10 Omgevingsvisie Hilvarenbeek (4c bijlage Aanvulling MER van Omgevingsvisie)
Tekst van het document
Aanvulling PlanMER Omgevingsvisie Hilvarenbeek 25 juli 2025
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Verantwoording Titel
Aanvulling PlanMER Omgevingsvisie Hilvarenbeek
Opdrachtgever
Gemeente Hilvarenbeek
Projectleider
Martijn Gerritsen
Auteur(s)
Neelke de Fijter
Tweede lezer
Martijn gerritsen
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Aantal pagina’s
36 (exclusief bijlagen)
Datum
25 juli 2025
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1 Volledigheid referentiesituatie, concreetheid opgaven en ambities en navolgbaarheid beoordelingen ............................................................................................................................... 5 1.2
Specifieke punten met betrekking tot natuur (Passende Beoordeling) .............................. 6
1.3
Punten met betrekking tot de keuzes die zijn gemaakt in de omgevingsvisie en de wijze
waarop milieu wordt meegenomen in het vervolgtraject ............................................................... 6 2 Volledigheid referentiesituatie, concreetheid opgaven en ambities en navolgbaarheid beoordelingen ................................................................................................................................... 6 2.1
Lucht .................................................................................................................................. 7
2.2
Beeldmateriaal lucht ........................................................................................................... 8
2.3
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ............................................................ 10
2.4
Geluid (verkeer) ............................................................................................................... 12
2.4.1
Beeldmateriaal geluid (verkeer) ................................................................................ 13
2.4.2
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ..................................................... 13
2.5
Geluid (activiteit) .............................................................................................................. 15
2.5.1 2.6
Bodemkwaliteit ................................................................................................................. 17
2.6.1 2.7
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ..................................................... 17
Grondwaterkwaliteit .......................................................................................................... 19
2.7.1 2.8
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ..................................................... 16
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ..................................................... 19
Oppervlaktewaterkwaliteit ................................................................................................ 20
2.8.1
Beeldmateriaal oppervlaktewaterkwaliteit ................................................................. 21
2.8.2
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ..................................................... 22
2.9
Externe veiligheid ............................................................................................................. 23
2.9.1
Beeldmateriaal externe veiligheid ............................................................................. 24
2.9.2
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ..................................................... 26
2.10
Geur ................................................................................................................................. 27
2.10.1
Beeldmateriaal geur .............................................................................................. 28
2.10.2
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling ................................................. 28
2.11
Spuitzones ....................................................................................................................... 30
2.11.1
Referentiesituatie, opgaven en aanvulling effectbeoordeling ................................ 30
3/36
Kenmerk
2.12 3
Samenvattende conclusies .............................................................................................. 31
Specifieke punten met betrekking tot natuur (Passende Beoordeling) ................................... 32 3.1
Aanleiding ........................................................................................................................ 32
3.2
Aanvulling ecologische beoordeling ................................................................................. 32
3.2.1 3.3
4
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Aanvulling Natuurnetwerk Nederland en biodiversiteit.............................................. 32
Aanvulling Natura 2000-gebieden .................................................................................... 33
3.3.1
Grondwater (watersysteemanalyse) ......................................................................... 33
3.3.2
Oppervlaktewater ...................................................................................................... 35
Punten met betrekking tot de keuzes omgevingsvisie en vervolgtraject ................................. 36 4.1
Varianten .......................................................................................................................... 36
4.2
Agenda voor het vervolg .................................................................................................. 36
4/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
1 Inleiding Naar aanleiding van het advies van de Commissie mer1 over het milieueffectrapport bij de omgevingsvisie van de gemeente Hilvarenbeek is deze oplegnotitie bij het MER geschreven. Deze oplegnotitie is bedoeld als aanvulling op het MER Omgevingsvisie Hilvarenbeek. Het MER, inclusief de bijlagen, blijft dus onveranderd. In deze notitie wordt ingegaan op de punten uit het advies van de Commissie mer. Deze punten zijn grofweg in te delen in drie hoofdstukken: 1. 2. 3.
1.1
Punten met betrekking tot volledigheid referentiesituatie, concreetheid opgaven en ambities en navolgbaarheid beoordelingen Specifieke punten met betrekking tot natuur (Passende Beoordeling) Punten met betrekking tot de keuzes die zijn gemaakt in de Omgevingsvisie en de wijze waarop milieu wordt meegenomen in het vervolgtraject
Volledigheid referentiesituatie, concreetheid opgaven en ambities en navolgbaarheid beoordelingen
De focus ligt hierbij op de vijf gebiedsgerichte uitwerkingen in relatie tot de milieumengpanelen. Per thema in het paneel is op gebiedsniveau de huidige situatie en autonome ontwikkeling beschreven. Dit is gedaan op basis van de leefomgevingsfoto, zoals opgenomen in het MER, aangevuld met eventuele aanvullende en recente studies. Het betreft in principe steeds dezelfde acht thema’s: lucht, geluid (activiteit), geluid (verkeer), bodemkwaliteit, waterkwaliteit, externe veiligheid, geur en spuitzones. Op basis van deze beschrijvingen is op hoofdlijnen en door middel van expert judgement bepaald hoe de referentiesituatie zich verhoudt tot de ambities uit het milieumengpaneel. Voor het bepalen van de opgave is dus gekeken naar de ambitie in relatie tot de situatie in de referentiesituatie. Als voor het thema luchtkwaliteit bijvoorbeeld niet voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarden (‘basis op orde’ is nog niet bereikt) en de ambitie is hoog of middelhoog, dan weten we dat er in dit gebied nog een grote opgave ligt op het gebied van luchtkwaliteit. Dit in combinatie met het feit dat de gemeente maar beperkt invloed heeft op deze luchtkwaliteit. Op deze wijze is, zoals gevraagd door de Commissie mer, de opgave per gebied concreter gemaakt en is er meer inzicht in de inspanning die nodig is om de ambities uit de visie te behalen.
Nadat de huidige stand van zaken en de te verwachten autonome ontwikkeling van de genoemde thema’s expliciet is gemaakt, is er ook specifieker iets te zeggen over de impact van de keuzes die worden gemaakt in de visie. Gebruikmakend van de eerdere beoordelingen in het MER en op basis van een kwalitatieve inschatting zijn gebiedsspecifiek eventuele aanvullende effecten beschreven. Daarbij is aandacht besteed aan de punten van de Commissie mer met betrekking tot de navolgbaarheid van de beoordelingen en zijn deze waar nodig aangescherpt of aangevuld. De effectbeoordeling is dus te lezen in aanvulling op de effectbeoordeling van de thema’s zoals die al beschreven staat in het MER. In de tabel wordt, waar relevant, benoemd in hoeverre bepaalde ambities of ontwikkelingen elkaar in de weg zitten (strijdigheden) of elkaar juist versterken (synergie).
1
16 juni 2025: a3899ts 5/36
Kenmerk
1.2
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Specifieke punten met betrekking tot natuur (Passende Beoordeling)
Zoals gevraagd door de Commissie mer, is op hoofdlijnen een beschrijving van het functioneren van het systeem van water, bodem, natuur en landschap gegeven. Daarbij is gebruikgemaakt van bestaande bronnen. Dit betreft onder andere de LESA uit de natuurdoelanalyse West-Brabant. Vervolgens is op hoofdlijnen een risico-inschatting gemaakt van mogelijke negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden, het NNB en biodiversiteit in het algemeen. Daarnaast is inzicht gegeven in maatregelen waarmee negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen en die kunnen bijdragen aan het realiseren van ambities voor beschermde natuur en biodiversiteit.
1.3
Punten met betrekking tot de keuzes die zijn gemaakt in de omgevingsvisie en de wijze waarop milieu wordt meegenomen in het vervolgtraject
Dit onderdeel laat zien hoe de varianten tot stand zijn gekomen, op basis van de verschillende opgaven en bijbehorende ruimteclaims (op hoofdlijnen). Verder wordt ingegaan op een agenda voor het vervolg.
2 Volledigheid referentiesituatie, concreetheid opgaven en ambities en navolgbaarheid beoordelingen In dit hoofdstuk wordt allereerst specifieker ingegaan op de referentiesituatie voor de thema’s uit het milieumengpaneel: lucht, geluid (verkeer), geluid (activiteit), bodemkwaliteit, grondwaterkwaliteit, oppervlaktewaterkwaliteit, externe veiligheid, geur en spuitzones. De beschrijving wordt zoveel mogelijk toegespitst op de deelgebieden binnen de gemeente. De deelgebieden zijn de woongebieden, centrumgebieden, bedrijventerreinen, natuurgebieden en het agrarisch buitengebied (figuur 2.1). Elke paragraaf van dit hoofdstuk beschrijft allereerst het beoordelingskader voor het betreffende thema, waar mogelijk en relevant aangepast en toegespitst voor de deelgebieden. Een nadere onderbouwing van dit beoordelingskader is opgenomen in bij bijlage 1, beschrijving en beoordeling HSAO, van het plan – MER Omgevingsvisie Hilvarenbeek. Vervolgens volgt een subparagraaf met ondersteunend beeldmateriaal van de huidige situatie, als dat beeldmateriaal er is. Daarna volgt een tabel met daarin per deelgebied de huidige situatie, de autonome ontwikkelingen, de opgave (referentiesituatie i.r.t. het mengpaneel) en de aangescherpte effectbeoordeling van de maatregelen uit de visie.
Wanneer een uitspraak in de tabel voor meerdere deelgebieden geldt dan is deze één keer beschreven en zijn rijen samengevoegd. De kleurcodering in de tabellen is als volgt: Goed Redelijk/neutraal Slecht
6/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Figuur 2.1 Verdeling deelgebieden binnen de gemeente Hilvarenbeek
2.1
Lucht
Metingen van fijnstof en stikstofdioxide (NO2) zijn luchtverontreinigingen die worden gebruikt in het beoordelen van luchtkwaliteit. Fijnstof wordt gemeten aan de hand van PM10 (fijnstof kleiner dan 10 micrometer), PM 2,5 (fijnstof kleiner dan 2,5 micrometer) en ultrafijnstof (UFP: fijnstof kleiner dan 0,1 micrometer). De concentraties van PM2,5 en PM10 en NO2 worden jaarlijks landelijk en provinciaal gemeten en gerapporteerd. In de beoordeling van de huidige situatie worden deze concentraties gebruikt als criterium. In de beoordeling van de autonome ontwikkeling wordt er kwalitatief beoordeeld of er een verbetering of verslechtering ten opzichte van de huidige situatie verwacht wordt. Tabel 2.1 geeft een overzicht van EU-normen en WHO-richtlijnen omtrent luchtkwaliteit. De Europese richtlijn 2008/50/EG beschrijft wettelijke grenswaarden voor concentraties in de lucht. Tabel 2.1 Normen en richtlijnen voor luchtkwaliteit Stof NO2
Eu-norm (μg/m3) 40
WHO-richtlijn (μg/m3) 10
PM10
40
15
PM2,5
25
10
Als niet voldaan wordt aan de EU-normen wordt de huidige situatie als slecht beoordeeld. Wordt voldaan aan de EU-norm dan is de huidige situatie redelijk en wordt zelfs voldaan aan de WHOrichtlijn2 dan wordt de huidige situatie als goed beoordeeld.
2
Nieuwe WHO-advieswaarden luchtkwaliteit - Schone lucht akkoord 7/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Tabel 2.2 Beoordeling luchtkwaliteit Indicator Luchtkwaliteit
Criterium Plaatselijke
Slecht Hoger dan
Redelijk Voldoen aan EU-
Goed Voldoen aan
luchtkwaliteit:
wettelijke EU-
norm
WHO-richtlijnen
Concentraties PM2,5
normen
en PM10 en NO2
2.2
Beeldmateriaal lucht
Onderstaande figuur geeft de situatie voor PM2,5 binnen de gemeente weer.
Figuur 2.2 Fijnstof (PM2,5) in de gemeente Hilvarenbeek (Bron: Atlas leefomgeving)
Onderstaande figuur geeft de situatie voor PM10 binnen de gemeente weer.
8/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Figuur 2.3 Fijnstof (PM10) in de gemeente Hilvarenbeek (Bron: Atlas leefomgeving)
Onderstaande figuur geeft de situatie voor stikstof (NO2) binnen de gemeente weer.
Figuur 2.4 Stikstof (NO2) in de gemeente Hilvarenbeek (Bron: Atlas leefomgeving)
9/36
Kenmerk
2.3
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling
In onderstaande tabel is per deelgebied de huidige situatie beschreven. Voor wat betreft de autonome ontwikkeling geldt dat de verwachting is dat de luchtkwaliteit verbetert als gevolg van reductie van broeikasgassen, emissieloos wegverkeer, gebruik van duurzame energiebronnen, landbouwtransitie. Tegelijkertijd is het de verwachting dat de grenswaarden in de toekomst (vanaf 2030) vaker worden overschreden door nieuwe, strengere Europese normen voor fijnstof en stikstofdioxide.3 Deze beoordeling is voor ieder deelgebied gelijk (groen). Tabel 2.3 Beoordeling luchtkwaliteit Deelgebied
Huidige situatie
Opgave
Aanvulling effectbeoordeling
(referentiesituatie i.r.t.
maatregelen visie
mengpaneel) Woongebieden
De concentraties PM2,5 en
Een middelhoge ambitie
+ Geen ruimte voor nieuwe
PM10 zijn binnen de
betekent dat er geen grote
bedrijven in woongebieden.
woongebieden redelijk. Bij
opgave is, aangezien de
Nieuwe bedrijven vestigen zich op
Esbeek en een heel klein
situatie nu ook al redelijk
de daarvoor bestemde locaties.
stukje van Hilvarenbeek is
is (basis op orde) en het
+ Bedrijven met hogere
de kwaliteit goed voor
de verwachting is dat deze
milieucategorieën kunnen zich
PM10. Voor wat betreft de
ook autonoom zal
vestigen op bedrijventerreinen,
concentratie stikstof is de
verbeteren.
mits de milieubelasting gelijk blijft.
score redelijk; met name
- Agrariërs krijgen de ruimte om
rondom de N269 en de
hun activiteiten uit te breiden in het
A58 liggen de waarden
agrarisch buitengebied. Hoewel zij
hoger. Voor de kern
de best beschikbare technieken
Hilvarenbeek en Esbeek,
moeten toepassen, kan dit nadelig
maar ook in iets mindere
zijn voor de luchtkwaliteit, ook in
mate voor Biest-Houtakker
andere deelgebieden.
en Diessen zijn de concentraties redelijk voor stikstof. In Haghorst zelfs goed. Centrumgebieden
De concentratie PM2,5 en
Een middelhoge ambitie
+ Autoverkeer wordt beperkt.
PM10 zijn binnen de
betekent dat er geen grote
+ Bedrijven met hogere
centrumgebieden redelijk.
opgave is, aangezien de
milieucategorieën kunnen zich
Voor stikstof zijn de
situatie nu ook al redelijk
vestigen op bedrijventerreinen,
concentraties goed.
is (basis op orde) en het
mits de milieubelasting gelijk blijft.
de verwachting is dat deze
Dit zorgt in ieder geval dat er geen
ook autonoom zal
verslechtering zal optreden.
verbeteren.
- Agrariërs krijgen de ruimte om hun activiteiten uit te breiden in het agrarisch buitengebied. Hoewel zij de best beschikbare technieken moeten toepassen, kan dit nadelig zijn voor de luchtkwaliteit, ook in andere deelgebieden. Wel wordt
3
Bron: Publiekssamenvatting RIVM-rapport 2024-0133 in Advies lucht Monitoring luchtkwaliteit 2024 Gemeente Hilvarenbeek, 22 januari 2025. 10/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Deelgebied
Huidige situatie
Opgave
Aanvulling effectbeoordeling
(referentiesituatie i.r.t.
maatregelen visie
mengpaneel) gezegd dat het doel ook is om de milieubelasting te verlagen. Bedrijventerreinen
De concentraties PM2,5 en
Basis op orde en voldoen
- Minder prioriteit voor het
PM10 zijn redelijk op
aan wettelijke waarden
stimuleren van actieve mobiliteit;
bedrijventerreinen. Bij
betekent dat er geen grote
verantwoordelijkheid ligt bij
Esbeek valt op dat het dorp
opgave is voor
werkgever.
zelf voor PM10 wel lijkt te
luchtkwaliteit, aangezien
+ Bedrijven kunnen zich
voldoen aan de WHO-
de situatie nu ook al
ontwikkelen, mits de
advieswaarde voor (goed),
redelijk is (basis op orde)
milieubelasting gelijk blijft. Dit
maar het bedrijventerrein
en het de verwachting is
zorgt in ieder geval dat er geen
bij het dorp juist niet
dat deze ook autonoom
verslechtering zal optreden.
(redelijk). De concentraties
zal verbeteren.
stikstof voor de bedrijventerreinen bij Hilvarenbeek en Esbeek zijn redelijk. Voor de terreinen bij Diessen zijn de concentraties ook redelijk, met wellicht hier en daar wat kleine stukjes goed. Natuurgebieden
De concentraties van
Een middelhoge tot hoge
-/+ Waar nodig verbetering
PM2,5 in natuurgebieden
ambitie betekent dat er
infrastructuur (-), actieve mobiliteit
zijn redelijk. De
voor het stuk natuur in het
stimuleren door regionale
concentraties voor PM10
noorden en voor het
fietsroutes (+)
zijn grotendeels goed.
oostelijk gelegen
+ Milieubelasting tot een minimum
Enkele uitzonderingen
natuurgebied een opgave
beperken door strengere regels te
waar de concentraties
is om daar de
hanteren in omliggende gebieden
redelijk zijn: het
luchtkwaliteit te verbeteren
voor bijvoorbeeld stikstof: rondom
noordelijkste puntje van de
naar een hoog niveau.
Natura 2000-gebieden is een
gemeente en het
Bronnen van slechtere
buffer van 250 meter opgenomen
natuurgebied dat in het
luchtkwaliteit zijn mogelijk
waarbinnen activiteiten geen
oosten van de gemeente
de wegen die in/naast de
negatieve effecten mogen hebben
ligt. De concentraties
gemeente liggen en
op het desbetreffende Natura
stikstof zijn in de meeste
agrarische bedrijven. Om
2000-gebied.
gebieden goed. In een
daar iets in te verbeteren
- Agrariërs krijgen de ruimte om
aantal stukken direct langs
is de gemeente niet
hun activiteiten uit te breiden in het
de N269 (in het noorden,
geheel zelf in de lead en
agrarisch buitengebied. Hoewel zij
ten oosten van
zal het dus lastig zijn om
de best beschikbare technieken
Hilvarenbeek en in het
de ambitie te behalen.
moeten toepassen, kan dit nadelig
zuiden), de N395 (het deel
zijn voor de luchtkwaliteit, ook in
tussen Hilvarenbeek en
andere deelgebieden. Wel wordt
Diessen) of de A58 (in het
gezegd dat het doel ook is om de milieubelasting te verlagen. 11/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Deelgebied
Huidige situatie
Opgave
Aanvulling effectbeoordeling
(referentiesituatie i.r.t.
maatregelen visie
mengpaneel) noorden) zijn de concentraties redelijk. Agrarisch
De concentraties van
Een middelhoge ambitie
+ Inzet op actieve mobiliteit door
buitengebied
PM2,5 in het agrarisch
betekent dat er geen grote
aanleg van regionale fietsroutes
buitengebied zijn redelijk.
opgave is, aangezien de
en verbinden van kernen met
De concentraties PM10 zijn
situatie nu ook al redelijk
omliggende gebieden.
grotendeels goed. Enkele
is (basis op orde) en het
+ Sturing op het verlagen van de
uitzonderingen waar de
de verwachting is dat deze
milieubelasting. Het is onduidelijk
concentraties redelijk zijn:
ook autonoom zal
hoe dit er voor luchtkwaliteit
de gebieden direct rondom
verbeteren.
uitziet.
de kernen en het oostelijk
- Agrariërs krijgen de ruimte om
deel van de gemeente. Ten
hun activiteiten uit te breiden in het
oosten van Haghorst ligt
agrarisch buitengebied. Hoewel zij
een klein gebied waar de
de best beschikbare technieken
luchtkwaliteit zelfs nog
moeten toepassen, kan dit nadelig
maar net voldoet aan de
zijn voor de luchtkwaliteit, ook in
EU-grenswaarde.
andere deelgebieden. Wel wordt
De concentraties voor
dus ook gezegd dat het doel is om
stikstof zijn grotendeels
de milieubelasting te verlagen.
goed. In een aantal stukken zijn de concentraties redelijk: stukken direct langs de N269 (in het noorden, ten oosten van Hilvarenbeek en in het zuiden), langs de N395 (het deel tussen Hilvarenbeek en Diessen) of langs de A58 (in het noorden). Een paar heel kleine stukjes langs de A58 voldoen ook niet aan de EU-grenswaarde (slecht).
2.4
Geluid (verkeer)
Overlast als gevolg van geluid kan uiteindelijk leiden tot gezondheidsklachten bij de gehinderden. Voor verkeerslawaai wordt de huidige situatie beoordeeld op basis van de WHO-grenswaarde voor wegverkeer. Hieronder is weergegeven wanneer de geluidswaarden van wegverkeer worden beoordeeld als goed, redelijk of slecht. Voor de beoordeling van de autonome ontwikkeling wordt kwalitatief beoordeeld of er een verbetering of verslechtering ten opzichte van de huidige situatie verwacht wordt.
12/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Tabel 2.4 Indicatoren geluid Indicator Geluid
Criterium WHO-grenswaarde
Slecht Ruim boven
Redelijk Net boven WHO-
Goed Voldoet aan
wegverkeer (53dB
WHO-
grenswaarde
WHO-
4
Lden )
grenswaarde
grenswaarde
2.4.1 Beeldmateriaal geluid (verkeer) Onderstaande figuur geeft de situatie voor het geluid van wegverkeer binnen en rond de gemeente weer.
Figuur 2.5 Geluid van wegverkeer (Bron: Atlas van de leefomgeving)
2.4.2 Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling In onderstaande tabel is per deelgebied de huidige situatie beschreven. Voor wat betreft de autonome ontwikkeling geldt dat mobiliteit duurzamer zal worden, maar dat heeft nauwelijks effect voor geluid van wegen waar de maximaal snelheid 80 km/u of hoger is en dat zijn de wegen die ook in huidige situatie de overlast geven. De beoordeling blijft daarom redelijk. De beoordeling is voor alle deelgebieden hetzelfde.
4
Lden staat voor Lday-evening-night en geeft de gemiddelde geluidswaarde aan gedurende een etmaal. 13/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Tabel 2.5 Beoordeling geluid (verkeer) Deelgebied
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie i.r.t.
Aanvulling
mengpaneel)
effectbeoordeling maatregelen visie
Woongebieden
Rondom de
Een middelhoge ambitie betekent
+ Stimuleren van actieve
doorgaande wegen
dat er een opgave ligt om de
mobiliteit.
worden de hoogste
situatie te verbeteren, met name
+ Route voor landbouwverkeer
waarden gemeten.
rondom de doorgaande wegen.
om de kern van Hilvarenbeek
Voor de
Dat zal voor de rijks- en
heen liggen.
woongebieden
provinciale wegen lastig zijn,
+ Autoverkeer in de kernen
betekent dat over het
omdat de gemeente daar maar
beperken kan positief werken
algemeen dat het
beperkt zeggenschap over heeft.
voor geluid in de
redelijk is, met in
Het behalen van deze ambitie
woongebieden.
Hilvarenbeek aan de
heeft de gemeente dus niet in
- Nieuwe woningen kunnen
noordkant een paar
eigen hand.
een verkeersaantrekkende
delen waar de
werking hebben, wat kan
situatie slecht is.
zorgen voor meer verkeerslawaai. - Het ontwikkelen van recreatie en toerisme kan voor een toename van (auto)verkeer zorgen, wat negatief kan zijn voor de geluidsbelasting, ook in de woongebieden.
Centrumgebieden
Ook in het centrum
Een middelhoge ambitie betekent
+ Stimuleren van actieve
gebied zorgt
dat er een opgave ligt om de
mobiliteit.
wegverkeer voor
situatie te verbeteren, met name
+ Autoverkeer in de kernen
geluidsbelasting. De
rondom de doorgaande wegen.
beperken.
situatie is hier
Dat zal voor de rijks- en
+ Route voor landbouwverkeer
redelijk.
provinciale wegen lastig zijn,
om de kern van Hilvarenbeek
omdat de gemeente daar maar
heen liggen (relevant voor
beperkt zeggenschap over heeft.
zover deze eerder door het
Het behalen van deze ambitie
centrumgebied liep).
heeft de gemeente dus niet in eigen hand. Bedrijventerreinen
Hiervoor geldt
Basis op orde: de situatie is
+ Bedrijven zoals
hetzelfde als voor de
redelijk, niet goed. Het ligt eraan
distributiecentra worden
woongebieden,
welk uitgangspunt wordt genomen
uitgesloten, wat kan leiden tot
namelijk dat de
voor ‘basis op orde’ hoe groot de
minder verkeer en dus minder
situatie redelijk is.
opgave is. De WHO-richtlijnen
verkeerslawaai.
worden nog niet behaald, dus
- Minder prioriteit voor
daar ligt een behoorlijke opgave,
stimuleren actieve mobiliteit.
vooral omdat het gaat om geluid
+ Bedrijven kunnen zich
van met name N-wegen waar de
ontwikkelen, mits de
gemeente niet de beheerder van
milieubelasting gelijk blijft.
is. 14/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Deelgebied
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie i.r.t.
Aanvulling
mengpaneel)
effectbeoordeling maatregelen visie
Natuurgebieden
Over het algemeen:
Middelhoge tot hoge ambitie. Dat
+ Natura 2000-gebieden
goed. Alleen daar
is een behoorlijke opgave in de
zoveel mogelijk vrij houden
waar er wegen langs
nabijheid van de N-wegen. Over
van (belastende) activiteiten.
of door
het algemeen geldt echter dat de
-/+ Waar nodig verbetering
natuurgebieden
geluidsbelasting in dit gebied
infrastructuur (-), actieve
lopen (klein stukje
beperkt. Daarmee lijkt de opgave
mobiliteit stimuleren door
aan de westkant, de
in het grootste deel van het
regionale fietsroutes (+).
N269 in het zuiden
gebied wel haalbaar.
+ Milieubelasting tot een
en de natuur aan de
minimum beperken door
noordkant van de
strengere regels te hanteren in
N395) redelijk tot
omliggende gebieden voor
slecht.
bijvoorbeeld stikstof: rondom Natura 2000-gebieden is een buffer van 250 meter opgenomen waarbinnen activiteiten geen negatieve effecten mogen hebben op het desbetreffende Natura 2000gebied.
Agrarisch
Over het algemeen:
Basis op orde: de situatie is over
+ Stimuleren van actieve
buitengebied
goed. Alleen langs
het algemeen goed. Voor de
mobiliteit door aanleg van
de A58, de N269, de
gebieden waar het ‘redelijk’, zal
regionale fietsroutes en
N395 en de
het ook lastig zijn om bijvoorbeeld
verbinden van kernen met
Goirlesedijk is de
te voldoen aan de WHO-norm,
omliggende gebieden.
situatie redelijk tot
omdat het gaat om geluid van met
+ Verlagen van de
slecht.
name N-wegen waar de gemeente
milieubelasting. Het wordt
niet de beheerder van is.
echter niet duidelijk hoe.
2.5
Geluid (activiteit)
Overlast als gevolg van geluid kan uiteindelijk leiden tot gezondheidsklachten bij de gehinderden. De huidige situatie met betrekking tot industrielawaai wordt beoordeeld op basis van de mate van geluidsoverlast door bedrijven. Daarbij wordt onder andere gekeken of er sprake is van een (grote) overschrijding van het geluidproductieplafond (gpp). Voor de beoordeling van de autonome ontwikkeling wordt kwalitatief beoordeeld of er een verbetering of verslechtering ten opzichte van de huidige situatie verwacht wordt. Tabel 2.6 Indicatoren geluid (activiteit) Indicator Geluid
Criterium Geluidsoverlast door
Slecht Veel overlast
Redelijk Enige overlast
Goed Geen overlast
bedrijven
door bedrijven
door bedrijven
door bedrijven
15/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
2.5.1 Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling In onderstaande tabel is per deelgebied de huidige situatie beschreven. Voor wat betreft de autonome ontwikkeling geldt dat er geen substantiële verwachte toe- of afname van geluid door activiteiten wordt verwacht. Activiteiten moeten ook in de toekomst voldoen aan de normen. De beoordeling blijft daarom goed en is voor alle deelgebieden hetzelfde. Tabel 2.7 Beoordeling geluid (activiteit) Deelgebied
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie i.r.t.
Aanvulling
mengpaneel)
effectbeoordeling maatregelen visie
Woongebieden
Geluid door industrie: geen
Middelhoge ambitie: de situatie is
Geen
overschrijding van gpp’s
goed, dus gaat het er met name om
aanvullingen.
door bedrijven. Geen
dat de maatregelen van de visie de
klachten bekend van
situatie niet verslechteren.
5
agrarische bedrijven . Centrumgebieden
Bij tijden enige hinder door
Basis op orde om ruimte te geven voor
Geen
evenementen, door
horeca en evenementen. Dit maakt de
aanvullingen.
recreatie of winkelend
opgave niet groot. Wel is het belangrijk
publiek. Er is geen sprake
om ervoor te zorgen dat de situatie
van overlast van
(goed) niet verslechtert. Uitgangspunt
(agrarische) bedrijven.
van de gemeente voor de visie is dat er geen ruimte is voor toename van evenementen/horeca, want anders gaat de situatie er mogelijk wel op achteruit.
Bedrijventerreinen
Geen overschrijding van
Basis op orde tot middelhoge ambitie
Geen
gpp’s door bedrijven.
door minimaal te voldoen aan
aanvullingen.
wettelijke waarden. Dit betekent vooral dat ontwikkelingen geen overschrijding van gpp’s mogen veroorzaken. Het is niet duidelijk wat deze ambitie exact betekent voor de gemeente. Natuurgebieden
Geen overschrijding
Middelhoge tot hoge ambitie met als
De inpassing van
bekend.
doel de biodiversiteit te verhogen. Dit
energieopwekking
betekent dat activiteiten de situatie niet
wordt toegestaan
mogen aantasten. Hoe de gemeente
binnen strenge
de situatie wil verbeteren of wat een
voorwaarden op
hoog ambitieniveau betekent, zal
het gebied van
verder uitgewerkt moeten worden: de
natuur en
opgave is vooralsnog onduidelijk.
landschap. Een windmolen zou kunnen leiden tot een toename van geluid.
5
Dit is overgenomen uit bijlage 1 bij het MER, de beschrijving en beoordeling van de HSAO en is gebaseerd op informatie die van de gemeente is ontvangen. 16/36
Kenmerk
Deelgebied
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie i.r.t.
Aanvulling
mengpaneel)
effectbeoordeling maatregelen visie
Agrarisch
Geen klachten bekend van
Basis op orde zal betekenen dat
Er wordt maximaal
buitengebied
agrarische bedrijven.
ontwikkelingen eventueel geluid
ingezet op een
mogen veroorzaken, maar dat ze de
passend
normen niet mogen overschrijven. De
energielandschap.
opgave zal wel zijn om ervoor te zorgen dat activiteiten in het agrarisch buitengebied geen negatief effect op natuurgebieden hebben, maar gezien de ambitie voor natuurgebieden juist een positief effect.
2.6
Bodemkwaliteit
Als de bodemkwaliteit voldoet is dat goed, voldoet deze niet dan is dat slecht. Is de bodemkwaliteit onbekend dan is dat beoordeeld redelijk/neutraal. 2.6.1 Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling Voor wat betreft de autonome ontwikkeling geldt dat de bodem mogelijk verbetert door bijvoorbeeld verontreinigingen die moeten worden gesaneerd, als gevolg waarvan de bodemkwaliteit erop vooruitgaat. Tabel 2.8 Beoordeling bodemkwaliteit Deelgebied
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie
Aanvulling effectbeoordeling
Woongebieden
Geen gemeente
i.r.t. mengpaneel)
maatregelen visie
Basis op orde: geen grote
+ Nieuwe ontwikkelingen worden
dekkende gegevens
opgave, want sanering moet
geleid door bodem en water.
over de huidige
al wanneer er
+ Eventuele verontreinigingen zullen
bodemkwaliteit
verontreinigingen zijn ter
bij woningbouwontwikkelingen
bekend6.
plaatse van een gewenst
gesaneerd moeten worden, waardoor
ontwikkeling.
de situatie erop vooruitgaat. + Aan de randen van de kernen kunnen vanuit de omliggende agrarische percelen verontreinigingen in de bodem terechtkomen. Een natuurinclusieve agrarische sector kan voor verbetering zorgen.
Centrumgebieden
+ Eventuele verontreinigingen zullen bij woningbouwontwikkelingen gesaneerd moeten worden, waardoor de situatie erop vooruitgaat.
6
Wel beschikt de gemeente over de een bodemfunctieklassenkaart. Dit is een kaart waarop de gemeente de toekomstige functies van de bodem weergeeft, zoals 'Industrie', 'Wonen' of 'Landbouw/natuur'. De kaart helpt bij het bepalen van de eisen voor het toepassen van grond en het vaststellen van saneringsdoelen maar geeft geen direct inzicht in de huidige bodemkwaliteit. 17/36
Kenmerk
Deelgebied
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie
Aanvulling effectbeoordeling
i.r.t. mengpaneel)
maatregelen visie
Bedrijventerreinen
+ Eventuele verontreinigingen zullen bij de ontwikkeling van (nieuwe) bedrijventerreinen gesaneerd moeten worden, waardoor de situatie erop vooruitgaat.
Natuurgebieden
Middelhoge tot hoge
+ Maximale inzet op herstel van het
ambitie: afhankelijk van de
bodem- en watersysteem.
status nu is het de vraag
+ Nieuwe ontwikkelingen moeten
hoe de gemeente hiervoor
passen bij de landschappelijke
gaat zorgen. Het is op dit
ondergrond.
moment niet duidelijk hoe
+ Rondom Natura 2000-gebieden is
groot de opgave is om deze
een buffer van 250 meter opgenomen
ambitie te behalen.
waarbinnen activiteiten geen negatieve effecten mogen hebben op het desbetreffende Natura 2000gebied. Daarbij gaat het vooral om waterbeheer, gewasbeschermingsmiddelen en stikstof. Dit is ook positief voor de bodemkwaliteit.
Agrarisch
Basis op orde tot
+ Bodem- en watersysteem staat op
buitengebied
middelhoge ambitie: streven
één om verdere verschraling en
naar een natuurinclusieve
verdroging van de bodem tegen te
sector en bodem- en
gaan. + Beekdalen worden beschermd
watersysteem op één. Het is
en overlast en nadelige gevolgen van
onduidelijk hoe zich dit dan
gewasbestrijdingsmiddelen worden
verhoudt tot de middelhoge
geminimaliseerd (tijdelijk) door middel
tot hoge ambitie voor
van spuitzones en (permanent) door
natuurgebieden, aangezien
de overgang naar een
die veel in en rond agrarisch
natuurinclusieve agrarische sector.
buitengebied liggen.
+ Inzet op het realiseren van een natuurinclusieve agrarische sector door middel van natuur- en landschapsbeheer en een natuur- en diervriendelijkere productiewijze.
18/36
Kenmerk
2.7
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Grondwaterkwaliteit
Er is geen specifiek kaartmateriaal beschikbaar wat een gemeente dekkend beeld geeft van de grondwaterkwaliteit binnen de gemeente Hilvarenbeek7 en daarom is gebruik gemaakt van kaarten uit waterkwaliteitsportaal. Uitgangspunt daarbij is de KRW. Als de grondwaterkwaliteit voldoet is dat goed, voldoet deze niet dan is dat slecht. Is de grondwaterkwaliteit grotendeels goed, maar niet overal, dan is dat beoordeeld redelijk. 2.7.1
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling
Voor wat betreft de autonome situatie geldt met het principe van water- en bodemsturend en de verduurzaming van de landbouw dat de grondwaterkwaliteit zal verbeteren. Wanneer vervuilde grond in het kader van ontwikkelingen gesaneerd wordt, dan werkt dat ook gunstig voor de grondwaterkwaliteit. De kwaliteit blijft dan goed. Dit is voor alle deelgebieden gelijk. Tabel 2.9 Beoordeling grondwaterkwaliteit Deelgebied
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie
Aanvulling effectbeoordeling
i.r.t. mengpaneel)
maatregelen visie
Woongebieden
+ Nieuwe ontwikkelingen worden
Centrumgebieden
geleid door bodem en water. + Eventuele verontreinigingen zullen bij woningbouwontwikkelingen gesaneerd moeten worden,
Het
Basis op orde: geen grote
waardoor de situatie erop
opgave, alleen borgen dat de
vooruitgaat, uiteindelijk ook voor
kwaliteit er niet op achteruit
het grondwater.
gaat.
+ Aan de randen van de kernen
waterkwaliteitsportaal
kunnen vanuit de omliggende
laat zien dat de
agrarische percelen
kwaliteit van de
verontreinigingen in de bodem
KRW-
terechtkomen. Een
grondwaterlichamen
natuurinclusieve agrarische sector
bij een generieke test Bedrijventerreinen
kan voor verbetering zorgen.
van de
Basis op orde tot middelhoge
+ Eventuele verontreinigingen
toestandsbeoordeling
ambitie: het is niet duidelijk
zullen bij de ontwikkeling van
in 2020 goed was.
wat de gemeente hiermee
(nieuwe) bedrijventerreinen
voor ogen heeft, gezien het
gesaneerd moeten worden,
feit dat de kwaliteit al goed is.
waardoor de situatie erop vooruitgaat, uiteindelijk ook voor het grondwater.
Natuurgebieden
Middelhoge tot hoge ambitie:
+ Maximale inzet op herstel van het
het is niet duidelijk wat de
bodem- en watersysteem.
gemeente hiermee voor ogen
+ Nieuwe ontwikkelingen moeten
heeft, gezien het feit dat de
passen bij de landschappelijke
kwaliteit al goed is.
ondergrond.
7
Wel is bekend dat in de gemeente in het algemeen een verhoogd zinkgehalte in het grondwater wordt aangetroffen als achtergrond waarde. Omdat nadere info hierover ontbreekt is dit gegeven verder niet gebruikt in deze beoordeling. 19/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Deelgebied
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie
Aanvulling effectbeoordeling
i.r.t. mengpaneel)
maatregelen visie + Rondom Natura 2000-gebieden is een buffer van 250 meter opgenomen waarbinnen activiteiten geen negatieve effecten mogen hebben op het desbetreffende Natura 2000-gebied. Daarbij gaat het vooral om waterbeheer, gewasbeschermingsmiddelen en stikstof. Dit is ook positief voor de bodem- en waterkwaliteit.
Agrarisch
Middelhoge ambitie: het is
+ Bodem- en watersysteem staat
buitengebied
niet duidelijk wat de
op één om verdere verschraling en
gemeente hiermee voor ogen
verdroging van de bodem tegen te
heeft, gezien het feit dat de
gaan. + Beekdalen worden
kwaliteit al goed is. Wel ligt er
beschermd en overlast en nadelige
een uitdaging gezien de
gevolgen van
middelhoge tot hoge ambitie
gewasbestrijdingsmiddelen worden
voor de naastgelegen
geminimaliseerd (tijdelijk) door
natuurgebieden.
middel van spuitzones en (permanent) door de overgang naar een natuurinclusieve agrarische sector. + Inzet op het realiseren van een natuurinclusieve agrarische sector door middel van natuur- en landschapsbeheer en een natuuren diervriendelijkere productiewijze.
2.8
Oppervlaktewaterkwaliteit
De waterkwaliteit is bekeken aan de hand van de KRW-normering van grond- en oppervlaktewater, net als dat in de beschrijving van de HSAO (bijlage 1 bij het MER) is gedaan. De focus ligt daardoor op het agrarisch buitengebied en de natuurgebieden, omdat alleen daar KRW-watergangen zijn. De KRW-normen gaan onder andere over de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater en daarnaast over het evenwicht en de kwaliteit van het grondwater, en geven zo een redelijk compleet beeld.
Tabel 2.10 Indicatoren waterkwaliteit Indicator Waterkwaliteit
Criterium Waterkwaliteit
Slecht KRW-normen
Redelijk KRW-normen
Goed KRW-normen
niet gehaald
deels gehaald
grotendeels gehaald
20/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
2.8.1 Beeldmateriaal oppervlaktewaterkwaliteit Er bevinden zich in de gemeente een aantal KRW-oppervlaktewaterlichamen. De kwaliteit daarvan is matig tot ontoereikend.
Figuur 2.6 Ecologische waterkwaliteit oppervlaktewaterlichamen 2024 (Bron: Waterkwaliteitsportaal)
Ook op de kaart van de chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewaterlichamen is te zien dat geen enkele daarvan voldoet voor alle stoffen. Minstens één stof voldoet niet in de meeste wategangen en in het Wilhelminakanaal in het noorden van de gemeente voldoen zelfs vier tot zes stoffen niet.
21/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Figuur 2.7 Chemische waterkwaliteit oppervlaktewaterlichamen 2024 (Bron: Waterkwaliteitsportaal)
2.8.2
Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling
Tabel 2.11 Beoordeling waterkwaliteit Deelgebied
Woongebieden
Huidige situatie
Er zijn geen KRW
Autonome
Opgave
Aanvulling
ontwikkeling
(referentiesituatie
effectbeoordeling
i.r.t. mengpaneel)
maatregelen visie
Middelhoge
Geen aanvullingen.
Geen KRW
waterlichamen in
ambitie: het is niet
woongebieden
duidelijk wat de
aanwezig:
gemeente hiermee
neutraal. Centrumgebieden
Er zijn geen KRW
voor ogen heeft. Geen KRW
Basis op orde tot
waterlichamen in
middelhoge
centrumgebieden
ambitie: het is niet
aanwezig:
duidelijk wat de
neutraal.
gemeente hiermee
Geen aanvullingen.
voor ogen heeft. Bedrijventerreinen
Er zijn geen KRW
Geen KRW
Basis op orde tot
waterlichamen op
middelhoge
bedrijventerreinen
ambitie: het is niet
aanwezig:
duidelijk wat de
neutraal.
gemeente hiermee
Geen aanvullingen.
voor ogen heeft. Natuurgebieden
KRW-lichamen zijn
Droogte en
Middelhoge tot
Het wordt niet geheel
ontoereikend:
piekbuien
hoge ambitie: dit
duidelijk hoe de gemeente
slecht.
kunnen een
betekent een
de kwaliteit van de KRW-
negatief effect
behoorlijke opgave 22/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Deelgebied
Huidige situatie
Autonome
Opgave
Aanvulling
ontwikkeling
(referentiesituatie
effectbeoordeling
i.r.t. mengpaneel)
maatregelen visie
hebben op
voor de
lichamen wil gaan
waterkwaliteit.
watergangen die
verbeteren.
Peilbeheer op
door de
+ Wel wordt voor het
basis van water
natuurgebieden
agrarisch buitengebied
en bodem
lopen om deze te
gesteld dat de overlast en
sturend kan
laten voldoen aan
de nadelige gevolgen van
bijdragen aan
de KRW-normen,
gewasbestrijdingsmiddelen
de
zeker gezien de
(tijdelijk) geminimaliseerd
waterkwaliteit.
ligging ervan nabij
worden door middel van
agrarische
spuitzones en (permanent)
gebieden.
door de overgang naar een natuurinclusieve agrarische sector.
Agrarisch
KRW-lichamen zijn
buitengebied
ontoereikend (overige wateren) of matig (Victoriameer): slecht.
Landbouw kan een negatief effect hebben, maar als met beleid bijvoorbeeld uitspoeling van gifstoffen en dergelijke wordt voorkomen, dan kan de kwaliteit ook verbeteren. Hoe de
Basis op orde tot
Het wordt niet geheel
middelhoge ambitie
duidelijk hoe de gemeente
betekent voor het
de kwaliteit van de KRW-
agrarisch
lichamen wil gaan
buitengebied een
verbeteren.
behoorlijke opgave, omdat de kwaliteit van de KRWlichamen matig tot ontoereikend is en de KRW-lichamen ook juist deels in dit gebied liggen.
landbouw gaat veranderen is nog onduidelijk.
2.9
Externe veiligheid
Voor de indicator externe veiligheid is gekeken naar de indicatoren groepsrisico en het plaatsgebonden risico. Als het groepsrisico en het aantal risicobronnen met een 10-6 PR contour8 (zeer) toenemen, wordt de huidige situatie of autonome ontwikkeling beoordeeld als slecht. Als het aantal personen binnen een aandachtsgebied en daarmee het groepsrisico gelijk blijft en ook het aantal risicobronnen met een 10-6 PR contour gelijk blijft, dan worden de situatie als redelijk beoordeeld. Als er sprake is van afname van het aantal personen binnen een aandachtsgebied en dus van afname van het groepsrisico en er bovendien sprake is van een afname van het aantal risicobronnen met een 10-6 PR contour dan wordt de situatie beoordeeld als goed.
8
De 10-6 PR contour (plaatsgebonden risicocontour) is een norm die gebruikt wordt voor externe veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het is een contour waarbinnen de kans op overlijden van een persoon als gevolg van een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen maximaal 1 op de miljoen per jaar bedraagt. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare gebouwen of locaties aanwezig zijn. 23/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Tabel 2.12 Indicatoren externe veiligheid Indicator
Criterium
Externe veiligheid
Mate van groepsrisico door grootte populatie binnen een aandachtsgebied •
Aantal risicobronnen met een Plaatsgebonden Risicocontour 10-6 (PR) (binnen deze contour zijn geen kwetsbare/zeer kwetsbare objecten (ziekenhuizen) toegestaan).
Slecht Toename van
Redelijk Het aantal
Goed Afname van het
het aantal
personen binnen
aantal personen
personen binnen
een
binnen een
een
aandachtsgebied
aandachtsgebied
aandachtsgebied
blijft gelijk en
en daarmee
en daarmee
daarmee het
afname
toename
groepsrisico ook.
groepsrisico.
groepsrisico.
Aantal
Afname aantal
Toename aantal
risicobronnen
risicobronnen
risicobronnen
met een 10-6 PR
met een 10-6 PR
met een 10-6 PR
contour blijft
contour.
contour.
gelijk.
2.9.1 Beeldmateriaal externe veiligheid Binnen de gemeente liggen een aantal aandachtsgebieden (figuur 2.8).
Figuur 2.8 Aandachtsgebieden (Bron: Atlas van de leefomgeving)
Ook zijn er een aantal gebieden met een PR10-6 of PR10-8 contour (figuur 2.9).
24/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Figuur 2.9 Plaatsgebonden risico (Bron: Atlas van de leefomgeving)
Aanleiding voor een aantal contouren en aandachtsgebieden zijn activiteiten met gevaarlijke stoffen (figuur 2.10).
Figuur 2.10 Activiteiten met gevaarlijke stoffen (Bron: Atlas van de leefomgeving)
25/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
2.9.2 Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling Voor wat betreft de autonome ontwikkeling geldt dat het onwaarschijnlijk is dat de kans dat ongevallen zich voordoen significant zal toenemen. Door geplande woningbouw in de kernen kan de afstand tussen risicobronnen en gevoelige functies (zoals woningen) afnemen. De opgave is echter relatief klein. De beoordeling is voor alle deelgebieden gelijk aan de huidige situatie (goed en redelijk). Tabel 2.13 Beoordeling externe veiligheid Deelgebied
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie i.r.t.
Aanvulling
mengpaneel)
effectbeoordeling maatregelen visie
Woongebieden
Aandachtsgebieden:
Middelhoge ambitie: dit betekent dat er bij
goed. Op de meeste
de woningbouwopgave rekening gehouden
Geen aanvullingen.
plekken geen overlap
moet worden met de afstand tot de
Aandachtspunt: er
met bebouwing.
risicocontouren en aandachtsgebieden. Dit
liggen bepaalde
Plaatsgebonden
is met name relevant ten noordwesten van
contouren en
risico: goed,
Biest-Houtakker en ten westen van
aandachtsgebieden
nauwelijks overlap
Esbeek. Ook is het van belang om
met overlap met de
met bebouwing.
rekening te houden met de buisleiding die
woongebieden.
onder Hilvarenbeek door loopt (noordkant).
Hiermee moet
De gemeente zal in ieder geval rekening
rekening worden
moeten houden met wettelijke normen en
gehouden bij
daarom is niet geheel duidelijk wat de
woningbouw.
gemeente voor ogen heeft met dit ambitieniveau en wat zij verder nog kan en wil doen om de situatie eventueel te verbeteren. Centrumgebieden
Aandachtsgebieden:
Middelhoge ambitie: dit betekent dat er
goed, geen overlap.
geen activiteiten met gevaarlijke stoffen in
Plaatsgebonden
de centrumgebieden bij moeten komen.
risico: goed, geen
Dat zal wettelijk ook niet mogelijk zijn. De
overlap.
vraag is daarom wat de gemeente voor
Geen aanvullingen.
ogen heeft met een middelhoog ambitieniveau. Bedrijventerreinen
Aandachtsgebieden:
Basis op orde en minimaal voldoen aan de
goed, geen overlap.
wettelijke waarden. Dat betekent dat er
Plaatsgebonden
geen aanvullende maatregelen nodig zijn
risico: bij Esbeek ligt
of opgave is.
Geen aanvullingen.
een PR10-6 contour vanwege mestvergisting. Verder geen overlap. Natuurgebieden
Aandachtsgebieden:
Basis op orde: dit betekent dat er geen
redelijk, met name in
aanvullende maatregelen nodig zijn of
het westen van de
opgave is.
Geen aanvullingen.
gemeente enige overlap. 26/36
Kenmerk
Deelgebied
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie i.r.t.
Aanvulling
mengpaneel)
effectbeoordeling maatregelen visie
Plaatsgebonden risico: hier en daar overlap met PR10-6 en PR10-8 contouren. Agrarisch
Aandachtsgebieden:
Basis op orde: dit betekent dat er geen
buitengebied
redelijk, de
aanvullende maatregelen nodig zijn of
aandachtsgebieden
opgave is. Wel moet er bij eventuele
die er zijn lopen
uitbreidingen van agrarische bedrijven dan
vooral door agrarisch
rekening worden gehouden met de
buitengebied.
aandachtsgebieden en PR-contouren.
Geen aanvullingen.
Plaatsgebonden risico: de contouren die er zijn lopen deels door het agrarisch buitengebied.
2.10
Geur
In de beoordeling van geur wordt gekeken naar geurhinder. Hinder is een belangrijk signaal dat mensen zich niet prettig voelen in hun omgeving. Mogelijke aan geur gerelateerde gezondheidsklachten zijn hoofdpijn, benauwdheid en misselijkheid. Geurhinder werd eerder beoordeeld met een Geur Emissie Score (GES)9. GES was een maat voor de emissie van geur afkomstig van een bepaalde bron, zoals een industrieel proces of een afvalverwerkingsinstallatie. Een hoge GES-score betekende dat er meer geuremissie is en kon wijzen op een potentieel ongewenste situatie. Een hoge geuremissie kan overlast veroorzaken voor de omgeving, zoals geurhinder en verstoring van het leefmilieu. Het kan ook wijzen op mogelijke gezondheidsrisico's voor de mensen die in de buurt wonen of werken.
Tabel 2.14 Indicatoren geurhinder Indicator Geurhinder
Criterium Geurhinder aan de
Slecht Een hoge GES
Redelijk Een gemiddelde
Goed Een lage GES (1
hand van GES-score
(6)
GES (>1 en <6)
of lager)
9
Ondertussen is GES niet meer in gebruik. Ook ander onderzoek (zoals de rapportage van Pouderoyen Tonnaer, ‘Geurbelasting uit stallen van veehouderijen in de concentratiegebieden van Limburg, Noord-Brabant en Gelderland’ van juli 2023) laat echter zien dat een analyse voor de gemeente Hilvarenbeek vergelijkbare resultaten oplevert en dat er op diverse plaatsen binnen de gemeente sprake is van geurhinder. 27/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
2.10.1 Beeldmateriaal geur Voor geur is destijds gebruik gemaakt van de kaart met GES-scores (figuur 2.11). De kaart gaat wel over geur van veehouderijen, maar niet van (andere) industrie. Deze kaart is momenteel niet meer beschikbaar en in gebruik, maar is ten behoeve van de analyse in deze oplegnotitie nader beschouwd en toegespitst op de deelgebieden. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2023 door Pouderoyen Tonnaer een rapport laten opstellen over geurbelasting uit stallen van veehouderijen in de concentratiegebieden van Limburg, Noord-Brabant en Gelderland10. De resultaten in dit rapport geven hetzelfde beeld als onderstaande kaart.
Figuur 2.11 Geur veehouderij op basis van hinderpercentages 2019 (Bron destijds: Atlas van de leefomgeving)
2.10.2 Referentiesituatie, opgaven en effectbeoordeling Voor wat betreft de autonome ontwikkeling geldt dat sprake is van een trend dat een geleidelijke transformatie gaande is naar meer duurzame en natuurinclusieve landbouw. Gezien de onzekerheden omtrent de snelheid waarmee deze transitie plaatsvindt blijft de beoordeling voor alle deelgebieden gelijk aan de huidige situatie (neutraal).
10
Geurbelasting uit stallen van veehouderijen in de concentratiegebieden van Limburg, Noord-Brabant en Gelderland: pdf 28/36
Kenmerk
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Tabel 2.15 Beoordeling geurhinder Deelgebied Woongebieden
Huidige situatie
Opgave (referentiesituatie i.r.t.
Aanvulling effectbeoordeling
mengpaneel)
maatregelen visie
Vrij matig tot
Middelhoge tot hoge ambitie: de
+ Geurreductie is wenselijk voor de
matig
normen in de geurverordening
bebouwde kom, conform de vigerende
zijn strenger dan de landelijke
geurverordening. Er is een
normen. Toch zal er een opgave
overgangsfase tussen nu en 2030.
blijven, vanwege dit ambitieniveau. Centrumgebieden
Vrij matig
Middelhoge tot hoge ambitie: de
+ Geurreductie is wenselijk voor de
normen in de geurverordening
bebouwde kom, conform de vigerende
zijn strenger dan de landelijke
geurverordening.
normen. De opgave voor de centrumgebieden is niet groot omdat de situatie in de kernen in de referentiesituatie ook al ‘vrij matig’ is. Bedrijventerreinen
Over het
Middelhoge ambitie: de opgave is
+ Voor geur geldt de geurverordening
algemeen vrij
niet zo groot, omdat de situatie al
onverkort. Hierin zijn normen
matig. Bij Esbeek
redelijk is. Gezien de huidige
opgenomen die strenger zijn dat de
vrij matig tot
situatie is niet duidelijk wat de
landelijke normen.
matig en bij
gemeente met dit ambitieniveau
+ Geurreductie is wenselijk voor de
Hilvarenbeek op
voor ogen heeft.
bebouwde kom (voor zo ver ook
één terrein goed.
relevant voor bedrijventerreinen), conform de vigerende geurverordening. Er is een overgangsfase tussen nu en 2030.
Natuurgebieden
Deels goed,
Middelhoge ambitie: vooral voor
deels vrij matig
de gebieden waar natuur dichtbij
tot matig. Ten
agrarische bedrijven komt en de
oosten van Gorp
geursituatie matig is, creëert deze
en ten zuiden
ambitie een opgave. De visie zelf
van Haghorst zijn
zegt dat geurhinder in ieder geval
er stukjes waar
niet de wettelijk toegestane
de geur matig is
waarden mag overschrijden. Hoe
(GES 4).
zich dat verhoudt tot dit
Geen aanvullingen.
ambitieniveau is niet duidelijk. Agrarisch
Binnen het
Middelhoge ambitie: dit creëert
+ Sturing op het verlagen van de
buitengebied
agrarisch
een grote opgave, omdat de
milieubelasting.
buitengebied
situatie op plekken ruim
+ Aansluiten op de geurverordening.
bevinden zich
onvoldoende is.
gebieden waar de kwaliteit matig, onvoldoende of zelfde ruim onvoldoende is. 29/36
Kenmerk
2.11
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Spuitzones
2.11.1 Referentiesituatie, opgaven en aanvulling effectbeoordeling In de gemeente Hilvarenbeek zijn de zogenaamde spuitzones momenteel actueel. Dit zijn bufferzones rondom agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Een spuitzone creëert zo een bufferzone tussen agrarische bedrijvigheid en gevoelige functies. Doel is om de gezondheid van omwonenden en milieu te beschermen. Recent is er onder meer aandacht geweest voor dit onderwerp dat dus te maken heeft met gezondheid in het buitengebied: spuitzones hebben bij ruimtelijke ontwikkelingen/uitbreidingslocaties grote implicaties. Onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om hier in de omgevingsvisie en het omgevingsplan mee om te gaan. Een mogelijkheid is om een spuitzone van 50 meter te benoemen 11, met daarbij de wens om op den duur over te schakelen naar andere technieken. Een andere mogelijkheid is om het onderwerp te benoemen in de omgevingsvisie en vervolgens verder uit te werken in het omgevingsplan. Voor de woongebieden, centrumgebieden en natuurgebieden heeft de gemeente een hoge ambitie voor spuitzones, precies vanwege het feit dat deze bedoeld zijn ter bescherming van de gezondheid en de natuur (en het bevorderen van biodiversiteit). Dit heeft implicaties voor waar woningen gebouwd kunnen worden en waar – in het agrarisch buitengebied – gespoten mag worden.
Het is niet duidelijk wat de gemeente met deze ‘hoge ambitie’ voor ogen heeft of hoe die ambitie bereikt gaat worden. Verder ligt er nog de keuze voor waar een spuitzone invloed op gaat hebben: de gemeente kan ervoor kiezen dat er geen gevoelige functies toegevoegd mogen worden binnen - bijvoorbeeld - 50 meter van agrarische gronden, of de gemeente kan ervoor kiezen dat agrariërs binnen 50 meter van hun perceelsgrens niet mogen spuiten om zo de spuitzone in acht te nemen12. Oftewel: het is de vraag of er een implicatie is voor het agrarisch buitengebied of voor woongebieden of natuurgebieden. Voor bedrijventerreinen en het agrarisch buitengebied is de ambitie ‘basis op orde’: spuitzones hangen echter erg samen met de interactie tussen de deelgebieden zoals hierboven ook al beschreven is. De visie benoemt bij natuurgebieden dat de overlast door spuitzones wordt beperkt om zo de biodiversiteit te vergroten. Hoe dit er concreet uit gaat zien, wordt niet beschreven. De visie stelt verder dat er rondom Natura 2000-gebieden een buffer van 250 meter wordt opgenomen waarbinnen activiteiten geen negatieve effecten mogen hebben op het desbetreffende Natura 2000-gebied. Daarbij gaat het onder meer om gewasbeschermingsmiddelen. Hoe zich dit verhoudt tot eventuele spuitzones wordt niet duidelijk.
Bij het agrarisch buitengebied staat beschreven dat de beekdalen worden beschermd en dat de overlast en de nadelige gevolgen van gewasbestrijdingsmiddelen (tijdelijk) worden geminimaliseerd door middel van spuitzones en (permanent) door de overgang naar een natuurinclusieve agrarische sector.
11
Een spuitzone van 50 meter wordt gehanteerd in de rechtspraak en wordt geadviseerd door de GGD. Bij woningbouwontwikkelingen in Diessen (Vroonacker IV) en Biest-Houtakker (Beverakkers 5) heeft de gemeente recentelijk besloten om een spuitvrije zone met een gebruiksbeperking (spuitverbod) in het bestemmingsplan op te nemen, door middel van een aanduiding binnen de agrarische bestemming(bron: raadsinformatiebrief nr. 2025-67). 12
30/36
Kenmerk
2.12
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Samenvattende conclusies
Op basis van de beoordelingen in voorgaande paragrafen kunnen aantal samenvattende constateringen worden gedaan: • Voor veel thema’s is niet duidelijk wat de ambitie – gezien de referentiesituatie – betekent en daarmee ook niet wat de opgave is of hoe de gemeente deze ambitie wil gaan behalen. Dit geldt voor luchtkwaliteit in natuurgebieden; geluid van wegverkeer in natuurgebieden en agrarisch buitengebied; geluid van activiteiten voor bedrijventerreinen en agrarisch buitengebied; bodemkwaliteit voor natuurgebieden en agrarisch buitengebied; grondwaterkwaliteit voor bedrijventerreinen, natuurgebieden en het agrarisch buitengebied (de situatie is nu al goed); oppervlaktewaterkwaliteit voor woongebieden, centrumgebieden en bedrijventerreinen; externe veiligheid in woongebieden en centrumgebieden; geur voor woongebieden, centrumgebieden, bedrijventerreinen en natuurgebieden en voor spuitzones voor de woongebieden, centrumgebieden en natuurgebieden. Omdat de situatie in de referentiesituatie niet altijd bekend is én omdat niet duidelijk is wat de gemeente kwantitatief
•
voor ogen heeft met de ambitieniveaus, is het vervolgens lastig om de opgave helder te krijgen Hier en daar lijken – met name tussen natuurgebieden en het agrarisch buitengebied – de ambitieniveaus niet op elkaar aan te sluiten; de deelgebieden worden als losse gebieden van een ambitieniveau voorzien, terwijl er wel degelijk samenhang is tussen deze deelgebieden voor het bereiken van het ambitieniveau. Hier kan strijdigheid ontstaan of juist een kans voor
•
synergie In het algemeen komt in de visie de tekst boven de mengpanelen niet overal overeen met het niveau in het mengpaneel. In de toelichtende tekst staat dan bijvoorbeeld ‘voor alle milieuthema’s zorgen we er in ieder geval voor dat de basis op orde is en we minimaal voldoen aan de wettelijke waarden’. Het milieumengpaneel laat dan vervolgens een middelhoge ambitie zien
Per thema zijn de conclusies en bevindingen als volgt: • Een middelhoge tot hoge ambitie voor de luchtkwaliteit in natuurgebieden betekent dat er voor stukken natuur in het noorden en voor het oostelijk gelegen natuurgebied een opgave is om de luchtkwaliteit te verbeteren en wellicht op het niveau van de WHO-advieswaarde te krijgen. Oorzaak van de luchtkwaliteit is met name de omliggende (provinciale) wegen, daarnaast
•
heeft de gemeente te maken met achtergrondconcentraties. Op beide heeft de gemeente geen tot zeer beperkte invloed Ditzelfde geldt voor geluid van wegverkeer: een groot deel van de overlast gevende wegen is niet in het beheer van de gemeente en het is dus de vraag hoe de gemeente de situatie wil verbeteren. Er worden in de omgevingsvisie geen maatregelen benoemd om de bestaande overlast van verkeerslawaai te beperken
•
•
In het agrarisch buitengebied is de opgave voor geluid van activiteiten niet helemaal duidelijk, maar zal in ieder geval bestaat uit ervoor zorgen dat activiteiten daar geen negatief effect op natuurgebieden hebben, maar - gezien de ambitie voor natuurgebieden - juist een positief effect Voor het agrarisch buitengebied ligt er een uitdaging op het gebied van grondwaterkwaliteit gezien de middelhoge tot hoge ambitie voor de naastgelegen natuurgebieden
31/36
Kenmerk
•
R004-1293162EMG-V01-agv-NL
Voor de natuurgebieden en het agrarisch buitengebied ligt er een behoorlijke opgave voor oppervlaktewaterkwaliteit om de watergangen te laten voldoen aan de KRW-normen, zeker gezien het feit dat de ambitieniveaus verschillen, maar de gebieden wel effect op elkaar hebben (met name agrarisch grondgebruik op de waterkwaliteit in naastgelegen natuurgebieden)
•
Als het gaat om spuitzones ligt er een keuze voor waar een spuitzone invloed op gaat hebben: de gemeente kan ervoor kiezen dat er geen gevoelige functies toegevoegd mogen worden binnen - bijvoorbeeld - 50 meter van agrarische gronden, of de gemeente kan ervoor kiezen dat agrariërs binnen 50 meter van hun perceelsgrens niet mogen spuiten om zo de spuitzone in acht te nemen. Oftewel: het is de vraag of er een implicatie is voor het agrarisch buitengebied of voor woongebieden of natuurgebieden. Het is belangrijk om spuitzones in
• •
samenhang tussen de deelgebieden te bekijken, een ambitieniveau te bepalen en dit uit te werken in samenhangende maatregelen voor de deelgebieden De visie benoemt sturing op het verlagen van de milieubelasting. Het is onduidelijk hoe dit er concreet uitziet Het wordt in de visie niet geheel duidelijk hoe de gemeente de kwaliteit van de KRW-lichamen (met name in natuurgebieden en het agrarisch buitengebied) wil gaan verbeteren
3 Specifieke punten met betrekking tot natuur (Passende Beoordeling) 3.1
Aanleiding
Volgens de Commissie MER benoemt de Passende beoordeling en het MER wel het juiste type effecten op de Natura 2000-gebieden, maar geven ze onvoldoende inzicht in de aard en omvang van de specifieke bodem- en wateromstandigheden ter plaatse. Dit inzicht in het functioneren van het systeem is noodzakelijk om te kunnen bepalen welke maatregelen nodig zijn in en rondom deze gebieden en wat de impact kan zijn van ontwikkelingen die in de omgevingsvisie worden beoogd of mogelijk gemaakt. Dit betreft niet alleen directe effecten, zoals locaties voor windturbines, stikstofdepositie of verstoring, maar ook indirecte effecten zoals door extra waterbehoefte voor bepaalde vormen van landbouw. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, meer inzicht op hoofdlijnen te geven in het functioneren van het systeem van water, bodem, natuur en landschap – met behulp van bestaande bronnen.