15 Bestemmingsplan Groot Loo 3 (6 toelichting)
Tekst van het document
Groot Loo 3, Hilvarenbeek
bestemmingsplan Groot Loo 3, Hilvarenbeek
Inhoudsopgave
Toelichting
2 erp)
3
bestemmingsplan "Groot Loo 3, Hilvarenbeek" (ontw
bestemmingsplan Groot Loo 3, Hilvarenbeek
Toelichting
bestemmingsplan "Groot Loo 3, Hilvarenbeek" (ontwerp) 3
Toelichting Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek Gemeente Hilvarenbeek
Projectlocatie:
Groot Loo 3, Hilvarenbeek
Projectnummer:
19242.004
Datum:
5 november 2020, laatst gewijzigd 9 maart 2021
Opgesteld door:
Marjolijn Raymakers
IMRO-code:
NL.IMRO.0798.BPGrootLoo3-ON01
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
1
Van Dun Ontwerp en Planologie is een handelsnaam van Van Dun Advies BV.
Inhoudsopgave 1.
INLEIDING..................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 3 1.2 Vigerend planologisch regime ............................................................................................. 3 1.3 Procedure ......................................................................................................................... 4 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................... 5 2. PROJECTBESCHRIJVING ............................................................................................... 6 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................. 6 2.2 Beoogde situatie ................................................................................................................ 6 3. BELEIDSKADER .............................................................................................................. 8 3.1 Rijksbeleid ........................................................................................................................
8 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................... 8 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................................... 8 3.2.2 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) .............................................. 9 3.2.3 Interim omgevingsverordening (Iov) ............................................................................ 9 3.3 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................13 3.3.1 Strategie vitalisering buitengebied ..............................................................................13 3.3.2 Bestemmingsplan ......................................................................................................14 4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN..............................................
18 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.......................................................18 4.2 Waterhuishouding ............................................................................................................18 4.2.1 Waterrelevant beleid ..................................................................................................18 4.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie ...................................................................21 4.2.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie .....................................................................21 4.3 Natuur .............................................................................................................................21 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................21 4.3.2 Wet natuurbescherming .............................................................................................22 4.4 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ..........................................................................25 4.4.1 Cultuurhistorie en aardkunde .....................................................................................26 4.4.2 Archeologie ...............................................................................................................26 4.5 Bedrijven en
milieuzonering ..............................................................................................26 4.6 Geur ................................................................................................................................28 4.7 Gezondheid ......................................................................................................................30 4.8 Geluid ..............................................................................................................................31 4.9 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................31 4.10 Bodemkwaliteit .................................................................................................................33 4.11 Externe veiligheid .............................................................................................................33 4.11.1 Regelgeving ..............................................................................................................34 4.11.2 Toetsing aan beleid ...................................................................................................35 4.12 Verkeer en parkeren .........................................................................................................35 4.13 Technische infrastructuur
..................................................................................................36 5. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .............................................................................. 37 5.1 Juridische achtergrond ......................................................................................................37 5.2 Toelichting verbeelding .....................................................................................................37 5.3 Toelichting regels .............................................................................................................37 6. UITVOERBAARHEID ..................................................................................................... 39 6.1 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................39 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................39 6.2.1 Vooroverleg ..............................................................................................................39 6.2.2 Zienswijzen en beroep ...............................................................................................40 7. BIJLAGEN..................................................................................................................... 41
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
2
1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het vigerend planologisch regime en de procedure aan bod. 1.1 Aanleiding en doel De initiatiefnemers zijn woonachtig aan het Groot Loo 3 te Hilvarenbeek, waar een voormalige rundvee- annex varkenshouderij gevestigd is. Initiatiefnemers zijn voornemens om de huidige agrarische bestemming te herbestemmen naar recreatie zodat enkele recreatieve activiteiten ontplooid kunnen worden en waarbij de agrarische loods op het achterste deel van het plangebied, naast de recreatieve bestemming, ook gebruikt kan worden ten behoeve van de opslag van agrarische materieel van het agrarische bedrijf van de broer van de initiatiefnemer.
Afbeelding 1: Ligging plangebied
Met het beoogde initiatief wordt leegstaande agrarische bebouwing en verpaupering van de omgeving voorkomen door het gedeeltelijk slopen en renoveren van de bedrijfsbebouwing en is er sprake van aanzienlijke milieukundige en ruimtelijke kwaliteitswinst. Voor initiatiefnemer wordt er een toekomstbestendig bedrijf gevormd en voor de omgeving is het verdwijnen van de voormalige rundvee- annex varkenshouderij een kwaliteitsimpuls. 1.2 Vigerend planologisch regime Het plangebied maakt onderdeel uit van het ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’. Dit plan heeft grotendeels betrekking op de wijziging van de regels behorende bij bestemmingen uit het eerder vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld op 13 maart 2014. Volgens het actuele bestemmingsplan heeft het plangebied de volgende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming ‘Agrarisch’ • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ • Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ (woonboerderij) • Bouwvlak – bouwvlak • Functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderijen’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – historische verkavelingsstructuur’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – kampenlandschap’
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
3
Afbeelding 2: uitsnede vigerend bestemmingsplan
Uit de regels van het bestemmingsplan blijkt dat ter plaatse van onderhavige locatie de aanwezige gronden zijn bestemd voor een intensieve veehouderij. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen de vigerende regels van de huidige bestemming. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. Hierbij dient de huidige agrarische bestemming omgezet te worden naar een recreatiebestemming. 1.3 Procedure Voor het gewenste initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kunnen belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar maken. Gedurende de inzagetermijn ligt het ontwerpbestemmingsplan (verbeelding, regels en toelichting, inclusief bijbehorende bijlagen) ter inzage. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd.
Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
4
1.4 Leeswijzer In voorliggende toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het vigerend planologische regime en de te doorlopen procedure is beschreven. Hierna is in het tweede hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de bestaande en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 van voorliggende toelichting wordt het van toepassing zijnde beleid uiteengezet, welke het provinciaal en gemeentelijk beleid betreft. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische planbeschrijving is vervat in hoofdstuk 5 van voorliggende toelichting waarin een beschrijving van de juridische achtergrond van onderhavig bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in het daaropvolgende hoofdstuk.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
5
2. Projectbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Het plangebied aan het Groot Loo 3 bestaat uit 3 kadastrale percelen, te weten 2530, 2536 en 2537 en het betreft een voormalige rundvee- annex varkenshouderij. Op perceel 2536 zijn de aanwezige stallen gedeeltelijk gesaneerd (asbest verwijderd in 2017). De woonboerderij (perceel 2530) dateert uit 1924 en wordt door de initiatiefnemers bewoond. Tevens is deze woonboerdij aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevol’. Een gedeelte van deze woonboerderij is reeds in verbouw tot B&B (kamers in het schuurgedeelte). Op het achterste deel in het plangebied (perceel 2637) staat een agrarisch bijgebouw dat wordt gebruikt voor opslag van materieel ten behoeve van het bewerken van het achterliggende agrarische landschap wat in eigendom is van de broer van de initiatiefnemer. Afbeelding 3 geeft een beeld van de bestaande situatie ter plaatse en de inpassing ervan in de omgeving van het plangebied.
Afbeelding 3: vooraanzicht plangebied
2.2 Beoogde situatie In de beoogde situatie wenst de initiatiefnemer de huidige agrarische bestemming om te zetten in een recreatiebestemming met daarbij enkele kleinschalige recreatieve activiteiten zoals het handhaven van de 2 bestaande B&B kamers, het creëren van maximaal 25 nieuwe campersplaatsen en camperstalling, en een nieuwe horecagelegenheid inclusief terras in de vorm van een theehuis. Initiatiefnemers willen hiermee van toegevoegde waarde zijn voor de directe omgeving (slopen van voormalige agrarische bebouwing en het landschappelijk inpassen) en de gemeente (voorkomen van leegstand van een toekomstige VAB-locatie, het faciliteren van de wens van de burger om er te gaan wonen en het creëren van een kleinschalige recreatiemogelijkheid nabij de kern met een positieve aanvulling op de huidige recreatieve sector). Zo zal de B&B met een maximale omvang van 150 m 2 in de woonboerderij aanwezig blijven. Hier blijven de twee kamers met in totaal maximaal 6 bedden aanwezig. Tevens wenst de initiatiefnemer het bijgebouw horende bij de woonboerderij (ca 135 m2) te behouden en de 2 stallen waarvan het asbest reeds is verwijderd te slopen (ca 885 m 2). Deze vrijkomende ruimte wordt benut ten behoeve van enkele camperplaatsen. Van de oude koeienstal blijft slechts een klein gedeelte behouden ten behoeve van water- en elektriciteitsvoorzieningen voor de camperplaatsen (ca 85 m 2).
Daar waar de oude varkensstal heeft gestaan zullen de gronden worden aangeplant. De huidige houtopslag blijft
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
6
behouden (ca 40m2). Tevens wenst men een ruimte te creëren in de voormalige stal waar de gasten van de B&B en de campergasten gezellig samen kunnen zijn en in alle rust buiten kunnen genieten van een drankje op het boerenterras. De ondersteunende horeca waar mensen terecht kunnen voor bijvoorbeeld een kopje koffie (geen maaltijden) heeft hierbij een oppervlakte van circa 70 m 2 en het bijbehorende terras maximaal 50 m2. De open veldschuur (aan drie zijden open), gelegen langs de perceelsgrens aan de oostzijde van het plangebied, blijft behouden ten behoeve van de opslag/stalling van kampeerartikelen ten behoeve van de camperplaatsen en voor eventuele stalling van de campers zelf (ca 275m2). De gehele locatie zal aan de achterzijde groen omringd worden zodat eventuele campers niet zichtbaar zijn voor bijvoorbeeld de buren. Aan de zijkant staat al deels een hoge heg. De aanwezige sleufsilo`s en voerplaten met een gezamenlijke oppervlakte van circa 900 m 2 worden gesloopt. Het agrarisch bijgebouw van circa 340 m² ter plaatse van perceel 2637, welke in eigendom en in gebruik is bij de broer van initiatiefnemer, krijgt eveneens de recreatiebestemming waarbij tevens het gebruik als werktuigenberging mogelijk wordt gemaakt aangezien dit noodzakelijk is voor het kunnen blijven bewerken van het achterliggende agrarische grondgebied.
Afbeelding 4 geeft een beeld van de beoogde situatie ter plaatse en de inpassing ervan in de omgeving van het plangebied.
Afbeelding 4: bestaande en beoogde situatie plangebied
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
7
3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het voor onderhavige ontwikkeling relevante ruimtelijke rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid uiteengezet. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling in dit hoofdstuk tevens aan dit beleid getoetst. 3.1 Rijksbeleid Gezien onderhavig initiatief dermate kleinschalig van aard is heeft deze geen invloed op het rijksbeleid en wordt derhalve in dit hoofdstuk niet beschreven. 3.2 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014, de Interim omgevingsverordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.
Brabant staat met zijn TOPlandschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050.
Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
8
3.2.2
Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014)
De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 2 juli 2014 vastgesteld. De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is door vertaald in de regels van de Verordening ruimte. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid.
Afbeelding 5: Uitsnede structurenkaart Svro 2014
Volgens de structurenkaart, zie afbeelding 5, is onderhavig plangebied gelegen in het gemengd landelijk gebied. In het gemengde landelijke gebied vindt een vermenging van functies plaats. Naast het gebruik van de gronden ten behoeve van de land- en tuinbouw, is er ook plaats voor natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Daar de locatie gelegen is in het gemengde landelijk gebied, hanteert de provincie het multifunctionele gebruik als uitgangspunt. Onderhavig initiatief, het creëren van mogelijkheden op het gebied van recreatie, maakt onderdeel uit van een multifunctioneel gebied. Onderhavig initiatief past derhalve binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 – partiële herziening 2014.
3.2.3
Interim omgevingsverordening (Iov)
De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is op 25 oktober 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en is op 5 november 2019 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
9
waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen binnen de aanduidingen ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’, beperking veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’, zie afbeelding 5.
Afbeelding 6: uitsnede Interim omgevingsverordening (Iov)
De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen: - 2.74 beperking veehouderij - 3.29 cultuurhistorisch waardevol gebied - 3.52 aanvullende regels stalderen Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikelen 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.
Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6)
Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
10
De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag, zowel binnen het bestaande bouwvlak als binnen bestaande bebouwing in het plangebied. Toetsing aan de ladder is daarom niet benodigd.
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)
De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.
Meerwaardecreatie (artikel 3.8)
Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door het bestaande bouwvlak met bebouwing te gebruiken ten behoeve van een nieuwe recreatieve functie zodat leegstand en verloedering van deze bebouwing wordt voorkomen. Tevens verbetert de milieusituatie ter plaatse aangezien er sprake van een afname van de aanwezige bebouwing van het voormalige agrarische bedrijf.
Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)
Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Hilvarenbeek is de regeling ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015, vastgesteld op 10 december 2015 van toepassing. Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 2 ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling dient een landschappelijke inpassing plaats te vinden zodat het plangebied in de nieuwe situatie op een juiste wijze wordt ingepast in de omgeving van het plangebied. Deze landschappelijke inpassing is als bijlage bij dit bestemmingsplan bijgevoegd. Beperking veehouderij (artikel 2.74) De beoogde ontwikkeling ligt in lijn met de aanduiding ‘Beperking veehouderij’. De milieurechten horende bij het voormalige rundveebedrijf zijn reeds ingeleverd.
In de beoogde situatie wordt de nog aanwezige agrarische bedrijfsbebouwing grotendeels gesloopt en wordt het voormalige rundveebedrijf beëindigd. Cultuurhistorisch waardevol gebied (artikel 3.29)
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
11
Een cultuurhistorisch waardevol gebied is mede gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden ter plaatse van de aanduiding. In de beoogde situatie zal hieraan bijgedragen worden aangezien cultuurhistorische bebouwing wordt behouden (woonboerderij met B&B) en overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Hiernaast zal worden voorzien in een robuuste en gebiedseigen landschappelijke inpassing, rekening houdend met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden ter plaatse. Aanvullende regels stalderen (artikel 3.52) In de Iov zijn in dit artikel regels opgenomen voor stalderen. Stalderen betekent dat er pas mag worden uitgebreid in m2 dierenverblijf (bij bouw of gebruikswijziging) als elders 120% of 200% van de oppervlakte aan dierenverblijf wordt gesaneerd. De beoogde ontwikkeling betreft in dit geval het herbestemmen van een agrarische bestemming naar een recreatiebestemming. De aanvullende regels met betrekking tot staldering zijn in dit geval niet van toepassing. Landelijk gebied Het plangebied is gelegen in het gemengd landelijk gebied. In artikel 3.73 uit de Iov gaat nader in op de vestiging van een niet agrarische functie in landelijk gebied.
Lid 1
Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;
Het plangebied is gelegen aan de westzijde van Hilvarenbeek en vormt tevens de overgang naar het open (agrarische) gebied in zuidelijke en westelijke richting. Gezien de nabijgelegen woonbestemmingen is de herbestemming van een voormalig agrarisch bedrijf naar een recreatiebestemming wenselijk en sluit beter aan op de omgeving. Tevens wordt verval van voormalige agrarische bebouwing voorkomen door een gedeelte hiervan te slopen en een gedeelte te herbestemmen en hergebruiken.
2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;
De ontwikkeling heeft positieve gevolgen voor de leefbaarheid en leegstand ter plaatse van het plangebied. De eventuele gevolgen voor de milieuhygiënische aspecten worden in hoofdstuk 4 nader omschreven.
3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied.
Door de beoogde ontwikkeling wordt voorkomen dat voormalige agrarische bebouwing leeg komt te staan en kan verloederen. Overtollige bebouwing wordt in dit geval gesloopt en de overige bebouwing in het bestaande bouwvlak wordt gebruikt ten behoeve van de nieuwe recreatieve functie. Tevens wordt het huidige agrarische bouwvlak aanzienlijk verkleind van circa 1,17 hectare naar circa 7500 m2 aan recreatief bouwvlak.
b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel;
Er is geen sprake van splitsing van het bouwperceel.
c. overtollige bebouwing wordt gesloopt;
Overtollige bebouwing wordt gesloopt, in deze gaat het om de sloop van circa 885 m2 aan voormalige agrarische bebouwing en 900 m2 aan sleufsilo’s en voerplaten.
d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; Niet van toepassing.
2. lawaaisport;
Niet van toepassing.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
12
3. mestbewerking.
Niet van toepassing.
Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; De omvang van zal het bouwvlak als de bebwouing zal in de beoogde situatie afnemen. Ten behoeve van de nieuwe recreatieve functie wordt deels de bestaande bebwouing in het plangebied gebruikt. De omvang van de locatie zal in de beoogde situatie dus afnemen. De publieksaantrekkende werking wordt in paragraaf 4.10 van deze toelichting nader beschreven.
b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan;
In de beoogde situatie wordt een recreatieve functie toegestaan ten behoeve van een B&B en 25 camperplaatsen. Tevens wordt de achterliggende werktuigenberging (340 m2) gebruikt ten behoeve van opslag van materieel ten behoeve van het bewerken van achterliggende (agrarische) gronden (agrarisch medegebruik).
c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;
Opslag en stalling vindt plaats in de te behouden bebouwing in het plangebied.
d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Hieraan zal toekomstig, indien van toepassing, aan worden voldaan.
Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein;
Het gaat enkel om een kleinschalig recreatief bedrijf welke plaats biedt aan 25 camperplaatsen en een B&B in de bestaande woonboerderij. Deze vorm van bedrijvigheid is niet wenselijk op een bedrijventerrein en past, gezien de ligging aan de rand van Hilvarenbeek richting het buitengebied, derhalve prima in het plangebied en omgeving.
b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Er is geen detailhandelsvoorzienig aanwezig in de beoogde situatie.
c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare.
In de beoogde situatie heeft het recreatieve bouwvlak (vrije-tijd) een omvang van circa 7500 m2 en is hiermee dus kleiner dan de maximale oppervlakte van 1 hectare Op basis van bovenstaande toetsing aan de voorwaarden, zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening, wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling aan het Groot Loo 3 in overeenstemming is met de Interim omgevingsverordening Noord Brabant. 3.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is vervat in de ’Strategie vitalisering buitengebied’ en het bestemmingsplan.
3.3.1
Strategie vitalisering buitengebied
De afgelopen jaren is er veel veranderd in het buitengebied. Aangezien deze trend zal zich de komende jaren ook verder zal doorzetten heeft de gemeente een uitvoeringsstrategie opgesteld voor het buitengebied. De gemeente ziet een breed scala aan mogelijkheden voor nieuwe functies in vrijkomende (agrarische) gebouwen, zoals kansen voor functies op het gebied van recreatie, toerisme, horeca en zorg. Hier zijn wel enkele randvoorwaarden op van toepassing: • De voorwaarde van sloop betreft niet uitsluitend de eigen locatie, maar kan ook gaan om een
locatie elders in het buitengebied.
In dit geval wordt overtollige bebouwing in het plangebied gesloopt.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
13
•
Op basis van de strategie is ook vervangende nieuwbouw mogelijk. Op basis van de voorwaarden in het bestemmingsplan buitengebied is veelal alleen hergebruik van bestaande gebouwen toegestaan. Dit principe laten we los. Ook vervangende nieuwbouw is mogelijk, mits het per saldo maar leidt tot kwaliteitswinst.
In de beoogde situatie wordt een deel van de bestaande gebouwen in het plangebied hergebruikt ten behoeve van recreatieve doeleinden en ten behoeve van agrarisch medegebruik (werktuigenloods). De overige bebwouing in het plangebied wordt gesloopt. •
Om het karakter van het buitengebied in stand te laten, dient een herontwikkeling niet groter te worden dan de schaal van de bebouwing op een agrarisch erf (niet groter dan circa 5.000 m2). Het agrarisch bouwvlak van circa 1,17 ha wordt verkleind naar een recreatief bouwvlak van circa 7500 m2. Deze oppervlakte is nodig teneinde alle te behouden bebouwing (inclusief achterliggende werktuigenloods) binnen het bouwvlak te laten vallen.
•
De vorm van het voormalige bouwvlak is niet op voorhand bepalend. Ook een vergroting van het erf is mogelijk, mits het geheel nog wel de omvang en uitstraling van een agrarisch erf heeft. In de beoogde situatie zal het bouwvlak worden bepaald door de bebouwing welke zal worden hergebruikt. De bebouwing dient binnen dit bouwvlak te liggen en hierdoor wordt de contour van het bouwvlak bepaald.
•
.
3.3.2
Er moet sprake blijven van een koppeling tussen de aanwezige woning en de nieuwe functie. Deze voorwaarde is belangrijk om te voorkomen dat de woning en de bedrijfsgebouwen worden opgesplitst. Opsplitsing leidt al snel tot overlast over en weer en roept de vraag weer op naar huisvesting voor de ondernemer van de functie in de bedrijfsgebouwen.
De initiatiefnemer is in de huidige en blijft in de beoogde situatie woonachtig in het woonhuis aan de voorzijde van het perceel. Tevens zijn zij zelf eigenaar en uitbater van de B&B en de recreatieve functie in de vorm van de verhuur van camperplaatsen. De achterliggende werktuigenloods is in eigendom van de broer van de initiatiefnemer. Dit blijft in de beoogde situatie ook het geval zodat de broer de achterliggende landbouwgronden kan blijven bewerken en de benodigde opslag van materieel om dit mogelijk te maken plaats kan vinden in de reeds aanwezige werktuigenloods.
Bestemmingsplan
Het plangebied maakt onderdeel uit van het ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’. Dit plan wijzigt onderdelen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld op 13 maart 2014 vigerend. Hierin heeft het plangebied de volgende (dubbel)bestemmingen en aanduidingen: • Enkelbestemming ‘Agrarisch’ • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’ • Dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ (woonboerderij) • Bouwvlak – bouwvlak • Functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderijen’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – historische verkavelingsstructuur’ • Gebiedsaanduiding ‘overige zone – kampenlandschap’
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
14
Afbeelding 7: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan
Wijziging naar Recreatie (artikel 3.6.10) Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en/of de daaraan grenzende gronden wijzigen in Artikel 11 Recreatie, teneinde hergebruik van de bebouwing toe te staan met de daarbij behorende gronden voor extensieve vormen van dagen verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theetuin, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, bed en breakfast voorzieningen in een grotere omvang e.d., toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de activiteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; Alle activiteiten vinden plaats in reeds aanwezige gebouwen. b. de omvang van het bestemmingsvlak is passend bij de beoogde functie, met dien verstande
dat de omvang niet meer bedraagt dan het voormalige agrarisch bouwvlak tot een maximum van 5000 m2;
Het agrarisch bouwvlak van circa 1,17 ha wordt verkleind naar een recreatief bouwvlak van circa 7500 m2. Deze oppervlakte is nodig teneinde alle te behouden bebouwing (inclusief achterliggende schuur) binnen het bouwvlak te laten vallen.
c. voor verblijfsrecreatieve voorzieningen geldt het volgende: 1. verblijfsrecreatieve activiteiten zijn toegestaan in de vakantieappartementen, bed & breakfast, kampeermiddelen e.d.;
vorm
van
Een gedeelte van het bestaande woonhuis wordt gebruikt ten behoeve van een B&B (2 eenheden).
2. bij groepsaccommodatie zijn maximaal 250 bedden toegestaan; Er is geen sprake van groepsaccommodatie (voor meer dan 250 bedden) 3. voor kampeermiddelen gelden de bepalingen: • kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van minimaal
25 m van de bestemming Wonen van derden;
De camperplaats bevindt zich op meer dan 25 meter afstand van het woonhuis. •
uitsluitend kampeermiddelen met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans) zijn toegestaan; In de beoogde situatie worden er camperplaatsen gerealiseerd.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
15
•
er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per camping toegestaan, uitsluitend in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober;
In de beoogde situatie worden maximaal 25 camperplaatsen gerealiseerd welke uitsluitend toegankelijk zijn in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober. •
15% van het nieuwe bestemmingsvlak landschappelijke inpassing;
bestaat
uit
een
robuuste
Hieraan wordt voldaan, zie de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in de bijlage. d. ten aanzien van de functies in het algemeen, geldt het volgende:
1. de bebouwde oppervlakte ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 1000 m2 dan wel niet meer dan de bestaande bebouwde oppervlakte indien deze minder bedraagt dan 1000 m2; 2. maneges zijn niet toegestaan; Niet van toepassing 3. hotels, conferentievoorzieningen en wellness zijn niet toegestaan; Niet van toepassing 4. ten behoeve van de activiteit is ondergeschikte en ondersteunende routegebonden
horeca toegestaan, zoals de verkoop van ijs, thee e.d.; de verkoopvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 100 m2;
Er is ondersteunende horeca aanwezig (circa 70 m2) met terras (circa 50 m2) en een theetuin.
5. detailhandel is uitsluitend toegestaan in ondergeschikte, aan de recreatieactiviteit
gerelateerde vorm; de verkoopvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 100 m 2; Er is geen sprake van de aanwezigheid van detailhandel.
e. er dient een, door de gemeente goed te keuren, bedrijfsplan te worden overlegd;
f.
In paragraaf 2.2 van deze toelichting is de beoogde ontwikkeling beschreven. Hieruit wordt duidelijk dat het gaat om een reële bedrijfsvoering, namelijk het exploiteren van een B&B en camperplaatsen.
er dient te worden voldaan aan de volgende landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen: 1. Landschappelijke inpassing : er is aangetoond dat binnen een jaar na realisatie van de bebouwing sprake zal zijn van een goede landschappelijke inpassing alsmede de instandhouding daarvan, welke tenminste 10% van de omvang van het bouwvlak omvat en welke is gelegen binnen het bouwvlak dan wel dat er sprake is van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsontwikkelingsplan; 2. Zuinig ruimtegebruik: de inrichting van het bouwvlak bevordert een gunstige verhouding tussen bruto (bestemmings- of bouwvlak) en netto (bebouwing) ruimtebeslag. 3. Ontstening: met het initiatief wordt eveneens bewerkstelligd, dat overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) wordt gesloopt., met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd; 4. Parkeren dient binnen het nieuwe bestemmingsvlak plaats te vinden. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteitseisen en deze zijn als zodanig opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage)
g. de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; Door afname van overtollige bebouwing wordt in de beoogde situatie meer recht gedaan aan de aanwezige cultuurhistorische warden in het plangebied. h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder
die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
Door de herbestemming verdwijnt een voormalig agrarisch bedrijf en wordt overtollige bebouwing gesloopt. Dit heeft een positief effect om de omgevingskwaliteit van het plangebied en worden de belangen van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven niet aangetast. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
16
i.
j.
bij toename van verharding van meer dan 500 m2 dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden;
Er is sprake van een afname van bebwouing van circa 1800 m2 (voormalige agrarische bebouwing en kuil- en vloerplaten)
de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; In paragraaf 4.10 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan.
k.
de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorziening' en/of ‘specifieke vorm van agrarisch – opslag ruwvoer’ worden verwijderd, alsmede er is zekerstelling omtrent het verwijderen van de ter plaatse aanwezige voorzieningen. Tenzij aangetoond wordt dat deze voorzieningen tevens noodzakelijk zijn voor de nieuwe functie;
l. Niet van toepassing m. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke,
cultuurhistorische en natuurlijke waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 29, beogen te beschermen;
In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. n. de beoogde activiteit leidt niet tot een grootschalige ontwikkeling; In de beoogde situatie is er sprake van een aanzienlijke verkleining van het bouwvlak en een afname van circa 1800 m2 aan voormalige agrarische bebwouing en voerplaten. Hiervoor in de plaats wordt een kleinschalige camperplaats gerealiseerd ten behoeve van maximala 25 campers. De reeds bestaande B&B in het woonhuis blijft gehandhaafd. Hieruit wordt duidelijk dat er in de beoogde situatie geen sprake is van een grootschalige ontwikkeling. o. de regels van artikel 11 Recreatie worden van overeenkomstige toepassing verklaard; Deze regels zullen worden aangehouden.
p. de goot- en bouwhoogte van de gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 m en 10 m.
Er is geen sprake van nieuwe bebouwing, de gehele ontwikkeling vindt plaats in reeds aanwezige voormalige agrarische bedrijfsgebouwen.
Conclusie gemeentelijk beleid
Op basis van voorwaarden zoals opgenomen in de ‘Strategie vitalisering buitengebied’ en de regels conform artikel 3.6.10 uit het vigerende bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling in hoofdzaak passend is binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente Hilvarenbeek. Tevens kan gesteld worden dat onderhavig initiatief een positieve bijdrage levert op de huidige problematiek rondom vrijkomende agrarische bedrijfslocaties.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
17
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.
Onderhavig initiatief, het herbestemmen van een agrarische bestemming naar een recreatie bestemming met bijbehorende functies heeft betrekking op een categorie D9 “Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan”. Als drempelwaarde wordt een oppervlakte van 125 ha genoemd. De oppervlakte van het plangebied is kleiner dan de drempelwaarde. Desondanks worden er wel activiteiten als bedoeld in deze categorie uitgevoerd. Daarom is een vormvrije mer-beoordeling opgesteld welke in de bijlage is bijgevoegd. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.procedure. Ten aanzien van het tweede criteria inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Zoals in paragraaf 4.3 reeds uitgebreid uiteengezet heeft onderhavige ontwikkeling met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden.
4.2 Waterhuishouding Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.
4.2.1
Waterrelevant beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
18
samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Structuurvisie 2010 en de Interim omgevingsverordening. In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod: • • •
Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding;
Zoals weergegeven in afbeelding 8 heeft het plangebied op kaart 5 (Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en –berging) van de Iov geen specifieke aanduidingen toegekend gekregen.
Afbeelding 8: uitsnede Interim omgevingsverordening
De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: • voldoende water voor mens, plan en dier; • schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); • bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
19
Zoals weergegeven is in afbeelding 9 heeft het plangebied in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’ toegekend gekregen.
Afbeelding 9: Uitsnede kaart PMWP
Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s. • Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); • Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; • Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; • Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; • Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren.
Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In het Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbouwen en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Middels de Keur van Waterschap De Dommel, welke in werking is getreden op 1 maart 2015, is bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. De Keur van Waterschap De Dommel schrijft voor dat voor een toename van minder dan 2.000 m² verhard oppervlak geen mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze mitigerende maatregelen zijn altijd van toepassing bij elke toename van het verhard oppervlak, indien de locatie is gelegen in een keurbeschermingsgebied of attentiegebied. Het plangebied is in geen van deze gebieden gelegen.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
20
4.2.2
Bestaande waterhuishoudkundige situatie
4.2.3
Beoogde waterhuishoudkundige situatie
In de bestaande waterhuishoudkundige situatie is er sprake van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater. Deze wordt via het riool afgevoerd. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Dit hemelwater wordt in de bestaande situatie geïnfiltreerd in het plangebied. In de bestaande situatie is het plangebied deels verhard door aanwezige bestrating en bebouwing. De beoogde waterhuishoudkundige situatie zal veranderen. Er blijft sprake van zowel huishoudelijkals bedrijfsafvalwater (recreatie). Echter het bebouwd oppervlak in het plangebied zal met circa 1800 m2 afnemen door de sloop van de voormalige agrarische bebouwing en voerplaten. Hierdoor verbeterd de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied aangezien er meer infiltratie van hemelwater in het plangebied kan plaatsvinden. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m 3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd. 4.3 Natuur Voorafgaand aan de gewenste wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving.
Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.
4.3.1
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. De Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: - Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; - Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; - Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; - Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan.
Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied.
Natuur Netwerk Brabant (NNB)
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren.
Bestemmingsplan Groot Loo 3 Hilvarenbeek
21
De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Interim omgevingsverordening. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform kaart 4 uit de Interim omgevingsverordening zijn voor het plangebied geen specifieke aanduidingen opgenomen, zie afbeelding 10. Derhalve wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan.