14 Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker (4a. ontwerp-bestemmingsplan)
Tekst van het document
Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Cultuurhistorische Waardenkaart In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|27
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart met de kern Biest-Houtakker rood omlijnd
Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt binnen de regio ‘Kempen’, het cultuurhistorisch vlak ‘Akkercomplex Biest/Westerwijk’, het cultuurhistorisch landschap ‘Landgoederen ten zuiden van Tilburg’ en het archeologische landschap ‘Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek’. Kempen De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een zandige bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van de beken en de uitbreiding van steden en dorpen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1.
Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; Het Groene Woud, Dommeldal, Oud zandlandschap bij Oerle-Knegsel, Oud zandlandschap Cartierheide, Oud zandlandschap bij Stiphout en de Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen:
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|28
Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek, Kempenland, Keersop-Dommel, Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa en Helmondse Akkers. Akkercomplex Biest/Westerwijk Het gebied bestaat uit het akkercomplex van de buurtschappen Biest, Driehuizen, Voort en Westerwijk.Het akkercomplex wordt doorsneden door het Wilhelminakanaal en de N269. Het bodemgebruik is grasland, bouwland en verschillende percelen boomteelt. Het is een akkercomplex met esdek, bolle ligging, openheid, steilranden en zandpaden. Over het akkercomplex loopt de Bosscheweg. Deze onverharde weg maakte onderdeel uit van de oude handelsroute van Hilvarenbeek naar 's-Hertogenbosch. Aan de noordkant van het akkercomplex staat een oude kapel een restant van het grotendeels verwenen buurtschap Westrik. Het gebied kent een samenhang met het beekdal Spruitenstroompje/Roodloop. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is een planologische bescherming van de waarden/kenmerken. Landgoederen ten zuiden van Tilburg Het gebied bestaat uit een ensemble van oude en jongere landgoederen. Bijzonder voor dit gebied zijn de middeleeuwse hoeves en buurtschappen (met kleine akkercomplexen) die de kern vormden van de landgoederen of die daarin zijn opgenomen. De dorpen Goirle, Hilvarenbeek en Esbeek stammen vermoedelijk uit de vroege middeleeuwen. Vanuit deze vroeg bewoonde gebieden werd het landschap in gebruik genomen.
Uitgestrekte akkercomplexen zijn te vinden rond Hilvarenbeek, met mooie overgangen naar de beekdalen van de Roodloop en het Spruitenstroompje. Langs de beken lagen de beemden, smalle graslandpercelen, omgeven door elzensingels of bomenrijen. Veel van de vroegere perceelrandbegroeiing is verdwenen, zodat de beslotenheid van de beekdalen grotendeels verdwenen is. Aan het eind van de 19e eeuw zijn ten zuiden van Tilburg en bij Esbeek enkele grote landgoederen aangelegd. Aanvankelijk was het doel van deze landgoederen vooral gericht op de houtproductie, maar in de loop van de twintigste eeuw is de inrichting mede bepaald door recreatieve en landschappelijke doelen. Tegenwoordig is ook natuurontwikkeling op dit enorme landgoed van belang.
De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: • Het behoud en beter beleefbaar maken van sporen van deels verdwenen hoeves, buurtschappen en akkercomplexen; • Het versterken van het contrast tussen oude ontginningen met akkers enerzijds en voormalige woeste gronden anderzijds; • Het versterken van het natte karakter van beekdalen en (voormalige) vennen; • De natuurontwikkeling, waterberging en economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit; • Het vergroten van de cultuurhistorische waardering door de vergroting van de beleving Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek Dit landschap bestaat uit het licht glooiende dekzandeiland van Moergestel-Hilvarenbeek en de aangrenzende beekdalen van de Leij, de Reusel en de Hoogeindsche beek. Aan de oostzijde, op de overgang naar de beekdalen van de Reusel, het Spruitenstroompje en de Hoogeindsche beek, ligt een brede zone met oude bouwlanden. Het rond Diessen gelegen complex met oude bouwlanden behoort ook tot dit landschap. In het westen en zuidwesten bevinden zich oppervlakken met stuifduinen.Vanwege de lage dichtheid aan bebouwing kenmerkt dit landschap zich door een hoge ruimtelijke samenhang. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid).
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|29
Toetsing Voorliggend plan voorziet alleen in de actualisatie van vigerende plannen, waardoor nieuwe ontwikkelingen uitblijven. Het planvoornemen voorziet daarmee niet in ontwikkelingen welke invloed hebben op de ontwikkelingsstrategie voor de cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Zodoende heeft het voornemen geen negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden binnen de regio ‘Kempen’ het cultuurhistorisch vlak ‘Akkercomplex Biest/Westerwijk’, het cultuurhistorisch landschap ‘Landgoederen ten zuiden van Tilburg’ en het archeologische landschap ‘Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek’. Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek Voor het gehele grondgebied in de gemeente Hilvarenbeek is een cultuurhistoriekaart opgesteld. Het primaire doel van de cultuurhistoriekaart is het inzichtelijk maken van het aanwezige bovengrondse erfgoed in de gemeente. Om de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden te beoordelen is de Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek (2013) geraadpleegd.
Uitsnede Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek met de kern Biest-Houtakker zwart omlijnd
Biest-Houtakker heeft een lintbebouwde landelijke dorpskom. De Biestsestraat, het hoofdlint van het dorp, is grotendeels aan beide zijden van de weg beplant met bomen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen van het langgeveltype. In het centrum staat een kerk met pastorie uit 1913 en een school met bovenmeestershuis. Net buiten het dorp stroomt de Spruitenstroompje. Tevens zijn er enkele oude akkerbodems aanwezig. Binnen de kern Biest-Houtakker is één Rijksmonument aanwezig. Verder zijn enkele gemeentelijke monumenten en meerdere overige historische bouwkunsten aanwezig. Voorliggend bestemmingsplan is een actualisatie van het vigerende bestemmingsplan en voorziet geen ingrepen aan de bestaande bebouwing. Het is niet nodig om aanvullende eisen te stellen ten aanzien van de bescherming van cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|30
5.5
Externe veiligheid
Beleid Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat hierbij om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en water en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPG-tankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m² en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties (PR-contour). Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs).
Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijke besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|31
Inventarisatie risicobronnen Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant, zie onderstaande afbeelding.
Uitsnede Risicokaart met de kern Biest-Houtakker oranje omlijnd
Inrichtingen Binnen de kern Biest-Houtakker zijn geen Bevi-inrichtingen aanwezig. Daarbij is de vestiging van Bevi-inrichtingen uitgesloten in voorliggend bestemmingsplan. In de directe omgeving van BiestHoutakker zijn evenmin Bevi-inrichtingen aanwezig waarvan de veiligheidscontour van invloed is op het plangebied. Transport over wegen Binnen of in de directe omgeving van de kern Biest-Houtakker vindt geen transport over wegen plaats die relevant is in het kader van externe veiligheid. Transport over water Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen vaarwegen aanwezig die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport over het spoor Uit de risicoatlas voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor blijkt dat in het plangebied en de directe omgeving geen spoorwegen aanwezig zijn die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Transport per buisleiding Binnen de kern Biest-Houtakker zijn een drietal buisleiding aanwezig die relevant zijn in het kader van externe veiligheid. Twee buisleidingen zijn gesitueerd aan de noordzijde van de kern op het bedrijfsperceel behorende bij Klein Westerwijksestraat 16 (aardgasleidingen A-525 en A-526). Verder is één buisleiding aanwezig op de gronden aan de zuidoostzijde van het plangebied (aardgasleiding Z-522-10).
Voor de betreffende buisleidingen is, ter plaatse van het plangebied, geen risicocontour opgenomen. In de vigerende bestemmingsplannen ‘Klein Westerwijksestraat 16’
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|32
en ‘Kern Biest-Houtakker’ is een dubbelbestemming opgenomen ten behoeve van de aanwezige ondergrondse buisleidingen, het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen. De betreffende dubbelbestemming wordt overgenomen in onderhavig bestemmingsplan, waarmee het woon- en leefklimaat voldoende wordt beschermd. Verder zijn er in de nabije omgeving van de kern BiestHoutakker geen buisleidingen aanwezig waarvan de bijbehorende veiligheidszones tot het plangebied reiken. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.6
Natuurwetgeving
Beleid Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings-)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden.
In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. In het natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren Met de nieuwe wet wijzigt de lijst van beschermde soorten. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en met de komst van de Wnb niet meer en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn); 2. Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd;
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|33
3.
Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Stikstof Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en de daarbij behorende toetsingskader is in werking getreden op 1 juli 2015. Te veel stikstof is slecht voor de natuur, waardoor een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig is voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw of de industrie). Tot 29 mei 2019 was toestemming voor dergelijke activiteiten gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het PAS ongeldig verklaard.
Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) biedt niet genoeg bescherming aan zogenoemde Natura 2000-gebieden. Een nieuwe stikstofrekentoepassing maakt sommige bouwprojecten toch mogelijk. Het kabinet heeft een nieuwe rekenmethode naar buiten gebracht (de ‘AERIUS Calculator 2022.1’) welke het verlenen van vergunning voor projecten mogelijk moet maken. Projecten waarvan (met behulp van deze rekenmethode) kan worden bewezen dat ze de natuur niet raken, komen in aanmerking voor een vergunning. De natuur wordt niet geraakt zolang de depositie van stikstof op beschermde natuurgebieden niet hoger bedraagt dan 0,00 mol/ha/j. Plangebied Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Geconcludeerd kan worden dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op grond van de Wet natuurbescherming niet in het geding is. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
5.7
Geluidsaspecten
Op grond van de Wet geluidhinder is langs wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/u en spoorwegen een geluidzone van kracht. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige objecten binnen deze geluidzones dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de in de wet bepaalde voorkeursgrenswaarde. Binnen de gehele bebouwde kom van Biest-Houtakker geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. In de kern Biest-Houtakker liggen twee straten deels buiten de bebouwde kom, maar horen wel tot onderhavig bestemmingsplan. Voor deze straten geldt deels een maximumsnelheid van 60 km/u. Het betreft (een deel van) de volgende wegen: • Klein Westerwijksestraat ter hoogte van nr. 16; • Akkerstraat ten oosten van nr. 10A.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|34
Plangebied Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Derhalve wordt in beginsel uitgegaan van de bestaande situering van de gevoelige objecten. Er is geen sprake van het toevoegen van geluidsgevoelige objecten binnen bestaande zones langs wegen, of anderzijds een verandering of uitbreiding van wegen die een geluidszone kennen. De kern Biest-Houtakker is daarnaast niet gelegen in een geluidszone voor industrielawaai, niet voor zware industrie en mijnbouw. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder dan ook niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
5.8
Luchtkwaliteit
Beleid De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguurgemiddelde). De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningenbouwprojecten met minder dan 1.500 woning vrijgesteld van toetsing. De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)
Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Plangebied Onderhavig bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard. Voor zover dit bestemmingsplan rechtstreeks nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, betreft dit de incidentele invulling binnen het bestaande bebouwingspatroon en de ontwikkelingsruimte die de aanwezige functies hebben gekregen. Gesteld kan worden dat ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die ‘in betekenede mate’ bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nadere toetsing aan de luchtkwaliteitseisen wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|35
Echter is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel wenselijk de luchtkwaliteit ter plaatse in kaart te brengen. Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Atlas Leefomgeving is de concentratie NO2 in 2020 (gegevens 2020) ter plaatse van het plangebied tussen de 11 en 13 μg/m3. De concentratie PM10 in 2020 (gegevens 2020) is ter plaatse van het plangebied tussen de 15-16 μg/m3. De concentratie PM2,5 in 2020 (gegevens 2020) is ter plaatse tussen de 8-9 μg/m3. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
5.9
Water
Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022 – 2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.
De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen zij samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Regionaal Water- en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 Op 22 december 2021 is het nieuwe Regionaal Water- en Bodem Programma in werking getreden. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Het RWP kent vijf beleidsopgaven met bijbehorende doelen: • Voldoende water - voldoende water betekent: niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte, en niet te veel oppervlaktewater om ernstige regionale wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. • Schoon water - schoon grond- en oppervlaktewater voor onze volksgezondheid en natuur, conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging en het beschermen van diepe grondwatervoorraden.
• Veilig water - veiligheid tegen hoogwater in het hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|36
• •
Vitale bodem - vergroten van de vitaliteit, sponswerking, resistentie tegen ziekten en natuurlijk productievermogen van de bodem voor duurzame landbouw en biodiversiteit. Klimaatadaptatie - aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid
Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap De Dommel Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap een aantal beleidsuitgangsprincipes ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Daarnaast wordt er in het Waterbeheersplan 2022-2027 ingespeeld op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s: • Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); • Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Een goede regulatie van het beschikbare water is hierin belangrijk; • Schoon water: dit behelst het voorkomen dat relatief schoon regenwater vermengd raakt met “vies” water waardoor het onbruikbaar is voor hergebruik. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel geldt dezelfde keur: Brabant keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlak.
Hieromtrent is bij de Algemene regels bij de keur het volgende opgenomen: 1. Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijk beleid; 2. Bij een toename van het verharde oppervlak van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) X gevoeligheidsfactor X 0,06 (in m²); 3. Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. Gemeentelijk beleid Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2017-2021 (vGRP) beschrijft de invulling van de zorgplichten en de onderliggende visie op het stedelijk waterbeheer. Voorzieningen ten behoeve van rioleringen zijn doorgaans niet zichtbaar is, maar wel noodzakelijk. Zonder afvoer van afvalwater uit de directe leefomgeving, bestaat in dichtbevolkte gebieden een reëel gevaar voor de volksgezondheid en het milieu. Verder zorgt de riolering op verschillende locaties voor de afvoer van overtollig hemelwater wat belangrijk is voor een veilige en bewoonbare leefomgeving. De gemeente heeft vanuit het Rijk drie zorgplichten meegekregen: • De zorgplicht voor afvalwater; • De zorgplicht voor hemelwater; • De zorgplicht voor grondwater.
Watertoets De ´Watertoets´ is een instrument dat ervoor zorgt dat water genoeg aandacht krijgt in ruimtelijke plannen. Met dit instrument komt de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan in een vroegtijdig
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|37
stadium in contact met Waterschap de Dommel. De watertoets is verplicht voor nieuwe plannen in ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplannen, projectbesluiten en partiële herzieningen. Plangebied Algemeen De waterhuishouding in een bepaald gebied is een complex systeem en de kwaliteit ervan is voor veel functies essentieel. Daarnaast is de kwaliteit van water sterk afhankelijk van de wijze waarop de verschillende functies hier mee omgaan. Maatregelen om de waterhuishouding te verbeteren, vragen vaak om een aanpassing van het gehele systeem. Het is de vraag of dit in de bebouwde kom van Biest-Houtakker haalbaar is, omdat het voorliggende bestemmingsplan consoliderend van aard is. Technisch gezien zijn er toch mogelijkheden om met relatief kleine aanpassingen bijvoorbeeld de infiltratie van regenwater te bevorderen en verontreiniging van grondwater en oppervlaktewater (verder) te reduceren. De gemeente zal zowel bij eventuele nieuwe bouwplannen als bij ingrepen in de openbare ruimte aandacht besteden aan de belasting en de eventuele verbeteringsmogelijkheden van de waterhuishouding ter plaatse. Situatie plangebied Het bestemmingsplan is primair van een conserverend karakter; er worden geen wezenlijke veranderingen in de waterhuishouding voorzien.
Het voorliggende conserverende bestemmingplan voorziet in enkele gevallen in perceelsgebonden (binnenplanse) ontwikkelingen om de planologische situatie kloppend te maken met de feitelijk bestaande situatie. Deze ontwikkelingen leiden hooguit tot een planologische toename van oppervlakteverharding. Feitelijk vinden er geen ontwikkelingen plaats waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst worden middels de handreiking watertoets van waterschap De Dommel. Op basis van de watertoets worden algemene uitgangspunten meegegeven of zal het waterschap een specifiek wateradvies opstellen.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|38
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in regels van de voor het plangebied gewenste eindbeeld. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012).
6.1
Algemeen
Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van onderhavig bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels. Daarnaast is het bestemmingsplan voorzien van een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag liggen, wat de uitkomsten van verrichten onderzoeken zijn, wat het resultaat is van de overleggen en tot slot doet het verslag van de georganiseerde inspraak van het plan. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereiste die zijn opgenomen in de Wro en Bro. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld.
6.2
Bestemmingsregels
De bestemmingsregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.
2.
3.
4.
6.3
Inleidende regels, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
Toelichting op de bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|39
Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Ten aanzien van de bestemmingsregels geldt dat zoveel als mogelijk is aangesloten bij de opzet van de ‘grotere’ vigerende bestemmingsplannen in de kernen van de gemeente Hilvarenbeek. Onder de ‘grotere’ bestemmingsplannen in de kernen wordt verstaan: • Bestemmingsplan Kern Baarschot; • Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker; • Bestemmingsplan Kern Diessen; • Bestemmingsplan Kern Esbeek en bedrijventerrein De Mierbeek; • Bestemmingsplan Kern Haghorst; • Bestemmingsplan Kern Hilvarenbeek; • Bestemmingsplan Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek. Artikel 3 Agrarisch De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn aangewezen voor de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven met het hobbymatig houden van vee. Gebouwen alsmede (sleuf)silo's en mestopslagplaatsen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Daarbij is één bedrijfswoning toegestaan binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’.
De inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 750 m³ (dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud) bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. Artikel 4 Bedrijf Op enkele plaatsen binnen het plangebied komt de bestemming ‘Bedrijf’ voor. Deze regelt over het algemeen kleinschalige (nijverheids- en verzorgende) bedrijven die zich binnen Biest-Houtakker hebben ontwikkeld. De bestemming ‘Bedrijf’ biedt ruimte voor bedrijven die zijn genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder de milieucategorieën 1 en 2. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Een bijbehorende bedrijfswoning is mogelijk binnen de aanduiding ‘bedrijfswoning’. De inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m³ (dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud) bedragen met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter. Middels een omgevingsvergunning is het (onder enkele voorwaarden) mogelijk om het bebouwingspercentage of de toegestane milieucategorie te verhogen.
Daarbij kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze afwijkingen sluiten aan bij de huidige planologische mogelijkheden. Artikel 5 Groen Gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn hoofdzakelijk bestemd voor parken, plantsoenen, groenstroken en beplantingen. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel kunstuitingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor kunstuitingen is een maximale bouwhoogte van 12 meter opgenomen. Een muziekkiosk, verlichting en speelvoorziening mogen niet meer bedragen dan 6 meter. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde hebben een maximale bouwhoogte van 2 meter. Artikel 6 Horeca Binnen de bestemming ‘Horeca’ valt het restaurant aan de Biestsestraat 39. Hierbinnen is een horecabedrijf tot ten hoogste categorie B toegestaan. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan en het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. In dit geval is dat 100% van het bouwvlak. De goot- en bouwhoogte mag
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|40
niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven, oftewel respectievelijk 4 en 9 meter. Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning (onder voorwaarden) de vestiging van een horecabedrijf met één categorie hoger dan is aangegeven toestaan. Artikel 7 Maatschappelijk Binnen het plangebied komen enkele maatschappelijke voorzieningen voor, welke met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn geregeld. Het gaat hier om basisschool en begraafplaats (ter plaatse van de aanduiding ‘begraafplaats’). Ter plaatse van de aanduiding ‘begraafplaats’ zijn gebouwen met een oppervlakte van ten hoogste 25 m2 per begraafplaats toegestaan. Gebouwen zijn, met uitzondering van de aanduiding ‘begraafplaats’, uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. In het geval geen maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven, is de maximum goot- en bouwhoogte gelijk aan de gootrespectievelijk bouwhoogte op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
Artikel 8 Sport Het bestaande sportcomplex (tennisbanen, voetbalvelden en bijbehorende voorzieningen zoals verenigings- en clubgebouwen en ondergeschikte horeca) aan de zuidoostzijde van de kern BiestHoutakker is onder de bestemming ‘Sport’ gebracht. De aanwezige bebouwing is door middel van bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding aangegeven. De goot- en/of bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding “maximale goot- en bouwhoogte” aangegeven maten. Artikel 9 Tuin Gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn aangewezen voor tuinen en alsmede voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Gebouwen mogen niet worden gebouwd, waardoor uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Artikel 10 Verkeer – Verblijfsgebied Met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ worden de wegen, voet- en fietspaden, pleinen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer in het plangebied geregeld. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 11 Water De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterbergingen en waterlopen. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers.
De bouwhoogte van bruggen en viaducten mag niet meer dan 8 meter. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximale bouwhoogte van 4 meter. Artikel 12 Wonen Binnen de woonbestemming zijn (binnen de daarvoor bedoelde aanduidingen) aaneengebouwde, gestapelde, twee aaneengebouwde en vrijstaande woningen toegestaan. Het aantal woningen per bouwperceel mag niet meer bedragen dan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan bestaande aantal. Nieuw te bouwen woningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar met een aanduiding ‘maximaal aantal woningen’ op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat het aantal nieuw te bouwen woningen maximaal het aangegeven aantal mag bedragen. De voorgevels van woningen mogen uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd. De diepte van een vrijstaand hoofdgebouw mag ten hoogste 17 meter bedragen. De diepte van hoofdgebouw met een andere woningtypologie mag niet meer bedragen dan 13 meter. Bij vrijstaande, twee aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen dient de afstand van de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 2,5 meter te bedragen. De goot- en/of bouwhoogte
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|41
van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)’ aangegeven maten. Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van 3 meter achter de voorgevellijn van hoofdgebouwen worden gebouwd. Het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 50% van het bouwperceel tot een maximum van 100 m2. Daarbij dient een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt te blijven. De goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3 en 5,5 meter. Middels een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van de maximale diepte van gebouwen en de afstand tot de zijdelingse perceelgrens. Artikel 13 Leiding - Gas (dubbelbestemming) De voor ‘Leiding – Gas’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse buisleiding, het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen zijn op deze gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
Binnen een afstand van 4 meter aan weerszijde van de aanduiding ‘hartlijn leiding – gas’ mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. Artikel 14 Leiding – Riool (dubbelbestemming) De voor deze bestemming bedoelde gronden zijn mede bestemd voor een ondergrondse rioolpersleiding, het beheer en onderhoud van de leiding en de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. Gebouwen mogen niet worden gebouwd, enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 meter zijn toegestaan Artikel 15 t/m 18 Waarde – Archeologie 1, 2, 3 en 4 (dubbelbestemming) Overeenkomstig het archeologische beleid van de gemeente Hilvarenbeek zijn de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1 t/m 4’ opgenomen. Deze hebben als doel om bij meer omvangrijke werkzaamheden na te gaan of er sprake is van beïnvloeding van archeologische waarden. Hiervoor is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden die diepe(re) grondbewerkingen als gevolg kunnen hebben. Ook gelden vanuit dit oogpunt regels voor het bouwen. De bepalende maatvoeringen zijn hieronder schematisch weergegeven, met de aantekening dat normaal onderhoud en normale exploitatie zijn uitgesloten.
Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 Waarde – Archeologie 2 Waarde – Archeologie 3 Waarde – Archeologie 4
Onderzoeksplicht Groter dan 50 m2 en/of dieper dan 40 cm Groter dan 100 m2 en/of dieper dan 50 cm Groter dan 500 m2 en/of dieper dan 50 cm Groter dan 2.500 m2 en/of dieper dan 50 cm
Artikel 19 Waarde – Cultuurhistorie (dubbelbestemming) De voor ‘Waarde – Cultuurhistorie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op deze gronden is uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan. Middels het verlenen van een omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag hiervan afwijken ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|42
Artikel 20 Waterstaat – Beschermingszone natte natuurparel (dubbelbestemming) Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding in verband met de nabijgelegen ecologische verbindingszone. Artikel 21 Waterstaat – Meanderzone (dubbelbestemming) Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden en bestaande biotopen en de bescherming en het beheer van de watergang en beekherstel. Artikel 22 Waterstaat – Reservering waterberging (dubbelbestemming) Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor reservering ten behoeve van waterberging. In afwijking van het bepaalde bij de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Sport’ en ‘Wonen’ mogen geen gebouwen worden gebouwd. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 23 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen word bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 24 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels worden regels gegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan de maatvoering en bebouwingspercentage van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en bouwvlakken.
Verder zijn er regels opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen, ondergronds bouwen en parkeren. Artikel 25 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik en de uitzonderingen en afwijkingen hierop. Daarbij zijn er regels voor mantelzorg en het gebruik van aan huis verbonden bedrijven opgenomen. Artikel 26 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van de aanwezige aanduidingen ‘overige zone – historische dorpsstructuur’ en ‘overige zone – oud gehuchtenpleintje’. Artikel 27 Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels zijn verschillende regels opgenomen waarmee afgeweken kan worden van de bestemmingsregels. Artikel 28 Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels zijn verschillende regels opgenomen waarmee het bevoegd gezag wijzigingen kan doorvoeren in het bestemmingsregels. Artikel 29 Overige algemene regels In dit artikel worden de voorrangsregels van de bestemmingen vastgelegd. Artikel 30 Algemene procedureregels In de algemene procedureregels is de procedure op de voorbereiding van een besluit tot afwijking of nadere eisen opgenomen.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 31 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|43
Artikel 32 Slotregel Het laatste artikel “Slotregel” geeft de officiële naam van het plan aan, wanneer naar het plan wordt verwezen. De planregels kunnen worden aangehaald onder de naam: Bestemmingsplan “Kern BiestHoutakker”.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|44
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
De grondexploitatiewet (onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening) stelt een gegarandeerd kostenverhaal verplicht bij het opstellen van bestemmingsplannen waarin bepaalde bouwplannen mogelijk worden gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan betreft een overwegend conserverend plan. Het gaat om een actualisering van bestaande bestemmingen en niet om nieuwe ontwikkelingen. Een exploitatieopzet of exploitatieplan is daarom niet aan de orde.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro is het concept-ontwerpbestemmingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan.
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
Bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
REGELS
|1
1 Inleidende regels
2
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
2 10
2 Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Bedrijf Artikel 5 Groen Artikel 6 Horeca Artikel 7 Maatschappelijk Artikel 8 Sport Artikel 9 Tuin Artikel 10 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 11 Water Artikel 12 Wonen Artikel 13 Leiding - Gas Artikel 14 Leiding - Riool Artikel 15 Waarde - Archeologie 1 Artikel 16 Waarde - Archeologie 2 Artikel 17 Waarde - Archeologie 3 Artikel 18 Waarde - Archeologie 4 Artikel 19 Waarde - Cultuurhistorie Artikel 20 Waterstaat - Bescherminszone natte natuurparel Artikel 21 Waterstaat - Meanderzone Artikel 22 Waterstaat - Reservering waterberging
11 13 16 17 19 21 23 24 25 26 30 32 34 37 40 43 46 47 48 50
3 Algemene regels
51
Artikel 23 Anti-dubbeltelregel Artikel 24 Algemene bouwregels Artikel 25 Algemene gebruiksregels Artikel 26 Algemene aanduidingsregels Artikel 27 Algemene wijzigingsregels Artikel 28 Algemene procedureregels Artikel 29 Overige regels
51 52 53 55 57 58 59
4 Overgangs- en slotregels
60
Artikel 30 Overgangsrecht Artikel 31 Slotregel
60 61
Bijlagen: Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|2
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan:
het bestemmingsplan 'Kern Biest-Houtakker' met identificatienummer NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01 van de gemeente Hilvarenbeek; 1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01 van met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aanbouw:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte aan het hoofdgebouw is gebouwd, in directe verbinding staat met het hoofdgebouw, door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aan huis verbonden bedrijf:
een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, die door zijn beperkte omvang, door de gebruiker van een woning in die woning of bij die woning kan worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.6 aan huis verbonden beroep:
een beroep, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.7 achtererf:
gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterkant van die lijn gelegen perceelgrens; 1.8 achtergevel:
de gevel aan de achterzijde van het hoofdgebouw; 1.9 afhankelijke woonruimte:
een bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.10 agrarisch bedrijf:
een bedrijf gericht op het voortbrengen van agrarische producten door middel van: •
het telen of veredelen van gewassen, waaronder begrepen houtteelt en fruitteelt;
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|3 •
het houden of fokken van vee, pluimvee of pelsdieren;
nader te onderscheiden in: grondgebonden bedrijf een bedrijf dat (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel en waar (nagenoeg) geheel gebruik wordt gemaakt van open grond of glas met een hoogte van niet meer dan 1.00 meter; kassenbedrijf een bedrijf, gericht op de teelt of veredeling van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; niet-grondgebonden bedrijf een bedrijf dat (nagenoeg) niet afhankelijk is van agrarische grond als productiemiddel, waaronder begrepen intensieve veehouderij, zijnde een niet aan de grond gebonden agrarisch bedrijf als hiervoor bedoeld, gericht op de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang; 1.11 agrarisch loonbedrijf:
een bedrijf, in het bijzonder gericht op het verrichten van grondwerkzaamheden ten dienste van derden en op het verrichten van werkzaamheden ten dienste van agrarische bedrijven, een en ander met behulp van zware machines; 1.12 archeologisch onderzoek:
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie; 1.13 archeologisch rapport:
in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden; 1.14 archeologische deskundige:
professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en te toetsen; 1.15 archeologische waarden:
cultuurhistorische waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigd; 1.16 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.17 bebouwingspercentage:
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak in procenten van de oppervlakte van dat bouwvlak; 1.18 bedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.19 bedrijfsgebouwen:
één of meer gebouwen ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf;
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|4 1.20 bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die kennelijk slechts is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond, noodzakelijk moet worden geacht; 1.21 begane grond:
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau danwel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1 m boven peil is gelegen; 1.22 beperkt kwetsbaar object:
a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; c. hotels en restaurants, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; d. winkels, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; e. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; f. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; g. bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en i. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; Objecten die deel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit.
1.23 Besluit externe veiligheid inrichtingen:
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer, zoals dit luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan; 1.24 bestaand:
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat en is gebouwd overeenkomstig een verleende vergunning of kan worden gebouwd krachtens een vergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.25 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.26 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
NL.IMRO.0798.BPKernBHoutakker-ON01
bestemmingsplan Kern Biest-Houtakker
|5 1.27 bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.28 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw en met de aarde verbonden bouwwerk, met een dak. 1.29 bouwen: