11 bp De Wederloop fase 1 (5 bijlage Toelichting)
Tekst van het document
De cultuurhistorische elementen zijn onder te verdelen in historisch geografische elementen en elementen die toebehoren aan de stedenbouw en architectuur. Tot de historische geografie behoren elementen die de hoofdstructuur van het landschap vormen. Dit patroon is gevormd door ontginningen, wegen, dijken, waterlopen, bossen, landgoederen, waterpartijen etc. Tot de categorie stedenbouw en architectuur behoren de elementen die het landschap verder invullen. Het gaat hier onder andere om beschermde monumenten en dorpsgezichten, waardevolle objecten zonder formele status, waterwerken (bijvoorbeeld bruggen en sluizen), economische activiteiten (bijvoorbeeld molens) en beschermde bomen. Binnen deze twee hoofdcategorieën zijn een aantal subcategorieën te benoemen, zoals de overige historische bouwkunst en de historische dorpsstructuren. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart waarop de ligging van de planlocaties is aangeduid.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
78
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Planlocatie Lage Haghorst 4 & Emmerseweg 13
Planlocatie Lage Haghorst 9
Planlocatie Emmerseweg 9s
Figuur 35: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart met legenda waarop de ligging van de planlocaties is aangeduid
7.3.2
Toets
7.3.2.1
Beoordeling van de omgeving
De gemeente Hilvarenbeek is gelegen in de Kempen. Dit betreft een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten- en ruggen. De vormingsgeschiedenis van de gemeente Hilvarenbeek heeft een grote diversiteit aan natuur en cultuurlandschappen opgeleverd. Het gebied bestond tot het einde van de 19e eeuw voornamelijk uit heide die dienst deed voor het weiden van schapen en het steken van plaggen en turf. Vanaf het einde van de 19e eeuw werd het gebied op grote schaal ontgonnen. In de gemeente liggen verschillende ontginningslandgoederen zoals Landgoed De Utrecht. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van beken en uitbreiding van de dorpen. De ontstaansgeschiedenis van de omgeving van het plangebied is omschreven in paragraaf 2.1 van deze toelichting. In de omgeving van het plangebied is aan Lage Haghorst 11 een cultuurhistorisch waardevolle boerderij gelegen. Dit betreft een langgevelboerderij onder schilddak uit circa 1935 die van cultuurhistorisch belang is wegens de ensemble waarden en het straatbeeld. Herbestemming van het plangebied heeft geen nadelig effect op de waarden van deze boerderij .
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
79
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
7.3.2.2 Beoordeling van het plangebied Binnen het plangebied zijn de gronden niet cultuurhistorisch waardevol. De Lage Haghorst en de Emmerseweg, de wegen waaraan de planlocaties gelegen zijn, zijn aangeduid als een wegen die voor het jaar 1840 al aanwezig waren. Deze verbindingen zijn hiermee geografisch waardevol. Aan de Emmerseweg is ter hoogte van de planlocatie aan Emmerseweg 13 historische laanbeplanting aanwezig. De bedrijfswoning aan Emmerseweg 13 wordt herbestemd naar een woonbestemming. De laanbeplanting blijft hierbij ongewijzigd. De ontwikkelingen binnen het plangebied tasten de cultuurhistorische waarden niet aan. De te slopen bebouwing binnen het plangebied is niet cultuurhistorisch waardevol. Deze herbestemming leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische waarden in de omgeving of binnen het plangebied. Met deze herbestemming en de herbestemming in fase 2 kan de Markische driehoek gelegen ten noorden van de planlocatie aan Lage Haghorst 9 landschappelijk versterkt worden in het landschap. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.4 van deze toelichting. Dit wordt in fase 2 verder versterkt door op termijn het historische karakter van het landschap gedeeltelijk terug te brengen door veel meer gebruik te maken van de natuurlijke geografische kenmerken van het gebied richting het beekdal van De Reuzel.
7.4
Archeologie
7.4.1
Beleidskader
7.4.1.1
Inleiding
De Erfgoedwet heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houdt de gemeente rekening met archeologische waarden. Ook maakt de gemeente meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven. 7.4.1.2
Gemeentelijk beleid
De gemeente Hilvarenbeek heeft een archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de hele gemeente vastgesteld. Op de archeologische beleidskaart zijn de bekende archeologische resten en verwachtingszones voorzien van beleidsuitgangspunten. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van deze kaart rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven óf archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied (bij een ruimtelijke onderbouwing) of de ingreep (bij een vergunning). Hierdoor is de kaart met name ook geschikt om de archeologische waarden in bestemmingsplannen te borgen. De gemeente Hilvarenbeek heeft hierbij ondergrenzen geformuleerd. Wanneer de ontwikkelingen de ondergrenzen niet overschrijden, is er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar om een vergunning te verlenen of de bestemming te wijzigen. Er hoeft dan ook geen archeo-
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
80
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
logisch onderzoek plaats te vinden. Wanneer de ondergrenzen wél worden overschreden, dienen de plannen te worden aangepast of zal de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek moeten laten uitvoeren. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de archeologische beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek, waarop de ligging van de planlocaties is aangeduid.
Planlocatie Lage Haghorst 4 & Emmerseweg 13
Planlocatie Lage Haghorst 9
Planlocatie Emmerseweg 9s
Figuur 36: Uitsnede Archeologische beleidskaart met legenda waarop de ligging van de planlocaties is aangeduid
7.4.2
Toets
De planlocaties zijn op de archeologiekaart aangeduid. Dit is in navolgende tabel weergegeven. Planlocatie
Aanduiding
Activiteit
Emmerseweg 9s
Archeologische vindplaats, categorie 3
Sloop stal met een omvang van circa 450 m² en herbouw woning op deze locatie.
Lage Haghorst 4 &
Deels middelhoge of onbekende en
Gesloopt is een stal met een omvang van
Emmerseweg 13
deels lage archeologische verwach-
800 m². Er is een varkensstal met een om-
tingswaarden, categorie 6 en 7
vang van circa 1.867 m² in aanbouw. Na sloop van deze stal vindt aanleg van een ecologische verbindingszone en realisatie
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
81
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
van beperkt nieuwe bebouwing op de saneringslocatie plaats. Lage Haghorst 9
Middelhoge of onbekende archeolo-
Sloop stallen en herbouw opstallen binnen
gische verwachtingswaarde
het bestaande agrarische bouwvlak
Tabel 11: Beeld van (beoogde) activiteiten binnen de planlocaties en de archeologische verwachtingswaarden
Binnen de drie planlocaties binnen het plangebied vindt sloop van stallen en putten voor de intensieve veehouderij plaats. De bodem is bij bouw van deze stallen geheel geroerd en omgezet voor funderen van de stallen en het uitgraven van de onderkeldering van deze stallen met putten. De sloop van de varkensstallen heeft geen verdere bodemverstoring tot gevolg. De nieuwbouwactiviteiten vinden plaats op de locaties waar ook de sloopwerkzaamheden en bodemverstoringen hebben plaatsgevonden. Aannemelijk is dat door de ontwikkeling geen archeologische waarden worden verstoord. Archeologische onderzoek is niet noodzakelijk bij deze herbestemming. De vondst van archeologische vondsten kan echter nooit volledig worden uitgesloten. Indien tijdens de bodemactiviteiten binnen het plangebied archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, dienen deze gemeld te worden bij de gemeente, conform Monumentenwet 1988, laatste wijziging van 1 september 2007, paragraaf 7, artikel 53 en verder.
7.5
Natuur en ecologie
7.5.1
Beleidskader
7.5.1.1 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura2000 gebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming dienen plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. 7.5.1.2
Stikstofdepositie
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura2000 gebied. Met Aerius Calculator wordt de stikstofdepositie bij een ontwikkeling bepaald. 7.5.1.3
Soortenbescherming
Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
82
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
7.5.2
Toets
7.5.2.1
Gebiedsbescherming
Ten westen van het plangebied is op een afstand van circa 750 meter tot het Natura2000 gebied ‘Kempenland-West gelegen. Op navolgende figuur is de ligging van de planlocaties ten opzichte van dit Natura2000 gebied weergegeven.
Planlocatie Lage Haghorst 4 & Emmerseweg 13
Planlocatie Lage Haghorst 9
Planlocatie Emmerseweg 9s
Figuur 37: Ligging planlocaties ten opzichte van het Natura2000 gebied geleden ten zuiden van Hilvarenbeek
De beoogde herbestemming van het plangebied is door de ligging van het plangebied op dermate grote afstand en ten opzichte van dit Natura2000 gebied en de aard van de ontwikkeling, zijnde sanering van drie intensieve veehouderijlocaties geen bezwaar. In samenhang met sanering van drie veehouderijlocaties worden een woning met bijgebouw, een bijgebouw bij een bestaande woning, een ecologische verbindingszone en zorgvoorzieningen binnen het agrarische bouwvlak gerealiseerd. Deze toe te voegen activiteiten en bouwmogelijkheden leiden tot een geringe toename van vervoersbewegingen met autoverkeer. In samenhang hiermee vervalt de emissie uitstoot van drie veehouderijlocaties waar varkens worden gehouden en vervalt al het vrachtverkeer dat voor het houden van varkens noodzakelijk is. Deze herbestemming heeft per saldo per definitie een positief effect op Natura2000 gebieden in de omgeving. 7.5.2.2
Stikstofdepositie
Voor deze herontwikkeling is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek, uitgevoerd door Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V., met datum 15 november 2021 en rapportnummer M217777.002/JSE behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna opgenomen. De in hoofdstuk 2 en 3 van het onderzoek uitgewerkte emissiebronnen met bijbehorende stikstofemissies zijn ingevoerd in het rekenmodel AERIUS-calculator. Vervolgens is een verschilberekening gemaakt tussen de uitgangssituatie en de beoogde situatie. Hieruit blijkt dat er geen verschillen zijn boven de 0,00 mol depositie/ha/jr, zie ook de AERIUS-verschilberekening in bijlage 3 van het onderzoek. De depositie neemt op alle berekende gebieden af naar 0,00 mol/ha/jr. Hieruit volgt dat er als gevolg van onderhavige ontwikkeling geen negatieve effecten te verwachten zijn ten
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
83
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
aanzien van de stikstofemissie. Daarnaast volgt hieruit dat er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is voor onderhavig voornemen. Uit dit onderzoek blijkt dat dit plan uitvoerbaar is in het kader van stikstof. 7.5.2.3
Soortenbescherming
De planlocaties zijn bestemd voor en in gebruik als veehouderijlocaties. Met deze herbestemming worden alle stallen voor de intensieve veehouderij gesloopt. Middels een flora en fauna quick scan wordt aangetoond dat deze ontwikkeling niet leidt tot aantasting van flora- of fauna waarden in de omgeving. Deze quick scan behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies uit dit onderzoek zijn hierna samengevat opgenomen. Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er huismussen, uilen, boerenzwaluwen, huiszwaluwen en algemene vogelsoorten in het plangebied voorkomen. De huismussen, uil en zwaluwen zullen niet worden verstoord omdat deze broeden in de te behouden gebouwen. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Resultaten De huidige ontwikkeling waarbij de intensieve varkenshouderij wordt gesloopt is fase 1 van een groter project waarbij zorgboerderij De Wederloop wordt ongezet in Zorglandgoed De Wederloop. In de huidige staat is de planlocatie een bron van biodiversiteit, welke wordt behouden in de voorgenomen ontwikkeling (fase 1). In de tweede fase zullen er echter veel meer maatregelen worden getroffen om het plangebied en de omgeving natuurlijker te maken, waaronder het teruggeven van een deel van het perceel aan de natuur.
Deze fase biedt veel mogelijkheden om bij te dragen aan de instandhouding van beschermde soorten en zal onder begeleiding van ecologen een belangrijk deel van het natuurnetwerk kunnen worden. Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna in de te slopen gebouwen worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming De ingreep zal naar verwachting leiden tot een zeer beperkt en tijdelijk verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat het erf geschikt blijft als leefgebied en het relatief algemene soorten betreft. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.
Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
84
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord.
In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde.
In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen.
Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.
Deze ontwikkeling leidt niet tot verstoring van flora en fauna waarden in het kader van de Natuurbeschermingswet.
7.6
Geluid
7.6.1
Beleidskader
7.6.1.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 7.6.1.2
Industrielawaai
Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
7.6.2
Toets
7.6.2.1
Wegverkeerslawaai
Binnen het plangebied zijn drie planlocaties gelegen. Binnen de planlocaties aan Lage Haghorst 9 en Emmerseweg 13 zijn bedrijfswoningen gelegen. Deze bedrijfswoningen worden herbestemd maar blijven ongewijzigd behouden. De bedrijfswoning binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 wordt niet gewijzigd. De bedrijfswoning binnen de planlocatie aan Emmerseweg 13 wordt herbestemd naar een woonbestemming. De herbestemming van deze woning zorgt niet voor toevoeging van een gevoelig object in het kader van wegverkeerslawaai. Dit geldt ook voor de toe te voegen bebouwing voor de zorgboerderij. Deze gebouwen zijn akoestisch niet relevant in het kader van wegverkeerslawaai. De gebouwen worden niet permanent en niet door dezelfde individuen gebruikt en liggen bovendien op enige afstand van de Lage Haghorst gesitueerd.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
85
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Aan Emmerseweg 9s wordt een woning toegevoegd. Deze woning wordt opgericht op een afstand van circa 40 meter tot de Emmerseweg. Dit is in de regels en verbeelding geborgd via een concreet bouwvlak voor die woning. Hiermee is het niet aannemelijk dat de geluidbelasting op deze woning wordt overschreden. Daarvoor is de afstand van de Emmerseweg tot de woning te groot. Bovendien wordt het bijgebouw bij de woning voor deze woning gesitueerd, waarmee tevens nog een afschermende werking voor geluid plaatsvindt. 7.6.2.2
Industrielawaai
Binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 4 & Emmerseweg 13 en Emmerseweg 9s is geen sprake van het oprichten van nieuwe geluidsbronnen die industrielawaai veroorzaken. De woning aan Emmerseweg 13 blijft in de huidige aard en omvang aanwezig. Voor geluidsnormen op deze woning blijft het Activiteitenbesluit maatgevend. Voor deze planlocaties is dit aspect niet van toepassing. Binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 is sprake van uitbreiding van de gevestigde zorgboerderij in samenhang met sanering van de intensieve veehouderij. Deze zorgboerderij wordt binnen het bestaande erf uitgebreid. Het erf is op een afstand van tenminste 50 meter tot belendende bestemmingen gelegen. Voldaan moet worden aan de normen uit het Activiteitenbesluit. Hieraan kan worden voldaan. Daarmee voldoet de uitbreiding van de dagbesteding aan Lage Haghorst 9 ook aan de afstandsnormen voor geluidsgevoelige objecten in het kader van industrielawaai.
7.7
Geur
7.7.1
Inleiding
Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -
Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object);
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
7.7.2
Beleidskader
7.7.2.1
Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 7.7.2.2 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (ouE/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom. Het is middels een verordening mogelijk maatwerk per gebied. De gemeente kan zo een balans vinden tussen de gewenste ruimte voor de veehouderijen enerzijds en de bescherming van gevoelige objecten anderzijds.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
86
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Ten opzichte van dieren van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, dienen op grond van de wet vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom gelegen is, minimaal 50 meter te bedragen en indien het binnen de bebouwde kom is gelegen minimaal 100 meter. 7.7.2.3
Geurverordening
De gemeente Hilvarenbeek heeft de op 22 september 2011 vastgestelde geurverordening op 17 december 2015 gewijzigd. De gemeenteraad heeft gebieden met een afwijkende geurnorm vastgesteld. Dit zijn de volgende gebieden: ‘invloedsgebied van de woonkernen’, ‘invloedsgebied met primaat wonen’, ‘invloedsgebied zoekgebieden wonen’, het ‘invloedsgebied sportparken’ en het ‘buitengebied’. Het plangebied is gelegen binnen het ‘buitengebied’, waarmee een norm van 10 ouE/m³ van toepassing is voor het plangebied als het gaat om de toegestane belasting door een veehouderij. 7.7.2.4
Achtergrondbelasting
Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn. 7.7.2.5
Voorgrondbelasting
Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld, van die veehouderij die de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. De voorgrondbelasting is in afwijking van de achtergrondbelasting bepalend voor het woon- en leefklimaat als de waarde van de voorgrondbelasting tenminste de helft van de waarde van de achtergrondbelasting bedraagt. Een ontwikkeling mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen tevens niet onevenredig belemmeren.
7.7.3
Toets
7.7.3.1
Voorgrondbelasting
In de omgeving van het plangebied zijn diverse veehouderijen gelegen. De planlocaties aan Lage Haghorst 4 & Emmerseweg 13 en Emmerseweg 9 zijn vrijkomende agrarische bedrijfslocaties waar (bedrijfs)woningen worden bestemd in samenhang met het buitenwerking stellen van deze veehouderijen. Op deze locaties worden stallen gesloopt bij deelname aan de regeling Ruimte voor Ruimte. In samenhang hiermee wordt aan Emmerseweg 13 een bedrijfswoning herbestemd naar een woonbestemming en aan Emmerseweg 9s een woning opgericht op de locatie waar in de huidige situatie de stal aanwezig is. Voor deze woningen geldt een vaste afstand van 50 meter en een afstand van tenminste 25 meter tot dierenverblijven. Dit geldt ook voor de bedrijfswoning aan Lage Haghorst 9. Alle woningen zijn gelegen buiten een aan te houden afstand tot dierenverblijven in de omgeving. Binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 blijft de agrarische bedrijfsbestemming de hoofactiviteit. Hiermee geldt een aan te houden afstand van 50 meter tot omliggende bestemmingen. Hieraan wordt voldaan. Beoogd wordt de locatie op termijn, in fase 2, door te ontwikkelen tot een maatschappelijke bestemming. Met de positie van de dagbestedingsactiviteiten is rekening gehouden met de toekomstige beoogde inrichting. Belangrijk is dat deze in de toekomst ook als maatschappelijke bestemming
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
87
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
bestemd kunnen worden in relatie tot geur. Om voor dagbestedingsvoorziening binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 is de voorgrondbelasting ten opzichte van de dominante veehouderij bepaald. Gelet de ligging en de geuremissie van de omliggende veehouderijbedrijven kan gesteld worden dat de veehouderij gelegen aan Emmerseweg 11 de dominante veehouderij betreft. De voorgrondbelastingberekening is hierna opgenomen. Voorgrondbelasting Emmerseweg 11 ten opzichte van zorgboerderij fase 1 aan Lage Haghorst 9 Berekende ruwheid: 0,49 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens:
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
Emmerseweg 11.1
141 787
388 614
4,5
5,3
0,50
0,40
10 253
Emmerseweg 11.2
141 790
388 637
6,2
5,1
0,80
4,00
24 635
Geur gevoelige locaties: GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurnorm
Geurbelasting
NW
141 619
388 566
10,0
9,6
NO
141 631
388 563
10,0
10,6
ZO
141 638
388 527
10,0
9,4
ZW
141 615
388 531
10,0
8,9
Tabel 12: Geurberekening voorgrondbelasting Emmerseweg 11 ten opzichte van zorgboerderij fase 1 aan Lage Haghorst 9
Uit de voorgrondbelasting berekening blijkt dat binnen de zorggebouwen voor dagbesteding een maximum geurbelasting van 10,6 ou/E aanwezig is in de noordoostelijk gelegen hoek van deze dagbestedingslocatie. Hier is de dagbesteding reeds aanwezig en vergund. De dagbesteding wordt aansluitend aan dit gebouw, aan de achterzijde uitgebreid. Er is op grond van de voorgrondbelasting een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9. 7.7.3.2
Achtergrondbelasting
Ten behoeve van het berekenen van de achtergrondbelasting zijn de veehouderijen in de gemeenten Hilvarenbeek, Oisterwijk en Oirschot ingevoerd. Hierna is de geurberekening opgenomen. Achtergrondberekening binnen het plangebied Berekende ruwheid: 0,22 m Meteo station: Eindhoven Rasterpunt linksonder: 139619, 386566 Rasterbreedte 4000 meter Aantal grindpunten 50 Percentage rekenpunten: 25%
GGLID
X-coördinaat
Y-coördinaat
Geurbelasting
Lage Haghorst 9 NW
141619
388566
14,423
Lage Haghorst 9 NO
141631
388563
16,188
Lage Haghorst 9 ZO
141638
388527
14,399
Lage Haghorst 9 ZW
141615
388531
13,370
Emmerseweg 13 NW
141909
388738
19,183
Emmerseweg 13 NO
141918
388736
18,312
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
88
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Emmerseweg 13 ZO
141915
388719
20,837
Emmerseweg 13 ZW
141905
388722
21,596
Emmerseweg 9s NW
141570
388225
6,888
Emmersweg 9s NO
141582
388238
7,079
Emmerseweg 9s ZO
141593
388228
7,006
Emmerseweg 9s ZW
141581
388216
6,938
Tabel 13: Achtergrondbelasting binnen het plangebied na sanering van de veehouderijen binnen het plangebied
Planlocatie Lage
Planlocatie Lage Haghorst 4 &
Haghorst 9
Emmerseweg 13
Planlocatie Emmerseweg 9s
Figuur 38: Beeld van achtergrondbelasting in de omgeving van het plangebied
In het algemeen is het woon- en leefklimaat ‘acceptabel’ als tenminste een matig woon- en leefklimaat aanwezig is. Ter plaatse van de planlocaties aan Emmerseweg 9s en Lage Haghorst 9 is een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig. De bestaande dagbestedingsgebouwen binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 zijn gelegen in de zuidwestzijde van de planlocatie. Het nieuwe gebouw wordt aan de noordwestzijde beoogde, binnen een zonering met een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. In deze zijde van het perceel is tenminste een matig woon- en leefklimaat aanwezig. Het woon- en leefklimaat is binnen de Emmerseweg 9s redelijk goed. Het woon- en leefklimaat binnen de woning aan Emmerseweg 13 is tamelijk slecht. Echter is de woning binnen deze planlocatie reeds aanwezig en in gebruik voor burgerbewoning. Met deze herbestemming verdwijnt een vergunning voor realisatie van nieuwe varkensstallen voor 2.900 vleesvarkens. Het intrekken van deze vergunning in samenhang met de sanering van de stallen aan Emmerseweg 9s en Lage Haghorst 9 heeft een zeer groot effect op het woon- en leefklimaat in de omge-
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
89
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
ving en met name ook op de woning aan Emmerseweg 13. Er is een substantiële verbetering. Dit is zeer wenselijk. Daarmee is deze ontwikkeling aanvaardbaar. 7.7.3.3
Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven
Met deze herbestemming worden drie intensieve veehouderijen gesaneerd. De al aanwezige geurgevoelige objecten binnen het plangebied dienen te worden beschouwd als ware het bedrijfswoningen bij een veehouderij. Hiermee worden voor de veehouderijen in de omgeving geen belemmeringen voor toekomstige bedrijfsvoering geschapen. De uitbreiding van de zorgboerderij vindt aansluitend aan het bestaande en vergunde dagbestedingsgebouw, dan wel op grotere afstand van veehouderijen. Hiermee is er ook met de realisatie van nieuwe bebouwing voor de zorgfunctie geen sprake van een onevenredige belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende bedrijven.
7.8
Gezondheid
7.8.1
Beleidskader
7.8.1.1
Endotoxinen
De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Het algemene advies in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek heeft op 23 oktober 2018 de 'handreiking veehouderij en volksgezondheid' vastgesteld. In dit beleid heeft de gemeente vastgelegd dat de gemeente de ‘handreiking veehouderij en volksgezondheid’ betrekt bij de verlening van vergunningen voor veehouderijen. 7.8.1.2
Geitenhouderijen
Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. De GGD adviseert het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er, naar de meest recente inzichten sprake van een vergroot risico. 7.8.1.3
Gewasbeschermingsmiddelen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor drift in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermings-
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
90
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
middelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.
7.8.2
Toets
7.8.2.1
Endotoxinen
In beginsel te hanteren afstanden In navolgende tabel is aangeven wat de afstand van relevante bedrijven in de omgeving tot deze planlocaties aan Lage Haghorst 9 en Emmerseweg 9s is en wat de omvang van de endotoxinencontouren in omgeving is. Adres
Veehouderij en fijn-
Aan te houden
Werkelijke
Werkelijke afstand
Werkelijke
stofuitstoot
afstand
afstand tot
tot planlocatie
afstand tot
planlocatie
Emmerseweg 9s
planlocatie
Lage Haghorst 9
Emmerseweg 13
Emmerseweg 9a
Varkenshouderij,
46 meter
23 meter
> 250 meter
80 meter
138 meter
185 meter
450 meter
45 meter
uitstoot 102 kg Emmerseweg 16
Gemengd bedrijf met opfokhennen, fokstieren
en
vrouwelijk
jongvee,
uitstoot
1375 kg Voor deze locatie is een plan in voorbereiding voor sanering van het pluimveebedrijf en saneren van de veehouderijbestemming. Daarmee is dan geen sprake meer van een emissie-uitstoot. Beerseweg 6
Vleeskuikens, uitstoot
164 meter
> 1 kilometer
740 meter
> 1 kilometer
708 kg Tabel 14: Tabel met aan te houden endotoxinencontouren in de omgeving van het plangebied
Toets aan deze afstanden en afweging endotoxinen Binnen het plangebied zijn drie planlocaties aanwezig. De bedrijfswoning aan Emmerseweg 13 is reeds aanwezig en blijft ongewijzigd in gebruik. Door sanering van de veehouderij aan Lage Haghorst 4, aansluitend aan deze bedrijfswoning is er sprake van een substantiële verbetering van het woonen leefklimaat op deze woning. De endotoxinen uitstoot van dit bedrijf op deze bedrijfswoning vervalt. Binnen de planlocatie aan Emmerseweg 9s wordt een woning gerealiseerd. Dit betreft een nieuwe gevoelige functie. De woning aan Emmerseweg 13 verandert voor wat betreft de bestemming, maar blijft verder ongewijzigd voor wat betreft gevoeligheid. Deze woning is reeds in de huidige aard en omvang aanwezig.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
91
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 blijft een agrarisch bedrijf aanwezig. Binnen deze bestemming worden met dit bestemmingsplan wel meer cliënten ontvangen in de dagbesteding door uitbreiding van deze zorgboerderij. In de omgeving van de planlocatie aan Lage Haghorst 9 is aan Lage Haghorst 9a een veehouderijbedrijf gelegen die een endotoxinen contour heeft dit over de planlocatie aan Lage Haghorst 9 gelegen is. Er is een grote vraag naar zorgvoorzieningen in de gemeente Hilvarenbeek. Binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 is reeds een zorgfunctie aanwezig. De clienten zijn echter in wisselende samenstelling aanwezig binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 en verblijven niet permanent binnen deze zorglocatie. Feitelijk liggen de huidige en toekomstige verblijfsruimten voor deze cliënten binnen de planlocatie aan Lage Haghorst 9 ook hoofdzakelijk verder van de emissiepunten van het bedrijf aan Emmerseweg 9a. Met deze bestemmingsplanprocedure is een afweging gemaakt tussen het belang van volksgezondheid en de realisatie van woningbouw en zorgfuncties in samenhang met sanering van drie intensieve veehouderijlocaties. Afgewogen is dat het wenselijk is om de beoogde functies binnen het plangebied te realiseren. Aannemelijk is dat het gebruik van het dagbestedingsgebouw en de zorgfunctie niet leidt tot een onaanvaardbaar gezondheidsrisico.
Cliënten verblijven niet permanent op de locatie. Bovendien is de zorgfunctie thans ook aanwezig binnen deze locatie. In de huidige situatie is binnen deze planlocatie ook nog een intensieve veehouderij gelegen. Deze veehouderij wordt in samenhang met uitbreiding van de zorgfunctie gesaneerd, hetgeen op zich al een substantiële verbetering van het verblijfsmilieu op de locatie zelf en in de omgeving betekent. Hierbij heeft de gemeente Hilvarenbeek tevens overwogen dat de milieubelasting en gezondheidsbelasting door de locatie Emmerseweg 16 geheel zal komen te vervallen op korte termijn. Het gevestigde en bestemde kippenbedrijf aldaar zal worden gesaneerd. Deze locatie zal worden herbestemd voor woondoeleinden. Daarmee vervalt de huidige belasting op de omgeving. Hiervoor is thans een bestemmingsplan in voorbereiding c.q. in procedure. Conclusie Gezien bovenstaande is de ontwikkeling aanvaardbaar t.a.v. het aspect endotoxinen. 7.8.2.2
Geitenhouderijen
In de gemeente Hilvarenbeek zijn 9 veehouderijlocaties gelegen waar geiten gehouden (kunnen) worden. Binnen de gemeente Oirschot zijn tot een afstand tot 2 kilometer tot het plangebied geen geitenhouderijen gelegen. Binnen het plangebied zijn drie planlocaties aanwezig. In navolgende tabel is afstand is de afstand van geitenhouderijen tot de planlocaties in beeld gebracht. Adres
Richtlijnafstand
Werkelijke af-
Werkelijke afstand tot
Werkelijke afstand
stand tot planlo-
planlocatie
tot planlocatie
catie
Emmerseweg 9s
Emmerseweg 13
Lage Haghorst 9 Groot Loo 13 Hilvarenbeek
2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
Kleine Voort 12 Hilvarenbeek
2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
Oude Tilburgseweg 5 Hilvaren-
2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
Kanaaldijk 4 Biest-Houtakker
2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
Tuldensedijk 7 Esbeek
2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
beek
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
92
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Hoekje 9 Diessen
2 kilometer
1.500 meter
1.540 meter
1840 meter
Esbeeksedijk 4 Diessen
2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
> 2 kilometer
Frankenstraat 2 Haghorst
2 kilometer
710 meter
1.040 meter
620 meter
Ontginningsweg 15 Haghorst
2 kilometer
1.840 meter
> 2 kilometer
1.550 meter
Tabel 15: Tabel met afstand van geitenhouderijen tot de planlocaties aan Lage Haghorst 9 en Emmerseweg 9
De bedrijfswoning aan Emmerseweg 13 is reeds aanwezig en blijft ongewijzigd in gebruik voor wonen. Op deze locatie wordt geen gevoelige functie toegevoegd. Daarmee is de bestaande ligging binnen een afstand van twee kilometer ten aanzien van bestaande geitenhouderijen aanvaardbaar. In de omgeving van de planlocaties zijn drie geitenhouderijen gelegen. Deze locaties zijn met een minimale afstand van 700 meter op een ruime afstand tot de meest relevante planlocatie aan Lage Haghorst 9 gelegen. Dit is een aanvaardbare situatie omdat er sprake is van een relatief grote afstand. Daarnaast is er geen sprake van langdurige zorg en permanent verblijf van doelgroepen die gevoeliger zijn voor de eventuele effecten van endotoxinen. Binnen de planlocatie aan Emmerseweg 9s wordt een woning toegevoegd. Dit is een gevoelige functie in het kader endotoxinen. Dit is toch aanvaardbaar gezien de ruime afstand van een geitenbedrijf in relatie tot de toevoeging van één woning. Deze afstand betreft meer dan één kilometer. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat er binnen een afstand van twee kilometer tot een geitenhouderij sprake van zijn van een vergroot risico op de gezondheid door de aanwezigheid van endotoxinen.
Met deze bestemmingsplanprocedure is een afweging gemaakt tussen het belang van volksgezondheid enerzijds (op basis van een indicatieve afstandsnorm uit oogpunt van voorzorg) en de realisatie van woningbouw en uitbreiding van een bestaande dagbesteding voor zorgbehoevende personen in directe relatie tot het saneren van drie intensieve veehouderijlocaties en het wegnemen van de daarmee gepaard gaande omgevingsbelasting (in een overbelaste bebouwingsconcentratie) anderzijds. Geen enkele planlocatie vormt in de huidige of de toekomstige situatie de beperkende factor voor de gevestigde geitenhouderijen op basis van het gezondheidsaspect. Er liggen immers meerdere andere gevoelige functies tussen de betreffende geitenhouderijen en de drie planlocaties. Aannemelijk is dat de ligging van de geitenbedrijf op afstanden van 700 meter tot oplopend meer dan 1.800 meter niet leidt tot een onaanvaardbaar gezondheidsrisico. Er is een grote vraag naar woningbouw en zorg in de gemeente Hilvarenbeek. De kernen Diessen en Haghorst zijn ook binnen een afstand van twee kilometer tot de geitenhouderijen gelegen. Afgewogen is dat het wenselijk en aanvaardbaar is om de beoogde functies binnen het plangebied te realiseren. 7.8.2.3
Gewasbeschermingsmiddelen
Het plangebied is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie waar voornamelijk (voormalige) agrarische bedrijven gelegen zijn. Binnen het plangebied worden geen gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Aansluitend aan de planlocatie aan Lage Haghorst 9 vindt op gronden die in eigendom zijn van de initiatiefnemer op dit moment nog extensieve teelt plaats. Er is geen sprake van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij deze teelt met opwaartse druk. Met gebruik van deze middelen op eigen gronden wordt uiteraard rekening gehouden met de aanwezigheid van zorgfuncties op het perceel. Deze herbestemming is in het kader van de ligging van de planlocatie, de aangrenzende natuurlijke en bebouwde functies rond de drie planlocaties en de beoogde doorontwikkeling naar een groter zorglandgoed waar de aanwezige huidige teelt geheel zal verdwijnen, ten opzichte van gewasbeschermingsmiddelen geen bezwaar. ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
93
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
7.9
Bedrijven en milieuzonering
7.9.1
Beleidskader
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’.
7.9.2
Toets
In de omgeving van het plangebied zijn zowel agrarische bedrijven als woningen en ook andere bedrijven gevestigd. Er is sprake van een 'gemengd gebied' als bedoeld in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'. De agrarische bedrijfswoning aan Emmerseweg 13 is een bestaande woning die ongewijzigd behouden blijft. De herbestemming van deze woning leidt niet tot een ander toetsingskader dan voor deze woning in de huidig situatie het geval is. Voor beoordeling van deze bedrijven in het kader van de handreiking bedrijven en milieuzonering zijn de aspecten ‘geur’ en ‘geluid’ het meest maatgevend. In afwijking van deze richtlijnafstanden biedt de wetgeving een concreet toetsingskader waarbij aangetoond is dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. De toets aan het aspect geur is opgenomen in paragraaf 7.7 van deze toelichting. Voor geluid vanaf inrichtingen dient in beginsel een richtlijnafstand van 50 meter tot de grens van een woning of gevoelig object worden aangehouden. De aspecten ‘stof’ en ‘gevaar’ zijn hierbij niet maatgevend. Navolgende tabel geeft een beeld met de ligging van de bedrijven in de nabijheid van de planlocaties aan Emmerseweg 9s, Lage Haghorst 4/Emmerseweg 13 en Lage Haghorst 9 en de afstand van deze bedrijven tot deze planlocaties. Adres
Bedrijf
Richtlijnafstand in me-
Werkelijke
Werkelijke af-
Werkelijke
ters binnen een ge-
afstand tot
stand tot planlo-
afstand tot
mengd gebied
planlocatie
catie
planlocatie
Geluid
Lage Haghorst
Emmerseweg 9s
Emmerseweg
Stof
Gevaar
9 Emmerseweg 7
Agrarisch bedrijf met
13
10
30
0
300 meter
40 meter
700 meter
10
30
0
30 meter
Meer dan 300
185 meter
schapen en paarden Emmerseweg
Agrarisch bedrijf met
9a
varkens
Emmerseweg
Agrarisch
10
paardenhouderij
Emmerseweg
Agrarisch bedrijf met
11
vleeskalveren
meter bedrijf
–
10
10
0
Meer dan 200
80 meter
440 meter
Meer dan 500
32 meter
meter
en
10
10
0
50 meter
meter
paarden
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
94
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Lage
Haghorst
1 Lage
bedrijf
–
10
30
0
120 meter
12 meter
paardenhouderij Haghorst
8 Lage
Agrarisch
Landbouwbedrijf
met
10
60
0
300 meter
paarden Haghorst
15
Meer dan 490 meter
Meer dan 600
118 meter
meter
Loonwerkbedrijf, agra-
0
30
0
300 meter
risch bedrijf met inten-
Meer dan 600
260 meter
meter
sieve veehouderij (3.1) Tabel 16: Niet-agrarische bedrijven in de omgeving van de planlocaties met een toets aan te houden richtlijnafstanden voor geluid
De planlocatie aan Emmerseweg 9s is op korte afstand van de paardenhouderij aan Lage Haghorst 1 gelegen. Dit gedeelte van deze bedrijfslocatie is echter niet in gebruik voor geluidgevoelige activiteiten. Dit wordt ook niet beoogd. Het woon- en leefklimaat binnen de planlocatie aan Emmerseweg 9s is acceptabel. Er wordt gemotiveerd afgeweken van de aan te houden richtlijnafstanden in het kader van bedrijven en milieuzonering voor het bedrijf aan Lage Haghorst 1. Naast agrarische bedrijven liggen er in deze gemengde omgeving ook andere niet-agrarische bedrijven. Navolgende tabel geeft een beeld met de ligging van de niet-agrarische in de nabijheid van de planlocaties aan Emmerseweg 9s, Lage Haghorst 4/Emmerseweg 13 en Lage Haghorst 9 en de afstand van deze bedrijven tot deze planlocaties. Adres
Bedrijf
Richtlijnafstand in meters binnen
Werkelijke
Werkelijke
Werkelijke
een gemengd gebied
afstand tot
afstand tot
afstand Em-
planlocatie
planlocatie
merseweg 13
Geur
Emmerseweg
Stof
30
Manege
10
Geluid
10
Gevaar
0
8
Lage
Emmerseweg
Haghorst 9
9
>250
60 meter
>250 meter
meter
Emmerseweg
Loonwerkbedrijf
(be-
12-14
drijfsvloeroppervlakte
10
0
30
0
100 meter
200 meter
>250 meter
10
0
30
0
300 meter
Meer dan 600
260 meter
5.880 m²) Lage
Hag-
horst 15
Loonwerkbedrijf,
agra-
risch bedrijf met inten-
meter
sieve veehouderij (3.1) Tabel 17: Niet-agrarische bedrijven in de omgeving van de met een toets aan de aan te houden richtlijnafstanden
Er is in de omgeving van het plangebied sprake van een gemengd gebied, waarmee de aan te houden richtlijnafstanden met één stap kunnen worden verkleind. Er wordt voldaan aan de richtlijnafstanden voor niet-agrarische bedrijven in het kader van de richtlijn bedrijven en milieuzonering. Dit is echter ook zo indien getoetst zou zijn aan een rustig buitengebied. In alle gevallen wordt voldaan aan de aan te houden afstanden tot deze bedrijven.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
95
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
7.10 Externe veiligheid 7.10.1 Beleidskader 7.10.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst:
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);
Structuurvisie buisleidingen;
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).
De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 7.10.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.
Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;
2.
Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.
7.10.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Door het uitwerken van
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
96
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 7.10.1.4 Overige wet- en regelgeving Ook wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ onder andere getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.
7.10.2 Toets 7.10.2.1 Risicovolle inrichtingen Binnen het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die vanwege de aanwezigheid of het werken met gevaarlijke stoffen, beperkingen opleveren voor de omgeving. In de omgeving zijn geen bedrijven aanwezig die vallen onder het Bevi. Navolgende kaart betreft een uitsnede van de kaart externe veiligheid waarop inrichting zijn aangeduid. Het aspect ‘inrichtingen’ vormt geen belemmering voor herbestemming van het plangebied.
Planlocatie Lage Haghorst 9
Planlocatie Emmerseweg 9s
Planlocatie Emmerseweg 13 & Lage Haghorst 4
Figuur 39: Uitsnede kaart externe veiligheid waarop de ligging van de planlocaties is aangeduid
7.10.2.2 Transport van gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt binnen de invloedszone van een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Dit betreft een buisleiding. Het plangebied is gelegen buiten een afstand van twee kilometer tot de bron, waarmee met een standaardverantwoording wordt volstaan. Er bevinden zich geen wegen binnen of nabij het plangebied waarvoor een risico-contour geldt. Het plangebied is niet gelegen binnen een risicocontour van een luchtvaartterrein. In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen of waterwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In de omgeving zijn ook geen hoogspanningslijnen aanwezig. Deze aspecten hebben geen invloed op dit plan.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
97
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
7.10.2.3 Groepsrisico Bereikbaarheid Het plangebied is toegankelijk voor hulpverleningsvoertuigen. Een effectieve brandweerinzet kan binnen het plangebied worden gegarandeerd. Dit houdt in dat de plaats van het brandweervoertuig zodanig is gepositioneerd, dat met behulp van de hoge druk brandweerslang circa 60 meter binnen in het gebouw waar een brand is, de brand ook geblust kan worden. Binnen de planlocatie Lage Haghorst 9 is ruim voldoende vrije ruimte beschikbaar om bij de vergunningverlening na vaststelling van dit bestemmingsplan in overleg met de brandweer de meest geschikte opstelplaats te bepalen. Vanuit de zorgsector worden dergelijke kwalitatieve eisen ook opgelegd aan de ondernemer. Bluswatervoorziening Bluswater levert een bijdrage in het kunnen uitvoeren van een veilige redding indien zelfstandig ontvluchten niet meer mogelijk is. De brandweer beschikt in de regel direct over voldoende eigen middelen (bijvoorbeeld het water in de tank) om een dergelijke redding mogelijk te maken. Voor redding is dus niet direct een externe bluswatervoorziening nodig. Voor de benodigde bluswatervoorziening is dus geen ‘gouden standaard’. Het hangt onder meer af van de aard en omvang van een gebouw, maar ook de omgeving waarin het gebouw staat.
Daarnaast is de benodigde hoeveelheid water afhankelijk van de ontwikkeling van de brand en fase waarin de brand zich bevindt op het moment dat de brandweer een interventie pleegt. Welke hoeveelheid en vorm van bluswater in een bepaald geval nodig is, is maatwerk. De Veiligheidsregio heeft de expertise in huis om het benodigde maatwerk te kunnen leveren. Vanuit de zorgsector worden hiervoor kwalitatieve eisen ook opgelegd aan de ondernemer waaraan moet worden voldaan.
7.11 Luchtkwaliteit 7.11.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.
7.11.2 Beleidskader 7.11.2.1 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
98
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
7.11.2.2 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.
7.11.3 Toets 7.11.3.1 Uitstoot schadelijke stoffen Met dit plan wordt een woning binnen het plangebied toegevoegd en wordt een maatschappelijke bestemming uitgebreid. Echter worden deze functies gerealiseerd in samenhang met sanering van drie agrarische bedrijfslocaties voor de intensieve veehouderij. Daarmee valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’, waardoor de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit. Er is daarnaast ook geen sprake van een substantiële verkeersaantrekkende werking door deze ontwikkeling. Het verkeer dat toeneemt door realisatie dit plan betreft overigens ook slechts personenautoverkeer. Al het vrachtverkeer verdwijnt. Het verdwijnen van het vrachtverkeer heeft een groter effect op deze ontwikkeling dan de toename van autoverkeer dat samenhangt met realisatie van één woning en uitbreiding van de zorgfunctie. Dit is nader toegelicht in hoofdstuk 4 van deze toelichting. 7.11.3.2 Uitstoot van gevaarlijke stoffen Fijnstof Voor het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 15-16 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 8-9 µg/m³. De beoogde herbestemming is in relatie tot fijn stof geen bewaar. Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 voor het plangebied en directe omgeving weer.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
99
De Wederloop fase 1’ - Toelichting‘
Plangebied
Figuur 40: Fijnstof PM10 (bron: RIVM) voor het plangebied
Plangebied
Figuur 41: Fijnstof PM2,5 (bron: RIVM) voor het plangebied
Stikstofdioxide Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer.
ONTWERP Crijns Rentmeesters bv
100