CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 vvgb Safari Resort Beekse Bergen (4 Ruimtelijke onderbouwing)

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot het verlenen van een verklaring van geen bedenkingen Safari-resort Beekse Bergen.13.382 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

• •

• •

• o ▪ ▪ • o ▪ ▪ • o o

• •

• •

• • • •

Oplegnotitie Betreft

Ons kenmerk

Datum

Behandeld door

Actualiserend vooronderzoek bodem – tweede fase Safari Resort Beekse Bergen ARC041-0926 18 september 2020 B. Pannemans

1. Aanleiding en doel Het unieke concept van de eerste fase van het Safari Resort Beekse Bergen slaat aan. Vanwege dit succes werkt de initiatiefnemer (Safari Resort Ontwikkeling BV) momenteel aan de doorontwikkeling van het resort in de al eerder geplande tweede fase, direct ten oosten van de eerste fase van het safari resort. Deze tweede fase betreft de aanleg van een nieuwe savanne met grachten, de bouw van 15 recreatieverblijven (ieder bestaande uit 8 appartementen), een stal en een centraal voorzieningengebouw waarbinnen onder andere een restaurant is voorzien. Met het oog op de aanvraag van vergunningen is informatie nodig over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het te ontwikkelen gebied. Het meest recente bodemonderzoek op de locatie dateert van 2017. In voorliggende oplegnotitie is de reeds bekende informatie beschreven. Verder is nagegaan of sinds 2017 potentieel bodembelastende activiteiten hebben plaatsgevonden. Doel van voorliggend actualiserend vooronderzoek is het in beeld brengen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. 2. Onderzoekslocatie De ligging van de tweede fase van de ontwikkeling van het Safari Resort is aangeduid op onderstaande figuren 1, 2 en 3. Figuur 1 Regionale ligging op topografische kaart (bron: esri)

Blad 2

Op de locatie vinden momenteel geen activiteiten plaats. Het terrein betreft een bosgebied met grasland. Tot medio jaren 1960 was het terrein bos- en heidegebied en werd de locatie doorkruist door de Oude Tilburgse Baan. Vanaf medio jaren 1960 tot 2016 was een deel van het terrein ingericht als kampeerterrein. De sanitairgebouwen zijn intussen niet meer aanwezig. De sloop van de gebouwen is afgerond in december 2016. De voormalige campingveldjes zijn nog waarneembaar (grasland, ontbreken van bomen). Bron: -

www.topotijdreis.nl

Figuur 2 Lokale ligging op topografische kaart (bron: esri)

Figuur 3 Lokale ligging op luchtfoto 2019 (bron: esri)

Blad 3

3. Uitgevoerde bodemonderzoeken Vooronderzoek 2009 In 2009 is een historisch onderzoek uitgevoerd volgens de NEN5725 over een oppervlak van 388 ha (SMA Zeeland BV) (ligging zie figuur 4). Het terrein betrof in het verleden heide en bos en was onbebouwd. Ter plaatse van het huidige plangebied zijn geen bodemonderzoeken bekend van vóór 2009. Figuur 4 Onderzoekslocatie vooronderzoek 2009 (bron: SMA, 2009). In oranje voorliggende onderzoekslocatie

Verkennend bodemonderzoek 2009 In 2009 is vervolgens een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN5740 (strategie grootschalig onverdacht) uitgevoerd over een oppervlak van 24 ha, zijnde het campingterrein (SMA Zeeland BV) (ligging zie figuur 5). In de grond zijn geen tot licht verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater binnen de huidige plangrens zijn eveneens geen tot licht verhoogde gehalten gemeten.

Blad 4

Figuur 5 Onderzoekslocatie bodemonderzoek 2009 (bron: SMA, 2009). In oranje voorliggende onderzoekslocatie

Vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek 2017 In 2017 heeft opnieuw een vooronderzoek volgens de NEN5725 en een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN5740 (strategie grootschalig onverdacht) plaatsgevonden. De onderzoekslocatie betreft bosgebied en camping met een totale oppervlakte van 45 ha, waarbij het onderzoek zich gericht heeft op de lintvormige clusters van geplande recreatiewoningen met een oppervlak van circa 12 ha. In de grond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater zijn geen tot licht verhoogde gehalten gemeten. Op basis van de historische gegevens en het locatiebezoek is beoordeeld dat de locatie onverdacht is voor asbest waardoor geen asbestonderzoek noodzakelijk was. De resultaten komen overeen met de ontgravingskwaliteit uit de gemeentelijk bodemkwaliteitskaart (achtergrondwaarde) (Bodemkwaliteitskaart gemeenten Hilvarenbeek en Oisterwijk (Oranjewoud, 2013)).

Blad 5

Figuur 6 Onderzoekslocatie bodemonderzoek 2017 (bron: Kragten, 2017). In oranje voorliggende onderzoekslocatie

Bron: ­ ­ ­ ­ ­ ­

Screening bodemonderzoeksrapporten Recreatiepark Beekse Bergen te Hilvarenbeek, projectnummer 2380191.MER, SMA Zeeland BV, 4 juni 2009 Eindrapport historisch bodemonderzoek (vooronderzoek) Recreatiepark Beekse Bergen te Hilvarenbeek, projectnummer 2380191.HO, SMA Zeeland BV, 4 juni 2009 Eindrapport bodemonderzoek Recreatiepark Beekse Bergen te Hilvarenbeek, projectnummer 2380191, SMA Zeeland BV, 4 juni 2009 Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740/A1, inclusief vooronderzoek conform NEN 5725, SafariResort Beekse Bergen, projectnummer ARC041, rapportnummer MIL17.008, Kragten, 13 maart 2017 Bodemkwaliteitskaart gemeenten Hilvarenbeek en Oisterwijk, projectnr. 257947/258579, Oranjewoud, oktober 2013 Rapport Bodembeheer gemeente Hilvarenbeek, projectnr. 257947, Oranjewoud, oktober 2013

4. Activiteiten sinds 2017 Via de website van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) is bodeminformatie opgevraagd middels een omgevingsrapportage (zie bijlage 1). Binnen voorliggende onderzoekslocatie is geen informatie beschikbaar, noch van vóór, noch van na 2017. Uit informatie van de opdrachtgever volgt dat op de onderzoekslocatie sinds het bodemonderzoek uit 2017 geen activiteiten hebben plaatsgevonden.

Blad 6

5. PFAS Sinds medio 2019 is in Nederland aandacht voor het voorkomen van PFAS in de Nederlandse bodem. Op 8 juli 2019 is door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ opgesteld. De meest recente actualisatie hiervan dateert van 2 juli 2020. Door het wijdverbreide gebruik en door emissies en incidenten worden PFAS in Nederland niet alleen bij puntbronnen, maar ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. In de provincie Noord-Brabant zijn lokale achtergrondwaarden bepaald in de ‘Handreiking toepassing PFAS houdende grond en baggerspecie Noord-Brabant’. Deze handreiking is door de gemeente Hilvarenbeek vastgesteld. Gezien het historische en huidige gebruik op de onderzoekslocatie worden geen bronlocaties voor PFAS en/of GenX verwacht. Ook in de directe nabijheid van de onderzoekslocaties worden geen bronnen voor PFAS verwacht. Onderzoek naar PFAS wordt met het oog op vergunningen niet noodzakelijk geacht. 6. Conclusie De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor het verlenen van een Omgevingsvergunning.

Met het oog op grondverzet wordt het volgende opgemerkt: Voor hergebruik van vrijkomende grond (ook op terrein van Beekse Bergen) kan geen gebruik gemaakt worden van de ontgravingskaart van de bodembeheernota als erkend bewijsmiddel omdat ter plaatse van de Beekse Bergen te weinig waarnemingen beschikbaar waren ten tijde van het opstellen van de bodembeheernota / bodemkwaliteitskaart. Overigens worden momenteel de bodembeheernota en de bodemkwaliteitskaarten herzien waarbij ook PFAS wordt opgenomen. Naar verwachting zijn deze in oktober 2020 beschikbaar. Mogelijk dat het nieuwe beleid meer ruimte geeft voor gebruik van de bodemkwaliteitskaart of bodembeheernota met het oog op hergebruik. Indien dit niet het geval is of bij hergebruik van vrijkomende grond buiten de grenzen van de bodemkwaliteitskaart, dan zal de milieuhygiënische kwaliteit van de grond die vrijkomt met een partijkeuring moeten worden vastgesteld voor hergebruik. Afhankelijk van de hergebruikslocatie is al dan geen analyse op PFAS nodig bij de partijkeuringen.

Blad 7

Bijlagen

1. Omgevingsrapportage OMWB

Omgevingsrapportage Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 11

-

10-08-2020

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Kaarten Disclaimer Toelich ng

Pagina 2 van 11

-

10-08-2020

Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de loca e op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminforma esysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een ui reksel hiervan.

Welke informa e bevat het bodeminforma esysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransac es en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.

Geen informa e aanwezig Indien er in het bis geen informa e over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecer ficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecer ficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.

Loca es met historisch bodembedreigende ac viteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de loca es met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a oms g uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informa e zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze loca es zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van loca es met de meest verdachte bodembedreigende ac viteiten en waar nog niet eerder Pagina 3 van 11

-

10-08-2020

bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.

Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van so ware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa e over de milieukwaliteit op de loca e: Overzicht loca egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca egegevens, de historische bodembedreigende ac viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.

Toelich ng bij informa e over de bodemkwaliteit op de loca e Overzicht loca egegevens Onder deze paragraaf worden de loca egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca egegevens worden ook de status van de bodemloca e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.

Pagina 4 van 11

-

10-08-2020

Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informa e over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de loca e Idem als informa e over de bodemkwaliteit op de loca e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca e.

Pagina 5 van 11

-

10-08-2020

Binnen het aangegeven zoekgebied is geen informa e aangetroffen.

Pagina 6 van 11

-

10-08-2020

De informa e die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inscha ng van de situa e. Aangezien de informa e is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prak jk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij a enderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekoms g eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandsto anks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.

De informa e uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situa e opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al hee er op een loca e eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist. De aanwezige informa e kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast.

Pagina 7 van 11

-

10-08-2020

Toelich ng Toelich ng op gebruikte terminologie

Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in rela e tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsitua e. Op basis van hiervan wordt een loca e beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informa e is de loca e niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Erns g: Poten eel erns g. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een erns ge verontreiniging. Een loca e wordt ook als Pot. Erns g gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek). De loca e is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Urgent c.q. Spoedeisend: Poten eel urgent. Het vermoeden bestaat dat de erns ge verontreiniging risico"e;s vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de loca e wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. Niet Erns g: Er is geen sprake van een erns ge bodemverontreiniging. Erns g, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids- , Ecologische en/ of verspreidingsrisico"e;s. Erns g, urgen e c.q.

spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgen e (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Erns g en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.

Indien er op een loca e een geval van erns ge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a ankelijk van de situa e een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de loca e) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (ac viteiten):

Pagina 8 van 11

-

10-08-2020

Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evalua erapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respec evelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevalua e: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren ac eve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplich ngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze ac viteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registra e restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente.

Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.

Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende ac viteiten. De loca e is bijvoorbeeld a oms g uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de loca e te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende ac viteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indica ef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de loca e is een analy sch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indica ef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).

Nulsitua e onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd hee wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Pagina 9 van 11

-

10-08-2020

Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de ves ging van bedrijven op een loca e die poten eel bodembedreigende ac viteiten uitvoeren. O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandsto ank verontreinigingen bevindt. Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) Nader onderzoek: Onderzoek naar de groo e van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgen e (NTA 5755). Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planma ge beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevalua e uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.

Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van le ers en symbolen. De combina e hiervan gee aan of de bodem verontreinigd is of niet. De le ers hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interven ewaarde

In feite geven de le ers een concentra eniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een ma ge bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interven ewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interven es) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de interven ewaarde wordt overschreden, Pagina 10 van 11

-

10-08-2020

is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgen e c.q. spoedeisendheid van het geval.

Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Ac viteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsins tuut voor Waterleidingsar kelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.

Pagina 11 van 11

-

10-08-2020

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Safari Resort ontwikkeling B.V. ARC041-0926 19 december 2019

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Safari Resort ontwikkeling B.V. ARC041-0926 ARC041-0926-RAP-Verkennend flora- en faunaonderzoek-1.0 Definitief 19 december 2019

Opsteller: R. Janssen T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0R. Janssen+-

Verificatie: C. Teheux

-+R0C. Teheux+-

Validatie: P. van den Akker -+V0P. van den Akker+-

© 2014 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

INHOUDSOPGAVE 1.1 1.2 1.3

Aanleiding .................................................................................................................................................................7 Doelstelling................................................................................................................................................................7 Leeswijzer .................................................................................................................................................................7

2.1 2.2

Beschrijving plangebied ................................................................................................................................................9 Voorgenomen plan ....................................................................................................................................................10

3.1 3.1.1 3.1.1.1 3.1.1.2 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7

Inventarisatie ...........................................................................................................................................................11 Literatuuronderzoek...................................................................................................................................................11 Nationale Databank Flora en Fauna ..............................................................................................................................11 Voorgaand onderzoek Safari Resort ..............................................................................................................................11 Overzicht literatuuronderzoek ......................................................................................................................................12 Veldbezoek..............................................................................................................................................................13 Interpretatie .............................................................................................................................................................13 Flora ......................................................................................................................................................................13 Vogels

....................................................................................................................................................................13 Grondgebonden zoogdieren.........................................................................................................................................14 Vleermuizen.............................................................................................................................................................14 Amfibieën................................................................................................................................................................15 Reptielen.................................................................................................................................................................15 Overige soorten ........................................................................................................................................................15

4.1 4.2 4.3

Natura 2000-gebieden...............................................................................................................................................17 Provinciale gebiedsbescherming ...................................................................................................................................17 Houtopstanden .........................................................................................................................................................18

5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Beschermde soorten ..................................................................................................................................................19 Flora ......................................................................................................................................................................19 Vogels ....................................................................................................................................................................19 Grondgebonden zoogdieren.........................................................................................................................................19 Vleermuizen.............................................................................................................................................................20 Amfibieën................................................................................................................................................................20 Reptielen.................................................................................................................................................................20 Overige soorten ........................................................................................................................................................20 Beschermde gebieden

................................................................................................................................................20 Natura 2000-gebieden...............................................................................................................................................20 Provinciale gebiedsbescherming ...................................................................................................................................21 Houtopstanden .........................................................................................................................................................21

6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.2

Beschermde soorten ..................................................................................................................................................23 Broedvogels – rekening houden met het broedseizoen .....................................................................................................23 Algemeen voorkomende soorten – rekening houden met de zorgplicht ................................................................................23 Eekhoorn – behoud nestboom en omringende bomen, anders nader onderzoek ....................................................................23 Vleermuizen – behoud bomen met holten, anders nader onderzoek ...................................................................................24 Levendbarende hagedis – nader onderzoek....................................................................................................................24 Rode bosmier – aanbeveling om nest te behouden..........................................................................................................24 Beschermde gebieden ................................................................................................................................................24 5

6.2.1 6.2.2 6.2.3

Natura 2000-gebieden – voortoets stikstofdepositie ....................................................................................................... 24 Provinciale gebiedsbescherming – geen effecten ............................................................................................................ 24 Houtopstanden – vergunning en/of melding noodzakelijk ............................................................................................... 24

BIJLAGEN B1.1 B1.1.1 B1.1.2 B1.1.3 B1.2

Wet natuurbescherming Bescherming planten- en diersoorten Bescherming natuurgebieden Bescherming houtopstanden Provinciale gebiedsbescherming

TABELLEN Tabel 1. Waargenomen beschermde soorten binnen een straal van 1,5 kilometer van het plangebied in de NDFF (2014 – 2019) en gebaseerd op het voorgaand onderzoek. ........................................................................................................................................................................................... 12 Tabel 2 Soorten Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn. ............................................................................................................ 2-1 Tabel 3 Andere soorten.............................................................................................................................................................................. 2-2

AFBEELDINGEN Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de gehele Beekse Bergen (links) en een grotere weergave van het plangebied (rechts). Bron luchtfoto: PDOK-viewer. ........................................................................................................................................................................................... 9 Afbeelding 2 Impressie van het plangebied. ............................................................................................................................................................ 9 Afbeelding 3. Toekomstige inrichting van de vakantieappartementen binnen het Safari Resort. ........................................................................................... 10 Afbeelding 4 Locaties van de aangetroffen boomholten, potentieel eekhoornnest en het bosmierennest binnen het plangebied (rood omlijnd). Bron luchtfoto: PDOK-viewer. 16 Afbeelding 5 Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van de omliggende Natura 2000-gebieden.................................................................. 17 Afbeelding 6 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant (bron: Natuurbeheerplan Brabant). .............................. 18

6

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding Binnen het recent ontwikkelde Safari Resort van Safaripark Beekse Bergen te Hilvarenbeek, is Safari Resort ontwikkeling B.V. voornemens om vakantieappartementen, een nieuwe stal en centrumgebouw te realiseren rondom een nieuwe savanne. Deze ontwikkeling vindt plaats binnen een deel van het Safari Resort, waar momenteel bosschages en struweel aanwezig zijn. Derhalve heeft de realisatie van de bouwwerken en de savanne mogelijk een negatief effect op beschermde planten- en diersoorten.

1.2

Doelstelling Het doel van het verkennend flora- en faunaonderzoek is het verkrijgen van een indruk omtrent de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna binnen en in de nabijheid van het plangebied voor de ontwikkeling van de nieuwe bouwwerken en de savanne. Daarnaast wordt nagegaan of ter plaatse van het plangebied of de directe omgeving sprake is van gebiedsbescherming. Binnen het onderzoek wordt beoordeeld of de groene wet- en regelgeving (Wet natuurbescherming, provinciale verordening/beleidsregel en provinciale gebiedsbescherming) de uitvoering van het project in de weg kan staan. Indien dit het geval is, wordt aangegeven welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om het project doorgang te kunnen laten vinden.

1.3

Leeswijzer De rapportage van dit verkennend flora- en faunaonderzoek is als volgt opgebouwd: -

-

-

-

-

-

Hoofdstuk 2 Projectgegevens. De gegevens van het plangebied, zoals de geografische ligging en het huidig gebruik, zijn beschreven in hoofdstuk 2. Ook wordt hier ingegaan op de voorgenomen ingrepen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 Beschermde soorten. Hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de verzamelde gegevens ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten binnen en nabij het plangebied. Dit overzicht is verkregen op basis van literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek. Voor de in de literatuur vermelde soorten en de waargenomen soorten tijdens het veldbezoek wordt aangegeven welke functie het plangebied zal of kan vervullen. Hoofdstuk 4 Beschermde gebieden. In hoofdstuk 4 wordt voor het plangebied en de directe omgeving nagegaan of sprake is van gebiedsbescherming (Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland). Ook wordt aangegeven of beschermde houtopstanden aanwezig zijn binnen het plangebied. Hoofdstuk 5 Effecten voorgenomen ingrepen. Per soortgroep wordt aangegeven welke effecten tijdens de realisatiefase en de gebruiksfase van het project kunnen worden verwacht op beschermde soorten. Daarnaast wordt aangegeven of effecten op beschermde gebieden zullen optreden. Hoofdstuk 6 Conclusies en aanbevelingen. Aangegeven wordt of de groene wet- en regelgeving extra inspanning vereist voor de uitvoering van het voorgenomen project.

Daarbij worden, voor zover mogelijk, aanbevelingen gedaan om negatieve effecten op aanwezige natuurwaarden te kunnen voorkomen, zodat het project doorgang kan vinden. Bijlage Natuurbescherming. Deze bijlage geeft een korte toelichting op de voor dit project relevante natuurbescherming, waaronder de Wet natuurbescherming en de provinciale verordening/beleidsregel.

7

2

PROJECTGEGEVENS In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ingrepen binnen het plangebied weergegeven. Allereerst wordt ingegaan op de geografische ligging en het huidig gebruik van het plangebied. Vervolgens worden de voorgenomen ingrepen en het toekomstig gebruik binnen het plangebied kort beschreven.

2.1

Beschrijving plangebied Het plangebied is volledig gelegen binnen het recent ontwikkelde Safari Resort Beekse Bergen, zie afbeelding 1. Binnen dit park betreft het plangebied een nog onontwikkeld deel, waar momenteel bosschages, struweel en enkele grazige percelen aanwezig zijn. Het plangebied is niet aangetast bij de ontwikkeling van het Safari Resort en bevat daarom nog een restant van het voormalige bosbiotoop dat aanwezig was ter plaatse van het vakantiepark. Er zijn met name boomsoorten aanwezig als eik, berk, els, spar en grove den. Ook zijn enkele Amerikaanse eiken aanwezig. Verder bestaat struweel met name uit braam en zijn er enkele kleinere percelen met hoog gras/kruiden aanwezig. Bebouwing of oppervlaktewater is niet aanwezig binnen het plangebied. Rondom het plangebied is het Safari Resort gelegen, waar diverse huisjes staan en ook her en der een poel gegraven is. In afbeelding 2 is een impressie van het plangebied opgenomen.

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van de gehele Beekse Bergen (links) en een grotere weergave van het plangebied (rechts). Bron luchtfoto: PDOK-viewer.

Afbeelding 2

Impressie van het plangebied.

9

2.2

Voorgenomen plan Binnen de begrenzing van het plangebied worden circa 20 nieuwe vakantieappartementen gerealiseerd. Deze appartementen zijn gelegen rondom een nieuw aan te leggen savanne. Aan deze savanne grenst tevens een nieuwe stal en een nieuw centrumgebouw. In afbeelding 3 is een schets van de toekomstige situatie opgenomen. Ten behoeve van deze ontwikkelingen wordt het merendeel van de aanwezige vegetatie gerooid. Daar waar mogelijk worden bomen gespaard. Zo worden bomen tussen de appartementen behouden en blijven ook enkele bomen op de savanne staan. Het toekomstige beeld van het plangebied is vergelijkbaar met de huidige situatie van het recent ontwikkelde Safari Resort.

Afbeelding 3. Toekomstige inrichting van de vakantieappartementen binnen het Safari Resort.

10

3

BESCHERMDE SOORTEN Om een indruk te verkrijgen van de (mogelijk) aanwezige beschermde planten- en diersoorten binnen het plangebied is literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek uitgevoerd. Op basis van de verzamelde gegevens is beoordeeld of en zo ja, welke functie het plangebied heeft voor beschermde soorten. In bijlage 1 is een korte toelichting van de Wet natuurbescherming opgenomen.

3.1

Inventarisatie

3.1.1

Literatuuronderzoek

3.1.1.1

Nationale Databank Flora en Fauna De NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) is een natuurdatabank van Nederland waarmee online natuurinformatie opgevraagd kan worden. De databank geeft gevalideerde informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren. De NDFF bundelt ruim 100 databanken zoals de gegevens van het FLORON, De Vlinderstichting, RAVON, SOVON Vogelonderzoek Nederland en de Zoogdiervereniging. De NDFF-gegevens zijn geraadpleegd voor de periode 2014 - 2019 (maximaal 5 jaar oud). Aan de hand van de verspreidingsgegevens is bekeken welke soorten binnen en in de omgeving van de projectlocatie zijn waargenomen. Deze soorten zijn weergegeven in tabel 1. Alle beschermde soorten in de beschermingscategorieën Habitatrichtlijn en Andere soorten worden in het overzicht getoond. Van de soorten in de beschermingscategorie Vogelrichtlijn worden alleen de soorten met jaarrond beschermde nesten weergegeven. De waarnemingen betreffen alle waarnemingen in de nabijheid van het plangebied. Dit betreffen o.a. waarnemingen van nesten en holen, maar ook van aangetroffen exemplaren, graafsporen, jagende en overvliegende soorten. Of functies (verblijfplaatsen, foerageergebied, etc.) voor de in tabel 1 opgenomen soorten binnen het plangebied aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, wordt behandeld in paragraaf 3.2.

3.1.1.2

Voorgaand onderzoek Safari Resort In het kader van de recente ontwikkeling van het Safari Resort, is destijds reeds flora- en faunaonderzoek ter plaatse uitgevoerd. Het betreft diverse onderzoeken, waarvan de eerste onderzoeken in 2008 zijn uitgevoerd. De meest recente flora- en faunarapportage is opgesteld in 2015 (Kragten, 2015) ten behoeve van de daadwerkelijke realisatie van het Safari Resort. Dit betrof een actualisatie van alle voorgaande gegevens en geeft dus een volledig beeld van de aanwezige beschermde soorten voorafgaand aan de realisatie van het Safari Resort. Uit het onderzoek werden onderstaande conclusies getrokken. Binnen of in de omgeving van het plangebied voorkomende soorten zijn toegevoegd aan tabel 1. Planten De dennenbossen op de uitbreidingslocatie zijn soortenarm en monotoon en herbergen geen bedreigde of beschermde soorten. Broedvogels Uit het actualiserende veldbezoek is gebleken dat jaarrond beschermde vogelnesten niet (meer) aanwezig zijn binnen het plangebied. Het nest van de ransuil, dat in 2008 is waargenomen, is inmiddels verdwenen. Een nieuw potentieel ransuilennest is net buiten het plangebied waargenomen. Binnen het plangebied zijn verder twee potentiële spechtennesten aanwezig. Vleermuizen In of rondom de uitbreidingslocatie is geen sprake van belangrijk leefgebied voor vleermuizen.

Kolonies en andere verblijfplaatsen bevinden zich buiten dit gebied en er wordt spaarzaam gebruik gemaakt van het gebied als foerageergebied.

11

Grondgebonden zoogdieren De eekhoorn komt voor in de Beekse Bergen en de omgeving. In totaal zijn er zes eekhoornnesten aanwezig binnen of in de directe nabijheid van het plangebied. Deze nesten behoren tot 1 à 2 eekhoornpaartjes binnen het plangebied. Verder komen in en rond de Beekse Bergen verschillende licht beschermde grondgebonden zoogdieren voor als bosmuis, veldmuis, bosspitsmuis, huisspitsmuis, egel, mol en konijn. Amfibieën Er zijn alleen licht beschermde amfibieën aangetroffen waarvoor zowel landhabitat als voortplantingswater aanwezig is. Vissen Er zijn geen beschermde vissen aangetroffen. Effecten worden derhalve niet voorzien. Reptielen In de bermen van de N269 zijn enkele levendbarende hagedissen vastgesteld. Ongewervelden Er zijn twee nesten vastgesteld van behaarde rode bosmier aan de noord- en noordoostzijde van het Safaripark.

3.1.2

Overzicht literatuuronderzoek In onderstaande tabel zijn de gegevens uit het literatuuronderzoek gebundeld en overzichtelijk weergegeven. Tabel 1. Waargenomen beschermde soorten binnen een straal van 1,5 kilometer van het plangebied in de NDFF (2014 – 2019) en gebaseerd op het voorgaand onderzoek. Soort Nederland Soort wetenschappelijk Bescherming* Rode lijst Vogels Buizerd Buteo buteo Wnb-vrl Huismus Passer domesticus Wnb-vrl Gevoelig Oehoe Bubo bubo Wnb-vrl Gevoelig Ooievaar Ciconia ciconia Wnb-vrl Ransuil Asio otus Wnb-vrl Kwetsbaar Zoordieren - overige zoogdieren Bosmuis Apodemus sylvaticus Wnb-andere soorten Bunzing Mustela putorius Wnb-andere soorten Eekhoorn Sciurus vulgaris Wnb-andere soorten Egel Erinaceus europaeus Wnb-andere soorten Haas Lepus europaeus Wnb-andere soorten Konijn Oryctolagus cuniculus Wnb-andere soorten Ree Capreolus capreolus Wnb-andere soorten Steenmarter Martes foina Wnb-andere soorten Vos Vulpes vulpes Wnb-andere soorten Zoogdieren - vleermuizen Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus Wnb-hrl Laatvlieger Eptesicus serotinus Wnb-hrl Kwetsbaar Amfibieën Bruine kikker Rana temporaria Wnb-andere soorten Gewone pad Bufo bufo Wnb-andere soorten Reptielen Levendbarende hagedis Zootoca vivipara Wnb-andere soorten Gevoelig Insecten - dagvlinders Grote vos Nymphalis polychloros Wnb-andere soorten Kwetsbaar * Bescherming: wnb = Wet

natuurbescherming; hrl = Habitatrichtlijnsoort; vrl = Vogelrichtlijnsoort.

12

3.1.3

Veldbezoek Op 18 november 2019 is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied door dhr. R. Janssen, ecoloog bij Kragten. De weersomstandigheden waren hierbij bewolkt, droog, 9 °C en windkracht 2 Bft. Hierbij is gekeken naar de aanwezige biotopen en de daarbij te verwachte soorten in het gebied. Eventuele waarnemingen van (beschermde) planten- en diersoorten zijn genoteerd. Op basis van deze gegevens is het gebied op geschiktheid voor beschermde planten- en diersoorten beoordeeld.

3.2

Interpretatie In deze paragraaf wordt op basis van het literatuuronderzoek en het veldbezoek beschreven welke soorten voorkomen of te verwachten zijn binnen het plangebied en welke functie het plangebied mogelijk vervult voor deze soorten.

3.2.1

Flora Het veldbezoek is uitgevoerd in de late herfst, waardoor veel bomen reeds het blad hebben verloren en kruidensoorten niet meer zichtbaar zijn. Het is wel mogelijk om de geschiktheid van het plangebied voor beschermde plantensoorten te beoordelen op basis van het aanwezige biotoop en de voorgaande onderzoeken. Het plangebied betreft een restant van het voorheen aanwezige bosgebied ter plaatse van het Safari Resort. Zoals vermeld in het voorgaande flora- en faunaonderzoek, betrof dat bos een soortenarm en monotoon bosgebied. Het huidige plangebied biedt een meer divers bosaanbod, met de aanwezigheid van zowel naaldhout als spar en den en loofbomen als eik, els en berk, maar is niet veranderd sinds het onderzoek in 2015. Tijdens het voorgaand onderzoek werden ter plaatse geen beschermde soorten aangetroffen. Ook uit de NDFF komen geen beschermde plantensoorten naar voren binnen of in de omgeving van het plangebied. Op basis van deze informatie valt niet te verwachten dat beschermde planten voorkomen binnen het plangebied. Op de open delen is gras aanwezig, dat voorheen regelmatig gemaaid werd ten behoeve van een camping. Momenteel worden deze delen minder intensief gemaaid, maar worden er, gezien dit voorgaande beheer en gebruik, ook geen beschermde plantensoorten verwacht.

Op basis van het literatuuronderzoek en gezien het onveranderde plangebied, zijn beschermde plantensoorten binnen het plangebied niet te verwachten. Voorkomen beschermde planten: Beschermde plantensoorten worden niet verwacht binnen het plangebied.

3.2.2

Vogels Tijdens het veldbezoek werden de volgende vogelsoorten waargenomen binnen of in de directe omgeving van het plangebied: gaai, zwarte kraai, koolmees, merel, ekster en winterkoning. Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest, zoals voortgekomen uit het literatuuronderzoek, werden niet waargenomen tijdens het veldbezoek. In de bomen binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig van bijvoorbeeld buizerd of ransuil. Ook is bebouwing, welke bijvoorbeeld geschikt is als broedplaats voor huismussen, afwezig binnen en nabij het plangebied. Geen van de in de literatuur genoemde vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest zijn derhalve te verwachten binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek werden wel enkele soorten waargenomen, waarvan het nest jaarrond is beschermd wanneer kap van een nestboom leidt tot onvoldoende nestgelegenheid in de omgeving. Zogenaamde omgevingsscansoorten betreffen de zwarte kraai, koolmees en ekster. In een van de bomen werd een nest van de zwarte kraai waargenomen. Ook werden enkele holtes in bomen waargenomen, welke geschikt zijn als nestlocatie voor de koolmees. De in het voorgaand onderzoek waargenomen spechtenholen bevonden zich buiten de begrenzing van het plangebied. Nesten van ekster werden evenmin waargenomen.

In de omgeving van het plangebied, ter plaatse van het Safaripark en het Safari Resort, maar ook op grotere afstand zijn veel bomen aanwezig, welke alternatief nestbiotoop bieden voor deze omgevingsscansoorten. De aangetroffen (potentiële) nestplaatsen zijn derhalve niet jaarrond beschermd. De nesten zijn wel beschermd tijdens het broedseizoen, zoals dat van algemeen voorkomende broedvogelsoorten als merel, winterkoning en gaai. Deze soorten werden eveneens tijdens het veldbezoek waargenomen en hiervoor biedt het plangebied ook geschikt nestbiotoop. 13

Voorkomen vogels: Het plangebied biedt geschikt nestbiotoop voor algemeen voorkomende broedvogelsoorten.

3.2.3

Grondgebonden zoogdieren Uit het literatuuronderzoek blijkt het voorkomen van diverse algemeen voorkomende zoogdiersoorten, zoals bosmuis, egel en konijn in de omgeving van het plangebied. Een groot deel van deze waarnemingen is afkomstig uit de tijd dat het Safari Resort nog niet gerealiseerd was. Ondanks de realisatie zijn, gezien het bomenrijke karakter van het Safari Resort nog steeds diverse algemeen voorkomende soorten te verwachten binnen het plangebied. Zo werden er tijdens het veldbezoek diverse konijnenholen aangetroffen binnen het plangebied. De vegetatierijkere delen, zoals de graslanden en struwelen bieden ook beschutting voor andere kleine zoogdiersoorten, zoals bosmuis en egel. Voor grotere algemeen voorkomende zoogdiersoorten, zoals ree en vos is sinds de realisatie van het Safari Resort geen geschikt leefgebied meer aanwezig. Hiervoor is de verstoring van de omgeving te groot en de omvang van het plangebied te klein. Ook zeldzamere, meer kritische soorten zoals de bunzing en steenmarter, zijn gezien het omliggende Safari Resort en het gebrek aan voldoende leefgebied en schuilmogelijkheden, niet te verwachten. Gezien de opportunistische aard van de steenmarter is echter niet volledig uitgesloten dat de soort sporadisch voorkomt binnen het plangebied of de omgeving, op zoek naar voedsel of nieuw leefgebied.

Uit het literatuuronderzoek komt tot slot de eekhoorn naar voren. Van deze soort waren voordat het Safari Resort werd gerealiseerd circa twee paren met diverse nesten binnen het plangebied voor het Safari Resort aanwezig. Bij de realisatie van het Safari Resort is specifiek rekening gehouden met de aanwezigheid van de eekhoorn, mede doordat de soort past bij het karakter van een bomenrijk vakantiepark. Nestbomen en omliggende bomen werden bij de realisatie van het park behouden om effecten te voorkomen. Het mag derhalve verwacht worden dat ook nu nog steeds eekhoorns voorkomen binnen het Safari Resort. Tijdens het veldbezoek werd dan ook een potentieel eekhoornnest waargenomen binnen het plangebied, zie afbeelding 4. De omgeving van deze nestplaats, waartoe ook het Safari Resort behoort, maakt onderdeel uit van het leefgebied van de eekhoorn. Of dat het nest daadwerkelijk in gebruik is door de eekhoorn, is op basis van het verkennend veldbezoek niet vast te stellen. Voorkomen grondgebonden zoogdiersoorten: Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor kleinere, algemeen voorkomende zoogdiersoorten. Het is mogelijk dat de steenmarter sporadisch gebruik maakt van het plangebied als migratieroute. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor de eekhoorn, waarbinnen een potentieel nest aanwezig is.

3.2.4

Vleermuizen Uit de NDFF blijkt het voorkomen van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger in de omgeving van het plangebied. Uit voorgaande onderzoeken is beoordeeld dat het plangebied voor de realisatie van het Safari Resort geen belangrijk leefgebied bood voor vleermuizen. Na de realisatie van het Safari Resort is het plangebied geschikter geworden voor vleermuizen. Gezien de nieuwe staat van de vakantielodges, worden daar (nog) geen vleermuisverblijfplaatsen verwacht, maar in aanwezige boomholtes kunnen deze wel aanwezig zijn. Hiernaast is er dankzij afwisseling in het Safari Resort van bebouwing en verschillende soorten vegetatie een diversiteit aan geschikt foerageergebied aanwezig. Ook het plangebied maakt naar verwachting onderdeel uit van het foerageergebied van vleermuizen. Binnen het plangebied zijn hiernaast twee holtes in bomen waargenomen, welke mogelijk een geschikte verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen bieden, zie afbeelding 4. Doordat het voor vleermuizen mogelijk is om kris kras door het Safari Resort, en dus het plangebied, te vliegen, is er geen sprake van een specifieke vliegroute ter plaatse. Voorkomen vleermuizen: Het plangebied biedt twee boomholten die in potentie geschikt zijn als verblijfplaats. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen.

14

3.2.5

Amfibieën Tijdens het veldbezoek werden geen amfibieën waargenomen. Uit het literatuuronderzoek komen enkel algemeen voorkomende amfibiesoorten naar voren, zoals bruine kikker en gewone pad. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Voortplantingswater voor amfibieën is derhalve niet aanwezig binnen het plangebied. In de omgeving van het plangebied, op enkele locaties binnen het Safari Resort, zijn wel poelen aanwezig. Deze poelen zijn aangelegd bij de realisatie van het Safari Resort en daarom nog volop in ontwikkeling. Van optimaal voortplantingswater is derhalve geen sprake, maar het is mogelijk dat de voorkomende algemeen voorkomende amfibiesoorten van de poelen gebruik maken als voortplantingswater. Dankzij de aanwezigheid van hoger gras en struweel, biedt het plangebied voor deze, in de omgeving voorkomende amfibiesoorten, geschikt landbiotoop. Vanwege de afwezigheid van geschikte voortplantingswateren in de omgeving, is het uitgesloten dat zeldzamere amfibiesoorten voorkomen binnen en in de omgeving van het plangebied. Voorkomen amfibiesoorten: Het plangebied is geschikt als landbiotoop voor algemeen voorkomende amfibiesoorten.

3.2.6

Reptielen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat de levendbarende hagedis al jaren in de omgeving van het plangebied voorkomt, ter plaatse van de provinciale weg N269. Recent (2019) is een dood individu van de levendbarende hagedis gevonden binnen de begrenzing van het plangebied. Deze waarneming werd gedaan in een pak hooi, welke afkomstig is van de meest zuidelijk gelegen stal van het Safari Resort. Hierdoor is niet met zekerheid te zeggen dat dit individu ook daadwerkelijk uit het plangebied komt. Binnen het plangebied is een afwisseling aanwezig van bosschages, her en der struweel en open, grazige delen. Dergelijk biotoop biedt wel geschikt leefgebied voor de levendbarende hagedis. Ondanks dat tijdens de voorgaande onderzoeken nog geconcludeerd werd dat de soort niet voorkomt binnen het Safari Resort, wat destijds nog bosgebied was, kan dat nu niet meer met zekerheid gesteld worden. Op basis van de waarnemingen uit de omgeving en het geschikte biotoop binnen het plangebied wordt derhalve geconcludeerd dat het plangebied geschikt leefgebied biedt voor de levendbarende hagedis. Overige reptielsoorten komen niet voor in de omgeving van het plangebied. Het voorkomen van overige reptielsoorten binnen het plangebied valt derhalve ook niet te verwachten. Voorkomen reptielsoorten: Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor de levendbarende hagedis.

3.2.7

Overige soorten Tot slot blijkt uit het literatuuronderzoek dat de grote vos (dagvlinder) is waargenomen in de omgeving van het plangebied. Deze soort komt met name voor ter plaatse van vochtige open bossen, waar vooral iep, zoete kers en wilgensoorten de waardplanten vormen. Aangezien het plangebied een droog bosbiotoop betreft, waar ook de noodzakelijke waardplanten ontbreken, valt niet te verwachten dat de grote vos voorkomt binnen het plangebied. Ook overige beschermde soorten, zoals libellen of vissen, worden op basis van het literatuuronderzoek en de aanwezige biotopen niet verwacht. Hoewel niet meer beschermd, is binnen het plangebied wel een nest van de rode bosmier aangetroffen. Gezien de waardevolle functie die deze soort vormt voor bosbiotopen, is het van belang dergelijke nesten te behouden. Bij de realisatie van het Safari Resort is er ook voor gekozen om deze nesten te behouden. De ligging van het nest is weergegeven in afbeelding 4. Voorkomen overige beschermde soorten: Overige beschermde soorten zijn afwezig in het plangebied en de omgeving. Hoewel niet beschermd, is binnen het plangebied een nest van de rode bosmier aanwezig.

15

Afbeelding 4 Locaties van de aangetroffen boomholten, potentieel eekhoornnest en het bosmierennest binnen het plangebied (rood omlijnd). Bron luchtfoto: PDOK-viewer.

16

4

BESCHERMDE GEBIEDEN In dit hoofdstuk is aangegeven of het plangebied binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden gelegen is. Ook is nagegaan of binnen het plangebied houtopstanden aanwezig zijn die vallen onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Hilvarenbeek. In bijlage 1 is een korte toelichting van de Wet natuurbescherming opgenomen.

4.1

Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen of aangrenzend aan een Natura 2000-gebied. De meest nabij gelegen gebieden betreffen ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’, ‘Kempenland-West’ en ‘Regte Heide & Riels Laag’, welke respectievelijk op 3,5 kilometer, 4,5 kilometer en 5,5 kilometer afstand zijn gelegen, zie afbeelding 5.

Afbeelding 5 gebieden.

4.2

Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van de omliggende Natura 2000-

Provinciale gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich niet binnen of aangrenzend aan het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het meest nabij gelegen onderdeel van het NNB bevindt zich ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van de N269, op circa 100 meter afstand, zie afbeelding 6.

17

Afbeelding 6 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Brabant (bron: Natuurbeheerplan Brabant).

4.3

Houtopstanden Gezien de ligging van het Safaripark en het Safari Resort, buiten de omliggende dorpskernen, wordt er momenteel van uit gegaan dat het plangebied ook buiten de bebouwde kom is gelegen. Dit is een belangrijk gegeven in het kader van de noodzaak voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen. Doordat geen vastgestelde kaart beschikbaar is voor de grenzen van de bebouwde kom van de gemeente Hilvarenbeek, kan dit niet met zekerheid gesteld worden. Een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen is binnen de gemeente Hilvarenbeek nodig voor bomen die dikker zijn van 20 centimeter (diameter) op een hoogte van 1,30 meter boven maaiveld. Gezien de grote van de bosschages binnen het plangebied (> 1.000 m2), dient er, indien het plangebied gelegen is buiten de bebouwde kom, ook een melding voor het kappen van een houtopstand gedaan te worden bij de provincie Noord-Brabant.

18

5

EFFECTEN VOORGENOMEN INGREPEN Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de voorgenomen ingrepen en het toekomstig gebruik in het plangebied op de (mogelijk) voorkomende beschermde soorten. Ook wordt aandacht besteed aan de gevolgen van de voorgenomen ingrepen voor de beschermde gebieden.

5.1

Beschermde soorten Uit hoofdstuk 3 is gebleken, dat binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen of voor kunnen komen. Per soortgroep worden de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ingreep aangegeven.

5.1.1

Flora Zoals beschreven in paragraaf 3.2.1 zijn beschermde plantensoorten niet te verwachten binnen het plangebied.

5.1.2

Vogels Het plangebied biedt geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende broedvogelsoorten (Wnbbeschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten) tijdens het broedseizoen (globaal van half maart tot half juli). Als gevolg van de toekomstige inrichting van het plangebied verdwijnt mogelijk een deel van dit geschikte broedbiotoop. De te behouden bomen binnen het plangebied en de vegetatie in de omgeving bieden echter voldoende geschikt alternatief broedbiotoop voor deze vogelsoorten. Van permanente effecten is derhalve geen sprake. Ten behoeve van de ontwikkeling binnen het plangebied dienen wel bomen en struiken gekapt te worden, wat leidt tot tijdelijke verstoring of vernietiging van aanwezige nestplaatsen. Wanneer de kapwerkzaamheden uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen, kunnen broedende vogels mogelijk gedood worden en broedsels verloren gaan.

5.1.3

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor diverse algemeen voorkomende zoogdiersoorten (Wnbbeschermingsregime andere soorten), zoals konijn en egel. Daar waar vegetatie behouden blijft, is in de toekomstige situatie naar verwachting ook weer geschikt leefgebied voor deze soorten aanwezig. Ook de groene omgeving van het Safari Resort biedt voor deze soorten leefgebied. Van een permanent negatief effect is daarom geen sprake. Gezien de grote hoeveelheid geschikt leefgebied in de omgeving van het plangebied, worden tijdelijke negatieve effecten evenmin verwacht. Wel dient er tijdens de werkzaamheden rekening gehouden te worden met de zorgplicht (Wnb artikel 1.11), zie hiervoor paragraaf 6.1.2. Naast algemeen voorkomende soorten, is het niet uitgesloten dat de steenmarter (Wnb-beschermingsregime andere soorten) sporadisch voorkomt binnen het plangebied. Het betreft in dit geval enkel doortrekkende individuen, op zoek naar voedsel of nieuw leefgebied. Doordat de omgeving van het plangebied ook een groene omgeving biedt, met diverse beschutte looproutes, leidt de ontwikkeling niet tot een negatief effect op de soort. Bovendien is het plangebied na afloop van de werkzaamheden weer toegankelijk voor de steenmarter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082538/1