08 bp Dunsedijk - achter Rustoord (6 bijlage Tuinhistorisch onderzoek SB4)
Tekst van het document
De tuinen van Tersteeg kenmerken zich door het gebruik van bouwkundige elementen als terrassen, muren, pergola’s, poorten, gemetselde zitbanken en trappen, die aansluiten op muuropeningen en volumes van het gebouw. De tuin werd daarmee (visueel én functioneel) een verlengstuk van het gebouw en het leven binnenshuis en een intermediair naar het landschap. Hoewel in deze zogenaamde Architectonische Tuinstijl vaak de nadruk wordt gelegd op de orthogonale vormgeving en de gebouwde elementen, is er bij Tersteeg vrijwel altijd een landschappelijke component of een relatie naar een nabijgelegen natuurlandschap. Rustoord vertoont gelijkenis met andere door Tersteeg ontworpen tuinen, zoals bijvoorbeeld De Bijenschans aan de rand van Hilversum en De Eekhof in Enschede. Het huis De Bijenschans werd in 1917-1918 gebouwd naar ontwerp van architect H. Wegerif en voorzien van een tuin naar ontwerp van Tersteeg. (Afb. 3.1 t/m 3.3.) Het brede huis ligt geheel vrij en heeft een ruim bemeten achtertuin op het zuiden. Hier liggen enkele terrassen en paden op afdalende niveaus. Zij sluiten aan op de Hoorneboegse heide die oorspronkelijk met een lob de tuin in kwam tot aan de terras-
27
Zo bezat hij De Europese insecten van Maria Sybilla Merin uit 1730. (Bron: Vos (1920).)
35
Afb. 3.4: Huis De Eekhof omgeven door een natuurlijke parkaanleg. Uitsnede van een loodrechte luchtfoto, 1944. (Bron: geoportal WUR, RAF aerial photographs, 13-9-1944, flight103run25photo406 9.)
Afb. 3.5: Zicht over het tuinterras op het landschap, met rechts Huis De Eekhof. Foto uit 1999. (Bron: beeldbank RCE, doc.nr. 327.311.)
Afb. 3.6: 'Gespaard heideterrein op "Park 1813"- Lemelerberg bij Ommen.' (Bron: Groninger Archieven, nr. 535-284. De Nederlandsche Heidemaatschappij en Natuurschoon, 1932, waarin opgenomen foto's van het Park 1813; foto 11.)
36
Rustoord te Esbeek
Afb. 3.7: 'Wegenplan voor de Lemelerberg', getekend 'P.H. Wattez. Delden. Sept. 1918.' Met aanduiding van begroeiing in kleur. (Bron: Gelders Archief, toegang 0943 Heidemij, Oranjebond van Orde, nr. 395.)
Afb. 3.8: De Ruiterberg te Doorn, prentbriefkaart 1926. (Bron: collectie SB4.)
37
Afb. 3.9: Vogelvluchtopname vanuit het zuidwesten, 1924. (Bron: Aviodrome, fotonr. 1235.)
Afb. 3.10: Vogelvluchtopname vanuit het westen, 15 november 1946. Links achter het vakantiehuis is het grasveld met daarop twee voetbaldoelen zichtbaar. (Bron: Aviodrome.)
38
Rustoord te Esbeek
sen. Vanaf het huis was er ongestoord uitzicht over de heidevelden tot aan de Dom van Utrecht.28 Het huis De Eekhof werd in 1931 gebouwd naar ontwerp van de architect W. van der Leck. Tersteeg realiseerde in 1932 de omliggende tuin, die zich onderscheidt van het park door de iets verhoogde ligging met rechte keermuren en fraaie trappartijen ter overbrugging van het hoogteverschil. De ontworpen tuin beslaat slecht een klein gedeelte van het terrein waar verder het Twentse coulissenlandschap met boomgroepen, ongerepte heide en weilanden behouden bleef. (Afb. 3.4 en 3.5.) Een natuurlijk ven werd voorzien van een loopplank en een badhokje en kon daarmee als zwemvijver fungeren.29 Als derde moet tuin- en landschapsarchitect P.H. Wattez (1871-1953) worden genoemd. Wattez was geregeld betrokken bij werken van de Nederlandse Heidemaatschappij die in de eerste decennia van de 20e eeuw op meerdere plekken in Nederland ontginningen en bebossingen uitvoerde.30 Het is daarom niet ondenkbaar dat Wattez reeds in 1920 bij landgoed De Utrecht betrokken was, hoewel de ons bekende vermeldingen voor De Utrecht pas betrekking hebben op zijn ontwerpen voor het arboretum Arnoldspark omstreeks 1940. In 1918 was Wattez betrokken bij de aanleg van het natuur-, recreatie-, en gedenkpark ‘Park 1813’ nabij Lemele (Overijssel) door de Heidemij. (Afb.
3.6 en 3.7.) Naar ontwerp van Wattez werden de aanwezige, natuurwetenschappelijk aantrekkelijke plekken zoals heuveltoppen, diepe ravijnen en jeneverbesstruiken voor publiek ontsloten door een gebogen stelsel van wegen en paden. Cultuur- en natuurhistorische elementen als de 'Dikke Steen' en een oud kerkenpad werden gretig in het ontwerp opgenomen. 31 De rhododendronwandeling, die vanaf het achterplein van het hoofdgebouw van Rustoord circa 260 meter het landschap in voert, vertoont grote overeenkomsten met het ontwerp dat Wattez maakte voor landgoed De Ruiterberg bij Doorn. (Afb. 3.8.) Vanaf 1917 werd hier een tuin en park aangelegd bij een nieuw landhuis op de helling van de Utrechtse Heuvelrug. Zowel voor (heuvelaf) als achter (heuvelop) kwam in de as van het huis een lang wandelpad tot ver in het omliggende landschap. Aan de voorzijde doorsneed deze enkele symmetrische tuinterrassen om vervolgens als bomenlaan over de heide te eindigen bij een klein heuveltje. Vanaf het achterplein was er een recht wandelpad, aan weerszijden omgeving door heideterrein met ritmisch langs het pad aangeplante rododendronstruiken en solitaire boompjes.32
3.2. De terreinaanleg Na voltooiing van Vakantiehuis Rustoord bestond het terrein op hoofdlijnen uit een bescheiden oppervlakte aan gedetailleerde tuin (met keermuren en trappen overgaand in heideterrein) over de volle breedte voor het huis; een strak gazon aflopend naar een landschappelijke vijver opzij (zuid) van het huis; een recht wandelpad met evenwijdig rhododendrons en solitaire bomen achter het huis; een entree met plein en bijgebouwen ten noorden van het huis; en een open veld met solitaire (naald)bomen achter het ketelhuis. In 1915 werd het kadastrale perceel waarop enige jaren later Rustoord gebouwd zou worden omschreven als 'bouwland, heide in ontginning'. Daaruit blijkt dat dit perceel nog in ontwikkeling was en deels nog uit het oude natuurlandschap bestond. Vanaf 1922 registreert het kadaster het perceel met Rustoord als 'hotel, garage, dennenbos en heide'.33 De topografische kaart van 1900 toont een bosachtige opstand aan de noordzijde en onontgonnen heide aan de zuidzijde. De topografische kaart van 1918-1919 toont het perceel als een strak bos in het noorden en kale heide in het zuiden. 34 Gezien de latere foto’s zullen er verspreid wel enkele bomen op 28
Zie verder onder meer: http://www.historischeinterieursamsterdam.nl/huizenportret/gooi/huis-de-bijenschans-door-henkwegerif/. 29 Zie verder het Rijksmonumentenregister: monumentnummer: 510644 De Eekhof. 30 Vanaf 1899 wordt P.H. Wattez vermeld als begunstiger van de Heidemij. Bron: SB4, Cultuurhistorisch onderzoek Parklandschap Loenermark te Apeldoorn, 2019. 31 SB4, Cultuurhistorische waardestelling Park 1813 te Lemele, 2018. 32 Zie verder SB4, Ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van De Ruiterberg te Doorn, Wageningen, 1998. 33 Zie bijlage II. 34 Zie bijlage III.
39
2
4 7
6
1 3
5
4
Afb. 3.11: Relicten. <1900
1. heideterrein
1900-1920
2. productiebos
1922
3. tuin, terras en pleinen 4. parkbos (geplant voor 1920) en verfraaid in 1922 5. vijverpark 6. rhododendronwandeling
1940
7. sport en spel
40
Rustoord te Esbeek
de heide hebben gestaan. Op de zeer gedetailleerde luchtfoto van 1924 valt namelijk op dat de heide voor Rustoord en de heide met solitairen achter het ketelhuis (in 1918-1919 als heide en in 1900 als heide met bomen gekarteerd) niet zijn vergraven, waaruit duidelijk wordt dat het aanwezige landschap hier gerespecteerd is en behouden gebleven. (Afb. 3.9.) Een dergelijke waardering en incorporatie van het bestaande natuurlijke landschap in de nieuwe tuin- en parkaanleg sluit goed aan bij de denkbeelden en voorkeuren van de heren W.P. Ingenegeren, D.F. Tersteeg en P.H. Wattez, zoals hierboven uiteengezet. Forse vergravingen werden er gedaan rondom het hoofdgebouw, waarbij kan worden opgemerkt dat de vormgeving van de tuingedeelten direct voor en opzij van het huis uitstekend past in het oeuvre van Tersteeg, en de rhododendronwandeling vanaf het achterplein bij het werk van Wattez. De foto en de wijze van aanplanten wekken alleszins de indruk dat er vanaf het wandelpad met aan weerszijden rijen rhododendron en coniferen uitzicht op het omliggende landschap moest zijn. (Dit in tegenstelling tot de huidige besloten wandeling in de ‘berceau’.) Het gebruik van natuurstenen keien komt in het werk van beide tuinarchitecten ook vaker voor en kan eveneens als een verwijzing naar een ‘natuur-ideaal’ worden gezien.
De omstreeks 1940 uitgevoerde herinrichting van het terrein achter het ketelhuis tot een plek voor sport en spel en de aanleg van een tennisbaan nabij de Dunsedijk, zal zijn ingegeven door de vraag naar een meer actieve tijdsbesteding van de verblijvende gasten. Op dat moment wordt het gewaardeerde historische landschap ten noorden van de rhododendronwandeling getransformeerd tot recreatiepark. Uit de bewaard gebleven ontwerptekening (die mogelijk is toe te schrijven aan P.H. Wattez) blijkt dat ook daarbij nog getracht werd zoveel mogelijk de bestaande beplanting te bewaren, door gebruik te maken van onbeplant terrein en paden tussen de bomen door te laten slingeren. (Zie afb. 2.11.) De keuze om dit gedeelte van het terrein hiervoor te gebruiken, zal mede zijn ingegeven dat de ruimtelijke eenheid met doorzichten, door uitgroei van zowel de rhododendrons langs het wandelpad als van de omliggende bomen en coniferen, niet meer bestond en het terrein achter het ketelhuis een besloten open ruimte vormde. De luchtfoto uit 1946 toont de situatie, die in 1940 niet heel veel anders zal zijn geweest. (Afb. 3.10.) In dezelfde tijd werd in het Arnoldspark aan de westzijde van de Lage Mierdseweg door Wattez een vrij doorzicht opengemaakt in aansluiting op het zicht vanuit Vakantiehuis Rustoord over haar voorterrein met heide.
Waarmee juist de ruimtelijkheid vanaf het gebouw werd vergroot en de as-werking van de zichtlijnen versterkt. Nadien is het terrein, aan alle zijden van het gebouw, sterk dichtgegroeid waarmee de ruimtelijkheid en de onderlinge zichtrelaties nog verder zijn afgenomen. Het open gebied achter het ketelhuis is inmiddels met opslag begroeid en de tennisbaan vervallen. Ook de heide aan de voorzijde kreeg meer strakke en naar binnen wijkende bosranden met rhododendrons. Het huidige terrein overziend, kunnen de verschillende delen vooralsnog als volgt worden getypeerd en gedateerd (Afb. 3.11.): - Tuin, terras en pleinen om het huis. Tot stand gekomen in 1921-1922. Uitgevoerd in Architectonische Tuinstijl naar ontwerp van D.F. Tersteeg en kenmerkend voor zijn werk. In samenspel en aansluiting op het gebouw van architect J.W. Hanrath, met wie Tersteeg vaker samenwerkte. De basisvorm met structurerende elementen is behouden gebleven, door aanpassingen en toevoeging van vele kunstobjecten in beleving wel gewijzigd. - Een voorterrein met heide die bewaard is gebleven uit het oude ‘natuurlijke’ landschap dat hier reeds in de negentiende eeuw aanwezig was. Door Tersteeg in 1921 opgenomen in zijn ontwerp, op overeenkomstige wijze zoals hij elders deed. Door uitgroei van beplantingen, met name rhododendrons in de bosranden, sterk versmald.
De nieuw toegevoegde sokkels en kunstobjecten verminderen de oorspronkelijk bedoelde natuurbeleving. - Parkbosdelen ten noorden en ten zuiden van deze heide. Ontstaan door verfraaiing van het oude ‘natuurlijke’ landschap dat bestond uit heide met verspreide bomen. Onder invloed van Tersteeg werden hier omstreeks 1922 enkele paden aangelegd en (sier-)beplantingen toegevoegd. Inmiddels uitgegroeid tot dicht bos.
41
Afb. 3.12: Vergelijking 1924 en huidige situatie. (Bron recente opname: google earth.)
Afb. 3.13: Vergelijking 1946 en circa 2000 (min of meer gelijk aan de huidige situatie).
42
Rustoord te Esbeek
-
-
-
-
Park met slingerpad rondom de vijver aan de zuidzijde van het terrein. Dit gedeelte is omstreeks 1920-1922 tot stand gekomen, waarbij het bestaande ‘natuurlijke’ landschap aanzienlijk is verfraaid met nieuwe beplantingen. Op basis van voorliggende gegevens is geen ontwerper te benoemen. 35 Door minder onderhoud is het gebied dichtgegroeid en de vijveroever in matige staat. Rhododendronwandeling vanaf het achterplein naar de Dunsedijk. Deze is in 1922 aangelegd in relatie tot het Vakantiehuis Rustoord. Op stilistische gronden schrijven wij deze vooralsnog toe aan tuin- en landschapsarchitect Wattez. Door uitgroei van de rhododendrons is een indrukwekkende en gesloten berceau ontstaan, waarbij het uitzicht op het omringende terrein en landschap niet meer bestaat. Terrein voor sport en spel in een strook evenwijdig aan de rhododendronwandeling. Aangelegd omstreeks 1940 ter plaatse van een tot dan toe ongewijzigd ‘natuurlijk’ landschap. Thans sterk dichtgegroeid en de tennisbaan nauwelijks nog herkenbaar. Bosstrook aan de noordzijde van het terrein. Tussen 1900 en 1920 ingeplant als productiebos, in aansluiting op de beleggingsdoeleinden van De Utrecht. Nadien geleidelijk ontwikkeld tot een meer natuurlijk bos.
3.3. Vergelijking in beeld Op de hiernavolgende pagina’s een overzicht van historisch beeldmateriaal van vakantie-oord Rustoord vergeleken met foto’s van de huidige situatie in een vergelijkbaar camerastandpunt.
35
Op de, ons bekende, tekening van Tersteeg is dit terrein niet opgenomen. Te denken valt ook aan Wattez , die destijds meer voor de Heidemij werkte en aan wie door ons de rhododendronwandeling wordt toegeschreven.
43
44
Rustoord te Esbeek
45
46
Rustoord te Esbeek
47
4. VOORLOPIGE WAARDESTELLING 4.1. Methode De in onderliggend rapport gevolgde waarderingsmethode is ontleend aan de ‘Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek’ en richtlijnen ‘Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening’. 36 Hierin wordt onder meer nadruk gelegd op het belang van goede doorgronding van de ontwikkelingsgeschiedenis van een plek en een heldere en verifieerbare methode om te komen tot een duidelijke representatie van de waarden in beschrijvingen en tekeningen. Bij een waardebepaling kan zowel sprake zijn van een externe als van een interne waardestelling. Bij de externe waardestelling wordt het onderzoeksgebied als geheel gerelateerd aan de nationale of regionale betekenis en de positie ten opzichte van vergelijkbare gebieden in Nederland of de regio. Aangezien ‘De Utrecht Vakantiehuizen complex’ is aangewezen als Rijksmonument, heeft voor dit deel de externe waardering reeds plaatsgevonden. (Zie §1.1 en Bijlage I.) De interne waardestelling kan plaatsvinden op deelgebied- en elementsniveau, waarmee wordt bedoeld dat de waarden van deelgebieden en elementen op het terrein in relatie tot het onderzoeksgebied als geheel worden afgewogen, en dus in principe niet gerelateerd worden aan vergelijkbare elementen in andere terreinen.
Een waardering op deelgebied- of elementsniveau geeft inzicht in de specifiek aan een plek of element toe te kennen betekenis, waarbij oudere, meer gave en meer in samenhang verkerende zaken een hogere verwachtingswaarde kennen. Welke elementen zijn in de loop der tijd ongewijzigd en behoren tot de kern of het karakter van het gebied? Of welke elementen zijn later ingevoegd, maar op zorgvuldige wijze waarbij een nieuwe samenhang met de oudere situatie is ontstaan? Zo ontstaat ook een onderscheid tussen hoofdstructuren, bijzonderheden en bijzaken: wat kan zonder impact worden verwijderd en wat draagt bij tot de essentie van dit terrein. In de waardestellingen zijn de volgende aspecten in ogenschouw genomen: • algemeen historische waarde: deze waarde wordt bepaald door representatie van culturele, sociaaleconomische en/of geestelijke ontwikkeling, representatie van geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling, representatie van technische en/of typologische ontwikkeling, of te typeren als innovatief, vroeg of pionier. In deze is met name het ontstaan en de ontwikkelingsgeschiedenis van belang, niet (enkel) het huidig aanzien. In deze is de ouderdom op zich niet bepalend voor de waarde, maar wel een belangrijke graadmeter voor de beleving, bijzonderheid (zeldzaamheid) en continuïteit in vorm en functie (gaafheid).
Te meer omdat groen erfgoed een grotere vergankelijkheid kent (ten opzichte van ‘rode elementen’), zijn oudere elementen in de regel ook zeldzamer. • ensemblewaarde: deze waarde wordt bepaald door de context of samenhang: een object kan onderdeel zijn van een structuur of patroon, dat ruimtelijk/fysiek of in betekenis met elkaar in verbinding staat. Een dergelijke relatie kan bijvoorbeeld bestaan uit een logisch en als geheel gerealiseerd ontwerp waarbij een object dient als onderdeel van een groter geheel (ontginning, tuin) of bijvoorbeeld als begeleiding van een weg of perceelsgrens. • tuinhistorische waarde: deze waarde volgt uit een belang voor de geschiedenis van de (tuin)architectuur en/of tuinhistorie, voor het oeuvre van de (tuin- en landschaps)architect, wegens het idee achter de aanleg en/of motief van de opdrachtgever, vanwege de afleesbaarheid van de historische gelaagdheid, vanwege de esthetische en ruimtelijke kwaliteiten (van het ontwerp), ornamentiek en/of afwerking, vanwege de compositie, onderlinge samenhang en/of ordening van onderdelen, of vanwege het (innovatieve) materiaalgebruik, horticulturele traditie, gebruikte beplanting en/of dendrologische aspecten. Hierin spelen onder meer de tuinstijlen een rol.
36
Hendriks, van Immerseel (2013).
48
Rustoord te Esbeek
•
•
gebruikshistorische waarden: Gebruikshistorische waarde komt voort uit een belang vanwege (de ordening, samenhang of inrichting van onderdelen, passend bij) een (historisch) gebruik, functie of productie, of als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner (herinneringswaarde), gebruiker of opdrachtgever. Hierbij speelt ook de gaafheid ten opzichte van de primaire vorm: in de loop der tijd kunnen vorm en functie gewijzigd zijn, waarbij de primaire vorm is aangetast in fysieke staat en/of herkenbaarheid. Er wordt waarde toegekend aan een element of structuur die in het verleden nadrukkelijk een functionele rol heeft gespeeld (die thans nog herkenbaar is), bijvoorbeeld een wal of bomenrij, pad of waterloop. belevingswaarde: Hier speelt het belang van afleesbaarheid van (historisch) gebruik, continuïteit, verhaal en gelaagdheid, van ruimtelijke kwaliteit en verzorgdheid, en van aanzicht, beeld of silhouet. Ook de ouderdom van bomen kan bijdragen aan de belevingswaarde. Belevingswaarde is in principe niet gerelateerd aan openbaarheid of toegankelijkheid van plekken.
De waardering wordt uitgedrukt in de volgende kwalificaties: • hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde; • positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; • indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde. Een waardestelling is geen absoluut gegeven, maar dient om een gewicht (of weging) toe te kennen en om met elkaar in gesprek te gaan over unieke of bijzondere kenmerken. Naarmate een hogere waarde is toegekend, zal een meer krachtige argumentatie benodigd zijn om deze waarde aan te tasten. De waardering die in navolgende paragraaf is toegekend, is het resultaat van gevolgde methode. Gezien de omvang en diepgang heeft voorliggend onderzoek het karakter van een quickscan waardoor, conform de gehanteerde richtlijn, sprake is van een voorlopige waardestelling. Vanwege de vraagstelling en de actuele plannen, die specifiek betrekking hebben op het terrein achter het ketelhuis, is de waardestelling alleen uitgewerkt op niveau van deelgebieden.
4.2. Waardering van deelgebieden Op grond van tuinhistorische waarden zijn de deelgebieden verschillend te waarderen. (Afb. 4.1.) A. Tuin, terras en pleinen om het huis: HOOG. Als kenmerkend voorbeeld van het werk van tuinarchitect D.F. Tersteeg en als voorbeeld van het resultaat van de samenwerking tussen Tersteeg en architect J.W. Hanrath. Als goed en gedetailleerd uitgewerkt voorbeeld van een tuin in Architectonische Tuinstijl zoals die in de eerste decennia van de 20e eeuw in de mode was bij landhuizen en grote villa’s. Ondanks latere aanpassingen nog goed als zodanig herkenbaar. B. Heideterrein voor het huis: HOOG. Als relict van het oude ‘natuurlijke’ landschap dat aanwezig was voor de ontginningsactiviteiten door De Utrecht. De incorporatie van deze heide in het tuinontwerp sluit aan bij de algemeen in opkomst zijnde natuur- en landschapsbeleving aan het begin van de 20e eeuw, zoals ook door directeur W.P. Ingenegeren aangehangen en door de tuin- en landschapsarchitecten D.F. Tersteeg en P.H. Wattez in hun ontwerpen verwerkt. Door dichtgroei en toevoeging van kunstobjecten is het doorzicht en de bedoelde ‘natuur’-beleving afgenomen. C. Parkbosdelen ten noorden en ten zuiden van het heideterrein: HOOG. Als onlosmakelijk onderdeel van het parkontwerp van D.F. Tersteeg uit 1921 en als goed voorbeeld van verfraaiing van het bestaande landschap tot sierpark.
Door uitgroei van beplantingen en verminderd onderhoud is de beleving als sierpark verminderd.
49
2
C 7
E
B A
C
D
hoog positief indifferent
Afb. 4.1: Voorlopige waardering van deelgebieden. A. tuin, terras en pleinen B. heideterrein C. parkbos D. park om de vijver E. rhododendronwandeling F. terreinstrook voor sport en spel G. productiebos
50
Rustoord te Esbeek
D. Park rondom de vijver: HOOG. Als typisch voorbeeld van een sierlijk wandelpark in aansluiting op de tuinen direct om het hoofdgebouw. Omstreeks 1920-1922 tot stand gekomen door verfraaiing van de bestaande situatie. Door verminderd onderhoud niet in optimale staat. E. Rhododendronwandeling: HOOG. Vanaf het achterplein naar de Dunsedijk. Deze is in 1922 aangelegd in relatie tot Vakantiehuis Rustoord. Op stilistische gronden schrijven wij deze vooralsnog toe aan tuin- en landschapsarchitect Wattez. Door uitgroei van de rhododendrons is een indrukwekkende en gesloten berceau ontstaan, waarbij het oorspronkelijke uitzicht op het omringende terrein en landschap niet meer bestaat. F. Terreinstrook voor sport en spel: POSITIEF. In aanleg een kenmerkend voorbeeld voor de ontwikkeling naar meer actieve vrijetijdsbeleving in het midden van de 20e eeuw. Destijds op zorgvuldige wijze ingepast in een bestaand, geïsoleerd open terrein dat deels nog bestond uit het oude ‘natuurlijke’ landschap. Door verwaarlozing thans sterk dichtgegroeid en nauwelijks nog als zodanig herkenbaar. G. Bosstrook aan de noordzijde: POSITIEF. Als voorbeeld van de door De Utrecht vanaf 1900 aangelegde productiebossen als geldbelegging. Nadat de economische waarde terugviel, ontwikkeld tot meer gevarieerde en natuurlijke bosopstand.
4.3. Aanbevelingen Door verminderd onderhoud en door toevoeging van elementen is de oorspronkelijk bedoelde landschappelijke setting van het voormalige Vakantiehuis Rustoord sterk gewijzigd. In de tuinaanleg direct om het gebouw is de eenvoud verloren gegaan. In de andere delen van het terrein zijn beplantingen zodanig uitgegroeid dat de ruimtelijkheid en de sierwaarde sterk zijn afgenomen. Het terrein wordt niet langer beleefd als een samenhangend geheel, mede veroorzaakt door de immense uitgroei van de rhododendronwandeling. Door gerichte snoei en dunning, herstel van details en het herplaatsen van objecten is de ruimtelijke samenhang binnen het terrein te verbeteren. De tot gesloten berceau uitgegroeide rhododendronwandeling is daarin een cruciaal element en de keuze voor snoei/verjonging of behoud vraagt om een zorgvuldige afweging. Het is van belang bij alle ingrepen ook de oorspronkelijke natuurbeleving goed in het oog te houden, naast de gedetailleerd vormgegeven harde elementen.
51
BRONNEN
Literatuur Balen, J. van W.J., De groei van het landgoed “De Utrecht”. In: De Gulden Spade, Omzwervingen door onze elf Provinciën, Haarlem, 1938, p. 49-51. B.[Boon], B., De Haarlemsche Kunststeen-fabriek v.h. De Hoogeberg. In: Dieren van Huis en Hof. Geillustreerd bijblad van Onze Tuinen, jrg 18 (1923) no. 10, p.1. (Zie bijlage IV, afb. 4a en 4b.) Boon, B. (red.), Een Nederlandsche Houtvesterij (op excursie met de Nederlandsche HeideMaatschappij II. In: Onze Tuinen, jrg 6 (1911) no. 12, p.1-2. (Zie bijlage IV, afb. 1a en 1b.) Gemeente Hilvarenbeek, Beleidsvisie Landgoederen Hilvarenbeek, Hilvarenbeek, 2013. Helvoirt, J. van, W.P. Ingenegeren stierf op Rustoord in april 1930. In: ’t Kleppermenneke, jrg. 31 (2013) nr. 02 (januari 2013). Hendriks, L., R. van Immerseel, Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek, Voor waardestellingen van groen erfgoed, 2012. Jansen, J. (Praedium), Landschappelijke inpassing bouwplan Dunsedijk - Achter Rustoord, 2014. Michels, J.C.M., Architectuur en stedebouw in Noord-Brabant 1850-1940, Zwolle/Zeist, 1993. Oldenburger-Ebbers, C.S., A.M. Backer en E. Blok, Gids voor de Nederlandse Tuin- en Landschapsarchitectuur, Deel Zuid: Zeeland, Noord-Brabant, Limburg, Rotterdam, 2000. Rooij, E. de, en A. van Kuilenburg (Monumentenhuis Brabant), Landgoed De Utrecht Cultuurhistorische Analyse, 2012.
SB4, Cultuurhistorisch onderzoek Parklandschap Loenermark te Apeldoorn, 2019. SB4, Cultuurhistorische waardestelling Park 1813 te Lemele, 2018. SB4, Ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van De Ruiterberg te Doorn, Wageningen, 1998. Vos, H. (red.), Tentoonstellingsboek a.s.r. doet het, al 300 jaar, 1720-2020, Utrecht, 2020. Wenting, H., Ad de Bruijn verstaat de kunst. In: Trompetter Kempenland, 2006. (Gelezen op de website: verhalenuitdekempen.nl.)
Archieven Aviodrome, Lelystad. Rentmeestersarchief Landgoed De Utrecht, Esbeek. WUR Speciale Collecties, Wageningen.
52
Rustoord te Esbeek
Internet ahn.arcgisonline.nl (Actueel Hoogtebestand Nederland) ansichtkaartenbeurs.nl ansichtkaartenhuis.nl archieven.nl asrrealestate.nl bcfinder.nl (BC, Brabant-collectie van Tilburg University) beeldbank.cultureelerfgoed.nl bhic.nl (BHIC, Brabants Historisch Informatie Centrum) delpher.nl (oude kranten) GoogleEarthPro google.nl/maps historischeinterieursamsterdam.nl house-of-cards.nl huizerustoord.nl kadastralekaart.com landgoeddeutrecht.com maxpoststukken.nl mijn.kadaster.nl (KA; kadaster archiefviewer) monumentenregister.cultureelerfgoed.nl nationaalarchief.nl (NA, fotocollectie Nederlandse Heidemaatschappij, toegangsnr. 2.24.06.02.) picturesfrom.nl postcardsfrom.nl regionaalarchieftilburg.nl (RAT) rijksmonumenten.nl ruimtelijkeplannen.nl topotijdreis.nl (historisch topografisch kaartmateriaal)
53
BIJLAGEN I. Monumentenomschrijving NB. In hierna volgend overzicht van de beschrijving zijn alleen de complexonderdelen opgenomen die van belang zijn voor de tuin- en parkaanleg direct rondom het Rusthuis. De twee dienstwoningen, de tuinmanswoning en het jachthuis liggen op ruime afstand en spelen geen rol en zijn daarom in deze bijlage niet opgenomen.
NB. De rode stippellijn geeft de grens aan van het huidige onderzoeksgebied.
* 22138 hekpalen
525058 * 518906 *
* 518907 * 525057
518921 518922 518898 en 518899 Afb. I.1: Overzichtskaart met situering van de onderdelen van complexnr. 518905 ‘De Utrecht Vakantiehuizen complex’, inschrijving register: 9-10-2001. De 18e eeuwse hekpalen zijn reeds in 1968 (dus apart) aangewezen als rijksmonument, monumentnr. 22138 . (Bron: RCE Huisatlas; geraadpleegd op 11-1-2021; bewerking SB4.) ‘De Utrecht Vakantiehuizen complex’ bestaat uit de volgende 8 onderdelen: monumentnr. 518906 Vakantiehuis ‘Rustoord’ (Lage Mierdseweg 17) monumentnr. 525057 ijskelder (nabij het vakantiehuis) monumentnr. 518907 fontein (achterzijde vakantiehuis) monumentnr. 525058 keermuur, trappartij, banken en 6 vazen (voorzijde vakantiehuis) en de op ruime afstand van het vakantiehuis gelegen monumentnr. 518898 dienstwoning met schuur (Vier Winden 1) monumentnr. 518899 dienstwoning met kleine schuur (Vier Winden 2) monumentnr. 518922 jachthuis (Roovertsebaan 1) monumentnr. 518921 tuinmanswoning (Prins Hendriklaan 2)
54
Rustoord te Esbeek
55
56
Rustoord te Esbeek
57
58
Rustoord te Esbeek
59
60
Rustoord te Esbeek
61
62
Rustoord te Esbeek
63
64
Rustoord te Esbeek
65
66
Rustoord te Esbeek
II. Kadastrale hulpkaarten Afb. II.1: Gemeente Hilvarenbeek, sectie F, kadastrale hulpkaart 87A, dienstjaar 1916.Opgemaakt en deugdelijk verklaard te Eindhoven, Augustus 1915. (Bron: KA.)
Zes Woningen
Opsplitsing van het grote perceel 961 ‘bouwland, heide in ontginning’ i.v.m. de aanleg van de Kinderlaan. Daarna ten zuiden van de Kinderlaan: 1018 ‘bouw- en weiland’.
Zes Woningen (gesticht in 1911)
Kinderlaan
NB. De rode stippellijn op deze en volgende kaarten duidt het onderzoeksgebied.
1018 ‘bouw- en weiland’
Afb. II.2: Gemeente Hilvarenbeek, sectie F, kadastrale hulpkaart 91A, dienstjaar 1923. Opgemaakt en deugdelijk verklaard te Eindhoven, den Juni 1922. (Bron: KA.) Opgemaakt i.v.m. de ‘stichting’ van ‘hotel, garage, dennenbos, heide’, oftewel Vakantiehuis Rustoord.
Zes Woningen
garage
hotel
1018 ‘hotel, garage, dennenbos, heide’
67
Afb. II.3: Gemeente Hilvarenbeek, sectie F, kadastrale hulpkaart 117A, dienstjaar 1916,.Opgemaakt en deugdelijk verklaard te Eindhoven, April 1948. (Bron: KA.) Opgemaakt i.v.m. de verbreding van de weg.
Afb. II.4: Gemeente Hilvarenbeek, sectie F, kadastrale hulpkaart 180A, dienstjaar 1987. Vervaardigd d.d. maart 1987. (Bron: KA.) Opgemaakt i.v.m. herziening sectie F.
68
Rustoord te Esbeek
Afb. II.5: Gemeente Hilvarenbeek, sectie F, kadastrale hulpkaart 194, dienstjaar 2002. Vervaardigd d.d. 20-02-2002. (Bron: KA.) Opgemaakt i.v.m. splitsing perceel.
Afb. II.6: Gemeente Hilvarenbeek, sectie F, kadastrale hulpkaart 196, dienstjaar 2002. Vervaardigd d.d. 3-7-2002. (Bron: KA.) Opgemaakt i.v.m. splitsing perceel.
69
III. Topografische kaarten De rode stippellijn op deze en volgende kaarten duidt het onderzoeksgebied. (Bron: topotijdreis.nl, bewerking SB4.)
Afb. III.1: Uitsnede van de Chromo-Topografische Kaart, blad 667 Hilvarenbeek, uitgave 1899 en blad 688, uitgave 1900.
Afb. III.2: Uitsnede van de Chromo-Topografische Kaart, blad 667 Hilvarenbeek, uitgave 1918 en blad 688, uitgave 1919.
70
Rustoord te Esbeek
Afb. III.3: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1940.
Afb. III.4: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1951.
71
Afb. III.5: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1958.
Afb. III.6: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1967.
72
Rustoord te Esbeek
Afb. III.7: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1980.
Afb. III.8: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1988.
73
Afb. III.9: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1999.
Afb. III.10: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 2010.
74
Rustoord te Esbeek
Afb. III.11: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 50H Lage Mierde, uitgave 1999.
75
IV. Overige historische afbeeldingen
Afb. IV.1a: Onze Tuinen. Jrg 6 (1911) no. 12, p.1. (Bron: Delpher.)
76
Rustoord te Esbeek
Afb. IV.1b: Onze Tuinen. Jrg 6 (1911) no. 12, p.2. (Bron: Delpher.)
77
Afb. IV.2: Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbosche courant. 20-7-1922. (Bron: Delpher.)
Afb. IV.3: Vakantiehuis Rustoord vlak voor de voltooiing. Foto uit 1922. (Bron: huizerustoord.nl.)
78
Rustoord te Esbeek
Afb. IV.4a: Dieren van Huis en Hof. Geillustreerd bijblad van Onze Tuinen. Jrg 18 (1923) no. 10, p.1. (Bron: Delpher.)
79
Afb. IV.4b: Dieren van Huis en Hof. Geillustreerd bijblad van Onze Tuinen. Jrg 18 (1923) no. 10, p.1. (Bron: Delpher.)
80
Rustoord te Esbeek
Afb. IV.5: Collage van foto’s kort na de voltooiing van vakantiehuis Rustoord. Prentbriefkaart, ongedateerd [circa 1925]. (Bron: Rooij (2012).)
Afb. IV.6: Terras aan de voorzijde van het hoofdgebouw. Tegen de gevel waren trellisschermen bevestigd om klimplanten tegenaan te laten groeien. Foto, ongedateerd [circa 1925]. (Bron: facebookpagina Rustoord.)
Afb. IV.7: ‘Pension “Rustoord” Esbeek (N.B.), prentbriefkaart, gestempeld in 1930. (Bron: ansichtkaartenhuis.nl, afb.nr. 2180.)
81
Afb. IV.8: Zicht over de vijver op de zuiden oostgevel van het hoofdgebouw. Foto, ongedateerd [circa 1925]. In de tuin aan de overzijde van de vijver zijn de zonnewijzer en rustieke bank zichtbaar. (Bron: facebookpagina Rustoord.)
Afb. IV.9: Prentbriefkaart, ongedateerd [1925-1935]. De trap naar het terras met reliëfs aan de voorzijde en bovenop siervazen gevuld met 1-jarige beplanting. (Bron: ansichtkaartenbeurs, afb.nr. b_9634.)
Afb. IV.10: Prentbriefkaart, ongedateerd [circa 1935]. Gedeelte van het oostelijke muurwerk met (achter de beplanting) bank. (Bron: house-of-cards.nl, afb.nr. HC15680-1.)
Afb. IV.11: Prentbriefkaart, ongedateerd [circa 1935]. Situatie van vóór de verbouwing van het vakantiehuis. (Bron: postcardsfrom.nl, afb.nr. nl374563.)
82
Rustoord te Esbeek
Afb. IV.12: Zicht vanaf de vijver op de zuidzijde van Vakantiehuis Rustoord. Foto uit 1949. (Bron: NA, nr. NLHaNA_2.24.06.02_0_163-0333.)
Afb. IV.13: ‘Esbeek,, Rusten Vacantieoord Landgoed “De Utrecht”. Zicht vanaf de Lage Mierdseweg richting de voorzijde van Rustoord. Prentbriefkaart, gestempeld in 1949. (Bron: BC, nr. UVT030001068.)
Afb. IV.14: ‘Landgoed “de Utrecht” Esbeek N.Br. “Rustoord - ZuidWestzijde’. Prentbriefkaart gestempeld in 1942. (Bron: BC, nr. UVT030001068.)
83
Afb. IV.15: Zicht op de voorzijde van Rustoord. Prentbriefkaart ongedateerd [circa 1940-1950]. Situatie ná de verbouwing. (Bron: postcardsfrom.nl, nl372094.)
Afb. IV.16: ‘Rustoord, Fontein’. Landgoed “De Utrecht” Esbeek (N.Br.). Fontein op het plein aan de achterzijde van het hoofdgebouw. Prentbriefkaart, circa 1950. (Bron: markplaats.nl.)
Afb. IV.17: ‘Fontein. In het Voorjaar’, prentbriefkaart, circa 1950-1960. (Bron: ansichtkaartenbeurs, afb.nr. b_3340.)
84
Rustoord te Esbeek
Afb. IV.18: ‘Esbeek “Rustoord”’, prentbriefkaart uit 1941. Zicht vanaf de vijver op de zuidzijde van Vakantiehuis Rustoord. (Bron: picturesfrom.nl, afb.nr. 155607.)
Afb. IV.19: Prentbriefkaart, periode 1940-1950. (Bron: markplaats.nl.)
Afb. IV.20: ‘Esbeek “Rustoord”’, prentbriefkaart uit 1951. Zicht vanaf de vijver op de zuidzijde van Vakantiehuis Rustoord. (Bron: picturesfrom.nl, afb.nr. 155609.)
85
Afb. IV.21: De 18e eeuwse zuilen, opgesteld op landgoed Hooghalen in Drenthe. Op deze plek stonden ze voordat ze omstreeks 1950 naar de ingang van Rustoord te Esbeek zijn verplaatst. (Bron: ‘Huidige locatie bekend, maar waar stonden ze voordien?’ Op: cascade1987.nl.)
Afb. IV.22: ‘Rustoord, Esbeek’, prentbriefkaart uit 1950-1960. (Bron: ansichtkaartenbeurs.nl, afb.nr. b_06589.)
Afb. IV.23: ‘”Rustoord”, Vijver’, prentbriefkaart, circa 1971. (Bron: BHIC, id.nr. id.nr. 1220002937.)
86
Rustoord te Esbeek
Afb. IV.24: Rustiek huisje in de parkaanleg. Originele foto vermoedelijk uit circa 1940-1960. Foto van foto, 1-4-1990, fotograaf W. van Leeuwen (prov.NB; MIPcollectie). (Bron: BHIC, id.nr. PNB001036413.)
Afb. IV.25: Rustiek huisje in vervallen staat. Foto 1-4-1990, fotograaf W. van Leeuwen (prov.NB; MIP-collectie). (Bron: BHIC, id.nr. PNB001036415.)
Afb. IV.26: Fontein op het plein aan de achterzijde (oostkant) van Rustoord. Foto 1-4-1990, fotograaf W. van Leeuwen (prov.NB; MIPcollectie). (Bron: BHIC, id.nr. PNB001036409.)
87
Afb. IV.27: Voorzijde van Rustoord. Foto 01-02-1993, fotograaf P. van Galen. (Bron: RCE, doc.nr. 305.969.)
Afb. IV.28: Voor- en zuidzijde van Rustoord. Foto 01-02-1993, fotograaf P. van Galen. (Bron: RCE, doc.nr. 305.968.)
88
Rustoord te Esbeek
V. Monumentale bomen Bron: monumentaltrees.com
Afb. V.1: Recente luchtfoto met aanduiding locaties van de aangemerkte ‘monumentale bomen’. Datum 29-12-2015. 1179. Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum), omtrek 3,53, hoogte 28,80 m. 23408. Atlasceder (Cedrus atlantica), omtrek 3,66 m, hoogte 25,20 m. 23411. Pontische rhododendron (Rhododendron ponticum) 23414. Atlasceder (Cedrus atlantica), omtrek 3,28 m, hoogte 21,80 m. 23417. Zwarte den (Pinus nigra), omtrek 3,23 m, hoogte 27,20 m. 23416. Nordmannspar (Abies nordmanniana), omtrek 2,52, hoogte 26,40 m.
89
23416 23417
23408 23411 23414 1179
90
Specialisten in Groen Erfgoed