10 bp Biestsestraat 26 (4a Bijlagen toelichting)
Tekst van het document
Locatie plangebied
Kaart 2: Luchtfoto locatie plangebied Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker in het streekgebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
9 van 35
Locatie plangebied
Kaart 3: Detail luchtfoto locatie plangebied
Kaart 4: Ecotopen binnen het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
10 van 35
Foto 2: Impressie buitenzijde kerkgebouw.
Foto 3: Openingen langs houten dakrand.
Foto 4: Galmgaten zijn in verleden afgedicht..
Foto 5: Openingen langs houten dakrand.
Foto 6: Ventilatiegaten zijn afgedicht met rooster.
Foto 7: Openingen langs houten dakrand.
Foto 9: Muurvaren (Asplenium ruta-ruralis).
Foto 9: Noordgevel kerkgebouw.
Foto 11: Openingen langs houten dakrand.
Foto 12: Openingen langs houten dakrand
Foto 13: Openingen langs houten dakrand.
Foto 14: Openingen langs houten dakrand.
Foto 15: Openingen bij aansluiting regenpijp.
Foto 16: Openingen bij aansluiting regenpijp.
Foto 8: Muurvaren (Asplenium ruta-ruralis).
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
11 van 35
Foto 17: Openingen bij loodbeslag dak.
Foto 18: Kerkuilenkast in dakkapel.
Foto 19: Kerkuilenkast in dakkapel.
Foto 20: Interieur kerkgebouw - verkoopruimte brocante.
Foto 21: Uitwerpselen vleermuizen in trapgat toren.
Foto 22: Uitwerpselen vleermuizen op zolderruimte.
Foto 24: Zolderruimte.
Foto 25: Zolderruimte.
Foto 26: Zolderruimte.
Foto 27: Zolderruimte met dakkapel (glazen raam).
Foto 28: Zolderruimte.
Foto 29: Toegang tot galmgaten toren.
Foto 30: Toren met afgesloten ramen (glas).
Foto 31: Trapgat toren.
Foto 23: trapgat toren.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
12 van 35
Foto 2: Kerktuin achterzijde.
Foto 3: Boomholte.
Foto 4: Boomholte.
Foto 5: Boomholte.
Foto 6: Schuur in achtertuin.
Foto 7: Interieur schuur achtertuin.
Foto 9: Opening in voormalig kippenhok achtertuin.
Foto 9: Uitwerpselen marterachtige op stenen tegen voormalig kippenhok.
Foto 12: Schuilplaatsen marterachtigen in achtertuin langs gevel kerkgebouw.
Foto 13: Tuin aan zuidgevel kerkgebouw.
Foto 8: Voormalig kippenhok achtertuin.
Foto 11: Interieur voormalig kippenhok.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
13 van 35
Beschermde gebieden in de omgeving Beschermde gebieden met de aangewezen status van Natura 2000-gebied zijn op enige afstand van het plangebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt binnen een afstand van 3 km afstand en betreft het Natura-2000 gebied Kempenland-West. Het betreft hier uitsluitend het stroomgebied van de Reusel. Ten oosten van deze planlocatie bevindt zich NatuurNetwerk Brabant, de afstand tot de planlocatie is gemiddeld 350 – 450 meter (langs Zuid-Willemsvaart) en ten zuiden van Biest-Houtakker.
Locatie plangebied
Locatie plangebied
Kaart 6: Natuurnetwerk Nederland / Natuurnetwerk Brabant in nabijheid (770m) van het plangebied. [BRON: KAARTBANK.BRABANT.NL/NATUURBEHEERPLAN]
Kaart 5: Locatie plangebied Biestsestraat 26, Biest-Houtakker. = Natura 2000 gebieden (aanwezig binnen straal van 3 km t.o.v. plangebied) Natura 2000 – Kempenland West [Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/]
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
14 van 35
5
Resultaten Quickscan / Toetsing aan wet en regelgeving
Aangezien de voorgenomen ingreep valt onder de categorie ruimtelijke ordening wordt hier voor beschermde soorten uit Wet Natuurbescherming een nadere beoordeling gemaakt. Op basis van de aanwezige ecotopen, het onderzoek te velde en het literatuur- en bronnenonderzoek is een inschatting gemaakt van (mogelijk) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Uitgaande van de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en de te verwachten effecten van de ingreep is een toetsing aan de Wet natuurbescherming en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant uitgevoerd. Deze toetsing geeft aan welke (mogelijke) negatieve effecten te verwachten zijn voor beschermde soorten. De toetsing geeft ook aan of aanvullende onderzoeken wenselijk zijn. Tevens geeft de toetsing aan of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming dan wel Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant vereist is. De toetsing richt zich ook op het uitsluiten van negatieve effecten op omliggende beschermde gebieden (Wet natuurbescherming). Of, indien negatieve effecten op omliggende beschermde gebieden niet zijn uit te sluiten, het wenselijk is hiernaar nader onderzoek te doen. 5.1
Vaatplanten
Er zijn in het plangebied géén Vaatplanten aangetroffen die een Rode Lijst status hebben of die onder de voormalige Flora- en Faunawet een beschermde status hadden (nu Zorgplicht). Uit verspreidingsgegevens (Verspreidingsatlassen) en andere externe bronnen zijn ook geen aanwijzingen dat ‘beschermde’ Vaatplanten in de nabijheid van het plangebied voorkomen. De inrichting van het plangebied en recente gebruik geven aan dat er redelijkerwijs geen beschermde Vaatplanten verwacht kunnen worden. •
5.2
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voor Vaatplanten veroorzaken. Zoogdieren
Tijdens het veldonderzoek is gekeken naar de aanwezigheid van geschikt leefgebied van (beschermde) Zoogdieren. (Spits)Muizen Het plangebied kent kenmerken van biotoop van in Nederland voorkomende beschermde Muizen of Spitsmuizen. Het betreft hier Huisspitsmuis. Echter is deze soort vrijgesteld door de provincie NoordBrabant voor ruimtelijke ontwikkeling hetgeen het hier betreft. Op het erf zullen algemene soorten als Huismuis en Bruine rat voorkomen. Echter hebben deze dieren naast de reguliere zorgplicht geen bescherming vanuit de Wet natuurbescherming. •
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voor (Spits)muizen veroorzaken.
Marterachtigen Uit literatuur- en bronnenonderzoek blijkt dat Steenmarter (Mustela foina) op een afstand van 0-1 km. van het plangebied is waargenomen. Boommarter (Martes martes), Bunzing (Mustela putorius) en Wezel (Mustela nivalis) op een afstand van 1-5 km. Er zijn geen meldingen van Marterachtigen bekend die betrekking hebben op het plangebied of de directe omgeving van het plangebied. Tijdens het veldonderzoek voor deze quickscan is in de
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
15 van 35
achtertuin van het kerkgebouw op een stapel stenen bij een voormalig kippenhok oude uitwerpselen vaneen Marterachtige gevonden. Het voormalige kippenhok, maar ook aanwezig dicht struweel kan schuilplaatsen voor Marterachtigen herbergen. Hoewel er geen verse sporen van Marterachtigen in de kerktuin achter het kerkgebouw zijn aangetroffen, kan gezien aanwezigheid van Marterachtigen in de omgeving en de home-range van deze soorten aanwezigheid en functioneel gebruik van de kerktuin niet worden uitgesloten. De kerktuin biedt geschikt foerageergebied met aanwezigheid van prooidieren. Aangezien de planlocatie zeer geschikt is voor Marterachtigen is ondanks de aard van de werkzaamheden binnen het plangebied (inpandige verbouwing) verstoring van Marterachtigen niet uit te sluiten. •
•
•
Met de voorgenomen plannen, is aantasting van het leefgebied van redelijkerwijs niet geheel uit te sluiten. Overtreding van de Wet natuurbescherming / Interim Omgevingsverordening NoordBrabant ten aanzien van Marterachtigen kan ontstaan. Geadviseerd wordt om aanvullend onderzoek naar aanwezigheid van Marterachtigen uit te voeren om daadwerkelijke aanwezigheid en frequentie van functioneel gebruik vast te stellen dan wel uit te sluiten. Dit aanvullend onderzoek dient plaats te vinden conform de richtlijnen zoals gesteld in de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Provincie NoordBrabant/Zoogdiervereniging).
Rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) Er zijn waarnemingen van Rode eekhoorn bekend binnen een straat van 0-1 km. In en nabij het plangebied zijn geschikte bomen of bosopstanden aanwezig, waardoor habitat voor de soort aanwezig kan zijn. Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen of nesten van Rode eekhoorn aangetroffen. Het is hierdoor redelijkerwijs uit te sluiten dat de kerktuin achter het kerkgebouw essentieel leefgebied vormt voor Rode eekhoorn. Buiten incidentele aanwezigheid zal de voorgenomen ingreep geen negatieve invloed zal hebben op de soort. • De Wet natuurbescherming / Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt ten aanzien van Rode eekhoorn niet overtreden. Vleermuizen In de omgeving (binnen een straal van 5 km) zijn waarnemingen bekend van een aantal Vleermuissoorten, weergegeven in onderstaande tabel. Afstand tot plangebied
Nederlandse soortnaam
Wetenschappelijke benaming
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
0-1 km
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
0-1 km
Franjestaart
Myotis natereri
0-1 km
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula
1-5 km
Gewone/grijze grootoorvleermuis
Plecorus spec.
1-5 km
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus natusii
1-5 km
Binnen het plangebied en direct nabij het plangebied zijn bomen aanwezig zijn met holtes, kieren of spleten die kunnen duiden op verblijfplaats van boombewonende Vleermuizen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
16 van 35
In de muur zijn geen stootvoegen aanwezig die toegang geven tot de spouw. In de gevel aanwezige ventilatiegaten zijn voorzien van een rooster en bieden ook geen toegang voor Vleermuizen. Aan de gevel van het kerkgebouw zijn echter wel openingen aangetroffen; o.a. langs dakranden en bij loodbeslag van het dak. Gebouwbewondende Vleermuissoorten kunnen hierdoor toch toegang hebben tot achterliggende ruimtes. Zowel in trapgat van de toren als in de zolderruimte zijn uitwerpselen van Vleermuizen aangetroffen tijdens het veldonderzoek voor deze quickscan. Functioneel gebruik van het kerkgebouw door gebouwbewondende Vleermuissoorten is niet uit te sluiten. Het is op basis van het veldonderzoek en de aangetroffen situatie aan de buiten- en binnenzijde van het gebouw aannemelijk dat gebouwbewonende Vleermuizen aanwezig zijn in het te renoveren kerkgebouw. Tevens is ook, door de aanwezigheid van boomholtes in bomen van de kerktuin aan de achterzijde van het kerkgebouw, aanwezigheid van boombewonende Vleermuissoorten niet uit te sluiten. •
•
•
Bij verwezenlijking van de voorgenomen ingreep kan niet worden uitgesloten dat de Wet natuurbescherming / Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt t.a.v. Vleermuissoorten wordt overtreden. Nader onderzoek op het gebied van gebouwbewonende Vleermuizen is noodzakelijk om hier uitsluitsel over te geven. Onderzoek naar aanwezigheid van en functioneel gebruik van het kerkgebouw door Vleermuizen dient plaats te vinden conform het geldende Vleermuisprotocol en de richtlijnen van de Kennisdocumenten van BIJ12 aangaande Vleermuizen. Dit onderzoek zal zich moeten richten op aanwezige soorten, aantallen, verblijfslocatie en functioneel gebruik (kraamverblijf, zomerverblijf, paar-/baltsverblijf, (massa-)winterverblijf. Indien in de achterliggende kerktuin bomen worden gekapt, dient ook hier onderzoek te worden uitgevoerd naar boombewonende Vleermuissoorten en het functioneel gebruik van de boomholtes en tuin.
Overige zoogdieren Gezien de aard van het plangebied is het mogelijk dat Egel (Erinaceus europaeus) in het plangebied aanwezig is. Er zijn geschikte groenstructuren voor egel in de direct omgeving van het plangebied waargenomen. Incidentele aanwezigheid in het plangebied is dan ook niet uitgesloten. • •
5.3
Zorgplicht. Houdt rekening met aanwezigheid van Egel. Voorkom opslag van materialen waaronder Egels kunnen gaan verblijven. Het doden of verwonden van Egels is verboden middels de Wet natuurbescherming. Als Egel wordt waargenomen voorafgaand of tijdens werkzaamheden dienen deze dieren zichzelf in veiligheid te kunnen brengen of hierbij te worden geholpen. Vogels
Het plangebied is tijdens het veldonderzoek geïnspecteerd op mogelijke aanwezigheid van Vogels waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) jaarrond beschermd zijn. Tevens is gekeken naar Vogelsoorten die (mogelijk) in het plangebied kunnen broeden. Weide-/akkervogels en pleisterende wintergasten Gezien biotoop van Weide- en akkervogel binnen het plangebied volledig ontbreekt is het redelijkerwijs uit te sluiten dat een wetsovertreding op deze soorten in het gebied kan plaatsvinden.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
17 van 35
Omliggende akkervelden kunnen wel door Weide- en akkervogels worden gebruikt als broedplaats. Deze liggen echter buiten de invloedsfeer van de voorgenomen ingrepen. Huismus (Passer domesticus) / Ringmus (Passer montanus) Er zijn tijdens het veldbezoek geen Huismussen/Ringmussen waargenomen op en nabij het plangebied. Aan de buitenzijde van het kerkgebouw zijn geen geschikte nestplaatsen aanwezig (o.a. bij dakgoten). In de kerktuin aan de achterzijde van het kerkgebouw zijn geen Huismussen/Ringmussen aangetroffen, evenmin zijn oude nesten in struiken en struweel gevonden. In het stedelijke gebied van Biest-Houtakker komen Huismussen en Ringmussen voor. Dit stedelijke gebied biedt voldoende plekken om te foerageren en de geliefde stofbaden van Huismussen zijn alom vertegenwoordigd. Vanwege de aan de binnenzijde geplande werkzaamheden is het redelijkerwijs uit te sluiten dat de aanwezige populatie Huismussen/Ringmussen nadelige effecten zal ondervinden. Gierzwaluw (Apus apus) De planlocatie biedt geen geschikte nestgelegenheid voor Gierzwaluwen. In het dak van het kerkgebouw (aaneensluitende leistenen) zijn geen invliegopeningen aanwezig die groot genoeg zijn voor Gierzwaluwen. De galmgaten in de kerktoren zijn in het verleden afgesloten voor vogels. Aantasting, vernietiging of verstoring van nestplaatsen van Gierzwaluw is redelijkerwijs uit te sluiten.
Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea) In de directe omgeving van het plangebied (0-1 km.) zijn waarnemingen bekend van Grote gele kwikstaart. Het plangebied kent echter geen kenmerken van geschikt biotoop van deze soort. Ook in het naastgelegen gebied zijn deze kenmerken afwezig. Roofvogels, Uilen, e.a. Uit bronnenonderzoek blijkt dat binnen een straal van 1 km. waarnemingen zijn gedaan van tien jaarrond beschermde Roofvogels, te weten: Boomvalk, Buizerd, Havik, Kerkuil, Ransuil, Ooievaar, Roek, Sperwer, Steenuil en Wespendief . Geschikte nestgelegenheden (m.u.v. Kerkuil (Tyto alba)) ontbreken echter binnen het plangebied en zijn in de directe nabijheid evenmin aanwezig. Ook ontbreken geschikte roestplaatsen (m.u.v. Kerkuil) binnen en nabij het plangebied. Dergelijke vaste roestplaatsen, nesten of nestgelegenheden zijn tijdens het veldonderzoek voor deze quickscan niet aangetroffen in of nabij het plangebied. Uitzondering vormt de aanwezigheid van een Kerkuilenkast in een dakkapel aan de oostzijde van het kerkgebouw. Er waren echter geen sporen van gebruik zichtbaar (geen zogenaamde ‘krijtstrepen’ van uitwerpselen en geen braakballen). Op de kerkzolder zijn wel oude ‘krijtstrepen’ en enkele oude braakballen gevonden. Er werden echter geen verse sporen aangetroffen. In het verleden is de kerkzolder en de kerktoren is volledig afgesloten voor vogels.
Blijkbaar heeft men hierbij besloten om toch broedgelegenheid voor Kerkuil te creëren door plaatsing van een Kerkuilenkast. Huidig gebruik van de Kerkuilenkast kan niet worden uitgesloten ondanks ontbreken van recente sporen. •
•
Bij verwezenlijking van de voorgenomen ingreep kan niet worden uitgesloten dat de Wet natuurbescherming / Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt t.a.v. Kerkuil wordt overtreden. Ondanks dat de voorgenomen werkzaamheden voornamelijk inpandig plaats zullen vinden is verstoring van nestgelegenheid van Kerkuil niet uit te sluiten.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
18 van 35
•
Aanvullend onderzoek naar Kerkuil is nodig om daadwerkelijk gebruik van de Kerkuilenkast vast te stellen. Dergelijk aanvullend onderzoek dient plaats te vinden conform de richtlijnen van het Kennisdocument van BIJ12 aangaande Kerkuil.
Overige Vogels De begroeiing rondom de bebouwing van het plangebied (kerktuin) biedt geschikt broedbiotoop voor een aantal algemene Vogelsoorten. Nesten van deze Vogelsoorten zijn beschermd volgens de Wet natuurbescherming als deze in gebruik zijn. Voorkom verstoring bij werkzaamheden en aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting of voorkom broedgevallen. •
•
Het is op basis van het veldbezoek en de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden, niet te verwachten dat de geplande ingrepen negatieve gevolgen hebben voor jaarrond beschermd leefgebied van Vogels in algemene zin, Huismussen en Gierzwaluw in algemene zin. In algemene zin dient dan nog de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van broedgevallen van alle Vogelsoorten. Aangezien alle Vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor het broedseizoen géén vaste periode geldt. Controle op mogelijk aanwezige broedende vogels dient plaats te vinden vóór aanvang van en tijdens de werkzaamheden.
5.4
Reptielen
Gezien de aard en ligging van het plangebied met de daarin voorkomende ecotopen zijn Reptielen in het plangebied redelijkerwijs niet te verwachten en is aantasting van het leefgebied door de voorgenomen ingreep redelijkerwijs uit te sluiten. •
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Interim Omgevingsverordening van Noord-Brabant voor Reptielen veroorzaken.
5.5
Vissen en Amfibieën
Vissen Er is geen aquatisch biotoop binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Amfibieën Binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden is geen aquatisch biotoop aanwezig. Op enige afstand van het plangebied is een vijver (ten zuiden van het plangebied) aanwezig. Op basis van de tussenliggende afstand tot het plangebied en tussenliggende barrières is het redelijkerwijs uit te sluiten dat Amfibieën gebruik maken van het plangebied. •
5.6
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voor Vissen en/of Amfibieën veroorzaken. Libellen en Dagvlinders
Binnen het plangebied ontbreekt biotoop voor beschermde Libellen en Dagvlinders. Aquatisch biotoop is afwezig in het plangebied (Libellen). Omliggende vegetatie blijft behouden (Dagvlinder). •
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voor Libellen en/of Dagvlinders veroorzaken.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
19 van 35
5.7
Overige ongewervelden
Binnen het plangebied zijn geen biotopen aanwezig voor beschermde soorten Overige ongewervelden. Aanwezigheid of mogelijke aanwezigheid van beschermde Overige ongewervelden is uitgesloten. •
5.8
De voorgenomen ingreep in het plangebied zal geen overtreding Wet natuurbescherming dan wel Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voor overige Ongewervelden veroorzaken. Gebiedsbescherming
Beschermde gebieden met de aangewezen status van Natura 2000-gebied zijn op enige afstand van het plangebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt binnen een afstand van 3 km afstand en betreft het Natura-2000 gebied Kempenland-West. Het betreft hier uitsluitend het stroomgebied van de Reusel. Ten oosten van deze planlocatie bevindt zich NatuurNetwerk Brabant, de afstand tot de planlocatie is gemiddeld 350 – 450 meter (langs Zuid-Willemsvaart) en ten zuiden van Biest-Houtakker. •
•
De geplande werkzaamheden binnen het plangebied zullen voornamelijk inpandig plaatsvinden. De toekomstige functie van het plangebied (wonen) valt samen met de bestaande binnenstedelijke activiteiten van Biest-Houtakker en zal geen noemenswaardig verandering betekenen. Verstoring of aantasting van nabijgelegen beschermde natuur (Natura 2000-gebied Kempenland West en Natuurnetwerk Brabant) door licht, geluid, trillingen, etc. is redelijkerwijs uit te sluiten. De uiteindelijke bestemming en toekomstig gebruik zal redelijkerwijs geen invloed hebben op Stikstofdepositie op nabijgelegen beschermde natuur. Een Aerius-berekening is echter in het kader van deze quickscan niet meegenomen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
20 van 35
6
Conclusies en aanbevelingen
Uit de bevindingen van het veldonderzoek, het literatuur- en bronnenonderzoek en toetsing van de resultaten van dit onderzoek aan de Wet natuurbescherming en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, blijkt dat bij uitvoering van de ingreep mogelijk sprake kan zijn van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van Marterachtigen, Vleermuizen en Kerkuil. Bij deze constatering zijn mogelijk negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de directe omgeving van het plangebied meegewogen. Hoewel de voorgenomen plannen vooral betrekking hebben op inpandige wijzigingen kunnen bij uitvoering van de werkzaamheden en het toekomstig gebruik negatieve effecten ontstaan op Marterachtigen (verstoring/aantasting leefgebied), Vleermuizen (verstoring/aantasting leefgebied/vernietiging vaste rust- en verblijfplaatsen) en Kerkuil (verstoring/vernietiging vaste nest-,rust- en verblijfplaats). Verstoring of schade kan o.a. optreden door bijvoorbeeld licht, geluid en trillingen. Om aanwezigheid en functioneel gebruik van genoemde soorten/soortgroepen vast te stellen en mogelijk nadelige effecten op deze in te schatten is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Aanbevolen onderzoeken: -
-
Marterachtigen – kerktuin (aanwezigheid en functioneel gebruik plangebied en directe omgeving). Vleermuizen. o Gebouwgebonden Vleermuizen – kerkgebouw (aanwezige soorten, aantallen, verblijfslocatie en functioneel gebruik (kraamverblijf, zomerverblijf, paar-/baltsverblijf, (massa-)winterverblijf). o Boombewonende Vleermuizen – boomholtes kerktuin (aanwezige soorten, aantallen, verblijfslocatie en functioneel gebruik (kraamverblijf, zomerverblijf, paar-/baltsverblijf, (massa-)winterverblijf). Kerkuil – kerkgebouw (aanwezigheid en functioneel gebruik kerkuilenkast). Bij uitvoering van de voorgenomen ingreep kan verstoring, schade of doden van beschermde soorten plaatsvinden. Dergelijke handelingen zijn verboden conform de Wet natuurbescherming. Aanvullende onderzoeken naar aanwezigheid, soort, aantal en functioneel gebruik leefgebied dient plaats te vinden conform de geldige onderzoeksvoorschriften zoals vermeld in Kennisdocumenten BIJ12, Vleermuisprotocol, soortenprotocollen Netwerk Groene Bureaus en Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Op basis van de uitkomsten van deze aanvullende onderzoeken kan een activiteitenplan worden opgesteld welke een basis vormt voor de aanvraag van een eventueel noodzakelijke ontheffing Wet natuurbescherming (bevoegd gezag Provincie Noord-Brabant).
Het ligt in de lijn der verwachting dat een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. Marterachtigen, Vleermuizen en Kerkuil zal worden verleend door het bevoegd gezag.
In algemene zin moet ook de Zorgplicht in acht worden genomen. Deze Zorgplicht geldt met name ten aanzien van broedgevallen van alle Vogelsoorten. Aangezien alle Vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
21 van 35
Voor aanvang van de werkzaamheden dient het plangebied gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedende Vogels. Ook tijdens de werkzaamheden dient regelmatige controle op aanwezigheid van broedende Vogels plaats te vinden. Voorkom verstoring bij aan- en afvoer van materieel. Plaats geen materiaal tegen beplanting. Ook voor mogelijke aanwezigheid van Egel, algemene en vrijgestelde Amfibieën en/of Huisspitsmuis dient Zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Als deze soorten worden waargenomen dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Indien een soort die niet in deze rapportages wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen zodat de wet niet wordt overtreden.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
22 van 35
7
Literatuur en bronnen
7.1
Literatuur Bense, U. Longhorn Beetles. Illustrated Key to the Cerambycidae and Vesperidae of Europe. Margraf Verlag. 1995 Bos, F., et al., Veldgids Libellen, KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1997 Broekhuizen, S., et al., Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV, Utrecht, 1992. Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, Veldgids diersporen, KNNV, Utrecht, 1999. Diepenbeek, A. van & J. van Delft, Het waarnemen van amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Diepenbeek, A. van & R. Creemers, Herkenning amfibieën en reptielen, RAVON, Nijmegen, 2006. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. Dijkstra, K.D., et al. De Nederlandse libellen. Odonata. NNMN, KKN, EIS. 2001 Harde, K.W., et al. Kevers. Thieme Uitgeverij. 1983. Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. Geijskes, D.C., et al. De libellen van Nederland. Odonata. KNNV. Hoogwoud. 1983. Gittenberger, E., et al. De Nederlandse zoetwatermolusken. NNMN, KKN, EIS. 1998. Heusden, W.R.M. & S.J. Vreugdenhil, 2006. Handreiking Flora- en faunawet. Voor werkzaamheden en activiteiten in het kader van bestendig gebruik, bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Rapport, Dienst Landelijk Gebied, Utrecht. Janssen, R.
en J. Buys, Inventarisatie van vleermuizen op kerkzolders, een handleiding, 2001. Kapteyn, K., Vleermuizen in het landschap, Schuyt & Co, 1995. Lenders, H.J.R. en C.C.H. Marijnissen, Waarnemen en herkennen van amfibieën en reptielen in het veld, Stichting RAVON, Nijmegen, 1993. Limpens, H., et al., Atlas van de Nederlandse vleermuizen, KNNV, Utrecht, 1997. Limpens, H., et al., Vleermuizen en Planologie, 2010. Mebs, T. et al., Uilen van Europa, Tirion, Baarn, 2004. Meijden, R. van der, Heukels' Flora van Nederland, Wolters-Noordhoff, 1996. Ministerie van EL&I, 2010. Buiten aan het Werk. Houd tijdig rekening met beschermde planten en dieren! Brochure. http://www.rijksoverheid.nl-/documentenenpublicaties/brochures/2010/03/01/buiten-aan-het-werk-houd-tijdig-rekening-metbeschermdedieren-en-planten.html (21-12-2012)]. Ministerie van LNV, Toelichting tabellen soorten Flora- en faunawet, maart 2005. Ministerie van LNV, Dienst Regelingen, Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet, augustus 2009. Provincie Limburg, Natuurvisie Limburg 2016 SOVON Vogelonderzoek Nederland, Atlas van de Nederlandse broedvogels; verspreiding, aantallen, verandering - Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 2002. Stumpel, T en H. Strijbosch, Veldgids Amfibieën en reptielen, KNNV, Utrecht, 2006. Twisk, P., et al., Zoogdieren van de Benelux.
Herkenning en onderzoek. ERLA. Amsterdam, 1986 Twisk, P., et al., Zoogdieren van West-Europa, KNNV, Utrecht, 1994. Twisk, P., Limpkens, H., Beschermingsplan voor vleermuizen in Zeeland, 2006 Weeda, E.J. et al., Nederlandse Oecologische Flora, KNNV, Leiden, 1999. Wynhoff, I., et al., Veldgids Dagvlinders. KNNV Uitgeverij, Utrecht, 1999.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
23 van 35
7.2
Bronnen
BIJ12.nl kerkuil.com limnodata.nl quickscanhulp.nl ravon.nl rijksoverheid.nl Brabant.nl soortenbank.nl sovon.nl desteenmarter.nl spirula.nl steenuil.nl synbiosys.alterra.nl/natura2000 telmee.nl (ndff) vlinderstichting.nl vleermuisprotocol.nl vogelbescherming.nl zoogdiervereniging.nl
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
24 van 35
Bijlage 1 Wet natuurbescherming Algemeen De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet geldt sinds 1 januari 2017 en is een kapstokwet waarin soortbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden onder is gebracht. Bescherming van dieren en planten: Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals Vleermuizen en Huis- en Ringmussen. Een goede natuurbescherming is belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Vergunningen en ontheffingen aanvragen: Voor burgers en bedrijven is het belangrijk dat zij makkelijk en snel weten of een activiteit met mogelijke schade voor de natuur is toegestaan. En onder welke voorwaarden een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. Het is ook mogelijk om rechtstreeks bij de provincie een vergunning of ontheffing natuur aan te vragen. Beschermde gebieden Beschermde gebieden vallend onder de Wet natuurbescherming hebben de status Natura 2000. Deze in heel Europa aangestelde natuurgebieden genieten overal dezelfde wetgeving. Directe, maar ook externe significante negatieve invloed is verboden.
De provincies zijn ook verantwoordelijk voor de Natuur Netwerk Nederland gebieden. De bescherming van deze gebieden is ondergebracht in het Besluit algemene regelgeving ruimtelijke ordening (Barro) . Voor de Provincie Noord-Brabant geldt het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Soortbescherming Beschermde soorten van de Wet natuurbescherming zijn onder te verdelen in twee groepen: 1. Strikt beschermde soorten met onder andere soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. 2. Nationaal beschermde soorten vallende onder de Andere soorten. Indien er voor een bepaalde activiteit een ontheffing wordt aangevraagd, dan zal deze ontheffingsaanvraag worden getoetst aan drie criteria: 1. Is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen? 2. Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? 3. Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
25 van 35
In bijlage 3 t/m 6 van dit rapport is een overzicht opgenomen van beschermde soorten. Bijlage 3 – NDFF-gegevens beschermde soorten planlocatie Bijlage 4 – Lijst van nationaal beschermde soorten Bijlage 5 – Lijst van soorten die op bijlage IV van de habitatrichtlijn, bijlage II van Bern en/of bijlage I van Bonn staan Bijlage 6 – Overzicht soorten vogelrichtlijn
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
26 van 35
Bijlage 2 – Weerrapport Gilze-Rijen, 14 oktober 2020
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
27 van 35
Bijlage 3 – NDFF gegevens beschermde soorten planlocatie
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
28 van 35
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
29 van 35
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
30 van 35
Bijlage 4 – Lijst van nationaal beschermde soorten
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
31 van 35
Bijlage 4 – Lijst van nationaal beschermde soorten (vervolg)
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
32 van 35
Bijlage 5 –
Lijst van soorten die op bijlage IV van de habitatrichtlijn, bijlage II van Bern en/of bijlage I van Bonn staan
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
33 van 35
Bijlage 6 –
Overzicht soorten vogelrichtlijn
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
34 van 35
Bijlage 6 –
Overzicht soorten vogelrichtlijn (vervolg)
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2020-174 r
Quikscan Wet natuurbescherming; Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
35 van 35
bestemmingsplan "Biestsestraat 26"
90
Bijlage 5
Gemeente Hilvarenbeek
Aanvullend onderzoek Marterachtigen, Uilen en Vleermuizen
91
Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies
Rapport Ecologisch onderzoek naar Gierzwaluw, Marterachtigen, Uilen en Vleermuizen planlocatie Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker
d.d. 15 oktober 2021 Naar aanleiding van uw opdracht voor aanvullend onderzoek naar Marterachtigen, Uilen en Vleermuizen binnen en in de nabijheid van de planlocatie: Biestsestraat 26 5084 HE Biest-Houtakker geven wij u hierbij de bevindingen van het aanvullend onderzoek naar Marterachtigen, Uilen en Vleermuizen en het migratieonderzoek naar Meervleermuis en Ruige dwergvleermuis. Uitgangspunt Aanleiding voor het aanvullend onderzoek naar Marterachtigen, Uilen en Vleermuizen vormt de conclusie uit de Quickscan Wet natuurbescherming Biestsestraat 26 te BiestHoutakker, opgesteld door Veldbiologische Werken, met ref.nr. 2020-124 r, d.d. 14 oktober 2020. Voortvloeiend uit het voornemen van de initiatiefnemer kerkgebouw intern te verbouwen en de achterliggende tuin opnieuw te ontwerpen.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
1 van 12
Marteronderzoek Het onderzoek naar Marterachtigen is uitgevoerd aan de hand van de voorschriften genoemd in de ‘Handreiking Kleine marters in relatie tot soortbescherming’, een uitgave van de Provincie Noord-Brabant en de Zoogdiervereniging. Binnen de planlocatie vormen bomen met een stammaat van >40 cm en beukenhagen lijnvormige corridors met het achterliggende agrarische cultuurland richting de bebouwde omgeving van Biest-Houtakker. De tuin binnen de planlocatie (met een oude vervallen kippenschuur) vormt een beschutte plaats voor marterachtigen met potentieel geschikt jachtgebied en verblijfsmogelijkheden. Aan de oostzijde sluit de tuin aan op een boerenbedrijf met vee en kleinvee (kippen). Aan de zuidzijde sluit de tuin aan op de open tuin van de buren (hiervan gescheiden door hekwerk). Ten noorden van de tuin is een parkeerplaats, kapelletje en begraafplaats. De tuin is aan de westzijde door kerkgebouw en aansluitende pastorie gescheiden van de bebouwde kom van Biest-Houtakker. Volgens de NDFF-gegevens zijn de volgende soorten aangetroffen in de omgeving: ✓ Steenmarter ✓ Boommarter ✓ Bunzing ✓ Wezel Methode van onderzoek Zoals voorgeschreven in de ‘Handreiking Kleine marters in relatie tot soortbescherming’ is het onderzoek uitgevoerd met behulp van: • ‘Marterbox’ (Mostella) • Nestkastjes, • Sporenbuizen, • Struikrover.
Deze materialen zijn voorzien van lokstof/feed en strategisch verspreid geplaatst in potentieel leefgebied voor marters. Bij deze materialen zijn 3 wildcamera’s geplaatst welke ‘getriggerd’ worden op geregistreerde beweging en warmte. De opstelling met materialen en wildcamera’s zijn 18 weken (10 weken: periode half februari 2021 t/m eind mei 2021 en 8 weken periode half juli 2021 t/m eind september 2021) binnen de planlocatie aanwezig geweest. Gedurende de onderzoeksperiode zijn de materialen wekelijks gecontroleerd op functionaliteit en zijn SD-cards wildcamera’s vervangen en geregistreerde opnamen wildcamera’s bekeken. Bij deze wekelijkse controle is het plangebied en directe omgeving van het plangebied onderzocht op sporen (uitwerpselen, prenten, prooiresten, etc.) van marterachtigen. Alle bomen zijn gecontroleerd op boomholtes. Boomholtes zijn met holtecamera gecontroleerd op aanwezigheid of geschiktheid voor Marterachtigen.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
2 van 12
Resultaten Marteronderzoek Alleen Steenmarter is twee keer door de wildcamera’s vastgelegd. Beide waarnemingen van wildcamera zijn gemaakt aan de oostzijde van het plangebied waar de tuin grenst aan het agrarisch gebied. De opnames toonden Steenmarter die duidelijk het plangebied passeerde en niet geïnteresseerd leek te zijn in aanwezige materialen en lokstof/feed. Tijdens controle van het plangebied werd nabij de wildcamera die eerder Steenmarter registreerde één kippenei gevonden. Onbekend is of dit Foto wildcamera toont Steenmarter kippenei is versleept door Steenmarter. Overige sporen van marterachtigen zijn in de onderzoeksperiode niet aangetroffen binnen het plangebied. Andere soorten marterachtigen zijn niet door wildcamera’s geregistreerd. Boomholtes zijn niet in gebruik, sporen van marterachtigen ontbreken. In de voormalige kippenschuur binnen het plangebied zijn geen sporen aangetroffen van marterachtigen. In de onderzoeksperiode registreerden de wildcamera’s talloze malen Huiskatten Gedurende gehele dag en nacht bleken Huiskatten (minimaal 4 verschillende individuen) frequent aanwezig in het plangebied. Conclusies Marteronderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat alleen de oostzijde van de tuin (grenzend aan agrarisch gebied) incidenteel gebruikt wordt door Steenmarter (passerend). Het plangebied vormt geen jachtgebied voor marterachtigen.
In potentie geschikte schuilplaatsen worden niet benut. Afwezigheid van marterachtigen is te verklaren door frequente aanwezigheid van Huiskatten gedurende de gehele dag en nacht. Bij verwezenlijking van de voorgenomen plannen valt redelijkerwijs uit te sluiten dat marterachtigen (incl. leefgebied) geschaad worden. Een overtreding van de wet natuurbescherming t.a.v. marterachtigen is redelijkerwijs uit te sluiten. Een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. marterachtigen is niet aan de orde.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
3 van 12
Onderzoek Uilen (Kerkuil) Uilenonderzoek (o.a. Kerkuil) is uitgevoerd aan de hand van het BIJ12 Kennisdocument Kerkuil en Kennisdocument Steenuil. Rondom de planlocatie ligt open agrarisch gebied met boerenbedrijven, daarmee veel geschikte foerageer- en verblijfplaatsen voor Steenuil, Ransuil, Bosuil en Kerkuil. In het kerkgebouw aan de Biestsestraat 26 te Biest-Houtakker is een Kerkuilenkast aanwezig. Deze Kerkuilenkast is tot 2019 bezet geweest met Kerkuil (aldus de buurman van deze planlocatie). Bij verdere navraag bleek dat de Kerkuilenkast jaarlijks gecontroleerd wordt door de Uilenwerkgroep Biest-Houtakker. Methode Uilenonderzoek Met Uilenwerkgroep Biest-Houtakker (Dhr. Dis van der Put) is contact opgenomen om de aanwezige situatie te bespreken en hun ervaring en kennis te delen. Uit de gesprekken met Dhr, van der Put bleek dat de Uilenwerkgroep een ruim en gedegen beeld heeft van aanwezige nest, rust- en verblijfsplaatsen van uilen in de omgeving van Biest Houtakker en dat de Uilenwerkgroep deze locaties ook regelmatig controleert. Door deze input van de Uilenwerkgroep is het aanvullend onderzoek t.a.v. uilen uitsluitend gericht geweest op actueel gebruik van het plangebied op aanwezigheid van uilen. Dit onderzoek heeft frequent (wekelijks/twee wekelijks) plaatsgevonden in de periode februari t/m eind september, o.a.
aansluitend op marteronderzoek en tijdens vleermuisonderzoek. In mei 2021 heeft de Uilenwerkgroep de nestkast in het kerkgebouw gecontroleerd op aanwezigheid van Kerkuil (actief nestgebruik). Resultaten Uilenonderzoek Kerkuil De Kerkuilenkast is sinds 2019 niet meer in gebruik door Kerkuil. Bij controle van de Kerkuilenkast door de Uilenwerkgroep Biest-Houtakker in mei 2021 bleek geen activiteit van Kerkuil aanwezig. Bij de uitvliegopening van de Kerkuilenkast zijn in de periode februari 2021 t/m eind september 2021 geen sporen (braakballen, uitwerpselen) van Kerkuil aangetroffen. Volgens Dhr. van der Put van de Uilenwerkgroep Biest-Houtakker is afwezigheid van Kerkuil mogelijk een gevolg van sterfte van één of beide vogels in de winterperiode 2019/2020.
Locatie Kerkuilenkast kerkgebouw
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
4 van 12
Steenuil Nestlocaties van Steenuil bevinden zich volgens de Uilenwerkgroep Biest-Houtakker niet in of direct nabij de planlocaties. Op grotere afstand van de planlocatie zijn nest- en verblijfsplaatsen van Steenuil bekend. De planlocatie vormt qua omvang en aard (dichte tuin) geen essentieel jachtgebied voor Steenuil. Jachtgebied van Steenuil is in de omgeving van Biest-Houtakker ruimschoots aanwezig. Tijdens enkele avondonderzoeken naar vleermuizen werd Steenuil ten noorden van de planlocatie gehoord en gelokaliseerd bij één van de bekende vaste nest-, rust- en verblijfplaatsen van Steenuil op grotere afstand van het plangebied.
Ringen jonge Steenuil van nestlocatie ten noorden planlocatie door Uilenwerkgroep Biest-Houtakker d.d. 25 juli 2021
Overige uilen (Ransuil, Bosuil) Roepende Ransuil (“kie……..kie…….”) is éénmalig waargenomen via geluidsfragment van opname wildcamera in ½ april 2021. Tijdens de gehele onderzoeksperiode zijn verder geen waarnemingen gedaan van Ransuil of Bosuil. Braakballen van uilen werden gedurende de onderzoeksperiode niet binnen het plangebied aangetroffen. Potentieel door Ransuil te gebruiken nesten ontbreken binnen het plangebied. Potentieel geschikte boomholtes voor nestplaats Bosuil ontbreken binnen het plangebied. Het is redelijkerwijs niet aannemelijk dat Ransuil of Bosuil gebruik maken van het plangebied. Conclusies Uilenonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat het plangebied niet gebruikt wordt door uilen. De aanwezige nestkast van Kerkuil is niet meer in gebruik (sinds 2019). Bij verwezenlijking van de voorgenomen plannen valt redelijkerwijs uit te sluiten dat uilen (vaste nest-, rust- en verblijfplaatsen) geschaad worden. Een overtreding van de wet natuurbescherming t.a.v. uilen is redelijkerwijs uit te sluiten. Een ontheffing Wet natuurbescherming t.a.v. uilen is niet aan de orde. Geadviseerd wordt om in samenspraak met Uilenwerkgroep Biest-Houtakker de bestaande nestkast voor Kerkuil te handhaven en deze jaarlijks door de uilenwerkgroep te laten controleren en te onderhouden.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
5 van 12
Onderzoek Vleermuizen Aanleiding voor nader onderzoek vleermuizen vormt mogelijk gebruik van het kerkgebouw als verblijfsplaats voor vleermuizen. Tevens zijn in de tuin achter het kerkgebouw enkele bomen met boomholtes aanwezig die verblijfsplaats kunnen vormen voor boombewonende vleermuizen. Volgens de Verspreidingsatlas NDFF kunnen de volgende soorten vleermuizen worden aangetroffen op / en rond deze planlocatie. ✓ Baardvleermuis ✓ Bosvleermuis ✓ Franjestaart ✓ Gewone dwergvleermuis ✓ Gewone grootoorvleermuis ✓ Kleine dwergvleermuis ✓ Laatvlieger ✓ Meervleermuis ✓ Rosse vleermuis ✓ Ruige dwergvleermuis ✓ Watervleermuis Methode Vleermuisonderzoek De methode van onderzoek naar Vleermuizen wordt nauwkeuring omschreven in de Kennisdocumenten van BIJ12 en het Vleermuisprotocol 2021. Deze documenten gelden als standaardwerk voor het uitvoeren van onderzoek naar Vleermuizen. Aan de hand van deze documenten zijn de veldonderzoeken ingepland en uitgevoerd. Voor onderzoek naar Vleermuizen is specialistische apparatuur nodig, daarin is voorzien door gebruik te maken van de Petterson D240, Petterson M500 ultrasoon microfoon (incl. tablet), Batlogger C, Anabat Swift, Anabat Expres, Wildlife Acoustics, Anabat Scout, Magenta 5 en warmtebeeldcamera FLIR. De planlocatie is voor het uitvoeren van de kraamverblijf, zomer-, najaars- en winterverblijfonderzoeken 7x onderzocht.
De planlocatie is telkenmale onderzocht door 4 personen. Ten tijde van het Quickscan veldonderzoek bevatte de planlocatie opgaande bomen met een stammaat van >40 cm met daarin holten ‘in aanleg’ en struweel van een dichtbegroeide tuin. Ook de binnenzijde van de Kerk is geïnspecteerd. Omdat in 2020 Meervleermuis nabij de planlocatie is waargenomen, is migratieonderzoek nabij het kerkgebouw uitgevoerd. Het migratieonderzoek is uitgevoerd door om de 5-8 dagen, één nacht een Batlogger C, Anabat Swift, Anabat Express of Wildlife Acoustics binnen de planlocatie te plaatsen. Anabat Swift opgesteld
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
6 van 12
NB
In bovenstaande tabel staan de winterverblijfsonderzoeken van winter 2020/2021 niet weergegeven.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
7 van 12
Resultaten Vleermuisonderzoek Onderstaande soorten zijn waargenomen: ✓ Gewone dwergvleermuis ✓ Ruige dwergvleermuis ✓ Gewone grootoorvleermuis ✓ Laatvlieger ✓ Rosse vleermuis/Bosvleermuis Onderzocht zijn de volgende functionaliteiten die de planlocatie mogelijk kan hebben voor Vleermuizen als: Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Laatvlieger en Rosse vleermuis/Bosvleermuis. Functionaliteit Vliegroute Foerageerplaats
Aanwezig/ Niet aanwezig Aanwezig Aanwezig
Kraamverblijf Zomerverblijf Baltsplaats
Niet aanwezig Aanwezig Aanwezig
Paarverblijf Klein winterverblijf
Aanwezig Aanwezig
Massawinterverblijf Migratieroute
Niet aanwezig Niet aanwezig
Gebruik door soort Alle soorten Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis/Bosvleermuis Gewone grootoorvleermuis Geen Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis ?Gewone grootoorvleermuis? Geen Ruige dwergvleermuis/Meervleermuis
Vliegroute Van alle waargenomen vleermuissoorten bleek tijdens de onderzoeksrondes dat deze de noordzijde van het kerkgebouw, parkeerterrein en noordzijde tuin gebruiken als vliegroute. •
Aangezien deze situatie bij en na verwezenlijking van de voorgenomen plannen ongewijzigd blijft, is het redelijkerwijs niet aannemelijk dat deze vliegroute wordt aangetast of verstoord.
Foerageerplaats Gewone dwergvleermuis foerageert regelmatig rondom het kerkgebouw, achterliggende tuinen en bij parkeerplaats aan de noordzijde van het plangebied. Ook in de directe nabijheid van het plangebied wordt regelmatig gefoerageerd door Gewone dwergvleermuis. Laatvlieger is enkele malen foeragerend waargenomen boven de boomkronen van de tuin binnen planlocatie. Buiten de planlocatie blijkt Laatvlieger meer frequent te foerageren boven het boerenerf ten oosten van de planlocatie. Rosse vleermuis (en mogelijk ook een Bosvleermuis) is enkele malen foeragerend waargenomen binnen de planlocatie tussen de bomen van de tuin achter het kerkgebouw en naastliggende tuinen.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
8 van 12
Van Gewone grootoorvleermuis en Ruige dwergvleermuis is geen foerageergedrag binnen de planlocatie waargenomen. •
Aangezien deze situatie bij en na verwezenlijking van de voorgenomen plannen ongewijzigd blijft, is het redelijkerwijs niet aannemelijk dat foerageerplaatsen van vleermuizen worden aangetast of verstoord.
Kraamverblijf Van Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger werden geen kraamverblijven vastgesteld bij het kerkgebouw. Typerend gedrag van deze soorten welk kan duiden op aanwezig kraamverblijf werd niet waargenomen. Van Rosse vleermuis/Bosvleermuis en Ruige dwergvleermuis is geen kraamverblijf waargenomen bij boomholten. De boomholten worden niet gebruikt door vleermuissoorten. In de maand juli is buiten de planlocatie rondom de kapel van de begraafplaats ten noorden van de planlocatie verhoogde activiteit waargenomen van Gewone grootoorvleermuis. Het aantal dieren betrof ong. 10 individuen. Mogelijk wordt de kapel gebruikt als kraamverblijf door Gewone grootoorvleermuis. Tijdens alle voorgaande onderzoeken en ook tijdens alle navolgende onderzoeken is Gewone grootoorvleermuis niet binnen de planlocatie aangetroffen. Kraamverblijf van Gewone grootoorvleermuis is binnen de planlocatie redelijkerwijs uit te sluiten. Zomerverblijf Tijdens de vleermuisonderzoeken zijn zeven zomerverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis vastgesteld bij het kerkgebouw. De planlocatie is onderzocht op verblijfplaatsen van Vleermuizen waarbij er 7 verblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis in het Kerkgebouw zijn aangetroffen. Alle verblijfplaatsen werden vastgesteld bij de aanwezige houten daklijsten langs de dakgoten.
Het betreffen zomerverblijfplaatsen van solitaire (mannelijke) individuen van Gewone dwergvleermuis. Van Laatvlieger is geen zomerverblijfplaats vastgesteld. Wel werd éénmalig een uitvliegende Laatvlieger vanachter een regenpijp aan de achterzijde van het kerkgebouw grenzend aan parkeerplaats waargenomen. Het betreft een incidenteel, tijdelijk verblijf van Laatvlieger. Bij voorgaande en navolgende onderzoeken werd hier geen activiteit van Laatvlieger waargenomen. Van Rosse vleermuis/Bosvleermuis en Ruige dwergvleermuis is geen zomerverblijf waargenomen bij boomholten. De boomholten worden niet gebruikt door vleermuissoorten. Gewone grootoorvleermuis is niet binnen de planlocatie waargenomen. Gewone grootoorvleermuis heeft echter een zachte roep en is pas op 3 meter waarneembaar met een batdetector. Aangezien Gewone grootoorvleermuis in het geheel niet nabij het kerkgebouw is waargenomen is het dus redelijkerwijs niet aannemelijk dat de soort gebruik maakt van hogere delen van het kerkgebouw.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
9 van 12
De voorgenomen plannen t.a.v. het kerkgebouw hebben uitsluitend betrekking op inpandige omvorming van het kerkgebouw tot wooneenheden. De aan de buitenzijde vastgestelde zomerverblijfsplaatsen zullen met de voorgenomen plannen niet verdwijnen of anderszins negatief worden beïnvloed. Bij de inpandige omvorming worden geen werkmethoden gebruikt die overmatig geluid en/of trillingen zullen veroorzaken. Het is redelijkerwijs niet aannemelijk dat de vastgesteld zomerverblijfplaatsen op enigerlei wijze wordt aangetast. Bij in de toekomst eventueel uitpandig onderhoud dient men wel rekening te houden met aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis. Baltsplaats/Paarverblijf Alleen van Gewone dwergvleermuis werd vastgesteld dat nagenoeg alle vastgestelde zomerverblijfplaatsen ook gebruikt worden als balts-/paarverblijf. Baltsende gewone dwergvleermuizen werden frequent waargenomen nabij de eerder vastgesteld zomerverblijven. De baltsroutes bevinden zicht rondom het kerkgebouw en tuin. Ook voor de vastgestelde Baltsplaatsen en Paarverblijven geldt dat deze niet zullen worden aangetast door de inpandige omvorming van het kerkgebouw. Van vernietiging of verstoring van deze baltsplaatsen en paarverblijven is geen sprake.
Baltsroep Gewone dwergvleermuis, 28 augustus 2021
Kleinwinterverblijf/Massawinterverblijf Tijdens de najaarsonderzoeken (middernachtonderzoeken) zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op (massa)winterverblijf van vleermuizen in het kerkgebouw. Evenwel werd gedurende deze onderzoeken activiteit van individuele Gewone dwergvleermuis waargenomen bij de eerder vastgestelde zomerverblijfplaatsen. Het is daarom niet uit te sluiten dat de zomerverblijfplaatsen ook gebruikt worden door Gewone dwergvleermuis als klein winterverblijf. Andere vleermuissoorten werden tijdens de najaarsonderzoeken (middernachtonderzoeken) niet waargenomen. Bij inspectie van de zolderruimte van het kerkgebouw in de winterperiode 2020/2021 werden op enkele plaatsen uitwerpselen van vleermuizen aangetroffen. Het betreft met name het
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
10 van 12
bovenste gedeelte van de toren. Ook werd op de zolder van de hoofdbeuk van het kerkgebouw enkele uitwerpselen van vleermuizen gevonden. Behalve deze uitwerpselen werden geen vleermuizen aangetroffen. Het is om deze reden niet uit te sluiten dat de toren en zolder van het kerkgebouw gebruikt wordt als winterverblijf door vleermuizen. Zowel toren als zolder van het keldergebouw zullen onveranderd blijven bij de inpandige omvorming van het kerkgebouw tot wooneenheden. Eventueel aanwezige winterverblijfsplaatsen zullen niet worden aangetast. Bij de toe te passen werkzaamheden voor omvorming zullen geen overmatige trillingen of geluid ontstaan. Evenwel wordt geadviseerd om werkzaamheden nabij de zolder en torenruimtes uit te voeren in de minst kwetsbare periode van winterverblijf van vleermuizen. Migratieonderzoek De plaatsingsdata van de batloggers binnen de planlocatie ten behoeve van het migratieonderzoek is als volgt: In de periode maart t/m april en augustus t/m september (met ingang van 1 maart t/m 30 april en 1 augustus t/m 30 september 2021) zijn de batloggers om de 5-8 dagen één nacht binnen het plangebied aanwezig geweest. De data werd nadien uitgelezen van de SD-cards en nader geanalyseerd. Tijdens de voorjaars- en najaarsronden ‘Migratie’ zijn geen waarnemingen van voldoende migratieaantallen geregistreerd van Meervleermuis of Ruige dwergvleermuis.
Er is geen sprake van langdurig verblijf of met regelmaat terugkerende herhaling van aanwezigheid van Meervleermuis of Ruige dwergvleermuis binnen of rondom de planlocatie. Geconcludeerd kan worden dat de planlocatie geen functionaliteit heeft tijdens de migratieroute van Meervleermuis of Ruige dwergvleermuis. Conclusies Vleermuisonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat het kerkgebouw gebruikt wordt als zomerverblijf en als baltsplaats/paarverblijf van Gewone dwergvleermuis. Het betreffen zeven verblijfsplaatsen die zowel als zomerverblijf alswel als baltsplaats/paarverblijf gebruikt worden. Van deze verblijfsplaatsen worden enkele tevens gebruikt als klein winterverblijf. Deze verblijfsplaatsen bevinden zich aan de buitenzijde van het kerkgebouw achter houten dakranden bij dakgoten. De zolder en toren van het kerkgebouw wordt gebruikt als winterverblijf van vleermuizen (gewone dwergvleermuis). Ander functioneel gebruik van het kerkgebouw door Gewone dwergvleermuis of andere vleermuissoorten werd niet vastgesteld. Tuin en omgeving van het kerkgebouw wordt gebruikt als foerageerplaats en als vliegroute. Deze situatie wordt niet aangetast bij verwezenlijking van de voorgenomen plannen.
© Ontwerp en Design - Veldbiologische Werken
2021-145
11 van 12