13 Energieneutraal Biest 2030 (4 Bijlagen Dorpsenergieplan)
Tekst van het document
BIJLAGEN DORPSENERGIEPLAN BIEST-HOUTAKKER De energie van de Biest Biest-Houtakker energieneutraal in 2030
Biest-Houtakker, 24 december 2025 (definitieve versie) Stichting Duurzaam Biest – werkgroepen en taakgroepen i.s.m. Coöperatie Buurtwarmte U.A (procesbegeleiding)
Inhoudsopgave Bijlage 1. Fysieke kenmerken ........................................................................................................ 4 Bijlage 2. Energie .........................................................................................................................11 Bijlage 3. Beleidscontext ..............................................................................................................21 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6.
Warmtebeleid .................................................................................................................... 21 Participatiebeleid .............................................................................................................. 25 Grootschalige opwek ......................................................................................................... 26 Kleinschalige opwek .......................................................................................................... 28 Mobiliteit ........................................................................................................................... 28 Onderhoud en beheer in openbare ruimte en ondergrond .................................................. 28
Bijlage 4. Resultaten bewonersenquete zomer 2025 ......................................................................29 Bijlage 5. Verkenning WKO-bron net Beverakkers V .......................................................................32 Doelstellingen en perspectief .....................................................................................................32 Capaciteit bodemenergiesysteem - WKO .....................................................................................32 Globaal ontwerp WKO-bron net Beverakkers V .............................................................................33 Kostenvergelijking .....................................................................................................................35 Seizoensopslag ........................................................................................................................35 Elektriciteitsgebruik...................................................................................................................36 Conclusie ................................................................................................................................36 Bijlage 6.
Samenvatting flexibiliteitsscan Zon-op-dak bij bedrijven in buitengebied ........................37 Conclusie en vervolgaanpak.......................................................................................................40 Bijlage 7. Eindrapportage verkenning warmtenet Beverakkers door Qalor ......................................41 Bijlage 8. Betrokken bewoners in werk- en taakgroepen ................................................................43 Werkgroep Duurzaam Biest ........................................................................................................43 Taakgroep Communicatie & Participatie ......................................................................................43 Taakgroep Techniek & Business Case..........................................................................................43 Taakgroep Organisatie & Financiën .............................................................................................43 Procesbegeleiding ....................................................................................................................44 Bijlage 9 Onderzoeksresultaten naar mini warmtenetten...............................................................45 Bijlage 10 Energie delen en energiemanagementsysteem warmtepompen opzet ............................52 Aanleiding
................................................................................................................................52 Energie delen, beleid en juridische basis......................................................................................52 Slimme warmtepompen ............................................................................................................53
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
2
Gelijktijdigheid en relatie met de energiemarkt .............................................................................53 Verwachte effect van energie delen .............................................................................................54 Bijlage 11 Productie van groengas in de melkveehouderij met monomestvergisting – achtergronden ...................................................................................................................................................56 Bijlage 12 Berekening energieneutraliteit in 2030 ..........................................................................60 Bijlage 13 Toetsing activiteiten 2025 aan het Buurtproces van Energie Samen en Buurtwarmte .......62
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
3
Bijlage 1. Fysieke kenmerken Deze bijlage is een aanvulling op paragraaf 2.2.1 van het Dorpsenergieplan. Bebouwing In deze bijlage wordt dankbaar gebruik gemaakt van actuele cijfers op de website AlleCijfers, die een goed beeld schetsen van de grote variëteit aan woningen, gebouwen en bedrijven in Biest-Houtakker.
66 De spreiding in bouwjaren is heel groot. Het dorp is geleidelijk gegroeid met in de laatste jaren weer een duidelijke stijging.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
4
Opmerkelijk is het grote aantal vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap in het dorp. Samen maken die bijna 85% van alle woningen uit.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
5
Veruit de meeste verblijfsobjecten worden gebruikt voor wonen. In het buitengebied is dat ook zo, maar daar is een andere verdeling waarneembaar, naast wonen ook bedrijven (industriefunctie) en logies.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
6
Veruit de meeste woningen zijn grondgebonden koopwoningen. De woningcorporatie die 8% woningen verhuurd is de Leystromen. Het gaat om 30 sociale huurwoningen.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
7
Er is verhoudingsgewijze veel bedrijvigheid in het dorp. De bedrijvigheid neemt ook toe. Voor dit plan is het van belang om wonen en werken goed te combineren.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
8
Er zijn enkele nieuwbouwplannen in Biest-Houtakker. Een van de plannen is de buurt Beverakkers V. Het plangebied is in de volgende kaart aangeduid.
De planning is om de wijk in zo’n 8 jaar te realiseren in vier fasen. Het gaat in totaal om 68 woningen. De start is afhankelijk van de afronding van ruimtelijke procedures en afronding van grondtransacties die nodig zijn om te kunnen bouwen. De projectontwikkelaar is de firma v.d. Weegen. Een deel van de nieuwbouwwoningen betreft sociale huur, die verhuurd zal worden door woningcorporatie Leystromen. Bij de planontwikkeling is tot heden uitgegaan van individuele (lucht)warmtepompen als verwarmingsoplossing.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
9
Nabij de basisschool en Café Ome Toon is, aan de Biestsestraat, een kleiner nieuwbouwproject gepland voor 8 nieuwbouwwoningen. Het architectonisch ontwerp is van Qube Studio. Het project wordt ontwikkeld door het bedrijf Anssems. De familie van Pelt heeft het plan opgevat om in de kerk aan de Biestsestraat vijf appartementen te realiseren. Op een locatie aan de Vossenhol waar nu een agrarisch bedrijf is gevestigd wordt al jaren gewerkt aan een bestemmingsplan om zo’n 25-30 woningen te realiseren. Vanwege de geurcirkels in de directe omgeving is het lastig om tot realisatie te komen. De eventuele planontwikkeling wordt gevolgd en, mits er nieuwe woningbouw plannen komen dan worden die vanuit de toekomstige energiegemeenschap meegenomen om te bezien of energielevering mogelijk is. Binnen de coöperatie Biest-Houtakker is er een werkgroep wonen die geraadpleegd wordt en initiatief neemt bij nieuwbouwplannen.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
10
Bijlage 2. Energie Hierna worden trendmatige getallen getoond die ontleend zijn aan de website Alle Cijfers.
Het dalende gas- en elektriciteitsverbruik vanaf 2021 sluit aan op een landelijke trend. Let erop dat de schaal aan de linkerzijde (aardgas) afwijkt van de schaal aan de rechterzijde (elektriciteit). De afname van het gasverbruik is procentueel meer dan die van elektriciteit. In de volgende tabel zijn de gemiddelde verbruiken weergegeven voor de verschillende soorten woningen die worden onderscheiden.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
11
Energielabels zeggen niet alles, maar geven wel een indruk van de situatie in een gebied. Bijna een kwart van de woningen heeft een E-, F- of G-label. Labels zijn mogelijk niet actueel omdat verbouwingen, renovaties en verduurzaming niet altijd door de huiseigenaren worden afgesloten met de aanvraag van een nieuw energielabel. Uit een inventarisatie van leden van de taakgroep Techniek & Business Case met veel lokale kennis volgt dat 75% van de woningen in het dorp en buitengebied zodanig zijn geïsoleerd en verduurzaamd dat zij een label B of beter zouden hebben, als er een actueel label was aangevraagd.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
12
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
13
De kaart met energielabels komt van VNG (www.dego.vng.nl). Ze laat van lang niet alle huizen een energielabel (meer) zien. De systematiek van energielabel toekenning is vanaf 1 januari 2021 gewijzigd, zie de link van MilieuCentraal. Mogelijk heeft dit daar mee te maken. Op een oudere kaart waren de voorlopige energielabels te zien (van voor 2021). Hier is duidelijk het onderscheid te zien tussen de buurt Beverakkers (vrijwel geheel groen) en de bebouwing aan de Biestse linten met meer D, E, F en G woningen.
Er is in het verleden onderzoek gedaan naar de potentie van zon-op-dak in Biest Houtakker. Daarvoor zijn gegevens ontleend aan de Zonatlas, die voor Hilvarenbeek beschikbaar is gemaakt (www.zonatlas.nl/hilvarenbeek).
De potentie voor zon-op-dak is hoog. Er is in 2023 een inventarisatie gemaakt van bedrijven in Biest-Houtakker die al (veel)
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
14
zonnepanelen op hun dak hebben: - Van Limpt (stalinrichting) - Intven (varkenshouder) - Pierre van Oort (de Westrik, melkvee) - Pijnenburg (las- en montage) - Heesters (verhuur loonwerk) - van Dijck (varkenshouder) - Ketelaars-de Jong (Kleine Westrik) - Vromans Kwekerijen Drie van deze bedrijven (Vromans, 4 stuks, en Van Dijck, 2 stuks, van Limpt) hebben al geïnvesteerd in batterijen op hun bedrijf om de zonne-energie te kunnen opslaan. Er zijn nog meer bedrijven die overwegen om batterijen aan te schaffen. In juni 2025 is bij vijf van deze bedrijven overlegd over hun bereidheid om overtollige zonneenergie collectief te delen en om op hun daken meer zonnepanelen te kunnen plaatsen vanuit een Biests energiecollectief. Vervolgens is in de 2e helft van 2025 een flexibiliteitssscan uitgevoerd in samenwerking met DLV Advies om de bedrijfssituatie van 8 bedrijven in kaart te brengen. Daarbij is gekeken naar beperkingen in de gecontracteerde afnamecapaciteit voor elektriciteit en in beperkingen voor teruglevering van opgewekte zonne-energie. De resultaten van deze flexibiliteitsscan en de daaraan deelnemende bedrijven zijn gerapporteerd in bijlage 6.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
15
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
16
Door de werkgroep Duurzaam Biest zijn in 2022 berekeningen gemaakt over de energiebalans die gebaseerd zijn op getallen uit 2021. Die geven een indruk van de omvang van de opgave om energie-neutraal te worden.
De cijfers zijn geactualiseerd op basis van 2023 en 2024 en daarin is al een flinke verschuiving te zien. Hiervoor zijn cijfers gebruikt uit de open databestanden van Enexis over de kleinverbruikers aansluitingen in Biest-Houtakker.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
17
Op basis van deze cijfers is door de werkgroep Biest Duurzaam in 2023 het plan Energieneutraal Biest 2030 gemaakt. Daarin is de onderstaande conclusie dominant over de opwek in relatie tot het verbruik. De hoofddoelstelling van dit uitvoeringsplan is eveneens in de figuur opgenomen.
De recente analyse van de open data van Enexis levert nog een aantal actuele trends op die hierna worden gepresenteerd.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
18
2020
2021
Jaartal 2022
2023
2024
Verbruik Elektriciteit
[GWh]
2,608
2,398
2,273
2,262
1,358
Verbruik Gas
[GWh]
8,032
7,595
6,620
5,225
5,540
Verbruik Biest-Houtakker
[GWh]
10,640
9,993
8,893
7,487
6,898
Opwek Klein Verbruikers
[GWh]
0
0,618
0,864
1,245
1,500
Opwek Groot Verbruikers
[GWh]
0
1,105
1,547
1,879
2,000
Opwek Biest-Houtakker
[GWh]
0
1,723
2,411
3,124
3,500
Energietekort Biest-Houtakker
[GWh]
-10,6
-8,3
-6,5
-4,4
-3,4
Bij deze cijfers wordt de kanttekening gemaakt dat het meeste gasverbruik bedoeld is voor ruimteverwarming en warm tapwater. Wanneer gekozen wordt voor elektrificatie hiervan bij de warmteoplossing zullen warmtepompen worden ingezet. Die kunnen, afhankelijk van de situatie 1 GWh elektriciteit omzetten in 3 – 4 GWh warmte (COP).
[GWh] 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0
Verbruik Elektriciteit Verbruik Gas Verbruik Biest-Houtakker
2020
2021
2022
2023
2024
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
19
KV = Kleinverbruiksaansluiting
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
20
Bijlage 3. Beleidscontext 3.1. Warmtebeleid 3.1.1. Transitievisie Warmte en warmteprogramma In de gemeente Hilvarenbeek is in 2021 de Transitievisie Warmte gemaakt. Hierin staat wat er binnen de gemeente de komende jaren al gedaan kan worden voor de warmtetransitie maar ook wat er nog niet wordt gedaan. Instanties als woningcorporatie Leystromen, netbeheerder Enexis, Hilverstroom, ZLTO en het waterschap dachten hierover mee. Ook Ondernemend Hilvarenbeek en de dorpscoöperaties zijn betrokken. De gemeenteraad stelde op 3 februari 2022 de Transitievisie Warmte voor de gemeente Hilvarenbeek vast. Dit was een eerste stap op weg naar een aardgasvrije gemeente. De landelijke doelstelling om aardgasvrij te zijn is in 2050 gepland. Elke 5 jaar wordt gekeken of de plannen nog kloppen en maakt de gemeente een nieuwe Transitievisie Warmte.
Opgave en ambitie bron: Transitievisie Warmte Hilvarenbeek (2022) “De ambitie van gemeente Hilvarenbeek is om tot 2030 zoveel aardgas te reduceren als 1.300 woningen gebruiken. Dat is een besparing van 20% op het huidige aardgasgebruik. Hiervoor zet de gemeente in op energie besparen en isoleren. Zo wordt er bijgedragen aan reductie van CO2-uitstoot en wordt er voorbereid op de latere overstap naar duurzame warmtebronnen. Draagvlak bij inwoners en betaalbaarheid zijn hierbij uitgangspunten. Er is aandacht voor minder draagkrachtigen om energiearmoede te voorkomen.”
Inmiddels is nieuwe wetgeving van kracht geworden en is de naam Transitievisie Warmte vervangen door het begrip Warmteprogramma. Ook in gemeente Hilvarenbeek wordt aan het Warmteprogramma gewerkt. Naar verwachting zal het Warmteprogramma in 2027 worden vastgesteld. Een aantal criteria uit de Omgevingswet en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) zijn leidend voor het opstellen van het Warmteprogramma, zoals de verplichting tot participatie. De werkgroep Duurzaam Biest is gevraagd door de gemeente om mee te denken in het Warmteprogramma. Het is van belang dat de resultaten uit het onderzoek en het werk van de werkgroep niet botsen met het, in het Warmteprogramma, voorziene warmtealternatief in Biest-Houtakker. Net zoals in de Transitievisie Warmte zal het belang van isoleren ook in het Warmteprogramma benadrukt worden. In paragraaf 3.5 van de Transitievisie Warmte (2022) is de buurt Beverakkers benoemd als een kansrijke buurt om van het aardgas af te gaan (niet voor 2030). De woningen in deze
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
21
wijk zijn vrijwel allemaal voldoende geïsoleerd. Bij natuurlijke vervanging van de Cv-ketel kan overgestapt worden op een individuele warmteoplossing. Woningen die de afgelopen 5 jaar gebouwd zijn hebben al een warmtepomp en zijn al aardgasvrij. In het plan Energieneutraal Biest 2030 heeft de stichting haarzelf de vraag gesteld of er ook een kans is om de warmtetransitie in deze buurt (toch) collectief te doen. In de Transitievisie Warmte is over Beverakkers het volgende geschreven: 3.5.5 Biest Houtakker (omgeving Brekelmansstraat) Een groot deel van de woningen in het westelijk deel van Biest Houtakker is relatief jong. Daardoor hoeft er niet meer geïsoleerd te worden. Een aantal woningen zijn zelfs zo jong dat het natuurlijkvervangingsmoment van de cv-ketel nog een aantal jaren op zich laat wachten. Er zijn echter ook woningen waarbij dit moment waarschijnlijk op korte termijn plaats gaat vinden (woningen die 15 tot 20 jaar oud zijn). In deze woningen kan gekeken worden naar een individuele warmtepomp als alternatief voor aardgas. Een mogelijke tussenstap is de hybride warmtepomp waarmee 70-80% van het aardgasgebruik gereduceerd kan worden. Door de beperkte bebouwingsdichtheid is een warmtenet1 in deze buurt uitgesloten.
3.1.2. Regionale Structuur Warmte – Regionale Energie en Klimaatstrategie Met de Regionale Energie en Klimaatstrategie (REKS) wordt in de energieregio Hart van Brabant in kaart gebracht hoe en waar energie kan worden bespaard, hoe energie duurzaam kan worden opgewekt en hoe de omgeving kan worden aangepast aan het veranderende klimaat. Op 1 juli 2021 hebben de gemeenteraden van de negen gemeenten 2, de Provinciale Staten en de algemene besturen ingestemd met de REKS. Het plan kan hier worden bekeken. In de REKS is uitgesproken dat voor grootschalige opwek van duurzame energie (wind- en zonneparken) wordt uitgegaan van minimaal 50% lokaal eigendom. In de regio Hart van Brabant wordt gewerkt aan energiehubs voor de grootschalige opwek. Twee van die energiehubs zijn De Baars en Kattenberg, die in de directe omgeving van Biest-Houtakker liggen. In juli 2023 is het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS b.v. (POB-REKS) opgericht. Dit bedrijf heeft de opdracht vanuit de overheden om gezamenlijke elektriciteit op te wekken in de energiehubs. POB-REKS zoekt samen met alle gebiedspartners naar locaties in de zoekgebieden voor de Baars en Kattenberg om te komen tot 20 MW opgesteld vermogen windenergie en 10 MW opgesteld vermogen aan zonne-energie of een daarmee vergelijkbare mix.
1 2
Hiermee is een grootschalig warmtenet bedoeld. Dongen, Gilze-Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
22
In oktober 2024 is in de regio Hart van Brabant het Programmaplan Regionale Warmtetransitie 2024 – 2026 vastgesteld. Het plan bouwt voort op eerdere stappen zoals de regionale Structuur Warmte (RSW 2.0, april 2023) en bevat een breed scala aan projecten en activiteiten die de gemeenten ondersteunen. In de RSW is een, hoog over, verkenning gemaakt van warmtevraag en -aanbod in de gemeente Hilvarenbeek. Bij Biest-Houtakker wordt een hoge potentie voor aquathermie uitgesproken (60 TJ3), maar wordt door de opstellers van het rapport (DWA) twijfel uitgesproken over de bebouwingsdichtheid om daar optimaal gebruik van te maken voor een rendabele business case. In hetzelfde rapport wordt genoemd dat de potentie voor groengas in gemeente Hilvarenbeek hoog kan zijn omdat er veel landbouw is in de gemeente.
3.1.3. Lokale Aanpak Isolatie Vanuit het Rijk zijn er middelen beschikbaar via een Specifieke Uitkering (SPUK) om een gemeentelijk isolatieprogramma op te zetten voor bewoners met een slecht geïsoleerde woning (labels D t/m G). Op 5 september 2025 is de subsidieregeling lokale aanpak isolatie gemeente Hilvarenbeek 2023-2028 gepubliceerd. Regionaal Energieloket voert samen met Energiehuis Hilvarenbeek en de gemeente Hilvarenbeek de Lokale Aanpak isolatie uit. De regeling is gepubliceerd op de website van de gemeente Hilvarenbeek. Tijdens de bewonersavond op 16 september bij Café Ome Toon is uitleg gegeven over de regeling en de voorwaarden om een isolatiesubsidie van € 1.650 te verkrijgen. Bewoners die hiervoor in aanmerking komen hebben van de gemeente een brief met een woningcode ontvangen. De regeling is voor mensen met een woning met WOZ-waarde van maximaal € 525.000 op peildatum 1 januari 2024 en met een energielabel D, E, F of G.
3
Regionale Structuur Warmte, pagina 52.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
23
3.1.4. Flora- en fauna wetgeving Bij het isoleren van woningen wordt naar aanleiding van een uitspraak uit 2023 van de Raad van State extra aandacht gevraagd voor de bescherming van flora en fauna die bijvoorbeeld in gevels en daken voorkomen. Er is landelijk en provinciaal een aanpak geformuleerd om te komen tot een soortenmanagementplan, waarin generiek voor de gebieden binnen de (verkeerskundige) bebouwde kom kan worden omschreven hoe hiermee om te gaan. Een soortenmanagementplan wordt gebruikt om een aanvraag te doen voor een omgevingsvergunning bij de provincie Noord-Brabant. De gemeente Hilvarenbeek heeft samen met de gemeenten Goirle en Oisterwijk een aanbesteding gedaan, waarna KP Adviseurs de opdracht heeft gekregen om het soortenmanagementplan (smp) op te pakken. KP heeft in december 2024 en januari 2025 een quick scan inventarisatie uitgevoerd. De gemeente verwacht eind 2026 de hiervoor genoemde omgevingsvergunning te hebben. Het Rijk heeft de Landelijke Aanpak Natuurvriendelijk Isoleren geïntroduceerd. Daarmee mag, onder de voorwaarden dat de gemeente aan compensatie werkt, toch worden geïsoleerd. Er is wel een maximum ingesteld per wijk of buurt. Voor de bebouwde kom van Biest-Houtakker komt dat neer op 24 woningen.
3.1.5. Energiearmoedebeleid Op dit moment heeft gemeente Hilvarenbeek geen beleid op energiearmoede. De Lokale Aanpak Isolatie richt zich wel op een deel van deze groep door de schil te isoleren. 3.1.6. Omgevingsvisie Binnen de gemeente Hilvarenbeek is een proces doorlopen om tot een omgevingsvisie te komen. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Een van de instrumenten daarin is de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie van Hilvarenbeek kent 12 ambities en wordt in 5 stappen opgesteld. De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie op 25 september 2025 vastgesteld.
3.1.7. Duurzaamheidslening – lokaal In aanvulling op landelijke mogelijkheden voor een lening bij de SVn was er sinds 2020 een lokale Verordening duurzaamheidslening gemeente Hilvarenbeek. Daarin werd samengewerkt met diezelfde SVn. De Duurzaamheidslening is per 17 april 2025 stopgezet door de raad. Vanwege de actuele 0% rente regeling bij het Warmtefonds, gaat de gemeente bewoners daar voortaan naar verwijzen. Alle inwoners van Nederland kunnen gebruik maken van het landelijke Warmtefonds
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
24
3.2. Participatiebeleid 3.2.1. Beeks model Het participatiebeleid is vastgelegd in de notitie het Beeks model, de werkwijze voor inwonerparticipatie. Dit beleid is in december 2019 vastgesteld in de gemeenteraad en in december 2021 na evaluatie aangepast vastgesteld. De notitie is een handreiking voor iedereen in Hilvarenbeek: gemeenteraad, college, ambtenaren, inwoners, al dan niet georganiseerd. In de notitie komen, onder andere, aan de orde: -
Het opdrachtgeverschap Een stakeholdersanalyse De participatieladder: het niveau van participatie De kernboodschap die aansluit op de belevingswereld van de doelgroep(en) en hun vragen en verwachtingen Planning en werkwijze Het participatietraject Terugkoppeling en evaluatie
3.2.2. Democratische Vernieuwing en uitdaagrecht In november 2023 is het rapport “Verbonden netwerken, analyse inwonerparticipatie gemeente Hilvarenbeek” uitgebracht. Daarin zijn 6 uitgangspunten opgenomen voor het vormgeven van democratische vernieuwing. In maart 2024 heeft de raad ingestemd met deze 6 uitgangspunten en vervolgstappen voor democratische vernieuwing. Tijdens die vergadering is besloten een Klankbordgroep in te stellen met inwoners die niet politiek actief zijn of in dienst zijn van de ambtelijke organisatie. Volgens de planning van vervolgstappen wordt in 2026 het participatiebeleid en de participatieverordening (mogelijk) aangepast. Er zijn meerdere experimenten samengesteld. De evaluatie van de experimenten democratische vernieuwing moet bijdragen aan het opstellen van de nieuwe participatieverordening. Die is er nu nog niet. Het experiment in Biest-Houtakker is gebaseerd op het uitdaagrecht. Een recht dat vanaf 1 januari 2025 bij wet is vastgelegd in de Wet Participatie op decentraal niveau. In de raadsvergadering van december 2024 is ingestemd met het experiment Energieneutraal Biest-Houtakker en is ook ingestemd met de opgestelde kaders voor uitvoering van dit experiment. Daarin is sprake van het opstellen van een uitvoeringsplan.
Het plan draagt nu de titel Dorpsenergieplan omdat bij de gezamenlijke eindbeoordeling door gemeente en Stichting in november 2025 is gebleken dat het, om formele redenen, niet als uitvoeringsplan kan worden vastgesteld door de gemeenteraad. Hieronder volgt een korte uitleg. Een uitvoeringsplan is een planinstrument dat is geïntroduceerd in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). Het plan omschrijft voor een afgebakend gebied hoe het gebruik van aardgas wordt beëindigd en op welke termijn dit gebeurt. De gebiedsafbakening is opgenomen in hoofdstuk 2. Voor Biest-Houtakker gaat het niet alleen om de dorpskern, maar ook om het buitengebied.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
25
Een uitvoeringsplan heeft een relatie met een Omgevingsplan en de Omgevingswet. Er kan worden gekozen om het uitvoeringsplan de status te geven van een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Daar is voor dit plan niet voor gekozen. Het is nog te vroeg. Binnen de gemeente Hilvarenbeek loopt nu het proces om een warmteprogramma op te stellen. Dat zal in 2027 worden vastgesteld door de gemeenteraad. Tot die tijd wordt dit plan gebruikt als een beleidsdocument en wordt het als zodanig ook voorgelegd aan het college van B&W en de gemeenteraad. In de handreiking van het NPLW wordt deze mogelijkheid ook voorzien: “Het uitvoeringsplan is geen verplicht programma onder de Omgevingswet en is vormvrij. Dit houdt in dat het document kan worden opgesteld als beleidsdocument. Wel is er de mogelijkheid om het uitvoeringsplan vorm te geven als vrijwillig programma onder de Omgevingswet.
3.3. Grootschalige opwek Grootschalige opwekking van elektriciteit of warmte vindt plaats op bovenlokaal niveau door regionale samenwerking. De regionale Energie- en Klimaat Strategie en de Regionale Structuur Warmte, die hiervoor al zijn genoemd geven beleidsmatige kaders voor afstemming tussen stakeholders op dit niveau.
3.3.1. Zon en wind De REKS is een programma van Regio Hart van Brabant. De REKS-organisatie werkt aan strategie- en beleidsvorming, de plannen en kaders om tot een CO2-neutrale en klimaat robuuste regio te komen. De uitvoering van de REKS ligt in eerste instantie bij de gemeenten, de waterschappen en de provincie Noord-Brabant. Daarbij wordt samengewerkt met bijvoorbeeld (maatschappelijke) organisaties en ondernemers. Voor de ontwikkeling van de energiehubs is het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS B.V. opgericht.
3.3.2. Geothermie en aquathermie Over geothermie (aardwarmte) wordt gesproken als de warmte uit aardlagen wordt gewonnen van meer dan 500 m diepte. Tot een diepte van 1500 meter wordt gesproken over ‘ondiepe geothermie’. Bij diepere boringen dan 1500 meter gaat het om diepe geothermie. Er kan ook sprake zijn van ultradiepe geothermie bij diepten van meer dan 4 km. In Tilburg-Zuid heeft de gemeente een opsporingsvergunning voor ondiepe geothermie (500 – 1.750 m diepte). Op 14 april 2025 is bij een informatieve raadsvergadering uitleg gegeven over de status van de onderzoeken en de potentie voor warmtenetten in Tilburg-Zuid. Het zoekgebied voor geothermie reikt (net) niet tot Biest-Houtakker, zie de bijgevoegde figuur. Uit het onderzoek volgt dat er warmte kan worden onttrokken tot een temperatuur van 45oC en dat het totale thermische vermogen zo’n 19 MW is. Dat is voldoende voor zo’n 10.000 – 15.000 huishoudens. Als geothermie mogelijk is dan zal het preferent worden ingezet voor het warmte- en koude net in Tilburg-Zuid. In het programmaplan Regionale Warmtetransitie 2024-2026 is een project geformuleerd om de potentie van geothermie voor Hilvarenbeek nader in beeld te brengen.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
26
Tot een diepte van 500 m wordt gesproken over bodemenergie, ook wel Warmte Koude Opslag (WKO) genoemd. Voor bodemenergie boringen zijn beperkingen ingesteld door de Provincie Noord-Brabant in de Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant. De potentie voor de aanleg van een bodemenergiesysteem kan worden bekeken in de WKOtool. Om te kunnen starten met aardwarmtewinning (geothermie) is een opsporingsvergunning, een omgevingsvergunning en een winningsvergunning nodig. Alle regels die betrekking hebben op het opsporen, winnen en opslaan van delfstoffen en aardwarmte zijn vastgelegd in de Mijnbouwwet. Vanaf 1 juli 2023 geldt er wet- en regelgeving specifiek voor aardwarmte. Daarnaast is kennisdeling en -borging van aardwarmte verankerd in de wijziging van de Mijnbouwwet door middel van een verplichte deelname in nieuwe geothermieprojecten van Energie Beheer Nederland (EBN) in geothermieprojecten. Aquathermie is de winning van warmte uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of drinkwater (TED). Bevoegde gezagen om warmte te winnen zijn de beheerders van het betreffende water. Voor drinkwater is dat in (de omgeving van) Biest-Houtakker Brabant Water. Voor afvalwater is dat het Waterschap De Dommel voor wat betreft het effluent van de rioolwaterzuivering in Biest-Houtakker en de persleiding die vervuild water aanvoert naar de zuivering.
Het beheer van het gemeentelijke rioolstelsel is in handen van de gemeente Hilvarenbeek. Voor oppervlaktewater is het bevoegd gezag ook Waterschap de Dommel. Voor het Wilhelminakanaal is dat Rijkswaterstaat. In het programmaplan Regionale Warmtetransitie 2024-2026 is een project gedefinieerd om de verdeling van het potentieel aan aquathermie uit het Wilhelminakanaal te onderzoeken. Gegevens over de potentie van aquathermie kunnen actueel worden bekeken in de Aquathermieviewer.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
27
3.4. Kleinschalige opwek Bij kleinschalige opwek van zonne-energie kunnen binnen de gemeente Hilvarenbeek zelfstandig initiatieven worden ontplooid. Kleinschalige opwek van windenergie is de facto niet aan de orde. De gemeente maakt gebruik van de Zonatlas om de potentie van zon-op-dak te kunnen bepalen. De zonatlas wordt beschikbaar gesteld als een dienst van het Energiehuis Hilvarenbeek. Binnen de gemeente is er de coöperatie Zon op de Hilver die inwoners en bedrijven die zelf geen zonnepanelen op hun dak kunnen leggen gelegenheid bieden om op collectieve wijze zonne-energie op te wekken. Er wordt gebruik gemaakt van de postcode regeling. In het Samenlevingsakkoord 2022-2026 wordt aangegeven: “isoleren van huizen en “zon-opdak” krijgen prioriteit. Er is binnen de gemeente geen specifiek beleid m.b.t. kleinschalige zonnevelden en zon op dak, ook niet voor gemeentelijke gebouwen. Daar waar het kan/kon liggen deze gemeentelijke gebouwen al vol met zonnepanelen.
3.5. Mobiliteit Het is mogelijk voor inwoners om een openbare laadpaal aan te vragen. Daarvoor werkt de gemeente samen met Vattenfall. Dit is gebaseerd op een overeenkomst die de provincies Noord-Brabant en Limburg hebben gesloten met deze exploitant voor o.a. de gemeente Hilvarenbeek. Hiermee wordt invulling gegeven aan de Nationale Agenda Laadinfrastructuur. De gemeente zal een verkeersbesluit nemen voor het aanwijzen van een parkeervak voor het opladen van elektrische voertuigen.
3.6. Onderhoud en beheer in openbare ruimte en ondergrond Vanuit de gemeente Hilvarenbeek is er een vaste contactpersoon waarmee mensen van de Stichting Duurzaam Biest kunnen afstemmen over plannen. Ook is er regulier overleg met o.a. Enexis en andere kabel- en leidingbeheerders over werkzaamheden in de ondergrond.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
28
Bijlage 4. Resultaten bewonersenquete zomer 2025 In de zomer van 2025 heeft de Stichting een enquete georganiseerd voor alle (400) huishoudens in Biest-Houtakker. De enquete is huis-aan-huis verspreid en digitaal beschikbaar gesteld. Via lokale digitale media en meerdere oproepen zijn inwoners gevraagd om zoveel mogelijk antwoorden aan te leveren. De resultaten zijn gebruikt om het programma van de 2 e bewonersavond op 16 september samen te stellen en om een informatieavond te organiseren op 1 oktober 2025 over energielabels en de ondersteuning voor energieadvies vanuit het Energiehuis. Hieronder worden de enqueteresultaten samengevat zoals die tijdens de bewonersavond op 16 september zijn gepresenteerd.
Mensen die niet willen verduurzamen gaven aan dat hiervoor verhuizing of hoge leeftijd een reden is. Mensen gaven aan behoefte te hebben aan energieadvies, ook als ze al een label B of beter hebben of de woning al (vergaand) verduurzaamd hebben. Veel belangstelling gaat uit naar de situatie dat de salderingsregeling voor eigen zonnepanelen verdwijnt in 2027 en hoe om te gaan met opties voor thuisbatterijen.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
29
Tijdens de bewonersavond op 16 september is informatie gegeven over subsidiemogelijkheden en over de Lokale Aanpak Isolatie.
Naar aanleiding van deze uitslag zijn de informatieavonden op 16 september en 1 oktober georganiseerd.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
30
Naar aanleiding van deze resultaten is de collectieve inkoop voor een energielabel gestart en is die op 1 oktober toegelicht. Daarnaast is actief gewezen op de mogelijkheid om via Rabobank een gratis energielabel aan te vragen en is inwoners gevraagd om hun energielabel te delen. Met de gedeelde uitkomsten overweegt de werkgroep om een collectieve inkoop voor glas, spouwmuurisolatie en/of warmtepompen te starten in 2026.
De uitkomsten zijn gebruikt om de lokale lijst van (ingeschatte) energielabels aan te vullen en bij te werken.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
31
Bijlage 5. Verkenning WKO-bron net Beverakkers V In oktober en november 2025 is een verkennende studie uitgevoerd naar de mogelijkheden om in Beverakkers V (de geplande nieuwbouw wijk voor 68 woningen) een collectief warmte en koude systeem te ontwikkelen. Met de projectontwikkelaar en de woningcorporatie, die daarbinnen 14 woningen voor sociale huur gaat ontwikkelen, is een verkennend gesprek gevoerd op 6 oktober 2025.
Doelstellingen en perspectief Primair doel van het onderzoek is om na te gaan of en hoeveel elektriciteit uit eigen opwek van zon-op-dak (energiehub bij bedrijven in het buitengebied) benut kan worden voor een collectief systeem van warmte- en koude levering. Een secundair doel is om na te gaan of de schaalgrootte en benodigde investeringen potentie bieden om tot een vergelijkbare aanbieding van energieprijzen te komen als een individuele lucht-warmtpomp. Die oplossing is nu voorzien door de projectontwikkelaars. De verkenning moet in 2026 verder worden uitgewerkt om tot een concrete aanbieding voor toekomstige bewoners (en de projectontwikkelaar(s)) te komen. Perspectief is aanwezig, maar een positieve uitkomst is afhankelijk van veel variabelen die gedetailleerder bekeken moeten worden. De nieuwbouwplannen zijn op dit moment nog niet concreet gepland. Er is dus tijd voor nadere detaillering.
Capaciteit bodemenergiesysteem - WKO Allereerst is de mogelijkheid onderzocht of een ondergronds Warmte Koude Opslag systeem van voldoende capaciteit gerealiseerd kan worden, ondanks de boordieptebeperking van 5556 m. Er is informatie ingewonnen bij het boorbedrijf GEBO uit Dessel (B), die lokaal ervaring heeft met meerdere boringen. Op basis van deze informatie zijn de volgende uitgangspunten gekozen. Ingeschat wordt dat WKO-doublets kunnen worden gerealiseerd kleiner of gelijk aan 50 m³/h. In functie van de grofheid van het zandpakket op de boordiepte is dit een lage inschatting. Omwille van de relatief beperkte diepte van de bronnen is veiligheidshalve 50 m³/h aangehouden. Qua verwarmen met een warmtepomp (delta T 4oC) vertegenwoordigt dit een verwarmingsvermogen van ongeveer 290kW. Qua passief koelen met een delta T van 6 oC vertegenwoordigt dit een vermogen van ongeveer 350 kW. Voor het realiseren van een WKO-doublet van 50m³/h tot en met de TSA (warmtewisselaar) op deze projectlocatie mag een richtprijs worden aangehouden van € 179.000, - excl. btw. Hieronder wordt in een figuur de scope en globale werking van een WKO-doublet geïllustreerd.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
32
Globaal ontwerp WKO-bron net Beverakkers V Er is een voorontwerp gemaakt van een distributienet in de nieuw te realiseren wijk. Het doel is elektriciteit die door de toekomstige energiegemeenschap wordt opgewekt business-to-business af te zetten aan de exploitant van het collectieve thermische systeem. Daarom is gekozen voor een centrale positie van warmtepompen. Die is in de navolgende schets met een blauw gekleurd vierkant aangegeven. De TSA van het WKO-doublet is met een blauwe stip in de nabijheid gepositioneerd. In het voorontwerp is ervoor gekozen deze voorzieningen in het openbaar gebied te plaatsen. Een collectief systeem voor warmtepompen kan, net als de TSA van het WKOdoublet, in een kelder worden gebouwd. Aan de linkerzijde van de figuur is een verbindende leiding aangegeven. Langs deze lijn kunnen twee voorzieningen worden gerealiseerd: -
Een elektriciteitskabel die elektriciteit rechtstreeks levert van zon-op-dak projecten in het buitengebied Eventueel een levering van warmte aan een nabijgelegen kassencomplex dat in de winter vorstvrij gehouden moet worden (vervangen aardgasinzet)
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
33
Van de woningen is de warmtevraag voor ruimteverwarming en tapwater nog niet exact bekend, alsook de vraag naar koeling. Hiervoor is een inschatting gemaakt. Wanneer de woningen energiezuinig worden gebouwd voldoet één WKO-doublet om alle woningen van verwarming en koeling te voorzien. Als er voor het kassencomplex ook warmte geleverd moet worden dan is een tweede doublet noodzakelijk. De exacte warmtevraag en de perioden van levering, en ook de onzekerheden daarin, moeten nog beter in kaart worden gebracht. Bij het voorontwerp zijn twee opties doorgerekend om warmte en koude te leveren via het distributiesysteem: -
-
Per woning twee aanvoerleidingen (aanvoer en retour), waardoor alle woningen gelijktijdig worden voorzien van ofwel warmte ofwel koude. Dit kan in de overgangsseizoenen tot comfortbeperking leiden voor toekomstige bewoners, omdat de ene bewoner al willen koelen terwijl de ander nog wil verwarmen; Per woning vier aansluitleidingen (2xDUO), waardoor iedere woning op elk moment zelf kan kiezen of er wordt gekoeld of verwarmd.
Het tweede systeem leidt tot hogere kosten, maar die zijn niet substantieel bepalend voor de totale investering. Daarom is vooralsnog uitgegaan van een vier-pijpen oplossing.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
34
Kostenvergelijking Om tot een investeringsberekening te komen is het totale systeem doorgerekend met de volgende onderdelen: -
De WKO-doublet met verbindend leidingwerk De energiecentrale (kelder met 4 collectieve warmtepompen voor levering warmte en koeling aan de 68 woningen, gefaseerd uit te bouwen) Het distributienet vanaf de energiecentrale tot de woningen De trafo om de energiecentrale te voorzien van elektriciteit De inpandige installaties (afleverset en boosterwarmtepomp voor tapwater) Voorbereidingskosten en uitvoeringsbegeleiding Inschatting voor onvoorziene kosten Subsidies en fiscale regelingen
Globaal wordt de totale investering in het systeem dan € 1,5 miljoen, excl. btw (+/- 20%). Met het systeem wordt een complete warmte- en koelinstallatie gerealiseerd in de woning. Dit ontslaat de projectontwikkelaar(s) ervan om hierin te investeren. Daarom zal hen worden gevraagd een bijdrage aansluitkosten (BAK) per woning bij te dragen. Dit bedrag moet vergelijkbaar zijn met de kosten van een complete luchtwarmte pomp voorziening. Hiervan is een inschatting gemaakt. Door de BAK in mindering te brengen op de totale (bruto) investering ontstaat een nettoinvestering voor de exploitant van het collectieve warmte en koude systeem. De hoogte van de netto-investering wordt dan ordegrootte € 800.000, excl. btw. Dit bedrag in combinatie met de operationele kosten biedt in dit geval een kans om een aanbod voor verwarmen en koelen aan toekomstige bewoners te doen die vergelijkbaar is met de kosten die zij zouden hebben voor een individuele luchtwarmtepomp. Deze berekening is, in deze fase, nog met veel onzekerheden omkleed. Daarom zijn hier geen “exacte” getallen gepresenteerd. Die kunnen bij verdere detaillering worden uitgewerkt als onzekerheden worden gereduceerd. De vergelijking is, bijvoorbeeld, complex, omdat er met verschillende afschrijvingsperioden moet worden gerekend en omdat er onzekerheden zijn over (toekomstige) energieprijzen.
Seizoensopslag Een warmte-koude opslagsysteem (WKO) heeft de mogelijkheid om zonne-energie die er in de zomer in overvloed is op te slaan in het bodemenergiesysteem. In de winter kunnen de warmtepompen die er weer uithalen. Ondanks de goed geïsoleerde woningen is er geen balans tussen warmte en koude over de jaren. Voor de duurzame werking van een WKO moet die balans er zijn. Dat wordt in vergunningen ook geëist. Daarom is het van belang om in de zomerperiode enkele warmtepompen ook in te zetten, naast koeling voor de woningen, voor regeneratie van de bronnen van het doublet. Dit is geïllustreerd in onderstaande figuren voor winter- en zomerbedrijf. Regeneratie kan worden gedaan door elektriciteit die in de zomer zou worden terug geleverd van een zon-op-dak project in de omgeving in te zetten voor één of twee warmtepompen die
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
35
op geschikte momenten deze elektriciteit omzetten in warmte en terugvoeren naar de bronnen (tot een maximale temperatuur van 25 oC). Wanneer het elektriciteitsverbruik voor koelen in de zomer en voor regeneratie samen wordt genomen kan zo’n 30.000 – 40.000 kWh/jaar elektriciteit in de zomer worden ingezet voor beide functies.
Elektriciteitsgebruik Het elektriciteitsverbruik voor het hele systeem zal tussen de 100.000 en 130.000 kWh per jaar zijn. Deze elektriciteit kan business-to-business worden ingekocht van een coöperatief zon-op-dak systeem als er een directe lijn voor transport van elektriciteit wordt gerealiseerd vanaf het zon-op-dak systeem. Dit kan tot een voordeel leiden omdat voor de energiecentrale normaliter wordt gerekend met een inkoopprijs van € 0,15 per kWh en omdat de verkoopprijs bij zon-op-dak (op basis van een PPA) in 2025 rond de €0,02 per kWh ligt. Met het verschil (ongeveer € 15.000 per jaar) zou een investering in een directe lijn (elektriciteitsleiding) kunnen worden gedaan. De lengte van zo’n directe lijn en de aanlegkosten zijn nu niet onderzocht, maar kunnen in een vervolgonderzoek meer exact worden bepaald.
Conclusie Vervolgonderzoek in 2026, in het kader van het op te stellen bedrijfsplan van de energiegemeenschap, moet uitwijzen of de energiegemeenschap verantwoordelijkheid kan nemen voor collectieve warmte en koude voorziening in Beverakkers V.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
36
Bijlage 6. Samenvatting flexibiliteitsscan Zon-op-dak bij bedrijven in buitengebied Op 10 juni 2025 vond een startbijeenkomst plaats met 5 ondernemers in het gebied tussen de Klein Westerwijksestraat, Akkerstraat en Biestsestraat. Zij hebben de bereidheid uitgesproken medewerking te geven aan een flexibiliteitsscan. Voor de aanpak en inhoud daarvan wordt verwezen naar de subsidieregeling Flex-E van RVO, die is ingesteld om flexibiliteit in het gebruik van het elektriciteitsnet te vinden. Omdat een van de bedrijven al een subsidie hiervoor had aangevraagd is er in augustus 2025 voor gekozen geen subsidieaanvraag voor Flex-E te doen vanuit de stichting Duurzaam Biest, maar mee te liften op het reeds aangevraagde onderzoek. Dat onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau DLV Advies (Uden). De betreffende ondernemer en het bureau hebben zich bereid verklaard informatie te delen. Vanuit de Stichting is een aanvullende opdracht verstrekt aan DLV Advies om bij 5 andere bedrijven in het gebied ook onderzoek te doen door middel van een bedrijfsbezoek en interview. Zo zijn veel gegevens verzameld over in totaal 6 bedrijven. Begin november is dat nog aangevuld met 2 andere bedrijven die veel capaciteit op het dak hebben voor een zon-opdak project.
Daar is geïnventariseerd wat de mogelijkheden zijn en wat de belangstelling en condities zijn om vanuit een coöperatieve aanpak zon-op-dak te realiseren. In totaal gaat het dus om 8 bedrijven die bezocht zijn en waar gegevens van verzameld zijn. Het voert te ver, en past ook niet bij de vertrouwelijkheid van bedrijfsvoering, om gedetailleerde informatie op te nemen in deze bijlage van het uitvoeringsplan. De volgende bedrijven zijn bezocht: -
Klein Westerik Agro (van Dijck), varkenshouderij, Klein Westerwijksestraat 17 Intven varkenshouderij, Klein Westerwijksestraat 12A De Westrik, melkveehouderij, Klein Westerwijksestraat 13 Pijnenburg, las- en montagetechniek, Klein Westerwijksestraat 8A Van Limpt stalinrichting, Klein Westerwijksestraat 5 (Hilvarenbeek) Heesters Verhuur, Klein Westerwijksestraat 16 Dieker, bedrijfsruimteverhuur, Biestestraat 104 Vromans Kwekerijen, Akkerstraat 2a
Het totaalbeeld dat is ontstaan staat in onderstaande tabel. Afname per jaar (kWh) Teruglevering per jaar (kWh) Gecontracteerd Transport Vermogen – Afname (kW) Gecontracteerd Transport Vermogen – Invoeding (kW)
Totaal van 8 bedrijven 1.400.000 780.000 600 (geschat) 1.096 (geschat)
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
37
Voor de beeldvorming zijn hierna de vragen geplaatst die tijdens de interviews aan de orde zijn geweest: NAW-gegevens Type aansluiting (Ampère) Afname vermogen (GTV) [kW] Teruglever vermogen (GTV) [kW] Afname van elektriciteitsnet [kWh/jaar] Terug levering elektriciteitsnet [kWh/jaar] Capaciteit PV-Systeem [kWp] Opwek PV-systeem [kWh/jaar] (Geschatte) Jaarlijkse consumptie [kWh] Gas / Warmte verbruik per jaar [m³ / kWh] Type bedrijf Welke machines/ apparaten zijn de voornaamste energieverbruikers op het bedrijf Welke processen bepalen jullie piek? (Bijvoorbeeld e-boiler, koeling, ventilatie, perslucht, laadinfra, opstarten van productie lijnen, lasapparaten) Hoe vaak en wanneer bereiken jullie de piek (Maand/ kwartaal)? Hoe ziet het dag profiel eruit? Hoe ziet het weekprofiel eruit? Hoe ziet het jaar profiel eruit? Zit er veel verschil tussen kwartalen? Wat is de minimale basislast (niet-afschakelbaar) en maximale afschakelbare last (kW)? Welke uitbreidingsplannen hebben jullie bedrijfsmatig voor de komende 5 jaar? (en wat zou dit betekenen voor het elektra verbruik)? Denk ook aan duurzame mobiliteit? Welke processen (tijd/volgorde) zijn theoretisch mogelijk aan te passen, zonder kwaliteits- of veiligheidsrisico? Is er een mogelijkheid om bijvoorbeeld extra productie te draaien zodat er een buffer ontstaan? Zouden jullie kortdurend pieken kunnen vermijden (peak-shaving) Kunnen
jullie assets (bedrijfsmiddelen) op aansturing reageren (EMS/PLC/SCADA), en binnen welke responsietijd (s/min)? Hoe lang kunnen jullie volhouden (duur, kWh) en hoe vaak per dag/week is acceptabel? Is er mogelijkheid om energie te besparen? Is er ruimte om extra Zon-PV op het dak te plaatsen? Is er ruimte en een goede technische inpassing mogelijk voor een batterij? Is er ruimte en een goede technische inpassing mogelijk voor een warmtebuffer? Akkoord met het delen van gegevens met St. Duurzaam Biest (ja/nee) Er zijn grote verschillen in capaciteit, verbruik en teruglevering tussen de bedrijven. Uit de inventarisatie volgt dat 2-3 bedrijven op korte termijn overwegen om ook een batterij aan te schaffen. Bij drie bedrijven zijn al batterijen actief. Een van de bedrijven verbruikt in de winterperiode aardgas om bedrijfsruimten vorstvrij te houden. Dit kan oplopen tot ordegrootte 40.000 – 55.000 m3/jaar. Vervanging van aardgas door warmte uit een WKO-systeem met warmtepompen zou mogelijk zijn, waarbij overtollige
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
38
elektriciteit in de zomer via warmtepompen kan worden omgezet tot bodemenergie die in de winter weer kan worden gebruikt. De resultaten daarvan zijn gepresenteerd in bijlage 5. De mogelijkheden en behoefte om op locatie voertuigen elektrisch te laden zijn beperkt. Bij één bedrijf is die behoefte (vooral in de toekomst) wel aanwezig. Daar gaat het om verhuur van materieel voor agrarisch loonwerk en wegenbouw. Als een van de huurders in het pand deze ontwikkeling doorzet ontstaat er een interessant nieuw afzetkanaal voor elektriciteit uit zonnepanelen. De mogelijkheden om bedrijfsprocessen op elkaar af te stemmen qua bedrijfstijden zijn beperkt gebleken. Van de drie bedrijven met de grootste afname en teruglevering zijn kwartierdata van verbruik en teruglevering opgevraagd en/of gereconstrueerd. Dit levert voor vier verschillende kwartalen (jan-maart, april – juni, juli – september, oktober – december) een samengesteld beeld op. 60 40 20 -20 -40 -60
00:00:01 04:30:01 09:00:01 13:30:01 18:00:01 22:30:01 03:00:01 07:30:01 12:00:01 16:30:01 21:00:01 01:30:01 06:00:01 10:30:01 15:00:01 19:30:01 00:00:01 04:30:01 09:00:01 13:30:01 18:00:01 22:30:01
0
1
2
3
4
Gemiddelde van Levering door netwerkbeheerder Gemiddelde van Teruglevering door netwerkbeheerder
-80 -100 -120 -140
Met behulp van dit profiel kunnen de volgende conclusies worden getrokken: •
•
Afname vermogen: De beschikbare (en gecontracteerde) capaciteit van de drie bedrijven samen wordt niet volledig benut. Hierin ligt een kans om met een groepstransport overeenkomst voor individuele bedrijven extra afnamecapaciteit te kunnen creëren. Terug lever vermogen: De beschikbare capaciteit wordt (gezamenlijk) wel (nagenoeg) volledig benut op de piekmomenten. De meeste bedrijven hebben meer capaciteit aan panelen op het dak liggen dan dat ze zelf kunnen gebruiken. De zon schijnt op alle daken gelijk.
Uitbreidingsmogelijkheden voor zon-PV zijn dan beperkt, tenzij de opgewekte PV-energie direct wordt ingezet en niet op het elektriciteitsnet van Enexis wordt aangeboden. In mei 2025 is door een lokale ondernemer, die ervaring heeft met ontwerp en realisatie van zonnedaken, het potentieel aan dak in kaart gebracht, waar nog zonnepanelen kunnen worden gelegd in het gebied. Het potentieel aan uitbreidingsmogelijkheden voor zon-PV op deze daken is berekend op ongeveer 1.500.000 Wp (focus op 4 daken).
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
39
Conclusie en vervolgaanpak Door het uitvoeren van de flexibiliteitsscan zijn data en informatie verzameld en samengevat. De resultaten zullen worden teruggekoppeld aan de 8 ondernemers die hun medewerking hebben toegezegd. De mogelijkheid om te werken aan een groepstransportovereenkomst en de bereidheid om dat te doen zullen, in overleg met hen, worden verkend. Daarna zal met Enexis worden afgestemd of en hoe binnen de gecontracteerde transport capaciteit mogelijkheden ontstaan voor de cooperatieve realisatie van 1,5 MWp aan zon-opdak bij vier bedrijven. Belangrijk daarbij is om vast te stellen of deze extra opwek kan worden ingevoerd in het elektriciteitsnet of dat er een afzetkanaal zal moeten worden gevonden voor zo’n 1.500.000 kWh/jaar elektriciteit voor andere toepassingen in het gebied, zoals: • • •
Benutten voor een collectief warmte en koude project (zie bijlage 5) Benutten voor het elektrisch laden van voertuigen Benutten van gelijktijdigheid van verbruik en opwek binnen het dorp (zie bijlage 10)
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
40
Bijlage 7. Eindrapportage verkenning warmtenet Beverakkers door Qalor De volledige rapportage (26 pagina’s) is opvraagbaar bij de Stichting Duurzaam Biest. De conclusies van het onderzoek zijn hier integraal overgenomen: Het realiseren en het exploiteren van een warmtenet in Biest-Houtakker is financieel niet haalbaar en zelfs ver verwijderd van een rendabele business case van een warmtebedrijf dat bijvoorbeeld geëxploiteerd wordt door een energiegemeenschap of door een gemeente. De aanlegkosten van het warmtenet in de buurt Beverakkers met sleufkosten, leidingkosten, lassen, verkeersmaatregelen, herbestratingen, her-asfaltering, projectkosten, enz. -
én het aansluiten van bestaande woningen door voortuinen en privé bestratingen
-
én het verticaal leidingwerk (inpandig of uitpandig) tot aan de afleversets op de 2 e verdieping (meestal)
-
én het plaatsen van de afleversets nabij de plaats van de cv-ketel
-
én de investering van een collectieve warmtepompinstallatie bij de rioolwaterzuivering (RWZI) met transportleiding of een collectieve opwekkingsinstallatie met buitenlucht als warmtebron aan de rand van Biest-Houtakker
vraagt een totale investering van ca. € 40.000 tot € 50.000 per woning (bij 100% aansluitpercentage). Een dergelijke hoge investering is met de exploitatie van een warmtenet, zelfs met een aansluitpercentage van 100% en inclusief overheidssubsidies (WIS en SDE++), onmogelijk terug te verdienen tegen een redelijke aansluitbijdrage. Een redelijke aansluitbijdrage zou ongeveer € 7.500 zijn. De benodigde Bijdrage Aansluit Kosten ligt op ongeveer € 40.00050.000. Het dorp Biest-Houtakker en zelfs de buurt Beverakkers heeft een te lage bebouwingsdichtheid met hoofdzakelijk grondgebonden woningen en relatief veel 2-onder-1 kap woningen en vrijstaande woningen. In het algemeen zijn warmtenetten alleen mogelijk voor gebieden met een hogere bebouwingsdichtheid (veel gestapelde bouw). Ook is de omvang van een warmtenet in Biest-Houtakker onvoldoende (in dit onderzoek is uitgegaan van 160 woonhuis-aansluitingen) en heeft daardoor te weinig schaalgrootte en relatief veel overhead om een rendabele business case voor een warmtebedrijf te kunnen realiseren. De hoge investering en de toekomstige herinvesteringen moeten worden terugverdiend uit het jaarlijks operationeel resultaat (EBITDA) 4 Het jaarlijks resultaat is echter veel te laag (en soms zelfs negatief) om de investering ook nog maar enigszins terug te kunnen verdienen.
De jaarlijkse inkomsten uit de verkoop van warmte zijn eenvoudigweg onvoldoende ter Het jaarlijks operationeel resultaat ofwel de EBITDA zijn de jaarlijkse inkomsten uit de verkoop van warmte (het vaste en variabele deel) minus de jaarlijkse kosten voor onderhoud, beheer, facturatie, call centre, elektriciteitsinkoop, kosten netbeheer, kosten warmtebedrijf, enz. 4
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
41
dekking van de jaarlijkse kosten van onderhoud, beheer, elektriciteitsinkoop, facturatie, overhead, enz. De warmte-inkomsten geven onvoldoende dekking voor de kosten van onderhoud en beheer van de warmtepompcentrale en de diverse herinvesteringen na 15 jaar, de kosten van elektriciteitsinkoop, de kosten van de netbeheerder, facturatie, storing en onderhoud, overhead warmtebedrijf, enz. De getrokken conclusies gelden zowel voor een midden temperatuur (MT)-warmtenet (70 oC40oC) als voor een laag temperatuur (LT)-warmtenet (45 oC-35oC). In onderstaande figuur is gemarkeerd voor welk gebied de doorrekening van een warmtenet is gemaakt.
De berekeningen zijn gemaakt door het landelijk opererende adviesbureau Qalor.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
42
Bijlage 8. Betrokken bewoners in werk- en taakgroepen Hieronder zijn de namen genoemd van de 22 mensen die hebben meegewerkt vanuit het bewonersinitiatief om te komen tot dit uitvoeringsplan.
Werkgroep Duurzaam Biest Ad Vromans Annie van de Wouw Cees van Hoof Jasper Zandvliet John Barten Karel Mulder Patricia Peter (1e half jaar) Richard Krieckaart
Taakgroep Communicatie & Participatie Jos Vingerhoets Karel Mulder (vanuit werkgroep) Patricia Peter (1e halfjaar, vanuit werkgroep) Pim Pijnenburg Sandra Vermeer
Taakgroep Techniek & Business Case Annie v.d. Wouw (vanuit werkgroep) Bart Jansma John Barten (vanuit werkgroep) Jurgen Willems Richard Krieckaart (vanuit werkgroep) Rob v.d. Biggelaar Ruud van Dijck Sep Hesselmans (1e driekwart jaar) Thijs v.d. Staak
Taakgroep Organisatie & Financiën Ad Vromans (vanuit werkgroep) Annie v.d. Wouw (vanuit werkgroep) Antoon v.d. Sande Cees van Hoof (vanuit werkgroep) Corné van Aken Jan Boers Jasper Zandvliet (vanuit werkgroep) Rob de Feber Wil van Pelt
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
43
Procesbegeleiding Huub Glas (coöperatie Buurtwarmte U.A.)
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
44
Bijlage 9 Onderzoeksresultaten naar mini warmtenetten Aan de hand van gegevens van twee nieuwbouwprojecten en van het energieverbruik van het gebouw ’t Gebint (school, kinderdagverblijf, sportzaal, café Ome Toon) in het dorpscentrum van Biest-Houtakker is beoordeeld welk perspectief mini-warmtenetten bieden. Landelijk wordt van een mini-warmtenet gesproken als 2-10 woningen samen worden aangesloten op een bodemenergiesysteem of op een aquathermieproject. De afgelopen 2-3 jaar is er landelijk veel onderzoek naar verricht en groeit de interesse in deze oplossing. In de meeste gevallen wordt bij een mini-warmtenet uitgegaan van een gesloten bodemenergiesysteem met zogenaamde bodemlussen. In de bodemlus is een warmtewisselaar ondergronds aangebracht. De warmte wordt uit de grond onttrokken en via een gesloten leidingsysteem aangeboden aan een warmtepomp. De warmtepomp waardeert de temperatuur op tot het juiste niveau om af te geven aan woningen. Onderstaande figuur geeft een globale indruk van de configuratie van een mini-warmtenet. In de figuur zijn 4 woningen aangesloten.
Bron: VHGM Het onderzochte idee is dat de Biestse energiegemeenschap op termijn de exploitatie van miniwarmtenetten kan verzorgen. Dat zou kunnen in samenwerking met een hierin gespecialiseerde energie service company (esco). Organisatorisch is dat vergelijkbaar met de opzet van een WKO-bron net, zoals in bijlage 6 is uitgewerkt. Er is bij dit onderzoek niet specifiek aan de installaties gerekend. Er is gebruik gemaakt van kentallen uit de landelijke WKO-tool. Met dit instrument kan op woningniveau een systeemconfiguratie voor een bodemlus (gesloten bodem energie systeem, GBES) worden doorgerekend.
Bijlagenrapport Dorpsenergieplan
45
Het basisidee van het mini warmtenet is dat bij combinatie van de woningen het aantal te boren lussen kan worden beperkt. Het grootste voordeel ontstaat als alle lussen tot (bijna) maximale diepte kunnen worden geboord. Elders in het land is de boordiepte vaak zo’n 120 meter. Er kunnen dan, bij goed geïsoleerde woningen, tot wel 3 woningen op een geboorde bodemlus worden aangesloten. In Biest-Houtakker is een beperking voor de boordiepte (55-56 m). Dit is vastgesteld met behulp van de WKO-tool. De beperking is opgelegd in een provinciale verordening die tot doel heeft de drinkwatervoorraaden in de diepere ondergrond te beschermen. Boven deze drinkwaterreservoirs bevinden zich waterafsluitende lagen, waarin geen boringen (meer) mogen plaatsvinden. Door het delen van de bodemlussen met meer woningen in een mini-warmtenet zijn er minder warmtepompen nodig in het systeem. Dat doet zich vooral voor als er van een collectieve warmtepomp wordt uitgegaan. Tegenover dit voordeel staat dat meer verbindend ondergronds distributienetwerk nodig is. Hierin kan een optimalisatie plaatsvinden. In een samengesteld systeem zijn er in een mini-warmtenet meestal twee collectieve warmtepompen die centraal worden opgesteld, buiten de woningen.
Hierna wordt op een rij gezet wat de consequenties zijn voor een project met 8 nieuwbouwwoningen als een mini-warmtenet wordt toegepast met collectieve warmtepompen.
Warmte afgifte systeem Het warmte afgiftesysteem in een woning kan prima met een collectieve warmtepomp worden gevoed. Ruwweg werkt dit zo: In de woning is een transportpomp aanwezig die de voeding naar de vloerverwarming verzorgt. Dit gebeurt vanuit een buffervat met een daarmee gecombineerde warmtewisselaar, waar een regeling op is aangebracht. Als het vloerverwarmingssysteem meer warmte nodig heeft dan in de buffer aanwezig is gaat een signaal naar het collectieve warmtepomp systeem. Die voert dan meer warm water aan, dat via de warmtewisselaar wordt afgegeven aan de buffer. Bij een luchtwaterwarmtepomp werkt dit, op principeniveau, op een zelfde manier.