10 bp Larestraat1A (3 bijlage Toelichting)
Tekst van het document
4.6.3.2 Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die zijn aangeduid in het kader van het aspect externe veiligheid. Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied voor gevaar vanuit inrichtingen. 4.6.3.3 Transport In de omgeving van het plangebied zijn geen transportroutes gelegen die zijn aangeduid in het kader van het aspect externe veiligheid. De meest dichtbij gelegen transportroute betreft de N269, op meer dan 700 meter afstand. Op een dergelijke afstand zal interactie normaliter niet plaatsvinden. Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied voor gevaar vanuit inrichtingen. 4.6.3.4 Conclusie Herbestemming van het plangebied is geen bezwaar in het kader van externe veiligheid.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
4.7
Flora en fauna
4.7.1 Inleiding Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.
4.7.2 Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden. Navolgende figuur geeft een kaart met de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden.
Figuur 26: Ligging plangebied (aangeduid met een rode marker) ten opzichte van Natura-2000 gebieden
De dichtst bij het plangebied gelegen Natura-2000 gebied betreft ‘Kempenland-West’, op circa 2 kilometer ten oosten en westen van het plangebied. De beoogde herbestemming ziet toe op het saneren van een varkensbedrijf. Het bedrijf wordt her bestemd in een paardenhouderij met nevenfuncties in de vorm van vier recreatieve verblijfseenheden en statische opslag. Middels het saneren van de varkenstak wordt 4.773 kilo ammoniak uit de markt genomen. Deze beoogde herbestemming heeft enkel een positieve invloed op het Vogel- en Habitatrichtlijngebied.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
4.7.3 Soortenbescherming Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een plan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. De beoogde herbestemming omvat de herbestemming van een bestaande agrarische bedrijfslocatie voor de intensieve veehouderij naar een agrarisch bedrijf voor de paardenhoderij
met
nevenactiviteiten in de vorm van statische opslag en vier recreatieve verblijfseenheden. Om de herbestemming te realiseren wordt bebouwing gesaneerd. Om uit te sluiten dat de beoogde ontwikkeling in strijd is met de Wet natuurbescherming is een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. Het volledige rapport maakt als bijlage deel uit van dit bestemmingsplan. “Resultaten en advies Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen uilen, huismus en gierzwaluw zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord. De biotopen blijven behouden. Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie Larestraat 1a in Esbeek een zekere landschappelijke waarde heeft die met duurzame zorg gewaarborgd kan worden. Het erf functioneert aantoonbaar als leefgebied voor diverse soorten dieren, waarvoor verbeteringen zullen ontstaan. De intensieve varkenshouderij maakt plaats om de bestaande paardenfokkerij uit te breiden, tevens wordt er op de plaats waar nu de varkensstallen staan in de toekomst een schuur gebouwd met enkele recreatie appartementen.
De aangetroffen en potentieel voorkomende soorten zijn merendeels algemene cultuur volgende soorten, juridisch vallend onder het lichte beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Met
de
herontwikkeling
worden
meer
groenstructuren
aangeplant
waardoor
foerageermogelijkheden voor onder andere huismussen worden verbeterd.” De beoogde ontwikkeling is geen bezwaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
4.8
Water
4.8.1 Inleiding Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap De Dommel.
4.8.2 Beleidskader 4.8.2.1 Waterbeheerplan 2022-2207 Vanaf 1 januari 2022 geldt het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5). Hiermee wil waterschap De Dommel de watertransitie in gang zetten: een aanpak die moet zorgen voor een toekomstbestendig watersysteem. Het Waterbeheerprogramma schetst de visie en ambities van het waterschap voor de lange termijn (2050). In 2050 wil De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past. Dat laatste wil zeggen; een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving én zorgt voor een goede waterkwaliteit. In de komende planperiode, die loopt van 2022 tot en met 2027, starten we met de watertransitie. We zien de wateropgaven niet als een optimalisatieprobleem, maar gaan fundamenteel anders te werk. We ontwikkelen vanuit de huidige situatie (A) naar de gewenste situatie in 2050 (B) via de werkwijze die de gewenste situatie in 2050 (B) vraagt. Dat vraagt om een omslag in denken en handelen van zowel het waterschap, onze gebiedspartners als alle watergebruikers. Daarbij zullen drie principes inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie. De drie richtinggevende principes zijn: 1. Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt 2. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan 3.
Wat schoon is moet schoon blijven De beoogde herontwikkeling past binnen de gestelde principes voor de komende periode. Binnen het plangebied vindt ontstening plaats en het hemelwater wordt in zijn geheel geïnfiltreerd op het eigen perceel. Door het weg bestemmen van het agrarische bedrijf wordt extensiever gebruik gemaakt van het perceel wat de bodemkwaliteit positief beïnvloed. 4.8.2.2
Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen
De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen de 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m².
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
Binnen het plangebied neemt de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen af met circa 1.600 m². Op basis van de ‘Algemene regels Keur 2015’ geldt voor een dergelijke ontwikkeling een vrijstelling van het verbod voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam.
4.8.3 Keur Waterschap De Dommel Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de Keur waarop het plangebied indicatief met zwarte cirkel is aangeduid.
Figuur 27: Uitsnede Keurkaart
Het plangebied is op de kaart behorende bij de ‘Keur Waterschap De Dommel 2015’ gedeeltelijk aangewezen als gelegen in een beschermd gebied voor de waterhuishouding. Het plangebied is tevens aangewezen als gelegen binnen het ‘beekdal’, ten oosten van het plangebied ligt een awatergang. De beoogde herontwikkeling heeft een positieve uitwerking op de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en is dan ook niet in strijd met de regels die gelden voor beschermde gebieden.
4.8.4 Waterparagraaf Binnen het plangebied vindt een afname van verharding plaats. De bodem bestaat uit Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand (zEZ23). De GHG bedraagt circa binnen het erf 40 tot 80 cm-mv. Navolgende figuur geeft een kaart met de GHG ter plaatse van het plangebied.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
Figuur 28: GHG ter plaatse van het plangebied
Voor de nieuw te realiseren gebouwen is nog niet bekend hoe het hemelwater wordt afgevoerd. In de vergunningsaanvraag voor het bouwen wordt dit nader uitgewerkt. Aanbevolen wordt om ten behoeve van deze voorzieningen nieuwe (gescheiden) hemelwaterinfiltratievoorzieningen te creëren. De waterberging kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door een groen (mos)dak op de gebouwen, of het afvoeren van hemelwater door een transportriool of goot naar een verlaging in het maaiveld, een natuurlijke vijver of combinaties hiervan. De voorziening dient binnen 48 uren weer beschikbaar te zijn voor een herhalingsbui. Bij het aanleggen van de infiltratievoorzieningen dient rekening te worden gehouden met een GHG van 40-80 cm-mv. Voorbeelden van deze manieren van infiltreren zijn weergeven navolgende figuur.
Figuur 29: voorbeelden infiltratievoorzieningen
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
Een infiltratieriool moet boven de GHG liggen zodat het in natte perioden geen drainerende functie krijgt. Binnen het plangebied is dat geen bezwaar. Een bovengrondse voorziening is goedkoper, minder onderhoudsgevoelig en minder fout gevoelig dan een ondergrondse voorziening. Uiteraard dient de infiltratievoorziening over voldoende capaciteit te beschikken.
4.8.5 Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
4.8.6 (Voor)overleg waterschap De Dommel Middels het vooroverleg heeft het waterschap aangegeven dat ter plaatse van het Spruitenstroompje meerdere waterbelangen aan de orde zijn die door het plan (kunnen) worden geraakt. Hierover heeft vervolgens meermaals overleg en afstemming plaatsgevonden tussen het waterschap, de gemeente en initiatiefnemer. Uiteindelijk heeft dat alsnog tot een formele zienswijzen geleid van het waterschap aangaande de exacte (digitale) ligging van specifieke gebieden die niet helemaal in overeenstemming blijken te zijn geweest. Op hoofdlijnen is de ontwikkeling van de nieuwe activiteiten verder naar het westen toe verlegd als gevolg van de verschillende waterbelangen. In eerste instantie betrof dat met name het vrijhouden van de aangeduide ‘ecologische verbindingszones’ en het ‘zoekgebied watersysteem’ van bebouwing. Ook zijn de recreatieve nevenactiviteiten verplaatst van de oostzijde van het bouwperceel (in het voorontwerp bestemmingsplan) naar de westzijde van het bouwperceel (ontwerp bestemmingsplan). Vanuit de Keur is vervolgens ook ingebracht door het waterschap dat deze zone wordt voorzien van een regeling die het gebied ‘obstakel vrij’ houdt met het oog op de toekomstige realisatie van de ecologische verbinding en het beoogde beekherstel van het Spruitenstroompje.
Dat wil zeggen dat in de regels geen nieuwe permanente obstakels worden toegestaan die die realisatie in de weg zouden kunnen staan of bemoeilijken. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan het verzoek van het waterschap.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
44
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
4.9.1 Archeologie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed: roerend (cultuurgoederen en verzamelingen) en onroerend (monumenten en archeologie). De Erfgoedwet kent nieuwe bepalingen voor gemeenten. Zo kunnen gemeenten een gemeentelijke erfgoedverordening vaststellen en dienen gemeenten een erfgoedregister bij te houden. Ook dient het college van burgemeester en wethouders het voornemen om cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekendmaken. De gemeente Hilvarenbeek heeft haar eigen archeologische verwachtings- en beleidskaart opgesteld. Navolgende figuur toont de archeologische verwachting ter plaatse van het plangebied. Het plangebied is hierbij zwart omcirkeld.
Figuur 30: Aanduiding plangebied op de Archeologische beleidskaart gemeente Hilvarenbeek met legenda
Het plangebied is op de erfgoedkaart aangeduid als deels gelegen in ‘Categorie 4’ (Gebied met een hoge archeologische verwachting) en deels in ‘Categorie 6’ (Gebied met een middelhoge archeologische verwachting). In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. Deze herbestemming leidt niet tot roering van nog ongeroerde gronden binnen het plangebied. Nieuwe bebouwing wordt opgericht ter plaatse van bestaande varkenstallen. De vigerende
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
45
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
dubbelbestemmingen blijven ongewijzigd gehandhaafd zodat zeker gesteld blijft dat ook in de toekomst geen archeologische waarden verloren gaan.
4.9.2 Cultuurhistorie 4.9.2.1 Beleidskader cultuurhistorie Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg (MoMO) dient binnen een bestemmingsplan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Als gevolg van de MoMo dient cultuurhistorie gebiedsgericht benaderd te worden, dus niet te veel focus op losse elementen, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. 4.9.2.2 Toets plangebied Navolgende figuur geeft een uitsnede van de cultuurhistoriekaart van de gemeente Hilvarenbeek waarop de ligging van het plangebied is aangeduid.
Figuur 31: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart voor het plangebied (aangeduid met zwarte cirkel) en de omgeving
Het plangebied is gesitueerd aan een oude weg, en lijn redelijk hoge waarde. Verder is het plangebied gelegen in een cultuurhistorisch landschap ‘Landgoederen ten zuiden van Tilburg’. Het gebied bestaat uit een ensemble van oude en jongere landgoederen. Bijzonder voor dit gebied zijn de middeleeuwse hoeves en buurtschappen (met kleine akkercomplexen) die de kern vormden van de landgoederen of die daarin zijn opgenomen. Dun, Teulder, Gorp en Lamenakker zijn grotendeels) verdwenen buurtschappen met beboste akkercomplexen (wüstungen). De beoogde herontwikkeling van het plangebied leidt niet tot aantasting van cultuurhistorische warden.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
46
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
4.10 Mer-beoordeling Op 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst en die een omvang heeft die beneden de drempelwaarden ligt een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Dit bestemmingsplan ziet toe op herbestemming van de bedrijfswoning bedrijfsbebouwing van een agrarisch bedrijf. Het plangebied is thans bestemd als intensieve veehouderij en wordt her bestemd als paardenhouderij (72 paarden en 20 schapen) met een recreatieve nevenactiviteit in de vorm van vier recreatieve verblijfseenheden en statische opslag. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS 12 juni 2019, no. 201807060/1/R1) overwogen dat het antwoord op de vraag of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Voor onderhavige ontwikkeling is onderdeel D categorie 14 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. relevant. Omdat het vergunde aantal dieren de drempelwaarden van categorie D14 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
niet overschrijdt is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
47
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
5 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 5.1
Inleiding
Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.
5.2 De
Algemene toelichting verbeelding verbeelding
heeft
een
belangrijke
rol
bij
het
bepalen
van
de
gebruiks-
en
bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, gebiedsaanduidingen en functieaanduidingen opgenomen.
5.3
Algemene toelichting regels
De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -
Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);
-
Gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);
-
Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);
-
Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).
Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: -
Bestemmingsomschrijving;
-
Nadere detaillering van de bestemming
-
Bouwregels;
-
Afwijken van de bouwregels
-
Specifieke gebruiksregels;
-
Afwijken van de gebruiksregels;
-
Omgevingsvergunning voor het aanleggen.
De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
48
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
5.4
Toelichting bestemmingen
5.4.1 Agrarisch De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een paardenhouderij met akkerbouwtak en nevenactiviteiten in de vorm van maximaal vier recreatieve verblijfseenheden van maximaal 250 m² vloeroppervlak en 1.000 m² statische opslag.
5.4.2 Waarde – Archeologie 1 De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/verzamelaars in bestaand natuurgebied.
5.4.3 Waarde – Archeologie 2 De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende
bestemmingen,
mede
bestemd
voor
de
bescherming
van
de
middelhoge
verwachtingswaarde en hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager / verzamelaars buiten natuurgebieden.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
49
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
6
FINANCIËLE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid en Grexwet
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. In deze wet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de toevoeging van één hoofdgebouw, waarmee de Grexwet niet van toepassing is. Met herbestemming van het plangebied wordt een voormalige agrarische bedrijfslocatie herbestemd naar een passende andere herbestemming. Dit is noodzakelijk voor een toekomst bestendig gebruik van de bestemming. Het plan is economisch uitvoerbaar voor de initiatiefnemer. De gemeente Hilvarenbeek zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De anterieure overeenkomst wordt getekend voor het bestemmingsplan in procedure gaat.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het plan wordt door de initiatiefnemer toegelicht aan de omgeving. Een verslag van de deze omgevingsdialoog wordt als bijlage opgenomen bij deze toelichting. Dit bestemmingsplan wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van zienswijzen op het bestemmingsplan vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden het bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.
6.3
Wettelijk vooroverleg
Volgens artikel 3.1.1 Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling daarover overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen, en diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn met de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en waterschap De Dommel zijn in het kader van deze procedure betrokken in het vooroverleg.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
50
Bestemmingsplan ‘Larestraat 1a Esbeek’ - Toelichting
6.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 2 juni 2022 tot en met 13 juli 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er is één zienswijze ingediend door waterschap De Dommel. Deze zienswijze heeft geleid tot wijziging van het bestemmingsplan. De aanduiding ‘overige zone – zoekgebied watersysteem’ is verbreed naar 25 meter, gemeten vanaf de steek van de A-watergang. Ook het bouwvlak is hierop aangepast.
6.5
Participatie
In het kader van een zorgvuldige omgevingsdialoog is het plan toegelicht aan de omwonenden. Een verslag hiervan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
VASTGESTELD
Crijns Rentmeesters bv
51