CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

09 bestemmingsplan Hakvoortseweg 21 Biest-Houtakker (4 toelichting)

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest-Houtakker".19.924 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Inhoudsopgave

Toelichting

2 ker" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtak

bestemmingsplan Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker

Toelichting

bestemmingsplan "Hakvoortseweg 21, Biest Houtakker" (vastgesteld) 3

Toelichting Bestemmingsplan

Hakvoortseweg 21, Biest-Houtakker

Colofon

Gemeente:

Hilvarenbeek

Projectlocatie:

Hakvoortseweg 21, 5084 HB te Biest-Houtakker

Datum:

16-09-2022 / 30-11-2022 / 12-12-2022 / 02-11-2023 / 11-12-2023

Status:

Vastgesteld

IMRO-Code:

NL.IMRO.0798.BPHakvoortseweg21-VG01

Opgesteld door:

Van Dun Ontwerp & Planologie Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl

Projectnummer:

22202.001 / EH

Pagina 2 van 52

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding en doel ........................................................................................... 5

1.2.

Geldend planologisch regime ............................................................................ 5

1.3.

Procedure ....................................................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer ....................................................................................................... 7

2. Planbeschrijving............................................................................................... 8 2.1.

Bestaande situatie............................................................................................ 8

2.2.

Beoogde situatie .............................................................................................. 9

3. Beleidskader................................................................................................... 10 3.1.

Provinciaal beleid ............................................................................................ 10

3.1.1. 3.1.2. 3.2.

Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 10 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 11

Gemeentelijk beleid......................................................................................... 16

3.2.1. 3.2.2. 3.2.3.

Structuurvisie ........................................................................................... 16 Strategische visie vitalisering buitengebied ................................................. 17 Bestemmingsplan ..................................................................................... 18

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 22 4.1.

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 22

4.2.

Waterhuishouding ........................................................................................... 22

4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.3.

Natuur ........................................................................................................... 27

4.3.1. 4.3.2. 4.4.

Waterrelevant beleid................................................................................. 22 Bestaande waterhuishoudkundige situatie .................................................. 24 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 25 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 27 Wet natuurbescherming ............................................................................ 29

Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie......................................................... 33

4.4.1. 4.4.2.

Cultuurhistorie en aardkunde..................................................................... 33 Archeologie .............................................................................................. 35

4.5.

Bodemkwaliteit ............................................................................................... 35

4.6.

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 35

4.7.

Geur .............................................................................................................. 36

4.8.

Luchtkwaliteit ................................................................................................. 40

4.8.1. 4.8.2.

Niet in betekenende mate ......................................................................... 40 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 40

4.9.

Geluid ............................................................................................................ 42

4.10.

Verkeer en parkeren .................................................................................... 43

4.11.

Externe veiligheid ........................................................................................ 43

Pagina 3 van 52

4.11.1. 4.11.2.

Regelgeving ............................................................................................. 43 Regelgeving ............................................................................................. 44

4.12.

Technische infrastructuur ............................................................................. 45

4.13.

Volksgezondheid .......................................................................................... 45

4.13.1.

Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonende .................................... 46

5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 48 5.1.

Juridische achtergrond .................................................................................... 48

5.2.

Toelichting verbeelding.................................................................................... 48

5.3.

Toelichting regels............................................................................................ 49

6. Uitvoerbaarheid ............................................................................................. 50 6.1.

Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................... 50

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 50

6.2.1. 6.2.2.

Vooroverleg en omgevingsdialoog .............................................................. 50 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 50

7. Bijlagen .......................................................................................................... 51

Pagina 4 van 52

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Op de locatie aan de Hakvoortseweg 21 te Biest-Houtakker werd een varkenshouderij geëxploiteerd. Voor deze varkenshouderij was een melding in het kader van het Activiteitenbesluit met OBM vigerend. Conform deze melding waren er 7 honden, 683 vleesvarkens, 2 dekberen, 84 guste/dragende zeugen, 32 kraamzeugen, 396 gespeende biggen en 10 opfokzeugen aanwezig op het bedrijf. Op 02-03-2020 zijn de melding en de vergunning voor het exploiteren van de varkenshouderij ingetrokken. De eigenaar heeft de bedrijfsactiviteiten aan de Hakvoortseweg 21 beëindigd om hier een woonbestemming te kunnen realiseren. In 2018 is er een principeverzoek ingediend voor wijzigen van de bestemming en het realiseren van ruimte-voor-ruimte woningen op de locatie. De gemeente Hilvarenbeek heeft op 1010-2018 per brief kenbaar (18uit0252) gemaakt onder voorwaarden mee te willen werken aan het voorgelegde verzoek, zie bijlage 1. Het voornemen is om de locatie om te zetten naar een woonbestemming en één ruimte-voor-ruimte woning te realiseren. Vooruitlopend op de bestemmingsplan procedure zijn de bedrijfsactiviteiten beëindigd. 1.2.

Geldend planologisch regime De vigerende planologische regels zijn opgenomen in de bestemmingsplannen ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ (d.d. 29-12-2021), ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ (d.d. 15-10-2020), ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’ (d.d. 08-11-2018), ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’ (d.d. 07-03-2013) en ‘Buitengebied’ (d.d. 13-03-2014). Binnen de bestemmingsplannen ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’, ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’, ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’ en ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’ zijn geen bestemmingen en aanduidingen opgenomen voor het plangebied. De bestemmingen en aanduidingen zoals opgenomen in de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ zijn daarom geldend voor het plangebied. Voor het plangebied aan de Hakvoortseweg 21 te Biest-Houtakker zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen, zie Afbeelding 1: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: intensieve veehouderij; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – attentiegebied ehs; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – historische verkavelingsstructuur; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – kampenlandschap.

Voor de regels is het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ vigerend. Hierin is de beoogde ontwikkeling van het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning niet rechtstreeks mogelijk. In dit bestemmingsplan is echter wel een wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.6.9) opgenomen waarmee de voorgenomen ontwikkeling om de voormalige bedrijfswoning om te zetten naar een woonbestemming mogelijk wordt gemaakt. In onderhavige toelichting wordt nader ingegaan op deze voorwaarden en hoe hieraan wordt voldaan. Tevens wordt ten behoeve van het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning getoetst aan het provinciale beleid en de voorwaarden om deze woning toe te kunnen voegen op de locatie.

Pagina 5 van 52

Afbeelding 1: Uitsnede Ruimtelijke plannen, bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek, locatie rood omlijnd

1.3. Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals gemeente, provincie en waterschap. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kan een ieder die tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd.

Pagina 6 van 52

1.4. Leeswijzer In deze toelichting zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieu-hygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Pagina 7 van 52

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de planlocatie. 2.1. Bestaande situatie De varkenshouderij op de Hakvoortseweg 21 te Biest-Houtakker staat kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie N, nummers 1864, 1865 en 1866. Het plangebied is gelegen in een lintbebouwing in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. Het plangebied is gelegen op 350 meter afstand van de kern van Biest-Houtakker. De Hakvoortseweg vormt de verbinding tussen Biest-Houtakker en Hilvarenbeek. Van oudsher kent de Hakvoortseweg een grote dynamiek (verkeersbewegingen en bebouwingsdichtheid) en een grote functionele diversiteit.

1

4

2

3 6

5

Afbeelding 2: Uitsnede Google Maps, omgeving van de locatie weergegeven, locatie met de rode pijl aangegeven

Op de locatie aan de Hakvoortseweg 21 te Biest-Houtakker werd een varkenshouderij geëxploiteerd. Er was een melding in het kader van het Activiteitenbesluit aanwezig voor het houden van 7 honden, 683 vleesvarkens, 2 dekberen, 84 guste/dragende zeugen, 396 gespeende biggen en 10 opfok zeugen. Vooruit lopend op de bestemmingsplan procedure is de toestemming voor het houden van varkens op 02-03-2020 ingetrokken. Het bouwvlak van de locatie heeft een grootte van 7.371 m2. Binnen het plangebied is een bedrijfswoning aanwezig, 3 varkensstallen, een werkplaats en een garage/berging. In Afbeelding 2 is met nummers aangegeven welke bebouwing waar gesitueerd is binnen het plangebied ▪ Nummer 1: Varkensstal 1 (1.438 m2 , samen met varkensstal 2); ▪ Nummer 2: Varkensstal 2 (1.438 m2 , samen met varkensstal 1); ▪ Nummer 3: Varkensstal 3 (262 m2); ▪ Nummer 4: Werkplaats (171 m2); ▪ Nummer 5: Bedrijfswoning (135 m2); ▪ Nummer 6: Garage (41 m2).

Pagina 8 van 52

2.2. Beoogde situatie Het plan voornemen is om de agrarische bedrijfsactiviteiten te beëindigen op de locatie en daarbij de huidige ‘Agrarische’ bestemming om te zetten naar de bestemming ‘Wonen’. Hierbij zal de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ worden verwijderd. Daarnaast is het voornemen om een ruimte-voor-ruimte woning te realiseren binnen het plangebied. Om deze ruimte-voor-ruimte woning te realiseren worden de reeds bestaande varkensstallen gesloopt. In totaal zal circa 1.700 m2 aan bedrijfsgebouwen worden gesaneerd, zie de stippellijntjes in Afbeelding 3. Het woonhuis, garage en de werkplaats zullen behouden blijven. In totaal blijft in de beoogde situatie 346 m2 van de bestaande bebouwing behouden, waarvan 171 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing. De percelen ten behoeve van de woonbestemmingen krijgen elk een grootte van 1.500 m2, zie Afbeelding 3. Voor de bestaande bedrijfswoning welke wordt omgezet naar een woonbestemming geldt dat er een woning op het perceel aanwezig zal zijn met een bijgebouw van 41 m 2. Voor de ruimte-voorruimte woning geldt dat er een woning zal worden gerealiseerd met een bestaand bijgebouw van 180 m2. Dit is 80 m2 meer dan is toegestaan. Voor deze extra oppervlakte aan bijgebouwen wordt een extra kwaliteitsverbetering toegepast binnen het plangebied.

In Afbeelding 3 is te zien dat aan de noordwest- en westzijde van het perceel meerdere landschapsbomen zullen worden aangeplant. Aan de noordoostzijde van het perceel zal een retentiepoel worden gerealiseerd en er zal kruidenrijk grasland worden aangeplant. Tevens zullen er groene erfafscheidingen worden aangelegd. Voor de landschappelijke inpassing op schaal wordt verwezen naar bijlage 2.

Afbeelding 3: Situatietekening beoogde situatie

Pagina 9 van 52

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het plan wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 3.1. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.1.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘Werken aan de slimme netwerkstad’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:

‘Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:

‘Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving.’ Brabant doet het goed. Om top kennis- en innovatieregio te blijven en deze positie te versterken is het nodig dat Brabant zich sterker inzet voor een toekomstbestendig woon-, leef- en vestigingsklimaat met een robuust mobiliteitssysteem. Binnen het netwerk zullen de verschillen toenemen. In en rond de grote steden is er een relatief hoge dynamiek: de economie en de bevolking van de stedelijke regio’s groeit. Andere delen van Brabant, met name de grensregio’s, krijgen te maken met krimp. De verschillen vragen om maatwerk: enerzijds zorgdragen voor de vitaliteit van krimpgebieden en de aanhaking hiervan op het centrale stedelijke netwerk en anderzijds het ondersteunen en versterken van het centrale stedelijke netwerk. Daarnaast is het van belang de laagdynamische gebieden die rust, ruimte, cultuurhistorie en natuur bieden te koesteren.

Om de doelen te bereiken wordt ingezet op een samenhangende ruimtelijke koers waarin stad, land en mobiliteit met elkaar worden verbonden. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De komende 10 jaar ligt er namelijk nog een forse woningbouwopgave, maar daarna loopt deze in omvang

Pagina 10 van 52

af. Dit betekent dat er de komende 10 jaar interessante kansen liggen om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een ruimte-voor-ruimte woning en een omzetting van een voormalige bedrijfswoning van een intensieve veehouderij naar een woonbestemming. De ruimtevoor-ruimte regeling die er specifiek op is gestoeld om de sanering van intensieve veehouderijen in het buitengebied te stimuleren en verdere verstening van het buitengebied te voorkomen. Deze regeling houdt in dat er door de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voor-ruimte bouwtitels kunnen worden afgegeven voor de sanering van een intensieve veehouderij. Deze zogenaamde ruimte-voor-ruimte titels kunnen vervolgens worden ingezet in een bebouwingsconcentratie in het buitengebied. Op deze manier is een milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst verzekerd. Het plan past derhalve in de kaders die gesteld worden door de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

3.1.2. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De laatste versie van de Iov is op 27 november 2020 door Provinciale Staten vastgesteld en is per 5 december 2020 in werking getreden. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveau’s zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2.

Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de planlocatie ligt. In dit geval ligt de planlocatie in de werkingsgebieden ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’, ‘Attentiezone waterhuishouding’, ‘Groenblauwe mantel’, ‘Landelijk gebied’, en ‘Stalderingsgebied’ zie Afbeelding 4.

Pagina 11 van 52

Afbeelding 4: Uitsnede Iov, locatie met rode kruis aangegeven

Afdeling 3.6 bevat de voorwaarden voor een vitaal platteland, die onder andere van toepassing zijn op de Groenblauwe mantel. Met het initiatief wordt de bestemming gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Er zal derhalve worden getoetst aan artikel 3.68 voor Wonen in Landelijkgebied. In artikel 3.68, eerste lid, is vastgelegd dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Hiervan kan worden afgeweken met ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in het kader van rood voor groen, zoals ruimte-voor-ruimte woningen. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in artikel 3.80. In artikel 3.26 zijn regels ten aanzien van de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’ opgenomen. Deze regels zijn ter bescherming van de waterhuishouding, aangezien de planlocatie binnen deze aanduiding is gelegen zal worden getoetst aan artikel 3.26 voor ‘Attentiezone waterhuishouding’. In artikel 3.29 zijn regels opgenomen ten aanzien van de aanduiding ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’. Deze regels zijn gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken. Aangezien de planlocatie binnen deze aanduiding is gelegen zal worden getoetst aan artikel 3.29 voor cultuurhistorische waarde. Verder bevat artikel 3.52 aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied.

Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren. Met het plan wordt de veehouderij ter plaatse gesaneerd. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied zijn derhalve niet van toepassing. Aan de relevante artikelen zal hierna worden getoetst.

Pagina 12 van 52

Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: ▪ zorgvuldig ruimtegebruik; ▪ de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; ▪ meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De beoogde ontwikkeling betreft het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ en het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning.

De ontwikkeling heeft geen betrekking op een stedelijke ontwikkeling, derhalve is toepassing van de ladder niet nodig. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaande bouwperceel. De bedrijfswoning blijft namelijk behouden en binnen het bouwperceel worden 2 percelen gerealiseerd van elk 1.500 m2 met een woonbestemming. Binnen de woonbestemmingen worden de gebouwen geconcentreerd binnen een bouwperceel. Gezien het bovenstaande is te concluderen dat er sprake is van zorgvuldig ruimte gebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond ▪ de netwerklaag ▪ de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst.

De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Pagina 13 van 52

In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd met het wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ te combineren met de sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing. Daarnaast is er planologisch gezien sprake van een afname van de emissies door het wegbestemmen van de intensieve veehouderij binnen het plangebied. Hierdoor wordt ook het leefmilieu in de omgeving verbeterd. Tevens wordt er een kwaliteitsverbetering gerealiseerd met het realiseren van de ruimte-voor-ruimte woning. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Hilvarenbeek zijn de regels van het Hart van Brabant van toepassing.

Hierin is de ontwikkeling aangemerkt als een categorie 2 ontwikkeling wat betekent dat de ontwikkeling een beperkte invloed heeft op het landschap en hiervoor een landschappelijke inpassing voor gemaakt dien te worden. Echter wordt met dit plan een bijgebouw van 180 m2 behouden bij een te realiseren ruimte-voor-ruimte woning, dit is 80 m2 meer dan is toegestaan. Hiervoor geldt derhalve dat het gaat om een categorie 3 ontwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling dient derhalve een financiële berekening te worden gemaakt om de waardevermeerdering van de gronden te bepalen. 20% van het verschil tussen de bestaande bestemmingswaardes en de beoogde bestemmingswaardes dient te worden geïnvesteerd in het landschap. Op basis van de huidige situatie, de beoogde situatie en het landschappelijke inpassingsplan is een economische berekening betreffende de waardevermeerdering en kwaliteitsinvestering opgesteld. Deze berekening is opgenomen in bijlage 3. Uit deze berekening blijkt dat door het landschappelijk inpassen van het bedrijf sprake is van een extra kwaliteitswinst bovenop de kwalitatieve investering die de provincie redelijk acht. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd middels de bestemming ‘Groen’ op de verbeelding en door de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan.

De beoogde ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov. Natuur Netwerk Brabant In paragraaf 3.2.3 van de Iov worden onder andere de voorwaarden voor een bestemmingsplan binnen het werkingsgebied Attentiezone waterhuishouding beschreven. Het initiatief ligt binnen de aanduiding ‘Attentiezone waterhuishouding’, derhalve dient getoetst te worden aan artikel 3.26 ten aanzien van de attentiezone waterhuishouding. Attentiezone waterhuishouding (artikel 3.26)

Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage;

Pagina 14 van 52

c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Lid 3 Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud. Het plan betreft het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ naar de bestemming ‘Wonen’ en het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning. Hierbij zal de overtollige bedrijfsbebouwing worden gesaneerd. Daarbij wordt het bouwvlak verkleind naar 2 keer een bouwvlak van 1.500 m2 , dus in het totaal 3.000 m2. Tevens komt de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ te vervallen. De agrarische activiteiten ter plaatse van het plangebied zijn vooruit lopend op de wijziging van het bestemmingsplan gestaakt. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het nabijgelegen Natuur Netwerk Brabant. Dit is toegelicht in paragraaf 4.3.1. daarnaast worden er met de beoogde ontwikkelingen geen activiteiten uitgevoerd zoals in artikel 3.26 lid 2 zijn genoemd.

Tevens is in de regels van onderhavig bestemmingsplan door middel van de aanduiding ‘Attentiegebied NNB’ geborgd dat er rekening gehouden dient te worden met de waterhuishoudkundige situatie binnen het plangebied. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor ‘Attentiezone waterhuishouding’. Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden Paragraaf 3.2.4 bevat voorwaarden voor aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden. Het initiatief ligt binnen de aanduiding ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’, derhalve moet getoetst worden aan artikel 3.29 ten aanzien van Cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorische waarden (artikel 3.29)

Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kernmerken van de onderscheiden gebieden.

In paragraaf 4.4 worden de cultuurhistorische waarden ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving beschreven. Het initiatief betreft het wijzingen van de bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’ en het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning waarbij de overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesaneerd. Gezien de kleinschaligheid van het plan en de beoogde activiteiten wordt bij uitvoering van het plan een wijzigingen aangebracht in de verkavelingsstructuur van het karakteristieke kleinschalige landschap. Wonen in landelijk gebied (artikel 3.68 & 3.69) In artikel 3.68 van de Iov is opgenomen dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. In afwijking hiervan kan het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning mogelijk worden gemaakt als is verzekerd dat:

1. Er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt;

Met het initiatief wordt op de plaats van de bestaande bedrijfswoning één woonbestemming mogelijk gemaakt.

2. Overtollige bebouwing wordt gesloopt.

Zoals reeds uiteen is gezet wordt de overtollige bebouwing met het initiatief gesaneerd. Dit wordt als voorwaardelijke verplichting vastgelegd in de voorwaarden van het bestemmingsplan.

Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor wonen in het landelijk gebied.

Pagina 15 van 52

Ruimte-voor-ruimte (artikel 3.80) In artikel 3.80 van de Iov zijn de voorwaarden opgenomen voor realisatie van ruimte-voor-ruimte kavels in het landelijk gebied. Dit is toegestaan indien:

1. Er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit;

Een aanzienlijke winst voor de omgevingskwaliteit kan worden bewerkstelligd door de sanering van een intensieve veehouderij of door de aankoop van een titel bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte-voor-ruimte. In dit geval zal een aanzienlijke winst voor de omgevingskwaliteit worden bewerkstelligd door de sanering van de intensieve veehouderij op de locatie aan de Hakvoortseweg 21 te Biest-Houtakker. De ruimte-voor-ruimte titel is bijgevoegd in bijlage 10.

2. De ruimte-voor-ruimtekavel bebouwingsconcentratie ligt;

op

een

planologisch

aanvaardbare

locatie

in

een

Als naar de definitie van een bebouwingsconcentratie zoals opgenomen in de Iov wordt gekeken, ligt de locatie in een bebouwingsconcentratie. Er is namelijk sprake van de functieaanduiding ‘overige zone – bebouwingscluster’ in het vigerende bestemmingsplan. Tevens ligt de locatie in een bebouwingslint in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek De ligging van de planlocatie in een bebouwingsconcentratie en een bebouwingslint maken het een planologisch aanvaardbare locatie voor woningbouw.

3. Een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd;

Zoals reeds uiteen is gezet zal de planlocatie zorgvuldig landschappelijk worden ingepast door het aanplanten van meerdere landschapsbomen, kruidenrijkgrasland, groene erfafscheiding en het aanleggen van een retentiepoel. Het volledige landschappelijke inpassingsplan is als bijlage 2 aan deze toelichting toegevoegd. Daarnaast is om te verzekeren dat de landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van onderhavig bestemmingsplan.

4. Er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar.

Door de toevoeging van één woning is geen sprake van (of een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling.

Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.2. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.

3.2.1. Structuurvisie De ‘Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek’ is in januari 2014 opgesteld en maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014’. In de structuurvisie is voor het buitengebied in de gemeente Hilvarenbeek een samenhangende visie gegeven op ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek. Het gemeentelijke doel is om met deze structuurvisie te beschikken over een eenduidig kader voor ontwikkelingen en tegenprestaties, zoals die in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (d.d. 13-03-2014) zijn vertaald in ontwikkelingsmogelijkheden. De structuurvisie vormt daarbij het ‘bindende kader‘ waarmee ontwikkelingen uit het bestemmingsplan en sectoraal beleid worden gekoppeld aan verbeteringsopgaven in de vorm van landschappelijke kwaliteit. In de structuurvisie zijn doelen beschreven voor bestemmingsplannen die voor het gehele landelijk gebied gelden. Zo zijn er voor de onderwerpen landschap, bos/natuur, archeologie/cultuurhistorie, water, landbouw, recreatie, wonen en niet agrarische functies visies opgesteld. Voor de functie wonen is de visie als volgt samengevat: behoud bestaande woningen, ruimte bieden aan nieuwe woningen ter

Pagina 16 van 52

behoud van waardevolle panden (VAB-beleid, binnenplans) en toevoegingen van nieuwe woningen in het kader van Ruimte voor Ruimte (buitenplans). Met de beoogde ontwikkeling blijft de reeds bestaande bedrijfswoning behouden en wordt er een ruimte-voor-ruimte woning toegevoegd. De wijziging gaat gepaard met de sanering van de intensieve veehouderij op de locatie. Tevens zal het bouwvlak worden verkleind ten behoeve van het omzetten naar een woonbestemming, echter wordt er wel een bouwvlak toegevoegd ten behoeve van de ruimtevoor-ruimte woning. De kwaliteiten van het gebied zullen behouden blijven en op sommige delen zelfs worden versterkt door de kwaliteitsverbetering welke wordt uitgevoerd. De beoogde ontwikkeling is daarmee passend binnen de ‘Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek’.

3.2.2. Strategische visie vitalisering buitengebied

Op 17 maart 2020 heeft de gemeente Hilvarenbeek de ‘strategie vitalisering buitengebied’ vastgesteld. De afgelopen jaren is er veel veranderd in het buitengebied. De veranderingen in het buitengebied zullen zich de komende jaren ook verder doorzetten, aangezien de wetgeving ook voortdurend in beweging is. Het aantal agrarische bedrijven daalt en de overblijvende agrarische sector verandert in een snel tempo. De gemeente Hilvarenbeek ziet dat de agrarische bedrijven groter worden, dat boeren zich gaan specialiseren of dat er nevenactiviteiten worden ontplooit. Daarnaast worden ook andere functies ontwikkelt in het buitengebied, denk hierbij aan wonen, recreatie en energietransitie en andere niet agrarische functies. Om hier de juiste afwegingen in te kunnen maken, is de gemeente Hilvarenbeek gestart met het opstellen van een uitvoeringsstrategie voor het buitengebied. Met deze strategie wil de gemeente de route uitstippelen voor het buitengebied richting de toekomst en ook de aankomende Omgevingswet.

Ruimte-voor-ruimte

De gemeente heeft voor ruimte-voor-ruimte woningen in de ‘strategie vitalisering buitengebied’ aangegeven dat de ‘Visie ruimte-voor-ruimte’ van september 2011 nog goed bruikbaar is. In deze visie van 2011 staat de Hakvoortseweg als lintvormige bebouwingsconcentratie bestempeld. Dit houdt in dat de gemeente de Hakvoortseweg ziet als een plek waar dat er ruimte is voor eventueel ruimte-voorruimte woningen. Er zijn in de ‘visie ruimte-voor-ruimte’ wel randvoorwaarden verbonden aan een ruimte-voor-ruimte woning. Deze luiden als volgt: ▪ behoud karakter solitaire erven; bouwen uitsluitend binnen bestaande erven, uitbreiding van ▪ ▪ ▪

erven in de diepte of het creëren van nieuwe erven waar mogelijk; gedacht kan worden aan een duidelijke bebouwingstypologie van het agrarische erf (hoofdgebouw met bijgebouwen); behoud open karakter van concentratie; accentueren beekloop door open houden zicht in het verlengde van de beek.

Naast deze voorwaarden zijn enkele aanvullingen benoemd in het recentere ‘strategie vitalisering buitengebied’. Deze aanvullingen luiden samengevat als volgt: ▪ Bij het verzoek om de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning moet er een aanzienlijke

▪

kwaliteitswinst in Hilvarenbeek behaald worden. Hierbij geldt een inspanningsverplichting om de sloop en/of sanering daarvoor in Hilvarenbeek te laten plaatsvinden. In ieder geval moet er een Ruimte voor Ruimte-titel verworven worden. Als die van buiten Hilvarenbeek komt, dan moet dat gecombineerd worden met een Beekse kwaliteitswinst. Bijvoorbeeld het saneren van een bedrijfslocatie, de aanleg aan nieuwe natuur (significant meer dan alleen landschappelijke inpassing) of het slopen van leegstaande bebouwing. Voor de inhoud van de woning en de toegestane bijgebouwen geldt de maat van 750 m3, respectievelijk 100 m². Een grotere inhoud of oppervlakte is mogelijk bij aanvullende kwaliteitswinst. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de Uniforme bestemmingswaarden en kosten kwaliteitsverbetering landschap, zoals opgenomen in bijlage 2.

Aangezien in de beoogde situatie het intensieve veehouderijbedrijf binnen het plangebied wordt gesaneerd en daarvoor in de plaats een ruimte-voor-ruimte woning wordt gerealiseerd, door de titel van de eigen locatie toe te passen, past de beoogde ontwikkeling binnen de visie van de gemeente Hilvarenbeek. Daarnaast is het voornemen, zoals eerder benoemd, om één bijgebouw van 180 m 2 toe

Pagina 17 van 52

te staan bij de ruimte-voor-ruimte woning. Dit is meer dan de gestelde 100 m 2 uit de visie van de gemeente, derhalve zal worden aangesloten bij bijlage 2 van de ‘strategie vitalisering buitengebied’. De kwaliteitsverbetering is terug te vinden in bijlage 3 en de bijbehorende landschappelijke inpassing in bijlage 2 van onderhavige toelichting. Uit de berekening blijkt dat er kan worden voldaan aan de voorwaarden uit de ‘strategie vitalisering buitengebied’.

Woonbestemming

Naast de ruimte-voor-ruimte woning is het voornemen om de voormalige bedrijfswoning om te zetten naar een woonbestemming. Aangezien de woonbestemming zal worden gerealiseerd binnen de lintvormige bebouwingsconcentratie van de Hakvoortseweg past de woonbestemming binnen de visie van de gemeente. De herbestemming zal tevens samen gaan met de kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing zoals tevens hierboven is beschreven.

Conclusie Uit bovenstaande valt te concluderen dat er wordt voldaan aan de voorwaarden uit de ‘strategie vitalisering buitengebied’ van de gemeente Hilvarenbeek.

3.2.3. Bestemmingsplan

De vigerende planologische regels zijn opgenomen in de bestemmingsplannen ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ (d.d. 29-12-2021), ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ (d.d. 15-10-2020), ‘Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018’ (d.d. 08-11-2018), ‘Buitengebied Hilvarenbeek 2014, reparatieplan’ (d.d. 07-03-2013) en ‘Buitengebied’ (d.d. 13-03-2014). Voor het plangebied aan de Hakvoortseweg 21 te Biest-Houtakker zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen, zie Afbeelding 5: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch; ▪ Dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2; ▪ Bouwvlak; ▪ Functieaanduiding: intensieve veehouderij; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – attentiegebied ehs; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – bebouwingsconcentratie; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – groenblauwe mantel; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – historische verkavelingsstructuur; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – kampenlandschap. Voor de regels is het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ vigerend. Hierin is de beoogde ontwikkeling van het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning niet rechtstreeks mogelijk. In dit bestemmingsplan is echter wel een wijzigingsbevoegdheid (artikel 3.6.9) opgenomen waarmee de voorgenomen ontwikkeling van het omzetten van de voormalige bedrijfswoning naar een woonbestemming mogelijk wordt gemaakt.

Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn een aantal voorwaarden verbonden. Onderstaand worden de voorwaarden uit het artikel nader toegelicht.

Pagina 18 van 52

Afbeelding 5: Uitsnede Ruimtelijke plannen, bestemmingsplan ‘Buitengebied’, locatie rood omlijnd

3.6.9 Wijziging naar Wonen/ woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' wijzigen teneinde deze aanduiding te laten vervallen en de bestemming (deels) te wijzigen in de bestemming Artikel 16 Wonen, waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of voormalig (woon)boerderijpand voor woondoeleinden kan worden toegestaan; tevens kan daarbij, mits het betreft (woon)boerderijpanden met de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie', woningsplitsing worden toegestaan. Een en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Algemene voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; In de beoogde ontwikkeling wordt een bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning, dit is een reeds bestaand gevoelig object. Tevens wordt er een ruimte-voor-ruimte woning toegevoegd. Dit is een nieuw gevoelig object. In hoofdstuk 4 van deze toelichting zijn de milieuhygiënische en planologische aspecten beschreven met betrekking tot het kunnen belemmeren van verschillende functies in de omgeving. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat er geen belemmeringen ontstaan voor omliggende functies door de beoogde ontwikkeling.

b. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;

In hoofdstuk 4 van deze toelichting worden de milieuhygiënische aspecten met betrekking tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat behandeld. Hieruit is te concluderen dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is.

c. de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorziening' worden verwijderd, alsmede er is zekerstelling omtrent het verwijderen van de ter plaatse aanwezige voorzieningen. Tenzij aangetoond wordt dat deze voorzieningen tevens noodzakelijk zijn voor de nieuwe functie;

Pagina 19 van 52

De aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - bestaande voorzieningen' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - permanente teeltondersteunende voorziening' zijn niet van toepassing op het plangebied, derhalve is deze voorwaarde niet van toepassing.

d. de omvang van het bestemmingsvlak is passend bij de beoogde functie, met dien verstande dat de omvang niet meer bedraagt dan het voormalige agrarisch bouwvlak tot een maximum van 1500 m2;

De woonbestemmingen welke zullen worden gerealiseerd krijgen beide een omvang van maximaal 1.500 m2. De beoogde bestemmingsvlakken zijn passend bij de beoogde woonbestemmingen.

e. ten aanzien van kwaliteitsverbetering geldt het volgende: 1. indien het nieuwe bestemmingsvlak 'Wonen' maximaal 30% bedraagt van het voormalig agrarisch bouwvlak, dan is geen specifieke kwaliteitsverbetering vereist; 2. indien het nieuwe bestemmingsvlak 'Wonen' maximaal 40% bedraagt van het voormalig agrarisch bouwvlak. De herinrichting van het erf landschappelijk wordt ingepast in welk kader een inrichtings- en beplantingsplan dient te worden opgesteld; 3. in de overige gevallen vindt er kwaliteitsverbetering plaats;

Het huidige bouwvlak bedraagt 7.371 m2, deze wordt verkleind naar twee keer een bouwperceel van 1.500 m2. Het nieuwe bestemmingsvlak ‘Wonen’ bedraagt 40% van het voormalige bouwvlak. Dit betekent dat er een landschappelijke inpassing gemaakt dient te worden. In bijlage 2 is de landschappelijke inpassing bijgevoegd. Tevens wordt er een kwaliteitsverbetering gemaakt ten behoeve van de 80 m2 extra oppervlakte aan bijgebouw.

f.

de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurshistorische en natuurlijke waarden die de gebiedsaanduidingen, welke zijn opgenomen in artikel 29, beogen te beschermen;

In paragraaf 4.4 zijn de cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden van het plangebied beschreven. Het plan betreft het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ naar de bestemming ‘Wonen’ en het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning. Hierbij wordt de overtollige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Het plan leidt niet tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden.

g. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie;

In paragraaf 4.5 van deze toelichting wordt ingegaan op de bodemkwaliteit ter plaatse van de te bouwen ruimte-voor-ruimte woning. Hiervoor is een bodemonderzoek uitgezet.

h. voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder;

In paragraaf 4.11 wordt het aspect geluid beschreven. Er is een akoestisch onderzoek uitgezet om te bepalen of er wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. Uit paragraaf 4.11 blijkt dat er kan worden voldaan aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder

i.

de regels van Artikel 16 Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard;

De bestemmingsregels van artikel 16 ‘Wonen’ afkomstig uit het vigerende bestemmingsplan ‘Reparatie Buitengebied Hilvarenbeek 2019’ worden overgenomen voor zover van toepassing in de regels behorend bij onderhavig bestemmingsplan.

Specifieke voorwaarden voor wijziging in woondoeleinden: j. de bebouwde oppervlakte en inhoud van de voormalige bedrijfswoning (inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot, met dien verstande dat: 1. vergroting is toegestaan indien er per 50 m3 vergroting van de woning telkens minimaal 500 m2 aan legaal opgerichte bebouwing wordt gesloopt; 2. de uiteindelijke inhoud niet meer bedraagt dan 1000 m 3; 3. de bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 100 m2 per woning; de overtollige bebouwing (niet zijnde cultuurhistorisch waardevol) dient te worden gesloopt;

Pagina 20 van 52

4. in afwijking van het bepaalde onder 3. mag de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen maximaal 200 m2 bedragen, indien het surplus (alle aanwezige voormalige bedrijfsgebouwen en bijgebouwen boven de standaard maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m2) in één keer wordt gesloopt, met uitzondering van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, en deze sloop moet als voorwaarde aan de omgevingsvergunning worden verbonden; 5. uitsluitend de sloop van legaal gebouwde gebouwen komen in aanmerking voor deze sloopbonusregeling;

In de beoogde ontwikkeling wordt de reeds bestaande bedrijfswoning niet vergroot. Er zal wel een ruimte-voor-ruimte woning worden toegevoegd. Bij de reeds bestaande bedrijfswoning is een bijgebouw van circa 41 m2. Bij de te realiseren ruimte-voor-ruimte woning is een bijgebouw va 180 m2 aanwezig, dit is meer dan de gestelde 100 m 2. Voor deze extra oppervlakte aan bijgebouw is een kwaliteitsverbetering gemaakt. Deze staat beschreven in paragraaf 3.1.2 van onderhavige toelichting.

k. de sloopbonusregeling als bedoeld onder i is niet van toepassing indien: 1. op deze locatie sloop van de bebouwing al heeft plaatsgevonden, 2. sloop heeft plaatsgevonden of kan plaatsvinden in het kader van de ruimte-voorruimteregeling, 3. sloopsubsidie is verkregen op basis van de Regeling beëindiging veehouderijtakken, 4. of de sloop al op andere wijze is verzekerd;

Er wordt geen gebruik gemaakt van de sloopbonusregeling.

l.

de gesloopte oppervlakte mag slechts éénmaal ten behoeve van nieuwe bebouwing in aanmerking worden genomen;

Er wordt geen gebruik gemaakt van de sloopbonusregeling.

Specifieke voorwaarden voor wijziging t.b.v. woningsplitsing:

In de beoogde ontwikkeling vindt geen woningsplitsing plaats. Derhalve zijn deze voorwaarden niet van toepassing.

Conclusie

Uit bovenstaande is te concluderen dat er wordt voldaan aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid. Derhalve is de woonbestemming passend op de locatie.

Pagina 21 van 52

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3.2 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten zal hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt sinds 7 juli 2017 een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Het plan betreft het in gebruik nemen van een voormalige agrarische bedrijfswoning als burgerwoning en het toevoegen van een ruimte-voor-ruimte woning. Het gaat dus om een functiewijziging en het toevoegen van een nieuwe woning, die verder geen milieuhygiënische effecten heeft op de omgeving. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er voor het initiatief geen (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. 4.2. Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding.

In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.

4.2.1. Waterrelevant beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven.

Pagina 22 van 52

Provincie De wijze waarop de provincie omgaat met water, is beschreven in het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027). Provinciale Staten hebben op 3 december 2021 het Regionaal Water en Bodem Programma (2022-2027) vastgesteld (RWP). Hiermee is de RWP de opvolger van het Provinciaal Milieu en waterplan (PMWP). Het RWP is op 22 december 2021 in werking getreden. Door middel van het RWP wordt beleid vastgesteld om te komen tot een klimaat robuust water en bodemsysteem in 2050, en zorg te dragen voor veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem in de provincie Noord-Brabant. Belangrijk uitgangspunt van het RWP is de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) als een mijlpaal op weg naar een klimaatrobuust en veerkrachtig water- en bodemsysteem in 2050. In dit programma ligt de focus op zuinig zijn op water en de bodem, en het wateren bodemsysteem moet toegerust zijn op natte én droge tijden (systeemgericht). Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels weten we dat het doel om moet; we moeten zuinig zijn op ons water en de bodem. Doel van RWP: ▪ Voldoende water; ▪ Schoon water; ▪ Veilig water; ▪ Vitale bodem; ▪ Klimaatadaptatie. Waterschap Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen.

De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het stedelijke als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13738458/1