12 Bestemmingsplan Kernen Baarschot, Diessen en Haghorst (5a Regels met in rood wijzigingen)
Tekst van het document
|1
1 Inleidende regels
3
Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
3 13
2 Bestemmingsregels
14
Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Bedrijf Artikel 5 Bedrijventerrein Artikel 6 Centrum Artikel 7 Detailhandel Artikel 8 Dienstverlening Artikel 9 Groen Artikel 10 Groen - Landschappelijk inpassing Artikel 11 Horeca Artikel 12 Kantoor Artikel 13 Maatschappelijk Artikel 14 Recreatie Artikel 15 Sport Artikel 16 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 17 Water Artikel 18 Wonen Artikel 19 Leiding - Brandstof Artikel 20 Leiding - Riool Artikel 21 Leiding - Water Artikel 22 Waarde - Archeologie 1 Artikel 23 Waarde - Archeologie 2 Artikel 24 Waarde - Archeologie 3 Artikel 25 Waarde - Archeologie 4 Artikel 26 Waarde - Cultuurhistorie Artikel 27 Waterstaat - Beschermingszone natte natuurparel Artikel 28 Waterstaat - Meanderzone Artikel 29 Waterstaat - Regionale waterberging Artikel 30 Waterstaat - Reservering waterberging Artikel 31 Waterstaat - Waterkering
14 18 22 26 30 33 35 37 39 42 45 48 50 52 54 55 61 63 65 67 70 73 76 79 80 81 83 84 85
3 Algemene regels
87
Artikel 32 Anti-dubbeltelregel Artikel 33 Algemene bouwregels Artikel 34 Algemene gebruiksregels Artikel 35 Algemene aanduidingsregels Artikel 36 Algemene afwijkingsregels Artikel 37 Algemene wijzigingsregels Artikel 38 Algemene procedureregels Artikel 39 Overige regels
87 88 89 91 93 94 95 96
4 Overgangs- en slotregels
97
Artikel 40 Overgangsrecht Artikel 41 Slotregel
97 98
Bijlagen Bijlage 1: Staat van bedrijfsactiviteiten Bijlage 2: Landschappelijke inpassing Baarschotsestraat 17
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|2 Bijlage 3: Landschappelijke inpassing De Buskes 14 Bijlage 4: Voorzieningen ten behoeve van afwatering De Buskes 14 Bijlage 5: Functiekaart centrum Diessen Bijlage 6: Landschappelijke inpassing Laarstraat 16 Bijlage 7: Landschappelijke inpassing ruimte voor ruimte Bijlage 8: Landschappelijke inpassing Rijtseweg 44
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|3
1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan:
het bestemmingsplan 'Kern Baarschot, Diessen en Haghorst' met identificatienummer NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01 van de gemeente Hilvarenbeek; 1.2 bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01 van met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aanbouw:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte aan het hoofdgebouw is gebouwd, in directe verbinding staat met het hoofdgebouw, door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aan huis verbonden bedrijf:
een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, die door zijn beperkte omvang, door de gebruiker van een woning in die woning of bij die woning kan worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.6 aan huis verbonden beroep:
een beroep, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.7 aanspreekpunt:
servicepunt voor vragen en/of opmerkingen over de geboden huisvesting; 1.8 achtererf:
gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterkant van die lijn gelegen perceelgrens; 1.9 achtergevel:
de gevel aan de achterzijde van het hoofdgebouw; 1.10 achtergevellijn:
denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van een gebouw loopt tot aan de perceelsgrenzen; 1.11 afhankelijke woonruimte:
een bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|4 1.12 agrarisch bedrijf:
een bedrijf gericht op het voortbrengen van agrarische producten door middel van:
het telen of veredelen van gewassen, waaronder begrepen houtteelt en fruitteelt; het houden of fokken van vee, pluimvee of pelsdieren;
nader te onderscheiden in: grondgebonden bedrijf een bedrijf dat (nagenoeg) geheel afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel en waar (nagenoeg) geheel gebruik wordt gemaakt van open grond of glas met een hoogte van niet meer dan 1.00 meter; kassenbedrijf een bedrijf, gericht op de teelt of veredeling van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; niet-grondgebonden bedrijf een bedrijf dat (nagenoeg) niet afhankelijk is van agrarische grond als productiemiddel, waaronder begrepen intensieve veehouderij, zijnde een niet aan de grond gebonden agrarisch bedrijf als hiervoor bedoeld, gericht op de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang; 1.13 agrarisch technisch hulpbedrijf:
gemechaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos-, of natuurbouw wordt verricht of waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, tuin-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; 1.14 arbeidsmigrant:
een arbeidsmigrant is een persoon die migreert (of is gemigreerd) vanuit een land, streek of stad, met als doel, vaak voor beperkte duur, om elders (beter betaald) werk te vinden/verrichten (met uitzondering van zelfstandigen en/of ondernemer) op eigen initiatief en op vrijwillige basis; 1.15 archeologisch onderzoek:
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie; 1.16 archeologisch rapport:
in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden; 1.17 archeologische deskundige:
professioneel archeoloog die op basis van de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologisch onderzoek uit te voeren en/of Programma's van Eisen op te stellen en te toetsen; 1.18 archeologische waarden:
cultuurhistorische waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigd;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|5 1.19 bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.20 bebouwingspercentage:
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak in procenten van de oppervlakte van dat bouwvlak; 1.21 bed and breakfast:
het tegen vergoeding aanbieden van een ten opzichte van het hoofdgebruik, ondergeschikte mogelijkheid tot kortdurend recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben, niet zijnde de uitoefening van een hotel, pension of ander bedrijf. Hieronder wordt niet verstaan het overnachten van tijdelijk of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Er worden geen voorzieningen aangeboden om zelfstandig te koken; 1.22 bedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.23 bedrijfsgebouwen:
één of meer gebouwen ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf; 1.24 bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die kennelijk slechts is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond, noodzakelijk moet worden geacht; 1.25 begane grond:
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau danwel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1 m boven peil is gelegen; 1.26 beheerder:
een persoon aangewezen om als tussenpersoon te fungeren of zaken te beheren met betrekking tot de huisvesting; 1.27 beperkt kwetsbaar object:
a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. kantoorgebouwen, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; c. hotels en restaurants, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; d. winkels, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; e. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; f. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; g. bedrijfsgebouwen, voorzover zij niet onder kwetsbaar object vallen; h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|6
i.
objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval;
Objecten die deel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit; 1.28 Besluit externe veiligheid inrichtingen:
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer, zoals dit luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan; 1.29 bestaand:
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat en is gebouwd overeenkomstig een verleende vergunning of kan worden gebouwd krachtens een vergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.30 bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.31 bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.32 bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.33 bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw en met de aarde verbonden bouwwerk, met een dak. 1.34 bijzondere centrumdoeleinden:
bij een dorpscentrum passend gebruik van het verblijfsgebied voor onder andere een warenmarkt, terrassen, rommelmarkt en evenementen; 1.35 bijzondere woonvorm:
een woonvorm die niet op één lijn te stellen is met een huishouden, omdat er geen sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de groep en omdat de bewoners zijn aangewezen op noodzakelijke en aanwezige permanente begeleiding en/of therapie ter plaatse of in de directe omgeving; 1.36 bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.37 (bouw)perceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|7 1.38 (bouw)perceelgrens:
een grens van een (bouw)perceel; 1.39 bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.40 bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.41 bouwwerk, geen gebouw zijnde:
een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.42 cultuurhistorische waarden
waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.43 detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteiten; 1.44 dienstverlening:
dienstverlening door een bedrijf met uitsluitend of in hoofdzaak een verzorgende taak met een publieksaantrekkende functie zoals wasserette, kapsalon, schoonheidssalon, zonnebankstudio, autorijschool, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, hypotheekverstrekker, postkantoor, telefoon-/telegraaf-/ telexdienst, internetdiensten, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopieerservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, alsmede door naar aard en uitstraling overeenkomstige bedrijven; 1.45 eengezinswoning
elke woning die tevens een geheel pand vormt en geschikt is voor bewoning door een persoon, al dan niet met een gezin; 1.46 eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond; 1.47 eindwoning:
een woning die grenst aan een aanliggende woning en aan het begin of einde ligt van een reeks woningen; 1.48 erfbebouwing:
alle bebouwing die op het bebouwbare erf is gelegen; 1.49 evenement:
een publieke gebeurtenis op het gebied van cultuur en sport of daarmee gelijk te stellen activiteit; 1.50 gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.51 geluidszoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|8 1.52 Gemeentelijke parkeernota:
de beleidsregels parkeren van de gemeente Hilvarenbeek, zoals opgenomen in het, door de gemeenteraad op 16 juli 2015 vastgestelde, Parkeerbeleidsplan 20152020 van de gemeente Hilvarenbeek, dan wel in het beleidsplan dat is vastgesteld ter vervanging van dit parkeerbeleidsplan; 1.53 gevellijn:
de geometrisch bepaalde lijn en het verlengde daarvan, die bij het bouwen niet mag worden overschreden; 1.54 grootschalige huisvesting:
een huisvestingslocatie met 50 of meer arbeidsmigranten; 1.55 hoofdgebouw:
een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.56 horecabedrijf:
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies, dranken, maaltijden en/of geringe etenswaren voor het al dan niet gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, nader te onderscheiden in: horecabedrijf categorie 1 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension; horecabedrijf categorie 2 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een restaurant; horecabedrijf categorie 3 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide geringe etenswaren (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, shoarmazaak; horecabedrijf categorie 4 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven
van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café, feestzaal; horecabedrijf categorie 5 een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat aan het eind van de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn, zoals een discotheek;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|9 1.57 hoveniersbedrijf:
een bedrijf, gericht op de aanleg, de inrichting en het onderhoud van tuinen en groen, met gebruikmaking van de daarbij behorende materialen en gereedschappen, zonder dat detailhandel wordt uitgeoefend; 1.58 huishouden:
een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen bewoner(s) is; 1.59 huisvesting arbeidsmigranten:
tijdelijke dan wel structurele voorzieningen op een locatie ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, die hun hoofdverblijf elders hebben, niet bedoeld voor recreatieve doeleinden; 1.60 kamergewijze verhuur:
het verhuren van onzelfstandige woonruimte(n); 1.61 kamerverhuur:
het bedrijfsmatig verhuren of het aanbieden van kamers voor bewoning. Hieronder wordt niet verstaan de verhuur door particulieren van maximaal twee kamers in de door hen zelf bewoonde woning; 1.62 kantoor:
een gebouw, dat dient voor het verlenen van diensten met een administratief karakter en/ of het verrichten van handelingen met een overwegend administratief karakter door bedrijven en (semi)overheidsinstellingen, zonder een publieksgerichte baliefunctie; 1.63 kleinschalige huisvesting:
een huisvestingslocatie met maximaal 6 arbeidsmigranten; 1.64 kleinschalige logeren:
kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt, zoals logeren bij de boer, bed & breakfast en dergelijke; 1.65 kwetsbaar object:
a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde beperkt kwetsbare objecten; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen waaronder begrepen onzelfstandige kantoren (bedrijfskantoren) en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m² per object, o 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m² bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m² per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|10
Objecten die deel uitmaken van een Bevi-inrichting maken hiervan geen onderdeel uit; 1.66 logiesgebouw:
gebouw of gedeelte van een gebouw, anders dan een hotel, waarin meer dan één logiesverblijf ligt, gericht op het verstrekken van nachtverblijf voor een langdurige verblijfsperiode van minimaal een week en maximaal zes maanden, aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben. Het gebouw is aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute; 1.67 maatschappelijke voorzieningen:
voorzieningen, bestemd voor medische en verzorgende, sociaal-culturele, religieuze, militaire, educatieve (waaronder kinderopvang) en openbare dienstverlenende instellingen (alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen); 1.68 mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.69 middelgrote huisvesting:
een huisvestingslocatie met minimaal 7 en maximaal 49 arbeidsmigranten; 1.70 nutsvoorziening:
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, milieuvoorzieningen, e.d. 1.71 onderbouw:
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen; 1.72 ondersteunende horeca:
een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren, ten dienste aan de hoofdfunctie binnen de bestemming; 1.73 overkapping:
een bouwwerk op het erf van een gebouw, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebouw en dat maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren; 1.74 paardenhouderij:
een agrarisch verwant bedrijf voor het stallen van paarden en pony's alsmede gebruik van paarden ten behoeve van recreatie en sport (mensgericht); 1.75 peil:
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor andere bouwwerken de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel;
1.76 pension:
een accommodatie met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend eenen tweepersoonskamers tegen boeking anders dan per nacht, vaak voor langere duur en soms met de mogelijkheid tot gehele verzorging (drie maaltijden) voor langere termijn, waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten doch niet aan passanten;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|11 1.77 productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces; 1.78 prostitutiebedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice; 1.79 recreatieverblijf:
verblijf, inclusief nachtverblijf, voor uitsluitend recreatieve doeleinden door bij voorkeur wisselende huishoudens of daarmee gelijk te stellen groepen van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben. Hieronder vallen verblijven voor kleinschalig logeren, bed & breakfasts, vakantieparken, campings en hotels; 1.80 seks- en /of pornobedrijf:
een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel door detailhandel in seks en/ of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel; 1.81 slopen:
geheel of gedeeltelijk afbreken; 1.82 Staat van bedrijfsactiviteiten:
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.83 terreinen:
door een type landgebruik gekarakteriseerd zichtbaar begrensd stuk grond; 1.84 uitbouw:
een gebouw dat is gebouwd aan het hoofdgebouw, als vergroting van een bestaande ruimte, door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.85 verkoopvloeroppervlak:
het totale vloeroppervlak van een winkel, dat voor het winkelend publiek toegankelijk is; 1.86 voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel aan de weg waaraan het gebouw op basis van de gemeentelijke basisadministratie (huisnummer) is gesitueerd; 1.87 water:
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen; 1.88 waterhuishoudkundige voorzieningen:
voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, waaronder voorzieningen voor waterberging, -aanvoer en -afvoer, zoals watergangen, waterlopen en waterpartijen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop; 1.89 wijziging:
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|12 1.90 woning:
een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.91 zijerf:
gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan de zijkant van de lijn gelegen perceelsgrens; 1.92 zijgevellijn:
denkbeeldige lijn die strak langs de zijgevel van een bouwwerk loopt tot aan de perceelsgrenzen. 1.93 zorgboerderij:
een voorziening waar dagopvang, dagverzorging en/of arbeidsmatige dagbesteding wordt geboden aan mensen die als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, psychiatrische en/of psychosociale problematiek beperkt zijn in hun zelfredzaamheid en/of participatie en waarbij de geboden zorg en ondersteuning gericht is op het verbeteren of behoud van de mogelijkheden en kwaliteit van leven. 1.94 zorgwoning:
een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn. 1.95 in deze regels wordt mede verstaan onder:
gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; uitvoeren: het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering brengen.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|13
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 afstand tot de zijdelingse (bouw)perceelsgrens:
tussen de zijdelingse grens van een bouwperceel en dat punt van een op het bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand, gemeten op het peil, het kortst is; 2.4 de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven het peil; 2.6 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven het peil.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|14
2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’: uitsluitend een paardenhouderij; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - akkerbouw met verkoop': de uitoefening van een akkerbouwbedrijf en tuinderij met verkoop van streekgebonden akkerbouw en tuinderijproducten; d. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - overige veehouderijen’: uitsluitend een veehouderij, niet zijnde een intensieve veehouderij; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch landschappelijke inpassing 1': de realisatie, de instandhouding, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing conform het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 2; f. ondergeschikte nevenactiviteiten; g. het hobbymatig houden van dieren; alsmede voor: h. i. j. k. l.
bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen; tuinen en erven; paden, groen en water(lopen); waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende: m. hoofdgebouwen; n. bijbehorende bouwwerken; o. overkappingen; p. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 3 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. het gebruik van gronden en gebouwen voor niet grondgebonden agrarische bedrijven (zoals glastuinbouwbedrijven en intensieve veehouderijen) is niet toegestaan.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|15 3.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 3 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 3.2.1 Algemeen
a. gebouwen alsmede (sleuf)silo's en mestopslagplaatsen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. in afwijking van de bepaalde onder a zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van sleufsilo's, mestsilo's en dergelijke aan het bouwvlak gerelateerde voorzieningen buiten het bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat: 1. enkel ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - voorziening buiten bouwvlak' dergelijke aan het bouwvlak gerelateerde voorzieningen, niet zijnde gebouwen, zijn toegestaan, en uitsluitend in het bestaande type voorziening en met de bestaande hoogte en situering als maximum; c. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; d. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten gebouwen' is uitsluitend de bouw van sleufsilo's toegestaan met een oppervlakte van maximaal 4.000 m2. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. aan- en uitbouwen mogen niet aan bedrijfsgebouwen worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overige veehouderijen' geldt dat: 1. de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van een reëel agrarisch bedrijf of een nog te ontwikkelen reëel agrarisch bedrijf; 2. de oprichting van nieuwe kassen niet is toegestaan. 3.2.3 Bedrijfswoningen
a. de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 750 m³ bedragen, dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud; b. op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing; c. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m; d. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 9 m; e. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; f. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|16 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. overkappingen 3 m; 2. silo's
12 m;
3. erfafscheidingen
2 m;
4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
6 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Overige veehouderijen
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overige veehouderijen' geldt dat: a. stalruimte voor de veehouderij uitsluitend is toegestaan in de bestaande gebouwen; b. nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluitend gebruikt mogen worden voor de stalling van landbouwmachines en dergelijke en de opslag van aardappelen, uien, mest, hooi, stro en dergelijke; c. mestverwerking en mestbewerking ten behoeve van een op dezelfde locatie gevestigde veehouderij is toegestaan, mits de vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m2; d. de omvang van het bestaande veebestand niet mag toenemen. 3.3.2 Voorwaardelijke verplichting
a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch voorwaardelijke verplichting' geldt dat: 1. bedrijfsgebouwen uitsluitend in gebruik genomen mogen worden voor zover ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing 1' de landschappelijke inpassing conform het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 2 in stand wordt gehouden; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overige veehouderijen' geldt dat: 1. het gebruik overeenkomstig de bestemming 'Agrarisch' uitsluitend is toegestaan indien voorzieningen voor een waterberging met een inhoud van minimaal 325 m3 in stand worden gehouden; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch landschappelijke inpassing 2' geldt dat: 1. In het geval van nieuwbouw van agrarische bedrijfsgebouwen het verboden is de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden en daarop aanwezige gebouwen te gebruiken ten behoeve van de in artikel 3 lid 1 genoemde functies, indien er geen landschappelijke inpassing heeft plaats gevonden.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|17 3.4 Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag is, ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone wijzigingsgebied', bevoegd de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen in de bestemming 'Wonen' ten behoeve van de bouw van maximaal 16 wooneenheden, binnen de wijzigingsgebieden gezamenlijk, in de vorm van aaneengebouwde, tweeaaneengebouwde en/of vrijstaande woningen, mits: a. passend binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma en de provinciale bevolkings- en behoefteprognose; b. een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is; c. stedenbouwkundig/ruimtelijk inpasbaar; d. omliggende bedrijven vanuit milieutechnisch en -hygiënisch oogpunt niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|18
Artikel 4 Bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten behorende tot ten hoogste milieucategorie 2; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - milieucategorie': uitsluitend bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten behorende tot ten hoogste milieucategorie 1; c. ter plaatse van de aanduiding ‘groothandel': een groothandel; d. ter plaatse van de aanduiding ‘opslag': een bedrijf ten behoeve van opslag; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch technisch hulpbedrijf': een agrarisch technisch hulpbedrijf; f. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend openbare nutsvoorzieningen, waaronder inbegrepen een rioolgemaal en bergbezinkbassin; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf hoveniersbedrijf': een hoveniersbedrijf; alsmede voor: h. bedrijfswoningen met aan huis verbonden beroepen; i. productiegebonden detailhandel; j. erven en terreinen; k. nutsvoorzieningen; l. paden, parkeervoorzieningen, groen en water; m. waterhuishoudkundige voorzieningen; n. overige bijbehorende voorzieningen; met de daarbij behorende: o. p. q. r.
hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; overkappingen; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 4 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van productiegebonden detailhandel; b. geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan; c. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. 4.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 4 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels:
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|19 4.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; c. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. aan- en uitbouwen mogen niet aan bedrijfsgebouwen worden gebouwd. 4.2.3 Bedrijfswoningen
a. de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m3 bedragen, dan wel de ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaande grotere inhoud; b. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 9 m; d. op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing; e. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd; f. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor: bouwhoogte 1. overkappingen 3 m; 2. bedrijfsinstallaties
6 m;
3. erfafscheidingen
2 m;
4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
4.2.5 Aanduiding nutsvoorziening
In afwijking van artikel 4 lid 2.1 is bouwen ter plaatse van de aanduiding ‘nutsvoorziening’ uitsluitend toegestaan ten dienste van een openbare nutsvoorziening en met inachtneming van de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|20
1. gebouwen 2. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
goothoogte 3m
bouwhoogte 5,5 m;
-
2 m.
4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Bebouwingspercentage
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal bedrijven niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd. 4.3.2 Bedrijfswoning
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 lid 1.2 en artikel 4 lid 2.1 voor het bouwen van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1', mits: a. de bedrijfswoning voldoet aan de bouwregels van artikel 4 lid 2; b. per aanduiding niet meer dan één bedrijfswoning wordt gebouwd. c. de milieuhygiënische beperkingen, welke voortvloeien uit in de omgeving gelegen agrarisch bedrijven zijn opgeheven. 4.4 Afwijken van de gebruiksregels 4.4.1 Staat van bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits: a. het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot ten hoogste milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|21 4.4.2 Toegestane milieucategorie
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat voorkomt in één categorie hoger dan toelaatbaar gesteld, mits: a. het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; b. de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving. 4.4.3 Bewoning bedrijfswoning
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4 lid 1 voor het toestaan van bewoning van de bedrijfswoning door derden, mits: a. ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is; b. de belangen van de rechthebbenden op de omliggende gronden niet worden beperkt.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|22
Artikel 5 Bedrijventerrein 5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen
de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten met inachtneming van de volgende daarin opgenomen categorie-indeling: a. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf van categorie 2’: bedrijven in milieucategorie 2; b. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1‘: bedrijven in milieucategorie 2 en 3.1; c. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’: bedrijven in milieucategorie 2, 3.1 en 3.2; d. ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’: een kantoor ten behoeve van een bedrijf; e. ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’: een parkeerterrein ten behoeve van het bedrijf; met dien verstande dat: f.
uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, reeds tot een lagere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, die lagere milieucategorie eveneens als toelaatbaar geldt; g. uitsluitend voor al gevestigde bedrijven die op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt reeds tot een hogere milieucategorie behoren dan blijkens de categorie-aanduiding is toegestaan, het reeds aanwezige bedrijfstypen eveneens als toelaatbaar geldt; alsmede voor: h. ter plaatse van de aanduiding ‘antennemast’: een zendmast met antenne voor mobiele telecommunicatie en/of radio-/televisieontvangst met bijbehorende voorzieningen; i. bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen; j. productiegebonden detailhandel; k. erven en terreinen; l. nutsvoorzieningen; m. paden, parkeervoorzieningen, groen en water; n. waterhuishoudkundige voorzieningen; o. overige bijbehorende voorzieningen; met de daarbij behorende: p. q. r. s.
hoofdgebouwen; bijbehorende bouwwerken; overkappingen; overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|23 5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 5 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. zelfstandige kantoren en detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van productiegebonden detailhandel; b. geluidszoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan; c. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’. 5.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 5 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 5.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; c. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd. 5.2.2 Bedrijfsgebouwen
a. de goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; b. aan- en uitbouwen mogen niet aan bedrijfsgebouwen worden gebouwd. 5.2.3 Bedrijfswoningen
a. de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 500 m3 bedragen, dan wel de bestaande inhoud indien deze hoger is; b. de goothoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 6 m; c. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 9 m; d. op het bouwen van tot de bedrijfswoning ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing; e. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning worden gebouwd; f. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|24
1. overkappingen
bouwhoogte 3 m;
2. bedrijfsinstallaties
6 m;
3. erfafscheidingen
2 m;
4. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
5.2.5 Antennemast
Ter plaatse van de aanduiding ‘antennemast' mag een zendmast met antenne met een maximale bouwhoogte van 55 m worden gebouwd alsmede voorzieningen in de vorm van apparatuurkasten en terreinafscheidingen met een maximale oppervlakte en bouwhoogte van 10 m2 respectievelijk 2 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Bebouwingspercentage
Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 2.1 sub b, voor het verhogen van het bebouwingspercentage, mits: a. het aantal bedrijven niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 5. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Niet-zelfstandige kantoren
Het bruto-oppervlak van een kantoor ten dienste van een bedrijf mag niet meer bedragen dan 40% van het totale bruto-oppervlak van het betreffende bedrijf. 5.4.2 Voorwaardelijke verplichting
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 1' gelden de volgende voorwaarden: a. wanneer sprake is van nieuwbouw, dient de nieuwbouw te voldoen aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in paragraaf 4.6 van bijlage 3 van deze regels; b. op de gronden grenzend aan deze aanduiding dient ter plaatse van de bestemming 'Groen', uitsluitend voor zover sprake is van nieuwbouw, een groenvoorziening aangelegd en in stand gehouden te worden, waarbij: 1. de groenvoorziening dient te voldoen aan de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 3 bij deze regels; 2. de groenvoorzieningen gerealiseerd dienen te worden ter plaatse van de bestemming Groen, direct grenzend aan de gronden binnen de aanduiding, alwaar nieuwbouw plaatsvindt;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|25
3. de afwateringvoorzieningen, conform de rapportage zoals opgenomen in bijlage 4 bij de regels, in stand gehouden en beheerd dient te worden. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Afwijking Staat van bedrijfsactiviteiten
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat niet vermeld is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits: a. het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving. 5.5.2 Afwijking toegestane milieucategorie
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 5 lid 1.1 voor de vestiging van een bedrijf dat voorkomt in één categorie hoger dan toelaatbaar gesteld, mits: a. het bedrijf, voor wat betreft de aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten), geacht wordt te kunnen behoren tot middels een aanduiding aangegeven toelaatbare milieucategorieën van de Staat van bedrijfsactiviteiten; b. de aard en de activiteiten van het bedrijf geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefklimaat in de omgeving.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|26
Artikel 6 Centrum 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen
De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. centrumvoorzieningen; alsmede uitsluitend op de begane grond voor: b. detailhandel; c. horecabedrijven tot ten hoogste categorie 4, zoals aangegeven in horecabedrijf; d. kantoren en (zakelijke) dienstverlening; e. maatschappelijke voorzieningen; alsmede voor: f. g. h. i. j. k.
(bedrijfs)woningen, met aan huis verbonden beroepen; erven en tuinen; nutsvoorzieningen; paden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, groen en water; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met bijbehorende: l. hoofdgebouwen; m. onderbouwen; n. bijbehorende bouwwerken; o. overkappingen; p. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 6.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 6 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. het aantal detailhandelsvestigingen binnen de gezamenlijke bestemmingsvlakken mag niet meer bedragen dan het op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal conform bijlage 5 van deze regels te weten de "Functiekaart centrum Diessen"; b. het aantal horecabedrijven binnen de gezamenlijke bestemmingsvlakken mag niet meer bedragen dan het op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal conform bijlage 5 van deze regels te weten de "Functiekaart centrum Diessen"; c. het aantal (bedrijfs)woningen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan het op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal conform bijlage 5 van deze regels te weten de "Functiekaart centrum Diessen".
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|27 6.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 6 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 6.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; 6.2.2 Hoofdgebouwen
a. de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de voorgevellijn worden gebouwd; b. de diepte van hoofdgebouwen mag ten hoogste 13 m bedragen; c. de goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen mag ten hoogste bedragen de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven maten; d. de afstand van vrijstaande en twee aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aaneengebouwde zijde tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 2,5 m te bedragen; e. op het bouwen van tot het hoofdgebouw ondergeschikte bouwdelen, zoals erkers, is tevens artikel 33 lid 4 van toepassing. 6.2.3 Bijbehorende bouwwerken
a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van hoofdgebouwen worden gebouwd; b. het gezamenlijke te bebouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag ten hoogste 50% van het bouwperceel bedragen tot een maximum van 100 m2, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m 2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; c. de diepte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 4 m bedragen; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,3 m; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 5,5 m. 6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. overkappingen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen voor:
1. erfafscheidingen voor de voorgevel
bouwhoogte 1 m;
2. erfafscheidingen achter de voorgevel
2 m;
3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 m.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|28 6.2.5 Onderbouwen
a. onderbouwen zijn uitsluitend toegestaan onder de bovengrondse bebouwing en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 3. 6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijking diepte gebouwen
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2.2 sub b en artikel 6 lid 2.3 sub c, voor een grotere diepte, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel dient minimaal 5 m te bedragen; b. de belangen van de rechthebbende op de aan het bouwperceel grenzende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. het geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans. 6.3.2 Afwijking zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2.2 sub d, voor het bouwen van het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, met inachtneming van de voorwaarde dat de afstand tot op het naastgelegen perceel gelegen hoofdgebouw ten minste 3 m dient te bedragen. 6.4 Afwijken van de gebruiksregels 6.4.1 Afwijking uitbreiding voorzieningen
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 6 lid 1.1, onder b t/m e, voor de uitbreiding van deze voorzieningen op de verdieping, mits: a. het aantal voorzieningen niet wordt vergroot; b. is aangetoond dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; c. is aangetoond dat er geen uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond zijn; d. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat in de omgeving; 3. de verkeersveiligheid en de parkeerbalans; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 6.4.2 Afwijking groter aantal vestigingen
Het bevoegd gezag is bevoegd om door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 6 lid 1.2: a. onder a, voor een groter aantal detailhandelsvestigingen, mits: 1. uit onderzoek is gebleken dat door het toevoegen van het aantal vestigingen, en daarmee het verkoopvloeroppervlak, geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de voorzieningenstructuur; 2. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: i. het straat- en bebouwingsbeeld; ii. het woon- en leefklimaat in de omgeving; iii. de verkeersveiligheid en de parkeerbalans; iv. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|29
b. onder b, voor een groter aantal horecavestigingen, mits: 1. door het gebruik geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: i. het straat- en bebouwingsbeeld; ii. het woon- en leefklimaat in de omgeving; iii. de verkeersveiligheid en de parkeerbalans; iv. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. onder c, voor een groter aantal woningen, mits dat in overeenstemming is met het gemeentelijk woningbouwprogramma.
NL.IMRO.0798.BPKernBDH-VG01
bestemmingsplan Kern Baarschot, Diessen en Haghorst
|30
Artikel 7 Detailhandel 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Algemeen
De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel; alsmede voor: b. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': een kantoor; en tevens voor: c. d. e. f. g. h.
bedrijfswoningen, met aan huis verbonden beroepen en bedrijven; erven, tuinen en terreinen; nutsvoorzieningen; paden, parkeervoorzieningen, groen en water; waterhuishoudkundige voorzieningen; overige bijbehorende voorzieningen;
met de daarbij behorende: i. hoofdgebouwen; j. onderbouwen; k. bijbehorende bouwwerken; l. overkappingen; m. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 7.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
Ten aanzien van de in artikel 7 lid 1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen: a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan daar waar dat met een aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de verbeelding is aangegeven. 7.2 Bouwregels
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 7 lid 1 omschreven doeleinden en met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3 en de volgende regels: 7.2.1 Algemeen
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ aangegeven maximale bebouwingspercentage; c. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ mag niet meer dan één bedrijfswoning worden gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is het middels deze aanduiding aangegeven maximum aantal wooneenheden toegestaan.