10 Omgevingsvisie Hilvarenbeek (4c bijlage Aanvulling MER van Omgevingsvisie)
Tekst van het document
3.2
Aanvulling ecologische beoordeling
3.2.1 Aanvulling Natuurnetwerk Nederland en biodiversiteit In de huidige situatie bevinden zich NNN-gebieden aan zowel de oost-, zuid- en westzijde van de woonkern Hilvarenbeek. Tussen deze verbindingen liggen enkele verbindingszones die eveneens aangewezen zijn als NNN-gebied (zie figuur 3.1). Tussen de oostelijk en westelijk gelegen gebieden liggen in de referentiesituatie voornamelijk landbouwgebieden met weinig groenblauwe dooradering. Er is daarom weinig verbinding tussen de oostelijke en westelijke natuurgebieden (Bron: Nulmeting groen blauwe dooradering Brabant). De omgevingsvisie richt zich onder anderen op het ontwikkelen van kampen- en hoevenlandschap en het verduurzamen en natuurinclusiever maken van de landbouwgebieden. Het kampen- en hoevenlandschap kenmerkt zich door een kleinschalig landschap met een grote variatie aan beplanting. Hieronder vallen bomen, houtwallen en bospercelen. 32/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Door het creëren van dit landschap in de landbouwgebieden rondom de woonkernen binnen gemeente Hilvarenbeek verbetert de samenhang van het NNN ten opzichte van de referentiesituatie. Door een verbeterde samenhang en ontwikkeling van het kleinschalig landschap wordt er eveneens een verhoogde biodiversiteit verwacht. De plannen zoals voorgenomen in de omgevingsvisie hebben hierdoor een positief effect op het functioneren van het Natuurnetwerk Nederland en zal er eveneens een verhoogde biodiversiteit binnen deze gebieden te vinden zijn.
Figuur 3.1 Gebieden die aangewezen zijn als Natuurnetwerk Nederland in de gemeente Hilvarenbeek (Bron: Natuurbeheerplan, provincie Noord-Brabant)
3.3
Aanvulling Natura 2000-gebieden
De stedelijke ontwikkelingen die in de Omgevingsvisie worden voorgesteld, zoals het uitbreiden van de woonkernen en bedrijventerreinen, vinden plaats in de bebouwde kom in Hilvarenbeek. Het verharden van de ondergrond kan mogelijk effect hebben op het grondwaterpeil en beschikbaar oppervlaktewater door het versneld afvoeren van regenwater. Daarnaast worden agrarische ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De agrarische activiteiten hebben behoeft aan water waarvoor grondwater gebruikt kan worden. Dit kan mogelijk tot effecten door verdroging leiden in Natura 2000-gebieden. Onderstaande paragrafen verdiepen zich in deze waterstromen. 3.3.1 Grondwater (watersysteemanalyse) In de natuurdoelanalyse van het Natura 2000-gebied Kempenland-West13 wordt benoemd dat de grondwaterstroming in de diepere pakketten hoofdzakelijk van zuid naar noord lopen, vanuit België richting de Maas. Figuur 3.2 toont de isohypsen in de omgeving van Hilvarenbeek, hierin is te zien dat de grondwaterstromen overwegend van zuid naar noord lopen. De mogelijke ontwikkelingen in het plangebied hebben daarom geen verdrogende invloed in Natura 2000gebieden ten zuiden van de gemeente Hilvarenbeek. Ook is te zien dat de diepere grondwaterstromen in het Natura 2000-gebied Kempenland-West niet direct of indirect worden beïnvloed door eventuele verlaging van de grondwaterstand.
In het noordelijk gelegen Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen wordt het grondwaterpeil gevoed door hemelwater en kwel van lokaal grondwater14.
13
AnteaGroup, 2023. Natuurdoelanalyse Kempenland-West [135]. Rapportage met projectnummer: 476383.100, in samenwerking met provincie Noord-Brabant, 27 februari 2023. 14 Arcadis, 2023. Natuurdoelanalyse 133 Kampina & Oisterwijkse Vennen Provincie Noord-Brabant. Rapportage met referentie: TZ2VYAR763JH-1795937009-6064:Eindconcept, in samenwerking met provincie Noord-Brabant, 28 februari 2023. 33/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Mogelijk wordt dit gebied beïnvloedt door ontwikkelingen waarbij een vergroot oppervlak aan verharding in de woonkernen en bedrijventerreinen gerealiseerd wordt. Ook Natura 2000gebieden ten zuiden van de Maas kunnen mogelijk gevolgen ondervinden van deze ontwikkelingen. Het dient dan wel om een substantiële toename van verharding te gaan. Daarnaast kunnen voor agrarische ontwikkelingen grondwateronttrekkingen noodzakelijk zijn. In hoeverre (oppervlakkig en lokaal) grondwater worden beïnvloed door grondwateronttrekkingen is niet goed bekend maar in de NDA worden negatieve effecten waarschijnlijk geacht (AnteaGroup, 2023). Tevens heeft het oppervlakkige grondwater volgens de NDA te maken met verontreiniging door agrarisch gebruik. Het is daarom aan te raden om in overgangsgebieden rondom de Natura 2000-gebieden geen (agrarische) ontwikkelingen mogelijk te maken met grotere behoefte aan of invloed op (grond)water. In deze overgangsgebieden nabij Natura 2000-gebieden zijn ontwikkelingen gewenst met geen of minder grondwateronttrekkingen. Negatieve effecten kunnen ten slotte gemitigeerd worden door het gebruik aan klimaatadaptieve maatregelen zoals het aanleggen van groen, waterbergende voorzieningen en waterbuffers voor overtollig hemelwater (TAUW, 2025). In de omgevingsvisie is tevens benoemd dat er een beoogde transformatie van naaldbos naar loofbos plaatsvindt.
Naaldbomen hebben jaarrond een hogere verdamping dan loofbomen. Doordat bomen het water onttrekken uit (oppervlakkige) grondwaterspiegels, zal het transformeren van naaldbos naar loofbos een positief effect hebben op de grondwaterstand van de bosgebieden.
Figuur 3.2 Isohypsen gemiddelde situatie in 2018 (de meest recente data met gecombineerde metingen), gemeten door middel van Landelijk Hydrologisch Model in combinatie met metingen (Bron: Grondwaterstanden in Beeld, grondwatertools)
34/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
3.3.2 Oppervlaktewater Aan de hoogtekaart van de omgeving is te zien dat de zuidelijk en westelijk gelegen Natura 2000gebieden hoger in het landschap liggen dan de woonkernen en bedrijventerreinen in gemeente Hilvarenbeek (figuur 3.3). Voor zowel de grondwaterstroming in de ondiepere aardlagen (AnteaGroup, 2023) als het oppervlaktewater vanuit de hooggelegen delen geldt dat de stroming overwegend gericht is op de beken in het landschap. Deze beken lopen van zuid naar noord door het landschap. Noordelijk gelegen Natura 2000-gebieden worden (deels) gevoed door de wateren uit de beken die bestaande uit hemelwater en lokaal en (sub-)regionaal grondwater (Arcadis, 2023). Een uitbreiding van verharde woonkernen en bedrijventerreinen en het ontwikkelen van nieuwe groen- en waterstructuren kan een invloed hebben op de oppervlakkige afwatering naar noordelijk gelegen Natura 2000-gebieden via deze beken. Door het gebruiken van klimaatadaptieve maatregelen bij de uitbreiding van de woonkernen en bedrijventerreinen, zoals het aanleggen van groen en het bergen van overtollig regenwater, kunnen de effecten door aanvullende verharding mogelijk worden gemitigeerd. Bij het aanleggen van groen- en waterstructuren kan dit gemitigeerd worden door passend landschapsgebruik, zoals de aanleg van waterretentiegebieden en aansluiting op bestaande beeksystemen.
Figuur 3.3 Hoogtekaart van gemeente Hilvarenbeek en omgeving, waarbij de hoogte van rood tot lichtgroen afneemt (Bron: Aardkundig waardevolle gebiedenkaart, provincie Noord-Brabant)
35/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
4 Punten met betrekking tot de keuzes omgevingsvisie en vervolgtraject In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de varianten zoals opgenomen in het MER tot stand zijn gekomen, op basis van de verschillende opgaven en bijbehorende ruimteclaims (op hoofdlijnen). Verder wordt ingegaan op de agenda voor het vervolg.
4.1
Varianten
Voor de omgevingsvisie Hilvarenbeek zijn drie toekomstvarianten ontwikkeld. Elke variant is gebaseerd op één van de meest in het oog springende waarden binnen de gemeente: het behoud van authenticiteit, het versterken van natuur en landschap, en het faciliteren van groei. Deze waarden hebben we als uitgangspunt genomen voor het thematisch uitwerken en onderbouwen van de drie alternatieve toekomstbeelden. Per variant is geschetst hoe de gemeente Hilvarenbeek eruit zou zien als één van deze waarden leidend zou zijn bij het maken van beleidskeuzes. Daarvoor zijn de varianten uitgewerkt aan de hand van tien (beleids)thema’s: recreatie, bedrijventerreinen, agrarische bedrijvigheid, water/bodem/klimaat, energie, mobiliteit en openbare ruimte, woningbouw, gezondheid en voorzieningen, natuur en biodiversiteit en landschap. De input voor de inhoudelijke invulling van de thema’s is voor elk van de varianten voortgekomen uit bestaand gemeentelijk beleid en relevante regionale en nationale beleidskaders. Op basis hiervan is samen met de ambtelijke organisatie de ambities, baten, risico’s en bandbreedtes per thema in beeld gebracht om op die manier de reikwijdte en haalbaarheid van de verschillende keuzes binnen elk thema te bepalen. Deze uitkomsten zijn de inhoudelijke basis voor de invulling van de drie varianten geworden.
Vervolgens is met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ketenpartners en raadsleden het gesprek aangegaan over de drie varianten. De participatieopbrengsten zijn zorgvuldig vastgelegd en met de stuurgroep en brede ambtelijke werkgroep besproken en gewogen. Op basis hiervan is unaniem geconcludeerd dat de toekomst van Hilvarenbeek vraagt om ruimte voor groei, met behoud van het authentieke karakter en versterking van natuur en landschap. Een samenvatting van de participatieopbrengsten is opgenomen in de omgevingsvisie. Op basis van deze conclusie is de voorkeursvariant ‘Samen Gezond Groeien’ opgesteld. Deze variant combineert elementen uit alle drie de oorspronkelijke varianten, maar sluit het meest aan bij ‘Groeiend Hilvarenbeek’. Voor de uitwerking van de voorkeursvariant en om richting te geven aan de beleidskeuzes binnen de omgevingsvisie zijn concrete uitgangspunten voor wat de gemeente wel en wat de gemeente niet gaat doen opgesteld. Deze uitgangspunten zijn vervolgens samen met de geïnventariseerde vraagstukken uitgewerkt tot een integraal toekomstbeeld voor de gemeente Hilvarenbeek met een aantal leidende ambities.
4.2
Agenda voor het vervolg
De Commissie mer heeft aanbevolen om bij de besluitvorming over de omgevingsvisie te zorgen voor een ‘agenda’ voor het vervolg. De agenda moet ingaan op de dilemma’s waarover nog een besluit moet worden genomen in omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan of toekomstige herzieningen van de omgevingsvisie. De agenda wordt momenteel opgesteld door de gemeente en maakt daarom nog geen onderdeel uit van deze aanvulling.
36/36