12 bestemmingsplan Vossenhol ong. (naast nr. 10), Biest-Houtakker (4 toelichting incl bijlagen)
Tekst van het document
5) In afwijking van het bepaalde in dit artikel kan de toelichting van een bestemmingsplan een verantwoording bevatten over de wijze waarop de afspraken over de kwaliteitsverbetering van het landschap, die zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg, bedoeld in artikel 39.4, onder b, worden nagekomen. 6) Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing op een uitwerking van een bestemmingsplan, mits dat niet ouder is dan tie n jaar, als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder b, van de wet.
LANECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
10
Landschapsadvies Vossenhol 10 te Biest Houtakker
4
ANALYSE EN EFFECTEN 4.1 GEBIEDSBESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE Het plangebied ligt middenin een oud beekdallandschap. De bebouwing bevindt zich aan een oud bebouwingslint wat langs de bovenzijde van het beekdal ligt. Momenteel betreft het plangebied een onderdeel van dit bebouwingslint in het dorp Biest-Houtakker. De planlocaties liggen in een gebied wat nog relatief kleinschalig is. Belangrijkste kenmerken van de omgeving zijn: -
Openheid, afgewisseld met erven/erfbeplanting en kleinschalige landschapselementen zoals bomenrijen;
-
Oude, wat grillige verkavelingsstructuren;
-
Smalle, kronkelige oude wegen.
-
Oude landschaps- en kavelbeplanting, vaak bestaand uit eik, els en es;
-
Oude bebouwingsstructuren vooral lijnvormig langs wegen.
Beeld vanuit het plangebied het open beekdal in (foto Laneco)
LAN ECO Landschapsadvies Vossenhol 10 te Biest Houtakker
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
11
4.2 EFFECTEN OP HET LANDSCHAP Er is bij een toetsing van de effecten gekeken naar de provinciale kaders, en de gemeentelijke kaders vanuit de Provinciale Verordening Ruimte en het gemeentelijk landschapsbeleid. Aan architectuur en detaillering is in dit landschapsplan geen aandacht besteed. In de plannen is sprake van de realisatie van bebouwing in het bebouwingslint. Een grote oude stal en een bassin worden hiervoor verwijderd. De stal is één van de weinig grote “nieuwere” schuren in het bebouwinglint. Een beter ingepaste woning tast het landschap niet meer aan dan de nu aanwezige bebouwing en het bassin. Effecten bestaan uit: -
Een toename van woonbebouwing in de kleinschalige dorpsrandzone,
-
Een positief effect is het verwijderen van een grote schuur en een hoog gelegen waterbassin uit de lintbebouwing. De bebouwingsgrens komt daarmee dichter op Het Vossenhol en minder ver het landschap in.
4.3 LANDSCHAPPELIJKE MAATREGELEN In het onderstaande plan voor de ontwikkelingen worden maatregelen geadviseerd, om de landschappelijke kwaliteit van de (omgeving van) de nieuwe bebouwing te waarborgen. Door beplanting toe te voegen, wordt de nieuwe bebouwing beter ingepast, en gaat het meer onderdeel uitmaken van het bestaande bebouwingslint. Er wordt bij de landschapplijke maatregelen de nadruk gelegd op het aansluiten bij de bestaande landschapselementen/structuren. Om het groene beeld te waarborgen wordt geadviseerd een nieuwe bomenrij aan te planten langs de weg, in lijn met bestaandebomen, en een haag aan de wegzijde van de nieuwe bebouwing te realiseren. Verder wordt geadviseerd de achterzijde open te laten zodat de openheid van het beekdal wordt benadrukt.
LANECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
12
Landschapsadvies Vossenhol 10 te Biest Houtakker
De in het provinciele beleid geeiste maatregelen bestaande uit het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land bestaat er in deze uit dat de harde rode grenzen tegen zachtere groene lijnen gezet worden. Hierdoor blijft de overgang naar het agrarische landschap intacten open. Maatregel
Concreet
Handhaven bestaande haag westzijde
Handhaaf
Beheer de
bestaande
uitgegroeide
ligusterhaag aan de westzijde met enkele
Haag
jaarlijks
knippen/scheren.
Onderhoudssnoei aan de bomen.
bomen er in. Plaatsing haag.
Plaatsing van een dubbele rij knip- en
Inboet van dode exemplaren.
scheerhaag van liguster of beuk langs de
Jaarlijks knippen/scheren.
weg,
en
op
de
erfscheiding
met
de
bestaande oostelijke bebouwing. Aanplant 4-6 struiken per strekkende meter. 2 bomen achterin het plangebied.
Plaats op de hoek van de kavel (gespiegeld
Inboet van dode exemplaren.
met de bomen in de westelijke haag) een ik
Opsnoei en onderhoudssnoei voor bomen.
laanboom aan het eind van de haag. Zomereik, laanboomformaat. Plaats achterop het perceel 1 notenboom om het doorzicht te breken.
LAN ECO Landschapsadvies Vossenhol 10 te Biest Houtakker
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
13
LANECO
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
14
Landschapsadvies Vossenhol 10 te Biest Houtakker
BIJLAGE 1 LITERATUURLIJST
Baas, H. B. Mobach en H. Renes, 2005, Leestekens van het landschap, 188 landschapselementen in een kort bestek, Landschapsbeheer Nederland. Berendsen, H.J.A., 1997, Landschappelijk Nederland, Koninklijke Van Gorcum Berendsen, H.J.A., 2005, Landschap in delen, Overzicht van de Geofactoren, Koninklijke Van Gorcum Bieleman, J., 1992, Geschiedenis van de landbouw in Nederland 1500-1950, Uitgeverij Boom. Hendrikx, dr. Ir. J.A. 1998, De ontginning van Nederland; Het ontstaan van de agrarische cultuurlandschappen in Nederland, Matrijs Nederland Leesberg, M. 2014, Mooi in het Landschap, ontwerp-wijzer, Methode voor landschappelijke inpassing van boerderijen, Gemeente Hilvarenbeek en ZLTO de Hilver. Provincie Noord Brabant, 2018; Verordening Ruimte Noord Brabant; geconsolideerde versie juli 2018. Vervloet, J.A.J. 1986, inleiding tot de historische geografie van de Nederlandse Cultuurlandschappen, Pudoc Wageningen
LAN ECO Landschapsadvies Vossenhol 10 te Biest Houtakker
a d v i es b u r ea u v o or l a n d sc h a p en ec o l o gi e
15
Bijlage 3
Notitie woon- en leefklimaat
85
NOTITIE WOON- EN LEEFKLIMAAT VOSSENHOL 10 Familie Vingerhoets Vossenhol 10A 5084 HK Biest-Houtakker
EJL van Kessel. 06 53 40 80 00
Datum 07-10-2022 16-03-2023 26-05-2023 28-07-2023 23-08-2023
Inhoudsopgave 1. Algemeen ............................................................................................................................................3 1.1. Opdracht ....................................................................................................................................... 3 2. Wet geurhinder en veehouderij .........................................................................................................3 2.1. Inleiding ........................................................................................................................................ 3 2.1.1. Wet geurhinder en veehouderij ............................................................................................. 3 2.1.2. Geurverordening .................................................................................................................... 3 2.1.3. Voorgrondbelasting ............................................................................................................... 3 2.1.4. Vaste afstanden ..................................................................................................................... 6 2.1.5. Achtergrondbelasting ............................................................................................................. 8 2.2.
Woon- en leefklimaat .................................................................................................................... 9 2.2.1. Geurhinder percentage.......................................................................................................... 9 2.3. Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven ................................................................... 10 2.4. Conclusie .................................................................................................................................... 13 3. Luchtkwaliteit ................................................................................................................................... 14 3.1. Wet luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 14 3.2. Conclusie .................................................................................................................................... 16 4. Endotoxinen ..................................................................................................................................... 17 4.1. Inleiding endotoxinen.................................................................................................................. 17 4.2.
Conclusie endotoxinen ............................................................................................................... 21 Bijlagen ................................................................................................................................................. 22 Bijlage 1. Gegevens geurverordening gemeente Hilvarenbeek .................................................... 23 Bijlage 2. Overzicht toetsingspunten ............................................................................................. 25 Bijlage 3. Berekening voorgrondbelasting ..................................................................................... 26 Bijlage 4. Input receptoren V-stacks gebied .................................................................................. 27 Bijlage 5. Input bronnen V-stacks gebied ...................................................................................... 28 Bijlage 6. Instellingen V-stacks gebied .......................................................................................... 29 Bijlage 7. Output V-stacks gebied ................................................................................................. 30 Bijlage 8. Geurhinderd percentage voor en achtergrond .............................................................. 31 Bijlage 9.
Fijnstofberekening Vossenhol 10 .................................................................................. 33
2
1. Algemeen 1.1. Opdracht De gemeente Hilvarenbeek heeft verzocht een omgevingstoets met betrekking tot de geurbelasting in relatie tot het woon- en leefklimaat uit te voeren voor omschakeling van de veehouderij en de bedrijfswoning aan de Vossenhol 10 naar bestemming wonen en een nieuwe woning op te richten tussen Vossenhol 6a en Vossenhol 10 in samenhang met het beëindigen van het veehouderijbedrijf.
2. Wet geurhinder en veehouderij 2.1. Inleiding 2.1.1. Wet geurhinder en veehouderij Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de locatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: - Is ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). - Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). De Wet geurhinder en veehouderij (hierna Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voorgrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Gemeenten mogen, binnen bepaalde grenzen, bij verordening van de normen in de Wet geurhinder en veehouderij afwijken (artikel 6 van de Wgv). 2.1.2. Geurverordening De Wgv biedt middels artikel 6 de mogelijkheid aan gemeenten om bij verordening, binnen gestelde marges, afwijkende normen vast te stellen. Door de gemeenteraad van de gemeente Hilvarenbeek is wel een ‘Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. Derhalve geldt de norm van 2 ouE/m³ uit de verordening (d.d. 17-12-2015, inwerkingtreding 16-02-2016) voor de opgenomen maximale voorgrondbelasting voor de planlocatie.
Verder is in gebied A (conform artikel 3, lid e) de afstand verkleind tot 50 meter. In bijlage 1 is de kaart en artikel 3 uit de geurverordening opgenomen. 2.1.3. Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld. Een aanvraag om een milieuvergunning van een veehouderij wordt getoetst aan in de wet vastgelegde standaardwaarden voor maximale voorgrondbelasting of aan standaardwaarden voor vaste afstanden dan wel aan de waarden welke vastgelegd zijn in een gemeentelijke verordening. De in de Wet geurhinder en veehouderij gestelde normen voor de voorgrondbelasting betreffen dan ook alleen wettelijke normen voor de milieuvergunningverlening, niet voor de ruimtelijke ordening. De hoogste voorgrondbelasting komt vanuit Vossenhol 11. Op de hoekpunten van het voorgenomen bestemmingsvlak voor de nieuwe woning en op de hoekpunten van het bestemmingsvlak van de voormalige bedrijfswoning aan Vossenhol is de voorgrondgeurbelasting berekend. Daarbij wordt vanuit de maximaal planologische mogelijkheden de ondergrond gelegen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare ruimte buiten beschouwing gelaten, omdat hier het bouwen van een hoofdgebouw, aan- en uitbouwen en bijgebouwen uitgesloten is. In onderstaande figuur is de ligging van de betreffende hoekpunten weergegeven. 3
Figuur: Ligging rekenpunten binnen de maximaal planologische mogelijkheden van het plangebied ten opzichte van Vossenhol 11
De resultaten van de berekening van de voorgrondbelasting is weergegeven in onderstaande tabel.
Tabel: Voorgrondgeurbelasting ter plaatse van plangebied van Vossenhol 11
4
Vanuit de vigerende vergunning van Vossenhol 11 (d.d. 30-11-2016, kenmerk 20160002) is de voorgrondsbelasting maximaal 6,7 OuE/m3 op de hoekpunten rondom het voorgenomen bouwblok aan de Vossenhol 10 en 8,3 OuE/m3 op het bouwblok van de voormalige bedrijfswoning aan de Vossenhol 10 (zie bijlage 2 voor de toetsingspunten en bijlage 3 voor de berekening voorgrondsbelasting). Naast de vergunde situatie dienen ook de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderij te worden onderzocht. Daarvoor wordt eerst gekeken of de veehouderij al dan niet belemmerd wordt door omliggende bestaande geurgevoelige objecten. In de omgeving is voor 11 geurgevoelige objecten de geurbelasting berekend. De geurgevoelige objecten zijn in alle richtingen gelegen rondom de veehouderij en de geurbelasting mag maximaal 2,0 OuE/m3 bedragen. In onderstaande figuur is de ligging van de geurgevoelige objecten weergegeven.
Figuur: Ligging omliggende geurgevoelige objecten ten opzichte van Vossenhol 11
De resultaten van de berekening van de voorgrondbelasting is weergegeven in onderstaande tabel.
5
Tabel: Voorgrondgeurbelasting ter plaatse van omliggende geurgevoelige objecten van Vossenhol 11
Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat de voorgrondgeurbelasting op alle geurgevoelige locaties de geurnorm van 2,0 OuE/m3 overschrijdt. Hieruit wordt geconcludeerd dat het bedrijf reeds haar maximale planologische mogelijkheden heeft bereikt.
2.1.4. Vaste afstanden Op grond van artikel 3 lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij bedraagt de afstand tussen een geurgevoelig object dat op of na 19 maart 2000 ophoudt deel uit te maken van een andere veehouderij, in deze de bedrijfswoning aan Vossenhol 10, tenminste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen en 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen. Op grond van artikel 14 van de Wet geurhinder en Veehouderij bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd, a) op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij, b) in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en c) in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij, in deze de nieuw op te richten woning tussen Vossenhol 6a en Vossenhol 10, ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen en 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen. Deze minimum afstand van het emissiepunt van het dierenverblijf tot de buitenzijde van de ruimte voor ruimte woning, geldt voor alle diercategorieën (met en zonder geuremissiefactor). Het plangebied is gelegen in lintbebouwing. De directe omgeving van het plangebied kent de verschijningsvorm van een dorpskernen is gelegen tegen de kern.
Dit lint is van oudsher een agrarisch lint en dat is nog steeds terug te zien. De bedrijven aan de Vossenhol 11 en Vossenhol 17, maar ook Vossenhol 10 en eerder al Vossenhol 29 zijn hier voorbeelden van. Echter is de omgeving te typeren als een kern en een gebied dat gelegen is binnen de bebouwde kom. De dichtstbijzijnde veehouderij van derden, betreft de varkens-rundveehouderij aan de Vossenhol 11. Allereerst is gekeken naar de maximaal planologische mogelijkheden. Daarbij dient de vraag gesteld te worden of het voor het bedrijf aan de Vossenhol 11 mogelijk is om op kortere afstand van het plangebied aan de Vossenhol 10 uit te breiden met dierverblijven. Aan weerszijden van Vossenhol 11 zijn beide burgerwoningen, Vossenhol 9a en Vossenhol 13, gelegen. Ten aanzien van deze beide woningen dient ook een vaste afstand van 100 meter in acht te worden genomen. Door de kortere afstand van deze woningen, respectievelijk 58 meter en 13 meter tot het meest dichtbij gelegen emissiepunt van de veehouderij aan Vossenhol 11 is de woning aan Vossenhol 13 beperkend voor de 6
ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf en heeft het bedrijf reeds haar maximaal planologische mogelijkheden bereikt. Voor de beoordeling van de vaste afstand mag derhalve getoetst worden aan de feitelijke situatie. De afstand van het meest dichtbijgelegen emissiepunt van een dierenverblijf tot aan de gevellijn van de nieuw te bouwen woningen bedraagt 80 meter en tot aan het bouwvlak van de voormalige bedrijfswoning aan Vossenhol 10 54 meter. Hiermee wordt niet voldaan aan de vaste afstand. Echter heeft de gemeente Hilvarenbeek een geurverordening vastgesteld waarin is vastgelegd dat de minimale afstand tussen een emissiepunt van een dierenverblijf en een gevoelig object binnen de bebouwde kom, in afwijking van de Wet geurhinder en veehouderij, minimaal 50 meter moet bedragen. Zoals in het voorgaande aangegeven wordt aan deze afstand voldaan. Middels onderstaande figuur is inzichtelijk gemaakt hoe de vaste afstanden van de woningen aan Vossenhol 9a, Vossenhol 13, Vossenhol 10 en de gevellijn van de nieuw op te richten woning tussen Vossenhol 6a en Vossenhol 10 gemeten zijn.
7
Figuur: Ligging omliggende geurgevoelige objecten ten opzichte van Vossenhol 11
2.1.5. Achtergrondbelasting De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting bepaalt mede het woon- en leefklimaat op een locatie. De richtwaarde voor de achtergrondbelasting volgen uit de Verordening Ruimte van de provincie Noord Brabant. De achtergrondbelasting ter hoogte van het plangebied is bepaald middels het rekenprogramma VStacks Gebied 2010 op dezelfde rekenpunten waarvoor eveneens de voorgrondbelasting is bepaald 8
in paragraaf 2.1.3 en zoals opgenomen in bijlage 2. De resultaten per rekenpunt zijn te vinden in onderstaande tabel.
Rekenpunt
Geurbelasting (OuE/m3)
Hoek 1 nieuwe woning
6,55
Hoek 2 nieuwe woning
5,09
Hoek 3 nieuwe woning
5,45
Hoek 4 nieuwe woning
7,17
Hoek 5 nieuwe woning
5,81
Hoek 6 nieuwe woning
6,22
Hoek 7 Vossenhol 10
7,24
Hoek 8 Vossenhol 10
5,45
Hoek 9 Vossenhol 10
7,24
Hoek 10 Vossenhol 10
8,65
Hoek 11 Vossenhol 10
7,82
Hoek 12 Vossenhol 10
6,41
Tabel: Achtergrondgeurbelasting ter plaatse van plangebied
Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat de achtergrond ter plaatse van de nieuwe op te richten woning tussen Vossenhol 6a en Vossenhol 10 een maximale achtergrondbelasting kent van 7,2 OuE/m3 en ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning aan de Vossenhol 10 8,7 OuE/m3. 2.2. Woon- en leefklimaat Zowel de voor- als achtergrondbelasting bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie. De locatie is gelegen in het concentratiegebied. Bij het beoordelen van ruimtelijke initiatieven en plannen worden in de gemeente Hilvarenbeek, als vertaling van het criterium ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ voor het aspect cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen, onderstaande waarden gehanteerd als toetswaarden. Deze waarden zijn uitgedrukt in Europese odour units (ouE) en volgen uit de landelijke normering.
2.2.1. Geurhinder percentage Uit tabel A en tabel B in bijlage 8 is het geurhinderpercentage af te lezen dat op basis van de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied te verwachten valt. In 9
onderstaande tabel is per rekenpunt het percentage geurgehinderden weergegeven en de daaraan gekoppelde milieukwaliteit inzichtelijk gemaakt volgens de tabel opgenomen in paragraaf 2.2. Eveneens is in deze tabel inzichtelijk gemaakt of de voorgrond- of achtergrondbelasting bepalend is. Als vuistregel geldt dat de voorgrondbelasting maatgevend is indien die tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. 1. Bedraagt de voorgrondbelasting minder dan de helft van de achtergrondbelasting, dan is de achtergrondbelasting bepalend voor de hinder. 2. Als de voorgrondbelasting meer bedraagt dan de helft van de achtergrondbelasting, dan zal de voorgrondbelasting altijd tot het hoogste geurhinderpercentage leiden.
Tabel: Classificatie woon- en leefklimaat ter plaatse van plangebied
Uit bovenstaande tabel blijkt dat op alle rekenpunten de voorgrondbelasting meer bedraagt dan 50% van de achtergrondbelasting en dat daarom de voorgrondbelasting en het daarmee samenhangende woon- en leefklimaat bepalend is. Ter plaatse van de nieuwe op te richten woning tussen Vossenhol 6a en Vossenhol is sprake van een maximale voorgrondbelasting van 6,7 OuE/m3, wat leidt tot een geurhinderpercentage van 16%. Bij een geurhinderpercentage van 16% wordt gesproken over een matig woon- en leefklimaat. Ter plaatse van de voormalige bedrijfswoning aan Vossenhol 10 is sprake van een maximale voorgrondbelasting van 8,3 OuE/m3, wat leidt tot een geurhinderpercentage van 19%. Bij een geurhinderpercentage van 19% wordt eveneens gesproken over een matig woon- en leefklimaat.
2.3. Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven De toevoeging van een woning op de planlocatie mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. De meest nabijgelegen veehouderij betreft zoals al eerder aangegeven het veehouderijbedrijf aan Vossenhol 11. Dit betreft een gemengd veehouderijbedrijf, waar zoogkoeien met bijbehorend vrouwelijk jongvee en vleeskalveren gehouden worden en vleesvarkens. 10
Om vast te stellen wat de ontwikkelingsmogelijkheden van dit bedrijf zijn, zijn allereerst de maximale planologische mogelijkheden in kaart gebracht. Dit is in paragraaf 2.1.3 en 2.1.4 al uitgebreid aan de orde geweest en de conclusie is dat zowel aan de gestelde normen zoals bedoeld in artikel 3 van de Wgv als aan de vaste afstand zoals bedoeld in artikel 4 van de Wgv in de feitelijke situatie niet voldaan wordt. Dit betekent dat het veehouderijbedrijf aan de Vossenhol 11 de grens van de maximale planologische mogelijkheden heeft bereikt. De aanwezigheid van de burgerwoning aan Vossenhol 13 is hierin bepalend. Onderhavig plangebied ligt op de grotere afstand van het veehouderijbedrijf aan Vossenhol 11 dan de woning aan Vossenhol 13, respectievelijk op 80 meter, 54 meter en 13 meter. De beoogde ontwikkeling zal het veehouderijbedrijf aan Vossenhol 11 dan ook niet in haar ontwikkelingsmogelijkheden beperken. Middels de figuur op de volgende pagina is inzichtelijk gemaakt hoe de vaste afstanden van de woningen aan Vossenhol 9a, Vossenhol 13, bouwvlak van Vossenhol 10 en de gevellijn van de nieuw op te richten woning tussen Vossenhol 6a en Vossenhol 10 gemeten zijn.
11
Figuur: Ligging omliggende geurgevoelige objecten ten opzichte van Vossenhol 11
12
2.4. Conclusie Voor het plangebied aan Vossenhol 10 in Hilvarenbeek kan op basis van de resultaten kan het volgende worden geconcludeerd: • Wat betreft de voorgrondbelasting op het plangebied is de veehouderij aan de Vossenhol 11 in Biest Houtakker maatgevend. • Aan het afstandscriterium wordt niet voldaan, maar voor Vossenhol 11 zijn de woningen aan de Vossehol 9a en 13 dichterbij gelegen en meest beperkend. • De voorgrondbelasting (6,7 Oue/m3) voldoet aan een matig milieukwaliteit en laat zich kwantificeren als passend voor de omgeving, gezien de huidige voorgrondbelasting voor andere woningen aan de Vossenhol in het omliggende gebied. • De achtergrondbelasting (8,4 Oue/m3) voor de voormalige bedrijfswoning voldoet aan een matige milieukwaliteit. Maar deze belasting is conform de huidige belasting en vindt er geen verandering in leefklimaat plaats. Ten aanzien van een acceptabel woon- en leefklimaat zijn er geen wettelijke normen. Hoewel het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied te duiden is als ‘matig’ zijn er meerdere redenen om dit matige woon- en leefklimaat als acceptabel te beschouwen. De directe omgeving van het plangebied kent niet de verschijningsvorm van een dorpskern, maar laat zich eerdere typeren als een uitloper van de kern. Dit lint is van oudsher een agrarisch lint en dat is nog steeds terug te zien.
De bedrijven aan de Vossenhol 11 en Vossenhol 17, maar ook Vossenhol 10 en eerder al Vossenhol 29 zijn hier voorbeelden van. In de loop der jaren is dit lint steeds verder verdicht, waarbij in de directe nabijheid van de veehouderijbedrijven woningen voor burgerbewoning zijn opgericht. De geurbelasting is daarbij altijd al relatief hoog geweest ten opzichte van de kern Biest-Houtakker. Dat hier een tweeonder-één kap woning toegevoegd wordt in dit lint met een ietwat hoger geurhinderpercentage, maar waarbij nadrukkelijk géén sprake is van een slecht woon- en leefklimaat, is derhalve te motiveren. Het aspect geur(hinder) staat daarmee de bestemmingswijziging niet in de weg.
13