13 bestemmingsplan Roovert 3B, Hilvarenbeek (5a Bijlage 3 bij de toelichting Ontwikkelingsplan Gorp en Roovert)
Tekst van het document
Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert
24 augustus 2012
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert
24 augustus 2012
Opdrachtgever Gorp en Rovert B.V. Bergstraat 28 5051 HC Goirle T 06 – 44 31 76 53 E guus@vpexploitatie.eu I www.vpexploitatie.eu
Opdrachtnemer: Praedium Marshallweg 5 5466 AH Veghel T 0413 – 38 58 20 E info@praedium.nl I www.praedium.eu DUIJF advies en projectmanagement Klein Brabant 102 5262 RP Vught T 06 – 41723656 E gapduijf@hotmail.com I www.duijfadvies.nl
Contactpersoon De heer G. van Puijenbroek
Contactpersoon De heer drs.G. Duijf
2
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
INHOUDSOPGAVE Woord Vooraf………………………………………………………………………………………………………………………. 5 Aanleiding …………………………………………………………………………………………………………………………….6 2. Beschrijving Landgoed 2.1 Ligging ........................................................................................................... 7 2.2 Kernwaarden ................................................................................................... 8 3. Probleemstelling ...............................................................................................10 4. Procesbeschrijving 4.1 Kempische Landgoederen ................................................................................11 4.2 Uitwerking .....................................................................................................13 5. Beleid en randvoorwaarden 5.1 Rijksbeleid / Europees Beleid ............................................................................15 5.2 Provinciaal beleid ............................................................................................16 5.3 Lokaal beleid ..................................................................................................22 6. Gorp & Roovert als cultuurhistorisch complex .......................................................25 Ontwikkelingenkaart Landgoed Gorp & Roovert ……………………………………….....................29 7.
Natte Natuurparels Gorp en Rovert en Papschot 7.1 Doel en projecten Natte Natuurparels……………………………………………….……………………....30 7.2 Beheermaatregelen Natte Natuurparels……………………………………………………………………..33 8. Projecten Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert 8.1 Thema Water..................................................................................................35 8.2 Thema Landbouw ............................................................................................37 8.3 Thema Natuur ................................................................................................38 84 Thema Recreatie ..............................................................................................41 8.5 Thema Bouwen …………………………………………………………………………………………………………...47 8.6 Thema Landschap en cultuurhistorie ..................................................................51 8.7 Thema Energie uit biomassa .............................................................................51 8.8 Projecten van derden ......................................................................................52 8.9 Afgevallen projecten ........................................................................................52 8.
Procedure ........................................................................................................54 Bijlagen ...............................................................................................................56
3
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
4
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
Woord vooraf Het afgelopen jaar is in een interactief gebiedsproces het Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert tot stand gebracht. Het plan wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenten Hilvarenbeek en Goirle. De gemeente Hilvarenbeek is inmiddels gestart met de opstelling van een nieuw Bestemmingsplan Buitengebied. Voor Landgoed Gorp & Roovert wordt echter – evenals voor Landgoed De Utrecht – een afzonderlijk bestemmingsplan opgesteld. De opstelling van het Bestemmingsplan Landgoed Gorp & Roovert, voor het gedeelte dat ligt in de gemeente Hilvarenbeek, is inmiddels ter hand genomen. Met de gemeente is inmiddels een principeovereenstemming over de anterieure overeenkomst bij dit bestemmingsplan, waarbij het voor u liggende Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert de leidraad is. Inmiddels zijn al enkel onderzoeken in uitvoering ter onderbouwing van het bestemmingsplan, te weten: - Cultuurhistorisch Onderzoek Landgoed Gorp & Roovert - Quick Scan Natuurbeschermingswet en Flora- en faunawet - Archeologisch onderzoek Het cultuurhistorisch onderzoek dient ter onderbouwing van enkele ontwikkelingen in verband met toepassing van artikel 7.8 van de Verordening Ruimte 2012 van de Provincie Noord-Brabant. De Quick scan onderzoekt of voor de voorgenomen ontwikkelingen vergunningen nodig zijn voor de natuurwetgeving.
Ook de effecten op de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000 gebied Kempenland West worden daarin onderzocht. Het archeologisch onderzoek vindt plaats op beide beoogde bouwlocaties. Om voor de toekomst een duurzame exploitatie van Landgoed Gorp & Roovert mogelijk te maken, is het nodig door middel van een integrale aanpak een nieuw dynamisch evenwicht te vinden tussen natuur, economie, cultuurhistorie, recreatie, wonen en (be)leefbaarheid. Op die manier kan het landgoed als cultuurhistorisch complex zijn markante identiteit en waarde voor natuur, cultuur en economie behouden. Aan het proces is deelgenomen door de volgende betrokken en belanghebbende partijen: gemeente Hilvarenbeek, gemeente Goirle, bewoners Landgoed Gorp & Roovert, Provincie Noord-Brabant, Waterschap de Dommel, BMF, Brabants Landschap, B-team Goirle en Riel, Vereniging Natuur & Milieu Hilvarenbeek e.o., B-team Hilvarenbeek, Heemkundige Kring Goirle de Vyer Heertgangen, Werkgroep Heemkunde Esbeek. Met de betrokken partijen zijn twee gezamenlijke werksessies gehouden. In de 1 e werksessie op 30 september 2011 zijn de plannen voor het landgoed in hoofdlijnen gepresenteerd en is het planproces toegelicht. Aan de hand van de inbreng tijdens deze werksessie is een Concept Ontwikkelingsplan opgesteld, waarop door de deelnemers commentaar is geleverd.
Dat commentaar is verwerkt in een aangepast plan dat in een 2e werksessie is besproken op 23 april 2012. Vervolgens is met de plaatselijke natuurgroepen, Brabants Landschap en de heemkundekringen op 7 juni 2012 een uitgebreid bezoek gebracht aan een aantal projectlocaties uit het Ontwikkelingsplan. Ook dit heeft geleid tot enkele aanpassingen van het plan. Aanleiding voor dit bezoek was een uitgebreide brief van de Vereniging Natuur & Milieu Hilvarenbeek e.o. naar aanleiding van het 2e concept plan. Uit het intensieve proces met alle betrokkenen en hun reacties op de eerdere concepten maak ik op dat er onder de belanghebbende en betrokken organisaties draagvlak bestaat voor het plan zoals het nu voor u ligt. Wij zijn klaar voor de uitvoering. Landgoed Gorp & Roovert Guus van Puijenbroek
24 augustus 2012
5
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
1. Aanleiding Om het Landgoed Gorp & Roovert - een van de grootste erfgoedcomplexen in Noord Brabant - duurzaam in stand te kunnen houden slaan verschillende gebiedspartijen en de familie Van Puijenbroek de handen ineen. Door enkele recreatieve mogelijkheden en woonbestemmingen te faciliteren kan op Landgoed Gorp & Roovert blijvend worden geïnvesteerd in de natuur, het behoud van cultuurhistorisch erfgoed, het versterken van het landschap en het mogelijk maken van recreatie. Deze ontwikkelingsrichting is beschreven in voorliggend ontwikkelingsplan dat in overleg met lokale maatschappelijke organisaties tot stand is gekomen. Landgoed Gorp & Roovert is een particulier landgoed van ruim 1200 hectare tussen Hilvarenbeek, Goirle en de Belgische grens. Het afgelopen jaar hebben de eigenaar van het landgoed, de gemeente, provincie en belangenorganisaties met elkaar overlegd over een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe ontwikkelingen op het landgoed. Er wordt gezorgd voor een kwaliteitsverbetering van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), verschillende watermaatregelen, versterking van het landschap en verbetering van de recreatieve (verblijfs)mogelijkheden.
Het ontwikkelingsplan van Landgoed Gorp & Roovert is daarmee een uitwerkingsplan van het visiedocument ‘De Kempische Landgoederen: samen aan zet’ (Eelerwoude, 2011). Dit plan beschrijft de samenwerking tussen vijf verschillende landgoederen in de Kempen. Door actief samen te werken en de landgoedoverschrijdende ambities te verkennen, zijn ontwikkelingen gezamenlijk opgepakt. Instandhouding, ontwikkeling en de beleefbaarheid van de landgoederen staat voor alle partijen centraal. Inmiddels hebben de vijf landgoederen de Stichting De Kempische Landgoederen opgericht om de ontstane samenwerking een permanent en structureel karakter te geven. Dit ontwikkelingsplan bouwt voort op de analyses die zijn gemaakt in het kader van de visie van de Kempische Landgoederen. Om te voorkomen dat onnodige herhalingen plaatsvinden, zullen wij waar nodig verwijzen naar de bijlagen.
6
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
2. Beschrijving Landgoed 2.1 Ligging Het landgoed Gorp & Roovert heeft een oppervlakte van ruim 1.200 hectare en is gelegen in de gemeenten Goirle en Hilvarenbeek. Het grootste gedeelte ligt in de gemeente Hilvarenbeek. Het zuidelijk deel van het landgoed grenst aan België. In grote lijnen wordt het landgoed begrensd door de Turnhoutsebaan in het westen, de Oude Trambaan op de grens met het landgoed De Utrecht in het zuiden, de Roovertse Heide, de gemeentebossen van Hilvarenbeek en de bebouwde kom van Goirle in het oosten en noorden. Midden door de kern van het landgoed stroomt vanuit het zuiden de beek de Roovertsche Leij (verder in dit plan de Leij genoemd). Het landgoed is geheel gerangschikt onder de NSW (Natuurschoonwet). Diverse gebouwen zijn aangewezen als Rijksmonument. De meeste gebouwen zijn op basis van erfpacht op de ondergrond verkocht voor particuliere bewoning. Luchtfoto: begrenzing Landgoed Gorp & Roovert
7
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
2.2 Kernwaarden Landgoed Gorp & Roovert is voor Nederlandse begrippen een bijzonder landgoed, zowel vanuit kwantitatief (grootte) als kwalitatief (kernwaarden) oogpunt. Als vertrekpunt voor het ontwikkelingsplan beschrijven we de kernwaarden aan de hand van drie pijlers van duurzaamheid, te weten de economische betekenis (profit), de ecologische kwaliteiten (planet) en de gebruikswaarde voor bewoners / recreanten (people). Planet Het landgoed biedt door zijn schaal en variëteit in landschap een goede habitat voor veel planten en dieren. De natuurgronden maken onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook op een groot gedeelte van de landbouwgronden liggen provinciale natuurdoelen met een EHS opgave. De Leij heeft een belangrijke rol in het in stand houden van de omgevingskwaliteiten, als ‘natte ruggengraat’ van het landgoed en watervoorzienende functie voor de natuur. Met zijn authentieke uitstraling heeft de Leij een sterke recreatieve betekenis. Profit Landgoed Gorp & Roovert heeft drie economische pijlers namelijk de landbouw, bosbouw en erfpachtinkomsten/huur. Het landbouwbedrijf is een belangrijke economische drager voor het landgoed en bestaat uit 418 hectare landbouwgrond en 400 stuks melkvee. Dankzij diverse ontginningen zijn grote aaneengesloten landbouwpercelen ontstaan, met verkavelde blokken van 12 hectare of een veelvoud hiervan.
De landbouw is voor een belangrijk deel afhankelijk van een goed waterbeheer. Ook de bosbouw is een belangrijke inkomstenbron. Het landgoed kent een oppervlakte van 800 hectare productiebos (voornamelijk naaldhout) en vennen. De exploitatie vindt op klassieke wijze plaats, wat wil zeggen dat gebruik wordt gemaakt van een dunningscyclus met op termijn een eindkap waarna een nieuwe generatie bos wordt aangeplant. Het streven is om ieder jaar ca. 9 hectare te oogsten, maar de laatste jaren is er gezien de afzetmogelijkheden slechts 4 tot 5 hectare (3000 m3) hout geoogst. Vanwege de wisselende houtprijzen wisselt de exploitatie aanzienlijk.
De erfpacht- en huurinkomsten van de 16 wooneenheden in 10 gebouwen zijn een derde inkomstenbron voor het landgoed. Een deel van de woonsituaties is in erfpacht uitgegeven en het overige deel wordt verhuurd. De onderhoudskosten van de huurwoningen komen voor rekening van de landgoedeigenaar. People Het landgoed heeft een grote aantrekkingskracht op recreanten. De grote landbouwenclaves (met scherpe contrasten) , de rijke cultuurhistorie, het afwisselende uitgestrekte natuurgebied, de karakteristieke loop van de Leij maakt landgoed Gorp & Roovert een ideaal verblijfsgebied voor de dagrecreant uit de omgeving. Momenteel zijn er geen verblijfsrecreatieve mogelijkheden.
8
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
Landgoed Gorp & Roovert is een grootschalig erfgoedcomplex met een rijke historie. De oude nederzettingen op Gorp en Rovert herbergen een aantal rijksmonumenten van grote waarde. Daarnaast wordt het landgoed gekenmerkt door een aantal beeldbepalende lanen en een lanenstructuur. Het Sterrenbos de Warande tegenover de Leenhof dateert van midden 18e eeuw, maar heeft herstel en onderhoud nodig. De beleving van natuur en landschap op Landgoed Gorp & Roovert wordt ook sterk bepaald door de afwisseling van bospercelen en grote akkers die kenmerkend zijn voor een ontginningslandgoed uit begin 20e eeuw. Dit levert ook een aantal zeer fraaie zichtlijnen en zichtassen op, die het landgoed zo uniek maken.
9
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
3. Probleemstelling Landgoed Gorp & Roovert heeft de status van Natuurschoonwet landgoed op basis van de Natuurschoonwet 1928 als voor het publiek opengesteld landgoed. Voor de komende jaren wordt door Landgoed Gorp & Roovert uitgegaan van: de verplichting tot instandhouding als Natuurschoonwet landgoed; medewerking aan realisatie van de Natte Natuurparel Gorp & Roovert; bijdrage aan de realisatie van de ILG reconstructiedoelstellingen van Kempenland; versterking van de samenwerking met de Kempische Landgoederen; een terugloop van inkomsten uit bosbouw (met name de natuursubsidies); een toenemende maatschappelijke vraag naar niet-kostendekkende projecten.
De probleemstelling die opgesteld is voor het ‘Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert’, luidt als volgt: “De kwaliteit van Landgoed Gorp & Roovert als natuurlijk en cultuurhistorisch waardevol complex staat onder druk door teruglopende inkomsten uit traditionele economische dragers, waardoor een duurzame exploitatie en instandhouding van het landgoed in gevaar is.” Daarom is als uitdaging geformuleerd: “Om voor de toekomst een duurzame exploitatie van Landgoed Gorp & Roovert mogelijk te maken, is het nodig door middel van een integrale aanpak een nieuw dynamisch evenwicht te vinden tussen natuur, economie, cultuurhistorie, ruimtegebruik en leefomgeving.” Als uitgangspunt geldt dat de eigenaar van Landgoed Gorp & Roovert, het landgoed als één herkenbaar geheel in stand wenst te houden op basis van een duurzaam evenwicht tussen de diverse functies van het landgoed. Een strategie voor duurzaam behoud van natuurlijk en cultureel erfgoed alleen gebaseerd op overheidsregels en overheidssubsidies is niet langer houdbaar. Het is tijd om te kiezen voor een strategie die de instandhouding van waardevolle landgoederen faciliteert door ruimte te bieden aan economische dragers onder randvoorwaarden van het in stand houden en versterken van gewenste waarden van landgoederen: natuur- en landschapswaarden, erfgoedwaarden, belevings- en recreatiewaarden.
De instandhouding daarvan kan echter niet zonder economische dragers, die het inkomen moeten leveren om de kostenmakers van maatschappelijk gewenste doelen en functies te kunnen blijven betalen. Als doelstelling voor het Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert is geformuleerd: “In samenspraak met de gemeenten Hilvarenbeek en Goirle, provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, bewoners, milieuorganisaties en overige belanghebbenden komen tot opstelling van een Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert, waarbij draagvlak wordt gevonden voor een duurzaam evenwicht van het landgoed als Natuurschoonwet Landgoed.” Dit dient te leiden tot: een ruimtelijk-functioneel visie- en inrichtingsplan; een plankaart met daarop aangeduid de projecten; een plan voor Landgoed Gorp & Roovert als uitwerking van het Visieplan Kempische Landgoederen; draagvlak bij de belanghebbende en betrokken partijen; aanvaarding van het plan door provincie Noord-Brabant, gemeenten Hilvarenbeek en Goirle, Waterschap De Dommel en Reconstructiecommissie Kempenland; een eigen bestemmingsplan voor het landgoed.
10
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
4. Procesbeschrijving 4.1 Kempische Landgoederen In 2009 is op initiatief van vijf landgoederen in de Kempen en streekhuis Kempenland de werkgroep Kempische Landgoederen opgericht. Doel van de werkgroep was het formuleren van een gemeenschappelijke ambitie voor behoud en ontwikkeling van de landgoederen. In de toekomstvisie De Kempische Landgoederen: samen aan zet zijn de ambities vertaald in vijf inrichtingsplannen voor de individuele landgoederen en een globale kostenraming. De vijf samenwerkende Kempische Landgoederen zijn: Landgoed De Utrecht, Landgoed Gorp & Roovert, Landgoed de Hoevens, Landgoed Nieuwkerk en Landgoed Wellenseind. Samen beslaan ze een oppervlakte van ruim 4.200 hectare natuur, landschap en cultuurhistorie en vormen daarmee een groene gordel langs de Nederlands - Belgische grens. Ze leveren een essentiële bijdrage aan de kwaliteit en uitstraling van de hele regio. In de visie is geconcludeerd dat ‘met het wegvallen van traditionele inkomstenbronnen uit de landbouw en bosbouw, creatief ondernemerschap steeds noodzakelijker wordt.’ Landgoederen en maatschappelijke partijen hebben in het proces nauw met elkaar samengewerkt. De werkgroep Kempische Landgoederen was een uniek samenwerkingsverband tussen de verschillende overheden, belangenorganisaties en de vijf landgoederen.
Onderstaande partijen zijn betrokken bij het opstellen van de inrichtings- en uitvoeringsplannen van de Kempische Landgoederen: • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Gemeente Reusel- De Mierden Gemeente Hilvarenbeek Gemeente Goirle Gemeene Alphen en Chaam Provincie Noord-Brabant Reconstructiecommissie Kempenland Waterschap De Dommel Zuidelijke Land & Tuinbouw Organisatie Brabantse Milieu Federatie Samenwerkingsverband Regio Eindhoven SRE Brabants Landschap Brabants Particulier Grondbezit Heemkundekring Goirle Heemkundewerkgroep Reusel Heemkundekring De Mierden Hooge Mierde Heemkundekring Vereniging Natuur en Milieu Hilvarenbeek B-Team Hilvarenbeek B-team Goirle
Kader 2: betrokken partijen proces Kempische Landgoederen
11
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
De toekomstvisie onderschrijft dat landgoederen (particuliere) ondernemingen zijn, die inkomsten moeten genereren om het beheer en de instandhouding te kunnen financieren. Door ‘maatschappelijke veranderingen, wensen en doelen zijn steeds vaker nieuwe inkomstenbronnen nodig’. Voor elk landgoed is bepaald welke overheidsdoelstellingen op het grondgebied van toepassing zijn en welke consequentie dit heeft voor de financiële balans. Elke landgoedeigenaar heeft gezocht naar nieuwe financiële dragers, die noodzakelijk zijn om het landgoed ook in de toekomst in stand te kunnen houden. Zowel de overheidsdoelen als de compenserende ontwikkelingen zijn opgenomen op een visiekaart. Met de visie en deze toelichting wordt een basis gelegd voor het realiseren van een groot aantal overheidsdoelen enerzijds en de duurzame instandhouding van de landgoederen anderzijds. Door gezamenlijk steun toe te zeggen aan de visie ontstaat een basis om daadwerkelijk kansen te benutten, plannen op te stellen én uit te voeren. Voor Landgoed Gorp & Roovert zijn de wensen en maatregelen ook beschreven (zie kader 3).
Landgoed Gorp & Roovert: ontwikkelingen en acties 1. Financieel compenseren van landgoedeigenaar voor realisatie natuur; 2. Betrekken eigenaar in proces van grondaankoop/ grondruil; 3. Kempische Landgoederen als merknaam uitdragen; 4. Duurzame energie opwekken met hout van Kempische Landgoederen; 5. Ontplooien kleinschalige initiatieven voor extensief, kwalitatief hoogwaardige, recreatie; 6. Weren intensief illegaal (gemotoriseerd) verkeer; 7. Behoud en versterking van de cultuurhistorie; 8. Handhaven leefbaarheid op het landgoed; 9. Ruimte bieden aan ontwikkelingsmogelijkheden van agrariërs op het landgoed; 10. Stimuleren van kennisdeling tussen de landgoederen. Acties door te vertalen in uitvoeringsprogramma: a. Functiewisseling bestaande cultuurhistorische gebouwen, zoals de ANWB schuur, naar wonen; b. In erfpacht uitgeven van bestaande en nieuwe gebouwen (wonen, recreatie, toerisme en zorg); c. Realiseren houtverbrandingsinstallatie op terrein van de HaVeP; d. Kleinschalige verblijfsrecreatie ontwikkelen met een lage dynamiek; e. Realiseren recreatieve poort; f. Versterken en intensiveren van routestructuren langs boerderijen cultuurhistorische objecten en ecologische parels; g. Herstellen lanenstuctuur met behulp van een lanenplan; h. Uitbreiden stal landbouwbedrijf; i. Realiseren evenemententerrein; j.
Aanstellen Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) om toezicht te houden in samenwerking met andere landgoedeigenaren.
Kader 3: ontwikkelingen en acties, bron: De Kempische Landgoederen: samen aan zet
De toekomstvisie en inrichtingskaarten voor de vijf afzonderlijke landgoederen zijn inmiddels aangeboden aan de provincie Noord-Brabant, de Reconstructiecommissie Kempenland en de betreffende gemeenten. Op 4 juli 2011 is door deze vijf particuliere landgoederen de Stichting De Kempische Landgoederen opgericht ter versterking van de samenwerking en uitvoeringskracht. Inmiddels is de stichting een actieve partner in de Agenda van de Kempen. Op 1 juli 2012 is tijdens het Kempenfestival in Oirschot de Kempenlandtrofee 2012 uitgereikt aan de Stichting De Kempische Landgoederen vanwege de voorbeeldfunctie en de bijzonder en unieke samenwerking voor de versterking van deze historische erfgoedcomplexen.
12
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
4.2 Uitwerking Dit ontwikkelingsplan is een uitwerking van de toekomstvisie De Kempische Landgoederen: samen aan zet. Deze visie beschrijft de integrale doelstelling voor de vijf landgoederen in de Kempen en is op interactieve wijze tot stand gekomen. Ook het opstellen van het ontwikkelingplan is in samenspel met veel maatschappelijke partijen geschreven. Dit hoofdstuk beschrijft de werkwijze. Een interactieve werkwijze voor het uitwerken van bovenstaande hoofdlijnen was voor de eigenaar van Landgoed Gorp & Roovert een belangrijk uitgangspunt. Om te komen tot een gedragen ontwikkelingsplan is een klankbordgroep samengesteld. De volgende lokale partijen maakten deel uit van deze klankbordgroep voor het Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert: • • • • • • • •
Gemeente Goirle Gemeente Hilvarenbeek Provincie Noord-Brabant Waterschap De Dommel Streekhuis Kempenland Brabants Landschap Bewoners Landgoed Gorp & Roovert BMF
• • • • • •
Vereniging Natuur & Milieu Hilvarenbeek e.o B-team Hilvarenbeek B-team Goirle Heemkundekring Hilvarenbeek en Diessen Werkgroep Heemkunde Esbeek Heemkundige kring de Vyer Heertgangen Goirle
In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de betrokken vertegenwoordigers van deze organisaties. Op 30 september 2011 is de klankbordgroep uitgenodigd voor een werkatelier. Na een toelichting en uitwisseling over nut en noodzaak van een integrale versterking, zijn de maatschappelijke (‘groen’) en economische (‘rood’) ontwikkelingen met elkaar besproken. Aan de hand van een interactieve sessie in twee subgroepen zijn de volgende vragen gesteld: -
Welke knelpunten ziet u op basis van de ontwikkeling op hoofdlijnen? Met welke randvoorwaarden moet rekening gehouden worden in de uitwerking? Welke ideeën heeft u als aanvulling in het op te stellen ontwikkelingsplan?
De drie onderwerpen (knelpunten, randvoorwaarden en ideeën) zijn vervolgens geclusterd weergegeven in een overzicht. Op basis van het werkatelier is een conceptversie van voorliggend ontwikkelingsplan opgesteld en toegestuurd aan de vertegenwoordigers van de leden van de klankbordgroep. De conceptversie van het ontwikkelingsplan is eind december 2011 toegezonden aan alle leden van de klankbordgroep met het verzoek daarop te reageren. De van alle betrokken partijen ontvangen reacties zijn verwerkt in een matrix. Daarin is voor alle thema’s per project aangegeven wat de reactie was van elke in de klankbordgroep vertegenwoordigde organisatie. Het projectteam heeft vervolgens met landgoedeigenaar Guus van Puijenbroek op alle commentaren en voorstellen gereageerd. Deze reactie is eveneens in deze matrix opgenomen. Tijdens een tweede bijeenkomst van de klankbordgroep op 23 april 2012 zijn alle projecten per thema besproken. De wijzigingen in de conceptversie van december 2011 als gevolg van de reacties van partijen (zowel schriftelijk als tijdens de bijeenkomst van 23 april 2012) zijn in het Ontwikkelingsplan opgenomen in Hoofdstuk 6. Van de Vereniging Natuur & Milieu Hilvarenbeek e.o is op 30 mei 2012 een brief ontvangen waarin, naar aanleiding van het concept ontwikkelingsplan dat voorlag in de bijeenkomst van 23 april 2012, 24 aanvullende vragen zijn gesteld. Deze vragen zijn in
13
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
een afzonderlijk schrijven beantwoord. De antwoorden op deze vragen zijn verwerkt in het voorliggende Ontwikkelingsplan. Op 7 juni 2012 is met vertegenwoordigers van de Vereniging Natuur & Milieu Hilvarenbeek eo, het B-team Hilvarenbeek, het B-team Goirle-Riel, de Werkgroep Heemkunde Esbeek, de Heemkunde kring Goirle de Vyer Heertgangen een uitgebreid bezoek gebracht aan een groot aantal projectlocaties uit het Ontwikkelingsplan. Aan deze excursie is ook deelgenomen door de terreinbeheerder van Brabants Landschap van de terreinen die onmiddellijk grenzen aan Landgoed Gorp & Roovert. Daarbij zijn ook enkele projectlocaties van de Natte Natuurparel Gorp & Roovert en Papschot bezocht. Bij de beantwoording van de bovengenoemde brief van de Vereniging Natuur & Milieu zijn ook de conclusies verwerkt die tijdens de excursie van 7 juni 2012 zijn getrokken.
14
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
5. Beleid en randvoorwaarden 5.1 Rijksbeleid / Europees Beleid Natura-2000 “Kempenland West” De Natura 2000 gebieden vormen tezamen het netwerk van de meest waardevolle natuurgebieden van de Europese Unie. Het Natura 2000-gebied Kempenland-West ligt ten zuidwesten van Eindhoven en ten zuidoosten van Tilburg. Het gebied omvat onder andere de Landschotse Heide, Mispeleindse en Neterselse Heide, Rovertse Heide en landgoed De Utrecht. In het gebied Kempenland-West gaat het om bijna 2000 hectare waardevolle natuur. De bijzondere leefgebieden, waarvoor dit gebied is aangewezen, zijn droge, vochtige en natte heidegebieden, vennen, laaglandbeken en beekgeleidende bossen. De zeldzame soorten die de provincie in dit gebied bijzondere aandacht geeft, zijn de drijvende waterweegbree in de Beerze en de Reusel en de kleine modderkruiper die in de Reusel voorkomt. De provincie stelt voor Kempenland-West een beheerplan op. Bij het proces zijn belanghebbenden op verschillende manieren betrokken.
Natura-2000 gebied “Kempenland-West”
Habitatrichtlijngebied “Kempenland-West”
De instandhoudingsdoelen uit het Beheerplan Natura 2000 Kempenland-West zijn de volgende:
Tabel: Instandhoudingsdoelen Natura 2000 Kempenland-West Habitattype Stuifzandheiden met struikheide Droge heiden Vochtige heiden Pioniervegetaties met snavelbiezen Zwak gebufferde vennen Beekbegeleidende bossen Beken en rivieren met waterplanten
Doelstelling Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit
Soort Kleine modderkruiper
Doelstelling Behoud omvang en kwaliteit biotoop
Drijvende waterweegbree
Behoud verspreiding, omvang en kwaliteit biotoop
15
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
Het Concept Beheerplan Natura 2000 Kempenland-West (Haskoning 2010) schrijft onder meer over de haalbaarheid van de instandhoudingsdoelen: -
-
-
De heideterreinen van Kempenland-West worden gekenmerkt door een mozaïek van zowel droge als natte heide passend bij het reliëf, waarbij de grenzen niet altijd scherp te trekken zijn. Bij de instandhouding van droge en natte heide zal de instandhouding van het mozaïek leidend moeten zijn en niet de oppervlaktes per habitattype. In het noordelijk deel van ven Papschot is nog een goed ontwikkelde vegetatie aanwezig. Dit ven wordt grotendeels gevoed met regenwater vanuit een sloot die door het naastliggende landbouwgebied loopt, maar dit heeft geen merkbaar negatief effect op de zwak gebufferde venvegetatie. De 5 meter brede bemestingsvrije zone aan weerszijden van de sloot lijkt effectief. Met het huidige beheer van de terreinbeheerders worden de meeste instandhoudingsdoelstellingen voor Natura2000 gehaald. Daarmee passen de beheerplannen van de verschillende terreinbeheerders binnen het beheerplan Natura 2000.
Verder schrijft het Concept Beheerplan Natura 2000 Kempenland-West (Haskoning 2010): “Uit modelberekeningen van Royal Haskoning uit 2009 (niet gepubliceerd) blijkt dat het cumulatieve effect van alle drainage en de onttrekkingen op de Papschotse heide, de Rovertse heide en de Landschotse heide beperkt is. Hoewel de modellen aangeven dat beide laatste terreinen te droog zijn voor goed ontwikkelde vochtige heide, komt deze in beide terreinen voor en is er sprake van een stabiele situatie met voldoende vochtvoorziening. Deze wordt echter niet geleverd door het grondwatersysteem, maar door de aanwezigheid van ondoorlatende lagen in de bovengrond, waarop regenwater stagneert. Op de Papschotse heide en de Rovertse heide is vrijwel geen sprake van verdroging.”
Ten aanzien van de beheersmaatregelen voor het habitattype zwakgebufferde vennen trekt het Concept Beheerplan Natura 2000 Kempenland-West de volgende conclusie ten aanzien van de Rovertsche Heide en Papschot: De doelstelling is ‘behoud oppervlakte’ en ‘verbetering kwaliteit’. De eigenaren: Brabants Landschap en Gorp & Rovert BV zijn voornemens het volgende te doen ter bereiking van de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000: “Het Brabants Landschap ambieert een kwalitatieve verbetering van de habitats in de Rovertse Heide. Deze kwalitatieve verbetering wordt bereikt met het huidige beheer, waaronder het plaggen van Pijpenstrootje. Daarbij zal rekening worden gehouden met archeologische waarden. Landgoed Gorp & Roovert is voornemens om het huidige beheer te continueren, waarmee de instandhoudingsdoelen behaald worden. Dit betekent dat zij gebruik blijven maken van het pluspakket vochtige heide. Daarnaast zullen de huidige teelt- en bemestingsvrije akkerranden in het landbouwperceel gehandhaafd worden, zodat de waterkwaliteit in de aanvoerende sloot van ven Papschot gehandhaafd blijft.”
5.2 Provinciaal beleid Het beleidskader van de Provincie Noord-Brabant is de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de bijbehorende Verordening Ruimte Noord-Brabant. Daarnaast is door Provinciale Staten op 9 december 2011 een nieuwe visie op stad en platteland vastgesteld, die relevant is voor de wijze waarop wordt omgegaan met initiatieven van burgers en bedrijven in het buitengebied.
16
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
De transitie van het Brabantse stadteland – Een nieuwe koers Hierna is een aantal passages in cursief letterlijk weergegeven uit het door Provinciale Staten vastgesteld Koersdocument “De transitie van het Brabantse Stadteland” : “Het landelijk gebied herbergt veel erg kostbare en kwetsbare functies (zoals water en natuur) die niet aan de willekeur van ieder individu moeten worden overgelaten. De provincie moet dan ook zorgen voor regels en normen om die basiswaarden te beschermen. Maar aan de andere kant zijn de maatschappelijke opgaven veelal zo complex, dat niet volstaan kan worden met enkel een blauwdruk aan standaardoplossingen. Wij moeten ruimte geven aan particulier initiatief en bedrijfsleven. Ontwikkelingsgericht werken betekent het zoeken naar passende lokale oplossingen. Het geven van Eén en ander wordt vormgegeven door de provinciale regelgeving (met name Structuurvisie en Verordening Ruimte) hier op aan te passen. De basisfilosofie is nader uitgewerkt tot een realisatiestrategie voor de thema’s economie (inclusief landbouw & agrofood), natuur & landschap en leefbaarheid & gezondheid.”
Natuur, landschap & water. “De ambitie om de Ecologische Hoofd Structuur (EHS)– op termijn- te realiseren blijft overeind, de EHS vormt de ruggengraat van een vitaal, mooi landschap en een goede natuur in Brabant. De realisatie van de EHS wordt echter meer pragmatisch benaderd, waarbij andere verdienmodellen mede de financiële basis vormen. Bij de realisatiestrategie maken we onderscheid tussen de ‘nationale EHS’ (= bestaande EHS + een deel van nog te realiseren nieuwe EHS op basis van Natura2000 en Kaderrichtlijn Water- verplichtingen) en de ‘provinciale EHS’ (= het overige nog te realiseren deel).” “Was vroeger het landelijk gebied het nagenoeg exclusieve domein van landbouw, natuur en de laatste decennia recreatie, tegenwoordig is het palet aan activiteiten veel diverser. Het Brabantmozaïek is niet meer alleen de afwisseling van landbouw en natuur, maar ook de afwisseling van allerlei economische en culturele activiteiten. In deze context is er behoefte aan een nieuwe set waarden en principes voor het landelijk gebied.” “Waren we gewend te denken en te handelen vanuit een ruimtelijk ecologisch perspectief, nu bestaat de behoefte om, binnen (ruim) gestelde kaders, het denken en handelen van burgers en ondernemers het vertrekpunt te laten zijn.
Wat is nu de gewenste koers om vanuit de geschetste ontwikkelingen te komen tot een vitaal Brabants landelijk gebied? Er tekenen zich drie hoofdlijnen af: Brabant als multifunctioneel landschap. Productie van kwaliteit en toegevoegde waarde in plaats van bulk. Een andere sturingsfilosofie.” “Trachtten we in de reconstructie functies nog te scheiden, nu gaan we ons beleid meer richten op wisselende mengverhoudingen van functies. De wisseling is ruimtelijk zichtbaar: op sommige plaatsen zijn bepaalde functies dominant. Denk aan een gebied als de Loonse en Drunense duinen waar natuur domineert of de landschappen van West-Brabant en Peel waar de landbouw domineert. Op andere plaatsen gaat het om een fijnmazige mengeling. Denk aan het Groene Woud of de Baronie. Maar vrijwel nergens is er sprake van een unieke functie of kan een functie exclusiviteit claimen; functies zijn in beginsel gelijkwaardig. Ook in de tijd zal er wisseling zijn. Als gevolg van het stoppen en starten van bedrijven kunnen bijvoorbeeld landbouw, recreatie en dienstverlening elkaar afwisselen als accent van een gebied. Deze multifunctionaliteit vraagt een andere beleidsmatige inbedding.
Ook vraagt het een substantieel andere benadering van beleidsvelden als de ruimtelijke ordening, bescherming van natuur en landschap (een andere realisatiestrategie voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) en leefbaarheid & gezondheid.” “We ontwikkelen zo van toelatingsplanologie naar uitnodigingsplanologie, waarbij vertrouwen het vertrekpunt is. We dagen burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabantslandelijk gebied en benutten daarmee de energie die er in de Brabantse samenleving is. Voor de muziek uitlopen wordt aantrekkelijk, koplopers hebben een voordeel.”
17
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
“Willen we natuur, landschap en water echt van iedereen laten zijn, dan is een omslag in denken en handelen nodig. Zowel in de manier waarop we tegen landschap en natuur aankijken, als in de manier waarop we de doelstellingen willen realiseren. Natuurlijk zijn er robuuste natuurgebieden nodig, waar flora en fauna optimaal floreren zodat de biodiversiteit behouden blijft. Dit alleen is echter onvoldoende. Tegelijkertijd moeten we de burger er van bewust maken, dat een groene omgeving ook een meerwaarde heeft als het gaat om (be)leefbaarheid en gezondheid, cultuur, ontspanning of een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Daarmee is het landelijk gebied een contramal van het stedelijk netwerk in Brabant. Dit is onder meer uitgewerkt in het manifest ‘het Brabantse buitengebied in een metropolitane omgeving’.”
“Gezien het strategische belang van de EHS voor een goede biodiversiteit en een mooi landschap blijft de ambitie staan om deze - op termijn - te realiseren. Door het recente regeerakkoord heeft de provincie de regie gekregen in het landelijk gebied. De beschikbare overheidsmiddelen nemen echter sterk af. We pakken daarom de realisatiestrategie van de EHS op een andere manier aan dan in het verleden. Voortzetting van het beleid op de huidige wijze is immers geen optie, omdat dit tot grote financiële tekorten leidt. Bij de realisatiestrategie maken we onderscheid tussen de ‘nationale EHS’ (= bestaande EHS + gerealiseerde nieuwe EHS + een deel van nog te realiseren nieuwe EHS op basis van Natura 2000 en KRW verplichtingen) en de ‘provinciale EHS’ (= het overige nog te realiseren deel). De nationale EHS omvat de meest cruciale natuurgebieden, waar de functie natuur over het algemeen minder goed te combineren is met andere functies. De beschikbare overheidsmiddelen worden met name hier ingezet. De provinciale EHS laat zich over het algemeen beter combineren met andere functies en activiteiten. Ontwikkeling van bestaande functies en passende nieuwe functies- die ook bijdragen aan de realisatie van natuur en landschap- zijn dan mogelijk.
De overige EHS krijgt een daarop toegesneden beschermingsregime.” “Belangrijk uitgangspunt is dat de invulling van de EHS met meer maatwerk en flexibiliteit zal gebeuren dan in het verleden. Het gaat om een goed functionerende ecologie van het Brabantse landelijk gebied. De natuurwaarden sturen de ruimte voor ontwikkelingen. De maatvoering en kwaliteit van de natuur zijn een afgeleide en liggen dus niet op voorhand tot in detail vast.” “Meer dan in het verleden zullen (agrarische) ondernemers en burgers verantwoordelijkheid krijgen en nemen bij het vorm geven van natuur en landschap in Brabant. Dit is een versterkte voortzetting van de lijn van particulier en agrarisch natuurbeheer, bestaande en nieuwe landgoederen. De versterking zit ondermeer in het ontwikkelen en toepassen van nieuwe verdienmodellen die kwaliteit van natuur, landschap en water genereren, combinaties zorg – natuur, het meer betrekken van burgers bij inrichting en beheer van natuurgebieden.” “Insteken op andere verdienmodellen en nieuwe allianties met het bedrijfsleven. Economische investeringen in het buitengebied (rechten) gaan gepaard met landschappelijke investeringen (plichten). Wij maken gebruik van het advies dat wij aan de SER Brabant gevraagd hebben over het thema ‘Economie en natuur, samen slimmer investeren’ (gereed najaar 2011).”
“De rijke cultuurhistorie van het Brabantse landelijk gebied is een belangrijke economische en sociale factor. Het economische belang ligt in de bijdrage aan de aantrekkelijkheid en beleefbaarheid van het landelijk gebied. De identiteit van de Brabanders hangt rechtstreeks samen met de cultuurhistorie van hun omgeving. Daarmee is cultuurhistorie een goed aangrijpingspunt voor een goed werkende participatie van burgers in de realisatie van een vitaal landelijk gebied.”
Tot zover een aantal citaten uit het door Provinciale Staten vastgestelde Koersdocument. Geconstateerd kan worden dat de doelen, ambities en maatregelen van het Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert uitstekend aansluiten bij het door Provinciale Staten vastgestelde beleid voor het buitengebied. Van de provincie zijn verder van belang het Natuurgebiedsplan en het Natuurbeheerplan Noord-Brabant. In deze plannen zijn de streefdoelen voor de natuur in Brabant (natuurdoeltypen) vastgelegd. De Ambitiekaart Natuur van de provincie is in Bijlage 2 toegevoegd.
18
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
Verordening Ruimte 2012 De Verordening Ruimte 2012 is het provinciale beleidskader dat van groot belang is bij de beoordeling van het Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert. Met name de volgende begripsbepalingen zijn relevant voor het Ontwikkelingsplan Gorp & Roovert: complex van cultuurhistorisch belang ensemble van bestaande bebouwing en bijbehorende omgeving met aldaar aanwezige cultuurhistorische waarden en kenmerken. cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. ecologische waarden en kenmerken aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde. landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten.
ruimtelijke kwaliteit kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Artikel 2.1 van de Verordening Ruimte beschrijft de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit. 1. “Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. De toelichting bij dat plan bevat daaromtrent een verantwoording. 2. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik bedoeld in het eerste lid houdt in ieder geval in dat: 3. Ten behoeve van het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit bevat de toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid een verantwoording waaruit blijkt dat: a. In het bestemmingsplan rekening is gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijk waarden alsmede de op grond van deze verordening toegelaten ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden; b.
De omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, in het bijzonder wat betreft de omvang van de beoogde bebouwing past in de omgeving; c. Een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer, waaronder een goede aansluiting op de aanwezige infrastructuur van weg, water of spoor, waaronder openbaar vervoer, is verzekerd, een en ander onverminderd hetgeen in artikel 3.6 van het Besluit ruimtelijke ordening, hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en elders in deze verordening is bepaald.”
19
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
Artikel 2.2 handelt over de kwaliteitsverbetering van het landschap:
1. “Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, bevat een verantwoording van de wijze waarop financieel, juridisch en feitelijk is verzekerd dat de realisering van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft. 2. De in het eerste lid bedoelde verbetering past binnen de hoofdlijnen van de door de gemeente voorgenomen ontwikkeling van het gebied waarop de ontwikkeling haar werking heeft en is onderwerp van regionale afstemming in het regionaal ruimtelijk overleg bedoeld in artikel 12.4, waaronder mede begrepen de planologische voorbereiding van landschapsontwikkeling. 3. De in het eerste lid bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. De landschappelijke inpassing van bebouwing ten behoeve van intensieve veehouderij, voor zover vereist op grond van deze verordening; b. Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. Activiteiten gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. Het wegnemen van verharding; e.
Het slopen van bebouwing; f. Een fysieke bijdrage aan de realisering van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones.”
Voorgesteld wordt om voor Landgoed Gorp & Roovert een eigen bestemmingsplan op te stellen, waarin voldaan wordt aan de bepalingen uit de Verordening Ruimte 2012 zoals hierboven in de artikelen 2.1 en 2.2 aangeduid. Het Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert zal als leidraad dienen voor een op te stellen Bestemmingsplan Landgoed Gorp & Roovert met een daarbij behorende anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer (de eigenaar van het landgoed) en de gemeente. Het onderhavige Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert is een integraal plan gericht op de duurzame instandhouding van het landgoed als complex van cultuurhistorisch belang met grote natuur- en landschapswaarden. Het Ontwikkelingsplan bevat een aantal op wederkerigheid gebaseerde projecten gericht op de instandhouding en versterking van het landgoed als entiteit. De initiatiefnemer verplicht zich tot uitvoering van maatregelen ter versterking van de natuur en waterhuishouding, de instandhouding en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden van en op het landgoed en de verbetering en versterking van de recreatieve beleving. Om dit te kunnen (blijven) doen is een versterking van de economische dragers van het landgoed noodzakelijk.
Voor de vestiging van de Natuurpoort De Roovertsche Leij op het landgoed is door de gemeente Goirle reeds op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied vergunning verleend. Voor enkele andere noodzakelijke economische dragers wordt planologische medewerking van de gemeente Hilvarenbeek gevraagd binnen de beleidskaders van de Verordening Ruimte 2012 van de Provincie Noord-Brabant. Het betreft het in beperkte mate toevoegen van nieuwe woonfuncties ten behoeve van de instandhouding en versterking van het landgoed als complex van cultuurhistorisch belang. In Hoofdstuk 6 van dit Ontwikkelingsplan komt dit meer uitgebreid aan de orde en wordt toegelicht.
20
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
In de Verordening Ruimte Noord-Brabant is artikel 7.8 “Aanwijzing, begrenzing en bescherming van complexen van cultuurhistorisch belang” relevant als beleidskader voor het “Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert”. Landgoed Gorp & Roovert geldt op basis van de recent gewijzigd vastgestelde Verordening Ruimte 2012 als een complex van cultuurhistorisch belang. Dit betekent dat ontheffing kan worden verleend voor bepalingen in bestemmingsplannen die bouwen buiten het stedelijk gebied niet toestaan. Het onderhavige plan voor Landgoed Gorp & Roovert voldoet aan de voorwaarden van de Verordening Ruimte op de volgende punten: de beoogde ontwikkeling leidt tot duurzame verrijking van de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige waarden en kenmerken; er worden voorwaarden gesteld aan de karakteristieke verschijningsvormen van de te ontwikkelen wooneenheden zodat de omvang van de bebouwing past bij de aard en het karakter van het landgoed; de bebouwing wordt zoveel mogelijk geconcentreerd; er zijn en worden voorzieningen getroffen voor extensieve recreatie waarbij openbare toegankelijkheid is verzekerd; het landgoed is aangemerkt als een complex van cultuurhistorisch belang zoals bedoeld in artikel 7.8 van de Verordening Ruimte; door uitvoering van het plan is duurzame instandhouding van het landgoed verzekerd.
Verordening Ruimte Noord-Brabant 2012 “Artikel 7.8 Aanwijzing, begrenzing en bescherming van complexen van cultuurhistorisch belang 1) Als complex van cultuurhistorisch belang zijn aangewezen de als zodanig aangeduide gebieden waarvan de geometrische plaatsbepaling met een indicatieve begrenzing is vastgelegd. 2) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een complex van cultuurhistorisch belang zoals aangewezen op grond van het eerste lid, neemt de geldende bestemming en de met het oog daarop gegeven regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daarop bevindende bouwwerken in acht. 3) In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in andere dan op grond van het geldende bestemmingsplan toegestane bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten, waaronder wonen, mits de toelichting een verantwoording bevat waaruit blijkt dat: a) De beoogde ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage levert aan het behoud of het herstel van het cultuurhistorisch karakter van het complex; b) De beoogde ruimtelijke ontwikkeling een uitwerking is van de door de gemeente voorgenomen ontwikkeling van het gebied waarop deze ruimtelijke ontwikkeling haar werking heeft alsmede van het te voeren beleid voor dat gebied.” Kader 4: regels complexen van cultuurhistorisch belang, bron: Verordening Ruimte 2012
Door de initiatiefnemer is opdracht verleend voor de opstelling van een cultuurhistorisch onderzoek van Landgoed Gorp & Roovert. Dit onderzoek zal omvatten: een cultuurhistorische waarde-analyse van het landgoed en de daarop aanwezige bebouwing en landschapsstructuren en –elementen, een beschrijving van de stijlkenmerken en een advies ten aanzien van de beoogde locaties voor herbestemming en nieuwbouw en de eisen waaraan deze bebouwing vanuit cultuurhistorie moeten voldoen. Het cultuurhistorisch onderzoek is evenals het Ontwikkelingsplan een bijlage bij de op te stellen anterieure overeenkomst, en maakt daar deel van uit.
21
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
Tevens zal als bijlage bij de anterieure overeenkomst een economische onderbouwing worden opgesteld waaruit zowel de noodzaak voor de voorgestelde ontwikkelingen blijkt als de haalbaarheid en uitvoerbaarheid wordt aangetoond. Het Ontwikkelingsplan Landgoed Gorp & Roovert voor de duurzame instandhouding van het cultuurhistorisch complex voldoet aan de voorwaarden van de Verordening Ruimte Noord-Brabant: De beoogde ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan het behoud van het cultuurhistorische karakter van het cultuurhistorisch complex Landgoed Gorp & Roovert door middel van de projecten die in hoofdstuk 6 zijn opgenomen. Sinds 1 juli 2005 kent het ruimtelijk beleid van de Provincie Noord-Brabant de rood-metgroen-koppeling. In de nieuwe Verordening Ruimte is deze verruimd naar alle ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Dit betekent dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Onder een kwaliteitsverbetering worden begrepen alle projecten die zijn gericht op een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie. Ook verbeteringen van de extensieve recreatieve mogelijkheden van die omgeving behoren hiertoe. (uit: Verordening Ruimte NoordBrabant – Toelichting).
In de toelichting bij bovengenoemd artikel 7.8 wordt opgemerkt “…dat voor zover een complex van cultuurhistorisch belang aangemerkt kan worden als landgoed, de regels voor landgoederen als bedoeld in artikel 11.5 niet van toepassing zijn.” Dit betekent dat er geen verplichting bestaat op grond van de Verordening Ruimte om per woning 2,5 hectare nieuwe natuur te ontwikkelen. Een specifiek onderdeel van de Structuurvisie zijn de Gebiedspaspoorten. Dit is een uitwerking van de Structuurvisie die als apart document door Provinciale Staten is vastgesteld. De gebiedspaspoorten bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan. Ook voor de Kempen is een dergelijk gebiedspaspoort opgesteld. Hierin zijn beschreven de natuurlijke basis en het ontginningslandschap, waarvan Landgoed Gorp & Roovert deel uitmaakt. Als ambitie voor de Kempen is door de provincie in het gebiedspaspoort o.a. geformuleerd: 1. “Het versterken van het groene mozaïeklandschap van de Kempen door: a. De dooradering van de Kempen met de natte robuuste beekdalen te versterken b. In de bron- en infiltratiegebieden en in de haarvaten van het watersysteem de mogelijkheden te benutten om het water langer vast te houden c.
De recreatieve verbindingen te verbeteren, met name tussen de bosgebieden en de dorpen; d. Samen met partijen naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden te zoeken voor bestaande landgoederen in combinatie met versterking van natuuren landschapswaarden en de recreatieve mogelijkheden; e. Het stimuleren van het aanbieden van streekproducten, zorg en educatie; f. Extra aandacht geven aan goede verbindingen (groene wig) met het omliggende buitengebied, zowel de bos- en natuurgebieden als het ontginningslandschap; g. De identiteitsdragers van het landschap van de Kempen terug laten komen in de vormgeving van de hoofdwegen. Bijvoorbeeld door ontwikkeling van”Kempische bermen” met heide, naaldhout en berken. 2. De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen: a. Landgoederen ten zuiden van Tilburg (Gorp & Roovert, De Utrecht, De Hoevens, Het Ooijevaarsnest, Wellenseind.”
22
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
5.3 Lokaal beleid Gemeente Hilvarenbeek Op 25 februari 2010 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Hilvarenbeek vastgesteld. De structuurvisie geeft aan in welke richting de gemeente zich wil ontwikkelen op het gebied van de ruimtelijke ordening. Deze Structuurvisie bepaalt de inhoud van de nieuwe bestemmingsplannen. In de structuurvisie is het buitengebied ingedeeld in zones zoals geformuleerd in het reconstructieplan. Landgoed Gorp & Roovert maakt onderdeel uit van de zone ‘extensiveringsgebied natuur’ en RNLE-gebied. Binnen de zone ‘extensiveringsgebied natuur’ is uitbreiding van intensieve landbouw niet mogelijk. De gemeente zet in deze zone in op toerisme. Binnen RNLE-gebied is versterking van natuur en landschap van belang. Initiatieven binnen deze zone worden hierop getoetst.
Zonering toetsingscriteria buitengebied, Structuurvisie Hilvarenbeek
Inmiddels is het proces voor de opstelling van het nieuwe Bestemmingsplan Buitengebied Gemeente Hilvarenbeek van start gegaan. Ten aanzien van Landgoed De Utrecht is besloten dat dit - gebaseerd op het opgestelde instandhoudingsplan – een eigen bestemmingsplan krijgt, waaraan gekoppeld een anterieure overeenkomst. Ook is voor De Utrecht een cultuurhistorische waarde-analyse opgesteld om te kunnen voldoen aan de planologische regels van de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant. De gemeente Hilvarenbeek heeft voorgesteld om ook voor Landgoed Gorp & Roovert een eigen bestemmingsplan op te stellen met een daaraan gekoppelde anterieure overeenkomst. Ook voor Landgoed Gorp & Roovert wordt een cultuurhistorische waardeanalyse uitgevoerd. Hiervoor is door de landgoedeigenaar reeds opdracht verleend. Gemeente Goirle Op 20 juli 2010 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Goirle vastgesteld. In deze Structuurvisie staat het ruimtelijk beleid van de gemeente tot 2020 beschreven. Aan de hand van diverse beleidsthema’s en deelgebieden wordt ingegaan op de
23
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
toekomstige beleidsdoelstellingen van de gemeente. Het Landgoed Gorp & Roovert maakt onderdeel uit van Buitengebied Oost. Deelgebied “Buitengebied oost” doet met name dienst als agrarisch gebied. Daarnaast spelen ook natuur en extensieve reactie een belangrijke rol. In de structuurvisie geeft de gemeente Goirle aan dat in het gebied Buitengebied Oost natuur- en landschapsontwikkeling en recreatie voorop staan. De recreatie moet passen in het gebied en gepaard gaan met landschapsontwikkeling. Bij de beleidsuitgangspunten worden de volgende voor dit ontwikkelingsplan relevante zaken genoemd voor Buitengebied Oost: - beperkte ontwikkeling bebouwingsconcentraties - mogelijkheden landgoedontwikkeling - ontwikkelen recreatieve poort - extensieve recreatie - nieuwe aansluiting op Turnhoutsebaan ter hoogte van recreatieve poort - beter evenwicht hydrologie, ecologie, natuur, landschap en landbouw - versterking natuur en landschap
Toekomstbeeld Buitengebied Oost, Structuurvisie Goirle
24
24 augustus 2012
ONTWIKKKELINGSPLAN LANDGOED GORP & ROOVERT
6. Gorp & Roovert als cultuurhistorisch complex Ontstaan en historie
De ontstaansgeschiedenis van het daadwerkelijke landgoed gaat ver terug in de tijd. De namen Gorp en Roovert zijn de namen van twee voormalige kleine woonkernen in het grensgebied. De omringende woeste gronden van de woonkernen bestonden uit heidevelden die in vruchtgebruik werden gegeven door de hertogen van Brabant aan de plaatselijke bevolking (1250). Toen de rechten van de hertogen over gingen naar een StatenGeneraal kwamen particulieren in de gelegenheid gronden te kopen. De afgelegen woeste heidevelden trokken in die tijd weinig kopers aan waardoor het gebied vrijwel onverkaveld bleef en er mogelijkheden waren voor groot grondbezit. De bewoningskern Gorp ontstond en landbouwgronden in de omgeving kwamen in handen van een leenman (Jan Montens 1589) en zo ontstonden de eerste contouren van het landgoed. Toen het landgoed in handen kwam van Cornelis Bles begon in de tweede helft van de 18e eeuw het landgoed vorm te krijgen. De aanleg van het “Starrebosch”’ of “Warande” tegenover de “Leenhof” dateert ook uit deze periode. In 1819 moesten de nazaten van Cornelis Bles het landgoed publiek verkopen en de nieuwe eigenaar werd ridder Paul Joseph Jean de Bosschaert, geboren te Antwerpen. In 1868 werd “Gorp” eigendom van de van oorsprong Spaanse familie De Zerezo de Tejada. Baron Eugène F.J. Zerezo de Tejada (1824-1887) heeft het landgoed aanzienlijk uitgebreid.
Zijn zoon Gustave bracht het er wat minder fortuinlijk vanaf want in 1894 kwam het landgoed opnieuw onder de hamer. “Gorp” kwam in handen van Wilhelmus Jan Hubert van Beusekom en “Rovert” werd eigendom van notaris Emile Huijsmans. In 1920 verkocht de weduwe Huijsmans “Roovert” aan E. van Puijenbroek. In 1929 werd zijn familie eigenaar van het landgoed Tulder onder Esbeek en in 1939 werd Tulder verkocht en met de opbrengst werd het grootste gedeelte van Gorp gekocht van de familie van Beusekom. Het laatste resterende gedeelte van Gorp n.l. landgoed Gorp de Ley - inclusief de Nieuwe Hoef – in de zestiger jaren over naar de stichting “Het Brabants Landschap”. Tegenwoordig bestaat het historisch gedeelte van het landgoed uit vier oude boerderijen: “Het Kasteeltje” , “Het Paradijs” (gebouwd 1925) op Gorp en drie oude “lange gevel” boerderijen op Roovert. Door de familie Van Puijenbroek zijn landbouwontginningen doorgezet en ontstond een groot rendabel landbouwbedrijf. De laatste ontginningen werden uitgevoerd vanaf 1939. Uit deze tijd stamt de perceelsopbouw en omvang die in de huidige moderne landbouw nog steeds voldoen. Op de van oudsher kleinschalige landbouwpercelen langs de beek de Leij zijn na de oorlogsjaren van 1945 productiebossen aangepland om te voorzien in de houtbehoefte.