10 Bestemmingsplan Groenstraat 32 Esbeek (7 Toelichting)
Tekst van het document
Groenstraat 32 Esbeek
bestemmingsplan Groenstraat 32 Esbeek
Inhoudsopgave
Toelichting
2 teld)
3
bestemmingsplan "Groenstraat 32 Esbeek" (vastges
bestemmingsplan Groenstraat 32 Esbeek
Toelichting
bestemmingsplan "Groenstraat 32 Esbeek" (vastgesteld) 3
Toelichting Bestemmingsplan
Groenstraat 32 Esbeek
Colofon
Gemeente:
Hilvarenbeek
Projectlocatie:
Groenstraat 32 5085 EE Esbeek
Datum:
01-11-2024
Status:
Vastgesteld
IMRO-Code:
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat32-VG01
Opgesteld door:
Van Dun Ontwerp & Planologie Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl
Projectnummer:
22033.002 / Rda / BK
Pagina 2 van 56
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.
Aanleiding en doel ........................................................................................... 5
1.2.
Geldend planologisch regime ............................................................................ 5
1.3.
Procedure ....................................................................................................... 5
1.4.
Leeswijzer ....................................................................................................... 6
2. Planbeschrijving............................................................................................... 7 2.1.
Bestaande situatie............................................................................................ 7
2.2.
Beoogde situatie .............................................................................................. 8
2.3.
Beeldkwaliteit .................................................................................................. 9
3. Beleidskader................................................................................................... 11 3.1.
Rijksbeleid...................................................................................................... 11
3.1.1. 3.1.2. 3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................ 12
3.2.1. 3.2.2. 3.3.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 11 Ladder duurzame verstedelijking ............................................................... 11 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 12 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 12
Gemeentelijk beleid......................................................................................... 20
3.3.1. 3.3.2. 3.3.3. 3.3.4.
Structuurvisie gemeente Hilvarenbeek ........................................................ 20 Strategie vitalisering buitengebied ............................................................. 21 Visie Ruimte voor Ruimte .......................................................................... 22 Bestemmingsplan ..................................................................................... 24
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 26 4.1.
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 26
4.2.
Waterhuishouding ........................................................................................... 26
4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.3.
Natuur ........................................................................................................... 31
4.3.1. 4.3.2. 4.4.
Waterrelevant beleid................................................................................. 27 Bestaande waterhuishoudkundige situatie .................................................. 29 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 30 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 31 Wet natuurbescherming ............................................................................ 33
Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie......................................................... 36
4.4.1. 4.4.2.
Cultuurhistorie en aardkunde..................................................................... 36 Archeologie .............................................................................................. 38
4.5.
Bodemkwaliteit ............................................................................................... 38
4.6.
Spuitzones ..................................................................................................... 39
4.7.
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 39
4.8.
Geur .............................................................................................................. 40
Pagina 3 van 56
4.8.1. 4.8.2. 4.9.
Omgekeerde werking ................................................................................ 41 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 42
Luchtkwaliteit ................................................................................................. 43
4.9.1. 4.9.2.
Niet in betekenende mate ......................................................................... 43 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 44
4.10.
Geluid ......................................................................................................... 45
4.11.
Verkeer en parkeren .................................................................................... 46
4.12.
Externe veiligheid ........................................................................................ 47
4.12.1. 4.12.2.
Regelgeving ............................................................................................. 47 Toetsing aan beleid .................................................................................. 48
4.13.
Technische infrastructuur ............................................................................. 50
4.14.
Volksgezondheid .......................................................................................... 50
5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 52 5.1.
Juridische achtergrond .................................................................................... 52
5.2.
Toelichting verbeelding.................................................................................... 52
5.3.
Toelichting regels............................................................................................ 53
6. Uitvoerbaarheid ............................................................................................. 54 6.1.
Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................... 54
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 54
6.2.1. 6.2.2.
Vooroverleg en omgevingsdialoog .............................................................. 54 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 54
7. Bijlagen .......................................................................................................... 55
Pagina 4 van 56
1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Het voornemen is om op de locatie aan de Groenstraat 32 te Esbeek de bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning om te zetten voor eigen gebruik van de eigenaar van de gronden. Daarnaast zal een bed & breakfast mogelijk worden gemaakt. Middels de aankoop van een ruimte-voor-ruimtetitel zal nog een extra woning mogelijk worden gemaakt. Deze beoogde ontwikkelingen worden gecombineerd met een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die aansluit bij het herstel en de verwezenlijking van de hydrologische en ecologische waarde van het beekdal. 1.2. Geldend planologisch regime Het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld d.d. 13 maart 2014, is vigerend voor het plangebied. Tevens zijn de daarbij behorende reparatieplannen van toepassing op het plangebied. Aan de locatie zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend, zie Afbeelding 1:
Afbeelding 1: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’, plangebied rood omkaderd
1.3. Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals
Pagina 5 van 56
gemeente, provincie en waterschap en wordt het voorontwerp voor inspraak ter inzage gelegd. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kan een ieder die tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. 1.4.
Leeswijzer In deze toelichting zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieu-hygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.
Pagina 6 van 56
2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de planlocatie. 2.1. Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Groenstraat 32 te Esbeek in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. Het plangebied heeft de volgende kadastrale gegevens: Gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, nummer 668. Afbeelding 2 geeft de ligging van het plangebied in de omgeving weer. De locatie is gelegen op een afstand van circa 1 kilometer ten zuidoosten van de kern Esbeek. In de omgeving zijn voornamelijk agrarische gronden, woningen en agrarische bedrijven gelegen.
Esbeek
Afbeelding 2: Ligging plangebied in de omgeving, plangebied rood omkaderd
Aan de Groenstraat 32 te Esbeek was in het verleden een pluimveebedrijf gevestigd. Tijdens controle van 26 juli 2019 is geconstateerd dat er geen inrichting meer aanwezig is. De rechten voor het houden van 1.200 kippen zijn dan ook destijds ingetrokken. Afbeelding 3 geeft de bestaande ligging van de
Pagina 7 van 56
bebouwing van het voormalig agrarische bedrijf weer door middel van een luchtfoto. De volgende bedrijfsgebouwen en voorzieningen zijn binnen het plangebied aanwezig: 1. Bedrijfswoning 2. Schuur (circa 195 m²) 3. Schuur (circa 260 m²) 4. Schuur (circa 155 m²) 5. Veldschuur (circa 30 m²)
5
3
2
1 4
Afbeelding 3: Luchtfoto plangebied
Het bestaande bouwvlak heeft een omvang van circa 2.634 m². Het plangebied heeft een omvang van 5.240 m². Op d.d. 12 januari 2022 heeft de gemeente in een principebesluit een positieve grondhouding aangenomen ten aanzien van het verzoek om de huidige bestemming te wijzigen naar wonen in combinatie met een bed & breakfast en daarnaast een Ruimte-voor-Ruimtewoning te realiseren. 2.2. Beoogde situatie De eigenaar van de gronden is voornemens om de voormalige agrarische bedrijfslocatie om te zetten naar een woonbestemming. Daarnaast is het de wens om een Ruimte-voor-Ruimtewoning te realiseren. Bij de Ruimte-voor-Ruimtewoning zal een bijgebouw gerealiseerd worden. Dit bijgebouw zal ingericht worden met een garage en tevens zal dit bijgebouw dienen voor de realisatie van een bed & breakfast.
Pagina 8 van 56
Ten behoeve van het kleinschalig logeren zullen 3 kamers worden ingericht voor maximaal 2 personen per kamer. De schuren 2, 3 en 5, zoals afgebeeld op Afbeelding 3, zullen worden gesloopt. De achterste schuur, afgebeeld met nummer 4 op Afbeelding 3, zal behouden blijven en door een nieuwe functie in gebruik worden genomen. De beoogde bouwvlakken hebben een oppervlakte van 1.446 m² en 2.287 m². Onderstaande afbeelding geeft het landschappelijk inpassingsplan van de beoogde ontwikkeling weer. Het inpassingsplan is tevens op schaal opgenomen in Bijlage 1.
Afbeelding 4: Landschappelijk inpassingsplan
2.3. Beeldkwaliteit De beeldkwaliteit van de beoogde Ruimte-voor-Ruimtewoning zal worden afgestemd op de omgeving. Onderstaande Afbeeldingen geven een impressie van de bestaande laanstructuur met enkele bomenrij aan de Groenstraat en de omliggende beeldbepalende woonbebouwing.
Pagina 9 van 56
Afbeelding 5: Bestaande woning op het plangebied
Afbeelding 6: Omliggende beeldbepalende bebouwing
Afbeelding 7: Laanstructuur met bomen ter hoogte van het plangebied
Pagina 10 van 56
3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1. Rijksbeleid
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio's; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een sterke en gezonde regio en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Uit de toetsing in hoofdstuk 3 van deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de kenmerken en uitgangspunten van het gebied. Uit de toetsing in hoofdstuk 4 van deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten zal hebben op de waarden in de omgeving. Hieruit blijkt dat de voor beoogde ontwikkeling de belangen van de NOVI goed afgewogen zijn.
3.1.2. Ladder duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. In het Bro wordt een stedelijke ontwikkeling als volgt gedefinieerd:
‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’
Pagina 11 van 56
Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling op basis van vaste jurisprudentie niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van één extra woning. De beoogde ontwikkeling hoeft derhalve niet getoetst te worden aan de Ladder duurzame verstedelijking. 3.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In delen van het landelijk gebied staat de kwaliteit van de omgeving voor mens en natuur onder druk doordat zich daar een veelheid aan factoren voordoet. Er zijn te hoge concentraties van schadelijke stoffen aanwezig in de lucht, bodem en water. Daarnaast is er sprake van een toenemende leegstand en bevolkingskrimp. Dat leidt tot economische, sociaal-culturele en ecologische schade. In die delen van het landelijk gebied is speciale aandacht nodig voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn.
Het weg bestemmen van de agrarische bestemming en het slopen/in gebruik nemen van de agrarische bedrijfsbebouwing zorgt voor een versterking van de omgevingskwaliteit voor mens en natuur. Daarnaast zal de zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied een positieve bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit. De provincie geeft tevens in de omgevingsvisie aan dat er de komende 10 jaar een forse woningbouwopgave ligt. Het herbestemmen naar twee reguliere woonkavels sluit aan bij de gewenste realisatie van woningen. Het beoogde initiatief sluit derhalve aan bij de uitgangspunten die zijn genoemd in de omgevingsvisie.
3.2.2. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de planlocatie ligt.
In dit geval ligt de planlocatie in de werkingsgebieden ‘Landelijk gebied’, ‘Groenblauwe mantel’, ‘Stalderingsgebied’ en deels in ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische
Pagina 12 van 56
verbindingszone’, ‘Natuur Netwerk Brabant’, ‘Behoud en herstel van watersystemen’ en ‘Attentiezone waterhuishouding’, zie Afbeelding 8.
Afbeelding 8: Uitsnede kaart werkingsgebieden Iov
Artikel 3.15 van de Interim omgevingsverordening is van toepassing voor de bescherming van het Natuur Netwerk Brabant. Artikel 3.25 bevat regels voor de aanduiding ‘Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone’. Ter plaatse van de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ is artikel 3.26 van toepassing. De bescherming van de landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel is geregeld in artikel 3.32 van de Iov. In artikel 3.68, eerste lid, is vastgelegd dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. In artikel 3.69 is de mogelijkheid opgenomen om een bestaande bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere burgerwoning. Hiervan kan worden afgeweken met ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het kader van rood voor groen, zoals Ruimte-voor-Ruimtewoningen. De voorwaarden hiervoor zijn vervat in artikel 3.79. Verder bevat artikel 3.52 aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied. Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren, waardoor deze regels voor de beoogde ontwikkeling niet van toepassing zijn. Aan de relevante artikelen zal hierna worden getoetst.
Pagina 13 van 56
Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: ▪ zorgvuldig ruimtegebruik; ▪ de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; ▪ meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikelen 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
In artikel 3.79 van hoofdstuk 3 van de Iov is bepaald dat een bestemmingsplan in Landelijk gebied kan voorzien in een Ruimte-voor-Ruimtekavel, ten behoeve van de bouw van één woning. Derhalve kan worden afgeweken van artikel 3.6 voor wat betreft het gebruik van gronden buiten bestaand ruimtebeslag. Omdat wordt voldaan aan de bepalingen die zijn gesteld in artikel 3.79 van de Iov, zie onderstaande toetsing, is nieuwvestiging aan de Groenstraat 32 in de beoogde situatie mogelijk. Uit paragraaf 3.1.2 van deze toelichting blijkt dat er in de beoogde situatie geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De woningen en de bijbehorende bouwwerken zullen worden geconcentreerd binnen het beoogde bouwvlak. Uit bovenstaande toetsing blijkt dat in de beoogde situatie wordt voldaan aan een zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond ▪ de netwerklaag ▪ de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.
In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid
Pagina 14 van 56
om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de woonbestemmingen te combineren met een goede landschappelijke inpassing. Bovendien wordt de ecologische verbindingszone in de beoogde situatie versterkt. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Hilvarenbeek zijn de ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2015’ van toepassing.
In dit afsprakenkader is het omzetten van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ een categorie 2- ontwikkeling, mits het bestemmingsvlak met ten minste 60% wordt verkleind, overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing resteert. In de beoogde situatie wordt het bestemmings/bouwvlak niet met ten minste 60% verkleind, waardoor sprake is van een categorie 3ontwikkeling. Voor het omzetten van de (voormalige) agrarische bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning met een woonbestemming moet dus een financiële berekening worden gemaakt om de waardevermeerdering van de gronden te bepalen. 20% van het verschil tussen een agrarische bedrijfsbestemming en de (gecorrigeerde) waarde van de woonkavel dient te worden geïnvesteerd in het landschap. Op basis van de huidige situatie, de beoogde situatie en het landschappelijke inpassingsplan is een economische berekening betreffende de waardevermeerdering en kwaliteitsinvestering opgesteld. Deze berekening kwaliteitsverbetering is opgenomen in Bijlage 2. Uit deze berekening blijkt dat door het landschappelijk inpassen van de woonbestemming sprake is van een extra kwaliteitswinst bovenop de kwalitatieve investering die de provincie redelijk acht.
Voor de realisatie van de Ruimte-voor-Ruimte woning is in artikel 3.79 van de Iov nadrukkelijk bepaald dat artikel 3.9 (kwaliteitsverbetering van het landschap) niet van toepassing is. De Ruimte-voor-Ruimte regeling voorziet al voldoende in kwaliteitsverbetering. Voor de realisatie van de Ruimte-voorRuimtewoning is een berekening kwaliteitsverbetering dus niet nodig op grond van de Interim omgevingsverordening. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Natuur Netwerk Brabant (artikel 3.15)
Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken;
Op de locatie aan de Groenstraat 32 te Esbeek is de aanduiding ‘Natuur Netwerk Brabant’ opgenomen ten behoeve van de ecologische verbindingszone langs de Hoogeindse Beek. Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in een verwezenlijking van een ecologische verbindingszone langs de Hoogeindse Beek aan de Groenstraat 32 te Esbeek. Het gebied waar natuur wordt gerealiseerd ligt in het beekdal van de Hoogeindse Beek. Door de twee beoogde woonbestemmingen te combineren met de aanleg van een natuurstrook, zal de beoogde ontwikkeling een positief effect hebben op het Natuur Netwerk Brabant.
Pagina 15 van 56
Bij de ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken is rekening gehouden bij de ambities van de natuur en het landschap, zoals beschreven in het ‘Projectplan Waterwet – Hoogeindse Beek’ d.d. 26 november 2020. De opgave voor de Hoogeindse Beek is om de verdroging van het beekdal tegen te gaan en de juiste hydrologische randvoorwaarden te creëren voor de natte natuurdoelen. Het streven is om het oude karakter van de beek terug te brengen door de oorspronkelijke beek te herstellen. Deze opgave is tevens in het Beheerplan van het Natura 2000-gebied ‘Kempenland - West’ opgenomen. De beek is een ecologische verbindingszone en dient als zone voor beekherstel. Het landschappelijk inpassingsplan past binnen de hydrologische randvoorwaarden. De Groenstraat 32 is gelegen tegen het beekdal van de Hoogeindsebeek. Deze vindt zijn oorsprong net over de grens van België en maakt onderdeel uit van het landgoed De Utrecht. De beek vormt de scheiding tussen landbouw en natuur. De beek is verdroogd en dient op verschillende plekken opnieuw ingericht te worden om natte natuurdoelen te behalen. De noordelijke zijde van het perceel is gelegen tegen de Hoogeindsebeek. Dit deel van de beek dient ingericht te worden als Nat Kralensnoer model. Specifiek gericht op de kamsalamander. Nat Kralensnoer bestaat hoofdzakelijk uit stapstenen met poelen, grasland, struweel en bos.
Deze elementen zijn ingepast binnen de landschappelijke inpassing. De bestaande landschappelijke elementen bestaan voornamelijk uit kleine stukken bos, welke goed aansluiten op de beek en oever. Daarnaast is het voor de salamander belangrijk dat er een overgang is naar weiland, welke aan de zuidzijde aanwezig is. Om een volwaardig Nat Kralensnoer landschap te realiseren dient deze minimaal 10 meter breed te zijn. Binnen de landschappelijke inpassing is hier rekening mee gehouden.
b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen om de bescherming en de aanleg van ecologische kenmerken te borgen conform het landschappelijk inpassingsplan. Het inpassingplan is afgestemd op de aanwezige waarden en kenmerken.
c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe.
Tegelijkertijd met de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant zullen overtollige (agrarische) gebouwen gesloopt worden, zal een nieuwe woning met bijbehorende bebouwing gerealiseerd worden en zal de agrarische bedrijfswoning worden omgezet naar een reguliere burgerwoning.
Lid 2. Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Zoals reeds benoemd is bij de ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken rekening gehouden bij de ambities van de natuur en het landschap, zoals beschreven in het ‘Projectplan Waterwet – Hoogeindse Beek’ d.d. 26 november 2020 en in het natuurbeheerplan van ‘Kempenland – West’. De opgave voor de Hoogeindse Beek is om de verdroging van het beekdal tegen te gaan en de juiste hydrologische randvoorwaarden te creëren voor de natte natuurdoelen.
Lid 3 Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid.
De inrichting en het beheer van het Natuur Netwerk Brabant is verzekerd middels de opname van de enkelbestemming ‘Natuur’ op de verbeelding en door het opnemen van een voorwaardelijke gebruiksverplichting in de regels van het bestemmingsplan. Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone (artikel 3.25)
Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone strekt tot verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van: a. ten minste 50 meter in Stedelijk Gebied en in Verstedelijking Afweegbaar; b. ten minste 25 meter in alle overige gebieden.
Pagina 16 van 56
De bestemming ‘Natuur’, welke op de gronden van eigenaar wordt gerealiseerd, heeft een breedte van circa 22 à 23 meter. De bestemming ‘water’, welke aan het plangebied is gelegen heeft een breedte van 6 meter. In totaal heeft het Natuur Netwerk Brabant – ecologische verbindingszone aan één zijde van de beek dus een breedte van minimaal 25 meter. Aan de andere zijde van de beek (deze gronden zijn niet in eigendom) is bovendien nog de gebiedsaanduiding ‘overige zone – ecologische verbindingszone’ opgenomen.
Lid 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels, om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, die in ieder geval: a. het oprichten van bebouwing beperken; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. Binnen de bestemming ‘Natuur’ zijn geen gebouwen of oppervlakteverhardingen toegestaan. Het gebied wordt dus niet minder geschikt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone.
Lid 3. Na realisatie van de ecologische verbindingszone is Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant van overeenkomstige toepassing. Hiervoor is al aan artikel 3.15 getoetst, waaruit blijkt dat aan dit artikel voldaan wordt en dat het Natuur Netwerk Brabant beschermd wordt.
Attentiezone waterhuishouding (artikel 3.26) Doel van de attentiezone is om de waterhuishouding te beschermen bij nieuwe plannen en functies en activiteiten uit te sluiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. In lid 2 zijn voorwaarden gesteld om dat doel te kunnen bereiken, zie onderstaande toetsing aan deze voorwaarden:
Lid 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet;
Deze voorwaarde is vervat in de regels van het bestemmingsplan. Indien in de beoogde situatie meer dan 100 m³ grond zal worden verzet om de beoogde bebouwing te kunnen realiseren zal een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden aangevraagd worden.
b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; Er wordt geen drainage aangelegd.
c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; Met de beoogde ontwikkeling wordt de grondwaterstand niet verlaagd.
d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten.
De aanleg van de verharde oppervlakte ten behoeve van de woonfuncties en de nevenfunctie wordt zo beperkt mogelijk aangebracht. In paragraaf 4.2.3 van deze toelichting is uitgebreid uiteengezet dat er geen negatieve effecten ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie zullen plaatsvinden in de beoogde situatie ten opzichte van de bestaande situatie.
Lid 3. Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud. N.v.t.
De gebiedsaanduidingen ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone’ en ‘overige zone – zoekgebied watersystemen’ zijn opgenomen op de verbeelding. In de planregels van
Pagina 17 van 56
het bestemmingsplan worden bovenstaande voorwaarden geborgd, zodat er geen ontwikkelingen zullen plaatsvinden die een negatieve invloed kunnen hebben op de bestaande watersystemen en de bestaande waterhuishouding. Landschappelijke waarden in groenblauwe mantel (artikel 3.32) In artikel 3.32 van de Iov zijn voorwaarden opgenomen voor landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel. Zie onderstaande toetsing aan deze voorwaarden:
Artikel 3.32 landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken;
De beoogde ontwikkeling wordt gecombineerd met een goede landschappelijke inpassing en een versterking van de ecologische zone. Door het combineren van het initiatief met een goede landschappelijke inpassing zullen geen negatieve effecten ontstaan op de ontwikkeling van de natuurwaarden in de groenblauwe mantel.
b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied;
In de regels wordt geborgd dat de landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel niet zullen worden aangetast door het opnemen van de gebiedsaanduiding ‘overige zone – groenblauwe mantel’, ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant ecologische verbindingszone’ en ‘overige zone – zoekgebied watersystemen’.
c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Ter plaatse van de vorige genoemde gebiedsaanduidingen zijn regels opgenomen die borgen dat de landschappelijke waarden niet zullen worden aangetast. Door de beoogde ontwikkeling te combineren met een goede landschappelijke inpassing en een versterking van de ecologische zone zal de ontwikkeling zelfs een positieve bijdrage leveren aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. De aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan.
Lid 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken.
Conform het vigerende bestemmingsplan hebben de gronden ter plaatse van de ecologische verbindingszone de aanduiding ‘overige zone – verbindingszone’, ‘overige zone – zoekgebied watersystemen’ en deels ‘overige zone – Natuur Netwerk Brabant’. Ter plaatse van deze aanduidingen zijn de gronden tevens bestemd voor de instandhouding van waarden ten behoeve van de verwezenlijking, behoud en herstel van de ontwikkeling van een natuurlijk watersysteem, alsmede de instandhouding en ontwikkeling van ecologische waarden en kenmerken. Het plangebied is gelegen in en naast de beheertypes ‘Beek en Bron’ en ‘Vochtig bos met productie’. Het beheertype Beek en bron komt voor op de zand- en lössgronden. Het gaat om kleine stromende wateren met hun bronnen, zoals de Dommel, die uiteindelijk uitmonden in een rivier. Beken en bronnen zijn van groot belang voor waterranonkels, fonteinkruiden en sterrekroossoorten, platwormen, waterkevers, libellen, waterjuffers en kokerjuffers, rivierkreeft en een groot aantal vissen: beekforel, beekprik, elrits, serpeling. kwabaal (benedenloop), rivierdonderpad, zeeprik, rivierprik, gestippelde alver en vlagzalm. De laaglandbeken met beekprik, zeeprik, gaffellibel, begroeiingen met drijvende waterweegbree, waterranonkels of teer vederkruid zijn in internationaal opzicht belangrijk.
Het ‘Vochtig bos met productie’ bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. Het is een grotendeels gesloten bos met een weelderige ondergroei. Dit bostype is de productievariant van delen van het haagbeuken- en essenbos en beek- en rivierbegeleidend bos. Dit bostype levert een belangrijke bijdrage aan de houtvoorziening door de goede groei van diverse gewilde (hardhout) loofboomsoorten. Door aanvullende
Pagina 18 van 56
bosverjongingsactiviteiten met primair lokaal gewenste inheemse boom- en struiksoorten wordt versneld een nieuwe gewenste bosgeneratie van voldoende ecologische kwaliteit gerealiseerd. Uit de toetsing aan artikel 3.15 en artikel 3.25 van de Iov blijkt dat de waterhuishoudkundige en ecologische situatie niet aangetast zullen worden. Wonen in landelijk gebied (artikel 3.68 & 3.69) In artikel 3.68 van de Iov is opgenomen dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. In afwijking hiervan kan het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning mogelijk worden gemaakt als is verzekerd dat:
1. Er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt;
Er wordt met het initiatief slechts één woonbestemming gecreëerd. De Ruimte-voorRuimtewoning wordt mogelijk gemaakt middels een aankoop van een Ruimte-voor-Ruimtetitel.
2. Overtollige bebouwing wordt gesloopt.
De schuren 2, 3 en 5, zoals afgebeeld op Afbeelding 3, zullen worden gesloopt. De achterste schuur, afgebeeld met nummer 4 op Afbeelding 3, zal behouden blijven. Overtollige agrarische bedrijfsbebouwing wordt derhalve gesaneerd en/of door een nieuwe functie in gebruik genomen.
Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het omzetten van de bestaande (voormalige) agrarische bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning voldoet aan de voorwaarden voor wonen in het landelijk gebied. Ruimte-voor-Ruimtekavel (artikel 3.79) In artikel 3.79 van de Iov zijn de voorwaarden opgenomen voor realisatie van Ruimte-voorRuimtekavels in het landelijk gebied. Dit is toegestaan indien:
a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit ;
In dit geval zal een aanzienlijke winst voor de omgevingskwaliteit worden bewerkstelligd door de koop van een Ruimte-voor-Ruimtetitel bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voorRuimte. Uiterlijk vóór de vaststelling van het bestemmingsplan zal het bewijsstukkendossier voor aankoop van de Ruimte-voor-Ruimtetitel worden overlegd.
b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in Artikel 3.78 Maatwerk met als doel omgevingskwaliteit , derde Lid ; en
Conform artikel 3.78 derde lid, is er sprake van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Als naar de definitie van een bebouwingsconcentratie zoals opgenomen in de Iov wordt gekeken, ligt de locatie in een bebouwingsconcentratie. Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat het plangebied is gelegen in een bebouwingsconcentratie. Uit recente jurisprudentie van de Raad van State (17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:117, r.o. 5.4) blijkt dat het ook moet gaan om een feitelijke aanwezige bebouwingsconcentratie. In de Interim omgevingsverordening NoordBrabant is bepaald dat een bebouwingsconcentratie kan voorkomen in drie vormen: Kernrandzone, bebouwingscluster en bebouwingslint. Onder bebouwingscluster wordt verstaan: ‘'vlakvormige verzameling van bebouwing, gelegen buiten stedelijk gebied”. Ten noorden, ten oosten, ten zuiden en ten westen van het plangebied zijn verschillende bouwpercelen gelegen van woonbestemmingen en agrarische bedrijfsbestemmingen, zie Afbeelding 9. Hierdoor is er sprake van een vlakvormige verzameling van bebouwing en daarmee van een bebouwingsconcentratie.
De ligging van het plangebied in een bebouwingsconcentratie maakt het een planologisch aanvaardbare locatie voor de Ruimtevoor-Ruimtewoning.
Pagina 19 van 56
Afbeelding 9: Omliggende bouwpercelen in bebouwingscluster, plangebied rood omcirkeld
c. past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 3.77 .
Uit de toetsing aan de structuurvisie van de gemeente Hilvarenbeek, de strategie vitalisering buitengebied en de visie Ruimte-voor-Ruimte in paragraaf 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 van deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.
Gezien bovenstaande toetsing kan worden geconcludeerd dat het realiseren van een Ruimte-voorRuimtewoning aan de Groenstraat 32 te Esbeek past binnen artikel 3.79 van de Interim omgevingsverordening. Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie, de strategie vitalisering buitengebied, de Visie Ruimte voor Ruimte en het bestemmingsplan.
3.3.1. Structuurvisie gemeente Hilvarenbeek
De gemeente Hilvarenbeek wordt omsloten door veel groen. In het buitengebied vind je veel natuur en fiets- en wandelgebieden. Samen met het cultuurhistorische karakter van de dorpen vormt de gemeente Hilvarenbeek een aantrekkelijke omgeving voor de toerist en recreant. Daarnaast heeft de gemeente een agrarisch karakter, de agrarische sector is dan ook van groot belang voor de gemeente Hilvarenbeek. In de Structuurvisie gemeente Hilvarenbeek, vastgesteld op 25 februari 2010, is de visie op het ruimtelijke beleid van de gemeente beschreven. Het uitgangspunt van de visie is dat rode ontwikkelingen in het buitengebied in principe onwenselijk zijn, tenzij netto sprake is van een kwaliteitsverbetering van het buitengebied. In de Structuurvisie valt de locatie binnen de aanduiding ‘verwevingsgebied’ en ‘Nationaal Landschap’, zie Afbeelding 10. In het verwevingsgebied is het mogelijk een nieuwe functie te starten, indien nu en
Pagina 20 van 56
in de toekomst geen sprake is van een belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven en het woon- en leefklimaat. De gemeente wil graag woonfuncties in vrijkomende agrarische gebouwen voorkomen, tenzij het nieuwe wooninitiatief niet conflicteert met bestaande (agrarische) functies. Er wordt een reguliere woonfunctie mogelijk gemaakt in de bestaande (voormalige) agrarische bedrijfswoning, waarbij de woning niet conflicteert met bestaande (agrarische) functies. Bij deze woning zal een bestaand bijgebouw behouden blijven. Daarnaast wordt nog één nieuwe Ruimte-voorRuimtewoning mogelijk gemaakt. De overtollige agrarische bebouwing wordt gesloopt. Dat het woonen leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen aanvaardbaar is en dat omliggende agrarische functies niet belemmerd worden blijkt uit de toetsing aan hoofdstuk 4 van deze toelichting. Dat het landschap niet wordt aangetast en ecologische waarden zelfs versterkt worden is in paragraaf 3.2.2 van deze toelichting uitgebreid uiteen gezet. Door de beoogde ontwikkeling te combineren met een zorgvuldige landschappelijke inpassing en het slopen van overtollige agrarische bebouwing is netto sprake van een kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Uit bovenstaande toetsing blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de gemeentelijke structuurvisie.
Afbeelding 10: Uitsnede kaart zonering structuurvisie, plangebied zwart omcirkeld
3.3.2. Strategie vitalisering buitengebied
Op 17 maart 2020 is de ‘Strategie vitalisering buitengebied’ door de gemeenteraad van Hilvarenbeek vastgesteld. De strategie omschrijft de ontwikkelingsmogelijkheden voor onder andere vrijkomende (agrarische) gebouwen, Ruimte-voor-Ruimtewoningen en de doorontwikkeling van bestaande functies. Het uitgangspunt van deze strategie is om alleen ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen indien deze bijdragen aan de versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. Hier kan aan worden bijgedragen door een fysieke verbetering (sloop, realisatie nieuwe natuur, biodiversiteit, landschapsverbetering, aanleg recreatieve voorziening, verlagen van milieubelasting), door vergroting van de leefbaarheid en vitaliteit van het buitengebied en de realisatie van andere doelstellingen van de gemeente Hilvarenbeek en/of andere overheden. In de beoogde situatie is sprake van een ontwikkeling ter plaatse van vrijkomende agrarische gebouwen. In paragraaf 3.3 van de strategie is omschreven hoe de gemeente om wenst te gaan met vrijkomende agrarische gebouwen. Leegstand kan leiden tot verloedering van het buitengebied of illegale activiteiten aantrekken (ondermijning). De gemeente biedt daarom ruimte aan een breed pallet aan mogelijkheden om de sloop van overtollige gebouwen te stimuleren en om nieuwe functies in vrijkomende gebouwen mogelijk te maken.
Om hier medewerking voor te kunnen verkrijgen moet er per saldo sprake zijn van versterking van de omgevingskwaliteit, waaronder de sloop van overtollige gebouwen en versterking van de landschappelijke kwaliteit. De gemeente ziet kansen voor functies op het gebied van recreatie, toerisme, horeca en zorg. De gemeente ziet mogelijkheden voor woningbouw van onder andere Ruimte-voor-Ruimtewoningen en het realiseren van woningen op nieuwe locaties waarbij toevoeging van een rode functie wordt verantwoord door het toevoegen van nieuwe natuur enerzijds en het saneren van bebouwing anderzijds.
Pagina 21 van 56
De beoogde ontwikkeling betreft het omzetten van een bestaande (voormalige) agrarische bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning en het realiseren van één Ruimte-voor-Ruimtewoning. Bij de Ruimte-voor-Ruimtewoning zal ook een bijgebouw gerealiseerd worden ten behoeve van de exploitatie van een bed & breakfast en een garage. Overtollige gebouwen worden gesloopt waarbij één voormalige agrarische schuur behouden blijft als bijgebouw bij de bestaande woning. Er is sprake van een koppeling tussen de bed & breakfast en de woonfunctie. De bed & breakfast zal worden geëxploiteerd door de bewoner van de woning behorende bij het bijgebouw (waarin de bed & breakfast wordt gerealiseerd). Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling zorgvuldig landschappelijk ingepast en wordt de enkelbestemming ‘Natuur’ binnen het plangebied opgenomen. Dit sluit aan bij de uitgangspunten die de gemeente heeft gesteld in de ‘Strategie vitalisering buitengebied’.
3.3.3. Visie Ruimte voor Ruimte
De gemeente Hilvarenbeek heeft in september 2011 de “Visie Ruimte voor Ruimte Gemeente Hilvarenbeek” opgesteld. Deze gebiedsvisie wordt gehanteerd als handreiking bij het toetsen van Ruimte-voor-Ruimte initiatieven binnen de gemeente Hilvarenbeek en bevat voorwaarden waaronder Ruimte-voor-Ruimtewoningen binnen bebouwingsconcentraties kunnen worden gerealiseerd. In de visie is opgenomen dat Ruimte-voor-Ruimtewoningen zijn toegestaan binnen een bebouwingsconcentratie. De Groenstraat is opgenomen als concentratie aan de zuidkant van Esbeek, zie 11. Bijzonder aan deze concentratie is dat deze bestaat uit een aaneengesloten lint dat zich rond de es vouwt waaraan Esbeek zijn naam te danken heeft. Het lint kent een relatief hoge dichtheid met erven die veelal een opstrekkend karakter hebben en zich overwegend aan de eskant (noordwestelijke kant) van de weg bevinden. Binnen dit lint zijn duidelijke ruimtelijk onderscheidende delen herkenbaar. Zo zijn er delen met een kleine korrel waar met name wonen de hoofdfunctie heeft. Hier liggen de erven dicht bij elkaar en is er een besloten sfeer. Daarnaast zijn er ook delen aan het lint met een grote korrel die gevormd worden door de grote agrarische bedrijven. Hier liggen de erven op ruime afstand van elkaar en is er een open landelijke sfeer. Het ritme van dicht bebouwd naar open ruimten aan het lint zorgt voor afwisseling.
Veelal bestaat de bebouwing uit een woonhuis direct aan de weg met daarachter eventueel agrarische bedrijfsbebouwing. Door de grote verscheidenheid aan bebouwing en de afwisseling tussen open en besloten ademt het lint een landelijke sfeer. Binnen het lint komt een sterke menging voor van hoofdzakelijk wonen en diverse agrarische bedrijven (wel- en niet grondgebonden).
Pagina 22 van 56
Afbeelding 11: Uitsnede kaart Groenstraat visie Ruimte voor Ruimte, plangebied zwart omcirkeld
De randvoorwaarden voor RVR-mogelijkheden binnen deze bebouwingsconcentratie zijn als volgt: ▪ Hoofdbebouwing staat direct aan de weg en heeft geen terugliggende positie; ▪ De Ruimte-voor-Ruimtewoning dient aan te sluiten bij de bebouwingseigenschappen van het betreffende delen binnen het lint; dat wil zeggen: lintbebouwing in de meer dicht (woon-delen) en erfachtige opzet in de meer open agrarische fragmenten ‘ritme’ behouden. De Ruimte-voor-Ruimtewoning zal direct aan de weg komen te liggen en zal geen terugliggende positie hebben. Daarnaast sluit de bebouwing aan binnen het dichte deel van de lintbebouwing. Zoals ook uit Afbeelding 11 blijkt is ter plaatse van het plangebied geen waardevol zicht op het achterliggende landschap. In 2018 heeft een evaluatie plaatsgevonden van het Ruimte-voor-Ruimte beleid. In de raadsbijeenkomst d.d. 30 augustus 2018 is aangegeven dat de Visie Ruimte-voor-Ruimte van september 2011 nog goed bruikbaar is, maar zijn er wel enkele aanvullingen benoemd. Er geldt een inspanningsverplichting om bij toekenning van een Ruimte-voor-Ruimtewoning de sloop en sanering in Hilvarenbeek plaats te laten vinden. Bovendien dient meer inzicht te worden gegeven in de afweging of voldaan wordt aan de kwaliteitseisen en voorwaarden en of sprake is van voldoende investering in landschappelijke inpassing.
Initiatiefnemer heeft geprobeerd om de sloop en sanering voor de toekenning van de Ruimte-voorRuimtewoning plaats te laten vinden binnen de gemeente Hilvarenbeek. Ondanks voldoende inspanning vanuit initiatiefnemer is dit echter niet mogelijk. Binnen de gemeente Hilvarenbeek staan momenteel geen (voormalige) intensieve veehouderij bedrijven die wensen te stoppen. Om deze reden zal er voor de realisatie van de beoogde woning een Ruimte-voor-Ruimtetitel worden aangekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voor-Ruimte. Bovendien wordt de beoogde ontwikkeling gecombineerd met een ruime en zorgvuldige landschappelijke inpassing. Er wordt derhalve voldaan aan het Ruimte-voor-Ruimtebeleid van de gemeente Hilvarenbeek.
Pagina 23 van 56
3.3.4. Bestemmingsplan
Zoals al in de inleiding van deze toelichting beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied, vastgesteld d.d. 13 maart 2014 geldend met de daarbij behorende reparatieplannen. De volgende bestemmingen en aanduidingen zijn voor de locatie opgenomen, zie Afbeelding 1: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone - groenblauwe mantel; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – ecologische verbindingszone; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – zoekgebied watersystemen. In het bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. In het vigerende planologische regime zijn geen mogelijkheden opgenomen om de (voormalige) agrarische bedrijfsbestemming te wijzigen naar een woonbestemming voor twee reguliere burgerwoningen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient een partiële herziening van het bestemmingsplan te worden doorlopen. Door middel van deze toelichting is een uitgebreide onderbouwing gegeven waarin aangetoond wordt dat het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en aansluit bij de omgevingswaarden en – kenmerken.
De regels van deze herziening zullen zoveel als mogelijk aansluiten bij het vigerende bestemmingsplan en zullen in lijn zijn met de systematiek zoals die gehanteerd wordt bij andere woonontwikkelingen in de gemeente. Voor het realiseren van een bed & breakfast in een vrijstaand bijgebouw is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen in het vigerende bestemmingsplan (artikel 16.5.2). Hieronder is getoetst aan de regels voor kleinschalig logeren die zijn opgenomen in de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid:
16.5.2 Kleinschalig logeren Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 16.4.1 sub b ten einde kleinschalig logeren als nevenactiviteit in vrijstaande bijgebouwen bij een woning toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. kleinschalig logeren in de vorm van bed & breakfast, appartementen en/of gastenkamers is toegestaan. Het kleinschalig logeren bestaat uit maximaal 3 kamers van maximaal 2 personen per kamer per woning met een maximale omvang van 150 m² in totaal, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het vloeroppervlak van de woning gebruikt mag worden ten behoeve van kleinschalig logeren;
Het kleinschalig logeren zal plaatsvinden in de vorm van bed & breakfast. In het nieuwe bijgebouw behorende bij de Ruimte-voor-Ruimtewoning, zoals afgebeeld op het landschappelijk inpassingsplan, zullen maximaal 3 kamers voor maximaal 2 personen gerealiseerd worden. De bed & breakfast voorziening zal dus niet binnen de bestaande/beoogde woning gerealiseerd worden, maar in een vrijstaand bijgebouw. De oppervlakte van de verblijfsrecreatie zal niet meer bedragen dan 150 m².
b. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan;
Er zal geen sprake zijn van permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers. In de specifieke gebruiksregels van de enkelbestemming ‘Wonen’ is dit tevens als strijdig gebruik opgenomen.