11 bp Klein Westerwijksestraat 5 (3 bijlage Toelichting)
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
Toelichting
LS Plan & Advies Adres
:
Berktweg 3 5076 PA Haaren
KvK-nr. Tel. E-mail Website
: : : :
67701051 06 31 58 00 26 linda@lsplanadvies.nl www.lsplanadvies.nl
Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
Plangegevens Plannaam
:
Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek
Gemeente IMRO-code Status
: : :
Hilvarenbeek NL.IMRO.0798.BPKLWesterwstr5-VG01 Definitief
Opgesteld door Projectnr.
: :
ing. L.M.M. Soetens 1817-5
Datum
:
Mei 2022
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING..................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel .................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ............................................................................................ 5 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 5 2. PLANBESCHRIJVING .................................................................................................................. 6 2.1 Beschrijving omgeving .............................................................................................................. 6 2.2 Beschrijving huidige situatie plangebied ................................................................................... 7 2.3 Nadere beschrijving planvoornemen ...................................................................................... 10 2.4 Geldend bestemmingsplan ..................................................................................................... 13 2.5 Verkeer en parkeren ...............................................................................................................
14 2.6 Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap ........................................... 16 3. BELEIDSKADER ........................................................................................................................ 20 3.1 Rijksbeleid............................................................................................................................... 20 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................. 20 3.1.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) .... 22 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................ 23 3.2 Provinciaal beleid .................................................................................................................... 24 3.2.1 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 ............................................................... 24 3.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ ..................................................................... 26 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................... 27 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................
33 3.3.1 Structuurvisie Hilvarenbeek en Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek .................... 33 3.3.2 Strategie Vitaal Beeks Buiten. Niet-agrarische functies. ................................................ 34 4. OMGEVINGSASPECTEN ........................................................................................................... 36 4.1 Bodem..................................................................................................................................... 36 4.2 Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................... 39 4.3 Geluid - industrielawaai .......................................................................................................... 44 4.4 Veehouderijen en geur ........................................................................................................... 45 4.5 Veehouderijen en volksgezondheid ........................................................................................ 48 4.6 Spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen ........................................................................ 52 4.7 Geluid - wegverkeerslawaai....................................................................................................
54 4.8 Waterhuishouding ................................................................................................................... 55 4.9 Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 61 4.10 Natuurgebieden ...................................................................................................................... 62 4.11 Flora en fauna ......................................................................................................................... 64 4.12 Externe veiligheid ................................................................................................................... 67 4.13 Kabels, leidingen en hoogspanningsverbindingen ................................................................. 69 4.14 Cultuurhistorie ......................................................................................................................... 70 4.15 Archeologie ............................................................................................................................. 72 4.16 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ......................................................... 75 5. JURIDISCHE PLANTOELICHTING............................................................................................
77 5.1 Opbouw bestemmingsplan ..................................................................................................... 77 5.2 Toelichting verbeelding ........................................................................................................... 77 5.3 Toelichting regels .................................................................................................................... 78 6. UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................... 80 6.1 Financiële uitvoerbaarheid...................................................................................................... 80 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid en procedure .................................................................... 80 6.2.1 Procedure algemeen ....................................................................................................... 80 6.2.2 Omgevingsdialoog .......................................................................................................... 80 6.2.3 Vooroverleg ..................................................................................................................... 80 6.2.4 Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ..........................................................................
81 BIJLAGEN........................................................................................................................................... 82
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
3
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Aan Klein Westerwijksestraat 5 te Hilvarenbeek, in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek, is een bedrijfslocatie van een (vrachtwagen)garagebedrijf gevestigd. Initiatiefnemer heeft de planlocatie aangekocht, voornemens om zijn bedrijf aldaar te vestigen. Initiatiefnemer exploiteert, momenteel op een bedrijfslocatie elders, een bedrijf met als hoofdproduct stalinrichting. Het betreft daarbij zowel het vervaardigen en/of leveren, als monteren ervan. Producten betreffen bijvoorbeeld ligboxen, voederhekken, (metalen en kunststof) roostersystemen, hokafscheiding en hekwerken, luchtkanalen, luchtinlaat- en ventilatiesystemen, stalverwarming, staldeuren, voer- en watervoorzieningen e.d. Op de bedrijfslocatie vindt enerzijds met name de metaalbewerking en assemblage plaats t.b.v. de stalinrichting en agrarische onderdelen ten behoeve van landbouwmechanisatie. Naast het in eigen werkplaats vervaardigen van deze stalinrichting, worden de producten bovendien bij de afnemers op locatie geleverd en volledig gemonteerd. Het andere deel van de bedrijfsbebouwing, niet zijnde de werkplaats, is dus voor deze werkzaamheden ingericht. Na levering en montage blijft het bedrijf betrokken als serviceverlener / servicemonteurs gedurende het gebruik, onderhoud en reparatie van de geleverde producten (stalinrichting en installaties).
Het bedrijf verzorgt vrijwel alle activiteiten rondom de nieuwbouw, renovatie, onderhoud en vernieuwingen van stalinrichting en stalsystemen. Naast de werkplaats voor het vervaardigen van de goederen is er dus anderzijds ook sprake van opslag en stalling van bedrijfsvoertuigen, gereedschappen en materieel, gereed product, stalinrichtingonderdelen die niet zelf vervaardigd worden, voor het montage- en servicegedeelte van het bedrijf. Als nevenactiviteit is er tevens sprake van het verhandelen (en monteren) van kozijnen (lichtstraten stallen, kozijnen stallen, kozijnen bedrijfswoningen e.d.), ook in overwegende mate ten behoeve van de agrarische sector. Gelet op het bovenstaande betreft het bedrijf een agrarisch technisch hulpbedrijf, dit betreft een bedrijf geheel of in overwegende mate gericht op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven. Het bedrijf beschikt over een goedlopende klantenkring en orderportefeuille. Tevens is het personeel grotendeels afkomstig uit Hilvarenbeek en de omliggende dorpen. De klantenkring beslaat een groot deel van zuid Nederland en Belgisch Vlaanderen. De afgelopen jaren is het bedrijf hard gegroeid, waardoor de huidige bedrijfslocatie in omvang te gering is geworden. Hilvarenbeek is door de ligging, het personeel en de klantenkring de meest gewenste uitvalsbasis voor het bedrijf.
Initiatiefnemer was daarom zoekende naar een nieuwe bedrijfslocatie, in Hilvarenbeek, voor de vestiging en doorontwikkeling van zijn bedrijf. Doelstelling is dus de vestiging van het bedrijf aan Klein Westerwijksestraat 5 te Hilvarenbeek. Om te kunnen voorzien in de benodigde ruimte (werkplaats en opslag) is daarbij tevens doelstelling om de aanwezige bedrijfsbebouwing uit te breiden met een nieuw te bouwen loods van circa 1.700 m 2. In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014’ heeft de locatie een bestemmingsvlak met de enkelbestemming ‘Bedrijf’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 14’ toegekend gekregen. Hierdoor is ter plaatse een garagebedrijf toegestaan. Doordat het voornemen echter geen betrekking heeft op een garagebedrijf, maar op een constructiewerkplaats, leverancier, montage- en servicebedrijf voor stalinrichting en aanverwant, is een herziening van het bestemmingsplan benodigd. Naast deze functiewijziging voorziet het bestemmingsplan bovendien in de gewenste nieuwbouw van een bedrijfsloods. Het geldende bestemmingsplan bevat geen binnenplanse mogelijkheden (afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden) om het voornemen in haar geheel te realiseren. Derhalve is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Op 2 februari 2021 is door het college van burgemeester en
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
4
wethouders van de gemeente Hilvarenbeek een positief principebesluit genomen ten behoeve van medewerking aan het voornemen (kenmerk 20uit02158). Onderhavig plan heeft als doelstelling om de voorgenomen ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
De planlocatie is geadresseerd Klein Westerwijksestraat 5 (bedrijfsgebouw), 5A (bedrijfswoning) en 3B (kantoor), 5081 HC te Hilvarenbeek. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, perceelnummers 1241, 1242, 2408 en 2409. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 12.010 m2 en is aangeduid op Afbeelding 1.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied (rood omkaderd) op luchtfoto, met kadastrale ondergrond. (Bron: PDOK Viewer)
1.3
Leeswijzer
In dit eerste hoofdstuk is het planvoornemen ingeleid, waarbij de aanleiding, het doel en de ligging en begrenzing van het plangebied kort zijn behandeld. Het tweede hoofdstuk bevat een meer uitgebreide toelichting op het planvoornemen en de omgeving. Hoofdstuk 3 behelst een toetsing van het planvoornemen aan respectievelijk het Rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Het daarop volgende hoofdstuk bevat een weergave van en een toetsing aan de relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 is de juridische plantoelichting opgenomen en in het laatste hoofdstuk worden de uitvoerbaarheid en procedure besproken.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
5
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1
Beschrijving omgeving
De locatie is gelegen in het buitengebied van Hilvarenbeek, in het buurtschap Westerwijk. Op Afbeelding 2 is de ligging van het plangebied weergegeven, ten opzichte van een ruimere omgeving. In westelijke richting is op hemelsbreed circa 140 m afstand de provinciale weg N269 gelegen. Dit betreft een gebiedsontsluitingsweg, ter verbinding van Tilburg met Hilvarenbeek en Reusel. De N269 wordt vanaf de planlocatie bereikt via de Leisenweg en Tilburgseweg. Het betreft daarbij een zeer directe verbindingsroute. In noordelijke en noordoostelijke richting bevindt zich, op een afstand van circa 600 meter, de Beekse Bergen (waaronder het safaripark, het vakantiepark, het event center en speelland). In zuidoostelijke richting is de kern van Biest-Houtakker op een afstand van circa 1,4 kilometer gelegen. De bebouwde kom van Hilvarenbeek is gelegen op circa 1,5 kilometer in zuidelijke richting. De locatie bevindt zich in een gemengde omgeving, met omliggende functies als verspreidliggende burgerwoningen in het buitengebied, (voormalige en nog actieve) agrarische bedrijven, niet-agrarische bedrijvigheid en landbouwgronden.
Afbeelding 2: Ligging plangebied (globaal rood omkaderd) ten opzichte van een ruimere omgeving. (Bron: Topo Tijdreis)
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
6
2.2
Beschrijving huidige situatie plangebied
In de huidige situatie is in het plangebied aan de Klein Westerwijksestraat 5 te Hilvarenbeek een bedrijfslocatie van een (vrachtwagen)garagebedrijf gevestigd. Navolgende afbeeldingen bevatten een weergave van de bestaande situatie. De bedrijfslocatie is grotendeels verhard en bevat aan de voorzijde een directe ontsluiting vanaf de Klein Westerwijksestraat (met een verhard erf dat op de perceelsgrens overgaat in de openbare weg). Aan de achterzijde is een extra inrit om het (afgesloten) verharde achterterrein te bereiken. Het is niet mogelijk om dit deel vanaf het overige deel van het erf te bereiken. Deze ruimte wordt gebruikt voor het parkeren van vrachtwagens, en het laden en lossen aan de achterzijde van de bedrijfsloodsen. Centraal op de bedrijfslocatie is een loods (Klein Westerwijksestraat 5), met inpandige kantoorruimte aanwezig. Direct aan de achterzijde van deze loods bevindt zich nog een kleinere open loods (in gebruik als wasplaats). Aan de voorzijde bevindt zich enerzijds de bedrijfswoning met privé bijgebouw (Klein Westerwijksestraat 5A) en een kantoor (Klein Westerwijksestraat 3B). Dit kantoor bevindt zich onder één kap met de naastgelegen burgerwoning (van derden) Klein Westerwijksestraat 3B. Op locatie is in de huidige situatie slechts in geringe mate beplanting aanwezig.
Het betreft een kleine hoeveelheid gecultiveerde beplanting aan de voorzijde van het bedrijfsterrein en daarnaast rondom de bedrijfswoning. De bedrijfswoning wordt robuust groen omkaderd door een (doorgeschoten) haag van conifeer (met een slechte staat van onderhoud). In de privétuin bevinden zich daarnaast diverse solitaire bomen en struiken. Onderdeel van het plangebied wordt bovendien gevormd door een strook (circa 15 m breed) naastgelegen landbouwgrond (grasland). Deze landbouwgrond en het bedrijf worden nu van elkaar afgescheiden middels een aardewal met een groenblijvende haag. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014’ heeft de planlocatie een bestemmingsvlak ‘Bedrijf’, met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 14’, toegekend gekregen met een omvang van 6.488 m2. Wegens deze functieaanduiding is ter plaatse een garagebedrijf toegestaan, met 2.020 m2 bedrijfsgebouwen, met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 5 en 8 m. Het achterliggende parkeerterrein, reeds onderdeel uitmakend van het bouwperceel, met een omvang van 3.630 m2, is bestemd met de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de functieaanduiding ‘parkeerterrein’. Het totale ruimtebeslag van het bedrijf is derhalve in de huidige situatie 10.118 m2.
Afbeelding 3: Luchtfoto huidige situatie Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek (voorzijde bedrijfslocatie). Afbakening plangebied globaal wit omkaderd weergegeven. (Bron: Raimond Weenink Bedrijfsmakelaardij B.V.)
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
7
Afbeelding 4: Luchtfoto huidige situatie Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek (achterzijde bedrijfslocatie). Afbakening plangebied globaal wit omkaderd weergegeven. (Bron: Raimond Weenink Bedrijfsmakelaardij B.V.)
Afbeelding 5: Luchtfoto huidige situatie Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek (achterzijde bedrijfslocatie). Afbakening plangebied globaal wit omkaderd weergegeven. (Bron: Raimond Weenink Bedrijfsmakelaardij B.V.)
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
8
Afbeelding 6: Voorzijde bestaande bedrijfsloods. (Bron: Raimond Weenink Bedrijfsmakelaardij B.V.)
Afbeelding 7: Huidig ruimtebeslag bedrijfslocatie (10.118 m2) in bestemmingsplan ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014’.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
9
2.3
Nadere beschrijving planvoornemen
Zoals in Hoofdstuk 1 reeds inleidend toegelicht, is initiatiefnemer voornemens om aan de Klein Westerwijksestraat 5 te Hilvarenbeek zijn bedrijf te vestigen en door te ontwikkelen. Initiatiefnemer exploiteert een agrarisch technisch hulpbedrijf, zijnde een constructiewerkplaats, leverancier, montage- en servicebedrijf voor stalinrichting en aanverwant (zoals stalsystemen, onderdelen ten behoeve van landbouwmechanisatie). Daarnaast wordt als neventak een kozijnenhandel geëxploiteerd, eveneens overwegend ten behoeve van de agrarische sector. Initiatiefnemer exploiteert, momenteel op een bedrijfslocatie elders, een bedrijf met als hoofdproduct stalinrichting. Het betreft daarbij zowel het vervaardigen en/of leveren, als monteren ervan. Producten betreffen bijvoorbeeld ligboxen, voederhekken, (metalen en kunststof) roostersystemen, hokafscheiding en hekwerken, luchtkanalen, luchtinlaat- en ventilatiesystemen, stalverwarming, staldeuren, voer- en watervoorzieningen e.d. Op de bedrijfslocatie vindt enerzijds met name de metaalbewerking en assemblage plaats t.b.v. de stalinrichting en agrarische onderdelen ten behoeve van landbouwmechanisatie. Naast het in eigen werkplaats vervaardigen van deze stalinrichting, worden de producten bovendien bij de afnemers op locatie geleverd en volledig gemonteerd.
Het andere deel van de bedrijfsbebouwing, niet zijnde de werkplaats, is dus voor deze werkzaamheden ingericht. Na levering en montage blijft het bedrijf betrokken als serviceverlener / servicemonteurs gedurende het gebruik, onderhoud en reparatie van de geleverde producten (stalinrichting en installaties). Het bedrijf verzorgt vrijwel alle activiteiten rondom de nieuwbouw, renovatie, onderhoud en vernieuwingen van stalinrichting en stalsystemen. Naast de werkplaats voor het vervaardigen van de goederen is er dus anderzijds ook sprake van opslag en stalling van bedrijfsvoertuigen, gereedschappen en materieel, gereed product, stalinrichtingonderdelen die niet zelf vervaardigd worden, voor het montage- en servicegedeelte van het bedrijf. Als nevenactiviteit is er tevens sprake van het verhandelen (en monteren) van kozijnen (lichtstraten stallen, kozijnen stallen, kozijnen bedrijfswoningen e.d.), ook in overwegende mate ten behoeve van de agrarische sector. Gelet op het bovenstaande betreft het bedrijf een agrarisch technisch hulpbedrijf, dit betreft een bedrijf geheel of in overwegende mate gericht op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven. Het bedrijf beschikt over een goedlopende klantenkring en orderportefeuille. Tevens is het personeel grotendeels afkomstig uit Hilvarenbeek en de omliggende dorpen.
De klantenkring beslaat een groot deel van Zuid-Nederland en Belgisch Vlaanderen. De afgelopen jaren is het bedrijf hard gegroeid, waardoor de huidige bedrijfslocatie in omvang te gering is geworden. Hilvarenbeek is door de ligging, het personeel en de klantenkring de meest gewenste uitvalsbasis voor het bedrijf. Initiatiefnemer was daarom zoekende naar een nieuwe bedrijfslocatie, in Hilvarenbeek, voor de vestiging en doorontwikkeling van zijn bedrijf. De bestaande bedrijventerreinen van Hilvarenbeek bieden hierbij echter geen passende mogelijkheden voor bedrijfsvestiging in de benodigde omvang. Onderhavige bedrijfslocatie biedt, met voorliggende planologische regeling, ook op langere termijn voldoende toekomstperspectief voor het bedrijf. Doelstelling is dus de vestiging van het bedrijf aan Klein Westerwijksestraat 5 te Hilvarenbeek. Om te kunnen voorzien in de benodigde ruimte (o.a. werkplaats en opslag) is daarbij tevens doelstelling om de aanwezige bedrijfsbebouwing uit te breiden met een nieuw te bouwen loods van circa 1.700 m 2. Op Afbeelding 8 en Afbeelding 9 is de beoogde situatie weergegeven. Het planvoornemen heeft enerzijds betrekking op de functiewijziging van het (vrachtwagen)garagebedrijf naar het beoogde agrarisch technisch hulpbedrijf. Daarnaast vindt aan de achterzijde van de bestaande loods, de beoogde nieuwbouw van een loods van circa 1.700 m 2 plaats.
Dit om voldoende binnenruimte te hebben voor de constructiewerkplaats en de opslag van producten en materieel. Daarnaast vinden wijzigingen in de indeling van het bedrijf plaats. Aan de voorzijde van
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
10
het bedrijf zal voorzien worden in een passende landschappelijke inpassing, zie tevens Afbeelding 9. Hierdoor wordt het ruimtebeslag aan de voorzijde ingeperkt. Door de uitbreiding van de bedrijfsloods aan de achterzijde, met een nieuw te bouwen bedrijfsloods, wordt ook het parkeerterrein aan deze zijde ingeperkt. Dit parkeerterrein wordt in de beoogde situatie blijvend gebruikt voor parkeren en laden en lossen. Het benodigde ruimtebeslag voor deze functie is echter bij onderhavig bedrijf geringer, dan bij een vrachtwagengaragebedrijf (met de benodigde stalling van vrachtwagens). De aanwezige bedrijfsbebouwing wordt vooralsnog op locatie behouden en enkel van functie gewijzigd. Wel wordt deze bebouwing waar nodig verbouwd / gerenoveerd (bijvoorbeeld de voorgevel van de bestaande bedrijfsloods). Daarnaast wordt een nieuwe loods gerealiseerd, met een omvang van 1.700 m2. Om deze loods te kunnen realiseren wordt het bestemmingsvlak van vorm veranderd. De rechtstreeks toegestane goot- en bouwhoogte van de nieuwe bedrijfsloods bedraagt respectievelijk 6 m en 9 m. De bestaande bedrijfsbebouwing is plat afgedekt en heeft hierdoor een goot- en bouwhoogte van 6 m. Het bestemmingsplan voor het buitengebied van Hilvarenbeek schrijft voor nieuwbouw van bedrijfsgebouwen echter een minimale dakhelling (tussen de 12⁰ en 45⁰) voor. Dit vanwege de gewenste esthetiek in het buitengebied.
Initiatiefnemer heeft het bouwplan voor de nieuwe loods op hoofdlijnen reeds uitgewerkt (schetsplan). Vooralsnog is de insteek om de nieuw te bouwen loods uit te voeren met een dubbele kap. Hierbij zal de goothoogte aansluiten bij de bestaande bebouwing, namelijk 6 m. De dubbele kap is omdat de overspanning bij een enkele kap constructief te groot wordt. Een driedubbele kap is echter niet gewenst in verband met extra spantbenen in de loods / werkruimte. Die extra spantbenen zijn minder gewenst, aangezien deze zorgen voor extra beperkingen in de werkruimte (en eventuele risico’s met betrekking tot het aanrijden van spanten door het inpandig rondrijden met heftrucks e.d.). Vanwege de bedrijfsvoering is het bovendien wenselijk om inpandig te werken met een bovenloopkraan / kraanbaan, ten behoeve van het inpandig laden, lossen en verplaatsen van materiaal. Om ook vrachtwagens inpandig te kunnen laden en lossen (voorkomen van hinder naar de omgeving), is een minimale (doorrijd)hoogte hiervoor van 5 meter gewenst. Daarom wordt voor de goothoogte aangesloten bij de bestaande bouw van 6 meter. Hierboven zijn nog (in de kap) technische installaties en voorzieningen gewenst (o.a. isolatie / warmte terug winning t.b.v. duurzaam gebruik energie).
Met voorliggende uitgangspunten, namelijk toepassing van een kapconstructie, een goothoogte van 6 meter, en een minimale dakhelling van 12⁰ is een bouwhoogte van 9 meter benodigd. De voorgestelde goot- en bouwhoogte zijn bovendien passend te achten voor het buitengebied, mede ook gelet op de regels uit het moederplan (standaard rechtstreeks toegestane bouwregels voor agrarische bedrijfsgebouwen goothoogte 6 meter, bouwhoogte 10 meter). In de beoogde situatie is sprake van een bestemmingsvlak ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’, met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 1’, van 6.350 m2. De aanduiding ‘parkeerterrein’ heeft in de beoogde situatie een omvang van 2.160 m2. Het totale ruimtebeslag voor het bedrijf is derhalve in de beoogde situatie in totaal 8.510 m2. Dit betreft een afname in het ruimtebeslag van ruim 1.600 m2 ten opzichte van de huidige situatie (10.118 m2). Het bedrijf zal aan de voorzijde worden voorzien van een representatieve landschappelijke inpassing. Op de strook landbouwgrond op het oostelijk deel van het plangebied zal worden voorzien in een meer robuuste landschappelijke inpassing, in aanvulling op de bestaande aardewal met haag, namelijk een houtsingel met struweel, bloemrijk grasland en een natuurvriendelijke oever. De gronden die in de beoogde situatie ingezet worden voor groen hebben een totale omvang van 3.500 m2.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
11
Afbeelding 8: Globale situatietekening beoogde situatie.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
12
Afbeelding 9: Inrichtingsschets beoogde situatie. (Bron: Landschappelijk inpassingsplan Orbis)
De beoogde bedrijfsopzet is niet passend in de geldende bestemming (met name wegens de toegestane bedrijfsactiviteiten en de toegestane omvang bedrijfsbebouwing). Derhalve zal het bestemmingsplan worden herzien. Onderhavig plan heeft als doelstelling om de beoogde bedrijfsopzet mogelijk te maken.
2.4
Geldend bestemmingsplan
Het vigerende planologische regime voor de planlocatie betreft het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014’, als vastgesteld d.d. 13 maart 2014. Na deze periode zijn nog een 2-tal reparatieplannen (‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’ (2017) en ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ (2020)) vastgesteld. Deze reparatieplannen hebben voor onderhavige planlocatie geen relevante veranderingen tot gevolg gehad. Onderdeel van het geldende planologische regime wordt bovendien gevormd door het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’, als vastgesteld d.d. 8 november 2018. Dit parapluplan heeft als belangrijkste doel dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. De normstelling is daarbij opgenomen in de gemeentelijke parkeernota, of wel de ‘Beleidsregels parkeren van de gemeente Hilvarenbeek’, zoals opgenomen in het door de gemeenteraad op 16 juli 2015 vastgestelde ‘Parkeerbeleidsplan 2015 – 2020’. In het vigerende planologische regime, zie tevens Afbeelding 10, heeft de locatie de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend gekregen: Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
13
• • • • • •
Enkelbestemming ‘Bedrijf’ (omvang 6.488 m2); Functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 14’; Enkelbestemming ‘Agrarisch’; Functieaanduiding ‘parkeerterrein’ (omvang 3.630 m 2); Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ (deels); Gebiedsaanduiding ‘overige zone – kampenlandschap (deels).
Door deze toegekende bestemming is ter plaatse een niet-agrarisch bedrijf toegestaan, betreffende een garagebedrijf met een bedrijfswoning en maximaal 2.020 m 2 oppervlakte bedrijfsgebouwen (exclusief bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken). Doelstelling is functiewijziging naar een agrarisch technisch hulpbedrijf en de uitbreiding van de toegestane omvang bedrijfsgebouwen. Het bestemmingsplan voorziet niet in passende bepalingen om het planvoornemen in volledigheid te kunnen faciliteren. Derhalve wordt het voornemen juridischplanologisch mogelijk gemaakt door middel van een herziening van het bestemmingsplan ex artikel 3.1, eerste lid Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Afbeelding 10: Uitsnede vigerend bestemmingsplan i.c.m. een kadastrale ondergrond en een luchtfoto, plangebied rood omkaderd weergegeven. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
2.5
Verkeer en parkeren
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen of de parkeerbehoefte. Het is daarom van belang om te beschouwen welke veranderingen op treden en welk effect dit heeft op verkeer en parkeren.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
14
Verkeer In de huidige situatie is ter plaatse een vrachtwagengarage gevestigd. In de beoogde situatie wordt op locatie een bedrijf gericht op het totaalaanbod van stalinrichting en aanverwante producten geëxploiteerd, met als nevenactiviteit kozijnenhandel. Hierbij is in hoofdzaak sprake van verkeersbewegingen van licht verkeer (personenwagens en bestelwagens) t.b.v. personeel en klanten. Daarnaast is gering sprake van zwaar verkeer (aantal vrachtwagens per dag) ten behoeve van het laden en lossen van goederen. De verkeersgeneratie van de beoogde situatie (zeker ten aanzien van vrachtwagens) zal dus afnemen ten opzichte van de huidige situatie, het vrachtwagengaragebedrijf. Uit het bijgevoegde akoestisch onderzoek (Bijlage 4) volgt voor de beoogde bedrijfssituatie een totaal van circa 84 voertuigbewegingen per dag (dus 42 voertuigen), waarvan 8 voertuigbewegingen zwaar verkeer (4 vrachtwagens). De hoofdontsluitingsroute is via de Leisenweg, Tilburgseweg, naar de provinciale weg N269. Vanuit deze weg kunnen verdere bestemmingen worden bereikt (o.a. Tilburg, Hilvarenbeek, A58, A65). Zwaar verkeer en externe bezoekers (leveranciers / klanten) zullen derhalve volledig gebruik maken van deze ontsluitingsroute.
De lichte verkeersbewegingen van het personeel zullen hoofdzakelijk ontsluiten via de Leisenweg en voor het overige via de Klein Westerwijksestraat (daarbij evenredig verdeeld over beide rijrichtingen). Door de ligging van het bedrijf in directe nabijheid van de N269 is er sprake van een passende ontsluitingssituatie. De bestaande ontsluitingswegen zijn geschikt voor de voorgenomen verkeersbewegingen en voor geen van de wegen geldt dat dit aantal verkeersbewegingen zal leiden tot verslechtering van de verkeersveiligheid. Parkeren De gemeente Hilvarenbeek heeft haar parkeerbeleid juridisch-planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’, als vastgesteld d.d. 8 november 2018. Dit parapluplan heeft als belangrijkste doel dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. De normstelling is daarbij opgenomen in de gemeentelijke parkeernota, of wel de ‘Beleidsregels parkeren van de gemeente Hilvarenbeek’, zoals opgenomen in het door de gemeenteraad op 16 juli 2015 vastgestelde ‘Parkeerbeleidsplan 2015 – 2020’. De parkeernormen als opgenomen in deze nota zijn afgeleid uit de landelijke parkeerkencijfers van het CROW. Deze cijfers worden landelijk gezien als betrouwbare kencijfers en vormen ook het referentiekader bij juridische parkeer-vraagstukken in Nederland.
De gemeente Hilvarenbeek kan hierbij ingedeeld worden in stedelijkheidsgraad 4, weinig stedelijk. Voor toepassing van de gemeentelijke parkeernota is onderhavig plangebied gelegen in het buitengebied. Het CROW hanteert hierbij een minimum en een maximum parkeerkencijfer. De gemeente Hilvarenbeek kiest ervoor om (toekomstige) parkeerproblemen zoveel mogelijk te voorkomen door in de parkeerbehoefte te willen voorzien, maar wil daarnaast ook geen overschot aan parkeerplaatsen te creëren. De bandbreedte van de minimale en maximale kencijfers worden daarom gebruikt als parkeernorm met een bandbreedte. In Bijlage 6 van het parkeerbeleidsplan is aangegeven welke eisen er worden gesteld aan het aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein in geval van een ruimtelijke ontwikkeling. De beoogde bedrijfsactiviteiten kunnen worden geclassificeerd als een ‘bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief’. Hiervoor geldt, in het buitengebied, een parkeerbehoefte van 2,1 (minimaal) – 2,6 (maximaal) parkeerplaatsen per 100 m 2 brutovloeroppervlak. In de beoogde situatie is er sprake van 3.720 m2 oppervlakte bedrijfsgebouwen. Dit leidt tot een theoretische parkeerbehoefte van 78,12 – 96,72 parkeerplaatsen. Dit is in de praktijk voor de beoogde bedrijfsvoering echter niet realistisch en een forse overschatting. Dit daar grote delen van de bedrijfsbebouwing ook in gebruik zijn voor opslag.
Uit het akoestisch onderzoek (Bijlage 4) volgt dat er sprake is van circa 20 benodigde parkeerplaatsen voor personeel en 5 parkeerplaatsen voor externe bezoekers / leveranciers. Deze ruimte wordt gevonden op het bestaande verharde voorterrein. Hier zullen niet concreet parkeervakken worden aangebracht, maar wordt het aanwezige erf gebruikt voor (flexibel) parkeren. Het voorterrein beschikt Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
15
over ruimschoots voldoende capaciteit voor de parkeerbehoefte ten behoeve van personeel en externe bezoekers. Daarnaast is er sprake van benodigde parkeerruimte en laden en lossen voor vrachtwagens. In deze ruimte wordt voorzien op het achterterrein, welke voorzien is van de functieaanduiding ‘parkeerterrein’. Deze functie heeft hierbij een omvang van circa 2.160 m2. Op de bedrijfslocatie wordt op eigen terrein voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, en laden en lossen. Op grond van voorgaande berekening dienen er, theoretisch gezien, tussen de 78 en 97 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd in het plangebied. In de praktijk zal blijken dat dit aantal parkeerplaatsen niet nodig zal zijn (feitelijke parkeerbehoefte circa 25 parkeerplaatsen personenauto’s ten behoeve van het bedrijf en aanvullend 2/3 parkeerplaatsen ten behoeve van het gebruik van de bedrijfswoning). Echter biedt het plangebied voldoende ruimte en gelegenheid om te voldoen aan dit parkeercriterium (verhard buitenerf en stallingsruimte in bedrijfsloodsen). Op het eigen erf wordt dus in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid. De openbare ruimte wordt met zekerheid niet aangewend ten behoeve van parkeren.
2.6
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering landschap
De ontwikkeling aan de Klein Westerwijksestraat 5 te Hilvarenbeek zal landschappelijk worden ingepast en gaat gepaard met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit is bovendien ook zoals voorgeschreven op grond van zowel het gemeentelijk, als het provinciaal ruimtelijk beleid. Door Orbis is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan is bijgevoegd als Bijlage 1 bij onderhavige toelichting. Voor het volledige plan wordt naar deze bijlage verwezen. Navolgend is een korte samenvatting en toelichting op de inhoud van dit plan opgenomen. Afbeelding 11 bevat een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan. De nummering van navolgende investeringsmaatregelen komt hierbij bovendien overeen met de nummering in Afbeelding 11. Het plangebied ligt in het buurtschap Westerwijk, wat deel uitmaakt van het kampen- en hoevenlandschap. Het landschappelijk karakter wordt hier doorgaans gekenmerkt door een organisch gevormd patroon van wegen en (indien aanwezig) waterlopen. De verkaveling vertoont eveneens een afwisselend en vaak onregelmatig beeld, waarbij landbouwgronden, houtwallen en bosjes veelvuldig voorkomen. Het landschapsbeeld is hierdoor sterk afwisselend en veelal kleinschalig van karakter. De kwaliteiten en het gebiedstype van het kampen- en hoevenlandschap is door de gemeente Hilvarenbeek uitgewerkt in de ‘Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek’ (2014).
Deze structuurvisie is dan ook toegepast bij de uitwerking van het landschappelijk inrichtingsplan. In de huidige situatie is weinig kwalitatieve begroeiing aanwezig. Een aanzienlijk deel van het projectgebied is verhard of bebouwd. Op enkele plaatsen is beplanting binnen het projectgebied aanwezig, het betreft een gecultiveerde siertuin aan de voorzijde van het erf, een haag op een aardewal aan de oostelijke begrenzing van de projectlocatie en een tuin rondom de bedrijfswoning. Op de projectlocatie worden diverse landschappelijke elementen aangelegd. Deze elementen zorgen voor een versterking van de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. Door de gekozen invulling is er zowel ecologische als landschappelijke waarde. De realisatie van nieuwe waterelementen draagt bij aan klimaatadaptatie (het tegengaan van verdroging en de mogelijkheid tot het afkoppelen van de nieuwbouw op deze poelen met natuurvriendelijke over). De volgende landschapselementen worden in het plangebied toegevoegd, dan wel behouden of versterkt. 1. Beukenhaag. Om een scheiding aan te brengen tussen de verschillende functies binnen het plangebied en als groene erfafscheiding richting de openbare ruimte worden enkele hagen aangeplant. Er is gekozen voor een beukenhaag, aangezien deze veelvuldig gebruikt wordt als afscheiding in de omgeving.
Het is daarmee ook een typerend element voor een kleinschalig Brabants landschap. 2. Bloemenrand. Op een tweetal locaties in het plangebied wordt het grasland ingezaaid met een bloemrijk mengsel. Dit biedt het grasland een hogere ecologische waarde, namelijk voedsel- en foerageervoorziening voor insecten, kleine zoogdieren en (akker)vogels.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
16
3. Solitaire bomen / laanbomen. Op de projectlocatie worden op diverse locaties solitaire bomen en laanbomen aangeplant. Dit zorgt voor de aankleding van de bedrijfsbebouwing en heeft ook een functie voor soorten. Door te kiezen voor diverse soorten wordt ook de ecologische waarde vergroot. 4. Sierstruiken. Aan de entreezijde van de projectlocatie worden enkele sierstruiken aangeplant om het geheel een zachter landschappelijk aanzicht te geven. Ook deze soorten leveren door de rijke bloeiwijze een bijdrage aan de ecologische waarde. 5. Leilindes. Aan de zuidzijde van het projectgebied worden enkele leibomen aangeplant. Dit om de bebouwing deels aan het zicht te onttrekken. Leibomen zijn bovendien een typisch element voor de Brabantse (boeren)erven en daarmee passend in de gebiedskarakteristiek van het buitengebied. 6. Border met vaste planten. Aangezien de voorzijde van het erf vrij intensief gebruikt wordt (rijroutes / parkeren) is het belangrijk dat hier stapstenen worden gerealiseerd voor o.a. vlinders en insecten. Hierin kan worden voorzien met de plaatsing van enkele borders met vaste planten. 7. Bestaande haag. Aan de huidige oostelijke begrenzing van het plangebied is een aardewal met groenblijvende haag gerealiseerd. Door deze aardewal wordt een groter effect verkregen voor het inpassen van de bedrijfsbebouwing en is er sprake van een jaarrond groen aanzicht.
De aanwezige haag biedt bovendien schuil- en nestelgelegenheid voor o.a. vogels. Deze haag wordt behouden en wordt aangevuld met een natuurrijke zone op een strook naastgelegen landbouwgrond. 8. Houtsingel. Op de strook landbouwgrond wordt een zone gecreëerd met hoge natuurrijke en ecologische waarde. Hiervoor wordt ten eerste over de gehele oostelijke perceelsgrens een houtsingel gerealiseerd, met een gevarieerd assortiment. Naast de ecologische waarde, zorgt dit voor een robuuste groene inpassing van de bedrijfsbebouwing. 9. Struweel. De houtsingel wordt aangevuld met een naastliggende gevarieerde struweelzone, ten behoeve van een goede mantel-zoomopbouw. 10. Waterelement met natuurvriendelijke oever. Op de oostelijke erfgrens wordt een waterelement gerealiseerd. Dit betreft een perceelssloot, met aangrenzende poelen met natuurvriendelijke oever. Het landschappelijk inpassingsplan geeft het plangebied zowel ecologisch, economisch als esthetisch toegevoegde waarde. Door de gekozen invulling wordt een bijdrage geleverd aan de landschappelijke kwaliteit, biodiversiteit en klimaatadaptatie. In het landschappelijk inpassingsplan is bovendien een berekening gemaakt voor de kosten van aanleg en instandhouding van de voornoemde landschappelijke inpassing. Dit op basis van de normbedragen uit de Subsidieregeling stimuleringskader landschap Noord-Brabant (STILA).
De landschappelijke kwaliteitsverbetering (aanleg en instandhouding) vertegenwoordigd een financiële waarde van €13.900,03.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
17
Afbeelding 11: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan. (Bron: Landschappelijk inpassingsplan Orbis)
Tevens voldoet de voorgestelde landschappelijke inpassing aan de gemeentelijke regeling inzake kwaliteitsverbetering. De gemeente Hilvarenbeek heeft zich hierbij geconformeerd aan de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015’. Deze regeling is een regionale uitwerking van de regels inzake de kwaliteitsverbetering van het landschap uit de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze regeling is voor initiatieven in het buitengebied een categorisering uitgewerkt, waarbij al naar gelang de categorie de mate van inspanning wordt bepaald. Hierbij worden de volgende categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden:
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
18
▪
▪
▪
Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap is vereist (geen landschappelijke inpassing en evenmin ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist). Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn, maar waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben (alleen landschappelijke inpassing vereist). Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen die niet toebehoren tot categorie 1 of 2 en waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap (zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist).
In onderhavige situatie betreft het de herbestemming van een niet-agrarisch bedrijf (huidig ruimtebeslag bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ en aanduiding ‘parkeerterrein’ circa 1,01 hectare) naar een agrarisch technisch hulpbedrijf (beoogd ruimtebeslag bestemmingsvlak ‘Bedrijf – Agrarisch verwant’, aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 1’ en aanduiding ‘parkeerterrein’ circa 0,85 hectare). In de werkafspraken is de vergroting van een bouwvlak van een agrarisch technisch hulpbedrijf tot 1 hectare aangemerkt als categorie 2. Hier is echter nog geen sprake van een bestaand agrarisch technisch hulpbedrijf. Er is wel reeds sprake van niet-agrarische bedrijvigheid, waarbij het ruimtebeslag (‘footprint’) wordt beperkt. Binnen dit ruimtebeslag wordt wel de omvang van de bedrijfsbebouwing uitgebreid. Het is derhalve ‘worst case’ om onderhavige ontwikkeling aan te merken als categorie 3. Derhalve, dient de waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van het plan te worden berekend. Vervolgens dient een landschappelijke investering te worden gedaan, van tenminste 20% van de waardevermeerdering. Hierbij dienen de normbedragen gehanteerd te worden als opgenomen in het gemeentelijke afsprakenkader. De gemeente Hilvarenbeek heeft deze normbedragen opgenomen in de uitvoeringsstrategie ‘Strategie Vitaal Beeks Buiten. Niet-agrarische functies.’.
Onderdeel van deze visie wordt bovendien gevormd door het werkdocument en rekenbestand ‘Bestemmingswinst en kwaliteitsverbetering landschap’, waarmee de rekenbedragen voor het berekenen van de benodigde kwaliteitsverbetering in het landschap zijn geüniformeerd. Deze berekening is in volledigheid nader uitgewerkt in Bijlage 2 van onderhavige toelichting. Het voornoemde rekenbestand hanteert een systematiek op basis van de bestemmingswaarde. Zowel in de huidige, als de beoogde situatie is sprake van een bestemmingsvlak voor een niet-agrarisch bedrijf met meer dan 800 m2 bedrijfsgebouwen. Doordat de omvang van het bedrijfs-bestemmingsvlak afneemt, evenals de omvang van het parkeerterrein en er een robuuste landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd is er sprake van een netto waardedaling van de gronden. Blijkens de berekening als opgenomen in Bijlage 2 van onderhavige toelichting is er sprake van een afname in de grondwaarde van €26.252. Hierdoor komt ook de benodigde landschappelijke investering negatief uit. Uit het rekenbestand van de gemeente volgt dat wordt voldaan aan het afsprakenkader en de vereiste investering in kwaliteitsverbetering van het landschap. Met de voorgenomen landschappelijke inrichting wordt het bedrijf adequaat landschappelijk ingepast en wordt voldaan aan het (provinciaal en gemeentelijk) vereiste van kwaliteitsverbetering van het landschap.
De provinciale regels vereisen bovendien dat de benodigde kwaliteitsverbetering van het landschap financieel, juridisch en feitelijk wordt geborgd. Deze zekerstelling wordt in het plan verkregen door opname van een voorwaardelijke verplichting die de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing verzekerd. Hierbij wordt het landschappelijk inpassingsplan bijgevoegd als bijlage bij de regels. De landschappelijke inpassing op het perceel van initiatiefnemer (aanleg en instandhouding) wordt hierdoor juridisch verankerd. Geconcludeerd wordt dat met de voorgenomen inrichting sprake is van een adequate landschappelijke inpassing en een kwaliteitsverbetering van het landschap.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
19
3.
BELEIDSKADER
De voorgenomen ontwikkeling dient te passen binnen het ruimtelijke beleid van de diverse overheidslagen, te weten het Rijk, de provincie en de gemeente. Navolgend zullen de beleidskaders van deze overheidslagen worden besproken. Daarnaast wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen dit beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De ruimtelijke structuurvisie op rijksniveau betreft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), als vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie, richting 2050, gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Geconcludeerd wordt dat we in Nederland staan voor een aantal urgente complexe maatschappelijke opgaven, op zowel lokaal, regionaal, nationaal als internationaal niveau. De NOVI beoogt perspectief te bieden om deze opgaven in gezamenlijkheid, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, aan te pakken, met regie vanuit het Rijk. Het kernbegrip is daarbij ‘omgevingskwaliteit’, betreffende ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met daarbij inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu.
Met een integrale samenwerking en met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de 4 nationale prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Wegens mondiale problematieken aangaande klimaatverandering en zeespiegelstijging, dienen keuzes voor functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer te worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Deze keuzes dragen bij aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland in 2050. Energietransitie is noodzakelijk, maar gaat ook gepaard met conflicterende belangen ten aanzien van ruimtegebruik en effecten op de lange termijn. De NOVI is daarom richtinggevend om bij de inpassing van energieinfrastructuur aandacht te behouden voor de kwaliteit van de leefomgeving. • Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; In het kielzog van de COVID-19-pandemie wordt hard gewerkt om de gevolgen voor de economie zoveel als mogelijk te beperken. Dat vraagt op korte termijn om ongekende overheidsingrepen en investeringen. Gezocht wordt naar mogelijkheden voor een co-creatie om deze interventies en investeringen ook ten goede te laten komen voor de lange termijn-ambities, namelijk het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving.
Aanvullend wordt bij locaties van kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra naast de vraag vanuit bedrijven, economische vitaliteit, de aansluiting op het verkeers- en vervoersnetwerk en het elektriciteitsnetwerk rekening gehouden met de aantrekkelijkheid en de kwaliteit van stad en land. Vanuit nationaal niveau wordt ingezet op actieve clustering van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (inter)nationale corridors. • Sterke en gezonde steden en regio’s; Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Er wordt ingezet op de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Doelstelling is om daar naartoe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt echter tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich daarbij in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief.
Belangrijke aandacht gaat uit naar het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. De COVID-19-
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
20
crisis onderstreept de waarde en het belang van een goede inrichting van de openbare ruimte voor het menselijk welbevinden. • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doelstelling is te komen tot een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waar ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied, als diverse economische sectoren. De waarde van de natuur, het landschap en de toekomst van de landbouw staan onder druk. Ook de verbetering van de biodiversiteit is daarbij een uitdaging. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn wordt daarom gewerkt aan een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Naast voornoemde prioriteiten zijn in de NOVI tevens 21 nationale belangen benoemd. De geformuleerde nationale ambities vragen veel van de leefomgeving. Een scala van belangen en claims moet een plek vinden binnen de totale oppervlakte van Nederland. Niet alles kan en niet alles kan overal. Dit leidt soms tot conflicterende belangen, waaruit gekozen moet worden. Het Rijk moet en wil in dit proces het voortouw nemen.
Vanuit de NOVI geeft het Rijk de kaders en richting mee voor zowel nationale als decentrale keuzes, waarbij de verantwoordelijkheid ligt bij alle partijen (Rijk, provincie, waterschappen, gemeenten, bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers) gezamenlijk. Dit om te komen tot de gezamenlijke beoogde transitie naar een duurzame en circulaire samenleving. De NOVI zal worden uitgevoerd o.a. in de vorm van Omgevingsagenda’s, programma’s en de Regionale Investeringsagenda’s. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond. Het betreft ‘omgevingsinclusief’ beleid, en de NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes die kunnen worden toegepast bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies (‘dubbele doelstelling’); 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Regie wordt bovendien aan andere overheden meegegeven in de vorm van voorkeursvolgorden voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo wordt vanuit het Rijksoverheid sturing gegeven aan beleidsmatige afwegingen en toekomstbestendige ontwikkelingen, waarbij op lokaal niveau de concrete uitwerking hiervan kan worden gemaakt.
De nationale strategische keuzes worden daarmee uitgewerkt tot gebiedsgericht maatwerk. Onderhavige ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken, in verhouding tot de prioriteiten en ambities uit de NOVI. Er is sprake van een bedrijfsmatige ontwikkeling op perceelsniveau. Hierbij wordt een bestaande bedrijfslocatie in het buitengebied ingezet voor de vestiging en ontwikkeling van een agrarisch technisch hulpbedrijf. Het totale ruimtebeslag (bestemmingsvlak ten behoeve van bedrijf en parkeerterrein) neemt hierbij af. Tevens wordt op locatie voorzien in een robuuste landschappelijke inpassing. De ontwikkeling draagt op haar schaalniveau bij aan een aantal van de genoemde nationale belangen. Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Tevens gaat de ontwikkeling gepaard met een goede leefomgevingskwaliteit en een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Dit o.a. door toevoeging van een robuuste landschappelijke inpassing (klimaatbestendigheid, biodiversiteit). Het planvoornemen voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Dit betreft een duurzaam en economische ontwikkeling met perspectief voor de toekomst in de sector waarin initiatiefnemer zich verkeert. Dit samengaand met versterking van de ruimtelijke kwaliteit en het zorgvuldig ruimtegebruik in het plangebied.
Het voornemen is daardoor passend binnen de gestelde ambities uit de NOVI. Gelet op het schaalniveau van het voornemen (perceelsniveau) is een nadere toetsing niet aan de orde.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
21
3.1.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende ministeriële regeling (Rarro) bieden de juridische kaders die nodig zijn om het ruimtelijk rijksbeleid als benoemd in de NOVI te borgen. De onderwerpen uit deze wettelijke regelingen dienen beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op decentraal niveau. Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is de planlocatie gelegen binnen de radarverstoringsgebieden van de radarstations Wemeldinge, Woensdrecht, Herwijnen en Volkel. De geldende bouwhoogte bedraagt 90 meter, inhoudende dat er een maximale bouwhoogte van 90 meter geldt t.o.v. NAP (met name voor windturbines). Een dergelijke bouwhoogte is bij het beoogde plan echter niet aan de orde. Dit zorgt ervoor dat de voornoemde bouwhoogte niet in het geding zal komen. Tevens is de planlocatie gedeeltelijk gelegen binnen een aangeduid zoekgebied voor buisleidingen van nationaal belang (voor vervoer van gevaarlijke stoffen), zie Afbeelding 12. De planlocatie is niet gelegen binnen het aangeduide voorkeurstracé. De relevante regels voor het voorkeurstracé en de bijbehorende zoekgebieden zijn opgenomen in Titel 2.9 van het Barro.
In artikel 2.9.2 is bepaald dat door de verantwoordelijk minister tracés voor een buisleidingenstrook worden aangewezen, met aan weerszijden een zoekgebied van 250 meter, gemeten vanaf de buitenste begrenzing van dat tracé. Artikel 2.9.3 van het Barro bepaalt dat een gemeenteraad het voorkeurstracé in bestemmingsplannen nader kan uitwerken, waarbij het voorkeurstracé in ieder geval gelegen blijft binnen het zoekgebied. Dit is dus ook de functie van het zoekgebied, namelijk dat de gemeenteraad deze kan betrekken bij de daadwerkelijke uitwerking. Artikel 2.9.4 bevat de belemmerende activiteiten, die enkel gelden voor het voorkeurstracé en dus niet voor de zoekgebieden. Eventuele belemmeringen in de zoekgebieden gaan pas gelden zodra een gemeenteraad heeft besloten om het leidingtracé binnen de zoekgebieden nader te gaan uitwerken. Artikel 2.9.4 bepaalt in hoofdzaak dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen het voorkeurstracé, geen (ten opzichte van het geldende planologische regime) nieuwe activiteiten moet toelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Het betreft bijvoorbeeld bouwplannen, de aanleg van wegen en watergangen, de realisatie van andere leidingstelsels, het bebossen e.d.
Het plangebied is volledig gelegen buiten het voorkeurstracé en enkel aan de rand van het 250 m brede zoekgebied. In het zoekgebied is o.a. het verharde voorerf, de bestaande bedrijfsloods en de bestaande bedrijfswoning aanwezig. Gelet op de ligging van de planlocatie aan de rand van het zoekgebied en de hier aanwezige bebouwing en voorzieningen, is het weinig logisch om ter plaatse het voorkeurstracé te realiseren. Bovendien is er al een bestaande aardgasleiding in het voorkeurstracé aanwezig. De beoogde nieuwbouw van de bedrijfsloods vindt nagenoeg volledig buiten het zoekgebied plaats. Voor de ligging binnen het zoekgebied gelden verder geen wettelijke restricties. Dit zou enkel anders kunnen zijn indien de gemeenteraad bezig is met de uitwerking van het voorkeurstracé en hierbij over deze gronden heen zou moeten gaan. Gelet op de ligging van de locatie aan de uiterste rand van het zoekgebied, en de hier reeds aanwezige bedrijfsbebouwing en infrastructuur, zorgt de ontwikkeling niet voor mogelijke belemmeringen inzake de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Met het voornemen zijn voor het overige geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden gemoeid.
Toelichting Bestemmingsplan ‘Klein Westerwijksestraat 5, Hilvarenbeek’
22
Afbeelding 12: Uitsnede kaart ‘Voorkeurstracés buisleidingen’ Rarro. Plangebied globaal rood omkaderd weergegeven. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. De vernieuwde vorm van dit toetsingsinstrument voor zorgvuldig ruimtegebruik bij stedelijke ontwikkelingen is op 1 juli 2017 in werking getreden. Dit motiveringsvereiste houdt in dat de toelichting bij een plan dat ‘een nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De ladder voor duurzame verstedelijking heeft als voornaamste doel om zuinig en zorgvuldig om te gaan met de realisatie van nieuwe stedelijke functies en om ongewenste leegstand te voorkomen. Bovendien wordt met de ladder bijgedragen aan de tendens dat stedelijke functies zo veel mogelijk moeten worden geconcentreerd in het bestaand stedelijk gebied en dat extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in het buitengebied in beginsel wordt voorkomen.