CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Wijziging omgevingsplan Biest-Houtakker (2 bijlage 1a Besluit planregeling toelichting en GIO)

Gemeenteraad 17 april 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging omgevingsplan Biest-Houtakker.39.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

burgerwoning

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio3d82a083-8b07-4e4688e0-52fe8a9986db/nld@2025-09-30;157

cultuurhistorisch waardevolle objecten

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio36bb4674-8cbe-4d588f57-46f8cde1cbee/nld@2025-09-30;289

ecologische verbindingszone

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio0dabae2c-d6ab-43239628-dc79e67948c2/nld@2025-09-30;280

garage en autohandel

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio25e6baf3-a651-4e03-9159dc4cd27a2112/nld@2025-09-30;195

groen

/join/id/regdata/gm0798/2025/gioabe0dcb8-05da-49fa-8e682c4af7236e4b/nld@2025-09-30;256

historische dorpsstructuur

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio1efcfbc2-aa56-4558-9a498cd72c7b416b/nld@2025-09-30;240

historische kern

/join/id/regdata/gm0798/2025/giod9d1d31b-5c43-4062908d-6a0389b89e73/nld@2025-09-30;285

hoge archeologische verwachtingswaarden

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio2bb93495-ca0a-48acab57-7b4d72e59dd6/nld@2025-09-30;287

hoogtebeplanting

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio769b2372-a00d-11ef-b0f8005056a17aa1/nld@2025-09-30;10

horeca

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio649c4ac2-d79b-44c5-99d956b893a7e75c/nld@2025-09-30;4

horeca-activiteiten

/join/id/regdata/gm0798/2025/gioec4edc93-ef97-4312-8f18d51d2f6ad354/nld@2025-09-30;222

horecacategorie

/join/id/regdata/gm0798/2025/giofa3dae2b-985b-11ef-90e5005056a17aa1/nld@2025-09-30;7

kantoorunit

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio209dd82b-2d84-480f-a695e06fe25c720a/nld@2025-09-30;199

landelijke kern

/join/id/regdata/gm0798/2025/giod8e0843c-a5a4-4da59641-3f09b6cf8837/nld@2025-09-30;32

landschappelijk waardevol gebied

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio7e6de637-3834-4dc8b813-8eb0d5639260/nld@2025-09-30;276

maatschappelijk

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio1db23a8b-1210-4d43b1de-2f4b9b0c9f31/nld@2025-09-30;7

maatschappelijke activiteiten

/join/id/regdata/gm0798/2025/giob7c1c2e1-d120-4e0d92a0-f5d315556b6f/nld@2025-09-30;188

maatschappelijke functies

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio9d4268bb-1bda-4ac1bbad-43bb9147b080/nld@2025-09-30;201

maximalebouwhoogte

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio74abef97-bed6-11ef-a054005056a17aa1/nld@2025-09-30;16

maximalegezamenlijkeinhoud

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio29433350-ed36-11ef-b25b005056a17aa1/nld@2025-09-30;19

maximalegoothoogte

/join/id/regdata/gm0798/2025/giob69f3997-becf-11ef-92eb005056a17aa1/nld@2025-09-30;15

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

maximaleinhoud

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio123cf9e3-b95c-11ef-90f8005056a17aa1/nld@2025-09-30;13

Concept

maximaleoppervlaktebijbehorendebouwwerken /join/id/regdata/gm0798/2025/gio47b7e4f8-cc42-11ef-80fa005056a17aa1/nld@2025-09-30;18

67

maximumaantalwooneenheden

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio5fdad638-9850-11ef-8ae2005056a17aa1/nld@2025-09-30;5

maximumbebouwingspercentage

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio3705a4f9-9856-11ef-97e6005056a17aa1/nld@2025-09-30;6

maximumbrutovloeroppervlak

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio45441633-9a93-11ef-91b7005056a17aa1/nld@2025-09-30;9

maximumdiepte

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio9f377ec6-b3ad-11ef-bf93005056a17aa1/nld@2025-09-30;12

meanderzone

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio0ef20f23-4a7b-42a3-bae58ca04f2d0ea0/nld@2025-09-30;211

middelhoge archeologische verwachtingswaarden

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio4e5699d3-c7c2-4222-bfbee16bbf566a16/nld@2025-09-30;288

minimumafstandachtervoorgevel

/join/id/regdata/gm0798/2025/giobc550640-cc2b-11ef-998e005056a17aa1/nld@2025-09-30;17

nutsvoorzieningen

/join/id/regdata/gm0798/2025/giof23094f1-856a-4947-9ec4ddf3a822c2e1/nld@2025-09-30;228

ondergronds bouwen

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio5ffbf7f1-c606-4b77-91f30351513e26fb/nld@2025-09-30;182

ondersteunende horeca

/join/id/regdata/gm0798/2025/giobc02d605-f3a2-47b6-b2b7253c93e53ba1/nld@2025-09-30;24

onverhard

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio8e378bbc-56ce-4847-9fb09724159941a3/nld@2025-09-30;21

openbaar gebied

/join/id/regdata/gm0798/2025/giod95478d5-67fe-4079-9f33771e78a4c05d/nld@2025-09-30;252

oud gehuchtenpleintje

/join/id/regdata/gm0798/2025/gioe22a01a7-008e-4c24-8707a428ae7cad60/nld@2025-09-30;242

overkapping

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio23184aba-f55c-49e6-b452cfcb2cc3a369/nld@2025-09-30;291

sport

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio24d257f5-ac42-463e-8a4e8bbeb57a1fc1/nld@2025-09-30;6

sportactiviteiten

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio068893ab-bef1-438b-8cf43445f4d9b60f/nld@2025-09-30;224

veehouderij

/join/id/regdata/gm0798/2025/giod76cfd38-3431-4243-9978f3c75b30cca7/nld@2025-09-30;30

veehouderij exploiteren

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio0918da1c-0310-4562-9cb51566bd65e9d5/nld@2025-09-30;174

verkeersweg

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio2f6446b8-b648-4d43-9ecbc28c8044c686/nld@2025-09-30;197

voorwaardelijke verplichting ecologie

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio81a6aeab-cced-4cc4-b50a09a90458f31e/nld@2025-09-30;296

water

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio0acd8760-1436-44f5-9a31c393d534468a/nld@2025-09-30;153

wonen

/join/id/regdata/gm0798/2025/giofe5f42ba-9da5-439a-a388e98c90f24999/nld@2025-09-30;8

wonen - gebruik

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio423dbcca-ab28-4326a61a-74e44a5425b3/nld@2025-09-30;167

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

woningtype

/join/id/regdata/gm0798/2025/gio40800e96-bebd-11ef-ad5e005056a17aa1/nld@2025-09-30;14

woonboerderij

/join/id/regdata/gm0798/2025/giod6424d72-3e71-46f8-b3930f8c720f2e8f/nld@2025-09-30;161

Q Voor sectie 'Toelichting op' worden vijf secties ingevoegd, luidende:

Inleiding Dit omgevingsplan bevat de regeling van de gemeente Hilvarenbeek voor de Beekse fysieke leefomgeving. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Hiermee zijn alle oude bestemmingsplannen en verschillende lokale verordeningen opgegaan in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek. Ook heeft de gemeente van het Rijk de zogenaamde Bruidsschat geërfd. Alleen deze bruidsschat staat vanaf de invoering van de wet in het omgevingsplan en is daar raadpleegbaar. Alle andere regels uit het tijdelijke omgevingsplan staan nog steeds op de oude plaats en in de oude documenten van voor de invoering van de omgevingswet. Het omgevingsplan is het instrument waarmee de doelen van de Omgevingswet op gemeentelijk niveau worden uitgewerkt, geoperationaliseerd en juridische doorwerking krijgen naar burgers en bedrijven. Artikel 2.4 van de Omgevingswet bepaalt dat dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan heeft. Hierin zijn alle regels over de fysieke leefomgeving opgenomen. De regels in het omgevingsplan gaan over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Hiermee heeft het omgevingsplan een sleutelrol in hoe het gebruik en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving geregeld is (zie Nota van Toelichting bij het Omgevingsbesluit, Staatsblad 2018 290, blz. 91, 92).

Uiteindelijk zal de gemeente voor 1 januari 2032 alle regels voor de fysieke leefomgeving in één omgevingsplan moeten hebben staan. Deze tijd is ook hard nodig om alle regels op een goede, juridisch correcte en leesbare manier bijeen te krijgen. Er is dus sprake van een transitieperiode tot 2032 waarin het omgevingsplan opgebouwd zal worden tot een alles omvattend omgevingsplan. Wettelijke kaders In de omgevingswet zijn de wettelijke kaders voor het omgevingsplan verankerd. De in het omgevingsplan opgenomen regels kunnen zich richten op de volgende onderwerpen: • het waarborgen van de veiligheid • het beschermen van de gezondheid • het beschermen van het milieu • het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening • het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden • het behoud van cultureel erfgoed • het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed • de natuurbescherminghet tegengaan van klimaatverandering • de kwaliteit van bouwwerken • een evenwichtige toedeling van functies aan locaties • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten • het beheer van infrastructuur • het beheer van watersystemen • het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen • het beheer van natuurlijke hulpbronnen • het beheer van natuurgebieden • het gebruik van bouwwerken • het

bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. Juridische context

68

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

Het omgevingsplan is het juridisch bepalende document voor de vraag welke activiteiten op welke locatie, en onder welke voorwaarden toegestaan zijn of kunnen worden. Het omgevingsplan bevat echter niet alleen regels over gebruik van gronden en bouwwerken maar ook andere regels over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld over milieubelastende activiteiten en de bescherming van het waterbelang. Het omgevingsplan bestaat uit algemeen verbindende voorschriften. En net als andere algemeen verbindende voorschriften zijn de regels in het omgevingsplan gericht op een herhaalde toepassing. Het omgevingsplan lijkt in dat opzicht meer op een verordening dan voorheen het bestemmingsplan. Echter, het omgevingsplan bepaalt ook dat de werking van een regeling aan ee bepaalde locaties wordt gebonden. Of juist niet aan bepaalde locaties worden verbonden. Immers, regels voor de fysieke leefomgeving hangen vaak samen met de daar voorkomende kwaliteiten, waarden en doelen in de fysieke leefomgeving. En die kunnen per gebied verschillen (zie Nota van toelichting Omgevingsbesluit, Staatsblad 2018, nr. 290, blz. 96). Over het omgevingsplan bepaalt artikel 2.4 van de Omgevingswet dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt.

Met het oog op de doelen van de wet kunnen in het omgevingsplan regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving (artikel 4.1, eerste lid, Omgevingswet). Het omgevingsplan moet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels bevatten die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Inmiddels binnen het vakgebied als ETFAL (artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet). Regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen mogen alleen in het omgevingsplan worden opgenomen (artikel 2.1, eerste lid Omgevingsbesluit). Op zich is dit geen verplichting, want een activiteit kan ook toegestaan zijn zonder daar regels aan te moeten stellen. Echter, als er wél regels gesteld moeten worden of de gemeente wil dat, dan kan dat alleen nog maar in het omgevingsplan. En niet meer in een aparte verordening of beleidsregel. Regels over gebruik van de fysieke leefomgeving zonder dat dat gebruik de fysieke leefomgeving wijzigt, vallen buiten de verplichte opname. Naast onderdelen die in het omgevingsplan moeten worden opgenomen, zijn er ook onderdelen die in het omgevingsplan kúnnen worden opgenomen. Denk daarbij aan emissies als gevolg van activiteiten.

Deze wijzigen de fysieke leefomgeving weliswaar niet per se, maar ze kunnen wel impact hebben op de doelen van de omgevingswet die door het omgevingsplan geregeld moeten worden. Denk aan het beschermen van de gezondheid en het milieu. Tot slot is er in artikel 2.1, tweede lid van het Omgevingsbesluit opgenomen welke onderdelen er niet in het omgevingsplan mogen worden opgenomen. Het gaat dan grofweg over regels op het gebied van openbare orde en veiligheid en belastingmaatregelen Als een gemeente het beleid en de regels van het omgevingsplan wil wijzigen, dan gelden daar regels voor en moet de gemeente voldoen aan een aantal heel specifieke regels van de andere overheden. Deze toetsingskaders zijn opgenomen in de Omgevingswet (artikel 2.1 juncto de artikelen 4.1 en 4.2 van de Omgevingswet en hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) en de instructieregels van de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant gesteld. In sommige situaties gelden er ook nog instructies vanuit de waterschapsverordening.

Strategie van de gemeente Hilvarenbeek De gemeente Hilvarenbeek heeft er voor gekozen om het tijdelijke deel van het omgevingsplan langzaam aan om te zette naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. De gemeente gaat gefaseerd over van oude regels naar nieuwe regels. Hier liggen enkele verschillende overwegingen aan ten grondslag: a. Het is te veel werk om ineens allemaal tegelijk te doen; b. Niemand heeft enige ervaring met omgevingsplannen, waardoor er een groot juridisch, financieel en inhoudelijk risico aan het maken van het nieuwe deel van het omgevingsplan kleeft; c. De capaciteit van de gemeente is beperkt en ondertussen moet de winkel gewoon open blijven. Er moeten dus keuzes worden gemaakt waar de capaciteit op ingezet wordt komende jaren; d. De ondersteunende technieken (software) zijn nog onvoldoende ontwikkeld om optimaal gebruik te kunnen maken van de nieuwe wetgeving en mogelijkheden;

69

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

e.

Concept

f.

Het is beter om klein te beginnen; een beperkt gebied met een beperkte set van regels uitproberen als pilot en leren van de resultaten. Tegelijkertijd kan er ook geleerd worden van andere gemeenten. Dat tezamen kan bij volgende stappen gebruikt worden om het omgevingsplan te verbeteren; Er is nog geen omgevingsvisie voor Hilvarenbeek vastgesteld waarin duidelijke beleidskeuzes zijn gemaakt die ook tot inhoudelijke aanpassing van de omgevingsplanregels moeten leiden. Tot die tijd volstaat het geldende beleid en is er geen noodzaak om beleidswijziging door te vertalen in nieuwe regels.

Cyclisch groeimodel Hieruit volgt dat de gemeente Hilvarenbeek een strategie heeft gekozen om via een cyclisch proces het omgevingsplan te laten groeien tot een volwaardig omgevingsplan in 2032. Hierbij zullen de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan beleidsneutraal, ten hoogste beleidsarm, worden verhuisd naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Omdat de winkel ondertussen wel gewoon open is en er ook gewoon invulling moet worden gegeven aan bepaalde ontwikkelingen en opdrachten, zoals de woningbouwopgave, loopt er parallel aan dit deel van de strategie het ontwikkelingsspoor. Daar waar concreet genoeg voorbereid en van maatschappelijk belang, kunnen concrete ontwikkelingen via een wijziging van het omgevingsplan gerealiseerd gaan worden. Tot slot hanteert de gemeente een thematisch derde spoor waar nieuwe omgevingsplanregels uit kunnen voortkomen; het thematische spoor. In dit spoor liggen de thematische onderwerpen ten grondslag aan mogelijke nieuwe regels. Bijvoorbeeld als de nieuwe omgevingsvisie een beleidswijziging tot gevolg heeft en dit vertaald moet worden in nieuwe of andere regels in het omgevingsplan.

Fasering transitie Totdat er sprake is van een alles omvattend en gebiedsdekkend omgevingsplan voor Hilvarenbeek, zal er sprake zijn van verschillende regels binnen de gemeente voor verschillende gebieden. De raad acht dat aanvaardbaar gedurende de transitiefase. Per slot van rekening waren er ook onder de Wro voor verschillende gebieden ook verschillende regels door allerlei deelgebiedplannen en postzegelbestemmingsplannen. Onder het omgevingsplan zullen er dus zowel thematisch gezien als gebiedsgericht gezien voorlopig nog verschillende regels zijn. Simpelweg omdat het een onmogelijke opgave is om de gehele gemeente ineens van nieuwe regels te voorzien en dat voor alle thema’s en aspecten van de fysieke leefomgeving.

70

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept 71

De gemeente heeft daarom een globale fasering aangebracht in die transitie naar een volwaardig en gemeente dekkend omgevingsplan. Te beginnen bij de dorpskern Biest-Houtakker. Dit is een beleidsarme verhuizing van de ruimtelijke regels uit de bestemmingsplannen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Er is expliciet voor BiestHoutakker gekozen, omdat kort voor de inwerking treding van de omgevingswet het bestemmingsplan in deze kern geüniformeerd, geactualiseerd en opnieuw door de raad vastgesteld is. Er mag daarom uitgegaan worden van een actuele set van bestemmingsplanregels die zonder beleidsaanpassingen of nieuwe instructies van de provincie 1-op-1 vertaald wordt naar nieuwe omgevingsplanregels. Er zijn in ieder geval geen nieuwe ontwikkelingen in dit plangebied meegenomen. De daarop volgende wijzigingen zullen, op basis van toe te kennen urgentie, stap voor stap volgen na vaststelling van de eerste wijziging van het omgevingsplan. Hierbij moet opgemerkt worden dat anno 2024 de beschikbare software voor omgevingsdocumenten het parallel wijzigen van omgevingsplannen en de daarmee samenhangende besluiten ernstig beperkt, zo niet onmogelijk maakt. Al enkele jaren geleden heeft de gemeente de keuze gemaakt om als structuur van het omgevingsplan het zogenaamde Casco van de VNG te gebruiken.

Met de kanttekening daarbij dat de gemeente de gebiedsaanwijzingen en de functies in gebieden hebben opgeknipt in twee afzonderlijke hoofdstukken. Dit leek destijds een slimmere keuze als het gaat om de vindbaarheid van bepaalde onderwerpen in de regelset. In de praktijk zal moeten blijken hoe een en ander in het gebruik en het opstellen van het omgevingsplan uit gaat pakken. Indien de structuur beter kan en tot grotere gebruiksvriendelijkheid leidt, dan zal de structuur van het omgevingsplan daarin volgende zijn. Overzicht uitgangspunten voor transitie naar het omgevingsplan De gemeente Hilvarenbeek kiest er dus voor om de onderstaande uitgangspunten te hanteren voor het maken van het omgevingsplan: • De gemeente laat het omgevingsplan op een cyclische wijze groeien naar een volwaardig en alles omvattend omgevingsplan. Hierbij is de ambitie om rond 2030 dat volwaardige omgevingsplan te hebben opgesteld. Er is dan in ieder geval geen tijdelijk deel van het omgevingsplan meer. • De opeenvolgende wijzigingen lopen anno 2024 voorlopig nog niet parallel aan elkaar door de beperkingen van de beschikbare software. • Bij de aanpak wordt bekeken welke onderdelen uit welk spoor worden opgepakt.

Dat kan een of een combinatie van de volgende sporen zijn: • Spoor 1: de beleidsneutrale of -arme verhuizing van regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het nieuwe omgevingsplan. Dit gebeurd in deelgebieden, waarbij de oude bestemmingsplannen in de deelgebieden komen te vervallen; • Spoor 2: het regelen van ontwikkelingen binnen de gemeente die om welke reden dan ook alleen met een wijziging van het omgevingsplan kunnen. Dit gaat op basis van ontwikkelingslocaties die hun project al vergevorderd hebben uitgewerkt; • Spoor 3: thematische wijziging aanpassing van (bestaande) regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan of gemeentelijke verordeningen. Dit gebeurd doorgaans voor de gehele gemeente gelijk. Een voorbeeld hiervan is de wijziging van de (tijdelijke) bruidsschatregels of het invoegen van regels voor de fysieke leefomgeving uit gemeentelijke verordeningen. • Uitgangspunt voor de structuur is het VNG-Casco met een extra hoofdstuk er ingevoegd. De structuur is echt net bepalende, maar volgend. • Uiteindelijk moet er voor de wettelijke termijn een volwaardig omgevingsplan voor de gehele gemeente zijn (2032).

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

Waar moet het omgevingsplan aan voldoen? Het omgevingsplan is juridisch bepalend voor de vraag welke activiteiten op welke locatie, onder welke voorwaarden kunnen plaatsvinden. Het omgevingsplan is echter niet helemaal autonoom. Het heeft enkele directe relaties met enkele specifieke omgevingsdocumenten uit de omgevingswet. Zowel van de gemeente als van andere overheden. De gemeentelijke omgevingsvisie Op grond van de beleidscyclus moet op gemeentelijk niveau een relatie gelegd worden tussen het strategisch beleid uit de omgevingsvisie van de gemeente en het meer uitvoeringsgerichte beleid dat vorm krijgt in het omgevingsplan. De omgevingsvisie is het strategisch omgevingsbeleid voor de langere termijn. En bindend voor de gemeente zelf. Op dit niveau is integratie van belang om strategische belangafwegingen (keuzes) te kunnen maken. Er worden verbanden gelegd tussen thema’s en gebieden in de fysieke leefomgeving. Uiteindelijk leidt daar één integraal en richtinggevend beeld voor de gemeente uit. Dit strategische beleid wordt voor de langere termijn vastgelegd. De omgevingsvisie is voor de gemeente zelf bindend bij de verdere uitvoering en afwegingen over ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Regels uit het omgevinsplan mogen (én kunnen dus) niet strijdig zijn met de eigen omgevingsvisie van de gemeente.

Programma's Uit dit strategische beleid kunnen ook weer programma’s voortvloeien. Onder de omgevingswet is dit voor gemeenten slechts een beperkte verplichting, maar kunnen ook vrijwillig zijn. Bijvoorbeeld op grond van de eoigen ambities van een gemeente. Programma’s kunnen op verschillende wijze en via de inzet van verschillende instrumenten de gemeente helpen om zijn doelen en ambities te realiseren. De doelen en ambioties die in de omgevingsvisie zijn gesteld. Zo’n programma kan sectoraal of gebiedsgericht zijn. Een programma over de ontwikkeling van een gebied kan gebruikt worden als beleidsmatig kader voor wijzing van het omgevingsplan. Maar dat hoeft niet per se. Een programma kan bijvoorbeeld ook focussen op financiele instrumenten. Of meerdere instrumenten voorstellen om te gebruiken om de doele te bereieken. Een programma is alleen bindend voor de gemeente zelf. Bij de uitoefening van zijn bevoegdheden moet binnen dat programma geopereerd worden. Net als de doelen en ambities uit de omgevingsvisie kunnen maatregelen in een programma leiden tot algemene regels in een omgevingsplan. Ze

72

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

moeten in ieder geval op elkaar aansluiten en algemene regels uit het omgevingsplan mogen ook niet strijdig zijn met de visie of een programma (Nota van Toelichting Omgevingsbesluit, Staatsblad 2018 290, p. 120).

Concept

Ten tijde van het eerste wijzigingsbesluit voor het omgevingsplan heeft de gemeente Hilvarenbeek nog geen vastgestelde programma's als bedoeld in de Omgevingswet. Rechtstreeks doorwerkende regels Hoewel de omgevingswet uitgaat van decentralisatie van de regelgeving en bevoegdheden, blijft er hogere wet- en regelgeving bestaan die rechtstreeks bindend is voor iedereen. Maar ook regels stelt over wat er in het omgevingsplan moet, mag en niet mag staan. Dergelijke regels worden gesteld bij algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening. Ze hebben de vorm van instructies of instructieregels. Voor zover dergelijke 'hogere regels' rechtstreeks bindend zijn voor iedereen, gaan die regels voor op het omgevingsplan. Bijvoorbeeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Burgers, bedrijven en overheden moeten zich allemaal aan die regels houden. Ook staat daar bijvoorbeeld in wanneer voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Of wie bevoegd gezag is. Hetzelfde geldt voor het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl bevat bijvoorbeeld een opsomming van bouwwerken die ongeacht het omgevingsplan zonder vergunning zijn toegestaan. Ook in de omgevingsverordening Brabant zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen die sowieso geldend zijn.

Omgeacht of er al een nieuw deel van het omgevingsplan is of niet. In Noord-Brabant zijn die rechtsreeks werkende regels (anno 2025) opgenomen in hoofdstuk 3 Rechtstreeks werkende regels voor activiteiten van de omgevingsverordening. Instructieregels Voor het opstellen van het omgevingsplan kunnen regels van andere overheden ook instructies bevatten. Dat is voor het omgevingsplan Hilvarenbeek het geval. Een instructie is een eenmalige opdracht aan de gemeente om iets op te nemen in het omgevingsplan. Of om iets niet te doen. Dit vindt zijn wettelijke grondslag altijd in een nationaal of provinciaal belang dat is opgenomen in de nationale of provinciale (omgevings)visie. De bestuursorganen geven dus met hun instructies aan hoe lagere overheden hun taken of bevoegdheden moeten uitvoeren. HIermee kunnen de andere overheden de doorwerking van regels ten aanzien van hun belang in concrete regels borgen. De relevante regels komen over het hele omgevingsplan verspreid terug. De bruidsschatregels uit hoofdstuk 22 geven met name invulling aan de instructies uit het Bkl. Provinciale instructieregels kunnen vooral worden teruggezien in de regels voor gebiedsaanduidingen in hoofdstuk 4 en bij de regels voor activiteiten in hoofdstuk 6.

Met de instructieregels uit het Bkl (Rijk) en de omgevingsverordening (provincie Noord-Brabant) geeft het bestuursorgaan aan de gemeente aan een taak of bevoegdheid uit te oefenen. Instructieregels gaan over de inhoud, toelichting of motivering van het omgevingsplan. De instructieregels van het rijk voor het wijzigen van het omgevingsplan zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De instructieregels van de provincie voor het opstellen van het omgevingsplan staan in de provinciale omgevingsverordening. Zo kent de provincie Noord-Brabant o.a. instructieregels over de veehouderij, groenblauwe waarden en het Brabants natuurnetwerk. Als er in het omgevingsplan regels staan die strijdig zijn met deze instructieregels, dan zal dat leiden tot juridisch strijdige regels en dus een onhoudbare wijziging van het omgevingsplan.

Opbouw van het omgevingsplan Het omgevingsplan Hilvarenbeek heeft een standaard structuur gekregen die de komende jaren gevuld zal worden met regels. Deze structuur is gebaseerd op het VNG-casco. Hieronder is deze structuur weergegeven en kort toegelicht wat er in de betreffende hoofdstukken is opgenomen. Ook is aangegeven of een onderdeel al gevuld is of later pas gevuld gaat worden. In het laatste geval zal er ook geen artikelsgewijze toelichting op dat onderdeel worden opgenomen. De eerste wijziging van het omgevingsplan ziet alleen op het verhuizen van het bestemmingsplan “kern BiestHoutakker” uit 2024, maar nog wel een Wro-plan, uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan, naar een set van nieuwe omgevingsplanregels. Om die reden is de structuur van het omgevingsplan

73

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

nog maar deels gevuld met echte regels. En staan er dus verschillende hoofdstukken en paragrafen nog op de status ‘gereserveerd’. Dit is mede zo gedaan om het aantal ‘vernummeringen’ in de juridische wijzigingsbesluiten (het renvooi) bij de volgende wijzigingen zoveel als mogelijk te beperken.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Hierin worden regelsopgenomen voor de van toepassing zijnde begrippen. Ook wordt aangegeven welke begrippen in welke situaties voorrang hebben nu er nog sprake is van een tijdelijk en nieuw deel van yet omgevingsplan. Hoofdstuk 2 Doelen en omgevingswaarden Hier zijn de doelen van de gemeente voor het gemeentelijke grondgebied opgenomen. Deze komen enerzijds uit de omgevingswet zelf, anderzijds uit het voormalige bestemmingsplan “Kern BiestHoutakker” uit 2024. Hoofdstuk 3 Programma's - gereserveerd Anno 2025: Dit hoofdstuk is gereserveerd en wordt pas na een nieuwe omgevingsvisie eventueel gevuld als er ook aanleiding is voor of besloten is over een eventueel programma binnen de gemeente Hilvarenbeek. Er zitten nog geen regels in dit hoofdstuk Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving In hoofdstuk 4 worden er verschillende gebieden aangewezen. Het gaat dan om drie soorten gebieden: Afdeling 4.1 Gebiedstypen:

74

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

• •

Concept

•

De gebiedstypen in de gemeente Hilvarenbeek die voor (kunnen) komen, zoals ‘Centrum’, ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Woongebied’; Deze zijn in de artikelsgewijze toelichting verder toegelicht voor zover het gebied nu voorkomt in het nieuwe deel van het omgevingsplan; Niet alle geïnventariseerde gebiedstypen komen nu al voor in deze eerste wijziging en zijn dus nog niet voorzin van inhoudelijke regels.

Afdeling 4.2 Beperkingengebieden: • Hier zijn gebieden aangewezen die vanuit andere regelgeving of instructies opgenomen moeten worden en bepaalde beperkingen kennen; • Het betreft dan bijvoorbeeld het ‘Beperkingengebied aardgasleiding’ en het ‘Beperkingengebied rioolleiding’; • Deze zijn in de artikelsgewijze toelichting verder toegelicht voor zover er beperkingengebieden voorkomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan; Afdeling 4.3 Thematische gebiedsaanwijzingen: • Hier komen de vroegere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit de oude bestemmingsplannen terug, zoals ‘Cultureel erfgoed’, ‘Archeologische waarden’ en ‘Gehuchtenpleintje’ en aanwijzingen die voorvloeien uit bijvoorbeeld de provinciale instructieregels, zoals het ‘Natuurnetwerk Brabant’ en ‘Reservering waterberging’ en aanwijzingen uit de regels die een specifiek werkingsgebied hebben voor bijvoorbeeld afwijkende maatvoering; • Deze aanduidingen hebben vaak een relatie met of een oorsprong in de omgevingskenmerken en -kwaliteiten die in meer of mindere mate aanwezig zijn; • Deze zijn in de artikelsgewijze toelichting verder toegelicht voor zover deze aanduidingen voorkomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. In de regels wordt tevens aangegeven welke functies, oogmerken, doelen en/of algemene regels in de betreffende gebieden van toepassing zijn.

Het gaat dan nog niet om regels voor activiteiten die al dan niet een gebied zijn toegestaan, maar om aan te geven welke doelen er specifiek in die gebieden nog meer gelden, welke algemene of specifieke regels er sowieso van toepassing zijn en welke regels er eventueel voor activiteiten gelden. Hoofdstuk 5 Functies In hoofdstuk 5 worde de regels geformuleerd voor de (hoofd)functies die in het omgevingsplan voorkomen. Op hoofdlijnen kan dit worden gelijkgesteld met de vroegere bestemmingen onder de Wro. In beginsel wordt per functie in principe geregeld: a. Toepassingsbereik: 1. Waar en wanneer de betreffende functie van toepassing is of kan zijn; b. Doelen: 1. Welke doelen de functie mede beoogt te dienen; c. Activiteiten: 1. Welke activiteiten er onder welke voorwaarden) toestaan zijn of juist niet: 2. Algemene regels voor activiteiten 3. Aanlegactiviteiten 4. Bouwactiviteiten 5. Gebruiksactiviteiten 6. Sloopactiviteiten 7. Overige activiteiten; d. Specifieke regels in voorkomende gevallen. Ook hier geldt weer dat het gebied Biest-Houtakker niet voorziet in alle denkbare (hoofd)functies die het omgevingsplan omvat. En er dus bepaalde functies nog geen regels hebben gekregen. Die functies kennen dan ook geen concrete artikelsgewijze toelichting. Hoofdstuk 6 Activiteiten In dit hoofdstuk worden alle toegestane activiteiten binnen het omgevingsplan geregeld.

Uitgangspunt hierbij is dat ‘als het omgevingsplan niet zegt dat het mag of kan, dan mag het ook niet’. Deze insteek wordt ook wel ‘insluiten van activiteiten’ genoemd. Op hoofdlijnen komt dit overeen met de vroegere bestemmingsplanregelingen die ook uitgingen van een ‘nee, tenzij…’ gedachte. De tegenhanger hiervan is het zogenaamde ‘uitsluiten van activiteiten’ . Daarbij laat je in principe alle activiteiten toe, tenzij je een concreet verbod voor een bepaalde (groep van) activiteit(en) opneemt en die expliciet verbiedt. Deze methode sluit meer aan op de ‘ja, mits…’ gedachte die ten grondslag

75

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

heeft gelegen van de hele wetswijziging. Dit omgevingsplan is bij het stellen van regels voor activiteiten uitgegaan van‘insluiten’. Bij de overwegingen hiervoor is van cruciaal belang geweest dat er grote risico’s zitten aan het uitsluiten van activiteiten via een ‘ja, mits…’ aanpak. Hiervoor zijn er gewoon te veel verschillende activiteiten te benoemen en ontbreekt de praktijkervaring met ‘uitsluiten’ op een dergelijke schaal gewoon volledig. De risico’s zijn niet inzichtelijk te maken. Het voorkomen van onwenselijke situaties heeft daarbij veel zwaarder gewogen dan het dereguleren en versnellen van de processen. De regels voor activiteiten zijn verdeeld over verschillende afdelingen, waarmee een eerste indeling van hoofdactiviteiten is gemaakt. Dit heeft geleid tot de volgende acht afdelingen: • Afdeling 6.1 Algemene bepalingen; • Afdeling 6.2 Waarden bij activiteiten; • Afdeling 6.3 Aanlegactiviteiten; • Afdeling 6.4 Bouwactiviteiten; • Afdeling 6.5 Gebruiksactiviteiten; • Afdeling 6.6 Milieubelastende activiteiten; • Afdeling 6.7 Sloopactiviteiten; • Afdeling 6.8 Overige activiteiten De activiteiten zijn steeds geregeld in (sub)paragrafen. In één paragraaf staan de regels voor een specifieke activiteit. Deze paragrafen zijn steeds op dezelfde opgebouwd. Waarbij niet bij elke activiteit alle artikelen hoeven voor te komen.

Er kan immers sprake zijn van een activiteit die zonder toestemming toegelaten kan worden, of een activiteit met een vergunningplicht en specifieke aanvraagvereisten. Er zal in elke paragraaf in ieder geval een toepassingsbereik, oogmerk en een algemene regel moeten zitten. a. Toepassingsbereik van de regels uit deze paragraaf; b. Oogmerken van de regeling; c. Algemene regels die gelden voor de activiteit; d. Aanwijzing vergunningsplicht / meldingsplicht / informatieplicht voor deze activiteit; e. Specifieke aanvraagvereisten voor de aanvraag omgevingsvergunning; f. Aanwijzing van een omgevingsplanactiviteit bij deze activiteit; g. Beoordelingsregels van een aanvraag omgevingsvergunning; h. Advisering over de aanvraag aan het bevoegde gezag; i. Maatwerkvoorschriften die het bevoegde gezag kan opnemen in de omgevingsvergunning. Hoofdstuk 7 tot en met Hoofdstuk 11 Anno 2025: Deze hoofdstukken komen al wel voor in de structuur van het omgevingsplan van Hilvarenbeek, maar er zijn nog geen regels opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dit zal met enige zekerheid nog wel moeten gebeuren, maar voorlopig blijven voor deze onderdelen de geldende regelingen uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van toepassing of wordt volstaan met de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn voor die onderdelen.

Achtereenvolgens zijn de volgende hoofdstukken voorzien op termijn: • Hoofdstuk 7. Beheer en onderhoud; • Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen; • Hoofdstuk 9. Procesregels; • Hoofdstuk 10. Handhaving; • Hoofdstuk 11. Monitoring. Hoofdstuk 12 tot en met Hoofdstuk 21 Anno 2025: Deze hoofdstukken worden mogelijk nog gevuld met onderwerpen en zullen nadere toegelicht worden op het moment dat deze regels worden opgenomen in het omgevingsplan. Hoofdstuk 22 Activiteiten uit de bruidsschat In hoofdstuk 22 is de zogenaamd bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels die de gemeente van het rijk “geërfd” heeft bij de invoering van de omgevingswet. Deze zijn bij het in beheer nemen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan al voorzien van en algemene en artikelsgewijze toelichting

76

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

vanuit het rijk zelf. Bij diverse artikelen wordt direct verwezen naar de herkomst van het artikel (Bkl) en de voormalige wetgeving die van toepassing was voor inwerking treding van de omgevingswet. De bruidsschat is opgebouwd uit enkele afdelingen waarbij samenhang in de activiteiten het uitgangspunt is geweest. Het gaat om de volgende afdelingen met regels voor activiteiten. • Afdeling 22.1 Algemene regels voor activiteiten; • Afdeling 22.2 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen; • Afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten; • Afdeling 22.4 Aanleggen of wijzigen van (spoor)wegen zonder geluidsproductieplafonds; • Afdeling 22.5 Overige activiteiten Opgemerkt moet worden dat de bruidsschat herhaaldelijk spreekt over ‘gebieden die in het omgevingsplan (moeten) worden aangewezen’. Dat komt vaak rechtstreeks uit het Bkl en/of de voormalige regelgeving. In de meeste gevallen zitten deze aanwijzingen nog niet in het nieuwe deel van het omgevingsplan, maar moet voorlopig nog worden teruggevallen op het tijdelijke deel van het omgevingsplan of het overgangsrecht uit de omgevingswet. Concreet voorbeeld zijn de gebieden die aangewezen worden voor afwijkende geurnormen. Deze gebieden zijn nog niet als werkingsgebieden opgenomen in dit omgevingsplan.

De gebieden uit de gemeentelijke geurverordening blijven op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan nog steeds juridisch bindend. Net als de normen overigens. Hoofdstuk 23 Slotbepalingen In dit hoofdstuk is de slotbepaling voor het omgevingsplan opgenomen, daaronder in ieder geval begrepen de formele naamgeving van het omgevingsplan.

Specifieke onderdelen voor of uit het omgevingsplan •

Toepassing van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (2009)

PM •

Omgevingsvisie: stand van zaken in Hilvarenbeek

PM •

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties: ETFAL

Evenwichtige toedeling van functies gebeurt voorlopig nog steeds op basis van het bestaande beleid van de gemeente Hilvarenbeek. De beleidsregels van voor invoering van de omgevingswet, de omgevingsvisie (lees: structuurvisie) en ander beleid blijft betrokken bij de beoordeling van ETFAL door de gemeente. De belangen die met die documenten gediende werden onder de vroegere wetgeving zijn immers niet veranderd. Hierbij moet wel uitgegaan worden dat voldaan wordt aan de instructieregels uit de Bkl en de omgevingsverordeningvan de provincie. In voorkomend geval kan dat leiden tot specifieke besluiotvorming door de gemeente als het om de vergunningverlening gaat. Immers, het dit omgevingsplan is anno 2024 nog niet volledig dekkend. Niet als het gaat om het Hilvarenbeekde ambtsgebied en niet als het gaat om de relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving. Er kunnen zich dus situaties voordoen die niet (duidelijk) voorzien in een concrete set van regels voor alle aspecten van de fysieke leefomgeving, waarbij de aanvraag lijkt te voldoen aan alle beoordelingscriteria uit dit omgevingsplan, maar de gemeente (lees: het college van burgemeester en wethouders) bij concreet besluit toch van oordeel is dat er een onevenredige inbreuk wordt gedaa op de fysieke leefomgeving.

In alle gevallen moet het bevoegde gezag dat natuurlijk goed motiveren en een weloverwogen besluit nemen zoals bedoel in de Awb. • De geest van de omgevingswet De gemeente wil nadrukkelijk handelen in de geest van de omgevingswet. Dat betekent o.a. dat ervoor gekozen is om de onderzoekslasten van nieuwe ontwikkelingen te verschuiven naar het moment van uitvoering of vergunningverlening. Ook wil de gemeente meer gaan werken met open normen. Dit betekent echter ook dat er een risico wordt aanvaard door de gemeente bij de afweging die bij het wijzigen van het omgevingsplan wordt gemaakt. Er is geen compleet zicht op alle consequenties. Deze zullen, mede op basis van het principe van de ‘gebruiker / vervuiler betaalt’ bij de vergunningverlening of het starten van de activiteit door de gebruiker verder onderzocht moeten worden. Indien van toepassing zullen in de regels ook verplichtingen worden opgenomen of worden er maatregelen opgelegd bij de uitvoering.

77

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

R De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Concept

Artikel 1.1 Begripsbepalingen Lid 1 In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om HEt betreft een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat , dus latere wijzigingen aanpassing van de die begrippen in de Omgevingswet wet of de AMvB’s besluiten heeft geen invloed hebben op de betekenis werking van de begrippen in Hoofdstuk 22 dit omgevingsplan. Bijlage I Begripsbepalingen bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor Hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling. LId 2 In het tweede lid worden aanvullende begrippen van toepassing verklaard. Deze staan in Bijlage I Begripsbepalingen bij dit omgevingsplan. Het zijn hoofdzakelijk overige begripsbepalingen die onder meer voor de bruidsschat in Hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling. In Bijlage I Begripsbepalingen zijn ook de relevante begrippen voor zinkassengemeenten toegevoegd die voorkomen in Subparagraaf 22.3.7.4.

Lid 3 Dit lid voorziet in een voorrangsbepalingen gedurende de transitiefase van het omgevingsplan. In het geval dat begrippen uit het tijdelijke en het nieuwe deel van het omgevingsplan strijdigheid met elkaar vertonen of blijken te hebben, dan hebben de oude begrippen uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan voorrang op de nieuwe begrippen. S Na sectie 1.1 worden 52 secties ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 2 Doelen De doelen die de gemeente heeft met dit omgevingsplan zijn opgenomen in Hoofdstuk 2. . Hierbij maakt de gemeente een onderscheid tussen de algemene doelen die uit de Omgevingswet naar voren komen en meer specifieke doelen die bijvoorbeeld voortkomen uit het beleid van de gemeente, daaronder in ieder geval begrepen de omgevingsvisie, en het tijdelijke deel van het omgevingsplan, daaronder in ieder geval begrepen de oude bestemmingsplannen en andere omgevingsdocumenten onder de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 2 is verdeeld in meerdere afdelingen. Afdeling 2.1 beschrijft de algemene doelen van het omgevingsplan. Deze doelen zijn in eerste instantie overgeomen uit de Omgevingswet en aangevuld met meer lokale doelen van de gemeente zelf. Naarmate de eigen omgevingsvisie van de gemeente meer invulling krijgt op grond van de nieuwe Omgevingswet, zullen de doelen van dit omgevingsplan ook meer concreet geformuleerd worden. Afdeling 2.2 en Afdeling 2.3 gaan over de omgevingswaarden binnen de gemeente Hilvarenbeek. Een omgevingswaarde wordt gebruikt om de doelen uit het beleid van de omgevingsvisie te kunnen realiseren. Deze waarde is objectief en meetbaar. De rijksomgevingswaarden komen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en kunnen 'verplicte omgevingswaarden' worden voor een gemeente.

78

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Daarnaast kan de gemeente zichzelf ook extra doelen en ambities opleggen. Die (vaak hogere) omgevingswaarden zijn dan 'facultatieve omgevingswaarden'.

Concept

Deze afdelingen met omgevingswaarden zullen gevuld worden nadat meer zich is op de verhuizing van de miloieuregels naar het nieuwe deel van het omgevingsplan en de vaststelling van de gemeentelijke omgevingsvisie.

Artikel 2.1 Doelen De hier opgenomen doelen van dit omgevingsplan komen voort uit de Omgevingswet en het bestemmingsplan 'Kern Biest-Houtakker' van juli 2024.

Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving In Hoofdstuk 4 worden alle verschillende gebieden aangewezen die binnen dit omgevingsplan van belang zijn voor het formuleren van regels. Het gaat daarbij om 3 verschillende soort aanwijzingen: a. Gebiedstypen: het soort gebied van de omgeving. Het gaat om een groter geografisch samenhangend gebied met hoofdzakelijk de zelfde kenmerken en kwaliteiten in fysieke zijn. Daarnaast vertonen deze samenhangende gebieden vaak ook functionele overeenkomsten, maar dat is niet per definitie altijd zo. Er kan ook sprake zijn van functionele verschillen binnen eenzelfde gebiedstype; b. Beperkingengebieden: dit zijn gebieden die aangewezen moeten worden omdat daar bepaalde functionele beperkingen gelden of moeten gelden om sprake te kunnen zijn van een evenwichtige toedeling van functies. Het gaat doorgaans om geboieden waar door een bepaalde functie andere functies of activiteiten beperkt moeten worden. Al dan niet op basis van een hoger belang. Bijvoorbeeld veiligheidszones rondom gastransportleidingen en vliegvelden; c. Thematische gebiedsaanwijzingen: dit zijn gebieden die aangeduid worden omdat binnen dat gebied een bepaalde kwaliteit en functie aanwezig is die eisen of voorwaarden stelt of kan stellen aan andere functies of activiteiten. Dergelijke gebiedsaanduidingen zijn onder de Wro vaak ook opgenomen in de bestemmingsplannen.

Bijvoorbeeld gebieden met cultuurhistorische waarden of waterbelangren die bescherming genieten en/of nodig hebben.

Titel 4.1 Gebiedstypen Binnen de gemeente Hilvarenbeek wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende fysiek en functioneel samenhangende soorten van gebieden. • bebouwingsconcentratie; • bedrijventerrein; • centrum; • gemengd gebied; • gemengd landelijk gebied; • historisch lint; • landelijk gebied; • landelijke kern; • landgoederenzone; • natuur; • primair agrarisch gebied; • recreatiegebied; • sportpark De Roodloop; • woongebied. Hierbij kan een gebiedstype op meerdere locaties voorkomen, waarbij van primair belang is dat de gebieden overwegen dezefde functionele en fysieke kenmerken hebben. Hierbij kan de begrenzing ook niet altijd even 'hard' worden aangemerkt, zeker niet als die niet samenloopt met een duidelijke natuurlijke barriere en grens, of met een visuele en feitelijk aanwezige bebouwingsgrens. Om die reden dient de begrenzing van de gebiedstypen altijd als zachte grens beschouwd te worden is de ligging nooit exact.

79

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Artikel 4.1 Aanwijzing

Concept

In dit artikel wordt bepaald dat er een gebiedstype 'landelijke kern' is. Het werkingsgebied dat hieraan gekoppeld is bepaald de ligging, waarbij de begrenzing - afhankelijk van de situatie in het veld - hard of zacht is.

80

Artikel 4.2 Doelen In dit artikel worden de specfieke doelen voor dit gebiedstype beschreven. Hierbij kan afgeweken worden van de doelen zoals opgenomen in Artikel 2.1 die voor het gehele nieuwe deel van het omgevingsplan gelden. Deze afwijkingen kunnen inhouden dat: a. bepaalde doelen uit de algemene doelen van dit omgevingsplan niet of in veel mindere mate gelden voor dit gebiedstype; b. bepaalde doelen uit de algemene doelen van dit omgevingsplan juist veel meer gelden in die gebiedstype; c. bepaalde doelen expliciet worden opgenomen in dit artikel omdat deze specifiek voor dit gebiedstype gelden. Indien er meer of minder specifieke doelen voor dit gebiedstype gelden, dan zijn die in dit artikel opgenomen. Uiteindelijk landen de doelen uit de Omgevingsvisie in dit artikel. Indien de specfieke doelen binnen dit artikel nog niet zijn ingevuld ('gereserveerd'), dan zal dat pas worden gedaan na vaststelling van de omgevingsvisie of op grond van een andere concrete beleidswijziging van de gemeente.

Artikel 4.3 Toegestane functies Binnen locaties die zijn aangeduid als 'landelijke kern' zijn niet alle functies toegestaan. De oorsprong hiervan volgt uit de voormalige bestemmingsplannen en de bestemmingen die daarin waren opgenomen. Deze bestemmingen in deze - vaak - kleinere dorpskernen maakten onder de Wro lang niet alle functies mogelijk. Vaak ingegeven door het feit dat dergeijke functies er niet waren, maar ook door beleid van de gemeente zelf of van de provincie. Zo worden er al decennia lang geen grootschalige en zware bedrijven toegestaan in landelijke kernen, ontbreekt het doorgaans aan grootschalige detailhandel en kantoorfuncties en komen zorgvoorzieningen slechts in kleineschalige vorm en helemaal niet (meer) voor in kleineren landelijke kernen. In dit artikel worden de functies benoemd die het omgevingsplan wel toelaat binnen het gebiedstype 'landelijke kern'.

Het gaat dan om: • agrarische bedrijven: die van oudsher nog regelmatig her en der verspreid aanwezig zijn; • agrarisch grondgebruik: agrarische percelen die her d=en der verspreid en aan de randen van de dorpskernen veelvuldig nog aanwezig zijn als gevolg van het van oudsher primair aanwezige grondgebruik; • bedrijven: vaak ontstaan uit voormalige agrarische functies, verspreid liggend en overwegend van kleinschalige omvang en met beperkte milieubelasting; • horecafuncties: ook vaak ontstaan uit andere (bedrijfsmatige) functies van dergelijke kleine dorpen, zoals de bakker, het dorpscafé, de basisschool en dergelijke; • maatschappelijke functies: zoals de kerk of de school die in stand is gebleven of een nieuw multifunctioneel centrum dat het huidige dorpshart van kleine kernen vormt; • het openbaar gebied: de bestaande en eventuele nieuwe openbare gebieden in het dorp.

De wegen, straten, openbaar groen, de dorpsweide, et cetera; • sportvoorzieninegen: de lokale voetbalclub, tennisvereniging en vergelijkbare dorpse voorzieningen, hoofdzakelijk ten behoeve van de dorpsbewoners; • veehouderijen: van oudsher nog aanwezig tegen de randen van het dorp, soms meer in het dorp, die nog voortbestaan op grond van hun feitelijke aanwezigheid; • waterfuncties: al dan niet met een hoger waterschapsbelang, maar vaak ook al als onderdeel van het (boven)lokale oppervlaktewatersysteem; • wonen: de overwegens aanwezige functie in de landelijke kernen. Er wordt hoofdzakelijk gewoond in deze kleinere kernen.

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Titel 4.2 Beperkingengebieden

Concept

Onder titel Titel 4.2 worden de beperkingengebieden aangeduid die voortkomen uit onder andere hogere regelgeving van de provincie, het rijk of waterschap. Voor deze gebieden moeten op grond van de belangen wan deze partijen nadere regels in het omgevinsplan worden gesteld om die belangen veilig te stellen. In de opbouw van de artikelen wordt steeds dezelfde systematiek toegepast. Per afdeling - die dus over een bepaalde beperkingengebied gaat - wordt achtereenvolgens het volgende geregeld: a. Het beperkingengebied wordt aangewezen (met een werkingsgebied) en benoemd (in de regeltekst); b. De doelen van het beperkingengebied worden opgenomen, overeenkomstig de belangen van de betreffende instantie / beheerder; c. Er worden specfieke regels gesteld te aanzien van de bescherming van die belangen c.q. doelen.

Afdeling 4.2.1 Beperkingengebied buisleiding - gas In deze afdeling zijn de aanwijzing en specfieke doelen voor hoofdleidingen voor gastransport opgenomen. Dit betreft gasleidingen die onderdeel zijn van het landelijke hoofdtransport-netwerk zoals opgenomen in het Bal en Bkl. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), hoofdstuk 5 zijn instructieregels opgenomen voor het bevoegd gezag bij het opstellen van een omgevingsplan. Voor buisleidingen zijn de regels voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden van belang. Vanwege de veilige werking van de buisleiding gelden er beperkingen in het belemmeringengebied buisleidingen. Deze moeten worden overgenomen in het omgevingsplan. Daarvoor moeten de buisleiding o.a. een locatie toegewezen krijgen in het omgevingsplan. In deze Afdeling 4.2.1 wordt de aanwijzing van de locatie geregeld, zijn de doelen voor deze locaties opgenomen en zijn specifieke regels opgenomen die voor activiteiten binnen deze locaties gelden.

Afdeling 4.2.2 Beperkingengebied buisleiding - riool In deze afdeling zijn de aanwijzing en specfieke doelen voor hoofdriolltransportleidingen opgenomen. Dit betreft het hoofdriool dat onderdeel is van het regionale rioolleidingenstelsel die het transport vab rioolwater verzorgen naar de zuiveringsinstallaties. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat dat de gemeente zorg draagt voor het beheer en onderhoud van een openbaar vuilwaterriool (artikel 3.16 Bkl). Ook zijn in hoofdstuk 5 van het Bkl instructieregels opgenomen voor het bevoegd gezag bij het opstellen van een omgevingsplan er zit onder andere ook een algemene zorgplicht voor de infrastructuur in deze instructies. De gemeente moet een goede werking van de openbare voorzieningen en infrastructuur voldoende borgen. Vanwege de goede werking en borging hiervan voor buisleiding gelden er beperkingen in het belemmeringengebied buisleidingen. Ook bij het hoofdrioolstelsel. Deze hoofdleidingen zijn opgenomen in het omgevingsplan als buisleiding. In Artikel 4.7 zijn de locaties aangewezen. In Artikel 4.8 zijn de specifieke doelen voor buisleidingen - riool opgenomen. In Artikel 4.9 zijn tot slot de specfieke regels voor activiteiten op deze locaties opgenomen.

Afdeling 4.3.3 Cultureel erfgoed Inleiding In deze Afdeling 4.3.3 zijn de gebieden aagewezen die bescherming genieten op basis van het Erfgoedbeleid van de gemeente Hilvarenbeek. De basis hiervoor is gelegd in de beleidskaart en regeling Archeologische - en cultuurhistorische waardenkaart Hilvarenbeek uit 2012 (vastgesteld op 27 september 2012) . Deze beleidskaart is afgelopen jaren al vertaald naar de bestemmingsplannen. Derhalve zullen de meeste aanwijzigingewn van cultuurhistorische én ook archeologische waarden in het omgevinsplan overeenkomen met die bestemmingsplannen. Er is echter op detailniveau wel verschil in de naamgeving en categorisering van gebieden in allerlei kleinere (postzegel)plannen. In deze afdeling is dit gesynchroniseerd en logischer opgebouwd dan voorheen onder de Wro.

81

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Algemene uitleg regels over Cultureel erfgoed

Concept

Bij de inventarisatie van de bestemmingsplanregels voor het cultureel erfgoed voor het omgevingsplan is gebleken dat de regels niet consequent, logisch en uitputtend zijn doorgevoerd in alle bestemmingsplannen. Benamingen, categorieen en begrippen hadden een andere betekenis in verschiollende plannen. Hierdoor is herformulering noodzakelijk gebleken.

82

De volgorde in nummering van te beschermen archeologische verwachtingswaarden en de mate van bescherming (bij welke diepte en welk oppervlak van verstorende activiteiten geldt er een vergunningplicht?) bevatten in de bestemmingsplannen verschillen. Bijvoorbeeld: een ‘archeologische waarde 1’ in het ene plan kan een andere bescherming hebben dan een ‘archeologische verwachtingswaarde 1’ in een ander bestemmingsplan. De veranderingen hebben betrekking op de hele afdeling ‘Cultureel Erfgoed’ in het omgevingsplan. Hieronder zijn in ieder geval begrepen de volgende regels: • De naamgeving voor archeologische (verwachtings)waarden en cultuurhistorische is aangepast en consequent doorgevoerd in de paragrafen Paragraaf 4.3.3.1 tot en met Paragraaf 4.3.3.7 ten tijde van de eerste wijziging van het omgevingsplan. Uiteindelijk zullen alle navolgende categorieen voor gaan komen in het omgevingsplan. • In Hoofdstuk 4, Afdeling 4.3.3: De formulering en opbouw van de aanwijzing van gebieden met archeologische verwachtingswaarden én de formulering en opbouw van de aanwijzing van gebieden met cultuurhistorische waarden;In Hoofdstuk 6: Het gebruik van de betreffende begrippen in de voorkomende activiteiten in die gebieden.

De aanpassingen hebben op dit moment geen betrekking op andere aspecten uit het cultuurhistorisch beleid of andere onderdelen van het cultureel erfgoed, zoals de regels voor ‘monumenten’ of het ‘beschermd stads- of dorpsgezicht’. Voor deze locaties wordt in de eerste wijziging van het omgevingsplan Hilvarenbeek zoveel als mogelijk aangesloten bij de bestaande regels voor die waardevolle elementen uit de bestemmingsplannen. Archeologische waarden De volgende archeologische (verwachtings)waarden zijn in de gemeente Hilvarenbeek van toepassing. Waarbij de normstelling hetzelfde is gebleven als op grond van de waardenkaart uit 2012. • Hoofdstuk 4: • Archeologisch monument • Historische kern • Archeologische vindplaats • Hoge archeologische verwachtingswaarden • Middelhoge archeologische verwachtingswaarden • Lage archeologische verwachtingswaarden • Hoofdstuk 6: Het gebruik van de betreffende begrippen in de voorkomende activiteiten in die gebieden. C ultuurhistorische waarden De aanwezige cultuurhistorische waarden zijn opgesplitst naar oort waarde waar de regeling betrekking op heeft. Zo wordt er onderscheid gemaakt in de aanwijzing van gebieden en locaties. En wat is de specifieke waarde van dat gebied of object dan? Hieruit volgen meer specifieke locatieaanwijzingen die ook in Afdeling 4.3.3 zijn opgenomen.

Met de bijbehorende doelen voor die specifieke waarden: • Hoofdstuk 4: • Cultuurhistorisch waardevolle objecten • Historische dorpsstructuur • Oud gehuchtenpleintje • Cultuurhistorisch waardevol gebied • Cultuurhistorische landschappen • Oude bolle akkers / akkercomplexen • Aardkundig waardevolle gebieden • Historische verkavelingsstructuur • Complex van cultuurhistorisch belang • Hoofdstuk 6: Het gebruik van de betreffende begrippen in de voorkomende activiteiten in die gebieden.

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

Concept

Paragraaf 4.3.3.1 Historische kern Deze paragraaf regelt de bescherming en instandhouding - en waar mogelijk de verbetering - van de archeologische en cultuurhistorische waarden in historische (doprs)kernen binnen de gemeente. Het is het één na hoogste beschemringsniveau voor cultureel erfgoed binnen het omgevingsplan omdat binnen de aangewezen locaties duidelijk aanwijzbare en concrete aanwezige waarden te indentificeren zijn of reeds beschreven zijn. Naast de aanwijzing van locaties zijn de cooncretere doelen voor deze locaties in deze paragraaf opgenomen voor wat betreft cultureel erfgoed en specifieke regels opgenomen voor activiteiten. Met name gericht op het zorgvuldig omgaan met de aanwezige waarden bij aanlegactiviteiten en bouw- en sloopactiviteiten.

Paragraaf 4.3.3.2 Archeologische vindplaats Deze paragraaf regelt de bescherming en instandhouding van de archeologische waarden binnen locaties waar een archeologische vondst is geregistreerd. Er zijn binnen deze locaties arcgeologische vondsten gedaan in het verleden. Deze duiden op mogelijk nog meer vondstenen in de (directe) omgeving. Ook hier is een hoog beschemringsniveau voor met name te verwachten archeologische waarden opgenomen in het omgevingsplan. Naar aanleiding van de eerdere vondsten wordt aangenomen dat er meerdere vondsten zijn te verwachten op het moment dat met name de grond verstoord gaat worden. DE ambities is om die mogelijke vondsten zo goed als mogelijk 'in situ' te bewaren en te beschermen. Naast de aanwijzing van locaties zijn de cooncretere doelen voor deze locaties in deze paragraaf opgenomen voor wat betreft cultureel erfgoed en specifieke regels opgenomen voor activiteiten. Met name gericht op het zorgvuldig omgaan met de aanwezige waarden bij aanlegactiviteiten en bouw- en sloopactiviteiten.

Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten Paragraaf 6.3.1 bevat de algemene bepalingen die gelden voor de aanlegactiviteiten in paragrafen 6.3.2 t/m 6.3.3 en de daaraan ondergeschikte subparagrafen. Hierbinnen wordt onderscheidt gemaakt in de volgende werken en werkzaamheden: • Werkzaamheden met beplanting en groenvoorzieningen; • Aanleggen en veranderen van wegen, paden en verhardingen; • Grondroeractiviteiten. Voor de aanlegactiviteiten in deze afdeling is aansluiting gezocht bij de aanlegactiviteiten (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) die ook in de voormalige bestemmingsplannen waren opgenomen. Inhoudelijk zijn hier geen wijzigingen in aangebracht.

Artikel 6.8 Algemeen toepassingsbereik Artikel 6.8 Eerste lid Artikel 6.8 lid 1 bepaalt dat de regels in deze afdeling betrekking hebben op het verrichten van aanlegactiviteiten. Daaronder wordt verstaan het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden. Tweede lid Het tweede lid bepaalt dat deze afdeling onverkort van toepassing is op de aangewezen activiteiten als die plaatsvinden in het kader van het realiseren van een bouwwerk. Daarbij os bepaald dat afdeling 6.4 (bouwactiviteiten) onverkort van toepassing is. Hiermee wordt duidelijk aangegeven dat als er bijvoorbeeld gronden vergraven worden in het kader van het bouwen van een bouwwerk op een

83

Concept

(van 19-3-2025 12:26)

locatie waarvoor een vergunningplicht geldt voor een aanlegactiviteit, dat dan zowel de vergunningplicht geldt voor de bouwactiviteit als de vergunningplicht voor de betreffende aanlegactiviteit.

Concept

Artikel 6.9 Algemene regels aanlegactiviteiten Artikel 6.9 In artikel 6.9 is opgenomen wanneer het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden in deze afdeling vergunningvrij is.

Artikel 6.10 Algemene aanvraagvereisten aanlegactiviteiten Artikel 6.10 In artikel 6.10 bevat de algemene aanvraagvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden. De in dit artikel opgenomen aanvraagvereisten zijn van toepassing op alle aanvragen. Aanvraagvereisten die verband houden met specifieke beoordelingsregels zijn bij deze specifieke beoordelingsregels opgenomen.

Paragraaf 6.3.2 Werken en werkzaamheden - werkzaamheden met beplanting en groenvoorzieningen Deze paragraaf bepaalt dat de regels in navolgende subparagrafen betrekking hebben op het verrichten van werkzaamheden met beplanting en groenvoorzieningen. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt in de volgende aanlegactiviteiten: • Groenvoorzieningen aanleggen; • Diepwortelende beplanting aanbrengen; • Perceelsindeling wijzingen; • Houtgewas planten, vellen of rooien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15406413/1