CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

09 bp Tongerloseweg 3 (6 bijlage Toelichting)

Gemeenteraad 8 juni 2023, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Tongerloseweg 3".14.248 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting partiële herziening buitengebied Hilvarenbeek Tongerloseweg 3, Diessen

1 Wijzigingsplan Brede Balrouw 48 Hoeven

Colofon ZLTO Advies Adri van de Plas Adviseur bedrijven 06-21212447 April 2022, november 2022 Laatste aanvulling: 2 maart 2023 Projectnummer 2018001597 Kantoor ’s-Hertogenbosch Onderwijsboulevard 225 5223 DE ’s-HERTOGENBOSCH Postbus 100 5201 AC ’s-HERTOGENBOSCH

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

2

INHOUDSOPGAVE

TOELICHTING 1. 1.1 1.2

Inleiding ................................................................................................................ 5 Aanleiding ............................................................................................................... 5 Ligging en begrenzing plangebied............................................................................... 5

2. 2.1 2.2

Het plan ................................................................................................................. 6 Huidige situatie ........................................................................................................ 6 Beoogde situatie ...................................................................................................... 6

3. Planologisch beleidskader ...................................................................................... 9 3.1 Rijksbeleid .............................................................................................................. 9 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ................................................................ 9 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ......................................................... 9

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking ......................................................................... 10

3.2 Provinciaal beleid .................................................................................................... 11 3.2.1 Brabantse omgevingsvisie .................................................................................. 11 3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ...................................................... 11

3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................. 17 3.3.1 Structuurvisie ................................................................................................... 17 3.3.2

Visie Ruimte voor Ruimte ................................................................................... 17

3.3.3

Strategie vitalisering buitengebied ....................................................................... 18

3.3.4

Bestemmingsplan .............................................................................................. 18

4. Ruimtelijke aspecten ............................................................................................ 20 4.1 M.e.r.-beoordeling ................................................................................................... 20 4.2 Flora en Fauna ........................................................................................................ 20 4.2.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................... 21 4.2.2

Soortenbescherming .......................................................................................... 23

4.3 Cultuurhistorie en archeologie................................................................................... 25 4.4 Mobiliteit en parkeren .............................................................................................. 28 4.5 Technische infrastructuur ......................................................................................... 29 4.6 Bodem ................................................................................................................... 29 4.7 Geluid .................................................................................................................... 30 4.8 Luchtkwaliteit verkeer.............................................................................................. 30 4.8.1 NIMB ............................................................................................................... 33 4.9 Geur ...................................................................................................................... 34 4.10 Humane gezondheid en endotoxine ........................................................................... 35 4.11 Spuitzones ............................................................................................................. 36 4.12 Externe veiligheid....................................................................................................

37 4.12.1 Relevante risicobronnen .................................................................................. 37 4.12.2

Plaatsgebonden risico ..................................................................................... 38

4.12.3

Groepsrisico .................................................................................................. 38

4.13 Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................... 39 4.14 Water .................................................................................................................... 40 4.14.1 Rijksbeleid ................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

3

4.14.2

Provinciaal waterplan 2016-2021 .................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

4.14.3

Waterschap De Dommel ................................................................................. 40

4.14.4

Afkoppelen afval- en hemelwater ..................................................................... 43

5. 5.1 5.2 5.3 5.4

Economische En Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................. 44 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................... 44 Procedures ............................................................................................................. 44 Ter visie legging ...................................................................................................... 44 Omgevingsdialoog ................................................................................................... 44

6. 6.1 6.2

Juridische toelichting ........................................................................................... 45 Regels ................................................................................................................... 45 Verbeelding ............................................................................................................ 45

7.

Bijlagen ................................................................................................................ 46

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

4

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Aan de Tongerloseweg nummer 3 tegen de dorpskern van Diessen ligt een voormalige varkenshouderij die is omgebouwd tot pluimveehouderij. Initiatiefnemers zijn woonachtig op het bedrijf en hebben het besluit genomen om de locatie niet langer agrarisch voort te zetten. De bedrijfsgebouwen zijn verouderd en in combinatie met de ligging van de locatie en het beperkte toekomstperspectief hebben initiatiefnemers besloten een alternatieve bestemming te zoeken voor de locatie. Daartoe is besloten het bedrijf te beëindigen, de stallen te slopen en in ruil voor deze kwaliteitswinst een ruimte-voor-ruimte woning te ontwikkelen op een deel van het perceel.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuiden van de dorpskern Diessen. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie Q, nummer 1351. In figuur 1-1 is de ligging van de initiatieflocatie weergegeven. Het gedeelte van het kadastrale perceel dat het plangebied voorstelt is met een blauwe lijn aangegeven.

Figuur 1-1:

Situering plangebied

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

5

2.

Het plan

2.1

Huidige situatie

Momenteel is het plangebied ingericht als pluimveehouderij. Het bedrijf bestaat uit een bedrijfswoning, een naastgelegen garage (circa 60 m2), stallen ten behoeve van het houden van moederdieren en vleeskuikens (1.179 m2) en een algemeen bedrijfsgebouw (130 m2). De bedrijfsgebouwen zijn van oorsprong opgericht ten behoeve van het houden van varkens. Gaandeweg zijn de gebouwen intern verbouwd om te voldoen aan hun huidige functie, het houden van pluimvee. De daken van de aanwezige bedrijfsgebouwen zijn met asbest uitgevoerd. De planlocatie is gelegen op de dorpsgrens van Diessen. De omgeving is aan te merken als gemengd gebied, er zijn in de directe nabijheid een aantal agrarische functies, een bedrijfsbestemming en 5 woonbestemmingen gelegen.

2.2

Beoogde situatie

De leeftijd van de aanwezige stallen en de ligging, zo dicht op de dorpskern Diessen, maken dat initiatiefnemers beogen om de agrarische activiteiten op de planlocatie te beëindigen en gebruik te maken van de ruimte-voor-ruimte regeling om in ruil voor de sloop van de aanwezige bedrijfsgebouwen een ruimte-voor-ruimte woning op te richten op het aanwezige bouwblok. De nieuw op te richten woning zal georiënteerd worden op de Tongerloseweg. De rooilijn van de aanwezige bedrijfswoning wordt aangehouden om de ligging van de nieuwe woning te bepalen. De woning zal in een landelijk karakter uitgevoerd worden om aan te sluiten op de al aanwezige woningen in de omgeving. In figuur 2-1 is een situatieschets gegeven van de beoogde situatie, schematisch is aangegeven wat behouden zal blijven en nieuw wordt opgericht. In figuur 2-2 is met rood aangegeven welke gebouwen er gesloopt zullen worden. In totaal wordt er 1.179 m2 aan voormalige veehouderij gebouwen gesloopt. In de beoogde situatie is een bijgebouw opgenomen (garage) bij de ruimte-voor-ruimte woning. De nieuwe woning zal een inhoud van maximaal 750 m3 en een bijgebouw van maximaal 100 m2 hebben. Hiermee wordt aangesloten op de bestaande provinciale en gemeentelijke regelingen. De huidige bedrijfswoning van het pluimveebedrijf zal als woning in gebruik blijven.

De aanwezige garage wordt als bijgebouw aangehouden en de aanwezige werktuigenberging blijft behouden. In de beoogde situatie is er sprake van een beperkte hoeveelheid akkerbouwgrond. De machines die nodig zijn om het land te bewerken zullen in de werktuigenberging gestald worden. De bijgebouwen bij de woning zullen in totaal 229 m2 groot zijn, 32 m2 voor de garage, bakhuis van 15 m2 en 182 m2 voor de werktuigenberging.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

6

Figuur 2-1: beoogde situatie

In bovenstaande figuur zijn de bestemmingsvlakken wonen voor de Ruimte-voor-Ruimte woning en de bestaande bedrijfswoning (geel) weergegeven. De op te richten en te behouden gebouwen zijn in groen aangeduid. Met de blauwe omlijning is het plangebied weergeven.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

7

Figuur 2-2: te slopen bebouwing

In figuur 2-2 is alle bebouwing die gesloopt wordt met het initiatief weergeven. Een groot deel van de sloop van de gebouwen heeft al plaatsgevonden, dit is te zien op de meest recente luchtfoto die is gebruikt in figuur 2-1.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

8

3.

Planologisch beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012 vastgesteld) omvat het ruimtelijke rijksbeleid tot 2040. Het uitgangspunt van de structuurvisie is voldoende ruimte te bieden voor het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Deze doelstellingen zijn vertaald in de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS). Deze RHS beslaat de gebieden in Nederland die een belangrijke functie vervullen op het gebied van economie, infrastructuur en verstedelijking, water, natuur en landschap. Ten aanzien van deze gebieden is beleid geformuleerd om de kwaliteiten ervan te behouden. Naast ruimte maken en het versimpelen en verbeteren van omgevingsrecht wordt er ook geïnvesteerd, met name in de capaciteit van de infrastructuur. Prioriteit krijgen de Mainports, de Brainports en de Greenports, alsmede de achterlandverbindingen. Opgaven van nationaal belang voor de provincies Limburg en Noord-Brabant zijn onder andere: •

Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost Nederland (Brainport Avenue) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a. verdere ontwikkeling Eindhoven Airport).

•

Het borgen van de waterveiligheid en – kwaliteit en zoetwatervoorziening voor de korte termijn (zoals Maaswerken en uitvoering hoogwaterbeschermingsprogramma) en de lange termijn. Binnen het Deltaprogramma wordt deze opgave aangepakt.

•

Het tot stand brengen en beschermen van de natuur (Natuur Netwerk Nederland), inclusief de Natura 2000 gebieden.

De ontwikkelingen hebben geen gevolgen voor de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De regels welke doorvloeien vanuit het Rijk zijn doorvertaald in de provinciale verordening en het bestemmingsplan van de gemeente.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt de juridische doorvertaling van het rijksbeleid en is een verdere uitwerking van de Wet ruimtelijke ordening. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Belangrijke punten hierin zijn o.a. het zuinig ruimtegebruik, bescherming van kwetsbare (natuur)gebieden en bescherming van het land tegen klimaatverandering, overstroming en wateroverlast, de uitoefening van defensietaken, toekomstige uitbreidingen van de hoofdinfrastructuur. Provincies dienen deze regels door te vertalen in hun beleid en verordeningen en vervolgens dienen deze regels ook een plek te krijgen in de verschillende bestemmingsplannen, aanpassingsplannen etc. Regels t.a.v. de ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

9

Bij de planologische ontwikkeling van een enkele ruimte-voor-ruimtewoning en de beëindiging van de intensieve veehouderijtak die hiermee gepaard gaat, komen geen nationale belangen in het geding. Onderhavige ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de regels van het Barro.

3.1.3

Ladder duurzame verstedelijking

De Ladder duurzame verstedelijking is een processchema dat alle mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen of initiatieven voor stedelijke functies, via beleidskaders begeleidt naar een optimale locatiekeuze. De ladder duurzame verstedelijking is geïntroduceerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De motiveringseis om te voldoen aan de ladder duurzame verstedelijking is vervolgens vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Het systeem van de ladder zorgt voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming waar wel en waar niet mag worden gebouwd. De ladder is een toetsingsinstrument voor ontwikkelaars en de overheid wat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Aan de hand van 3 stappen dient het ruimtelijk vraagstuk gemotiveerd te worden: 1. Bepalen van de regionale vraag naar ruimte 2. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied 3. Bouwen buiten bestaand stedelijk gebied De ladder duurzame verstedelijking is erop gericht om ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied op te vangen. Hierdoor wordt verstening van het buitengebied tegengegaan. Uitgangspunt is dat steden en dorpen niet onnodig ‘uitdijen’ terwijl er in de kernen nog ruimte is voor ontwikkelingen.

Wanneer er in de kernen ontwikkellocaties zijn moeten deze eerst opgevuld worden alvorens men uitbreidt in het buitengebied. Ook wanneer het gaat om herstructureringsprojecten moet hier voorrang aangegeven worden. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan nieuwe bebouwing die een stedelijk karakter heeft zoals woningbouw, realisatie winkelruimte, kantoorpanden, bedrijventerreinen of overige stedelijke functies (maatschappelijk, religie, cultuur, leisure, recreatie -> dit op basis van uitspraken van de RvS). Woningbouw als stedelijke ontwikkeling is met een uitspraak van de Raad van State in 2015 verduidelijkt als ontwikkeling waarbij 11 of meer woningen worden opgericht. De ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden. Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren. De functie komt voor in het rijtje (wonen, kantine, winkels, bedrijventerrein etc.) wat getoetst moet worden aan de ladder duurzame verstedelijking. Het planologisch mogelijk maken van één woning wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling. De beoogde ontwikkelingen naar één enkele ruimte-voor-ruimtewoning hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

De ontwikkeling blijft ruim onder het aantal van 11 woningen zoals benoemd in de uitspraak van de Raad van State uit 2015 (zaaknummer: 201501297/1/R4)

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

10

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Brabantse omgevingsvisie

Tussen 1 mei 2018 en 30 juni 2018 heeft de Brabantse omgevingsvisie ter inzage gelegen. Met de omgevingsvisie formuleert de Provincie haar ambitie voor Brabant in 2050. De Provincie ziet een toekomst met een grote verwevenheid tussen stad en land en de bijkomende voor- en nadelen die daaraan kleven. Het plangebied ligt op de grens van Oost en Midden Brabant. De omgevingsvisie ziet hier de verbinding met de steden ’s-Hertogenbosch, Nijmegen en Eindhoven en de verbinding met Greenport Venlo. De regio kent een hoge natuurwaarde en tevens veel agrarische activiteit. De Provincie ziet de agrarische sector in deze regio omvormen tot een sector die meer op kwaliteit produceert. De omgevingsvisie geeft tevens de visie van de Provincie op haar eigen rol en hoe zij de gewenste ontwikkeling naar 2050 wil stimuleren. De provincie ziet zichzelf als verbinder en aanjager waar nodig. Ten aanzien van de (intensieve) landbouwsector ziet zij dat de sector een aantal forse uitdagingen heeft en wil de Provincie een rol pakken om de sector meer natuurinclusief te maken. De ontwikkeling van het plangebied betekent dat een intensieve veehouderij gesaneerd wordt en eventuele overlast voor omgeving en natuur weggenomen wordt. Ook het aanwezige bebouwingslint wordt versterkt door de ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling op het plangebied past binnen de omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant.

Het saneren van de varkenshouderij is voor de omgeving van het bedrijf een gunstige ontwikkeling. Vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt waarmee eventuele overlast voor omgeving en natuur weggenomen wordt. De beoogde ruimte-voor-ruimte woning zorgt voor een versterking van het bebouwingslint.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Naast de Omgevingsvisie kent de Provincie Noord-Brabant de Interim omgevingsverordening (oktober 2019 vastgesteld). In de omgevingsverordening staan de regels die de provincie stelt aan de bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. Met de Interim omgevingsverordening bereidt de provincie Noord-Brabant de komst van de Omgevingswet (1 juli 2022) concreet voor en hanteert zij de in de wet aangegeven schrijf- en handelingswijze. De omgevingsverordening is geschreven met oog voor de doelgroep: burgers, gemeenten en waterschappen. Essentieel onderdeel van de verordening is de gedachte dat ontwikkelingen en plannen in gezamenlijkheid uitgevoerd worden en overleg en dialoog worden daarom toegejuicht. De verordening biedt voor ontwikkelaars en gemeenten meer mogelijkheden tot maatwerk, vaste afstanden en groottes worden losgelaten en er komt meer nadruk te liggen op het passend maken van initiatieven in hun omgeving. In het verleden heeft de Provincie Noord-Brabant voor bedrijvigheid in het buitengebied een maximaal oppervlakte van het bestemmingsvlak van 5.000 m2 aangehouden. In sommige situaties heeft strakke beperking van het bestemmingsvlak tot

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

11

bijzondere constructies en oplossingen gezorgd. Inmiddels is het beleid op dit punt versoepeld en is een goede ruimtelijke ordening passend in het gebied en de omgeving leidend geworden. Het plangebied is gelegen binnen enkele provinciale aanduidingen. Ter plaatse zijn de aanduidingen “Groenblauwe mantel”, “Verbod uitbreiding veehouderij”, “Stalderingsgebied”, “Attentiezone waterhuishouding” van kracht. In algemene zin is te zeggen dat het plangebied is gelegen binnen een door de Provincie aangewezen gebied waar zij graag een afbouwende bewegingen voor agrarische ontwikkeling ziet. Het ontwikkelen van functies met meer oog voor waterkundige en natuurgerelateerde aspecten is voor de Provincie van belang. Voor gemeenten is hoofdstuk 3 van de verordening het belangrijkst. Dit hoofdstuk heeft de toepasselijke naam ‘instructieregels aan gemeenten’ als titel gekregen. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling van de locatie zijn een aantal artikelen van belang. Deze artikelen zijn opvolgend weergegeven en er is cursief getoetst. Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.

de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk;

Er is geen bedrijfsmatige nieuwvestiging beoogd, de RvR-woning vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag. 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; Het in de huidige situatie aanwezige bedrijf is beëindigd. Het vervolg als woonbestemming en sluiting van het bebouwinglint met een nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woning is passend. b.

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking);

Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is bij een ontwikkeling met één enkele nieuwe woning niet aan de orde. c.

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

Binnen het bouwvlak zal sprake zijn van een compacte bouwvorm. Lid 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering Lid 1. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2. De lagenbenadering omvat de effecten op: a.

de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;

Het initiatief heeft geen te verwachten nadelige effecten op genoemde aspecten. Het bestaande veehouderijbedrijf wordt beëindigd, overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Waar noodzakelijk zijn onderzoeken uitgevoerd om daarmee de nadelige effecten in kaart te brengen en mitigerende maatregelen te kunnen treffen. b.

de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

12

Het initiatief vindt plaats binnen bestaand ruimtebeslag en maakt gebruik van bestaande infrastructuur. Dit heeft daarom geen te verwachten nadelige effecten op genoemde aspecten. c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Het initiatief heeft geen te verwachten nadelige effecten op genoemde aspecten. Door sloop van aanzienlijke hoeveelheid bebouwing en verwijdering van verharding, vindt er zorgvuldiger ruimtegebruik plaats waarmee het karakter van het gebied wordt verstevigd evenals de landschappelijke waarden van het gebied. Lid 3. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Lid 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a.

de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat;

b.

de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Lid 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Door aanzienlijke sloop van bebouwing en verwijdering van verharding is er op zichzelf al sprake van een flinke kwaliteitsverbetering van het landschap. Daarnaast is er sprake van een landschappelijke inpassing, waarmee een verdere fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit wordt bereikt. Daarmee is er met beoogde ontwikkeling sprake van een meerwaardecreatie. Artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap Lid 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a.

dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan;

de uitvoering van de landschappelijke inpassing wordt geborgd in het plan en middels een anterieure overeenkomst of b.

de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Aan deze regels wordt getoetst

Lid 3. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a.

de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing;

b.

het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;

c.

het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;

d.

het wegnemen van verharding;

e.

het slopen van bebouwing;

f.

de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

13

g.

het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Lid 4. Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Van verschillende aspecten als bedoeld in lid 3 is sprake: de ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, er wordt verharding verwijderd en bebouwing gesloopt. Er is sprake van zuiniger ruimtegebruik. Het geheel leidt tot een fysieke verbetering van de landschapskwaliteit. De gemeente Hilvarenbeek maakt onderdeel uit van de gemeente in het Hart van Brabant. Vanuit de gemeenten in het Hart van Brabant zijn afspraken met de Provincie Noord-Brabant gemaakt aangaande de kwaliteitsverbetering en meerwaardecreatie. In de notitie ‘Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant’ zijn de uitgangspunten weergegeven waar initiatiefnemers aan dienen te voldoen om te komen tot meerwaarde recreatie. De werkafspraken gaan uit van een benadering in categorieën, de ontwikkeling van het plangebied valt onder categorie 2. Er is sprake van een wijziging van een agrarische bestemming naar een woonbestemming waarbij het bestemmingsvlak met minimaal 60% verkleind wordt. De 60% verkleining wordt in het geval van het plangebied berekend ten opzichte van de situatie op het plangebied tot 2014.

In het bestemmingplan “Buitengebied 1998” van de gemeente Hilvarenbeek kende het agrarisch bedrijf op het plangebied een bouwvlak van 8.270 m2, vanaf 2014 was dit 6.150 m2. In de toekomstige situatie heeft het bestemmingsvlak wonen een maximale oppervlakte van 3.754 m2 en daarmee is voldaan aan de 60% voorwaarde uit de werkafspraken ten opzichte van de situatie in 1998. De gemeente Hilvarenbeek heeft gesteld dat verkleining op verkleining onwenselijk is en daarom gekeken dient te worden naar het originele formaat van het bouwvlak. De regeling ruimte-voor-ruimte kent een eigen methodiek voor kwaliteitsverbetering en stelt daarom dat een “reguliere” landschappelijke inpassing volstaat. De werkafspraken kennen eveneens een maximale oppervlakte voor toegestane bijgebouwen bij woningen, aan deze voorwaarde (maximaal 500 m2) wordt eveneens voldaan. Indeling in categorie 2 wil zeggen dat een ontwikkeling gepaard dient te gaan met een goede landschappelijke inpassing. In de bijlage van deze onderbouwing is de landschappelijke inpassing opgenomen die voor de ontwikkeling is opgesteld. Daarnaast moet getoetst worden aan de specifieke regels die van toepassing zijn op de betreffende locatie. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling van de locatie zijn de artikelen 3.73 ‘vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied’, en 3.80 ‘ruimte-voor-ruimte’ van belang.

Onderstaand zijn deze artikelen weergegeven en is cursief aangegeven hoe de ontwikkeling hieraan voldoet. Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimtevoor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a.

er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; Met het verdwijnen van de intensieve veehouderij en het toevoegen van de landschappelijke inpassing is sprake van een aanzienlijke kwaliteitswinst.

b.

de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; Het plangebied is gelegen in een bebouwingsconcentratie ten zuiden van het dorp Diessen.

c.

een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd;

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

14

Er is een landschappelijke inpassing opgesteld voor de nieuwbouwlocatie en voor de bestaande bebouwing. Het plan is opgenomen in de bijlage van deze herziening. d.

er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Er is sprake van één ruimte-voor-ruimte woning. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; Hier is sprake van. Naast de bedrijfswoning blijft de garage en een deel van de naastgelegen werktuigenberging behouden. De berging is niet in gebruik geweest voor het houden van dieren.

b.

de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; Dit is het geval.

c.

de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; De locatie is in de huidige situatie of voor de toekomst geen geschikte vestigingslocatie voor een (intensieve) veehouderij. De bedrijven rond de locatie zijn de afgelopen jaren vrijwel allemaal beëindigd en hebben plaats gemaakt voor woonbestemmingen.

d.

er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; Er is sprake van de sloop van circa 1.200 m2 stallen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het bijgevoegde ruimte-voor-ruimte dossier.

e.

de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; Er is sprake van doorhaling van 3.500 kg fosfaatrechten.

f.

de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; Dit is het geval.

g.

de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; De omgevingsvergunning, onderdeel milieu, voor de locatie is ingetrokken.

h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; Middels deze herziening van het bestemminsplan krijgt de locatie een woonbestemming. Mede door de ligging is het onmogelijk om in de toekomst het houden van vee mogelijk te maken. i.

in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

15

Dit is het geval. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Niet van toepassing. De bouwtitel wordt verkregen met het slopen en doorhalen van stallen en rechten op deze locatie. Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld. Er zijn voldoende kavels beschikbaar om deze ontwikkeling mogelijk te maken. De beoogde ontwikkeling past binnen de interim omgevingsverordening Noord-Brabant en in het bijzonder in de provinciale ruimte-voor-ruimte regeling. De locatie is gelegen binnen de groenblauwe mantel. In de groenblauwe mantel ziet de Provincie graag ontwikkelingen van kleinere schaal gericht op een goede verstandhouding met de aspecten water en natuur. De ontwikkeling van het plangebied voldoet aan de gewenste richting van de Provincie. Het provinciaal beleid vormt geen belemmering.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

16

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie

De gemeenteraad heeft in januari 2014 de ‘Structuurvisie Buitengebied 2014’ vastgesteld. In de structuurvisie is op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente ontwikkelingen en mogelijkheden ziet voor het buitengebied van Hilvarenbeek. De structuurvisie is sectoraal opgesteld en maakt de verbinding tussen de van origine aanwezige kenmerkende landschappen van de gemeente en het hedendaagse gebruik. De structuurvisie dient in feite een paraplufunctie, er is geput uit diverse bronnen om te komen tot de structuurvisie. Ten aanzien van het ruimte-voor-ruimte beleid is specifiek van belang dat de structuurvisie input heeft gevonden in de ruimte-voor-ruimte beleidsregel 2006 en de visie ruimte-voor-ruimte 2011 van de gemeente Hilvarenbeek. Het plangebied valt in de structuurvisie onder de “Beekdalen“. De overzijde van de Tongerloseweg is gelegen in het “Kampen- en Hoevenlandschap”. Het plangebied is daarmee in een overgangsgebied gelegen en er is voor beide landschappen iets te zeggen. Het Beekdal landschap heeft relatief veel met het Kampen- en Hoevenlandschap gemeen, beide zijn vanuit het verleden kleinschalig en gericht op aanwezige wegen en/of waterlopen. In beide landschappen zijn ontwikkelingen mogenlijk mits deze kleinschalig zijn en een versterking van de waarden van de landschappen zijn.

Waar de in het beekdallandschap de erfbeplanting zich met name richt haaks of parallel op de waterloop, is dit in het Kampen- en Hoevenlandschap meer op de wegen gericht. Beide landschapstypen beogen een open of deels besloten beeld te bewerkstelligen. Zichtlijnen naar de beken en achterliggende akkers vormen een wezenlijk onderdeel van het landschap. Bebouwing in de vorm van woningen en bedrijfsbebouwing zijn in beide landschappen bij voorkeur haaks op waterlopen en wegen gesitueerd, eventueel met een enkel gebouw parallel gelegen. De beoogde ontwikkeling past binnen de Structuurvisie Buitengebied 2014 van de gemeente Hilvarenbeek. De momenteel aanwezige stallen passen vanwege hun ligging, hoofdzakelijk parallel aan de weg, minder in het beeld en de sloop daarvan versterkt het landschap. De aanwezige erfbeplanting past binnen het geschetste beeld voor beide landschapstypen maar kan met name aan de zuidkant van het plangebied een kwaliteitsimpuls gebruiken. De kavel zal een ligging krijgen waarmee de te bouwen woning op de Tongerloseweg gericht zal zijn, ook dit past goed binnen de visie.

3.3.2

Visie Ruimte voor Ruimte

In september 2011 heeft de gemeente Hilvarenbeek haar visie omtrent ruimte-voor-ruimte uiteengezet en gepubliceerd in het visiedocument ruimte-voor-ruimte. De gemeente geeft in het document aan te zien dat het buitengebied verandert en het aantal voormalige agrarische bedrijvenlocaties (VAB) toeneemt. De gemeente zet in de visie uiteen op welke plaatsen zij woningbouw ziet in het buitengebied en onder welke voorwaarden zij medewerking wenst te verlenen aan woningbouw. In de visie heeft de gemeente alle bebouwingsconcentraties op haar grondgebied opgenomen en per concentratie het karakter geschetst en voorwaarden benoemd waar op aangesloten dient te worden in het geval dat de wens bestaat om een woning toe te voegen. Het plangebied valt in de visie onder de bebouwingsconcentraties rond Baarschot. De bebouwingsconcentratie rond de Tongerloseweg is omschreven als een concentratie met aan beide zijden van de weg erven met een grotere maat en een compacte en diverse bebouwingsopzet. De

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

17

sfeer van de concentratie is omschreven als een open landelijke sfeer. Kwaliteit van de concentratie is het zicht op het landschap en de ruimte tussen de erven. De gestelde randvoorwaarden voor ruimte-voor-ruimte mogelijkheden zoals deze zijn genoemd: •

Behoud karakter solitaire erven; bouwen uitsluitend binnen bestaande erven of uitbreiding van erven met een zelfde opzet;

•

Aansluiten bij karakteristiek met in hoofdzaak landgevel aan de straat en bijgebouwen daarachter;

•

Ruimte-voor-ruimte woningen in erfachtige opzet in combinatie met erfbeplanting.

De opzet en uitvoering van de ruimte-voor-ruimte woning past binnen de visie Ruimte voor Ruimte van de gemeente Hilvarenbeek. Met het slopen van de stallen en het bewust open houden van het landschap tussen de bestaande bedrijfswoning en de nieuw op te richten kavel ontstaat de gewenste open doorkijk. De bestaande bedrijfswoning sluit daarbij aan bij het cluster dat aan beide zijden van de zuidkant van het plangebied is ontstaan. De nieuw op te richten ruimte-voor-ruimte woning sluit aan bij het aanwezige woningcluster aan de noordzijde van het plangebied. De compacte erfindeling van weleer blijft met de opzet behouden en wordt versterkt.

3.3.3

Strategie vitalisering buitengebied

De gemeente Hilvarenbeek ziet het buitengebied en wet en regelgeving over het buitengebied veranderen. Om in te spelen op de veranderingen is besloten om een strategische beleidsvisie op te stellen waarmee richting bepaald wordt en perspectief aan gebruikers van het buitengebied. Met de beleidsvisie geeft de gemeente een doorkijk naar de omgevingswet en het daarbij behorende omgevingsplan dat de gemeente op zal gaan stellen. De omgevingswet zal een verandering in gedachtegang en daar bijbehorend handelen van de gemeente betekenen, van controleren en regulering naar het bieden van kansen en meer vrijheid. In de visie komt kwaliteitsverbetering van het landschap terug en wordt aan initiatieven ruimte geboden als zij een fysieke meerwaarde leveren in het landschap. Zoals ook in paragraaf 3.2.2. benoemd is op het plangebied sprake van een categorie 2 ontwikkeling. Omdat er meer dan 100 m2 bijgebouwen behouden blijft (totaal 350 m2) is een tegenprestatie op basis van dezelfde systematiek noodzakelijk en geleverd voor het initiatief.

3.3.4

Bestemmingsplan

De locatie is gelegen binnen het bestemmingsplan “Buitengebied 2014”, zoals initieel vastgesteld door de gemeenteraad op 13 maart 2014 en de reparatieplannen zoals deze geamendeerd zijn op dit originele plan. Het plangebied is gelegen binnen de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en heeft een bouwblok met een oppervlakte van circa 6.160 m2. Het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, de gebiedsaanduidingen ‘Overige zone – attentiegebied ehs’, ‘overige zone – bebouwingsconcentratie’, ‘overige zone – beperkingen veehouderij’ en ‘overige zone – groenblauwe mantel’. Er is op het plangebied een functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf’ aanwezig. Middels figuur 3-1 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven. De ontwikkeling van het plangebied is in lijn met het vigerend bestemmingsplan van de gemeente. In het vigerend bestemmingsplan is geen directe mogelijkheid opgenomen waarmee de beoogde

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

18

ontwikkeling kan worden gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken kan worden aangesloten bij de methodiek en het grootste deel van de regels van het bestemmingsplan maar zal een partiële herziening van dit plan noodzakelijk zijn om de ontwikkeling te realiseren.

Figuur 3-1:

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied”

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

19

4.

Ruimtelijke aspecten

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan alle relevante planologische en milieuaspecten.

4.1

M.e.r.-beoordeling

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit mer en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: •

C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden;

•

D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden.

Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.- procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.-beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In die gevallen moet het bevoegde gezag er zich van vergewissen dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Voor deze ‘vergewisplicht’ gelden geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.- beoordeling. Wel moet er bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgens bijlage III van de EEG-Richtlijn Milieueffectbeoordeling (85/337/EEG) worden getoetst aan de drie volgende hoofdcriteria: •

de kenmerken van het project;

•

de plaats van het project;

•

de kenmerken van de potentiële effecten.

Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Het is voor de beoogde ontwikkeling op de locatie niet noodzakelijk een milieueffectrapportage op te stellen. Het initiatief kan immers niet worden aangemerkt als een activiteit die voorkomt in een van de categorieën uit bijlagen C en D van het Besluit m.e.r.

4.2

Flora en Fauna

De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Vanuit Europa is de bescherming van (plant en dier) soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Nederland is dit beleid door vertaald in de Wet

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

20

Natuurbescherming. Beide beleidsstukken hebben tot doel om soorten en hun natuurlijke habitat te beschermen. Het beleid is abstract weergegeven en lager gelegen overheden geven hier vervolgens hadden en voeten aan.

4.2.1

Gebiedsbescherming

Door het Rijk zijn in Nederland Natura-2000 gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura-2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Naast de Natura-2000 gebieden zijn er ook de EHS-gebieden (ecologische hoofdstructuur) die worden beschermd. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de EHS, hiervoor in de plaats komt het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De uitvoering van de gebiedsbescherming is een taak van de provincies. Provincies mogen naast het NNN ook beschermde gebieden aanwijzen.

Figuur 4-1: nabijgelegen Natura 2000 gebieden.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

21

In bovenstaand figuur zijn nabij gelegen Natura-2000 gebieden weergegeven. Te zien is dat het Natura 2000 gebied Kempenland-West het meest nabij gelegen is. Het plangebied is circa 1,7km gelegen van het gebied zelf, echter maakt de beek “de Reusel” tevens deel uit van dit gebied. De Reusel is op circa 185 meter gelegen. Het plan beoogt het saneren van een intensieve veehouderij, een bedrijf met een erkend effect op het gebied van stikstof uitstoot en dus effect op Natura 2000 gebieden. Ter onderbouwing is een berekening gemaakt met het AERIUS-rekenmodel, de situatie ten tijde van de bouw van de nieuwe woning en tijdens de gebruiksfase zijn berekend. Uit beide AERIUS-berekeningen komt geen uitstoot voor nabijgelegen Natura-2000 gebieden, de berekeningen zijn als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.

Figuur 4-2: storingsfactoren woningbouw Kempenland west

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

22

Behalve gevolgen in termen van uitstoot van stikstof op gevoelige gebieden zijn er meer mogelijke verstoringen die woningbouw op soorten kan hebben, in figuur 4-2 zijn deze verstoringen weergegeven. Het plangebied is ver genoeg van het Natura 2000 gebied gelegen om dit type verstoringen uit te sluiten. Werkzaamheden zullen in de minst gevoelige periode plaatsvinden om mogelijke verstoringen verder te voorkomen. Gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Het plan voorziet in het saneren van een intensieve veehouderij met in ruil het oprichten van een ruimte-voor-ruimte kavel. Een intensieve veehouderij locatie heeft een effect op nabij gelegen Natura 2000 gebieden, bij woonbestemmingen is dit niet aan de orde. Stikstofdepositie van het plangebied op het Kempenland-West verdwijnt met de herbestemming.

4.2.2

Soortenbescherming

Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot verstoring, aantasting van broedplaatsen en vernietiging van verblijfplaatsen van beschermde soorten. Dit kan er toe leiden dat het voortbestaan van deze soorten op termijn in gevaar komt. Om dit te voorkomen beschermt de Wet natuurbescherming in het wild levende planten- en diersoorten. De mate van bescherming hangt af van de zeldzaamheid en kwetsbaarheid van de soort. De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes: -

Vogels in de zin van de Vogelrichtlijn

-

Dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en in de Europese verdragen van Bonn en Bern

-

Overige (nationaal beschermde) soorten, als bedoeld in bijlagen A en B bij de Wet natuurbescherming

De wet hanteert het ‘nee, tenzij’- principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Wel is het mogelijk om een vrijstelling of ontheffing aan te vragen. In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is per categorie bepaald welke verboden gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend. Om verstoringen ten aanzien van waarden op het gebied van gebieds- en soortenbescherming uit te kunnen sluiten is opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan flora & fauna. De uitvoering van het onderzoek is in handen gegeven van een partij met uitvoerige ervaring op dit gebied. De quickscan kent twee onderdelen: een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Tijdens het literatuuronderzoek is op basis van beschikbare bronnen in kaart gebracht welke soorten er eventueel te verwachten zijn op het plangebied en in hoeverre op het plangebied en in de directe omgeving leefgebieden aanwezig zijn voor deze en andere soorten. Tijdens het veldbezoek is ingezoomd op de aanwezige biotopen en gebouwen om vast te stellen of eerder in kaart gebrachte soorten eventueel (kunnen) verblijven op het plangebied. De onderzochte voortgroepen bestaan uit: •

Flora

•

Vogels

•

Grondgebonden zoogdieren

•

Vleermuizen

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

23

•

Amfibiën, reptielen en vissen

•

Ongewervelden/overige soorten

Voor wat vleermuizen betreft was op voorhand de verwachting het grootst dat deze eventueel een verblijfplaats in een of meerdere van de aanwezige stallen zouden kunnen hebben. De quickscan geeft aan dat er op het plangebied geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen of voor andere (beschermde) soorten aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied zijn enkele poelen aanwezig waar verwacht wordt dat salamandersoorten verblijven. Aanvullend is het volgende gesteld door de opsteller van de quick scan, projectleider ecologie: “Naar aanleiding van de beoordeling van de quickscan flora en fauna door de OMWB geef ik een reactie op de opmerkingen over aanvullend onderzoek naar de kam- en vinpootsalamander. Zoals in de quickscan flora en fauna aangegeven verwachten wij dat het planvoornemen geen negatief effect zal hebben op zowel de kam- als vinpootsalamander. Binnen het plangebied is geen geschikt landhabitat aanwezig voor deze soorten. De dichtstbijzijnde poel zou potentie kunnen hebben voor eerdergenoemde soorten. De poel is echter omgeven door intensief beheerd landbouwgebied, wat de aanwezigheid van landbouwvoertuigen (en verstoring) met zich meebrengt. De sporen van aanwezigheid van deze voertuigen rondom de poel zijn duidelijk te zien op zowel Google Earth als op de 3D-kaarten van Slagboom en Peeters (2021) en mechanische verstoring is dus op dit moment aanwezig.

Wij verwachten dat de verstoring die dergelijke machines met zich meebrengen regelmatiger en intensiever zullen zijn dan de beoogde de sloop- en bouwwerkzaamheden die plaats gaan vinden naar aanleiding van het planvoornemen. Gesteld dat de bovenstaande amfibieën er dus voorkomen, leven zij onder omstandigheden die door het planvoornemen niet substantieel negatief zullen wijzigen. Bovendien geldt de verstoring door landbouwvoertuigen in de directe omgeving van de poel hoogstwaarschijnlijk als barrière voor de bereikbaarheid van het plangebied door amfibieën. De vinpoot- als kamsalamanders komen echter zelden voor in agrarische gebieden en akkerbouwgebieden (Ravon, atlastekst Vinpootsalamander en Kamsalamander). Tevens hebben beide soorten een voorkeur voor half beschaduwde wateren (Ravon, atlastekst Vinpootsalamander en BIJ12 Kamsalamander), iets wat de aanwezige poel niet biedt. Daarnaast zal er naar aanleiding van het planvoornemen geen land- of voortplantingshabitat verloren gaan en kan er bij wijze van absolute voorzichtigheid voor gekozen worden om te werken in de minst kwetsbare periodes voor deze soorten om eventuele verstoring te voorkomen. Ten slotte heeft het planvoornemen over het algemeen een gunstig effect op de omgeving, aangezien het bestaande agrarische bedrijf wordt omgevormd tot een ruimte-voor-ruimte woning.”.

Onderdeel van de procedure is het aanleggen van een landschappelijke inpassing, de inpassing zal worden aangelegd nadat de sloop en bouwwerkzaamheden zijn afgerond. De verwachting is dat, door toepassing van gebiedseigen soorten, de inpassing ruimte zal bieden aan verschillende typen flora & fauna en daarmee eventueel tijdelijke nadelige effecten worden gecompenseerd. In artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming is een algemene zorgplicht opgenomen voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, voor bijzondere nationale natuurgebieden en voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Om

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

24

eventueel broedende vogels in en rondom het plangebied niet te verstoren dienen verstorende activiteiten plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart tot en met 15 juli), tenzij wordt aangetoond dat er tijdens deze periode geen vogels aanwezig zijn. Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de sloop- en bouwwerkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Als tijdens de werkzaamheden een beschermde soort aangetroffen wordt schrifjt de wet voor dat werkzaamheden direct gestaakt dienen te worden en de ontstane situatie beoordeeld dient te worden.

Soortenbescherming vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Vanwege de sloop van de aanwezige opstallen is opdracht gegeven tot het uitvoeren van een quickscan flora & fauna. De uitgevoerde quickscan toont aan dat er geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig zijn voor beschermde soorten. De volledige quickscan is in de bijlage van deze toelichting opgenomen. Werkzaamheden zullen buiten de kwetsbare periode van de aanwezige soorten (oktober – februari) plaatsvinden om verstoring voor broedende vogels zoveel mogelijk te voorkomen.

4.3

Cultuurhistorie en archeologie

Vanwege artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Gemeenten zullen een inventarisatie moeten (laten) maken van alle cultuurhistorische waarden in het besluitgebied, dus niet alleen van de archeologische waarden. Daarnaast moeten ze aangeven welke conclusies ze daaraan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het kader van het planvoornemen. De Rijksoverheid wil dat er in de monumentenzorg ook aandacht is voor de omgeving waarin het monument staat. Hierbij is het belangrijk dat er niet alleen aandacht voor het monument zelf is, maar ook voor de omgeving. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Momo (modernisering monumentenzorg). Belangrijkste punt uit de Momo voor onderhavig plan is dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten in de directe nabijheid van het plangebied. De provincie Noord-Brabant heeft hiertoe de cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. In 1992 is het Verdrag van Malta ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa.

Dit verdrag heeft tot doel het cultureel erfgoed wat zich in de bodem bevindt te beschermen en te behouden. Hierbij moet gedacht worden aan archeologische vondsten en resten, gebruiksvoorwerpen, restanten van oude nederzettingen en grafvelden etc. Een van de belangrijke aspecten voor onderhavig plan is het kader wat het verdrag stelt t.a.v. ruimtelijke ordening. Dit kader houdt in dat er tijdig rekening gehouden dient te worden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in de bodem. Voorafgaand aan een plan moet inzichtelijk gemaakt worden welke verwachtingen er zijn en in hoeverre rekening gehouden dient te worden met de aanwezige archeologische waarden.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

25

Figuur 4-3: Archeologische verwachtingskaart (CHW Brabant)

In bovenstaand figuur is een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart Brabant weergegeven. Het plangebied is gemarkeerd met een zwarte stip. Te zien is dat het plangebied gedeeltelijk de aanduiding ‘Archeologische landschappen’ heeft gekregen op de verwachtingskaart. Het archeologisch landschap waar het plangebied in is gelegen is de “Kempen”. De identiteit van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen het verschillend agrarisch gebruik van de gronden. Dorpen en gehuchten hebben zich van oudsher op de rand van de beekdalen gevestigd en naar de beken toe was met name grasland gelegen. De ontwikkelstrategie van de Kempen kenmerkt zich erin dat beoogd wordt om de structuren te behouden en door samenhang te ontwikkelen. De gemeente Hilvarenbeek heeft in september 2012 haar beleid op het gebied van archeologie vastgelegd en -gesteld met een archeologische beleidskaart en het document “verborgen tussen het groen”. De kaart en de bijbehorende toelichting geven voor het gehele grondgebied van de gemeente verwachtingen weer op het gebied van archeologie. De verwachtingen zijn vertaald in dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan. In onderstaand figuur is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven, het plangebied is middels een rode cirkel aangeduid.

Partiële herziening Tongerloseweg 3, Diessen

26

Figuur 4-4: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Hilvarenbeek

De groene kleur geeft een gebied met een hoge archeologische verwachting voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars weer. De toelichting bij de kaart zegt over dit gebied: “Uit deelrapport I is gebleken dat in de gemeente Hilvarenbeek een groot aantal gebieden ligt, waar uitsluitend een hoge verwachting geldt voor vindplaatsen van jager-verzamelaars. Aangezien deze vindplaatsen zich veelal direct aan het oppervlak bevinden, blijken ze in de praktijk relatief vaak te zijn verstoord. Dit is met name het geval in de bebouwde gebieden en in de gebieden die regelmatig zijn geploegd. De gemeente wil deze (vaak reeds verstoorde) gebieden dan ook vaker vrijstellen van archeologisch onderzoek” Dit beleid is tevens terug te vinden in het bestemmingsplan. Het plangebied heeft de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 2’ gekregen. De gemeente heeft een 3-tal voorwaarden gegeven, deze voorwaarden zijn hieronder weergegeven. Als deze voorwaarden van toepassing zijn dient voor de gemeente een omgevingsvergunning verleend een archeologisch rapport te worden overlegd: Artikel 22 Waarde - Archeologie 2 a.

een totale oppervlakte hebben groter dan 2.500 m², en

b.

waarvoor grond op een diepte van 0,5 m of meer onder het maaiveld, moet worden geroerd, of

c.

waarvoor grond ter plaatse van de bestemming 'Natuur' op een diepte van 0,1 m of meer onder het maaiveld, moet worden geroerd

Archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. De ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimte kavel en de herontwikkeling van het plangebied past binnen de cultuurhistorische waarden van het gebied. Voor de ontwikkeling vindt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12815758/1