11 Bestemmingsplan Emmerseweg ong. (naast nr. 2), Diessen (11 toelichting bijlage 5 Quickscan flora & fauna)
Tekst van het document
26
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
De optionele bescherming houdt veelal verband met de schaarste van het type nestgelegenheid. Veel van deze soorten zoeken nestgelegenheid op beschutte plekken in holten, holen en kieren. De nesten van zwarte kraai en ekster zijn beschermd omdat roofvogels uit de zwaardere beschermingscategorieën van deze nesten gebruik kunnen maken. De schietwilg die aan de achter de woning van Emmerseweg 2 staat bevat grote rottingsholte die geschikt is voor verblijf van bosuil, echter deze wilg blijft gehandhaafd in het kader van de projectontwikkeling. Er werden geen aanwijzingen gevonden dat de bosuil of andere vogels (b.v. steenuil) vaste verblijfplekken in de boom onderhouden. De boom staat voor de meeste soorten op een te verstoringsgevoelige plek om verblijfplekken te verwachten. Voor soorten uit deze categorie die verwacht kunnen worden geldt alsnog dat er geen ecologische omstandigheden zijn om nesten van deze soorten een jaarrond beschermde status te geven. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient voor deze en andere soorten uit deze categorie uitsluitend het broedseizoen voor deze soorten in acht worden genomen bij het verwijderen van het groen. Evenals bij de volgende groep, is het verbod tot opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) niet (meer) van toepassing.
Overige vogels Voor de groep uit de laagste beschermingscategorie geldt de bescherming van de nesten en broedplekken in alle gevallen uitsluitend als daadwerkelijk sprake is van een broedgeval. Hiervoor is artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 van toepassing. Verbod van opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) is bij ingang Wnb niet (meer) van toepassing voor deze categorie. Voor algemene tuinvogels is veel nestgelegenheid aanwezig binnen het groen. Met name de haag van laurierkers biedt goede nestgelegenheid voor tuinvogels. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient daarom het broedseizoen in acht worden genomen bij alle ingrepen in het groen. Conclusie Binnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan worden op basis van het veldbezoek geen nesten en andersoortige vaste verblijfplekken van vogels uit de strikte beschermingscategorie die in bomen en gebouwen nestelen vastgesteld en deze worden ook niet verwacht. Voor algemene tuinvogels is nestgelegenheid aanwezig binnen het groen. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient daarom het broedseizoen in acht worden genomen bij verwijdering van het groen. In het algemeen geldt om bij de uitvoerende werkzaamheden het broedseizoen in acht te nemen bij sloop van de bebouwing en ingrepen in het groen om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen.
Zie verder hoofdstuk 6.1 voor nadere toelichting. 4.3.5 Reptielen, amfibieën en vissen Bronnenonderzoek en waarneming Bronnenonderzoek De NDFF-gegeven vermelden binnen de 1 km-straal geen beschermde reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt. Binnen de 1-5 km worden de hazelworm en levendbarend hagedis als reptielen en meerdere amfibiesoorten, waaronder de strikt beschermde kamsalamander, heikikker en poelkikker vermeld; de alpenwatersalamander en vinpootsalamander worden als amfibiesoorten waarvoor de middelzware bescherming zonder vrijstelling geldt. De waarnemingslocatie van de meeste genoemde soorten liggen vrijwel zeker buiten stedelijk en agrarisch gebied binnen meer natuurlijke biotopen van bos, heide, moeras en stuifzanden. Waarnemingen Tijdens het bezoek werden geen waarneming uit deze soortgroepen gedaan. De tijd van het jaar was daarvoor ook weinig geschikt.
Effectenbeoordeling Voor alle reptielen en de meeste middels de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) strikt beschermde amfibieën die binnen een zekere frequentie binnen een natuurlijk verspreidingspatroon in de provincie Noord-Brabant voorkomen, als heikikker, poelkikker en rugstreeppad en kamsalamander geldt dat dat deze een tamelijk strikte binding hebben met hoogwaardig natuurgebied van heide, heideachtig terrein, stuifzanden, natuurlijke graslanden en een kwalitatief hoogwaardig watermilieu.
27
Theoretisch gezien geldt de binding aan natuurgebied minder voor de rugstreeppad. De rugstreeppad is een meer mobiele soort van minder stabiele watermilieus die landelijk op veel plekken in agrarisch gebied en tot binnen stedelijk gebied voorkomt. Binnen Brabant is de soort betrekkelijk zeldzaam en wordt de buiten de optimale biotoop van heide en stuifzanden veel minder vaak aangetroffen dan elders in het land. Het plangebied biedt momenteel ook niet de terreingesteldheid om deze soort en overige strikt beschermde amfibieën en reptielen te verwachten. Voor vissen is de projectontwikkeling geheel niet relevant, daar er geen ingrepen aan open water plaats vinden. Op basis van het bekende verspreidingspatroon en habitatvereisten kan alleen de alpenwatersalamander als enige beschermde (Wnb §3.3) amfibiesoort waarvoor geen vrijstelling binnen of nabij het plangebied met enige kans verwacht worden. In de directe omgeving rond het plangebied zijn 2 vijvers aanwezig en de omringende tuinen bieden een geschikte landbiotoop. Op de locatie met adres Emmerseweg 2A is de vijver nog niet zolang geleden gegraven en verkeert het watermilieu nog in een jong pioniersstadium dat nog niet geheel rijp is voor kolonisatie door salamanders doordat er zich nog weinig begroeiing heeft kunnen ontwikkelingen.
Op naburige terrein van Beerseweg 1 A laten satellietbeelden een oudere vijver die mogelijk een grotere geschiktheid als voortplantingswater laat zien. Het plangebied toont geen bijzondere geschiktheid als landbiotoop; hooguit kan de alpenwatersalamander overwinteringsbiotoop in het strooisel onder de sierstruiken vinden. In het bijzonder van belang in dit opzicht is de haag van Lauriekers die in het kader van de projectontwikkeling wordt geamoveerd. Daarom wordt hier geadviseerd om het verwijderen van deze haag en andere dicht groen plaats te laten vinden in het voorjaar als de salamanders naar hun voortplantingswater vertrokken zijn, en om bij voorkeur te werken op basis van een goed gekeurde gedragscode. Daar de laurierhaag vervangen wordt door een meer natuurlijke en gevarieerde houtopstand kan op de duur een verbetering van de landbiotoop verwacht worden. Het oppervlak van het plangebied zover dit het bouwkavel betreft is hooguit van een meer marginale betekenis binnen het habitatgebied van amfibieën. Voor een vijftal middels beschermde amfibiesoorten die landelijk algemeen voorkomen geldt een vrijstelling. Dit betreft de zeer algemeen voorkomende kikkers de bruine kikker, (groene)bastaardkikker, (groene) meerkikker en gewone pad en als enige salamandersoort de kleine watersalamander.
Uitgezonderd van de meerkikker kunnen deze soorten allen binnen of nabij het plangebied verwacht worden. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht en dienen om een overtreding van Wnb § 1.3 art 1.11 te voorkomen dezelfde voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen zoals die voor de alpenwatersalamander zijn geadviseerd. Conclusie Uitgezonderd van de alpenwatersalamander kan een overtreding van Wnb § 3.2 en§ 3.3 met betrekking tot beschermde reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt uitgesloten worden. Met het oog op een mogelijke aanwezigheid van de alpenwatersalamander dienen een aantal voorzorgsmaatregelen genomen te worden of op basis van een goedgekeurde gedragscode gewerkt te worden. Om een overtreding van Wnb § 1.3 art 1.11 inzake de zorgplicht te voorkomen dienen ook voorzorgsmaatregelen genomen te worden met het oog op aanwezigheid voor een aantal algemene amfibiesoorten waarvoor en vrijstelling geldt.
4.3.6 Ongewervelden Bronnenonderzoek en waarnemingen Bronnenonderzoek Binnen de 0-1 km-straal vermelden de NDFF-gegevens de libel de bosbeekjuffer en de dagvlinder de grote vos als beschermde soorten uit de categorie van ongewervelden. Waarnemingen Tijdens het veldbezoek werden geen soorten uit deze beschermingscategorie waargenomen. Voor waarneming van libellen en vlinders uit deze groep vond het onderzoek in de verkeerde tijd van het jaar plaats. Bescherming en voorkomen Onder de Europese bescherming van de habitatrichtlijn (§3.2) vallen 7 soorten dagvlinders, 1 soort nachtvlinder, 8 soorten libellen, 2 soorten weekdieren en 5 keversoorten. Genoemde soorten zijn allen zeldzaam en gebonden aan hoogwaardige milieus van heide, vennen, beken, moerassen en rivieren. Van de twee weekdieren is de Bataafse stroommossel vrijwel uitgestorven. De andere soort, het waterslakje de platte schijfhoorn, komt verspreid voor in de Utrechtse en Zuid-Hollandse laagveengebieden en in delen van Friesland. Binnen de zuidelijke provincie zijn de vindplaatsen uiterst schaars. Van de 5 keversoorten zijn twee soorten waterroofkevers; de andere 3 soorten betreffen keversoorten die specifiek gebonden zijn aan oude bossen of vrijstaande oude bomen met veel dood hout.
De binding met dood hout, dat in de Nederlandse intensief onderhouden bossen meestal snel geruimd wordt, maakt deze soorten kwetsbaar en is de reden van de zware bescherming.
28
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
Onder de nationale bescherming (§3.3) zonder vrijstelling vallen 20 soorten dagvlinders en 7 libelsoorten, één keversoort (het vliegend hert) en de enige inlandse rivierkreeft, de Europese rivierkreeft. De Europese rivierkreeft is landelijk vrijwel uitgestorven. Het vliegend hert is specifiek gebonden aan oude eikenbossen met dood hout in verschillende rottingsstadia. Effectenbeoordeling De meeste beschermde soorten uit deze categorie zijn dusdanig zeldzaam en/ of stellen een dusdanige specifieke biotoopeisen dat de verwachting kans om deze soorten anders dan incidenteel binnen of nabij het plangebied aan te treffen bijzonder klein is. De libellen en vlinders die binnen de wijdere km straal vermeld worden zijn te specifiek gebonden aan heide, hoogwaardig watermilieu en beek begeleidende bossen om met enige kans in of dicht bij het plangebied te verwachten. Het enige element binnen de omgeving van het plangebied dat voor beschermde soorten uit deze categorie van belang kan zijn is de oude schietwilg met veel dood en rottend hout. Met name voor de vermiljoenkever zijn dit soort bomen van belang. De vermiljoenkever is een pioniersoort die goed kan vliegen. Gaat een boom of tak in een gebied dood, kan het vrouwtje in de periode februari-juni haar eitjes leggen waarna de betreffende locatie vervolgens enkele jaren als leefgebied fungeert.
Ook meer solitaire bomen zoals de schietwilg op adres Emmerseweg 2 kan gekoloniseerd worden. Echter bevindt de schietwilg zich niet binnen het plangebied en zal er naar verwachting geen verstoring plaatsvinden van het potentieel leefgebied van de vermiljoenkever. Er hoeven geen verdere handelingen getroffen worden. Conclusie Het plangebied geen elementen die van bijzonder belang kunnen zijn voor deze beschermingscategorie en ligt buiten het habitatgebied van de meeste soorten. De verwachtingskans van deze zeldzame tot zeer zeldzame soorten is dusdanig klein dat deze als weinig relevant voor het plangebied kunnen worden beschouwd indien er geen speciale aanleiding is om deze te verwachten. Hooguit kunnen een aantal zeer algemene (onbeschermde) dagvlinder- en libelsoorten verwacht die in schaduwrijke tuinen foerageren of jagen.
4.3.6 Bescherming houtopstanden Bescherming en regelgeving Het plangebied ligt wat betreft de natuurwetgeving buiten de bebouwde kom waardoor de gemeentelijke APV niet van toepassing is en uitsluitend Wnb§4 art 4 betreffende houtopstanden geldt. Effectenbeoordeling Conclusie De houtopstanden binnen het plangebied kunnen als tuin- en erf begroeiing aangemerkt worden en zijn daarom niet beschermd op basis van Wet natuurbescherming §4 art 4 en geldt om die redenen geen meldingsplicht van kap bij de provincie. Voor de betreffende adressen worden geen bomen vermeld die als beschermde bomen op de bomenlijst staan van gemeente Hilvarenbeek staan. Gemeentebeleid is in het algemeen op het punt van bomenkap nogal ondoorzichtig (er kunnen uitzonderingsregels zijn). Daarom dient als algemene aanbeveling als tot kap van volgroeide boom besloten wordt eerst bij de gemeente een nacheck te doen of voor de te kappen boom een kapvergunning /omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand nodig is.
29
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
5 CONCLUSIE 5.1. Toetsing Wet natuurbescherming en provinciale regelgeving Gebiedsbescherming Natura 2000- gebied (Wnb §3.2 art 3.5 lid 5) Negatieve effecten ten gevolge van de projectontwikkeling op Natura 2000-gebied die een verslechtering of meer significante negatieve effecten van meer permanente aard opleveren kunnen op basis van schaal, aard en ligging van de projectontwikkeling uitgesloten worden, waardoor nader onderzoek en toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Gelet op de kritische ligging ten opzichte van Natura 2000-structuren dient deze conclusie met betrekking tot de factor stikstofuitstoot doormiddel van een Aeriusberekening onderbouwd te worden. Tevens dient de Aeriusberekening aan te tonen dat als gevolg van de projectontwikkeling de gestelde wettelijke drempelwaarden van 0,00mol per ha/per jaar op Natura 2000-gebied zowel in de uitvoerende als permanente fase niet overschreden wordt. Natuur Netwerk Nederland (Interim Omgevingsverordening NB) Negatieve effecten zowel van tijdelijke aard in de uitvoerende fase als van meer permanent aard in de gebruiksfase kunnen op basis van aard, ligging en reikwijdte van de ontwikkeling uitgesloten worden. Aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken is niet aan de orde en daarmee geen noodzaak tot vervolgonderzoek.
Soortenbescherming Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 en 4 (RVO-categorie 1,2,3,4: vogels met jaarrond beschermde vaste verblijfplekken) Binnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan worden op basis van het veldbezoek geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen en leefgebied van vogels die wettelijk als strikt beschermd worden aangemerkt. Art 3.1 lid 4 en lid 5: RVO-categorie 5 en overige vogels Binnen het plangebied kunnen nestelplaatsen van algemene vogelsoorten uit deze categorieën niet geheel uitgesloten worden. Indien het broedseizoen in acht wordt genomen kan een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze bescherming categorieën uitgesloten worden. Indien onverwachts toch een broedgeval bij aanvang van de werkzaamheden of tijdens de uitvoering daarvan wordt vastgesteld, dient het broedseizoen ook in acht worden genomen (zie verder hoofdstuk 6).
Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4: Zoogdieren grondgebonden Aantasting van verblijfplekken van strikt beschermde grondgebonden zoogdiersoorten en het functioneel leefgebied voor de instandhouding van deze verblijfplekken kan geheel uitgesloten worden. Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4: Vleermuizen Directe aantasting van verblijfplekken ten gevolge van de ontwikkeling kan geheel uitgesloten worden. Om verstoring van mogelijke verblijfplekken in nabijgelegen bebouwing en, in meer in algemene zin, verstoring van foerageergebied van vleermuizen te voorkomen dienen zowel in de uitvoerende als gebruiksfase een aantal voorzorgsmaatregelen genomen te worden in het bijzonder met het oog op beperking van de lichtbelasting op de omgeving. Zie hiervoor hoofdstuk 6.2. Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4: overige habitatrichtlijnsoorten Uit de soortgroepen van ongewervelden, vissen, amfibieën en reptielen waarvoor het zware beschermingsregiem van de habitatrichtlijn worden geen soorten binnen het plangebied of de invloedsfeer daarvan verwacht, noch aantasting van hun beschermd habitatgebied. Nationaal beschermde Andere soorten art.
3.3 Wnb Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b en Wnb § 1.3 art 1.11 (zorgplicht): Zoogdieren Negatieve effecten op jaarrond verblijfplekken van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt worden binnen de invloedsfeer van de ingrepen niet verwacht.
30
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
Kleine beschermde zoogdieren waarvoor een vrijstelling en alleen de zorgplicht geldt, als huisspitsmuis, egel, veldmuis en bosmuis, kunnen nooit geheel uitgesloten worden. Voor deze soorten en dient uitsluitend de zorgplicht in acht worden genomen. Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b en Wnb § 1.3 art 1.11: overige soorten Uit de soortgroepen van vaatplanten, ongewervelden, vissen, amfibieën en reptielen waarvoor het middelzware nationale beschermingsregiem zonder vrijstelling geldt kan alleen de alpenwatersalamander niet geheel uitgesloten worden. Met het oog op deze soort dienen een aantal voorzorgsmaatregelen genomen worden of gewerkt te worden op basis van een goedgekeurde gedragscode. Tevens kunnen een aantal algemene amfibieën verwacht worden waarvoor een vrijstelling en alleen de zorgplicht geldt.
Houtopstanden Wnb §4 Houtopstanden en APV (Wnb §4 art 4 en Algemene Plaatselijke Verordening (APV)) De houtopstanden binnen het plangebied kunnen als tuin- en erf begroeiing aangemerkt worden en zijn daarom niet beschermd op basis van Wet natuurbescherming §4 art 4 en geldt om die redenen geen meldingsplicht van kap bij de provincie. Voor de betreffende adressen worden geen bomen vermeld die als beschermde bomen op de bomenlijst staan van gemeente Hilvarenbeek staan.
5.2 Samenvatting en vervolgstappen Samenvatting -Overtredingen van de regelgeving van de Wet natuurbescherming en Interim omgevingsverordening NB met betrekking tot de gebiedsbescherming zijn niet aan de orde. - Directe aantasting van verblijfplekken van vleermuizen ten gevolge van de ontwikkeling kan geheel uitgesloten worden. Om verstoring van mogelijke verblijfplekken in nabijgelegen bebouwing en, in meer in algemene zin, verstoring van foerageergebied van vleermuizen (en andere nachtdieren) te voorkomen dienen zowel in de uitvoerende als gebruiksfase een aantal voorzorgsmaatregelen genomen te worden die o.a. de beperking van de lichtbelasting betreffen. - Met het oog op een mogelijke aanwezigheid van de alpenwatersalamander dienen een aantal voorzorgsmaatregelen genomen te worden of op basis van een goedgekeurde gedragscode gewerkt te worden om een overtreding van Wnb § 3.3 te voorkomen (zie voor toelichting eerst via deze link https://ecoconsultgmm.nl/geldigheid-gedragscode-soortbescherming-stadswerk-tijdelijk-opgeschort/ ). - Om een overtreding van Wnb § 1.3 art 1.11 inzake de zorgplicht te voorkomen dienen ook voorzorgsmaatregelen genomen te worden met het oog op aanwezigheid voor een aantal algemene amfibiesoorten en kleine zoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt.
-Als verder de voorzorgsmaatregelen die het volgende hoofdstuk 6 vermelden in acht worden genomen, wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht. Vervolgstappen Als de genoemde voorzorgsmaatregelen met betrekking tot soortenbescherming zoals die in hoofdstuk 6.1 en 6.2 vermeld staan in acht worden genomen is geen vervolgonderzoek nodig. Ontheffingsaanvraag Als aan het voorgaande voldaan wordt is het indienen van een ontheffingsaanvraag voor het verkrijgen van een Verklaring van geen bezwaar niet noodzakelijk.
31
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
6 VOORZORGSMAATREGELEN, MITIGATIE EN AANBEVELINGEN. 6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen •
•
•
Bij uitvoering van ingrepen dient het broedseizoen in acht genomen te worden indien niet voldoende gegarandeerd kan worden dat nesten van broedende vogels niet beschadigd of vernietigd kunnen worden. Als aanbeveling geldt, om bij wijze van voorzorgsmaatregel elke schade aan broedgevallen uit te sluiten, ingrepen geheel buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Als broedseizoen wordt de periode half maart-half juli aangemerkt. Ook als na die periode nog broedende vogels of nestjongen worden waargenomen dan geldt dat het broedseizoen nog niet is afgelopen is. Als men binnen het broedseizoen wil werken geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedende vogels en vervolgens voorafgaande de werkzaamheden het plangebied te controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld dienen te worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Voor aanwezigheid onbeschermde en vrijgestelde zoogdieren en amfibieën dient de zorgplicht in acht genomen te worden. D.w.z. dat men verstoring, verwonding en doden van deze diersoorten zoveel mogelijk tracht te voorkomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.
6.2 Bijzondere voorzorg- en mitigatiemaatregelen Met betrekking tot alpenwatersalamander, andere amfibieën en egel. • Begroeiingen van sierstruiken waaronder alpenwatersalamanders, algemenen amfibiesoorten met een vrijstellingen en egel kunnen overwinteren in onderliggende strooisellagen, dienen buiten de winterperiode in de periode van 1 april tot 1 september verwijderd te worden. In deze periode verblijven de salamanders in het water en is buiten kwetsbare periode waarin de egel in winterslaap is. • Onder de nieuwe aanplant of nog open bodem dient en strooisellaag aangebracht worden die tijdelijk compenserende overwinteringsmogelijkheden biedt. • Bij het aantreffen van amfibieën en andere trage dieren dienen deze verzameld te worden en zo snel mogelijk op een geschikte plek uitgezet te worden. B.v. in het geval van amfibieën binnen dekking gevende vegetatie langs de oevers van waters. Met betrekking tot vleermuizen en beschermd functioneel leefgebied vleermuizen en andere nachtdieren (uilen). • I.v.m. verstoring van mogelijke verblijfplekken in naburige bebouwing dienen de meest verstorende bouwwerkzaamheden in de periode 1 oktober- 1 mei buiten de actieve periode van vleermuizen uitgevoerd te worden. Dit zijn werkzaamheden die bodemtrillingen of veel geluidoverlast veroorzaken.
• Uitvoering van werkzaamheden na zonsondergang en het voeren van bouwverlichting dient zoveel mogelijk beperkt te worden. B.v. geen schijnwerpers gebruiken die ook de omgeving sterk verlichten of onnodig gericht zijn op plekken waar vleermuizen en andere dieren kunnen foerageren. • Bij wijze van voorzorgsmaatregel dient tot aan de bouw het terreindeel waarop werkzaamheden plaats vinden dusdanig te worden onderhouden dat er zich geen hoge begroeiingen en ruigten kunnen ontwikkelen die schuilgelegenheid aan kleine zoogdieren en amfibieën en nestgelegenheid aan vogels bieden. Ook dient om deze redenen dient dumping van afval (kaphout, tuinafval) of opslag van bouwmaterialen tot aan de uitvoering van de werkzaamheden vermeden te worden.
32
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
•
Bij herinrichting dient naar een lichtplan gestreefd worden dat weinig uitstraling naar de omgeving en onnodig nachtverlichting zoveel mogelijk beperkt. Dit met het oog op foeragerende vleermuizen en uilen. Zie verder de aanbevelingen in het volgende hoofdstuk op het punt van lichthinder.
6.3 Aanbeveling en advies •
•
•
•
•
Aanbevolen wordt om het oog op mogelijke aanwezigheid van alpenwatersalamander en overige amfibieën en egel te werken met een goedgekeurde gedragscode. De ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud (versie 412-2020)’ wordt hier aanbevolen. Deze gedragscode is tot 2023 geldig en opgesteld en uitgegeven door de Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland met medewerking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Zie verder bijlage 6 en raadpleeg eerst het advies gegeven via deze link https://ecoconsult-gmm.nl/geldigheid-gedragscode-soortbescherming-stadswerk-tijdelijk-opgeschort/ Als aanbeveling geld om naar een nieuwe groene inrichting te streven die aansluit op de landschappelijke en ecologische omgeving. Dit kan o.a. door te kiezen voor inlandse houtsoorten voor de aanleg van hagen en planten van bomen. De plannen zover die bekend zijn, voldoen al grotendeels aan deze aanbeveling. De aanplant dient dusdanig te geschieden dat de uitstraling van licht op de omgeving voor de nachtdieren zoveel mogelijk beperkt wordt. Als aanbeveling geldt het inbouwen van verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen en huismussen in de nieuwbouw. Hiervoor zijn inbouwkasten in alle maten en van verschillend soorten materialen in de handel.
Enkele veel gebruikte methoden om de effecten van lichthinder te beperken zijn: -niet uitstralende armaturen -lagere armaturen (dan zijn er wel meer nodig) -verlichting met een lagere lichtintensiteit -tijdelijke verlichting (slechts een deel van de nacht aan), en alleen op plekken waar het echt nodig is -Het gebruik van sensoren die in werking treden als verlichting nodig is -de verlichting afschermen met struiken zodat het licht niet verstrooid wordt naar plekken waar het niet nodig is. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van neststenen of vogelvides voor huismussen en vleermuiskasten in de gevel van de nieuwe woning. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat! Voor meer informatie: www.bouwnatuurinclusief.nl
33
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
7. BRONNEN Literatuur • • • • • • • • • • • • • • •
De amfibieën en reptielen van Nederland. Creemers. R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009 De Vegetatie van Nederland deel 1 t/m 5. Schaminée e.a. 1995 Nederlandse Ecologische Flora deel 1t/m5. Drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra, T. Westra 19851994 Veldgids Europese Zoogdieren. P. Twisk, A. van Diepenbeek, J.P. Bekker 2010. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016 Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Dietz, C., O. von Helversen& D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur. Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12 Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Handreiking woningbouw en AERIUS.
Uitgave Rijksoverheid Atmosferische stikstofdepositie en Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen in Vlaanderen; 2015 uitgave Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud 2020-2023. Uitgave BIJ12
Gegevensverstrekking NDFF - quickscanhulp.nl, d.d. 12-11-2023 Internetsites -www. minlnv.nederlandsesoorten.nl/ -www.Verspreidingsatlas.nl -www.quickscanhulp.nl -www.ruimtelijkeplannen.nl -www.kaartbank.brabant.nl
34
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
BIJLAGE 1 - TOELICHTING SOORTENBESCHERMING De Conventie van Bern is een internationaal verdrag over het behoud van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten en de daarbij behorende grensoverschrijdende natuurlijke leefmilieus in Europa. Bijzondere aandacht wordt besteed aan kwetsbare soorten en aan soorten die met uitsterven worden bedreigd. Het verdrag werd in 1979 ondertekend door de Europese Unie, Monaco, Burkina Faso, Marokko, Tunesië en Senegal en ligt aan de basis van de huidige Europese en nationale natuurwetgeving. De Conventie van Bonn is een internationaal verdrag met het doel migrerende diersoorten te beschermen. Het verdrag werd in 1979 in Bonn getekend onder auspiciën van de VN. De Habitatrichtlijn (HR) is in 1992 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door natuurlijke habitatten en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De Vogelrichtlijn is in 1979 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten.
Bijlage
Categorie
Bern1
Bern 2
Bern 3
Bonn 1
Bonn2
Strikt beschermde plantensoorten
Habitatrichtlijn/ Vogelrichtlijn HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde plantensoorten
HR-bijlage 2
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Beschermde diersoorten
HR-bijlage 2 en 5
§ 3.3 art 3.10
Beschermde vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Strikt beschermde (migrerende) diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.2 art 3.5
Strikt beschermde (migrerende) vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
Beschermde (migrerende) diersoorten
HR-bijlage 4
§ 3.3 art 3.10
Beschermde (migrerende) vogelsoorten
Vogelrichtlijn
§ 3.1 art 3.1
35
Wnb
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
TABEL 2 - SOORTEN VAN DE VOGELRICHTLIJN Algemeen Alle Europese inheemse vogels zijn beschermd met de Vogelrichtlijn, waarbij een onderscheidt gemaakt kan worden van soorten waarvoor een striktere bescherming geldt (vermeldt in bijlag 2 van de Conventie van Bern en bijlage 1 van het Verdrag van Bonn) en soorten waarvoor die bescherming minder strikt is (bijlage 3 Bern en bijlage 2 Bonn). Echter voor alle soorten is de bescherming van Wnb § 3.1 art 3.1 van toepassing. Van een aantal soorten zijn ook de verblijfplekken en nesten buiten het broedseizoen beschermd, de zgn. jaarrond beschermde verblijfplekken. Vogels met jaarrond vaste verblijfplekken Door de RVO is een lijst van vogelsoorten opgesteld waarbij een onderscheidt is gemaakt tussen de volgende categorieën van beschermde vaste verblijfplekken die deze soorten onderhouden
2
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 5
1
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Verblijfplekken van soorten uit categorie 1,2,3 en 4 zijn in alle gevallen jaarrond beschermd en is ontheffing altijd noodzakelijk. Verblijfplekken van soorten uit categorie 5 zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of “als ecologische omstandigheden” dat rechtvaardigen. Voor deze soorten, die slechts deels vaste nestelplekken onderhouden geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid.
Lijst van vogels die vaste verblijfplekken onderhouden Soort
categorie
steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstraat kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw Bonte vliegenvanger
1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5
soort
boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals groene specht ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger grote bonte specht hop huiszwaluw ijsvogel kleine bonte specht kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw
36
categorie
soort
categorie
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
BIJLAGE 3 - SOORTEN VAN DE HABITATRICHTLIJN
Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I
Bern II
Bonn I
HR IV
categorie
soort
soort
Bern II Bern II Bern II
Sporenplanten Sporenplanten Sporenplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten dagvlinders Haften Libellen
Geel schorpioenmos Tonghaarmuts Kleine vlotvaren Liggende raket Drijvende waterweegbree Groenknolorchis Kruipend moerasscherm Zomerschroeforchis Moerasparelmoervlinder Oeveraas Mercuurwaterjuffer
Bern II
Zeezoogdieren
Walrus
Reptielen Reptielen Reptielen Reptielen zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Amfibieën Vissen Weekdieren Weekdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Dikkopschildpad Kemp’s zeeschildpad Lederschildpad Soepschildpad Bultrug gewone vinvis noordse vinvis Potvis Poelkikker Houting Bataafse stroommossel platte schijfhoren Bever Hazelmuis Lynx
Hamatocaulis vernicosus Orthotrichum rogeri Salvinia natans Sisymbrium supinum Luronium natans Liparis loeselii Apium repens Spiranthes aestivalis Euphydryas aurinia ssp. aurinia Palingenia longicauda Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale Odobenus rosmarus ssp. rosmarus Caretta caretta Lepidochelys kempii Dermochelys coriacea Chelonia mydas Megaptera novaeangliae Balaenoptera physalus Balaenoptera borealis Physeter catodon Pelophylax lessonae Coregonus oxyrinchus Unio crassus Anisus vorticulus Castor fiber ssp. albicus Muscardinus avellanarius Lynx ssp. lynx
Zoogdieren
Noordse woelmuis
HR IV HR IV HR IV HR IV
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Bern II Bern II Bern II Bern II
Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Zoogdieren Wilde kat HR IV Zoogdieren Wolf HR IV Gewone dwergvleermuis HR IV Vleermuizen Zeezoogdieren Butskop HR IV HR IV Zeezoogdieren Dwergvinvis HR IV Zeezoogdieren Griend Spitsdolfijn van gray HR IV Zeezoogdieren Witte dolfijn HR IV Zeezoogdieren Boomkikker HR IV Amfibieën Amfibieën Geelbuikvuurpad HR IV Heikikker HR IV Amfibieën Kamsalamander HR IV Amfibieën
37
Microtus oeconomus ssp. arenicola Felis silvestris ssp. silvestris Canus lupus Pipistrellus Hyperoodon ampullatus Balaenoptera acutorostrata Globicephala melas Mesoplodon grayi Delphinapterus leucas Hyla arborea ssp. arborea Bombina variegata ssp. variegata Rana arvalis ssp. arvalis Triturus cristatus
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
Bern I
Bern Bonn II I Bern II Bern II
HR categorie IV HR IV Amfibieën HR IV Amfibieën
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV Dagvlinders HR IV Dagvlinders HR IV Dagvlinders HR IV Dagvlinders HR IV Dagvlinders HR IV Dagvlinders HR IV Dagvlinders HR IV Kevers HR IV Kevers HR IV Kevers HR IV Kevers HR IV Libellen HR IV Libellen HR IV Libellen HR IV Libellen Libellen HR IV
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Oostelijke witsnuitlibel HR IV Libellen Rivierrombout HR IV Libellen sierlijke witsnuitlibel HR IV Libellen Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart HR IV Reptielen Gladde slang HR IV
Bern II
HR IV Reptielen
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
Zandhagedis HR IV Reptielen Vissen Steur HR IV Hamster HR IV Zoogdieren Otter HR IV Zoogdieren Vleermuizen Baardvleermuis HR IV
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Bern II
HR IV
Bern II Bern II
Kleine dwergvleermuis HR IV Vleermuizen Vleermuizen Kleine hoefijzerneus HR IV
Bern II
HR IV
Bern II
HR IV Vleermuizen
Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen
Vleermuizen
soort Rugstreeppad Vroedmeesterpad
soort
Apollovlinder Boszandoog Donker pimpernelblauwtje
Bufo calamita Alytes obstetricans ssp. obstetricans Parnassius apollo Lopinga achine Maculinea nausithous
Grote vuurvlinder
Lycaena dispar ssp. batava
Pimpernelblauwtje
Maculinea teleius
Tijmblauwtje Zilverstreephooibeestje Brede Geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever Vermiljoenkever Bronslibel Gaffellibel Gevlekte witsnuitlibel Groene glazenmaker Noordse winterjuffer
Maculinea arion Coenonympha hero Dytiscus latissimus
Muurhagedis
Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Ingekorven vleermuis
Laatvlieger Meervleermuis
38
Graphoderus bilineatus Osmoderma eremita Cucujus cinnaberinus Oxygastra curtisii Ophiogomphus cecilia Leucorrhinia pectoralis Aeshna viridis Sympecma annulata ssp. braueri Leucorrhinia albifrons Gomphus flavipes ssp. flavipes Leucorrhinia caudalis Proserpinus proserpina Coronella austriaca ssp. austriaca Podarcis muralis ssp. brongniardii Lacerta agilis ssp. agilis Acipenser sturio Cricetus cricetus ssp. canescens Lutra lutra ssp. lutra Myotis mystacinus ssp. mystacinus Myotis bechsteini Nyctalus leisleri ssp. leisleri Myotis brandti ssp. brandti Myotis nattereri Plecotus auritus ssp. auritus Plecotus austriacus ssp. austriacus Myotis emarginatus ssp. emarginatus Pipistrellus pygmaeus Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus Myotis dasycneme
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
Bern I
Bern Bon II I Bern II
HR IV
categorie
soort
soort
HR IV
Vleermuizen
Kleine hoefijzerneus
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen Vleermuizen
Laatvlieger Meervleermuis Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis
Bern II
HR IV
Vleermuizen
Bruinvis
Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II
HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV
Vleermuizen Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren Zeezoogdieren
Dwergpotvis Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis Narwal Orca Tuimelaar Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn
Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus Myotis dasycneme Barbastella barbastellus Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni Nyctalus noctula ssp. noctula Pipistrellus nathusii Vespertilio murinus ssp. murinus Myotis myotis ssp. myotis Myotis daubentoni ssp. daubentoni Phocoena phocoena ssp. phocoena Kogia breviceps Stenella coeruleoalba Delphinus delphis Mesoplodon bidens Grampus griseus Pseudorca crassidens Monodon monoceros Orcinus orca Tursiops truncatus ssp. truncatus Lagenorhynchus acutus Lagenorhynchus albirostris
39
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
BIJLAGE 4 - NATIONAAL BESCHERMDE SOORTEN (‘ANDERE SOORTEN’) Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in bijlage A en B van Wnb artikel 3.10 (respectievelijk) lid 1a en 1c. Internationaal staan deze vermeldt in bijlage 3 van de Conventie van Bern en bijlage 2 en 5 van de Habitatrichtlijn. soortgroep
soort
soort
bescherming
Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Kevers Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Kreeftachtigen Reptielen Reptielen Reptielen Reptielen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen ZoogdierenZoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Vliegend hert Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel speerwaterjuffer Europese rivierkreeft Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Boommarter Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis
Mesotriton alpestris Lissotriton helveticus Salamandra Pyrgus malvae Melitaea athalia Erynnis tages Satyrium ilicis Argynnis niobe Maculinea alcon Argynnis aglaja Nymphalis polychloros Apatura iris) Satyrium w-album Hipparchia statilinus Limenitis camilla Hesperia comma Thecla betulae Heteropterus morpheus Plebejus optilete Boloria aquilonaris Coenonympha tullia Melitaea cinxia Boloria selene Lucanus cervus Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Coenagrion armatum Somatochlora flavomaculata Cordulegaster boltonii Somatochlora arctica Sympetrum depressiusculum Coenagrion hastulatum Astacus astacus Vipera berus ssp. berus Anguis fragilis Zootoca vivipara Natrix Cottus rhenanus Lampetra planeri Phoxinus phoxinus Alburnoides bipunctatus Misgurnus fossilis Lota Martes martes Mustela putorius Dama dama Meles meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis
Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A)
40
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Sporenplanten Sporenplanten Sporenplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Hermelijn Molmuis Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis Hermelijn Molmuis Steenmarter Veldspitsmuis Wezel Waterspitsmuis Gewone zeehond Grijze zeehond Blaasvaren Groensteel Schubvaren Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Zaadplanten
Mustela erminea Arvicola scherman Mustela putorius Dama Meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis Mustela erminea Arvicola scherman Martes foina Crocidura leucodon Mustela nivalis Neomys fodiens Phoca vitulina Halichoerus grypus Cystopteris fragilis Asplenium viride Ceterach officinarum Ranunculus arvensis Torilis arvensis Odontites vernus subsp. vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagallis arvensis subsp. foemina Himantoglossum hircinum Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus Bromopsis ramosa subsp. benekenii Chenopodium bonus-henricus Euphorbia platyphyllos Eriophorum latifolium Epipactis atrorubens
Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Goodyera repens Bromus secalinus Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Gentianella ciliata Epipactis muelleri
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Alchemilla subcrenata
Andere soorten (bijlage B)
Valerianella dentata Tuberaria guttata Hypochaeris glabra Carex laevigata Coeloglossum viride Legousia speculum-veneris Fragaria moschata Aphanes arvensis Herminium monorchis Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvifolia Veronica verna Scorzonera humilis Euphorbia exigua
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
41
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten
Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje
Campanula glomerata Lathyrus linifolius Filipendula vulgaris Arnoseris minima Carum verticillatum Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri Lathyrus aphaca Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta subsp. sagittata Lilium bulbiferum subsp. croceum Daphne mezereum Antennaria dioica Lithospermum arvense Asperugo procumbens Carex lepidocarpa Galeopsis angustifolia Hieracium lactucella Rubus saxatilis Euphorbia stricta Monotropa hypopitys Carduus tenuiflorus Minuartia hybrida Teucrium botrys Scheuchzeria palustris Ophrys insectifera Veronica praecox Artemisia campestris subsp. campestris Consolida regalis Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp. calaminaria
42
Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
BIJLAGE 5 - SOORTEN MET EEN VRIJSTELLING Uitgezonderd:
4
1
5 1
Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker
2 3
43
ANWvB RN art 3.31
Zuid-Holland
Zeeland
Utrecht
Overijssel
Noord-Holland
Noord- Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Flevoland
Geen vrijstelling Vrijstelling voor ingrepen aan bebouwing en erven. Tijdelijke vrijstelling van juli t/m september Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus tot 15 oktober Tijdelijke vrijstelling periode maart en april en periode juli t/m september Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus t/m februari
Drente
1 2 3 4 5
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
BIJLAGE 6 - WERKEN MET GEDRAGSCODE Met het oog op mogelijke verblijf/nestelplekken van kleine zoogdieren, vogels en amfibieën kan gewerkt te worden met een door het Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode om overtredingen te voorkomen. Aanbevolen wordt om te werken naar de ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud (versie 4-12-2020)’ Deze gedragscode is tot 2023 geldig en opgesteld en uitgegeven door de Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland met medewerking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De inzet van de gedragscode met betrekking tot de soorten waarvoor deze dient te worden toegepast is beperking van schade bij handelingen in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Voor de betrokken soorten mogen de verboden beperkt worden overtreden. De gedragscode kan bij ruimtelijke ontwikkeling toegepast worden op soorten die beschermd zijn middels paragraaf 3.1 (vogelrichtlijn) en 3.2 (‘andere soorten’) van de Wet natuurbescherming. Soorten en verblijfplekken die onder de strikte bescherming vallen zijn uitgesloten van werken met gedragscode. Door de gedragscode worden de verblijfplekken de verblijfplekken in verschillende categorieën verdeeld. B.v. verblijfplekken van watersalamanders worden tot de categorie 4 (van “leefgebied jaarrond in gebruik”.
Bunzing en wezel kunnen voorplantingsplekken en rustplekken binnen een plangebied onderhouden. Deze worden door de genoemde gedragscode gecategoriseerd als verblijfplekken van de categorie 3 (tijdelijke rust- of voortplantingsplek). De gedragscode dient volgens het volgende protocol uitgevoerd te worden. •
• •
• • •
soort
Het opstellen van een werkprotocol voor het uitvoeren van de werkzaamheden die tot overtreding van de Wet natuurbescherming kunnen leiden. Het aantrekken van en ecologische deskundige om toe te zien op een correcte uitvoering van de werkzaamheden en om eventueel ecologisch advies te geven. Opruimwerkzaamheden dienen bij voorkeur handmatig te gebeuren. Bij het aantreffen van amfibieën en andere trage dieren dienen deze verzameld te worden en zo snel mogelijk op en geschikte plek uitgezet te worden. B.v in het geval van amfibieën binnen dekking gevende vegetatie langs de oevers van waters. Voor marterachtigen en andere snelle kleine zoogdieren dienen veilige vluchtwegen geboden te worden. De werkrichting dient dusdanig gekozen te worden dat vluchtende dieren niet gehinderd worden in het kiezen van de juiste vluchtrichting. Voor vluchtende dienen direct op hun vluchtweg buiten het plangebied schuilmogelijkheden aanwezig te zijn. B.v houtrillen voor marterachtigen. Verstorende werkzaamheden dienen te geschieden buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. Bijvoorbeeld voor watersalamanders is dat de winterrustperiode die gesteld kan worden tussen 1 oktober en 1 april. Na 1 april zijn de meeste watersalamanders naar het water vertrokken.
Voor de marterachtigen is de kwetsbare periode de voortplantingsperiode die gesteld wordt tussen 1 maart en 1 augustus (zie onderstaand overzicht). Jan
Feb
Mrt
April
Mei
Juni
Juli
Aug
Sept
Okt
Nov
Dec.
Watersalamanders Kleine marterachtigen De rode vlakken geven de kwetsbare perioden aan. Bij het verlaten van winterverblijfplekken van amfibieën speelt het weer ook een grote rol: in een warm voorjaar zullen deze eerder vertrokken zijn dan bij een koud voorjaar.
•
Voor verlies van leefgebied en verblijfsmogelijkheden dient compensatie geboden te worden door het aanbieden van alternatieve verblijfsmogelijkheden. B.v. door het aanleggen van steen- en houtstapelingen, oprichten van marterruiters en aanbrengen houtrillen
44
Ecologische quickscan – Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen
45
Fotobijlage quickscan “2311-1 Herontwikkeling Emmerseweg 2 en 2A te Diessen”
Schietwilg in tuin van E#mmerseweg 2 te Diessen