15 Bestemmingsplan Roovertsedijk 2a (5 toelichting, regels en bijlagen)
Tekst van het document
De recreatiewoningen zullen leiden tot een toename van de afkoppeling van het afvalwater op de riolering. Om te bepalen wat de toename van het af te koppelen afvalwater inhoudt is het van belang in beeld te brengen in welke mate de recreatiewoningen leiden tot huishoudelijk afvalwater. Voor recreatiewoningen zijn geen afzonderlijke cijfers bekend voor de productie van afvalwater. Derhalve is aansluiting gezocht bij de productie van afvalwater bij reguliere woningen. 62
Voor reguliere woningen wordt ten aanzien van afvalwater uitgegaan van gemiddeld 10 liter per persoon per uur, waarbij wordt uitgegaan van een tijdsbestek van 10 tot 12 uur. Dit leidt tot een totale productie van afvalwater van 100 liter per persoon per dag. Ter plaatse wordt voorzien in twee- tot vierpersoons recreatiewoningen, waarmee uitgegaan kan worden van een worst-case situatie van vier personen per recreatiewoning. Dit betekent per recreatiewoning in de worst-case situatie een productie van 400 liter per dag per woning (100 liter x 4 personen). Er is sprake van maximaal 600 m² aan recreatiewoningen toegestaan. In het plan wordt uitgegaan van gemiddeld 35 m² aan vloeroppervlak per recreatiewoning. Dit houdt in dat in de worst-case situatie sprake zal zijn van 17 recreatiewoningen. Om zeker te zijn dat rekening is gehouden met de worst-case situatie wordt echter uitgegaan van maximaal 20 recreatiewoningen. Daarmee bedraagt de toename van het afvalwater gemiddeld, in de worst-case situatie, 8.000 liter per dag. Dit betreft een toename van 8 m³ per dag (over een periode van 12 uur betekent dit gemiddeld 0,67 m³ per uur). In de praktijk zal dit echter aanzienlijk lager liggen. Het verbruik van een recreatiewoning is doorgaans aanzienlijk minder dan dat van een reguliere woning, omdat de verblijfsduur in de recreatiewoningen doorgaans beperkt is.
Daarnaast zullen de recreatiewoningen niet iedere dag volledig zijn bezet en zijn deze niet iedere dag in gebruik. Daarmee zal het afvalwater in de praktijk aanzienlijk minder zijn. De riolering ter plaatse kan de toename van het afvalwater verwerken, waarmee geen sprake is van een overbelasting van het rioleringsstelsel. Hiermee zal met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van onevenredige aantasting van de waterhuishouding ter plaatse.
4.5.2 Compenserende waterberging Ter compensatie van de toename van het verharde oppervlak bij ruimtelijke ontwikkelingen dient compenserende waterberging plaats te vinden om wateroverlast te voorkomen. Zoals nader aangetoond in de paragraaf "Voorgenomen activiteit" (paragraaf 4.5.1) is voor de voorgenomen ontwikkeling nog ongeveer 143 m³ aan compenserende waterberging nodig. Ter compensatie van de toename van het verhard oppervlak zal door de initiatiefnemer een nieuwe poel vooraan op het erf, naast de bedrijfswoning worden aangelegd. Daarnaast zal rondom het vlak met de recreatiewoningen een nieuwe greppel worden aangelegd. Zowel de poel als de greppel zullen worden voorzien van een noodoverloop naar de bestaande watergang aan de voorzijde van het erf. Met de nieuwe poel en greppel zal ruimschoots worden voorzien in voldoende compenserende waterberging. De poel alleen al heeft een inhoud van 475 m³, waarmee met alleen de poel al ruimschoots wordt voorzien in voldoende capaciteit. De waterberging zal boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (ter plaatse tussen de 52 en 72, gemiddeld 62 centimeter beneden het maaiveld) worden gerealiseerd. De ligging van de waterbergingsvoorzieningen is nader uitgewerkt in de bij dit plan behorend landschappelijk inrichtingsplan, waarvoor wordt verwezen naar bijlage 2 van deze toelichting.
63
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven: "Artikel 6.2.1 Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e.
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte." Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1, onder sub b en/of c van de Wro, waarmee een exploitatieplan zou moeten worden opgesteld. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan besloten worden geen exploitatieplan vast te stellen indien: 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan, project of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; 2. het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is, en het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt naast dit project een separate overeenkomst gesloten met betrekking tot hetgeen voortvloeit uit dit onderdeel van de Wro.
In deze overeenkomst is opgenomen dat alle gemaakte kosten voor het uitvoeren en doorlopen van de procedure voor rekening van de initiatiefnemer zijn. Gemaakte kosten door de gemeente worden middels het heffen van leges op de initiatiefnemer verhaald, zoals is opgenomen in de legesverordening van de gemeente Hilvarenbeek. Verder zal ook eventuele planschade in een separate overeenkomst worden geregeld. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het project begrepen gronden anderzijds verzekerd, waarmee geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld. Hiermee kan worden gesteld dat het project financieel haalbaar wordt geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het voorliggend plan betreft een herziening op het bestemmingsplan "Buitengebied" en de (reparatie)herzieningen daarop van gemeente Hilvarenbeek en wordt opgesteld conform de Uniforme Voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het kader van deze procedure wordt eenieder tijdens de terinzagetermijn in de gelegenheid gesteld zienswijzen op het plan in te dienen. Wanneer het plan ter inzage ligt wordt gepubliceerd in de 64
gemeentelijke bladen, op de gemeentelijke website en in de digitale Staatscourant. Tevens wordt het plan voor eenieder digitaal raadpleegbaar gesteld via www.ruimtelijkeplannen.nl.
5.2.1 Dialoog met de omgeving Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een dialoog met de omwonenden en belanghebbenden gehouden. Hierbij zijn de omwonenden en belanghebbenden benaderd en in de gelegenheid gesteld op de voorgenomen plannen van de initiatiefnemer te reageren. Geen van de omwonenden en belanghebbenden hebben bezwaren geuit op de gewenste ontwikkeling en allen wensen de initiatiefnemer veel succes met de realisatie van de plannen. Van de gehouden dialoog is een verslag gemaakt. Dit verslag is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Vanwege privacy overwegingen zijn de persoonsgegevens in het verslag onherkenbaar gemaakt.
5.2.2 Wettelijk vooroverleg Het voorliggend plan is in het kader van wettelijk vooroverleg aangeboden aan de verschillende vooroverlegpartners. Vanuit het vooroverleg hebben het waterschap De Dommel, De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de provincie Noord-Brabant gereageerd. Op basis van deze reacties is het voorliggende plan op enkele onderdelen aangevuld en/of gewijzigd. In de navolgende paragrafen zijn de reacties vanuit het vooroverleg nader uitgewerkt en beantwoord. 5.2.2.1 Vooroverlegreactie Waterschap De Dommel In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft het Waterschap De Dommel een reactie op het voorliggende plan gegeven. Het waterschap geeft in de reactie aan dat het verhard oppervlak aanzienlijk afnemen en dat zij kunnen instemmen met het voorliggende plan. Wel maken zij de opmerking dat de gemeente aanvullend beleid ten aanzien van hemelwater voert en dat dit ook meegenomen dient te worden in de toelichting. Op basis van deze reactie is de paragraaf "Wateraspecten" (paragraaf 4.5) verder aangevuld en zal op basis van de gemeentelijke normen alsnog worden voorzien in compenserende waterberging, ondanks dat dit vanuit het waterschap niet vereist is. Met het verwerken van het gemeentelijke beleid is in voldoende mate tegemoet gekomen aan de reactie van het waterschap.
5.2.2.2 Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant op het voorliggende plan gereageerd. In de reactie stellen zij dat voor wat betreft de externe veiligheid kan worden volstaan met de standaard verantwoording van het groepsrisico van de gemeente Hilvarenbeek. Deze standaard verantwoording is opgenomen in de bijlagen behorende bij deze toelichting (bijlage 7). In de paragraaf "Externe veiligheid" (paragraaf 4.1.6) is hiervoor een verwijzing naar de juiste bijlage opgenomen. Tevens stelt de veiligheidsregio in de reactie dat, gezien de nabijheid van de aardgasleiding (op ongeveer 175 meter) er extra aandacht vereist is voor alarmeren, door bijvoorbeeld Alert4All, en het ontvluchten. Hiermee zal rekening worden gehouden. In de paragraaf "Externe veiligheid" (paragraaf 4.1.6) is hiervoor een aanvullende passage opgenomen. 5.2.2.3 Vooroverlegreactie Provincie Noord-Brabant In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft de provincie Noord-Brabant een reactie op het voorliggende plan gegeven. In deze reactie geeft de provincie aan dat zij positief staan tegenover het initiatief en in hoofdlijnen kunnen instemmen met het voorliggende plan, maar dat hiervoor nog wel enkele dingen verduidelijkt en/of aangevuld dienen te worden.
In het kort heeft de provincie de volgende aandachtspunten aangedragen: 1. In de toelichting wordt nog een enkele keer gesproken over een productiegerichte paardenhouderij met pensionstalling als nevenactiviteit. De provincie gaat er van uit dat dit een verschrijving is en verzoekt om dit aan te passen. 65
2. De provincie merkt op dat bij de gewenste ontwikkeling ook een (tijdelijk) zonnepark met zonnepanelen wordt aangelegd. Hiervoor is in de planregels behorende bij dit plan opgenomen dat deze zonnepanelen uiterlijk 25 jaar na het onherroepelijk worden van voorliggend plan moeten worden verwijderd. De vergunning voor de aanleg van het zonnepark is, op basis van de verkregen subsidie, inmiddels echter verleend en het zonnepark is reeds gerealiseerd. De provincie stelt dat daarmee de termijn van 25 jaar al eerder is ingegaan en verzoekt de vergunning voor de zonnepanelen als bijlage bij de toelichting op te nemen en de termijn van 25 jaar aan te passen van na onherroepelijk worden van het voorliggende plan naar 25 jaar na de definitieve omgevingsvergunning. 3. De provincie merkt op dat de berekening voor de investering in de ruimtelijke kwaliteit enkele tegenstrijdigheden lijken te bevatten. Tevens merkt de provincie op dat enkele groenelementen zoals zijn bestemd als 'Groen - Landschappelijke inpassing' formeel aan te merken zijn als functioneel bij het erf en de gebruiksfunctie behorend. Daarnaast geeft de provincie aan dat onderscheid wordt gemaakt tussen gronden met de bestemming 'Recreatie' met bouwvlak en zonder bouwvlak, terwijl op de verbeelding alleen gronden met bouwvlak gelegen zijn binnen de bestemming 'Recreatie'.
Ten slotte merken zij op dat gerekend wordt met onderhoud van de landschappelijke elementen voor een periode van 10 jaar, terwijl dit op basis van de nieuwe uitgangspunten voor kwaliteitsverbetering nog maar 6 jaar mag zijn. De provincie verzoekt nog eens kritisch naar de berekening voor kwaliteitsverbetering en de indeling van het erf en de bijbehorende bestemmingen en aanduidingen te kijken. 4. De provincie geeft aan dat in de planregels van het voorliggende plan, in artikel 3.3.1, nog een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen voor het bouwen van een schuilgelegenheid voor vee. Deze is niet langer van toepassing op het voorliggend initiatief en kan daarom worden verwijderd. 5. De provincie merkt op dat in de planregels van het voorliggende plan, in artikel 3.3.3, een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen voor het realiseren van een paardenbak. Op de verbeelding is deze gelegen binnen de bestemming 'Recreatie' en niet binnen de bestemming 'Agrarisch'. Het ligt daarmee voor de hand om de bepaling in artikel 3.3.3 te schrappen en in artikel 5.1 een bepaling op te nemen die een paardenbak binnen de bestemming 'Recreatie' mogelijk maakt. Een ander alternatief is om het vlak waarin de paardenbak is gelegen te bestemmen als 'Agrarisch'. 6.
De provincie geeft aan dat in de planregels van het voorliggende plan, onder artikel 5.4.1, aanvullende bepalingen opgenomen dienen te worden die buitenopslag en het gebruik als manege uitsluiten. Ad. 1: Het klopt dat er op één plek in de toelichting nog werd gesproken over een productiegerichte paardenhouderij met pensionstalling als nevenactiviteit. Dit was, zoals de provincie terecht constateerde, een verschrijving die nog vanuit een eerdere versie van het plan was blijven staan. In de toelichting is de betreffende passage inmiddels aangepast. Ad. 2: De betreffende omgevingsvergunning is als bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. De betreffende termijn is hierop in de planregels aangepast. Ad. 3: Op basis van de vooroverlegreactie van de provincie is nogmaals gekeken naar een goede indeling van het erf, waarbij de functioneel bij het erf en de gebruiksfunctie behorende groene elementen zijn meegenomen in de recreatieve bestemming. Het bouwvlak is aangepast en de oppervlakten zijn opnieuw berekend. Op basis van de aangepaste uitgangspunten is de berekening voor investering in de ruimtelijke kwaliteit aangepast. Een en ander is weergegeven op de bij dit plan behorende verbeelding en in bijlage 3 van deze toelichting. Ad. 4: De betreffende bepaling is uit de planregels verwijderd. Ad. 5: De betreffende bepaling is uit de planregels verwijderd.
In artikel 5.1 is onder c een bepaling opgenomen die een rijbak binnen de bestemming 'Recreatie' mogelijk maakt. Ad. 6: In artikel 5.4.1 van de planregels is (onder l en m) opgenomen dat buitenopslag en het gebruik als manege 66
niet zijn toegestaan. Gezien het voorgaande is in voldoende mate aan de reactie van de provincie Noord-Brabant tegemoet gekomen.
5.3
Handhaving
Een bestemmingsplan en/of een omgevingsvergunning is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de regels in de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Hilvarenbeek vormt de basis van de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van een ruimtelijk project heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. Bij overtreding van deze regels kan gedacht worden aan bouwen zonder vergunning, bouwen in afwijking van een verleende vergunning en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van een bestemmingsplan of een vrijstelling.
67
Hoofdstuk 6 6.1
Wijze van bestemmen
Doel en reikwijdte
Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat twee begrippen centraal staan. Dit zijn: 1. goede ruimtelijke ordening; 2. uitvoerbaarheid. Als een plan aan deze twee eisen voldoet, voldoet het aan de wet. Via een bestemmingsplan worden functies aan gronden gegeven. Vanuit de Wro volgt een belangrijk principe, namelijk toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder, etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan bepaalt uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en; 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsregels zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en kan daarbij regels geven voor: 1. het bebouwen van de gronden; 2.
het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is niet het enige instrument. Andere wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Monumentenwet 1988, de Algemeen Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitvoeren van het ruimtelijk beleid. Via overeenkomsten kan de gemeente met betrokken partijen aanvullende afspraken maken voor zover dat niet via het bestemmingsplan geregeld kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het zeker stellen dat bepaalde activiteiten ook werkelijk verricht worden om zo het toelatingskarakter van een bestemmingsplan aan te scherpen.
6.2
Onderdelen van een bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen. Dit zijn de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart).
6.2.1 De toelichting De toelichting wordt opgesteld volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hier staat, in het kort, dat in de toelichting verslag gedaan moet worden van de gemaakte keuzes in het plan. Voor een ontwikkelingsgericht plan vraagt dat een andere motivatie dan voor op beheer gerichte plannen (een plan kan ook zowel ontwikkelingsgericht zijn voor het ene deel en voor een ander deel beheergericht). Ook moet ingegaan worden op het aspect water, de afstemming met andere overheden (indien nodig), het onderzoek voor zover nodig voor de uitvoerbaarheid en de wijze waarop inspraak is verricht (indien nodig). Als er bij het bestemmingsplan een milieu-effect rapport is gemaakt hoeft niet ingegaan te worden op monumentale en/of andere waarden in het plangebied noch de milieukwaliteit in het gebied, want dat gebeurt in dat geval in het milieu-effect rapport. Via de toelichting wordt zo inzicht gegeven in de twee eisen uit artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 68
Centraal in de toelichting moet staan waarom de functies als opgenomen op de plankaart, met de bijhorende regels, de mogelijkheden bieden en waarom dit past op die locatie. Bijlagen bij de toelichting: Bij de toelichting kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan zelf. Omdat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van het bestemmingsplan kan de toelichting zelf kort van tekst blijven omtrent het desbetreffende onderwerp. Hierdoor blijft de toelichting zelf kort en daarmee leesbaar. Algemene beleidsdocumenten hoeven vanwege het algemeen geldende karakter niet als bijlage opgenomen te worden bij het bestemmingsplan. Denk aan verschillende sectorale beleidsdocumenten als ook structuurvisies. Een toelichting moet, voor zover het beleidsstuk relevant is voor het plan, aangeven wat de relatie is tussen het bestemmingsplan en dat beleidsdocument.
6.2.2 De planregels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn soms erg belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald; 2. Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Ten slotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld; 3. Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een afwijkingsmogelijkheid van de regels in het bestemmingsplan zelf, dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). In de algemene regels kunnen erg belangrijke bepalingen zijn opgenomen; 4. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Bijlagen bij de planregels: Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels.
6.2.3 De verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen zoals gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc.. Via de bijhorende regels in de planregels wordt bepaald wat hier wel en niet is toegestaan. 69
De verbeelding wordt ook wel plankaart genoemd. Dan wordt hetzelfde bedoeld. Belangrijk te weten is dat een digitaal bestand (een '.gml-bestand') leidend is. Dat digitaal bestand bepaalt waar welke bestemming ligt en waar welke aanduidingen etc.. Een afgeleide van dat digitale bestand is bijvoorbeeld een '.pdf-bestand' of een papieren (analoge) verbeelding. Bij twijfel over een '.pdf-bestand' of een papieren versie van de verbeelding geeft het digitale bestand de juridische doorslag.
6.3
Voorliggend bestemmingsplan
Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Recreatie', waarbij de functie voor het uitoefenen van een recreatiebedrijf wordt neergelegd. 'Agrarisch', waarbij de functie voor het agrarisch gebruik van de gronden wordt neergelegd. Dit plan kent de volgende noemenswaardige bijzonderheden: De maximale oppervlakte voor recreatiewoningen wordt begrensd op 600 m². Hiertoe zijn in de planregels behorende bij dit plan specifieke bepalingen opgenomen en is de verbeelding voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatiewoningen'.
De locatie zal daarnaast worden voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie paardenpension' om het uitvoeren van de pensionstalling voor paarden als nevenactiviteit mogelijk te maken. De locatie zal tevens worden voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalige bedrijvigheid' om Het bouwvlak ter plaatse zal worden verkleind naar 1,5 hectare. Het vlak waarbinnen de zonnepanelen worden opgericht zal worden voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneveld'. Dit vlak zal 0,5 hectare groot zijn en maakt de aanleg van de gewenste zonnepanelen op het maaiveld en een schuilgelegenheid voor het houden van schapen ten behoeve van de extensieve begrazing van de zonneweide mogelijk. Een en ander is opgenomen in de bij dit plan behorende planregels en weergegeven op de bij dit plan behorende verbeelding. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.1 van het Besluit omgevingsrecht (Bro).
70
Bijlagen bij de toelichting
71
Bijlage 1 Definitieve beschikking omgevingsvergunning voor aanleg zonnepanelen op maaiveld
72
1
Bijlage 2
Landschappelijk inrichtingsplan
74
Roovertsedijk 2A Hilvarenbeek DOEL
Landschappelijke verantwoording/ -inpassing van Roovertsedijk 2A te Hilvarenbeek
DATUM
11 augustus 2022
OPDRACHTGEVER Dhr. H. Abrahams Roovertsedijk 2A Hilvarenbeek
AFSCHRIFT
DLV Advies -mevr. F. Klomp
Inleiding
Initiatiefnemer is voornemens zijn varkensschuren aan de Roovertsedijk 2A te Hilvarenbeek te slopen en op te ruimen. Daarna wil hij het terrein omschakelen naar een andere bedrijfsvoering, die bestaat uit verblijfsrecreatie in combinatie met een paardenpension als nevenactiviteit. Hiervoor zullen nieuwe recreatiewoningen en een schuur worden gebouwd en diverse paar gerelateerde voorzieningen worden aangelegd.
Figuur 1. Topografische situatie plangebied, deze is aangeduid in paars (bron: topotijdreis.nl)
Achter deze nieuwe bedrijfsvoering ligt een zonneweide. Deze is reeds in procedure bij de gemeente en vormt geen onderdeel van deze opgave/notitie. In deze notitie is wel rekening gehouden met dit plan. Voor deze omschakeling is een bestemmingswijziging noodzakelijk. DLV Advies uit Uden verzorgt deze procedure. Een landschappelijke inpassing met verantwoording vormt onderdeel van deze wijzing, waarvan bijgaande notitie een uitwerking is. Daarnaast zal het voorstel kort worden toegelicht en uitgewerkt in een beplantingsplan.
Huidige situatie
De Roovertsedijk vormt de oude verbindingsweg van Hilvarenbeek met de plaats Poppel in België. De grens met België wordt gemarkeerd door een brede bosstrook met daarin de Rovertsche Heide. Voor deze bosstrook ligt het plangebied aan deze dijk. Het plangebied vormt één van de grootste intensieve veehouderijen in de omgeving. Het bedrijfsgedeelte staat haaks op de Roovertsedijk, wat door de jaren heen is uitgebreid. De bedrijfsvoering Figuur 2. Bestaande situatie bedrijfswoning aan de Roovertsedijk is voornamelijk inpandig, waardoor de interactie met de landschappelijke omgeving weinig tot niet aanwezig is. Aan de Roovertsedijk staan diverse laanbomen ter hoogte van het plangebied. Dit zijn voornamelijk eiken en enkele berken op willekeurige afstanden van elkaar. Aan de overzijde van de Rooverstedijk staat een rij knotwilgen. De Dijk is groen en men geniet van een vrij uitzicht over de landerijen.
Figuur 3. Bestaande situatie bedrijfsgedeelte aan de Roovertsedijk
Ten oosten van het plangebied ligt een zandpad. Langs dit pad staan enkele landschapsbomen, waaronder een eik en drietal elzen.
Achter op het perceel is het open met op de noordwesthoek enkele bomen. Enkele zijn in slechte staat, maar er staat één mooie oude eik. Ten westen van het bedrijfskavel ligt een watergang, voor de waterregulering van het landbouwgebied.
Figuur 4. Zandpad met enkele bomen
Figuur 5. Enkele bomen achter op het perceel
Nieuwe bedrijfssituatie
De nieuwe bedrijfsvoering behelst diverse nieuwe objecten en elementen. Daarnaast wil men deze mooi inpassen in de omgeving met de aanleg van nieuw groen. Met de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met onderstaande uitgangspunten: De nieuw te bouwen schuur is 70x30m. Voor de paardenhouderij zijn er voorzieningen nodig, waaronder een longeercirkel, stapmolen, paardenbak (wedstrijd maat 60x20m) en enkele paardenweides. 15 recreatiewoningen volgens het ‘Millhome’ concept met een afmeting van 10x3,5m en een overdekt terras aan de korte zijde. Per recreatiewoning minimaal 1,5 parkeerplaats voor de gasten. Vanuit de bedrijfswoning zicht op het omringende landschap. Rekening houden met de bestaande bomen aan de Roovertsedijk. Het plan sluit aan bij de eerder in procedure gebrachte zonneweide achter de bedrijfskavel.
Aandachtspunten cultuurhistorie
Het plangebied ligt op de overgang van dekzandvlakte (westzijde) naar dekzandrug (oostzijde). De scheiding loopt midden over het perceel, waarbij de huidige woning onderdeel vormt van de dekzandvlakte. Op de historische kaart van 1900 is dit mooi zichtbaar. De dekzandrug vormt onderdeel van het agrarisch cultuurlandschap met bouwlanden (weide en akkers), waarbij de kavelranden zijn begroeid met struweel en houtsingels. De (zand)wegen zijn beplant met laanbomen. Een dergelijk zandpad lag aan de zuid- en oostzijde en midden in het plangebied. Dergelijke inkleding van het landschap noemt men ook wel coulisselandschap. De dekzandvlakte was te nat en schraal voor agrarische doeleinden. Hier groeide de heide en werden op sommige delen bossen aangeplant voor de mijnbouw. Sommige delen waren moerassig. Tussen deze twee gebieden lagen binnen het plangebied 3 weilanden, vermoedelijk hooilanden. Te nat om te bewerken in het voor- en najaar, maar in de zomer kon het gras gemaaid worden om te hooien. Precies op deze plek is de woning van de initiatiefnemers gebouwd.
Figuur 6. historische kaart 1900, plangebied aangeduid in paars (bron: Topotijdreis.nl)
Uiteindelijk was het in de 19e eeuw met nieuwe technieken en kunstmest mogelijk om de schrale natte gronden te ontginnen en geschikt te maken voor de landbouw. In de jaren 70 is tijdens de ruilverkaveling veel van het typische coulisselandschap verloren gegaan. Immers de houtgewassen en het struweel had geen functioneel nut meer en de machines waren effectiever met grote rechte kavels. In de jaren 90 is het bedrijf van de initiatiefnemers opgebouwd.
Gemeentelijke visie
Gemeente Hilvarenbeek heeft een landschapsontwikkelingsplan (27-06-2014) opgesteld aan de hand van de Toekomstvisie 2030. Dit plan vormt een afwegingskader om nieuwe plannen en ontwikkelingen te toetsen. Het buitengebied van Hilvarenbeek wordt gekenmerkt door de diversiteit aan typen landschappen. Hierbij vindt een grote afwisseling plaats in het gebruik van het landschap en de activiteiten die hierin plaatsvinden; landbouw, natuur, recreatie, wonen, bedrijvigheid, enz. Daarom zijn er verschillende belangen waarmee rekening gehouden moet worden. De visie biedt de basis, om samen te werken aan een duurzaam en kwalitatief waardevol buitengebied. De basis van de landschapsvisie zijn de landschapstypen die als structuurvisie zijn vastgesteld. Wanneer in de toekomst plannen en ontwikkelingen uitgevoerd worden om deze streefbeelden te bereiken, dienen de landschapstypen als basis voor de inrichting. Dit houdt in dat rekening gehouden wordt met de beplanting en de indeling van de landschapstypen waarbinnen de ontwikkeling uitgevoerd wordt. Plangebied vormt onderdeel van ‘Kampen en hoevenlandschap’. Het Kampen- en Hoevenlandschap volgt de opbouw van het natuurlijke landschap. Het landschappelijk karakter wordt hier doorgaans gekenmerkt door een organisch gevormd patroon van wegen en (indien aanwezig) waterlopen.
De verkaveling binnen dit type landschap vertoont een afwisselend en vaak onregelmatig beeld, waarbij landbouwgronden, houtwallen en bosjes veelvuldig voorkomen. Het landschapsbeeld is hierdoor sterk afwisselend en veelal kleinschalig van karakter.
Figuur 7. Uitsnede landschapsvisie uit het landschapsontwikkelingsplan Hilvarenbeek. Plangebied paars omcirkeld.
Daarnaast is er aandacht voor recreatie. De gemeente wil de mogelijkheden om toerisme en recreatie in het buitengebied bevorderen door dit meer beleefbaar te maken. Het streven is om meer recreanten en toeristen aan te trekken, die verspreid over de gemeente recreëren, waardoor de recreatiedruk meer verspreid wordt. Dit kan door een recreatieve poort te ontwikkelen, routes te ontwikkelen (fiets - en wandelnetwerk) of de recreatieve aantrekkelijkheid te versterken. De recreatieve aantrekkelijkheid speelt met name aan de dorpsranden. De authentieke landschappen kunnen weer beleefbaar worden gemaakt. Streven is om de oorspronkelijke landschapselementen van deze landschapstypen terug te brengen.
Ontwerp op hoofdlijn:
Voor de transformatie van het huidige agrarische bedrijf naar een recreatief bedrijf met nevenfuncties moet de nieuwe ruimtelijke situatie landschappelijk worden ingepast. Daarnaast moet er een landschappelijke meerwaarde worden geleverd in het kader van Kwaliteitsberekening Landschap.
Figuur 8. Ontwerp op hoofdlijn met basisstructuur
De landschappelijke opgave wordt integraal benaderd. Met de transformatie liggen er kansen om diverse karakteristieke structuren terug te brengen. Binnen deze structuren wordt de nieuwe bedrijfsvoering opgezet en verder aangekleed.
De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Achter de woning wordt de nieuwe schuur gebouwd ten dienste van het paardenpension. De zakelijke inrit ligt ten oosten van de bedrijfswoning en wordt aangezet door een rij bomen. Deze rij bomen ligt op de oude grens tussen de hooilanden en de akkers uit 1900. Achter op het perceel wordt de oude ‘laanstructuur’ vanaf de andere zijde van de zandweg doorgezet als achtergrens van de recreatieve bedrijfskavel. Hierdoor ontstaat een T-vorm die een logische scheiding maakt in de ruimtelijke inrichting van het nieuwe bedrijf. Ten westen van de woning wordt de grond geschikt gemaakt voor een natte ecologische zone met poelen, laagtes, kruidenrijk grasland en ruigte. Het terugbrengen van het moerasachtige gebied langs de beek vormt een meerwaarde voor zowel de ecologie als cultuurhistorie. Binnen het recreatieve vlak wordt kenmerkende groen- of verkavelingsstructur teruggebracht.
Inrichtingsvoorstel
Het ontwerp op hoofdlijn is uitwerkt tot een inrichtingsvoorstel. In samenwerking met de initiatiefnemer is gekeken naar zijn wensen ten aanzien van de bedrijfsvoering binnen de structuren van het landschap. Daarnaast is gekeken hoe de ruimtelijke opzet landschappelijk kan worden ingepast. Het plan integraal ontworpen, maar voor het landschap kan
Figuur 9. Landschappelijke inpassing. Zie bijlage I voor maatvaste ondergrond.
onderscheid worden gemaakt in drie categorieën, namelijk erfinrichting (E), landschappelijke inpassing (LIP) en landschapsversterking (LIR). Voor de toetsbaarheid van het plan wordt in navolgende beschrijving de afkorting gebruikt. De bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Achter de woning komt een nieuw bijgebouw voor het stallen van privé gerelateerde voorzieningen zoals auto, fietsen en tuingereedschap. Woning en het bijgebouw behouden hun eigen inrit met voldoende ruimte om te parkeren voor eigen auto’s. De tuin is omgeven door een deels bestaande beukenhaag (E). Ten oosten van de inrit komt een nieuwe omhaagde hoogstamfruitboomgaard met streekeigen fruitbomen (LIP). Vanuit de woning is ruim zicht op het omringende landschap. Via een tweede nieuwe inrit wordt het bedrijfsgedeelte ontsloten. Achter de bedrijfswoning staat een nieuwe loods van 70x30m. Aan de zuid-, noord- en oostzijde is verharding wenselijk voor manoeuvreren. De inrit wordt begeleid door nieuwe laanbomen (LIP). Aan de westzijde wordt de loods afgeschermd door een nieuwe houtsingel met inheemse soorten (LIP).
Figuur 10. Referentie hoogstamfruitbomen
Figuur 11. Referentie bomenrij
Om het water wat op daken en verharding valt te infiltreren wordt een nieuwe greppel gegraven. Ten oosten van de zakelijke inrit liggen de recreatiewoningen en de paardenbak. Deze ruimte wordt aan de oostzijde beplant met een robuuste houtsingel van inheemse soorten (LIP). Binnen dit vlak liggen de recreatiewoningen rondom diverse paardenweides. De paardenweides zijn verkaveld conform de oude kavelstructuur. Een passe partout naar het verleden. Het passe partout is een nieuwe ronde vorm, waar de recreatiewoningen omheen zijn gevormd. Ze liggen verschoven ten op zichten van elkaar, zodat er privacy wordt gecreëerd. Parkeren wordt in de buitenrand gesitueerd. Binnen de weide staan enkele landschapsbomen (LIP). Bij de recreatiewoningen staan diverse fruitbomen, zoals kersen, noot en tamme kastanje (E). Hierdoor is er nauwelijks overlast door
vruchtgal in de zomer i.v.m. wespen. Het recreatief terrein wordt aan de voorzijde afgezet met een struweelhaag (LIP). Hierdoor is vanaf de weg nauwelijks zicht op de recreatiewoningen en auto’s en biedt het privacy voor de recreanten. Ten noorden van de bedrijfskavel ligt een zonneweide met houtsingel. Deze vormt onderdeel van de eerder aangevraagde vergunning, maar is in deze planvorming meegenomen om een integraal ontwerp te presenteren. Aan de westzijde van de bedrijfswoning en nieuwe schuur komt een stuk natuurinrichting met een poel, bloemrijk grasland en enkele landschapsbomen en struweel (LIR). De bestaande watergang wordt geaccentueerd door knotwilgen (LIR). De bestaande eik achter in het veld, nabij het zonnepark, blijft behouden (LIR).
Figuur 12. Referentie knotwilgen
Figuur 13. Referentie poel
Beplantingsplan: Ten aanzien van de landschappelijke inpassing van de nieuwe bedrijfsvoering worden de volgende elementen voorgeschreven. Het zonnepark doorloopt een andere procedure en is buiten dit beplantingsplan gehouden. Per onderdeel is onderscheid gemaakt tussen landschappelijke inpassing (LIP) en landschapsversterking (LIR):
Figuur 14 Beplantingsplan. Zie bijlage II voor maatvaste ondergrond.
Beukenhaag LIP - Bestaand 42x1m (gele lijn) LIP - Nieuw 48x1m, 192st (okergele lijn) Aanleg: De gemende haag is te realiseren middels de aanplant van 1 rij met Fagus sylvatica (Groene beuk, minimaal 60/80) met onderlinge afstand van 0,25m.
Beheer Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal tweemaal per jaar gesnoeid (geknipt/geschoren) Na het knippen of scheren heeft de heg een minimale hoogte van 0,8 meter en maximale hoogte van 1,8m. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. Het element mag niet worden beschadigd door vee. Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
Struweelhaag LIP - 73x1,5m, 292st (oranje lijn) Aanleg: De struweelhaag is te realiseren middels de aanplant van 1 rij bosplantsoen met onderlinge afstand van 0,25m. De beplanting groepsgewijs aanplanten met 3 à 5 per soort. De keuze voor beplanting bestaat uit soorten die niet giftig zijn voor schapen en paarden. In de struweelhaag staan de volgende soorten (2- of 3-jarig bosplantsoen): 20% Acer campestre (Veldesdoorn) 15% Carpinus betulus (Haagbeuk) 15% Fagus sylvatica (Beuk) 50% Crataegus monogyna (Meidoorn) Beheer Terugsnoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid. Na het snoeien heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter en een breedte van tenminste 0,8 meter. Het gebruik van een klepelmaaier is niet toegestaan. Het snoeien kan gecombineerd worden met het vlechten van de haag. Het snoeihout moet afgevoerd worden. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop.
Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid. Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden.
Houtsingel LIP - 208x5m, 666st (bruin) Aanleg De houtsingel is te realiseren middels de aanplant van 2- jarig bosplantsoen, groepsgewijs in kruiselings plantverband van 1,25 x 1,25m: o 5% Quercus robur (Zomereik) o 5% Sorbus aucuparia (Lijsterbes) o 5% Betula pendula (Ruwe berk) o 20% Crataegus monogyna (Gewone meidoorn) o 20% Viburnum opulus (Gelderse roos) o 20% Rhamnus frangula (Vuilboom) o 15% Corylus avellana (Hazelaar) Beheer: Het element kan vrij uitgroeien en wordt 1x per 7 jaar, voor 40% teruggezet (hakhoutbeheer). Overhangende takken aan de zijkanten mogen teruggesnoeid worden. Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt. Chemische bestrijdingsmiddelen worden niet gebruikt. Bij schade aan het landschapselement wordt de schade hersteld.
Knotwilgen: LIR - 15 st (blauwe rondjes) Aanleg: Plantafstand in de rij minimaal 5. Salix alba (schietwilg) planten als een 3-jarige onbewortelde stek met een lengte van ca. 2,5 meter. Beheer Knotwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. De stam van een knotboom wordt minimaal op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet (geknot). Knotten wordt minimaal 1 keer in de 6 jaar uitgevoerd. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden. Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
Hoogstamfruitboom LIP - 5st (roze rondjes) Aanleg: Hoogstamfruit met streekeigen fruitsoorten, zoals kers, appel, peer en pruim. Op de locaties nabij de paardenelementen en nabij de vakantiewoningen worden kersenbomen geplant in diverse soorten (i.v.m. fruitval). Nabij de woning kunnen overige soorten worden geplant. Zie voor streekeigen soorten bijlage III. Minimale maat 10-12 en bomen goed verankeren bij planten. Beheer: Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; Er mag geen snoeihout verbrand worden in de directe omgeving van de bomen of versnipperd hout verwerkt worden in de boomgaard; De hoogstamfruitboom mag niet beschadigd worden door vee. Jonge bomen zijn voorzien van een boomkorf.
Bomenrij en solitaire boom LIP – 24st (paarse rondjes) LIR -6 st (paarse rondjes) Aanplant Boom planten in ruim plantvak en goed verankeren. Keuze uit onderstaand assortiment. Afkorting verwijst naar code op beplantingsplan: o Cs – Castanea sativa (Tamme kastanje) 14-16 - 3st o Cb – Carpinus betulus (Haagbeuk) of Castanea sativa (Tamme Kastanje) 14-16 – 3st o Tc – Tilia cordata (Kleinbladige linde) of Carpinus betulus (Haagbeuk) 14-16 – 11 st o Tp – Tilia platyphyllos (Zomerlinde) 14-16 -1st o Qr – Quercus robur (eik) 14-16 -12 st Beheer Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; De boom mag niet beschadigd worden door vee en zijn voorzien van een boomkorf; Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt.
Bloemrijk grasland met struweel: LIR - 4.000m² (licht groen vlak) Aanleg: Eenmalig inzaaien met een zaadmengsel conform bijlage IV. In het veld enkele groepen struweel aanbrengen in groepen van 5 stuks met onderlinge afstand van 1,5m. De groepen liggen minimaal 10m uit elkaar. De beplanting heeft als doel beschutting te bieden voor diverse vogels en zoogdieren: o Crataegus monogyna (Gewone meidoorn) o Viburnum opulus (Gelderse roos) o Rhamnus frangula (Vuilboom) o Corylus avellana (Hazelaar)
Beheer: De rand wordt gemaaid na 1 juli en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. De rand wordt niet beweid. De rand wordt niet bemest. De rand mag niet worden gescheurd, gefreesd of heringezaaid. Doorzaaien is toegestaan om de kruidenrijkdom te vergroten. Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. De rand wordt niet gebruikt als pad, behoudens voor het schonen van aanliggende sloot.
Poel: LIR - 560m², 475m³ (blauw vlak) Aanleg: Diepte poel maximaal 1,70 meter. Taluds minimaal 1:3. Bij voorkeur zongerichte taluds (noordzijde) zo flauw mogelijk met taludverhouding van ca 1:8. Landbiotoop rond poel en droog gedeelte van de oevers mag ingezaaid worden met mengsel met inheemse kruiden of voorzien van kruidenrijk hooi/maaisel. Beheervoorschriften Minimaal de helft van de natte oppervlakte van de poel bestaat in de periode 15 maart tot 15 juni uit open water. De waterdiepte van de in de diepste delen van de poel is minimaal 0,5 m in de periode tussen 1 oktober en 1 april. Een incidentele droogval is toegestaan in de periode 15 juni tot 15 november. Voor behoud van voldoende open water wordt het element periodiek opgeschoond/gebaggerd.
Maximaal 20% van de oppervlakte van de oevers bestaat uit opslag van bomen of struiken. Het teveel aan opslag wordt verwijderd. Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in het element gebruikt worden. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan Er mogen geen vissen worden uitgezet of gekweekt. Er mogen geen gedomesticeerde watervogels in de poel worden gehouden. Er mogen geen uitheemse waterplanten in de poel worden aangeplant. De poel wordt niet gebruikt voor hemelwateropvang van daken en erven. Maaisel of bagger mag niet verwerkt worden in het element. Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
Bijlage I
Landschappelijke inpassing op maatvaste ondergrond.
Bijlage II
Beplantingsplan op maatvaste ondergrond.
Bijlage III
Lijst met streekeigen fruitsoorten
Bijlage IV
Bloemrijk grasmengsel
G2, G3 hooiland rand/ wilde bijenrand zaaihoeveelheid 1,0 gr/m2: 10 kg/ha
4000,00 m2
oppervlakte strook in m2 in het gele vakje de opp. invullen in m2
norm landbouw 35 kg/ha
samenstelling mengsel
percentage gewicht eenheid
Ned. Naam kruiden
wetenschappelijke naam
Rode klaver rolklaver Smalle weegbree
36,00% 20,00% 15,00%
1,44 0,8 0,6
kg kg kg
10,00% 5,00% 3,00% 2,00%
0,4 0,2 0,12 0,08
kg kg kg kg
Gewoon reukgras Kamgras
Trifolium pratense Lotus corniculatus Plantago lanceolata Chrysanthemum leucanthemum Centaurea jacea Daucus carota Lotus pedunculatus Anthoxanthum odoratum Cynosurus cristatus
2,00% 2,00%
0,08 0,08
kg kg
0,65
scherpe boterbloem Duizendblad
Ranunculus acris Achillea millefolium
2,00% 1,50%
0,08 0,06
kg kg
0,16
Vertakte (= herfst-) Leeuwentand Leontodon autumnalis Biggenkruid Hypochaeris radicata
0,50% 0,50%
0,02 0,02
kg kg
0,7
Echte koekoeksbloem
0,50% 100,00%
0,02
kg
0,1
Margriet Knooppkruid Wilde peen moerasrolklaver
Silene flos-cuculi
1000korrelgewicht
4 kilogram
2 1,2 2 0,4 1,2 0,85 0,8 0,6
1,6
0,7
Bijlage 3
Berekening investering ruimtelijke kwaliteit
96
Kopie van 230501_Lijst_BestemmingswinstKwaliteitsverbetering_HVB_BEVEILIGD.xlsx
Bestemmingswinst en Kwaliteitsverbetering van het Landschap (zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Brabant en Strategische visie 'Vitalisering Buitengebied, niet agrarische functies') versie: mei-23
Locatie Roovertsedijk 2a
te
Hilvarenbeek
30.299 m 2
Totale omvang van het plangebied:
-
Verschil met opp bestemmingen: (moet uiteindelijk '0' zijn)
m
2
A. Bestemmingswinst Bestemmingswaarden Agrarisch Agrarische gronden Bedrijfswoning - agrarisch (eerste 1.000 m2) Bouwvlak - agrarisch Bedrijfswoning - agrarisch + VAB (eerste 1.000 m2) Bouwvlak - agrarisch + VAB Agrarisch met waarden Agrarische gronden
waarde / eenh.
bestaande situatie opp. eenh. waarde
€
6,00
€
90,00
€
20,00
27.799 m2 m2 m2 m2 m2
€ 166.794 €0 €0 €0 €0
13.937 m2 m2 m2 m2 m2
€ 83.622 €0 €0 €0 €0
€ -83.172 €0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
m2 m2
€0 €0
m2 m2
€0 €0
€0 €0
m2 m2
€0 €0
m2 m2
€0 €0
€0 €0
m2 m2 m2
€0 €0 €0
5.613 m2 4.482 m2 m2
€ 14.594 €0 €0
€ 14.594 €0 €0
m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0 €0 €0 €0
4.368 m2 6.381 m2 m2 m2 m2 m2 m2
€ 65.520 € 255.240 €0 €0 €0 €0 €0
€ 65.520 € 255.240 €0 €0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2 m2
€ 160.000 € 45.000 € 30.000 € 15.000 €0
m2 m2 m2 m2 1.000 m2
€0 €0 €0 €0 € 125.000
€ -160.000 € -45.000 € -30.000 € -15.000 € 125.000
€0 €0 €0 €0
m2 m2 m2 m2
€0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0
€ 120,00 €
20,00
€
5,80
Bedrijfswoning - agrarisch (eerste 1.000 m2) Bouwvlak - agrarisch
€
90,00
€
20,00
Bedrijfswoning - agrarisch + VAB (eerste 1.000 m2) Bouwvlak - agrarisch + VAB
€ 120,00 €
20,00
Specifiek bedrijf - loonwerkbedrijf Specifiek bedrijf - Statische opslag
€
90,00
€
50,00
€
90,00
gewenste situatie opp. eenh. waarde
bestemmingswinst
Bedrijf
2
Specifiek bedrijf - overige, tot 400 m bedrijfsgebouwen Specifiek bedrijf - overige, 401 - 800 m2 bedrijfsgebouwen Specifiek bedrijf - overige, meer dan 800 m2 bedrijfsgebouwen Bos Cultuur en ontspanning Detailhandel Detailhandel met bouwvlak Detailhandel zonder bouwvlak Dienstverlening Dienstverlening met bouwvlak Dienstverlening zonder bouwvlak Groen of functieaanduiding 'landschappelijke inpassing' Bestemming 'Groen'
€ 100,00 € 110,00 €
1,00
€
8,00
€ 150,00 €
50,00
€ 150,00 €
50,00
€
2,60
Horeca Kantoor
€
75,00
Kantoor met bouwvlak Kantoor zonder bouwvlak Maatschappelijk Natuur Recreatie Recreatieve bestemming, zonder bouwvlak Recreatief bouwvlak - verblijfsrecreatie Recreatief bouwvlak - dagrecreatie Sport Tuin Verkeer Water Wonen Woonbestemming tot 1.000 m2 Woonbestemming 1.001 - 1.500 m2 Woonbestemming 1.501 - 2.000 m2 Woonbestemming meer dan 2.000 m2
€ 150,00
Aanduiding 'Landschappelijke inpassing' op andere bestemming #3
€
50,00
€
25,00
€
1,00
€
15,00
€
40,00
€
30,00
€
15,00
€
30,00
€
6,00
€
2,60
€ 160,00
2 #4
Bedrijfswoning (minimaal 500 m2 - maximaal 1.000 m ) Woongebied Woonperceel tot 1.000 m2 Woonperceel 1.001 - 1.500 m2 Woonperceel 1.501 - 2.000 m2 Woonperceel meer dan 2.000 m2
€
90,00
€
60,00
€
30,00
€ 125,00 € 160,00
1.000 500 500 500
€
90,00
€
60,00
€
30,00
m2 m2 m2 m2
Controle: totaal oppervlak bestemmingen:
30.299 m 2
Ontwikkeling van de bestemmingswaarden
Extra bouwvolume bij (bedrijfs)woningen Wonen (burgerwoning) Inhoud meer dan 750 m3 Bijgebouwen meer dan 100 m2 Wonen (bedrijfswoning) Inhoud meer dan 750 m3 Bijgebouwen meer dan 100 m2 Ontwikkeling van de bebouwingswaarden
voor:
waarde / eenh. € 250,00 € 150,00 € 250,00 € 150,00
31.299 m 2
(Moeten uiteindelijk gelijk zijn)
€ 416.794 na: € 543.976 A: Bestemmingswinst / -verlies: #1
Bestaande situatie eenh. waarde
#2
Gewenste situatie eenh. waarde
m3 m2
€0 €0
m3 m2
m3 m2 voor:
€0 €0 €0
m3 50 m2
B: A+B
€0 €0
€0 €0
€0 € 7.500 na: € 7.500 Bebouwingswinst:
€0 € 7.500
Totale bestemmingswinst:
€ 134.682
#1
Betreft de maximale maat toegestaan volgens de geldende bestemming: de inhoud van de woning en oppervlak van bijgebouwen bij de woning
#2
Betreft de maximale maat die geregeld wordt in het nieuwe bestemmingsplan voor deze ontwikkeling: de inhoud van de woning en oppervlak van bijgebouwen bij de woning
#3
Dit oppervlak telt niet mee voor de bestemmingswaarde. De onderliggende bestemming bepaalt de waarde. De investering in kwaliteit staat gelijk met die van de bestemming "Groen".
#4
De bedrijfswoning betreft alle andere woningen dan binnen een bestemming "Agrarisch", "Wonen" of "Woongebied". De feitelijke situatie bepaalt de omvang (min 500 m2, max. 1.000 m2)
Pagina 1 van 1
€ 127.182 Bebouwingswinst
€ 7.500
Kopie van 230501_Lijst_BestemmingswinstKwaliteitsverbetering_HVB_BEVEILIGD.xlsx
Bestemmingswinst en Kwaliteitsverbetering van het Landschap (zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Brabant en Strategische visie 'Vitalisering Buitengebied, niet agrarische functies') versie: mei-23
LocatieRoovertsedijk 2a
te Totale omvang van het plangebied:
Hilvarenbeek 30299 m2
Totale bestemmingswinst Te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap
€ 134.682 20% € 26.936
(percentage) (in euro's)
Reductie o.b.v. vrijwillige en extra duurzaamheidsmaatregelen (collegebesluit) (= max. 50% van de werkelijke kosten van vrijwillige en niet gesubsidieerde duurzame maatregelen, anders dan onder B.)
(negatief bedrag)
Te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap als bedoeld onder B Minimaal door de initiatiefnemer zelf uit te voeren binnen het plan
50%
€ 26.936 € 13.468
B. Kwaliteitsverbetering van het landschap aantal
kosten
bij oppervlak voor herbouw niet toepasbaar
Slopen
m2
€ 15,00
€0
2
€ 7,50
€0
m2
€ 5,00
€0
2
€ 2,50
€0
m2
€ 3,00
€0
2
€ 2,00
€0
1.175 m2
€ 0,00
€0
2
€ 1,00
€0
(A)
8.920 m2
€ 2,95
€ 26.314
(B)
2
50% van nieuwe natuur
m m2
€ 3,65 € 1,83
€0 €0
50% van nieuw groen
m2
€ 1,48
€0
1.175 m2
€ 0,00
€0
2
€ 0,06
€0
(A)
8.920 m2
€ 0,21
€ 1.873
(B)
2
€ 0,27
€0
m1 m1
€ 1,75 € 4,25
€0 €0
m2
€ 0,80
€0
B. Kwaliteitsverbetering van het landschap
€ 28.188
sloop van overtollige bedrijfsgebouwen #5 sloop van asbesthoudende daken
eenh. prijs / eenh
richtlijn: 110% opp. Bedrijfsgebouwen
#5
sloop van bedrijfsmatige tuinbouwkassen saneren van mestkelders (uit de grond halen en dichten met schone grond) saneren en afvoeren van sleufsilo's saneren en afvoeren van overtollige verhardingen, incl voerplaten Landschappelijke inpassing (zie handleiding C33/C34) basisverplichting landschappelijke inpassing aanleg extra landschappelijke inpassing, bovenop de basisverplichting, niet zijnde (A) of (B) aanleg nieuwe groenelementen (met bestemming 'Groen' of aanduiding 'landschappelijke inpassing') aanleg nieuwe natuur (met bestemming 'Natuur', 'Bos') herstelkosten bestaande en bestemde 'Natuur', 'Bos' herstelkosten bestaande groenelementen met bestemming 'Groen' Onderhoud landschappelijke inpassing onderhoud basisverplichting landschappelijke inpassing onderhoud landschappelijke inpassing, exclusief basisverplichting onderhoud nieuw groen of aangeduide landschappelijke inpassing onderhoud nieuwe natuur Herstel Cultuurhistorisch waardevolle elementen
m
m
m 10% bestemmingsvlak totale landschappelijke inpassing minus D27 (basisverplichting)
m
-
(voor max 6 jaar) telt niet mee totale landschappelijke inpassing minus D27 (basisverplichting)
-
-
m
m
o.b.v. bouwhistorisch onderzoek &
restauratie en herstelkosten waardevolle bebouwing / objecten calculatie kosten bouwhistorisch en waarderend onderzoek Aanleg recreatieve voorzieningen Aanleg openbare recreatieve fiets- en/of wandelpaden Aanleg openbare recreatieve wateren Overige investeringen Waardevermindering afstoten agrarisch huiskavel, tot max. 2 hectare landbouwkavel
max. € 1.000,=
Minimaal door de initiatiefnemer zelf uit te voeren binnen het plan Voldoet aan de minimale eigen inspanning?
€ 13.468
Reductie o.b.v. vrijwillige en extra duurzaamheidsmaatregelen (collegebesluit) B. Kwaliteitsverbetering van het landschap Te leveren kwaliteitsverbetering van het landschap Voldoet aan de totale opgave voor kwaliteitsverbetering?
€0 € 28.188 € 26.936 ja
ja
Te storten in gemeentelijk fonds kwaliteitsverbetering landschap #5
€0
Alleen oppervlak van gesloopte gebouwen en asbesthoudende daken dat definitief verwijderd wordt en niet als vervangende nieuwbouw terugkomt, mag worden opgevoerd. Alleen asbesthoudende daken verwijderen of vervangen telt niet mee als kwaliteitsverbetering.
Pagina 1 van 1