CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

14 Landbouwverkeer (5 Bijlage 3 rapport archeologisch bureauonderzoek)

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake landbouwverkeer.12.409 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK BUITENGEBIED TE HILVARENBEEK GEMEENTE HILVARENBEEK

archeologisch bureauonderzoek buitengebied te Hilvarenbeek Opdrachtgever

Gemeente Hilvarenbeek Postbus 3 5080 AA Hilvarenbeek

Rapportnummer

16238.001

Versienummer1

1

Datum

24-06-2021

Vestiging

Noord-Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 – 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

Dhr. B.C. Tunker (Senior KNA Archeoloog)

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Mevrouw P. Beurskens, MA

Paraaf

© Econsultancy bv, Boxmeer Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

16238.001

Toponiem

buitengebied

Opdrachtgever

Gemeente Hilvarenbeek

Gemeente

Hilvarenbeek

Plaats

Hilvarenbeek

Provincie

Noord-Brabant

Kadastrale gegevens

Gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummers 1727, 1728 & 2501.

Omvang plangebied

Circa 23.600 m2 (9.640 m2 noordelijk deel, 13.960 m2 zuidelijk deel)

Kaartblad

50F (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 136.404/Y: 388.246

Bevoegde overheid

Gemeente Hilvarenbeel

Deskundige namens de bevoegde overheid

Monumentenhuis Noord-Brabant Markt 9 4931 BR Geertruidenberg info@monumentenhuisbrabant.nl

ARCHIS3 Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

5085175100

Archeoregio NOaA

Brabants zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Boxmeer/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant

Uitvoerder

Econsultancy, Benjamin Tunker

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Hilvarenbeek in juli 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Hilvarenbeek in de gemeente Hilvarenbeek. In het plangebied zullen bestaande zandpaden deels verhard worden om ze geschikt te maken voor landbouwvoertuigen. Bij de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning is gebleken dat voor het plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Deze onderzoeksplicht vloeit voort uit de Erfgoedwet (2016) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.

Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Volgens de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting bestaat de kans op resten uit alle perioden. Voor jagers-verzamelaars was deze locatie niet geschikt voor bewoning, maar getuige de vondst van vuurstenen bijlen in de omgeving, werd het gebied wel gebruikt. Het gebied was geschikt voor landbouw, en vanaf de late middeleeuwen was het gebied in gebruik als akker en/of weiland. Conclusie Op basis van het behoud van een middelhoge tot hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Daar waar het bodemprofiel is verstoord door de aanleg van riolering, binnen het noordelijke deel van het plangebied (zie Figuur 13), kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Advies Aangezien het plangebied door het lange en smalle wegtraject (dat ook in gebruik is) niet door middel van een proefsleuvenonderzoek kan worden onderzocht is de meest geschikte onderzoeksmethode een opgraving, variant archeologische begeleiding. Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex-situ worden behouden.

Dit onderzoek geldt alleen voor de nieuw te graven watergang naast de weg, aangezien de rest van de graafwerkzaamheden niet tot een diepte reiken waarop de beleidskaart aangeeft dat onderzoek verplicht is (verstoringsdiepte is 45 cm). Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Hilvarenbeek). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen.

Rapport 16238.001 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 11

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 13

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 14 BRONNEN .......................................................................................................................................... 16

Rapport 16238.001 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de topografische minuutplannen uit 1816 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1850-1900 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1919 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1962 Bekende bodemverstoringen binnen het plangebied

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp

Rapport 16238.001 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Hilvarenbeek een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen in het buitengebied van Hilvarenbeek in de gemeente Hilvarenbeek (zie figuur 1). In het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek worden enkele zandpaden half verhard om ze geschikt te maken voor landbouwverkeer. Bij de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning is gebleken dat voor een plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Deze onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in juli 2021 door B. Tunker M.A. (senior KNA Archeoloog). Het rapport is gecontroleerd door P. Beurskens MA (KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:      2

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 1 van 18

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            

2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Hilvarenbeek; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied, Circa 23.600 m2, ligt aan de Roovertsedijk en Klein Loo ongeveer 1,5 kilometer ten westen van de kern van Hilvarenbeek in de gemeente Hilvarenbeek (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 17,10 m +NAP. Het gebied is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummers 1727, 1728 en 2501. Volgens de topografische kaart van Nederland, 50F50F (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 136.404/Y: 388.246. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland, akkerland en zandpaden (zie figuur 3).

De eigenaar is de gemeente Hilvarenbeek. Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft 3

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 2 van 18

een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,5 m beneden maaiveld.4 Het plangebied loopt op de beleidskaart (Figuur 4) door gebieden met verschillende archeologische verwachtingen. Het noordelijke segment loopt door een gebied met een hoge verwachting voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars (groen) en een archeologische vindplaats (paars). Daar tussenin loopt het noordelijke segment door een gebied met een lage archeologische verwachting (geel). Het zuidelijke segment loopt door ook door gebieden met een hoge verwachting voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars (groen) en een archeologische vindplaats (paars).

Bovendien doorsnijdt het tracé ook een gebied met een middelhoge of onbekende archeologische verwachting (oranje).5 Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd. 6 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is een gedeeltelijke verharding van bestaande zandpaden gepland die deze geschikt zou moeten maken voor landbouwvoertuigen. Hierbij zal binnen een gebied met een oppervlakte van 23.600 m2 een deel worden vergraven tot een diepte van 45 cm beneden maaiveld (zie bijlage 7). De exacte oppervlakte van de wegdekken is niet bekend. Bovendien zal er een nieuwe watergang langs de te verharde paden worden aangelegd, waarvoor de verstoring dieper zal reiken dan de 45 cm beneden het maaiveld. Het toekomstige gebruik wordt een openbare weg. De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord. 2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische resten in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. 4

Portaal voor Ruimtelijke Plannen. De Boer & Roymans, 2002. 6 Bodemloket 5

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 3 van 18

De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie7

Formatie van Boxtel. (Bx6)

Geomorfologie8

Dekzandruggen en dalvormige laagten zonder veen.

Bodemkunde9

Zwarte hoge enkeerdgronden

Grondwatertrap

VI

Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich binnen een gebied met afzettingen van de Formatie van Boxtel. De afzettingen van de Formatie van Boxtel zijn afgezet gedurende de laatste ijstijd, toen de wind vrij spel had in het verplaatsen van zand en silt. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet.10 Er ontstonden duidelijke hoogteverschillen, waarbij reliëfverschillen kleiner dan 1,5 meter dekzandplateaus worden genoemd en grotere hoogteverschillen dekzandruggen of dekzandkopjes genoemd worden. Dekzandafzettingen die zijn afgezet tijdens het Laat-Glaciaal zorgden voor nivellering van het landschap door laagtes in het landschap op te vullen. Het dekzand, dat in het plangebied aan het oppervlak wordt aangetroffen, wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel.11 Het water van de in het voorjaar smeltende sneeuwmassa´s erodeerde een deel van de dekzandruggen, waarna afzetting plaatsvond in de lagere delen van het landschap als vlaktes van verspoelde dekzanden. In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden ontstaan.

Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.12 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Op 800 meter ten westen van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde stuifduinencomplex. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Hilvarenbeek afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dichtstbijzijnde bekende beekdal bevindt zich op 1,2 kilometer ten oosten van het plangebied. DINO13 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.

7

De Mulder et al., 2003. Wageningen Environmental Research, 2017. 9 Stichting voor Bodemkartering, 1981. 8

10 Berendsen, 2008 11 De Mulder et al., 2003. 12 Berendsen, 2008 13

Dinoloket.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 4 van 18

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. 14 Hieruit blijkt dat de ondergrond tot een diepte van ruim 17,5 meter bestaat uit grof tot middelgrof zand. In een andere boring in het zuidoostelijke deel van het plangebied is te zien dat daar nog een intact bodemprofiel is met een intacte B-Horizont op 40 cm diepte, met daaronder de C-Horizont op 50 cm diepte. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een gebied met dekzandruggen en dalvormige laagten zonder veen (zie figuur 5). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)15 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het maaiveld rond de 17,32 m +NAP (zie figuur 6). De AHN bevestigt het beeld ban de geomorfologische kaart dat het plangebied ligt tussen een rug en een dal. Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als hoge zwarte enkeerdgrond met fijn lemig zand (zEZ23) (zie figuur 7).

Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late-Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen.

De rijkdom aan archeologische resten heeft er toe geleid dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.16 Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven.

14

DINO boornummers B50F0532; BHR000000159204; AHN. 16 Doesburg et al., 2007. 15

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 5 van 18

Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling17

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VI. Vanwege deze diepe grondwaterstand is niet te verwachten dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).18 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 meter weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant19 In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het ‘provinciaal belang’ aangeduid. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt.

De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt in het cultuurhistorisch landschap de Kempen. De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. Het gebied wordt doorsneden door de bovenlopen van de Grote en Kleine Dommel, Beerze en Reusel. De dekzandruggen hebben een zandige bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. Plaatsen met leem in de ondergrond hadden een gebrekkige afwatering, zodat daar vennen en kleine veenmoerassen ontstonden. De ruimtelijke identiteit van het ontginningsland17

Locher & De Bakker, 1990. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 19 Brabant.nl 18

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 6 van 18

schap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. Langs de beken lagen de graslanden, vaak verdeeld in lange smalle percelen die omzoomd waren door elzensingels. Op de hogere delen van het landschap bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding en het steken van heideplaggen ontstonden plaatselijk zandverstuivingen. Goed bewaard gebleven voorbeelden van oude zandontginningen met bolle akkers, beemden, hakhoutbosjes en -wallen zijn de buurtschappen in de omgeving van Cartierheide en Oerle-Knegsel. Gave beeklandschappen vinden we in (delen van) de dalen van de Dommel en de Beerze. Het Belvedèregebied beeklandschap van de Dommel ligt ten zuiden van Eindhoven. Kenmerkend zijn vloeiweiden en viskwekerijen, watermolens, omvangrijke bossen met heidevelden en vennen en aangrenzend cultuurlandschap. Het cultuurhistorisch gave beeklandschap van de Beerze ligt in het noordelijke deel van de Kempen en maakt deel uit van het Nationale Landschap Het Groene Woud. De identiteit wordt bepaald door bossen met heide en vennen en nieuwe natuur in het beekdal. In de Kempen liggen tal van - vaak uitgestrekte - landgoederen.

Oude landgoederen zijn bijvoorbeeld Baest, Heeze en Annanina's Rust. De landhuizen met bijgebouwen, de parken en lanen en de afwisseling van bossen en landbouwgronden verlenen de landgoederen grote cultuurhistorische betekenis. In de 19e en begin 20e eeuw zijn veel heidevelden omgezet in landbouwgrond of bos. De jonge landbouwontginningen zijn tamelijk grootschalig en rationeel ingericht. De jonge bosgebieden maken vaak deel uit van ontginningslandgoederen, zoals De Utrecht en Gorp en Rovert, of zijn aangeplant door het Staatsbosbeheer. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van de beken en de uitbreiding van steden en dorpen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied20 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde).

Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie bijlage 2 en figuur 8). Dit AMK-terrein (monumentnummer 2107, toponiem De Siep/Oranjehoeve) is een terrein met sporen van bewoning uit het midden-neolithicum en/of het laat-neolithicum/vroege bronstijd. Het terrein ligt op een dekzandrug die in 1966 (gedeeltelijk) geëgaliseerd is, waarbij veel vondsten verzameld zijn. In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 21 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal 10 archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij voornamelijk om bureauonderzoeken en booronderzoeken (verkennend/karterend), maar ook enkele proefsleufonderzoeken en één opgraving (zie bijlage 3 en figuur 8).

20 21

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 7 van 18

Een belangrijke publicatie hierbij is het bureauonderzoek dat RAAP in oktober 2002 heeft uitgevoerd voor de regio ‘De Hilver’, waarvan Hilvarenbeek deel uitmaakt.22 Deze bureaustudie is de basis van de archeologische verwachtingskaarten die in het kader van dit bureauonderzoek zijn geraadpleegd. In de directe omgeving van het plangebied zijn maar weinig onderzoeken uitgevoerd. Dit zijn uitsluitend onderzoeken ten oosten van het plangebied, waarvan het merendeel booronderzoeken zijn. Uit de beschikbare en relevante publicaties van de omliggende archeologische begeleidingen, proefsleufonderzoeken en opgravingen blijkt dat er rondom het plangebied voornamelijk resten uit de Middeleeuwen te verwachten zijn. Bij een opgraving circa 280 meter ten oosten van het plangebied zijn resten van een erf uit de 12e en 13e eeuw aangetroffen.23 Bij een proefsleuvenonderzoek (onderzoeksmelding 2269972100) circa 385 meter ten zuidoosten van het plangebied zijn sporenclusters, losse sporen en structuren uit de late prehistorie aangetroffen. Door een gebrek aan vondstmateriaal konden deze sporen niet nauwkeuriger worden gedateerd.24 Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied25 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 7 vondstmeldingen geregistreerd (zie

22

De Boer & Roymans, 2002. Weterings, 2011. Archis-nummer 2318903100. 24 Claeys, 2012. Archis-nummer 2300061100. 25 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort. 23

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 8 van 18

bijlage 4 en figuur 8). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden bronstijd, ijzertijd en de middeleeuwen. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen wetenschappelijke publicaties geraadpleegd en heeft geen archiefonderzoek plaats gevonden, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. Ook is het provinciaal archeologisch depot niet geraadpleegd omdat niet verwacht werd dat dit boven de uit Archis verkregen informatie over vondst- en onderzoeksmeldingen nog toegevoegde waarde zou hebben. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Hilvarenbeek26 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. De huidige gemeente Hilvarenbeek is voortgekomen uit een samenvoeging van de voormalige gemeenten Hilvarenbeek en Diessen. De dorpskern van Hilvarenbeek zou gevormd zijn rond 1300.

Vanaf de Middeleeuwen groeiden de gehuchten langzaam maar zeker uit tot dorpsgemeenschappen. De woeste zandgronden werden stukje bij beetje in cultuur gebracht als (gemeenschappelijke) landbouwgrond, en de gezamenlijke gebruikers vormden ‘gemeynten’ om het beheer te regelen Bestuurlijk vormde het gebied vanaf de 14e eeuw de Heerlijkheid Hilvarenbeek, waartoe ook Diessen, Westelbeers en Riel behoorden. De bestuurlijke macht berustte voor de ene helft bij de Hertog van Brabant en voor de andere helft bij de prins-bisschop van Luik. Zij bepaalden gezamenlijk de rechten in de Heerlijkheid, bv. op het gebied van rechtspraak, jacht en visserij. De Heerlijkheid had een schepenbank, waar criminelen terecht moesten staan en waar burgerlijke geschillen werden behandeld. De rechters hielden zitting in een vierschaar onder de lindeboom op het Vrijthof, die er ruim driehonderd jaar later nog altijd staat. Met het eind van de Tachtigjarige Oorlog, kwam er ook een abrupt einde aan de bloeiperiode van Hilvarenbeek. Landbouw is dan de belangrijkste bron van een hard bestaan. Op kleine akkertjes, die vandaag de dag hier en daar nog zichtbaar zijn, ploeterden de boeren voor hun boterham. De dorpsbewoners kregen te maken met rampspoed en geweld, het was een periode van neergang. De katholieke eredienst mocht niet meer worden uitgeoefend en de kerkgebouwen kwamen in Staatsbezit.

Men ging ter kerke in een schuurkerk net over de grens bij Poppel.

26 De informatie in deze paragraaf is grotendeels ontleend aan de website van de Heemkundigekring van Hilvarenbeek.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 9 van 18

Het jaar 1810 betekende bestuurlijk een ommekeer. Op gezag van de Franse bezetter kwam er een nieuwe bestuursstructuur. De Heerlijkheid verdween, Diessen en Hilvarenbeek werden zelfstandige gemeenten. In Hilvarenbeek schommelde de bevolkingsomgang rond de 2300. Bij de overgang van 19e naar de 20e eeuw kwamen de lokale samenlevingen in een stroomversnelling. Door het gebruik van kunstmest stegen de rendementen van de boerenbedrijven, grote heidegebieden werden ontgonnen. In de dorpen kwamen kleine ambachtelijke bedrijfjes en sigarenfabriekjes, schoenfabriekjes en leerlooien (Hilvarenbeek) waren honderden mensen emplooi vonden. De katholieke kerk drukte een steeds nadrukkelijker stempel op de gemeenschappen van Hilvarenbeek en Diessen, de kerkdorpen kregen hun eigen parochies.

Al snel na de Tweede Wereldoorlog brak in Hilvarenbeek een nieuwe tijd aan. Traditionele werkgelegenheid verdween in hoog tempo, met name in de landbouw. Hilvarenbeek ontwikkelde zich tot een forensendorp en de komst van ‘allochtonen’, d.w.z. niet-Brabanders, veroorzaakte een ware cultuurshock. Vanaf 1 januari 1997 worden Diessen en Hilvarenbeek samengevoegd tot één gemeente. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Tranchot und v. Müffling kaart27

1815

-

1:20.000

Weilanden en/of akkers

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1899

667

1:50.000

Zandweg tussen akkers en weilanden.

-

Topografische kaart

1940

50F

1:25.000

Zandweg tussen akkers en weilanden.

-

Topografische kaart

1962

50F

1:25.000

Zandweg tussen akkers en weilanden.

-

Topografische kaart

1970

50F

1:25.000

Zandweg tussen akkers en weilanden.

-

Topografische kaart

1988

50F

1:25.000

Zandweg tussen akkers en weilanden.

-

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied al sinds het tweede kwart van de 19e eeuw in gebruik is als een weg tussen akkers en/of weilanden (zie

27

Beeldbank Vrije Universiteit

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 10 van 18

Figuur 10). In 1815 is het plangebied weergegeven als een weiland of akker, wat ofwel betekent dat de weg nog niet bestond, of niet belangrijk genoeg geacht werd om deze aan te geven. Op geen van de kaarten is bebouwing zichtbaar in de buurt van het plangebied. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Bouwhistorische gegevens Het bouwdossier van de gemeente Hilvarenbeek is niet geraadpleegd omdat het plangebied volgens het historisch kaartmateriaal de laatste 200 jaar onbebouwd is geweest. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 28 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Tijdens de oorlog hebben rondom het plangebied gevechtshandelingen plaatsgevonden. Zo heeft aan de Roovertsedijk een mijnenveld gelegen, maar dit zal in het verleden al geruimd zijn. Aanvullende informatie Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 24 (Midden Brabant) Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 24, (d.d. 22 juni 2021, contactpersoon de heer P.

Taminiau), maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging Hilvarenbeek. Op 30 juni 2021 stuurden zij deze samenvatting uit de Cultuurhistoriekaart van Hilvarenbeek: De Veldhoven bestaat uit een open akkerbouwcomplex bestaande uit aaneengesloten onregelmatige blokken van akkers en weilanden omgeven door hagen of houtwallen. Door ruilverkaveling en herinrichting heeft het landschap ingeboet aan kleinschaligheid en beslotenheid. Dit betreft niet alleen de Veldhoven maar het gehele westelijk akkerbouwcomplex ten westen van Hilvarenbeek, dus ook Groot Loo, Klein Loo (Roovertsedijk) en aansluitend Hoog Spul en Laag Spul ten zuiden van Hilvarenbeek. In dit grote landbouwgebied is de structuur van wegen, paden en bewoning in de voorbije eeuwen weinig gewijzigd. Het betreft hier dus een belangrijk cultuurhistorisch complex. Groot Loo, Klein Loo en Veldhoven kennen al vanaf de 17e eeuw een lintbebouwing. 2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische perio-

Gespecificeerde verwach-

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 28

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 11 van 18

de

ting

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Laag

Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Middelhoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf of perceleringssporen: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Nieuwe tijd

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen

Uit de landschappelijke ligging op een dekzandvlakte (grotendeels niet op een dekzandrug), blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers en verzamelaars. De grondwaterstand en landschappelijke ligging maken dat het ook geschikt zal zijn geweest voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het Neolithicum en de Bronstijd. Door archeologisch onderzoek is er een goed beeld van waar de jagers en verzamelaars hun tijdelijke kampementen vestigden. De jagers en verzamelaars waren afhankelijk van een aantal ecologische factoren, zoals het voedselaanbod en de aanwezigheid van grondstoffen in de omgeving van de locatie. Ze leefden van de jacht, visserij en het verzamelen van onder andere noten, vruchten en wortels. Dit soort voedsel was met name te vinden op het overgangsgebied van hoge en droge gronden naar lage en natte gronden, de gradiëntzone, en dichtbij water, zoals vennen en beken. Op dit soort locaties was ook drinkwater bereikbaar.29 Dit soort locaties was niet aanwezig binnen het onderzoeksgebied. Daardoor geldt een lage verwachting voor het laat-paleolithicum en mesolithicum.

29

Louwe Kooijmans et al., 2005.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 12 van 18

Voor de landbouwers zijn andere factoren van belang bij de locatiekeuze. Vanaf het neolithicum ging men zich vestigen op één locatie. Om te kunnen blijven wonen op één plek werd het kunnen uitvoeren van landbouw een belangrijke factor. Voor akkerbouw is onder andere een vruchtbare bodem en een goede afwatering van belang.30 De landschappelijke ligging maakte het plangebied geschikt voor landbouw. Daardoor zijn binnen het onderzoeksgebied oude akkers te verwachten, met bijbehorende bewoning. Er geldt een hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Vanaf de middeleeuwen zijn schriftelijke bronnen bekend die de bekende locatiekeuzes en archeologische gegevens kunnen aanvullen. Vanaf de 13 e eeuw wordt de locatie langs kruisingen en splitsingen van doorgaande en lokale wegen ook van belang voor de locatiekeuze van een nederzetting. Deze nederzettingen kunnen zijn gegroeid tot de hedendaagse gehuchten en woonkernen.31 Op grond van de historische kaarten lijkt het plangebied vrijwel uitsluitend gebruikt te zijn als zandweg tussen akkers en/of weiland. De verwachting is dan ook dat resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd vooral zullen bestaan uit perceleringssporen en eventuele sporen van grondverbetering. Er geldt een hoge verwachting voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd.

In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is middelhoog tot hoog. Deze archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd. De vondstenlaag van deze resten zal zich niet dieper bevinden dan circa 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen worden verwacht in de top van de C-horizont. Organische resten en metaal zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven.

Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als zandweg tussen akkers en weilanden, en daarvoor als akker en/of weiland. Door ploegen kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. In het meest noordelijke deel van het plangebied ligt een gasleiding. De verwachting is dat bij de aanleg van deze leiding de bodem dermate verstoord geraakt is dat op deze locatie geen archeologische waarden meer te verwachten zijn (Figuur 13).

3

CONCLUSIE EN ADVIES

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is.

30 31

Louwe Kooijmans et al., 2005. Renes, 1999.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 13 van 18

Aan de hand van de gegevens in het bureauonderzoek geldt een middelhoge verwachting voor het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op basis van het behoud van een middelhoge tot hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Daar waar het bodemprofiel is verstoord, binnen het noordelijke deel van het plangebied (zie Figuur 13), kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Het merendeel van het plangebied zal bij de graafwerkzaamheden niet tot een zodanige diepte worden ontgraven dat volgens de dubbelbestemming Archeologie onderzoek verplicht is (volgens de plantekening gaan de graafwerkzaamheden voor het wegdek maar tot 45 cm, pas vanaf 50 cm is onderzoek verplicht). De nieuw te ontgraven watergang zal echter wel diep genoeg ontgraven worden om deze 50 cm grens te passeren, waardoor hier wel onderzoek noodzakelijk zal zijn. Aangezien het plangebied door het lange en smalle wegtraject (dat ook in gebruik is) niet door middel van een proefsleuvenonderzoek kan worden onderzocht is de meest geschikte onderzoeksmethode een opgraving, variant archeologische begeleiding.

Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex-situ worden behouden. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Hilvarenbeek). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 14 van 18

LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berkel, G. van & K. Samplonius, 1995: Nederlandse plaatsnamen. De herkomst en betekenis van onze plaatsnamen., Meppel. Claeys, J., 2012: Onder de Gelderakkers: een uitgestrekte meerperiodensite in Hilvarenbeek. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, Amersfoort (ADC Rapport 2613). Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Universiteit Utrecht. Doesburg, J. van (red.), et al., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam.

Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 2020: NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020 nl: Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving. Delft. Oudhuis,M.A, 2010: Archeologisch onderzoek Cultureel Centrum te Hilvarenbeek (gem. Hilvarenbeek). Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, (Arnicon/Archeomediarapport A10-011-R). Provincie Noord-Brabant, 2007: Van beekdal tot stuifduin; aardkundige waarden in Noord-Brabant. RACM, 2008: Beekdalen en archeologie. Brochure Cultuurhistorie 12. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 15 van 18

Rondags, E., 2007: Koestraat te Hilvarenbeek, gemeente Hilvarenbeek, Weert (Synthegra Rapport P0502224). Schorn, E.A., 2016: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase scholenlocatie Koestraat-Papenstraat te Hilvarenbeek, Zevenaar (Archeodienst Rapport 842). Stichting voor Bodemkartering, 1981: Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 50 Tilburg. TNO, 2010: Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Tump,M. & N. Krekelbergh, 2008: Hilvarenbeek Bolakker (gemeente Hilvarenbeek). Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, ’s Hertogenbosch (BAAC-rapport A08.0022). Uitgeverij Nieuwland, 2008: Grote Historische topografische Atlas Noord-Brabant, 1836-1843, schaal 1:25.000. Tilburg. Veker, van der, B., 204: Hilvarenbeek Gelderakkers. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (fase 2), Amersfoort (ADC-rapport 3624). Vos, P. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Utrecht (Deltares). Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Weterings, P., 2011: Hilvarenbeek Bolakker. Archeologische opgraving, ’s Hertogenbosch (BAAC rapport A-11.0061).

Wolters-Noordhoff Atlasproducties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 4 ZuidNederland 1838-1857. Groningen. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 16 van 18

BRONNEN AHN; internetsite, juni 2021. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juni 2021. https://archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, juni 2021. http://bagviewer.kadaster.nl Bodemloket, internetsite, juni 2021. http://www.bodemloket.nl Brabant.nl; internetsite, juni 2021. https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, juni 2021. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, juni 2021. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, juni 2021. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, juni 2021. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juni 2021. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, juni 2021. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, juni 2021. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, juni 2021. https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, juni 2021. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juni 2021.

https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, juni 2021. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 17 van 18

Rapport 16238.001 versie 1

Pagina 18 van 18

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland32

buitengebied te Hilvarenbeek. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

32 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied33

buitengebied te Hilvarenbeek. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

33 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied34

buitengebied te Hilvarenbeek. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

34 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 35

35

De Boer & Roymans, 2002.

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 36

buitengebied te Hilvarenbeek. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

36

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 37

37

AHN

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart38

buitengebied te Hilvarenbeek. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

38

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 39

39

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 16238.001 versie 1

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de topografische minuutplannen uit 181640

40

Beeldbank RCE

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1850-190041

buitengebied te Hilvarenbeek. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) Legenda Plangebied

41

Kadaster Topotijdreis

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 11.

42

Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 191942

Kadaster Topotijdreis

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 196243

buitengebied te Hilvarenbeek. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart Legenda Plangebied

43

Kadaster Topotijdreis

Rapport 16238.001 versie 1

Figuur 13.

Rapport 16238.001 versie 1

Bekende bodemverstoringen binnen het plangebied

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 16238.001 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10871287/1