CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Jaarstukken 2022 (bijlage Jaarstukken 2022 versie 5.6 (nav addendum))

Gemeenteraad 12 juli 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Jaarstukken 2022.34.541 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De begeleidingskosten en opleidingskosten voor deze personen zijn onderdeel van het bestek. Minimaal 80% van het personeel dat het werk uitvoert dient te bestaan uit personen met een beperkte afstand tot de arbeidsmarkt.

51

In 2022 heeft de raad bij de vaststelling van de begroting een bedrag van € 80.000,- beschikbaar gesteld voor de aanleg van bloemrijke perken in Biest-Houtakker, Esbeek en Haghorst. In Esbeek zijn de bloemrijke perken al aangelegd. Biest-Houtakker en Haghorst worden voorjaar 2023 aangeplant. Beleidskader bomen Vele bomen in de gemeente zijn, bovengronds en ondergrond, te groot voor de plek waar ze staan. Dat heeft ook gevolgen voor de omliggende bestrating. De wortels drukken de bestrating omhoog met als gevolg dat gebruikers ernstige hinder daarvan hebben. Klachten over hinder nemen toe. Door de wegbeheerder is een priortering opgenomen waar we de komende jaren in dit kader werkzaamheden te verwachten hebben. De werkzaamheden bieden de mogelijkheid om deze bomen te vervangen waarbij we het plant vak optimaliseren zodat wortelopdruk wordt verminderd. De locaties zijn inzichtelijk zodat we in 2023 een start kunnen maken met de optimalisatie van de groeiplaatsen. Hiervoor is het benodigde budget reeds beschikbaar gesteld in 2023 en volgende jaren. Beleidskader Spelen De beleidsnota Spelen vormt het kader voor ons speelterreinenbeleid. In 2022 vervangen we alleen toestellen waarvan uit de keuring is gebleken dat ze gevaarlijk zijn. Daarnaast worden in overleg met bewoners enkele speelplekken vernieuwd, mits ze als te handhaven zijn opgenomen in het speelbeleid.

Zo niet, worden de speeltoestellen verwijderd als de veiligheid van de gebruikers in het geding is. Al onze speeltoestellen worden per jaar vier keer gecontroleerd waaronder één keuring door een extern deskundige. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Vertaling van de financiële consequenties Afgerond op € 1.000

1. Saldo exploitatiekosten 2. Resultaat kapitaallasten

Begroting 2022

Werkelijk 2022

854.000 9.000

994.000 6.000

Verschil begroting -/werkelijk -/- 140.000 3.000

De verschillen tussen de begroting en verantwoording laten zich als volgt verklaren: 1. Saldo exploitatiekosten: Voor de overschrijding zijn diverse oorzaken aan de orde. Voor de verbetering van nieuwe groeiplaatsen maar ook bestaande groeiplaatsen voor bomen en beplanting is een fikse investering gedaan. In het afgelopen jaar hebben we een hele droge en warme zomer gehad wat direct effect had de grasvelden en beplanting. Veel grasvelden zijn opnieuw ingezaaid en beplanting aangebracht en ingeboet waardoor extra kosten zijn gemaakt. Door de droogte van afgelopen jaar in combinatie met de voorjaarsstorm hebben ook de bestaande bomen te lijden gehad. Daarvoor is een extra snoeiopdracht uitgezet bij de aannemer. 2. Resultaat kapitaallasten: De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Sportvelden Het onderhoud aan de sportvelden stemmen we jaarlijks af met de diverse gebruikers. Tijdens de rondgang over de velden spreken we met de verenigingen af wat de wensen zijn. Daarnaast voe-

52

ren we groot onderhoud uit. Dit doen we op basis van een raambestek. Daarbij worden de werkzaamheden afgestemd op de noodzaak. Het bestek heeft nog een looptijd tot en met 2023. Financiële consequenties die voortvloeien uit het beleidskader We maken het volgende financiële onderscheid: 1. Exploitatiekosten, exclusief de kapitaallasten; 2. Kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) van investeringen; Vertaling van de financiële consequenties Afgerond op € 1.000

1. Saldo exploitatiekosten 2. Resultaat kapitaallasten

Begroting 2022

Werkelijk 2022

187.000 157.000

222.000 157.000

Verschil begroting -/werkelijk -/- 35.000 0

De verschillen tussen de begroting en verantwoording laten zich als volgt verklaren: 3. Saldo exploitatiekosten: Een overschrijding heeft hier plaatsgevonden door de indexering en prijsstijgingen op kunstmest, graszaden en de dieselcompensatie. 4. Resultaat kapitaallasten: Niet van toepassing. Riolering en Water Beleidskader De wet milieubeheer verplicht gemeenten om een actueel gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) te hebben. Het nieuwe “Riool en Waterprogramma 2022-2026” is vastgesteld op 3 februari 2022 in de raad. Dit plan beschrijft en vertaalt financieel de nieuwe ambities voor de periode 2022-2026 op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarbij is ook een kostendekkingsplan met kostendekkende tarieven opgesteld. Vertaling van de financiële consequenties Afgerond op € 1.000

Saldo exploitatielasten en -baten, exclusief kapitaallasten Kapitaallasten Opbrengsten rioolrechten Saldo exploitatie riolering Bijdrage van de voorziening (inkomst voor exploitatie riolering) Bijdrage aan de voorziening (uitgave voor exploitatie riolering) Netto-resultaat riolering na mutatie voorziening

Begroting 2022

Werkelijk 2022

1.422.000

1.065.000

Verschil begroting -/werkelijk Voordelig 357.000

551.000 -/- 1.479.000 Tekort 494.000 -/- 516.000

523.000 -/- 1.568.000 Tekort 20.000 -/- 20.000

Voordelig 28.000 Voordelig 89.000 Voordelig 474.000 -/- 496.000

0

0

0

Overschot 22.000

Overschot 22.000

De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Saldo Exploitatielasten en -baten De werkelijke uitgaven zijn lager dan begroot. Zo hebben we minder uitgegeven aan het water- en rioolbeheer.

53

Kapitaallasten De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Een aantal investeringen is uitgesteld of wordt later afgerond, waardoor de kapitaallasten ook later volgen. Voor (een toelichting op de) verschillen tussen de geraamde rioleringskredieten en de werkelijke uitgaven daarop, verwijzen we naar bijlage 5 ‘Lijst investeringen’. 2. Mutatie voorziening riolering De voorziening riolering muteren we jaarlijks met het verschil raming van de lasten en baten. Zo blijven de middelen beschikbaar voor het product riolering. We voorzagen een onttrekking aan de voorziening. Maar door achterblijvende uitgaven in combinatie met meevallende opbrengsten, voegen we een bedrag van een paar honderd euro aan de voorziening toe. Wegbeheer Beleidskader In de raadvergadering van februari 2022 heeft de raad het nieuw beheerplan wegen 2021-2025 scenario 2a vastgesteld waarbij voor bepaalde wegen een lager onderhoudsniveau wordt gehanteerd met een onderhoudsniveau C als ondergrens. De provincie hanteert als toezichthouder van gemeenten zelf ook onderhoudsniveau C als ondergrens bij de integrale toetsing van de financiële positie van de gemeente. Door meer te doen aan preventief onderhoud (andere programmering) worden voor bepaalde wegen een lager onderhoudsniveau gehanteerd zodat de kosten voor groot structureel onderhoud uitgesmeerd worden over een langere periode.

Daardoor kunnen we het nieuwe beheerplan uitvoeren binnen de huidige beschikbare middelen voor wegenonderhoud. Wij verwachten dat dit geen nadelige effecten oplevert aan de kwaliteit van onze wegen en de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Verder is door de raad vastgesteld om de uit scenario 2a voortvloeiende financiële besparingen en het budget reserve aanpak openbare ruimte beschikbaar te stellen om de knelpunten en begaanbaarheid van voetpaden ten behoeve van de veiligheid en mobiliteit voor met name senioren te inventariseren en te verbeteren. Voorvloeiende financiële consequenties Om het beleidskader uit te voeren, kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Saldo exploitatiekosten (excl de kapitaallasten), voornamelijk klein jaarlijks onderhoud, inclusief aanpak boomwortelproblematiek en onderhoud bermen; 2. Storting in voorziening ter dekking van de jaarlijks fluctuerende kosten voor groot onderhoud; 3. Jaarlijks fluctuerend groot onderhoud aan asfalt- en elementenverharding, die we ten laste van de voorziening dekken; 4. Kapitaallasten, zijn de rente- en afschrijvingslasten voor vervangingen van het wegdek inclusief de fundering. Betreft bestaande en nieuwe kapitaallasten samen.

Afgerond op € 1.000 1. Saldo exploitatiekosten 2. Storting in voorziening 3. Kosten ten laste van voorziening 4. Kapitaallasten rehabilitaties

Begroting 2022 149.000 356.000 405.000 77.000

Werkelijk 2022 163.000 356.000 484.000 53.000

Verschil begroting /- werkelijk -/- 14.000 0 -/- 79.000 24.000

De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Exploitatiekosten: laten een nadelig saldo zien van € 14.000 Door enorme prijsstijgingen van materialen is er in 2022 meer uitgegeven dan geraamd. 2. Storting in voorziening: laat geen verschil zien tussen begroting en werkelijk De storting is voor 2022 conform het beheerplan wegen 2021-2025 vastgesteld.

54

3. Kosten ten laste van voorziening: laten een nadelig saldo zien van € 79.000 Door enorme prijsstijgingen van met name asfaltproducten (20-30%) is er in 2022 meer uitgegeven dan geraamd. 4. Kapitaallasten Rehabilitaties: laten een klein positief saldo zien van € 24.000 De werkelijke kapitaalslasten zijn lager dan geraamd. Voor (een toelichting op de) verschillen tussen de geraamde kredieten en de werkelijke uitgaven daarop, verwijzen we naar bijlage 6. Lijst investeringen. Openbare verlichting Beleidskader Uitgangspunt voor onderhoud en vervanging van afgeschreven materieel is het vastge stelde beleidsplan ‘Openbare Verlichting 2012 -2021’. Dit beleidsplan is opgesteld overeenkomstig de bepalingen van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). In 2022 is hebben wij in concept een nieuw (her)verlichtingsplan opgesteld. Oude economisch afgeschreven materialen, armaturen (376) en lichtmasten (25), worden vervangen voor nieuw materiaal. Uitvoer staat gepland in 2023. Voorvloeiende financiële consequenties Om uitvoering te geven aan het beleidskader kennen we het volgende financiële onderscheid in: 1. Exploitatiekosten, zijnde jaarlijks regulier onderhoud, oplossen storingen en stroomverbruik; 2. Jaarlijkse kapitaallasten (in de vorm van rente en afschrijving) bij vervangingen lichtmasten en armaturen; Bedragen x € 1 Afgerond op € 1.000 1.

Saldo exploitatielasten en -baten 2. Resultaat Kapitaallasten

Begroting 2022 148.000 -/- 51.000

Werkelijk 2022 153.000 -/- 41.000

Verschil begroting -/- werkelijk -/- 5.000 10.000

Verschillen Begroting en Verantwoording 1. Saldo Exploitatielasten en -baten Gezien de beperkte afwijkingen hebben we hier geen toelichting opgenomen. 2. Resultaat Kapitaallasten De werkelijke kapitaallasten zijn lager dan geraamd. Voor (een toelichting op de) verschillen tussen de geraamde kredieten en de werkelijke uitgaven daarop, verwijzen we naar bijlage 6. Lijst investeringen.

Onderhoud gebouwen Gemeentelijke gebouwen Beleidskader Het gehele pakket van meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s) is in 2020 voor de periode 2020- 2022 geactualiseerd. In deze actualisatie is deels rekening gehouden met het aspect duurzaamheid. Met het pakket van Duurzaam Meerjaren Onderhoudsprogramma’s (DMJOP’s) zetten we verdere stappen naar verduurzaming van vastgoed in exploitatie. We maken onderscheid tussen kosten voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. De kosten voor groot onderhoud - zoals schilderwerk - brengen we in één keer ten laste van de voor-

55

ziening. Bij vervangingsinvesteringen - zoals vervangen van een dak - brengen we jaarlijks de kapitaallasten (afschrijvingen en rente) afhankelijk van de afschrijvingsperiode ten laste van de exploitatie. Voorvloeiende financiële consequenties Om uitvoering te geven aan het beleidskader maken we het volgende financiële onderscheid: 1. jaarlijkse storting in de voorziening gemeentelijke gebouwen en gymnastieklokalen; 2. Kosten ten laste van de voorziening Afgerond op € 1.000 1. Storting in voorziening 2. Kosten ten laste van voorziening

Begroting 2022 231.000 300.000

Werkelijk 2022 231.000 99.000

Verschil begroting /- werkelijk 0 201.000

De verschillen tussen de begroting en verantwoording verklaren zich als volgt: 1. Storting in voorziening conform begroting Niet van toepassing. 2. Kosten ten laste van voorziening: Er is € 201.000 minder uitgegeven dan voorzien 2022 laat een positief verschil zien tussen begroting en de werkelijk gemaakte kosten. Dit verschil is te verklaren doordat een aantal (grote) werken zijn doorgeschoven naar 2023/2024. Enerzijds hebben we te maken met bijzondere omstandigheden, lees extreem hoge bouwkosten en krapte op de arbeidsmarkt bij de uitvoerende partijen. Anderzijds hebben we werken uitgesteld in afwachting van strategisch beleidskeuzes. Beide aspecten noodzaken ons tot het maken van keuzes in de uitvoering van werken. Werkzaamheden die betrekking hebben op het aspect veiligheid zijn conform opgaves uitgevoerd.

56

Paragraaf 4

2.4 Financieringsparagraaf

Inleiding We gaan in deze paragraaf in op de gemeentelijke financieringsbehoefte. We beantwoorden de vraag hoe we in onze financieringsbehoefte hebben voorzien en geven aan wat de wettelijke kaders zijn. Bij een overschot aan kasmiddelen zijn we verplicht deze aan te houden bij het rijk. Hierna evalueren we de schuldpositie van de gemeente. Doordat we financieren met externe middelen hebben we te maken met rente. We gaan in op de korte en lange rente en analyseren het renteresultaat. Uitgaven en inkomsten staan centraal We stellen de gemeentelijke begroting op volgens de regels van het stelsel van baten en lasten. Voor gezonde gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook sturen op onze uitgaven en inkomsten (kasstelsel). Kopen we bijvoorbeeld een nieuw gebouw dan betekent dit dat we eenmalig een bedrag betalen aan de verkoper. We moeten er dan bij stilstaan hoe we dit financieren. Betalen we het bedrag met onze eigen middelen – hebben we het bijvoorbeeld op onze bankrekening staan – of moeten we een lening afsluiten waardoor we een schuld opbouwen. Het is belangrijk dat we de schuld in de gaten houden en deze niet te hoog laten oplopen.

Rentevisie en ontwikkelingen Inleiding De rentelasten zijn een belangrijke kostenpost voor de gemeente. Het renteverloop wordt sterk bepaald door economische ontwikkelingen. We beschrijven de ontwikkelingen op Europees vlak. Daarna richten we onze blik op Nederland. Europa in het teken van economische onzekerheid Ondanks de oorlog in Oekraïne is de economische groei, in 2022, in de Europese Unie (EU) gemiddeld 3.2%. Beter dan eerder voorspeld. De sterke start in het begin van het jaar, toen de coronacrisis leek geweken, kwam doordat de burgers en bedrijven het geld weer lieten rollen. Mede door de groeiende vraag is ook de inflatie verder opgelopen tot een recordhoogte in oktober 2022. De Europese Commissie verwacht dat de meeste EU-landen voor het eind van 2022 in een recessie zullen belanden. Deze economische krimp zet zich dan door in het voorjaar van 2023. De economische vooruitzichten in de EU worden door de Russische invasie in Oekraïne, de energiecrisis en uitgeholde koopkracht als ‘uitzonderlijk onzeker’ bestempeld. Het vertrouwen in de economie is scherp gedaald. 57

De Nederlandse economie De economische groei, in 2022, in Nederland is groter dan het Europese gemiddelde. Maar de inflatie ligt ook hoger dan elders in Europa. De inflatie van bijvoorbeeld 9,9% in november 2022 betekent dat de consumentenprijzen 9,9% hoger zijn dan in november 2021. De inflatieverwachtingen liggen op ca. 4,2% voor 2023. Een inflatie van rond de 2% wordt algemeen als goed beschouwd. Als de prijzen geleidelijk stijgen, stimuleert dat de consumenten om hun geld uit te geven. De inflatie is in 2022 echter te hoog, en dat blijft naar verwachting voorlopig zo. Het belangrijkste instrument om de inflatie te beïnvloeden is de rente. Een hogere rente brengt de inflatie - na verloop van tijd - naar een lager niveau. Rente voor leningen met een korte looptijd De refirente - ook wel herfinancieringsrente genoemd - is de rente die banken moeten betalen aan de ECB (Europese Centrale Bank) wanneer zij geld bij de ECB opnemen. Banken gebruiken deze faciliteit als ze liquiditeiten te kort komen. De herfinancieringsrente stond vanaf maart 2016 op 0,00%. Om de inflatie te beteugelen heeft de ECB de refirente een aantal malen verhoogd in 2022: Op 21 juli 2022 is de refirente van 0,00% naar 0,50% gegaan, daarna op 8 september naar 1,25%, op 27 oktober naar 2,00% en tot slot op 15 december verhoogd naar 2,25%.

De driemaands Euribor rente - waarbij de leningen een looptijd hebben van drie maanden -, volgt in grote lijnen het verloop van de refirente. De ECB verwacht pas in het vierde kwartaal van 2023 de eerste renteverlagingen. Rente voor leningen met een lange looptijd De lange rente lag in december 2021 nog op een uitzonderlijk laag niveau, ca. 0,30%. Door de opgelopen inflatie in het vierde kwartaal van 2021 en de nog sterkere prijsstijgingen in 2022 is ook de rente sterk opgelopen. De lange rente was in maart 2022 ca. 1,47%, 1,83% in juli 2022 en daarna gestegen naar 3,39% in september 2022. Eind november was het rentepercentage voor leningen met een lange looptijd iets gedaald naar ca. 2,57%. De verwachting is dat de lange rente in 2023 licht zal dalen. Vanwege de economische recessie en het feit dat de ECB zal stoppen met renteverhogingen. De hypotheekrente stijgt ook mee. In 2022 is de rente voor een 10-jaars hypotheek ca. 4%. Sinds de eerste renteverhogingen is ook de spaarrente gestegen. De Rabo, ING en ABN/AMRO geven eind 2022 bij spaarbedragen tot € 50.000 een rentevergoeding van ca. 0,25%.

Financieringsbehoefte Inleiding De behoefte aan financiering ontstaat hoofdzakelijk door twee zaken. Enerzijds door investeringen in materiële vaste activa. Anderzijds door verstrekte leningen en onze grondexploitaties. Dit laatste komt doordat bij grondexploitaties de kosten voor de baten uitgaan. We organiseren deze financieringsbehoefte door - naast de eigen reserves en voorzieningen - geld te lenen. We voorzien in onze (nieuwe) financieringsbehoefte door continu kort en lang te lenen binnen de kaders.

58

Een tweetal kengetallen zegt iets over onze financieringsbehoefte: kasgeldlimiet en renterisiconorm. De betekenis en het verloop van beide kengetallen lichten we hieronder toe. Kasgeldlimiet niet overschreden in 2022 De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag wordt uitgedrukt als een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de gemeente is dat percentage vastgesteld op 8,5%. Onze kasgeldlimiet voor 2022 was 8,5% van € 39,0 miljoen = € 3,32 miljoen. Gedurende het verslagjaar 2022 had de kasgeldlimiet het volgende verloop: Afwijking Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.) 1 Kortlopende geldleningen (vlottende passiva) 2 Kortlopende geldleningen (vlottende activa) 3 Overschot middelen 4 Tekort middelen 5 Kasgeldlimiet (7 x 8/ 100) 6a Ruimte onder kasgeldlimiet 6n Overschrijding van kasgeldlimiet Bepaling Kasgeldlimiet (Bedragen x € 1 mln.) 7 Begrotingstotaal, afgerond op 1 mln. 8 Percentage regeling

1e kw. 1,43 2,67 1,24 0,00 3,32 4,56 0,00 1e kw. 39,00 8,5%

2e kw. 0,90 2,80 1,90 0,00 3,32 5,22 0,00 2e kw. 39,00 8,5%

3e kw. 1,21 3,73 2,52 0,00 3,32 5,84 0,00 3e kw. 39,00 8,5%

4e kw. 1,82 3,73 1,91 0,00 3,32 5,23 0,00 4e kw. 39,00 8,5%

Toelichting op de tabel Uit de tabel is te lezen dat er het gehele jaar sprake was van ruimte onder de kasgeldlimiet. We hebben eind 2021 en begin 2022 de liquiditeitenontwikkeling op de voet gevolgd en opnieuw beoordeeld. Gezien de verwachte liquiditeitenontwikkeling met grotere investeringen die gepland staan, en de oplopende rente hebben we besloten om in februari 2022 een geldlening van € 6 miljoen aan te trekken met een lange looptijd van 30 jaar. Zowel de korte als lange rente zijn snel opgelopen in de loop van 2022. We voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Herfinanciering is het totaalbedrag aan aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Als gevolg van deze norm kan een rentestijging op de kapitaalmarkt slechts gedeeltelijk doorwerken in de te betalen rentelasten over de vaste schuld. Als we de berekening toepassen op de begroting 2022 leidt dit tot een renterisiconorm van 20% van € 39,0 miljoen (totaal van de lasten op de begroting) = € 7,8 miljoen.

Het renterisico op de vaste schuld mag deze norm niet overschrijden.

59

Het verloop van de renterisiconorm staat in onderstaand overzicht weergegeven: Bedragen x € 1 mln. 1a 1b 1 2 3

Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Aflossingen Renterisico op vaste schuld (1+2)

Begroting 2022 0,00 0,00 0,00 1,43 1,43

Rekening 2022 0,00 0,00 0,00 1,58 1,58

4a 4b 4

Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm (4a x 4b/ 100)

39,00 20 7,80

39,00 20 7,80

5a 5b

Ruimte onder renterisiconorm (4>3) Overschrijding renterisiconorm (3>4)

6,37 0,00

6,22 0,00

In onze gemeente is het totaal van de renteherziening en de aflossingen lager dan de renterisiconorm; we voldoen ruimschoots aan de renterisiconorm. In 2022 schatkistbankieren een overschot aan kasmiddelen Schatkistbankieren: Gemeenten houden overtollige middelen - de middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben om hun taken en verantwoordelijkheden uit te oefenen - aan via een rekening-courant of in één of meer deposito’s.

Schatkistbankieren is vanaf december 2013 verplicht. Maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen (deze wijziging van regeling is ingetreden met ingang van 1 juli 2021), waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Dit komt voor onze gemeente neer op het minimumbedrag van € 1 miljoen vanaf 1 juli 2021. In onderstaand overzicht kunt u de ruimte onder en boven het drempelbedrag per kwartaal aflezen. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (x € 1.000) Verslagjaar 2022 Kwart. 1 Kwart.2 Kwart.3 Drempelbedrag 1.000 1.000 1.000 Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist 1.188 1.685 2.358 aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag 0 0 0 Overschrijding van het drempelbedrag 188 685 1.358

Kwart.4 1.000 2.230 0 1.230

Omslagrente in de Begroting 0,80%, in de Rekening 0,80% Inleiding De rentekosten aan de taakvelden worden toegerekend met behulp van de renteomslag. Deze renteomslag is afhankelijk van onze huidige financiering en de rentepercentages die we op dit moment betalen voor onze geldleningen.

60

Hoe berekenen we het rente omslagpercentage? Uitgangspunt is het bedrag van de externe rentelasten over de korte en lange financiering minus de externe rentebaten. Aan de taakvelden toe te rekenen externe rente wordt vervolgens bepaald door het saldo van de rentelasten en rentebaten te verminderen met de rente die aan de grondexploitaties wordt doorberekend, rente van projectfinancieringen (bijvoorbeeld het nieuwe zwembad/sportcomplex) en rentebaten van door verstrekte leningen (geldleningen aan woonstichting Leystromen). Bij het saldo wat resteert wordt de rente over de voorziening Pensioenen wethouders bijgeteld. Het restant wordt door middel van een rente omslagpercentage aan de verschillende taakvelden toegerekend. In Hilvarenbeek is het omslagpercentage 0,80%. Oorzaken van de lagere rentelasten In vergelijking met de begroting wijken de toe te rekenen rentelasten af door het volgende: - De begrote rentelasten voor het opnemen van gelden tot de kasgeldlimiet waren in werkelijkheid beperkt. We ontvingen rente op de kortlopende geldleningen. - In de Begroting en in de Rekening is gerekend met een omslagpercentage van 0,80%. Naar de Exploitatie worden minder rentelasten, mede door de achterblijvende investeringen, doorberekend wat leidt tot een voordeel. Binnen het taakveld Rente leidt de lagere doorbelasting tot nadeel voor hetzelfde bedrag.

In de bijlage van deze jaarrekening is een gedetailleerd rekenschema Rentekosten opgenomen. De vaste financiering in 2022 De vaste financiering bestaat uit de volgende posten: - 1 langlopende geldlening, verstrekt aan woonstichting Leystromen. Deze geldlening is destijds verstrekt uit eigen middelen en heeft een restwaarde van € 1,3 miljoen. - We hebben zeven opgenomen geldleningen die zijn aangewend voor onze eigen financiering. Een daarvan is eind februari 2022 afgesloten voor een bedrag van € 6,0 miljoen met een looptijd van 30 jaar. De restschuld van deze zes vaste geldleningen bedroeg eind 2022 € 23,3 miljoen. De twee grootste geldleningen hebben een rentepercentage van respectievelijk 0,55% en 0,98%. - We hebben in 2017 een vaste geldlening afgesloten van € 7 miljoen, tegen 1,66%, als objectfinanciering voor de realisatie van het zwembad/sportaccommodatie De Roodloop. De restschuld is € 6,4 miljoen eind 2022.

61

Stand van zaken overige leningen en borgstellingen De gemeente staat borg voor woonstichting Leystromen via zogenoemde achtervangovereenkomsten gesloten met Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om nieuwe financieringen mogelijk te maken in het werkgebied van de woonstichting. Het overleg in 2020 tussen de WSW (Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw), de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en BZK (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) heeft geleid tot verbeteringen in het borgstelsel. Het resulteerde in een nieuwe generieke standaard achterovereenkomst WSW/gemeente. De wijzigingen houden een gewijzigde verdeelsleutel in die de gemeentelijke achtervangpositie eerlijker verdeeld en de WSW gaat van gemeenten ontvangen renteloze geldleningen eerder dan nu terugbetalen. De nieuwe generieke standaard achterovereenkomst sluit aan op het ontvangen verzoek van woonstichting Leystromen de achtervang uit te breiden. Leystromen baseerde haar verzoek op de achterblijvende achtervang geboden door de gemeente Hilvarenbeek in haar werkgebied en de benodigde financiering van haar investeringsagenda in onze gemeente. De nieuwe generieke standaard achtervangovereenkomst is op 1 augustus 2021 in werking getreden en geldt voor alle nieuwe geborgde geldleningen van woningcorporaties werkzaam in onze gemeente.

Hierbij geldt voor nieuwe geborgde geldleningen een verdeling op basis van de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed van onze gemeente in het werkgebied van woonstichting Leystromen. Voor geborgde geldleningen onder de oude achtervangovereenkomsten wordt onze achtervangpositie nog steeds bepaald op basis van individueel geborgde geldleningen. Voor geldleningen die geborgd worden onder de nieuwe achtervangovereenkomst wordt de achtervangpositie bepaald op basis van de nieuwe grondslag. Over 2022 ontvingen wij dit gewijzigde overzicht voor de eerste keer. De gemeente staat borg voor een geldlening welke in 2002 is opgenomen door KOM Onroerend Goed BV. In 2015 is deze rechtspersoon overgegaan naar Mikz Holding B.V. Op 31 december 2021 is Mikz Onroerend Goed B.V., is uitgeschreven uit het KvK en verdergegaan onder de rechtspersoon Stichting Mikz. Vervolgens is begin 2022 de naam van Stichting Mikz gewijzigd in Stichting Mikz Kinderopvang. Alle rechten en plichten zijn overgenomen door Stichting Mikz Kinderopvang. Per 1-9-2022 is mevrouw L.C. (Liesbeth) van Aspert de een nieuwe bestuurder. De gemeente Hilvarenbeek staat borg voor een lening met pro resto hoofdsom van € 800.637.

Schuldpositie (Wet Hof) Sinds 2013 geldt de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Houdbare gemeentefinanciën betekent dat de gemeente - ook bij economisch zwaar weer - genoeg geld overhoudt om aan haar verplichtingen te blijven voldoen, waarbij de noodzakelijke publieke voorzieningen niet in de knel komen. Voor gezonde, houdbare gemeentefinanciën is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. We moeten ook kijken naar de hoogte van de schuld. Rente en aflossingen leggen tenslotte een beslag op het toekomstig inkomen van de gemeente. Hoe hoger de schulden, hoe meer toekomstige inkomsten voor rente en aflossingen worden vastgelegd. In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ gaan we in op de risico’s die we hierbij lopen.

62

Paragraaf 5

2.5 Bedrijfsvoering

In deze paragraaf leest u meer over onze bedrijfsvoering. We gaan specifiek in op een aantal aandachtspunten in de bedrijfsvoering zoals de financiële besturing en beheersing, personeel en informatiemanagement.

Aandachtspunten bedrijfsvoering Besturing en beheersing Om u in staat te stellen uw kaderstellende en controlerende rol in te vullen, hebben we afspraken gemaakt over de jaarlijks door de organisatie op te leveren begrotings- en verantwoordingsdocumenten zoals de begroting, voorjaarsnota(+), najaarsnota en jaarstukken. De risicovolle processen beheersen we met behulp van de interne controles die we uitvoeren op basis van onze Interne Controle plannen. Organisatieontwikkeling Het programma ‘Samen krachtig vooruit’ is in 2021 opgestart en loopt door in 2022 en 2023. Doel van dit programma is het ontwikkelen van ons gedrag op drie voor ons belangrijke competenties die ons helpen onze inwoners en ondernemers beter te kunnen bedienen. We nemen regie om als gemeente onszelf te ontwikkelen en het gesprek aan te blijven gaan met bestuur en samenleving. Dit doen we door ons gedrag te ontwikkelen op de volgende drie competenties die voor elk team en voor elke functie anders vertaald kunnen worden. Hieronder per competentie de belangrijkste resultaten die we in 2022 bereikt hebben: 1. Eigenaarschap: - Het management-ontwikkeltraject is uitgewerkt in een concreet plan dat start in 2023. - Een sturingsconcept voor de organisatie is ontwikkeld, met daarin de rollen en taken beschreven van college, gemeentesecretaris, afdelingshoofd, teamleider en medewerker. 2.

Planmatig werken: - We werken met een organisatiejaarplan in A3 vorm met daarin de resultaten voor het gehele concern. Alle resultaten zijn verdeeld onder de MT-leden die trekker zijn van een bepaald onderdeel dat bijdraagt aan het succes van de gehele organisatie. - Ieder team werkt met een teamplan. Met daarin de (te behalen) resultaten uit het collegeprogramma, going concern, projecten, organisatie- en teamontwikkeling. - Projectmatig Creëren (PMC) is uitgerold in de organisatie en krijgt in 2023 verder vorm in de borgingsfase. 3. Verplaatsen in de klant: 63

-

Het project Heldere Taal is afgerond en overgegaan naar borgingsfase Er is een monitor gemaakt t.b.v. sturing op moties, amendementen, raadsvragen e.d.

Personeel Als gevolg van de coronacrisis zijn we in 2020 op een andere manier met elkaar gaan werken. We werken deels (fysiek) samen op kantoor en werken deels (online) vanuit thuis. De visie op hybride werken is in 2022 vastgesteld. Met deze visie zijn de kaders bepaald en gedeeld binnen de organisatie. Ook heeft elke medewerker een laptop vanuit de werkgever in bruikleen ontvangen. Daarmee zijn de eerste stappen gezet om het hybride werken voor medewerkers te faciliteren. Vanwege het gebrek aan financiële middelen hebben we een aantal stappen in de uitwerking van de visie nog niet kunnen zetten. Om hybride werken optimaal te faciliteren is het wenselijk de inrichting van het gebouw aan te passen. In 2023 kijken we opnieuw naar de mogelijkheden hiervoor. Een van de belangrijkste speerpunten op het gebied van personeel, die ook in 2023 hoog op de agenda staat, is duurzame inzetbaarheid. Thema’s als werkvermogen (balans tussen belasting en belastbaarheid), persoonlijke ontwikkeling en vitaliteit (niet alleen fysiek maar ook werkplezier en uitdaging) zijn hierin belangrijk. In 2022 is binnen elke afdeling van onze organisatie het instrument strategische personeelsplanning ingezet. Met de resultaten hieruit leveren we maatwerk en gebruiken persoonlijke gesprekken om met medewerkers hierover in contact te zijn en afspraken te maken.

Een ander speerpunt is onze profilering als aantrekkelijk en modern werkgever. Dit is nodig om goede kandidaten te werven voor openstaande vacatures, zeker gezien de huidige arbeidsmarkt. Daarbij is ook het boeien en binden van eigen medewerkers van belang, onder andere door te investeren in opleiding en ontwikkeling van talenten. Invulling vacatures Door de krappe arbeidsmarkt is het in 2022 nog lastiger geworden om onze vacatures in te vullen. Het aantal reacties op vacatures neemt af en we moeten creatiever worden om onze vacatures ingevuld te krijgen. Dit kost meer tijd en heeft vaak tot gevolg dat vacatures langer openstaan, hetgeen voor de nodige druk bij medewerkers zorgt. Dit noodzaakt tot het aanpassen van onze wervingsstrategie. In 2022 hebben we hier een start mee gemaakt en in 2023werken we dit verder uit. Extra middelen zijn beschikbaar gesteld om dit te realiseren en in te zetten ten aanzien van passende en effectieve arbeidsmarktcommunicatie. In onderstaande tabel is de bezetting ultimo 2022 exclusief bestuur, opgenomen en afgezet tegen de formatie in de primaire begroting 2022. Formatie primaire begroting 2022 (fte) Reguliere formatie Griffiefunctie Garantiebanen Tijdelijke formatie en projectleiders te dekken binnen projectbudgetten Totaal exclusief bestuur

Bezetting ultimo 2022(fte)

118,1 1,8 1,7 2,4

109,7 1,8 1,3 2,2

124,0

115,0

De 2,2 fte betreft de tijdelijke formatie van 0,7 fte evenementencoördinator VTH, en verder 1,5 fte projectleiders met een vaste aanstelling waarvoor dekking is binnen projecten en GREX. De bezetting en bijbehorende bruto salarislasten, inclusief bestuur, zijn als volgt over de programma’s verdeeld: 64

Programma 1. Samenlevend 2. Belevend 3. Ondernemend 4. Dienstverlenend 6. Overhead Investeringen Eindtotaal

Bruto salaris primaire begroting 2022

1.889.265 2.808.930 115.020 866.928 3.680.140 193.746 9.554.029

Bruto salaris ultimo 2022

1.579.908 2.566.405 112.666 771.833 3.588.349 147.081 8.766.242

Als kanttekening merken we op dat we minder hebben uitgegeven dan begroot op ons vast personeel. Dat komt bijvoorbeeld door het niet kunnen invullen van vacatureruimte met vast personeel. Omdat bovenstaand overzicht enkel over vast personeel gaat ziet u die inhuurlast niet terug. Informatiemanagement In 2022 hebben we gewerkt aan de kwaliteit van onze informatie, waarbij we oog hebben voor de landelijke ontwikkelingen. Projecten zijn gerealiseerd, software is in beheer genomen of verbeterd in gebruik. Verbetering van de dienstverlening en bedrijfsvoering en de harmonisatie van processen en applicaties (BigFive in Equalit-verband) is daarbij het doel. Dat betreft o.a. de volgende projecten: de inzet en gebruik van een nieuw zaaksysteem voor het beheer van onze digitale informatie. Dit systeem is ook een platform dat ons in staat stelt om meer digitaal samen te werken, zowel intern als met externe partners. - We hebben de applicatie voor BRP/persoonsgegevens doorontwikkeld zodat burgers meer producten digitaal kunnen aanvragen en afhandelen. - De software die we voor de Omgevingswet gaan gebruiken is geschikt gemaakt voor de huidige Wabo- en VTH-processen. Daarmee verloopt de overgang naar de toepassing van de Omgevingswet makkelijker. - Het regiesysteem sociaal domein is grotendeels ingericht zodat we die medio 2023 in gebruik kunnen nemen.

Deze, en andere ontwikkelingen, zijn op basis van o.a. de BIO en AVG getoetst op veiligheid, kwaliteit, betrouwbaarheid. Met een DPIA is ook telkens een privacy impact analyse uitgevoerd voor veilig gebruik en privacy. Ook een betrouwbare uitwisseling van informatie in onze (keten-) processen toetsen we zodat we grip op onze gegevens hebben. En zijn diverse verwerkersovereenkomsten afgesloten. Onze afgeschreven computers zijn vervangen en onze medewerkers hebben een laptop als werkcomputer. Hiermee is zowel het werken op kantoor en thuis betrouwbaar en veilig mogelijk. En daarmee faciliteren we het hybride werken; maar ook digitaal vergaderen, het samenwerken aan documenten en delen van informatie is mogelijk. De laptops zijn via Equalit aangeschaft en ingeregeld met een goede beveiliging op toegang tot onze informatie. Daar hechten wij heel veel waarde aan. Samen met Goirle en Oisterwijk vormen we het Data team. In de rollen van data-analist en dataengineer is voorzien, een gegevenscoördinator wordt geworven. Daarmee zetten we een belangrijke stap om met behulp van data beleidskeuzes te maken. Het team levert voor elk domein informatie om op ontwikkelingen te sturen. In 2022 hebben we ook gewerkt aan de voorbereiding van de processen en governance zodat we in 2023 informatievraagstukken kunnen uitwerken. Dit

65

team werkt nauw samen met andere Equalit-deelnemers en ook kijken we naar ontwikkelingen zoals in Hart van Brabant. Informatiewetten die in werking treden De invoering van de informatiewetten (Wet Hergebruik Overheidsinformatie, Wet Elektronische Publicaties, Wet Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, Wet Open Overheid of de Archiefwet) moet deels nog plaatsvinden of is door het Rijk uitgesteld. In 2022 hebben we beperkt tijd in de voorbereiding van de invoering kunnen steken, dit gaan we in 2023, samen met Goirle en Oisterwijk, projectmatig oppakken. Overige De belastingwerkzaamheden voeren we vanaf 2022 weer grotendeels zelf uit. 2021 was het laatste jaar waarin onze belastingwerkzaamheden door een externe commerciële partij werden uitgevoerd. Vanaf 2022 voeren we de werkzaamheden weer grotendeels zelf uit. Specifieke taken, zoals het taxeren van woningen, blijven we uitbesteden. We hebben in 2022 onze belastingadministratie op orde gebracht die we van de externe partij overgedragen hebben gekregen. Verder is gebouwd aan het opzetten van een nieuw team belastingen. Dit heeft in 2022 extra inzet gekost.

66

Paragraaf 6

2.6 Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. Dit zijn onder andere gemeenschappelijke regelingen en vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van de gemeente), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat we één of meer zetels hebben binnen de betreffende partij of dat we stemrecht hebben. Van een financiële band is sprake zodra we middelen ter beschikking stellen aan deze partij. Verbonden partijen zijn te verdelen in de volgende categorieën: gemeenschappelijke regelingen, stichtingen/verenigingen en coöperaties/vennootschappen. In deze paragraaf lichten we de verbonden partijen uit waarmee we een bestuurlijke en financiële band hebben. In onderstaande tabellen hebben we de werkelijke financiële gegevens van 2021 verwerkt aangezien de cijfers voor 2022 nog niet bekend waren ten tijde van het opmaken van dit boekwerk. De bijdragen aan de verbonden partijen zijn wel de cijfers over 2022. In afwijking op bovenstaande hanteren we voor het resultaat, het eigen vermogen en vreemd vermogen voor de Diamantgroep de jaarcijfers 2020. Dit komt omdat de jaarrekening 2021 door de accountant van de Diamantgroep nog niet goedgekeurd is. Er zit een probleem met de controle op de NOW-subsidie.

De accountant is in de afrondende fase en we verwachten dat de jaarrekening voor 1 juli 2023 goedgekeurd wordt. Zowel 2021 als 2022 hebben een positief resultaat, dus financieel staat de Diamantgroep er goed voor (*). Financiële risico’s bij de verbonden partijen Voor een aantal gemeenschappelijke regelingen draagt de gemeente financiële risico’s. Met de GGD, de Diamantgroep, de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst is afgesproken dat de deelnemende partijen de financiële risico’s opvangen wanneer de organisatie zelf niet over vol doende weerstandscapaciteit beschikt. Specifieke risico’s staan uitgewerkt in de risicokaart. Voor de samenwerking met de Regionale ambulance voorziening, Regio Hart van Brabant en de verbonden vennootschappen draagt de gemeente geen financiële risico’s.

67

Verbonden partij Gemeenschappelijke regeling 1 GGD: Verplichte regeling in de publieke gezondheidszorg 1 Diamantgroep: Geeft uitvoering aan participatiewetgeving 2 Veiligheidsregio Midden-West Brabant: Verplichte regeling geeft uitvoering aan de wet veiligheidsregio’s 2 Omgevingsdienst Midden-West Brabant: Verplichte samenwerking geeft uitvoering aan vergunningsverlening, toezicht- en handhavingstaken op milieugebied 2 Regionale ambulance voorziening: Kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg regelen binnen budgettair kader 4 Regio Hart van Brabant: Bestuurlijke, ruimtelijke en economische versterking van de regio Vennootschap 5 Brabant Water N.V.: Borgt een optimale drinkwatervoorziening in haar voorzieningsgebied 5 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten: Draagt bij aan het laag houden van kosten voor maatschappelijke voorzieningen voor de burger

Taak veld

Bijdrage 2022

Resultaat * € 1.000 Resultaat 2021

Eigen vermogen * € 1.000 01-01-2021 31-12-2021

Vreemd vermogen * € 1.000 01-01-2021 31-12-2021

7.1

+ € 238

€ 7.820

€ 7.749

€ 31.107

€ 23.834

6.4

€ 547.712 Gemeentelijke bijdrage incl. plustaken € 1.199.352 subsidie WSW

+ € 3.100 (*)

€ 13.900 (*)

€ 16.800 (*)

€ 20.700 (*)

€ 21.500 (*)

1.1

€ 935.707

+ € 2.829

€ 18.832

€ 18.703

€ 43.130

€ 47.802

7.4

€ 594.105

+ € 164

€ 2.325

€ 2.918

€ 3.480

€ 3.285

1.1

n.v.t. per jaar

+ € 489

€13.738

€14.180

€ 25.744

€ 32.686

0.1

Hart van Brabant: Bijdrage € 68.602 Midpoint: Bijdrage € 68.602

+ € 6.943

€ 8.317

€ 8.106

€ 19.474

€ 18.074

0.5

n.v.t.

+ € 10.493

€ 674

€ 685

€ 523

€ 534

0.5

In 2022 hebben we dividend ontvangen over 2021: € 53.603

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

68

Paragraaf 7

2.7 Grondbeleid

In de jaarlijkse grondnota leest u hoe we het grondbeleid inzetten om onze doelen te bereiken. Het BBV (Besluit Begroting Verantwoording) schrijft voor dat we een aantal onderdelen van de grondnota opnemen in onze begroting en in ons jaarverslag. Het gaat om de volgende onderdelen: - visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van doelstellingen van de begrotingsprogramma’s - aanduiding hoe de gemeente haar grondbeleid uitvoert (uitgangspunten) - beleidsuitgangspunten voor reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van grondzaken (financiële positie) - actuele prognose van de resultaten van de totale grondexploitatie en onderbouwing van de geraamde winstneming We gaan hier in deze paragraaf verder op in.

Visie op het grondbeleid Het Programma Grondbeleid: 1. is faciliterend voor onze volkshuisvestingsopgave 2. versterkt de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente 3. biedt mogelijkheden voor medefinanciering van overige gemeentelijke activiteiten. Een solide financieel beleid is hiervan onderdeel. Dat waarborgen we door twee keer per jaar de grondexploitaties te actualiseren en door de winstverwachtingen van het grondbedrijf aan de algemene dienst te ontkoppelen. Deze ‘ontkoppeling’ is ook uitgangspunt in de begroting. Hieronder leest u meer over de andere uitgangspunten van ons grondbeleid.

Uitgangspunten grondbeleid Grondnota We stellen ieder jaar een grondnota vast. Het grondbeleid baseren we mede op het ‘Samenlevingsakkoord 2022-2026’. Via de grondnota verfijnen we en stellen we het grondbeleid jaarlijks bij. In november 2022 is de laatste grondnota vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelingen met betrekking tot de grondexploitatie. We actualiseren de grondnota voorafgaand aan het samenstellen van de jaarrekening. Daardoor kunnen we eventuele consequenties van de grondnota in de jaarrekening verwerken. De hoofdlijnen van ons grondbeleid zijn: - Het beleid richt zich op ‘bouwen naar behoefte’ met behoud van het dorpse karakter. 69

-

-

Het toewijzingsbeleid richt zich primair op de doelgroepen starters en senioren, daarnaast moeten ook doorstromers in aanmerking komen voor bouwgrond of een koopwoning. We voeren actieve grondpolitiek; er is een productieproces voor de vervaardiging van bouwrijpe gronden. Dat proces bestaat uit aankoop van gronden, bouwrijp maken en uitgeven daarvan. Het grondprijsbeleid voor woningbouw is verdeeld in twee sectoren, vrije sector en de sociale (huur)sector. Binnen de vrije sector is een kortingsregeling voor starterswoningen opgenomen. De grondprijzen worden jaarlijks vastgesteld. Om risico’s af te dekken, houden we een algemene reserve grondexploitatie aan. Verliesgevende plannen vermijden we zo veel mogelijk. We passen tussentijdse winstneming toe conform de Poc-methode. (percentage of completion)

Financiële positie We beschikken over een actuele inventarisatie en beoordeling van de grondexploitatierisico’s. De grondexploitatie heeft een eigen ‘algemene reserve’. Deze reserve dient als weerstandsvermogen om eventuele risico’s op te vangen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ leest u hier meer over.

Prognose grondexploitaties Winstverwachting In de Grondnota leggen we verantwoording af over onze exploitatieopzetten. De exploitatieopzetten zijn in het eerste kwartaal van 2023 herzien als onderdeel van het proces van de jaarrekening. Op basis daarvan ramen we de winstnemingen en verliezen zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Voor de nieuwe grondnota 2023 herzien we de exploitatieopzetten opnieuw. Dit kan leiden tot andere winstverwachtingen dan in onderstaande tabel gepresenteerd. We benadrukken dat het in dit overzicht gaat om geraamde winstnemingen. Bij de jaarrekening beoordelen we of we daadwerkelijk winstnemen op basis van de Poc-methode.

Plan

2022

2023

Mierbeek

2.849.531

-6.477

102.532

2.945.587

Loosche Akkers

4.851.897

91.288

260.886

5.204.072

Vroonacker

1.661.531

-31.888

275.000

De Welder

104.025

-27.108

42.778

De Leeuwerik 3

31.078

1.082

831

4.638

37.629

Gelderakkers 1

1.257.806

-21.276

282.790

95.931

1.615.251

Gelderakkers 2

-

-526

387.340

218.966

Gulden Akker

-

-

0

16.114

J.F. Kennedylaan

-

10.271

444.258

13.820

102.063

12.131

582.544

10.755.868

15.367

1.796.417

434.961

169.051

12.131

13.183.796

Totaal

Raming ongerealiseerde winsten 2024 2025

Totaal verwacht resultaat

Winstrealisatie tm 2021

2026

85.493

1.990.136 119.695

66.988

672.768 16.114

70

Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 is grondexploitatie - als ondernemersactiviteit - belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In het hoofdstuk ‘overhead en vpb’ gaan we hier verder op in. Potentiële nieuwe BIE-complexen Vrijkomende schoollocatie Esbeek De gemeente is eigenaar van de voormalige schoollocatie aan de Heuvelaar 10 in Esbeek. Deze locatie komt in aanmerking voor herontwikkeling. Het ligt voor de hand dat deze locatie als nieuw BIE (bouwgrond in exploitatie) complex aan de grondexploitatie wordt toegevoegd. Tot deze tijd staat dit complex als materieel vast activum gewaardeerd op de balans. Op grond van paragraaf 4.2 BBV dient de waarde te worden bepaald van dit activum om te kunnen vaststellen of er een afwaardering dient plaats te vinden. Vanwege de geringe boekwaarde achten we het niet waarschijnlijk dat hier een afwaardering voor nodig is. Om die reden hebben wij hiervoor geen taxatie laten uitvoeren. Overige ontwikkellocaties In 2019 en 2020 is op diverse locaties door de gemeente WVG gevestigd met het oogmerk daar eigenaar te kunnen worden van gronden voor de ontwikkeling van een gebied t.b.v. wonen danwel bedrijventerrein. Concreet gaat het dan om Vroonacker te Diessen, De Welder te Haghorst en bedrijventerrein Slibbroek te Hilvarenbeek. De WVG in Vroonacker is inmiddels verlopen.

Het ligt voor de hand dat deze locaties op termijn als nieuw BIE (bouwgrond in exploitatie) complex aan de grondexploitatie worden toegevoegd. Tevens liggen er intenties om afspraken te maken met een grondeigenaar in Esbeek, omtrent de ontwikkeling en exploitatie van een nieuwe uitbreiding in het plangebied Leeuwerik IV. Een mogelijkheid is dat deze ontwikkeling als nieuwe BIE (bouwgrond in exploitatie) aan de grondexploitatie zal worden toegevoegd.

71

Jaarrekening 2022 3. Overzicht van baten en lasten en de balans met toelichting

72

3.1 Het jaarresultaat (overzicht van baten en lasten met toelichting) In dit hoofdstuk gaan we verder in op het overzicht van baten en lasten met daarbij een toelichting. We geven eerst een analyse op hoofdlijnen van het gerealiseerde jaarresultaat. Tevens brengen we de voorgestelde budgetoverhevelingen aan de orde. Voor een meer gedetailleerd inzicht gaan we hierna in op het gerealiseerde jaarresultaat per programma en lichten we de significante afwijkingen met de begroting per programma toe. In het overzicht van incidentele baten en lasten geven we aan welk deel van het jaarresultaat incidenteel en structureel van aard is. Tot slot lichten we het begrip ‘begrotingsrechtmatigheid’ toe. Hierbij geven we aan in hoeverre afwijkingen met de begroting als onrechtmatig moeten worden beschouwd.

3.1.1 Overzicht van baten en lasten Elk programma is onderverdeeld in lasten en baten. Het overzicht toont het abstractieniveau waarop uw raad de begrotingsbudgetten autoriseert. Binnen deze budgetten zijn wij geautoriseerd de begroting uit te voeren. De toelichtingen op de financiële afwijkingen tussen de gewijzigde begroting 2021 en de realisatie in 2022 - van alle programma’s afzonderlijk – zijn verder in dit hoofdstuk weergegeven. Voor een verdeling van de baten en lasten naar taakveld per thema verwijzen wij u naar de programmaverantwoording. Per thema geven wij inzicht in de kosten op taakveld-niveau. Verdeling taakvelden naar programma’s Voor een totaaloverzicht van de verdeling van baten en lasten naar taakveld per programma verwijzen wij u naar de bijlagen. EMU-saldo Voor de BBV is het noodzakelijk dat de jaarrekening inzicht geeft in de geprognosticeerde balans en het EMU-saldo. Wij verwijzen u hiervoor naar pagina 99 van de Begroting 2022.

73

74

3.1.2 Jaarresultaat op hoofdlijnen Recapitulatie programma’s In onderstaande tabel zijn de totalen van de verschillende programma’s weergegeven. Rekening 2021

Prim begr 2022

Wijz op begr 2022

Begr na wijz 2022

Werkelijk 2022

Saldo

1. Samenlevend Hilvarenbeek 2. Belevend Hilvarenbeek 3. Ondernemend Hilvarenbeek

-14.898 -3.151 -374

-15.004 -4.781 -222

-474 -980 3

-15.478 -5.761 -219

-14.337 -4.149 -284

1.141 1.612 -65

4. Dienstverlenend Hilvarenbeek

-1.286

-1.509

-46

-1.555

-1.427

128

5.Algemene dekkingsmiddelen

26.064

27.683

1.938

29.621

30.450

829

0

0

0

0

0

0

-6.031

-6.167

-441

-6.608

-6.822

-214

0

0

0

0

0

0

324

0

0

0

3.431

3.431

5.Onvoorzien 6.Overhead 7.Vennootschapsbelasting Totaal programma’s

Tabel - Totaaloverzicht programma's (bedragen x € 1.000,-)

Financieel verwacht resultaat bij de begroting Het vertrekpunt van boekjaar 2022 is de begroting 2022 met een verwacht positief resultaat van € 318.000. We hebben in de VJN+ en in de najaarsnota diverse wijzigingen binnen het (bestaand) beleid aan uw raad voorgelegd die per saldo hebben geleid tot aanpassingen van het verwachtte begrotingsresultaat in de loop van het boekjaar. Hieronder ziet u een overzicht. Bij de najaarsnota 2022 verwachtten we nog een positief resultaat van € 1.117.000. De tussentijdse resultaten verrekenen we altijd met onze algemene reserve waardoor de begroting 2022 op ‘nul’ sluit. Primaire begroting 2022 Mutatie najaarsnota 2021 Verwacht resultaat 2022 ná najaarsnota 2021 Mutatie voorjaarsnota 2022 Verwacht resultaat 2022 ná voorjaarsnota 2022 Mutatie najaarsnota 2022 Verwacht resultaat 2022 ná najaarsnota 2022 Storting in de algemene reserve Begrotingssaldo 2022

318.000 -49.000 269.000 -/- 162.000 107.000 1.010.000 1.117.000 -/- 1.117.000 0

Financieel resultaat rekening De jaarrekening 2022 sluit met een voordelig saldo van € 3.431.000. We voorzagen bij de najaarsnota 2022 een positief resultaat van € 1.117.000 eind 2021. Bij de besluitvorming over de najaarsnota heeft uw raad dit resultaat geautoriseerd en hebben wij dit verwerkt in onze begroting. Na de najaarsnota hebben zich nog een aantal afwijkingen voorgedaan die uw raad niet heeft geautoriseerd met de najaarsnota. Deze afwijkingen met een voordelig resultaat van € 3.431.000 hebben we in onze jaarrekening verwerkt. Welke afwijkingen dit zijn leest u hieronder.

75

Vergelijking financieel resultaat begroting met jaarrekening Als we kijken naar het verschil tussen de gewijzigde begroting en de rekening geeft dit het volgende beeld. Het saldo van baten en lasten wordt ook wel het exploitatieresultaat genoemd.

Bedragen x € 1.000 Rekening 2022 Lasten 42.546 Baten 41.222 Saldo van baten en lasten -1.324 Mutaties reserves 4.755 Gerealiseerd resultaat 3.431 ( N = nadeel en V = Voordeel )

N V N V V

Gewijzigde Begroting 2022 44.362 43.943 -419 419 0

N V N V V

Verschil 1.816 2.721 -905 4.336 3.431

V N N V V

Analyse op hoofdlijnen Hieronder ziet u de belangrijkste afwijkingen van het gerealiseerde resultaat van € 3.431.000 tussen de gewijzigde begroting en de rekening 2022. Dit resultaat heeft grotendeels te maken met incidentele voordelen die we hieronder benoemen. We beperken ons tot de grootste netto afwijkingen. Verderop in dit hoofdstuk leest u meer in detail over de afwijkingen per programma. Het structurele (S) of incidentele (I) karakter van de voordelen (V) of nadelen (N) hebben we per afwijking aangeduid. Korte omschrijving Bedragen x € 1.000,1. Budgetoverhevelingen 2. Opvang Oekraïners 3. Algemene uitkering 4. WMO 5. Jeugdzorg 6. Groen- en bomenonderhoud 7. Toeristenbelasting opbrengsten 8. Regeling energietoeslag 9. Afrekening dierenopvang 10. Voorziening pensioenen en voorziening wachtgelden 11. Overige afwijkingen Totaal

-/-/-

891 770 760 297 268 137 125 101 100 100 358 3.431

V V V V V N V N V V V V

I I I I I I I I I I

Toelichting op genoemde afwijkingen: 1. Budgetoverhevelingen van 2022 naar 2023 Budgetoverhevelingen zijn niet bestede middelen die via de balans (bestemmingsreserve) ov ergeheveld worden naar het volgende boekjaar. Het gaat om budgetten die in 2022 niet volledig zijn benut, maar waarbij de beschikbare middelen nog wel benodigd zijn om de resterende werkzaamheden in volgende jaren uit te voeren. In de volgende paragraaf worden de budgetoverhevelingen gespecificeerd en toegelicht. In het raadsvoorstel van deze jaarstukken stellen we bij de resultaatbestemming voor het nettobedrag van € 891.000 via de reserve budgetoverheveling over te hevelen naar 2023. 2. Opvang Oekraïners Van het Rijk ontvingen we een subsidie voor de opvang van Oekraïners. Ten opzichte van onze uitgaven resulteerde dit in 2022 tot een voordeel van € 1.320.000, waarvan we conform uw raadsbesluit van november 2022 een bedrag van € 550.000 hebben gestort in de nieuwe reserve Nieuwe Erf. In onze jaarrekening 2022 ontstaat daardoor een netto voordeel van € 770.000. 76

3. Algemene uitkering We ontvingen in 2022 (incl verrekeningen voorgaande jaren) € 760.000 meer dan begroot. Het verschil komt grotendeels voort uit de decembercirculaire 2022 waarover we u via een RIB informeerde. Van genoemd voordeel heeft € 205.000 betrekking op extra geld wat we ontvingen voor het verstrekken van energietoeslag. Dit bedrag vormt onderdeel van de verzoeken tot budgetoverhevelingen. 4. WMO Binnen de Wmo (begeleiding huishoudelijke hulp, de hulpmiddelen, het vervoer en de lichte ondersteuning) zie we een voordeel van € 297.000 ten opzichte van de begroting. Het voordeel is incidenteel ontstaan door onder andere corona-effecten aan het begin van het jaar, personele tekorten bij de aanbieders van huishoudelijke hulp en interne onderbezetting binnen de eigen organisatie. Hierdoor zijn tijdelijk wachtlijsten zijn ontstaan. Het is niet de verwachting dat deze problemen in 2023 voorduren. 5. Jeugdzorg De laatste prognose van de regio Hart van Brabant (december 2022) gaat uit van een € 2.135.000 aan kosten over 2022. Met de najaarsnota gingen we nog uit van een bedrag van € 2.350.771. Dit betekent een voordeel van € 216.000. De definitieve jaarrekening van de Regio HvB verwachten we in juli. Dan worden ook pas de definitieve kosten vastgesteld over 2022. Daarnaast zijn ook de lokale uitgaven aan jeugd binnen het persoonsgebonden budget € 52.000 lager dan begroot.

In totaal een voordelig resultaat van € 268.000. 6. Groen- en bomenonderhoud Voor de overschrijding zijn diverse oorzaken aan de orde. Voor de verbetering van nieuwe groeiplaatsen maar ook bestaande groeiplaatsen voor bomen en beplanting is een fikse investering gedaan. In het afgelopen jaar hebben we een hele droge en warme zomer gehad wat direct effect had de grasvelden en beplanting. Veel grasvelden zijn opnieuw ingezaaid, beplanting is aangebracht en ingeboet waardoor extra kosten zijn gemaakt. Door de droogte van afgelopen jaar in combinatie met de voorjaarsstorm hebben ook de bestaande bomen te lijden gehad. Daarvoor is een extra snoeiopdracht uitgezet bij de aannemer. 7. Toeristenbelasting opbrengsten De inkomsten toeristenbelasting zijn hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt met name doordat de definitieve aanslagen toeristenbelasting 2021, die we in kwartaal 2 van 2022 oplegde, hoger uitvielen door hogere overnachtingsaantallen. 8. Regeling energietoeslag Het Rijk verstrekt ons een subsidie voor het verstrekken van energietoeslag aan inwoners met een lager inkomen. Onze uitgaven zijn hoger dan de subsidie die we ontvangen. Het tekort op de regeling Energietoeslag is groter geworden dan bij de najaarsnota 2022 ingeschat. Het bedraagt nog € 101.000 meer wat in deze jaarrekening tot uitdrukking komt. Het totaal tekort over heel 2022 komt uit op € 201.000. 9.

Afrekening dierenopvang Er zijn een aantal jaren gesprekken gevoerd over de verschuldigde bijdrage in de exploitatie en huur van het dierenopvangcentrum in Tilburg. We hielden daarbij in voorgaande jaren rekening met nog te betalen bedragen. Naar nu blijkt dat we € 100.000 niet verschuldigd zijn. Dit komt als financiële meevaller tot uiting in de jaarrekening.

77

10. Voorziening pensioenen en voorziening wachtgelden Een deel uit de voorziening pensioenen valt vrij als gevolg van de herberekening van pensioenverplichtingen o.b.v. actuariële berekeningen d.d. 31-12-2022. Oorzaak is met name de gestegen rente. Hierdoor ontstaat een voordeel van € 265.000. Ook moeten we een storting van € 165.000 aan de voorziening Wachtgelden Wethouders door nieuwe wachtgeldverplichtingen. In totaal resulteert dit in een netto voordeel van € 100.000. 11. Overige afwijkingen Onder de overige afwijkingen vallen diverse kleinere voor- en nadelen. U leest hierover meer in paragraaf 3.1.4 van dit hoofdstuk waarin we de afwijkingen per thema toelichten.

3.1.3 Budgetoverhevelingen In deze paragraaf gaan we in op de budgetoverhevelingen. Het gaat om budgetten die in 2022 niet volledig zijn benut, maar waarbij de beschikbare middelen nog wel benodigd zijn om de resterende werkzaamheden in volgende jaren uit te voeren. De niet bestede middelen hevelen via de balans (bestemmingsreserve) over naar volgende jaren. Bij de uitvoering van de werkzaamheden in volgende jaren dekken we de uitgaven met een uitname uit de bestemmingsreserve. Wij hanteren de volgende richtlijnen voor de budgetoverhevelingen: 1. Het budget moet een incidenteel karakter hebben; 2. Het budget moet minimaal € 10.000 zijn; 3. Het verzoek tot overheveling moet goed gemotiveerd zijn. Wij stellen de volgende budgetoverhevelingen voor:

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

Omschrijving Incidenteel budget Farent Regeling energietoeslag Versterken sociale basis ouderen Opstellen van een breed vastgoed- en accommodatiebeleid Muur kerkhof Diessen Invoering Wet Kwaliteitsborging Bouwen (WKB) Kosten opstellen mobiliteitsbeleid Project aanpak landbouwverkeer Omgevingswet Subsidieregeling Varkenshouderijen Opleidingsprogramma van de raad Ruimte voor Contractbeheer Common Ground ICT infrastructuur Voorbereidingskosten SWA Doelakkers Hilvarenbeek Niet uitgevoerde activiteiten

Progr. 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 4 6 6 1

Voordeel 25.000 205.000 11.000 43.000 50.000 40.000 25.000 64.000 185.000 80.000 18.000 20.000 25.000 100.000 891.000

Toelichting op de budgetoverhevelingen Ad 1. Incidenteel budget Farent Door capaciteitsproblemen heeft Farent de incidentele middelen voor preventieve inzet op urgente veiligheidscasussen in het kader van maatschappelijk werk niet kunnen inzetten. 78

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12992810/1