CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Energieneutraal Biest 2030 (4 Bijlagen Dorpsenergieplan)

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Energieneutraal Biest 2030.13.960 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tapwater Bij lage temperatuur voeding aan de woning (35-45oC) zal voor warm tapwater een afzonderlijke (kleine) boosterwarmtepomp geïnstalleerd moeten worden, met een voorraadvat (boiler). Het is technisch lastig om vanuit de collectieve warmtepomp incidenteel de tapwatertemperatuur boven de 58oC te brengen (legionella eis). De voeding van de boosterwarmtepomp is hetzelfde voedingswatercircuit dat wordt aangeboden aan de vloerverwarming. Ruimtegebruik in en om de woning. Bij een mini-warmtenet wordt geen buitenunit geplaatst op of nabij de woning. Bij de collectieve oplossing komt er in plaats van een binnenunit voor de warmtepomp een (kleinere) boosterwarmtepomp in de technische ruimte. De grootte van een voorraadvat voor warm tapwater zal niet verschillen. Bij een nieuwbouwwoning kan hiermee prima rekening gehouden worden in het ontwerp.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

46

Openbaar gebied De collectieve warmtepomp komt in het openbaar gebied op het punt waar het leidingwerk dat afkomstig is van de geboorde bodemlussen samenkomt. Bij grondgebonden woningen, kan dit ook in een kelderconstructie worden gemaakt. De kelder moet dan wel via een deksel van buitenaf toegankelijk zijn voor onderhoud. Bij nieuwbouw kan het ondergronds leidingwerk direct na het boren van de bodemlussen (warmtewisselaars) in de bodem worden aangelegd. Bodemlussen moeten op een minimale afstand van 6-10 m van elkaar worden geplaatst om onderlinge beïnvloeding uit te sluiten. Voor het mini-warmtenet kan, daarmee rekening houdende, een optimale configuratie worden ontworpen. Bij het ontwerp moet ook rekening worden gehouden dat de bodemlus minimaal 1,5 meter van een gevel wordt geboord. Regeneratie Als voorbeeld is een doorrekening gemaakt met gegevens van de 8 woningen die tegenover de school aan de Biestsestraat zullen worden gebouwd. Het voor deze woningen doorgerekende gesloten bodemenergiesysteem (GBES, met bodemlussen) is niet in balans. Onbalans betekent dat er vanuit de bodem meer warmte wordt onttrokken dan dat er energie wordt uitgehaald voor koeling. Om de GBES in balans te houden, zodat ze tientallen jaren kan worden gebruikt, moet er in de zomer extra energie in de bodemlus gebracht worden. Dit heet regenereren.

In de rekenmodule van de WKO-tool gebeurt dat met thermische zonnepanelen (PV-T). Het aantal benodigde PVT-panelen, en de investering die daarmee samenhangt wordt ook uitgerekend in de tool.

Kosten en baten In onderstaande tabel zijn de kosten samengevat voor het nieuwbouwproject met 8 woningen, dat tegenover de school en café Ome Toon wordt gerealiseerd. Investeringspost Aantal bodemlussen Zon-PVT Investering bodemlus Investering Zon-PVT Totaal GBES Investering warmtepompen Aantal warmtepompen Investering leidingsysteem

Individuele systeem 14 10 € 31.980 € 16.900 € 48.880 € 45.000 8 -

Collectieve systeem 9 8 € 20.560 € 15.600 € 36.160 € 45.200 2 p.m.

Opmerking Collectief is inschatting Collectief is inschatting Incl. btw Incl. btw Incl. btw Incl. subsidie Niet ontworpen

Als er individuele bodemenergiesystemen worden toegepast in plaats van een individuele luchtwarmtepomp dan kunnen de kosten van die systemen nog steeds volledig toegewezen worden aan de stichtingskosten van de woningen. Of dit voordelen voor de projectontwikkelaar en bouwer oplevert wordt bepaald door voordelen in de sfeer van woningwaarde en installatietechnische voordelen. Dat is moeilijk te kwantificeren. Op basis van de voorgaande berekening zullen de stichtingskosten per woning gemiddeld ruim € 6.000, incl. btw toenemen. Daarmee is voor de projectontwikkelaar de overgang van een individuele luchtwarmtepomp naar een individueel systeem met GBES niet aantrekkelijk.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

47

Subsidies Bij de berekening van de investering is rekening gehouden met subsidie. Het subsidiesysteem voor warmtepompen is zo ingericht dat er per stuk een subsidie beschikbaar is. De WKO-tool rekent, onafhankelijk van de investering, met € 4.200 per stuk, incl. btw. Het merkwaardige fenomeen doet zich voor dat bij een mini-warmtenet het totaal aan subsidie afneemt, omdat er, bijvoorbeeld, van 2 collectieve warmtepompen wordt uitgegaan i.p.v. 8 individuele. Daar staat weer tegenover dat er ook subsidie beschikbaar is voor de boosterwarmtepompen voor warm tapwater.

Organisatie Bij een collectief systeem worden de aanlegkosten niet meer toegerekend aan de stichtingskosten van de individuele woningen. In dit geval vervallen de lucht-water warmtepompen in de woningen en worden de stichtingskosten verlaagd. Met de beschikbaar gestelde gegevens kan niet exact worden ingeschat wat de verlaging is. De organisatie van een collectief mini-warmtenet komt in handen van een afzonderlijk op te richten juridische entiteit. Daarbij kan worden gedacht aan een energie- of warmtegemeenschap, die in eigendom is van een bewonerscollectief of er kan worden gedacht aan een commerciële partij die warmte en koeling levert met het mini-warmtenet (inclusief bodemlussen en PVT-panelen) aan de huiseigenaren. Wanneer dit als een “eiland”-bedrijf functioneert (alleen voor deze 8 woningen) dan is exploitatie niet of nauwelijks aantrekkelijk. Voor een commerciële aanbieder die verder geen voet aan de grond heeft in het dorp Biest-Houtakker is zo’n eiland-bedrijf onaantrekkelijk. In het voorbeeld van 8 woningen draagt de energiegemeenschap dan de investeringen voor: -

-

De bodemlussen en het PVT-systeem, hiervoor uitgerekend op € 36.160, incl. btw De collectieve warmtepompen met een totaal vermogen van 26,8 kW (€ 45.200); uit overwegingen van redundantie en onderhoud is het verstandig minimaal 2 warmtepompen in te zetten; op de aanschaf van de warmtepompen wordt subsidie verkregen, zie de alinea hiervoor; De (ondergrondse) behuizing van de collectieve warmtepompen; Het verbindende leidingwerk tussen de bodemlussen en de aansluitleidingen naar de 8 woningen (aanvoertemperatuur 35 – 45oC; aanvoer- en retourleidingen) De boosterwarmtepomp voor warm tapwater voorziening; overwogen kan worden om deze door de bewoner te laten aanschaffen; een voordeel van eigendom van het collectief is echter dat er meet- en regeltechniek kan worden toegevoegd waarmee in combinatie met de voorraadvaten (boilers) in de woningen thermische opslag kan worden gecreëerd. Dit kan gunstig uitpakken voor de inkoop van elektriciteit die nodig is voor de warmte- en transportpompen in het systeem; gunstige elektriciteitsprijs beïnvloeden een business case positief.

Het voert te ver om in dit stadium exact uit te rekenen hoe dit qua kosten en baten uitpakt. Ook omdat er nog meerdere systeemconfiguraties mogelijk zijn. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk om af te zien van de collectieve warmtepompen als het verbindende leidingwerk te duur uitvalt en iedere woning te voorzien van een eigen warmtepomp (in collectief beheer). In dat geval kan het leidingwerk goedkoper uitvallen omdat er minder hoge temperaturen (35-45 oC) worden getransporteerd en is het mogelijk om zonder veel leidingwerk iedere woning onafhankelijk in koel- of verwarmingsbedrijf te hebben. Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

48

Bij een collectief systeem vervallen er stichtingskosten voor de projectontwikkelaar. In de meeste gevallen wordt van de projectontwikkelaar (of koper) een Bijdrage Aansluitkosten (BAK) op het collectieve systeem gevraagd. Bij nieuwbouwprojecten wordt dit meestal gebaseerd op de vermeden kosten binnen de stichtingskosten van de nieuwbouw woning. Een BAK komt ten goede aan het collectief dat warmte levert aan de woningen in de vorm van Eigen Vermogen.

Opschaling Wanneer er in Biest-Houtakker meer systemen ontstaan die op vergelijkbare wijze worden geëxploiteerd dan kan het totale systeem door schaalvergroting aantrekkelijker worden. Er is onderzocht of zo’n systeem op grotere schaal in de Biestse energiegemeenschap zou kunnen passen. Daarom is in de directe omgeving onderzocht of er mogelijkheden zijn voor uitbreiding. In de directe omgeving zijn er nog meer mogelijkheden voor een mini-warmtenet of een combinatie daarvan: -

-

Herinrichting van de H. Antonius van Padua kerk, Biestsestraat 26, op zo'n 150 m afstand van de nu beschreven locatie (plan voor 5 appartementen); Aardgasvrij maken van de gebouwen voor de Basisschool Samenwijs de Vlinderakker en het dorpshuis Ome Toon, dat tussen de kerk en de projectlocatie Anssems ligt. Uit de energiecijfers van dit gebouw volgt dat het jaarlijkse gasverbruik overeenkomt met het gemiddelde van zo’n 8 woningen (8 woningequivalenten); De woning aan de Biestsestraat 42A; redelijk nieuwe woning; De 2 woningen aan Biestsestraat 40 en 40A; redelijk nieuwe woningen die particulier verhuurd worden

Als al deze objecten samen worden genomen dan is de schaal zo’n 25 woning equivalenten.

Alternatieve techniek: WKO-bron net Als het schoolgebouw en café Ome Toon betrokken kunnen worden is het mogelijk een andere techniek toe te passen dan een gesloten bodemenergiesysteem, namelijk een open systeem, ook wel Warmte-Koude Opslag5 of OBES genoemd. Bij een WKO wordt geen warmtewisselaar in een bodemlus geplaatst maar worden twee boringen gemaakt, die anders worden opgebouwd, zie bijlage 5. Via een pompsysteem wordt uit de ene bron grondwater opgepompt uit een watervoerend bodempakket en langs een warmtewisselaar (TSA) gevoerd. Het watercircuit aan de afgiftezijde van de warmtewisselaar vormt de voeding voor een collectieve warmtepomp waarmee een temperatuur in de aanvoerleiding naar woningen en gebouwen wordt ingesteld. De retourstroom van de woningen geeft energie af aan het grondwater dat wordt teruggepompt in de tweede bron van de WKO. Zo vormt zich een warme en een koude bron in het WKOsysteem. Een WKO-bron heeft een aanzienlijk grotere capaciteit dan een bodemlus en kan veel meer woningen van warmte en koeling voorzien. Afhankelijk van de diepte en de geohydrologische omstandigheden kunnen, bij goed geïsoleerde woningen, zo’n 50 - 70 woningen op een https://www.rvo.nl/onderwerpen/verduurzaming-warmtevoorziening/warmteopslag/warmte-enkoudeopslag 5

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

49

WKO-bronnet worden aangesloten. Met een WKO-bron net kunnen dan het gemeentelijk vastgoed (school, Ome Toon) en alle naastliggende woningen (mits goed geïsoleerd) van warmte en koeling worden voorzien.

Boordieptebeperking In Biest-Houtakker is een beperking voor de boordiepte van de WKO (55-56 m). Dat is een serieuze beperking, maar maakt het gebruik van een WKO niet onmogelijk. Voor het beheer en het onderhoud van een WKO is een eigen juridische entiteit nodig. Hiervoor gelden vergelijkbare overwegingen als hiervoor genoemd zijn onder het kopje “Organisatie”. In handen van de Biestse energiegemeenschap kan het een belangrijk bedrijfsmiddel (asset) zijn om tot een eigen, onafhankelijk, energiesysteem te komen. Belangrijk is dat het systeem, net als een collectief GBES, professioneel geëxploiteerd wordt door een hierop ingerichte, goed geëquipeerde, organisatie.

Onzekerheden Kostenramingen De berekeningen voor de mini warmtenetten zijn nu, bewust, gemaakt met openbaar beschikbare methoden in de WKO-tool. Of deze, op de schaal van berekening, helemaal juist is valt nu niet goed te zeggen. De berekeningen voor een GBES in de WKO-tool vallen in de grootteorde, die ook op de website van RVO6 wordt genoemd. Om meer zeker te zijn kan bij een leverancier en/of boorbedrijf die gesloten bodem energiesystemen levert een offerte worden opgevraagd. Daarvoor moet zo’n bedrijf samenwerken met het installatietechnische bedrijf dat de warmtesystemen in de woning aanlegt. In bijlage 5 is een raming opgenomen voor een WKO-systeem voor Beverakkers V. Een vergelijkbare kostenraming mag worden verwacht voor de omgeving Biestsestraat.

Gemeentelijk vastgoed De installatietechnische situatie van het gemeentelijk vastgoed (school, Ome Toon, bouwjaar 2014) is zorgvuldig bekeken. In het gebouw zijn meerdere Cv-ketels aanwezig. Voor het ontwikkelen naar een aardgasvrije oplossing is een ingewikkelde aanpassing van de installatietechnische systemen nodig. De installaties functioneren goed en zijn technisch en economisch niet afgeschreven. De warmtevraag in het gebouw komt overeen met die van ongeveer 8 woningen. Er is behoefte aan koeling in het gebouw. Op dit moment is het nog niet aan de orde en zijn er ook geen middelen voorhanden om dit gebouw aardgasvrij te maken. Daarmee past het ook nog niet om over te stappen op warmtepompen die worden gevoed uit een gesloten of open bodemenergiesysteem. Planning Wanneer voornoemde gebouwen samen genomen worden is er nog altijd een beperkte schaalgrootte voor een WKO-bron en een collectief systeem (25 woning equivalenten). Pas 6

https://www.rvo.nl/onderwerpen/bodemenergie-aardwarmte/gesloten-systemen

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

50

als in de directe omgeving een ander nieuwbouwproject wordt ontwikkeld of als er nog zo’n 30 woningen meer willen participeren in het project ontstaat er een haalbare schaalgrootte voor een WKO-oplossing. Dit past waarschijnlijk niet in de planning omdat de twee nieuwbouwprojecten op termijn van een of twee jaar om warmte vragen, het gemeentelijk vastgoed pas over zo’n 5 jaar en er nog geen concreet zicht is op een nieuwbouwproject in de omgeving. Er is ook nog tijd nodig om de energiegemeenschap op te richten en om die zover in te richten dat ze projectontwikkelaars een aanbod kan doen.

Afwegingen en conclusies Uit het onderzoek en de overwegingen hiervoor kan worden afgeleid dat het op de onderzochte schaalgrootte lastig is om tot een aantrekkelijke propositie voor miniwarmtenetten te komen. Het meest aantrekkelijke voor de projectontwikkelaars zou zijn om hen het perspectief te bieden dat zij niet hoeft te investeren in de luchtwarmtepompen. Dat verlaagt de stichtingskosten. De Biestse energiegemeenschap vraagt die verlaging dan in de vorm van een Bijdrage Aansluit Kosten terug die ten goede komt van het collectieve systeem (mini warmtenet of WKO-bron net). Zo is het voor de projectontwikkelaar budget neutraal. Voor de Biestse energiegemeenschap vormt de optelling van deze BAK al wel een Eigen Vermogen, maar het gaat daarvoor de verplichting aan om (te allen tijde) warmte en koeling te leveren aan de woningen. Dit is technisch mogelijk, maar financieel een risico. Er is dan Vreemd Vermogen nodig om tot een sluitende financiering te komen. De ontwikkeling van de energiegemeenschap vraagt tijd. De projectontwikkelaars hebben al in 2026 een financiële aanbieding nodig en die kan nu nog niet worden gedaan vanuit de Biestse energiegemeenschap.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

51

Bijlage 10 Energie delen en energiemanagementsysteem warmtepompen opzet Aanleiding In het dorpsenergieplan wordt uitgegaan van een aanzienlijke toename van het gebruik van warmtepompen in het dorp. Warmtepompen gebruiken elektriciteit om warmte te produceren voor ruimteverwarming en voor het maken van warm tapwater in de woning. Omdat energieneutraliteit het doel is, is het de bedoeling om elektriciteit voor warmtepompen te gebruiken die zoveel mogelijk uit eigen, lokale, opwek komt. In het plan zijn voor lokale opwek verschillende opties in beeld, zoals zon-op-dak, windturbines of mono-mestvergisting. De elektriciteit zal voornamelijk via het lokale laagspannings- en middenspanningsnet van Enexis worden gedistribueerd. In dat elektriciteitsnet kan congestie optreden. Er is uitbreiding van het elektriciteitsnet gepland, maar toch is het van belang om netbewuste keuzes te maken.

Energie delen, beleid en juridische basis Een van die netbewuste keuzes is om elektriciteit over zo kort mogelijke afstand te transporteren van opwek naar gebruiker. Dat kan door elektriciteit te delen tussen de inwoners. De mogelijkheden daarvoor gaan de komende jaren toenemen door decentrale opwek, opslag van elektriciteit en de mogelijkheid van een 2e allocatiepunt in de woning (MLOEA, meerdere leveranciers op een aansluiting). Bewoners en bedrijven vervullen steeds meer een actieve rol in het energiesysteem. Deze beweging wordt vanuit Europa actief bevorderd, onder andere via het concept ‘energiedelen’. In de in 2024 aangenomen ‘reform of the Electricity Market Design’7 (verder: EMD) wordt energiedelen als separate activiteit gedefinieerd en uitgewerkt. Deze richtlijn moet worden ingevoerd in nationale regelgeving van de lidstaten. In de Energiewet is energiedelen al mogelijk gemaakt voor de situatie dat de deelnemers aan een energiegemeenschap allen dezelfde leverancier hebben. Vanaf 1 januari 2026 treedt de nieuwe Energiewet in werking. Daarin is het begrip energiegemeenschap opgenomen. Energiegemeenschappen kunnen door groepen bewoners worden opgericht om samen energie te delen. Een bekende vorm van energie delen tot nu toe was het oprichten van een zonnedak of -veld door middel van een postcoderoos systeem. Daar komen nu nieuwe mogelijkheden bij.

Binnen Nederland zijn innovatieve mogelijkheden onderzocht door middel van het project Local-4-Local. De ervaringen van dit project zijn samengebracht in een Kennisbank. Het is de bedoeling om van die ervaringen in Biest-Houtakker gebruik te maken. Het project dat Local-4-Local opvolgt heet Joule4Joule. Binnen dit landelijke project bestaat de mogelijkheid om lokaal te leren. Een van de modules in dit project gaat over de ontwikkeling van Digitale Operationele Tools, zoals een energiemanagementsysteem. Daarnaast is nog een project gestart dat veel raakvlakken heeft, Watt2Watt.

7

https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L_202401711

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

52

Bij beide projecten wil de stichting Duurzaam Biest vanuit Biest-Houtakker aansluiten om kennis te delen, oplossingen in de praktijk te testen en kennis breed te verspreiden.

Slimme warmtepompen Moderne warmtepompen krijgen steeds slimmere software mee. De operationele bedrijfsvoering van de warmtepomp kan steeds beter worden afgestemd op andere apparaten in de woning of in een gebouw. In oktober 2025 heeft een delegatie van stichting Duurzaam Biest een bedrijfsbezoek gebracht bij producent WeHeat uit Duizel. Die hebben hun actuele mogelijkheden laten zien. Zij bevestigen dat in de toekomst warmtepompen op buurt- en wijkniveau gegevens kunnen delen in een energiemanagementsysteem. Data en informatie delen is de basis voor energie delen. Moderne warmtepompen anticiperen al op het afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen in 2027. Door slimme software en door data uit te wisselen met zonnepanelen op de woning, met (thuis)batterijen en met apparaten in huis kan optimaal gebruik worden gemaakt van zelf opgewekte zonne-energie. Door uitbreiding van dergelijke software kan een energiemanagementsysteem ontstaan, waarmee tussen woningen en gebouwen elektriciteit kan worden uitgewisseld. Dergelijke systemen zijn nu in ontwikkeling. Verwacht mag worden dat die vanaf 2027 op de markt zijn om gebruikt te kunnen worden door een energiegemeenschap.

Gelijktijdigheid en relatie met de energiemarkt Het dorpsenergieplan gaat uit van de vorming van een energiegemeenschap in 2026. Vanaf dat moment kan de energiegemeenschap samenwerken met een gespecialiseerde dienstverlener die vergunning heeft om energie te leveren aan consumenten. Die samenwerking is nodig om het belang van de consumenten te beschermen. Energielevering vraagt immers om professionaliteit en garanties voor de levering. Door samen te werken met een dienstverlener (bijvoorbeeld om|energie of Energie van Ons) wordt de energiegemeenschap zelf leverancier voor de bewoners in het dorp. De dienstverlener waarmee samengewerkt wordt vervult de rol van programma verantwoordelijke. De daarvoor te selecteren partij moet daartoe worden getoetst op betrouwbaarheid en professionaliteit. Doel is dan dat zoveel mogelijk bewoners, op basis van vrijwilligheid, klant worden bij hun “eigen” leverancier, namelijk de Biestse energiegemeenschap. De energiegemeenschap: -

-

8

Ontwikkelt en beheert assets (bedrijfsmiddelen), zoals een collectief zon-op-dak systeem (energiehub), WKO-bron net of een mono-mestvergister en het energiemanagementsysteem; Verkoopt overschotten aan energie en koopt tekorten op de energiemarkt; Levert bij gelijktijdigheid8 direct zelf opgewekte elektriciteit aan de bewoners en ondernemers; Koopt dienstverlening in bij een dienstverlener met een vergunning.

Gelijktijdigheid: vraag en aanbod zijn beiden aanwezig in het systeem in hetzelfde kwartier

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

53

Energie delen werkt beter als het lukt om binnen de gebiedsafbakening in Biest-Houtakker gelijktijdigheid zoveel mogelijk te vergroten. Daar ligt een technische uitdaging voor de ontwikkeling van de bedrijfsmiddelen binnen de energiegemeenschap. Het gaat erom de juiste mix van middelen samen te stellen vanaf 2026. Bij het vinden van de juiste mix spelen ook batterijen een rol. Dat kan op het niveau van een individuele woning of bedrijf, maar kan ook op buurt- en wijkniveau. Er bestaat in Wageningen zelfs al een concept van batterijbuurten. Daarbij delen bewoners hun thuisbatterijen met de buren. Ook kunnen nieuwe warmtepompen bij woningen worden voorzien van een groter buffervat voor de voeding van vloerverwarming. Daarmee krijgt de warmtepomp meer flexibiliteit om op momenten dat veel of goedkope elektriciteit beschikbaar is warmte te maken voor de woning. Onderstaande figuur illustreert hoe het systeem op dorpsniveau kan functioneren bij 70% gelijktijdigheid:

De figuur is ontleend aan een webinar van Local-4-Local die op 3 december 2025 is verzorgd door Energie Samen, om|energie, Energie van Ons en Agem Energie Experts.

Verwachte effect van energie delen Door een energiemanagementsysteem in te richten en energie te delen binnen het dorp mogen de volgende effecten worden verwacht: -

-

Meer grip op energie o Bewoners zitten aan de knoppen en kunnen zelf sturen Democratisering o Bewoners kunnen samen keuzes maken o Ervaring met coöperatief organiseren worden benut en uitgebouwd Minder afhankelijkheid van marktpartijen en markttarieven o Transparant o Geen winstoogmerk, opbrengsten komen ten goede aan de dorpsgemeenschap

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

54

o o

Minder blootstelling aan sterke wisselingen van marktprijzen Meer flexibiliteit

Deze effecten sluiten goed aan op de 5 voorwaarden die stichting Duurzaam Biest stelde in 2023-2024 bij de start van de ontwikkeling van het dorpsenergieplan: -

Robuust: Betrouwbaar: Van onszelf: Van ons samen: Schaalbaar:

is bestand tegen veranderingen is altijd operationeel we zijn zo min mogelijk afhankelijk van anderen we zoeken naar collectieve duurzame oplossingen we beginnen klein en breiden in de toekomst uit

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

55

Bijlage 11 Productie van groengas in de melkveehouderij met monomestvergisting – achtergronden De optie om groengas te produceren uit mest van de melkveehouderij is in beeld gekomen na contacten met vertegenwoordigers van ZLTO in het najaar van 2025. Dit plan vraagt ontwikkeltijd en goede afstemming met veel partijen alvorens het tot realisatie kan komen. Het biedt potentie en oplossingen voor problemen die verder gaan dan de energie- en warmtetransitie. Daarmee is er een wenkend perspectief. Er zijn echter ook barrières die overwonnen moeten worden, van ruimtelijke, juridische en financiële aard. Omdat er in en in de directe omgeving van Biest-Houtakker melkvee bedrijven actief zijn is het plan in beeld gekomen. Het kan vanaf 2026 nader worden onderzocht in het licht van het ontwikkelen van een Biestse energiegemeenschap en wat deze kan bijdragen aan deze technische oplossingsrichting. Om deze optie toe te lichten is gebruik gemaakt van een presentatie die vanuit ZLTO is verzorgd tijdens de Energiedag, Beter in Balans, op 24 januari 2024 van de RES-regio WestBrabant. De problemen waar melkveehouders mee kampen kunnen als volgt worden samengevat: -

-

-

-

Stikstofemissies: Doel is het verlagen van emissies en het sluiten van kringlopen o Dier-, voer- en management maatregelen o Stalaanpassingen o Ammoniakstrippers, mestverwaarding en kunstmestvervangers Broeikasgas emissies: Doel is het verlagen van de CO2 voetafdruk o Verlaging methaanuitstoot door (mono)mestvergisting en slim transport van mest o Carbonfarming Hoge energieprijzen Doel is om energieproductie te verduurzamen en duurzame energie te gebruiken o Zon-PV systemen (op dak) o Wind o Groen gas Netcongestie Doel is om netbewust te handelen en mogelijkheden om aansluit- of teruglever capaciteit te vergroten. o Bijmenging van groen gas in het aardgasnet o Digitaal energiemanagement systeem om lokale opwek en verbruik te koppelen.

Vanuit deze integrale problematiek is door ZLTO een voorstel ontwikkeld voor een regionale oplossing die is gebaseerd op samenwerking en een lokale business case met waarde creatie. De voorgestelde technische oplossing is om monomestvergisting toe te passen. Er is landelijk al veel ervaring met mestvergisting, maar daarbij worden meestal meerdere

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

56

grondstoffen in de vergister verwerkt tot biogas. Bij monomestvergisting gaat het alleen om mest van melkveehouderijen.

Bij mono-mestvergisting wordt mest in een zuurstofloze omgeving gebracht. Door methanogene bacteriën, die van nature in de mest aanwezig zijn, wordt in de vergister methaan (60%), kooldioxide (35%) en water, stikstof en zwavel (5%) geproduceerd. Door omzetting van organische stikstof in minerale stikstof kan de mest een verhoogde waarde hebben. Minerale stikstof is direct opneembaar door de planten op het land. Om van biogas uit de vergister groen gas te maken is een opwerkingstechniek nodig die de CO2 en ongewenste componenten uit het biogas verwijdert. Groen gas heeft na opwerking een vergelijkbare kwaliteit en calorische waarde als aardgas. Het kan dan worden bijgemengd in een aardgasnet. Landelijk komt de bijmengverplichting van groengas in een aardgasnet steeds meer in beeld als oplossing om gaslevering te verduurzamen. Monomestvergisting is een integrale oplossing van stal tot akker: -

Reductie van ammoniak Reductie van CO2 en methaan Productie van groen gas en nuttige toepassing daarvan Productie van een kunstmestvervanger (renure) uit het residu van het vergistingsproces Verwaarding van dierlijke mest Meer organische stof op eigen land, zonder grote transportbewegingen.

Het is een innovatieve oplossing, die de bestaanszekerheid van de melkveehouderij kan verbeteren. De techniek levert een bijdrage aan de circulaire economie en kringloop landbouw. Een monomestvergister kan onderdeel zijn van een lokaal georganiseerd energiesysteem. Vanuit ZLTO is een visie ontwikkeld op de rol van de landbouw in een energiesysteem. Deze visie sluit goed aan op het dorpsenergieplan voor Biest-Houtakker. De visie is gebaseerd op het combineren van holonen (zelfstandige clusters van energie opwek, distributie en verbruik) die met elkaar worden gecombineerd. Het systeem is geillustreerd in de volgende figuur.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

57

De potentie van groen gas productie wordt geschetst aan de hand van enkele kengetallen: -

1 melkkoe produceert 25 m3 (drijf)mest per jaar 1 m3 mest kan worden vergist tot 30 m3 biogas (dagverse mest) 1 m3 groen gas wordt geproduceerd uit 1,5 m3 biogas.

Door combinatie van deze getallen wordt duidelijk dat met de mestproductie van 1 melkkoe ongeveer 500 m3 groen gas kan worden geproduceerd: 25 x 30 / 1,5 = 500 m3 groen gas. Ter vergelijking: het gemiddelde gasverbruik in Biest-Houtakker in 2024 per huishouden was 1.000 m3/jaar aardgas (CBS-cijfers, zie bijlage 2). Uit berekeningen van ZLTO blijkt dat de gewenste schaalgrootte van een monomestvergister overeenkomt met de mestproductie van zo’n 400 melkkoeien. Bij deze schaalgrootte kan er zo’n 0,2 miljoen m3 groen gas per jaar worden geproduceerd. Dat komt overeen met zo’n 30-40% van het totale aardgasverbruik in het dorp BiestHoutakker in 2024. Kijkend naar de melkveebedrijven in Biest-Houtakker (of directe omgeving) moeten dan 3-4 melkveehouders met elkaar samenwerken. Een van de bedrijven die bij de flexibiliteitsscan (zie bijlage 6) is onderzocht aan de Klein Westerwijksestraat heeft, bijvoorbeeld, ongeveer 180 melkkoeien. Een belangrijk referentieproject waar ervaring is opgebouwd bevindt zich in Sint-Oedenrode, GroeneWoudGas. Met monomestvergisting kan, als alternatief voor groengas, of in combinatie daarmee, ook elektriciteit worden geproduceerd. Een indicatie van de elektriciteitsproductie bij een schaalgrootte van 400 melkkoeien, is 450 – 500 MWh / jaar.

Ter indicatie: Het totale elektriciteitsverbruik in het dorp Biest-Houtakker was in 2021 t/m 2023 2.200 – 2.400 MWh/jaar. Elektriciteitsopwek met monomestvergisting zou een alternatief kunnen zijn voor de Biestse

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

58

energiegemeenschap als lokale opwek van zon-op-dak niet voldoende van de grond kan komen en/of het te lang duurt om lokaal eigenaarschap op windenergie te verwerven. Om de haalbaarheid verder te kunnen beoordelen is een concrete uitwerking voor BiestHoutakker of omgeving nodig. Daarbij zou kunnen worden aangesloten bij lokale verkenningen die ZLTO uitvoert. Belangrijke onzekerheden voor de toekomstige ontwikkeling zijn: -

-

De financieel-economische haalbaarheid en optimale schaalgrootte. De directe kosten van mestvergisting zijn, met de inzichten van nu, hoog om tot concurrerende prijzen voor elektriciteit- en groen gas afzet te komen. Er is echter ook een maatschappelijke waarde die mogelijk een rol kan spelen in de financiële afwegingen. Het economisch en milieuverantwoord transport van mest naar de vergister De ruimtelijke mogelijkheden en vergunningsaspecten, zowel op stalniveau als op het niveau van de locatie waar een mestvergister wordt gepland De toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot de bijmengverplichting in het aardgas net De mogelijkheden van samenwerking tussen melkveebedrijven en de bestaanszekerheid van deze bedrijven De organisatorische opzet van een monomestvergister en de samenwerking met de Biestse energiegemeenschap.

Reductie van deze onzekerheden kunnen in het bedrijfsplan worden meegenomen dat de stichting Duurzaam Biest in het voorjaar van 2026 wil opstellen. Samenwerking met ZLTO en lokale melkveehouders is dan gewenst.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

59

Bijlage 12 Berekening energieneutraliteit in 2030 De uitgangssituatie is weergegeven in de volgende figuur.

Met een eenvoudige berekening is een combinatie van parameters gekozen die leiden tot energieneutraliteit in 2030. Langs deze weg zijn vier scenario’s geschetst. Die leiden er allen toe dat verbruik en opwek in 2030 in evenwicht zijn. In de berekening wordt een onderscheid gemaakt naar twee typen woningen: -

Label B en beter: 300 woningen Label C en slechter: 100 woningen

Voor beide woningtypen zijn er twee interventies: -

Isoleren en besparen (gasverbruik en elektra) Overstap naar een warmtepomp

Daarnaast is er rekening mee gehouden dat een percentage van de mensen in het dorp overstapt op elektrisch vervoer en dat ze daarvoor meer elektriciteit zullen verbruiken. In de navolgende tabel zijn per scenario combinaties opgenomen van uitgangspunten die allen leiden tot energieneutraliteit in 2030. Het is, vanzelfsprekend, onmogelijk om op voorhand de realiteitszin van iedere combinatie van uitgangspunten te bepalen. Toch geven de combinaties inzicht in de doelstellingen per interventie die bereikt moeten worden om energieneutraal te worden.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

60

Interventies: Isoleren en besparen - label A en B – minder gas - label A en B – minder elektra - > label B – minder gas - > label B – minder elektra Warmtepompen overstap - label A en B – overstap - label A en B – gasbesparing - > label B – overstap - > label B – gasbesparing Mobiliteit elektrisch vervoer - percentage overstap Resultaat Besparing gas (GWh/j) Besparing elektra (GWh/j) Lokale opwek extra (GWh/j) Totaal Te overbruggen verschil

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Scenario 4

10% 5% 40% 25%

30% 20% 60% 40%

10% 5% 40% 25%

10% 5% 40% 25%

50% 90% 20% 70%

30% 80% 30% 80%

75% 90% 40% 80%

30% 80% 30% 80%

40%

50%

60%

20%

2,75 -0,80 1,5 3,45 3,4

2,89 -0,47 1,0 3,42 3,4

3,73 -1,31 1,0 3,42 3,4

2.05 -0,41 1,8 3,45 3,4

Langs deze weg is een eindeloze combinatie van variabelen mogelijk. Daarmee kunnen ook eindeloos veel scenario’s worden samengesteld. Hieronder wordt een tekstuele typering van ieder scenario gegeven: 1. Gemiddelde ambitie warmtepomp en E-delen (40%). Matige ontwikkeling isolatie en besparen. Gemiddelde ambitie elektrische rijden (40%). Extra lokale opwek in energiehub: 1,5 MW 2. Matige ambitie warmtepomp en E-delen (30%). Sterke ontwikkeling isolatie en besparen. Bovengemiddelde ambitie elektrische rijden (40%). Extra lokale opwek in energiehub beperkt tot: 1,0 MW 3. Hoge ambitie warmtepomp en E-delen (65-70%). Matige ontwikkeling isolatie en besparen. Hoge ambitie elektrische rijden (60%). Extra lokale opwek in energiehub beperkt tot: 1,0 MW 4. Matige ambitie warmtepomp en E-delen (30%). Matige ontwikkeling isolatie en besparen. Lage ambitie elektrische rijden (20%). Extra lokale opwek in energiehub stijgt naar: 1,8 MW Met deze berekeningen is een beeld ontstaan van de verschillende paden die gevolgd kunnen worden naar energieneutraliteit. Daaruit valt af te leiden dat energieneutraliteit in 2030 haalbaar is als de stichting Duurzaam Biest en de energiegemeenschap haar dorpsgenoten voldoende in beweging krijgt.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

61

Bijlage 13 Toetsing activiteiten 2025 aan het Buurtproces van Energie Samen en Buurtwarmte In 2025 heeft Stichting Duurzaam Biest procesbegeleiding gehad van Coöperatie Buurtwarmte U.A. Buurtwarmte is een zusterorganisatie van de landelijke koepelorganisatie van energiecoöperaties, Energie Samen. Bij de projectmatige opzet van alle werkzaamheden in 2025 is gebruik gemaakt van het door Buurtwarmte en Energie Samen ontwikkelde Buurtproces. Met het afronden van het Dorpsenergieplan bereikt stichting Duurzaam Biest mijlpaal C uit onderstaand schema en rondt ze de initiatiefase af.

Met behulp van de onderstaande schema’s uit het Buurtproces is geverifieerd of alle stappen zijn doorlopen. Bij ieder schema is een korte toelichting gegeven over de status van de activirteiten.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

62

Toelichting: Deze stap is feitelijk afgerond met het organiseren van de eerste bewonersbijeenkomst (A6) in februari 2025. Het activiteitenplan (A7) is in januari 2025 in samenspraak met de werkgroep Duurzaam Biest opgesteld. Met de beschikking van de gemeente Hilvarenbeek in januari 2025 op de subsidieaanvraag en de toezegging van middelen uit het proces Democratische Vernieuwing was ook stap A9 afgerond.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

63

Toelichting: In april 2025 zijn drie taakgroepen gestart, die de werkstromen B&C, T&B en O&F hebben opgepakt. De werkgroep Duurzaam Biest heeft zich gefocust op de werkstroom P&O. Daarmee heeft de buurtorganisatie (B7) vorm gekregen. In de loop van 2025 zijn, in samenspraak met de taakgroepen, alle stappen doorlopen. In feitelijke zin is er geen 2e bewonersbijeenkomst georganiseerd, zoals omschreven onder B3. Dat werk is meer in de taakgroepen (ongeveer 20 deelnemers) uitgevoerd in het 2e en 3e kwartaal. De stappen B11 (activiteitenplan) en B13 (financiering) waren in januari en februari 2025 al afgerond. De koers (mijlpaal B) is begin 2024 bepaald met het plan Energieneutraal 2030. Die koers is ongewijzigd voortgezet in 2025 en staat ook aan de basis van het Dorpsenergieplan.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

64

Toelichting: De derde bewonersbijeenkomst (C6, feitelijk de 2e, zie toelichting hiervoor) is gehouden in september 2025. De volgende bijeenkomst (C11) staat gepland voor 2 maart 2026. De business case (C7) is nog niet helemaal afgesloten. Elementen ervan (bijvoorbeeld het WKO-bron net) zijn conceptueel doorgenomen (bijlage 5). Ook van de energiehub is een globale indruk gevormd (bijlage 6). In het voorjaar 2026 moeten die worden samengevoegd tot het bedrijfsplan waar in dit plan sprake van is. De samenwerkingsovereenkomsten (C10) vragen nog aandacht. Daar is in het plan in paragraaf 7.2 op ingegaan. De werkgroep heeft in januari 2025 een rechtsvorm gekozen (Stichting, stap C9). In dit dorpsenergieplan is de intentie opgenomen om in 2026 een energiegemeenschap te vormen. De financiering voor mijlpaal D is nog niet helemaal rond. Door de afwijzing van de

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

65

Enercom subsidie (december 2025) is er nog geen dekking. In paragraaf 6.3.2 wordt aangegeven hoe de financiering voor de vervolgstap georganiseerd zal worden. De conclusie is gerechtvaardigd dat het initiatief op de drempel van mijlpaal C staat. Daarmee wordt de initiatiefase afgesloten. De volgende stap is de ontwikkeling fase.

Bijlagenrapport Dorpsenergieplan

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16624474/1