CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Riool- en Waterprogramma (3 bijlage RWP 2022-2026)

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Raadsvoorstel tot instemming met het riool- en waterprogramma 2022-2026.14.928 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Riool- en Waterprogramma

2022-2026 zaaknummer 65336 versie 211103

i

Samenvatting Het Riool- en Waterprogramma (RWP) beschrijft de invulling van de zorgplichten en de onderliggende visie op de verschillende watertaken. Naast dat dit rapport de beleidsmatige onderbouwing van de (wettelijke) zorgplichten vanuit het Rijk is, zijn er meer redenen om dit RWP op te stellen: Regeren is vooruitzien en inspelen op veranderingen Vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie). Het RWP is een goed planinstrument om mee te kunnen bewegen met de trends en ontwikkelingen binnen dit vakgebied. Zo is er bijvoorbeeld sprake van meer extreme neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en bewoners en verandering in wetgeving. Het Riool- en Waterprogramma vormt dan een samenhangend pakket van maatregelen ter bescherming en verbetering van de leefomgeving. Met het RWP wordt verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad Met het RWP wordt de ontwikkeling van de rioolheffing voor de aankomende vijf jaar bepaald en een doorkijk gemaakt voor 30 jaar. Hiermee kan in volgende planperiodes tijdig worden bijgestuurd op ambitie bijbehorende financiële gevolgen, wat bijdraagt aan goed rentmeesterschap en een houdbare belastingdruk.

De financiële gevolgen van het voorgestelde beleid zijn verwerkt in het kostendekkingsplan, waarmee een nieuwe berekening van de rioolheffing tot stand is gekomen. Met de rioolheffing mogen gemeenten de te maken kosten op de inwoners van de gemeente verhalen. Met de huidige inzichten en het afbouwen van de voorziening in 17 jaar is het tarief van de rioolheffing over de gehele planperiode gelijk gehouden behoudens de jaarlijkse indexering.

ii

Inhoudsopgave

Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................ ii 1

2

3

Inleiding ........................................................................................................................................ 1 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................. 1

1.2

Doelstelling en geldigheidsduur ............................................................................................ 1

1.3

Raakvlakken .......................................................................................................................... 2

1.4

Leeswijzer ............................................................................................................................. 2

Kaders ........................................................................................................................................... 3 2.1

Taken en bevoegdheden ....................................................................................................... 3

2.2

Uitdagingen en ontwikkelingen............................................................................................. 6

Beeld van de huidige situatie ...................................................................................................... 12 3.1 Stedelijk watersysteem ............................................................................................................. 12 3.2 Terugblik afgelopen planperiode .............................................................................................. 14

4

Visie, ambities en doelen ............................................................................................................ 17 4.1

Visie..................................................................................................................................... 17

4.2

Ambities & doelen............................................................................................................... 18

4.2.1 Ambitie Thema 1 Beleven: waterrobuust en klimaatbestendig ......................................... 19

5

6

4.2.2

Doelen Thema 1 Beleven: waterrobuust en klimaatbestendig ................................... 19

4.2.3

Ambitie Thema 2 Samenleven: Participatie en communicatie .................................... 21

4.2.4

Doelen Thema 2 Samenleven: Participatie en communicatie ..................................... 21

4.2.5

Ambitie Thema 3 Ondernemen: Integraal werken ...................................................... 23

4.2.6

Doelen Thema 3 Ondernemen: Integraal werken ....................................................... 23

4.2.7

Ambitie Thema 4 Dienstverlenen: Duurzaam en levenscyclusgericht ......................... 24

4.2.8

Doelen Thema 4 Dienstverlenen: Duurzaam en levenscyclusgericht .......................... 24

Uitvoeringsagenda ...................................................................................................................... 26 5.1

Gezamenlijk programma ..................................................................................................... 26

5.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma ................................................................................. 26

5.2.1

Planvorming en onderzoek.......................................................................................... 28

5.2.2

Cyclisch onderhoud. .................................................................................................... 28

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen ................................................................ 28

5.2.4

Facilitair / overig.......................................................................................................... 28

Middelen ..................................................................................................................................... 29 6.1 Kosten en kostendekking .......................................................................................................... 29 6.2 Kosten / lasten .......................................................................................................................... 29 6.3 Inkomsten / Baten .................................................................................................................... 31 iii

6.4 Voorziening Riolering en reserve Riolering ............................................................................... 32 6.5 Overige uitgangspunten berekeningen ..................................................................................... 33 6.6 Conclusie ................................................................................................................................... 34 H7 Communicatie voortgang .............................................................................................................. 35 7.1 Operationeel jaarplan ............................................................................................................... 35 7.2 Waterpartners .......................................................................................................................... 35 Bijlage 1 Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek.............................................................................. Bijlage 2 Evaluatie vGRP 2017-2021........................................................................................................ Bijlage 3 Maatregelenoverzicht RWP 2022-2026 .................................................................................... Bijlage 4 Kostendekkingsplan..................................................................................................................

Bijlage 5 Afkortingen en begrippen.........................................................................................................

iv

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Planperiode verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2017-2021 loopt af Om mee te kunnen bewegen met de ontwikkelingen om ons heen is het wenselijk een beleidsplan als het vGRP periodiek te actualiseren. In 2017 is het vGRP 2017-2021 vastgesteld door de gemeenteraad van gemeente Hilvarenbeek. De looptijd van dit vGRP is aan het eind van 2021 ten einde. Daarom wordt nu voor de periode 2022-2026 een nieuw vGRP opgesteld, met een naamswijziging en aangepaste opzet naar het Riool- en Waterprogramma 2022-2026 (hierna te noemen: RWP). De reden hiervoor is dat deze naamgeving alvast voorsorteert op de Omgevingswet, die het opstellen van programma’s voorschrijft.

1.2

Doelstelling en geldigheidsduur

Het RWP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het RWP leggen we vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en bewoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. De wettelijke en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit RWP zijn beschreven in hoofdstuk 2. Het RWP vervult drie hoofdfuncties: Onderbouwing van rioolheffing en zorgplichten Onderliggend RWP laat zien dat we als gemeente Hilvarenbeek terug- en vooruitkijken en verder bouwen aan een robuust en flexibel riool-en watersysteem. Daarnaast is dit programma en inhoudelijke onderbouwing van de rioolheffing en de beleidsmatige onderbouwing van de (wettelijke) zorgplichten vanuit het Rijk: - De Zorgplicht voor afvalwater; - De Zorgplicht voor hemelwater; - De Zorgplicht voor grondwater. Integrale afstemming Het document dient als middel om met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners afstemming te hebben over geplande en te plannen maatregelen. Ook dient het als beleidsstuk om de verwachtingen bij o.a. bewoners en bedrijven, ontwikkelaars en bouwbedrijven scherp te krijgen.

Behoefte aan het periodiek vastleggen van een visie die omgevingsgericht is Vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie). Het RWP is een goed planinstrument om mee te kunnen bewegen met de trends en ontwikkelingen binnen dit vakgebied. Zo is er bijvoorbeeld sprake van meer extreme neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en bewoners en verandering in wetgeving. Het Riool- en Waterprogramma vormt dan een samenhangend pakket van maatregelen ter bescherming en verbetering van de leefomgeving. Geldingsduur De Wet milieubeheer schrijft voor een RWP geen geldigheidsduur voor, hierin wordt de gemeente vrijgelaten. Om het zorgproces voor de riolering gaande te houden is er gekozen voor een geldigheidsduur van vijf jaar: 2022 tot en met 2026. De riolering ligt echter veel langer dan deze planperiode onder de grond. Om deze reden is dit RWP opgesteld met een doorkijk over de gehele gebruiksduur van de riolering. De rioolheffing en de lange termijn doelstellingen zijn (mede) gebaseerd op deze doorkijk, om zo te komen tot een doelmatige invulling van de gemeentelijke zorgplichten, tegen zo laag mogelijke lasten voor de burger. De beleidslijnen in dit RWP zijn 1

kaderstellend voor ontwikkelingen.

1.3

Raakvlakken

Het RWP is een planinstrument dat meerdere raakvlakken heeft met andere plannen en beleidsvelden. Er zijn een aantal dominante ontwikkelingen die directe aanleiding geven om deze planperiode verder te denken dan de traditionele invulling van de gemeentelijke watertaken. Ten eerste is dit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie waarin de overheden hebben afgesproken om vanaf 2020 klimaatbestendig en water robuust te handelen om hiermee in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Hierdoor ontstaan nog meer dan voorheen raakvlakken met andere beleidsvelden die bijdragen aan de ruimtelijke inrichting: groen, weg en nieuwbouwplannen. Ten tweede is dit de komst van de Omgevingswet in 2022, die de vorming van een integrale omgevingsvisie verplicht stelt. Ten derde speelt de energietransitie en het streven naar een circulaire economie. Daarnaast hebben we als waterpartners communicatie en duurzaamheid hoog in het vaandel staan en willen we bewoners en bedrijven actief betrekken bij (uitvoering)plannen. In de op rijksniveau overeengekomen “Aanvullende afspraken Bestuursakkoord Water” zijn naast de implementatie van de Omgevingswet ambities opgenomen met betrekking tot de kansen van de informatiesamenleving en de risico’s van digitale dreigingen. In dit RWP houden we daar rekening mee.

1.4

Leeswijzer • •

•

•

• • •

In hoofdstuk 2 worden de taken en bevoegdheden van de betrokken partijen toegelicht en komen de relevante uitdagingen en ontwikkelingen aan bod. Om de goede dingen goed te kunnen doen is inzicht in de ontwikkeling van het te beheren areaal, de toestand van de objecten en in het functioneren van het systeem nodig. Hoofdstuk 3 geeft een indruk hoe we ervoor staan en is er een terugblik op de afgelopen planperiode. In hoofdstuk 4 kijken we vooruit, beschrijven we wat we willen bereiken en laten we zien hoe we daar vanuit een goede basis en met gepaste ambities en (gezamenlijke) doelen naartoe werken. Een goede basis verkrijgen we met het continueren van de uitvoering van planmatige taken en zetten we de ingeslagen weg voort. In hoofdstuk 5 is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen we als gemeente Hilvarenbeek in samenwerking met onze waterpartners of zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit RWP. In bijlage 3 zijn de uitgeschreven maatregelen opgenomen. De middelen en financiën is opgenomen in hoofdstuk 6. Het kostendekkingsplan is daarnaast als tabel opgenomen in bijlage 4. In bijlage 1 is vervolgens het hemel- en grondwaterbeleid opgenomen, dat een middel is om verschillende doelen te bereiken. Dit beleid is een aanscherping op het beleid van de Keur van het waterschap. In paragraaf 4.2.2 is dit beleid kort samengevat opgenomen.

Bijlage 5 bevat de toelichting op afkortingen en begrippen die in dit rapport zijn opgenomen

2

2

Kaders

2.1

Taken en bevoegdheden

De zorg en verantwoordelijkheid voor het water is in handen van gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat, drinkwaterbedrijven, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid. De belangrijkste wetten en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit RWP zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Algemene lozingenbesluiten. In bijlage B is een overzicht van relevante wetgeving opgenomen. De taken en bevoegdheden van waterketenpartners zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 2.1: Taken en bevoegdheden waterketenpartners Actor Taken en Bevoegdheden Europa Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht

geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden.

Rijk

Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Milieu is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie. Het Rijk is opsteller van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met de komst van de Omgevingswet verandert het Nationaal Waterplan in het Nationaal Waterprogramma conform artikel 3.9 uit de Omgevingswet. Het Nationaal Waterprogramma vormt de rode draad voor het behalen van omgevingswaarden en andere doelstellingen uit de KRW. Volgens Omgevingsbesluit artikel 8.14 dient het programma elke zes jaar geactualiseerd te worden door het Rijk. De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. De provincie is opsteller van het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021. Conform artikel 3.8 uit de Omgevingswet verandert dit in het Regionaal Waterprogramma. Hierin worden de EU-richtlijnen zoals de KRW en de Grondwaterrichtlijn (GWR) geïmplementeerd.

Provincie Noord Brabant

De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: • Industriële onttrekkingen > 150.000 m3 • Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning • Bodemenergiesystemen Ten aanzien van het RWP heeft de provincie een adviserende en toetsende rol. De provincie kan een aanwijzing geven indien er tegenstrijdigheden zijn tussen het RWP en de provinciale plannen. De provincie is opsteller van de Brabantse Omgevingsvisie (2018). 3

Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat heeft de regiefunctie over drie belangrijke netwerken: het hoofdwegennet, vaarwegennet en hoofdwatersysteem. Ten aanzien van wateren beheert Rijkswaterstaat in de praktijk de oppervlaktewaterlichamen, inclusief kunstwerken en waterkeringen en exclusief havens, die in beheer zijn bij het Rijk. Dit behelst waterkwaliteitsbeheer, waterkwantiteitsbeheer en waterstaatkundig beheer. Het waterschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. De visie hierop en de bijhorende maatregelen zijn beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021. Conform artikel 3.7 uit de Omgevingswet verandert dit in het Waterbeheerprogramma en moet bij de vaststelling rekening gehouden worden met het Waterprogramma 2022-2027.

Waterschap De Dommel

Het waterschap heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de RWZI en naar het oppervlaktewater. Voor de regulering van indirecte lozingen (naar het riool) heeft het waterschap een adviserende rol naar gemeenten. Het waterschap heeft eveneens een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen o.a. middels algemene regels, verordeningen en een Watervergunning. Het waterschap is ook verantwoordelijk voor vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties in haar beheergebied, met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is.

Brabant Water

Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure. Ten aanzien van het RWP heeft het waterschap een adviserende rol. Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. Brabant Water zorgt ervoor dat er schoon drinkwater uit de kraan komt. De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: • Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk (Wm art. 10.33) • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. 4

Eventueel kan de gemeente hiervoor maatwerkvoorschriften of een gebiedsverordening instellen (Ww art. 3.5) • Treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente dient het loket te zijn voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied (Ww art.3.6). Gemeente

De gemeente is ook deels bevoegd gezag voor bodemenergiesystemen. Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten. In de meeste gevallen is de gemeente hiervoor bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water houdt de gemeente rekening met de wettelijke voorkeursvolgorde. Volgens de wet hebben gemeenten een belangrijke taak in het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken/ WIBON) en het beschikbaar stellen van gegevens over de ondergrond. In het kader van het Besluit op de lijkbezorging hebben gemeenten een toetsende rol in de ontwatering van begraafplaatsen. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen gemeente en waterschap bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure. Uitgangspunt hierbij is het hydrologisch neutraal ontwikkelen waarbij vanuit de gemeente ook haar hemel- en grondwaterbeleid wordt toegepast.

Perceeleigenaar

De gemeente stelt conform het DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) een klimaatadaptatiestrategie op. Deze wordt binnen de regio samen met de opgave op energiestrategie in de REKS uitgewerkt naar een uitvoeringsprogramma. In het RWP vindt de uitwerking van het onderdeel water hiervan plaats. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel-en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige hemel- en grondwater, is er een taak voor de gemeente of waterschap. De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren.

5

2.2

Uitdagingen en ontwikkelingen

Databeheer Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit o.a. meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(re) frequentie ingezameld. We houden/brengen de basisgegevens op orde Betrouwbare en voldoende actuele gegevens zijn de basis voor een goed en (kosten)efficiënt rioleringsbeheer. Naast het op orde brengen van de bestaande gegevens richten we onze energie nu ook met name op de gegevens met betrekking tot uitgevoerde rioolinspecties en ondergrondse hemelwater verwerkende voorzieningen. We voeren de benodigde werkzaamheden uit om alle data op orde te krijgen en gebruiken daar diverse software pakketten voor (GBI en SAM). Om deze softwarepakketten operationeel te houden hebben we onderhoudscontracten afgesloten. In 2021 is het gevalideerde rekenmodel van de afvalwaterketen in Hilvarenbeek geactualiseerd, dit rekenmodel zal in 2026 opnieuw geactualiseerd worden voor de kernen Hilvarenbeek, Diessen, Esbeek, Biest-Houtakker, Baarschot en Haghorst.

We meten en monitoren voor meer inzicht in het functioneren Om de zorgplicht goed uit te kunnen oefenen willen we zicht hebben op het hydraulisch functioneren en het aantal overstortingsgebeurtenissen per jaar vanuit het rioleringssysteem op oppervlaktewater. Hiervoor hebben we niveaumeters in overstortputten en in gemengde of gescheiden riolering geplaatst. De waterschappen voeren niveaumetingen uit om opstuwing als gevolg van o.a. verstoppingen te meten. Het totaal aan meetgegevens is bruikbaar om eventuele stelselverbeteringen vast te stellen de door te voeren. Het in de vorige planperiode opgerichte gemeentebrede meetnet houden we de komende planperiode in stand. Het beheer van het meetnet (binnen het werkgebied van waterschap de Dommel) besteden we uit aan waterschap De Dommel op kosten van onze gemeente. Hiermee hebben we een meer gedetailleerd inzicht in de werking op een aantal specifieke locaties. Aan de hand van de data uit het meetnet kunnen ook de modelberekeningen worden getoetst op de werkelijkheid. Bij de oprichting en inrichting van de informatiesystemen lag de focus tot nu toe op het beheren van data. De komende planperiode richten we ons, met het oog op de Omgevingswet, op het ontsluiten van de data via 1 loket. Inwoners kunnen zo hun ontstoppingsstuk digitaal opzoeken bij verstoppingen.

Samenwerken in de waterketen Sinds het in werking treden van het Bestuursakkoord Water (2010) werken we als gemeente Hilvarenbeek samen met waterschap Brabantse Delta, waterschap De Dommel, gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Tilburg, Loon op Zand, Oisterwijk en Waalwijk en Brabant Water binnen de werkeenheid Doelmatig Waterbeheer Hart van Brabant. Dit is één van de vier werkeenheden voor samenwerking aan doelmatig (afval)waterbeheer binnen de SWWB (Samenwerken aan Water in Midden en West Brabant). Voor deze samenwerking hebben we een samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld. Door samen op te trekken en kennis te delen kunnen we de waterketen zo optimaal mogelijk inrichten en profiteren van elkaars expertise en capaciteit. Ook na 2020, toen het Bestuursakkoord Water afliep, is er doorgegaan met het sturen op de 4k’s (kwaliteit, kwetsbaarheid, kostenbesparing en klimaatadaptatie) en richten we ons op nieuwe thema’s en het addendum Bestuursakkoord Water. Als voorbeeld van deze samenwerkingen hebben we een blauwdruk voor het RWP laten opstellen 6

die binnen het samenwerkingsverband wordt gebruikt. Het RWP krijgt hiermee een gemeenschappelijke basis met een ´couleur locale´ voor gemeentespecifieke zaken. Participatie Participatie is iets waar gemeenten al jaren mee bezig zijn. Niets nieuws dus. Toch staat participatie volop in de belangstelling. Dit heeft te maken met de doorontwikkeling van participatie. We kunnen namelijk drie generaties hierin onderscheiden. De eerste generatie (burger)participatie kwam op in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw. Burgers werden mondiger en eisten inspraak. Dit heeft geleid tot wettelijke regelingen t.a.v. inspraakprocedures. Een tweede generatie participatie is ontstaan in de ’90 jaren van de vorige eeuw. Deze generatiegolf is gericht op draagvlak creëren voor plannen en beleid. Interactieve planprocedures zijn een gevolg hiervan. Deze generatie is nog steeds actueel en wordt dagelijks toegepast in de gemeentelijke dienstverlening. De derde generatie participatie is een vorm van participatie die veel verder gaat dan de tweede generatie. Bovendien heeft zij het tij mee. Onder het motto: ‘meer burger , minder overheid’, ‘verantwoordelijkheid terugleggen bij burgers en bedrijven’ en ‘het betaalbaar houden van de gemeentelijke dienstverlening’ is er een maatschappelijke tendens waarin deze participatievorm in kan gedijen.

Het gaat bij de derde generatie om het stimuleren en faciliteren van initiatieven. Deze methodiek passen we dan ook toepassen in onze werkwijze de ‘ Tussenheid’: we doen het samen, de gemeente faciliteert bij initiatieven van inwoners. Daarnaast heeft onze gemeenteraad het Beeks model als handreiking vastgesteld in december 2019. Dit is een notitie hoe om te willen gaan en verder te komen met inwonerparticipatie. Al enige jaren is ook Het Right to Challenge (RtC), ‘het Recht om Uit te dagen’ actueel. De kern van de aanpak is dat een groep (georganiseerde) bewoners taken van gemeenten kunnen overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer en/of goedkoper kan. Voor riolering is dat niet realistisch, nog wenselijk. Maar op de onderwerpen ‘water’ en ‘klimaat’ liggen wellicht mogelijkheden.

Klimaatontwikkeling Het klimaat is aan het veranderen. Dat leidt o.a. tot zwaardere buien, een toename van warme dagen en langdurig droge perioden en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem, de waterketen en de omgeving willen we droge voeten en een leefbare omgeving behouden. Klimaatadaptatie is het proces waardoor we, als samenleving, de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor we profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Hierbij gaat het vooral om het tegengaan van opwarming, wateroverlast en verdroging zowel in de bebouwde omgeving als in het omringende buitengebied en de natuur. Rijk en decentrale overheden hebben met betrekking tot klimaatadaptatie afgesproken zich tijdig aan te passen aan de (versnelde) klimaatverandering om schade te beperken en kansen te pakken. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is de ambitie opgenomen om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht en dat alle sectoren in 2020 klimaatbestendig handelen. We werken als regionale werkgroep het onderdeel klimaatadaptatie binnen de regionale energie- en klimaatstrategie (REKS) op onderdelen uit in de vorm van een uitvoeringsprogramma. Dit met een klimaatbestendige regio als doel om de negatieve gevolgen van de klimaatontwikkeling af te zwakken.

Energietransitie Als de temperatuur blijft stijgen, nemen de klimaatproblemen toe en treffen ze meer mensen. Om dat te voorkomen heeft Nederland klimaatafspraken gemaakt. Hiervoor moeten we onze CO2uitstoot sterk verminderen. In 2030 met 50% en in 2050 zelfs met 95%. Voor de vermindering van CO2-uitstoot moeten we anders met onze energiebronnen omgaan. Dat betekent energie besparen en overgaan op duurzame energiebronnen (fossielvrij). Alle regio’s in Nederland maken nu plannen over hoe en waar ze energie kunnen besparen, en waar ze duurzame energie met zon en wind kunnen opwekken. Voor de warmtetransitie wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor het verwarmen van onze huizen en gebouwen zonder aardgas. 7

Deze plannen komen allemaal samen in een zogenaamde RES, een Regionale Energie Strategie. In onze regio, Hart van Brabant, kijken we óók hoe we onze omgeving kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat. Daarom heet de RES in de regio Hart van Brabant een REKS: een Regionale Energie- en Klimaat strategie. Met een extra “K” erbij. De provincie, waterschappen en gemeenten in Hart van Brabant hebben de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) vastgesteld. Daarmee is de aftrap gegeven voor de volgende fase in het REKS-proces, de uitvoering. In 2022 werken we de REKS op onderdelen verder uit. Dat doen we samen met de gemeenten van regio Hart van Brabant. Thema’s als wind boven bos, energiebesparing en duurzame warmtebronnen vragen om nader onderzoek. In 2023 moet de geactualiseerde REKS 2.0 gereed zijn. Ook gaan we in 2022 door met de voorbereidingen voor de uitvoering van energiehubs. Onder een energiehub verstaan we een concentratie van duurzame opwek van elektriciteit door wind en zon. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor opslag van geproduceerde elektriciteit en zelfs omzetting daarvan naar bijvoorbeeld waterstof of warmte. Er kan ook gekoppeld worden met infrastructuur voor warmte en warmteopslag. Kortom een plek waar energie geconcentreerd wordt om zo optimaal van de verschillende stromen te kunnen profiteren.

De hubs zijn ook de plekken waar klimaatopgaven, zoals waterberging en water vasthouden, gerealiseerd kunnen worden. Zo worden in een energiehub meerdere opgaven aan elkaar gekoppeld. Realisatie van Energiehubs hebben grote impact op de omgeving en de samenleving. Daarom is belangrijk dat vooraf een zorgvuldige ruimtelijke en maatschappelijke verkenning wordt uitgevoerd die wordt uitgewerkt in een gebiedsopgave/visie. In Hilvarenbeek zijn Energiehubs Kattenberg en De Baars locaties die hiervoor verkend worden.

De lopende acties die zijn gericht op bewustwording en energiebesparing worden vooral vanuit het Energiehuis Hilvarenbeek verzorgd. Het Energiehuis verstrekt informatie en energieadvies aan inwoners. Met de subsidie vanuit de ‘Regeling Reductie Energiegebruik Woningen’ helpen we woningeigenaren en huurders om kleine besparingsmaatregelen te nemen. Hiervoor werken we samen met woonstichting Leystromen en het Energiehuis.

8

Transitie buitengebied In het buitengebied spelen diverse ontwikkelingen, waaronder de transitie in de landbouw, de energietransitie, het veranderende gebruik van het buitengebied (multifunctionele landbouw, nieuwe economische dragers) en overbelasting van de natuur (stikstof). De vraag is wat we als gemeente en samenleving daarmee willen. Het beleidskader ‘Vitalisering buitengebied” biedt al kansen voor bepaalde ontwikkelingen, met name gericht op andere functies voor de terugtredende landbouw. Dit is één van de bouwstenen voor de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan. Daarin zullen de nieuwe kaders voor het buitengebied verder vorm krijgen. Ook het Landschapsontwikkelingsplan is zo’n kader dat daarin zijn plaats zal krijgen. Er zullen echter nog meer (thematische) kaders een plek moeten krijgen om tot een integraal kader te komen. Zo ook voor water en klimaat. Voor het buitengebied is daarbij van belang dat de traditionele functies natuur en landbouw minder dominant zijn dan voorheen en dat meer en meer ruimtebeslag is en zal komen vanuit andere functies en belangen; recreatie, energie, klimaat en water(beheer) stellen tegenwoordig andere eisen aan die (traditionele en nieuwe) functies. De omgevingswet regelt dat deze kaders uiteindelijk in de omgevingsvisie worden verankerd en als regels in het omgevingsplan worden opgenomen.

Samen met de belanghebbende partijen (provincie, ZLTO, natuurorganisaties, ondernemers, bewoners en andere stakeholders zal de komende periode verder verkend worden. Omgevingswet Na het van kracht worden van de omgevingswet is het RWP niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar kunnen elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, -plan en programma. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een rioleringsplan komt te vervallen houden we rekening met een nieuw op te stellen rioleringsprogramma als opvolger van dit RWP. Het is immers een effectief planinstrument om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen. Het RWP past in een logische lijn van de verplichte nationale en regionale waterprogramma’s naar een lokaal programma voor stedelijk water en riolering. Door andere beleidsvelden en plannen te betrekken bij het planproces van dit RWP zijn de raakvlakken gewaarborgd. In dit RWP hebben we geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet door rekening te houden met de beoogde opzet van de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de bijbehorende uitvoeringsagenda.

9

Afbeelding 2.1: Overzicht Omgevingswet (Bron: gebaseerd op schema Gemeente Zwolle/BRO adviseurs) Met de komst van de Omgevingswet worden regels vastgelegd in een Omgevingsplan. De kern van de Omgevingswet gaat over ruimte geven (loslaten en vertrouwen) en over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet beoogt meer ruimte te geven voor ideeën van initiatiefnemers. Het maakt niet uit of de gemeente, een bewoner, ondernemer, projectontwikkelaar of maatschappelijke organisatie het initiatief neemt. De Omgevingswet geeft meer ruimte om lokale afwegingen te maken en om de belangen van direct betrokkenen in die afwegingen te betrekken door middel van participatie. De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar schrijft bewust niet voor hoe dat moet. De raad heeft hiervoor het eerder vernoemde Beeks model vastgesteld. In het voorstel voor de omgevingswet staat dat we voor onze eigen initiatieven volgens dit model gaan werken. Voor vergunningen hebben we de infographic gemaakt. Dit alles geeft ons een werkwijze die past binnen de lokale context. Het Rijk beperkt zich in het nieuwe stelsel bij het stellen van algemene regels tot de meest milieubelastende activiteiten. Daar behoort het lozen van afvalwater (stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater) niet toe.

De regels over lozen van afvalwater worden daarom voortaan volledig door de decentrale overheden gesteld: door de gemeente in het Omgevingsplan (lozen op de bodem of in de riolering) en door het waterschap in de waterschapsverordening (lozen in oppervlaktewater). Als gemeente moeten we daarom (samen met het waterschap) aan alle vereisten van het nieuwe stelsel gaan voldoen. De komende planperiode gaan we benutten om te bepalen welke regels we kunnen schrappen en moeten aanpassen of behouden om een goed functioneren van het stedelijk watersysteem te kunnen waarborgen. In Hoofdstuk 4 wordt toegelicht hoe wij ons (afval) watersysteem in willen richten in de komende planperiode. Van de gemeenten en waterschappen wordt niet verwacht dat zij direct bij inwerkingtreding van de Omgevingswet regels vaststellen over het lozen van afvalwater. De overgangsrechtelijke oplossing hiervoor is de zogeheten “bruidsschat”. De bruidsschat bevat bestaande rijksregels die vervallen. Deze regels worden via het Invoeringsbesluit Omgevingswet aan alle omgevingsverordeningen van Nederland toegevoegd, die bij inwerkingtreding van rechtswege ontstaan. Het Omgevingsplan en de waterschapsverordening bevatten dus bij inwerkingtreding de huidige rijksregels over het lozen van afvalwater, inclusief de zorgplicht en de bevoegdheid tot het stellen 10

van maatwerkvoorschriften. Er is wel een overgangsperiode ingesteld (voor gemeenten tot 2029, voor waterschappen tot 2023) zodat gemeenten en waterschappen aan alle vereisten van het nieuwe stelsel kunnen gaan voldoen. We hebben de vrijheid om te doen wat we willen met de bruidsschatregels: schrappen, aanpassen of behouden (bron: “Advies aanpak knelpunten klimaatadaptief bouwen”, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2019). In de gemeentelijke Omgevingsvisie worden lange termijn beleidsdoelen opgenomen en kan worden aangegeven met welke instrumenten die beleidsdoelen zullen worden nagestreefd. Hoofdstuk 3 van dit RWP bevat een beeld van de toestand van het stedelijk watersysteem en de mate waarin wordt voldaan aan de lange termijn doelen. Dit beeld vormt het vertrekpunt voor het bepalen van de ambitie en helpt bij het inschatten wat de gevolgen zijn van een gekozen ambitie. In hoofdstuk 4 hebben we op strategisch niveau de visie, ambitie en doelstellingen opgenomen als bouwsteen voor de gemeentelijke Omgevingsvisie. In het Omgevingsplan worden alle regels ten aanzien van de fysieke leefomgeving opgenomen. Vooralsnog gaan we ervan uit dat voor de bebouwde kom de huidige regelgeving volledig wordt overgenomen en zo mogelijk zal worden aangepast om beter te kunnen sturen op een klimaatbestendige omgeving en een robuust stedelijk watersysteem.

Voor het buitengebied kunnen mogelijk regels komen te vervallen om hiermee meer duurzame alternatieven voor riolering en het verwaarden van afvalwater beter te kunnen faciliteren. Het hemel- en grondwaterbeleid (nog uit te breiden naar een integraal klimaatbestendig beleid) in bijlage 1 zal hier grotendeels in worden opgenomen. Een Programma in de geest van de Omgevingswet is een pakket van beleidsvoornemens en maatregelen om omgevingswaarden of doelen in de leefomgeving te bereiken en daaraan te blijven voldoen. De voorgenomen acties en (gebiedsgerichte en gezamenlijke) maatregelen voor het thema (stedelijk) water en de bijbehorende financiële middelen zijn opgenomen in hoofdstukken 5 (Uitvoeringsagenda) en 6 (Middelen) van dit RWP.

11

3

Beeld van de huidige situatie

3.1 Stedelijk watersysteem Onderstaand is een overzicht opgenomen van het areaal, de toestand en het functioneren. Kenmerken Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater beschikken we als gemeente Hilvarenbeek over een rioolstelsel met een totale lengte van circa 110 km en meer dan 11 rioolgemalen. Om er voor te zorgen dat tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van riooloverstorten en hemelwaterlozingspunten. Speciale rioolvoorzieningen (bergbezinkbassins) beperken de vuiluitworp van de riolering naar het oppervlaktewatersysteem. Het afvalwater in het buitengebied wordt ingezameld met bijna 400 pompunits en verpompt via ca. 87 km aan drukriolering en persleidingen. Al dit afvalwater wordt gezuiverd op de rioolwaterzuiveringsinrichtingen (RWZI) Biest-Houtakker. In tabel 3.1 hebben we de belangrijkste kenmerken van het stedelijk watersysteem van de voor onze gemeente weergegeven. Tabel 3.1: overzicht voorzieningen stedelijk watersysteem gemeente Hilvarenbeek

Voorzieningen Inzameling • Kolken hemelwaterriolering (inschatting) • Kolken vuilwaterriolering (inschatting) Afvoer (vrij verval) • Gemengde riolering • Vuilwaterriolering • Hemelwaterriolering • Drainage • IBA-systeem (Individuele Behandeling van Afvalwater Afvoer (mechanisch) • Persleidingen • Drukriolering • Hoofdrioolgemalen • Drukriolering (pompunits) Lozingspunten • Externe overstortputten zonder randvoorziening • Externe overstortputten met randvoorziening • Uitlaten hemelwaterriolering

2.000 stuks 6.300 stuks

55,5 km 21,0 km 29,5 km 2,5 km 23 stuks

5 km 90 km 11 stuks 385 stuks

4 stuks 5 stuks 33 stuks

Hemelwatervoorzieningen • Infiltratievoorzieningen • Wadi’s e.d.

10 stuks 10 stuks

Meetpunten • Grondwater • Riolering • Oppervlaktewater

45 stuks 22 stuks 1 stuks

12

Kwaliteitstoestand In 1954 hebben we de eerste riolen aangelegd. Vanaf die periode is het rioleringsnet verder uitgebouwd met een piek in rioolaanleg in de na-oorlogse periode. Als gevolg van slijtage is een steeds groter deel van deze riolering aan vervanging toe. De piek in rioolaanleg leidt ook tot een piek in rioolvervanging. Door de levensduur op te rekken en mee te liften met ontwikkelingen kunnen we deze piek uitsmeren. Benodigde reparaties voeren we uit binnen 1 jaar. Eventuele benodigde renovatie/vervanging voeren we binnen 4 jaar uit. Om op tijd te kunnen ingrijpen moeten we een goed beeld moeten hebben en houden van de kwaliteitstoestand. Om een vinger aan de pols te houden en te kunnen sturen op risico’s hebben we daarom de afgelopen planperioden de riolering geïnspecteerd door middel van leiding-inspecties met gebruikmaking van een rijdende camera. Omdat de leiding-inspecties niet gekoppeld zijn in het beheerinformatie systeem is het niet mogelijk een toestand uitdraai te maken van het huidige rioolstelsel. Op basis van de uitgevoerde inspecties en de uitgevoerde maatregelen kunnen we stellen dat de toestand van de objecten nog overwegend goed is. Dit is mede te danken aan de gunstige grondslag (zandige ondergrond) en een goed vuiltransport.

Afbeelding 3.1: Leeftijdsopbouw vrijverval riolering (bron GBI oktober ’21) Functioneren stedelijk watersysteem De afgelopen planperioden heeft er een flinke kwaliteitsimpuls plaatsgevonden in het rioleringssysteem van Hilvarenbeek. Vanuit de berekeningen is bepaald waar ingrepen nodig zijn om water op straat en erger te voorkomen. In deze gebieden zijn reconstructieprojecten uitgevoerd, waarbij water in het gebied wordt vastgehouden en daken worden afgekoppeld van de vuilwaterriolering. Hiermee zijn de aanpassingen klimaatbestendig en dragen ze bij aan een robuust watersysteem. Er zijn daarnaast hemelwaterriolen aangelegd die bergen en infiltreren om eventueel overtollige hemelwater te kunnen afvoeren naar oppervlaktewater aan de randen van Hilvarenbeek en Diessen. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt voldaan aan het hydrologisch ontwikkelen waarbij minimaal 30 mm wordt geborgen en deze een bui met herhalingstijd van 10 jaar kan verwerken. Om inzicht te krijgen in het functioneren van het stedelijk watersysteem is het basisrioleringsplan (BRP) uit 2012 in 2021 opnieuw opgesteld in samenwerking met waterschap de Dommel. Op basis van het verkregen inzicht voeren we de komende planperiode de geadviseerde maatregelen uit en gaan wij verder met het uitvoeren van het Hemelwaterstructuurplan.

13

Beschermingsniveau Voor bestaande riolering wordt uitgegaan van de eis dat het gemengde rioolstelsel minimaal de neerslagsituatie bui 08 (neerslagsituatie die eenmaal per 2 jaar voorkomt) moet kunnen afvoeren zonder water-op-straat. Voor nieuwe rioolstelsels, afkoppellocaties en/of uitbreidingen worden ook berekeningen met bui 10 uitgevoerd (neerslagsituatie die eenmaal per 10 jaar voorkomt). Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt is beperkt kan het voorkomen dat water op straat optreedt. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt in hinder, ernstige hinder en overlast. Om aan te geven wanneer sprake is van wateroverlast of hinder hanteert gemeente Hilvarenbeek de navolgende definities. Tijdens hevige neerslag kan er ‘water op straat’ optreden. Bij ‘water op straat’ wordt onderscheid gemaakt in 3 verschillende gradaties: Hinder:

kort durend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’, met een duur in de orde van 15-30 minuten.

Ernstige hinder: forse hoeveelheden ‘water op straat’, ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels, met een duur in de orde van 30-120 minuten. Overlast:

langduriger en op grotere schaal ‘water op straat’, water in winkels, woningen met materiële schade en mogelijk ook ernstige belemmering van het (economische) verkeer. Stichting RIONED: Normen wateroverlast

3.2 Terugblik afgelopen planperiode Uit een evaluatie van de voorgaande planperiode 2017-2021 blijkt dat we goed op koers liggen en het merendeel van de afgesproken werkzaamheden zijn uitgevoerd. De algehele conclusie over de voortgang van de activiteiten is al volgt: • De reguliere beheermaatregelen zijn jaarlijks consequent uitgevoerd en in ontwikkeling; • De reguliere onderhoudsmaatregelen zijn uitgevoerd • De onderzoeksmaatregelen zijn ingezet • De verbetermaatregelen zijn grotendeels uitgevoerd. • De aanlegmaatregelen zijn grotendeels uitgevoerd. Het vervangen van riolering is door gebrek aan capaciteit in de voorbereiding en keuze in prioritering van projecten uitgesteld. Effecten aanleg hemelwaterriolen We hebben met de reconstructieprojecten in de afgelopen planperiode delen uit het hemelwaterstructuurplan gerealiseerd. Zo hebben we in de periode 2017- 2021 ruim 13 km riolering vervangen/nieuw aangelegd en hebben we diverse voorgestelde maatregelen uit de theoretische rioolberekeningen in de praktijk uitgevoerd. Deze uitgevoerde vervangingen hebben een sterke impuls gegeven aan de waterrobuustheid van het systeem en hiermee het voorkomen van water op straat situaties. Met het uitvoeren van 2D berekeningen hebben we inzicht gekregen in de gevolgen van verschillende buien, waaronder extreme neerslag in Hilvarenbeek.

Het beschermingsniveau ten aanzien van het rioolstelsel wordt gelegd op geen water-op-straat berekend bij bui08. Voor nieuwe stelsels geldt daarbij een toetsing op hinder en overlast bij bui10. Verder is er gerekend met een extreme bui met 90mm in 1 uur. Deze gebeurtenis heeft een herhalingstijd van 250 jaar en geeft aan waar er allemaal water-op-straat zou kunnen ontstaan Om de beschikbare middelen doelmatig in te zetten wordt voor water-op-straat onderscheid gemaakt in hinder, ernstige hinder en overlast (zie kopje beschermingsniveau in paragraaf 3.2).

14

BRP juli 2012 9T5729.DO

BRP April 2021 121539/21-005.516

In het vorige basisrioleringsplan (BRP) werd voor wijk De Elst water-op-straat berekend bij bui08. Er werd beoogd om 6,0 ha verhard oppervlak af te koppelen, zodat dit regenwater niet meer naar de rioolwaterzuivering wordt afgevoerd, maar wordt vastgehouden of eventueel afstroomt richting de beken. In werkelijkheid is een afkoppeling van 5,2 ha gerealiseerd. Door de aanleg van het hemelwaterstelsel wordt er bij bui08 (volume van 19,8mm en heeft een duur van 1 uur) geen waterop-straat meer berekend. In het vorige basisrioleringsplan werd voor de Diessenseweg water-op-straat berekend bij bui08. Er werd beoogd om 4,6 ha af te koppelen. Hiervan is 4,0 ha gerealiseerd. Daarnaast is de leiding verruimd. Het afkoppelen Diessenseweg en Pastoor van Bijnenstraat in combinatie met de rioolverruiming heeft er toe geleid dat er op deze locatie geen water-op-straat meer berekend wordt voor bui08. Voor de Kasteelstraat werd in het vorige basisrioleringsplan bij bui09 water-op-straat berekend. Er werd beoogd 0,71 ha af te koppelen. Er is een afkoppeling van 1,6 ha gerealiseerd. De afkoppeling in combinatie met de rioolverruiming hebben er toe geleid dat bij bui09 geen water-op-straat meer berekend wordt. Hiermee kan worden gesteld dat met een duidelijke visie op het gebied van afkoppelen van hemelwater tot de gewenste effecten heeft geleid.

Daarnaast zijn de projecten met een kwaliteitsimpuls uitgevoerd waarin naast een klimaatbestendige inrichting het ook tot het verbeteren van het straatbeeld heeft geleid. Voor de gehele evaluatie van de maatregelen willen we u verwijzen naar het Basisrioleringsplan Hilvarenbeek, Diessen, Haghorst, Esbeek, Biest-Houtakker, Baarschot van 8 april 2021. Hemelwaterstructuurplan Voor de kern Hilvarenbeek heeft de gemeente een hemelwaterstructuurplan opgesteld, waarbij de uitgangspunten zijn dat er naast het afkoppelen van de voorzijde van daken van woningen en straatoppervlakken, ook 30 mm geborgen wordt in het projectgebied zelf. Bij gehele uitvoering van het structuurplan zou dit er voor zorgen dat het voorkomen van berekende water-op-straat afneemt: • bij bui10 staat water tegen de gevels van 10 panden (nu 50 gevels). De waterdieptes ter plaatse zijn echter beperkt waardoor er naar verwachting geen wateroverlast optreedt. De locatie met mogelijke wateroverlast blijft echter bestaan. Door het creëren van oppervlakkige afstroming naar nabijgelegen groenzones kan dit tegengegaan worden. Dit betekent dus hiermee rekening te houden tijdens het ontwerpproces; • bij een bui met 90 mm in 1 uur staat bij 360 panden (nu 564 gevels) water tegen de gevels. Dit veroorzaakt op een aantal locaties naar verwachting wateroverlast.

15

Voor de kern Diessen volgt de gemeente ook een hemelwaterstructuurplan. Rondom de kern zijn er een paar uitbreidingen waar een (verbeterd) gescheiden stelsel ligt. De afgelopen 10 jaar is het bedrijventerrein bij de Julianastraat (Laardaal) afgekoppeld. Hierdoor is het berekende water-opstraat bij bui08 op deze locatie verholpen en is de vuiluitworp op de beek de Reusel afgenomen. De ontwikkeling van Vroonacker III heeft door haar toekomstbestendige ontwerpeisen geen gevolgen voor het benedenstroomse stelsel gehad. Het verder implementeren van het structuurplan leidt tot het volgende: • bij bui08 wordt dan geen water-op-straat meer berekend voor de Acacialaan, Heuvelstraat, Willibrordusstraat en Docfastraat; • bij bui10 wordt het berekende water-op-straat verminderd, maar op Willibrordusstraat wordt bij 1 pand water tegen de gevel berekend. Het is echter niet de verwachting dat dit wateroverlast veroorzaakt; • bij een bui met 90 mm/uur nemen de berekende waterdieptes op straat af. Bij 64 (nu 75 gevels) panden wordt water tegen de gevel berekend. Mogelijk veroorzaakt dit wateroverlast. Het realiseren van het resterende deel van de hemelwaterstructuurplannen leidt ook tot een vermindering van de vuiluitworp bij overstorting naar omliggende sloten en beken, wanneer het rioolstelsel zich heeft gevuld bij het zware bui.

Programma ‘Klimaatmakers’ heeft geleid tot meer klimaatbewustzijn en betrokkenheid Om onze inwoners bewust te maken van de effecten van extreme weersomstandigheden is in 2018 het programma ‘Klimaatmakers Hilvarenbeek’ opgestart met een website met meerdere acties gedurende het jaar. De helft van het beschikbare budget is gekomen vanuit provinciale subsidies. Om samen met inwoners onze gemeente klimaatbestendiger én dus duurzamer te maken, zijn niet altijd grote, dure maatregelen nodig. Kleine aanpassingen kunnen al een groot verschil maken. Dat is het idee achter Klimaatmakers. De reeds gehouden acties: • Tegel eruit, plant erin (2018, 2019, 2020) – in samenwerking met het B-team • Regentonnenactie (2018, 2020) – in samenwerking met lokale bouwmarkt • Sedumdaken (2019) – in samenwerking met twee lokale hoveniers • Klimaatmakers gezocht (2019): Tien projecten ontvingen subsidie om hun idee te verwezenlijken om Hilvarenbeek beter bestand te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering door de leefomgeving groener te maken, energie te besparen en de biodiversiteit te vergroten. Het ging om vijf kleinere en vijf grotere projecten, die na het geven van een pitch als winnaar uit de bus zijn gekomen. Om deze initiatieven mogelijk te maken stelden de gemeente, Waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant samen een budget beschikbaar.

Naast de resultaten is er kennis gedeeld, hebben mensen elkaar ontmoet en is door jong en oud geparticipeerd.

16

4

Visie, ambities en doelen

In dit hoofdstuk is op het in juni 2021 gepresenteerde ambitievoorstel aan de commissie Ruimte de gewenste situatie voor de toekomst voor gemeente Hilvarenbeek uitgewerkt. Zowel visie als ambitie zijn ook ontleend aan de langetermijnvisie binnen de samenwerkingseenheid ‘Doelmatig waterbeheer Hart van Brabant’. Vervolgens is in de paragraaf ‘doelen’ uitgelegd hoe we hier invulling gaan geven en tonen de maatregelen in hoofdstuk 5 aan wat we concreet gaan doen. Om te waarborgen dat het RWP 2022-2026 wordt opgesteld conform de wensen en ambities van het gemeentebestuur zijn de belangrijkste maatschappelijke en financiële keuzes in juni 2021 voorgelegd met daarin de beschrijving van de keuze aan maatregelen. Tijdens de commissiebijeenkomst op 17 juni hebben we aan commissie Ruimte de vraag voorgelegd wensen en bedenkingen naar voren te brengen over ons ambitievoorstel. Over het algemeen werd hierin onderstreept dat aan de juiste ambitie en visie invulling wordt gegeven. Met de destijds geplaatste opmerkingen zijn voornamelijk de toelichtingen op de maatregelen verder aangescherpt.

4.1

Visie

Hilvarenbeek is in 2050 energieneutraal, groen, klimaatbestendig, schoon en circulair. Er is hierbij een balans tussen mensen, welvaart en onze omgeving. Als gemeente geven we het goede voorbeeld. We zijn milieubewust en trots op Hilvarenbeek. Als gemeente dragen we bij aan de doelen uit het nationaal klimaatakkoord en hebben 49% minder CO2 uitstoot in 2030. Dit doen we samen met partners, inwoners en bedrijven. We zorgen voor samenhang en inzicht in de duurzaamheidsdoelen waarbij we breed gedragen en betaalbare plannen maken. Duurzame ontwikkelingen uit de markt en de samenleving worden gesteund. Gemeente Hilvarenbeek gaat ervan uit dat de riolering, zoals deze in de vorige eeuw is aangelegd, in de toekomst anders zal gaan functioneren. Afvalwater bestaat niet meer, maar is een grondstof waaruit fosfaat, stikstof en cellulose, maar ook biomassa voor de productie van energie en bioplastics kan worden teruggewonnen. Voor een meer duurzame, milieuvriendelijker inrichting van de afvalwaterketen wordt op termijn gedacht aan onder andere kringloopsluiting en hergebruik van afvalwater. Landelijk worden op kleine schaal nieuwe sanitatievormen uitgeprobeerd, bijvoorbeeld een aparte inzameling van urine, gebruik van helofytenfilters (buitengebied) en lokale zuiveringstechnieken of terugwinning van grondstoffen of warmte.

De ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid worden binnen het samenwerkingsverband gevolgd en indien deze voldoende effectief en robuust blijken te zijn, zo mogelijk toegepast. Bij nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met mogelijke alternatieven op het gebied van sanitatie of in ieder geval met de aanleg van een systeem zodat in de toekomst alsnog hierop ingespeeld kan worden. Klimaatontwikkeling vraagt om een veerkrachtig watersysteem en een robuuste (afval)waterketen, die naast maatregelen in het rioolstelsel en het stelsel van waterlopen ook (ingrijpende) ruimtelijke maatregelen zullen inhouden. Bij strategische en tactische besluiten - vooral op het gebied van planvorming en investeringsbeslissingen- worden door gemeente en waterschap gezamenlijk gedragen besluiten genomen die hun motivatie niet zozeer vinden in ‘normatief denken’, maar in transparante afweging van belangen en kosten van de feitelijke bijdrage van maatregelen aan het voorkomen van wateroverlast (klimaat) en de kwaliteit van het oppervlaktewater c.q. de leefomgeving. Alleen op deze wijze is het mogelijk om de gestelde doelen uit het Bestuursakkoord Water te behalen voor “een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten”.

17

Door regenwater te accepteren tussen de straatbanden, in groenvoorzieningen en te bufferen in de bodem kunnen ook zwaardere buien worden verwerkt. Dit vergt nieuwe investeringen, maar biedt ook nieuwe kansen. Met de bovengrondse blauwgroene voorzieningen kunnen we tevens een bijdrage leveren aan het oplossen van andere klimaatgerelateerde problemen zoals hittestress en langdurige droogte. Groen en water in de openbare ruimte hebben ook een gunstig effect op de uitstraling van de leef- en werkomgeving, de gezondheid (meer bewegen, ontspanning) en kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met natuurontwikkeling (ecologische verbindingen). Daar waar bovengrondse oplossingen op korte termijn geen haalbare kaart zijn, bieden ondergrondse oplossingen uitkomst. We streven ernaar om binnen de beschikbare financiële ruimte het risico op onacceptabele schade en ernstige hinder door extreme neerslag zo veel mogelijk te verkleinen. In het kader van de stedelijke wateropgave zijn de effecten van klimaatverandering op het watersysteem in kaart gebracht. Hierbij gaat het zowel om waar overstroming plaats vindt (vanuit de riolering) als het gebruik van deze locaties (bv. belangrijke verkeersaders, kwetsbare stedelijke voorzieningen en plaatsen waar kwetsbare groepen gehuisvest zijn). Op basis van deze effecten kunnen we per project maatregelen afwegen.

Hierbij wordt een risico afweging gemaakt: waar is water-op-straat acceptabel en waar niet. Dit doen we in samenspraak met de waterschappen en andere belanghebbenden. Hiervoor we een risicodialoog gehouden voor het maken van een maatschappelijke afweging over het accepteren van overlast en schade, het investeren in maatregelen en de maatschappelijke baten van deze maatregelen.

4.2

Ambities & doelen

In deze paragraaf, waarin de opgave voor de planperiode is opgenomen, wordt ook ingegaan op de thema’s met bijbehorende ambities en doelen. Ambitie algemeen Maatregelen op klimaat gaan van onderzoek en bewustwording naar uitvoeren en meer stimuleren. We zien daarin ook de verschuiving van de wateropgave naar focus op de klimaatopgave. Er is vanuit de Regionale Energie- en Klimaatadaptatie Strategie (REKS) vanuit Hart van Brabant een lokale vertaling van het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie in de REKS opgenomen. Voor de personele capaciteit die extern benodigd is, is binnen de budgetten al rekening gehouden. We laten ook bewust bij anderen bepaalde initiatieven ontstaan om te ondersteunen of nemen soms zelf het initiatief. Dit past binnen de transitie naar een participerende overheid, aansluiten bij de energie van burgers, bedrijven en andere organisaties. Daarnaast zal in de gedachte van de Omgevingswet deze onderdelen een plek krijgen, integraal afgewogen vanuit een omgevingsvisie, regels en toetsing. Naast de maatregelen willen we ons beleid, uitgebreid naar een klimaatbestendig beleid voor de gehele leefomgeving, zo vormgeven dat deze direct te implementeren is binnen de Omgevingswet. Daarnaast zal het reguliere beheer en onderhoud met haar vaste termijnplanning worden omgezet naar een risicogestuurd beheer.

Hiermee worden de objecten, die zwaarder belast worden en een belangrijke functie hebben, met een hogere frequentie onderhouden dan de objecten waar het risico op overlast gering is. De riolering in het buitengebied krijgt tijdens de komende planperiode speciale aandacht; de werking van het systeem willen we beter in beeld hebben en gelet op de hoge onderhoudskosten denken we hiermee een efficiëntie-slag te kunnen maken.

18

4.2.1 Ambitie Thema 1 Beleven: waterrobuust en klimaatbestendig We willen in onze gemeente een groene, gezonde en veilige leefomgeving voor onze inwoners, bedrijven en gasten behouden en verder versterken. Het watersysteem is zo robuust dat de straten maximaal eens per 10 jaar blank komen te staan. O.a. Klimaatverandering en onze woningbouwambities zorgen voor druk op deze ambitie. Middels het uitbreiden het waterbeleid naar een integraal klimaatbestendig beleid willen we bijdragen aan oplossingen en gelijktijdig een aantrekkelijke omgeving realiseren. Dit doen we samen met de collega’s van groen, wegen en ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast gaan we ons (afval)watersysteem pro-actief optimaliseren. Met het waterschap gaan we invulling geven aan een robuust en veerkrachtig watersysteem. We hanteren hierbij de volgende principes in hoofdlijnen: elke druppel telt, functie volgt waterpeil en schoon water houden. Om de kans op hinder van werkzaamheden te verminderen en onze budgetten efficiënt te besteden synchroniseren we de uitvoering van onze klimaatmaatregelen met bestaande opgaven (meekoppelkansen benutten, bijvoorbeeld de energietransitie en initiatieven vanuit waterschap).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11082491/1