10 bp Nijssenstraat 4 (5 bijlage 2c Regels)
Tekst van het document
er mogen geen zelfstandige wooneenheden ontstaan; i. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; j. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; k. het bouwperceel wordt landschappelijke ingepast op grond van een bij de omgevingsvergunning op te nemen landschappelijke inpassingsplan; l. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de waarden die het plan beoogt te beschermen. 3.5.3 Opslag gevaarlijke stoffen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.4.1 onder g ten behoeve van de opslag van gevaarlijke stoffen teneinde toe te staan dat de daarbij behorende 10-6 risicocontour de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
27
omliggende agrarische bedrijven; b. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt. 3.5.4 Aan huis verbonden bedrijf Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder e teneinde een aan huis verbonden bedrijf toe te staan, mits: a. het ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 25% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning en de bijbehorende bijgebouwen, met dien verstande dat de woonfunctie van de bedrijfswoning primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft; b. het aan huis verbonden bedrijf voorkomt in de milieucategorie 1 of 2 van de in Bijlage 3 opgenomen staat van bedrijfsactiviteiten of daarmee, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; c. het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans; d. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis verbonden bedrijf; e.
het bouwperceel wordt landschappelijke ingepast op grond van een bij de omgevingsvergunning op te nemen landschappelijke inpassingsplan; f. de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving. 3.5.5 Gebruik dat vergunningsplichtig is op basis van de Wet natuurbescherming Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder k voor het gebruik van gronden en gebouwen dat vergunningplichtig is krachtens het bepaalde in artikel 2.7, tweede lid Wet natuurbescherming, indien is aangetoond dat geen aantasting plaatsvindt van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura2000-gebied. 3.5.6 Afwijken van het landschappelijk inpassingsplan Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.4.2 ten behoeve van het vaststellen van een ander landschappelijk inpassingsplan dan opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, mits: g. De landschappelijke kwaliteitsverbetering en maatregelen van het landschappelijke inpassingsplan tenminste gelijkwaardig zijn; h. Voorzien is in een minimaal gelijkwaardig beschermingsniveau van de (aanwezige) landschapswaarden waarvoor de in het landschappelijke inpassingsplan de opgenomen landschapsmaatregelen zijn bepaald; i.
Het landschappelijke inpassingsplan is afgestemd op de specifieke landschapswaarden en -kenmerken van het gebied.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
28
Artikel 4
Waarde - Archeologie 2
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de middelhoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager / verzamelaars buiten natuurgebieden. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen eisen burgemeester en wethouders uitsluitend voor gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en vergroting van bestaande gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij ter realisering bodemroerende werkzaamheden noodzakelijk zijn, die: a. een totale oppervlakte hebben groter dan 2.500 m², en b. waarvoor grond op een diepte van 0,5 m of meer onder het maaiveld, moet worden geroerd, of dat alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een archeologisch rapport wordt overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 4.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning Indien uit dit archeologisch rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen of; c.
de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm; d. het verlagen van de grondwaterstand over een oppervlakte van 2500 m2. 4.3.2 Uitzonderingen Het verbod, zoals bedoeld in 4.3.1 is niet van toepassing, indien: a.
het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
29
diepte; c. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; 3. ter uitvoering van de voorwaardelijke verplichting zoals opgenomen in artikel 3.4.2 van het plan; e. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 4.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Indien uit dit archeologisch rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen of; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
30
Artikel 5
Waarde - Cultuurhistorie
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden. 5.2 Bouwregels Op of in de gronden als bedoeld in lid 5.1 is, in afwijking van de regels elders in dit pan, uitsluitend de bestaande bebouwing toegestaan. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek. 5.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
5.4.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een bouwwerk te slopen of anderszins te veranderen. 5.4.2 Toetsing De in artikel 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zover door de sloopwerkzaamheden geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de ruimtelijke en functionele karakteristiek van de te beschermen cultuurhistorische waarden van de bouwwerken en/of gronden. 5.4.3 Advies Voorafgaande aan de verlening van de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 dient het bevoegd gezag daarover een advies te vragen bij de gemeentelijke monumentencommissie, in voorkomend geval welstandscommissie, omtrent de mogelijke aantasting van en mogelijk te treffen maatregelen voor bescherming van de ruimtelijke en functionele karakteristiek van de te beschermen cultuurhistorische waarden van de bouwwerken en/of gronden. 5.4.4 Uitzonderingen Het in sublid 5.4.1 vervatte verbod geldt niet voor: a. sloopwerkzaamheden waarvoor ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan vergunning is verleend; b. sloopwerkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; c. sloopwerkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, in uitvoering zijn.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
31
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
32
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
33
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met het plan in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en opstallen: ten behoeve van het boren naar gas.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
34
Artikel 8 8.1
Algemene aanduidingsregels
Overige zone - stalderingsgebied
8.1.1 Algemeen Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied' gelden nadere regels voor het oprichten van dierenverblijven voor hokdierhouderijen. 8.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 8.1.3 Het bouwen van dierenverblijven voor hokdieren a. Toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren binnen een bouwperceel door de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw en/of bouwwerk als dierenverblijf voor hokdieren is verboden; b. In afwijking van het bepaalde in sub a is de toename van de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - stalderingsgebied' toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied, zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2.
de te saneren oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren bedraagt: ingeval van sloop, tenminste 120% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; ingeval van herbestemming, ten minste 200% van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling. c. Onder de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren, als bedoeld in sub a wordt verstaan de oppervlakte van het gebouw, inclusief inpandige voorzieningen, dat gebruikt mag worden voor het houden van hokdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer; d. Het te saneren dierenverblijf als bedoeld in sub b voldoet aan de volgende voorwaarden: 1. het betreft een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf; 2. het dierenverblijf is voorafgaand aan 17 maart 2017 drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig gebruikt voor het houden van hokdieren; e.
In afwijking van het bepaalde onder sub d onder 2 geldt voor veehouderijen die gebruik maken de 'Uitzonderingsregeling stoppende veehouderij', zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dat alleen de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren dat nodig is om het aantal dieren te huisvesten overeenkomstig de gedane mededeling, meetelt als inbreng voor een te saneren dierenverblijf. f. Het bewijs dat aan de voorwaarden van sub b is voldaan, wordt uitgegeven door of namens gedeputeerde staten van Noord-Brabant.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
35
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Omgevingsvergunning kleine windmolens Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsregels ten behoeve van een windmolen, geen gebouw zijnde, onder de volgende voorwaarden: a. Per bestemmingsvlak/bouwvlak is één windmolen, gericht op individueel gebruik, toegestaan. b. De afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 100 m. c. De hoogte van de windmolen mag niet meer bedragen dan 15 m. d. De windmolens mag niet worden gerealiseerd binnen een afstand van 100 m van gronden met de bestemming 'Bos', 'Natuur'. e. De belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. f. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. g. Er moet sprake zijn van een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
36
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
10.1 Wijziging naar Recratie ten behoeve van landschapscamping Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch' ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en de aangrenzende gronden wijzigen in de bestemming 'Recreatie' behoeve van een landschapscamping, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de landschapscamping is gelegen in een aaneengesloten gebied van ten minste 5 ha bos, natuur en/of landgoed; b. de wijzigingsbevoegdheid niet mag worden toegepast ter plaatse van de aanduiding 'overige zone ecologische hoofdstructuur' c. de omvang van het bestemmingsvlak is passend bij de beoogde functie, met dien verstande dat de omvang niet meer bedraagt dan het voormalige agrarisch bouwvlak tot een maximum van 1,5 ha; d. overtollige bebouwing wordt gesloopt, met dien verstande dat de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt niet minder mag bedragen dan de oppervlakte aan bebouwing die nieuw wordt gebouwd; e. de oppervlakte per standplaats mag niet minder bedragen dan 300 m²; f. het aantal standplaatsen mag niet meer bedragen dan 60; g. de oppervlakte aan te realiseren landschap per standplaats mag niet minder bedragen dan 1.000 m2; h. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij geldt dat het aantal parkeerplaatsen niet minder mag bedragen dan 110% van het aantal standplaatsen; i.
buitenopslag en detailhandel zijn niet toegestaan; j. er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen; k. de cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; l. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; m. bij toename van verharding van meer dan 500 m2 dient aangegeven te worden hoe met water wordt omgegaan via de trits: vasthouden, bergen en afvoeren; er zal in alle gevallen minimaal waterneutraal gebouwd dienen te worden; n. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; o. het bouwperceel wordt landschappelijke ingepast op grond van een bij het wijzigingsplan op te nemen en te borgen landschappelijke inpassingsplan. 10.2 Wijziging naar Wonen / woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' wijzigen in de bestemming 'Wonen', waarbij na volledige bedrijfsbeëindiging van de agrarische bedrijfsvoering de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of voormalig (woon)boerderijpand voor woondoeleinden kan worden toegestaan. Mits de bebouwing is bestemd en/of aangeduid met de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', kan tevens splitsing in meerdere wooneenheden worden toegestaan.
Hierbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 10.2.1 Algemene voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; b. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c. de omvang van het nieuwe bestemmingsvlak is passend bij de beoogde woonfunctie, waarbij uitgegaan moet worden van: 1. de omvang mag nooit meer bedragen dan het voormalige agrarisch bouwvlak; 2. het principe van een 'bouwvlak op maat', met een maximum van 2.500 m2 per woonperceel wordt toegepast; 3. indien er een groter bouwvlak noodzakelijk is, hiervoor een extra kwalitatieve tegenpretstatie moet worden geleverd op grond van de gemeentelijke afspraken voor kwaliteitsvertering van het landschap. d. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de aanwezige landschappelijke, bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
37
cultuurhistorische en natuurlijke waarden en kwaliteiten van de omgeving die het plan beoogt te beschermen; e. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; f. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; g. het wijzigingsplan sluit voor het overige aan bij de regels van de bestemming 'Wonen' van het onderliggende moederplan. 10.2.2 Specifieke voorwaarden voor wijziging in 'Wonen': h. de bebouwde oppervlakte en inhoud van de voormalige bedrijfswoning (inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot, met dien verstande dat: 1. in afwijking van vorenstaande is vergroting van de inhoud van de woning boven 750 m3 toegestaan indien er per 50 m3 vergroting van de woning telkens minimaal 500 m2 aan overtollige (bedrijfs)bebouwing wordt gesloopt; 2. de uiteindelijke inhoud niet meer bedraagt dan 1000 m3; 3. de bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 100 m2 per woning; 4. de overtollige (bedrijfs)bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) dient te worden gesloopt; 5.
in afwijking van het bepaalde onder lid 3 en lid 4 mag de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen maximaal 200 m2 bedragen, indien het surplus (alle aanwezige voormalige bedrijfsgebouwen en bijgebouwen boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m2) in één keer wordt gesloopt, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, en deze sloop moet als voorwaarde aan de omgevingsvergunning worden verbonden; 6. uitsluitend de sloop van met een (omgevings)vergunning en legaal gebouwde gebouwen komen in aanmerking voor de sloopbonusregeling als bedoeld in lid 1 en lid 5; 7. de sloopbonusregeling als bedoeld in lid 1 en lid 5 is niet van toepassing indien op de locatie: sloop van de (bedrijfs)bebouwing al feitelijk heeft plaatsgevonden; sloop reeds heeft plaatsgevonden of verplicht is gesteld op grond van de provinciale ruimte-voor-ruimteregeling; sloop reeds plaatse heeft gevonden of moet vinden op grond van een (sloop- of sanerings)subsidie van de overheid, hieronder begrepen in ieder geval de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV), Beëindigingsregeling Intensieve Veehouderijen (BIV), Verplaatsingsregeling Intensieve Veehouderijen (VIV), Saneringsregeling varkenshouderijbedrijven (Srv) of een vergelijkbare regeling; of sloop al op enig andere wijze is verzekerd. i.
de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen. 10.2.3 Aanvullende voorwaarden voor woningsplitsing j. woningsplitsing is uitsluitend toegestaan in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing welke is voorzien van een cultuurhistorische aanduiding en/of bestemming; k. de splitsing dient mede gericht te zijn op het behoud en/of herstel van deze cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; l. splitsing mag slechts in maximaal 2 woningen plaatsvinden; m. de inhoud per gesplitste woning mag niet minder dan 450 m3 bedragen; n. per gesplitste woning zijn bijgebouwen toegestaan met een maximale oppervlakte van 100 m2 per woning; o. voor het overige dient de aanwezige overtollige (bedrijfs)bebouwing, voor zover zij niet cultuurhistorisch waardevol zijn, te worden gesloopt; p. de splitsing dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
38
Artikel 11
Overige regels
11.1 Parkeren Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's en het stallen van fietsen te worden voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid. b. In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's en het stallen van fietsen te worden voorzien in voldoende parkeer- en stallingsgelegenheid. c. Voor het bepalen van de benodigde parkeer- en stallingsgelegenheid dient te worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernota, zoals bedoeld in artikel 1.47. d. De parkeer- en stallingsvoorzieningen als bedoeld onder a en b dienen in stand te worden gehouden. 11.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het bijbehorend bouwperceel, overeenkomstig met de gemeentelijke parkeernota.
11.3 Afwijken van de parkeerregels Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in lid 11.1 en 11.2 ten behoeve van een gebruiksverandering, dan wel de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen, voor zover in voldoende mate op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien, met dien verstande dat: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. geen onaanvaardbare situatie ontstaat met betrekking tot milieu hygiënische kwaliteit, waterhuishouding en externe veiligheid; c. geen nadelige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van het verkeer en de feitelijke verkeerssituatie.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
39
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
40
Hoofdstuk 4 Artikel 12 12.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
12.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 12.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10%. 12.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2
Overgangsrecht gebruik
12.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 12.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
41
Artikel 13
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan 'Nijssenstraat 4 te Haghorst'.
bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp
42