09 Voorjaarsnota 2022 (8 Definitieve resultaten onderzoeksresultaten bezuinigingsopgave subsidies)
Tekst van het document
Onderzoek bezuinigingsopgave Gemeente Hilvarenbeek
Colofon Geschreven door: Avance impact | www.avance-impact.nl Auteurs: Hatice Nurlu en Sanne Handgraaf Opdrachtgever: Gemeente Hilvarenbeek Publicatiedatum: juli 2022
Onderzoek bezuinigingsopgave Gemeente Hilvarenbeek Inhoudsopgave Introductie bezuinigingsopgave en aanleiding onderzoek............................................................................. 3 1.
Uitdagingen en doelstellingen binnen het sociaal domein van gemeente Hilvarenbeek ................. 5
2.
Financiële weerbaarheid en maatschappelijke waarde van de subsidiepartners ............................. 8
3.
Korte literatuurscan .................................................................................................................................... 12
4.
Verwachtingen en aandachtspunten van experts ................................................................................ 15
5.
Ervaringen van gemeente Goirle ............................................................................................................. 18
6.
Aanbevelingen........................................................................................................................................... 18
7.
Bijlagen ....................................................................................................................................................... 23
2
Introductie bezuinigingsopgave en aanleiding onderzoek Vraag van gemeente Hilvarenbeek Gemeente Hilvarenbeek staat voor de uitdaging van een bezuinigingsopgave. Een van de voorstellen van de gemeente is om te bezuinigen op het subsidieprogramma. Het voorstel is om een selectie van subsidiepartners 10% (en een kleine selectie 100%) te korten op hun subsidie. De selectie bestaat uit lokale voorzieningen met een focus op sport, cultuur, ondersteuning van ouderen en/of mensen met een beperking, en recreatie/toerisme. De gemeenteraad en het verenigingsleven van Hilvarenbeek maken zich zorgen om de financiële en maatschappelijke impact van dit bezuinigingsvoorstel. De aanname is dat de betrokken subsidiepartners indirect een belangrijke functie innemen in het voorliggend veld – bijvoorbeeld als het gaat om vroegsignalering en preventie, belangrijke factoren bij het voorkomen van escalaties en problemen in het sociaal domein. De raad heeft de gemeente daarom verzocht om eerst inzicht te krijgen in de verwachtte maatschappelijke en financiële impact van deze bezuiniging op subsidiepartners en de relatie tussen de activiteiten van subsidiepartners, vroegsignalering, preventie, en escalatie. De gemeente wil dit inzicht krijgen door middel van een onderzoek.
Tot stand komen onderzoek Begin 2022 hebben Peter Arens (Afdelingshoofd Samenleving) en Amela Mesic (Juridisch Adviseur Sociaal Domein) Avance Impact gevraagd om mee te denken over een goede werkwijze om dit onderzoek uit te voeren. Samen is tot een plan van aanpak gekomen dat vervolgens door Avance Impact is uitgevoerd tussen april en juni 2022. Avance helpt graag bij het uitvoeren van dit plan om samen met gemeente Hilvarenbeek tot een inzichtvolle notitie te komen die de gemeenteraad handvatten biedt om keuzes te maken binnen de bezuinigingsopgave. De centrale onderzoeksvraag is daarbij: Wat zijn de verwachte gevolgen van de voorgenomen bezuinigingen op subsidies voor het sociaal domein van gemeente Hilvarenbeek? Deze vraag beantwoorden we aan de hand van de volgende deelvragen: • •
•
Wat zijn de uitdagingen in het sociaal domein voor gemeente Hilvarenbeek in de komende jaren? Wat is de maatschappelijke waarde van de betrokken subsidiepartners – gekeken naar de belangrijkste uitdagingen in het sociaal domein? En hoe financieel weerbaar zijn de betrokken subsidiepartners? Wat zijn belangrijke aandachtspunten voor gemeente Hilvarenbeek bij het besluiten om te bezuinigen – vanuit experts, literatuurscan en buurtgemeentes?
Uitvoering van het onderzoek Hieronder staat kort toegelicht welke stappen zijn ondernomen om bovenstaande vragen te beantwoorden. In de volgende hoofdstukken worden de aanpak, resultaten en conclusies in detail toegelicht. 1 In kaart brengen van probleemgebieden van de gemeente en de rol en weerbaarheid van de subsidiepartners • • • • •
Documentatie gemeente Hilvarenbeek Oriënterende gesprekken met gemeente Documentatie subsidiepartners Focusgroep en enquête onder subsidiepartners Vastlegging in overzicht
2 Ophalen praktijkkennis en expertise •
Korte literatuurscan
3
•
Interview met experts
3 Ophalen relevante ervaring van buurtgemeente •
Interview met buurtgemeente Goirle
Leeswijzer De hoofdstukken zijn ingedeeld aan de hand van de verschillende stappen die voor dit onderzoek zijn gezet. Ieder hoofdstuk licht toe welke informatie is opgehaald en vat vervolgens kort samen wat de belangrijke conclusies en aandachtspunten zijn. Het rapport eindigt met de concluderende aanbevelingen voor gemeente Hilvarenbeek. In het onderzoek zijn bijdrages geleverd door verschillende beleidsmedewerkers, subsidiepartners en experts. De namen van deze personen zijn niet opgenomen in dit rapport, maar kunnen worden opgevraagd bij Amela Mesic.
4
1. Uitdagingen en doelstellingen binnen het sociaal domein van gemeente Hilvarenbeek 1.1 Aanpak Ter voorbereiding van het onderzoek heeft gemeente Hilvarenbeek relevante documentatie met Avance gedeeld die inzicht geeft in het gemeente- en subsidiebeleid binnen het sociaal domein. De documenten die zijn meegenomen zijn: • • • • • • • • • • • •
Beleidsregels subsidieverlening 2022 Beoordeling subsidieverlening 2022 en verantwoording 2020 Integraal veiligheidsplan 2019 2022 Kadernota schuldhulpverlening 2019-2022 Koers jeugdhulp Koersdocument Sociaal Domein 2017 Lokaal educatieve agenda Overzicht subsidies bezuinigingen 2022 OZB schema 2021 Sportvisie Hilvarenbeek 2019 Toekomstagenda Hilvarenbeek Uitvoeringsagenda sociaal domein 2018-2019
In oriënterende gesprekken met betrokken beleidsmedewerkers van de afdeling Samenleving heeft Avance in kaart gebracht wat de sociale probleemgebieden zijn die prioriteit hebben binnen het sociaal domein van de gemeente. 1.2 Meest urgente uitdagingen binnen het sociaal domein van gemeente Hilvarenbeek Door de beleidsmedewerkers worden drie belangrijkste uitdagingen binnen het sociaal domein van gemeente Hilvarenbeek onderscheiden: 1. Vergrijzing Het aandeel 75-plussers ligt in gemeente Hilvarenbeek boven het regionaal gemiddelde. In de toekomst zal de vergrijzing versterkt doorzetten, vanwege de oververtegenwoordiging van de groep inwoners in de leeftijdsklasse 50-65 jaar (volgens de Woon-zorganalyse door Hart van Brabant, 2022). Aan de hand van voorspellingen (Wmo voorspelmodel VNG) zal hierdoor ook het aantal Wmogebruikers toenemen in de komende jaren. Wmo gebruikers Verschil met 2020 65-plussers Inwoners gemeente
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
825
850
895
1.015
1.045
1.081
1.110
1.182
-19%
-16%
-12%
0%
+3%
+7%
+9%
+13%
3.221
3.325
3.409
3.524
3.586
3.671
3.731
3.815
15.283
15.366
15.334
15.518
15.400
15.400
15.300
15.300
2. Schaarste op de woningmarkt voor ouderen en kwetsbaren De sterke toename van het aantal ouderen met een intensieve zorgbehoefte kan niet of slechts beperkt in verpleeghuizen worden opgevangen. Er zijn relatief weinig sociale huurwoningen en gespecialiseerde instellingen – ook voor andere kwetsbare zorggroepen. Om deze reden zijn er meer woonvormen of tussenvormen nodig om deze doelgroepen passend te kunnen huisvesten, en zij moeten vaker zelfstandig wonen. Het aantal aangepaste woningen is waarschijnlijk niet groot genoeg waardoor er een toename wordt verwacht in het aantal woningaanpassingen. Dit zal tot een stijging in Wmo-kosten leiden. 3. Betaalbaarheid van jeugdzorg De uitgaven voor de jeugdzorg beheersbaar houden is een blijvende uitdaging voor gemeente Hilvarenbeek, waar recent een positief jeugdbeleid is ontwikkeld. Momenteel zijn er met name door de coronagevolgen veel zorgen over de jeugd en heeft het voor de gemeente prioriteit om met het
5
voorliggend veld voorzieningen voor de jeugd in stand te houden. Jeugdproblematiek moet op deze manier tijdig gesignaleerd worden en voorzien in dagbesteding voor jongeren. 4. Implementatie van nieuwe inkoop sociaal domein Vanaf 1 juli 2022 wordt gestart met de nieuwe inkoop van Huishoudelijke Ondersteuning. En vanaf 1 januari 2023 wordt gestart met de nieuwe inkoop van Wmo Begeleiding, Wmo Beschermd Wonen, Ontwikkelgerichte Arbeidsmatige Dagbesteding en de Jeugdwet. Belangrijke uitgangspunten van deze nieuwe manieren van inkoop zijn: • • • •
Meer gesloten financiering – van open-einde financiering naar grip op financiën Normalisering – van zorg naar waar mogelijk het vinden van oplossingen in het gewone leven Verbeterde lokale samenhang – van een individualistisch en groot zorglandschap naar een overzichtelijk en kwalitatief veld van zorgaanbieders dat elkaar kent Werk als beste zorg – van participatie tot opleiding, van oog voor zorgvraag tot oog voor maatschappelijke rol
1.3 Gevolgen voor beleid Voor het beleid van de gemeente betekenen deze uitdagingen dat het voorliggend veld steeds belangrijker wordt – met name als het gaat om het vinden van oplossingen in het gewone leven. Aan de andere kant neemt de financiering voor het voorliggend veld verder af. De gemeente stuurt meer op het pakken van de regie over het eigen leven en ook hiervoor moet meer worden geleund op het voorliggend veld. Het gaat hierbij om zowel de formele partners op gebied van welzijn en zorg, als het informele netwerk aan lokale voorzieningen. Onder deze voorzieningen (verenigingen en clubs) vallen ook de subsidiepartners die binnen de bezuinigingsopgave vallen. 1.4 Rol van subsidiepartners volgens gemeente Beleidsmedewerkers geven aan dat de subsidies juist zijn bedoeld als bijdrage aan het voorliggende veld en de lokale voorzieningen. De subsidies vormen daarmee het cement voor de samenleving in Hilvarenbeek, waarmee er voldoende aanbod blijft op het gebied van sport en cultuur voor iedere doelgroep en de leefbaarheid van de dorpskernen in stand wordt gehouden. Op deze manier werkt de gemeente aan de zelfredzaamheid van inwoners. Het beeld dat bij beleidsmedewerkers leeft is dat het lokale netwerk zo sterk is, dat de formele welzijnsorganisaties minder ingezet hoeven te worden vergeleken met andere gemeentes.
De aanname van de gemeente is dan ook dat alle subsidiepartners via het sterke netwerk een rol spelen in vroegsignalering en preventie bij problematieken onder de doelgroep. De ervaring van beleidsmedewerkers is dat informele voorzieningen soms beter aansluiten op de behoeften van inwoners dan het formele voorliggend veld. Behoeften kunnen eenvoudig zijn: een luisterend oor of aansluiting bij anderen. De laagdrempeligheid van informele voorzieningen speelt hier een grote rol. De gemeente noemt de volgende redenen als bezuinigingsachtergrond: • • • • •
Het hoge eigen vermogen wat sommige organisaties hebben Het transitieplan voor sportverenigingen waarbij onderhoud van accommodaties op den duur bij verenigingen zelf komt te liggen OZB-lasten hoeven niet door de gemeente gedekt te worden De subsidiering van de bibliotheek die niet meer geïndexeerd zal worden De programmering van sommige organisaties die niet als essentieel wordt gezien
Een ander relevant inzicht is dat veel kleinere organisaties (met minder dan €5.000 aan subsidie) zich niet hoeven te verantwoorden, omdat dit administratief gezien duurder zou zijn voor de gemeente. Dit betekent echter wel dat er vrij weinig zicht is op wat deze organisaties precies doen en hoe ze bijdragen aan de uitdagingen die spelen in de gemeente. 1.4 Strategische doelen gemeente Hilvarenbeek 2022-2025
6
De subsidies uit deze bezuinigingsopgave zijn toegewezen op basis van de strategische doelen voor 2022-2025. De gesproken beleidsmedewerkers bevestigen dat de doelstellingen goed aansluiten op de uitdagingen die hierboven zijn omschreven. Het gaat om de volgende doelstellingen: • • • • • •
•
Inwoners zijn zelfredzaam, kunnen mee doen en kunnen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Mensen met een beperking of mensen die een verhoogde kans hebben op kwetsbaarheid kunnen in Hilvarenbeek blijven wonen. Professionals zijn in de buurt zodat inwoners dichtbij en laagdrempelig hulp weten te vinden en hun hulpvraag kunnen stellen. Inwoners met een (verhoogde kans op) kwetsbaarheid vinden een luisterend oord en vinden steun bij en van elkaar. Hilvarenbeek is een inclusieve samenleving. Regionale samenwerking verbeteren/versterken met als doel meer keuzevrijheid en betere ondersteuning voor inwoners, minder regeldruk voor zorgaanbieders en harmonisatie van de systemen bij de samenwerkende gemeenten. Meer samenwerking tussen jeugdwet, Wmo en Participatiewet.
1. Uitdagingen en doelstellingen van gemeente Hilvarenbeek Samenvatting •
• • •
De meest urgente uitdagingen van de gemeente zijn vergrijzing, de schaarste op de woningmarkt voor ouderen en kwetsbaren, de betaalbaarheid van de jeugdzorg en de implementatie van nieuwe inkoop van het sociaal domein. De betrokken doelgroepen zijn ouderen, jongeren en kwetsbare inwoners (met een Wmo). Voor alle uitdagingen geldt dat Hilvarenbeek een groot beroep zal moeten doen op de zelfredzaamheid van deze doelgroepen, die de regie over eigen leven zo veel en lang mogelijk moeten houden. Het beleid van Hilvarenbeek leunt hiervoor op het voorliggend veld dat de zelfredzaamheid van inwoners kan stimuleren. Dit zijn formele partners op gebied van welzijn en zorg, maar ook de lokale voorzieningen die samen een informeel netwerk vormen. De ervaring van beleidsmedewerkers is dat het informele netwerk een laagdrempelige functie heeft en soms beter aansluit op behoeftes van inwoners dan de formele partners van de gemeente.
Aandachtspunten •
Belangrijke rol voor lokale voorzieningen: Voor lokale voorzieningen lijkt een belangrijke rol weggelegd bij het aanpakken van de meest urgente uitdagingen voor Hilvarenbeek.
Definitie van ‘kwetsbare inwoner’ In de verschillende onderdelen van dit onderzoek wordt gesproken over de ‘kwetsbare inwoner’ van Hilvarenbeek. Kwetsbare inwoners zijn mensen die hun leven niet op een door hen gewenste manier vorm kunnen geven. Kwetsbare inwoners ondervinden op verschillende terreinen problemen, bijvoorbeeld op gebied van inkomen, huisvesting, werk, dagbesteding of sociale contacten.
7
2. Financiële weerbaarheid en maatschappelijke waarde van de subsidiepartners 2.1 Aanpak Aan de hand van jaarplannen en financiële overzichten van subsidiepartners, is een inventarisatie gedaan van het type activiteiten en de financiële weerbaarheid van de organisaties. Financiële weerbaarheid is hierbij bepaald door de aanwezigheid van een financiële buffer en de afhankelijkheid van de gemeentelijke subsidie. Naar alle betrokken subsidiepartners is per e-mail een enquête verstuurd over hun rol binnen de gemeente en hun maatschappelijke waarde (zie bijlage A). Met een selectie subsidiepartners is vervolgens verder gesproken in een focusgroep en een apart interview. De kernvragen hierbij waren: hoe dragen de subsidiepartners bij aan de uitdagingen van de gemeente? Wie zijn de doelgroepen die zij bereiken? Welke positieve impact zien zij als gevolg van hun activiteiten? De enquête is ingevuld door 13 van 34 subsidiepartners die onder de bezuinigingsopgave vallen. Bij de focusgroep en het aanvullend gesprek sloot een dorpsondersteuner aan en vertegenwoordigers van Scouting Hilvarenbeek, de Participatieraad, de Sportraad en Muziek Dans Theater Collectief. 2.2 De staat van de subsidiepartners op het eerste gezicht De informatie vanuit documentatie en enquêtes is vastgelegd in een matrixoverzicht.
Hierin geven we een inhoudelijk en financieel overzicht van de organisaties waarop mogelijk gaat worden bezuinigd. Het gaat hierbij om subsidies en bezuinigingen van verschillende groottes. De subsidies lopen uiteen van honderden tot tienduizenden euro’s. Ook zit er een verschil in de voorgestelde bezuinigingen. Zo is voorgesteld om op subsidies voor sommige organisaties tien procent te bezuinigen, terwijl anderen een volledige bezuiniging kunnen verwachten. Daarnaast is het zo dat sommige organisaties verschillende subsidies ontvangen. Er zijn bijvoorbeeld een aantal subsidiepartners die voor zowel hun activiteitenprogramma als OZB-lasten een subsidie ontvangen. Een van de vragen van dit onderzoek betreft wat de subsidiepartners doen in relatie tot de probleemgebieden binnen de gemeente Hilvarenbeek. Uit het matrixoverzicht maken we op dat de subsidiepartners hier niet expliciet op inspelen. De organisaties houden zich niet direct bezig met de problematiek van de gemeente en nemen een indirecte rol in wanneer het aankomt op de uitdagingen die tot dusver zijn genoemd. Deze uitdagingen zijn alleen expliciet naar voren gekomen bij gesprekken die we met de gemeente hebben gevoerd.
Uit het overzicht halen we verder de volgende doelgroepen op: alle inwoners van Hilvarenbeek, jongeren in Hilvarenbeek, senioren in Hilvarenbeek, kwetsbare inwoners van Hilvarenbeek, en inwoners met een laag inkomen. Dit sluit aan op de doelgroepen binnen de probleemgebieden waar de gemeente op doelt. Wat betreft de financiële weerbaarheid van organisaties hebben wij aan de hand van begrotingen geprobeerd een inschatting te maken. Hierbij is gelet op de volgende punten: • • •
Hoeveel procent van het inkomen is afkomstig van de gemeentesubsidie? Is er sprake van een financiële buffer? Zijn er andere subsidieschenkers?
Op basis van deze vragen hebben wij aan elke organisatie een score gegeven op financiële weerbaarheid. Van de 34 organisaties scoren er 6 positief, 12 matig, en 12 negatief1 op deze toetsing. De eerste groep staat dus financieel sterk en zal het minst last hebben van bezuinigingen. De tweede groep staat er matig voor en kan na bezuinigingen mogelijk wel of niet rondkomen. Voor de laatste groep, de organisaties die slecht scoren, zal de impact van bezuinigingen groot zijn. Zij zullen hun begroting niet langer rond kunnen krijgen. Het merendeel van de organisaties staat er financieel dus matig of slecht voor.
1
Van een aantal organisaties zijn de financiële gegevens niet beschikbaar.
8
2.3 Maatschappelijke waarde van subsidiepartners Enquête onder subsidiepartners Uit de inzichten die we hebben verkregen met de enquêtes kunnen we een aantal conclusies trekken. De meeste organisaties zijn in verschillende mate een belangrijke plek waar inwoners terecht kunnen voor dagbesteding en persoonlijke ontwikkeling. Scouting Hilvarenbeek en Jong Nederland Diessen bieden kinderen en jongeren bijvoorbeeld een mogelijkheid om ergens bij te kunnen horen zonder prestatiedruk, en waar hun ontplooiing wordt gevorderd. Zonder dit soort voorzieningen zouden jongeren sneller in isolement kunnen raken. Andere verenigingen bieden mensen de gelegenheid om in verenigingsverband bezig te zijn met sport of cultuur. Daarnaast zijn er ook organisaties zoals Heartsafe Hilvarenbeek en Diessen, en Quiet Community Hilvarenbeek die zich bezighouden met de gezondheid of die ondersteuning bieden aan inwoners met een laag inkomen. Stichting Comité Diosna Diessen organiseert bijvoorbeeld activiteiten rond kerst en Koningsdag waarbij veel inwoners samen kunnen komen. En ook bij de Bibliotheek Midden-Brabant kunnen inwoners terecht voor verschillende vormen van ondersteuning zoals een jongeren- en dementiespreekuur. Wat opvalt is dat organisaties met een bepaalde missie of doelgroep toch ook veel andere inwoners weten te betrekken bij hun programmering.
Bij de scouting kunnen bijvoorbeeld ook volwassenen een belangrijke rol spelen als leidinggevende, en bij Jong Nederland Diessen worden senioren betrokken bij activiteiten met kinderen. Bij de Harmonie kunnen inwoners met een laag inkomen vanuit de Quiet Community Hilvarenbeek genieten van een concert uitgevoerd door andere inwoners van de gemeente. Ook bij DTV Zandligt verrichten oudere leden nog wel vrijwilligerswerk ook als ze zelf niet meer actief kunnen deelnemen aan de sport maar wel betrokken willen blijven bij de vereniging en de gemeenschap. Op deze manier ontstaan belangrijke samenwerkingen en netwerken tussen voorzieningen en (verschillende groepen) inwoners. Een aantal voorbeelden hiervan: •
•
•
•
•
•
“De sportraad heeft de sportvisie opgesteld in opdracht van de gemeente. Hierdoor zijn ouderen, kinderen en kwetsbaren procesmatig sportief positief bezig geweest. Naar aanleiding hiervan is ook een lokaal sportakkoord ontstaan waarbij diverse maatschappelijke organisaties samenwerken om bewoners sportiever te krijgen.” (Sportraad Hilvarenbeek) “Zonder onze stichting zouden deze jongeren mogelijk meer in een isolement geraken. Bij onze wekelijkse groepsbijeenkomsten en jaarlijks kamp komen ze in contact met verschillende type leeftijdsgenoten. Wij leren samen te werken en onderling respect te hebben, dit creëert een groepsgevoel.” (Jong Nederland Diessen) “Er wordt gewerkt aan een meer structurele samenwerking met onderwijsinstellingen; Molen de Doornboom is ook een opleidingsmolen om bij te dragen aan het voortbestaan van dit door de Unesco erkende ambacht.” (Stichting Molen de Doornboom) “Er is een dekkend netwerk zowel binnen als buiten de kernen en een zeer groot aantal vrijwilligers. Dankzij Heartsafe ontstaat er binnen de gemeenschap bewustzijn en draagkracht om eerste harthulp te verrichten. Zonder deze hulp binnen de gemeente goed te organiseren en te borgen is de overlevingskans bij een hartstilstand significant kleiner.” (Stichting Heartsafe) “De Bibliotheek ondersteunt zelfredzaamheid en samenredzaamheid (bijv.
geholpen met coronacheck-app, invullen van belastingformulieren, aanvragen van toeslagen) daar waar mogelijk mensen zelfredzaam maken; bereik van jongeren (jongeren die nog niet naar de bieb kwamen bezochten het spreekuur maar ook jongeren die nog niet in beeld waren bij jongerenwerk maar wel bij de bieb, kregen zo een breder vangnet).” (Bibliotheek MiddenBrabant) “Naast het enthousiast maken van jongeren is onze vereniging een aantal dagen in de week echt een plek waar ouderen die wel en niet meer kunnen sporten een plek waar ze elkaar ontmoeten voor een kopje koffie en gesprek.” (DTV Zandligt)
In essentie komt naar voren dat deze voorzieningen vooral de leefbaarheid in de gemeente en de kernen behouden en stimuleren. Dit gebeurt op een directe manier door het aanbieden van verschillende soorten activiteiten en ondersteuning, en indirect door het creëren van een context waarin de inwoners elkaar kunnen vinden en netwerken kunnen creëren. Door de verscheidenheid aan voorzieningen is er een dekking voor een groot deel van de inwoners van Hilvarenbeek. Deze
9
sluiten ook zeker aan bij de eerdergenoemde doelgroepen waar de gemeente extra aandacht aan besteed (jongeren, senioren, kwetsbare inwoners). Ook zien we een reflectie van de doelstellingen van de gemeente uit de uitvoeringsagenda in het aanbod van de voorzieningen (bijv. kinderen kunnen zich ontwikkelen tot gelukkige inwoners). Wel is het zo dat de maatschappelijk rol en waarde van verenigingen, net zoals het bereik en aanbod varieert. Uit de antwoorden in enquête blijkt dat sommige voorzieningen een sterke onderbouwing hebben voor hun rol in de maatschappij en anderen minder. Daarom is het ook van belang om de voorzieningen in het geval van bezuinigingen casus per casus te evalueren. Focusgroep met subsidiepartners Ook de focusgroep en aanvullend interview geven meer inzicht in de maatschappelijke waarde en staat van subsidiepartners. De subsidiepartners die we hebben gesproken leggen de nadruk op het belang van de lokale voorzieningen die een indirecte maatschappelijke rol spelen. Deze lokale voorzieningen zijn van meerwaarde voor inwoners omdat ze ook een signalerings- en preventiefunctie dienen en waar inwoners ook juist voor indirecte hulp en ondersteuning terecht kunnen. Problematieken en rol van subsidiepartners Vanuit hun rol in het veld zien subsidiepartners kwetsbare jongeren en eenzaamheid onder ouderen als belangrijke uitdagingen binnen de gemeente.
Deze problemen zijn door de coronaperiode erger geworden en spelen zich meer achter gesloten deuren af. Zo gaan bijvoorbeeld ouderen nu nog minder de deur uit om sociaal contact op te zoeken als gevolg van de pandemie, waardoor eenzaamheid toeneemt. De aanwezigen geven aan dat lokale voorzieningen een belangrijke rol spelen in de maatschappelijke uitdagingen van de gemeente. Ze zien dat lokale voorzieningen de zelfredzaamheid en samenredzaamheid aanmoedigt zoals de gemeente dat ook beoogt. Ook is het belangrijk dat kinderen tijdens hun groei een plek hebben waar ze bij kunnen horen. Vrijetijdsbesteding, het gevoel ergens bij te horen en mogelijkheden tot ontplooiing zijn ontzettend waardevol voor de ontwikkeling van de Hilvarenbeekse jeugd en iets wat de verschillende subsidiepartners kunnen bieden. Tijdens de focusgroep komt bijvoorbeeld naar voren dat de verenigingen vaker en sneller bij mensen achter de deuren komen waardoor problematiek thuis eerder kan worden gesignaleerd. Zo wordt het voorbeeld genoemd van hoe de scouting op een laagdrempelige manier kan opmerken of er iets speelt bij kinderen thuis, dit gebeurt via hen sneller dan via een formele voorziening zoals jeugdzorg. De muzikale subsidiepartners, waaronder de harmonieën en het MDT Collectief, bieden vertier en sociaal contact.
Subsidiepartners staan onder druk Aanwezige subsidiepartners zien echter ook dat de uitdagingen van de gemeente op dit moment al een groot beroep doen op de lokale voorzieningen, waarbij zij niet altijd alles op de gewenste manier kunnen uitvoeren. Vrijwilligers en inwoners die nauw betrokken zijn binnen de gemeenschap willen er graag zijn voor elkaar en meer doen, maar hebben te kampen met afnemende middelen en mogelijkheden als gevolg van bezuinigingen. Hierdoor moeten vrijwilligers meer werk opvangen met minder financiering en ondersteuning. De subsidiepartners zijn het er allemaal over eens dat er een groot netwerk van vrijwilligers is binnen de gemeente, maar door eerdere bezuinigingen zien ze dat vrijwilligers steeds kwetsbaarder worden vanwege een toenemende werkdruk. Het wordt daardoor lastiger om mensen te activeren. Rol gemeente om lokale voorzieningen te ondersteunen in maatschappelijke rol Lokale voorzieningen hebben indirect een belangrijke rol in maatschappelijke ondersteuning. Ook zijn er veel verbindingen tussen gemeentebeleid en werkzaamheden van de lokale voorzieningen. Dit zien we terug in de monitor sociaal domein, het sportakkoord, of de meldcode. Het sportakkoord is bijvoorbeeld een lokaal preventieakkoord wat ervoor moet zorgen dat inwoners een actieve leefstijl behouden.
De meldcodes worden ingezet door professionals, vrijwilligers en inwoners om problemen te signaleren en preventief meldingen maken. Actoren in het voorliggend veld krijgen hier ook workshops over waarin aandacht is voor de rol die zij hierin kunnen spelen. In de focusgroep wordt het duidelijk dat niet alle subsidiepartners van het aanbod op de hoogte zijn en dat meer te behalen is. De communicatie tussen gemeente en subsidiepartners in het kader van de maatschappelijke rol van voorzieningen in het voorliggend veld kan dus sterker.
10
Kansen voor lokale voorzieningen om maatschappelijke rol meer op te pakken De subsidiepartners geven tenslotte aan dat er wat betreft samenwerkingen tussen organisaties nog kansen liggen om krachten verder te bundelen en het hechte netwerk sterk te houden. De genoemde uitdagingen zitten hierbij in de trots die verschillende verenigingen ervaren en hun relatie met bepaalde dorpskernen binnen de gemeente.
2. Financiële weerbaarheid en maatschappelijke waarde van subsidiepartners Samenvatting • • • • •
De subsidiepartners zien vooral uitdagingen in de gemeente zoals eenzaamheid onder ouderen en problemen onder jongeren. Het gaat hier veelal om problematiek die achter gesloten deuren plaatsvindt. Subsidiepartners zijn indirect een belangrijke toegevoegde waarde voor de maatschappij en de uitdagingen in de gemeente, omdat ze mogelijkheden bieden voor vrijetijdsbesteding, persoonlijke ontwikkeling, en het ontstaan van informele netwerken. Voorzieningen behouden en stimuleren vooral de leefbaarheid in de gemeente en de kernen door hun gevarieerd aanbod voor verschillende doelgroepen. Organisaties moeten bezuinigingen intern opvangen waardoor meer druk komt te liggen op vrijwilligers. Een groot deel van de subsidiepartners staat er momenteel financieel niet sterk voor. Met mogelijk nieuwe bezuinigingen zullen deze voorzieningen de begroting hoogstwaarschijnlijk niet meer rond kunnen krijgen.
Aandachtspunten •
• •
Impact bezuinigingen: Als bezuinigingen worden doorgevoerd zullen veel subsidiepartners hun huidige maatschappelijke rol niet meer kunnen uitvoeren. Zonder hun aanbod valt mogelijk een deel van het hechte netwerk in Hilvarenbeek uiteen. Samenwerking tussen lokale partijen: Onderling zijn de organisaties op zoek naar nieuwe samenwerkingsmogelijkheden om de maatschappij te kunnen blijven dienen. Ondersteuning gemeente: De gemeente lijkt nog een rol op te kunnen pakken om de maatschappelijke rol van subsidiepartners te versterken door subsidiepartners op de hoogte te stellen van bestaande ondersteuning (zoals trainingen en de meldcode).
11
3. Korte literatuurscan 3.1 Aanpak Avance heeft een online scan uitgevoerd naar gepubliceerde ervaringen op het gebied van bezuinigingen in het sociaal domein. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste inzichten toegelicht. De referentielijst is opgenomen in bijlage B. 3.2 Status van het sociaal domein Onderzoek laat zien dat het sociaal domein een stijgende kostenpost is voor Nederlandse gemeenten en voor financiële druk zorgt (BDO, 2022). Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Gemeenten krijgen sindsdien één budget vanuit het gemeentefonds (Rijksoverheid) om participatie in de maatschappij te bevorderen. Dit heeft er wel voor gezorgd dat de lasten voor het sociaal domein relatief gezien een grote stijging laten zien. Volgens adviesbureau BDO zijn de netto lasten voor het sociaal met €5,4 miljard gestegen sinds de decentralisatie – dat is een stijging van bijna 30%. Dit leidt tot de vraag hoe betaalbaar het sociaal domein nog is voor gemeenten. Daarnaast is er ook een netto groei in lasten voor andere gemeentelijke clusters zoals Cultuur & Onderwijs (BDO, 2022). In de beoogde transformatie voor het sociaal domein staan zelfredzaamheid en interventies in een vroeg stadium centraal, om een beroep op intensievere hulp te voorkomen.
Op deze manier zouden gemeenten ook een betere grip moeten hebben op de kosten. Echter geven gemeenten aan nog zoekende te zijn op welke manier ze het beste een passend antwoord kunnen geven op complexe vragen van inwoners. Dit doet een groot beroep op het lerend vermogen van gemeenten (VNG, 2021). De oplossing voor oplopende structurele tekorten van gemeenten wordt daarom regelmatig gezocht in bezuinigingen in het sociaal domein en lokale voorzieningen. 3.3 Directe gevolgen van bezuinigingen in andere Nederlandse gemeenten Uit onderzoeken gericht op bezuinigingen in verschillende gemeenten kunnen we relevante lessen trekken die ook betrekking hebben op de gemeente Hilvarenbeek. Vanzelfsprekend zijn er verschillen in de impact van de bezuinigingen tussen verschillende gemeenten. Zo blijken sommige lokale voorzieningen veerkrachtiger in de ene gemeente dan in de andere. Daarnaast kunnen bezuinigingen naast negatieve ook positieve effecten hebben (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016). Uit onderzoeken naar de effecten van bezuinigingen in Nederlandse gemeenten komt naar voren dat betrokken organisaties directe effecten voelen van bezuinigingen. De financiële kwetsbaarheid van instellingen neemt toe en er is steeds meer moeite om begrotingen rond te krijgen (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016).
Organisaties vangen de bezuinigingen op verschillende manieren op, onder anderen door: • •
•
Inkomstenverhoging: hogere kosten voor leden en bezoekers, hogere consumptiekosten, aantrekken van meer leden en bezoekers, aanboren van andere inkomstenbronnen. Kostenverlaging: efficiënter werken, bijvoorbeeld door digitalisering, versobering en doelmatiger werken, spelen met kosten van accommodaties. Dit kan ten koste gaan van kwaliteit, veiligheid, onderhoud en schoonmaak. Gebruik van reserves of uitstel van uitgaven als tijdelijke oplossing. (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016)
Sommige organisaties moeten hun activiteiten staken en houden op te bestaan. Anderen kunnen wel voortbestaan en vangen de bezuinigingen dus intern op. Hiermee blijft de dienstverlening aan burgers bestaan. Echter kan er op de langere termijn bij het intern opvangen van bezuinigingen ook sprake zijn van een toename van het risico op onverantwoord interen op reserves, achterstallig onderhoud, het niet kunnen doen van lange termijn investeringen en het te zwaar belasten van medewerkers en vrijwilligers (Rekenkamercommissie Haarlem, 2017). Organisaties waarop bezuinigd is geven vaak aan dat zowel wat betreft inzet van vrijwilligers als financiële middelen, de grenzen van mogelijkheden in zicht komen (Rekenkamercommissie gemeente Brummen, 2015). Uit het onderzoek van de gemeente Apeldoorn komt verder ook naar voren dat de sportsector meer zelfredzaam is dan de cultuursector. Daarnaast blijkt dat verenigingen met veel vaste lasten het zwaarder hebben. Huisvestingslasten worden immers ook duurder en zijn lastig te beperken, waardoor
12
eerder wordt gekort op personeel en programmering (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016). Leden en bestuursleden geven ook aan dat door versobering en doelmatigheid van het werk als gevolg van bezuinigingen, het gezellige karakter van verenigingen minder wordt, waardoor de aantrekkingskracht richting vrijwilligers en inwoners vermindert (idem). 3.4 Indirecte en maatschappelijke gevolgen van bezuinigingen in andere Nederlandse gemeenten De maatschappelijke gevolgen van deze effecten zijn ook voelbaar bij inwoners. Wat betreft cultuuren sportvoorzieningen zou een mogelijke contributieverhoging voor leden bijvoorbeeld kunnen betekenen dat bezoekers en leden afhaken omdat de financiële toegang tot het aanbod te hoog is geworden (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016). Mogelijke maatschappelijke effecten hiervan zijn op hoofdlijnen: • • • • • • • •
Minder comfort voor bezoekers Minder evenementen Afname mogelijkheden van buiten spelen en bewegen, met als gevolg bewegingsarmoede en minder sociale ontmoetingen Toename van de kloof voor gelijke kansen Afname van kwaliteit van leefomgeving en openbare ruimte Negatieve impact op het vertrouwen in de lokale democratie en overheid Afname betrokkenheid en verantwoordelijkheid van bewoners Terugloop van (kwaliteit) dienstverlening van vrijwilligers.
Veel van deze maatschappelijke gevolgen spelen met name bij inwoners met een smallere beurs (Trendbureau Drenthe, 2020). Vooral het voorliggend veld wordt door de bezuinigingen en de verschraling van het voorzieningenaanbod hard getroffen. Voorzieningen, preventie en vroeg signalering worden afgebroken, waardoor zorg en ondersteuning in de toekomst duurder wordt (Trendbureau Drenthe, 2020). Dit staat haaks op de beoogde transformatie voor het sociaal domein in het kader van de decentralisatie waarin juist zelfredzaamheid en preventie centraal zouden moeten staan. 3.5 Positieve gevolgen van bezuinigingen in andere Nederlandse gemeenten De positieve neveneffecten van de bezuinigingen kunnen vooral worden toegekend aan noodgedwongen samenwerking en gezamenlijke huisvesting. Het samen huisvesten van organisaties in multifunctionele accommodaties leidt tot efficiënter gebruik van middelen en vergroot de mogelijkheden voor creatieve samenwerking tussen organisaties (Rekenkamercommissie Haarlem, 2017). Verduurzaming en digitalisering zijn andere voorbeelden van innovatiever en effectiever werken die als positieve impact kunnen worden gerekend (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016). 3.6 Externe factoren Ook andere sociaaleconomische factoren hebben invloed op de maatschappelijke effecten van gemeentelijke bezuinigingen.
Hieronder volgen een aantal variabelen die een belangrijke rol spelen in het toekomstperspectief van verenigingen en instellingen. • • • •
Demografische ontwikkelingen (bijv. vergrijzing) Veranderingen in het gedrag omtrent vrijetijdsbesteding (bijv. mensen doen minder in verenigingsverband, intrede mediavermaak en internet) Afname van vrij besteedbaar inkomen Een algemene afname van het ledental of publiek om andere redenen
Los van bezuinigingen hebben deze sociaaleconomische trends een grote impact op het bestaan van lokale voorzieningen (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016). Ook de coronapandemie heeft een impact gehad op de sociaaleconomische positie van inwoners. Kwetsbare inwoners zijn daarbij het hardst geraakt (Trendbureau Drenthe, 2020). De bezuinigingen op het lokale aanbod en verschraling van voorzieningen in het voorliggend veld is dan ook voor deze kwetsbare groep een extra harde klap. Er kan daarom in sommige gevallen gesproken worden van een stapeling van uitdagingen op sociaaleconomisch vlak (Trendbureau Drenthe, 2020). Het is juist in deze tijd van groot belang dat het aanbod van lokale voorzieningen aansluit bij lokale ontwikkelingen, uitdagingen en behoeften.
13
3.7 Oplossingen voor behoud maatschappelijke waarde Om de verantwoordelijkheid van burgers en organisaties werkelijk te versterken komt in de publicaties meerdere malen naar voren dat er een verschuiving moet komen in de taakuitvoering in het sociaal domein en voorliggend veld van aanbod- naar vraaggericht. Als organisaties meer vraaggericht te werk gaan, kan het aanbod beter worden afgestemd op wensen van leden en bezoekers en is er een efficiëntere aanpak (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016). Het centraal stellen van het maatschappelijke resultaat van de geleverde ondersteuning is daarom onoverkomelijk (NDSD, 2016). Daarnaast is het belangrijk dat er meer inzicht komt in resultaten voor een doeltreffende sturing op subsidies vanuit gemeenten. Het is nog vaak onduidelijk welke effecten er met subsidiëring van activiteiten worden bereikt en in hoeverre beleidsdoelstellingen hiermee worden gerealiseerd (Rekenkamercommissie Haarlem, 2017). Om de doelen en gewenste effecten te behalen moeten deze meer specifiek en meetbaar geformuleerd worden. Het beter opstellen van kaderstelling en beleid, en het ophalen van informatie over de doeltreffendheid op een structurele wijze zijn hierbij van groot belang (Rekenkamer Lelystad, 2012).
Het evalueren van subsidies zou dus veel meer zicht kunnen geven op de vraag of subsidies wel doelmatig en -treffend worden besteed (Rekenkamercommissie Apeldoorn, 2016). Een terugkomende aanbeveling is daarom om de kaderstellende rol van de gemeenteraad krachtiger te benutten door meer proactieve kaders te stellen voor toekomstige subsidies en bezuinigingen. Hiermee wordt de mogelijkheid om uitvoerbaarheid te toetsen, alternatieven te wegen, en te sturen op maatschappelijke effecten versterkt (Rekenkamercommissie gemeente Brummen, 2015; BMC, 2021). Tot slot zou vergrootte burgerparticipatie een toegevoegde waarde kunnen zijn. Op deze manier kunnen burgers ook een invulling geven aan de behoeften die er zijn vanuit de maatschappij en de faciliterende rol die de gemeente kan spelen (VNG, 2010).
3. Korte literatuurscan Samenvatting •
•
•
•
De literatuurscan laat zien dat het sociaal domein een steeds grotere financiële uitdaging is voor gemeenten. Hoewel zelfredzaamheid, vroegsignalering en preventie centraal staan in plannen en doelstellingen, worden deze aanpakken vermoeilijkt door de onvermijdelijke bezuinigingen die worden toegepast. De ervaringen van gemeenten die deze bezuinigingen toepassen laten verschillende effecten zien. Hoewel er een aantal positieve ontwikkelingen herkenbaar zijn, hebben de bezuinigingen vooral negatieve gevolgen op gesubsidieerde organisaties en de waarde die zij inwoners bieden. Door de bezuinigingen neemt de financiële weerbaarheid van organisaties af. In uiterste gevallen kan dit betekenen dat organisaties en verenigingen hun begrotingen niet meer rond krijgen en ophouden te bestaan. In de meeste gevallen worden de bezuinigingen opgevangen door het verhogen van kosten voor leden en bezoekers, het verlagen van organisatiekosten, of het inzetten van reserves of andere reddingsmiddelen. Vaak worden deze verandering ook gevoeld door inwoners die gebruik maken van deze voorzieningen. Inwoners met een kwetsbare maatschappelijke positie worden het hardst geraakt. Deze gevolgen staan haaks op de beoogde zelfredzaamheid en preventie in het kader van de decentralisatie.
Er kan daarom voornamelijk worden geconcludeerd dat bezuinigingen een risico vormen voor de belangrijke maatschappelijke rol van lokale voorzieningen.
Aandachtspunten •
•
•
Maatschappelijke resultaten centraal stellen: De maatschappelijke resultaten van subsidies moeten centraal worden gesteld om organisaties aan te zetten vraaggericht te werken. Op deze manier kunnen gemeentes hier doeltreffend sturen op subsidies en maatschappelijke resultaten. Stellen van kaders voor doelen en beoogde effecten: Dit kan worden bereikt door het proactief stellen van kaders voor het doel en de beoogde effecten van subsidies. Hiermee kan de uitvoerbaarheid en daadwerkelijke impact worden getoetst en bijgestuurd. Vergroten van burgerparticipatie: Het vergroten van burgerparticipatie bij het invullen van maatschappelijke behoeften en de faciliterende rol van de gemeente kan van toegevoegde waarde zijn.
14
4. Verwachtingen en aandachtspunten van experts 4.1 Aanpak Twee experts uit het netwerk van Avance zijn geïnterviewd. In deze gesprekken stond centraal wat de experts verwachten dat het bezuinigingsvoorstel zal betekenen voor de gemeente en wat belangrijke aandachtspunten zijn op het gebied van sport en cultuur. De interviews sluiten aan op de andere inzichten die zijn opgehaald binnen het kader van dit onderzoek. De expert op gebied van cultuur is accounthouder bij gemeente Tilburg maar heeft ook ervaring met dit onderwerp op provincieniveau en vanuit de cultuursector zelf. De expert op gebied van sport heeft naast haar rol bij het Kenniscentrum Sport en Bewegen verschillende rollen bemand binnen de sportwereld en heeft ervaring met gemeentelijk sportbeleid. Beide experts hebben dus inzicht in hun expertisegebied vanuit het beleidsperspectief als wel vanuit de praktijk. De interviews geven verder zicht op de (maatschappelijke) rol van lokale sport- en cultuurvoorzieningen, hoe dit aansluit op mogelijke probleemgebieden en doelgroepen, impact van bezuinigingen en de rol van de gemeente hierin. 4.2 De maatschappelijke rol van lokale sport- en cultuurvoorzieningen Volgens de cultuurexpert spelen lokale voorzieningen een belangrijke rol in het creëren en behouden van een prettig woon- en werkklimaat in een gemeente.
Het cultuuraanbod ziet hij als een vorm van brood en spelen; het creëert een gevoel van eigenaarschap, en inwoners kunnen in hun eigen gemeente deelnemen aan leuke activiteiten en hoeven hiervoor niet af te reizen naar elders. Als de aankleding van de woonfunctie wijzigt en deze voorzieningen wegvallen vermindert actieve cultuurparticipatie en zal sociale cohesie, gevoel van zelfstandigheid, en gezondheid aangetast worden. Hoewel bij sommige organisaties het maatschappelijk effect duidelijk is te herleiden, is dit bij vele anderen een meer impliciet effect. Bij cultuurvoorzieningen kan men dus vaak spreken van bijvangst wat veel lastiger is om meetbaar te maken. Hierbij ontstaan vooral veel samenwerkingsverbanden en informele verbanden tussen inwoners. Zo gaf de cultuurexpert het voorbeeld van een koor dat werd wegbezuinigd, waarmee ook meteen veel mkb’s in de regio minder inkomen genereerden (door bijvoorbeeld het wegvallen van drukwerkopdrachten) en buurtbewoners minder mogelijkheden hadden om samen te komen. Ook voor kwetsbare doelgroepen zijn cultuurvoorzieningen een belangrijke plek waar mensen zich gehoord en gezien voelen. Uit eigen ervaring weet de cultuurexpert bijvoorbeeld dat je door het opzetten van bepaalde activiteiten binnen het kader van cultuur- of sportvoorzieningen jongeren van de straat kunt houden.
Het is belangrijk om uit te zoeken wat deze groep jongeren leuk vindt, waar ze behoefte aan hebben, en hoe dit gefaciliteerd kan worden. Een ander voorbeeld is hoe muzikale activiteiten ouderen samenbrengt en een positief effect heeft op bijvoorbeeld eenzaamheid of dementie. Zonder soortgelijke culturele activiteiten zie je al snel regressie bij deze kwetsbare groepen en spelende problematieken, wat ook duidelijk is geworden met de lockdowns tijdens de coronapandemie toen een groot deel van het aanbod tijdelijk niet kon worden voortgezet. Wat betreft sportverenigingen geeft de sportexpert aan dat het lastig is om te specificeren wat de exacte rol is van sportvoorzieningen voor het voorliggend veld en achterliggende sociale vraagstukken. Als we kijken naar de algemene waarde van sport en bewegen kan men constateren dat sporten leidt tot verbeterde fysieke waarden (betere gezondheid, minder aandoeningen), financiële waarden (productiever) en sociale en persoonlijke waarden (integratie, sociale ontwikkeling)2. Gebaseerd op het onderzoek van Maikel Waardenburg3 over de maatschappelijke rol van sportverenigingen kan worden geconstateerd dat verenigingen dienen als ontmoetingsplek, opleidingsinstituut, partner in lokale interventies, en als plek die leefbaarheid verbetert in de wijk.
De sportexpert voegt hier nog aan toe dat in het maatschappelijk kader verenigingen inderdaad voornamelijk sociale participatie dienen. Sporten en bewegen is daarom meer een middel dan een doel. Dit is ook terug te zien in beleid: sporten wordt niet alleen maar gezien als iets wat goed is voor de fysieke gezondheid, maar ook als iets wat bijdraagt aan sociaal welzijn. Ook wat betreft kwetsbare doelgroepen kan sport een belangrijk middel zijn om mensen te activeren mee te doen in de 2
Gebaseerd op het Human Capital Model
3
Dubbelspel (2016) over instrumentalisering van de sportvereniging
15
samenleving. Sportverenigingen kunnen bijvoorbeeld een dagbesteding zijn voor mensen met psychische aandoeningen of dementie. Verenigingen hebben daarom zeker een maatschappelijke meerwaarde, maar een groot deel van verenigingen biedt ook gewoon een sport aan zonder actief een rol in te willen nemen in het sociaal domein. 4.3 Bezuinigingen en de rol van gemeenten Volgens de cultuurexpert zullen organisaties als gevolg van bezuinigingen sneller schrappen in het programmabudget waardoor kwaliteit, diversiteit en frequentie van cultureel aanbod zal verminderen. Op de langere termijn kan dit ertoe leiden dat een groot aantal verenigingen op den duur verdwijnen, zeker de kleinere instellingen zullen het zwaarder hebben. Dit zal ertoe leiden dat de informele netwerken en ondersteuning om de voorzieningen heen ook zullen verdwijnen. Organisaties die financieel veerkrachtiger zijn en bijvoorbeeld een groter eigen vermogen hebben, kunnen misschien overleven met een lagere subsidie. Als accounthouder cultuur geeft cultuurexpert aan dat Nederlandse verenigingen met afnemende subsidiëring en toenemende werkdruk al genoeg onder druk staan en dat vrijwilligers ook hun maximale capaciteit bereiken.
In het kader van een teruglopend ledenaantal (door onder andere vergrijzing), minder subsidies, en de effecten van de coronapandemie, is het lastig om te zeggen wat voor kansen de voorzieningen zelf nog kunnen pakken. Wel leiden bezuinigingen vaak tot fusies, wat ervoor kan zorgen dat voorzieningen bepaalde diensten gebundeld kunnen blijven aanbieden. Ook bij sportvoorzieningen is het lastig om te voorspellen wat voor impact bezuinigingen zullen hebben; sommige voorzieningen zijn weerbaarder dan anderen. Wat we wel kunnen verwachten bij veel verenigingen is dat contributies voor leden omhoog zullen gaan. Op een gegeven moment zal er een kantelpunt komen in betalingsbereidheid van leden, met leegloop als gevolg. In het ergste geval kunnen bezuinigingen leiden tot mensen die minder gaan sporten, minder gezond zijn en meer beroep zullen doen op de zorg en andere instellingen. In essentie zouden bezuinigingen op sportverenigingen voor inwoners dus kunnen leiden tot verlies van gezondheid, vitaliteit, en sociaal kapitaal met een indirect effect op zorg en arbeid. Een groot deel van de sportverenigingen blijft echter te vaak nog bij de traditionele vorm. Volgens de sportexpert zouden sportverenigingen meer kunnen aanbieden op basis van wat inwoners anno 2022 zoeken voor een fijne beleving van sport.
Daarnaast zouden verenigingen meer kunnen kijken naar samenwerkingen met andere partners en hoe ze activiteiten aanbieden. Volgens de sportexpert moeten organisaties meegaan in deze ontwikkelingen om te kunnen blijven bestaan. Ook hier geldt dat verenigingen efficiënter ingericht kunnen worden door bijvoorbeeld het samenbrengen van verenigingen. De cultuurexpert is daarnaast ook voorstander van het implementeren van het concept van een externe ‘cultuurmakelaar’ die tussen de voorzieningen en de gemeente in staat. Deze persoon zou dan de rol innemen van iemand die uitvraagt waar behoefte naar is vanuit de inwoners en dit terugkoppelen aan de gemeente. Verder zou een inwonersonderzoek interessante inzichten kunnen opleveren m.b.t. de interesses en behoeften van de inwoners van Hilvarenbeek. Uit een soortgelijk onderzoek in Tilburg is de waardering van inwoners voor cultuurvoorzieningen naar voren gekomen en was dit een drijfveer om meer cultuur op lokaal niveau aan te bieden. Ten slotte is het in ieder geval belangrijk om transparant te zijn naar subsidiepartners en inwoners toe over mogelijke bezuinigingen en de redenen erachter.
16
4. Verwachtingen en aandachtspunten van experts Samenvatting •
•
Zowel vanuit de sport- als de cultuurhoek geven de experts soortgelijke inzichten mee over de rol van verenigingen en de mogelijke impact van bezuinigingen. Over het verenigingsleven kan worden geconstateerd dat deze direct en indirect een belangrijke rol speelt in het maatschappelijk veld. Lokale cultuur- en sportvoorzieningen brengen inwoners samen door middel van verschillende activiteiten en bieden een vorm van dagbesteding aan kwetsbare doelgroepen. De experts geven aan dat met bezuinigingen het risico komt kijken dat veel verenigingen hun begroting niet meer rond zullen kunnen krijgen. Dit betekent dat er meer druk komt te staan op programmering, en vrijwilligers en medewerkers. Voor inwoners kan dit leiden tot hogere contributies waardoor de drempel om te participeren hoger wordt.
Aandachtspunten •
• •
Handelen vanuit behoeftes inwoners: Vooruitdenkend over hoe de gemeente voorzieningen beter kan faciliteren geven de experts aan dat het van groot belang is om vooral te handelen vanuit de behoeftes van de inwoners. Gemeenten moeten duidelijk voor ogen hebben wie de behoevende doelgroepen zijn en waar behoefte aan is, zodat subsidiepartners aanbod kunnen ontwikkelen om daarop aan te sluiten. Impactgericht te werk: Als dit impactgericht wordt uitgevoerd met een onderbouwde methodiek zijn de resultaten ook toetsbaar en heeft de gemeente meer zicht op de impact in het voorliggend veld. In gesprek en transparantie: Het is belangrijk om subsidiepartners en inwoners mee te nemen in het proces en transparant te zijn over mogelijke bezuinigingen en de redenering.
17
5. Ervaringen van gemeente Goirle 5.1 Aanpak Samen met gemeente Hilvarenbeek is ervoor gekozen om buurtgemeente Goirle te benaderen, vanwege de bezuinigingsopgave die deze gemeente onlangs heeft doorgevoerd. Het interview vond plaats met de beleidsmedewerker Welzijn en de beleidsmedewerker Sport en Cultuur. Centraal stonden de vragen: Wat zijn de ervaringen geweest en wat was de financiële en maatschappelijke impact van de bezuinigingen? Zijn subsidiepartners omgevallen, hebben ze hun activiteiten aangepast of zijn ze meer afhankelijk geworden van andere financiers of vrijwilligers? 5.2 Bezuinigingen in gemeente Goirle Bij de begrotingsbehandeling in november 2019 heeft de gemeenteraad van de gemeente Goirle verschillende bezuinigingen doorgevoerd. De beleidsterreinen sport en cultuur zijn hierbij ook geraakt ervaringen van Goirle bieden specifieke inzichten en aandachtspunten voor de aanpak van bezuinigingen. Bezuiniging op cultuur In 2019 heeft Goirle besloten een bezuiniging toe te passen op drie grote culturele subsidies die Goirle uitgeeft aan Bibliotheek Midden-Brabant, Factorium Podiumkunsten Goirle en Cultureel Centrum (CC) Jan van Besouw/SCAG. De drie organisaties kregen de opdracht om in een overleg een bezuiniging te verdelen: In 2021 moest er € 50.000 bezuinigd zijn, oplopend tot € 150.000 in 2022 en uiteindelijk € 300.000 in 2023.
Nadat de gemeenteraad tot deze taakstellende bezuiniging op de culturele instellingen besloot, hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden tussen de instellingen en de gemeente. De gemeente bood een procesbegeleider aan maar dit achtten de drie instellingen niet nodig. Ze zijn zelf aan de slag gegaan en hebben gezamenlijk een onafhankelijk expert ingehuurd. Deze accountant heeft van hen de opdracht gekregen om - op louter financiële basis - te onderzoeken hoe de € 300.000 ingeboekt kon worden op een wijze die een gezonde bedrijfsexploitatie voor alle drie, of ten minste twee van de drie, culturele instellingen mogelijk blijft maken. Aan de hand van het uitgebrachte advies kwamen zij tot een oplossing, namelijk het afbouwen van het Factorium Goirle om daarmee de volledige subsidies van CC en Bibliotheek Midden-Brabant te kunnen behouden. De motivatie voor deze keuze was om te voorkomen dat alle drie organisaties om zouden vallen. Factorium heeft zichzelf omgebouwd van een gesubsidieerde muziek-, dans en theaterschool naar een cultuureducatieschool gebaseerd op zelfstandig werkende kunstenaars en docenten. Docenten van het Factorium Goirle hebben hun werk voortgezet als ZZP-ers in het culturele centrum. De ZZP-ers mogen om-niet gebruik maken van de lesruimtes in het culturele centrum (de gemeente huurt deze ruimtes).
Al met al is het culturele aanbod en het serviceniveau van de drie culturele instellingen nagenoeg gelijk gebleven. Met de aanpak zijn SCAG (de exploitant van het CC Jan van Besouw) en de Bibliotheek ongedeerd gebleven en kunnen inwoners nog steeds muziek-, theater of dansles volgen, maar dan aan een geprivatiseerde cultuureducatieschool. Dat klinkt positief, maar is mede te danken een burgerinitiatief dat is opgestaan na het terugtreden van Factorium. Het burgerinitiatief heeft een stichting opgericht en ervoor gezorgd dat er een kwartiermaker is aangetreden die de docenten/ZZP-ers met elkaar verbindt, hen stimuleert om samen te werken en een collectief te laten vormen in verband met kwaliteitsbewaking en gezamenlijke publiciteit. Dit loopt nu ongeveer 1,5 jaar en wordt (mede-)gefinancierd vanuit de resterende uitvoeringssubsidie aan Factorium. Bezuiniging op sport De waarderingssubsidie voor sportverenigingen (voor jeugdleden en senioren) en voor Sjors Sportief zijn in dezelfde bezuinigingsronde stopgezet. De subsidie aan de regionale samenwerking ‘Uniek Sporten’ waarmee mensen met een beperking worden geholpen met het vinden van een geschikte vorm van bewegen is behouden. Overige subsidies Gemeente Goirle heeft gekozen voor bezuinigingen op cultuur en sport, om de structurele en incidentele subsidies rondom de Wmo en burgerinitiatieven te ontzien.
Deze subsidies leveren volgens Goirle een duidelijke bijdrage aan de sociale basis. Wel wil Goirle hier meer gaan sturen op de aansluiting op de maatschappelijke opgaven van de gemeente.
18
5.3 Impact van bezuinigingen Bezuiniging op cultuur De bezuiniging op het Factorium Goirle heeft in Goirle tot veel reuring geleid. Een burgerinitiatief heeft zich opgeworpen om als overkoepelend orgaan cultuureducatie in de gemeente structuur te geven en belangen van de ZZP-ers te behartigen. Uiteindelijk heeft Goirle besloten een kleine financiële eenmalige bijdrage te leveren aan het initiatief, zodat het zich kan professionaliseren en als ‘kwartiermaker’/coördinator kan functioneren. De gemeentelijke bijdrage was een voorwaarde voor het burgerinitiatief om ook private middelen te investeren. Het initiatief is inmiddels herdoopt tot Stichting PlanC. De beleidsmedewerkers staan positief tegenover deze ontwikkeling als gevolg van de bezuiniging. Het burgerinitiatief heeft een belangrijke handschoen opgepakt, waarmee belangen van culturele organisaties en ZZP-ers professioneel worden behartigd en er een platform is ontstaan waar zij zich kunnen presenteren. Een voorwaarde van deze positieve ontwikkeling was echter wel de inzet van actieve inwoners, die hier tijd, energie en middelen voor konden vrijmaken. Zonder dit burgerinitiatief zou alleen de begeleiding van Factorium resteren, zij zou de docenten begeleiden naar het ZZP-schap en hen ‘in het zadel helpen’. Het burgerinitiatief (PlanC) heeft deze ontwikkeling versneld.
Hoewel PlanC nooit de intentie had om een structurele stichting te worden, wordt nu toch gekeken of de samenwerking met het CC Jan van Besouw en het onderwijs beter gestalte kan krijgen. Het restbudget van de subsidie aan Factorium gaat nu (via een motie) naar PlanC en de Contactraad Cultuur (belangenbehartiger van alle culturele organisaties) is opgegaan in PlanC waardoor dit nu PlanC+ is geworden. Het burgerinitiatief pakt dus een steeds stevigere rol. De effecten van de cultuurbezuiniging op inwoners van Goirle zijn volgens de beleidsmedewerkers zichtbaar, ook al is het moeilijk om te onderscheiden in welke mate de coronacrisis hier ook een rol in heeft gespeeld. Muzieklessen zijn duurder geworden en minder kinderen hebben muziekles. Ondanks dat mogelijke gevolgen niet onderzocht waren, verrassen de uitkomsten niet. “Als we hadden verwacht dat er geen gevolgen zouden zijn, dan had de gemeente deze stap al eerder gezet.” De toekomst zal meer gevolgen meebrengen, met name als het aanbod van lesruimtes op den duur wordt gewijzigd en de ZZP-ers zich terugtrekken uit het CC Jan de Besouw. Omdat een verdere stijging van prijzen voor muzieklessen niet wenselijk is en de gemeente de lessen op één plek wil blijven aanbieden, verwachten de beleidsmedewerkers dat de gemeenteraad hier in de komende jaren aandacht aan zal blijven geven.
Bezuinigingen sport De effecten van de bezuinigingen rondom sport vinden de beleidsmedewerkers moeilijk te bepalen, ook hier vanwege de samenloop met de coronacrisis. Sportverenigingen geven wel aan dat ze het niet makkelijk hebben en verwijzen regelmatig naar het verdwijnen van de subsidie. Het beëindigen van de gemeentelijke steun voor Sjors Sportief heeft veel losgemaakt en hier wordt na drie jaar nog steeds regelmatig naar gerefereerd door zowel verenigingen als inwoners, die veel waarde hechten aan het initiatief en bezwaar hadden tegen deze bezuiniging. Inmiddels wordt er geprobeerd een doorstart te maken van Sjors Sportief met behulp van inzet van de verenigingen. Desondanks geven de beleidsmedewerkers aan: “De kosten die hierbij zijn bespaard, staan daarbij nauwelijks in verhouding tot de ophef die het heeft veroorzaakt.”
19
5. Ervaring van gemeente Goirle Samenvatting • • •
•
Gemeente Goirle heeft sinds 2019 bezuinigingen uitgevoerd op cultuur en sportverenigingen. Structurele en incidentele subsidies rondom de Wmo en burgerinitiatieven zijn ontzien om niet te tornen aan de sociale basis van Goirle. De drie grote cultuurinstellingen van Goirle hebben zelf een eigen aanpak mogen bedenken voor de bezuiniging van 300.000. Het grootste effect hiervan is de privatisering van naschoolse cultuureducatie geweest: docenten van het Factorium Goirle zijn doorgegaan als ZZP-ers en een burgerinitiatief heeft de coördinatie hiervan op zich genomen. De kosten van het burgerinitiatief zijn betaald vanuit een kleine eenmalige bijdrage van de gemeente en private middelen. De effecten van de bezuinigingen op inwoners zijn moeilijk te identificeren, door de samenloop met de gevolgen van corona. Duidelijk is dat cultuureducatie duurder is geworden en het aantal leerlingen en leden van sportverenigingen is teruggelopen.