15 Bestemmingsplan Groot Loo 3 (6 toelichting)
Tekst van het document
Afbeelding 10: Uitsnede kaart natuuir Iov, plangebied weergegeven met rode marker
4.3.2
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van regels. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming
Gebiedsbescherming
De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk gelegen bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is reeds beschermd in het Barro en provinciale verordening. In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Kempenland-West, Kampina en Oisterwijkse Vennen en Regte Heide en Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied betreft Kempenland-West. Dit Natura-2000 gebied is gelegen op een afstand van circa 1,4 kilometer van het plangebied. Door de grote afstand tussen het dichtstbij gelegen Natura-2000 gebied en onderhavige locatie zijn er geen andere negatieve effecten te verwachten dan de effecten als gevolg van emissie van stikstofy. Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht Middels het rekenprogramma AERIUS wordt de stikstofdepositie berekend op omliggende Natura 2000-gebieden. Hiermee wordt het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Indien er sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet onderbouwd worden hoe deze toename in depositie ongedaan wordt gemaakt (door het treffen van maatregelen of extern salderen).
In de AERIUS-berekening is uitgegaan van herbestemming van een agrarische bestemming naar een recreatieve bestemming ten behoeve van maximaal 25 camperplaatsen, een B&B met 2 kamers, een
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
22
theetuin en een loods ten behoeve van agrarisch medegebruik. De volgende gegevens zijn ingevoerd om de verspreiding van stikstof te berekenen. - Op het terrein is er ruimte voor maximaal 25 camperplaatsen. Voor de berekening van het aantal vervoersbewegingen is aansluiting gezocht bij de gegevens uit de CROW-publicatie voor een camping. Per standplaats is er sprake van een verkeersgeneratie van 0,4. Dit betekent een totaal aantal verkeersbewegingen per dag van 10. - Ten behoeve van de B&B met 2 kamers is aansluiting gezocht bij de kengetallen voor een 4*hotel. Per kamer is er sprake van 2,5 vervoersbeweging per etmaal. Totaal aantal bewegingen is 5. - De theetuin wordt voornamelijk gebruikt als ontmoetingsplek voor de campinggasten. Omdat er mogelijk wel vervoersbewegingen plaatsvinden als gevolg van het leveren van goederen zijn hiervoor ook twee bewegingen opgenomen. - De loods aan de achterzijde van het bedrijf wordt gebruikt voor de stalling van machines die nodig zijn voor het beheer van de omliggende landbouwgronden. In principe vinden er voor deze activiteiten geen extra vervoersbewegingen plaats. Ook hiervoor is voor de volledigheid 2 vervoersbewegingen per etmaal opgenomen. - Naast de nieuwe activiteiten zal het gebruik van de bedrijfswoning onveranderd- worden voortgezet.
De verkeersaantrekkende werking van een woning in het buitengebied bedraagt, volgens de publicatie maximaal 8,6 per etmaal; - In de woning is ook een cv-ketel aanwezig. Om de emissie hiervan in beeld te brengen is aansluiting gezocht bij de kengetallen die zijn opgenomen in de AERIUS-factsheet. De emissie bij een oudere vrijstaande woning bedraagt 3,59 NOx kg per jaar (zie https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren/05-07-2018 ) - De B&B-ruimten worden ook verwarmd met een CV-installatie. Als worst-case is hierbij aangesloten bij de emissie van een vrijstaande woning. - Overige emissies van stikstof vinden er in de beoogde bedrijfssituatie niet plaats. Het totaal aantal verkeersbewegingen in de beoogde situatie bedraagt 28. Omdat niet alle verkeer in één richting rijdt is hiervan een inschatting gemaakt. De belangrijkste ontsluitingsroute is vanaf het bedrijf in oostelijke richting. In deze richting zijn dan ook 20 verkeersbewegingen opgenomen. Het restant zal in westelijke richting rijden/vertrekken. Ook is het mogelijk dat er vrachtwagens de locatie bezoeken (bijvoorbeeld voor levering goederen). Van de 28 bewegingen is ingeschat dat er 4 bestaan uit vrachtwagens waarvan 3 in oostelijke richting en 1 in westelijke richting.
Deze gegevens zijn ingevoerd in het rekenmodel AERIUS om te beoordelen of er sprake is van stikstofdepositie in de beoogde situatie. Deze berekening is als bijlage toegevoegd. Uit de berekening blijkt dat er geen depositie wordt berekend in de beoogde situatie. Dit betekent dat de ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten en er ook geen vergunningsplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming Voordat de beoogde bedrijfsvoering kan worden geëxploiteerd dienen er nog enkele gebouwen gesloopt te worden. Tijdens deze fase kan er sprake zijn van een verhoogde emissie van stikstofemissie door de aanwezigheid van machines en vrachtwagens. De daken zijn reeds verwijderd waardoor alleen de muren nog moeten verwijderd worden. Voor de sloop hiervan zal 12 uur een graafmachine op de locatie in werking zijn. Daarnaast zullen er dagelijks 4 vrachtwagens (8 bewegingen) de locatie bezoeken voor de afvoer van materiaal. Deze vervoersbewegingen zijn in oostelijke richting georiënteerd. Omdat tijdens de sloop de bedrijfswoning gewoon in gebruik blijft is de emissie van de stookinstallatie en de vervoersbewegingen ook meegenomen in de berekening. Ook uit deze berekening blijkt dat er tijdens de sloop geen sprake is van een stikstofdepositie op de beschermde gebieden, zie bijlage.
Op basis van dit gegeven wordt geconcludeerd dat ten aanzien van verzuring en vermesting door stikstof in de lucht er geen belemmering is aangaande de beoogde ontwikkeling. Overige storingsfactoren De beoogde ontwikkeling leidt verder niet tot andere voorkomende storende factoren op omliggende Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
23
door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling. Gezien het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat negatieve effecten op soorten en habitattypen in beschermde Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten.
Bescherming van soorten
De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.
In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan het Groot Loo 3 te Hilvarenbeek, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de te slopen bebouwing, beschermde natuurwaarden bevinden, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen desondanks zoveel mogelijk te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten dient zo veel mogelijk voorkomen te worden.
Door middel van de ‘Effectenindicator soorten’ van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is gekeken of de werkzaamheden voor het realiseren van de beoogde situatie een bedreiging vormt voor de beschermde diersoorten. Voor de realisatie is er sprake van de activiteiten ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ en ‘slopen en/of asbest verwijderen’. Uit de effectenindicator volgt dat de aanwezigheid van beschermde soorten onwaarschijnlijk is, zie afbeelding 11.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
24
Afbeelding 11: effectenindicator soorten
Daarbij dient opgemerkt te worden dat de asbestdaken van de te slopen voormalige stallen al gesaneerd zijn middels een sloopmelding. Van binnen is het geheel gestript en het enigste wat er nog (gedeeltelijk) overeind staat zijn de muren. Deze muren zijn ook half ingestort en daarom is het geheel afgezet met hekwerk om de veiligheid ter plaatse te borgen. Deze hekwerken worden daarom ook pas verwijderd als de ontwikkeling in het plangebied rond is. Op basis van de uitkomsten van de effectenindicator (afbeelding 11) en de actuele staat van de te slopen bouwwerken in het plangebied kan geconcludeerd worden dat er geen geschikte rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn en dat er geen relevante ingrepen worden gedaan die daar nog van invloed op kunnen zijn. De werkzaamheden in het plangebied zullen desalniettemin buiten het broedseizoen plaatsvinden en bij eventuele constateringen in het veld zal dit gemeld worden conform de verplichtingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Op basis van het bovenstaande, uitkomsten effectenindicator en actuele situatie in het plangebied, kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling geen belemmering vormt ten aanzien van de bescherming van soorten in het plangebied.
4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet dient onderzocht te worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
25
4.4.1
Cultuurhistorie en aardkunde
Afbeelding 12: Kaart cultuurhistorie Iov, plangebied weergegeven met rode marker
Uit de kaart van de provinciale Interim omgevingsverordening blijkt dat het plangebied is gelegen is binnen de aanduiding cultuurhistorisch waardevol gebied. Tevens is de bestaande woonboerderij in het vigerende bestemmingsplan aangeduid met de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Door de beoogde ontwikkeling wordt een voormalig agrarisch bedrijf herbestemd naar een recreatiebestemming waarbij het bouwvlak wordt verkleind en overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De woonboerderij met cultuurhistorische waarde blijft volledig intact en wordt net als in de huidige situatie gebruikt ten behoeve van het woonhuis van de initiatiefnemers en de reeds aanwezige B&B. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling aansluit bij de ligging in een cultuurhistorisch gebied en geen afbreuk doet aan de aanwezige cultuurhistorische waarden van de woonboerderij.
4.4.2
Archeologie
De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het vigerende bestemmingsplan zijn voor het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen. In de beoogde situatie zal de bodem in het plangebied niet geroerd worden aangezien reeds bestaande bebouwing gebruikt gaat worden ten behoeve van de toekomstige recreatieve bestemming. Wat betreft de sloopwerkzaamheden van overtollige voormalige agrarische bebouwing zal niet dieper dan 50 cm onder maaiveld worden gewerkt en wordt de bestaande fundering van de voormalige agrarische bebouwing opgevuld. Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect archeologie geen invloed heeft op de voorgenomen ontwikkeling. Derhalve worden de aanwezige archeologische dubbelbestemming wel opgenomen in de verbeelding en regels van dit bestemmingsplan zodat bij eventuele toekomstige ontwikkelingen de waarden geborgd zijn.
4.5 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
26
-
Het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen. Ter plaatse van woningen in de omgeving dient voldaan te worden aan richtafstanden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen; Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.
De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied; - Gemengd gebied. De VNG-publicatie geeft de navolgende omschrijving voor het omgevingstype ‘gemengd gebied: ‘Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Daarnaast gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen’. In de directe omgeving van het plangebied is sprake van functiemenging. Zo komen er burgerwoningen voor en is sprake van de aanwezigheid van agrarische bedrijven welke in een lintbebouwing gesitueerd zijn direct langs het Groot Loo. Het Groot Loo verbindt het buitengebied van Hilvarenbeek met de kern. Op basis van dit gegeven valt het plangebied te typeren als ‘gemengd gebied’.
Onderhavig initiatief betreft het herbestemmen van een intensieve veehouderijbestemming (milieucategorie 4.1) naar een niet-agrarische bestemming ten behoeve van het toestaan van recreatieve activiteiten aan het Groot Loo 3 te Hilvarenbeek in de vorm van een B&B en maximaal 25 camperplaatsen. Daar deze activiteiten ook expliciet in de regels zijn opgenomen, zijn dit ook de maximaal planologische mogelijkheden. Er zijn in het plan geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen. In de handreiking `Bedrijven en Milieuzonering` is een Bed and Breakfast niet expliciet opgenomen. Wat betreft de B&B is het soort bedrijf wat hierbij het meest aansluit een bedrijf in de categorie ‘pension met keuken (SBI 5510). Wat betreft de camperplaatsen komt de categorie ‘kampeerterrein, vakantiecentra (met keuken)’ (SBI 553, 552) het meest in de buurt hoewel er in de beoogde situatie geen sprake zal zijn van de aanwezigheid van een keuken. Het theehuis is ondergeschikt aan de recreatieve activiteiten, deze is dus reeds meegenomen in bovenstaande bedrijfsvormen. Het agrarische gebruik van de aanwezig loods heeft met name betrekking op akkerbouwactiviteiten. Deze loods wordt enkel gebruikt voor de stalling van machines die worden gebruikt voor grondbewerking op omliggende gronden. Akkerbouwbedrijven zijn in de handreiking opgenomen onder categorie 011, 012, 013.
Bedrijven met SBI 5510 behoren tot milieucategorie 1. Voor een bedrijf uit deze milieucategorie, gelegen in het omgevingstype ‘gemengd gebied’, is de richtafstand 0 meter. Dit betekent dat er geen hinder wordt verwacht van deze activiteit. Bedrijven met SBI 553, 552 behoren tot milieucategorie 3.1 waarbij opgemerkt dat dit kampeerterreinen of vakantiecentra zijn met een keuken en in de beoogde situatie is geen keuken aanwezig. Daarnaast is de omvang van de beoogde situatie ook niet te vergelijken met een regulier kampeerterrein of vakantiecentrum. In de beoogde situatie zal ruimte worden geboden aan maximaal 25 kamperplaatsen. De werkelijke hinderafstand zal dan ook lager zijn dan behorende bij deze categorie. Omdat er geen andere passende vormen zijn opgenomen in de handreiking wordt voor de volledigheid toch aangesloten bij deze categorie. Voor een kampeerterrein of vakantiecentra, gelegen in het omgevingstype ‘gemengd gebied’, is de richtafstand 30 meter. De zone van 30 meter rondom woningen in de omgeving van het plangebied is weergegeven op onderstaande afbeelding. Binnen deze zone zullen geen kampeermiddelen worden geplaatst waardoor wordt voldaan aan de richtafstand.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
27
Afbeelding 13: 30-meter contour omliggende woningen
Enkel de ondersteunende horeca met terras/theetuin is gedeeltelijk binnen de contour van de woning aan Groot Loo 3a gelegen. Wanneer voor deze categorie wordt aangesloten bij de richtafstand voor een cafe/bar wordt ruimschoots aan deze afstand voldaan. Deze afstand bedraagt in gemengd gebied immers 0 meter. Voor de akkerbouwloods is de milieucategorie 2, de richtafstand in gemengd gebied bedraagt 10 meter. De akkerbouwloods (agrarisch medegebruik) is in het bestemmingsplan begrensd tot de loods en de direct omliggende verharding. Binnen 10 meter van deze aanduiding zijn geen woningen gelegen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele (agrarische) bedrijven. Zo bevindt zich ten oosten van het plangebied aan het Groot Loo 3b een praktijk voor fysiotherapie (SBI-code 8621) en aan Groot Loo 2A een bouwkundig adviesbureau (SBI-code 74). Beide bedrijven vallen in milieucategorie 1 en hebben in gemengd gebied een richtafstand van 0 meter. Op basis van dit gegeven wordt geconcludeerd dat er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven aanwezig zijn welke in hun bedrijfsactiviteit worden benadeeld ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan het Groot Loo 3.
Conclusie
Gelet op de functies in de omgeving en de bijbehorende richtafstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat inzake bedrijven en milieuzonering. Er wordt een ruim voldoende afstand gerespecteerd. Bovendien worden omliggende bedrijven of functies niet in hun belangen geschaad door de beoogde ontwikkeling aan het Groot Loo 3, mede gezien de ontwikkeling er zorg voor draagt dat een intensieve veehouderijlocatie (milieucategorie 4.1) wordt gesaneerd. 4.6 Geur De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Indirect heeft de Wgv ook
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
28
consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten en dus voor de ruimtelijke ordening, dit wordt ‘omgekeerde werking’ genoemd. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen betekent dit dat de volgende aspecten in ogenschouw moeten worden genomen: a. Wordt er een onevenredige inbreuk gemaakt op de mogelijkheden voor bedrijfsontwikkeling van de nabij gelegen veehouderijen? b. Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? Bij deze ontwikkeling is het belangrijk dat uitgesloten wordt dat door de beoogde ontwikkeling in het plangebied de ontwikkelmogelijkheden van veehouderijen worden belemmerd. Hiervoor moet in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij rekening gehouden worden met de minimale vereiste afstanden tussen een geurgevoelig object en een veehouderij. Dit omdat de woning binnen het plangebied in het verleden heeft behoort tot een veehouderij. Buiten de bebouwde kom geldt voor deze objecten een minimaal vereiste afstand van 50 meter. Binnen de bebouwde kom geldt een minimaal vereiste afstand van 100 meter.
Bedrijfsontwikkeling
De dichtstbij gelegen veehouderij bevinden zich aan het Klein Loo 8 (intensieve veehouderij). De afstand tussen het bouwvlak in het plangebied en de bouwvlak van bovengenoemde veehouderij bedraagt circa 140 meter. Hiermee is aangetoond dat wordt voldaan aan de vereiste afstand. Daarnaast is aan het Klein Loo 5 een woonbestemming gelegen welke op een kortere afstand ligt van de intensieve veehouderij aan het Klein Loo 8 dan de beoogde ontwikkeling in het plangebied aan het Groot Loo 3. De ontwikkeling leidt niet tot belemmeringen van agrarische bedrijven in de omgeving.
Woon- en verblijfklimaat
De minimale afstand tussen een geurgevoelig object en omliggende agrarische bedrijven dient minimaal 50 meter te bedragen aangezien het plangebied in het buitengebied ligt en er sprake is van een voormalige veehouderij. Binnen een straal van 50 meter van het plangebied bevinden zich geen agrarische bedrijven. Op basis hiervan kan al worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied. Voor de volledigheid is ook onderzocht wat de achtergrondbelasting van geur afkomstig van veehouderijen in de omgeving is. Hiervoor is gebruik gemaakt van de kaart, opgesteld door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant in februari 2021. (zie https://atlas.odzob.nl/portal/apps/webappviewer/index.html?id=504c14413ebc4c3e89640fd2be05 d167 ).
Afbeelding 14: uitsnede geurkaart gemeente Hilvarenbeek
Zoals uit afbeelding 14 blijkt ligt het plangebied (blauw omcirkeld) aan het Groot Loo 3 in het gebied met een leefklimaat in de categorie ‘redelijk goed’ (geurbelasting tussen de 7 en 13 Ou/m 3 . Op basis
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
29
van dit gegeven kan ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en verblijfklimaat gegarandeerd worden. 4.7 Gezondheid Gezondheidsrisico’s zijn een optelsom van blootstelling, gevaar en impact. Bij blootstelling wordt er gekeken hoeveel ziekteverwerkers een persoon binnen moet krijgen om geïnfecteerd te raken of ziek te worden. Gevaren zijn er in diverse vormen, zoals biologisch (bijv. ziekteverwekkende bacteriën en zoönose), chemisch (bijv. diergeneesmiddelen of bestrijdingsmiddelen) of fysisch (zoals elektriciteit of ter plaatse gewond raken). Impact staat voor de grootte van het effect dat veroorzaakt wordt.
Achtergrond
Er zijn al diverse onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke relatie tussen (intensieve) veehouderij en volksgezondheid. Het laatste onderzoeken dateren van 16 juni 2017 en 1 september 2018 en zijn vervolgonderzoeken op het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO), dat op 7 juli 2016 is gepubliceerd. In dit onderzoek is endotoxine in de (fijn)stof emissie uit intensieve veehouderijen een relevante component gebleken voor luchtwegklachten en dier-op-mens overdraagbare infectieziekten (zoönose). Gezondheidseffecten worden veroorzaakt door de combinatie van emissies van fijnstof, aan stofdeeltjes gebonden endotoxine en ammoniak-secundair fijnstof uit de veehouderijen. Endotoxine wordt gezien als een goede indicator voor blootstelling van omwonenden aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Derhalve wordt een maximale endotoxinewaarde van 30 EU/m 3 geadviseerd. Uit de vervolgonderzoeken is o.a. gebleken dat de concentratie endotoxinen in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of de dichtheid toeneemt. Ook is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking.
Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km (dit is vergeleken met bewoners zonder een geitenhouderij binnen deze afstand van de woning). De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven.
Toetsing
In de nabije omgeving van het plangebied zijn slechts een klein aantal veehouderijlocaties gelegen, waaronder Groot Loo 9, 11 en 14 en Klein Loo 8. Dit zijn allen kleinschalige rundveehouderijlocaties met zeer beperkte uitstoot van geur, fijnstof/zoönose en ammoniak. Uit onderzoek blijkt dat voor rundveehouderijen geldt dat de effecten op de volksgezondheid naar de omgeving zeer beperkt zijn vanwege de beperkte emissies van met name fijnstof. Voor wat betreft geitenhouderijen kan gesteld worden dat er in de directe nabijheid van het plangebied geen geitenhouderij gelegen is. Op een geruime afstand van circa 1500 meter aan de Oude Tilburgseweg 5 te Hilvarenbeek is de dichtstbijzijnde geitenhouderij gelegen. Deze geitenhouderij heeft een actueel vergunde situatie voor het houden van 785 geiten ouder dan 1 jaar, 562 opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar en 160 opfokgeiten en afmestlammeren van 0 tot en met 60 dagen. Gesteld kan worden dat deze geitenhouderij geen negatieve invloed heeft op de beoogde ontwikkeling ter plaatse van het Groot Loo 3 te Hilvarenbeek. Met de beoogde ontwikkeling worden geen nieuwe objecten gerealiseerd welke het langdurig verblijven van mensen mogelijk maakt. Er is slechts een bestaande bedrijfswoning aanwezig die ook in de toekomstige situatie in gebruik blijft als zijnde bedrijfswoning, dit blijft dan ook onveranderd.
Wel kan gesteld worden dat er sprake is van een uitbreiding van verblijfsrecreatieve activiteiten, waaronder de B&B en 25 camperplaatsen. Echter is hierbij de aanwezigheid van mensen slechts van korte duur daar er sprake is van wisseling van de recreanten en daardoor slechts voor een beperkte periode aanwezig zullen zijn in het plangebied. Op basis van dit gegeven wordt geconcludeerd dat de geitenhouderij aan de Oude Tilburgseweg 5 geen belemmering vormt voor wat betreft de gezondheid binnen het plangebied.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
30
Bovendien moet iedere veehouderij voldoen aan wet- en regelgeving voor diverse milieuaspecten, zoals ammoniakuitstoot, geur, fijnstof, aanwezigheid en gebruik van gevaarlijke stoffen, aan- en afvoer van meststoffen, geluid, brandveiligheid, etc. Deze wet- en regelgeving is er tevens voor om de volksgezondheid in voldoende mate te beschermen. De grenswaarden die in de wet zijn opgenomen worden door deze veehouderijen nageleefd, welke de volksgezondheid van de omgeving in voldoende mate beschermen. Gezien voorgaand kan er worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect volksgezondheid geen onevenredige nadelige effecten zullen optreden binnen het plangebied. Dit blijkt tevens uit de toetsing van de overige milieukundig relevante aspecten uit deze toelichting (zie o.a. geur, luchtkwaliteit, stikstof, etc.). 4.8 Geluid De Wet geluidhinder is sinds 1979 het juridisch kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. Deze wet zorgt voor de bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. In de beoogde situatie blijft de bestaande cultuurhistorische woonboerderij behouden en hierin wordt ruimte geboden aan 2 B&B kamers. In de bestaande situatie is de woning al een geluidsgevoelig object.
In de beoogde situatie wordt de agrarische bestemming omgezet naar een recreatieve bestemming waarbij ruimte wordt geboden aan maximaal 25 camperplaatsen (half jaarlijks bezet), Bed&Breakfast en een theetuin. Ook zal gedeeltelijk sprake zijn van agrarisch medegebruik. Deze nieuwe invulling brengt vervoersbewegingen met zich mee. Hiervoor in de plaats verdwijnt een agrarisch bedrijf met bijbehorende vervoersbewegingen en geluidsbronnen zoals ventilatoren. Door het verdwijnen van het agrarische bedrijf zal de geluidsuitstraling vanuit de inrichting ter plaatse zal kleiner zijn dan in de huidige situatie. Zoals opgenomen in de paragraaf ‘Bedrijven en milieuzonering’ worden de nieuwe functies op voldoende afstand van objecten in de omgeving gesitueerd. Omdat in deze paragraaf ook het aspect geluid betrokken is, is aannemelijk dat er ook geen hinder vanuit het plangebied naar de omgeving wordt verwacht. Daarnaast zal het bedrijf na oprichting ten alle tijden moeten voldoen aan de geluidsvoorschriften die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Hiermee mag aangenomen worden dat de omliggende woningen voldoende worden beschermd. Gezien het feit dat de omschakeling van de bestemming geen relevante akoestisch wijziging met zich meebrengt, kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn voor onderhavig initiatief in het kader van geluid.
4.9 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico's van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NOx als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
31
Afbeelding 15: uitsnede GCN-kaarten
In de agrarische sector is voornamelijk de emissie van fijnstof bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving. Fijnstof, zowel PM10 en PM2,5 komt voornamelijk door emissie van huid-, mest-, voer- en strooiseldeeltjes uit de stallen. Dit gebeurt continu (24 uur per dag). De belangrijkste bron bij een veehouderij zijn de stallen. Het vrijkomen van fijnstof ten gevolge van overige activiteiten op het bedrijf zijn verwaarloosbaar ten opzichte van de emissie uit de stallen. Voor het bepalen van de concentraties fijnstof in de omgeving van veehouderijen, zijn gegevens nodig over de hoeveelheid fijnstof die dieren produceren. Deze hoeveelheid varieert per dier en is afhankelijk van het huisvestingssysteem zoals het type stal. De emissiefactoren voor fijnstof geven per huisvestingssysteem aan hoeveel fijnstof een bepaald dier per jaar produceert. De Animal Sciences Group (ASG) van de Universiteit Wageningen stelt de factoren op die door de overheid jaarlijks worden gepubliceerd. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich enkele agrarische bedrijven (veelal rundvee) maar deze bedrijven beïnvloeden de luchtkwaliteit niet negatief ter plaatse van het plangebied. Daarnaast zijn de achtergrondconcentraties fijnstof (PM 10) en stikstofdioxide (NO2) dermate laag binnen de gemeente Hilvarenbeek dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden.
Dit is af te leiden van de GCN-kaarten van het RIVM, zie afbeelding 15. Zo is de achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied 15,38 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied bedraagt 9,261 μg/m3, waar de norm eveneens 40 μg/m3 bedraagt. De verkeersaantrekkende werking van de nieuwe ontwikkeling is bepalend voor de luchtkwaliteit ter plaatse. In paragraaf 4.3.2 van dit bestemmingsplan is de verkeersaantrekkende werking van het initiatief reeds beschreven. Hieruit volgt dat de beoogde ontwikkeling een verkeersaantrekkende werking heeft van afgerond 28 voertuigbewegingen per dag. In onderstaande tabel is deze verkeersantrekkende werking verwerkt in de NIBM-tool om aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
32
Tabel 1: NIBM-tool
Hieruit is te concluderen dat ter plaatse van het plangebied een aanvaardbare luchtkwaliteit aanwezig is en dat de ontwikkeling NIBM bijdraagt aan de luchtkwaliteit. 4.10 Bodemkwaliteit In het kader van de Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij bouwwerkzaamheden of functiewijzigingen rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De bodemkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Een historisch en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 dient te worden uitgevoerd wanneer de bestemming en/of gebruik wordt gewijzigd en wanneer een gebouw of gebruik wordt gerealiseerd waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. In de toekomstige situatie zal de bestemming wijzigen van een agrarische bestemming naar een niet-agrarische bestemming, in dit geval een recreatieve bestemming waar mensen voor langere tijd zullen verblijven. In dat kader is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Omdat uit dit verkennend onderzoek is gebleken dat er sprake is van een verontreiniging van zink binnen het plangebied aanwezig is. Daarnaast is nader onderzoek naar asbest nodig ter plaatse van één boring. Om deze reden is een nader bodemonderzoek uitgevoerd door Lankelma Geotechniek Zuid BV. Ook dit rapport is als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen betrekking op bodemingrepen.
De activiteiten vinden plaats in bestaande bebouwing en waar in de gronden verhoogde waarden aanwezig zijn is er geen sprake van langdurig verblijf van personen. Wanneer in de toekomst toch bodemingrepen worden verricht zal hiervoor, conform de Wet bodembescherming, de nodige meldingen en/of vergunningen worden aangevraagd. Op dit moment is voldoende zekergesteld dat met de herbestemming de bodemkwaliteit aanvaardbaar is. 4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
33
4.11.1 Regelgeving
De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor Groot Loo 3 kunnen zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) binnen het invloedsgebied. In onderstaand kader worden deze risico’s nader uitgelegd. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt.
De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongevalscenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar.
Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
34
4.11.2 Toetsing aan beleid
Afbeelding 16: uitsnede risicokaart, plangebied aangegeven met pijl
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Aangezien onderhavige plangebied niet is gelegen binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De ontwikkeling is gelegen buiten de invloedsfeer van zowel het spoortraject, Rijksweg en provinciale weg. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Ten noorden van het plangebied is op een afstand van circa 220 meter de dichtstbij gelegen buisleiding gelegen. De voorgenomen ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer (5 meter) van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Een verdere beoordeling aan het Bevb is niet van toepassing.
Conclusie
Gezien het voorgaande kan er gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn voor onderhavig initiatief in het kader van externe veiligheid. 4.12 Verkeer en parkeren De ontsluitingssituatie van het plangebied wijzigt in de beoogde situatie niet. De toegang naar het alle bedrijfsvormen geschiedt via de bestaande inrit welke gelegen is ten westen van de bestaande woning. Het Groot Loo is ter plaatse van het plangebied een verharde weg waar men in oostelijke richting naar de kern van Hilvarenbeek gaat en in westelijke richting naar het buitengebied van Hilvarenbeek. Verkeer Om de verkeersgeneratie te berekenen is gebruik gemaakt van de verkeerskencijfers van het CROW. Het CROW kenmerkt verschillende categorieën om de parkeerkencijfers en de verkeersgeneratie te berekenen. In het kader van de stikstofberekening is reeds een onderbouwing aangeleverd voor de
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
35
verkeersaantrekkende werking van het beoogde initiatief. Per etmaal is er sprake van maximaal 28 voertuigbewegingen als gevolg van de ontwikkeling. De huidige infrastructuur (Groot Loo) heeft voldoende capaciteit om dit aantal vervoersbewegingen te ontsluiten. Parkeren Parkeren geschiedt op eigen terrein waarbij aan de voorzijde van het plangebied nabij het woonhuis met B&B. Hier worden parkeerplaatsen ingericht ten behoeve van B&B gasten en voor privé gebruik. De campergasten hebben voldoende aan de ingerichte camperplaatsen verderop het perceel op de daarvoor bestemde camperplaatsen. Zij behoeven geen extra parkeerplaatsen. Gezien hetgeen hierboven beschreven wordt geconcludeerd dat ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren er geen belemmeringen zijn. 4.13 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 13). Aangezien er in de beoogde ontwikkeling niet gebouwd gaat worden behoeft er geen KLIC-melding gemaakt te worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
36
5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.
Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals voorliggend plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.
Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: ▪ Enkelbestemming ‘Recreatie’ ▪ Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’; ▪ Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3; ▪ Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’; ▪ Bouwvlak bouwvlak ▪ Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – bebouwingsconcentratie’ ▪ Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – beperkingen veehouderijen’ ▪ Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – historische verkavelingsstructuur’ ▪ Gebiedsaanduiding ‘Overige zone - kampenlandschap Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het huidige vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, van de gemeente Hilvarenbeek, vastgesteld op 13 maart 2014. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. 5.3 Toelichting regels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan om zodoende de oppervlakte van het bijgebouw te regelen. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
37
regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
38
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan het Groot Loo 3 betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dit kader heeft op 19 juli 2020 een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Hiervan is een verslag gemaakt waarop alle aanwezigen een reactie hebben gegeven met als conclusie dat men positief staat tegenover de geplande ontwikkeling (zie bijlage). In het kader van de AVG-wetgeving zijn het verslag en de reacties geanonimiseerd.
6.2.1
Vooroverleg
In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant. Hieronder worden de vooroverlegreacties samengevat: Waterschap de Dommel - Begrenzing: gevraagd wordt om aan de achterzijde het perceel, wat in eigendom is van het waterschap buiten de begrenzing te leggen. Hier wordt niet mee ingestemd omdat dit gedeelte in het vigerende bestemmingsplan binnen het agrarisch bouwvlak ligt. Om deze reden dienen deze gronden ook te worden herbestemd - Gevraagd wordt wat er voor handelingen plaats zullen vinden ter plaatse van de onderhoudsstrook ten noordwesten van de watergang van het waterschap. De gronden worden hier bestemd naar ‘Agrarisch’. Er vinden met de ontwikkeling ter plaatse geen ontwikkelingen plaats. Het gebruik is onveranderd aan de huidige situatie - Opgemerkt wordt dat er naast de watergang geen beplanting mag worden opgericht. Het inpassingsplan maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In dit inpassingsplan is weergegeven dat er geen beplanting wordt opgericht. - De gronden aan de zuidzijde van het plangebied zijn laag gelegen waardoor hier meer kans is op wateroverlast. Omdat met dit bestemmingsplan het feitelijk gebruik van deze gronden niet veranderd is hiervoor geen nadere beschrijving opgenomen.
Mochten er in de toekomst hier ontwikkelingen plaatsvinden moet rekening worden gehouden met de regels uit de Keur. - Als gevolg van de nieuwe activiteiten zal er meer afvalwater worden afgevoerd. Door het waterschap is aangegeven dat hierover afspraken met de gemeente over worden gemaakt. Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Provincie Noord-Brabant - Schuur agrarisch medegebruik: opgemerkt wordt dat de schuur aan de achterzijde van het perceel de aanduiding ‘agrarisch’ heeft. In de regels is hiervoor opgenomen dat de schuur enkel mag worden gebruikt voor de opslag van agrarische producten en materieel. Hiermee is verzekerd dat er geen zelfstandig agrarisch bedrijf kan worden geëxploiteerd. - Kwaliteitsverbetering bestemming recreatie: Verzocht wordt om de bestemming te verkleinen waardoor beter wordt aangesloten bij het afsprakenkader. De bestemming is reeds begrensd tot de bestaande voorzieningen en verhardingen die in de beoogde situatie behouden blijven. Een verdere verkleining is dan ook niet gewenst - Landschappelijke inpassing. De uitvoering en instandhouding van de landschappelijke inpassing is niet voldoende geborgd. Deze opmerking is verwerkt door een voorwaardelijke verplichting op te nemen en het inpassingsplan als bijlage bij de regels toe te voegen. Hiermee is de landschappelijke inpassing ook planologisch geborgd.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
39
-
6.2.2
Teeltondersteunende voorzieningen: In de vooroverlegversie van dit plan is opgenomen dat binnen de bestemming ‘Agrarisch’ teeltondersteunende voorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie is deze bepaling verwijderd
Zienswijzen en beroep
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het wijzigingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
40
7. Bijlagen Bijlage 1: Situatietekening plangebied Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3: Berekening kwaliteitsverbetering Bijlage 4: Bodemonderzoek (2x) Bijlage 5: Aerius berekening Bijlage 6: Vormvrije mer-beoordeling Bijlage 7: Omgevingsdialoog
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
41
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
42