09 Bestemmingsplan Herziening Inpassingsplan Recreatiepark Beekse Bergen 2023 (4a bijlagen bij de toelichting)
Tekst van het document
Inhoudsopgave
2
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Archeologisch inventariserend veldonderzoek (Rapport 4041)
5
Bijlage 2
Archeologisch inventariserend veldonderzoek (Rapport 4111)
59
Bijlage 3
Archeologisch inventariserend veldonderzoek (Rapport 4236)
193
Bijlage 4
Archeologisch vrijgegeven vlekkenkaart
443
Bijlage 5
Vooroverlegreactie
445
Bijlagen toelichting
3
4
Bijlage 1 Archeologisch inventariserend veldonderzoek (Rapport 4041)
5
Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek rapport 4041 Deelrapportage Stal 1 en 2
Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek
Deelrapportage Stal 1 en 2 Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek
J.A.G. van Rooij
2
Colofon ADC Rapport 4041 Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek, deelrapportage stal 1 en 2 Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek Auteur: J.A.G. van Rooij In opdracht van: Libéma Exploitatie B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 25 februari 2016 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: Definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: A. Müller
ISSN 1875-1067
ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033-299 81 81 Fax 033-299 81 80 Email info@archeologie.nl
3
Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Reeds uitgevoerd onderzoek 3 Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.1 Aanvullend Plan van Aanpak 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.3 Conclusies 4 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van figuren, afbeeldingen en tabellen Bijlage 1 Samenvatting reeds uitgevoerd onderzoek Bijlage 2 Advies Archeologie: Plan van Aanpak Bijlage 3 Boorgegevens
5 7 8 9 9 11 15 16 16 16 16 23 24 44
4
5
Samenvatting In opdracht van Libéma Exploitatie B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in januari 2016 een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek (afb. 1 t/m 3). Aanleiding is de voorgenomen uitbreiding van het Safaripark Beekse Bergen. Op basis van de reeds bestaande plannen zal het park aan de zuidwestzijde uitgebreid worden met een Safari Resort, met maximaal 425 lodges. Tevens zal in het centrale deel van het resort een savanne aangelegd worden en is de bouw gepland van een tweetal stallen. Deze deelrapportage behandelt alleen de bouw van de twee stallen. Op basis van het bureauonderzoek en het Plan van Aanpak werd de volgende verwachting geformuleerd:
‘Op specifieke plaatsen, op de hogere ruggen langs (voormalige) vennen en laagten: vindplaatsen van jagers/verzamelaars (vooral vuursteenconcentraties en haardplaatsen), al dan niet overstoven (periode ca 10.000 – ca 4.000 v. Chr.);
Resten van nederzettingen en grafvelden daterend uit het Neolithicum tot en met de Vroege IJzertijd (ca. 4.000 v Chr. – ca 500 v Chr.). Het betreft dan naast vondsten als vuursteen en aardewerk ook sporen van gebouwen en andere structuren.
Afvaldumps gerelateerd aan bewoning en ecologische relevante afzettingen (veen) in vennen en depressies.
Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend en mogelijk karterend booronderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek van stal 1 bleek dat de natuurlijke ondiepe ondergrond tot de diepst geboorde diepte van 230 cm –mv uit dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) bestaat. Het dekzand wordt plaatselijk doorsneden door meerdere zwak tot sterk zandige en lichtgrijsoranje leemlagen. Vanwege het voorkomen van diverse leemlagen, werd het dekzand geïnterpreteerd als Oud Dekzand. Het dekzand wordt vanaf gemiddeld 35 tot 45 cm –mv met een scherpe grens afgedekt door een omgewerkte laag grond. Hierop zijn vervolgens weer meerdere heterogene pakketten aanwezig. De bovenste 8 cm wordt gevormd door de bouwvoor en de strooisellaag. Op basis van het verkennend booronderzoek ter hoogte van stal 1 is besloten om geen vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek, aangezien geen karteerbaar oppervlak meer aanwezig is. Het verkennend booronderzoek heeft tevens aangetoond dat binnen het plangebied een geheel omgewerkt bodemprofiel aanwezig is; van een intact bodemprofiel is geen sprake meer. De kans dat in het plangebied intacte archeologische resten aanwezig zijn, wordt klein geacht.
De natuurlijke ondiepe ondergrond ter hoogte van Stal 2 bestaat tevens uit Oud Dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). In de boringen 7 en 9 t/m 12 (verricht in de open plek in het bos) wordt het dekzand vanaf minimaal 80 en maximaal 155 cm –mv met een scherpe grens afgedekt door meerdere heterogene pakketten omgewerkte grond. In het zuidwestelijke deel is echter een afwijkende bodemopbouw aangetroffen. Hier heeft zich in het dekzand een volledig intacte veldpodzolbodem ontwikkeld; het werd afgedekt door stuifzand. In dit deel konden op basis van het verkennend booronderzoek nog steeds archeologische resten verwacht worden. Op de overige locaties (open plek in het bos), is de bodem dermate verstoord dat geen intacte archeologische resten meer aanwezig zullen zijn. Om de verwachting in het zuidwestelijke deel van stal 2 te toetsen, is besloten om vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek. Conform het Plan van Aanpak zijn de boringen in een 8 x 10 m boorgrid geplaatst en verricht met tweemaal een 12 cm Edelmanboor. De gehele podzolbodem is vervolgens laagsgewijs bemonsterd en gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 x 3 mm. In geen enkele boring zijn indicatoren aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
6
Gezien de resultaten van het verkennend en karterend booronderzoek, adviseert ADC ArcheoProjecten om de plangebieden stal 1 en stal 2 vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode
Afkorting
Tijd in jaren
Nieuwe tijd
NT
1500 - heden
Middeleeuwen:
XME
450 – 1500 na Chr.
Late Middeleeuwen
LME
Vroege Middeleeuwen
VME
Romeinse tijd:
ROM
1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.
Laat-Romeinse tijd
ROML
270 - 450 na Chr.
Midden-Romeinse tijd
ROMM
70 - 270 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd
ROMV
12 voor Chr. - 70 na Chr.
IJzertijd:
IJZ
Late IJzertijd
IJZL
250 - 12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
IJZM
500 - 250 voor Chr.
Vroege IJzertijd
IJZV
Bronstijd:
BRONS
Late Bronstijd
BRONSL
800 – 12 voor Chr.
800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 1100 - 800 voor Chr.
Midden-Bronstijd
BRONSM
1800 - 1100 voor Chr.
Vroege Bronstijd
BRONSV
2000 - 1800 voor Chr.
Neolithicum (Jonge Steentijd):
NEO
Laat-Neolithicum
NEOL
2850 - 2000 voor Chr.
Midden-Neolithicum
NEOM
4200 - 2850 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum
NEOV
Mesolithicum (Midden-Steentijd):
MESO
5300 – 2000 voor Chr.
5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.
Laat-Mesolithicum
MESOL
6450 - 4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
MESOM
7100 - 6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
MESOV
8800 - 7100 voor Chr.
Paleolithicum (Oude Steentijd):
PALEO
Laat-Paleolithicum
PALEOL
35.000 - 8800 voor Chr.
Midden-Paleolithicum
PALEOM
300.000 – 35.000 voor Chr.
Vroeg-Paleolithicum
PALEOV
tot 300.000 voor Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
tot 8800 voor Chr.
7
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Libéma Exploitatie B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in januari 2016 een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek (afb. 1 t/m 3). Aanleiding is de voorgenomen uitbreiding van het Safaripark Beekse Bergen. Op basis van de reeds bestaande plannen zal het park aan de zuidwestzijde uitgebreid worden met een Safari Resort, met maximaal 425 lodges. Tevens zal in het centrale deel van de resort een savanne aangelegd worden en is de bouw gepland van een tweetal stallen. Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg, die onderdeel uitmaakt van de Monumentenwet, moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmings- en/of inpassingsplan. In het vigerende inpassingsplan Recreatiepark Beekse Bergen, dat op 30 maart 2012 door de provincie Noord-Brabant is vastgesteld, heeft het plangebied de Waarde Archeologie 1.1 Volgens de hierin opgenomen bouwregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij plangebieden groter dan 2.500 m2, waarbij de bodem dieper dan 30 cm verstoord wordt.
Op de archeologische verwachtingskaart betreft dit een zone met een middelhoge verwachting.2 Ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 3.3).3 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Hilvarenbeek heeft voor zover bekend echter geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek. Wel is ten behoeve van het onderzoek een Plan van Aanpak opgesteld.4 Voor het overige is het onderzoek is gebaseerd op de criteria die in de KNA staan geformuleerd. De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: Opdrachtgever:
Libéma Exploitatie B.V. S. van den Boogaart Postbus 142 AC Rosmalen
Namens de opdrachtgever
Kragten B.V. P.P.J.M. van den Akker Postbus 14 6040 AA Roermond
Adviseur namens de opdrachtgever
ArchAeO B.V., Archeologische Advisering en Ondersteuning F.P. Kortlang Rapelenburglaan 9 5654 AP Eindhoven
Fasen AMZ-cyclus:
Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een
Aanleiding:
Uitbreiding Safaripark Beekse Bergen
Plaats:
Hilvarenbeek
verkennend en karterend booronderzoek
Gemeente:
Hilvarenbeek
Provincie:
Noord-Brabant
1
http://www.ruimtelijkeplannen.nl/
2
Peeters 2012.
3
SIKB 2013.
4
Kortlang 2015.
8
Kadastrale gegevens:
Stal 1: Kadastrale gemeente Hilvarenbeek, sectie A, perceelnummer 1911 (ged.) Stal 2: Kadastrale gemeente Hilvarenbeek, sectie A, perceelnummer 1994 (ged.)
Kaartblad:
50F
Oppervlakte plangebied
Stal 1: 4.495 m
2
Stal 2: 3.740 m
2
Coördinaten:
Stal 1: 136.004 / 392.121; 136.064 / 392.077; 136.100 / 392.125; 136.040 / 392.170. Stal 2: 136.001 / 391.641; 136.063 / 391.641; 136.063 / 391.702; 136.001 / 391.701.
Bevoegde overheid:
Gemeente Hilvarenbeek
Deskundige namens de bevoegde overheid:
Onbekend
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer (CIS-code):
Stal 1: 3985925100
ADC-projectcode:
4170724
Stal 2: 3985933100 Auteur:
J.A.G. van Rooij
Veldmedewerker
J.A.G. van Rooij
Autorisatie:
A.M. Muller F.P. Kortlang
Autorisatie namens de opdrachtgever5
ArchAeO B.V., Archeologische Advisering en Ondersteuning
2
Periode van uitvoering:
Januari en februari 2016
Beheer en plaats documentatie:
ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort
Beheer en plaats digitale documentatie (e-depot):
http://dx.doi.org/10.5072/dans-zqg-ydhn
Reeds uitgevoerd onderzoek In 2010 is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek verschenen.6 Een samenvatting van de resultaten van dit onderzoek bevinden zich in bijlage 1. Naar aanleiding van dit onderzoek is in 2015 een advies archeologie: Plan van Aanpak opgesteld waarin is gekozen om stapsgewijs vervolgonderzoek uit te laten voeren door middel van een verkennend en mogelijk vervolgens een karterend booronderzoek (Bijlage 2).7 Het Plan van Aanpak geldt niet alleen als richtlijn voor het onderhavige onderzoek, maar voor alle toekomstige onderzoeken ten behoeve van de Safari Resort Beekse Bergen.
5
Op 9 februari 2016 is het rapport getoetst door de adviseur namens de opdrachtgever en akkoord bevonden.
6
Meurs, et al. 2010.
7
Kortlang 2015.
9
3
Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) 3.1
Aanvullend Plan van Aanpak
3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserende veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting. Tevens is de strategie voor het veldonderzoek afgestemd op het reeds verschenen Advies Archeologie, Plan van Aanpak8 Op 21 oktober 2015 werd een aanvullend Plan van Aanpak opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek werd vastgelegd.9 In lijn met de conclusie naar aanleiding van de gespecificeerde verwachting en het adviesdocument archeologie, is gekozen voor een verkennend en karterend booronderzoek. Met het verkennende booronderzoek zal de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan bepaald worden.
Het leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? In hoeverre is deze opbouw nog intact? Kan binnen het plangebied de Allerød-laag worden aangetoond? Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het karterende booronderzoek heeft als doel het plangebied systematisch te onderzoeken op het voorkomen van één of meerdere typen archeologische vindplaatsen.
Het leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: Zijn er indicatoren aangetroffen die verband houden met het verwachte type archeologische vindplaatsen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?
8
Ibid.
9
Huizer & Muller 2015.
10
3.1.2 Uitvoeringsplan veldwerkzaamheden Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen is de volgende onderzoeksmethode toegepast: Aantal boringen:
Verkennende fase
2
Stal 1: zes (oppervlakte 4.495 m ) 2
Stal 2: zes (oppervlakte 3.740 m )
Karterende fase
Stal 1: maximaal 53
10
Stal 2: maximaal 5111 Boorgrid:
Verkennende fase
Karterende fase
Verspreid over het plangebied In raaien met onderlinge boorafstand van 10 m, afstand tussen de raaien is 8 m.
Diepte boringen
Verkennende fase
Minimaal 30 cm in de C-horizont van het dekzand, circa 120 cm -mv. 30% van de boringen zal worden doorgezet tot maximaal 400 cm –mv om de mogelijke aanwezigheid van de Allerødlaag aan te tonen.
Karterende fase
Afhankelijk van de diepteligging van het potentieel archeologisch relevant niveau.
Boormethode:
Verkennende fase
Edelmanboor met diameter 7cm en guts met diameter 3cm
Karterende fase
Tweemaal Edelmanboor met diameter 12 cm
Bemonstering:
Verkennende fase
Versnijden en verbrokkelen
Karterende fase
Zeven over een zeef met een maaswijdte 3 x 3 mm
Profielput
Per stal wordt één profielput van 50 cm x 50 cm verricht. De maximale diepte bedraagt 80 cm.
De methode van het karterend booronderzoek is gebaseerd op Rapportage Archeologische Monumentenzorg 197: ‘Optimale strategieën voor het opsporen van Steentijdvindplaatsen met behulp van boordonderzoek. Een statistisch perspectief.’ De gekozen strategie heeft een betrouwbaarheid van 75% voor het opsporen van vindplaatsen met een vondststrooiïng van overwegend vuursteen, een lage vondstdichtheid (40-80 per m2) en een oppervlakte van 200-1000 m2. Vindplaatsen met een lage vondstdichtheid, een kleinere omvang, alsmede lineaire vindplaatsen en puntelementen kunnen hiermee niet worden gekarteerd.12 De bodemtextuur en archeologische indicatoren worden beschreven volgens SBB 5.1 van het NITG-TNO waarin ondermeer de standaard classificatie van bodemmonsters volgens NEN5104 wordt gehanteerd.13 De X- en Y-coördinaten worden ingemeten met een GPS met een nauwkeurigheid van 2 m. De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald aan de hand van AHN-beelden. In elk van de stallen wordt op een representieve locatie een profielputje gegraven van 50 x 50 cm in ieder geval tot minstens 30 cm in de C-horizont. De bodem in de putjes wordt uitgezeefd in lagen van 25 cm. De bodemopbouw van de profielputjes wordt bodemkundig en lithologisch beschreven.14 3.1.3 Monsternameplan Relevante archeologische indicatoren zullen worden bemonsterd en indien mogelijk worden gedetermineerd.
10
Het daadwerkelijke aantal boringen in de karterende fase is afhankelijk van de resultaten van het verkennend booronderzoek.
11
Het daadwerkelijke aantal boringen in de karterende fase is afhankelijk van de resultaten van het verkennend booronderzoek.
12
Verhagen et al 2011.
13
Bosch 2005; Normalisatie-Instituut 1989.
14
Kortlang 2015.
11
3.2
Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O)
3.2.1 Veldinspectie Plangebied stal 1 De beoogde stal 1 bevindt zich ten noorden van de camping van de Beekse Bergen en juist ten zuiden van de autosafari, nabij de uitgang. De locatie van de beoogde stal is uitgezet door middel van een meetlint. Het plangebied zelf is bebost gebied.
Figuur 1: overzicht van plangebied stal 1, genomen vanuit het noordwestelijke deel, richting het zuidoosten.
Plangebied stal 2 Het plangebied bevindt zich ten noorden van de Kommerstraat en betreft, met uitzondering van het zuidwestelijke deel, een open plek in het bos. Er groeit voornamelijk gras en het lijkt geëgaliseerd te zijn. Het zuidwestelijke deel bevindt zich in het bos. Dit deel is tevens relatief reliëfrijk.
Figuur 2: Overzicht van plangebied stal 2, genomen vanaf het zuidelijke deel (tegen de bosrand) richting het noorden.
12
3.2.2 Lithologische beschrijving en interpretatie stal 1 (boringen 1 t/m 6) De locatie van de boringen is weergeven in afb. 4. De boorgegevens worden gepresenteerd in Bijlage 3. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondiepe ondergrond tot de diepst geboorde diepte van 230 cm –mv uit zwak siltig, kalkloos dekzand (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel) bestaat. Het zand is lichtoranjegrijs of lichtbruingrijs van kleur en vertoont gley-verschijnselen. De korrels zijn redelijk tot goed gesorteerd, de mediaan van de zandfractie valt in de klasse 105-150 µm (zeer fijn). Het dekzand wordt plaatselijk doorsneden door meerdere zwak tot sterk zandige en lichtgrijsoranje leemlagen. Vanwege het voorkomen van de diverse leemlagen, wordt het dekzand geïnterpreteerd als Oud Dekzand. Het dekzand wordt vanaf gemiddeld 35 tot 45 cm –mv met een scherpe grens afgedekt door een maximaal 5 cm dikke laag zwak siltig, zeer fijn, kalkloos en donkergrijs zand, dat geïnterpreteerd wordt als een omgewerkte laag grond. Hierop zijn vervolgens weer meerdere heterogene pakketten overwegend zwak siltig, zeer fijn en lichtbruin tot bruingrijs overwegend lemig zand, met grijze en bruine vlekken. De bovenste 8 cm wordt gevormd door de bouwvoor en de strooisellaag. Profielputje
Figuur 3: profielputje stal 1
De opbouw van de bodem in het profielputje is consistent met de verrichte boringen; vanaf 50 cm – mv en dieper bevindt zich zeer fijn, zwak siltig en lichtgeelgrijs zand, dat overwegend lemig is en gley-verschijnselen vertoont. Hierop is een scherpe grens zichtbaar naar een 3 cm dik humeus laagje, dat vervolgens weer wordt afgedekt door een heterogeen pakket opgebrachte en/of
13
omgewerkte grond. De bovenste 8 cm wordt gevormd door een A-horizont en vervolgens de strooisellaag (O-horizont). In het plangebied is een tweetal boringen dieper verricht om de eventuele aanwezigheid van een Allerød-laag in het Jonge Dekzand aan te tonen. Het aangeboorde dekzand betreft echter Oud Dekzand; van een Allerød-laag kan in het plangebied derhalve geen sprake zijn. De boringen zijn daarom met name bedoeld om de diepere bodemopbouw te bepalen. Tevens is getracht om de Laag van Beuningen15 te bereiken, maar dit niveau is tot 230 cm –mv niet aangetroffen. Op basis van het verkennend booronderzoek is besloten om geen vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek, aangezien geen karteerbaar oppervlak meer aanwezig is. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat binnen het plangebied een geheel omgewerkt bodemprofiel aanwezig is; van een intact bodemprofiel is geen sprake meer. De kans dat in het plangebied intacte archeologische resten aanwezig zijn, wordt klein geacht. Wel kunnen nog diep ingegraven archeologische sporen (zoals waterputten en -kuilen) aanwezig zijn, maar die kans wordt niet groot geacht. 3.2.3 Lithologische beschrijving en interpretatie stal 2 (boringen 7 t/m 12 verkennend en 13 t/m 20 karterend) De locatie van de boringen is weergeven in afb. 5. De boorgegevens worden gepresenteerd in Bijlage 1.
De natuurlijke ondiepe ondergrond bestaat tot de diepst geboorde diepte van 290 cm –mv uit zwak siltig, kalkloos dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het zand is lichtoranjegrijs of lichtbruingrijs van kleur en vertoont gley-verschijnselen. De korrels zijn redelijk tot goed gesorteerd, de mediaan van de zandfractie valt in de klasse 105-150 µm (zeer fijn). Het dekzand wordt plaatselijk doorsneden door meerdere zwak tot sterk zandige en lichtgrijsoranje leemlagen. Vanwege het voorkomen van de leemlagen, wordt het dekzand geïnterpreteerd als Oud Dekzand. In de boringen 7 en 9 t/m 12 (verricht in de open plek in het bos) wordt het dekzand vanaf minimaal 80 en maximaal 155 cm –mv met een scherpe grens afgedekt door meerdere heterogene pakketten zwak siltig, overwegend humeus en matig fijn zand, dat een zeer gevlekt karakter heeft. deze pakketten betreffen omgewerkte en mogelijk deels opgebrachte lagen zand. De bovenste 20 tot 30 cm wordt gevormd door de bouwvoor.
15
De Laag van Beuningen is een grindrijke laag, gevormd in het koudste en droogste deel van het Pleniglaciaal en bevindt zich
tussen het Oud Dekzand I en Oud Dekzand II.
14
Figuur 4: Boring 9
Ter hoogte van boring 8 (in het bos, zuidwestelijke deel van het plangebied) is een afwijkende bodemopbouw aangetroffen. Hier is vanaf 115 cm –mv en dieper dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) aangetroffen. In het dekzand heeft zich een volledig intacte veldpodzolbodem ontwikkeld, waarvan de top uit een circa 10 cm dikke humushoudende laag zwak siltig, zeer fijn zand met een donkergrijze kleur (Ab-horizont) bestaat. Deze gaat naar beneden tot over naar 5 cm dikke en lichtgrijze uitspoelingshorizont (E-horizont), die vervolgens over gaat naar een bruin gekleurde en humusinspoelingshorizont (Bh-horizont). De B-horizont gaat zeer geleidelijk over in lichtoranjegele dekzand (C-Horizont). De podzolbodem wordt afgedekt door matig fijn, zwak siltig en lichtbruingrijs stuifzand. De bovenste 20 wordt gevormd door de A-horizont en de strooisellaag. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat in het zuidwestelijke deel het dekzandoppervlak intact is en in verleden voldoende ontwaterd was, waardoor in principe bewoning mogelijk was. Op de overige locaties (open plek in het bos), is de bodem dermate verstoord dat geen intacte archeologische resten meer aanwezig zullen zijn. Om de verwachting in het zuidwestelijke deel te toetsen, is besloten om vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek (boringen 13 t/m 20; afb. 6).
Conform het Plan van Aanpak, zijn de boringen in een 8 x 10 m boorgrid geplaatst en verricht met tweemaal een 12 cm Edelmanboor. De gehele podzolbodem is vervolgens laagsgewijs bemonsterd en gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 x 3 mm. In geen enkele boring zijn indicatoren aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. In het plangebied is geen profielputje gegraven vanwege het feit dat de C-horizont dieper aanwezig was dan 80 cm –mv.
15
3.3
Conclusies
De in paragraaf 3.1.1 gestelde onderzoeksvragen kunnen op basis van de bereikte resultaten als volgt worden beantwoord: Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? In de diepere ondergrond van de plangebieden is Oud Dekzand aanwezig (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Alleen in het zuidwestelijke deel van stal 2 heeft zich in het dekzand een veldpodzolbodem ontwikkeld, afgedekt door stuifzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk). In de overige boringen is de bodem dusdanig omgewerkt, dat van een natuurlijke bodemopbouw geen sprake meer is.
In hoeverre is deze opbouw nog intact? Alleen in het zuidwestelijke deel van stal 2 zijn intacte veldpodzolgronden, afgedekt door stuifzand. Op de overige locaties is de bodem tot in de C-horizont omgewerkt; van een natuurlijke bodemopbouw is hier geen sprake.
Kan binnen het plangebied de Allerød-laag worden aangetoond? In de plangebieden bevindt zich geen Jong Dekzand, dus de Allerød-laag zal niet aanwezig zijn.
Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Alleen in het zuidwestelijke deel van stal 2 zijn intacte dekzandafzettingen aangetroffen. Deze worden gezien als archeologisch relevant.
Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? De top van het dekzand bevindt zich in het zuidwestelijke deel van stal 2 op een diepte van 115 cm –mv, oftewel 16,5 m +NAP. Het maaiveld bevindt zich derhalve op 17,65 m +NAP
Zijn er indicatoren aangetroffen die verband houden met het verwachte type archeologische vindplaatsen? Nee, tijdens de karterende fase ter hoogte van stal 2 zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Niet van toepassing Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Niet van toepassing Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? Niet van toepassing
In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Op basis van het verkennend en deels karterend booronderzoek ter hoogte van stallen 1 en 2 kan de archeologische verwachting naar beneden worden bijgesteld.
In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? De kans dat de toekomstige planontwikkeling zal resulteren in bedreiging van archeologische waarden, wordt klein geacht, aangezien het onderzoek heeft aangetoond dat de kans op intacte archeologische resten klein is.
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Stallen 1 en 2 worden als voldoende onderzocht beschouwd.
16
4
Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om de plangebieden stal 1 en stal 2 vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
Literatuur Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Huizer, J. & A. Muller, 2015 Plan van Aanpak; Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek (IVO-O), een karterend en waarderend proefputtenonderzoek (IVO-P).ADC ArcheoProjecten, Amersfoort. Kortlang, F.P., 2015: Advies archeologie II: Plan van Aanpak Verkennend en Karterend booronderzoek Safari Resort Beekse Bergen (Hilvarenbeek). ArchAeO, Eindhoven. Meurs, F.A., van, J. Ras & L.R. van Wilgen, 2010: Archeologisch Bureauonderzoek Plangebied Beekse Bergen, Hilarenbeek, Gemeente Hilvarenbeek. SOB Research, Heinoord (Projectnummer 1533-0809). Nederlands Normalisatie-Instituut, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Peeters, M.M., 2012: Verborgen tussen het groen; een archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de gemeente HIlvarenbeek. Weesp (RAAP-Rapport 2450). SIKB, 2013: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems, versie 3.3. Gouda). Verhagen, J.W.H.P., E, Rensink, M. Bats & Ph. Crombé, 2011: Optimale strategieën voor het opsporen van Steentijdvindplaatsen met behulp van boornderzoek. Een statischtisch perspectief.Rapportage Archeologische Monumentenzorg 197, Amersfoort.
Geraadpleegde websites http://ahn.geodan.nl/ahn http://www.ruimtelijkeplannen.nl
Lijst van figuren, afbeeldingen en tabellen Figuur 1 Overzicht van plangebied stal 1, genomen vanuit het noordwestelijke deel, richting het zuidoosten. Figuur 2 Overzicht van plangebied stal 2, genomen vanaf het zuidelijke deel (tegen de bosrand) richting het noorden Figuur 3 Profielputje stal 1 Figuur 4 Boring 9 Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Toekomstige situatie Safari Resort Beekse Bergen (afbeelding vervaardigd door Kragten) Afb. 3 Detailkaart Safari Resort Beekse Bergen met de begrenzingen van de stallen (ondergrond vervaardigd door Kragten) Afb. 4 Boorpuntenkaart en locatie profielputje Stal 1, verkennende fase Afb. 5 Boorpuntenkaart Stal 2, verkennende fase Afb. 6 Boorpuntenkaart Stal 2, karterende fase Tabel 1 Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Tabel 2 Archeologische indicatoren en vondsten
17
Afb. 1 Locatie van het plangebied
18
Afb. 2 Toekomstige situatie Safari Resort Beekse Bergen (afbeelding vervaardigd door Kragten)
19
Afb. 3 Detailkaart Safari Resort Beekse Bergen met de begrenzingen van de stallen (ondergrond vervaardigd door Kragten)
20
Afb. 4 Boorpuntenkaart en locatie profielputje Stal 1, verkennende fase
21
Afb. 5 Boorpuntenkaart Stal 2, verkennende fase
22
Afb. 6 Boorpuntenkaart Stal 2, karterende fase
23
Bijlage 1 Samenvatting reeds uitgevoerd onderzoek
24
Bijlage 2 Advies Archeologie: Plan van Aanpak
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
x coördinaat (m)
136.020 392.130 14.4
136.046 392.144 14.5
136.039 392.117 14.5
nummer
1
2
3
220
180
35
180
165
8
165
120
8
120
80
5
80
50
5
50
45
0
45
20
120
70
20
70
40
8
40
15
8
15
0
5
bovengrens (cm onder mv)
0
ondergrens (cm onder mv)
5
bijmenging
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zandmediaan zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zand zwak siltig
zeer fijn
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zwak humeus
zand zwak siltig
leem zwak zandig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig
grondsoort
maaiveldhoogte (m) NAP
y coördinaat (m)
Bijlage 3 Boorgegevens stal 1 en 2
donker-bruin
kleur licht-bruin-grijs
donker-bruin-grijs
donker-bruin
licht-oranje-grijs
licht-oranje-grijs
licht-bruin-oranje
licht-grijs-geel
licht-grijs-geel
donker-grijs
licht-grijs
licht-grijs-oranje
bruin
licht-grijs
licht-oranje-geel
bruin-grijs
bruin
O-horizont
Bodemhorizonten en interpretatie Opgebrachte/ omgewerkte grond
A-horizont
O-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
A-horizont;
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
A-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
A-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
overig spoor roestvlekken
niet dieper ivm grondwater spoor roestvlekken
spoor roestvlekken
spoor roestvlekken
weinig leemlagen
weinig grijze vlekken
spoor roestvlekken
weinig roestvlekken
weinig grijze en donker-grijze vlekken;humusbrokken;basis scherp
44
x coördinaat (m)
136.064 392.130 14.6
136.057 392.103 14.6
136.082 392.116 14.7
nummer
4
5
6
230
130
10
130
95
35
95
70
0
70
45
10
45
120
75
10
75
40
10
40
35
5
35
8
5
8
0
5
0
120
65
5
40
65
bovengrens (cm onder mv)
35
ondergrens (cm onder mv)
40
grondsoort zand zwak siltig;zwak humeus
bijmenging
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zandmediaan zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zand zwak siltig
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig
leem sterk zandig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig;zwak humeus
sterk humeus
zand zwak siltig
leem sterk zandig
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
matig humeus
zand zwak siltig
zand zwak siltig
kleur licht-bruin-grijs
grijs-bruin
grijs
licht-grijs-oranje
licht-grijs-bruin
licht-bruin-grijs
bruin-grijs
donker-bruin-grijs
donker-bruin
licht-grijs-oranje
licht-grijs-oranje
donker-grijs
bruin-grijs
donker-grijs
donker-bruin
licht-bruin-grijs
licht-oranje-grijs
donker-grijs
Opgebrachte/omgewerkte grond
Bodemhorizonten en interpretatie Opgebrachte/omgewerkte grond
A-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
O-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
A-horizont
O-horizont
C-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
basis scherp
overig spoor grijze vlekken;omgewerkte grond;spoor leemlagen
spoor grijze vlekken
spoor plantenresten;spoor leemlagen;nietm dieper ivm gw
spoor roestvlekken
spoor roestvlekken
veel grijze vlekken;basis scherp
spoor leemlagen; weinig roestvlekken
weinig roestvlekken
weinig grijze vlekken
weinig bruine en grijze vlekken
spoor roestvlekken
45
maaiveldhoogte (m) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
136.011 391.688 15.5
136.012 391.651 17.6
136.026 391.669 15.8
nummer
7
8
9
130
145
150
190
125
130
145
150
10
125
115
0
115
20
130
95
20
95
85
0
70
85
70
55
30
55
30
100
85
10
85
45
0
45
bovengrens (cm onder mv)
10
ondergrens (cm onder mv)
35
bijmenging
grondsoort
zandmediaan zeer fijn
zeer fijn
licht-grijs
licht-grijs-oranje
licht-oranje-grijs
kleur
matig fijn bruin-grijs matig fijn bruin-grijs
zeer fijn
zeer fijn licht-grijs-geel
grijs-bruin
matig fijn licht-bruin-grijs
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
licht-oranje-geel
oranje-bruin
donker-bruin
licht-wit-grijs
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-grijs-bruin
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig
donker-grijs
matig fijn licht-bruin-grijs
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-grijs-bruin
zand zwak siltig
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-grijs-bruin
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-grijs-bruin
leem sterk zandig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
Bodemhorizonten en interpretatie A-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
BC-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Bh-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
E-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Ab-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
AO-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
C-horizont
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
Opgebrachte/omgewerkte grond
A-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
overig spoor roestvlekken
weinig grijze vlekken;
weinig plantenresten;
weinig bruine vlekken
weinig grijze vlekken
weinig grijze vlekken
spoor zandlagen
weinig roestvlekken
spoor roestvlekken
46
maaiveldhoogte (m) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
136.041 391.688 15.5
136.040 391.651 15.6
136.054 391.669 15.4
nummer
10
11
12
grondsoort
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
licht-grijs
oranje
licht-grijs-oranje
matig fijn bruin-grijs zeer fijn
geel-oranje
130
155
220
80
130
155
200
80
160
155
160
20
zand zwak siltig
155
130
20
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-bruin-grijs
130
zeer fijn
licht-grijs-geel
matig fijn bruin-geel
matig fijn donker-grijs-bruin
matig fijn donker-grijs
matig fijn donker-grijs
zand zwak siltig
zeer fijn
licht-grijs-oranje
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-bruin-grijs
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-grijs-bruin
zand zwak siltig
zand zwak siltig;zwak humeus
matig fijn licht-grijs
55
zand zwak siltig
55
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-grijs-bruin
zand zwak siltig
35
0
omgewerkte grond
A-horizont
C-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
omgewerkte grond
omgewerkte grond
omgewerkte grond
Bodemhorizonten en interpretatie Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
omgewerkte grond
omgewerkte grond
omgewerkte grond
A-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
omgewerkte grond
omgewerkte grond
omgewerkte grond
omgewerkte grond
A-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-zwart-grijs omgewerkte grond
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-bruin-grijs
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-grijs-bruin
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-bruin-grijs
matig fijn grijs-bruin
zandmediaan
35
180
145
bijmenging
zand zwak siltig;zwak humeus
kleur
0
145
130
290
240
130
240
210
90
210
145
90
145
80
0
35
80
bovengrens (cm onder mv)
10
ondergrens (cm onder mv)
35
overig spoor leemlagen
weinig grijze vlekken
spoor baksteen;weinig grijze vlekken
spoor plantenresten
spoor roestvlekken
weinig gele vlekken
weinig grijze vlekken
weinig bruine vlekken
spoor roestvlekken
weinig grijze vlekken
weinig grijze vlekken
Niet dieper ivm grondwater
veel roestvlekken
spoor leemlagen; spoor roestvlekken
weinig grijze vlekken
weinig grijze vlekken
47
maaiveldhoogte (m) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
136.002 391.659
136.003 391.643 17.6
136.010 391.657 17.1
136.007 391.651 17.5
nummer
13
14
15
16
20
170
20
110
85
0
85
60
130
95
60
95
70
0
70
160
135
20
135
110
20
110
0
20
20
270
bovengrens (cm onder mv)
0
ondergrens (cm onder mv)
220
bijmenging
grondsoort
zandmediaan zeer fijn
licht-geel-grijs
kleur
zeer fijn
zand zwak siltig
licht-bruin-grijs
grijs
grijs
licht-bruin-grijs
donker-bruin-grijs
donker-grijs
zeer fijn
licht-grijs-bruin
donker-bruin-grijs
matig fijn licht-bruin-grijs
matig fijn bruin-grijs
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
licht-bruin-grijs
matig fijn licht-bruin-grijs
zeer fijn
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-bruin-grijs
zand zwak siltig
Bodemhorizonten en interpretatie Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
A-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
A-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
A-horizont
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
A-horizont
Cg-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
overig B-BC-C-horizont bemonsterd
A-E-Bh-horizont bemonsterd
E-B-BC-C-horizont bemonsterd
A-E-horizont bemonsterd
spoor grijze vlekken
matig grote spreiding
B-BC-C-horizont bemonsterd
A-E-B-horizont bemonsterd
spoor grijze vlekken
Niet dieper ivm grondwater
48
maaiveldhoogte (m) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
136.013 391.643 17.1
136.013 136.017 18.4
136.023 391.643 17.7
136.032 391.643 18.3
nummer
17
18
19
20
0
55
140
80
170
145
80
145
120
20
120
45
20
45
25
0
25
180
155
0
155
130
220
195
130
195
bovengrens (cm onder mv)
0
ondergrens (cm onder mv)
170
bijmenging
grondsoort
zandmediaan
licht-bruin-grijs
grijs
grijs
matig fijn licht-bruin-grijs
matig fijn bruin-grijs
zeer fijn
zeer fijn
zeer fijn
kleur licht-bruin-geel
licht-bruin-geel
matig fijn bruin-grijs
matig fijn bruin-grijs
zeer fijn
zeer fijn
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
licht-bruin-grijs
matig fijn bruin-grijs
matig fijn licht-grijs-geel
zeer fijn
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn donker-bruin-grijs
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig;matig humeus matig fijn bruin-grijs
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
zand zwak siltig
Bodemhorizonten en interpretatie O-horizont
C-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
C-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
O-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
A-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
AO-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
A-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
overig weinig grijze bruine en gele vlekken; basis scherp
weinig plantenresten;oa-hor, geen vondsten;basis scherp
B-BC-C-horizont
A-E-Bh-horizont
weinig bruine vlekken
weinig grijze en bruine vlekken;veel plantenresten;
B-BC-C-horizont
A-E-Bh-horizont
stuif
B-BC-C-horizont bemonsterd
A-E-B-horizont bemonsterd
49
maaiveldhoogte (m) NAP
y coördinaat (m)
maaiveldhoogte (m) NAP
y coördinaat (m)
x coördinaat (m)
nummer
Profiel stal 1 136066 392125 14.5
52
100
50
52
zeer fijn zeer fijn
zand zwak siltig
zeer fijn
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
zand zwak siltig;zwak humeus
zand zwak siltig
25
50
8
25
zand zwak siltig;matig humeus zeer fijn
O-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
C-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
C-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Bodemhorizonten en interpretatie Omgewerkte grond Omgewerkte grond
licht-grijs-oranje
C-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
donker-zwart-grijs Omgewerkte grond
bruin-grijs
bruin-oranje
donker-zwart-grijs A-horizont; Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
donker-bruin
matig fijn licht-grijs-geel
8
zwak humeus
zand zwak siltig
kleur
matig fijn licht-grijs-geel
5
140
bovengrens (cm onder mv)
80
grondsoort zand zwak siltig
bijmenging
5
80
zandmediaan
0
ondergrens (cm onder mv)
55
spoor roestvlekken
overig spoor leemlagen; weinig roestvlekken
basis scherp
weinig grijze vlekken en bruine vlekken;spoor plantenresten
50
58
Bijlage 2 Archeologisch inventariserend veldonderzoek (Rapport 4111)
59
Gemeente Hilvarenbeek Ingekomen:23-1Q-2016
Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek
Rapportage
deelgebieden
Savanne
en gracht
en
Grafheuvels
Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek
J . Huizer
G
> CD
CD
O
Behoort bij besluit van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hilvarenbeek van
30-1-2017 Namens dezen, Afdelingshoofd Ruimte 20160557
2
Colofon
ADC Rapport 4111 Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek, rapportage deelgebieden Savanne en gracht en Grafheuvels Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek Auteur: J. Huizer In opdracht van: Libéma Exploitatie B.V. © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 18 juli 2016 Foto's en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: definitief Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Autorisatie: A. Muller ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033-299 81 81 Fax 033-299 81 80 Email info@archeologie.nl
3
Inhoudsopgave 1 2 3
Inleiding en administratieve gegevens 6 Reeds uitgevoerd onderzoek 8 Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Savanne en gracht 9 3.1 Aanvullend Plan van Aanpak 9 3.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Savanne en gracht 11 3.3 Conclusies 17 4 Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Grafheuvels 19 4.1 Aanvullend Plan van Aanpak 19 4.2 Resultaten Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Grafheuvels 21 4.3 Conclusies naar aanleiding van het verkennende booronderzoek en profielputten in deelgebied Grafheuvels 27 5 Aanbeveling 28 Literatuur 28 Geraadpleegde websites 29 Lijst van figuren, afbeeldingen, tabellen en bijlagen 29 Bijlage 1 Boorpuntenkaart Savanne, Gracht en Grafheuvels Bijlage 2 Boorpuntenkaart Grafheuvelonderzoek op uitsnede AHN2 Bijlage 3 Archeologisch vrijgegeven vlekkenkaart Bijlage 4 Boorgegevens verkennend booronderzoek Savanne en gracht Bijlage 5 Boorgegevens karterend booronderzoek Savanne en gracht Bijlage 6 Boorgegevens Grafheuvels Bijlage 7 Samenvatting reeds uitgevoerd onderzoek Bijlage 8 Advies Archeologie: Plan van Aanpak
4
Samenvatting In opdracht van Libéma Exploitatie B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in maart en april 2016 een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek (afb. 1 en 2). Aanleiding is de voorgenomen uitbreiding van het Safaripark Beekse Bergen. Op basis van de reeds bestaande plannen zal het park aan de zuidwestzijde uitgebreid worden met een Safari Resort, met maximaal 425 lodges. Tevens zal in het centrale deel van het resort een savanne aangelegd worden en is de bouw gepland van een tweetal stallen. Deze rapportage behandelt het verkennend en karterend booronderzoek in het gebied savanne en gracht. Omdat dit gebied deels overlapt met de zone waar grafheuvels werden vermoed, is tijdens het proces besloten om tevens het deelgebied Grafheuvels te onderzoeken. Op basis van het bureauonderzoek en het Plan van Aanpak werd de volgende verwachting geformuleerd: «
«
'Op specifieke plaatsen, op de hogere ruggen langs (voormalige) vennen en laagten: vindplaatsen van jagers/verzamelaars (vooral vuursteenconcentraties en haardplaatsen), dan niet overstoven (periode ca 10.000 - ca 4.000 v. Chr.);
Resten van nederzettingen en grafvelden daterend uit het Neolithicum tot en met de Vroege IJzertijd (ca. 4.000 v Chr. - ca 500 v Chr.). Het betreft dan naast vondsten als vuursteen en aardewerk ook sporen van gebouwen en andere
«
al
Afvaldumps gerelateerd en depressies.
structuren.
aan bewoning en ecologische relevante afzettingen (veen) in vennen
Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied allereerst een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Met name onderin de boringen bevinden zich plaatselijk lagen matig tot sterk siltig zand en/of lagen matig tot zeer grof zand met laagjes fijn grind, in sommige gevallen op ca. 60 cm - m v , maar elders rond ca. 150 cm -mv. Vanwege het voorkomen van deze duidelijke gelaagdheid, wordt dit onderste gedeelte geïnterpreteerd als Oud Dekzand of Jong Dekzand I. Het bovenste gedeelte, waarin niet of nauwelijks gelaagdheid waargenomen wordt, is geïnterpreteerd als Jong Dekzand II. Aangezien geen begraven bodems uit het Aller0d- of B0lling-interstadiaal zijn aangetroffen, is het echter niet mogelijk een eenduidig onderscheid te maken tussen de diverse dekzandafzettingen, die overigens wel alle behoren tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In het dekzand heeft zich een podzolbodem ontwikkeld, die later al dan niet erosief is bedekt door een pakket stuifzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Kootwijk) van wisselende dikte. Op basis van de afwezigheid van bodems uit het Aller0d- of B0lling-interstadiaal werd geconcludeerd dat het uitvoeren van een karterend booronderzoek op een dieper niveau dan de bodem in de top van het dekzandpakket weinig zinvol is.
Ook de locaties waar deze bodem tot in de B-horizont of dieper verstoord bleek te zijn, hoeven niet nader te worden onderzocht op het voorkomen van resten uit de steentijd of de latere prehistorie. Het resterende deel, waar op basis van de verkennende fase sprake leek van een intacte bodemopbouw, kende een oppervlak van ca. 2,7 ha. Aangezien in deze zone nog steeds een kans bestond op de aanwezigheid van archeologische resten uit de steentijd of latere prehistorie, werden hier 365 karterende boringen in 8x10 grid verricht, waarbij conform het Plan van Aanpak het relevante niveau (lees: het al dan niet door stuifzand bedekte gedeelte van de oorspronkelijke podzolbodem) werd gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 3 mm. Uit het ontbreken van archeologische indicatoren kan, gezien de gehanteerde onderzoeksmethode geconcludeerd worden dat de kans klein is dat er in het plangebied vindplaatsen uit de steentijd of late prehistorie aanwezig zijn. De vermoedelijke grafheuvels bleken na een gericht verkennend boor- en proefputtenonderzoek geïnterpreteerd te moeten worden als stuifduinen.
5
Gezien de resultaten van het verkennend en karterend booronderzoek, adviseert ADC ArcheoProjecten om plangebieden Savanne en gracht en Grafheuvels vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Aanwijzingen voor vuursteenvindplaatsen of vindplaatsen uit latere fasen van de prehistorie (waaronder grafheuvels) zijn niet aangetroffen. Voor de op de Archeologisch vrijgegeven vlekkenkaart d.d. 17 februari 2016 (bijlage 3) weergegeven gebieden B, C, D en E geldt derhalve dat ADC ArcheoProjecten aanbeveelt om deze als onderzocht en vrijgegeven te beschouwen. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen, die tijdens het onderzoek aan de waarneming en interpretatie zijn ontsnapt. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Tabel 1. Overzicht van de verschillende Periode
(pre)historische Afkorting
perioden.
Tijd in jaren
Nieuwe tijd
NT
1500 - heden
Middeleeuwen:
XME
450 - 1500 na Chr.
Late Middeleeuwen
LME
Vroege Middeleeuwen
VME
Romeinse tijd:
ROM
Laat-Romeinse tijd
ROML
270 - 450 na Chr.
Midden-Romeinse tijd
ROMM
70 - 270 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd
ROMV
12 voor Chr. - 70 na Chr.
IJzertijd:
IJZ
Late IJzertijd
IJZL
250 - 12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
IJZM
500 - 250 voor Chr.
Vroege IJzertijd
IJZV
Bronstijd:
BRONS
Late Bronstijd
BRONSL
Midden-Bronstijd
BRONSM
1800 - 1100 voor Chr.
Vroege Bronstijd
BRONSV
2000 - 1800 voor Chr.
Neolithicum (Jonge Steentijd):
NEO
Laat-Neolithicum
NEOL
2850 - 2000 voor Chr.
Midden-Neolithicum
NEOM
4200 - 2850 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum
NEOV
Mesolithicum (Midden-Steentijd):
MESO
Laat-Mesolithicum
MESOL
6450 - 4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
MESOM
7100 - 6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
MESOV
8800 - 7100 voor Chr.
Paleolithicum (Oude Steentijd):
PALEO
Laat-Paleolithicum
PALEOL
Midden-Paleolithicum
PALEOM
300.000 - 35.000 voor Chr.
Vroeg-Paleolithicum
PALEOV
tot 300.000 voor Chr.
Bron: Archeologisch Basis Register 1992
1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. - 450 na Chr.
800 - 12 voor Chr.
800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr. 1100 - 800 voor Chr.
5300 - 2000 voor Chr.
5300 - 4200 voor Chr. 8800 - 4900 voor Chr.
tot 8800 voor Chr. 35.000 - 8800 voor Chr.
6
1
Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Libéma Exploitatie B.V. heeft ADC ArcheoProjecten in maart en april 2016 een Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Safari Resort Beekse Bergen in Hilvarenbeek (afb. 1). Aanleiding is de voorgenomen uitbreiding van het Safaripark Beekse Bergen. Op basis van de reeds bestaande plannen zal het park aan de zuidwestzijde uitgebreid worden met een Safari Resort, met maximaal 425 lodges. T evens zal in het centrale deel van de resort een savanne aangelegd worden en is de bouw gepland van een tweetal stallen. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het gebied waar een savanne met gracht zal worden aangelegd (afb. 2). Omdat dit gebied deels overlapt met de zone met waar grafheuvels werden vermoed, is tijdens het proces besloten om tevens het deelgebied Grafheuvels te onderzoeken.
—
8
/ \
Z
\
Z
"X
'
B E R K E l ü Ē N S CCńHOOTT
-
ABA
J
—
Ff
^ \7 ^~--#--~--i
-
S
jf/**"" ^ í
^ jj
ŗo
f
\
j
~
B I
Z
T I L BR U G\
\ ļ
ļ
\
\ \
— p ——,
Jÿŗ
\ \
jP\ ft
\ 1
\ \
.KT I T O 8
Ũ
\
25ŨŨ 111
13ŪŪŪŪ 130000
\
7 f
\
135000
/ i
f
f
140000
Legenda |
|
Legendatekst
Afb. 1: Locatie van het plangebied
Op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg, die onderdeel uitmaakt van de Monumentenwet, dient bij voorgenomen bodemingrepen op een verantwoorde wijze worden omgegaan met het mogelijk aanwezige archeologische bodemarchief. In het vigerende inpassingsplan Recreatiepark Beekse Bergen, dat op 30 maart 2012 door de provincie Noord1
Brabant is vastgesteld, heeft het plangebied de Waarde Archeologie 1. Volgens de hierin opgenomen bouwregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij plangebieden groter dan 2.500 2
m , waarbij de bodem dieper dan 30 cm verstoord wordt. Op de archeologische verwachtingskaart betreft dit een zone met een middelhoge verwachting.
1
2
http://www.ruimtelijkeplannen.nl/ Peeters 2012.
2
7
1
/\fb. 2:Toekomstige
situatie Safari Resort Beekse Bergen (afbeelding vervaardigd door Bureau Kragten). Het plangebied Savanne en gracht is weergegeven in blauw.
Ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren op grond van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 3.3). Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Hilvarenbeek heeft voor zover bekend echter geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek. Wel is ten behoeve van het onderzoek een Plan van Aanpak opgesteld, dat door de bevoegde overheid akkoord is bevonden. De hierin verwoorde werkwijze vormt de leidraad voor het archeologisch onderzoek dat in fasen in het plangebied wordt uitgevoerd. Voor het overige is het onderzoek is gebaseerd op de criteria die in de KNA staan geformuleerd. 3
4
3
SIKB 2013.
4
Kortlang 2016.
8
De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: Opdrachtgever:
Namens de opdrachtgever
Adviseur namens de opdrachtgever
Fasen AMZcyclus: Aanleiding: Plaats: Gemeente: Provincie: Kadastrale gegevens: Kaartblad: Oppervlakte plangebied Coördinaten:
Bevoegde overheid: Deskundige namens de bevoegde overheid: ARCHISonderzoeksmeldingsnummer (CIScode): ADCprojectcode: Auteur: Veldmedewerker Autorisatie: Autorisatie namens de opdrachtgever Periode van uitvoering: Beheer en plaats documentatie: Beheer en plaats digitale documentatie (edepot):
2
Libéma Exploitatie B.V. S. van den Boogaart Postbus 142 AC Rosmalen Kragten B.V. P.P.J.M. van den Akker Postbus 14 6040 AA Roermond ArchAeO B.V., Archeologische Advisering en Ondersteuning F.P. Kortlang Rapelenburglaan 9 5654 AP Eindhoven Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek Uitbreiding Safaripark Beekse Bergen Hilvarenbeek Hilvarenbeek NoordBrabant Kadastrale gemeente Hilvarenbeek, sectie A, perceelnummers 1748, 1913, 1914 en 1944 (ged.) 50F Ca. 6,15 ha 135.820 / 391.918; 136.018 Z 392.134; 136.300 / 391.790; 135.828 / 391.580. Gemeente Hilvarenbeek Onbekend 3985933100 4170724 J. Huizer J. Huizer, W. van Veldhuijsen, B.J. Kromhout en A. Muller A. Muller F.P. Kortlang ArchAeO B.V., Archeologische Advisering en Ondersteuning Maart en april 2016 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort http^/dx.doi.org/ļ 0.17026/dansx6aahnw
R eeds uitgevoerd onderzoek 5
In 2010 is voor het plangebied een archeologisch bureauonderzoek verschenen. Een samenvatting van de resultaten van dit onderzoek bevinden zich in bijlage 7. Naar aanleiding van dit onderzoek is in 2015 een Plan van Aanpak opgesteld waarin is gekozen om stapsgewijs vervolgonderzoek uit te laten voeren door middel van een verkennend en mogelijk vervolgens een karterend booronderzoek (Bijlage 8). Het Plan van Aanpak geldt niet alleen als richtlijn voor het onderhavige onderzoek, maar voor alle toekomstige onderzoeken ten behoeve van de Safari Resort Beekse Bergen. 6
5
Van Meurs, et al. 2010.
6
Kortlang 2016.
9
3
Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Savanne en gracht 3.1
Aanvullend Plan van Aanpak
3.1.1 Inleiding Het doel van het inventariserende veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting. Tevens is de strategie voor het veldonderzoek afgestemd op het reeds verschenen Advies Archeologie, Plan van Aanpak 7
Op 21 oktober 2015 werd een aanvullend Plan van Aanpak opgesteld, waarin de werkwijze van het onderzoek werd vastgelegd en nadere onderzoeksvragen zijn geformuleerd. In lijn met de conclusie naar aanleiding van de gespecificeerde verwachting en het adviesdocument archeologie, is gekozen voor een verkennend en karterend booronderzoek. 8
Met het verkennende booronderzoek wordt de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan bepaald. Het leidt tot beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: « Wat is de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van de ondergrond in het plangebied? « In hoeverre is deze opbouw nog intact? « Kan binnen het plangebied de Aller0d-laag worden aangetoond? « Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? « Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? « Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Zo ja: Op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen? Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? « In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? « In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? « Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het karterende booronderzoek heeft als doel het plangebied systematisch te onderzoeken op het voorkomen van één of meerdere typen archeologische vindplaatsen.