar zoekgebieden en locaties. We hebben de onderwerpen zo veel
13
REKS Bod 1.0 H2 Achtergrond en doelen van de REKS
mogelijk integraal benaderd om ervoor te zorgen dat we naast energietransitie ook andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, meenemen in de gemaakte keuzes. – Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Er is veel aandacht voor een zo breed mogelijke acceptatie van de REKS zelf en de maatregelen die hiervoor genomen worden. Het uiteindelijke doel is zo veel mogelijk bestuurlijke en maatschappelijke steun voor de keuzes in de REKS. Daarom hebben we verschillende partijen en overheden betrokken bij de REKS. – Energiesysteemefficiëntie. Het is van belang dat keuzes in de REKS haalbaar zijn en bijdragen aan een efficiënt energiesysteem. Dit betekent onder andere dat vraag en aanbod van energie zo veel mogelijk op elkaar moeten zijn afgestemd. Ook moet worden nagedacht over de energie-infrastructuur, betaalbaarheid, inpasbaarheid (zowel ruimtelijk als met betrekking tot mogelijke impact op bodem en waterbeheer), opslagmogelijkheden en planning van het systeem. – Kwantificeren van de REKS doelstellingen. Zowel voor elektriciteit als voor warmte zijn op nationaal niveau doelen gesteld, met aan de RES-regio’s de vraag om die gezamenlijk te behalen.
Klimaatadaptatie In de regio hebben we besloten het thema klimaatadaptatie te koppelen aan de Regionale Energiestrategie. De reden daarvoor is vierledig: allereerst kunnen maatregelen die in het kader van de energiestrategie worden uitgedacht in een aantal gevallen goed gecombineerd worden met maatregelen voor klimaatadaptatie. Ook landen de maatregelen voor klimaatadaptatie in hetzelfde landschap als die voor energietransitie, zodat een integrale benadering noodzakelijk is. Daarbij is het voor zowel de energietransitie als de klimaatadaptatie noodzakelijk de dialoog met verschillende (maatschappelijke) partijen te voeren over urgentie, tijdstip van uitvoeren, financiering en mate van participatie bij maatregelen. Het is belangrijk om die dialoog waar het kan te combineren, zodat we voorkomen dat we stakeholders overvragen. Ten slotte biedt het de mogelijkheid om eventuele opbrengsten van de energietransitie in te zetten voor maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie.
Participatie Het betrekken van inwoners en maatschappelijke organisaties uit de regio bij de plannen voor energietransitie en klimaatadaptatie is een belangrijk uitgangspunt geweest bij de totstandkoming van de REKS. Wij hebben hierom zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij al aanwezige lokale beleidskaders voor met name duurzame opwek. Bij het opstellen van die lokale kaders zijn de bewoners ook nauw betrokken geweest door het houden van verschillende webinars en een grootschalige internetenquête. Bewoners konden tijdens de webinar vragen stellen en
14
REKS Bod 1.0 H2 Achtergrond en doelen van de REKS
hun mening geven (zie hierover meer in hoofdstuk 3). Dit heeft geen aanleiding gegeven om de REKS-plannen te wijzigen. Wel is hieruit gekomen dat enkele keuzes binnen de REKS beter gecommuniceerd moeten worden. Dit hebben we in deze versie van de REKS proberen te doen. Uit de gehouden internetenquête zijn aandachtpunten voortgekomen die we ook in het vervolg meenemen.
Hoofdstuk 3
Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak
16
Hoofdstuk 3
Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak In de regio Hart van Brabant is de afgelopen periode verder gewerkt aan het creëren van maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de REKS plannen. Het zwaartepunt van deze activiteiten na de besluitvorming inzake het concept-bod REKS richtte zich ten aanzien van het creëren van maatschappelijk draagvlak vooral op het bereiken en informeren van bewoners en op het ophalen van meningen van de inwoners. Voor het bestuurlijk draagvlak richtten de activiteiten zich voornamelijk op het informeren van de gemeenteraden en de besturen van de waterschappen en de provincie ten aanzien van de inhoud van en besluitvormingsprocedure voor het REKS 1.0-bod. Mede door COVID-19-maatregelen hebben bijna alle communicatieactiviteiten online plaatsgevonden. Specifiek zijn hiervoor de onderstaande activiteiten uitgevoerd.
3.1 Maatschappelijk draagvlak Lokale en regionale informatieavonden Vanaf november 2020 tot en met februari 2021 zijn er negen informatieavonden voor inwoners van de gemeenten in Hart van Brabant georganiseerd, voor elke gemeente een eigen avond. Daarnaast zijn er thema-avonden georganiseerd, waar is ingegaan op drie belangrijke onderdelen van de REKS: windenergie, participatie en duurzame warmte. De thema avonden voor klimaat en zon zijn uitgesteld wegen COVID en vinden nu in maart 2021 plaats (zie tabel 3.1). De bijeenkomsten zijn door COVID-19-maatregelen digitaal via een webinar gehouden en zijn op het YouTube-kanaal van Regio Hart van Brabant terug te kijken (via deze link). De inwoners zijn op de hoogte gebracht van deze bijeenkomsten door advertenties in regionale bladen (Brabants Dagblad) en lokale huis-aan-huisbladen. Ook is via nieuwsbrieven en sociale media van de gemeenten en andere REKSpartners aandacht gegeven aan deze bijeenkomst. Aan de webinars hebben in totaal meer dan duizend mensen deelgenomen.
17
REKS Bod 1.0 H3 Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak
Hieronder staat het overzicht van deze bijeenkomsten:
Tabel 3.1 Overzicht van de gehouden
Bijeenkomst
Datum
Speciale Informatiebijeenkomsten Windenergie in Hart van Brabant
19 november 2020
Duurzaam verwarmen van onze woningen en gebouwen
3 december 2020
Meedenken, -doen en -profiteren (burgerparticipatie)
17 december 2020
Zonne-energie in Hart van Brabant
15 maart 2021
Aanpassingen aan klimaatverandering
22 maart 2021
Lokale informatieavonden Gemeente Dongen
24 november 2020
Gemeente Gilze en Rijen
9 februari 2021
Gemeente Goirle
11 november 2020
Gemeente Heusden
9 december 2020
Gemeente Hilvarenbeek
1 december 2020
Gemeente Loon op Zand
2 december 2020
Gemeente Oisterwijk
25 november 2020
Gemeente Tilburg
10 december 2020
Gemeente Waalwijk
24 november 2020
Internetenquête De regio hart van Brabant heeft de ambitie om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden en dat deze mensen uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering ervan. Betrokkenheid van bewoners – als inwoner van een nieuw energielandschap, consument of zelfs als particuliere producent – bij de totstandkoming van de REKS is dan ook belangrijk. Met het uitvoeren van een internetconsultatie onder inwoners van de regio Hart van Brabant is getracht een betrouwbaar beeld te genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen van de REKS. Aan de enquête hebben 2.150 mensen deelgenomen. Het geeft een beeld van de manier waarop een deel van de inwoners van de regio Hart van Brabant aankijken tegen verschillende onderdelen van de concept-REKS en van wensen, zorgen en ideeën die zij daarbij hebben. Naast deze enquête op regioniveau heeft de gemeente Waalwijk een eigen enquête gehouden onder inwoners over het eigen beleidskader grootschalige duurzame opwek van de gemeente. Aan deze enquête hebben ca. 1.600 mensen deelgenomen.
webinars over de REKS 1.0
18
REKS Bod 1.0 H3 Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak
Via de internetenquête is een groep van 80 enthousiaste inwoners geïdentificeerd die in de verdere uitwerking van de REKS via een ‘research community’ verder betrokken is. Aan deze groep worden vragen voorgelegd die betrekking hebben op de REKS-plannen. De uitkomsten van de enquête en aandachtspunten vanuit de community zullen we gebruiken bij de verdere concretisering van de plannen.
Jong RES Samen met de BMF is online onderzoek gedaan onder jongeren hoe zij aankijken tegen de REKS-plannen. Aan deze zogeheten Swipocratie hebben ruim 200 jongeren deelgenomen. Vervolgens zijn tientallen jongeren, onder leiding van de BMF, met elkaar in gesprek gegaan over de REKS. Op basis hiervan hebben zij een jongerenmanifest aangeboden aan de Stuurgroep REKS. Met Jong RES wordt gesproken over het vervolg geven aan het project Stand Up! Via Jong RES wil de regio Hart van Brabant een goede verbinding leggen met jongeren en hen (verder) enthousiasmeren en betrekken bij de energietransitie en klimaatadaptatie in de regio.
Raamovereenkomst Lokale Energiecoöperaties (LEC’s) Hart van Brabant Vanuit de regio Hart van Brabant en het programma Sociale Innovatie in Energie, een samenwerking tussen Enpuls en de provincie Noord-Brabant, is in samenwerking tussen de REKS-werkgroep communicatie en vertegenwoordigers van de 14 energiecoöperaties in Hart van Brabant een rapportage opgesteld die ingaat op financiële, proces- en sociale burgerparticipatiemodellen. Daarbij is er specifieke aandacht voor de rol van de energiecoöperaties. Hierbij is invulling gegeven aan een van de aanbevelingen van deze handreiking, te weten het maken van samenwerkingsafspraken met de LEC’s voor de uitvoering van de REKS-projecten. Om de projecten efficiënt uit te voeren hebben de 14 LEC’s zich georganiseerd in de coöperatie “Burgerparticipatie REKS HvB U.A. i.o.”. Hiermee is één aanspreekpunt gecreëerd voor de LEC’s voor de REKS-organisatie. In de raamovereenkomst worden de volgende doelen nagestreefd: 1 het draagvlak vergroten voor de duurzame opwekprojecten (hubs) binnen de REKS; 2 het borgen dat burgers en bedrijven in de regio Hart van Brabant participeren in het proces door meedenken, meebeslissen en mee-ondernemen.
3 de inwoners mee kunnen profiteren van de opbrengsten uit de duurzame opwekprojecten van de REKS; 4 kennisdeling en uitwisseling van informatie en ervaring tussen de LEC’s HvB onderling als ook met de Hart van Brabant-gemeenten over onder andere ontwikkeling, participatie en communicatie; 5 komen tot afspraken over de inzet en betrokkenheid van de LEC’s HvB in de desbetreffende REKS-projecten.
19
REKS Bod 1.0 H3 Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak
De raamovereenkomst met de LEC’s wordt apart aan de gemeenten ter goedkeuring voorgelegd, waarmee een belangrijke bijdrage geleverd wordt aan de participatie van inwoners en bedrijven. We streven naar een financiële participatie van bewoners van minimaal 50%. Binnen de raamovereenkomst kan een nadere, meer gedetailleerde overeenkomst worden afgesloten met de LEC’s op project-/hub-niveau.
Inzet communicatiemiddelen Ter ondersteuning van bovenstaande activiteiten heeft de werkgroep communicatie de afgelopen periode ondersteunende communicatiemiddelen ingezet, zoals nieuwsbrieven, filmpjes, infographics en nieuwsberichten op de website van Regio Hart van Brabant. Inmiddels heeft de nieuwsbrief een bereik van meer dan 1.600 mensen.
3.2 Bestuurlijk Draagvlak Het REKS-bod is in de afgelopen periode steeds concreter geworden. Al bij het concept-bod zijn radenavonden en sessies met gemeenteraden gehouden. Ook bij het maken van het definitieve bod is er veel aandacht gegeven aan het inhoudelijk informeren van bestuurders en raadsleden van gemeenten, de algemene bestuursleden van de waterschappen en de Provinciale Staten over het REKS-bod en de wijze van besluitvorming.
Algemene (brede) radeninformatieavonden Regio Hart van Brabant Via een algemene, bredere (de waterschappen waren ook aanwezig) radenavond van Regio Hart van Brabant in september 2020 zijn de raden inhoudelijk meegenomen op verschillende REKS-onderwerpen. Op een regionale radenavond in februari 2021 is het definitieve bod besproken en zijn vele vragen beantwoord.
Radenroadshows (webinars) voor gemeenteraden en besturen waterschappen Om de raadsleden van elke gemeente goed voor te lichten over specifieke vraagstukken ten aanzien van de REKS die spelen binnen hun gemeente is er per REKS-gemeente in de periode van november 2020 tot en met januari 2021 een online webinar georganiseerd. Naast specifieke inhoudelijke vraagstukken is ook de insteek van de uitvoering van de REKS-plannen toegelicht en de planning ten aanzien van de besluitvorming besproken. Bij de webinars voor de besturen van de waterschappen lag de nadruk inhoudelijk meer op de klimaatplannen van de REKS.
20
REKS Bod 1.0 H3 Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak
Bestuurlijke informatiebijeenkomsten De colleges zijn in de periode van november 2020 tot en met januari 2021 via informele bijeenkomsten bijgepraat over de REKS-ontwikkelingen, waarbij vooral ook is gesproken hoe de uitvoering van de REKS-plannen via een publiek ontwikkelbedrijf vormgegeven kan worden.
Bestuurlijke werkateliers Via vier werkateliers zijn de belangrijkste strategische onderwerpen van de REKS besproken met de bestuurders (portefeuillehouders REKS) van de gemeenten, waterschappen, provincie en is overlegd over de inhoudelijke koers van de REKS en de uitvoering van het definitieve bod REKS.
Hoofdstuk 4
Energiebesparing en aanpak zon op daken
22
Hoofdstuk 4
Energiebesparing en aanpak zon op daken 4.1 Inleiding Energiebesparing is cruciaal in de energietransitie. Energie die niet wordt verbruikt, hoeft immers ook niet te worden opgewekt. Daarom is de regio gestart met een energiebesparingsprogramma, waarvan de eerste stappen in dit hoofdstuk worden besproken. Naast energiebesparing geven we specifiek aandacht aan het versnellen van de plaatsing van zonnepanelen op daken. Het gaat dan niet alleen om daken op particuliere woningen, maar ook om daken van bedrijven, overheidsgebouwen en agrarische bedrijven. Vanuit de regio kijken we nadrukkelijk naar de constructies van de daken en of daarvoor voorschriften in de omgevingsvergunning moeten worden opgenomen. De regio heeft zich de ambitie gesteld om in 2030 270 ha extra bedrijfsdak bedekt te hebben met zonnepanelen. Dit staat gelijk aan ongeveer 25% van het totale dakoppervlak. Er zullen voldoende triggers voor bedrijven moeten komen om deze doelstelling te behalen.
4.2 20% energiebesparing in 2030 en 50% in 2050 t.o.v. 1990 Binnen de REKS werken we aan een Regionale Structuur Warmte. Warmtebronnen en warmtevraag zijn inmiddels inzichtelijk gemaakt. Op basis hiervan zijn verschillende scenario's ontwikkeld waarmee een nieuwe warmtestructuur in de regio kan worden ontwikkeld. Uit dit onderzoek komt in ieder geval naar voren dat het isoleren van de bestaande gebouwen erg belangrijk is. Minimaal 20% energiebesparing is volgens het onderzoek noodzakelijk in 2030, maar 50% energiebesparing richting 2050 zou wenselijk zijn. Overigens moet bij de isolatie ook rekening gehouden worden met de koeltebehoefte van de woningen, want oververhitting in de zomer moet voorkomen worden. In de regio Hart van Brabant is elke gemeente inmiddels begonnen met het opstellen van een Transitievisie Warmte. De overheid komt met regelgeving voor woningen met standaarden en streefwaarden. Dit wordt de norm voor 2050. In de bestaande bouw is het gebruik van middentemperatuur-warmteoplossingen (40 tot 70 graden Celsius) een goede optie. Maar ook daarvoor zal de isolatiegraad van de woningen omhoog moeten.
23
REKS Bod 1.0 H4 Energiebesparing en aanpak zon op daken
4.3 Doelgroepen De verduurzaming van de gebouwde omgeving gaat niet alleen over woonwijken. Naast woningen (particulier, sociale huur, commerciële verhuur, VVE) moeten ook bedrijfs- en kantoorpanden worden verduurzaamd. Maar ook het maatschappelijk vastgoed, waaronder scholen, gezondheidscentra en sportclubs, moeten nog een flinke slag maken. Elke sector heeft echter zijn eigen dynamiek en dit vraagt om maatwerk.
4.4 Wat gebeurt er al De afgelopen jaren is veel geëxperimenteerd met het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Er zijn aanpakken ontwikkeld voor woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed. Het is van belang om nadrukkelijk te kijken welke aanpakken wel en niet werken, welke aanpakken lokaal moeten worden opgepakt en welke zich lenen voor een regionale aanpak. Hieronder wordt een korte beschrijving gegeven van de reeds bekende aanpakken in de regio.
Maatschappelijk vastgoed Regio Hart van Brabant heeft in januari 2021 een nieuwe Green Deal met de gezondheidssector afgesloten. Ziekenhuizen en andere gezondheidscentra zijn verduurzamingsstappen aan het zetten. De provincie Noord-Brabant stimuleert sportclubs in Brabant te verduurzamen, samen met onder andere Stichting MOED en Sportservice Noord-Brabant. Alle gemeenten in de regio zijn verder verduurzamingsslagen aan het maken voor het eigen maatschappelijk vastgoed.
Aanpak bedrijven en kantoren Een aantal gemeenten werkt al nauw samen met de OMWB om bedrijven te wijzen op de verplichte verduurzaming van gebouwen als maatregelen binnen vijf jaar tijd worden terugverdiend. Verschillende gemeenten hebben een green deal voor bedrijventerreinen gesloten. Zo hebben in 2018 de Vitaal-verenigingen, de gemeente Tilburg, OMWB, de BOM, de provincie Noord-Brabant en Stichting MOED met elkaar de “Green Deal Verduurzaming Bedrijventerreinen Kraaiven & Vossenberg” getekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd over een verduurzamingsaanpak. De focus ligt op energietransitie en er worden tevens activiteiten ontwikkeld op het gebied van circulaire economie, collectieve energieopwekking, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Ook andere gemeenten kennen succesvolle green deals waarbinnen duurzaamheidsmaatregelen zowel in het gebouw als op de terreinen worden gerealiseerd. Hier liggen mogelijkheden om dit verder uit te breiden. De regio heeft goede ervaringen met het houden van klimaatsafari’s als het gaat om bedrijventerreinen.
24
REKS Bod 1.0 H4 Energiebesparing en aanpak zon op daken
Verduurzaming van (huur)woningen De afgelopen jaren zijn in de regio tal van initiatieven genomen voor het verduurzamen van woningen. Aanpakken zoals Heel Heusden Bespaart, Aan de slag met je huis in Tilburg of Duurzaam Dongen hebben de nodige leerervaringen opgeleverd. Verschillende gemeenten hebben inmiddels eigen energieloketten. Ook hebben veel gemeenten in de regio gebruik gemaakt van de RRE-subsidieregeling van het Rijk om particuliere woningeigenaren duurzaamheidsmaatregelen te laten nemen. Ook is door een aantal gemeenten in 2020 een RREW-subsidie aangevraagd. Een grote EU-subsidieaanvraag voor het verduurzamen van VVE'en in Brabant wordt op dit moment onder leiding van de gemeente Tilburg opgesteld. Tot eind 2020 heeft het programma SMILE gedraaid. Binnen dit programma werd voor tien woonwijken in de regio een klimaatneutraal wijkplan opgesteld. Hieruit blijkt dat de meeste wijken gaan starten met energiebesparing door isolatie. Bestaande sociale structuren gecombineerd met lokale ambassadeurs zijn effectief om concrete verduurzamingsslagen binnen deze wijken te maken. De woningcorporaties hebben veel ervaring met het verduurzamen van hun bezit. De laatste jaren zijn zij bezig met een versnelling om de warmtevraag van de woningen sterk te reduceren en aardgasvrij te maken.
Daarnaast worden woningen voorzien van PV-panelen op diverse momenten, zoals bij nieuwbouw of groot onderhoud, projectmatig en vraaggestuurd.
Energiecoöperaties en woningcorporaties De meeste energiecoöperaties in de regio zijn actief bezig met het thema energiebesparing. Vele trekken nauw met de gemeente op en een deel heeft zich ook aangesloten bij de coöperatie HOOM. Deze coöperatie heeft als doel om de verduurzaming van de gebouwde omgeving een boost te geven. Ook de woningcorporaties zijn in de regio flink bezig. Er zijn experimenten geweest met bijvoorbeeld NOM-woningen, all electric-renovaties en aardgasvrije nieuwbouw. Corporatie Casade is in Dongen, Loon op Zand en Waalwijk concreet bezig met haar Dakenplan. Binnen het Klimaatakkoord staat beschreven dat de corporaties de startmotor zijn van de gebouwde omgeving. We bekijken wat de corporaties nodig hebben om hier concrete invulling aan te geven. Een grote uitdaging ligt nog in de aanpak van gespikkeld bezit. Het ligt hier voor de hand dat een samenwerking tussen woningcorporaties, gemeenten en private woningeneigenaren nodig is om concrete stappen te maken. Ook energiecoöperaties kunnen hierin een rol spelen.
Delen van opgedane kennis Sinds enkele jaren kent de regio Hart van Brabant 'samenwerkdagen'. Tijdens deze dagdelen ontmoeten gemeenten, (netwerk)bedrijven, onderwijsinstellingen en energiecoöperaties elkaar. Tijdens deze ochtenden staat een (energie)thema centraal, delen we kennis en smeden we nieuwe netwerken. Regelmatig staat ook de verduurzaming van de gebouwde omgeving centraal. Een aantal lokale aanpakken zijn hier ontstaan, maar bijvoorbeeld ook het programma SMILE.
25
REKS Bod 1.0 H4 Energiebesparing en aanpak zon op daken
4.5 Aanpak De volgende aanpak voor energiebesparing en het stimuleren van zon op dak is gekozen:
Uitgebreide inventarisatie Bij alle betrokken partijen (gemeenten, provincie, energiecoöperaties en woningcorporaties) is nagegaan welke activiteiten uitgevoerd worden op deze onderwerpen. Daardoor weten partijen van elkaar wat er gebeurt en wat de plannen zijn en kan men elkaar versterken.
Versterking kennisuitwisseling We gaan met behulp van werksessies per doelgroep de kennis op deze onderwerpen versterken. Ook kunnen in deze sessies nieuwe coalities gesmeed worden voor een versnelde aanpak. Kernvraag in deze aanpak is: hoe krijg ik de bewoner/het bedrijf zover dat hij tot concrete actie overgaat? Hier worden de samenwerkdagen voor gebruikt.
Verkennen instrumenten en financiën We evalueren steeds of er voldoende middelen aanwezig zijn om energiebesparing en zon op dak te versnellen en doen indien nodig aanvullende voorstellen.
Verkennen regionaal klimaatloket In enkele gemeenten is al een energieloket actief. Verkend wordt of we kunnen komen tot een regionaal klimaatloket (backoffice) met in elke gemeente een frontoffice. Hiervoor wordt ook een Europese subsidie aangevraagd (REACT-EU). Het is de bedoeling dat het loket niet alleen gaat over energiebesparing en zon op dak, maar ook over te nemen maatregelen voor klimaatadaptatie (bijvoorbeeld aanvraag regenton, groene daken). De verdere concretisering van de aanpak om de beoogde doelstellingen te realiseren wordt vormgegeven in een breed samengestelde werkgroep waarin onder andere gemeenten, woningcorporaties en energiecoöperaties zitting hebben.
Hoofdstuk 5
Bepalen regionale opgaaf voor opwek van duurzame energie
27
Hoofdstuk 5
Bepalen regionale opgaaf voor opwek van duurzame energie Bij de start van het proces om te komen tot een concept-bod voor de REKS in 2019 is bepaald wat de regionale opgaaf voor duurzame opwek van elektriciteit zou moeten zijn. Daartoe is in beeld gebracht welke initiatieven er al gerealiseerd zijn, welke initiatieven er lopen en welke restopgaaf er voor de regio tot 2030 nog is. De berekeningen die toen zijn gemaakt zijn terug te vinden in de bijlage. Het betreft een momentopname; met name als het gaat om gerealiseerde opwek en de lopende initiatieven zijn er op dit moment enkele wijzigingen. Zo zijn de windmolens in de Spinder inmiddels gerealiseerd en is in Waalwijk één windmolen verwijderd. De cijfers zijn niet geactualiseerd omdat ze niet leiden tot het aanpassen van de nog op te wekken hoeveelheid duurzame elektriciteit tot 2030. De regio wil tot 2030 in totaal 1 TWh elektriciteit duurzaam opwekken. Een deel daarvan is al gerealiseerd (134 miljoen KWh), een ander deel bestaat uit kansrijke initiatieven (415 miljoen KWh). Uit onderstaande tabel blijkt dat er nog een restopgaaf is van 451 miljoen KWh.
Tabel 5.1 Berekening van de nog op te wekken hoeveelheid duurzame elektriciteit. Tabel uit 2019
Doel duurzame opwek in 2030
TWh
miljoen KWh
Al gerealiseerd
Nationale opgave
35
35.000
wind
59
Regionale opgave Hart van Brabant
1
1.000
zon op dak t/m 2017
48
zon op dak 2018, 2019
17
sportlocaties / kantoren en dergelijke
10
Totaal gerealiseerd
TWh
0,134
Miljoen KWh
134
Kansrijke initiatieven wind op land
60
zon op land
81,2
Totaal te realiseren
0,14
140
Zon op bedrijfsdak en postcoderoos
0,275
275
Totale opwek in beeld
0,55
549
Nog op te wekken
0,45
451
Hoofdstuk 6
Zoekgebieden voor duurzame opwek
29
Hoofdstuk 6
Zoekgebieden voor duurzame opwek 6.1 Proces De regio heeft besloten om als één gemeente op te trekken als het gaat om het zoeken naar locaties voor de grootschalige opwek van duurzame energie. Daarbij is benadrukt dat het belangrijk is ruimte te laten voor initiatieven die vanuit de samenleving ontstaan en die passen bij de lokale ambities. Onder leiding van een landschapsarchitect en begeleid door de werkgroep ruimtelijke ordening en landschap zijn drie denkscenario’s ontwikkeld voor de inpassing van met name windenergie met een totaalvermogen van 150 MW (bijvoorbeeld 50 molens van 3 MW met 3000 vollasturen leveren 450 miljoen KWh per jaar op, zie hoofdstuk 5 bepalen regionale opgaaf). Het landschap en het draagvermogen van het landschap zijn leidend geweest bij het bepalen van zoekgebieden. In een intensief proces met een brede groep van stakeholders, ambtenaren van gemeenten, de provincie en waterschappen en bestuurders zijn de drie denkscenario’s uitgegroeid tot één ontwikkelscenario, met daarin zoekgebieden voor de grootschalige opwek van duurzame energie. In het ontwikkelscenario is ook ruimte voor grootschalige zonneparken, maar wel binnen de regionale strategische visie zoals beschreven in paragraaf 6.5.
6.2 Gehanteerde principes Uitgangspunten en ambities Het ontwikkelscenario voor de grootschalige elektriciteitsopwek in de regio Hart van Brabant heeft geresulteerd in een helder en integraal ontwikkelscenario. Het concept ontwikkelscenario is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: 1 De ambitie voor Hart van Brabant om een gebiedsspecifieke mix van duurzame energieopwekking te ontwikkelen, die recht doet aan het karakter van de regio. 2 Het versterken van de landschappelijke kwaliteit van de regio en de ruimtelijke leesbaarheid van het landschap door deze energietransitie (bijvoorbeeld het instellen van een landschapsfonds).
30
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
3 Samen sterk: een duidelijk integraal ruimtelijk en maatschappelijk gedragen concept voor de gehele regio. 4 Werken aan gedefinieerde integrale gebiedsontwikkelingen, waar meerdere opgaven van de regio, zoals de klimaatopgave, de versterking en verduurzaming van de landbouw, biodiversiteitsherstel, de mobiliteitsopgave en recreatieopgaven gekoppeld zijn aan de energieopgave. 5 Het creëren van een toekomstig efficiënt netwerk van elektriciteitsinfrastructuur om maatschappelijke kosten te beperken, en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. 6 Waterveiligheid en wateropgaven zijn belangrijk bij de realisatie van wind- en zonne-energie in de nabijheid van waterkeringen. 7 Het niet-plaatsen van grootschalige energie-opwek in het natuurnetwerk Brabant.
Ruimtelijke ordeningsprincipes We hanteren twee ruimtelijke ordeningsprincipes: zonering en clustering binnen de ruimtelijke opgave van de energietransitie in Hart van Brabant. Daarnaast hebben we te maken met beperkingen, zoals de aanwezigheid van een vliegveld en stiltezones.
Zonering In grote lijnen zijn er drie zones te onderscheiden in Hart van Brabant, gebaseerd op de hoogteligging, grondslag en biotische factoren en de huidige economische potenties. Deze zonering geeft betekenis en leesbaarheid aan het landschap van Hart van Brabant. De zonering ordent bovendien direct de gebiedsspecifieke karakteristieken van het landschap van de regio, van hoger gelegen droge zandgebieden in het zuiden naar het lager gelegen rivierenlandschap in het noorden. De overgangen en gradiënten op diverse schaalniveaus (van hoog naar laag, van droog naar nat, van voedselarme naar voedselrijke grond), zijn karakteristiek voor Hart van Brabant.
De hoger gelegen natuurzone in het zuiden In deze zone bevinden zich de grotere bosgebieden en heidegebieden en ontspringen vele beken. Landbouw en natuur hebben het hier moeilijk vanwege verdroging en uitputting van de gronden. In het kader van de klimaatadaptatie willen we in deze zone water vasthouden, bossen geleidelijk omvormen naar loofbossen en open, agrarische, jonge ontginningsgebieden omvormen naar een kleinschalig landschap van bronnen, vennen, landgoederen, (nieuwe en bestaande) bossen en voedselbossen. De energietransitie kan in dit gebied direct gekoppeld worden aan de omvorming van een klimaatrobuust landschap.
31
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
Het kleinschalige coulisselandschap en de grotere eenheden van Natura 2000-gebieden in het midden van Hart van Brabant met zijn vele gradiënten Leisure is een grote economische factor in de regio Hart van Brabant. We zetten volop in op toerisme, met grote recreatieparken én recreatie dichtbij huis in de vorm van landschapsparken rondom de stad. De bosrijke coulisselandschappen en de grotere Natura 2000-gebieden vormen hiervoor de entourage. Daarom dient dit landschap gekoesterd te worden en sluiten we windmolens uit.
De laaggelegen open polders in het noorden Dit open rivierenlandschap is zeer geschikt voor de opwek van windenergie in combinatie met een sterke landsbouwsector. Het gaat hier om een relatief grootschalig landschap, waarbij grootschalige vormen van opwek relatief gemakkelijk kunnen aansluiten. De energietransitie is hier te combineren met de landbouwtransitie, de waterberging, recreatieve ontwikkelingen en energie-educatie.
Clustering van windmolens De windmolens worden geclusterd om de visuele impact op de omgeving te verminderen. De clusters duiden een plek aan, en geven deze locatie identiteit. De clusters zijn zodanig gekozen dat ze kunnen fungeren als de poorten van de regio. Clustering van windmolens garandeert ook dat de gebieden hiertussen gevrijwaard zijn van windmolens. Hier behouden en ontwikkelen we de landschappelijke kwaliteit en natuurpanorama’s in de grotere natuurgebieden en in de kleinschalige coulisselandschappen, die de recreatieve aantrekkingskracht van de regio vertegenwoordigen. De clusters kunnen in een verschillend tempo ontwikkeld worden, aansluitend op de planprocessen voor de aanleg van de toekomstige benodigde leidingen en verdeelstations, waardoor maatschappelijke kosten verspreid in de tijd en met mate gemaakt kunnen worden.
6.3 Ontwikkelscenario Efficiënt netwerk en hubs In de periode 2020-2030 wordt gebouwd aan het versterken van het elektriciteitsnetwerk. Door de clustering van windenergie en zonne-energie op de knooppunten kan de opgewekte energie zo efficiënt mogelijk gedistribueerd worden en beperken we de maatschappelijke kosten van de aanleg. Deze energiehubs zijn de aantrekkelijke locaties in de toekomst. Ze koppelen en combineren opslag, overslag en distributie van energie (zowel warmte als elektriciteit uit zon en wind) aan (groot) verbruikers en aan gebiedsopgaven. De hubs worden ook belangrijke maatschappelijke locaties, door de vele energiemogelijkheden en de combinatie met andere functies zoals recreatie.
32
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
Locatie van clusters windmolens en energiehubs We stellen de clustering van windmolens voor volgens de hiervoor besproken zonering: in het noorden in de gemeenten Waalwijk en Heusden, rond de infrastructurele ring van Tilburg en in het zuiden boven nieuw te ontwikkelen bos. Enkele van die clusters kunnen zich ontwikkelen tot hubs waarin elektriciteit met zowel wind als zon kan worden opgewekt.
Zoekgebieden windenergie en energiehubs in het noorden Voor 2030 kunnen in de open poldergebieden in het noorden van de regio een aantal clusters van in totaal twintig windmolens ontwikkeld worden. Twee van deze clusters kunnen zich ontwikkelen tot een energiehub waarbij elektriciteit door zowel wind als zon kan worden opgewekt, één cluster krijgt alleen windmolens (zie de kadernota grootschalige opwek duurzame energie gemeente Waalwijk).
Zoekgebieden windenergie en energiehubs langs de ring van Tilburg In het middengebied rondom Tilburg en langs de A58 is het uitgangspunt genomen om de infrastructuurlijnen te volgen en bedrijventerreinen zoveel mogelijk in te zetten voor de ontwikkeling van grootschalige energie-opwek. Door deze specifieke uitgangspunten in het middengebied kunnen vijf hubs worden ontwikkeld: twee hubs aan de noordrand van Tilburg op en nabij industrieterreinen (Vossenberg en Kraaiven) en aanvullend op het bestaande initiatief energiepark Spinder. Aan de westkant is de hub Wijkevoort gepland. Deze hub is alleen geschikt voor de opwek van zonne-energie, vanwege de restricties door de vliegbasis Gilze-Rijen. Wel kan deze hub een belangrijke rol gaan spelen in het warmtesysteem en de opslag en distributie van energie, in combinatie met economische ontwikkelingen. Rondom het infrastructurele knooppunt De Baars ontwikkelen we met de gemeenten Tilburg, Oisterwijk, Goirle en Hilvarenbeek een hub, die de poort zal zijn naar de Kempen, het Van Gogh Nationaal Park, Beekse Bergen en Tilburg. Hier komen mobiliteitsopgaven, natuur- en klimaatopgaven, biodiversiteits- en landschapsopgaven, recreatieve opgaven en energietransitie samen.
Aan de A58 in en nabij het gebied de Kattenberg ontwikkelen we een hub van zonne- en windenergie in combinatie met landbouwtransitie (bijvoorbeeld circulaire landbouw of de VAB-problematiek), natuurontwikkeling (biodiversiteit en het herstel van beeksystemen) en klimaatopgaven (het tegengaan van hittestress en de effecten van verdroging en extreme vernatting). Bij de realisatie van deze hub zorgen we ervoor dat er geen schade optreedt voor het weidevogelgebied Moergestels Broek en het natuurpanorama Kampina. In totaal kunnen langs de ring van Tilburg twintig windmolens ontwikkeld worden.
33
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
Zoekgebieden windenergie in het zuiden boven nieuw te ontwikkelen bos In de periode 2020-2030 wordt er gebouwd aan een efficiënt elektriciteitsnetwerk. Als het netwerk op orde is, kunnen ook energie-initiatieven in de zuidelijke regio (de gemeenten Hilvarenbeek, Goirle en Gilze en Rijen aangesloten worden. Hier stellen we voor om tien windmolens te clusteren boven het nieuw te ontwikkelen loofbos (met een substantiële omvang) en landgoederen. Dit laatste is noodzakelijk vanwege de klimaat- en wateropgaven in de regio en sluit aan bij het recente provinciale bosbeleid. Deze nieuwe bosgebieden en landgoederen zullen het natuurkarakter van deze zone versterken en de recreatieve en toeristische aantrekkelijkheid van dit gebied vergroten.
Samen sterk Bijna elke gemeente in de regio Hart van Brabant wordt verantwoordelijk voor de ontwikkeling van duurzame energie. Juist in de gezamenlijkheid ontstaat letterlijk de energie om die gebieden integraal te ontwikkelingen tot innovatieve en attractieve visitekaarten van de regio. Elke energiehub heeft zijn eigen ruimtelijke karakteristiek en zijn eigen aantrekkingskracht.
Integrale koppeling met klimaatopgave De koppeling met de klimaatopgave wordt onder andere per gebiedsontwikkeling georganiseerd, waarbij die gebiedsontwikkelingen ook weer in onderlinge samenhang worden beschouwd. Ook andere opgaven, zoals de landbouwtransitie, kunnen daaraan gekoppeld worden. Daarnaast worden algemeen geldende
Figuur 6.1 Ontwikkelscenario grootschalige opwek electriciteit
Ontwikkelscenario grootschalige opwek elektriciteit
clusters in het noorden 20 windturbines Maas
Energiehub met koppelkansen klimaat, recreatie, warmte, mobiliteit, energieopslag en energiedistributie: Cluster alleen windenergie
A59
Cluster alleen zonne-energie Cluster combinatie van winden zonne-energie
clusters langs ring Tilburg en A58 20 windturbines A58
Zoekgebied windenergie boven nieuw bos na 2030 Hoogspanningslijnen Uitbreiding hoogspanningsnet gekoppeld aan snelwegen en provinciale wegen (nader te onderzoeken)
clusters in nieuwe bosontwikkeling na 2030 10 windturbines
Agrarisch landschap Leisure landschap Natuur landschap
34
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
principes vastgesteld, die te maken hebben met het herstel van watersystemen, het tegengaan van verdroging en hittestress. Voor een nadere analyse wordt verwezen naar hoofdstuk 8. Kringlooplandbouw, verbetering van de bodem, het watersysteem en de biodiversiteit zijn kansrijke onderwerpen om mee te nemen in de afweging van de ontwikkeling van de energieclusters. De energiehubs rond Tilburg bieden kansen voor het reduceren van hittestress (bijvoorbeeld door het aanleggen van groenstructuren) en kunnen een bijdrage leveren aan de waterberging, biodiversiteit in de stad en vergroening van de industrieterreinen. Het energiecluster rondom de Kattenberg en A58 kan een bijdrage leveren aan de landbouwtransitie, natuurontwikkeling en waterberging. In het zuiden kunnen windclusters in nieuwe loofbossen klimaatdiensten leveren door de reductie van CO2 en het vasthouden van water in de bovenstroomse beekdalen en bodem.
6.4 Nadere uitwerking wind boven bos De hoger gelegen natuurzone in het zuiden van de regio Hart van Brabant is aangeduid als een gebied dat kansen biedt om de energietransitie direct te koppelen aan de omvorming naar een klimaatrobuust landschap. Vanuit de opgave voor klimaatadaptie wordt voor deze zone de gebiedsopgave voor “brongebieden” uitgewerkt. Het doel hiervan is om een bijdrage te leveren aan klimaat en landschap door water vast te houden, bossen geleidelijk om te vormen naar loofbossen en open agrarische jonge ontginningsgebieden om te vormen naar een kleinschalig landschap met agrarisch natuurbeheer, vennen, landgoederen, bossen en voedselbossen. Dit gebied is ook aangeduid als zoekgebied voor windenergie. Voorgesteld wordt om in dit gebied tien windmolens te realiseren boven het nieuw te ontwikkelen loofbos (met een substantiële omvang) dat noodzakelijk is vanwege de klimaaten wateropgaven. Deze windmolens kunnen gerealiseerd worden als er voldoende capaciteit is op het netwerk. In de periode 2020-2030 en daarna wordt er gebouwd aan een efficiënt elektriciteitsnetwerk. Gelijktijdig moet die periode benut worden om het concept wind boven bos nader uit te werken.
Kader of handreiking voor de inpassing van windmolens boven bos Aansluitend aan de regionale strategie, die voor de inpassing van zonnevelden is gemaakt, is ook behoefte aan een kader of handreiking voor de inpassing van windmolens boven bos. Windmolens moeten immers goed in het landschap worden ingepast en de realisatie van windmolens dient hier gecombineerd te worden met de ontwikkeling van bos, landschap en klimaatdoelstellingen. Net als bij de zonnevelden spelen ruimtelijke beleving, clustering of spreiding, hoog-
35
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
ten, draagkracht van het landschap, de hoeveelheid landschappelijke inpassing per windmolen, (financiële) participatie etc. een rol van betekenis. Als ook in de hubs die grenzen aan de landgoederenzone (hub De Baars of Kattenberg) het principe wind boven bos wordt toegepast, moet afstemming worden gezocht. Ook met de aangrenzende regio’s is afstemming nodig om de samenhang in het landschap te waarborgen. Om een kader of handreiking voor wind boven bos te maken moet eerst antwoord worden gegeven op de volgende onderzoeksvragen.
1 Waar kunnen de windmolens geplaatst worden? In het zuidelijke deel van de regio, in het gebied dat behoort tot de gemeenten Hilvarenbeek, Goirle en de ABG-gemeenten, zijn kansen voor windmolens. Maar er liggen ook beperkingen. Zo moet rekening worden gehouden met de radar en aanvliegroutes. Ook bebouwde gebieden en woonkernen moeten worden ontzien. Grote delen van het gebied zijn waardevol voor wat betreft flora en fauna. Die natuurwaarden kunnen beperkingen opleggen aan de plaatsing van windmolens. Daarom moet eerst in beeld worden gebracht waar de windmolens gelet op deze belemmeringen een plaats kunnen krijgen. Wat is de invloed van de radar en aanvliegroutes? Zijn windmolens wel of niet, onder voorwaarden, te realiseren in (de directe nabijheid van) landgoederen en beekdalen? Ook moet nader onderzocht worden wat de effecten zijn van windmolens op de natuurwaarden, flora en fauna. Kansenkaarten voor wind, die door de verschillende gemeenten zijn gemaakt, moeten geactualiseerd en zo nodig aangevuld worden.
2 Waar voegen nieuwe bossen wat toe? Er ligt een provinciale opgaaf voor de realisatie van nieuwe bossen. Onderzocht moet worden wat deze opgave is en waar in de zuidelijke gemeenten nieuwe bossen een bijdrage kunnen leveren aan de invulling van deze opgave. Er liggen ook opgaven en wensen uit de klimaatadaptatieplannen van de REKS die zijn opgenomen in de verschillende gebiedsopgaven. Waar is bos gewenst en waar juist niet? Misschien dat vanuit de transitie van de agrarische sector ook koppelingen met nieuw bos wenselijk zijn. Een verkenning van wensen, kansen en mogelijkheden voor bos is nodig als basis. Van daaruit moet een gebiedsvisie worden gemaakt, waar in beeld wordt gebracht waar nieuw bos een bijdrage levert aan het gewenste landschap.
3 Hoe en waar moet het netwerk worden vormgegeven? De REKS in Hart van Brabant is mede gebaseerd op de realisatie van een zo efficiënt mogelijk energienetwerk. Onderzocht moet worden hoe en waar het netwerk zo slim mogelijk naar het zuiden van de regio gebracht kan worden. Welke voorzieningen zijn hiervoor nodig en op welke termijn kan het netwerk zijn uitgebreid? De wisselwerking tussen het hierboven genoemde “kader wind boven bos” en het uit te rollen netwerk is essentieel. Daarbij is het ook belangrijk om over de grenzen te kijken. In de aangrenzende regio´s en in België zijn immers ideeën over de plaatsing van windmolens in het grensgebied. Enexis (en TenneT) moeten daarom aanhaken bij de opgave. Het heeft meerwaarde om ook hier koppelkansen te onderzoeken.
36
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
De organisatie en realisatie van wind boven bos Er moet in beeld worden gebracht hoe deze opdracht, voor wind boven bos in een klimaatrobuust landschap, wordt georganiseerd. Staan betrokken gemeenten in het zuiden van de regio daarvoor aan de lat? Hoe kunnen de LEC’s in Hart van Brabant hierin een rol spelen? Het vormen van een projectstructuur met duidelijke stappen en een planning is nodig. Hoe zit het met capaciteit en middelen daarvoor? Ook moet in beeld gebracht worden hoe wind boven bos daadwerkelijk gerealiseerd kan gaan worden. Laten we initiatieven van derden opkomen of houden we zelf de regie? Daarnaast is van belang om de betrokken besturen, gemeenteraden, stakeholders en inwoners mee te nemen in de verschillende stappen. Deze procesparticipatie begint al bij de vraag waar windmolens geplaatst kunnen worden. Wat is de rol van de uitvoeringsorganisatie vanuit de REKS bij deze opdracht? Duidelijk is dat na het vaststellen van de REKS een goede organisatie voor de uitvoering van alle plannen noodzakelijk is.
Figuur 6.2 Wind boven bos, bron: Marco van de Burgwal, Staatsbosbeheer
37
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
6.5 Regionale strategie voor duurzame opwek zonnevelden in het buitengebied 6.5.1 Inleiding In het concept-bod REKS is een handreiking voor zonnevelden in Hart van Brabant opgenomen. Deze handreiking bevat een zonneladder waaruit duidelijk wordt waar zonnevelden zouden komen en waar (liever) niet. Daarnaast staan in de handreiking tips over zaken als inpassing van de zonnevelden, over participatie en over het regelen van het verwijderen van de velden na afloop van de exploitatieperiode. In het proces om te komen tot een definitief bod is door de Stuurgroep REKS en het portefeuillehoudersoverleg Milieu & Afval gevraagd om deze handreiking door te ontwikkelen tot een regionale strategie waarbij beter inzichtelijk wordt waar zonnevelden wel zouden kunnen en waarbij we als regio meer sturing krijgen op de realisatie van die velden. Er zijn verschillende redenen voor deze doorontwikkeling tot een regionale strategie. Allereerst heeft de regio besloten om zo veel mogelijk in te zetten op zon op dak en op windenergie. Vervolgens heeft de provincie in een brief aan alle gemeenten aangegeven vooral in te willen zetten op zon op dak en niet op zonnevelden in de buitenruimte. Ten slotte kennen we de beperkingen van het netwerk: zonnevelden nemen netwerkcapaciteit in en kunnen daarmee onder andere zon op dak-initiatieven belemmeren.
Dat neemt niet weg dat zonnevelden wel belangrijk zijn om extra elektriciteit op te wekken omdat ook andere sectoren als mobiliteit en de warmtetransitie extra duurzame elektriciteit vragen. De regionale strategie voor zonnevelden probeert inzichtelijk te maken waar zonnevelden wel en waar niet zouden kunnen. Het blijft echter altijd een gemeentelijke afweging zeker voor die gebieden die in de zonneladder de kwalificatie ‘nee tenzij’ hebben gekregen. Deze regionale strategie gaat alleen over zonnevelden groter dan 2 ha. De kleinere velden worden door betreffende gemeenten afgewogen. Enkele gemeenten in de regio hebben een eigen beleidskader voor de ontwikkeling van zonnevelden die extra beperkingen en/of eisen stellen naast het regionale kader. Die extra beperkingen en/of eisen zijn leidend bij de afweging van zonnevelden. Naast een kwalitatieve afweging over waar wel en waar geen zonnevelden zouden kunnen, bevat de regionale strategie ook een kwantitatief element. Initiatieven voor zonnevelden die al lopen moeten gewoon door kunnen gaan. Dat geldt ook voor initiatieven die in de categorie ‘ja altijd’ en ‘ja mits’ zitten. Voor de categorie ‘nee tenzij’ wordt voorgesteld om tot de REKS 2.0 (in 2023) nieuwe initiatieven af te houden, tenzij er een breed gedragen opvatting is dat een initiatief belangrijk is voor de regio en dus voor die tijd al doorgang zou moeten vinden.
38
REKS Bod 1.0 H6 Zoekgebieden voor duurzame opwek
De handreiking vanuit het concept-bod REKS geeft diverse aanwijzingen voor onder andere de landschappelijke inpassing van zonnevelden. Deze aanwijzingen zijn hier niet opnieuw opgenomen, maar kunnen nog steeds goed gebruikt worden bij de behandeling van concrete initiatieven.
6.5.2 Kwalitatief: afwegingskader In figuur 6.3 is weergegeven het wegingskader zonnevelden binnen de REKS. Dit afwerkingskader is opgezet als een afstaffelingstabel op formaat van een verlengd A2. In deze leeswijzer geven we aan hoe u dit kader kunt lezen. De keuze voor het ontwikkelen van een zonneveld is een keuzeproces met vele criteria. De horizontale belijning in blauw en wit op de poster “Criteria afwegingskader zonnevelden binnen de REKS” correspondeert met de zonneladder aan de linkerkant van de pagina. De zonneladder bestaat uit 4 “treden”. Altijd en Nooit zijn duidelijk op kaart aan te geven en verder uitgewerkt op de tweede poster “Ruimtelijke criteria zonneladder binnen de REKS” (zie figuur 6.4). De treden Ja, mits en/of de Nee, tenzij op de poster “Criteria afwegingskader zonnevelden binnen de REKS” betekenen een afstaffeling van links naar rechts van allerlei toetsingscriteria van positie binnen landschapseenheden in Hart van Brabant, ruimtelijke inpassingscriteria tot maatwerk in (verbrede) agrarische gebieden. Aan de rechterzijde van deze poster staan de verschillende locaties en thematische uitgangspunten om zonnevelden te ontwikkelen vermeld, in de volgorde van boven naar beneden van Altijd, Ja, mits naar Nee, tenzij. De kaart van de landschapseenheden is een abstractie van de werkelijkheid.
De precieze begrenzing van deze landschapseenheden wordt op lokaal niveau
Figuur 6.3 Wegingskader zonnevelden
Altijd; zon op dak en langs Rijksinfrastructuur (langs geluidswal, berm van de rijksweg en incourante zones, gelieerd aan de weg) en in de Hubs met wind- en zonne-energie of alleen zonne-energie (zie legendakaart Altijd op volgend blad).
Wegingskader zonnevelden binnen de REKS In hubs met wind- en zonne-energie of alleen zonne-energie: integrale gebiedontwikkeling in combinatie met opslag van energie,
Objectniveau
gebiedsontwikkelingen door middel van energietransitie.
Kavelniveau
Landschapsniveau
Maatwerk in Ruimtelijke inpassing op schaalniveau landschap, kavelniveau en objectniveau
Ja mits; grondgebonden zonnepanelen in hoogdynamische gebieden mits goed ingepast en bijdragen aan klimaatdoelstellingen, biodiversiteit en gebiedsopgaven.
(Zie: Regionale Handreiking voor duurzame opwek zonnevelden in buitengebied)