CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 bp Nijssenstraat 4 (5 bijlage 2c Regels)

Gemeenteraad 11 mei 2022, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan “Nijssenstraat 4, Haghorst”.12.799 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nijssenstraat 4 te Haghorst bestemmingsplan ontwerp

Colofon

Plannaam: Gemeente: Status: IMRO-code:

Nijssenstraat 4 te Haghorst Hilvarenbeek ontwerp NL.IMRO.0798.BPNijssenstraat4-ON01

Opgesteld door:

Van Dun Advies BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

7 7 19

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorie

21 21 29 31

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

33 33 34 35 36 37 39

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

41 41 42

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

3

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

4

Regels

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

5

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

6

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde plan objecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0798.BPNijssenstraat4-ON01 met de bijbehorende regels; 1.2 plan het bestemmingsplan 'Nijssenstraat 4 te Haghorst' 1.3 verbeelding de verbeelding met daarop aangegeven het plangebied en de bestemmingen, met het nummer NL.IMRO.0798.BPNijssenstraat4-ON01 van het bestemmingsplan "Nijssenstraat 4 te Haghorst" van de gemeente Hilvarenbeek. 1.4 AAB stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; 1.5 aan huis verbonden bedrijf een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, die door zijn beperkte omvang, door de gebruiker van een woning in die woning of bij die woning kan worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.6 aan huis verbonden beroep: een beroep, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, alsmede gastouderschap, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en

dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.7 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.8 aanduidinsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.9 aangebouwd bijgebouw: bijgebouw welke rechtstreek toegankelijk is vanuit de woning; 1.10 aardkundige waarde: gebieden met waardevolle aardkundige elementen met betrekking tot reliëf en bodem die een bepaalde mate van bescherming genieten; 1.11 afhankelijke woonruimte: een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.12 agrarisch bedrijf: bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van telen van gewassen of het houden van dieren;

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

7

1.13 agrarisch technisch hulpbedrijf: bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking; 1.14 agrarisch verwant bedrijf: bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; 1.15 archeologische waarden: cultuurhistorische waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigd; 1.16 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.17 bebouwingsconcentratie kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster; 1.18 bed & breakfast: een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van toeristisch kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, aan steeds wisselend publiek; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden

werkzaamheden en/of arbeid; 1.19 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, installeren, inzamelen, herstellen, verhuren, opslaan en distribueren van goederen, alsmede het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen en bedrijven daaronder niet begrepen; 1.20 bedrijfsactiviteiten: handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf; 1.21 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.22 bedrijfsmatige exploitatie van recreatieverblijven: het via een bedrijf, stichting of ander rechtspersoon voeren van een zodanig beheer/ exploitatie, dat in de recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt; 1.23 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering noodzakelijk moet worden geacht; 1.24 bestaand: a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning; b. t.a.v. bebouwing ten behoeve van veehouderijen, niet zijnde bestaande bedrijfswoningen: 1. de bebouwing die op 21 september 2013 aanwezig of in uitvoering was, of 2.

de bebouwing die gebouwd mag worden krachtens een verleende omgevingsvergunning, of 3. de bebouwing die is gebaseerd op een vóór 21 september 2013 ingediende volledige en ontvankelijke bouwaanvraag die in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan per 21 september 2013; c. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

8

1.25 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.26 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.27 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.28 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.29 bos: elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie; 1.30 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.31 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.32 bouwmassa: een complex van aaneengebouwde bouwwerken 1.33 bouwperceel: aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, en dat bestaat uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan; 1.34

bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.35 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.36 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.37 containerveld ondersteunende voorzieningen voor het telen van planten, die op de grond worden aangebracht, waarbij gebruik gemaakt wordt van een geheel verharde ondergrond, veelal van niet-opneembare/gesloten verhardingen zoals beton, of van anti-worteldoek met daartussen opneembare of open verhardingen, zoals betonplaten, tegel- en klinkerbestratingen; 1.38 cultuurhistorische waarden en kenmerken: waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.39 dagrecreatie: activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; huifkarren worden hier mede onder begrepen;

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

9

1.40 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.41 diepploegen en - woelen: het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond; 1.42 ecologische waarden: aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde; 1.43 erfinrichtings- en beplantingsplan: een plan inzake visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie, incl.

de inrichting en het beheer er van; 1.44 extensief recreatief medegebruik: die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie; 1.45 extensieve dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen: dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen die aansluiten bij het agrarisch bedrijf of bij de natuur- en landschapsbeleving van het landelijk gebied; 1.46 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.47 gemeentelijke parkeernota de beleidsregels parkeren van de gemeente Hilvarenbeek, zoals opgenomen in het, door de gemeenteraad op 16 juli 2015 vastgestelde, Parkeerbeleidsplan 2015-2020 van de gemeente Hilvarenbeek, dan wel in het beleidsplan dat is vastgesteld ter vervanging van dit parkeerbeleidsplan.

1.48 geomorfologisch de vorm van het landschap, ontstaan door geologische processen en beïnvloedt door menselijk handelen; 1.49 glastuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels; 1.50 groepsaccommodatie/logeergebouw: een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie door meerdere personen in groepsverband; 1.51 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Afhankelijkheid van de grond kent hierbij de volgende aspecten: voedervoorziening, mestafzet of het bieden van een natuurlijk substraat voor plantaardige teelten. Grondgebonden agrarische bedrijven zijn in ieder geval: akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant; 1.52 halfverhard een verharding bestaande uit grasbeton of uit kiezel, grind, schelpen en/of gemalen baksteen alsmede vergelijkbare losse materialen; bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

10

1.53 Hobbymatig houden van vee het in kleinschalige vorm houden van klein- en/of grootvee, niet bedoeld als vee voor de agrarische productie, handel of andere wijze van fokken. Tot hobbymatig gehouden vee wordt tevens gerekend het vee dat ten dienste staat van andere dan agrarische productiefuncties, zoals zorgfuncties en/of recreatief (mede)gebruik; 1.54 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.55 horeca: een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies, dranken, maaltijden en/of geringe etenswaren voor het al dan niet gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, nader te onderscheiden in: a. horecabedrijf categorie A een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension; b.

horecabedrijf categorie B een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een restaurant; c. horecabedrijf categorie C een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide geringe etenswaren (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, shoarmazaak; d. horecabedrijf categorie D een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café, feestzaal; e.

horecabedrijf categorie E een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat aan het eind van de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn, zoals een discotheek; 1.56 horecalokaliteit een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse; 1.57 huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatig kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.58 inpandige statische opslag: het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans.

De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel ter plaatse van de opslag, dan wel worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 1.59 kampeerboerderij: (voormalig) agrarisch bedrijf, waarvan de gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn ingericht om daarin aan steeds wisselende (groepen van) personen gelegenheid te geven tot recreatief nachtverblijf voor een al dan niet aaneengesloten periode van maximaal 100 dagen; bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

11

1.60 kampeermiddel tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.61 kampeerplaats: standplaats voor één of een aantal bij elkaar behorende kampeermiddelen; 1.62 kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf; 1.63 kassen: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter; 1.64 kleinschalig kamperen: kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, waarbij het aantal toegestane kampeermiddelen is beperkt tot het in de regels genoemde maximum; 1.65 koffie-/theetuin: een horecabedrijf, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van zwak en niet-alcoholische dranken, met als nevenactiviteit het verstrekken van voor consumptie

ter plaatse, bereide etenswaren; 1.66 kwaliteitsverbetering: er is sprake van een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het desbetreffende gebied, waarbij de notitie 'Werkafspraken' als uitgangspunt geldt. De uitvoering en de instandhouding van de verbetering moet zijn gegarandeerd; 1.67 landschappelijke inpassing: het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij afstemming plaatsvindt op de context van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en de aanplant van gebiedseigen beplanting waarbij wordt getoetst aan de richtlijnen voor beeldkwaliteit uit hoofdstuk 3 van de Structuurvisie buitengebied Hilvarenbeek; 1.68 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur; 1.69 landschapscamping kampeerterrein dat gekenmerkt wordt door de beperkte dichtheid en de ligging in of nabij een bos of natuurgebied of bij een landgoed, met een in de regels nader bepaalde omvang; 1.70 landschapselementen ecologische en/of landschappelijk waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan

2 ha en zonder een agrarische productiefunctie; 1.71 landschappelijk inpassingsplan plan waaruit blijkt hoe een gebouw of een gebruik in het landschap wordt ingepast, waarbij afstemming plaatsvindt op de context van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en de aanplant van gebiedseigen beplanting waarbij wordt getoetst aan de richtlijnen voor beeldkwaliteit uit hoofdstuk 3 van de Structuurvisie buitengebied Hilvarenbeek;

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

12

1.72 lawaaisport een sportactiviteit al dan niet individueel of in groepsverband, professioneel of hobbymatig waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen; 1.73 legaal: gebouwd in overeenstemming met de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.74 loon(werk)bedrijf: een agrarisch technisch hulpbedrijf dat – voornamelijk met behulp van verplaatsbare werktuigen - geheel of in overwegende mate diensten verleent aan agrarische bedrijven, hetzij in verband met de bodemcultuur, hetzij ter uitvoering van grondwerkzaamheden; 1.75 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-culturele, sociaal-medische, levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, onderwijsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, waaronder ook ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen worden verstaan; 1.76 manege: een recreatief bedrijf dat hoofdzakelijk op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden; 1.77 mantelzorg: het

bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychisch en/of sociaal vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.78 minicamping: een kleinschalig kampeerterrein als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een burgerwoning; 1.79 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.80 nevenactiviteiten: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel en wordt uitgeoefend door de degene die tevens het (agrarisch) bedrijf uitoefent; 1.81 NGE: Nederlandse Grootte Eenheid, een standaard eenheid voor de bepaling van de omvang van een agrarisch bedrijf zoals die gehanteerd word door het Landbouw Economisch Instituut (LEI); 1.82 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengendvermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf.

Niet-grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: glastuinbouwbedrijven en gebouwgebonden teeltbedrijven en kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, nertsenfokkerijen, viskwekerijen en wormenkwekerijen; 1.83 normaal onderhoud en/of landschapsbeheer: tot het normaal onderhoud en/of landschapsbeheer behoren onder andere: a. maaien, beweiden en bemesten van grasland; b. verbeteren van grasland door het scheuren van de grasmat buiten het broedseizoen van weidevogels en het direct opnieuw inzaaien; c. ploegen en cultiveren van bouwland niet dieper dan de bouwvoor; d. verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals maïs in wisselteelt;

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

13

e. maaien en schonen van sloot en slootkant; f. vervangen van en onderhoud aan drainage; g. normaal landschapsonderhoud, waaronder: 1. periodiek uitdunnen en snoeien van houtwal of singel; 2. knotten van bomen; 3. opvullen van open plekken in houtwal of singel; h. normaal bosbeheer, waaronder; 1. uitdunnen; 2. verwijderen van dode bomen; i. opslag van agrarische producten en gewassen tussen oogst en afvoer voor een periode van 2 weken; 1.84 nutsvoorziening: gebouwde dan wel ongebouwde voorzieningen ten behoeve van algemene nutsdoeleinden zoals de watervoorziening, afvalvoorziening, energievoorziening of het (tele)communicatie-verkeer; 1.85 ondersteunende horeca: een horecavoorziening ondersteunend aan de dagbesteding in de zorg en/of de recreatieve verblijfsactiviteiten waar een ruimte specifiek is ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren in een aan de hoofdfunctie of nevenactiviteit ondergeschikte vorm en omvang; verhuur ten behoeve van feesten en partijen valt hier niet onder; 1.86 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.87 overig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf agrarisch bedrijf gericht op het telen van vissen, wormen, insecten en gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen -niet zijnde kassen- plaatsvindt, niet zijnde

veehouderijen; 1.88 overkapping/ carport: een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.89 overtollige bebouwing: bebouwing die niet nodig is ten behoeve van de hoofdfunctie en/of de nevenactiviteit; dit houdt in dat het bebouwing betreft die niet functioneel verbonden is aan de bedrijfsvoering; 1.90 paardenbak: een onoverdekt al dan niet omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of een ander waterdoorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.91 paardenhouderij: een uit bedrijfseconomisch oogmerk opgezette houderij voor paarden die uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het fokken, trainen, africhten, berijden en verhandelen van paarden, waarbij tevens als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan het geven van instructie aan ruiter en paard. Hierbij zijn publieks- en/of verkeersaantrekkende activiteiten niet toegestaan.

De paardenhouderijen zijn nader te onderscheiden in: productiegerichte paardenhouderij: een paardenhouderij, waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het fokken, africhten, trainen en verhandelen van paarden; gebruiksgerichte paardenhouderij: het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony's, met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's;

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

14

1.92 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.93 pension: een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten; 1.94 productiegebonden detailhandel: beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een (agrarisch) bedrijf, dat die goederen teelt/vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.95 recreatief medegebruik: die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik; 1.96 recreatief verblijf: verblijf, inclusief nachtverblijf, voor uitsluitend recreatieve doeleinden door bij voorkeur wisselende huishoudens of daarmee gelijk te stellen groepen van personen, die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.97 recreatiewoning: een gebouw dat dient als recreatiewoonverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.98 recreatiewoningencomplex: een terrein voor het plaatsen en geplaatst houden van recreatiewoningen; 1.99 reëel agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf dat jaarrond een

omvang heeft van ten minste 35 NGE; 1.100 routegebonden horeca: horeca in de vorm van kleinschalige rustpunten met bijvoorbeeld een terras waar koffie, thee, frisdranken, zwak-alcoholische dranken en kleine versnaperingen verkrijgbaar zijn; 1.101 stacaravan: een caravan of soortgelijk onderkomen al dan niet op wielen, dat mede, gelet op de afmetingen, niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden, uitsluitend voor recreatieve doeleinden. 1.102 statische opslag: inpandige opslag van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans en dergelijke.

De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel ter plaatse van de opslag, dan wel worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 1.103 streekgebonden producten: producten, gemaakt met grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en/of volgens streektraditie geteelde producten, en/of producten die volgens een specifieke bereidingswijze of receptuur van een bepaalde regio wordt geproduceerd; 1.104 teeltondersteunende kassen: teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een kas, voor een vollegrondstuinbouwbedrijf of boomteeltbedrijf. Hieronder worden ook schuurkassen, permanente tunnel- of boogkassen begrepen; 1.105 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden; te onderscheiden zijn de volgende categorieën: laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 1,5 m, bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

15

uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolies, acryldoek, lage tunnels; laag/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 1,5 m en met een permanent karakter, bijvoorbeeld containervelden; hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van minimaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld menstoegankelijke wandelkappen en schaduwhallen; hoog/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van minimaal 1,5 m en met een permanent karakter, bijvoorbeeld stellingenteelt (bakken in stellingen, regenkappen); overige permanente teeltondersteunende voorziening: boomteelthekken, te weten een afrastering op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden; overige teeltondersteunende voorziening: tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen anders dan de bovenstaande teeltondersteunende voorzieningen bijvoorbeeld stellages met regenkappen bij de grondgebonden teelt van zachtfruit (waarbij de constructiepalen permanent aanwezig mogen zijn), boomteelthekken, boomteeltstokken, hagelnetten en vraatnetten; 1.106 tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers: het tijdelijk huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele

maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voorzover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; 1.107 trekkershut een klein vrijstaand houten gebouw/ blokhut, zonder eigen sanitaire voorzieningen of met eenvoudige sanitaire voorzieningen, bestemd voor verhuur voor recreatieve doeleinden in de vorm van verblijfsrecreatie aan steeds wisselende wandelaars, fietsers, ruiters, kanoërs of autogebruikers, waarbij verhuur aan dezelfde personen maximaal 3 dagen/nachten mag zijn; 1.108 tunnel(kas): een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen; 1.109 vakantieappartement recreatiewoning, die deel uitmaakt van een gebouw met meerdere zich boven en naast elkaar bevindende recreatiewoningen; 1.110 veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het houden van dieren met uitzondering van vissen, wormen, slakken en insecten; 1.111 verblijfsrecreatie: recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders

hebben; 1.112 verbrede landbouw: het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bouwvlak die verbonden zijn aan de aanwezige agrarische bedrijfsvoering; 1.113 verhard: een verharding, bestaande uit baksteen, tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmee vergelijkbare vaste/gesloten materialen; 1.114 verkoopvloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 1.115 vloeroppervlak(te): de totale bebouwde oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt;

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

16

1.116 volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf met de omvang van ten minste één volwaardige arbeidskracht met een daarbij passende arbeidsomvang en een daaruit te verwachten redelijk inkomen; 1.117 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand; 1.118 voorzieningen van openbaar nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.119 vormverandering bouwvlak/bestemmingsvlak: wijziging van de begrenzing van een bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte; 1.120 water: alle water dat zichtbaar (oppervlaktewater) aanwezig is in bijvoorbeeld waterlopen, poelen, vijvers, meren en zeeën, of onzichtbaar (grondwater) aanwezig is zoals freatisch grondwater direct beneden het maaiveld; 1.121 watergang: een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde waterloop; 1.122 waterhuishoudkundige doeleinden: doeleinden die

het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d. en waterhuishoudkundige voorzieningen; 1.123 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratie- en transportriolen, dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen, gemalen en inlaten; 1.124 werk: een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.125 woning/ wooneenheid: een complex van intern met elkaar in verbinding staande ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.126 (woon)boerderij: een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen; 1.127 woonunit een te verplaatsen/ verwijderen bouwwerk bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen, niet zijnde een stacaravan of chalet; 1.128 (zijdelingse) perceelsgrens: de perceelsgrens die

haaks of onder een hoek op de voorgevelrooilijn staat; 1.129 zorgvoorziening: een voorziening waar dagbesteding aan zorgbehoevende personen wordt aangeboden. bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

17

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

18

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse bouwperceelgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.9

peil voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

2.10 ondergeschikte bouwonderdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

19

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

20

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijf en agrarisch gebruik, met dien verstande dat uitsluitend een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan; b. tevens nevenactiviteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf als bedoeld onder a, met dien verstande dat uitsluitend de navolgende nevenactiviteiten zijn toegestaan onder de daarbij genoemde voorwaarden: 1. Ondergeschikte detailhandel: uitsluitend detailhandel in streekgebonden producten en agrarisch gerelateerde producten zijn toegestaan; de verkoopvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m2; ondergeschikte detailhandel is uitsluitend toegestaan in de bestaande gebouwen. 2. Inpandige statische opslag: de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 1.000 m2; inpandige statische opslag is uitsluitend toegestaan in de bestaande gebouwen; inpandige statische opslag is niet toegestaan in kassen. c. tevens agrarische nevenactiviteiten met de daarbij behorende voorzieningen overeenkomstig de navolgende opsomming en aanduidingen op de verbeelding en overeenkomstig de daarbij genoemde vloeroppervlakten van (bedrijfs-)gebouwen: 1.

Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - groepsaccommodatie annex zorgverlening' (sa-gaz) het gebruiken van maximaal 500 m2 van de gebouwen en gronden als groepsaccommodatie annex dagbesteding aan zorgbehoevende personen; 2. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - bed & breakfast' (sa-bb) het gebruiken van maximaal 150 m2 van de gebouwen en gronden als bed & breakfast; 3. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig vee' (sa-hv) het gebruiken van maximaal 550 m2 van de bedrijfsgebouwen en gronden voor de huisvesting van maximaal 15 stuks vrouwelijk jongvee en/of 15 stuks zoogkoeien, of maximaal 50 stuks schapen, of een verdeling hiertussen waarbij de maximale ammoniakemissie niet meer bedraagt dan het maximale emissie bij een van deze varianten, uitsluitend ten dienste van de nevenactiviteiten genoemd onder artikel 3.1 lid c sub 1 en 3.1 lid c sub 2; d. het gezamenlijk gebruikte vloeroppervlak aan gebouwen van de genoemde nevenactiviteiten onder subleden c.1 en c.2 mag niet meer bedragen dan 650 m2; e.

ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - opslag mest van derden' (sa-mo) de opslag van mest, zonder enige bewerking, afkomstig van derden in een gesloten mestopslag(voorziening) met een maximale capaciteit van 4.000 m3, met dien verstande dat de mest uitsluitend op de eigen landbouwgronden mag worden aangewend; f. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing' (sa-li) uitsluitend voor landschappelijke inpassing van de bebouwing en voorzieningen binnen de bouwaanduiding 'bouwvlak', overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals bijgevoegd in Bijlage 1 bij deze regels; g. ter plaatse van de bouwaanduiding 'bouwvlak' tevens voor erfverhardingen; h. ter plaatse van de bouwaanduiding 'bouwvlak' tevens voor duurzame energieopwekking middels zonnepanelen ten behoeve van het verbruik van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijff; i. hobbymatig agrarisch gebruik j. water en waterhuishoudkundige doeleinden; k. extensief recreatief medegebruik en de daarbij behorende voorzieningen; l. erfbeplanting en landschappelijke inpassing; m. onverharde paden.

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

21

3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. 3.2.2 Toegestane bouwwerken binnen bouwvlakken De onderstaande bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd: a. agrarische bedrijfsgebouwen en daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluitend is toegestaan: 1. ten behoeve van een reëel agrarisch bedrijf of een nog te ontwikkelen reëel agrarisch bedrijf; 2. onder de voorwaarde dat bestaande bedrijfsbebouwing, inclusief bebouwing die reeds in gebruik is voor statische opslag, eerst wordt aangewend ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering ; b. maximaal één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen per bouwvlak; c. permanente, tijdelijke, overige teeltondersteunende voorzieningen en teeltondersteunende kassen; d. paardenbakken; e. bouwwerken, geen gebouw zijnde, in de vorm van bedrijfsmatige voorzieningen, zoals voersilo's, sleufsilo's en voerplaten. 3.2.3 Toegestane bouwwerken binnen de gehele bestemming Binnen de gehele bestemming mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van agrarisch grondgebruik, waarbij voor perceelsafscheidingen geldt dat dit 'open' perceelsafscheidingen moeten zijn; b. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en overige teeltondersteunende voorzieningen; c.

ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan zoals banken, picknicktafels, informatieborden e.d. 3.2.4 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in de subleden 3.2.2 en 3.2.3, gelden de volgende regels: a. voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: 1. de afstand van gebouwen tot de bouwperceelgrens bedraagt minimaal 3 m; 2. de afstand van gebouwen tot de as van de weg bedraagt minimaal 15 m; b. voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: 1. de goothoogte bedraagt niet meer dan 7,50 m; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 13,00 m; 3. de dakhelling bedraagt minimaal 12° en maximaal 45° c. voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van permanente, tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,00 m; 2. de bouwhoogte van overige teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de te telen gewassen; 3.

voor het bouwen van teelondersteunende kassen geldt dat: deze uitsluitend binnen het bouwvlak zijn toegestaan de goothoogte bedraagt niet meer dan 6,00 m; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 7,50 m; de oppervlakte van teeltondersteunende kassen bedraagt niet meer dan 5000 m2; de afstand tussen kassen en (bedrijfs)woningen van derden bedraagt minimaal 25 m. 4. voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3,00 m; de omvang bedraagt niet meer dan 3 ha; d. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: 1. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6,00 m; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10,00 m; 3. de inhoud van de bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijgebouwen, bedraagt niet meer dan bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

22

750 m3, tenzij het een bestaande (woon)boerderij betreft, waarbij de inhoud van het hele bestaande boerderijlichaam/bouwmassa daarvan als maximum geldt. 4. de dakhelling bedraagt niet minder dan 30° en niet meer dan 55°; e. voor het bouwen van vrijstaande bijgebouwen bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels: 1. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bedraagt niet meer dan 100 m2; 2. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3,00 m; 3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 6,00 m; 4. de dakhelling bedraagt niet minder dan 30°; 5. de bijgebouwen moeten minstens 1,00 m achter de voorgevel of het verlengde van de (fictieve) voorgevel van de bedrijfswoning worden gesitueerd; f. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van een sleufsilo bedraagt niet meer dan 2,00 m; 2. de bouwhoogte van een stapmolen bedraagt niet meer dan 3,00 m; 3. de bouwhoogte van een mestbassin bedraagt niet meer dan 8,50 m; 4. de bouwhoogte van een voersilo of waterbassin bedraagt niet meer dan 12,00 m; 5. de bouwhoogte van een erfafscheiding bedraagt niet meer dan: 1,00 m vóór de (fictieve) voorgevelrooilijn; 2,00 m achter de (fictieve) voorgevelrooilijn; 6. de bouwhoogte van een carports en overkappingen bij de bedrijfswoning bedraagt niet meer dan 3,00 m; 7.

de bebouwde oppervlakte van carports en overkappingen bij de bedrijfswoning bedraagt niet meer dan 25 m2; 8. de bouwhoogte van een overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 6,00 m; 9. sleufsilo's zijn niet toegestaan vóór de voorgevel van de bedrijfswoning; g. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van 'open' perceelsafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,50 m; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2,00 m. 3.2.5 Maatvoering In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, het volgende: indien en voorzover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, danwel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Verkleinen afstand tot perceelsgrenzen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.2.4, onder a, sub 1 teneinde een kleinere afstand tot de bouwperceelsgrens toe te staan voor het bouwen van gebouwen, mits voldaan wordt aan de volgende bepalingen: a. de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling door middel van een AAB advies is aangetoond; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; c. de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden aangetast.

bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

23

3.3.2 Verkleinen afstand van bebouwing tot de weg Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.2.4, onder a, sub 2 teneinde de voorgeschreven minimum afstand van bebouwing tot de weg te verkleinen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de noodzaak voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling door middel van een AAB advies is aangetoond; b. de afstand van nieuwe bebouwing tot de as van de weg mag niet minder bedragen dan van bestaande reeds dichter bij die weg gelegen bebouwing; in afwijking hiervan behoeft indien het een bouwperceel betreft dat aan 2 of meer zijden direct grenst aan een weg, slechts tot 1 weg die afstand te worden aangehouden; c. er mogen geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; d. er dient voldoende parkeerruimte op het eigen erf aanwezig te blijven; e. de wegbeheerder dient te worden gehoord; f. de stedenbouwkundige structuur mag niet onevenredig worden aangetast; g. indien het een woning of ander geluidgevoelig object betreft, moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven.

3.3.3 Herbouw van de bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.2.2 onder b, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de bedrijfswoning wordt gesitueerd tussen de bedrijfsgebouwen en de openbare weg waarop het bouwperceel wordt ontsloten; b. de nieuwe situering van de bedrijfswoning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar; c. de nieuwe (situering van de) woning moet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; e. overtollige bebouwing wordt gesloopt binnen één jaar na realisatie van de nieuwe bedrijfswoning, hieronder ten minste begrepen de sloop van de bestaande bedrijfswoning. 3.3.4 Hogere erfafscheiding Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.2.4 onder g teneinde voor erf- en perceelsafscheidingen buiten de aanduiding 'bouwvlak' een grotere bouwhoogte toe te staan tot maximaal 2,00 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de grotere bouwhoogte is noodzakelijk om dieren binnen of buiten de betreffende agrarische gronden c.q.

de wei te houden, hieronder ook begrepen het beheersen van eventuele wildschade voor de agrarische productie; b. de erf- en perceelsafscheidingen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van 'open' perceelsafscheidingen; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de waarden die het plan beoogt te beschermen. 3.3.5 Vervangende nieuwbouw ten behoeve van nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en het bepaalde in 3.5.1 ten behoeve van nieuwbouw voor nevenactiviteiten, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen: a. nieuwbouw is mogelijk onder de volgende voorwaarden: 1. er is aangetoond dat het niet mogelijk is binnen de bestaande bebouwing deze nevenactiviteiten bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

24

b. c. d. e. f.

te realiseren of het betreft vervangende nieuwbouw van reeds als dusdanig in gebruik zijnde bebouwing; 2. er sprake is van zuinig ruimtegebruik; 3. alle overtollige bebouwing wordt gesloopt, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; de oppervlakte van de bebouwing niet meer bedraagt dan maximaal is toegestaan op grond van lid 3.1 of 3.5.1; de nieuwbouw is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar; er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen; het bouwperceel wordt landschappelijke ingepast voor ten minste 10% van het bouwvlak op grond van een bij de omgevingsvergunning op te nemen landschappelijke inpassingsplan; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven.

3.3.6 Paardenbak Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.2.2 sub d, ten behoeve van het bouwen van een paardenbak buiten de aanduiding 'bouwvlak' ten dienste van de bewoners van een bedrijfswoning of woning, gelegen binnen het bouwvlak aansluitend aan de paardenbak en het aldaar bouwen van andere bouwwerken ten dienste daarvan, mits; a. het ten hoogste één paardenbak betreft bij hetzelfde bouwperceel; b. de afstand van de gehele paardenbak tot de grens van het bouwvlak niet meer bedraagt dan 25 m; c. de afstand van de paardenbak tot de grens van het bouwvlak of het bestemmingsvlak van derden niet minder bedraagt dan 50 m;de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer dan 2,00 m bedraagt; d. de omvang van de paardenbak niet meer dan 1.000 m2 bedraagt; e. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; f. het bouwperceel wordt landschappelijke ingepast op grond van een bij de omgevingsvergunning op te nemen landschappelijke inpassingsplan. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Onder het gebruik van gronden en/of bouwwerken strijdig met de regels van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. detailhandel, behoudens het bepaalde in artikel 3.1 sub b; c. het gebruiken van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte; d. het gebruiken voor woondoeleinden en/of het bewonen van bedrijfsruimten; e. een aan huis verbonden bedrijf; f. het huisvesting van (tijdelijke) werknemers; g. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan, die een 10-6 risicocontour hebben die de bouwaanduiding 'bouwvlak' van de onderliggende bestemming overschrijdt; h. het gebruiken van gebouwen en bouwwerken voor het bedrijfsmatig houden dieren; i. mestbe- en -verwerking en vergisting, met uitzondering van het bepaalde in artikel 3.1 sub e; j. het gebruik van de gronden als manege; k.

het gebruik dat vergunningplichtig is krachtens het bepaalde in artikel 2.7, tweede lid Wet natuurbescherming, zoals dit luidt ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan, niet zijnde: 1. het bestaande gebruik overeenkomstig Wet natuurbescherming; 2. het gebruik dat vergund is op basis van artikel 2.7, tweede lid Wet natuurbescherming. bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

25

l.

het betreden met en beproeven van, racen of crossen met motoren of overige motorvoertuigen (lawaaisporten); m. verblijfsrecreatieve doeleinden zoals een staanplaats voor onderkomens of kamperen; n. als wedstrijd- of sportterrein en voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport; o. het beproeven en in gebruik hebben van geluidsapparaten en toestellen; p. het winnen van bosstrooisel of mos; q. boomgaarden binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van bestaande boomgaarden en vervanging van bestaande boomgaarden. 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het (doen laten) gebruiken van de als 'Agrarisch' bestemde gronden en bouwwerken is uitsluitend toegestaan, indien de landschappelijke inpassing ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke inpassing', overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, binnen 12 maanden na het in werking treden van het plan is aangelegd en als zodanig in stand wordt gehouden. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1 Nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het toestaan van andere nevenactiviteiten, met dien verstande dat: a. de navolgende nevenactiviteiten uitsluitend zijn toegestaan onder de navolgende voorwaarden: 1. Minicampings en de daarbij noodzakelijke voorzieningen: kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' of tot maximaal 50 m uit de aanduiding 'bouwvlak', en op een afstand van minimaal 25 m van de bestemming Wonen van derden; er zijn uitsluitend kampeermiddelen met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans), alsmede maximaal 1 trekkershut per agrarisch bedrijf toegestaan; er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan, uitsluitend in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zoals sanitaire voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de te gebruiken oppervlakte voor het plaatsen van kampeermiddelen bij een minicamping mag niet meer dan 10.000 m2 bedragen; 2.

Ondersteunende horeca: de omvang van de ondersteunende horeca bedraagt niet meer dan 30% van het totale overdekte en omsloten bruto vloeroppervlak van de hoofdactiviteit tot een maximum van 100 m2; er is tevens een terras toegestaan met een maximale oppervlakte van 50 m2; de ondersteunende horeca is uitsluitend toegestaan ter ondersteuning van het agrarisch bedrijf en nevenactiviteiten; zelfstandige feesten en partijen zijn niet toegestaan; ontsluiting vindt plaats via de hoofdonstsluiting van het perceel. 3. Agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf: de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 500 m2; detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; de nevenactiviteit behoort tot milieucategorie 1 of 2 van de in Bijlage 2 alsmede naar aard en omvang vergelijkbare activiteiten; 4. Niet-agrarisch bedrijf: de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 500 m2; detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; de nevenactiviteit behoort tot milieucategorie 1 of 2 van de in Bijlage 2 opgenomen Bedrijvenlijst, alsmede naar aard en omvang vergelijkbare activiteiten; bestemmingsplan Nijssenstraat 4 te Haghorst ontwerp

26

b. c. d. e. f. g. h. i. j.

5. Verbrede landbouw gericht op bewerking en waardevermeerdering van op het eigen bedrijf geproduceerde producten, zoals een ijs- of kaasmakerij: de vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 500 m2; de nevenactiviteit behoort tot milieucategorie 1 of 2 van de in Bijlage 2 opgenomen Bedrijvenlijst, alsmede naar aard en omvang vergelijkbare activiteiten; nevenactiviteiten alleen naast en ondergeschikt aan de agrarische bedrijfsvoering mogen plaatsvinden; indien de nevenactiviteit (deels) een inpandige activiteit betreft dan moet deze nevenactiviteit plaatsvinden in de bestaande bebouwing; maneges niet zijn toegestaan; ten behoeve van de nevenactiviteit ondergeschikte en ondersteunende routegebonden horeca is toegestaan, zoals de verkoop van ijs, thee e.d.; detailhandel uitsluitend is toegestaan in ondergeschikte, aan de nevenactiviteit gerelateerde vorm en de verkoopvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m2; de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit moet zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; er op het eigen terrein en binnen het bouwvlak moet worden voorzien in de parkeerbehoefte; het bouwperceel wordt voorzien van een landschappelijke inpassing op grond van een bij de omgevingsvergunning op te nemen landschappelijke inpassingsplan; de nevenactiviteiten niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waarden die het plan beoogt te

beschermen.

3.5.2 Huisvesting van tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 3.4.1 onder f ten behoeve van huisvesting van tijdelijke werknemers op zowel tijdelijke als structurele arbeidsplaatsen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de huisvesting vindt plaats ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. de huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten; c. de huisvesting vindt enkel plaats binnen de bestaande bebouwing; d. indien de huisvesting plaatsvindt in een bedrijfsgebouw, dan gelden dat de huisvesting van (tijdelijke) werknemers noodzakelijk is vanwege een seizoensgebonden arbeidsbehoefte; e. indien de huisvesting plaatsvindt binnen de bedrijfswoning, dan gelden de volgende bepalingen: 1. de huisvesting van (tijdelijke) werknemers is noodzakelijk vanwege een niet seizoensgebonden arbeidsbehoefte; 2. de huisvesting mag het gehele kalenderjaar plaatsvinden; 3. het aantal werknemers dat in de bedrijfswoning wordt gehuisvest, bedraagt niet meer dan 6 personen; f. de omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur dat de arbeidsbehoefte bestaat; g. de gebruiksvloeroppervlakte, die wordt aangewend voor de huisvesting van tijdelijke werknemers mag niet meer bedragen dan 500 m2; h.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11457493/1