12 Bestemmingsplan Kernen Baarschot, Diessen en Haghorst (5a Regels met in rood wijzigingen)
Tekst van het document
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|31 7.2.2 Hoofdgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing. 7.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; c. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
1. overkappingen
bouwhoogte 3 m;
2. erfafscheidingen voor de voorgevel
1 m;
3. erfafscheidingen achter de voorgevel
2 m;
4. verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten
12 m;
5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m;
7.2.5 Ondergronds bouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 3.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|32 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal detailhandelsvestigingen niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. is aangetoond middels een distributieplanologisch onderzoek dat de uitbreiding past binnen de verzorgingsstructuur; d. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|33
Artikel 8 Dienstverlening 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Algemeen
De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. dienstverlenende bedrijven; alsmede voor: b. c. d. e. f. g.
bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen en bedrijven; erven, tuinen en terreinen; nutsvoorzieningen; paden, parkeervoorzieningen, groen en water; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende: h. i. j. k. l.
hoofdgebouwen; onderbouwen; bijbehorende bouwwerken; overkappingen; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 8 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven. 8.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 8 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 8.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; c. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd. 8.2.2 Hoofdgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|34 8.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; c. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; b. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. overkappingen 3 m; 2. erfafscheidingen voor de voorgevel
1 m;
3. erfafscheidingen achter de voorgevel
2 m;
4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
8.3 Afwijken van de bouwregels 8.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal dienstverlenende bedrijven niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|35
Artikel 9 Groen 9.1 Bestemmingsomschrijving 9.1.1 Algemeen
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. parken, plantsoenen en groenstroken; b. beplantingen; en tevens voor: c. openbare tuinen en andere voor het publiek toegankelijke groenvoorzieningen; d. bermen, bermsloten; e. speelvoorzieningen; f. recreatief medegebruik; g. voet- en fietspaden; h. parkeervoorzieningen; i. water(lopen); j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. overige bijbehorende voorzieningen; l. evenementen; met de daarbij behorende: m. kunstuitingen; n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 9.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 9 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 9.2.1 Gebouwen
a. gebouwen mogen niet worden gebouwd. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. muziekkiosk 6 m; 2. kunstuitingen
12 m;
3. verlichting en speelvoorzieningen
6 m;
4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
2 m.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|36 9.3 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming te wijzigen in de bestemming 'Water' of 'Natuur' ten behoeve van het beekherstel, met inachtneming van de volgende regels: a. bij wijziging dient een belangenafweging plaats te vinden waarbij enerzijds rekening wordt gehouden met de noodzaak tot het beekheerstel en anderszijds de mate waarin belangen van derden (kunnen) worden geschaad; b. wijziging in de bestemming 'Water' of 'Natuur' geschiedt enkel op basis van vrijwillige medewerking van de grondeigenaren; c. bodemonderzoek dient aan te tonen dat de gronden geschikt zijn voor water of natuurontwikkeling; d. ten behoeve van bescherming en beheer van natuurwaarden en de waterhuishouding dient het wijzigingsplan in een verbod op het bouwen van gebouwen alsmede een vergunningstelsel te voorzien.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|37
Artikel 10 Groen - Landschappelijk inpassing 10.1 Bestemmingsomschrijving 10.1.1 Algemeen
De voor 'Groen - Landschappelijk inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van het groen/landschapselementen en de bijbehorende groeiplaats; b. behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; e. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en natuurwaarden; f. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden en de hydrologische betekenis; g. behoud van de archeologische waarden en behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen
Het bouwen van gebouwen of overige bouwwerken is niet toegestaan. 10.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijken van het bepaalde artikel 10 lid 2 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a. het bouwen moet ten dienste zijn van de bestemming. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 5 m. 10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. in het algemeen: 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,40 m. wordt gewijzigd of waarbij maaiveldniveaus (steilranden) worden gewijzigd; 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld; 3. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem; 4. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; 5. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage m.u.v. grondwateronttrekkingen; 6. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|38
7. het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren; 8. het beplanten van gronden met bos, hoger dan 2,5 m., opgaand houtgewas in verband met boomteelt of houtteelt; 9. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen; 10. het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² per perceel. 10.4.2 Uitzonderingen
Het in artikel 10 lid 4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 10.4.3 Toelaatbaarheid
De in artikel 10 lid 4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|39
Artikel 11 Horeca 11.1 Bestemmingsomschrijving 11.1.1 Algemeen
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding ‘horeca tot en met categorie 4’: horecabedrijven tot ten hoogste categorie 4, zoals aangegeven in horecabedrijf; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is een bedrijfswoning toegestaan; en tevens voor: b. c. d. e. f. g.
terrassen, erven, tuinen en terreinen; nutsvoorzieningen; paden, parkeervoorzieningen, groen en water; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': de bescherming van cultuurhistorische waarden;
met de daarbij behorende: i. hoofdgebouwen; j. onderbouwen k. bijbehorende bouwwerken; l. overkappingen; m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 11.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 11 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven. 11.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 11 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 11.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag maximaal het op de verbeelding aangegeven percentage bedragen; c. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd. 11.2.2 Hoofdgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. op het bouwen van tot het hoofdgebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing. NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|40 11.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; c. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 11.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. overkappingen 3 m; 2. erfafscheidingen voor de voorgevel
1 m;
3. erfafscheidingen achter de voorgevel
2 m;
4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
11.2.5 Ondergronds bouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 3. 11.3 Afwijken van de bouwregels 11.3.1 Bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde artikel 11 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal horecabedrijven niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door de uitbreiding geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid en de parkeerbalans; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|41 11.4 Afwijken van de gebruiksregels 11.4.1 Verhogen categorie horecabedrijf
Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11 lid 1.1, voor de vestiging van horecabedrijven één categorie hoger dan op grond van de aanduiding is toegestaan, zoals aangegeven in horecabedrijf, mits: a. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm, alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de middels een aanduiding op de verbeelding aangegeven toelaatbare categorieën; b. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|42
Artikel 12 Kantoor 12.1 Bestemmingsomschrijving 12.1.1 Algemeen
De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - 1': tevens showrooms, ateliers en een maatschappelijke functie in de vorm van een praktijk voor fysiotherapie; c. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens woningen in de vorm van gestapelde woningen, enkel op de eerste verdieping; alsmede voor: d. e. f. g. h. i.
bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen en bedrijven; erven, tuinen en terreinen; nutsvoorzieningen; paden, parkeervoorzieningen, groen en water; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende: j. hoofdgebouwen; k. onderbouwen; l. bijbehorende bouwwerken; m. overkappingen; n. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 12.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 12 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven. 12.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 12 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 12.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; c. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'wonen' mag het aantal woningen niet minder en niet meer dan drie bedragen. 12.2.2 Hoofdgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. op het bouwen van tot het hoofdgebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing. NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|43 12.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; c. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 12.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. overkappingen 3 m; 2. erfafscheidingen voor de voorgevel
1 m;
3. erfafscheidingen achter de voorgevel
2 m;
4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
12.2.5 Ondergronds bouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 3. 12.3 Afwijken van de bouwregels 12.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal kantoren niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd. 12.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen een gebruik van gronden, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor parkeren', ten behoeve van parkeren aan de wegzijde van het gebouw c.q. de gebouwen.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|44 12.5 Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag is bevoegd om het plan te wijzigen door het verwijderen van artikel 12 lid 1.1 sub c en artikel 12 lid 2.1 sub d indien: a. de bouw van de woningen niet gerealiseerd is binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van bestemmingsplan 'Meiraap 2-2A Diessen'; b. het bevoegd gezag hierover vooraf in overleg met de eigenaar van de gronden is getreden; c. het niet realiseren van de woningen binnen de in lid a gestelde termijn het gevolg is van de procedure tot het komen tot de omgevingsvergunning en dit niet te wijten is aan de eigenaar van de gronden.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|45
Artikel 13 Maatschappelijk 13.1 Bestemmingsomschrijving 13.1.1 Algemeen
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats': een begraafplaats met voorzieningen op het gebied van de teraardebestelling en de instandhouding van graven; c. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij': 1. uitsluitend een zorgboerderij, met daaraan verbonden het vervaardigen en verkoop van boerderijgerelateerde producten en ter plaatse vervaardigde goederen/producten; 2. het kleinschalig houden van dieren; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk bijzondere woonvorm': wonen in de vorm van een bijzondere woonvorm in een complex; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk zorgwoningen 1': 1. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond; 2. wonen, tot maximaal 21 gestapelde woningen; 3. extramurale zorgwoningen, tot maximaal 9 eenheden; 4. intramurale zorgwoningen, tot maximaal 6 eenheden; 5. dienstverlening, uitsluitend op de begane grond tot een maximale bruto-vloeroppervlakte van 100 m2; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk zorgwoningen 2': (zorg)woningen; Alsmede voor: g. ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’: de bestemming van karakteristieke, cultuurhistorische waarden; h.
ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': een kantoor ten behoeve van de maatschappelijke voorzieningen; En tevens voor: i. (bedrijfs)woningen, met aan huis verbonden beroepen en bedrijven; j. erven, tuinen en terreinen; k. nutsvoorzieningen; l. paden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, groen en water; m. waterhuishoudkundige voorzieningen; n. overige bijbehorende voorzieningen; met de daarbij behorende: o. p. q. r. s.
hoofdgebouwen; onderbouwen; bijbehorende bouwwerken; overkappingen; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|46 13.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 13 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven. 13.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 13 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 13.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven; c. in afwijking van het bepaalde onder a en b, zijn op de gronden met de aanduiding ‘begraafplaats’ gebouwen toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 25 m2 per begraafplaats; d. in het geval geen maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven, is de maximum goot- en bouwhoogte gelijk aan de goot- respectievelijk bouwhoogte op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 13.2.2 Hoofdgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. op het bouwen van tot het hoofdgebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing. 13.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; c. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. overkappingen 3 m; 2. erfafscheidingen
2 m;
3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|47 13.2.5 Ondergronds bouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 3. 13.2.6 Bijzondere woonvorm
Bouwen binnen de aanduiding 'bijzondere woonvorm' is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 13 lid 1.1 sub d omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. het maximaal aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantallen; b. uit productieafspraken en/of contracten met het zorgkantoor maar ook door middel van pgb's, onderaannemerschap of anderszins aantoonbaar is gemaakt dat er behoefte is aan niet zelfstandige zorgwooneenheden en financieringsgrond; c. dat de eerste 12 niet zelfstandige zorgwooneenheden gebouwd mogen worden indien 2/3 deel van de gevraagde niet zelfstandige zorgwooneenheden middels productieafspraken/contracten daadwerkelijk met cliënten zijn gesloten; d. dat voor de overige te realiseren niet zelfstandige zorgwooneenheden eveneens 2/3 deel van de gevraagde niet zelfstandige zorgwooneenheden middels productieafspraken/contracten daadwerkelijk met cliënten afgesloten dient te zijn. 13.3 Afwijken van de bouwregels 13.3.1 Bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 13 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal maatschappelijke voorzieningen niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd. 13.4 Specifieke gebruiksregels 13.4.1 Landschappelijke inpassing
Ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' is het verboden de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden en daarop aanwezige gebouwen te gebruiken ten behoeve van de in artikel 13 lid 1 genoemde functies, indien er geen landschappelijke inpassing heeft plaatsgevonden en geen natuurzone in het kader van de benodigde kwaliteitsverbetering is aangelegd en in stand wordt gehouden overeenkomstig het in bijlage 6 bij deze regels opgenomen plan compensatie/ landschappelijke inpassing.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|48
Artikel 14 Recreatie 14.1 Bestemmingsomschrijving 14.1.1 Algemeen
De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie handboogsport': 1. de beoefening van de handboogsport; 2. assemblage van onderdelen voor deze sport; 3. evenementen ten behoeve van de handboogsport; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca ondersteunende horeca': ondersteunende horeca; alsmede voor: d. e. f. g. h. i.
erven en terreinen; paden, parkeervoorzieningen, groen en water; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende: j. hoofdgebouwen; k. bijbehorende bouwwerken; l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 14.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 14 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 14.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven. 14.2.2 Gebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' aangegeven maten; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; c. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|49 14.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. erfafscheidingen 2 m; 2. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
14.3 Afwijken van de bouwregels 14.3.1 Toestaan mini-camping
Bij omgevingsvergunning kan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - handboogsport' worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14 lid 1.1, voor het toestaan van minicampings en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak of tot maximaal 35 m uit het bouwvlak, en op een afstand van minimaal 30 m van de bestemming ‘Wonen’ van derden; b. voor de minicamping gelden de volgende specifieke bepalingen: 1. alleen kampeermiddelen met een niet permanent karakter en maximaal 1 trekkershut; 2. maximaal 25 kampeerplaatsen toegestaan. Uitsluitend in de periode 15 maart tot 31 oktober; 3. gebouwde voorzieningen ten behoeve van de minicamping alleen in het bouwvlak en max. gezamenlijk opp. van 50 m2; 4. geen ondergeschikte en ondersteunende horeca toegestaan; 5. totale oppervlakte voor het plaatsen van de kampeermiddelen mag max. 3.000 m2 bedragen; c. zorgvuldige landschappelijke inpassing; d. geen onevenredige aantasting van de in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en omliggende bedrijven; e. verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit moet afgestemd zijn op de feitelijke ontsluitingssituatie; f. op eigen terrein moet voorzien worden in de parkeerbehoefte.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|50
Artikel 15 Sport 15.1 Bestemmingsomschrijving 15.1.1 Algemeen
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. binnen- en buitensportbeoefening; en tevens voor: b. c. d. e. f. g.
erven, tuinen en terreinen; paden, parkeervoorzieningen, groen en water; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende: h. i. j. k. l.
hoofdgebouwen; onderbouwen; bijbehorende bouwwerken; overkappingen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
15.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 15 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 15.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven. 15.2.2 Gebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 m; c. op het bouwen van tot een gebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|51 15.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. palen en ballenvangers 12 m; 2. tribunes
5 m;
3. lichtmasten
20 m;
4. overkappingen
3 m;
5. erfafscheidingen
2 m;
6. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
15.2.4 Ondergronds bouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 3 15.3 Afwijken van de bouwregels 15.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 15 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het maximale bebouwingspercentage, mits: a. het aantal voorzieningen niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|52
Artikel 16 Verkeer - Verblijfsgebied 16.1 Bestemmingsomschrijving 16.1.1 Algemeen
De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en voet- en fietspaden; b. pleinen; c. parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen bestemmingen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - langzaam verkeer en calamiteitenpad': langzaam verkeer en calamiteitenpad; e. ter plaatse van de aanduiding 'garage': garageboxen voor de stalling van auto's en andere motorvoertuigen; f. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang': een onderdoorgang ten behoeve van het verkeer; en tevens voor: g. speelvoorzieningen; h. evenementen; i. groen en water(lopen) j. nutsvoorzieningen; k. waterhuishoudkundige voorzieningen; l. overige bijbehorende voorzieningen; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - bijzondere centrumdoeleinden': bijzondere centrumdoeleinden; met de daarbij behorende: n. kunstwerken; o. nutsvoorzieningen; p. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 16.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 16 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 16.2.1 Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|53 16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. verlichting 6 m; 2. voorzieningen voor de verkeersgeleiding
10 m;
3. speelvoorzieningen
6 m.
d. kunstuitingen
12 m;
e. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
2 m.
16.2.3 Garages
In afwijking van het bepaalde in artikel 16 lid 2.1 mogen ter plaatse van de aanduiding ‘garage’ garageboxen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk 3 en de volgende regels: a. de goothoogte van garageboxen mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bouwhoogte van garageboxen mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 16.2.4 Onderdoorgang
Ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 3,2 m hoog.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|54
Artikel 17 Water 17.1 Bestemmingsomschrijving 17.1.1 Algemeen
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishoudkundige doeleinden, waterbergingen en waterlopen met de daarbij behorende: b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. 17.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 17 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 17.2.1 Algemeen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan voor de waterwegaanduiding of geleiding, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. bruggen en viaducten 8 m; 2. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
4 m.
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|55
Artikel 18 Wonen 18.1 Bestemmingsomschrijving 18.1.1 Algemeen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woningen met: a. ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’: minimaal 3 aaneengebouwde woningen; b. ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’: gestapelde woningen; c. ter plaatse van de aanduiding ‘twee-aaneen’: twee-aaneengebouwde woningen; d. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’: vrijstaande woningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio': patiowoningen; alsmede voor: f.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - recreatie': recreatieve voorzieningen in de vorm van kleinschalig logeren; g. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': een aan de woonfunctie ondergeschikt kantoor; h. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': behoud van een cultuurhistorisch waardevol element; i. aan huis verbonden beroepen en bedrijven; j. erven en tuinen; k. paden; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: l. hoofdgebouwen; m. onderbouwen; n. bijbehorende bouwwerken; o. overkappingen; p. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 18.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 18 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. het aantal woningen per bouwperceel niet meer mag bedragen dan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal, hieronder niet begrepen woningen die zijn gebouwd in strijd met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - recreatie' geldt dat: 1. het kleinschalig logeren ondergeschikt is aan de woonfunctie; 2. kleinschalig logeren in de vorm van bed & breakfast, appartementen en/of gastenkamers is toegestaan met een slaapvoorziening voor maximaal 3 kamers van maximaal 2 personen per woning;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|56
3. de omvang van het kleinschalig logeren niet meer bedraagt dan 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de erfbebouwing, met dien verstande dat dit niet meer mag bedragen dan 150 m²; 4. kleinschalig logeren uitsluitend in de woning en aangebouwde bijgebouwen is toegestaan; 5. parkeren op eigen terrein dient plaats te vinden; 6. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 18.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 18 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 18.2.1 Algemeen
a. nieuw te bouwen woningen uitsluitend zijn toegestaan daar waar met een aanduiding ‘maximaal aantal woningen’ op de plankaart is aangegeven, met dien verstande dat het aantal nieuw te bouwen woningen maximaal het aangegeven aantal mag bedragen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - verbod' is het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken voor gebruik als verblijfsruimte verboden. 18.2.2 Hoofdgebouwen
a. de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de gevellijn worden gebouwd; b. de diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste 13 m bedragen; c. de diepte van het hoofdgebouw mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende diepte' ten hoogste 11,5 m bedragen; d. bij vrijstaande hoofdgebouwen, twee aaneengebouwde hoofdgebouwen en bij aaneengebouwde woningen de hoofdgebouwen van eindwoningen dient de afstand aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 2,5 m te bedragen; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijking afstand perceelgrens' mag in afwijking van het bepaalde onder d tot op de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' geldt dat 1. de inhoud van het hoofdgebouw (inclusief aaneengebouwde bijbehorende bouwwerken, exclusief kelder) niet meer bedraagt dan 1.000 m3; 2. de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 50° bedraagt; 3. de afstand van een hoofdgebouw en aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedraagt dan 5 m; 4. in afwijking van het bepaalde onder 3 bedraagt de afstand van het hoofdgebouw tot de noordelijke bestemmingsgrens tenminste 14 meter; g.
op het bouwen van tot het hoofdgebouw behorende ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing; h. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)’ is aangegeven.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|57 18.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m2, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m 2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; c. in afwijking van het bepaalde onder b mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk niet meer bedragen dan de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere oppervlakte; d. in afwijking van het bepaalde onder b geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inpassing' een maximum van 200 m 2; e. de diepte van aan- en uitbouwen en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw en de aan- en uitbouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 17 m mag bedragen; f. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m; h.
in afwijking van het bepaalde onder g mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patio' de bouwhoogte niet meer bedragen dan 3 m; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' geldt dat: 1. de bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 6 meter; 2. de dakhelling minimaal 30° bedraagt; 3. de afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning niet meer bedraagt dan 25 meter; j. in afwijking van het bepaalde onder f en g mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk niet meer bedragen dan de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande hogere hoogtes; k. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m. 18.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' en 'specifieke bouwaanduiding - afmetingen' geldt dat: 1. de bebouwde oppervlakte van carports en overkappingen bij het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 25 m2; 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' de bouwhoogte van een vrijstaande antennemast niet meer bedraagt dan 18 m; 3. de bouwhoogte van licht- en andere masten niet meer bedraagt dan 8 m;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|58
c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' geldt dat: 1. de overkapping niet meetelt voor de berekening van de diepte zoals bedoeld in artikel 18 lid 2.3 sub e; 2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 4 m; 3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 9; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - carport' geldt dat: 1. in afwijking van het bepaalde in artikel 18 lid 2.4 sub a hier tevens een overkapping mag worden gebouwd; 2. de bouwhoogte van de overkapping niet meer bedraagt dan 3 m; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. erfafscheidingen voor de 1 m; voorgevel 2. erfafscheidingen achter de voorgevel
2 m;
3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
18.2.5 Ondergronds bouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 3. 18.3 Afwijken van de bouwregels 18.3.1 Afwijking diepte gebouwen
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.3 sub e, voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen; b. de totale diepte van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 17 m bedragen; c. de belangen van de rechthebbende op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad. 18.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.2 sub d, voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot op het naastgelegen perceel gelegen hoofdgebouw ten minste 3 m dient te bedragen.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|59 18.3.3 Grotere goot- en/of bouwhoogte
Het bevoegd gezag kan, ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding- ruimte voor ruimte' en 'specifieke bouwaanduiding afmetingen', door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 2.2 sub a en artikel 18 lid 2.2 sub h, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de grotere goot- en/of bouwhoogte van de woning is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar; b. er is aangetoond dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte': 1. is aangetoond dat binnen een jaar na realisatie van de bebouwing sprake zal zijn van een goede landschappelijke inpassing alsmede de instandhouding daarvan, welke tenminste 10% van de omvang van het bestemmingsvlak omvat en welke is gelegen binnen het bestemmingsvlak dan wel dat er sprake is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd landschapsontwikkelingsplan; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt, waaronder sloop van de oude woning, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd. 18.4 Specifieke gebruiksregels 18.4.1 Karakteristiek
Ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek” geldt als verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening het slopen van het cultuurhistorisch waardevolle element. 18.4.2 Landschappelijke inpassing
a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ruimte voor ruimte' geldt dat het gebruik van het hoofdgebouw ten behoeve van een woning niet eerder is toegestaan dan nadat de landschappelijke inpassing van het perceel is gerealiseerd en in stand wordt gehouden overeenkomstig de wijze zoals opgenomen in "landschappelijk inpassing" dat als bijlage 7 is opgenomen bij deze regels. b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - inpassing' geldt dat het gebruik van het hoofdgebouw ten behoeve van een woning niet eerder is toegestaan dan nadat de landschappelijke inpassing van het perceel is gerealiseerd overeenkomstig de wijze zoals opgenomen in "landschappelijk inpassing" dat als bijlage 8 is opgenomen bij deze regels. 18.4.3 Verbod aantasting landschappelijke inpassing
Het is niet toegestaan om de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in artikel 18 lid 4.2 sub b te wijzigen of te verwijderen. 18.5 Afwijken van de gebruiksregels 18.5.1 Afwijken landschappelijke inpassing
Het bevoegd gezag kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 4.2 sub b of artikel 18 lid 4.3 voor het toestaan van een andere vorm van landschappelijke inpassing dan is opgenomen in bijlage 8, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke kwaliteit. NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|60 18.5.2 Kleinschalig logeren
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18 lid 1.2 sub b ten einde kleinschalig logeren als nevenactiviteit in vrijstaande bijgebouwen bij een woning toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. kleinschalig logeren in de vorm van bed & breakfast, appartementen en/of gastenkamers is toegestaan. Het kleinschalig logeren bestaat uit maximaal 3 kamers van maximaal 2 personen per kamer per woning met een maximale omvang van 150 m² in totaal, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het vloeroppervlak van de woning gebruikt mag worden ten behoeve van kleinschalig logeren; b. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; c. de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; d. er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; e. overtollige bebouwing wordt gesloopt; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; g. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h. er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; i. het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in de omgeving aanwezige waarden.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|61
Artikel 19 Leiding - Brandstof 19.1 Bestemmingsomschrijving 19.1.1 Algemeen
De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. ondergrondse buisleidingen, het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen; alsmede voor: b. bijbehorende bouwwerken en voorzieningen (zoals regel- en meetkasten en afsluiterputten). 19.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (artikel 3 tot en met 18) zijn op de in artikel 19 lid 1.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. 19.2 Bouwregels 19.2.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de bestemmingen in artikel 3 tot en met artikel 18 van deze regels, mag: a. binnen een afstand van 5 meter aan weerszijden van de leiding niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming; b. op de overige binnen de zone gelegen gronden geen nieuw bouwwerk ten behoeve van de in artikel 19 lid 1.2 genoemde functies worden gebouwd. 19.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de oppervlakte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan 25 m2. 19.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de in artikel 19 lid 1.1 bedoelde leidingen, een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19 lid 2 en toestaan dat bebouwing overeenkomstig de secundaire bestemming wordt gebouwd, mits vooraf het advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|62 19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 19 lid 1.1 bedoelde gronden op 5 meter aan weerszijden van de leiding de volgende werken uit te voeren: a. het ontginnen, ontgronden, bodem verlagen of afgraven, ophogen en egaliseren; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, of parkeervoorzieningen en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het graven van watergangen alsmede het aanleggen van een drainage; d. het in de grond brengen van voorwerpen op een grotere diepte dan 30 cm; e. het verrichten van graaf- en grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm; f. het aanbrengen van gewassen of beplantingen die dieper wortelen of kunnen wortelen dan 30 cm. 19.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 19.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in artikel 19 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder. 19.4.4 Uitzonderingen
Een vergunning als bedoeld in artikel 19 lid 4.1 is niet vereist voor: a. andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|63
Artikel 20 Leiding - Riool 20.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Leiding - Riool’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een ondergrondse rioolpersleiding; b. het beheer en onderhoud van de leiding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde 20.2 Bouwregels 20.2.1 Algemeen
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. 20.2.2 Gebouwen
Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 20.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 20.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 20 lid 2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits vooraf het advies is ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder. 20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 20 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen. 20.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 20 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 20.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in artikel 20 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|64 20.4.4 Uitzonderingen
Een vergunning als bedoeld in artikel 20 lid 4.1 is niet vereist voor: a. andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|65
Artikel 21 Leiding - Water 21.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Leiding - Water’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor een ondergrondse watertransportleiding. Alsmede voor: a. het beheer van deze bedoelde leiding; b. overige bijbehorende voorzieningen; met bijbehorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 21.2 Bouwregels
Ongeacht het bepaalde in artikelen 3 tot en met artikel 18 van deze regels, is bouwen op deze gronden uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 21 lid 1 omschreven doeleinden en met in achtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van bouwwerken bedraagt maximaal 25 m 2; b. de hoogte van bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 m. 21.3 Afwijken van de bouwregels 21.3.1 Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan een vergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 21 lid 2, voor het bouwen in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3 tot en met artikel 11 van deze regels, mits het belang van de leidingen niet onevenredig wordt geschaad. 21.3.2 Vrijstelling
Een vrijstelling als bedoeld in artikel 21 lid 3.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen van de beheerder van de betreffende leiding. 21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 21 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; c. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen. 21.4.2 Toetsing
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21 lid 4.1 moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten of blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|66 21.4.3 Advies
Een vergunning als bedoeld in artikel 21 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat het bevoegd gezag wethouders daarover een advies heeft ingewonnen van de leidingbeheerder. 21.4.4 Uitzonderingen
Een vergunning als bedoeld in artikel 21 lid 4.1 is niet vereist voor: a. andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|67
Artikel 22 Waarde - Archeologie 1 22.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de historische kernen. 22.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 40 cm; b. bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 50 m² en niet dieper dan 40 cm. 22.3 Afwijken van de bouwregels 22.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte