CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Onderzoeksgebied Gebiedsontwikkeling de Baars (4 Bijlagen bij bestuursopdracht De Baars Kattenberg)

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel Gebiedsontwikkeling De Baars en Kattenberg.10.241 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

datum betreft

28 februari 2024 Bestuursopdracht planvorming energiehubs De Baars en Kattenberg

Bijlagen bij bestuursopdracht planvorming energiehubs De Baars en Kattenberg Bijlage 1: Kader van randvoorwaarden Toekomsttuin De Baars Bijlage 2: PvA Energiehub Kattenberg (hoofdstuk 2 en 3: kader van randvoorwaarden) Bijlage 3: Participatieplan De Baars

datum betreft

28 februari 2024 Bestuursopdracht planvorming energiehubs De Baars en Kattenberg

Toelichting op Bijlage 1: Kader van randvoorwaarden Toekomsttuin De Baars In deze bijlage vindt u het kader van randvoorwaarden van energiehub De Baars opgenomen, dat de stuurgroep De Baars op 12 januari 2023 heeft vastgesteld. Over het kader heeft geen politieke besluitvorming plaatsgevonden. Dat gebeurt nu met de bestuursopdracht. Een aantal kaders randvoorwaarden zijn inmiddels nader ingevuld. Dit betreft de randvoorwaarden 12 en 16: 12. Bij het zoeken naar geschikte locaties voor windenergie wordt (vooralsnog) géén rekening gehouden met de beperkingen van de radarhindernormen voor de luchtverkeersleiding van Defensie. In de communicatie wordt vermeld dat overleg met defensie plaatsvindt over de beperkingen voor windturbines. 16. De landelijke afstandsnorm, die nu in voorbereiding is bij het Ministerie van EZK, moet bekend zijn en is leidend in de vergunningaanvraag van de windturbines. Randvoorwaarde 23: Gemeenten, provincie en waterschap doen hun uiterste best om de Upcycle Village binnen het gebied De Baars in te passen is vervallen. De inpassing van de Upcycle Village maakt geen deel meer uit van de opdracht in het gebied van energiehub De Baars.

datum betreft

28 februari 2024 Bestuursopdracht planvorming energiehubs De Baars en Kattenberg

Toelichting op Bijlage 2: PvA Energiehub Kattenberg (hoofdstuk 2 en 3: kader van randvoorwaarden) In deze bijlage vindt u een overzicht van de kaders en randvoorwaarden die zijn voortgekomen uit de verkenning voor de gebiedsontwikkeling van energiehub Kattenberg. De kaders en randvoorwaarden maken deel uit van het concept Plan van Aanpak energiehub Kattenberg dat in de stuurgroep Kattenberg in de stuurgroepen van maart en oktober 2023 is besproken. Een definitieve versie is niet opgesteld, in verband met de strategische keuze om de eerste fase van de planvorming voor energiehubs De Baars en Kattenberg gezamenlijk te doorlopen. Hoofstuk 2 en 3 van het concept Plan van Aanpak (PvA) energiehub Kattenbergzijn inmiddels bijna een jaar oud. Waar de actualiteit van het afgelopen jaar voor een andere context gezorgd heeft, of vraagt om nieuwe duiding, is daar in hoofdstuk 2 op ingegaan. Hieronder is de actuele duiding van enkele passages uit het PvA Energiehub Kattenberg opgenomen. Actuele duiding van Plan van Aanpak Kattenberg (PvA) hoofdstuk 2 en 3 (maart 2023) 2. Bouwstenen en plaatsingsruimte Waar van het ‘studiegebied’ gesproken wordt, wordt het gebied van de scope van de verkenning van energiehub Kattenberg bedoeld.

2.1 Bouwsteen 1: De inpassing van wind- en zonne-energie vraagt om keuzes Inmiddels zijn er ‘nieuwe’ onzekerheden ten opzichte van de oorspronkelijke tekst uit het PvA. Zo hebben we te maken met de impact van de nieuwe landelijke milieuregels en de defensieradar (zie Bestuursopdracht 2.3 Veranderende context 2021-2023). Inmiddels blijkt dat in de nieuwe milieuregels met een afstandsnorm van twee keer de tiphoogte van de windturbine gerekend wordt: (concept)milieunormen voor windparken op land (zie Bestuursopdracht 2.3 Veranderende context 2021-2023). 3.6. We zoeken waar mogelijk naar afstemming met De Baars Inmiddels is het POB REKS gestart met de verdere uitwerking van de hubs. De eerste stap, de formulering van de bestuursopdracht (waar deze bijlage onderdeel van is), wordt voor de twee hubs gezamenlijk doorlopen. 3.7 We pakken de zoektocht samen en stapsgewijs op Met deze organisaties zijn in de verkenningsfase gesprekken gevoerd: - Gemeente Oirschot - Met de gemeente Oirschot was er meermaals ambtelijk (agendalid kernteam) en bestuurlijk contact. - Waterschap De Dommel - Provincie Noord-Brabant - Enexis - ZLTO De Hilver - Natuurmonumenten - Brabants Landschap - Oirschot B.V. (Thijs van Oirschot) - RWE - DEC-Oisterwijk - Hilverstroom - De Stille Wille - ’t Schop/Hilverboeren (Jan van den Broek) - Landgoed Rozephoeve

datum betreft

28 februari 2024 Bestuursopdracht planvorming energiehubs De Baars en Kattenberg

Toelichting op Bijlage 3: Participatieplan De Baars In deze bijlage vindt u het Participatieplan energiehub De Baars (23 januari 2023), dat de stuurgroep De Baars heeft vastgesteld. Het participatieplan is ter informatie met de gemeenteraad van Hilvarenbeek gedeeld. In hoofdstuk 4 van de bestuursopdracht is naar deze bijlage verwezen.

Toekomsttuin de Baars Gemeenten Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Tilburg, provincie Noord-Brabant, waterschap de Dommel

KADER VAN RANDVOORWAARDEN Vastgesteld op 12 Januari 2023

Inhoudsopgave Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.

2.

3.

Kader van randvoorwaarden, puntsgewijs ............................................................................................... 4 1.1.

Klimaatadaptatie en landschap ........................................................................................................... 4

1.2.

Energie................................................................................................................................................... 5

1.3.

Economie ............................................................................................................................................... 5

Kader van randvoorwaarden, toelichting ................................................................................................. 6 2.1.

Klimaatadaptatie en landschap ........................................................................................................... 6

2.2.

Energie................................................................................................................................................... 8

2.3.

Economie ............................................................................................................................................... 9

Bijlagen, kaartmateriaal ......................................................................................................................... 11 3.1.

De Baars .............................................................................................................................................. 11

3.2.

Droge Ecologische Verbinding Zones ................................................................................................. 12

3.3.

REKS: gebied “Systeem Voortse Stroom” ........................................................................................... 12

3.4.

Amendement Hilvarenbeek ................................................................................................................ 13

3.5.

Omgevingsvisie Goirle ........................................................................................................................ 13

Inleiding In de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) is de Baars aangewezen als zoekgebied voor één van de energiehubs binnen regio Hart van Brabant. “Energiehubs zijn aantrekkelijke locaties in de toekomst. Ze koppelen en combineren opslag, overslag en distributie van energie (zowel warmte als elektriciteit uit zon en wind) aan (groot) verbruikers en aan gebiedsopgaven. De hubs worden belangrijke maatschappelijke locaties, door de vele energiemogelijkheden en de combinatie met andere functies zoals recreatie.“, aldus de REKS. Toekomsttuin de Baars is één van de gebiedsontwikkelingen uit het eerste REKS-bod waar meerdere opgaven zoals klimaat, landbouw, biodiversiteit, mobiliteit en recreatie gekoppeld zijn aan de energieopgave. Toekomsttuin de Baars ligt in het gebied tussen Tilburg, Goirle, Hilvarenbeek en Oisterwijk (zie bijlage, figuur 3.1). In de stuurgroep zijn de gemeenten Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Tilburg, de provincie Noord-Brabant en het Waterschap de Dommel vertegenwoordigd. De Baars wordt een toekomsttuin, van en vóór ons allemaal. Samen bouwen we in het gebied aan een energiek, werkend en klimaat robuust landschap. Zo houden we onze voeten droog, laten we planten bloeien en dieren groeien. In de Baars wekken we onze eigen energie duurzaam op. Daarmee voorzien we bedrijven en inwoners in de regio van lokaal opgewekte duurzame energie.

Bovendien investeren we dankzij lokaal eigendom de opbrengst in lokale klimaat- en energieprojecten. Hoe we dit gaan doen, bepalen we samen met de omgeving. Voorliggend ‘Kader van randvoorwaarden’ schetst waar nieuwe ontwikkelingen binnen het gebied de Baars aan bijdragen. Samen met de notitie van uitgangspunten (oktober 2021), over de opgaven en ambities, vormt dit het startpunt voor het participatietraject. Het kader geeft aan waar ruimte is voor participatie en op welke aspecten we met de omgeving in dialoog gaan om tot een beter plan te komen: een toekomsttuin. Het is vanzelfsprekend dat de ontwikkelingen worden getoetst aan de bestaande wet- en regelgeving: deze worden niet apart genoemd. In hoofdstuk 1 is het ‘Kader van randvoorwaarden’ puntsgewijs opgesomd voor de opgaven klimaatadaptatie en landschap, energie en economie. In hoofdstuk 2 worden de punten van het ‘Kader van randvoorwaarden’ toegelicht. In hoofdstuk 3 staan de toelichtende kaarten.

1. Kader van randvoorwaarden, puntsgewijs 1.1.

Klimaatadaptatie en landschap

1. Nieuwe ontwikkelingen en functies volgen de lagenbenadering. 2. Waterproblemen (kwantiteit en kwaliteit) worden niet naar benedenstrooms gelegen gebieden afgewenteld. Dit geldt zowel buiten het gebied van de Baars als binnen het plangebied. Andersom kunnen bovenstrooms gelegen ontwikkelingen bijdragen in het verminderen van benedenstroomse problematiek. 3. Het grondwaterpeil (GLG) in infiltratiegebieden is in 2027 met minimaal 35 cm verhoogd ten opzichte van het referentiejaar 2002. In de lagere (kwel) gebieden is de stijging 10 cm. 4. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan het behalen van de KRW-doelstellingen. 5. De EVZ nieuwe Leij wordt in stand gehouden en versterkt. De natuurwaarden ten zuiden van de A58 worden versterkt. 6. Realisatie van faunapassages bij het kanaal en de A58. 7. In een EVZ respecteren andere functies de functies van de EVZ. 8. De invulling van de gebiedsvisie levert per saldo een kwaliteitsverbetering op voor flora en fauna. 9. Voor het gebied dat in de REKS is aangegeven als Systeem Voortse Stroom (zie bijlage, figuur 3.3) gelden de gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie. 10. Ontwikkelingen passen in de landschappelijke structuren.

1.2.

Energie

11. Realisatie van duurzame opwek van energie in een mix van zon en wind (REKS 1.0) met een totale jaarlijkse productie van 65.000 MWh. Daarnaast biedt de Baars ruimte voor opslag, innovatie en conversie van energie en ruimte voor de energie-infrastructuur. 12. Bij het zoeken naar geschikte locaties voor windenergie wordt (vooralsnog) géén rekening gehouden met de beperkingen van de radarhindernormen voor de luchtverkeersleiding van Defensie. In de communicatie wordt vermeld dat overleg met defensie plaatsvindt over de beperkingen voor windturbines. 13. Grootschalige opwek (zon, wind, energieopslag) wordt landschappelijk goed ingepast en draagt daarmee bij aan de klimaatdoelstellingen, biodiversiteit- en gebiedsopgaven. 14. Binnen de gemeentegrenzen van Hilvarenbeek is het zoekgebied voor de Baars voor grootschalige energie opwek begrensd tot maximaal 750 meter ten zuiden van de A58. 15. Het zoekgebied voor grootschalige energie opwek in de Baars ligt op een minimale afstand van 500 meter vanaf de grens van het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Goirle. 16. De landelijke afstandsnorm, die nu in voorbereiding is bij het Ministerie van EZK, moet bekend zijn en is leidend in de vergunningaanvraag van de windturbines. 17. 50 % lokaal eigenaarschap is uitgangspunt, uitwerking in samenspraak met de betrokkenen. 18.

Een deel van het lokaal eigenaarschap wordt geïnvesteerd in het gebied.

1.3.

Economie

19. Recreatie dichtbij huis, in het landschap, is een voorwaarde. Ontwikkelingen in het gebied dragen bij aan dit doel. 20. Agrarische activiteiten horen thuis in het gebied. 21. De intensievere vormen van recreatie in het gebied, zoals de Beekse Bergen, moeten voldoende ruimte houden om toekomstbestendig door te ontwikkelen. 22. De fietsinfrastructuur in het gebied wordt verbeterd, de fietsroute Bakertand – Ambrosiusweg wordt gerealiseerd.

2. Kader van randvoorwaarden, toelichting 2.1.

Klimaatadaptatie en landschap

1. Nieuwe ontwikkelingen en functies volgen de lagenbenadering. Bij een gebiedsontwikkeling helpt de lagenbenadering om keuzes te maken. Daarbij zijn alle drie lagen gelijkwaardig. Al stelt een onderliggende laag wel voorwaarden aan de lagen daarboven. Voor alle lagen geldt dat veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke randvoorwaarden zijn bij de toetsing van ingrepen. Met die uitzondering dat er afgeweken kan worden van de voorwaarden die onderste lagen aan bovenliggende stellen, als het maatschappelijk belang groter is dan het belang dat in deze onderliggende laag wordt benoemd en er geen reële alternatieven mogelijk zijn. 2. Waterproblemen (kwantiteit en kwaliteit) worden niet naar benedenstrooms gelegen gebieden afgewenteld. Dit geldt zowel buiten het gebied van de Baars als binnen het plangebied. Andersom kunnen bovenstrooms gelegen ontwikkelingen bijdragen in het verminderen van benedenstroomse problematiek. Het waterbeleid van waterbeherende partijen in Nederland, waaronder waterschap de Dommel, is erop gericht geen afwenteling (kwalitatief, noch kwantitatief) te laten plaatsvinden. In de Interim Omgevingsverordening (IOV) is begrensd wat volgens de huidige inzichten nodig is. Deze inzichten veranderen snel.

Om klimaatverandering in de toekomst op te kunnen vangen, gebieden benedenstrooms te ontlasten en mogelijk in droge perioden van water te voorzien, is vergroting van bergingsgebieden noodzakelijk. Ook in de Baars. Medio 2023 verschijnen de KNMI’23 klimaatscenario’s op basis waarvan nieuwe modelberekeningen worden gemaakt over het benodigde areaal van waterberging. Ten zuiden van de A58 vormt het creëren van “een Leij erbij” kansen om het systeem voor zowel de waterproblemen als voor natuur robuuster te maken. 3. Het grondwaterpeil (GLG) in infiltratiegebieden is in 2027 met minimaal 35 cm verhoogd ten opzichte van het referentiejaar 2002. In de lagere (kwel) gebieden is de stijging 10 cm. In het grondwaterconvenant dat 13 Brabantse waterpartijen op 15 december 2021 afsloten is afgesproken dat deze partijen samenwerken om meer water vast te houden en minder grondwater te gebruiken. Het streven van de 13 partijen is dat het grondwaterpeil (GLG= gemiddeld Laagste Grondwaterpeil) in de infiltratiegebieden in 2027 35 cm is gestegen ten opzichte van het referentiejaar 2002. Voor de lagere (kwelgebieden) is het streven dat de GLG 10 cm hoger is dan in 2002. Met dergelijke verbeteringen profiteren zowel de landbouw als de natuur. Verdrogende ontwikkelingen in het gebied zijn niet toelaatbaar. 4. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan het behalen van de KRW-doelstellingen.

Waterschap de Dommel streeft er naar de beken en andere waterpartijen in 2027 te laten voldoen aan de kwalitatieve en kwantitatieve richtlijnen van de Europese Kaderrichtlijn Water. Tegengestelde ontwikkelingen zijn niet toelaatbaar.

5. De EVZ nieuwe Leij wordt in stand gehouden en versterkt. De natuurwaarden ten zuiden van de A58 worden versterkt. De EVZ langs de nieuwe Leij (natte EVZ) is nog in ontwikkeling. EVZ nieuwe Leij wordt ingericht voor de doelsoorten Kamsalamander en andere amfibieën. Voor de nieuwe Leij geldt tevens een beekherstel-opgave vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water. Het beekdal in de Baars is een uniek dynamisch landschap: de Leij vormt een directe verbinding van het beekdal en de zandrug tussen Kampina, de Roovertsche Heide met België en de Regte Heide. Het ontwikkelen van de reeds aangewezen NNB-gebieden staan hierin ten dienste van het creëren van een beekzone, een Leij erbij, en van een landschappelijke zone (zoals de beekdalflank) die bijdraagt aan het functioneren van deze verbinding (zie bijlage, figuur 3.2). De zone fungeert daarmee als verbinding voor grotere diersoorten (das, ree) en voor kleinere diersoorten van droge biotopen (levendbarende hagedis, hazelworm en diverse soorten dagvlinders). De saldobenadering van de provincie Noord-Brabant kan hier uitkomst bieden. Bovendien zal de gehele zone tussen de flanken van de Beekse Bergen en de stedelijke bebouwing verkoelend werken voor de stad en blijvend als waterbergingsgebied fungeren. 6. Realisatie van faunapassages bij het kanaal en de A58.

De A58 en het kanaal vormen een barrière voor flora en fauna in de verbinding tussen de natuurgebieden (Roovertsche Heide, Regte Heide en Kampina), met uitzondering van vissen. Door de realisatie van faunapassages, worden deze barrières opgelost, eventueel in combinatie met de EVZ-ontwikkeling. 7. In een EVZ respecteren andere functies de functies van de EVZ. Ecologische Verbindingszones (EVZ) hebben de functie om flora en fauna vrij te laten migreren van het ene natuurgebied naar het andere. Extensieve recreatie zoals wandelen of een kruisend fietspad in de EVZ is mogelijk. 8. De invulling van de gebiedsvisie levert per saldo een kwaliteitsverbetering op voor flora en fauna. Als een verandering in het gebied een biotoopverandering betekent die de totale biodiversiteit vergroot is deze verandering mogelijk. We streven naar een toename van het aantal soorten in het gebied door verbetering van de leefomgeving. Dit kan betekenen dat sommige (algemene) soorten zullen verdwijnen en dat er zeldzamer soorten voor in de plaats komen. Teruggang van de kwaliteit als gevolg van de ontwikkelingen in het gebied is uitgesloten. Hiervoor is een versterking van zowel de natte (beek) als de droge (op de flank) migratieroute noodzakelijk (zie bijlage, figuur 3.2). 9.

Voor het gebied dat in de REKS is aangegeven als Systeem Voortse Stroom (zie bijlage, figuur 3.3) gelden de gebiedsopgaven voor klimaatadaptatie. In de REKS wordt het gebied voor de klimaatopgave vernoemd als “Systeem Voortse Stroom”. Dit gebied omvat het beekdal, de droge zandrug en de enkeerd gronden (het landbouwgebied ten noorden van Hilvarenbeek). De klimaatopgave heeft het karakter en de schaal van de regionale opgave. Het gebied waarin deze gebiedsopgave moet worden gerealiseerd heeft hiermee voldoende omvang om invloed uit te oefenen op regionale schaal (zowel in het landschapssysteem als het klimaat- en watersysteem).

10. Ontwikkelingen passen in de landschappelijke structuren. Het gebied de Baars is een gebied met diverse landschappelijke structuren. In het beekdal een beekdallandschap, op de flanken oorspronkelijk een kleinschalig landschap en op de ruggen bos. De structuren zijn leidend voor nieuwe ontwikkelingen.

2.2.

Energie

11. Realisatie van duurzame opwek van energie in een mix van zon en wind (REKS 1.0) met een totale jaarlijkse productie van 65.000 MWh. Daarnaast biedt de Baars ruimte voor opslag, innovatie en conversie van energie en ruimte voor de energie-infrastructuur. a. Wind: 20MW vermogen, met een jaarlijkse productie van 60.000 MWh b. Zon: 5MW vermogen, met een jaarlijkse productie van 5.000 MWh c. Verschuivingen van opbrengst tussen de energiebronnen is mogelijk, wind blijft de belangrijkste energiebron en de totale jaarlijkse productie moet op 65.000 MWh uitkomen. d. Opslag en conversie naar bijvoorbeeld waterstof, moet in het gebied mogelijk zijn. e. Opwek, opslag en conversie kan niet zonder een energie-infrastructuur zoals leidingen en schakelstations die ook ruimte vragen in het gebied. 12. In het participatietraject wordt (vooralsnog) géén rekening gehouden met de beperkingen van de radarhindernormen voor de luchtverkeersleiding van Defensie. In de communicatie wordt vermeld dat overleg met defensie plaatsvindt over de beperkingen voor de windturbines. 13. Grootschalige opwek (zon, wind, energieopslag) wordt landschappelijk goed ingepast en draagt daarmee bij aan de klimaatdoelstellingen, biodiversiteit- en gebiedsopgaven. 14.

Binnen de gemeentegrenzen van Hilvarenbeek is het zoekgebied voor de Baars voor grootschalige energie opwek begrensd tot maximaal 750 meter ten zuiden van de A58. Op 10 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Hilvarenbeek een amendement aangenomen waarin een begrenzing is opgenomen voor het zoekgebied (zie bijlage, figuur 3.4) voor grootschalige energieopwekking. Dit betreft de opwekking van windenergie en voor zonnevelden groter dan 0,5 ha. 15. Het zoekgebied voor grootschalige energie opwek in de Baars ligt op een minimale afstand van 500 meter vanaf de grens van het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Goirle. In de omgevingsvisie van de gemeente Goirle is aangegeven dat in het gebied de Baars grootschalige energie opwek mag plaatsvinden. Dit gebied begint op een afstand van minimaal 500 meter vanaf de grens van het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Goirle (zie bijlage, figuur 3.5). 16. De landelijke afstandsnorm, die nu in voorbereiding is bij het Ministerie van EZK, moet bekend zijn en is leidend in de vergunningaanvraag van de windturbines. Medio 2023 worden nieuwe rijksregels voor windturbineparken vastgesteld. Hiervoor stelt het Rijk een milieueffectrapport (MER) op. Uit deze MER volgen afstandsnormen. In de motie van de gemeenteraad van de gemeente Goirle van 8 maart 2022 is gesteld dat deze nieuwe

rijksregels vastgesteld moeten zijn voordat de vergunningen voor windturbines aangevraagd kunnen worden. 17. 50 % lokaal eigenaarschap is uitgangspunt, uitwerking in samenspraak met de betrokkenen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat bij opwekking van duurzame energie op land (zonneparken en windmolens) burgers voor minstens de helft moeten kunnen profiteren van het project. In de REKS 1.0 is genoemd: “Ook de ambities voor 50% lokaal eigenaarschap zijn binnen de energieopgaven van belang. Niet voor niets staat in het Klimaatakkoord dat bij grote duurzame energieprojecten het streven is om 50% lokaal eigenaarschap vorm te geven. In de REKS willen we hier samen met de lokale en regionale partijen vorm aan geven. Enerzijds om zoveel mogelijk opbrengsten in de regio te houden, anderzijds om een zo groot mogelijk draagvlak te creëren.” In de uitgangspuntennotitie de Baars van oktober 2021 is als randvoorwaarde opgenomen dat samen met betrokken inwoners, ondernemers en organisaties een nieuwe toekomst voor de Baars uitgewerkt wordt. In het participatieplan van september 2022 is het handelingsperspectief vastgelegd. De uitkomst van het participatieproces zal mede richting geven aan de invulling van het lokale eigendom. Het vormgeven van de financiële participatie is uiteindelijk aan het Regionaal Publiek Ontwikkelbedrijf REKS.

Via maatwerk zal het Publiek Ontwikkelbedrijf REKS onderzoeken of en hoe andere partijen in de ontwikkeling kunnen participeren. De input vanuit het participatieproces wordt hierbij meegenomen. 18. Een deel van het lokaal eigenaarschap wordt geïnvesteerd in het gebied. De opgaven voor het gebied de Baars zijn groot. Een deel van het lokaal eigenaarschap zal daarom opnieuw in het gebied geïnvesteerd worden.

2.3.

Economie

19. Recreatie dichtbij huis, in het landschap, is een voorwaarde. Ontwikkelingen in het gebied dragen bij aan dit doel. De Baars is een uitloopgebied voor de stad en de dorpen. Het gebied moet hiervoor meerwaarde bieden. 20. Agrarische activiteiten horen thuis in het gebied. Agrarische activiteiten zijn eigen voor het gebied de Baars. Al dient zich ook hier een transitie aan. Verbetering van de bodem en het watersysteem zijn essentieel voor een goede agrarische bedrijfsvoering. Kringlooplandbouw en de biodiversiteit zijn kansrijke onderwerpen om mee te nemen in het gebied. 21. Intensievere vormen van recreatie in het gebied, zoals de Beekse Bergen, moeten voldoende ruimte houden om toekomstbestendig door te ontwikkelen. Een toekomstbestendige doorontwikkeling op vlak van landschap en mobiliteit is noodzakelijk om grootschalige recreatie in het gebied aantrekkelijk te houden.

22. De fietsinfrastructuur wordt verbeterd, de fietsroute Bakertand – Ambrosiusweg wordt gerealiseerd. Ten behoeve van recreatie en woon-werk verkeer, wordt de fietsinfrastructuur in het gebied versterkt. In de eerste plaats is hiervoor een directe fietsverbinding tussen Goirle en Hilvarenbeek noodzakelijk.

3. Bijlagen, kaartmateriaal 3.1.

De Baars

Figuur 3.1: de Baars

3.2.

Droge Ecologische Verbinding Zones

Figuur 3.2: droge Ecologische Verbinding Zone (EVZ)

3.3.

REKS: gebied “Systeem Voortse Stroom”

Figuur 3.3: REKS: gebied “Systeem Voortse Stroom”

3.4.

Amendement Hilvarenbeek

Figuur 3.4: Amendement Hilvarenbeek

3.5.

Omgevingsvisie Goirle

Figuur 3.5: Omgevingsvisie Goirle - zoekgebied grootschalige energie, groene vlek met stippellijn

Bijlage: PvA Energiehub Kattenberg Hoofdstuk 2 en 3: kader van randvoorwaarden

projectnummer 0488934.100 concept 16 januari 2024

www.anteagroup.nl

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

Inhoudsopgave 2.

Bouwstenen en plaatsingsruimte

3

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Bouwsteen 1: De inpassing van wind- en zonne-energie vraagt om keuzes Afstand tot woningen Afstand tot infrastructuur Afstemming gebruiks- en toetsingszones Defensie Bouwsteen 2: Weinig animo voor multifunctionele zonnevelden Bouwsteen 3: Aandacht voor aansluiting op het energienet en energiemanagement Bouwsteen 4: Benutten meekoppelkansen voor natuur, water, landschap en recreatie Bouwsteen 5: Kansen voor koppeling met de transitie naar duurzame en toekomstbestendige landbouw Samenvattend

3 3 4 6 7 7 7 9 10

3.

Vertrekpunten voor de energiehub

11

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

2.

Bouwstenen en plaatsingsruimte In de verkenning is het studiegebied op basis van de huidige situatie, vigerend beleid en bij de gemeente bekende initiatieven in beeld gebracht. In het verlengde van de omschrijving in de REKS (zie paragraaf Fout! V erwijzingsbron niet gevonden.) heeft de inventarisatie zich gericht op de thema’s energie, water/klimaatadaptatie, natuur, landbouw en recreatie/cultuurhistorie. De gebiedsverkenning leidt tot inhoudelijke bouwstenen voor de uitwerking van de energiehub. De inventarisatieresultaten zullen in het planvormingsproces voor de energiehub verder uitgezocht en uitgewerkt worden in samenwerking met de stakeholders en bewoners van het gebied. Voor nu zijn de bevindingen gebruikt om het ruimtelijk speelveld voor de energiehub nader af te bakenen. De belangrijkste bouwstenen voor de uitwerking presenteren we in dit hoofdstuk en vertalen we in een eerste indicatie van de plaatsingsruimte voor nieuwe wind- en zonne-energie.

2.1

Bouwsteen 1: De inpassing van wind- en zonne-energie vraagt om keuzes Een globale verkenning van de technisch-planologisch beschikbare ruimte voor windenergie laat zien dat bij volledige toepassing van alle planologische, technische en beleidsmatige belemmeringen de ruimte voor de plaatsing van nieuwe windenergie beperkt is. Zeker als we rekening houden met de REKS-ambitie om windturbines te clusteren en de landschappelijke randvoorwaarden uit de provinciale omgevingsverordening. Verschillende functies en kwaliteiten stellen beperkingen aan de plaatsingsmogelijkheden voor wind- en zonneenergie. We lopen ze per aspect kort door.

2.1.1

Afstand tot woningen We willen een gezond woon- en leefklimaat handhaven en dus zon- en windenergie op voldoende afstand plaatsen van woningen. In het studiegebied betreft dit het woonpark Stille Wille, de kern Haghorst en verspreide woningen in het gebied, met deels een agrarische functie. Voor zonne-energie gelden geen formele afstandsnormen. Voor windenergie zijn geluid- en slagschaduw bepalend voor de minimale afstand tot woningen. Hiervoor gelden geen vaste afstandsnormen, maar een norm voor maximale geluidsbelasting op de woningen, die zich afhankelijk van het gekozen turbinetype en omgevingsaspecten vertaald in een minimale afstand tot woningen. In deze verkenning gaan we uit van een indicatieve afstandsnorm van 350 meter tot woningen om een eerste zicht te krijgen op de plaatsingsmogelijkheden. Figuur 3.1 laat zien dat toepassing van een bufferzone van 350 meter rond alle woningen de plaatsingsruimte voor windenergie beperkt tot een aantal zones in het gebied. Op basis van nader onderzoek en planuitwerking kunnen we de werkelijke plaatsingsruimte bepalen.

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

Figuur 2.1: Indicatieve plaatsingsruimte windenergie op basis van afstand tot woningen (350 m)

2.1.2

Afstand tot infrastructuur De bestaande infrastructuur legt beperkingen op aan de plaatsingsmogelijkheden in de directe omgeving. In het gebied moeten we rekening houden met de volgende belemmeringszones: a. b.

c.

Het Wilhelminakanaal: Rijkswaterstaat hanteert als uitgangspunt dat zij langs kanalen, rivieren en havens plaatsing van windturbines toestaat bij een afstand van ten minste 50 meter uit de rand van de vaarweg. 1 De A58: Rijkswaterstaat hanteert als norm dat zij langs rijkswegen plaatsing van windturbines toestaat bij een afstand van ten minste de halve rotordiameter 2. We gaan in deze verkenning indicatief uit van een moderne windturbine met rotordiameter van 150 meter. Voor de A58 hanteren we daarom een buffer van 75 meter. Hoogspanningslijnen: TenneT houdt voor hoogspanningslijnen als risicoafstand de grootste waarde van de tiphoogte en de maximale werpafstand bij nominaal toerental aan.3 We hebben indicatief een tiphoogte van 225 meter (anderhalf keer de ashoogte van een windturbine van 150 meter) aangehouden.

1 Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken, artikel 4 lid 1, gepubliceerd in de Staatscourant op 9

november 2015 2 Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over Rijkswaterstaatwerken, artikel 3 lid 1, gepubliceerd in de Staatscourant op 9 november 2015 3 Veiligheid en windturbines. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Update april 2020.

blad 4 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

d.

e.

f.

Buisleidingen: Voor ondergrondse buisleidingen wordt als risicoafstand de grootste waarde van de tiphoogte en de maximale werpafstand bij nominaal toerental aangehouden. 4 Dat is het advies van Gasunie. Hier hanteren we wederom een minimale afstand van 225 meter. De vier bestaande windturbines: Om een verstoord windaanbod (dat leidt tot een verminderde elektriciteitsopbrengst) te voorkomen, is het van belang dat nieuwe windturbines op voldoende afstand van de bestaande turbines worden geplaatst. Hier is drie keer de rotordiameter (150 meter) als indicatieve bufferafstand aangehouden. Dat resulteert in een bufferzone van 450 meter om de bestaande windturbines. Het in ontwikkeling zijnde zonnepark Haghorst: Voor dit zonnepark hanteren we in dit Plan van Aanpak geen afstandsnorm. Het zonnepark rekenen we wel als belemmering, omdat windturbines op korte afstand van het zonnepark door schaduwwerking kunnen leiden tot vermindering van de opbrengst (en dus economische schade).

Figuur 2.2: Indicatieve plaatsingsruimte windenergie op basis van beperkingen bestaande infrastructuur

4

Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW 2020). Rijkswaterstaat Water, Verkeer & Leefomgeving. 20 mei 2020

blad 5 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

2.1.3

Afstemming gebruiks- en toetsingszones Defensie Noord-Brabant kenmerkt zich door de aanwezigheid van de verschillende militaire vliegbases. Vanuit hieruit zijn specifiek voor windturbines beperken opgelegd. Het gaat voor de energiehub Kattenberg om twee belemmeringen. a.

b.

Laagvliegroute: Deze corridor van Defensie bevindt zich langs het Wilhelminakanaal. De corridor bestaat uit twee gebieden: een strook van 500 meter om de hartlijn (aan beide kanten) en een stook van 1.000 meter om de hartlijn (aan beide kanten). In de strook tussen 500 en 1000 meter uit de hartlijn zijn in afstemming mogelijkheden voor het plaatsen van windturbines. Over de laagvliegzone lopen gesprekken met het ministerie van Defensie. Radarverstoringsgebied: Hierbij gaat het om de Outer Horizontal Surface van luchthaven Eindhoven. Dit is een 500-voet toetsingszone. Het studiegebied valt bijna volledig binnen deze zone. Voor elk windturbineproject met een tiphoogte van meer dan 500 voet (circa 150 meter) moet de radarverstoring worden doorgerekend door TNO om op basis hiervan via het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) een verklaring van geen bezwaar van Defensie te kunnen ontvangen.5

Figuur 2.3: Indicatieve plaatsingsruimte windenergie op basis van beperkingen toetsingszones Defensie

5

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2020) Radartoetsing en windturbines, Infoblad windturbines en radar.pdf (rvo.nl)

blad 6 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

2.2

Bouwsteen 2: Weinig animo voor multifunctionele zonnevelden Conform de uitgangspunten van de REKS hanteren we de “zonneladder” bij het mogelijk maken van zonneenergie in de energiehub. Een belangrijk criterium is het voorkomen van verliezen van landbouwgrond én juist inzetten op versterken van de landbouwkundige structuur op basis van de toekomstige maatschappelijke vragen. Dit sluit aan bij de visie van de stakeholders, waar weerstand is om schaarse ruimte te benutten voor monofunctionele zonnevelden. In de energiehub willen we mogelijkheden bieden voor zonnevelden in combinatie met ander gebruik (meervoudig ruimtegebruik). We denken bijvoorbeeld aan combinaties met landbouw, natuur, water en/of recreatie. Zonnevelden zijn te combineren met waterberging of met het extra vasthouden van water. Waterlopen rond de zonnepanelen kunnen mogelijk gedempt of gestuwd worden. Dit geeft een positief effect tegen verdroging. Uit de eerste inventarisatie onder de stakeholders blijken er nog geen concrete ambities of wensen voor de verschillende vormen van meervoudig ruimtegebruik te bestaan. We onderzoeken ook de combinatie met windturbines, mede vanwege de mogelijkheid om efficiënt om te gaan met de elektriciteitsinfrastructuur (‘cable pooling’). Mogelijk kunnen op de netaansluiting van het nieuwe zonnepark Haghorst i.o. enkele windturbines aangesloten worden.

De initiatiefnemer van zonnepark Haghorst heeft ook een lopend initiatief voor een zonnepark van circa 100 hectare in het zoekgebied op het grondgebied van Oirschot. Op Figuur 2.2 is te zien hoe dit zoekgebied aan het studiegebied van hub Kattenberg grenst.

2.3

Bouwsteen 3: Aandacht voor aansluiting op het energienet en energiemanagement Net als op veel andere plekken in Nederland raakt het elektriciteitsnet rond de Kattenberg overbelast: er is sprake van netcongestie. De minister voor Klimaat en Energie heeft een speciaal coördinator voor de aanpak van de problemen in de twee provincies Noord-Brabant en Limburg aangesteld. Om de netcongestie tegen te gaan, worden bestaande hoogspanningsstations uitgebreid en nieuwe stations toegevoegd. Voor Kattenberg kan het nieuwe hoogspanningsstation Tilburg-Zuid uitkomst bieden. Daarnaast geeft de REKS aan dat er in het gebied tussen Hart van Brabant, Noordoost Brabant en Metropoolregio Eindhoven een nieuw hoogspanningsstation nodig is. Binnen de congestieproblematiek moet energiehub Kattenberg bijdragen aan een stabiel energienetwerk. Energiemanagement, het beheren en beheersen van de energiestromen, is essentieel om ervoor te zorgen dat de opgewekte energie op het juiste moment in de juiste vorm op de juiste plek terecht komt. Voor efficiënt gebruik is energieopslag gewenst, bijvoorbeeld door batterijen of omzetting naar waterstof. Energiemanagement gaat ook over prioritering. Die prioritering speelt op een hoger schaalniveau dan de Kattenberg. Binnen het Brabants Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) worden hierin afwegingen genomen.

Voor een perceel aan de Wijnhovenstraat is een vergunning aangevraagd voor de realisatie van batterijopslag en een elektrolyser. Een slimme aansluiting op het energienet en het toepassen van energiemanagement is een ambitie bij de ontwikkeling van nieuwe wind- en zonne-energie.

2.4

Bouwsteen 4: Benutten meekoppelkansen voor natuur, water, landschap en recreatie Uit de inventarisatie en aanvullende consultatie bij stakeholders blijken in het studiegebied geen urgente en grote gebiedsopgaven te zijn op de thema’s natuur, water/klimaatadaptatie en recreatie & cultuurhistorie. Wel zijn er interessante meekoppelkansen die we in samenhang met de ontwikkeling van duurzame energie kunnen oppakken. Hieronder zijn de meekoppelkansen per thema beschreven. De lijst met meekoppelkansen kan in de planfase uitgebreid worden op basis van nieuwe inzichten en ideeën uit de participatie.

blad 7 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

Natuur Het studiegebied is begrensd door de waardevolle natuurgebieden Moergestels Broek (weidevogelgebied), Kattenbergs Broek en Kampina, die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). We vinden het belangrijk dat nieuwe wind- en zonne-energie geen schade toebrengt aan de natuurwaarden. Hoewel hier geen wettelijke afstandsnorm geldt, hanteren we een indicatieve bufferafstand van één wieklengte van de natuurgebieden (Natuurnetwerk Brabant) gehanteerd. Dat komt neer op 75 meter, zie Figuur 2.4. Zo voorkomen we overlast door overdraai van turbines oven de natuurgebieden. Voor andere functies gelden normen op specifieke aspecten (geluid, veiligheid, slagschaduw, ecologie). Hierover is onder bevindingen “4” meer te lezen. De revenuen van nieuwe duurzame energieopwekking kunnen worden ingezet om de ecologische waarden te versterken in of grenzend aan het studiegebied, bijvoorbeeld door een bijdrage aan biodiversiteit, nieuwe natuur en/of ecologische verbindingszones. Zo kan de corridor voor fauna ten noorden van landgoed De Stille Wille mogelijk versterkt worden. Daarnaast kan de komst van de energiehub ambities op het gebied van natuurinclusieve landbouw en klimaatadaptatie in het gebied aanjagen. Verder kunnen de ontwikkelingen binnen de hub hand in hand gaan met de aanpak van de stikstofopgave.

In dat kader zoeken we in de planuitwerking afstemming met de naastgelegen Gebiedsgerichte Aanpak Kampina 6. We nemen ook de impact van de energieaansluitingen op de natuur mee in het vervolg van dit traject.

Figuur 2.4: Indicatieve plaatsingsruimte windenergie op basis van beperkingen natuurgebieden (NNB) (met bufferafstand 75 m)

6

De Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof 1.0. Uitvoeringsagenda 2020-2023. Provincie Noord-Brabant.

blad 8 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

Water/klimaatadaptatie Het kabinet heeft in de Kamerbrief “Water en bodem sturend” aangegeven water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Dit principe zullen we toepassen in de uitwerking van de energiehub. Het studiegebied bevindt zich ten noorden van het Wilhelminakanaal, tussen twee beeksystemen: de Reusel in het westen en de Beerze in het oosten. Tussen de Reusel en het studiegebied bevindt zich de Rosep, een waterloop die bij Haghorst als gekanaliseerde beek begint. Waterschap De Dommel ziet in het studiegebied geen inrichtingsopgaven vanuit het beeksysteem. Ten oosten van het gebied, op het punt waar de A58 de Beerze kruist, is beekherstel wel aan de orde. Wel kan hier gewerkt worden aan een klimaatadaptief watersysteemherstel (watertransitie). Om verdroging tegen te gaan kan bijvoorbeeld detailontwatering rond de windturbines of zonnepanelen worden gedempt of bestaande onttrekkingen worden verminderd. Over het algemeen is het gebied aan de droge kant. Een hoger grondwaterpeil is gewenst. Verschillende partijen op het gebied van water, landbouw en natuur hebben in het Brabants Grondwaterconvenant 7 afspraken gemaakt over goed grondwaterbeheer. Opbrengsten uit de projectontwikkeling kunnen worden ingezet voor een bijdrage aan de uitvoering van het Grondwaterconvenant.

Door grondwaterpeilverhoging mogelijk te maken, wordt verdroging tegengegaan. Verder zien we kansen om energieopwekking (op natte plekken in het gebied) te combineren met waterberging en/of -beheer. Recreatie/cultuurhistorie/landschap Het landschap heeft een open agrarisch karakter, waarin enkele historische zichtlijnen zichtbaar zijn. Het plangebied is gelegen tussen de cultuurhistorisch waardevolle landschappen het Groene Woud (Oisterwijk en Oirschot) en Landgoed Baest (Oirschot). We onderzoeken of de ontwikkeling van de energiehub kan bijdragen aan behoud en de versterking van landschappelijke en cultuurhistorische structuren. Zo kan in Oirschot de landschapsstructuur rondom de Beerze mogelijk worden verbeterd. Daarnaast kan de verbinding met de omliggende landgoederen versterkt worden. Het verbeteren van de recreatieve verbindingen en voorzieningen zien we als koppelkans. Voor uitbreiding van dag- en verblijfsrecreatie is het studiegebied minder geschikt.

2.5

Bouwsteen 5: Kansen voor koppeling met de transitie naar duurzame en toekomstbestendige landbouw Het grootste deel van het studiegebied is in agrarisch gebruik. Gras- en bouwland wisselen elkaar af en met namen in het zuidelijke deel bevinden zich intensieve veehouderijen. De transitie van de landbouw is de grootste opgave in het gebied. ZLTO-afdeling De Hilver maakt zich sterk voor “een verduurzaming van de agrarische sector, door aandacht te hebben voor mens, dier, milieu en de omgeving van boeren en tuinders” 8. De opwekking van duurzame energie kan een extra verdienmodel opleveren, waarbij de voorkeur uitgaat naar zonne-energie op bedrijfsdaken en windenergie. We onderzoeken de kansen om de productie van duurzame energie in te zetten om de verduurzaming van de landbouw mogelijk te maken. Daarnaast bevindt zich in het studiegebied vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), met name langs de Moergestelseweg, waarin andere functies een plaats kunnen krijgen. Al met al is de opgave van de transitie naar duurzame en toekomstbestendige landbouw omvangrijk en voor dit gebied ‘urgenter’ dan de opgaven op de thema’s die hierboven zijn benoemd. We zullen daarom in samenwerking met de landbouwsector onderzoeken in hoeverre de energieopgave te koppelen is aan de opgave van de transitie naar duurzame en toekomstbestendige landbouw.

7

Grondwaterconvenant 2021-2027. Samen werken aan herstel en bewaking van de grondwaterbalans in Brabant.

8

ZLTO De Hilver. https://www.zlto.nl/de-hilver.

blad 9 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

2.6

Samenvattend Alle aandachtspunten en belemmeringen zijn samengevoegd op de integrale beperkingenkaart (zie Figuur 2.5). De optelsom van belemmeringen toont aan dat de plaatsingsruimte voor zonne- en (met name) windenergie sterk beperkt wordt door bestaande functies in en om het studiegebied. Samenvattend leidt de gebiedsinventarisatie tot de conclusie dat het vinden van planologische, economische en maatschappelijke ruimte voor de ontwikkeling van een energiehub een complexe puzzel van wensen, belangen en randvoorwaarden is. Keuzes tussen verschillende belangen zijn onontkoombaar en bestaande belangen leggen substantiële beperkingen op aan de realisatie van nieuwe grootschalige opwekking van windenergie. Voor zonne-energie is meer planologische ruimte beschikbaar, maar stuit het benutten van agrarische en/of natuurgrond voor zonnevelden op weerstand. Aan de andere kant kan de productie van duurzame energie mogelijkheden bieden om kansen in het gebied te benutten.

Figuur 2.5: Indicatieve plaatsingsruimte windenergie op basis van alle belemmeringen

blad 10 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

3.

Vertrekpunten voor de energiehub Op basis van de uitgangspunten in de REKS en de resultaten van de gebiedsverkenning zijn de volgende zeven vertrekpunten voor de realisatie van energiehub Kattenberg geformuleerd. Deze vertrekpunten vormen samen het inhoudelijke kader voor het planvormingsproces. 1.

We zoeken primair ruimte voor duurzame energie Vanwege het ontbreken van urgente gebiedsopgaven en de ruimtelijke beperkingen aan de ontwikkelruimte is de focus voor de planvormingsfase gericht op het zoeken naar geschikte plaatsingsruimte voor duurzame energie. Energiehubs zijn gericht op zonne- en windenergie. Omdat de opwekking van zonne-energie in de Kattenberg al vorm krijgt, ligt de focus op het toevoegen van windenergie. Waar de aansluiting dubbel gebruikt kan worden, is er bij nieuwe windturbines ruimte voor de opwekking van zonne-energie. Met de energiehub leveren we een bijdrage aan de doelstelling van de REKS. We benutten de onderzoeksfase om de kwantitatieve doelstelling voor de Kattenberg concreter te maken.

2.

Minstens 50% lokaal eigenaarschap is randvoorwaarde Grote duurzame energieprojecten moeten voor minstens de helft in handen zijn van de omgeving. Het publiek ontwikkelbedrijf heeft de taak om dit te waarborgen en geeft hier samen met lokale en regionale partijen invulling aan. In de planvormingsfase bepalen we samen met bewoners van het gebied en de lokale energiecoöperaties de kaders om dit mogelijk te maken. De lokale energiecoöperaties DEC en Hilverstroom geven we een belangrijke rol in de procesparticipatie om te komen tot gedragen afspraken over de invulling van het lokaal eigenaarschap.

3.

We zoeken naar mogelijkheden voor slimme energieopslag De efficiënte omgang met energie is, gezien de uitdagingen van netcongestie, inherent aan de zoektocht naar locaties voor energieopwekking. Een goede visie op netaansluiting en energiemanagement is een randvoorwaarde voor het toestaan van energieprojecten.

4.

We koppelen gebiedskansen aan de ontwikkeling van duurzame energie De kansen op de gebiedsthema’s landbouw, natuur, water, recreatie en cultuurhistorie/landschap werken we in de planvormingsfase samen met alle relevante partijen verder uit. We borgen de wijze waarop we deze kansen verbinden aan de nieuwe energieprojecten in de gebiedsvisie. Meekoppelkansen We zien koppelkansen als kansen om ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in samenhang op te pakken, bijvoorbeeld door slim en meervoudig ruimtegebruik, door bundeling van werkzaamheden en/of financiële koppelingen. Bijvoorbeeld door de landschappelijke inpassing van energieopwekking zo in te richten dat het bijdraagt aan het natuuraspect: een belangrijk aandachtspunt. Afhankelijk van de koppelkans kan dit om een gemeentelijke investering vragen (die dan ingezet wordt voor al bestaande beleidswensen) of andere partijen (bijvoorbeeld het waterschap, natuurorganisaties of private partijen (boeren, recreatiebedrijven)).

5.

We streven naar meervoudig ruimtegebruik De ruimte is schaars en ook andere functies vragen om ruimte. We sturen bij de planvorming voor nieuwe energieprojecten aan op meervoudig ruimtegebruik. Samen met de omgeving onderzoeken we de mogelijkheden waarop het slim combineren met andere functies meerwaarde kan bieden.

6.

We zoeken waar mogelijk afstemming met De Baars Beide energiehubs doorlopen vergelijkbare trajecten en kennen deels dezelfde stakeholders, met name de betrokken maatschappelijke organisaties. Uitgangspunt is dat de energiehubs hun eigen planvormingstraject behouden, waarbij De Baars insteekt op integraal gebiedsproces en De Kattenberg een duidelijk focus heeft op het zoeken naar locaties voor wind- en zonne-energie. In de zoektocht naar locaties

blad 11 van 13

datum 16 januari 2024 projectnummer 0488934.100 betreft Bijlage: kader van randvoorwaarden Energiehub Kattenberg

besteden we veel aandacht aan ruimtelijke inpassing en meekoppelkansen. De koppeling zoeken we in gezamenlijk onderzoek (radar, ecologie, etc.) en de algemene communicatie over windenergie onder de paraplu van de REKS. We houden gedurende het gehele traject nauw contact met de projectleiding van De Baars en bekijken welke delen van de verdere uitwerking van de hubs we gezamenlijk kunnen oppakken. 7.

We pakken de zoektocht samen en stapsgewijs op Het vinden van locaties voor (wind)energieopwekking is niet gemakkelijk. We pakken deze zoektocht samen op. We stellen iedereen die dat wil in de gelegenheid om volwaardig input te leveren. We doorlopen een transparant en volledig proces, zodat duidelijk wordt hoe we samen tot de uitwerking van de energiehub komen. Het is belangrijk om hierin duidelijke stappen te nemen met heldere besluitvorming. Hierover meer in het volgende hoofdstuk.

blad 12 van 13

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout T. +31 6 10 03 41 30 E. Jort.Verhoeven@AnteaGroup.nl

Copyright © 2024 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

PARTICIPATIEPLAN DE BAARS Versie 23 januari 2023

In de Baars gaan we iets unieks doen: een dialoog-infrastructuur voor gebiedsontwikkeling Een Toekomsttuin van en voor ons allemaal. Tilburg, Hilvarenbeek, Goirle, Oisterwijk, provincie Noord-Brabant en Waterschap de Dommel slaan de handen in elkaar voor een unieke gebiedsparticipatie om samen met omwonenden en belangrijke partners het gebied de Baars een nieuwe bestemming te geven. De opgaven rond klimaat, energie en landschap zijn groot. Onderstaand participatieplan schetst hoe we dit unieke gebiedsproces uitrollen om tot een gedragen gebiedsvisie te komen voor Toekomsttuin de Baars. LEESWIJZER Van waar komen we?

Handvaten uit het voortraject. 1. Uitgangspuntennotitie 2. Voorbereidende Factor C – sessies 3. Communicatiestrategie Toekomsttuin de Baars

2 2 2 3

Waar werken we naar toe?

De stip op de horizon.

4

Wat gaan we doen?

Een hybride proces voor gebiedsparticipatie 1. 1e lijn, vanuit de overheid: kader van randvoorwaarden 2. 2e lijn, vanuit de stakeholders met positie: gebiedsbeheergroep 3. 3e lijn, vanuit de inwoners: online dialoog en burgertafel

4 4 5 5

1

Van waar komen we?

Handvaten uit het voortraject. 1. Uitgangspuntennotitie In de Uitgangspuntennotitie van 14 oktober 2021 vinden we onderstaande paragrafen, dit is de basis voor de communicatie- en participatiestrategie. “Uitgangspunt is om samen met betrokken inwoners, ondernemers en organisaties in het gebied een nieuwe toekomst voor De Baars uit te werken. Zij zijn immers bewoners en gebruikers van het gebied.” ”De 2de stap is om begin 2022 samen met betrokkenen de visie verder vorm te geven en in te kleuren. Bij de uitwerking willen we ophalen wat belangrijk is en welke ideeën, zorgen en wensen er leven. Inwoners, ondernemers en andere stakeholders uitnodigen voor een dialoog. We gaan de input bij verschillende partijen in het gebied op verschillende manieren (fysiek, digitaal) ophalen, zodat men zoveel mogelijk op een eigen gewenste manier een bijdrage kan leveren. Dit proces wordt met de communicatieadviseur nog verder uitgewerkt. Hierbij denken wij aan een hybridevariant waarbij we webinars combineren met een aantal fysieke werkateliers. In de werkateliers kunnen we samen werken om te komen tot een gedragen gebiedsvisie. Deze gebiedsvisie zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad van de gemeente Hilvarenbeek, Goirle, Oisterwijk en Tilburg.”

2. Voorbereidende Factor C-sessies In het voorjaar van 2022 startten de voorbereidingen voor de communicatie- en participatiestrategie. Er werd grondig te werk gegaan aan de hand van Factor C-technieken: een Ringen van Invloed-sessie en aparte Belangenanalyses met alle 1e lijn stakeholders (Tilburg, Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk, Waterschap de Dommel en provincie Noord-Brabant). De workshops bevestigden de eerder vastgestelde Uitgangspuntennotitie: vanuit alle partijen is er nadrukkelijk de wens om de belangen van de tweede lijn stakeholders (Beekse Bergen, Upcycle Village, defensie, agrariërs, Natuurorganisaties, Bakertant, ETZ, LEC’s en RWS) én van de inwoners mee te nemen in de ontwikkeling van een gebiedsvisie. We willen hen laten meewerken.

2

3. Communicatiestrategie Toekomsttuin de Baars Op 11 mei 2022 werd de communicatiestrategie “Toekomsttuin de Baars” voorgesteld en goedgekeurd door stuurgroep de Baars. Deze communicatiestrategie werd gezamenlijk opgesteld rekening houdend met de belangen en bezorgdheden van alle 1e lijn stakeholders. De volledige communicatiestrategie staat op één pagina in een strategisch en agile communicatie frame (zie bijlage). Naast een schets van de interne en externe situatie, bevatten vooral de visie en ambitie enkele belangrijke punten voor voorliggend participatieplan: -

Visie: o “De burger wordt aan de voorkant betrokken en zijn/haar belang telt.” Ambitie: o “Iedereen kan meedoen.” o “Als we kijken naar de participatieladder: minstens informeren, raadplegen én adviseren. Dat wil zeggen dat we de deskundigheid van de stakeholders actief gaan bevragen en inzetten.” o “We staan voor een omgevingsdialoog.” o “Opzetten van een burenregeling, samen met de omgeving.”

Het strategisch communicatieframe focust vervolgens op drie sporen: o o o

Basis op orde: omgevingsteam, basisboodschap, website, centraal contactpunt, .. Exclusiviteit voor de belangrijkste stakeholders: stakeholdergesprekken, stakeholderupdate en een stakeholderwerkgroep. Transparantie op weg naar een toekomsttuin van en voor ons allemaal: online dialoog in combinatie met een burgertafel.

In voorliggend participatieplan bouwen we verder op de lijnen uitgezet in de communicatiestrategie.

3

Waar werken we naar toe?

De stip op de horizon.

We werken aan een integrale gebiedsvisie voor Toekomsttuin de Baars. Een gebiedsvisie is een complex proces met structurele ingrepen op lange termijn. Sommige acties zijn voor de korte termijn en andere acties zijn voor de lange termijn. Beide snelheden kunnen plaatsvinden langs de lijnen van een gebiedsvisie. Daar moet ook het participatieproces op afgestemd worden. Het uitgangspunt is dat we dit samen met de omgeving doen. Daarom hebben we een participatiestructuur ontwikkeld die flexibel inzetbaar is over een langere periode.

Wat gaan we doen?

Een hybride proces voor gebiedsparticipatie In de Baars gaan we iets unieks doen. Zoals de basisboodschap zegt: “De Baars is een toekomsttuin van en vóór ons allemaal”. En die gaan we samen vormgeven aan de hand van een uniek gebiedsparticipatieproces.

1. 1e lijn, vanuit de overheid: kader van randvoorwaarden Omdat een gebiedsvisie een complex proces is waarin het belangrijk is tussentijds resultaten te consolideren, is er door de stuurgroep de Baars een kader van randvoorwaarden voor klimaatadaptatie, landschap, economie en energie opgesteld. Dit document schetst de opgaven, voorwaarden en de minimaal gestelde eisen voor de gebiedsvisie. De wettelijke kaders worden hierin niet opgesomd. Die zijn voor elke ontwikkeling van toepassing. -

Het kader van randvoorwaarden is de basis waarmee we gesprekken aangaan met de belangrijke stakeholders in het gebied én de inwoners. Het kader maakt duidelijk waar we in dialoog over kunnen gaan, en vooral ook waar géén ruimte is voor dialoog.

4

“Uiteindelijk wil je een proces ontwerpen waarmee actoren en bestuur tevreden kunnen zijn. Daarom is het belangrijk om alle actoren een stem te geven in het proces. En daar ook naar te luisteren.”

5

2. 2e lijn, vanuit de stakeholders met positie: gebiedsbeheergroep In en rondom het gebied de Baars bevinden zich enkele belangrijke stakeholders die we niet alleen meenemen in het proces, maar er ook echt deel van laten uitmaken. We hebben het over bedrijven als de Beekse Bergen, de ondernemers achter de Upcycle Village, het ETZ, maar ook agrariërs (ZLTO/De Hilver), natuurorganisaties en de Koningshoeve. Het zijn stakeholders met een sterke positie in het gebied. Door samenwerking streven we naar de creatie van eigenaarschap bij deze stakeholders. Eigenaarschap leidt tot actief deelnemen en dat creëert kansen. Door bijvoorbeeld de intensieve samenwerking met de ondernemers kunnen de 2e lijn stakeholders een goede ruimtelijke en economische bijdrage leveren in de opgaven binnen het gebied. De gebiedsbeheergroep zal in deze fase een viertal keer samen komen. Gevoed door experts en begeleid door gesprekbegeleiders trachten we samen een advies op te maken over de toekomst van de Baars. Om tot eigenaarschap in de gebiedsbeheergroep – en dus meerwaardecreatie – te komen werden reeds gesprekken met de 2e lijn stakeholders opgestart. Er waren 1 op 1 gesprekken met onder meer de Beekse Bergen, Rijkswaterstaat, ETZ, Brabants Landschap, de LEC’s en de ondernemers van de Upcycle Village.

Deze samenwerking zal verder gevoed worden door de introductie van een stakeholderupdate, waarmee iedereen die direct betrokken is op de hoogte wordt gehouden van de interne en externe ontwikkelingen.

3. 3e lijn, vanuit de inwoners: online dialoog en burgertafel Met het proces voor inwonersparticipatie willen we de deskundigheid inroepen van inwoners en luisteren naar hun bezorgdheden, suggesties en wensen. Het wordt een hybride proces. Dat is een combinatie van online dialogen met véel deelnemers waaruit de tussenresultaten worden ingebracht in een kleinere fysieke relfectiegroep: een burgertafel van zo’n twintig personen. Door de opbouw vanuit het kader van randvoorwaarden, naar een mogelijk toekomstbeeld waarop input gevraagd wordt van inwoners, creëren we samen met alle stakeholders een finaal en gedragen advies voor Toekomsttuin de Baars. Dat doen we niet alleen. Voor dit derde luik van het participatieplan (online dialoog en burgertafel), hebben we de hulp ingeroepen van een gespecialiseerd bureau “Transitiefocus”. Transitiefocus is Harry ten Riele en Esther van der Valk. Harry is erkend expert transities. Esther is een ervaren transitiecoach en ontwerpt transitieprocessen & interventies. Transitiefocus combineert kennis van transities met sensitiviteit voor psychologische en sociale processen in tijden van diepgaande verandering. Ze begeleidden eerder Tilburg met de Tilburgertafel naar een gedragen advies over de warmtetransitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14031495/1