09 Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9 (5 regels, toelichting en verbeelding)
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN GROENSTRAAT 7 EN 9 ESBEEK, HILVARENBEEK
ORDITO.NL
BESTEMMINGSPLAN GROENSTRAAT 7 EN 9 ESBEEK, HILVARENBEEK Planstatus
Vastgesteld
Datum
10 - 04 - 2024
Plan identificatie
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Auteur(s)
Ordito
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
|1
1.
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Geldende bestemmingsplannen Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
2 2 3 5 6
2.
Bestaande situatie
7
2.1 2.2 2.2
Ligging in groter verband Buurtschap Groenstraat Plangebied
7 8 8
3.
Toekomstige situatie
11
3.1 3.2
Plan Verkeer en parkeren
11 12
4.
Beleidskader
14
4.1 4.2 4.3
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
14 16 19
5.
Randvoorwaarden
22
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13
Inleiding Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Geluid Geur Gezondheidsaspecten Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Spuitzones Water
22 22 24 26 27 31 34 36 39 40 41 44 46
6.
Juridische aspecten
50
6.1 6.2 6.3
Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen
50 50 50
7.
Uitvoerbaarheid
53
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53 53
Bijlagen Bijlage 1 Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 Standaardadvies veiligheidsregio Bijlage 4 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 5 Quickscan natuurwetgeving Bijlage 6 Stikstofdepositieberekening NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|2
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om de agrarisch bestemming op het perceel Groenstraat 7 te Esbeek om te zetten naar een woonbestemming. Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande (bedrijfs)woning te slopen en deze te herbouwen. Op basis van het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied” kent het perceel de bestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf’. Op locaties waar in het geldende bestemmingsplan sprake was van een agrarisch bedrijf, maar waar momenteel geen sprake meer is van een reëel agrarisch bedrijf en daarmee de bedrijfsmatige agrarische activiteiten zijn beëindigd is het agrarische bouwvlak voorzien van een specifieke vabaanduiding ('specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf') en is het bouwvlak verkleind tot de bestaande legaal aanwezige omvang van bebouwing en erf. Uitsluitend de bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan met maximaal één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken. Het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming in combinatie met sloopnieuwbouw van de (bedrijfs)woning is op basis van het vigerend bestemmingsplan niet mogelijk.
Verbouw van een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw is uitsluitend mogelijk na omzetting van de bestemming (middels in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden), waarbij sloop van overtollige bedrijfsbebouwing een van de voorwaarden betreft. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk. Gelijktijdig met het voorstaande, wordt een omissie uit het verleden hersteld. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied” (2014), zijn de bouwblokken van zowel het perceel Groenstraat 7 als Groenstraat 9 onjuist ingetekend. De kadastrale percelen zijn niet gelijk aan de bouwvlakken, zoals deze beoogd waren; het bouwvlak van nummer 7 ligt deels over het perceel behorende bij nummer 9. Om deze administratieve omissie te herstellen, wordt het bouwvlak ter plaatse van het perceel Groenstraat 7 verkleind en ter plaatse van het perceel Groenstraat 9 vergroot. Het perceel Groenstraat 9 behoudt daarbij de huidige agrarische bestemming met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalige agrarisch bedrijf’. Voorliggend bestemmingsplan biedt het benodigde juridisch-planologische kader om de ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
De percelen Groenstraat 7 en 9 te Esbeek zijn gesitueerd in een bebouwingslint, in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek, ten oosten van de kern Esbeek.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|3
Groenstraat 7 is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, perceelnummers 1571 en heeft een oppervlakte van 2.940 m2. Groenstraat 9 is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummer 3093 en heeft een oppervlakte van 7.915 m2. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door weilanden. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de burgerwoning Groenstraat 11 en aan de westzijde door het voormalige agrarisch bedrijf Groenstraat 3. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de doorgaande weg Groenstraat, met daarachter woonkavels en een voormalig agrarisch bedrijf.
Ligging en begrenzing (Groenstraat 7 met rood omkaderd – Groenstraat 9 met oranje omkaderd)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: • Het bestemmingsplan “Buitengebied”, vastgesteld op 13 maart 2014; • Het Reparatieplan “Buitengebied Hilvarenbeek 2019”, vastgesteld op 15 oktober 2020 • Het parapluplan “Parkeren Hilvarenbeek 2018”, vastgesteld op 8 november 2018; • Het parapluplan “Cultuurhistorie Hilvarenbeek”, vastgesteld op 29 december 2021.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|4
Uitsnede vigerend bestemmingsplan (Groenstraat 7 met rood omkaderd – Groenstraat 9 met oranje omkaderd) Met rood gemarkeerd de overlap in bouwvlakken (de omissie)
Buitengebied Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Buitengebied”. Op basis van dit bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalig agrarisch bedrijf’. Verder kent het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ en de gebiedsaanduidingen ‘overig zone – bebouwingsconcentratie’, ‘overige zone – beekdal’ en ’overige zone – groenblauwe mantel’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijf en (hobbymatig) agrarisch gebruik, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalige agrarisch bedrijf’ uitsluitend het bestaande gebruik toegestaan is. Verder zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming, instandhouding en versterking van de landschapsen natuurwaarden zoals landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden die de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – beekdal’ en ‘overige zone – groenblauwe mantel’ beoogt te beschermen en een aan huis verbonden beroep, alsmede voor water en waterhuishoudkundige doeleinden en (kikker)poelen, extensief recreatief medegebruik en de daarbij behorende voorzieningen, erfbeplanting en onverharde paden.
De voor 'Waarde – Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de hoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/verzamelaars in bestaand natuurgebied. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de middelhoge verwachtingswaarde vanwege vindplaats jager/verzamelaars buiten natuurgebieden.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|5
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – beekdal' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud van de kenmerkende verkaveling van het beekdal. Er wordt hier gestreefd naar een ruimtelijke verdichting van het gebied en accentuering van het beekdal middels de aanleg van nieuwe landschapselementen. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Op basis van het reparatieplan “Buitengebied Hilvarenbeek 2019” kent het plangebied tevens de gebiedsaanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderij’. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn uitsluitend bestaande agrarische bedrijfsgebouwen en daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Omissie Bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied” (2014), zijn de bouwblokken van zowel het perceel Groenstraat 7 als Groenstraat 9 onjuist ingetekend. De kadastrale percelen zijn niet gelijk aan de bouwvlakken zoals deze beoogd waren; het bouwvlak van nummer 7 ligt deels over het perceel behorende bij nummer 9 (rood gemarkeerd in voorstaande afbeelding).
Parapluplan Parkeren Hilvarenbeek 2018 Voor het gehele plangebied geldt het parapluplan “Parkeren Hilvarenbeek 2018”. Met dit bestemmingsplan is het aspect parkeren en in het bijzonder de parkeernormen in de (bestemmings)plannen binnen de gemeente Hilvarenbeek in één keer herzien. Met deze parapluherziening is het huidige Parkeerbeleidsplan 2015 – 2020 en diens rechtsopvolger(s) in de geldende bestemmingsplannen ingepast. Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek Het parapluplan “Cultuurhistorie Hilvarenbeek” voorziet in één gemeentebreed paraplubestemmingsplan om de Cultuurhistoriekaart direct door te vertalen. Door het toevoegen van een dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ op de objecten die als overige historische bouwkunst objecten zijn opgenomen op de Cultuurhistoriekaart wordt de bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarde, zoals ondergeschreven in de voor dit bestemmingsplan uitgevoerde waardebepaling, opgenomen.
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •
Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling.
•
Regels:
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|6
In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. •
1.5
Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
Leeswijzer
In hoofdstuk twee van de toelichting wordt de bestaande situatie omschreven. In het derde hoofdstuk wordt het planvoornemen beschreven. Hoofdstuk vier gaat in op het geldende beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vervolgens komen in hoofdstuk vijf de randvoorwaarden aan bod. Hoofdstuk zes geeft de juridische aspecten van het plangebied weer. Afgesloten wordt met hoofdstuk zeven waarin de uitvoerbaarheid van het plan ter sprake komt.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|7
2.
BESTAANDE SITUATIE
2.1
Ligging in groter verband
Esbeek is een van de kernen van de gemeente Hilvarenbeek, in de provincie Noord-Brabant. De gemeente bestaat verder uit de kernen Baarschot, Biest-Houtakker, Diessen, Haghorst en Hilvarenbeek. De noordzijde van de gemeente Hilvarenbeek grenst aan de plaats Tilburg, waarbij de kern Esbeek op een afstand van circa 8,5 kilometer ligt. Ten oosten van de kern Esbeek loopt de N269, welke Esbeek enerzijds verbindt met de met Tilburg en de A58 en anderzijds met de kernen binnen de gemeente, de N395 en de gemeente Reusel-de Mierden. De gemeente Hilvarenbeek bevindt zich in de streek ‘De Kempen’. ‘De Kempen’ strekt zich uit van het noordoosten van België tot de lijn ten zuiden van Eindhoven – Tilburg. Het gebied kenmerkt zich door de zanderige bodem, waarbij ´De Kempen´ tot omstreeks 1860 grotendeels bedekt waren met heide, eikenbos, vennen en veengebieden. Nu komen nog een aantal bossen, vennen, heiden en weilanden in het gebied voor. Door zware bemesting en lintbebouwing is stilaan een kleinschalig landschap ontstaan.
Ligging plangebied in groter verband (Esbeek rood omcirkeld)
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|8
2.2
Buurtschap Groenstraat
Het buurtschap Groenstraat is gelegen aan de gelijknamige Groenstraat en ligt ten oosten van de kern Esbeek. Tussen de bebouwde kom van Esbeek en de buurtschap ligt de N269 Tilburg – Reusel. De N269 kruist de Groenstraat met een viaduct. De buurtschap aan de Groenstraat wordt getypeerd door de ligging van lintbebouwing van langgevelboerderijen dicht aan de straat met daarachter de opstallen. Aan de Groenstraat zijn enkele intensieve veehouderijen gevestigd, met omvangrijke agrarische bedrijfsgebouwen. In de loop der jaren is het bebouwingslint flink verdicht en zijn veel veehouderijen gestopt met hun bedrijfsvoering. De kleinschalige structuur met beplanting op de erfgrens en met doorzichten naar het akkerlandschap is verdwenen. Achter de vanuit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle langgevelboerderijen, zijn grootschalige agrarische stallen gebouwd. De grote (varkens)stallen domineren nu het beeld.
2.2
Plangebied
Het plangebied betreft de percelen Groenstraat 7 en 9 te Esbeek. Het plangebied is gesitueerd in een bebouwingslint, in het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek, ten oosten van de kern Esbeek. Groenstraat 7 Het perceel Groenstraat 7 betreft een voormalig agrarisch bedrijf. Groenstraat 7 is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, perceelnummers 1571 en heeft een oppervlakte van 2.940 m2. Op het perceel zijn een bedrijfswoning met aangebouwd bedrijfsgedeelte (265 m 2), een oude stal (108 m2) een tuinhuis (65 m2) en een loods van circa 325 m2 met in het voorste deel een inpandige woongelegenheid (104 m2) aanwezig. De bedrijfswoning bestaat uit twee bouwlagen met kap en kent een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 8 meter. Het aangebouwde bedrijfsgedeelte bestaat uit één bouwlaag met kap en kent een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 7 meter. Doordat de woning en het bedrijfspand tegen elkaar aan zijn gebouwd, heeft het geheel het volume van een langevelboerderij.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|9
Loods (325 m2)
Woongelegenheid (104 m2) Oude stal (108 m2)
Tuinhuis (65 m2)
Bedrijfswoning + bedrijfsgedeelte (265 m2) Huidige situatie Groenstraat 7
Aanzicht Groenstraat 7
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|10
Groenstraat 9 Groenstraat 9 betreft eveneens een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Groenstraat 9 is kadastraal bekend als gemeente Hilvarenbeek, sectie P, nummer 3093 en heeft een oppervlakte van 7.915 m2. Op het perceel zijn een bedrijfswoning en een viertal bijbehorende bouwwerken c.q. voormalige agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Eén van deze gebouwen betreft een oude veestal/werktuigberging, welk in het verlengde van de loods op nummer 7 is gebouwd. Bestemmingsplan-technisch ligt dit gebouw binnen het bouwvlak van nummer 7, maar privaatrechtelijk behoort het perceel tot Groenstraat 7.
Kadastrale situatie (Groenstraat 7 met rood omkaderd – Groenstraat 9 met oranje omkaderd)
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|11
3.
TOEKOMSTIGE SITUATIE
3.1
Plan
Groenstraat 7 Beoogd wordt om de agrarisch bestemming op het perceel Groenstraat 7 te Esbeek om te zetten naar een reguliere woonbestemming, in combinatie met de sloop-nieuwbouw van de bestaande woning. Hiertoe worden de bestaande bedrijfswoning met aangebouwd bedrijfsgedeelte, de oude stal en de (tijdelijke) woongelegenheid gesloopt (zie onderstaande afbeelding). Het tuinhuis en de loods blijven behouden.
Te slopen bebouwing
Vervolgens wordt ter plaatse van de huidige bedrijfswoning, een nieuwe woning gerealiseerd. Deze woning krijgt de uitstraling van een langgevelboerderij. De woning zal bestaan uit één bouwlaag met forse kap, met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 8 meter. De woning wordt gesitueerd op 15 meter uit de as van de weg en 5 meter uit de zijdelingse perceelsgrens.
Toekomstige situatie
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|12
Groenstraat 9 Gelijktijdig met het voorstaande, wordt een omissie uit het verleden hersteld; het bouwvlak van nummer 7 ligt deels over het perceel behorende bij nummer 9. Om deze administratieve omissie te herstellen, wordt het bouwvlak ter plaatse van het perceel Groenstraat 7 verkleind en ter plaatse van het perceel Groenstraat 9 vergroot. Het perceel Groenstraat 9 behoudt daarbij de huidige agrarische bestemming met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voormalige agrarisch bedrijf’.
Toekomstige planologische situatie
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Groenstraat. Ter plaatse van het plangebied geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. Het omzetten van de agrarisch bestemming naar een reguliere woonbestemming, in combinatie met de sloop-nieuwbouw van de bestaande woning, betreft geen ontwikkeling welke leidt tot een gewijzigde situatie in het kader van de handeling van het verkeer. De verkeersgeneratie van en naar het plangebied blijft ongewijzigd.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|13
Parkeren In de huidige maar ook in de toekomstige situatie dienen voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein aanwezig te zijn. Het omzetten van de agrarisch bestemming naar een reguliere woonbestemming, in combinatie met de sloop-nieuwbouw van de bestaande woning, betreft geen ontwikkeling die zorgt voor een verandering in het aantal benodigde parkeerplaatsen. Op eigen terrein is reeds voldoende parkeergelegenheid aanwezig om de parkeerbehoefte op te vangen.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|14
4.
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing Door het nationale karakter van de NOVI en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden.
Toetsing Door het nationale karakter van het Barro en de relatief kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen. NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|15
Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch bindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is herzien en per 1 juli 2017 is de ‘Nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking’ in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Een aantal aspecten zijn van belang om te bepalen of en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Toetsing Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is, dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling een stedelijke ontwikkeling is. Onderhavig plan voorziet in de herbouw van een bestaande bedrijfswoning, waarbij het aantal wooneenheden gelijk blijft. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat ‘in beginsel’ sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er 12 of meer woningen gerealiseerd worden. Met het omzetten van de agrarisch bestemming naar een reguliere woonbestemming, in combinatie met de sloopnieuwbouw van de bestaande woning, blijft het aantal woningen ongewijzigd; er worden geen nieuwe woningen gerealiseerd. Op basis van jurisprudentie is de ontwikkeling derhalve niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Gesteld kan worden dat het planvoornemen voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|16
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant De nieuwe Omgevingswet bundelt de wetten en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, cultuur, erfgoed en water. En regelt zo het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie alvast een provinciale Omgevingsvisie gemaakt. In december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien en waar Noord-Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijn doelen te halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie bestaat uit een basisopgave en vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn. De basisopgave is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven komen voort uit de basisopgave. Het gaat om de volgende opgaven: • Hoofdopgave I: werken aan de Brabantse energietransitie; • Hoofdopgave II: werken aan een klimaatproof Brabant; • Hoofdopgave III: werken aan de slimme netwerkstad; • Hoofdopgave IV: werken aan een concurrerende, duurzame economie.
Om de doelen voortkomend uit de opgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. De Omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen. De concrete doelen, voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit, staan nu nog in de bestaande plannen van de provincie (PMWP, SVRO, PVVP). Grote delen van die beleidsplannen horen vanuit het systeem van de Omgevingswet straks thuis in de programma’s. De beleidsmatige uitganspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in het geding is, uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is de vervanger van verschillende provinciale verordeningen, waaronder ook de Verordening ruimte. De Omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld als eerste stap voordat de Omgevingswet in werking treedt. De Interim Omgevingsverordening bestaat uit de samenvoeging van bestaande regels uit verschillende verordeningen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve Omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. De verordening is één van de uitvoeringsinstrumenten van de provincie om haar doelen te realiseren.
In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|17
Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied en 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen Ter plaatse van het ‘Landelijk gebied’ geldt op basis van artikel 3.68 van de Interim Omgevingsverordening dat alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Nieuwvestiging van woningbouw is in beginsel uitgesloten. In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in het in gebruik nemen van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. In onderhavige situatie wordt de woning niet gesplitst en de overtollige agrarische bedrijfsbebouwing wordt teruggebracht tot circa 390 m2. In totaal wordt circa 477 m2 gesloopt. Het planvoornemen is derhalve in lijn met het gestelde in de Interim Omgevingsverordening ten aanzien van wonen in landelijk gebied. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.
Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt daarnaast dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: • Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6); • De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7); • Meerwaardecreatie (artikel 3.8). Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk of er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan. Het omzetten van de voormalige agrarische bedrijfsbestemming naar wonen vindt plaats binnen het bestaande ruimtebeslag; er wordt gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel. Daarbij is er sprake van een afname in bebouwing, doordat de overtollige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt.
Het planvoornemen voldoet hiermee aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|18
Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: • De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; • De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; • De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 5 van deze toelichting. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • •
De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Er wordt meerwaarde gecreëerd door middel van de sloop van overtollige bebouwing en de herbouw van een bestaande (verloederde) langgevelboerderij. De ontwikkeling zorgt ervoor dat de landschappelijke kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd. Er is sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Voor iedere ‘ruimtelijke ontwikkeling’ dient onderbouwd te worden hoe invulling wordt gegeven aan artikel 3.9 lid 1 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Met dit artikel benadrukt de provincie dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling in Landelijk gebied ook verzekerd moet worden dat er een verbetering van de fysieke ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. Voorgenomen ontwikkeling betreft de herbouw van een bestaande woning binnen het daartoe aangewezen bouwperceel. Gelet op de specifieke situatie op dit perceel kan worden afgezien van de realisatie van een landschappelijke inpassing. Dit is mogelijk door dat de woning is ingesloten door andere bebouwing dan wel bouwpercelen. Daarnaast zijn aan de voorzijde van de woning al groenstructuren aanwezig, waardoor er naast de huidige groenstructuren geen andere mogelijkheden zijn om de woning nog beter in te passen. Daarbij is in het verleden reeds bebouwing gesloopt.
Ook is bij de vaststelling van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2014' de totale oppervlakte van de bouwblokken Groenstraat 7 en 9 samen afgenomen. Het afspraken kader Hart van Brabant heeft een hardheidsclausule, en gelet op bovenstaande argumenten, kan worden gesteld dat onderhavig planvoornemen in lijn is met de hardheidsclausule. Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|19
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek In januari 2014 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek vastgesteld. Hilvarenbeek kent naast de hoofdkern en de kleinere kernen een groot landelijk gebied waarin veel ontwikkelingen gaande zijn. De functieveranderingen en dynamiek in de agrarische en recreatieve sector, natuurontwikkeling en de wens om de landschappelijke waarden te behouden, vraagt om een samenhangende visie op ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijk kwaliteit van het buitengebied. Deze structuurvisie bevat de kaders voor duurzame kwaliteitsverbetering in Hilvarenbeek. Het landschap in de gemeente is onderverdeeld in een vijftal landschapstypen, zijnde de beekdalen, kampen- en hoevenlandschap, oud ontginningslandschap, jong ontginningslandschap en bos- en natuurgebieden. Onderhavig plangebied is gelegen in landschapstype ‘Beekdalen’ aan een bebouwingslint.
Landschapstypen gemeente Hilvarenbeek
In de visie wordt het volgende over gezegd: Wonen Behoud bestaande woningen, ruimte bieden aan nieuwe woningen ter behoud van waardevolle panden (VAB-beleid, binnenplans) en toevoeging van nieuwe woningen in het kader van Ruimte voor Ruimte (buitenplans).
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|20
Beekdalen Waar mogelijk wordt het oorspronkelijke beekdallandschap hersteld. Dit houdt natuurherstel in en waar mogelijk herstel van een meanderende loop van de beek met een oeverzone, gevolgd door een mozaïek van (vochtige) graslanden en een begrenzing door de hogere terreindelen. Op de hogere terreindelen komen van oorsprong veelal houtwallen en houtsingels voor die dwars op de beek staan of juist parallel aan de beek lopen. Het beekdal, de laagtes, bestaan uit (vochtig) grasland met mogelijk kleine bosjes (broekbos en lijnvormige beplanting. Natte broekbosjes bestaande uit singels van elzen en berken en kunnen her en der in de toekomst weer worden aangelegd. Ook kunnen restanten van de oorspronkelijke lijnvormige beplanting weer worden aangevuld. Beeldkwaliteit Indien zich ter plaatse van een erf ontwikkelingen voordoen, kunnen (binnen de kaders van vergunningverlening, planherziening of ontheffingen) nadere eisen worden gesteld aan de inpassing en inrichting van het erf. Nederzettingsvorm De bebouwing, op een informele wijze (rooilijn) langs de weg gesitueerd, vormt een ‘open’ lint, met ruime doorzichten naar de achterliggende akker aan de ene zijde en het beekdal aan de andere zijde. Ook komt solitaire bebouwing voor. Vorm erf De bouwblokken aan de beekdalzijde zijn smal en diep, aan de andere zijde veelal breder en minder diep.
Inrichting erf De woningen/ woongedeelten zijn primair op de weg gericht. Bedrijfsgebouwen liggen in principe achter het hoofdgebouw, c.q. achter de achtergevelrooilijn. De overheersende nokrichting van met name de grotere bouwvolumes (schuren en stallen) is haaks op de weg. Buitenopslag bij voorkeur op een onopvallende, terugliggende plek op het erf en zo mogelijk inpassen met beplanting. Voedersilo’s zoveel mogelijk in zicht vanaf de weg. Sleufsilo’s zoveel mogelijk uitwendig aanaarden en inzaaien met een kruidenrijke vegetatie. Bebouwing Woonhuis: • Qua positionering en uitstraling het hoofdgebouw van het bouwblok; • Bebouwingshoogte overwegend in een bouwlaag met kap; • Eenduidige, heldere bouwvorm met; • Toepassing van zadeldak (of varianten met wolfseinden, schildkap, e.d.); • Traditionele bouwtrant, in aansluiting op historisch (landschappelijk) milieu; • Toepassing van traditionele bouwmaterialen zoals baksteen, hout, keramische pan, e.d.; • Gebruik van gedekte kleuren op grotere oppervlakken, met lichte accenten (kozijnen, daklijsten, boeiboorden, etc.).
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|21
Erfbeplanting Zijerfgrenzen worden volledig ingeplant met een houtsingel, of bomenrij. Als cultuurvorm komen in het beekdal populierenakkers (voor klompenindustrie) en knotbomen voor. De achtererfgrens blijft deels open (functionele relatie met agrarische gronden) en wordt deels ingeplant. De voorerfgrens blijft eveneens deels open waardoor zicht op het woonhuis behouden blijft. Naast functionele, verharde delen worden aan de wegzijde ook blokhagen en grasvlakken ingezet om het algehele beeld te verzachten. Boomgroepen, of solitairen, aangeplant op strategische plekken verzachten het beeld van bedrijfsgebouwen en silo’s. Bij erfbeplanting toepassing van landschappelijke beplantingselementen en streekeigen soorten. Bij langgevelboerderijen die veelal dicht op de weg staan behoudt de smalle voortuin bij voorkeur een open karakter, met een eenvoudige blokhaagje als omlijsting. Toetsing De herbouw van de bestaande langgevelboerderij en het slopen van overtollige bebouwing past binnen de visie. Met de herinrichting van het erf wordt ter plaatse rekening gehouden met de beeldkwaliteit. Gesteld kan worden dat het planvoornemen in lijn is met Structuurvisie Hilvarenbeek. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|22
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Inleiding
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieu hygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten opgenomen.
5.2
Archeologie
Beleid Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet in werking treedt gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk beleid De gemeente Hilvarenbeek heeft op 27 september 2012 de gemeentelijke archeologische beleidskaart met bijbehorende beleidsuitgangspunten vastgesteld. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de beleidskaart op relatief eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Voor gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is op de beleidskaart aangegeven of archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer eventueel vrijstelling van onderzoek kan worden verleend. Hiertoe zijn ondergrenzen vastgesteld ten aanzien van de diepte van de bodemingreep en de oppervlakte van het plangebied.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|23
Het plangebied ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek in de volgende zones: • Hoge archeologische verwachting (categorie 4); o Ondergrens omvang: 500 m2; o Ondergrens diepte: 50 cm; • Middelhoge/onbekende archeologische verwachting (categorie 6); o Ondergrens omvang: 2.500 m2; o Ondergrens diepte: 50 cm. Bovenstaande zones zijn in het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” doorvertaald naar de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’. Archeologisch onderzoek Op 3 juni 2021 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Groenstraat 7 te Esbeek (gemeente Hilvarenbeek). Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachtingen te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kan vervolgens een advies over eventueel aanwezige archeologische resten en een mogelijk vervolgtraject worden opgesteld. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een bestemmingswijziging waarbij voornemens de bestaande bedrijfswoning wordt gesloopt en vervangen door een nieuwe wooneenheid. De diepte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt 0,8 meter beneden maaiveld.
Op de leidende Archeologische Beleidskaart van de gemeente Hilvarenbeek ligt het plangebied in een zone van hoge archeologische verwachting (beleidscategorie 4). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. Middels deze kaart heeft de gemeente aangegeven dat de locatie onderzoeksplichtig is. Het plangebied ligt op de geomorfologische kaart binnen bebouwd gebied. Direct ten noorden van het plangebied loopt een glooiing van beekdalzijde. Het bijbehorende beekdal van het Spruitenstroompje ligt circa 60 meter ten noorden van het plangebied. op het AHN valt te zien dat het plangebied op een flank richting het beekdal ligt. Deze flanken richting waterlopen hadden tijdens het paleolithicum en mesolithicum de voorkeur om kampementen op te plaatsen. Op 100150 meter ten oosten van het plangebied zijn circa 3.000 (vuur)steenvondsten uit het middenpaleolithicum aangetroffen. Vanwege de ligging van het plangebied in een vergelijkbare landschappelijke situatie geldt er voor het plangebied een hoge verwachting voor vindplaatsen uit het midden-paleolithicum tot en met het mesolithicum. De ligging van het plangebied in een relatief laaggelegen deel van het landschap op de flank van een beekdal zal in de periode van het neolithicum tot de vroege middeleeuwen juist te nat zijn geweest.
Omdat het niet kan worden uitgesloten dat er toch nederzettingsresten binnen het plangebied liggen, geldt er voor het plangebied een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|24
Het plangebied ligt aan de Groenstraat binnen het oude buurtschap de Broeksie. Op basis van historische kaarten en andere bronnen lijkt het plangebied al vanaf 1716 met een boerderij bebouwd te zijn geweest. In de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw vinden veel bouw- en sloopwerkzaamheden plaats. Omdat er een historisch erf van voor 1800 wordt verwacht ligt de archeologische verwachting voor de late middeleeuwen tot nieuwe tijd hoog. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de natuurlijke podzolbodem niet meer intact is. Op de C-horizont ligt op sommige plaatsen nog een historisch bouwlanddek. De voormalige A-, E- en B-horizont zijn hierin opgenomen. De archeologische verwachting voor de periode van het paleolithicum tot de vroege middeleeuwen kan naar laag worden bijgesteld. Voor deze periode lijkt er geen intact archeologisch niveau meer aanwezig te zijn. Er heeft binnen het plangebied, naar de verwachting van het bureauonderzoek, een hoge enkeerdgrond gelegen. Het historisch bouwlanddek is een potentieel archeologisch niveau voor archeologische resten uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen een archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Juridisch wordt dit gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels.
Conclusie Om de intactheid van de bodem te waarborgen totdat archeologisch vervolgonderzoek heeft plaatsgevonden (bij voorkeur in de vorm van proefsleuvenonderzoek), blijft de archeologische dubbelbestemming gehandhaafd. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de bestemmingsplanprocedure.
5.3
Bedrijven en milieuzonering
Beleid De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|25
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die mogelijk is. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
t.o.v. rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
t.o.v. gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Onderzoek Met het planvoornemen wordt de bestaande bedrijfswoning gesloopt en vervangen door een nieuwe woning met de uitstraling van een langgevelboerderij. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de bedrijvigheid in de nabije omgeving van het plangebied in beeld gebracht. Het plangebied ligt ten oosten van de kern Esbeek, aan een bebouwingslint. Op circa 130 meter ten westen van het plangebied ligt de N269. De Groenstraat vormt een belangrijke ontsluiting vanaf de kern Esbeek naar het buitengebied. Door de aanwezigheid van diverse functies in de omgeving (agrarisch, manege, wonen) en de ligging aan de Groenstraat, kan de omgeving van het plangebied worden getypeerd als ‘gemengd gebied’.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|26
In de nabijheid van het plangebied komen de volgende bedrijven voor: Adres
Type
Categorie
Richtafstand
Groenstraat 11a en 11b
Manege met ondersteunende horeca Loonwerkersbedrijf Installatiebedrijf Diverse bedrijven
3.1
30
Werkelijke afstand 125 m
3.1 2 3.1
30 10 30
280 m 200 m 200 m
Groenstraat 20 Koekovenseweg 1 Bedrijventerrein De Mierbeek
De bedrijven bevinden zich buiten de te hanteren richtafstanden. Derhalve kan gesteld worden dat enerzijds het planvoornemen niet belemmerd wordt door deze bedrijven en anderzijds het planvoornemen geen beperking vormt voor de bedrijfsactiviteiten van deze bedrijven. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.4
Bodemkwaliteit
Beleid Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een (bestemmings)wijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of een herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Afhankelijk van de conclusie van dit verkennend bodemonderzoek vindt een aanvullend bodemonderzoek plaats. Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Groenstraat 7 te Esbeek. De aanleiding voor het uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn op het maaiveld geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In een van de opstallen is een bovengrondse olietank zonder lekbak aanwezig.
In het opgeboorde bodemmateriaal zijn (voornamelijk in de bovengrond) zintuigelijk (plaatselijk) bijmengingen met baksteen en puin waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met som Polychloorbifenylen (PCB). In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen en naftaleen.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|27
Ter plaatse van een aangetroffen bovengrondse olietank zonder lekbak is een extra boring gezet. De uitkomende grond is geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten. Ter plaatse van de tank is de bovengrond licht verhoogd met tolueen. Op de onderzoekslocatie staan 2 stallen met asbestverdachte dakbedekking deels met goot. Om de aanwezigheid van asbest in de bodem (bovengrond) uit te sluiten, wordt geadviseerd om een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 ter plaatse van de stallen (na sloop) uit te voeren. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater. Conclusie Voor het slopen van de gebouwen wordt een verkennend onderzoek asbest conform NEN 5707 uitgevoerd.
Dergelijk onderzoek wordt juridisch gewaarborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Verder vormt het aspect bodemkwaliteit geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Cultuurhistorie
Beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011, zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|28
Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.
Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet, die in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven.
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|29
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (plangebied rood omcirkeld)
Regio ‘De Kempen’ Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio ‘De Kempen’. De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De dekzandruggen hebben een zandige bodem waar regenwater infiltreert, dat in de beekdalen als kwel naar boven komt. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. In de afgelopen decennia zijn de verschillen tussen de oude en jonge ontginningen genivelleerd door ruilverkaveling, normalisatie van de beken en de uitbreiding van steden en dorpen. De dorpen van de Kempen hebben zich afhankelijk van hun ligging verschillend ontwikkeld. De kernen die liggen aan belangrijke routes zijn uitgegroeid tot suburbane woonkernen met soms redelijk grote bedrijventerreinen. De dorpen op afstand van deze routes hebben een landelijker karakter en zijn beperkter in omvang gebleven. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Kempen in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten.
Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; Het Groene Woud, Dommeldal, Oud zandlandschap bij Oerle-Knegsel, Oud zandlandschap Cartierheide, Oud zandlandschap bij Stiphout en de Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg;
NL.IMRO.0798.BPGroenstraat7en9-VG01
Bestemmingsplan Groenstraat 7 en 9, Esbeek
|30
3.
Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: Dekzandeiland Moergestel-Hilvarenbeek, Kempenland, Keersop-Dommel, Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa en Helmondse Akkers.
Met het planvoornemen wordt de herbouw van een langgevelboerderij mogelijk gemaakt. De langgevelboerderij word gebouwd op de plaats waar de bestaande langgevelboerderij is gesitueerd. Hiermee blijft het stedenbouwkundige karakter van het bebouwingslint behouden. Cultuurhistoriekaart Hilvarenbeek Op 26 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Hilvarenbeek besloten tot vaststelling van de ‘Cultuurhistoriekaart’. Deze gemeentelijk grondgebied dekkende kaart, met bijbehorend rapport, bevat een inventarisatie van diverse ‘cultuurhistorische elementen’ binnen de gemeente, waaronder objecten, lijnen en structuren. Op 14 november 2013 is een aangepaste versie van deze ‘Cultuurhistoriekaart’ vastgesteld door de gemeenteraad. Besloten is dat de waarden van deze kaart door dienen te worden vertaald in de regels van álle gemeentelijke bestemmingsplannen. Hiertoe is in december 2021 het ‘Parapluplan Cultuurhistorie Hilvarenbeek’ vastgesteld.
Uitsnede cultuurhistoriekaart (plangebied rood omcirkeld)
Het pand Groenstraat 9 is aangewezen als een cultuurhistorisch pand. Ter plaatse van dit perceel wordt enkel een omissie uit het verleden hersteld. De bebouwing blijft ongewijzigd. De cultuurhistorische waarden blijven ongewijzigd. Het plangebied is in de Groenstraat gelegen. Groenstraat is een buurtschap met lintbebouwing ten zuiden van Esbeek. De bebouwing is voornamelijk agrarisch van aard. De Groenstraat vormt met een tiental boerderijen het vervolg op de Hoogeindsestraat en het gelijknamige gehucht Hoogeind. De boerderijen dateren voornamelijk uit de 19e en 20e eeuw. Vaak staan de boerderijen op plaatsen van oudere voorgangers. De boerderijen behoren tot het langgeveltype.