10 bestemmingsplan Korenpad 3 (6 bijlage Toelichting)
Tekst van het document
Figuur 1.2a
Figuur 1.2b
Nieuwbouwoptie 1, één nieuwe woning
Nieuwbouwoptie 2, twee nieuwe woningen
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
5
2
Uitgangspunten
2.1
Gehanteerde gegevens
Voor dit onderzoek hebben we gebruikgemaakt van de volgende gegevens: ▪
Tekeningen: situatie en impressies uit de SO brochure ‘ontwikkeling Korenpad 3’, opgesteld door Van Es Architecten uit Sliedrecht op 01-05-2020.
▪
Wegverkeersgegevens: zie paragraaf 2.3.2 en bijlage II
2.2
Wettelijk kader
2.2.1
Onderzoeksgebied
De kortste afstand van de nieuwbouw tot de gezoneerde weg N395 en de niet-gezoneerde 30km/u-wegen Maternusstraat, Korenpad, Van den Elsenstraat en Molenacker bedraagt respectievelijk circa 95, 40, 35, 65 en 90 meter. De nieuwbouw ligt binnen de van toepassing zijnde geluidzone van de N395 (zie bijlage II Wettelijk kader). Daarom moet de geluidbelasting bepaald worden. Figuur 2.1 geeft de huidige situatie weer waarin omliggende wegen zijn aangegeven. Binnen de rode cirkel is de locatie gegeven van de ontwikkeling.
Figuur 2.1 Huidige situatie en omliggende wegen
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
6
2.2.2
Wet geluidhinder
In de zin van de Wet geluidhinder is met betrekking tot de N395 sprake van nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd in stedelijk gebied langs een bestaande weg. De zogenoemde voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van de woningen bedraagt 48 dB voor iedere weg afzonderlijk. Op grond van artikel 83 lid 2 Wet geluidhinder bedraagt voor iedere weg de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. 30 km/u-wegen Wegen met een maximale snelheid van 30 km/u worden niet getoetst aan de Wet geluidhinder. Gezien de afstand van de Maternusstraat, Molenacker, Korenpad en de Van den Elsenstraat tot de nieuwbouw maken we de geluidbelasting inzichtelijk. Geluidbeperkende maatregelen Als de geluidbelasting vanwege een weg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB moeten in principe maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot die waarde. Hierbij hanteert de Wet geluidhinder de volgende volgorde van voorkeur: -
maatregelen bij de bron (het aanbrengen van een geluidreducerend wegdek, het reduceren van de verkeersintensiteit of het verlagen van de snelheid);
-
maatregelen in de overdracht (het situeren van niet-geluidgevoelige bebouwing tussen de bron en de ontwikkeling of het plaatsen van een geluidscherm of geluidwal);
-
maatregelen bij de ontvanger.
Hogere waarde Als de hiervoor genoemde maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, kan bij de gemeente Hilvarenbeek een zogenoemde 'hogere waarde' voor de geluidbelasting op een gevel aangevraagd worden tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB per weg.
2.2.3
Gemeentelijk geluidbeleid
De gemeente Hilvarenbeek heeft geen geluidbeleid, dus er vindt geen toetsing plaats.
2.3
Berekeningen
2.3.1
Geluidbelasting
De geluidbelasting in Lden is de geluidbelasting ter plaatse van de gevel over een etmaal, rekening houdend met een verschillende normering per periode van het etmaal en gebaseerd op een jaargemiddelde verkeersintensiteit.
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
7
2.3.2
Rekenmethode en rekenmodel
De geluidbelasting hebben we bepaald op basis van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (volgens artikel 110d Wet geluidhinder). In de onderhavige situatie hebben we de geluidbelasting bepaald met behulp van Standaard Rekenmethode II overeenkomstig Geomilieu versie 2022.1. Bij de berekeningen zijn wij uitgegaan van de zogenoemde VOAB-afspraken: -
maximaal één reflectie;
-
een minimum zichthoek voor reflecties van twee graden en;
-
een maximum sectorhoek van vijf graden.
Gebouwen De ontwikkeling bestaat uit twee woningen van 3 bouwlagen verdeeld over twee percelen. Figuur 2.2 geeft een impressie weer van de massastudie. Voor de maximale hoogte van de woningen hebben we acht meter aangehouden.
Figuur 2.2 Impressie massastudie Alle bebouwing hebben we gemodelleerd met een reflectiepercentage voor de gevels van 80%, zoals voor normale situaties is voorgeschreven. Bij de berekening van de geluidbelasting hebben we rekening gehouden met de aanwezigheid van de bestaande bebouwing. Rekenpunten De toekomstige geluidbelasting hebben we bepaald voor een aantal representatief te achten rekenpunten. Bij beide percelen hebben we op de begane grond, 1e en 2e verdieping de geluidbelasting bepaald op respectievelijk 1.5, 4.5 en 7.5 meter boven plaatselijk maaiveld.
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
8
Wegen De wegverkeergegevens van de gezoneerde weg N395 en niet-gezoneerde weg Maternusstraat zijn aangeleverd door de provincie Noord-Brabant. Als basis voor de berekening van de geluidbelasting zijn de prognoses voor het wegverkeer in het jaar 2032 beschouwd. Dat jaar wordt representatief geacht voor de bepaling van de toekomstige geluidbelasting. Alle gebruikte verkeersgegevens zijn gespecificeerd in bijlage II. Van de niet-gezoneerde wegen Korenpad, Molenacker en Van den Elsenstraat waren geen verkeersgegevens beschikbaar. Voor deze wegen hebben we dezelfde verdeling dag/ avond/ nacht en lichte/ middelzware/ zware voertuigen aangehouden als voor de Maternusstraat. Voor het totaal aantal motorvoertuigen per etmaal hebben we in samenspraak met de gemeente Hilvarenbeek voor het Korenpad en Molenacker respectievelijk 100 en 500 motorvoertuigen per etmaal aangehouden. Voor de Van den Elsenstraat hebben we eveneens 500 motorvoertuigen per etmaal aangehouden. Bodemgebied In het rekenmodel is rekening gehouden met harde, reflecterende bodems, zoals wegen en parkeerplaatsen en akoestisch absorberende bodems, zoals grasvlakken (bodemdemping 1,0). De standaard bodemfactor van het model is 0. Dit komt overeen met een harde, reflecterende bodem. Geometrie Figuur 2.3a en figuur 2.3b laten het bij de berekeningen beschouwde onderzoeksgebied zien in twee- en driedimensionaal.
Binnen de rode cirkel is de ontwikkeling van de twee woningen weergegeven. In het onderzoeksgebied zijn nabij de ontwikkeling geen relevante hoogteverschillen aanwezig.
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
9
Figuur 2.3a
Figuur 2.3b
Twee dimensionaal modeloverzicht
Drie dimensionaal modeloverzicht
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
10
3
Rekenresultaten
Bijlage III geeft de berekende geluidbelastingen visueel weer van de toetsing aan de Wet geluidhinder (paragraaf 3.1), van de 30 km/u-wegen (paragraaf 3.2) en van de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle omliggende wegen (paragraaf 3.3).
3.1
Toetsing aan de Wet geluidhinder
Figuur 3.1 geeft de berekende geluidbelasting weer vanwege de N395. De hoogst berekende geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de N395 is 45 dB na wettelijke aftrek. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Vanwege deze weg zijn er vanuit de Wet geluidhinder geen bezwaren tegen de ontwikkeling, want de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt niet overschreden.
Figuur 3.1 Berekende geluidbelasting vanwege de N395
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
11
3.2
30 km/u-wegen
Bij de vaststelling van ruimtelijke besluiten, zoals in dit geval het opstellen van een nieuw bestemmingsplan, moet de gemeente (B en W) in het kader van een goede ruimtelijke ordening onder meer beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Omdat het gaat om 30 km/u-wegen is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Om de geluidbelasting te kwalificeren is gebruikgemaakt van de methode Miedema. Hierin wordt een correlatie tussen de geluidhinder en de hoogte van de geluidbelasting gemaakt. In tabel 3.1 is de classificatie weergegeven. Tabel 3.1 Beoordeling van de omgevingskwaliteit afhankelijk van de geluidbelasting Geluidklasse
Beoordeling
< 50 dB
Goed
50 - 54 dB
Redelijk
54 - 59 dB
Matig
59 - 64 dB
Tamelijk slecht
64 - 70 dB
Slecht
> 70 dB
Zeer slecht
Bijlage III geeft de berekende geluidbelasting weer vanwege de 30 km/u-wegen Maternusstraat, Korenpad, Molenacker en Van den Elsenstraat. De hoogst, berekende geluidbelasting is 45 dB zonder aftrek. Voor alle zijden van beide woningen geldt een geluidklasse ‘goed’. Hiermee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
3.3
Gecumuleerde geluidbelasting
De gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer is ten hoogste 50 dB zonder wettelijke aftrek op de 2e verdieping van de noordoostgevel van perceel A. De geluidbelasting vanwege de N395 is de maatgevende bron. Met de minimale geluidweringseis van 20 dB wordt voldaan aan de regels die gelden vanuit het Bouwbesluit 2012.
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
12
4
Conclusie
We hebben een akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van twee nieuw te realiseren woningen in Diessen. We hebben in dit onderzoek getoetst aan de Wet geluidhinder. De toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid is niet van toepassing omdat er geen geluidbeleid is. Uit het onderzoek blijkt het volgende: -
N395: Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de N395 lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Vanuit de Wet geluidhinder zijn er vanwege deze weg géén bezwaren tegen de ontwikkeling van woningen.
-
30 km/u-wegen: de geluidbelasting vanwege omliggende 30 km/u-wegen is ten hoogste 45 dB zonder wettelijke aftrek. Hiermee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Wanneer er wordt gekozen voor nieuwbouwoptie 1, dan wordt hiermee ook ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde waarmee er geen belemmeringen zijn vanwege de Wet geluidhinder voor de bouw van een woning. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer is ten hoogste 50 dB zonder wettelijke aftrek op de 2e verdieping van de noordoostgevel van perceel A. Met de minimale geluidweringseis van 20 dB wordt voldaan aan de regels die gelden vanuit het Bouwbesluit 2012.
LBP|SIGHT BV
C.L. (Christophe) Bruynseels
ing. M.J.M. (Monique) van Bemmelen
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
13
Bijlage I Wettelijk kader Definitie weg Een weg is voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg alsmede een spoorweg die niet is aangegeven op de kaart, bedoeld in artikel 106, of de geluidplafondkaart (artikel 1 uit de Wet geluidhinder). Geluidzones Conform de Wet geluidhinder moet voor nieuw te realiseren geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van een geluidbron een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. Hierbij moet verslag gedaan worden van de geluidbelasting op de gevels van de ontwikkeling vanwege die geluidbron. Als de ontwikkeling binnen de geluidzones van verscheidene geluidbronnen is gesitueerd, dan moet de geluidbelasting vanwege die afzonderlijke bronnen beschouwd worden. Tabel I.1 Geluidzones wegverkeer Stedelijk gebied 1 - 2 rijstroken
200 meter
3 of meer rijstroken
350 meter Buitenstedelijk gebied
-
1 - 2 rijstroken
250 meter
3 - 4 rijstroken
400 meter
5 of meer rijstroken
600 meter
Stedelijk gebied: Gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom binnen de zone van een auto(snel)weg.
-
Buitenstedelijk gebied: Het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom binnen de zone van een auto(snel)weg.
-
Bebouwde kom: De bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet 1994.
-
Auto(snel)weg: Een auto(snel)weg volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, in de praktijk moet langs de weg een auto(snel)weg bord zijn geplaatst.
Geluidgevoelige objecten De Wet geluidhinder stelt alleen eisen aan de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige gebouwen. Geluidgevoelige gebouwen zijn: -
woning
-
onderwijsgebouw
-
ziekenhuis
-
verpleeghuis
-
verzorgingstehuis
-
psychiatrische inrichting
-
kinderdagverblijf
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
14
-
woonwagenstandplaats (als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag)
-
ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen.
Overige gebouwen zijn niet geluidgevoelig. 30km/u-wegen Wegen die binnen een als woonerf aangeduid gebied liggen en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/u geldt, hebben geen geluidzone. Geluidgevoelige objecten die buiten de geluidzone of langs een niet-gezoneerde weg zijn gelegen, hoeven niet in een akoestisch onderzoek betrokken te worden. Tijdens het opnemen van deze bepaling in de Wet geluidhinder (1993) was de gedachte dat de geluidbelasting vanwege die wegen zelden of nooit hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In de praktijk blijkt vaak dat vanwege wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u wel sprake is van een hogere geluidbelasting. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat nu ruimer gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid 30 km/u-wegen in te stellen. Vaak heeft dat alleen te maken met overwegingen vanuit verkeersveiligheid. Bij de belangenafweging kan in het kader van een goede ruimtelijke ordening en in het kader van een goed woon- en leefklimaat niet zomaar voorbijgegaan worden aan de geluidbelasting vanwege een 30 km/u wegen. Om die reden hebben we de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Maternusstraat, Korenpad, Molenacker en Van den Elsenstraat bepaald.
Aftrek volgens artikel 110g uit de Wet geluidhinder Voordat de berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer op de gevel van een geluidgevoelig object wordt getoetst aan de wettelijke grenswaarden, mag een aftrek volgens artikel 110g uit de Wet geluidhinder worden toegepast. Door deze aftrek toe te passen, wordt rekening gehouden met de verwachting dat de geluidemissie van motorvoertuigen in de toekomst gereduceerd zal worden. Voor wegen waar de representatief te achten snelheid voor de lichte motorvoertuigen lager dan 70 km/u is, bedraagt de aftrek volgens artikel 110g Wet geluidhinder 5 dB.
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
15
Bijlage II Wegverkeergegevens De representatieve weekdaggemiddelde etmaalintensiteiten De gemiddelde uurintensiteiten in de dagperiode (07.00 uur - 19.00 uur), avondperiode (19.00 uur 23.00 uur) en nachtperiode (23.00 uur - 07.00 uur), de verdelingen over de verschillende motorvoertuigcategorieën, de maximumsnelheden en de wegdektypen van de wegen van het jaar 2032 is door de provincie Noord-Brabant opgegeven. Van de niet-gezoneerde wegen Korenpad, Molenacker en Van den Elsenstraat waren geen actuele verkeersgegevens beschikbaar. Voor deze wegen hebben we dezelfde verdeling dag/ avond/ nacht en lichte/ middelzware/ zware voertuigen aangehouden die gelden voor de Maternusstraat. . De Voor het totaal aantal motorvoertuigen per etmaal hebben we in samenspraak met de gemeente Hilvarenbeek voor het Korenpad en Molenacker respectievelijk 100 en 500 motorvoertuigen per etmaal aangehouden. Voor de Van den Elsenstraat hebben we eveneens 500 motorvoertuigen per etmaal aangehouden. De etmaalintensiteiten, de maximumsnelheid en de wegdektypen zijn in een uitdraai van het akoestisch model op de volgende pagina weergegeven. Hierin zijn de etmaalintensiteiten en de intensiteiten per dagdeel uitgesplitst in lichte, middelzware en zware voertuigen.
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
16
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
Omschr. 50km/u 30km/u 30km/u 30km/u Van den Elsenstraat 30km/u
ISO_H 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
ISO M. 0.00 0.00 0.00 0.00 0.00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Type Intensiteit Intensiteit Verdeling Verdeling Verdeling
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
Cpl False False False False False
Cpl_W 1.5 1.5 1.5 1.5 1.5
Helling 0 0 0 0 0
Wegdek W0 W9a W9a W9a W9a
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
V(MR(D)) 50 30 30 30 30
V(MR(A)) 50 30 30 30 30
V(MR(N)) 50 30 30 30 30
V(MR(P4)) ------
V(LV(D)) 50 30 30 30 30
V(LV(A)) 50 30 30 30 30
V(LV(N)) 50 30 30 30 30
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
V(LV(P4)) ------
V(MV(D)) 50 30 30 30 30
V(MV(A)) 50 30 30 30 30
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
V(MV(N)) 50 30 30 30 30
V(MV(P4)) ------
V(ZV(D)) 50 30 30 30 30
V(ZV(A)) 50 30 30 30 30
V(ZV(N)) 50 30 30 30 30
V(ZV(P4)) ------
Totaal aantal 9054.36 1978.68 100.00 500.00 500.00
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
%Int(D) 6.49 6.71 6.71 6.71 6.71
%Int(A) 3.63 3.58 3.58 3.58 3.58
%Int(N) 0.96 0.65 0.65 0.65 0.65
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
%Int(P4) ------
%MR(D) ------
%MR(A) ------
%MR(N) ------
%MR(P4) ------
%LV(D) 90.80 96.76 96.76 96.76 96.76
%LV(A) 93.02 97.40 97.40 97.40 97.40
%LV(N) 91.61 97.34 97.34 97.34 97.34
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
%LV(P4) ------
%MV(D) 6.63 2.59 2.59 2.59 2.59
%MV(A) 4.67 2.13 2.13 2.13 2.13
%MV(N) 5.79 2.03 2.03 2.03 2.03
%MV(P4) ------
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
%ZV(D) 2.58 0.65 0.65 0.65 0.65
%ZV(A) 2.30 0.47 0.47 0.47 0.47
%ZV(N) 2.60 0.62 0.62 0.62 0.62
%ZV(P4) ------
MR(D) ------
MR(A) ------
MR(N) ------
MR(P4) ------
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
LV(D) 533.33 128.44 6.49 32.46 32.46
LV(A) 305.47 69.01 3.49 17.43 17.43
LV(N) 79.26 12.46 0.63 3.16 3.16
LV(P4) ------
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
MV(D) 38.92 3.44 0.17 0.87 0.87
MV(A) 15.35 1.51 0.08 0.38 0.38
MV(N) 5.01 0.26 0.01 0.07 0.07
MV(P4) ------
ZV(D) 15.14 0.86 0.04 0.22 0.22
ZV(A) 7.56 0.33 0.02 0.08 0.08
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
ZV(N) 2.25 0.08 -0.02 0.02
ZV(P4) ------
LE (D) 63 83.81 83.38 70.42 77.41 77.41
LE (D) 125 91.25 87.84 74.88 81.87 81.87
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
LE (D) 250 98.26 95.59 82.62 89.61 89.61
LE (D) 500 102.39 95.33 82.37 89.36 89.36
LE (D) 1k 108.09 98.69 85.73 92.72 92.72
LE (D) 2k 104.78 92.03 79.07 86.06 86.06
LE (D) 4k 98.06 86.91 73.95 80.94 80.94
LE (D) 8k 89.24 81.05 68.09 75.08 75.08
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
LE (A) 63 80.79 80.34 67.38 74.37 74.37
LE (A) 125 88.07 84.65 71.69 78.68 78.68
LE (A) 250 94.86 92.08 79.12 86.11 86.11
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
LE (A) 500 99.54 92.43 79.47 86.46 86.46
LE (A) 1k 105.44 95.86 82.90 89.89 89.89
LE (A) 2k 102.07 89.15 76.19 83.18 83.18
LE (A) 4k 95.34 84.01 71.04 78.03 78.03
LE (A) 8k 86.18 77.71 64.75 71.74 71.74
LE (N) 63 75.35 72.95 60.00 66.99 66.99
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
LE (N) 125 82.72 77.33 64.38 71.37 71.37
LE (N) 250 89.65 84.75 71.80 78.79 78.79
LE (N) 500 93.99 85.08 72.13 79.12 79.12
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
LE (N) 1k 99.74 88.47 75.52 82.51 82.51
LE (N) 2k 96.40 81.76 68.81 75.80 75.80
LE (N) 4k 89.68 76.63 63.68 70.67 70.67
LE (N) 8k 80.75 70.41 57.46 64.45 64.45
LE (P4) 63 ------
LE (P4) 125 ------
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
LE (P4) 250 ------
LE (P4) 500 ------
LE (P4) 1k ------
5/4/2022 9:48:45 AM
Invoergegevens: wegverkeersgegevens 2032 Aangeleverd door de Prov. N-Brabant, afgestemd met gem. Hilvarenbeek Model: Groep:
bewerkt door LBPSIGHT
optie 2 percelen R074449aa.22620VB.fwi - Korenpad 3 5087 AE Diessen (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMG-2012, wegverkeer
Naam N395 Matemusstr Korenpad Molenacker VdElsenstr
LE (P4) 2k ------
LE (P4) 4k ------
LE (P4) 8k ------
Geomilieu V2022 rev 1 Licentiehouder: LBP|SIGHT - Nieuwegein
5/4/2022 9:48:45 AM
Bijlage III Rekenresultaten
R074449aa.22620VB.fwi | versie 01_001 | 18 mei 2022
17
Bijlage II Standaard verantwoording groepsrisico
R074449aa.225813Z.jwi | versie 05_001 | 8 juli 202
Bijlage 1: Stroomschema standaard verantwoording
Heeft uw gemeente vragen? m.vanderwielen@omwb.nl k.aarts@omwb.nl n.denhaan@omwb.nl
Start
Geen verantwoording
Niet gekleurde zone
Waar?
Grijze zone Invloedsgebied
Blauwe zone
Conserverend1
Standaard verantwoording2
Zone 30-200/750 m
Gele zone Zone tot 30 m
Aard van het plan?
Geen verantwoording
Niet gekleurde zone Ontwikkeling of wijziging
Grijze zone Invloedsgebied
Geldt een beperkte verantwoording op basis van het Bevt/Bevb én is sprake van zelfredzame personen?4
Waar?
Transportroute en/of buisleiding3
Blauwe zone Zone 30-200/750 m
Gele zone Zone tot 30 m
Van welke risicobron(nen) is de zone afkomstig?
Beviinrichting
Ja
Standaard verantwoording2
Nee
Maatwerk Verantwoording5
1: Een conserverend plan laat juridisch-planologisch geen nieuwe ontwikkelingen toe. Een beheersverordening behoort hier ook toe. Een conserverend bestemmingsplan waarin wijzigingsgebieden of uit te werken bestemmingen (opnieuw) worden vastgelegd, wordt beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. Een legalisatie wordt ook beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. 2: Bij een standaard verantwoording kan ook altijd het standaardadvies van de Veiligheidsregio worden toegepast. 3: Onder transportroute wordt verstaan: wegen (incl. gemeentelijke wegen), spoorwegen en waterwegen 4: Indien beide vragen met ‘ja’ beantwoord kunnen worden, volg dan ‘ja’. Zo niet, volg dan ‘nee’. Wat de toepassingsvereisten zijn bij een beperkte verantwoording staat verwoord in artikel 8, lid 2 van het Bevt en artikel 12, lid 3 van het Bevb. De motivering in hoeverre de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient te worden opgenomen in het ruimtelijk plan. Personen zijn zondermeer niet zelfredzaam wanneer sprake is van ziekenhuizen, basisscholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, bejaardentehuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen en gevangenissen. 5: De OMWB kan een dergelijke verantwoording voor uw gemeente opstellen of daarbij ondersteunen.
Standaard Verantwoording Groepsrisico 2019 Gemeente Hilvarenbeek
Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek Uitvoering K. Aarts, N. den Haan, M. van der Wielen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Datum Juli 2019
1
Inleiding Deze standaard verantwoording groepsrisico (voortaan: standaard verantwoording) is een hulpmiddel voor het opstellen van de paragraaf “externe veiligheid” in ruimtelijke plannen, waarvan de gronden liggen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Een risicobron is een bron waar opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, zoals een Bevi-inrichting, buisleiding, spoor-, water- of autoweg. De standaard verantwoording geeft een beschrijving van de scenario’s en de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid en gaat op globale wijze in op het groepsrisico. Deze standaard verantwoording wordt toegepast voor Wro-besluiten en omgevingsvergunningen Wabo voor afwijken van bestemmingsplan of beheersverordeningen. De standaard verantwoording kan gebruikt worden om te voldoen aan artikel 13 van het Bevi1. Daarnaast kan deze standaard verantwoording toegepast worden als (beperkte) verantwoording op grond van artikel 7 en 8 van het Bevt2 en artikel 12 van het Bevb3. Voor een verantwoording van het groepsrisico dient de Veiligheidsregio (VR) in de gelegenheid te worden gesteld een advies uit te brengen. De VR geeft in bepaalde situaties een standaardadvies af. Voor de toepassingsmogelijkheden van dit standaardadvies wordt verwezen naar het advies van de VR d.d. 21 december 2018.
Een vuistregel is dat wanneer de standaard verantwoording kan worden toegepast, het standaardadvies van de VR tevens van kracht is. In dit document wordt: toegelicht wanneer de standaard verantwoording aan de orde is en hoe het gebruikt wordt; de standaard verantwoording voor de gemeente Hilvarenbeek gegeven. Toepassing standaard verantwoording In Wro-besluiten en omgevingsvergunningen Wabo voor afwijken van bestemmingsplan of beheersverordeningen (voortaan: ruimtelijk plan) wordt getoetst aan diverse milieuaspecten, waaronder externe veiligheid. Ieder ruimtelijk plan bestaat daarom uit een paragraaf externe veiligheid. De standaard verantwoording kan nooit de gehele paragraaf externe veiligheid vervangen. Een complete paragraaf bestaat –naast de eventueel noodzakelijke verantwoording uit een beleidskader, beschrijving van de risicobronnen en (beperkt) kwetsbare objecten en een toetsing aan de relevante contouren (PR 10-6, plasbrandaandachtsgebieden en invloedsgebieden). Voor inzicht in deze contouren, wordt verwezen naar de risicokaart of EV-signaleringskaart. Voor de toepassingsmogelijkheden van de standaard verantwoording wordt verwezen naar het stroomschema, zoals opgenomen in bijlage 1. In dit stroomschema wordt een relatie gelegd met de kaart ‘zone indeling standaard verantwoording groepsrisico’, die in bijlage 2 staat.
Toelichting Stroomschema Het stroomschema maakt onderscheid tussen: 1. Conserverende en ontwikkelingsgerichte plannen: Conserverende plannen zijn bestemmingsplannen of beheersverordeningen waarin juridisch-planologisch geen nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt. Een bestemmingsplan dat een wijzigingsbevoegdheid of uit te werken bestemming (opnieuw) vastlegt, wordt beschouwd als een ontwikkelingsgericht plan. Een uitbreiding van een
1
Besluit externe veiligheid inrichtingen Besluit externe veiligheid transportroutes 3 Besluit externe veiligheid buisleidingen 2
2
bestaande functie, functiewijziging of legalisatie wordt beschouwd als een ontwikkeling/wijziging. 2. Diverse zones. Deze zones zijn opgenomen op de kaart in bijlage 2 en omvat een: a. Niet gekleurde zone: wanneer het plangebied uitsluitend in dit gebied is gelegen, is een verantwoording niet benodigd. b. Grijze zone: deze gronden liggen binnen het invloedsgebied, maar buiten de bepalende zones voor het groepsrisico. Hier geldt daarom de standaardverantwoording. c. Blauwe zone: deze zone ligt tussen 30 en 200 meter van een transportroute4, buisleiding of categoriale inrichting en/of tussen 30 en 750 meter van een nietcategoriale Bevi-inrichting. Bij deze zone kan zowel de standaard- als maatwerkverantwoording van toepassing zijn. d. Gele zones: dit zijn de gebieden binnen 30 meter van een risicobron. Hiervoor geldt altijd een maatwerkadvies bij een ontwikkelingsgericht plan. Wanneer een ontwikkeling of wijziging binnen meerdere zones is gelegen, is de zone die het dichtst bij de risicobron gelegen is maatgevend. Naar rangorde van prioriteit is dat dus 1) geel, 2) blauw en 3) grijs. 3. Aard van de risicobronnen: Bij een ontwikkeling of wijziging die in een blauwe zone is gelegen wordt in het stroomschema de vraag gesteld om welke risicobron het gaat.
Indien sprake is van een zone afkomstig van een transportroute5 en/of buisleiding, dan geldt – wanneer sprake is van een zogenaamde beperkte verantwoordingsplicht - de standaard verantwoording. Er zijn ook inrichtingen, die niet gerekend worden tot Bevi-inrichtingen, zoals sommige PGS15inrichtingen of civiele inrichtingen voor explosieven. Hiervoor gelden veiligheidszones die (beperkt) kwetsbare objecten uitsluiten, maar een verantwoording groepsrisico is niet aan de orde. Deze inrichtingen zijn derhalve niet opgenomen op de kaart in bijlage 2. Beperkte verantwoording De toepassingsvereisten van een beperkte verantwoording zijn opgenomen in artikel 8, lid 2 van het Bevt en artikel 12, lid 3 van het Bevb en artikel 8 van de Revb. De onderbouwing in hoeverre de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient opgenomen te worden in het ruimtelijk plan. Wanneer de beperkte verantwoording niet kan worden toegepast, dan is een maatwerkverantwoording nodig. Indien de beperkte verantwoording kan worden toegepast, dient aanvullend bepaald te worden of sprake is van zelfredzame personen. Bij de volgende functies is per definitie sprake van niet zelfredzame personen en dient dus de pijl met ‘nee’ gevolgd te worden: Ziekenhuizen; Basisscholen, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen; Bejaardentehuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen; Gevangenissen.
4
Onder transportroute wordt verstaan: wegen (incl. gemeentelijke wegen), spoorwegen en waterwegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. 3
Uitkomsten Het stroomschema kan leiden tot 3 uitkomsten: Geen verantwoording
Standaard verantwoording
In dit geval is geen verantwoording nodig. In de paragraaf externe veiligheid volstaat een beschrijving van de relevante risicobronnen en de constatering dat het plan buiten de relevante contouren/invloedsgebieden ligt, waardoor een verantwoording groepsrisico niet noodzakelijk is. De standaardverantwoording kan worden toegepast. In het ruimtelijk plan wordt een beschrijving gegeven van de risicobronnen en relevante contouren/invloedsgebieden en wordt omschreven waarom de standaardverantwoording van kracht is. Aanbevolen wordt om in het ruimtelijk plan te beschrijven in hoeverre de voorgestelde maatregelen uit de standaard verantwoording, zoals afsluitbare mechanische ventilatie of risicocommunicatie, getroffen worden. Onderhavig document wordt toegevoegd als bijlage bij het ruimtelijk plan. Een nadere uitwerking van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid is niet nodig. Het standaardadvies van de Veiligheidsregio mag eveneens worden toegepast en is opgenomen als bijlage bij deze standaardverantwoording. De Veiligheidsregio hoeft in dit geval niet meer (als overlegpartner) te worden betrokken bij de planvorming.
Maatwerk Verantwoording
Toepassing van de standaardverantwoording is niet mogelijk. De inhoud van de maatwerkverantwoording is afhankelijk van de betreffende risicobron(nen). Bevi-inrichtingen: een maatwerkverantwoording conform artikel 13 van het Bevi; Transportroutes: een maatwerkverantwoording conform artikel 8, lid 1 van het Bevt; Buisleidingen: een maatwerkverantwoording conform artikel 12, lid 1 van het Bevb.
De aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dienen bij een maatwerkverantwoording – rekening houdende met locatie, functie, gebouwkenmerken enerzijds en rampscenario’s anderzijds specifiek te worden uitgewerkt. Ook dient de Veiligheidsregio om advies te worden gevraagd (bij voorkeur vroegtijdig in het proces wanneer externe veiligheid een bepalende factor is) en dient het gegeven advies verwerkt te worden in het ruimtelijk plan, waarbij beschreven wordt in hoeverre de voorgestelde maatregelen worden getroffen. Vragen of een maatwerkverantwoording laten opstellen? Wanneer er twijfel bestaat over de toepassingsmogelijkheden van de standaard verantwoording kan contact worden opgenomen met de OMWB. Contactpersonen hiervoor zijn: Dhr. N. (Niels) den Haan (n.denhaan@omwb.nl); Dhr. K. (Kees) Aarts (k.aarts@omwb.nl); Dhr. M. (Martijn) van der Wielen (m.vanderwielen@omwb.nl). Ook voor toetsingen of het opstellen van een maatwerkverantwoording kunt u hen benaderen.
4
Standaard verantwoording Groepsrisico Het groepsrisico als gevolg van aanwezige risicovolle inrichtingen ligt in alle gevallen onder de oriëntatiewaarde. De belangrijkste transportroute voor gevaarlijke stoffen is de A58 en de N269 en N395. Op grond van het Basisnet zijn berekeningen uitgevoerd. Voor het traject van de A58 ter hoogte van de gemeente Hilvarenbeek (Hilvarenbeek–De Baars) is sprake van een groepsrisico, waarvan de waarde lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Voor de N269 en N395 en alle overige gemeentelijke wegen geldt dat de waarde van het groepsrisico lager is dan 0,1 x OW, tenzij sprake is van een personendichtheid van meer dan 100 personen per hectare. De binnen de gemeente Hilvarenbeek gelegen buisleidingen, die relevant zijn voor externe veiligheid, betreffen voornamelijk aardgasleidingen. Met uitzondering van een DPO-leiding zijn alle leidingen gelegen in het buitengebied. Voor alle leidingen geldt dat sprake zal zijn van een groepsrisico dat lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van risicobronnen op dusdanige afstand dat de ruimtelijke ontwikkeling, ook indien sprake is van toename van het aantal aanwezigen, niet leidt tot een relevante toename van het groepsrisico.
Bestrijding calamiteit en zelfredzaamheid Scenario’s De scenario’s waardoor het plangebied getroffen kan worden, is afhankelijk van de aanwezige risicobronnen. De meest voorkomende scenario’s welke zich kunnen voordoen, zijn hier beschreven. Toxisch scenario Dit scenario is van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen een giftig (toxisch) invloedsgebied: Er komt een wolk met giftige stoffen vrij die zich verspreidt in de omgeving. Deze kan ontstaan als gevolg van: een brand bij een inrichting met gevaarlijke stoffen (giftige verbrandingsproducten, rookwolk). Een lek in een ammoniakkoelinstallatie (door uitdamping verspreiding in de omgeving). het lek raken van een container/tankwagen/etc. met gevaarlijke stoffen (door uitdamping verspreiding in de omgeving). Aanwezigen in het plangebied die worden blootgesteld aan de toxische wolk kunnen ernstige gezondheidsschade oplopen en kwetsbare groepen (longpatiënten) kunnen in het ‘worstcase scenario’ overlijden. Overige gevolgen zijn irritatie van de luchtwegen en branderige ogen. Plasbrand Een plasbrand ontstaat doordat een tank van een tankwagen of tankwagon openscheurt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van brandbare vloeistof (zoals benzine) in korte tijd uit. De brandbare vloeistof verspreidt zich over de grond. Ontsteking van de plas leidt tot een korte hevige brand.
De effecten van een plasbrand zijn hittestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. Hittestraling is in combinatie met de blootstellingsduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. Dichtbij de bron kunnen personen overlijden en verder van de bron af kan het leiden tot (ernstige) brandwonden. Incident met brandbare gassen Dit scenario kan van toepassing zijn bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een explosie: Een explosie kan optreden bij een LPG tankstation, bij een inrichting of bij het transport 5
van onder druk vervoerd gas (weg en water). Door het instantaan falen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, komt de inhoud spontaan en explosief vrij. De stof zal waarschijnlijk ontbranden wat eveneens voor schade zorgt. Het ‘worst-case scenario’ is dat een tank door een externe brand wordt opgewarmd, waardoor deze door oplopende interne druk faalt. Hierdoor komt de inhoud onder zeer grote druk explosief vrij en ontbrandt direct. De warmtestraling en overdruk in de omgeving is direct dodelijk zowel binnen als buiten gebouwen. Op grotere afstand zullen aanwezigen (brand)wonden oplopen. Daarnaast ontstaat schade aan gebouwen als gevolg van de druk. Fakkelbrand Dit scenario is van toepassing bij een plangebied dat ligt binnen de effectafstanden van een fakkelbrand. Dit scenario treedt op bij transportleidingen voor aardgas. Door een lekkage, scheur of volledige breuk van de buisleiding kan het aardgas vrijkomen en tot ontbranding worden gebracht door een ontstekingsbron in de nabijheid. Het vrijgekomen aardgas zal hierbij in brand vliegen wat gepaard gaat met een druk en hevige hitte ontwikkeling in de vorm van een fakkelbrand. Door de hitte kunnen personen overlijden en/of brandwonden oplopen.
Mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de zelfredzaamheid Afsluitbare mechanische ventilatie bij toxisch scenario De Veiligheidsregio adviseert in nieuwe bouwwerken een afsluitbare mechanische ventilatie toe te passen. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor de detaillering van gevels, ramen en kozijnen, zodat deze goed luchtdicht zijn uitgevoerd. De detaillering van gevels, ramen en kozijnen volgt uit het Bouwbesluit 2012. Belangrijk is het controleren van een juiste uitvoering hiervan tijdens de bouw. Het toepassen van een afsluitbare mechanische ventilatie kan niet middels het Bouwbesluit worden afgedwongen. Om de toepassing hiervan te bevorderen wordt hierover actief gecommuniceerd met initiatiefnemers van bouwprojecten. Risicocommunicatie De Veiligheidsregio adviseert om actief te communiceren met gebruikers/bewoners van het invloedsgebied over de risico’s en mogelijk te nemen maatregelen. Dit vraagt om een actief beleid op het gebied van risico-communicatie. Op het gebied van risicobeheersing stelt de Veiligheidsregio in haar beleidsplan zich ten doel extra inspanningen te verrichten op het gebied van risicocommunicatie. Samen met de andere Brabantse Veiligheidsregio’s wordt hiervoor een plan ontwikkeld, waarbij gemeenten nadrukkelijk worden betrokken. De gemeente Hilvarenbeek heeft in 2010 een plan van aanpak risicocommunicatie vastgesteld.
Op dit moment is het onderwerp risicocommunicatie opgenomen in het takenpakket van de Veiligheidsregio. Ontruimingsplan Het stimuleren van inrichtingshouders om aandacht te besteden aan hun ontruimingsplannen bij externe incidenten draagt bij aan een verhoging van de veiligheid. Instellingen en bedrijven zijn op grond van de Arbo-wet verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Uit deze inventarisatie volgt of een BHV-organisatie ingesteld moet worden. Door de handhavers wordt hieraan structureel aandacht aan gegeven bij het uitvoeren van hun toezichtstaken. De Veiligheidsregio heeft in samenwerking met de gemeente Moerdijk een alerteringssysteem voor calamiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven ontwikkeld. De Veiligheidsregio past dit systeem (CBIS) inmiddels toe voor de gehele Veiligheidsregio. Toepassing van dit systeem zal bewustzijn van gevaren en communicatie bevorderen. Alle bedrijven binnen de gemeente kunnen zich inmiddels aanmelden voor dit systeem via de website: www.cbisbrabant.nl. De gemeente ondersteunt dit initiatief. Mogelijkheden voor de rampenbestrijding Toxisch scenario Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan 6
indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Plasbrand De brandweer kan eerste hulp verlenen bij redden van slachtoffers. De brandweer beheerst de brand door nathouden/koelen van de omgeving en ontstane branden in de omgeving worden geblust. Tweezijdige bereikbaarheid is belangrijk evenals aanwezigheid van bluswatervoorzieningen. Incident met brandbare gassen Noodzakelijk voor het voorkomen van een explosie is tijdige aankomst brandweer en bereikbaarheid van tankwagens of ketelwagons. Belangrijk is dat voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig zijn en dat het gebied tweezijdig toegankelijk is. Fakkelbrand Mocht zich een voorval voordoen, dan is het van belang dat de hulpdiensten snel ter plaatse zijn met de juiste hulpmiddelen en blusmiddelen. De werkzaamheden van de brandweer zullen met name gericht zijn op het voorkomen van uitbreiding van de brand.
De leidingbeheerder dient de toevoer van het gas af te sluiten bij een incident, er zijn dus geen mogelijkheden tot effectieve bronbestrijding. Opkomsttijden In het geval van een incident in het plangebied is de brandweer binnen de bestuurlijke vastgestelde tijden aanwezig (zie overzicht opkomsttijden bijlage 3). Indien voor het plangebied of een deel ervan niet kan worden voldaan aan de vastgestelde tijden kunnen, aan de hand van de door de Veiligheidsregio ontwikkelde toolbox, maatregelen worden getroffen om de veiligheid te verhogen. Belangrijk hierbij is de informatievoorziening richting de gebruikers/bewoners van een gebied waar de opkomsttijden niet worden gehaald. Toepassing van de toolbox kan een middel zijn om de veiligheid, door zelfredzaamheid en bewustzijn van de gevaren, te verhogen. Het doel van het project ‘’Brandveilig Leven’’ is om middels een tal van acties en activiteiten een basis te leggen voor een duurzame brandveilige woonomgeving van de burgers van de betrokken gemeenten. Het algemene nut van de toolbox is het bieden van tools om brandgevaarlijke situaties te voorkomen en in geval van een brand, ook tijdig gealarmeerd te worden en te kunnen vluchten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen maatregelen op korte termijn en maatregelen op lange termijn.
Het is ten eerste belangrijk dat de burgers zich meer bewust worden van de oorzaken en gevaren van brand. Bewustwording in de eerste stap in het proces om de brandveiligheid te verbeteren. Hierna is het van belang dat burgers de zelfredzaamheid bevorderen mocht er toch een brand ontstaan. WAS (Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie) Binnen de bebouwde kom van de gemeente is de WAS-dekking veelal voldoende. Daarnaast is NLalert voor het gehele grondgebied operationeel via mobiele telefonienetwerk. Bluswatervoorziening Binnen de gemeente is een overzicht beschikbaar van de bluswatervoorziening. De Veiligheidsregio heeft deze (grote) bronnen geïnventariseerd. Op grond van het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan benodigde bluswatervoorziening. Op verzoek van de Veiligheidsregio wordt, indien het plangebied een nieuw uitbreidingsplan, industrieterrein met Brzo-inrichtingen of een grootschalige ontwikkeling betreft, in dit kader advies gevraagd met betrekking tot bluswatervoorziening.
7
Bereikbaarheid De gemeente heeft een hoofdwegenstructuur voor de brandweer vastgesteld. Deze hoofdwegenstructuur voldoet aan de eisen die de brandweer hieraan stelt. Mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen De zelfredzaamheid van aanwezigen in het plangebied hangt van diverse factoren af. In onderstaande tabel is de zelfredzaamheid voor een aantal standaard functies beoordeeld.
Scenario
Toxisch (giftig)
Explosie
Gebouwtype
Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar Woning Kantoor Detailhandel Bedrijf Bijzonder Kwetsbaar
Afwegingscriteria Fysieke Zelfstandig gesteldheid heid personen personen + + + + -
+ + + + -
Alarmeringsmogelijkheden personen en aanwezigen +/+ + +/+
+ + + + -
+ + + + -
+/+ + +/+
VluchtMogelijkheden Gebouw & omgeving + + + +/+
GevaarInschattingsmogelijkheden scenario +/+/+/+/+/-
+/+/+/+/+/-
+/+/+/+/+/-
Over het algemeen wordt geconcludeerd dat de zelfredzaamheid redelijk tot goed is. Voor bijzonder kwetsbare objecten waar verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn (zoals kinderdagverblijf en zorginstelling) is de zelfredzaamheid beperkt. Eerder genoemde maatregelen en voorzieningen verbeteren de vlucht- en schuilmogelijkheden en daarmee ook de zelfredzaamheid van personen in het plangebied. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er personen in het plangebied worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s, ook na het treffen van maatregelen. De besproken maatregelen dragen wel bij aan het verminderen van de gevolgen die zich voordoen bij één van de beschreven scenario’s. De Veiligheidsregio is voldoende ingericht om tijdig de noodzakelijke hulpverleningscapaciteit van de beschreven scenario’s te leveren. Op basis van de beschouwde scenario’s en het gelijkblijvende groepsrisico acht de gemeente het Wro- of Wabo-besluit verantwoord.
8
Bijlage 1: Stroomschema standaard verantwoording Bijlage 2: Kaart zone indeling standaard verantwoording Bijlage 3: Standaard advies Veiligheidsregio
9
Gemeente HILVARENBEEK T.a.v. College van Burgemeester en Wethouders Postbus 3 5080 AA HILVARENBEEK
Sector Risicobeheersing Taakveld RO&I Postbus 3208 5003 DE Tilburg Telefoon (088) 2250100 www.brandweermwb.nl
Datum Onze referentie
23 december 2020 U.031771
Uw referentie Uw brief van
Harry Killaars 06-53625089 E-mail info@brandweermwb.nl Onderwerp Standaardadvies 2020
Behandeld door Doorkiesnummer
Geacht College, Een deel van uw gemeente is gelegen in invloedsgebieden van één of meerdere Brzo bedrijven en/of van een spoorlijn, autoweg of buisleiding. Uw beleid externe veiligheid en de Besluiten externe veiligheid inrichtingen (bevi), buisleidingen (bevb) en transportroutes (Bevt) verplicht u het groepsrisico te verantwoorden van ieder ruimtelijk besluit dat u in een invloedsgebieden neemt. De Omgevingsdienst MWB heeft voor uw gemeente een standaard groepsrisicoverantwoording opgesteld. Het standaardadvies van de Veiligheidsregio is hierop afgestemd. Daarnaast komen er steeds meer aanvragen die in de geest van de Omgevingswet. We benoemen in dit standaardadvies de kernwaarden van de Veiligheidsregio’s zodat u bij het opstellen van een omgevingsvisie of omgevingsplan deze kernwaarden vroegtijdig kunt inbrengen bij de initiatiefnemers van omgevingsvisies en omgevingsplannen. Maar ook bij het verantwoorden van het groepsrisico in het kader van de wet en regelgeving zoals beschreven in de genoemde besluiten externe veiligheid. Werkingssfeer advies Met deze brief voorzien wij u van een standaard advies 2020, voor ruimtelijke ontwikkelingen in het invloedsgebieden van een Bevi inrichting en/of de infrastructuur.
U kunt de informatie uit de bijlage gebruiken voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen met plangebieden die niet zijn gelegen binnen de nader genoemde afstanden van risicobronnen. In de bijlage kunt u zien wanneer u het standaard advies kunt gebruiken deze toegespitst op uw gemeente. Heeft u vragen over de bereikbaarheid en de juiste hoeveelheid bluswater bij een object of geheel plangebied neem dan ook contact op met de Brandweer MWB. Aanvragen voor maatwerk adviezen dient u te richten aan info@brandweermwb.nl Indien u nog vragen of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met de bovengenoemde ambtenaar. In het vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, tekenen wij met vriendelijke groeten Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Afdelingshoofd Risicobeheersing, H. Sijbring
De werking van deze bijlage is voorzien van een inhoudsopgave en u kunt in de digitale versie klikken op de gewenste onderwerpen.
Inhoudsopgave Kernwaarden Veiligheidsregio’s ................................................................................................................... 3 Samenwerken aan een veiligere leefomgeving ................................................................................................ 3 Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid .................................................................................................... 3 Bebouwing en omgeving bieden bescherming ................................................................................................. 4 Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten ..................................................................................... 4 De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk ................................................. 5 Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat. ................................................ 6 Mensen krijgen bij een crisis passende medische zorg. .................................................................................. 6 Zone indeling standaard verantwoording groepsrisico..............................................................................
7 Hilvarenbeek .................................................................................................................................................... 7 Zeer kwetsbare gebouwen ............................................................................................................................... 8 Stroomschema standaard verantwoording ....................................................................................................... 9 Opkomsttijd .................................................................................................................................................... 10 Waarschuwings- en alarmeringsinstallatie ..................................................................................................... 11 Bereikbaarheid ............................................................................................................................................... 12 Bluswatervoorziening ..................................................................................................................................... 13 Analyse bluswatervoorziening in relatie tot omgevingsplan ........................................................................... 15 Hoe om te gaan bij omgevingsplannen. .........................................................................................................
15 Zorgplicht ....................................................................................................................................................... 15 Bruidsschat .................................................................................................................................................... 17 art. 2.2.3.7 Bluswatervoorziening ................................................................................................................... 17 Artikel 2.2.3.8 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten.......................................................... 17 Artikel 2.2.3.9 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen .............................................................................. 18
pagina 2 van 18
Kernwaarden Veiligheidsregio’s 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Samen werken aan een veiligere leefomgeving; Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; Bebouwing en omgeving bieden bescherming; Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; Iedereen is bekend met de risico’s en weet hoe te handelen als het mis gaat. Mensen krijgen bij een crisis passende medische zorg.
Samenwerken aan een veiligere leefomgeving Een veilige leefomgeving draagt bij aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Dit maakt uw gemeente en de woon-, werk- en leefgebieden voor de burgers aantrekkelijker. Initiatiefnemers (burgers en ondernemers), maatschappelijke organisaties en de overheid streven samen naar een veiligere leefomgeving, dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van maatschappelijk draagvlak voor hun initiatief. Of deze wordt verkregen, hangt onder andere samen met de professionele onderbouwing van de veiligheid van het desbetreffende initiatief. In dit samenspel van verschillende belangen geeft de Veiligheidsregio MWB duiding aan de risico’s bij initiatieven en denkt mee over het minimaliseren van de risico’s en de effecten. •
• • •
Alle betrokkenen hebben inzicht in en zijn zich bewust van de risico’s en de gevolgen van het initiatief, ook in relatie tot de al bestaande leefomgeving. Dit maakt een gewogen verantwoord besluit mogelijk. Betrokkenen zijn burgers, buurbedrijven en de gebruikers van kwetsbare objecten. Aandacht voor een veilige leefomgeving is ook nodig bij voorgenomen ontwikkelingen en eventuele innovaties op het gebied van bijvoorbeeld circulaire economie en energie. Initiatiefnemers betrekken de Veiligheidsregio MWB in een zo vroeg mogelijk stadium bij het ontwerp van een veilig initiatief. Dit houdt in dat afstand tot, bescherming tegen, effectief optreden van, ontvluchten van en handelingsperspectief, onderdeel zijn van het ontwerp. Professionele overheidsorganisaties, waaronder Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst zijn de natuurlijke adviespartners bij ruimtelijke ontwikkeling. In het besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) is aangeven dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises.
Artikel 5.2 van het BKL (veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises) In een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening gehouden met het belang van: het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen, en de geneeskundige hulpverlening aan personen daarbij. Het eerste lid laat onverlet de in paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.7 gestelde specifieke regels over het waarborgen van de veiligheid. De veiligheidsregio MWB zal binnen de kaders van het beleidsplan en bij ruimtelijke ontwikkelingen in uw gemeenten een advies uitbrengen.
Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid Ondanks de maatregelen die de veiligheid ten goede komen bij het risico zelf, blijft er een kans bestaan dat er incidenten plaatsvinden met gevolgen voor en effecten op de omgeving en haar bewoners. Dit is extra belangrijk voor de kwetsbare mensen die zichzelf niet kunnen redden zonder hulp zoals jonge kinderen in kinderdagverblijven, gehandicapten en zorgbehoevenden. Denk bij een risico aan bijvoorbeeld droog bos, hoog water, een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen, of de vrachtwagen of spoorketelwagon die gevaarlijke stoffen vervoert. pagina 3 van 18
Het aantal slachtoffers wordt verlaagd door de afstand tussen de risico’s en de gebieden waar mensen verblijven te vergroten. Naast afstand kan ook vegetatie en geografische ligging het aantal slachtoffers verlagen. Hiermee kan letsel, hinder en overlast beperkt blijven. Een grotere afstand levert ook meer tijd op om het gebied veilig te verlaten; dit vergroot de veiligheid bij incidenten. De afstand tot een risico is dusdanig groot dat mensen zichzelf in veiligheid kunnen brengen en dat ook mensen die niet zelfredzaam zijn in veiligheid kunnen worden gebracht. Daarnaast zorgt afstand tussen verschillende risico’s voor een beperking van gevolgeffecten, zoals het overslaan van brand naar een ander pand. Zo voorkom je dat een incident voor een volgend incident in de omgeving zorgt. • • • • •
Initiatieven, waardoor mensen langdurig verblijven in een gebied, zijn bij voorkeur op grote afstand van het risico. Bijeenkomsten en evenementen met grotere aantallen bezoekers zijn op dusdanige afstand gesitueerd dat ingeval van een incident de effecten op de bezoekers minimaal zijn. Een lage populatiedichtheid in de buurt van risicobronnen (door bijvoorbeeld lage bebouwingsdichtheid), hoge populatiedichtheid op grote afstand van risicobronnen. Groepen zeer kwetsbare personen verblijven niet in het gebied waar mensen direct moeten vluchten bij een (dreigende) calamiteit. Dit betreft scenario’s zoals plasbrand, BLEVE, natuurbrand, gebieden met een hoog overstromingsrisico. Bij de indeling van gebieden is aandacht voor het beperken van de gevolgeffecten. Maak daarbij een bewuste afweging of clustering van risico’s en/of risicobronnen een gewenste ontwikkeling is.
Zeer kwetsbare objecten hebben in de nieuwe Omgevingswet een plaats gekregen en men hanteert de nieuwe term zeer kwetsbare gebouwen. Maar ook grote groepen mensen in de buitenruimte hebben extra bescherming nodig. De zeer kwetsbare gebouwen zijn in bijlage 1 weergegeven.
Bebouwing en omgeving bieden bescherming Hoeveel voorzieningen er ook worden getroffen, de kans blijft bestaan dat er incidenten plaatsvinden met nadelige gevolgen voor de leefomgeving en haar bewoners en bezoekers. Het is belangrijk dat de leefomgeving mogelijkheden biedt om te schuilen of die de nadelige effecten vertraagt. Dit kan gerealiseerd worden door bewuste keuzes te maken in bouwwijze, het type bebouwing en de inrichting van gebouwen. Zo kunnen mensen beschermd worden tegen de effecten van bijvoorbeeld overstromingen, rookwolken bij brand, explosies, verspreiding van giftige gassen en uitval nutsvoorzieningen. • • • • •
Fysieke elementen (wallen, dammen, etc.) kunnen als obstakel gedurende langere tijd bescherming bieden en beperken de effecten voor gebouwen en mensen. Deze elementen kunnen tevens meerdere functies hebben in de ruimte, bijvoorbeeld voor kleinschalige recreatie of natuurstrook. Gevelconstructies en technische installaties in gebouwen kunnen mensen die er verblijven beschermen tegen de effecten. Een bepaalde functie in een gebouw kan bescherming (buffer) bieden, bijvoorbeeld een parkeergarage aan de risicovolle zijde van een gebouw. In gebieden en wijken kunnen opvanggebieden benoemd zijn ten behoeve van evacuaties. Ook kunnen voorzieningen zijn aangebracht voor scenario’s, zoals hoogwater en verstoring van de vitale infrastructuur. Afsluitbare ventilatie en goede bouwkundige detaillering verbeteren de vluchtmogelijkheden/schuilmogelijkheden. Aandachtspunt zijn bedrijfsloodsen waar meerdere personen verblijven. De eisen voor de luchtdichtheid van loodsen zijn vrij laag, waardoor de luchtkwaliteit gedurende een toxisch scenario niet voor 4 uur is gegarandeerd.
Gebouwen en gebieden zijn snel en veilig te verlaten Als de bebouwing en de omgeving onvoldoende bescherming bieden bij incidenten, voorkomt een veilige ontvluchting (evacuatie) verdere slachtoffers. De aanwezigheid van goede vluchtroutes in een gebied zorgt ervoor dat de zelfredzaamheid van mensen in het gebied omhoog gaat. Op basis van een analyse van de risico’s houdt het ontwerp van de gebouwen en ontsluitingswegen zelf rekening met de mogelijkheid om veilig en snel naar een veilige omgeving te vluchten. pagina 4 van 18
• • • • • •
De entree en vluchtroutes van een gebouw bevinden zich aan de gebouwzijde die van de risicobron is afgekeerd. Deze vluchtroutes zijn ook bruikbaar voor verminderd zelfredzamen en voor het in veiligheid brengen van gewonden door de hulpdiensten. Vluchtroutes in de (openbare) ruimte zorgen ervoor dat mensen makkelijk en zo snel als mogelijk een veilige plaats kunnen bereiken, waar mogelijk geschikt voor verminderd zelfredzame personen. De vluchtroutes zijn o.a. via bewegwijzering bekend bij degenen die verblijven in het gebied. De capaciteit van de vluchtroutes past bij de populatiedichtheid van het gebouw en gebied, rekening houdend met tijdelijke populaties, zoals toerisme en evenementen. De opvangmogelijkheden voor de bewoners in het veilige gebied zijn afgestemd op de omvang van de populatie en veilig te bereiken via de vluchtroutes. Belangrijke informatie over het incident kan in het gebied ontvangen worden, zodat mensen weten wat er aan de hand is en wat ze moeten zoen. De locatiekeuze van vitale infrastructuur, zoals zendmasten voor telefonie, internet en voorzieningen voor elektriciteit, is zo gekozen, dat er zo min mogelijk risico is op uitval. De vitale infrastructuur is waar nodig beschermd tegen de effecten van incidenten om de continuïteit te waarborgen.