CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 bp Akkerstraat 17 (3 bijlage Toelichting)

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Akkerstraat 17, Biest-Houtakker"17.219 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

Van Dun Advies BV Dorpsstraat 54 5113 TE Ulicoten T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 KvK 180 61 619 E. I.

info@vandunadvies.nl www.vandunadvies.nl

Gemeente:

Hilvarenbeek

Opgesteld door:

Van Dun Advies B.V.

Projectleider: Auteur:

F. van de Heijning J.C.P.M. van de Pas

Plangebied:

Akkerstraat 9, 11, 13 en 17, 5084 HL Biest-Houtakker

Projectnummer:

03143-032

Datum:

20-08-2020

Status: IMRO-code:

Ontwerp NL.IMRO.0798.BPAkkerstraat17-ON01

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

1

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING..................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................................. 3 1.2 Ligging plangebied ............................................................................................................ 3 1.3 Geldend planologisch regime .............................................................................................. 4 1.4 Procedure ......................................................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer ......................................................................................................................... 5 2. PLANBESCHRIJVING ..................................................................................................... 6 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................. 6 2.2 Beoogde situatie ................................................................................................................ 6 3. BELEIDSKADER ..............................................................................................................

8 3.1 Provinciaal beleid ............................................................................................................... 8 3.1.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................................... 8 3.1.2 Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 ............................................................. 8 3.1.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................. 9 3.2 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................12 3.2.1 Structuurvisie ............................................................................................................13 3.2.2 Bestemmingsplan ......................................................................................................14 4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN..............................................

17 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.......................................................17 4.2 Waterhuishouding ............................................................................................................18 4.2.1 Waterrelevant beleid ..................................................................................................18 4.2.2 Bestaande waterhuishoudkundige situatie ...................................................................20 4.2.3 Beoogde waterhuishoudkundige situatie .....................................................................22 4.3 Natuur .............................................................................................................................25 4.3.1 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ................................................................................25 4.3.2 Wet natuurbescherming .............................................................................................26 4.4 Bodemkwaliteit .................................................................................................................30 4.5 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie ..........................................................................31 4.5.1 Cultuurhistorie en aardkunde .....................................................................................31 4.5.2 Archeologie

...............................................................................................................32 4.6 Bedrijven en milieuzonering ..............................................................................................33 4.7 Geur ................................................................................................................................35 4.8 Geluid ..............................................................................................................................36 4.9 Verkeer en parkeren .........................................................................................................36 4.10 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................36 4.10.1 Niet in betekenende mate ..........................................................................................37 4.10.2 Woon- en leefklimaat .................................................................................................38 4.11 Externe veiligheid .............................................................................................................39 4.11.1 Regelgeving ..............................................................................................................39 4.11.2 Toetsing aan beleid

...................................................................................................40 4.12 Technische infrastructuur ..................................................................................................41 5. JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING .............................................................................. 42 5.1 Juridische achtergrond ......................................................................................................42 5.2 Toelichting verbeelding .....................................................................................................42 5.3 Toelichting regels .............................................................................................................42 6. UITVOERBAARHEID ..................................................................................................... 44 6.1 Financiële uitvoerbaarheid .................................................................................................44 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................44 6.2.1 Vooroverleg en omgevingsdialoog ..............................................................................44 6.2.2 Zienswijzen en beroep ...............................................................................................44 7.

BIJLAGEN..................................................................................................................... 45

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

2

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, de ligging van het plangebied, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Tevens is een leeswijzer in dit hoofdstuk opgenomen. 1.1 Aanleiding en doel De locatie aan de Akkerstraat 9, 11, 13 en 17 te Biest-Houtakker (hierna: Akkerstraat 17) betreft een vrijkomende rundveehouderij. Initiatiefnemer heeft de locatie aangekocht met als doel deze her te ontwikkelen tot een kwekerij voor vollegronds- en plantgoed, met name coniferen en heesters. Hiertoe zal de overtollige bebouwing binnen het bouwvlak worden verwijderd. Ter plaatse worden een teeltondersteunende kas en een waterbassin gerealiseerd. De meest recent gebouwde rundveestal wordt in gebruik genomen als loods t.b.v. de kwekerij. Tevens wordt hierin huisvesting voor tijdelijke seizoensarbeiders gerealiseerd. Ten noorden van het bouwvlak wordt 5,0 hectare aan containervelden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Hierin wordt vastgelegd dat ter plaatse niet langer een veehouderij is toegestaan. Door aan te tonen dat de huisvesting voor tijdelijke seizoensarbeiders noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering wordt deze functie rechtstreeks in het bestemmingsplan toegestaan. De omvang van het vigerende bouwvlak blijft ongewijzigd.

Ter plaatse van de beoogde containervelden wordt een aanduiding opgenomen om de realisatie van uitsluitend lage permanente teeltondersteunende voorzieningen mogelijk te maken. Middels dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het initiatief. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker, in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. De kern Biest-Houtakker is gelegen op circa 300 meter ten zuiden van het plangebied, aan de andere kant van het Wilhelminakanaal. Kadastraal is het plangebied bekend on de nummers 610, 615, 616, 617, 618, 621 en 622, sectie M van de kadastrale gemeente Hilvarenbeek. Hieronder is een luchtfoto op de omgeving van het plangebied opgenomen.

Afbeelding 1: Luchtfoto op omgeving plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

3

1.3 Geldend planologisch regime Voor het plangebied zijn de bestemmingsplannen ‘Buitengebied’, aldus vastgesteld d.d. 13 maart 2014, en ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’, aldus vastgesteld d.d. 7 maart 2017, vigerend. Uit de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ blijkt dat de volgende bestemmingen en aanduidingen van toepassing zijn op de locatie, zie Afbeelding 2: - Enkelbestemming ‘Agrarisch’; - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ (gedeeltelijk); - Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ (gedeeltelijk); - Bouwvlak; - Functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen’ (ter plaatse van bouwvlak); - Gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – leiding’ (gedeeltelijk).

Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Buitengebied' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De gewenste teelt ondersteunende kas en waterbassin binnen het bouwvlak zijn rechtstreeks toegestaan conform artikel 3.2.2, onder f, van het vigerende bestemmingsplan. De huisvesting voor tijdelijke seizoenarbeiders kan middels een binnenplanse afwijking worden toegestaan conform artikel 3.5.2. Hier zal in paragraaf 3.2.2 van deze toelichting aan worden getoetst, zodat de functie met dit bestemmingsplan rechtstreeks kan worden toegestaan. De gewenste containervelden passen echter niet binnen de bouwregels en afwijkingsbevoegdheden van het vigerende bestemmingsplan. Om de gewenste containervelden mogelijk te maken is dan ook een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Gelijktijdig wordt daarbij de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen’ van het bouwvlak verwijderd, zodat vast komt te liggen dat ter plaatse niet langer vee gehouden kan worden.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

4

1.4 Procedure Voor het gewenste initiatief dient een partiële herziening van het bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. Dit voorontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 4 werken voor een ieder ter inzage gelegd. Gedurende deze periode konden omwonenden en andere belanghebbenden een inspraakreactie kenbaar maken. In deze fase wordt het voorontwerp tevens ter vooroverleg aangeboden aan de wettelijk bepaalde overlegpartners: provincie en waterschap. Opmerkingen van omwonenden, gemeente, provincie en waterschap zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan tevens voor een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kunnen belanghebbenden hun zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan.

Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kunnen belanghebbenden die tijdig zienswijzen kenbaar hebben gemaakt bij het ontwerp of belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest om tijdig zienswijzen kenbaar te maken, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. 1.5 Leeswijzer In voorliggende toelichting is in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het vigerend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. Hierna is in het tweede hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de bestaande en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 van voorliggende toelichting wordt het van toepassing zijnde provinciaal en ruimtelijk beleid uiteengezet. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische planbeschrijving is vervat in hoofdstuk 5 van voorliggende toelichting waarin een beschrijving van de juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven.

De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in het daaropvolgende hoofdstuk.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

5

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen het plangebied. 2.1 Bestaande situatie Op de locatie aan de Akkerstraat 17 te BiestHoutakker is in de huidige situatie een rundveehouderij toegestaan. Conform de vigerende vergunning d.d. 18 april 2006 mogen ter plaatse 129 melk- en kalfkoeien, 119 stuks vrouwelijk jongvee en 40 vleeskalveren tot 8 maanden gehouden worden. Het bouwvlak aan de Akkerstraat 17 heeft een omvang van circa 1,8 ha. Hierbinnen zijn een bedrijfswoning met bijbehorend bijgebouw, een drietal rundveestallen en sleufsilo’s gelegen. De twee zuidelijk gelegen stallen, met een gezamenlijke omvang van 1.714 m2, verkeren in een verouderde staat en zijn asbesthoudend. De noordelijke stal, met een omvang van 1.402 m2, is van een recente bouw waardoor deze nog in een goede staat verkeerd. De sleufsilo’s hebben een gezamenlijke omvang van 2.690 m2. In Afbeelding 3 is een luchtfoto op het bouwvlak opgenomen. De overige gronden van het plangebied zijn in gebruik als landbouwgrond.

Afbeelding 3: Luchtfoto op bouwvlak

2.2 Beoogde situatie Initiatiefnemer heeft de vrijkomende rundveehouderij aan de Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker aangekocht met als doel de locatie her te ontwikkelen tot een tot een kwekerij voor vollegronds- en plantgoed, met name coniferen en heesters. De rundveehouderij zal dus volledig worden gesaneerd. Dit wordt geborgd door de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen’ van het bouwvlak te verwijderen, zodat vast komt te liggen dat ter plaatse niet langer vee gehouden kan worden. De bestaande bedrijfswoning en het bijbehorende bijgebouw zullen als zodanig in gebruik blijven. De twee verouderde en asbesthoudende rundveestallen zullen worden gesloopt, evenals de sleufsilo’s. Ter plaatse worden een teeltondersteunende kas (± 4.855 m2) en een waterbassin (± 4.180 m3) gerealiseerd. De meest recent gebouwde rundveestal wordt in gebruik genomen als loods t.b.v. de kwekerij. Hiervoor worden de bestaande roosters en de pot van het strohok afgedekt en voorzien van een vlakke vloer. De loods zal worden gebruikt voor de opslag van producten zoals coniferen, planten, fust materiaal, pallets etc. en overige producten ten behoeve van de kwekerij. Daarnaast wordt hier materieel zoals tractoren, heftrucks en bedrijfsbusjes gestald. Ook vindt het sorteren, stekken en verzend klaar maken van het vollegronds- en plantgoed plaats in deze loods.

De voormalige melkstal, machinekamer en het tanklokaal in de rundveestal worden verbouwd tot huisvesting voor maximaal zes tijdelijke seizoensarbeiders. De omvang van het vigerende bouwvlak blijft ongewijzigd. Ten noorden van het bouwvlak wordt uitsluitend een containerveld van maximaal 5,0 ha met een retentievoorziening van 920 m3 mogelijk gemaakt.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

6

In Afbeelding 4 is een plattegrondtekening van de beoogde situatie opgenomen. Het geheel zal zorgvuldig landschappelijk worden ingepast conform het inpassingsplan dat als Bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. De bestaande beukenhaag aan de Akkerstraat wordt langs het gehele plangebied doorgetrokken en voorzien van landschapsbomen in de vorm van Zomereiken om een verbindend element langs kromme akkerwegen in het landschap te vormen. De perceelgrens ten zuidwesten van de teeltondersteunede kas wordt voorzien van een rij knotwilgen. De noord- en zuidwestelijke grens van het containerveld wordt voorzien van solitaire inheemse bomen. Op deze manier wordt aan de westelijke zijde van het plangebied meer ‘gelaagdheid’ aan het beeld gegeven. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing zal middels een voorwaardelijke verplichting worden geborgd.

Afbeelding 4: Plattegrond beoogde situatie

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

7

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 3.1 Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie, Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.1.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door de sanering van een rundveehouderij, de daarmee gepaard gaande sloop van verouderde en asbesthoudende bebouwing en een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied wordt bovendien een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.

3.1.2

Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014

De Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 (Sv 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie ruimtelijke ordening. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en in werking getreden op 19 maart 2014.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

8

De Structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie is vertaald in de regels van de Verordening ruimte Noord-Brabant en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Volgens de structurenkaart, zie Afbeelding 5, ligt het plangebied in het gemengd landelijk gebied. In het gemengde landelijke gebied vindt een vermenging van functies plaats. Naast het gebruik van de gronden ten behoeve van de land- en tuinbouw, is er ook plaats voor natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Omdat de locatie in het gemengde landelijk gebied ligt, hanteert de provincie het multifunctionele gebruik als uitgangspunt. Deze kwekerij voor vollegronds- en plantgoed is dus onderdeel van een multifunctioneel gebied. Er vinden naast de gewenste activiteiten ook toerisme, kleinschalige stedelijke functies, waterfuncties, natuur en recreatie plaats. Het initiatief past daarom binnen de uitgangspunten van de Sv 2014.

Afbeelding 5: Uitsnede structurenkaart Sv 2014 3.1.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De laatste versie van de Iov is op 14 februari 2020 door Provinciale Staten vastgesteld en is per 22 februari 2020 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

9

Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen in de werkingsgebieden ‘Landelijk gebied’, ‘gemengd landelijk gebied’ en ‘stalderingsgebied’, zie Afbeelding 6.

Afbeelding 6: Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Met de beoogde ontwikkeling wordt een vrijkomende rundveehouderij her ontwikkeld tot een kwekerij voor vollegronds- en plantgoed. Daar ter plaatse naast de rundveehouderij altijd al een grondgebonden teeltbedrijf was toegestaan, gaat het hier om de uitbreiding van een bestaande situatie in gemengd landelijk gebied. De voorwaarden voor uitbreiding van een grondgebonden teeltbedrijf in gemengd landelijk gebied liggen vast in artikel 3.54 van de Iov. Daar de overige beoogde functies binnen het plangebied reeds kunnen worden toegestaan binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan zijn hierop geen aanvullende provinciale regels op van toepassing. Voor wat betreft het stalderingsgebied zijn voorwaarden opgenomen in artikel 3.52 van de Iov. Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: - zorgvuldig ruimtegebruik; - de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; - meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8.

Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

10

Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6)

Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. In het landelijk gebied wordt hiermee een bestaand bouwperceel bedoeld. Bij stedelijke ontwikkelingen dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In dit geval is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De omvang van het vigerende bouwvlak blijft ongewijzigd en daarbij wordt uitsluitend een containerveld met een retentievoorziening mogelijk gemaakt. Deze voorzieningen kunnen niet worden aangeduid als stedelijk. Toepassing van de Ladder is derhalve niet noodzakelijk. Daarnaast moeten gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Conform de toelichting op de Iov biedt dit ruimte aan gemeenten om binnen een bouwperceel onderscheid te maken in bijvoorbeeld een gedeelte waar alleen bouwwerken zijn toegestaan, zoals permanente teeltondersteunende voorzieningen, en een gedeelte waar het bouwvlak ligt ten behoeve van het oprichten van gebouwen. Met het initiatief wordt op bovengenoemde wijze invulling gegeven aan het plangebied.

Het bestaande bouwvlak blijft in omvang gelijk. Hierin worden het bedrijfsgebouw, de teeltondersteunende kas, het waterbassin en de bedrijfswoning met bijbehorend bijgebouw geconcentreerd. Aansluitend aan het bouwvlak worden uitsluitend permanente teeltondersteunede voorzieningen in de vorm van een containerveld met retentievoorziening mogelijk gemaakt. Op deze manier is zorgvuldig ruimtegebruik verzekerd.

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7)

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: - de ondergrond - de netwerklaag - de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

Meerwaardecreatie (artikel 3.8)

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.9 van de Iov kan deel uit maken van de meerwaardecreatie. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door sloop van verouderde en asbesthoudende bebouwing. Daarbij is er sprake van een afname van emissies door de sanering van een rundveehouderij. Verder zal de uitbreiding van het bedrijf worden gecombineerd met een goede landschappelijke inpassing, die aansluit bij de omgeving. Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

11

Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9)

Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Hilvarenbeek is het afsprakenkader van de regio Hart van Brabant van toepassing. Conform de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’ wordt bij een planologische wijziging in categorie 3, een investering in kwaliteitsverbetering van het landschap gehanteerd van 20% van de grondwaardevermeerdering die door de gewenste ruimtelijke ontwikkeling ontstaat. Op basis van de huidige situatie, de beoogde situatie en het landschappelijke inpassingsplan is door de beëdigd rentmeesters en taxateurs van het adviesbureau Verschel & Van Dun BV een economische berekening betreffende de waardevermeerdering en kwaliteitsinvestering opgesteld. Deze berekening is opgenomen in Bijlage 2.

Uit deze berekening blijkt dat door de sanering van overtollige bebouwing en het landschappelijk inpassen van het bedrijf sprake is van een zeer ruime extra kwaliteitswinst bovenop de kwalitatieve investering die benodigd is. De sloop van de overtollige bebouwing en de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan en door het afsluiten van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer. Door de bijgevoegde berekening is bovendien aangetoond dat de kwaliteitsverbetering ruimschoots financieel is verzekerd. De beoogde ontwikkeling is daarom in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov. Grondgebonden teeltbedrijf in gemengd landelijk gebied (artikel 3.54) Een bestemmingsplan van toepassing op gemengd landelijk gebied kan voorzien in een uitbreiding van een grondgebonden teeltbedrijf als:

a. dit vanuit een goede agrarische bedrijfsvoering nodig is;

Containervelden zijn noodzakelijk zodat de teelt kan worden geconditioneerd, ter verbetering van de productiekwaliteit, arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging en –verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik.

b. de bouw of uitbreiding van kassen is tot ten hoogste 5000 m² toegestaan.

Binnen het bouwvlak wordt een teeltondersteunende kas gerealiseerd van circa 4.855 m2.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat het initiatief passend is binnen de voorwaarden voor de uitbreiding van een grondgebonden teeltbedrijf in het gemengd landelijk gebied. Stalderingsgebied (artikel 3.52) Artikel 3.52 van de Iov bevat de regels ten aanzien van het Stalderingsgebied. Binnen het plangebied is geen sprake van een toename in oppervlakte van dierenverblijven voor hokdieren. Met het initiatief wordt zelfs vastgelegd dat ter plaatse niet langer vee gehouden kan worden. Deze regels zijn derhalve niet van toepassing op het initiatief. Conclusie In deze paragraaf is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze toelichting kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een bestemmingplan 3.2 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

12

3.2.1

Structuurvisie

In januari 2014 heeft de gemeente Hilvarenbeek de structuurvisie Buitengebied uitgebracht. Hilvarenbeek kent naast de hoofdkernen en de kleinere kernen een groot landelijk gebied waarin veel ontwikkelingen gaande zijn. De functieveranderingen en dynamiek in de agrarische en recreatieve sector, natuurontwikkeling en de wens om de landschappelijke waarde behouden, vraagt om een samenhangende visie op ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De structuurvisie vormt het ‘bindende kader’ waarmee ontwikkelingen uit het bestemmingsplan ensectoraal beleid worden gekoppeld aan verbeteringsopgaven in de vorm van landschappelijke kwaliteiten. De structuurvisie Buitengebied richt zich op het behoud en waar mogelijk de versterking van de ruimtelijke en functionele kwaliteit van het buitengebied. Het gaat hierbij met name om kwaliteit voor aan het buitengebied gebonden functies (water, landbouw, recreatie, natuur, landschap) en voor de eveneens veelvuldig voorkomende niet-agrarisch functies en wonen. De ruimtelijke kwaliteit wordt (conform de provinciale benadering) bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. De aanwezige landschappelijke waarden (inclusief cultuurhistorie) en natuurwaarden spelen hierbij een belangrijke rol. Verder wordt er rekening gehouden met ruimtelijk relevante water- en milieuaspecten.

Landschap Het landschap van de gemeente Hilvarenbeek heeft een rijke afwisseling te bieden van natuur, cultuur en agrarische landschappen. Het plangebied is gelegen in het oude ontginningslandschap, zie Afbeelding 7. Het oude zandontginningslandschap is kleinschalig en gevarieerd in gebruik en structuur. Langs de met bomen beplante wegen staan boerderijen, af en toe een burgerwoning of een kwekerij. Vanaf de weg zijn het vooral de woningen, tuinen en landbouwpercelen die het beeld bepalen. Regelmatig is tussen de bebouwing ruim zicht mogelijk op het achterliggende akkercomplex. Op het akkercomplex domineren grasland en akkers afwisselend met boomkwekerijen in volle grond. In de structuurvisie is bepaald dat de openheid van het oude ontginningslandschap behouden moet worden. Hier is met het landschappelijk inpassingsplan invulling aan gegeven. Het landschappelijk inpassingsplan is nader toegelicht in paragraaf 2.2 en bijgevoegd in Bijlage 1. Met de ontwikkeling wordt een positieve bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Derhalve voldoet het initiatief aan de structuurvisie Buitengebied.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

13

Afbeelding 7: Uitsnede kaart ‘Landschapstypen gemeente Hilvarenbeek’ uit structuurvisie Buitengebied (plangebied rood omcirkeld) 3.2.2

Bestemmingsplan

Zoals al in de inleiding van deze toelichting is beschreven zijn voor het plangebied de bestemmingsplannen ‘Buitengebied’, aldus vastgesteld d.d. 13 maart 2014, en ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’, aldus vastgesteld d.d. 7 maart 2017, vigerend. De gewenste teelt ondersteunende kas en waterbassin binnen het bouwvlak zijn rechtstreeks toegestaan conform artikel 3.2.2, onder f, van het vigerende bestemmingsplan. De huisvesting voor tijdelijke seizoenarbeiders kan middels een binnenplanse afwijking worden toegestaan conform artikel 3.5.2. Om deze functie middels dit bestemmingsplan rechtstreeks toe te kunnen staan wordt aan het einde van deze paragraaf aan dit artikel getoetst. De gewenste containervelden passen echter niet binnen de bouwregels en afwijkingsbevoegdheden van het vigerende bestemmingsplan. Om de gewenste containervelden mogelijk te maken is dan ook een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Hier wordt middels dit bestemmingsplan invulling aan gegeven. Gelijktijdig wordt daarbij de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderijen’ van het bouwvlak verwijderd, zodat vast komt te liggen dat ter plaatse niet langer vee gehouden kan worden.

3.5.2 Huisvesting van tijdelijke werknemers Conform artikel 3.5.2 van het vigerende bestemmingsplan kan huisvesting voor tijdelijke seizoensarbeiders worden toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a. De huisvesting vindt plaats ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’;

De beoogde huisvesting voor tijdelijke seizoensarbeiders wordt gerealiseerd in de voormalige melkstal, machinekamer en het tanklokaal in de rundveestal, thans in gebruik te nemen als loods ten behoeve van de te vestigen kwekerij voor vollegronds- en plantgoed alhier. Deze rundveestal is gelegen binnen de aanduiding ‘bouwvlak’.

b. De huisvesting betreft uitsluitend werknemers die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden te verrichten;

Er zullen uitsluitend tijdelijke seizoensarbeiders gehuisvest worden die binnen de ter plaatse gevestigde kwekerij werkzaamheden verrichten.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

14

c. De huisvesting vindt enkel plaats binnen de bestaande bebouwing;

De beoogde huisvesting voor tijdelijke seizoensarbeiders wordt gerealiseerd in de voormalige melkstal, machinekamer en het tanklokaal in de aanwezige rundveestal.

d. Indien de huisvesting plaatsvindt in een bedrijfsgebouw, dan gelden de volgende bepalingen: 1. De huisvesting van werknemers is noodzakelijk vanwege een seizoensgebonden arbeidsbehoefte;

De huisvesting is noodzakelijk ten bate van de seizoensgebonden werkzaamheden op de kwekerij. De werkzaamheden vinden plaats in de jaarlijkse periode van de aanplant van nieuwe teelt, oogst van de teelt en het verwerken van orders. Indien gewenst kan de gemeente een advies opvragen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) om deze noodzaak aan te tonen.

e. Indien de huisvesting plaatsvindt binnen de bedrijfswoning, dan gelden de volgende bepalingen: 1. de huisvesting van werknemers is noodzakelijk vanwege een niet seizoensgebonden arbeidsbehoefte; 2. de huisvesting mag het gehele kalenderjaar plaatsvinden; 3. het aantal werknemers dat in de bedrijfswoning wordt gehuisvest, bedraagt niet meer dan 6 personen; Er vindt geen huisvesting plaats binnen de bedrijfswoning.

f.

De omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur dat de arbeidsbehoefte bestaat;

Er is op het bedrijf behoefte aan tijdelijke seizoensarbeiders ten tijde van de jaarlijkse aanplant van nieuwe teelt enerzijds en het oogsten en verwerken van orders anderzijds. Er zijn dus twee seizoenen waarin extra arbeid noodzakelijk is. In de voorwaarden van het bestemmingsplan zal worden vastgelegd dat het uitsluitend om tijdelijke huisvesting mag gaan.

g. De gebruiksvloeroppervlakte, die wordt aangewend voor de huisvesting van tijdelijke werknemers mag niet meer bedragen dan 500 m2;

De gebruiksoppervlakte voor het deel van het gebouw waar de tijdelijke seizoensarbeiders gehuisvest zullen worden heeft een omvang van circa 140 m 2. Om blijvend aan deze voorwaarde te kunnen voldoen zal de maximale omvang voor de tijdelijke huisvesting worden vastgelegd in de voorwaarden van het bestemmingsplan.

h. Er mogen geen zelfstandige wooneenheden ontstaan;

Er ontstaan met het initiatief geen zelfstandige wooneenheden. Alle ruimten in de wooneenheid worden gedeeld. In de voorwaarden wordt vastgelegd dat uitsluitend huisvesting van tijdelijke seizoensarbeiders, die een functionele binding hebben met het ter plaatse gevestigde bedrijf, is toegestaan.

i.

De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;

Het bedrijf is voorzien van een gedegen op-/afrit. Deze werd voorheen gebruikt voor het rundveebedrijf. Er wordt huisvesting voor maximaal zes tijdelijke seizoensarbeiders mogelijk gemaakt. Hier biedt de bestaande op-/afrit ruim voldoende ruimte voor. Parkeren gebeurt geheel op eigen terrein voor de gebouwen. Ook hiervoor is ruim voldoende erfverharding op het terrein aanwezig.

j.

Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;

Om te toetsen of de activiteit niet leidt tot onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen van omwonenden, wordt aangesloten bij de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009)’. De tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders is als zodanig niet opgenomen in de handreiking. Er wordt derhalve aangesloten bij de categorie ‘Hotels en pensions met keuken’. Voor deze milieucategorie geldt een maximale richtafstand van 10 Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

15

meter. Op een afstand van 10 meter van het bestemmingsvlak zijn geen gevoelige objecten gelegen. Er kan dus worden gesteld dat de beoogde functie op gepaste afstand van gevoelige objecten in de omgeving is gelegen. In de omgeving van het plangebied komt met name agrarische bedrijvigheid voor. Voor agrarische bedrijven is over het algemeen de geurwetgeving maatgevend in de bepaling of een initiatief een belemmering vormt voor de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf. In paragraaf 4.7 wordt het initiatief getoetst aan de geurwetgeving.

k. Het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de waarden die het plan beoogt te beschermen.

Doordat de huisvesting van de tijdelijke seizoensarbeiders binnen bestaande bebouwing gerealiseerd wordt heeft deze huisvesting op geen enkele wijze een aantasting van de waarden uit het bestemmingsplan tot gevolg. Dit wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze toelichting.

Er kan worden geconcludeerd dat de beoogde huisvesting voor tijdelijke seizoenarbeiders past binnen de voorwaarden van het binnenplans afwijken van het bestemmingsplan. De functie kan dus middels dit bestemmingsplan rechtstreeks worden toegestaan.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

16

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1 Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten. Ten aanzien van het eerste criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er in de beoogde situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden, hier wordt verder op in gegaan in paragraaf 4.3.2 van deze toelichting.

Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. De vestiging van huisvesting voor tijdelijke seizoensarbeiders bij een bestaand agrarisch bedrijf komt in de C- en Dlijst van het Besluit m.e.r. niet voor. Een categorie die mogelijk wel van toepassing is op het beoogde initiatief betreft categorie D9 ‘Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan’. De grenswaarde wordt overschreden wanneer de activiteiten betrekking hebben op een functiewijziging ten behoeve van de landbouw, met een oppervlakte van meer dan 125 hectare. De beoogde containervelden hebben een omvang van 5,0 ha. Met de ontwikkeling is derhalve met zekerheid geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden uit het Besluit m.e.r.. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet plan-m.e.r. plichtig is. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 echter ook een m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er met het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a.

de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Deze zaken zijn uitgebreid onderzocht in het kader van voorliggende toelichting, tezamen met alle andere milieuhygiënische en planologische aspecten. Hieruit zijn geen bezwaren naar voren gekomen. Bovendien wordt met dit bestemmingsplan een rundveehouderij gesaneerd, waardoor er niet langer bedrijfsmatig vee gehouden wordt op de locatie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er gelet op de kenmerken van de ontwikkeling, de locatie en de kenmerken van de potentiële effecten niet leiden tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Deze toelichting kan dan ook tevens worden beschouwd als vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie. Analoog aan artikel 7.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer dient een besluit op een m.e.r.beoordeling genomen te worden in het stadium voorafgaand aan de inzagetermijn van het ontwerpbesluit. Dit maakt het mogelijk dat het College in één vergadering besluit over de m.e.r.beoordeling en om het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Beide zaken liggen dan tegelijk ter inzage. Tegen het m.e.r.-beoordelingsbesluit staat geen bezwaar en/of beroep open, maar indirect kan er via een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan wel op gereageerd worden.

Het College wordt verzocht om voorafgaand aan het nemen van een besluit op het ontwerpbestemmingsplan op basis van bovenstaande een besluit te nemen op de m.e.r.-beoordeling.

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

17

4.2 Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: - Beschrijving waterrelevant beleid; - Bestaande waterhuishoudkundige situatie; - Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1

Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: - Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; - Een betere waterveiligheid door preventie; - Koppeling van waterberging en droogtebestrijding.

Zoals reeds uiteen is gezet in paragraaf 3.1.3 zijn er binnen de Iov geen werkingsgebieden voor wat betreft het aspect water gelegen op het plangebied. Er zijn derhalve geen voorwaarden waar in het kader van de Iov aan getoetst dient te worden. De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat, is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: - Voldoende water voor mens, plan en dier; - Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); - Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; - Verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.

Zoals weergegeven is in Afbeelding 8 heeft het plangebied in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’ toegekend gekregen. Deze aanduiding komt overeen met de aanduiding ‘gemengd landelijk gebied’ uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het waterbeheer richt zich op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

18

maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid.

Afbeelding 8: Uitsnede kaart ‘Gezondheid 1’ PMWP Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft het plangebied geen aanduiding gekregen. Volgens het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen het plangebied. Hiermee past het initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap Waterschap de Dommel is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema’s. - Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen); - Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is.

Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; - Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; - Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; - Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zij in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In het Waterbeheerplan nodigt Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

19

het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbreiden en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Per 1 januari 2019 zijn de partiële herziening 2018 van de Keur 2015 en de Algemene Regels van Waterschap De Dommel van kracht. Op grond van artikel 15 van de Algemene Regels geldt een vrijstelling op de vergunningplicht voor de afvoer van hemelwater door een toename van verhard oppervlak indien schriftelijke instemming is verkregen op de waterparagraaf. In dat geval is geen (herziening van de) watervergunning nodig. Instemming is echter alleen mogelijk wanneer de waterparagraaf zodanig concreet is, dat kan worden getoetst aan de richtlijnen voor het waterhuishoudkundig plan. In de planregels dient de realisatie van de waterhuishoudkundige voorzieningen als voorwaardelijke verplichting opgenomen te worden.

4.2.2

Bestaande waterhuishoudkundige situatie

In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m3 niet-verontreinigd hemelwater per m2 verhard oppervlak. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding geloosd op omliggende perceelsloten. Op het bedrijf wordt aandacht besteed aan het schoonhouden van het verhard oppervlak. Er is sprake van good-house-keeping management. De erfverharding en de daken worden zo vaak als voor de goede orde noodzakelijk is schoon gehouden. Op het bedrijf vinden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met het hemelwater. Het niet-verontreinigde hemelwater kan dus zonder problemen worden geloosd op de omliggende perceelsloten. De omliggende perceelsloten betreffen conform de Legger B-watergangen, zie Afbeelding 9. Tevens zijn er een aantal C-watergangen gelegen in de nabijheid van het plangebied. Deze zijn echter niet opgenomen op de Leggerkaart. Voor zover bekend zijn deze C-watergangen derhalve handmatig met oranje lijnen aangegeven in Afbeelding 9.

Afbeelding 9: Uitsnede Legger oppervlaktewaterlichamen Waterschap De Dommel

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

20

De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ter plaatse van het plangebied varieert tussen 40 en 140 cm ten opzichte van het maaiveld, dit volgt uit Afbeelding 10. De maaiveldhoogte varieert van circa 13,7 meter tot 14,9 meter boven N.A.P., zie Afbeelding 11.

Afbeelding 10: Uitsnede kaart ‘Gemiddelde hoogste grondwaterstand’

Afbeelding 11: Maaiveldhoogte ten opzichte van N.A.P. De bodem bestaat ter plaatse van het plangebied blijkens de bodematlas uit eerdgronden, zie Afbeelding 12. Deze gronden hebben een donkergekleurde humusrijke bovengrond van tenminste 15 cm, de zogenaamde eerdlaag. Deze eerdlaag is ontstaan door de gelijkelijke ophoging van de originele grondlaag met organische stof. Dit kan het gevolg zijn van natuurlijke ophoging of door toepassing van bemesting door de mens. Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

21

Afbeelding 12: Bodemkundige hoofdeenheden De eerdlaag verandert door voortdurende toepassing van landbouwwerkzaamheden zoals diepploegen en -woelen doorgaans niet in veen. Dit blijkt uit de zandfractie van de bodem. De zandfractie op 10 centimeter en op 40 centimeter onder het maaiveld betreft beide 105-150 μm, zie Afbeelding 13. Dit geeft aan dat de zandfractie in de bodem ter plaatste van het bedrijf ‘zeer fijn zand’ betreft. De waterdoorlatendheid van dit bodemtype is matig tot goed. Schoon (hemel)water wat kan infiltreren in de bodem ter plaatse van het bedrijf kan dus redelijkerwijs goed in de bodem infiltreren, hiervoor er geen grote problemen te verwachten zijn t.a.v. de waterdoorlatendheid van de bodem.

Afbeelding 13: Zandfractie van de bodem op -10 cm (links) en -40 cm (rechts) 4.2.3

Beoogde waterhuishoudkundige situatie

Zoals aangegeven is waterschap De Dommel de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van gronden oppervlaktewater binnen het plangebied. Conform artikel 3.6 van de Keur van Waterschap De Dommel, welke in werking is getreden op 1 maart 2015, is het verboden om zonder een vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktelichaam te laten komen. Dit is een algemene verbodsbepaling waarvan vrijstelling

Toelichting bestemmingsplan – Akkerstraat 17 te Biest-Houtakker

22

kan worden verleend wanneer er voldaan kan worden aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in artikel 15 van de Algemene regels van de Brabant Keur ‘Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen verhard oppervlak’:

Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam voor zover: a. Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is; of b. De toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m 2 is; of c. De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. d. De toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m 2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie conform de rekenregel. Voor grotere plannen geldt artikel 13 van de Beleidsregels van de Brabant Keur ‘Afvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’. Het doel van deze beleidsregel is om de mogelijk versnelde afvoer van hemelwater als gevolg van de uitbreiding van het verhard oppervlak of afkoppelen van verhard oppervlak op een optimale wijze in te passen in het bestaande watersysteem waar de ontwikkeling onderdeel van uitmaakt. De realisatie van nieuw verhard oppervlak en afkoppelen van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10046321/1