CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Wijziging omgevingsplan Biest-Houtakker (2 bijlage 1a Besluit planregeling toelichting en GIO)

Gemeenteraad 17 april 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging omgevingsplan Biest-Houtakker.39.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Subparagraaf 6.3.2.1 Groenvoorzieningen aanleggen in openbaar gebied Subparagraaf 6.3.2.1 regelt dat het vergunningvrij is om groenvoorzieningen aan te leggen binnen ‘openbaar gebied’.

Subparagraaf 6.3.2.2 Diepwortelende gewassen en beplanting aanbrengen Subparagraaf 6.3.2.2 bevat regels, gesteld met als doel het beheer en onderhoud van ondergrondse buisleidingen en het waarborgen van de omgevingskwaliteit en de (omgevings)veiligheid. Hiertoe is een vergunningplicht opgenomen voor het aanbrengen van diepwortelende gewassen en beplanting.

Subparagraaf 6.3.2.3 Perceelsindeling wijzigen Subparagraaf 6.3.2.3 bevat regels, gesteld met als doel het behoud, beheer en herstel van de historische dorpsstructuur en de gehuchtenpleintjes uit oogpunt van cultuurhistorische waarden. Hiertoe is een vergunningplicht opgenomen voor het wijzigen van de perceelsindeling.

Subparagraaf 6.3.2.4 Houtgewas planten, vellen of rooien Subparagraaf 6.3.2.4 bevat regels, gesteld met als doel het behoud, beheer en herstel van de gehuchtenpleintjes uit oogpunt van cultuurhistorische waarden en de instandhouding van de aanwezige landschappelijke waarden binnen ‘landschappelijk waardevol gebied’. Hiertoe is een vergunningplicht opgenomen voor het planten, vellen of rooien van houtgewas.

84

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

Paragraaf 6.3.3 Werken en werkzaamheden - aanleggen en veranderen van wegen, paden en verhardingen Deze paragraaf bepaalt dat de regels in navolgende subparagrafen betrekking hebben op het aanleggen en veranderen van wegen, paden en verhardingen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende aanlegactiviteiten: • Oppervlakteverhardingen aanleggen; • Parkeerplaatsen aanleggen; • Opbreken en graven; • Onverharde paden en wegen verharden.

Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen Subparagraaf 6.3.3.1 bevat regels voor het aanleggen van (aaneengesloten) oppervlakteverhardingen, daaronder begrepen het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden binnen het ‘besluitgebied eerste wijziging’. Indien sprake is van een toename aan verhard oppervlakte vindt in alle gevallen een toets plaats waarbij sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkeling conform het vigerende beleid. Een vergunningplicht is daarnaast opgenomen voor het aanleggen van (aangesloten) oppervlakteverhardingen binnen diverse thematische gebiedsaanwijzingen met als doel het beschermen van het waterbergend vermogen van gronden, danwel aanwezige waarden.

Subparagraaf 6.3.3.2 Parkeerplaatsen aanleggen in openbaar gebied Subparagraaf 6.3.3.2 regelt dat het vergunningvrij is om parkeerplaatsen aan te leggen binnen ‘openbaar gebied’, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden.

Subparagraaf 6.3.3.3 Opbreken en graven Subparagraaf 6.3.3.3 regelt dat het vergunningvrij is om, ten behoeve van het aanleggen, beheren en verwijderen van een kabel of leiding of het aanleggen van waterhuishoudkundige voorzieningen, gronden open te breken of te vergaven binnen ‘openbaar gebied’, mits voldaan wordt aan de specifieke zorgplicht in artikel 6.36.

Subparagraaf 6.3.3.4 Onverharde paden en wegen verharden Subparagraaf 6.3.3.4 bevat regels voor het verharden van onverharde paden en wegen binnen de locatie ‘onverhard’. Indien sprake is van reeds verharde paden, wegen en het tijdelijk aanleggen van verwijderbare verhardingen voor maximaal 2 weken, zijn deze regels niet van toepassing. Een vergunningsplicht is daarnaast opgenomen voor het verharden van paden wegen met als doel ervoor te zorgen dat verharding op een verantwoorde en maatschappelijk verantwoorde manier wordt uitgevoerd, waarbij rekening wordt gehouden met verkeersveiligheid, natuur- en cultuurhistorische waarden, bedrijfsbelangen en hydrologische impact.

Paragraaf 6.3.4 Werken en werkzaamheden - grondroeractiviteiten Deze paragraaf bepaalt dat de regels in navolgende subparagrafen betrekking hebben op diverse soorten grondroeractiviteiten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende aanlegactiviteiten: • Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; • Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; • Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; • Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond; • Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen.

85

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden Subparagraaf 6.3.4.1 bevat regels voor het ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden binnen diverse specifieke gebieden. Binnen deze gebieden is in ieder geval sprake van de aanwezigheid van buisleidingen, bepaalde (archeologische) waarden of eisen met betrekking tot waterberging. Indien sprake is van het ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden is een omgevingsvergunning nodig met als doel geen blijvend onevenredige afbreuk te veroorzaken op de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Het bevoegd gezag vraagt indien een vergunning benodigd is om schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij.

Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem Subparagraaf 6.3.4.2 bevat regels voor het diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem binnen diverse specifieke gebieden. Binnen deze gebieden is in ieder geval sprake van de aanwezigheid van buisleidingen of bepaalde (archeologische) waarden. Indien sprake is van het diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem is een omgevingsvergunning nodig met als doel geen blijvend onevenredige afbreuk te veroorzaken op de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Het bevoegd gezag vraagt indien een vergunning benodigd is om schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij.

Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen Subparagraaf 6.3.4.3 bevat regels voor het aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen binnen diverse specifieke gebieden. Binnen deze gebieden is in ieder geval sprake van de aanwezigheid van buisleidingen, bepaalde (archeologische) waarden of eisen met betrekking tot waterberging. Indien sprake is van het aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen is een omgevingsvergunning nodig met als doel geen blijvend onevenredige afbreuk te veroorzaken op de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Het bevoegd gezag vraagt indien een vergunning benodigd is om schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij.

Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond Subparagraaf 6.3.4.4 bevat regels voor het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond binnen diverse specifieke gebieden. Binnen deze gebieden is in ieder geval sprake van de aanwezigheid van buisleidingen of bepaalde (archeologische) waarden. Indien sprake is van het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond is een omgevingsvergunning nodig met als doel geen blijvend onevenredige afbreuk te veroorzaken op de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte en/of oppervlakte blijven, is geen vergunning nodig. Het bevoegd gezag vraagt indien een vergunning benodigd is om schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij.

Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen Subparagraaf 6.3.4.5 bevat regels voor het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen binnen diverse specifieke gebieden. Binnen deze gebieden is in ieder geval sprake van de aanwezigheid van bepaalde (archeologische) waarden of eisen met betrekking tot een watergang. Indien sprake is van het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen is een omgevingsvergunning nodig met als doel geen blijvend onevenredige afbreuk te veroorzaken op de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Indien de activiteiten onder een bepaalde diepte blijven, is geen

86

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

vergunning nodig. Het bevoegd gezag vraagt indien een vergunning benodigd is om schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij.

Concept

Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten Paragraaf 6.4.1 bevat de algemene bepalingen die gelden voor de bouwactiviteiten in paragrafen 6.4.2 t/m 6.4.11 en de daaraan ondergeschikte subparagrafen. Voor de bouwactiviteiten in deze afdeling is aansluiting gezocht bij de bouwactiviteiten die ook in de voormalige bestemmingsplannen waren opgenomen. Inhoudelijk zijn hier geen wijzigingen in aangebracht. In bijlage I bij de Omgevingswet is aangegeven dat onder bouwen wordt verstaan 'plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, veranderen of vergroten' van een bouwwerk. Dat betekent dat niet alleen het realiseren van een nieuw bouwwerk onder het bouwen van een bouwwerk valt, maar ook het veranderen van een bouwwerk. Het vervangen van bijvoorbeeld een bestaand kozijn door een nieuw kozijn valt dus onder het bouwen van een bouwwerk. Samenloop met andere activiteiten Het kan voorkomen dat een bouwactiviteit geheel of gedeeltelijk samenvalt met de uitoefening van een andere activiteit waarover in dit omgevingsplan of in een andere regeling regels zijn gesteld. Bijvoorbeeld het bouwen van een bouwwerk waarvoor ook een vergunning voor een aanlegactiviteit noodzakelijk is. Over beide activiteiten bevat dit omgevingsplan afzonderlijke regels. De regels over die verschillende activiteiten zijn gesteld met een uiteenlopend oogmerk.

Per activiteit vindt met het oog daarop een belangenafweging plaats. Eén feitelijke handeling kan dus bestaan uit meerdere juridische activiteiten, zoals bedoeld in dit omgevingsplan of in enige andere regeling. Die activiteiten hebben een onlosmakelijke samenhang (want één feitelijke handeling), maar worden elk afzonderlijk gereguleerd. Dat kan inhouden dat voor die ene feitelijke handeling meerdere omgevingsvergunningen nodig zijn. Een aanvraag om een omgevingsvergunning kan naar keuze van de aanvrager op een of meer activiteiten betrekking hebben (artikel 5.7, eerste lid, van de Omgevingswet).

Artikel 6.65 Algemeen toepassingsbereik Artikel 6.65 bepaald dat deze afdeling gaat over het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 6.66 Meetbepalingen Artikel 6.66 bevat meetbepalingen die op deze afdeling van toepassing zijn.

Artikel 6.67 Bouwen ten behoeve van gebruiksactiviteiten Artikel 6.67 bepaald dat een bouwwerk uitsluitend mag worden gebouwd indien deze in overeenstemming is met de in Afdeling 6.5 opgenomen gebruiksactiviteiten.

Artikel 6.68 Algemene afbakeningseisen In artikel 6.68 is opgenomen dat indien de maatvoering van een legaal opgericht bouwwerk afwijkt van de bepalingen in deze afdeling, dan geldt deze bestaande maatvoering als maximum. In het geval dat een bouwwerk (geheel of gedeeltelijk) illegaal is gebouwd, is het onwenselijk dat deze als bestaande maatvoering worden aangehouden.

Artikel 6.69 Algemene aanvraagvereisten ruimtelijke bouwactiviteiten Artikel 6.69 bevat de algemene aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. De aanvraagvereisten zijn grotendeels overeenkomstig de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht. De aanvraagvereisten zijn aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de Omgevingsregeling.

87

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

Aan de aanvraagvereisten is toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan. De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld. De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen. Aanvraagvereisten die verband houden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen.

Artikel 6.70 Algemene beoordelingsregels ruimtelijke bouwactiviteiten Artikel 6.70 bevat de beoordelingsregels die op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Geven de betreffende beoordelingsregels geen aanleiding de vergunning te weigeren, dan moet de vergunning worden verleend. De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen. Aanvraagvereisten die verband houden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen.

Artikel 6.71 Specifieke zorgplicht beschermen omgeving bij bouwactiviteiten In dit artikel zijn onderdelen terug te vinden die voorheen waren opgenomen in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, en de artikelen 7.21 en 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Deze zorgplicht (‘kapstokartikel’) heeft betrekking op gebruik van bouwwerken waarin niet is voorzien door de andere voorschriften van dit omgevingsplan en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Hiermee heeft het bevoegd gezag een ‘kapstok’ om in een specifiek geval in te grijpen wanneer het gebruik van een bouwwerk leidt tot hinder, overlast, gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s anders dan de brandveiligheidsrisico’s die al in het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn geregeld. De specifieke zorgplicht zorgt ervoor dat degene die een bouwactiviteit verricht, alles moet doen en laten om negatieve gevolgen voor de veiligheid, het milieu en de gezondheid te voorkomen. Soms lukt voorkomen niet. Dan moet hij ervoor zorgen dat er zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid zijn. Deze specifieke zorgplichtbepaling komt grotendeels overeen met de specifieke zorgplichtbepaling in het Bal.

De specifieke zorgplichten die in dit artikel zijn opgenomen, blijven gelden naast de algemene regels van deze afdeling in dit omgevingsplan, eventuele maatwerkvoorschriften en de vergunningplichten die in deze afdeling zijn opgenomen. Tegen een overtreding van de specifieke zorgplicht kan handhavend worden opgetreden. Handhavend optreden ligt voor de hand bij duidelijke overtredingen van de specifieke zorgplicht. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de bouwactiviteit verricht, onmiskenbaar in strijd is met de specifieke zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde zijn waarin niet direct duidelijk is of van onmiskenbare strijd sprake is. Het bevoegd gezag zal dan een keuze moeten maken tussen een handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat de specifieke zorgplicht inhoudt. Die verduidelijking kan in de vorm van het stellen van een maatwerkvoorschrift maar dat hoeft niet. Ook wanneer het bevoegd gezag degene die de activiteit verricht mondeling of schriftelijk informeert over wat er in een concreet geval onder de specifieke zorgplicht moet worden verstaan, is het voor diegene na ontvangst van die informatie duidelijk wat er verwacht wordt. Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht.

Deze specifieke zorgplicht vervangt onder meer artikel 2.7a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer dat ging over geurhinder. Dit houdt in dat als bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij de geurhinder bij het geurgevoelige gebouw tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. Wat aanvaardbaar is, hangt af van de situatie. Hierbij kan rekening gehouden worden met onder meer de volgende aspecten: • de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid; • de geurbelasting ter plaatse van het geurgevoelige gebouw;

88

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

• • • •

de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de activiteit; de historie van degene die de activiteit verricht en het klachtenpatroon over geurhinder; de bestaande en verwachte geurhinder van de activiteit; en de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Deze specifieke zorgplicht geldt naast de verplichtingen die in de paragrafen en subparagrafen van deze afdeling zijn gesteld voor het voorkomen of het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder.

Artikel 6.72 Verboden bouwactiviteiten Lid 1 Het is verboden bouwactiviteiten te verricht als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, als niet voldaan wordt aan de eisen in dat artikel. Bij de aanwijzing in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving gaat het om een landelijk uniforme categorie gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist voor het verrichten van een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk (zoals bouwen, verbouwen, vervangen of uitbreiden). In zo’n geval is geen omgevingsvergunning vereist, ook niet als de bouw in strijd zou zijn met een in het omgevingsplan gestelde regel. Voldoet een bouwactiviteit niet aan de in het besluit gestelde voorwaarden, dan is het verboden om die bouwactiviteit te verrichten. Lid 2 Binnen de locatie ‘bebouwingsvrije zone’ is het verboden om te bouwen. Daaronder begrepen het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (vergunningvrij bouwen) als bepaald in artikel 22.27 van de Bruidsschat. In artikel 22.27 van de Bruidsschat zijn de bouwwerken aangewezen waarvoor normaliter de vergunningsplicht voor bouwen niet van toepassing is. Dit betreffen de bouwwerken uit artikel 3 van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, met enkele ondergeschikte aanpassingen en aanvullingen. Deze regeling is bedoeld om de kwaliteitsverbetering te borgen.

Deze gronden zijn uitsluitend bedoeld voor de landschappelijke inpassing van de aanwezige bebouwingen en verhardingen. Om de uitvoering, instandhouding en waarde van de kwaliteitsverbetering te waarborgen is het niet wenselijk dat de gronden bebouwd kunnen worden. Het oprichten van bebouwing of verharding ter plaatse is ruimtelijke onwenselijk en doet de gewenste uitstraling teniet. Deze zone bevindt zich meestal aan de buitenranden van de percelen. Deze zone wordt niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het voormalige Besluit Omgevingsrecht.

Artikel 6.73 Algemene regels bouwactiviteiten Dit artikel bevat beperkingen voor het bouwen van bouwwerken binnen: • Meanderzone; • Aandachtsgebied regionale waterberging; • Beeldkwaliteit Akkerstraat. Lid 1 In verband met het aanwijzen van het Spruitenstroompje als ecologische verbindingszone is rondom een meanderzone van 25 meter ingesteld. Het doel van deze zone is dat er (planologisch) ruimte wordt gegeven aan het Spruitenstroompje om te meanderen. Om dit te waarborgen is het bouwen van bouwwerken binnen deze zone onder voorwaarden toegestaan. Lid 2 In verband met het beschermen van het waterbergend vermogen van de regionale waterberging is het bouwen van bouwwerken binnen het ‘aandachtsgebied regionale waterberging’ onder voorwaarden toegestaan. Binnen dit gebied komt een overstroming gemiddeld eens per 100 jaar voor (vanuit het klimaatscenario in 2050), waarmee deze minder vaak overstromen. Toch is het van belang hierbinnen voldoende ruimte te behouden voor waterberging, omdat het wenselijk is om in de

89

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

toekomst ook voldoende ruimte te hebben voor waterberging. Daarnaast is het van belang te voorkomen dat water schade kan veroorzaken aan gebouwen en/of bedrijven. Omdat er voor het reserveringsgebied van het waterschap geen norm van toepassing is, wil dit zeggen dat er voor de waterbeheerder geen inspanningsverplichting geldt om maatregelen te nemen om een bepaald beschermingsniveau te (blijven) garanderen. Er vindt geen achteruitgang plaats, de status quo blijft van toepassing. Lid 3 Deze regeling is bedoeld om het beeldkwaliteit ter plaatste te borgen. Om een gewenste beeldkwaliteit te waarborgen zijn in het beeldkwaliteitsplan (bijlage IV) randvoorwaarden en ontwerprichtlijnen voor het bouwen en de inrichting van het perceel geformuleerd. Dit beeldkwaliteitsplan dient als richtlijn voor het te ontwikkelen bouwplan ter plaatse. Om deze randvoorwaarden en ontwerprichtlijnen te waarborgen is het bouwen binnen de locatie ‘beeldkwaliteit Akkerstraat’ onder voorwaarden toegestaan.

Artikel 6.74 Algemene regels ondergeschikte bouwdelen bouwen In dit artikel staan de regels met betrekking tot het bouwen van onderschikte bouwdelen die tot hoofdgebouwen behoren. Deze regels zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat ondergeschikte bouwdelen niet uit verhouding raken met de rest van een gebouw of gebied. Het beperken van de uitsteeklengte en de hoogte voorkomt dat gebouwen te veel in de openbare ruimte domineren. Deze regels bevorderen de visuele samenhang in de omgeving.

Artikel 6.75 Algemene regels ondergronds bouwen Dit artikel regelt het bouwen van ondergrondse bouwwerken. Deze regels zijn afkomstig uit de algemene bouwregels uit het voormalige bestemmingsplan. Door enkel onder de bovengrondse bebouwing te bouwen en niet dieper te bouwen dan 5 meter, wordt ervoor gezorgd dat ondergrondse bebouwing goed aansluit bij de bovengrondse structuur. De beperking van de verticale diepte tot maximaal 5 meter voorkomt dat de ondergrondse bebouwing te ingrijpend is, waardoor risico’s zoals verzakkingen of verstoring van ondergrondse infrastructuur worden geminimaliseerd.

Artikel 6.76 Aanwijzing vergunningplicht bouwactiviteiten Op grond van dit artikel is het verboden om zonder omgevingsvergunning bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen binnen: • Beperkingengebied buisleiding – gas; • Beperkingengebied buisleiding – riool; • Historische kern; • Archeologische vindplaats; • Hoge archeologische verwachtingswaarden; • Middelhoge archeologische verwachtingswaarden; • Cultuurhistorische waardevolle objecten; • Aandachtsgebied reservering waterberging. Lid 1 In verband met de aanwezigheid van een ondergrondse buisleiding - gas is een vergunningplicht opgenomen ten behoeve van het beheer van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen. Lid 2 In verband met de aanwezigheid van een ondergrondse rioolpersleiding is een vergunningplicht opgenomen ten behoeve van het beheer en onderhoud van deze leidingen en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met deze leidingen. Lid 3

90

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

In verband met eventueel voorkomende archeologische waarden is een vergunningsplicht opgenomen. Deze vergunningsplicht heeft als doel om bij bouwwerkzaamheden van een bepaalde omvang na te gaan of er sprake is van beïnvloeding van archeologische waarden.

Concept

Lid 4 In verband met de instandhouding en bescherming van de stedenbouwkundige en architectonische waarden van aangewezen cultuurhistorisch waardevolle objecten is een vergunningplicht opgenomen. Lid 5 In verband met het beschermen van het waterbergend vermogen binnen het ‘aandachtsgebied reservering waterberging’ is een vergunningplicht opgenomen.

Artikel 6.77 Uitzondering vergunningplicht bouwactiviteiten In dit artikel zijn bouwactiviteiten aangewezen waarvoor de vergunningplicht, bedoeld in artikel 6.76, niet van toepassing is. Lid 1 Indien gebouwd wordt ten behoeve van het beheer en onderhoud van de leiding, zoals regel- en meetkasten en afsluiterputten, dan is de vergunningplicht bedoeld in artikel 6.76 lid 1 niet van toepassing. Lid 2 Indien gebouwd wordt ten behoeve van het beheer en onderhoud van de leiding, dan is de vergunningplicht bedoeld in artikel 6.76 lid 2 niet van toepassing. Lid 3 Indien de bouwactiviteiten minder diep reiken, dan wel een verstoringsoppervlakte hebben van minder diep dan bepaald in dit lid, dan is de vergunningplicht bedoelde in artikel 6.76 lid 3 niet van toepassing.

Artikel 6.78 Beoordelingsregels vergunningplicht bouwactiviteiten Dit artikel regelt de beoordeling van de aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 6.76. Een vergunning wordt geweigerd als het bouwplan in strijd is met de beoordelingsregels die in dit artikel zijn gesteld. Lid 1 Lid 1 bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen het ‘beperkingengebied buisleiding – gas’ alleen verleend kan worden als er geen negatieve gevolgen zijn voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet. Deze regel beschermt het aangrenzende woon- en leefklimaat en zorgt ervoor dat het grastransport betrouwbaar en duurzaam functioneert. Lid 2 Lid 2 bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen het ‘beperkingengebied buisleiding – riool’ alleen verleend kan worden als er een zeker beschermingsniveau voor de leiding gegarandeerd kan worden. Deze regel borgt een goed beheer en onderhoud van de leiding en beschermt tevens het aangrenzende woon- en leefklimaat. Lid 3

91

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Lid 3 bepaalt dat de omgevingsvergunning voor de betreffende bouwactiviteit alleen wordt verleend indien een archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Met deze regel worden eventueel aanwezige archeologische waarden beschermd.

Concept

Lid 4 Lid 4 bepaalt dat een omgevingsvergunning in geval van cultuurhistorisch waardevolle objecten alleen wordt verleend indien geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek van het gebied. Met deze regel worden cultuurhistorisch waardevolle objecten beschermd tegen het (ver)bouwen en daarmee potentieel aantasten van de karakteristiek. Lid 5 Lid 5 bepaalt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen het aandachtsgebied reservering waterberging alleen wordt verleend als er geen sprake is van een vermindering of verslechtering van het waterbergend vermogen. Dit lid regelt dat het waterbergend vermogen ten minste behouden blijft of zelfs wordt verbeterd.

Artikel 6.79 Advisering In dit artikel wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bedoeld in artikel 6.76, als de beheerder danwel ter zake deskundige over de aanvraag heeft geadviseerd. Lid 1 In lid 1 wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als de leidingbeheerder over de aanvraag heeft geadviseerd. Lid 2 In lid 2 wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als de leidingbeheerder over de aanvraag heeft geadviseerd. Lid 3 In lid 3 wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg over de aanvraag heeft geadviseerd. Lid 4 In lid 4 wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als de welstands/gemeentelijke monumentencommissie over de aanvraag heeft geadviseerd. Lid 5 In lid 1 wordt bepaald dat pas kan worden besloten over een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als het Waterschap over de aanvraag heeft geadviseerd.

Artikel 6.80 Maatwerkvoorschrift vergunningplicht bouwactiviteiten Dit artikel regelt dat er maatwerkvoorschriften kunnen worden verbonden aan de omgevingsvergunning als aanwezige archeologische waarden door bouwactiviteiten aangetast (kunnen) worden. Met dit artikel wordt beoogd eventuele archeologische waarden te beschermen. Daarom is in dit artikel bepaald dat in een vergunning het een en ander verplicht kan worden gesteld. Deze verplichtingen kunnen gericht zijn op het behoud van archeologische resten, maar kunnen ook gericht zijn op het doen van opgravingen. Ook kan de verplichting worden gesteld de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

92

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

Artikel 6.81 Voorrangsbepaling bouwen Met deze regeling is beoogd de voormalige regeling voor het vergunningvrij bouwen uit het BOR (artikel 2, bijlage II) in stand te laten. De regels voor het vergunningvrij bouwen zoals opgenomen in Artikel 22.36 inclusief de daarvoor geldende beperkingen zoals opgenomen in Artikel 22.37 tot en met Artikel 22.39 gaan voor op de regels voor het bouwen zoals opgenomen in Paragraaf 6.4.2 tot en met Paragraaf 6.4.11. De overige bepalingen in Hoofdstuk 6 zoals verboden en vergunningplichten bij opgenomen beperkingengebieden in het omgevingsplan blijven wel van toepassing. De bepalingen zoals opgenomen in Artikel 22.27 (voorheen BOR artikel 3, bijlage II) blijven in stand naast de bouwactiviteiten zoals opgenomen in Hoofdstuk 6. Hierbij geldt dus geen voorrangsregeling, omdat net als voorheen de regels geldend in de rest van het omgevingsplan ook onverminderd van kracht zijn voor hetgeen bepaald in Artikel 22.27.

Paragraaf 6.4.7 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen Deze paragraaf regelt welke bijbehorende bouwwerken er gebouwd mogen worden bij een woning. Hierbij zijn de criteria uit de voorheen geldende bestemmingsplannen overgenomen, waarbij de goothoogte van bijgebouwen bij woningen in Biest-Houtakker gelijk getrokken is met de goothoogte in de geldende bestemmingsplannen voor de andere dorpskernen: 3,30 meter. Er is een werkingsgebied opgenomen waar deze regels gelden. Voor het overige zijn de criteria in stand gebleven: • bijbehorende bouwwerken worden minstens 3 meter achter de voorgevel gebouwd, tenzij dit anders is aangegeven; • Er geldt een maximaal oppervlak voor het toaal aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen; • Minimaal 25 m2 van het zij- en achtererf moet altijd onbebouwd blijven; • Aanbouwen aan de achterzijde mogen niet leiden tot een diepte van het hoofdgebouwen groter dan 17 meter; • overkappingen moeten minstens 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd worden; • Er gelden algemene maxima voor goot- en bouwhoogte, overal in de gemeente, tenzij er een specfieke uitzondering is toegestaan. T De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.106 Vervallen vervallen [Vervallen] U Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.107 22.106 Vervallen V Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.108 22.107 Vervallen

93

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

W Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Artikel 22.109 22.108 Vervallen

94

X Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.110 22.109 Vervallen Y Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.111 22.110 Vervallen Z Het volgende opschrift wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.112 22.111 Vervallen

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15406413/1