CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

09 bp Tongerloseweg 3 (6 bijlage Toelichting)

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Tongerloseweg 3".14.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

27

geen bouw plaats met een ondergrond van meer dan 2.500m2 en daarom is het niet noodzakelijk een archeologisch rapport op te stellen.

4.4

Mobiliteit en parkeren

Momenteel is op het plangebied een voormalige intensieve veehouderij bedrijf gelegen. Het bedrijf is ontsloten via de Tongerloseweg. De Tongerloseweg kent ter hoogte van het plangebied een maximum toegestane snelheid van 60 kilometer per uur. De Tongerloseweg kenmerkt zich als een typische weg in het Brabants buitengebied, met aan beide zijden van de weg een fietspad met een afscheiding van de hoofdrijbaan doormiddel van een grasstrook. De Tongerloseweg verkeert in goede staat van onderhoud.

Figuur 4-5: aanzicht nieuw op te richten woning

De gemeente Hilvarenbeek heeft op 15 juli 2015 het parkeerbeleid in haar gemeente vastgesteld voor de periode tot 2020. In deze beleidsnotitie is onder andere te vinden waar initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen rekening mee dienen te houden in het kader van parkeren. Meer specifiek is vermeld welk aantal parkeerplaatsen er minimaal en maximaal aangelegd mogen worden bij een ontwikkeling. Voor het ontwikkelen van een vrijstaande koopwoning is de norm van minimaal 2 en maximaal 2,8 parkeerplaatsen opgenomen. Mobiliteit en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De Tongerloseweg is overzichtelijk en kan het bestemmingsverkeer van het plangebied goed verwerken. Ten aanzien van parkeren zal bij de ontwikkeling van de kavel rekening gehouden worden met de genoemde minimale en maximale parkeernorm.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

28

4.5

Technische infrastructuur

Het plangebied is reeds aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals drukriolering en andere nutsvoorzieningen. Hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden. De nieuwe ruimte-voor-ruimte woning dient wel aangesloten te worden. De benodigde infrastructuur is aanwezig en aansluitingen dienen op de gangbare wijze aangevraagd te worden ten tijden van de bouw. De technische infrastructuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. De gangbare aansluitingen en leidingen zijn aanwezig en de ruimte-voor-ruimte woning kan daar via de reguliere aanvraagroute op aangesloten worden

4.6

Bodem

Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In het kader van de ruimtelijke procedure voor de nieuwe woningen, dient inzichtelijk gemaakt te worden of de bodem op de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Om vast te stellen of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (wonen) dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Hiermee dient te worden aangetoond dat de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem en het grondwater geen belemmering oplevert voor het beoogde gebruik. Tevens is het voor de bedrijfswoning belangrijk om een nul situatie vast te stellen voor wat betreft de bodem. Een intensieve veehouderij is doorgaans geen bedrijfstype waar het gebruik van bodembedreigende middelen of ingrepen standaard onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoering. Om zekerheid te krijgen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Tijdens het verkennend bodemonderzoek zijn verhoogde concentraties PCB in de bodem aangetroffen. Vanwege de vondst van een verontreiniging is nader bodemonderzoek uitgevoerd om vast te stellen in welke mate de verontreiniging aanwezig is en in welke mate het bedreigend is te noemen. Conclusie van het nader bodemonderzoek is dat er een sanering van de toplaag op enkele plekken op het plangebied noodzakelijk is.

Tijdens de werkzaamheden zal de grond van het plangebied worden gesaneerd om daarmee de verontreiniging met PCB weg te nemen, van deze sanering wordt een evaluatierapport opgesteld. Borging van deze handelingen vindt plaats in de regels van deze herziening. Bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is gebleken dat er beperkt sprake is van verontreiniging. Voor de start van de bouw zal het verontreinigde deel van de toplaag verwijderd worden om eventuele bedreigingen weg te nemen. Het verkennend en nader bodemonderzoek is als bijlage aan deze toelichting gevoegd.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

29

4.7

Geluid

Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe bestemmingen. De Wet geluidhinder gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen die aandachtsgebieden voor mogelijke geluidhinder begrenzen. Volgens de Wet geluidhinder gelden voor woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen dan woningen en andere geluidsgevoelige objecten binnen de zone van een weg geluidswaarden die niet overschreden mogen worden. Met het oprichten van een woning aan de Tongerloseweg wordt er een nieuw geluidsgevoelig object opgericht. Omdat de Tongerloseweg ter hoogte van deze nieuwe woning een maximale snelheid van 60 kilometer per uur kent, zal deze woning mogelijk hinder ondervinden van geluid dat ontstaat bij het passeren van verkeer. Om eventuele hinder uit te sluiten is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek concludeert dat de akoestische belasting van de Tongerloseweg iets hoger is dan de voorkeurswaarde met 53 Db ten opzichte van de voorkeurswaarde van 48 Db. Om de voorkeurswaarde te kunnen garanderen zou de woning verder van de straat zou moeten worden gesitueerd, dat heeft vanuit gemeentelijk beleid en goede ruimtelijke ordening niet de voorkeur. Andere opties zijn: •

het verlagen van de maximum snelheid. Dit is verkeerskundig gezien ongewenst en is hiermee geen optie;

•

Het aanbrengen van een wegdek met grotere geluidreductie. Hiermee zal een reductie van 3 dB worden bereikt en brengt hoge kosten met zich mee. Maar 3 dB reductie is onvoldoende om aan de voorkeursgrenswaarde te kunnen voldoen. Tevens betreft het slechts één woning waarmee het vervangen van het type wegdek niet financieel doelmatig is;

•

Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm stuit op bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard.

Hierdoor is het voor de gemeente effectiever om een hogere geluidswaarde vast te stellen om de afwijking van de voorkeurswaarde te accorderen. Om eventuele geluidshinder binnen de woning te voorkomen zal ten tijde van de bouw rekening gehouden worden met meer geluidswering. Het binnenklimaat zal door toepassing van aanvullende maatregelen ruim voldoende zijn. Geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De nieuwe woning is relatief dicht op de Tongerloseweg gelegen en dit brengt in potentie geluidshinder met zich mee. Met het aanbrengen van aanvullende geluidswering bij de bouw van de woning is de hinder weg te nemen. Ten tijde van het aanvragen van de bouwvergunning zal rekening gehouden worden met de aanvullende geluidsdemping. De gemeente Hilvarenbeek zal voor de nieuwe woning een hogere geluidswaarde vaststellen.

4.8

Luchtkwaliteit verkeer

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Vooral hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

30

veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijn stof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: •

Jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

•

Daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;

•

Aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

Het initiatief heeft invloed op de verkeersbewegingen ter plaatse. De functiewijziging zal niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 uit de Wet Luchtkwaliteit. Indien het aantal voertuigbewegingen per dag meer bedraagt dan 50 wordt in het kader van zorgvuldigheid wel geadviseerd de verslechtering van de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken. Dit is echter niet aan de orde. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk aangezien het project niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

31

Figuur 4-6: fijnstof PM10 op basis van gegevens uit 2019

Figuur 4-7: NO2 op basis van gegevens uit 2019

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

32

In bovenstaande figuren zijn een uitsnede van de fijnstof en NO2 kaart gegeven zoals deze is opgenomen in de atlas voor de leefomgeving. Het plangebied heeft op deze kaart een gemiddelde fijnstof concentratie tussen de 18 en 19 µg/m3 en een NO2 concentratie tussen 14-16 microgram/m3. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De luchtkwaliteit op het plangebied is in de huidige situatie al goed te benoemen. De beoogde ontwikkeling heeft tot gevolg dat een functie die fijnstof en NO2 uitstoot, een intensieve veehouderij, verdwijnt en een functie zonder uitstoot, een woning, terugkeert. De luchtkwaliteit zal ter plaatse door de ontwikkeling toenemen.

4.8.1

NIMB

Het Besluit ‘niet in betekenende mate bijdragen’ staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. De afkorting NIBM staat voor ‘Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging. Hiermee worden ruimtelijke projecten of (te vergunnen) activiteiten bedoeld die slechts een zeer geringe bijdrage hebben aan de luchtverontreiniging. In deze gevallen is een toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit niet nodig. Belangrijk bij toepassing van NIBM is dat aannemelijk gemaakt moet worden, dat de 3% grens niet wordt overschreden (artikel 2 van het Besluit NIBM). Wanneer gesteld kan worden dat het aannemelijk is dat de grens niet wordt overschreden, dan is het project al ‘NIBM’. Behalve de getalsmatige onderbouwing geeft de regeling NIBM aan dat een woningbouwplan met minder dan 1500 woningen per definitie niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een project is ‘NIBM’ wanneer maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM₁₀) of stikstofdioxide (NO₂). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM₁₀ als NO₂. Het project is wel in betekende mate (IMB) indien de toename voor één of beide stoffen hoger is. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een categorie uit de

Regeling NIBM valt. Het gaat dan bijvoorbeeld om het realiseren van kantoor- en woningbouwlocaties. Het project is dan NIBM als ze onder de vastgestelde omvang blijft. 2.

Op een andere manier aannemelijk maken dat het project de 3% grens niet

overschrijdt. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Dit mag ook als een project de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM overschrijdt. Het is dan mogelijk om alsnog via berekeningen aannemelijk te maken dat de 3% grens niet wordt overschreden. Soms kan een kwalitatieve beschrijving voldoende zijn. De Regeling NIBM geeft categorieën aan van gevallen en getalsmatige grenzen waarbinnen een project altijd NIBM is, ongeacht de bijdrage ervan op de concentraties. Voor dergelijke gevallen mag er zonder meer van worden uitgegaan dat de bijdrage van het project NIBM is. Verkeer Het plan heeft gelet op de aard van de ontwikkeling mogelijk invloed op de luchtkwaliteit. In de huidige bestemming wordt het bedrijf bezocht door divers verkeer voor de aanvoer van voer, de afvoer van dieren en mest en diverse controlerende of ondersteunende instanties. Een aanzienlijk

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

33

deel van dit verkeer vindt plaats middels vrachtwagens. Na de beëindiging van de intensieve veehouderij bevinden zich op het plangebied enkel woningen, deze woningen zullen enkel door personenauto’s aangedaan worden. Om toch te bepalen of deze ontwikkeling in betekenende mate gezien kan worden is een berekening uitgevoerd met een worst case situatie. In dit geval zou de bestemmingswijziging 20 extra voertuigbewegingen betekenen van personenauto’s. Het aantal van 20 bewegingen is vergelijkbaar met de fictieve situatie dat er bijvoorbeeld een feest of partij georganiseerd wordt waar 10 personenauto’s op af komen die van en naar het plangebied rijden. Het voorbeeld is gekozen om een extreme situatie te toetsen waarmee kan worden gesteld dat het regulier verkeer in ieder geval niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In onderstaand figuur is de uitkomst van deze berekening zichtbaar.

Figuur 4-8: Worst-case NIBM berekening

De beoogde ontwikkeling heeft, zoals te zien in figuur 4-6, een zeer beperkte invloed op de luchtkwaliteit van het plangebied en daarmee is vastgesteld dat de ontwikkeling niet in betekenende mate aan te merken is.

4.9

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in het algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. Deze wet schrijft afstanden voor tussen een veehouderij en geurgevoelige objecten. De voorgeschreven afstanden moeten bij verlening van een (milieu)omgevingsvergunning voor de veehouderij worden toegepast. De Wgv is van toepassing op alle vergunningplichtige activiteiten. Het activiteitenbesluit (1 januari 2013) is het toetsingskader voor niet vergunningplichtige veehouderijen en overige agrarische niet vergunningplichtige. In dit besluit zijn de bepalingen uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) als uitgangspunt genomen, zodat voor inrichtingen die onder de werking van dit besluit vallen vrijwel dezelfde regels gelden als voor (omgevings)vergunningplichtige bedrijven. Op het plangebied verdwijnt een mogelijke bron van geurhinder met het saneren en slopen van de aanwezige stallen voor het houden van pluimvee. In plaats van de stallen komt er ruimte voor een woning. Deze woning is aan te merken als een geurgevoelig object. In paragraaf 4.13 is een kaart

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

34

weergegeven met de afstanden tot nabijgelegen functies aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn een dierenpension en een paardenhouderij aanwezig op respectievelijk 140 en 180 meter afstand. Voorheen waren er in de directe omgeving van het plangebied meerdere (intensieve) veehouderijen met geuruitstoot aanwezig. In 2020 heeft de gemeente Hilvarenbeek een bestemmingsplan aangenomen waarmee vrijwel alle agrarische bedrijven in de omgeving zijn gesaneerd, enkel Tongerloseweg 3 is destijds agrarisch gebleven. Als rekening wordt gehouden met een vaste afstand voor functies in de bebouwde kom van 100 meter dan vormen beide bedrijven geen belemmering. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen verdere bronnen van (potentiële) geurhinder aanwezig. Voor de volledigheid is in onderstaand figuur de achtergrondbelasting geur weergegeven op basis van gegevens uit februari 2021. Het plangebied is aangeduid met een zwarte punt, ten noorden van het plangebied lijkt een bron van geur aanwezig. De bron van geur is in feite al gewijzigd naar een woonbestemming. De situatie voor wat betreft geur is op het plangebied als “Goed” aangeduid.

Figuur 4-9: Achtergrondbelasting geur

Geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Een bron van geurhinder in de omgeving wordt met de sanering van de pluimveestallen verwijderd. Voor de nieuw op te richten ruimte-voor-ruimte woning gelden vaste richtafstanden op basis van de wet geurhinder. Er zijn in de omgeving geen bronnen van geurhinder gelegen.

4.10 Humane gezondheid en endotoxine Vanwege de ligging van het plangebied in de nabijheid van veehouderij bedrijven wordt het noodzakelijk geacht om onderzoek te verrichten naar de volksgezondheid situatie in relatie tot veehouderijen en meer specifiek de uitstoot van endotoxine mogelijk afkomstig van deze bedrijven. Grootste bron voor endotoxine uitstoot zijn in de meeste gevallen geitenhouderijen. Het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM) heeft een programma gericht op veehouderij

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

35

en gezondheid omwonenden (VGO) dat bestaat uit verschillende doorlopende onderzoeken naar de effecten van veehouderijen op omwonenden. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Niet onomstotelijk is aangetoond dat de verhoging van het aantal gevallen van longontsteking een direct gevolg is van de aanwezigheid van geitenhouderij bedrijven, echter is het vanuit het voorzorgsprincipe wenselijk om hieraan te toetsen. De volksgezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van de beoogde ontwikkeling van het plangebied. In een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen, er is voldaan aan het voorgestelde voorzorgsprincipe

4.11 Spuitzones Met name bij het telen van fruit in boomgaarden is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gebruikelijk. Om de middelen op de bomen te brengen wordt gebruik gemaakt van mobiele spuitinrichtingen die via de lucht de middelen op de gewassen brengen. Met het in de lucht brengen van middelen worden deze bloot gesteld aan de wind en daarmee ontstaat het risico dat middelen meer bereiken dan het gewas alleen. Dit proces wordt ‘drift’ genoemd. Gewasbeschermingsmiddelen vormen een potentieel risico voor de gezondheid van omwonenden, om die reden is het bij ruimtelijke ontwikkelingen inmiddels gebruikelijk om spuitzones en middelengebruik mee te nemen in de verantwoording bij planologische besluitvorming zodat het eventuele risico beoordeeld wordt voor gevoelige locaties. Om handvatten te geven aan de wijze waarop initiatiefnemers en gebruikers rekening dienen te houden met het gebruik en de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een indicatieve afstand van 50 meter als vuistregel in de ruimtelijke ordening geïntroduceerd. Met het uitvoeren van verschillende drift reducerende middelen zoals het aanplanten van windhagen en aanleggen van kavelsloten kan het risico op drift worden verlaagd en kan daarmee de indicatieve afstand van 50 meter worden verkleind.

Het is op de percelen die rond het plangebied zijn gelegen toegestaan om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, het bestemmingsplan staat het gebruik toe. In praktijk is het niet waarschijnlijk dat er teelten op deze percelen plaats zullen gaan vinden waar gewasbeschermingsmiddelen van toepassing zullen zijn. In het geval dat in de toekomst wijzigt is er voldoende ruimte aanwezig tot de perceelgrens voor het aanleggen van drift reducerende middelen. Spuitzones vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Er is in de omgeving van het plangebied geen sprake van teelten waar gewasbeschermingsmiddelen bij gebruikt worden. Mocht het gebruik van de gronden wijzigen dan zijn er voldoende mogelijkheden om drift reducerende maatregelen te treffen.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

36

4.12 Externe veiligheid Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidsituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Binnen het vakgebied externe veiligheid wordt er onderscheid gemaakt in drie soorten risicobronnen, namelijk transportroutes (weg, water en spoor) inrichtingen met gevaarlijke stoffen en buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet onderzoek gedaan worden naar het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de aanwezige risicobronnen.

4.12.1 Relevante risicobronnen

Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de risicokaart weer voor het plangebied.

Figuur 4-10: uitsnede risicokaart

Op de uitsnede van de risicokaart is het plangebied gemarkeerd met een rode pijl. Zichtbaar is dat in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen of transportleidingen gelegen zijn. Volgens onderzoek uit 2018 in het kader van het ‘project vervoer gevaarlijke stoffen’ door de OMWB is gebleken dat de Tongerloseweg per jaar circa 8 keer gebruikt wordt voor het vervoer van brandbare gassen in de categorie GF3.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

37

4.12.2 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR10-6) is een (berekende) afstand vanaf een risicobron waarbinnen de kans om te overlijden door een ongeval met de aanwezig gevaarlijke stoffen meer dan 1 op een miljoen jaar is. Binnen deze afstand mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden opgericht binnen het bestemmingsplan. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld grote kantoren, kinderdagverblijven e.d.

4.12.3 Groepsrisico Het groepsrisico is een berekende waarde die aangeeft of er mogelijk sprake is van veel slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om het groepsrisico te berekenen is inzicht noodzakelijk in de aanwezige populatie binnen het bestemmingsplan en de omgeving ervan. Doordat er planologisch gezien geen activiteiten plaats kunnen vinden waarbij de aanwezige populatie binnen het plangebied significant toeneemt, zal het groepsrisico daarom ook ongewijzigd blijven. Vanwege het gebruik van de Tongerloseweg voor het vervoer van brandbare gassen, zei het in beperkte mate, is het van belang om de ontwikkeling te toetsen aan de artikelen 7 en 8 an het besluit externe veiligheid transportroutes. De benoemde artikelen vragen om te toetsen aan de zelfredzaamheid van bewoners en bezoekers van het plangebied. Ook de mogelijkheid tot bestrijdbaarheid van een eventuele calamiteit dient te worden getoetst. Tot slot dient te worden getoetst in hoeverre aanwezigen kunnen vluchten als eerder genoemde opties niet haalbaar blijken. Zelfredzaamheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in staat zijn om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Van zelfredzaamheid kan alleen sprake zijn wanneer een dreigende ramp zich tijdig laat aankondigen.

Bij het langdurig vrijkomen van toxische stoffen is het raadzaam de gehele populatie uit het effectgebied te evacueren. Bij kleine hoeveelheden toxische stoffen is het raadzaam de populatie te alarmeren, waarbij schuilen en het sluiten van ramen en deuren de voorkeur heeft. Op het plangebied zal sprake zijn van aanwezigheid van personen met een voldoende zelfredzaamheid. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij de aanwezigheid van personen met beperkte zelfredzaamheid te verwachten zijn. Bestrijdbaarheid Voor de beoordeling van de bestrijdbaarheid is de bestrijding en de inrichting van het gebied om de bestrijding te faciliteren door de brandweer belangrijk. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken is het van belang dat op het moment dat er iets misgaat de hulpverlening niet wordt belemmerd bij de uitvoering van haar taken. De Tongerloseweg is goed bereikbaar voor de brandweer en de omliggende wegen hebben een voldoende breedte en kwaliteit om de toegang voor bluswagens mogelijk te maken. Vluchtroute Mocht er een ramp van een dusdanige orde plaatsvinden dat het niet mogelijk is om op het plangebied te schuilen dan zullen aanwezigen moeten vluchten. Afhankelijk van de locatie van de ramp kan vluchten het meest eenvoudig in noordelijk of zuidelijke richting via de Tongerloseweg.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

38

De paragraaf externe veiligheid is getoetst aan het standaardadvies en de standaard verantwoording van het groepsrisico dat de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant heeft uitgebracht aangaande externe veiligheid in de gemeente Hilvarenbeek. Het standaardadvies is in de bijlage opgenomen. Met inachtneming van het standaardadvies vormt externe veiligheid geen belemmering voor het initiatief. Er zijn in de omgeving van het plangebied geen bronnen van risico gelegen. Met het oprichten van de woning en de uiteindelijke bewoning ervan stijgt de populatie van het plangebied niet significant.

4.13 Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Deze ruimtelijke zonering is gebaseerd op het in acht nemen van voldoende fysieke afstand. Afhankelijk van bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. De omgeving van het plangebied is te typeren als rustig buitengebied. In de directe omgeving worden de afgelopen jaren de agrarische bestemmingen veelal gewijzigd waarbij de bestemming “wonen” het meest wordt toegepast. Met het saneren van de intensieve veehouderij op de locatie en het oprichten van een ruimte-voorruimte woning is toetsing op het gebied van bedrijven en milieuzonering omgekeerd van toepassing. In de omgeving van het plangebied is een agrarische locatie gelegen en is ten noorden een bedrijf met de bestemming agrarisch verwant gelegen: •

Molenstraat 43 – Agrarisch verwant. Dierenpension ca 140 meter

•

Watermolenweg 5 – Agrarisch. Paardenhouderij circa 180 meter

•

Molenstraat 42 – bedrijf. Detailhandel circa 200 meter

•

Sprenkeleind 18-20 Bedrijf. Detailhandel en kantoor 200 meter

Als gekeken wordt naar de maximale mogelijkheden die de bestemmingen geven worden de bovenstaande afstanden niet dusdanig groter dat deze functies een bedreiging vormen voor de ontwikkeling op het plangebied. In figuur 4-10 zijn de afstanden tot omliggende relevante functies met lijnen weergegeven. Om te kunnen bepalen of de nieuwe woning enig overlast zou kunnen verwachten van bedrijven in de omgeving heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een handreiking bedrijven en milieuzonering uitgebracht. De handreiking (verwoord in een gids) geeft voor verschillende (type) bedrijven een voor gemeenten te hanteren richtafstand op het gebied van geur, stof, geluid en gevaar. Een dierenpension komt in de gids voor en heeft als grootste richtafstand 100 meter op het aspect geluid gekregen. Een bedrijf dat zich toespitst op het fokken van paarden heeft in de gids een richtafstand van 50 meter voor het aspect geur gekregen. Detailhandel kent een grootste afstand op basis van planologische mogelijkheden van 30 meter.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

39

Figuur 4-11: afstanden tot omliggende functies

Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. De locatie voor de ruimte-voor-ruimte woning ligt op meer dan 100 meter van het dierenpension in de omgeving en op meer dan 50 meter van de paardenhouderij. Ook de afstand van 30 meter tot nabijgelegen detailhandel wordt ruimschoots gehaald. De nieuwe woning zal vanwege de ligging van andere woonbestemmingen in de buurt geen (grotere) vorm van belemmering betekenen voor (agrarische) bestemmingen in de omgeving.

4.14 Water

4.14.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

40

lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. Per 18 maart 2022 is het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 vastgesteld. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van rijkswater en rijks vaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de Stroomgebiedsbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. De wateropgaven waar Nederland voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor de 3 hoofdambities van het NWP: • • •

Een veilige en klimaatbestendige delta; Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.

4.14.2 Provinciaal beleid Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op het Regionaal Water en Bodem programma (RWP) 2022-2027 vastgesteld. Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Water Programma en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaat adaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: • • • • • • •

wonen en werken; infrastructuur en mobiliteit; landbouw en voedsel; natuur en biodiversiteit; erfgoed; een concurrerende en duurzame economie; de energietransitie.

Een rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we beter en is het duidelijk geworden dat het roer om moet: we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden.

4.14.3 Waterschap De Dommel Voor Waterschap De Dommel is een WBP van kracht: Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

41

(ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevens. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: •

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt

•

Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan

•

Wat schoon is moet schoon blijven

We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: •

van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied.

•

van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied.

•

van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.

4.14.4 Keur 2015 en Legger De Keur is in maart 2015 vastgesteld en dient als een aanvulling op regels uit de Waterwet. De Keur stelt regels t.a.v. de inrichting, het gebruik, beheer en onderhoud en overige werkzaamheden aan rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen. Deze regels gelden zowel voor stromen die eigendom zijn van het Waterschap, maar ook die in eigendom zijn van derden (burgers, agrariërs etcetra). De Brabantse waterschappen hebben gezamenlijk de Keur overgenomen om te zorgen voor uniformiteit in de regelgeving. De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot, of het plaatsen van een duiker of brug.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

42

Vanuit de Keur wordt regelmatig verbinding gelegd met de ‘legger’. Een legger is een door het waterschap vastgesteld register en geeft een overzicht van: •

Alle aanwezige waterlopen (sloten) en waterkeringen (dijken) inclusief kunstwerken (bijv. stuwen, bruggen, etcetra)

•

Wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van sloten en kunstwerken. Dat betekent dat het gaat om de beheertaken en onderhoudsplichten van het waterschap en om de onderhoudsplichten van derden waarop het waterschap toezicht uitoefent.

•

Waar de beschermingszone ligt, die noodzakelijk zijn voor het waterschap om haar beheerstaken te kunnen uitvoeren. Op deze beschermingszone zijn verbodsbepalingen, volgens de keur, van toepassing zijn. Ook is de legger een naslagwerk ten aanzien van waterstaatswerken.

4.14.5 Afkoppelen afval- en hemelwater Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater van de woning is aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. Hemelwater De nieuwe ruimte-voor-ruimte woning wordt voorzien van dakgoten en het daarmee opgevangen hemelwater wordt vervolgens afgekoppeld van het riool. Hydrologisch neutraal ontwikkelen Bij een toename van het verhard oppervlakte dient beschouwd te worden of er een infiltratievoorziening noodzakelijk is voor hemelwater. Bij onderhavig initiatief is er sprake van een grote afname van het bebouwd oppervlakte. De ontwikkeling zal dan ook zonder meer bijdragen tot een betere waterhuishouding ter plaatse en een infiltratievoorziening is niet noodzakelijk. Bodemdoorlatendheid De doorlatendheid van de bodem is bepalend voor de infiltratiecapaciteit hiervan. Bij een goede bodemdoorlatendheid kan het water sneller infiltreren in de bodem. Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk dat infiltratievoorzieningen bij een slechte bodemdoorlatendheid voldoende opvangcapaciteit hebben. De bodem van het plangebied betreft een zandgrond met voldoende bodemdoorlatendheid. Een nader onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling gaat gepaard met een grote hoeveelheid sloop en aanplant van groen.

Het slopen van bebouwing maakt dat meer oppervlakte ontstaat waar hemelwater kan infiltreren. Water zal lokaal en via de aanwezige sloten infiltreren. Het aanplanten van groen maakt het vasthouden van water eenvoudiger.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

43

5.

Economische En Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Met de initiatiefnemer wordt een zogenaamde anterieure overeenkomst afgesloten waarin de afspraken over plankosten en planschade zijn geregeld. Gezien het karakter van het plan is er op voorhand geen aanleiding te veronderstellen dat er sprake is van planschade ten gevolge van het plan. In de overeenkomst wordt ook gesproken over de landschappelijke inpassing.

5.2

Procedures

Het bestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de ter inzage legging kunnen belanghebbenden een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen worden beoordeeld en aanvullend in dit wijzigingsplan opgenomen. Gelijktijdig met de terinzagelegging van het ontwerpwijzigingsplan wordt het plan in het kader van vooroverleg aangeboden aan de volgende betrokken instanties: OMWB, provincie Noord-Brabant, waterschap Brabantse Delta, Rijkswaterstaat, brandweer, defensie, cultureel erfgoed, Gasunie en DNWG.

5.3

Ter visie legging

Het bestemmingsplan heeft vanaf 7 december 2022 gedurende zes weken, tot en met 18 januari 2023 na bekendmaking in de Hilverbode en de Staatscourant van 7 december 2022 ter inzage gelegen. Belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.

5.4

Omgevingsdialoog

Vanwege de beperkingen die het coronavirus met zich meebrengt heeft de omgevingsdialoog per brief plaatsgevonden. Het initiatief is toegelicht in een brief aan de omgeving en er is gevraagd om ter kennisname te tekenen en aan te geven of men ook akkoord is met het initiatief. De brief is op 10 adressen in de omgeving van het plangebied bezorgd en op één adres na heeft iedereen gereageerd. Van de 9 ontvangen reacties hebben 8 adressen aangegeven positief tegenover de plannen van initiatiefnemer te staan, één adres heeft enkel een vinkje gezet bij “geïnformeerd”.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

44

6.

Juridische toelichting

Dit plan betreft een herziening van het bestemmingsplan “Buitengebied 2014” van de gemeente Hilvarenbeek ter plaatse van de Tongerloseweg 3 te Diessen.

6.1

Regels

De planregels beschrijven de bestaande regeling voor een woonbestemming. De planregels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende Buitengebied 2014 van de gemeente Hilvarenbeek.

6.2

Verbeelding

Aan het plangebied wordt twee maal de bestemming wonen toegevoegd, eenmaal voor de bestaande bedrijfswoning en eenmaal voor de locatie van de ruimte-voor-ruimte kavel.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

45

7.

Bijlagen

1. Landschappelijk inpassingsplan 2. AERIUS berekeningen 3. Quickscan flora en fauna 4. Standaard verantwoording veiligheidsregio 5. Bodemonderzoek 6. Berekening kwaliteitsverbetering 7. Ruimte-voor-Ruimte dossier 8. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 9. Omgevingsdialoog 10. Nota ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan “Tongerloseweg 3, Diessen”

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12815758/1